Gepubliceerd: 21 mei 2026
Indiener(s): Enneüs Heerma (CDA), Rob Jetten (D66)
Onderwerpen: bestuur rijksoverheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36951-2.html
ID: 36951-2

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake vervolging en berechting van ambtsdelicten die zijn gepleegd door leden van de Staten-Generaal, Ministers of Staatssecretarissen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Er bestaat grond het hierna in de artikelen II en III omschreven voorstel tot verandering in de Grondwet in overweging te nemen.

ARTIKEL II

Artikel 119 komt te luiden:

Artikel 119

De procureur-generaal bij de Hoge Raad is, behoudens in de gevallen bij de wet bepaald, belast met het geven van de opdracht tot de vervolging van de leden van de Staten-Generaal, de Ministers en de Staatssecretarissen, ook na hun aftreden, wegens ambtsdelicten die in die betrekkingen zijn begaan.

ARTIKEL III

Aan de Grondwet wordt het volgende additionele artikel toegevoegd:

ARTIKEL I

  • 1. Artikel 119 naar de tekst van 1983 blijft gedurende vijf jaren of een bij de wet te bepalen kortere termijn van kracht. Deze termijn kan bij de wet voor ten hoogste vijf jaren worden verlengd.

  • 2. Indien voor het einde van de in het eerste lid bedoelde termijn opdracht is gegeven tot vervolging van een ambtsmisdrijf op grond van artikel 119 naar de tekst van 1983, blijft het recht naar de tekst van 1983 met betrekking tot die opdracht van toepassing tot en met de dag waarop de Hoge Raad hierover uitspraak doet.

  • 3. Dit additionele artikel vervalt met ingang van de dag waarop de termijn, bedoeld in het eerste lid, eindigt, tenzij een of meerdere opdrachten zijn gegeven als bedoeld in het tweede lid. In dat geval vervalt dit additionele artikel met ingang van de dag na die waarop de Hoge Raad in verband met de laatste van dergelijke opdrachten uitspraak doet.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Minister van Justitie en Veiligheid,