Gepubliceerd: 2 april 2026
Indiener(s): Thierry Aartsen (VVD), Hans Vijlbrief (D66)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36915-XV-2.html
ID: 36915-XV-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief

De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen

1 Begrotingsstaat premiegefinancierd (voorjaarsnota)

Tabel 1 Wijziging begrotingsstaat premiegefinancierd van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

93.330.920

93.330.920

290.609

547.775

547.775

5.677

               
 

Beleidsartikelen

           

1

Arbeidsmarkt

601.110

601.110

0

– 4.759

– 4.759

0

3

Arbeidsongeschiktheid

19.349.266

19.349.266

0

– 51.720

– 51.720

0

5

Werkloosheid

5.252.725

5.252.725

290.609

211.222

211.222

5.677

6

Ziekte en verlofregelingen

6.620.327

6.620.327

0

486.403

486.403

0

8

Oudedagsvoorziening

58.431.096

58.431.096

0

– 18.170

– 18.170

0

9

Nabestaanden

367.233

367.233

0

– 3.204

– 3.204

0

11

Uitvoeringskosten

2.709.163

2.709.163

0

– 71.997

– 71.997

0

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

In deze eerste suppletoire begroting van SZW zijn de effecten van besluiten van het kabinet over de Voorjaarsnota verwerkt. Deze suppletoire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met de Voorjaarsnota.

De memorie van toelichting bestaat uit een algemeen deel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat de belangrijkste suppletoire mutaties op de SZW-begroting (paragraaf 2.1). Vervolgens wordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven, inclusief toelichting. Daarbij worden mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel toegelicht:

Tabel 2 Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden ook de mutaties voor het jaar t+5 (2031) opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1ste suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting (het toevoegen van het jaar t+5) en vervolgens de mutaties van t+5 die met de 1e suppletoire begroting zijn verwerkt. De kolom mutaties 2031 van de budgettaire tabellen toont dus het totale beschikbare budget in 2031 en niet enkel de mutaties die met de 1ste suppletoire begroting in 2031 zijn doorgevoerd.

2 Beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
   

Artikelnummer

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

Stand begroting 2026

 

65.707.199

67.739.081

69.575.055

72.818.393

75.210.529

                 

Nr.

Mutaties coalitieakkoord

             
 

Maatregel 47 Aftrek specifieke zorgkosten Kindgebonden budget

10

– 4.000

– 4.000

– 4.000

– 4.000

 

Maatregel 54 IVA afschaffen effect TW

2

7.000

23.000

 

Maatregel 57 WW-maatregelen

2

78.000

159.000

212.000

 

Maatregel 61 Efficiencytaakstelling

96

– 19.494

– 38.388

– 60.396

– 82.074

– 82.074

 

Maatregel 62 Vernieuwing rijksdienst

96

– 78.431

– 197.761

– 197.761

 

Maatregel 63 Subsidietaakstelling

1, 2

– 1.878

– 1.878

– 1.878

– 1.878

– 1.878

                 
 

Belangrijkste suppletoire mutaties

             
 

Besparingsverlies banenafspraak

2

68.919

         
 

Compensatie Sociaal Ontwikkelbedrijven

2

– 24.465

– 23.759

– 23.063

 

Uitstel Participatiewet in balans

2

– 14.603

 

Versoberen proactieve dienstverlening

4

– 3.320

–10.074

–17.166

–24.527

–28.430

–28.431

 

Uitstel afschaffen AO tegemoetkoming

4

80.518

 

Afschaffen AKW en WKB bij studiefinanciering

10, 11

   

–500

–46.700

–52.900

–52.900

 

Afromen tijdelijke middelen IBO schulden

99

–5.107

–37.542

–99.342

     
 

Afromen extra middelen taaleis

99

–3.710

–10.565

–17.420

–21.990

–21.990

 

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

div

– 379.965

– 281.728

– 176.813

– 153.170

– 210.097

– 213.619

 

Bijstelling rijksbijdrage

12

51.233

461.498

– 51.028

– 18.599

– 195.120

2.349.951

 

Desalderingen

2, 96

596

30.149

30.513

30.513

30.267

30.267

 

Kasschuiven

div

– 11.936

– 127.725

– 10.092

44.851

35.549

69.353

 

Overboekingen van AP

div

503

5.174

 

Overboekingen naar andere departementen

div

– 111.050

– 33.230

– 36.192

– 31.807

– 36.135

– 40.855

 

Herschikkingen met H40

div

264.584

271.265

– 6.444

– 2.787

– 6.785

– 5.919

 

LPO

99

74.785

68.218

57.535

52.260

51.151

50.045

 

Overige mutaties en extrapolatie

div

– 22.082

5.325

6.195

–1.054

8.542

75.374.824

                 
 

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

65.595.291

68.122.088

69.193.827

72.583.248

74.664.868

77.460.013

Toelichting

In de toelichting wordt de relevante informatie opgenomen. Voorop staat de zelfstandige leesbaarheid voor Kamerleden van begrotingsstukken, zeker waar het omvangrijke en/of anderszins belangrijke begrotingsmutaties betreft. Bij beleidsmatige intensiveringen met een budgettaire mutatie van € 20 miljoen of meer in enig jaar wordt verwezen of vooruitgewezen naar een stuk met daarin de door de Kamer te ontvangen informatie conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1).

Mutaties coalitieakkoord

Maatregel 47 Aftrek specifieke zorgkosten Kindgebonden budget

De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten worden per 2028 volledig afgeschaft. Dit betreft de doorwerking van deze maatregel naar het kindgebonden budget.

Maatregel 54 IVA afschaffen (incl. taakherschikking UWV) effect Toeslagenwet (TW)

Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de WIA afgeschaft, waardoor de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) vervalt voor nieuwe IVA-aanvragen per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op het moment van invoering houden dus recht op hun IVA-uitkering. Mensen die zonder deze wijziging aanspraak hadden gemaakt op een IVA-uitkering zullen sneller aanspraak maken voor een toeslag bovenop hun WIA-uitkering vanuit de Toeslagenwet (TW). De uitgaven aan de TW nemen hierdoor toe.

