Kamervraag 2011Z01074

De berichten dat een Nederlands bedrijf dat gesteund wordt door de overheid betrokken is bij 'slavernij'

Ingediend 21 januari 2011
Beantwoord 17 maart 2011 (na 55 dagen)
Indiener Cynthia Ortega-Martijn (CU)
Beantwoord door
Onderwerpen economie internationaal internationale samenwerking ondernemen
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2011Z01074.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20102011-1844.html
1. «Nederlands bedrijf betrokken bij «slavernij» in Argentinie», Volkskrant, 17-01-2011.
2. «Verdacht bedrijf kreeg lening van overheid», Volkskrant 18-01-2011.
3. Kamerstuk 26 485, nr. 76.
  • Vraag 1
    Wat is uw reactie op het bericht dat een Nederlands bedrijf is betrokken bij «slavernij» in Argentinië?1

    De beschuldiging in de media van betrokkenheid bij «slavernij» is een ernstige aanklacht tegen een Nederlands bedrijf, welke tot op heden niet is onderbouwd door een formele aanklacht. De berichten over «slavernij» kwamen juist op het moment dat het debat tussen de Argentijnse regering en de verenigde landbouworganisaties over interventies in de tarwe- en maïshandel een hoogtepunt bereikte. Aan het begin van dit verkiezingsjaar is de Argentijnse regering door de recente berichten in staat geweest de arbeidsomstandigheden als een nieuw thema te agenderen en in de betrekkingen op te voeren. De in de media gebruikte termen als «slavernij», «mensenhandel» en «concentratiekampen» zijn afkomstig van de Argentijnse krant Página/12. Ik beschik niet over informatie die erop wijst dat deze omstandigheden aan de orde zouden zijn bij dit bedrijf.
    De berichten vormden evenwel aanleiding voor mijn ministerie om in gesprek te gaan met het bedrijf. Het bedrijf werpt de beschuldigingen verre van zich en onderbouwt deze ontkenning met uitgebreide documentatie2; hieruit komt naar voren dat het bedrijf de lokale wetgeving naleeft en procedures toepast om adequate arbeidsomstandigheden bij de rurale seizoensarbeid te bewerkstelligen. De wet regelt tot in detail de verschillende aspecten van seizoensarbeid. Het bedrijf geeft aan dat het betere arbeidsvoorwaarden hanteert dan in de sector gebruikelijk is. Wat betreft beschuldigingen over werkomstandigheden, zoals overtredingen van de Hygiëne Code, kan ik geen oordeel geven. Mocht er op dit punt een overtreding zijn begaan, dan zal die resulteren in een administratieve sanctie.

  • Vraag 2
    Wat is uw reactie op het bericht dat dit bedrijf zich hieraan schuldig maakt, terwijl het een «lening» kreeg van de overheid via de Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO), die onderdeel is van de instrumenten waarmee de Nederlandse overheid Nederlandse bedrijven die in het buitenland zaken doen, ondersteunt?2

    Voorwaarde voor het verstrekken van een lening door de FMO aan een bedrijf in een ontwikkelingsland is dat de klant van de FMO aan bepaalde sociale en milieucriteria voldoet, dan wel bereid is daaraan te voldoen. In dit geval heeft het Argentijnse dochterbedrijf dat de lening heeft ontvangen zich bereid verklaard aan deze sociale en milieucriteria te voldoen4. De FMO houdt toezicht op de uitvoering. De FMO heeft, naar aanleiding van de berichten in de pers, een nieuw onderzoek laten uitvoeren door een onafhankelijke consultant. Het rapport van dit onderzoek is naar verwachting medio maart 2011 beschikbaar.
    Voor de volledigheid merk ik op dat de betreffende lening aan de Argentijnse dochteronderneming geen directe lening van de overheid betreft. De staat bezit 51 procent van de aandelen in de FMO. De FMO steunt bedrijven in ontwikkelingslanden door middel van leningen, participaties, garanties en andere investeringen.

  • Vraag 3
    Hoe strookt de betrokkenheid bij «slavernij» van dit bedrijf met de verwachting van de Nederlandse regering dat bedrijven de invloed die zij hebben op de bedrijfsvoering van henzelf en hun partners in de keten in het buitenland ruimhartig aanwenden om Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) zoveel mogelijk in de praktijk te brengen?

