Kamervraag 2012Z13184

De aanpak van kindersekstoerisme

Ingediend 28 juni 2012
Beantwoord 9 augustus 2012 (na 42 dagen)
Indiener Tofik Dibi (GL)
Beantwoord door Uri Rosenthal (minister buitenlandse zaken) (VVD), Opstelten (minister veiligheid en justitie) (VVD)
Onderwerpen criminaliteit internationaal openbare orde en veiligheid organisatie en beleid
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2012Z13184.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20112012-3123.html
1. «Paradijs voor pedo’s», OneWorld magazine, www.oneworld.nl. …
2. «Commercial sexual exploitation of children in tourism», Ghana NGO Coalition on the Rights of the Child 2006.
  • Vraag 1
    Kent u het bericht dat Ghana een ideaal jachtgebied is voor Nederlandse kindersekstoeristen?1

    Ja.

  • Vraag 2
    Zet de in 2006 gesignaleerde tendens door dat kindersekstoerisme zich lijkt te verschuiven van Azië naar Afrika en Latijns Amerika?2

    Er is onvoldoende bewijs om deze stelling te kunnen bevestigen dan wel ontkrachten.

  • Vraag 3
    Hoe geeft u in algemene zin vorm aan het voorkomen en bestrijden van kindersekstoerisme? Hoeveel strafzaken zijn er sinds uw aantreden tegen vermoedelijke Nederlandse kindersekstoeristen in onderzoek genomen? In hoeveel gevallen heeft dat tot een strafrechtelijke veroordeling geleid?

    Zie voor het antwoord op het eerste deel van vraag 3 het antwoord op vraag 6.
    Kindersekstoerisme kent geen aparte strafbaarstelling. Het gaat om allerlei zedendelicten die als zij in het buitenland zijn gepleegd in Nederland strafbaar gesteld zijn via de artikelen 5 of 5a van het Wetboek van Strafrecht. Kindersekstoerisme wordt derhalve niet afzonderlijk geregistreerd in de systemen van het Openbaar Ministerie, zodat niet aan te geven is hoeveel zaken in een veroordeling zijn geëindigd. Zie hiervoor ook de brief van de toenmalige Minister van Justitie van 4 juni 2009 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2008–2009, 31 700 VI, nr. 130).

  • Vraag 4
    Is het waar dat in het in het bericht genoemde voorbeeld van een Limburgse verdachte min of meer afgezien wordt van Nederlandse opsporingsactiviteiten omdat de Ghanese justitie de zaak in onderzoek heeft? Zo ja, was het u bekend dat de verdachte reeds op de dag van zijn arrestatie alweer is vrijgelaten omdat hij volgens een woordvoerster van de Ghanese zedenpolitie een hoge borgsom had betaald, ook al is het in Ghana niet toegestaan om verdachten van kindermisbruik op borg vrij te laten? Wat was de reden van de vrijlating en hoe verhoudt zich deze Ghanese beslissing tot het Nederlandse recht tot strafvervolging? Klopt het dat deze verdachte ondanks de tegen hem bestaande verdenkingen ongestoord heen-en-weer kan reizen tussen Nederland en Ghana?

    De reden waarom in de zaak van het voorbeeld werd afgezien van verdere opsporingsactiviteiten lag in het feit dat er op dat moment onvoldoende hard bewijs kon worden verzameld. Maar in het algemeen is het feit dat buitenlandse autoriteiten een zaak in onderzoek hebben niet noodzakelijkerwijs een reden om af te zien van vervolging in Nederland.
    De Ghanese politie verklaart dat betrokkene in mei 2011 tegenover de politie een verklaring heeft afgelegd waarin hij de beschuldigingen ontkent. Vervolgens is hij volgens dat bericht hangende het verdere onderzoek op borgtocht vrijgelaten. De zaak is doorverwezen naar het bureau van de Attorney General. Dit staat los van het recht tot strafvervolging in Nederland.
    Zolang betrokkene niet is aangehouden of er anderszins reisbeperkingen zijn opgelegd kan deze vrij reizen.

  • Vraag 5
    Moet met andere woorden geconcludeerd worden dat de verdenkingen tegen deze Nederlandse verdachte zowel in Ghana als in Nederland onuitgezocht blijven? In hoeverre staat dit voorbeeld symbool voor de Nederlandse aanpak van kindersekstoerisme? Laat dit voorbeeld niet eigenlijk zien dat de Nederlandse aanpak van kindersekstoerisme daadkracht mist?

    Nee, zie de antwoorden op de vragen 4 en 6.

  • Vraag 6
    Welke maatregelen neemt u zich, naast het inmiddels gelanceerde meldpunt voor, om kindersekstoerisme daadkrachtiger te voorkomen en te bestrijden?

    In de voortgangsbrief over de aanpak van kinderpornografie van 27 januari 2012 (Kamerstukken II, vergaderjaar 2011–2012, 31 015, nr. 77) heb ik uw Kamer geïnformeerd over de maatregelen die door de Nederlandse overheid worden genomen ter bestrijding van kindersekstoerisme. Kortheidshalve verwijs ik u daarnaar. De in die brief genoemde vervolgcampagne kindersekstoerisme wordt in het vierde kwartaal van 2012 gelanceerd. Deze vervolgcampagne wordt door het ministerie van Veiligheid en Justitie samen met de Koninklijke Marechaussee, de ANVR, TUI Nederland en de NGO’s Ecpat en Plan Nederland georganiseerd. Daarnaast zal de aanpak van kindersekstoerisme worden geborgd in de nationale inrichting van de aanpak van kinderpornografie. In dat verband zal dit jaar een criminaliteitsbeeldanalyse kindersekstoerisme worden gemaakt. Op basis daarvan zal vervolgens een programmatische aanpak kindersekstoerisme worden ontwikkeld.

  • Mededeling - 19 juli 2012

    Hierbij bericht ik u, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, dat de schriftelijke vragen van het lid Dibi (GroenLinks) over de aanpak van kindersekstoerisme (ingezonden 28 juni 2012) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie ontvangen is. Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2012Z13184
Volledige titel: De aanpak van kindersekstoerisme
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20112012-3123
Volledige titel: Antwoord vragen van het lid Dibi over de aanpak van kindersekstoerisme