Maatregel 57 WW-maatregelen

De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Dit vervangt het huidige voornemen om de maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden te verkorten. Op 1 januari 2030 wordt de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. Door de doorwerking van de WW naar de WIA heeft deze maatregel ook gevolgen voor de loongerelateerde WGA-uitkering (Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten). Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen over WW, transitievergoeding en van werk naar werk binnen de financiële kaders. De bedragen in tabel 3 betreffen de verwachte hogere uitgaven aan bijstand en besparing op de Toeslagenwet.

Maatregel 61 Efficiencytaakstelling

Een efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid wordt doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement en uitvoering, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen. Deze taakstelling loopt voor SZW op tot € 82 miljoen vanaf 2030.

Maatregel 62 Vernieuwing rijksdienst

Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid wordt een taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid. Deze taakstelling loopt voor SZW op tot structureel € 198 miljoen vanaf 2030.

Maatregel 63 Subsidietaakstelling

De subsidiebudgetten bij de departementen worden structureel verlaagd. De helft van de verlaging wordt voorlopig gedekt uit de subsidieregeling SLIM (Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) en de andere helft uit de subsidiebudgetten van artikel 2. Op een later moment zal worden bezien hoe de subsidietaakstelling definitief ingevuld gaat worden.

Belangrijkste suppletoire mutaties

Besparingsverlies banenafspraak

Door het niet halen van de banenafspraak treedt er in 2026 een besparingsverlies op de bijstandsuitkeringen op en wordt het macrobudget naar boven bijgesteld. Het doel van de banenafspraak is dat mensen met een ziekte of beperking vaker een gewone baan krijgen bij een werkgever. Zo kunnen zij meedoen op de arbeidsmarkt en zelfstandiger werken. Door het niet halen van de banenafspraak treedt er in 2026 een besparingsverlies op de bijstandsuitkeringen op en wordt het macrobudget naar boven bijgesteld.

Compensatie Sociaal Ontwikkelbedrijven

In de SZW-begroting 2026 was aangekondigd dat medewerkers van Sociaal Ontwikkelbedrijven (SO-bedrijven) in 2026 t/m 2028 compensatie krijgen voor de financieel nadelige effecten van het Belastingplan 2025. Echter is binnen het Belastingplan 2026 tot een oplossing voor het financiële nadeel gekomen. Daarom is compensatie niet meer nodig.

Uitstel Participatiewet in balans

De Participatiewet (Pwet) in balans maatregelen bufferbudget en niet-rechthebbende partner kunnen niet halverwege het jaar ingevoerd worden en zijn daarom uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2027.

Versoberen proactieve dienstverlening

Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW versterkt de mogelijkheden van UWV, de SVB en gemeenten om persoonsgegevens in te zetten voor betere bereikbaarheid van mensen met financiële problemen of opeenstapelende problematiek. In het daarbij horende conceptbesluit proactieve dienstverlening SZW wordt de samenwerking tussen de dienstverleners en de gegevensuitwisseling die nodig is voor proactieve dienstverlening uitgewerkt. Voor het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW heeft de aanpassing van de financiering geen gevolgen. Voor het conceptbesluit geldt dat het onderdeel over gegevensuitwisseling voor de Participatiewet nu niet meer in werking treedt totdat er voldoende middelen beschikbaar zijn. Gemeenten ontvangen tot dat moment geen gegevens om mensen met mogelijk recht op algemene bijstand proactief te benaderen.

Uitstel afschaffen AO-tegemoetkoming

Het afschaffen van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten (AO-tegemoetkoming) wordt uitgesteld van 2027 naar 2028. Dit resulteert in hogere uitkeringslasten in 2027 voor onder andere de Wajong (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten).

Afschaffen AKW en WKB bij studiefinanciering

Het kabinet heeft besloten om per 1 januari 2029 het recht op kinderbijslag (AKW) en de daaraan gekoppelde aanspraak op het kindgebonden budget (WKB) af te schaffen voor 16- en 17-jarigen die reeds recht hebben op studiefinanciering. Met deze maatregel wordt beoogd om de samenloop van regelingen te beperken en aan te sluiten bij de situatie van vóór 2020. Tot 2020 bestond er al geen recht op AKW (en daarmee ook WKB) wanneer een 16- of 17-jarig kind recht had op studiefinanciering. Deze uitzondering is destijds geschrapt vanwege de invoering van het leenstelsel. Nu studenten weer recht hebben op een basisbeurs, wordt herinvoering van deze uitzondering passend geacht. Dit beperkt de stapeling van inkomensondersteuning. De middelen worden ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Structureel levert de maatregel circa € 53 miljoen op. De vormgeving van deze maatregel wordt betrokken bij de verdere uitwerking van de nieuwe kindregeling.

Afromen tijdelijke middelen IBO schulden

Op de begroting waren middelen beschikbaar voor de uitwerking van tijdelijke maatregelen voor de preventie van schulden. Deze middelen worden afgeroomd omdat er in het coalitieakkoord een nieuwe envelop met structurele middelen voor armoede en schulden beschikbaar is. In 2026 worden tijdelijke maatregelen voortgezet. De maatregelen vanaf 2027 zijn onderdeel van de uitwerking van de envelop armoede en schulden uit het coalitieakkoord.

Afromen extra middelen taaleis

De extra middelen voor taalaanbod aan bijstandsgerechtigden worden ingezet als onderdeel van de dekking van de budgettaire problematiek bij meerdere uitkeringsregelingen en herstelacties. De middelen waren bedoeld voor gemeenten, door extra taalaanbod konden alle bijstandsgerechtigden die dit nodig hadden, een taalaanbod krijgen. Dit was beoogd als maatregel naast het handhaven van de taaleis in de bijstand.