    Wat betreft betrokkenheid bij «slavernij» verwijs ik naar het antwoord op vraag 1.
    Met het Nederlandse moederbedrijf is gesproken over de manier waarop hun MVO-beleid is vormgegeven, ook richting de Argentijnse dochteronderneming. Het bedrijf heeft aangegeven geschrokken te zijn van de beschuldigingen en dat deze hard zijn aangekomen bij zowel het management als de werknemers. De directie heeft laten weten sociale verantwoordelijkheid, integriteit en goede zorg voor de werknemers van groot belang te achten, en dat het bedrijf hiertoe zorgvuldige procedures hanteert, zoals ook blijkt uit de documentatie. Een geformaliseerd MVO-beleid, opgesteld in overleg met de stakeholders, ontbreekt nog bij het Nederlandse moederbedrijf. De directie heeft aangekondigd dit op te stellen. Hierbij kunnen zij gebruik maken van de informatie en instrumenten die beschikbaar zijn bij o.a. MVO Nederland.

  • Vraag 4
    Heeft dit bedrijf in het kader van de ontvangen overheidssteun, of in het kader van andere overheidssteun, een MVO-verklaring ondertekent? Zo ja, welke gevolgen zal het schenden van de MVO-verklaring hebben?

    Ja, het bedrijf heeft een MVO-verklaring ondertekend voor een project in Rusland uitgevoerd in 2001–2002 onder het toenmalige PSO-programma. Er is geen direct verband tussen de beschuldigingen in de media en de in 2001 ondertekende MVO-verklaring. Deze MVO-verklaring is niet van toepassing op de lening van de FMO aan het Argentijnse dochterbedrijf uit 2010. Het bedrijf heeft voor zover bekend geen andere MVO-verklaringen ondertekend.

  • Vraag 5
    Bent u bijvoorbeeld bereid om de steun in te trekken en reeds verleende steun terug te vragen?

    Indien sprak is van grove schending van contractuele afspraken, dan kan de FMO zijn investering terug trekken. Dit is contractueel vastgelegd.

  • Vraag 6
    Bent u bereid om het bedrijf een stevige boete op te leggen, conform de strekking van de motie Gesthuizen,3 alsmede het standpunt van het voormalig Kabinet?

    Zie antwoord vraag 5.

  • Vraag 7
    Bent u verder bereid om actiever toe te zien op de naleving van de MVO-verklaring door bedrijven die deze hebben ondertekend?

    Nee, ik zie geen directe aanleiding om mijn beleid op dit punt te veranderen. Eind 2007 is door het onafhankelijke onderzoeksbureau Berenschot een evaluatieonderzoek gedaan naar MVO in het financieel buitenlandinstrumentarium. Uit het onderzoek komt naar voren dat het MVO-toetsingskader, dat bestaat uit de inspanningsverklaring ten aanzien van de OESO-richtlijnen en concrete toegangseisen op terrein van milieu en sociaal, voldoende waarborg vormt voor het MVO-niveau bij de aanvragers6.

  • Mededeling - 9 februari 2011

    Op 21 januari 2011 zijn Kamervragen gesteld door de leden Gesthuizen (SP) en Ortega-Martijn (ChristenUnie) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de minister van Buitenlandse Zaken over de berichten dat een Nederlands bedrijf dat gesteund wordt door de overheid betrokken zou zijn bij «slavernij». Gelet op de noodzakelijke afstemming met het bedrijf en andere betrokken partijen, zal een zorgvuldige beantwoording van de vragen binnen de geldende termijn van drie weken niet mogelijk zijn. De beantwoording zal zo spoedig mogelijk aan uw Kamer worden aangeboden.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2011Z01074
Volledige titel: Vragen van de leden Gesthuizen (SP) en Ortega-Martijn (ChristenUnie) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de minister van Buitenlandse Zaken over de berichten dat een Nederlands bedrijf dat gesteund wordt door de overheid betrokken is bij «slavernij» (ingezonden 21 januari 2011).
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20102011-1844
Volledige titel: Vragen van de leden Gesthuizen (SP) en Ortega-Martijn (ChristenUnie) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de minister van Buitenlandse Zaken over de berichten dat een Nederlands bedrijf dat gesteund wordt door de overheid betrokken is bij «slavernij» (ingezonden 21 januari 2011).