Kamervraag 2014Z12452

Het bericht dat de lange arm van de VS bestuurders nerveus maakt

Ingediend 1 juli 2014
Beantwoord 16 september 2014 (na 77 dagen)
Indiener Jan Vos (PvdA)
Beantwoord door Henk Kamp (minister economische zaken) (VVD)
Onderwerpen economie handel internationaal organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2014Z12452.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20142015-26.html
1. Financieel Dagblad op 24 juni jl.
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het bericht «Lange arm VS maakt bestuurders nerveus»?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Klopt het dat de Amerikaanse Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) een bestuurder aansprakelijk kan stellen voor corruptie in zijn bedrijf als hij niet kan aantonen voldoende maatregelen te hebben genomen om corruptie tegen te gaan, ook wanneer de corruptie niet in de Verenigde Staten maar in het buitenland heeft plaatsgevonden?

    Dit klopt voor zover het hier gaat om corruptie in de vorm van omkoping van buitenlandse ambtenaren. Met het OESO-Verdrag inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties is omkoping van buitenlandse ambtenaren strafbaar gesteld in de landen die partij zijn bij het verdrag. Nederland kent net als de Verenigde Staten (VS) uitgebreide wetgeving ter bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren.
    Indien een onderneming gepaste maatregelen heeft getroffen en adequate procedures heeft geïmplementeerd ter bevordering van de integriteit van haar werknemers en contractanten, kan dit een mogelijk verweer zijn tegen aantijgingen van buitenlandse omkoping, ook onder de Amerikaanse wetgeving. Het corruptiehoofdstuk in de OESO-Richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen maakt op dit punt duidelijk wat de Nederlandse overheid (en 45 andere landen, waaronder de VS) van bedrijven verwacht bij het internationaal zakendoen om corruptie te voorkomen. Transparantie staat hierbij centraal.

  • Vraag 3
    Wat zijn volgens u de mogelijke gevolgen voor Nederlandse CEO’s (Chief Executive Officers) en ondernemers van de FCPA en van het feit dat de wet zo ver gaat dat bedrijven die zakendoen met landen die door de VS eenzijdig zijn getroffen door een handelsembargo, in Amerika kunnen worden aangeklaagd? Wat gaat u doen om negatieve effecten van FCPA te verminderen?

    De FCPA heeft tot gevolg dat Nederlandse CEO’s en ondernemers – net als CEO’s en ondernemers uit andere landen – in de VS strafrechtelijk kunnen worden vervolgd als zij of hun bedrijf buitenlandse ambtenaren hebben omgekocht en er een connectie is met de VS. Dat geldt overigens ook in Nederland en in andere OESO- (en enkele niet-OESO-) lidstaten. De FCPA lijkt evenwel een meer vergaande rechtsmacht te kennen. Er is bij mijn weten echter geen verband tussen de FCPA en eenzijdige handelsembargo’s van de VS.
    De Nederlandse overheid erkent het belang om Nederlandse bedrijven voldoende bewust te maken van de consequenties van internationale anti-corruptiewetgeving en ontplooit verschillende initiatieven op dit terrein. In het evaluatierapport van de OESO Anti-corruptiewerkgroep over de Nederlandse aanpak van buitenlandse omkoping van december 2012 complimenteerde de OESO Nederland dan ook met zijn inspanningen op het gebied van awareness raising. Nederland gaat uiteraard door met deze inspanningen en met het aanmoedigen van ondernemingen, met name het MKB, om effectieve programma’s en maatregelen voor interne controle, ethiek en naleving te ontwikkelen en aan te wenden ten behoeve van het voorkomen en opsporen van omkoping in het buitenland.

  • Vraag 4
    Deelt u de mening dat Nederland, conform de aanbeveling van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), fraude en corruptie beter moet aanpakken, mede om te voorkomen dat Nederlandse CEO’s worden aangeklaagd onder de Amerikaanse wet?

    Het kabinet hecht veel belang aan zuivere internationale handel en de bestrijding van corruptie. Corruptie ondermijnt economische ontwikkeling, verstoort het (internationale) gelijk speelveld voor zakendoen en is strijdig met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Corruptie moet dan ook internationaal daadkrachtig worden bestreden. Het kabinet zal naar vermogen en volledig rekening houdende met Nederlandse rechtsprincipes uitvoering geven aan de aanbevelingen van de OESO.
    In december 2013 heeft Nederland zich in de OESO Anti-corruptiewerkgroep tussentijds verantwoord over de mate en wijze van opvolging van een deel van de aanbevelingen uit het OESO-evaluatierapport uit 2012. De leden van de werkgroep oordeelden positief over de recente inspanningen die Nederland heeft gepleegd, onder andere op het terrein van opsporing en vervolging van buitenlandse omkoping. Voor details over de opvolging van de OESO-aanbevelingen verwijs ik naar de aan uw Kamer voor aankomend najaar toegezegde integrale beleidsreactie op de verschillende internationale anti-corruptie evaluaties2 3.

  • Vraag 5
    Heeft het Openbaar Ministerie volgens u voldoende kennis en mankracht om fraude en corruptie in Nederland aan te pakken en tevens om te kunnen toezien op handhaving, ook in internationaal verband? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet en welke maatregelen zullen hiertoe worden genomen?

    Ik heb uw Kamer reeds eerder gemeld dat strafzaken over buitenlandse omkoping uitzonderlijk ingewikkeld zijn.4 Sinds 2013 werken het Functioneel Parket en het Landelijk Parket nauw samen met respectievelijk de FIOD en de Rijksrecherche in alle onderzoeken naar omkoping van buitenlandse ambtenaren. Deze samenwerking is de expertise en de capaciteit voor de aanpak van fraude en corruptie zeer ten goede gekomen. Dat blijkt onder meer uit het stijgende aantal strafrechtelijke onderzoeken naar buitenlandse omkoping en de eerste resultaten daarvan.
    Zoals ook vermeld in antwoord op vragen 3, 4 en 6, zijn de recente Nederlandse inspanningen op het terrein van corruptiebestrijding, onder meer t.a.v. opsporing en vervolging van buitenlandse omkoping, positief gewaardeerd. Op de aanbevelingen die in deze OESO-evaluatie, alsmede de andere internationale anti-corruptie evaluaties, zijn gedaan, zal ik nader ingaan in de toegezegde integrale beleidsreactie.

  • Vraag 6
    Bent u van mening dat aanvullende maatregelen nodig zijn om fraude en corruptie in Nederland sneller en effectiever aan te pakken? Zo ja, waarom en welke maatregelen gaat u hiertoe nemen? Zo nee, waarom niet?

    Zie antwoord vraag 4.

  • Mededeling - 23 juli 2014

    Hierbij bericht ik u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Minister van Economische Zaken, dat de schriftelijke vragen van het lid Jan Vos (PvdA) over het bericht dat de lange arm van de VS bestuurders nerveus maakt (ingezonden 1 juli 2014) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie ontvangen is. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2014Z12452
Volledige titel: Het bericht dat de lange arm van de VS bestuurders nerveus maakt
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20142015-26
Volledige titel: Antwoord op vragen van het lid Jan Vos over het bericht dat de lange arm van de VS bestuurders nerveus maakt