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

De uitkeringslasten op de SZW-begroting zijn van een actualisatie voorzien op basis van uitvoeringsinformatie van onder andere het UWV, SVB, gemeenten en Toeslagen. Daarnaast zijn de ramingen geactualiseerd naar aanleiding van de laatste macro-economische raming van het CPB. Dit leidt tot een per saldo neerwaartse bijstelling van de uitgaven op Hoofdstuk 15 (Begrotingsgefinancierd). Dit komt voornamelijk doordat de verwachte uitgaven aan Kinderopvangtoeslag, Bijstand, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en Loonkostensubsidie (LKS) neerwaarts zijn bijgesteld.

Bijstelling rijksbijdrage

De rijksbijdragen voor de rijksbijdragen voor de AOW, het Ouderdomsfonds, de Regeling Zelfstandig En Zwanger (ZEZ) en de AO-tegemoetkoming zijn bijgewerkt op basis van CEP. De rijksbijdragen volgen de uitgaven van respectievelijk de fondsen en regelingen.

Desalderingen

Met een desaldering worden gelijktijdig de niet-belastingontvangsten en uitgaven verhoogd, waarmee de middelen beschikbaar komen voor de SZW-begroting. Op een rekening buiten begrotingsverband zijn renteopbrengsten met betrekking tot het Just Transition Fund (JTF) toegekend. Deze worden ingezet om kosten van de Audit Dienst Rijk (ADR) voor het JTF te financieren. Er is een desaldering voor de fictieve renteopbrengsten van het Stimuleringstegemoetkoming Energieprestatie (STEP)-voorschot.

Kasschuiven

Er zijn meerdere kasschuiven waarvan de grootste zijn:

  • De resterende middelen voor de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU) worden ingezet voor de Duurzame inzetbaarheidsagenda. Door middel van een kasschuif van 2026 en 2027 naar latere jaren, worden de middelen voor de Duurzame inzetbaarheidsagenda in het juiste ritme gezet.

  • De ingangsdatum van het wetsvoorstel verbreding doelgroep banenafspraak is uitgesteld van 2028 naar 2029. Daarom worden de middelen voor Loonkostensubsidie (LKS) in de Wajong doorgeschoven.

  • De realisatie van het interdepartementale programma Beter Samenwerken vertraagt. De implementatie verschuift naar 2028.

  • De expeditieregeling wordt gewijzigd in 2026. Hierdoor ontstaat er vertraging in de uitvoering en kunnen subsidies naar verwachting in 2027 voor het eerst worden beschikt en betaald. Door middel van een kasschuif van 2026 naar 2027 wordt het budget in het juiste ritme gezet.

  • Er is een kasschuif van de middelen voor de kwijtschelding van schulden (KvD en SKD) van 2027 en 2028 naar de jaren 2029 tot en met 2031.

  • Daarnaast is er een kasschuif om de middelen voor inburgering in het juiste kasritme te plaatsen van latere jaren naar 2026 en 2027.

Overboekingen van Aanvullende Post bij Financiën

De reservering op de Aanvullende Post bij Financiën voor Caribisch-Nederland wordt in 2027 ingezet om het tijdelijke koopkrachtpakket van 2025 en 2026 te verlengen. Daarvoor wordt in totaal € 5 miljoen overgeboekt naar SZW voor de energietoelage en aanpak van kinderarmoede. Daarnaast wordt het resterende deel van de envelop Arbeidsmarkt, armoede en schulden van kabinet-Rutte IV overgeboekt naar SZW voor uitvoeringskosten van de EU-richtlijn platformwerk.

Interdepartementale overboekingen

Er zijn in totaal 88 overboekingen met andere departementen. De grootste vier zijn overboekingen naar het gemeentefonds: voor Alleenverdienersproblematiek (€ 27,5 miljoen), Vroegsignalering (€ 21,3 miljoen), Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp (€ 19,7 miljoen) en Re-integratiedienstverlening aan afgewezen wajongers (€ 12,5 miljoen).

Herschikkingen met Hoofdstuk 40

  • Er is een budgetneutrale schuif tussen het premie- en begrotingsgefinancierde budget voor de uitvoeringskosten van UWV. Dit komt door de jaarlijkse prijsherijking van de uitvoeringskosten.

  • De vergoedingen die verstrekt worden op basis van de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. Dit betreft de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie en de actie loonloze tijdvakken. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan het UWV bevoorschot.

Eindejaarsmarge

Voor diverse onderdelen is de uitputting van het budget vertraagd tot 2026. De grootste posten hiervan (groter dan € 1 miljoen) zijn:

  • Nationaal Groeifonds (NGF) programma Meer Uren Werkt!: over budgetten van groeifondsprojecten is de afspraak met de fondsbeheerder dat deze bij onderuitputting niet vrijvallen, maar doorgeschoven worden als eindejaarsmarge.

  • De SOWIS-regeling is een subsidieregeling voor werkgevers voor het ondersteunen en faciliteren van statushouders. Het is niet gelukt om alle subsidieaanvragen tijdig te beoordelen in 2025. Het restant van de beoordeling vindt in januari en februari plaats, waardoor de middelen niet in 2025 maar in 2026 nodig zijn.

Overige mutaties en extrapolatie

Er zijn diverse kleinere mutaties.

Tabel 4 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
   

Artikelnummer

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

Stand begroting 2026

 

2.630.327

2.647.827

2.643.839

2.610.926

2.514.520

                 
 

Belangrijkste suppletoire mutaties

             
 

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

div

– 443

– 74.026

– 87.405

– 86.195

– 73.048

– 61.790

 

Desalderingen

2, 96

596

30.149

30.513

30.513

30.267

30.267

 

Overige mutaties en extrapolatie

 

– 290

7.304

306

408

408

2.416.061

                 
 

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

2.630.190

2.611.254

2.587.253

2.555.652

2.472.147

2.384.538

Toelichting

Belangrijkste suppletoire mutaties

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

De uitkeringslasten op de SZW-begroting zijn van een actualisatie voorzien op basis van uitvoeringsinformatie van onder andere het UWV, SVB, gemeenten en Toeslagen. Daarnaast zijn de ramingen geactualiseerd naar aanleiding van de laatste macro-economische raming van het CPB. Dit leidt tot een per saldo neerwaartse bijstelling van de ontvangsten op Hoofdstuk 15. Dit komt voornamelijk doordat de terugontvangsten voor de Kinderopvangtoeslag en het Kindgebonden Budget omlaag zijn bijgesteld.

