Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de naleving, het toezicht op de naleving en de handhaving van voorschriften gesteld op grond van artikel 151a, eerste lid, van de Gemeentewet, wenselijk is een regeling te treffen omtrent de verwerking van bijzondere persoonsgegevens;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Aan artikel 151a van de Gemeentewet worden vier leden toegevoegd, luidende:
4. Gelet op artikel 9, tweede lid, aanhef en onder g, van de Algemene verordening gegevensbescherming, is het verbod om gegevens te verwerken waaruit ras of etnische afkomst blijkt, gegevens over gezondheid of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag, niet van toepassing voor zover bij de verordening, bedoeld in het eerste lid, is bepaald dat deze verwerking noodzakelijk is in verband met de naleving van de op grond van het eerste lid vastgestelde voorschriften door degene die bedrijfsmatig gelegenheid geeft tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel in verband met het toezicht op de naleving en de handhaving van op grond van het eerste lid vastgestelde voorschriften.
5. De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor de doeleinden van die verwerking en worden vernietigd binnen de bij verordening bepaalde termijn, doch uiterlijk zeven jaar na de datum van de eerste verwerking.
6. Bij toepassing van het vierde lid wordt voor de verwerking in verband met het toezicht op de naleving en de handhaving van de betreffende voorschriften bij verordening voorzien in passende en specifieke maatregelen ter bescherming van de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkene als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de Algemene verordening gegevensbescherming, waaronder in ieder geval:
– autorisatiemaatregelen voor de toegang tot persoonsgegevens;
– het loggen van toegang tot persoonsgegevens; en
– het iedere vijf jaar doen verrichten van een gegevensbeschermingsaudit en het zenden van een afschrift van de controleresultaten aan de Autoriteit Persoonsgegevens.
7. Onverminderd de verplichtingen in het kader van het toezicht op en de handhaving van de voorschriften vastgesteld krachtens het eerste lid, wordt bij de verwerking van bijzondere persoonsgegevens in verband met de naleving van de voorschriften die zijn vastgesteld op grond van het eerste lid, voorzien in maatregelen om de toegang tot deze gegevens op fysieke of digitale wijze te beveiligen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Justitie en Veiligheid,