Desalderingen

Met een desaldering worden gelijktijdig de niet-belastingontvangsten en uitgaven verhoogd, waarmee de middelen beschikbaar komen voor de SZW-begroting. Op een rekening buiten begrotingsverband zijn renteopbrengsten met betrekking tot het Just Transition Fund (JTF) toegekend. Deze worden ingezet om kosten van de Audit Dienst Rijk (ADR) voor het JTF te financieren. Er is een desaldering voor de fictieve renteopbrengsten van het Stimuleringstegemoetkoming Energieprestatie (STEP)-voorschot.

Tabel 5 Belangrijkste suppletoire premiegefinancierde uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
   

Artikelnummer

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

Stand begroting 2026

 

93.330.920

98.497.703

103.485.445

109.075.623

114.253.110

                 

Nr.

Mutaties coalitieakkoord

             
 

Maatregel 54 IVA afschaffen

3, 11

6.000

12.000

13.000

17.000

– 60.000

– 222.700

 

Maatregel 55 Afschaffen CRTV

1, 11

2.000

– 141.000

– 216.000

– 222.000

– 229.000

 

Maatregel 56 verlagen max dagloon

div

10.000

– 644.000

– 658.000

– 676.000

 

Maatregel 57 WW-maatregelen

div

5.000

– 604.000

– 1.150.000

– 1.526.000

 

Maatregel 58 Re-integratiemiddelen

3

– 100.000

– 100.000

– 100.000

– 100.000

                 
 

Belangrijkste suppletoire mutaties

             
 

WW-uitkering beëindigen op eigen initiatief

 

– 23.319

– 41.318

– 36.253

– 33.346

 

Gebruikerskosten Basisregistratie Personen

 

7.747

7.747

7.747

7.747

7.747

7.747

 

Uitvoeringskosten UWV

 

– 89.000

 

Herijking WIA-herstelactie

 

103.870

82.846

75.002

83.742

85.355

87.708

                 
 

Uitstel afschaffen AO tegemoetkoming

 

211.639

 

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

 

737.398

1.049.710

1.169.668

1.009.787

834.602

851.050

 

Bijstelling nominale ontwikkeling

 

– 33.455

– 427.978

– 783.124

– 1.242.202

– 1.673.083

– 1.977.808

 

Premies betaald over uitkeringen

 

84.095

294.962

282.781

254.063

84.803

27.359

 

Kasschuiven

11

– 4.455

– 130.385

7.000

2.055

70.785

55.000

 

Overboekingen naar andere departementen

1

– 124

         
 

Herschikkingen met H15

div

– 264.584

– 271.265

6.444

2.787

6.785

5.919

 

Overige mutaties en extrapolatie

div

283

10.527

7.651

9.913

8.369

119.907.737

                 
 

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

93.878.695

99.339.506

104.022.295

107.615.197

111.452.220

116.177.666

Mutaties coalitieakkoord

Maatregel 54 IVA afschaffen (incl. taakherschikking UWV)

Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de WIA afgeschaft, waardoor de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) vervalt voor nieuwe IVA-aanvragen per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op het moment van invoering houden dus recht op hun IVA-uitkering. Ook maakt het kabinet werk van taakherschikking bij sociaal-medische beoordelingen van het UWV en worden er scherpere voorwaarden gesteld bij het aanvragen van herbeoordelingen.

Maatregel 55 Vervallen Compensatie Regeling Transitievergoeding (CRTV)

In het coalitieakkoord is het volgende opgenomen over de transitievergoeding: «De transitievergoeding wordt momenteel te vaak niet ingezet waar deze voor bedoeld is, namelijk de transitie van werk naar werk. De compensatie voor werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt voor alle werkgevers met ingang van 2028. Dit hangt samen met het anders vormgeven van de transitievergoeding.» Door uitwerking van deze maatregel wordt de raming van de CRTV bijgesteld.

Maatregel 56 verlagen max dagloon

Met deze maatregel wordt per 2029 het maximum dagloon voor alle relevante uitkeringsregelingen (IVA, WGA, WAO, WW, ZW, WAZO, WIEG en WBO) verlaagd met 20%. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen. De koppeling met het maximum premieloon blijft behouden, wat resulteert in minder premie-inkomsten voor de overheid. Om te zorgen voor een verbetering van het EMU-saldo zal hier tegenover een lastenverzwaring komen te staan. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen gericht op hervorming van het stelsel van loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, binnen de financiële kaders.

Maatregel 57 WW-maatregelen

De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Dit vervangt het huidige voornemen om de maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden te verkorten. Op 1 januari 2030 wordt de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. Door de doorwerking van de WW naar de WIA heeft deze maatregel ook gevolgen voor de loongerelateerde WGA-uitkering. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen over WW, transitievergoeding en van werk naar werk binnen de financiële kaders. De bedragen in tabel 5 hebben betrekking op de besparingen op de WW-uitkering, de WGA-uitkering en de uitvoeringskosten van UWV.

Maatregel 58 Re-integratiemiddelen

Dit betreft een voorlopige reservering van de ombuiging op de re-integratiemiddelen vanaf 2028 van het Coalitieakkoord op dit begrotingsartikel. De komende maanden wordt deze maatregel nader ingevuld. Tegenover deze ombuiging staat een verhoging van het budget voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Deze verhoging staat gereserveerd op de Aanvullende Post.

Belangrijkste suppletoire mutaties

WW-uitkering beëindigen op eigen initiatief

Met deze maatregel wordt het voor WW-gerechtigden altijd mogelijk gemaakt om op eigen verzoek de WW-uitkering te laten beëindigen. De geldende voorwaarden voor het zelf stopzetten van een WW-uitkering komen te vervallen. Dit heeft een verlagend effect op de uitkeringslasten van de WW. Deze werkwijze wordt momenteel al gedoogd, in verband met het vrijmaken van uitvoeringscapaciteit bij UWV voor de WIA-herstelactie. De verwachting is dat per 2028 de wet hierop is aangepast.

Gebruikerskosten Basisregistratie Personen

Het UWV, SVB, BIDN (Bureau Informatie Diensten Nederland), BKWI (Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen) en NLA maken gebruik van de Basisregistratiepersoonsgegevens (BRP). De kosten voor de BRP stijgen al een aantal jaar, waardoor deze verwerkt worden in de prijs. Dit resulteert in hogere kosten.

Meevallers UWV

Doordat er incidentele meevallers zijn binnen het UWV wordt het toegekende uitvoeringsbudget beleidsmatig naar beneden bijgesteld voor het jaar 2026. De meevallers komen voornamelijk door een pensioenmeevaller, en onderuitputting bij een aantal onderdelen van het UWV.

Herijking WIA-herstelactie

De ramingen met betrekking tot de WIA-herstelactie zijn in het voorjaar 2026 herijkt. Dit betreft de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie en de actie loonloze tijdvakken. Sinds de voorjaarsbesluitvorming 2025 is er vanuit het UWV nieuwe informatie beschikbaar gekomen over het aantal uitkeringen waarbij het dagloon aangepast dient te worden en hoe groot deze aanpassing is. Voor de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie leidt dit tot beperkte budgettaire bijstellingen. Bij de actie loonloze tijdvakken nemen de totale uitgaven in 2026 naar verwachting toe met ongeveer € 155 miljoen in 2031. Tot slot zijn er minder middelen nodig voor de uitvoering van de herstelactie dan eerder verwacht.

Uitvoeringsinformatie WIA

De uitgaven aan de WIA worden opwaarts bijgesteld met € 285 miljoen in 2026, oplopend naar € 1.065 miljoen in 2031. Dit betreft een samengesteld effect van een meevaller op de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en een grotere tegenvaller op de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA). Het grootste deel van de stijgende WIA-uitgaven wordt veroorzaakt door de stijging van het aantal aanvragen, onder andere door een toename van het aantal mensen met psychische aandoeningen op basis van recente realisaties. Naast de stijgende instroom leiden langere wachttijden voor WIA-beoordelingen tot hogere uitgaven. Een deel van de bijstelling van het budget wordt voor de jaren vanaf 2029 gereserveerd op de Aanvullende Post (€ 152 miljoen in 2029, oplopend naar € 506 miljoen in 2031). In de komende maanden beraadt het kabinet zich op manieren om de instroom in de WIA te beheersen, mede in overleg met sociale partners.

Uitstel afschaffen AO-tegemoetkoming

Eerder is besloten de arbeidsongeschiktheidstegemoetkoming af te schaffen. Het afschaffen wordt een jaar uitgesteld. Hierdoor ontstaat er een besparingsverlies.

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

De uitkeringslasten op de SZW-begroting zijn van een actualisatie voorzien op basis van uitvoeringsinformatie van onder andere het UWV, SVB, gemeenten en Toeslagen. Daarnaast zijn de ramingen geactualiseerd naar aanleiding van de laatste macro-economische raming van het CPB. Dit leidt tot een per saldo opwaartse bijstelling van de uitgaven op Hoofdstuk 40. Dit komt voornamelijk door een hoger dan eerder verwachte instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen en tegenvallers in de Ziektewet en verlofregelingen.

Bijstelling nominale ontwikkeling

Dit betreft de bijstelling van de reserveringen om uitkeringen in de toekomst te indexeren. Deze reserveringen zijn bijgesteld naar aanleiding van mutaties in de uitkeringslasten van de betreffende regelingen (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexatiepercentages van lonen en prijzen op basis van de laatste macro-economische raming van het CPB.

Premies betaald over uitkeringen

Dit betreft de bijstelling van de werkgeverspremies betaald over uitkeringen naar aanleiding van mutaties in de uitkeringslasten van de betreffende regelingen (grondslag) en wijzigingen in de premietarieven.

Diverse kasschuiven

  • Door vertraging bij het wetsvoorstel vereenvoudiging verlofstelsel schuiven de implementatiekosten bij UWV op.

  • Er is een kasschuif voor de uitvoeringskosten UWV van 2027 naar 2030 en 2031 ter ontlasting van het beeld in 2027.

  • De ingangsdatum van het wetsvoorstel verbreding doelgroep banenafspraak is uitgesteld van 2028 naar 2029. Daarom worden de implementatiekosten voor Loonkostensubsidie (LKS) aan de WIA doelgroep doorgeschoven.

  • Er is een kasschuif voor het uitvoeren van het wetsvoorstel SKD (Regeling specifieke uitkering kwijtschelding schulden).

Overboekingen naar andere departementen

Er is een interdepartementale overboeking naar VWS voor de compensatie transitievergoeding van € 0,1 miljoen.

Herschikkingen met Hoofdstuk 15

  • Er is een budgetneutrale schuif tussen het premie- en begrotingsgefinancierde budget voor de uitvoeringskosten van UWV. Dit komt door de jaarlijkse prijsherijking van de uitvoeringskosten.

  • De vergoedingen die verstrekt worden op basis van de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. Dit betreft de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie en de actie loonloze tijdvakken. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan het UWV bevoorschot.

Overige mutaties en extrapolatie

Er zijn diverse kleinere mutaties.

Tabel 6 Belangrijkste suppletoire premiegefinancierde ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
   

Artikelnummer

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

Stand begroting 2026

 

290.609

302.556

345.858

364.261

363.231

                 

Nr.

Mutaties coalitieakkoord

             
                 
 

Belangrijkste suppletoire mutaties

             
 

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

5

5.972

3.173

14.067

34.933

2.099

1.490

 

Bijstelling nominale ontwikkeling

5

– 295

– 626

880

4.083

– 1.674

– 2.296

 

Overige mutaties en extrapolatie

5

         

378.019

                 
 

Stand 1e suppletoire begroting 2026

 

296.286

305.103

360.805

403.277

363.656

377.213

Belangrijkste suppletoire mutaties

Ramingsbijstellingen uitkeringslasten

Op basis van voorlopige realisaties van UWV wordt het verhaal van WW-lasten bij overheidswerkgevers (UFO-ontvangsten) meerjarig bijgesteld. De UFO-ontvangsten vallen hoger uit dan eerder verwacht, wat leidt tot een meevaller op de WW-uitgaven.

Bijstelling nominale ontwikkeling

Dit betreft de bijstelling van de reservering om de UFO-ontvangsten in de toekomst te indexeren. Deze reservering is bijgesteld naar aanleiding van de mutatie in de ontvangsten (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexatiepercentages van lonen en prijzen op basis van de laatste macro-economische raming van het CPB.

Overige mutaties en extrapolatie

Dit betreft de extrapolatie van de ontvangsten in 2031.

Mutaties coalitieakkoord SZW

Tabel 7 Alle mutaties Coalitieakkoord SZW

Maatregel x € 1 mln.

Begrotingshoofdstuk

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Struc.

CA 47. Aftrek specifieke zorgkosten

H15

– 4

– 4

– 4

– 4

– 4

CA 50. Versterking van gezinnen

H861

300

600

600

600

600

600

CA 51. Leven lang ontwikkelen

H861

100

100

100

100

100

CA 52. Aanpak armoede en problematische schulden

H861

125

150

150

150

150

150

CA 53. Commissie sociaal minimum BES

H861

30

30

30

30

30

30

CA 54. WIA: IVA afschaffen (incl. taakherschikking UWV)

H15, H40

6

12

13

17

– 53

– 179

– 1.151

CA 55. Vervallen Compensatie Regeling Transitievergoeding

H40

2

– 141

– 216

– 222

– 229

– 262

CA 56. Verlagen maximumdagloon met 20% per 2029

H15, H40

10

– 644

– 658

– 697

– 813

CA 57. Hervorming WW

H15, H40

5

– 526

– 991

– 1.314

– 1.320

CA 58. Re-integratiemiddelen

H40

– 100

– 100

– 100

– 100

– 100

CA 60. 1 op 1 koppeling AOW-leeftijd aan levensverwachting per 1-1-2033

H40

– 2.772

CA 61. Efficiencytaakstelling

H15

– 19

– 38

– 60

– 82

– 82

– 82

CA 62. Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

H15

– 78

– 198

– 198

– 198

CA 63. Subsidietaakstelling

H15

– 2

– 2

– 2

– 2

– 2

– 2

Totaal

 

6

448

623

– 734

– 1.430

– 1.924

– 5.824

X Noot
1

deze is op de aanvullende post ingeboekt

Toelichting

Maatregel 47 Aftrek specifieke zorgkosten

De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten worden per 2028 volledig afgeschaft.

Maatregel 50 Versterking van gezinnen

Het kindgebonden budget en de kinderbijslag worden samengevoegd in één regeling en uitgevoerd door SVB. Om meer zekerheid voor ouders te creëren wordt het vaste bedrag euro verhoogd en het variabele bedrag verlaagd, zodat alle gezinnen erop vooruitgaan. De kindbedragen worden maandelijks uitgekeerd. Voor meer eenvoud en zekerheid wordt structureel 600 miljoen gereserveerd.

Maatregel 51 Leven lang ontwikkelen

Voor Leven lang ontwikkelen komt structureel geld beschikbaar. Hiertoe worden in overleg met sociale partners gerichte maatregelen uitgewerkt.

Maatregel 52 Aanpak armoede en problematische schulden

Het kabinet werkt toe naar meer harmonisering van inkomensondersteunende (lokale) overheidsregelingen, zodat deze begrijpelijker worden en minder verschillen tussen gemeenten. Het kabinet stelt een envelop beschikbaar voor versterking van de bestrijding van armoede en het verder brengen van een effectieve aanpak en preventie van problematische schulden. Voor deze aanpak van armoede en problematische schulden is € 150 miljoen structureel gereserveerd.

Maatregel 53 Commissie sociaal minimum BES

Er wordt € 30 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor armoedeproblematiek in Caribisch Nederland en de verdere implementatie van de aanbevelingen van de Commissie Sociaal Minimum Caribisch Nederland.

Maatregel 54 IVA afschaffen effect TW

Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de WIA afgeschaft, waardoor de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) vervalt voor nieuwe aanvragers. Deze maatregel gaat in per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op het moment van invoering houden dus recht op hun IVA-uitkering. Ook maakt het kabinet werk van taakherschikking bij sociaal-medische beoordelingen van het UWV en worden er scherpere voorwaarden gesteld bij het aanvragen van herbeoordelingen.

Maatregel 55 Vervallen Compensatie Regeling Transitievergoeding

De transitievergoeding wordt momenteel te vaak niet ingezet waar deze voor bedoeld is, namelijk de transitie van werk naar werk. De compensatie voor werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt voor alle werkgevers met ingang van 2028. Dit hangt samen met het anders vormgeven van de transitievergoeding.

Maatregel 56 Verlagen maximum dagloon met 20% per 2029

Met deze maatregel wordt per 2029 het maximum dagloon voor alle relevante uitkeringsregelingen verlaagd met 20%. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen. De koppeling met het maximum premieloon blijft behouden, wat resulteert in minder premie-inkomsten voor de overheid. Om te zorgen voor een verbetering van het EMU-saldo zal hier tegenover een lastenverzwaring komen te staan. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen gericht op hervorming van het stelsel van loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, binnen de financiële kaders.

Maatregel 57 Hervorming WW

De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Dit vervangt het huidige voornemen om de maximale WW-duur van 24 naar 18 maanden te verkorten. Op 1 januari 2030 wordt de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. Door de doorwerking van de WW naar de WIA heeft deze maatregel ook gevolgen voor de loongerelateerde WGA-uitkering. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen over WW, transitievergoeding en van werk naar werk binnen de financiële kaders. De bedragen in tabel 7 betreffen de verwachte hogere uitgaven aan bijstand en besparing op de Toeslagenwet.

Maatregel 58 Re-integratiemiddelen

In het licht van het bevorderen van leven lang ontwikkelen en van werk naar werk en het verstevigen van de stimulansen in het stelsel, verlaagt het kabinet de re-integratiebudgetten met € 100 miljoen. Dit bedrag wordt beschikbaar gesteld voor een Leven lang ontwikkelen.

Maatregel 59 Bevriezen aftoppingsgrens voor 6 jaar

Het maximum pensioengevend loon wordt per 2027 voor een periode van zes jaar niet geïndexeerd. Hierdoor blijft het maximum tot en met 2032 bevroren op € 137.800. Dit is het niveau van 2026. Dit betekent dat de subsidiëring van de pensioenopbouw van de hoogste inkomens beperkt wordt.

Maatregel 60 1-op-1 koppeling AOW-leeftijd aan levensverwachting per 1-1-2033

Het kabinet gaat in 2033 over naar een 1-op-1 koppeling van de AOW aan de levensverwachting. Momenteel is de AOW-leeftijd voor twee-derde gekoppeld aan de levensverwachting. Door deze maatregel stijgt de AOW-leeftijd weer 100 procent mee met de verdere levensverwachting. De hoogte van de AOW-uitkering blijft ongewijzigd en groeit mee met de welvaartsontwikkeling.

Maatregel 61 Efficiencytaakstelling

Een efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid wordt doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement en uitvoering, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen.

Maatregel 62 Vernieuwing rijksdienst

Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de Rijksoverheid wordt een taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een slagvaardige overheid.

Maatregel 63 Subsidietaakstelling

De subsidiebudgetten bij de departementen worden structureel verlaagd.

3 Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1 Arbeidsmarkt

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 1 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting

t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

259.545

0

259.545

17.201

276.746

– 205.869

– 1.714

959

1.923

336.683

                       
 

Uitgaven

587.419

0

587.419

– 5.323

582.096

– 131.425

– 6.341

43.175

38.933

386.639

                       

1.0

Arbeidsmarkt

587.419

0

587.419

– 5.323

582.096

– 131.425

– 6.341

43.175

38.933

386.639

 

Inkomensoverdrachten

112.245

0

112.245

– 19.916

92.329

– 2.111

– 154

713

1.940

218.140

 

Loonkostenvoordelen

112.245

0

112.245

– 19.916

92.329

– 2.111

– 154

713

1.940

218.140

 

Subsidies (regelingen)

414.110

0

414.110

19.814

433.924

– 134.232

– 12.609

39.039

31.102

97.640

 

Overige subsidies algemeen

6.314

0

6.314

3.435

9.749

4.148

2.331

4.078

41

3.390

 

Duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen

14.065

0

14.065

– 4.108

9.957

6.559

3.999

2.000

3.000

16.674

 

Stimuleringsregeling LLO in MKB

71.900

0

71.900

– 12.000

59.900

– 939

– 939

– 939

– 939

39.976

 

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid

0

0

0

29.499

29.499

0

0

0

0

0

 

Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden

317.128

0

317.128

640

317.768

– 160.000

– 40.000

0

0

0

 

Subsidie meer uren werkt

4.703

0

4.703

1.848

6.551

0

0

0

0

0

 

Subsidieregeling duurzame inzetbaarheid

0

0

0

500

500

16.000

22.000

33.900

29.000

37.600

 

Opdrachten

50.560

0

50.560

– 1.617

48.943

4.368

6.172

3.423

5.891

52.955

 

Opdrachten

50.560

0

50.560

– 1.617

48.943

4.368

6.172

3.423

5.891

52.955

 

Bekostiging

100

0

100

550

650

550

250

0

0

100

 

Bekostiging

100

0

100

550

650

550

250

0

0

100

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

4.131

0

4.131

– 3.946

185

0

0

0

0

4.781

 

Ministerie van VWS

56

0

56

0

56

0

0

0

0

706

 

Ministerie van EZ en LVVN

4.075

0

4.075

– 3.946

129

0

0

0

0

4.075

 

Bijdrage aan agentschappen

4.973

0

4.973

0

4.973

0

0

0

0

4.973

 

Agentschap RIVM

4.875

0

4.875

0

4.875

0

0

0

0

4.875

 

Agentschap CJIB

98

0

98

0

98

0

0

0

0

98

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.300

0

1.300

– 208

1.092

0

0

0

0

8.050

 

DU Work in NL

1.300

0

1.300

– 208

1.092

0

0

0

0

8.050

                       
 

Ontvangsten

17.680

0

17.680

– 3.100

14.580

– 3.100

– 3.100

– 3.100

– 3.100

14.580

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 9 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 1
 

2026

juridisch verplicht

92,0%

bestuurlijk gebonden

8,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 5,3 miljoen bij de uitgaven en € 17,2 miljoen bij de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is – € 3,1 miljoen. De uitgaven op artikel 1 Arbeidsmarkt zijn voor 92% juridisch verplicht en voor 8% bestuurlijk gebonden voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Verplichtingen artikel 1

  • De expeditieregeling wordt gewijzigd in 2026. Hierdoor ontstaat vertraging in de uitvoering en kunnen subsidies naar verwachting voor het eerst in 2027 worden beschikt en uitbetaald. Daarom vindt er een verplichtingenschuif van 2026 naar 2027 plaats van € 19,0 miljoen.

  • De budgetten van 2026 en 2027 voor collectieve aanvragen voor de SLIM-Scholingssubsidie worden samengevoegd en in 2026 beschikbaar gesteld. Daarom wordt een deel van de verplichtingenruimte (€ 16,8 miljoen) verplaatst van 2027 naar 2026.

  • Bij de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU) vindt een verplichtingenschuif plaats om aan te sluiten bij de verwachte kasuitgaven van de MDIEU. Het verplichtingen- en kasritme zijn niet hetzelfde, omdat verplichtingen aangegaan worden als een subsidie wordt afgegeven, terwijl kasuitgaven zich over aantal jaar uitspreiden. Cumulatief sluit het verplichtingenbudget aan op het kasbudget.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft de uitgaven aan de regeling Loonkostenvoordelen (LKV’s). Het LKV wordt in het jaar t+1 uitbetaald. Op basis van de voorlopige realisaties over 2025 is de raming vanaf 2026 naar beneden bijgesteld. Met name de LKV voor de doelgroep banenafspraak (– € 14,4 miljoen) en de LKV ouderen (– € 5,2 miljoen) vallen lager uit dan verwacht.

Subsidies

Stimuleringsregeling LLO in MKB (SLIM)

Van het programmabudget van SLIM is 67% juridisch verplicht. De Slim-Scholingssubsidie heeft voor 2026 een budget van € 35 miljoen voor collectieve aanvragen. Dit budget wordt naar rato van het aantal werkenden verdeeld over de sectoren Onderwijs, Kinderopvang, Techniek, Groen en Zorg en Welzijn. Het deel voor Zorg en Welzijn is € 12 miljoen. De Slim-Scholingssubsidie kent dezelfde beleidsdoelen en doelgroep als een soortgelijke regeling van VWS: Strategisch Opleiden voor Zorg en Welzijn. De subsidies zijn gericht op werkgevers en hebben beiden tot doel om instroom en doorstroom te bevorderen. Om onnodige concurrentie tussen deze subsidies en versnippering tegen te gaan wordt het deel van het budget dat bestemd is voor de sector Zorg en Welzijn overgemaakt naar VWS om bij het budget voor de genoemde subsidieregeling te voegen.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)

In 2026 loopt het vaststellingsproces voor de verschillende NOW-tranches door. SZW rekent met UWV kosten voor de NOW af als bedrijven achteraf meer of minder recht blijken te hebben op de subsidie. De afrekening in 2026 met UWV bedraagt naar verwachting € 29,5 miljoen. Dit volgt onder andere uit kosten voor het afhandelen van bezwaar en beroep en openstaande vorderingen die oninbaar zijn geworden.

Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU)

De resterende MDIEU-middelen worden ingezet voor de uitwerking van de Duurzame inzetbaarheidsagenda, die het kabinet en sociale partners zijn overeengekomen als onderdeel van het akkoord «Gezond naar het pensioen» van oktober 2024. Met een kasschuif wordt een deel van het kasbudget van MDIEU voor 2027 en 2028 naar 2026 en 2029 tot en met 2031 geschoven. Deze middelen worden ingezet voor de Duurzame inzetbaarheidsagenda.

Subsidieregeling Duurzame Inzetbaarheid

In oktober 2024 is het kabinet met de sociale partners tot een «Gezond naar het pensioen» akkoord gekomen. Een van de afspraken uit dit akkoord is het uitwerken van een gerichte en doeltreffende duurzame inzetbaarheidsagenda: de DI-agenda. De agenda heeft als doel om de langdurige blootstelling aan zwaar werk te verminderen via verbetering van arbeidsomstandigheden zodat zwaar werk minder zwaar wordt en stimulering van een tijdige overgang van zwaar naar lichter werk met bijzondere ondersteuning voor het mkb. Een van de beleidsinstrumenten is de nieuwe subsidieregeling «Duurzame Inzetbaarheid».

Opdrachten

Van het opdrachtenbudget op artikel 1 is naar schatting 35% juridisch verplicht en 62% bestuurlijk gebonden. Deze inschatting is gemaakt op basis van de openstaande verplichtingen en bestedingsplannen in 2026. Dit budget wordt divers ingezet voor het stimuleren van gezond en veilig werken, evenwichtige arbeidsverhoudingen en handhaving.

Bekostiging

De jaarlijkse bijdrage aan de SER Commissie Klachtenbehandeling Aanstellingskeuringen is 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

De bijdragen aan andere begrotingen zijn voor 100% juridisch verplicht. Dit betreft de jaarlijkse bijdrage aan de Gezondheidsraad en aan «Registration, Evaluation, Authorisation and restriction of Chemicals and Classification, Labelling and Packaging» (REACH CLP) van VWS. Verder betreft dit een bijdrage aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) van LVVN en aan EZ ten behoeve van TNO/MAPA.

Bijdrage aan agentschappen

De bijdragen aan agentschappen zijn voor 100% juridisch verplicht. Dit is de jaarlijkse kennisvraag aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de bijdrage aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).

Bijdrage aan medeoverheden

De bijdrages aan medeoverheden betreffen reserveringen voor de verlenging van decentrale uitkeringen ten behoeve van het programma Work in NL. Dit budget is 100% bestuurlijk gebonden.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 1 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

601.110

0

601.110

– 4.759

596.351

– 63.635

– 174.244

– 242.368

– 256.640

2

                       
 

Uitgaven

601.110

0

601.110

– 4.759

596.351

– 63.635

– 174.244

– 242.368

– 256.640

2

                       

1.0

Arbeidsmarkt

601.110

0

601.110

– 4.759

596.351

– 63.635

– 174.244

– 242.368

– 256.640

2

 

Inkomensoverdrachten

601.110

0

601.110

– 4.759

596.351

– 63.635

– 174.244

– 242.368

– 256.640

2

 

Compensatieregeling transitievergoeding na langdurige AO

564.735

0

564.735

– 3.775

560.960

– 57.997

– 147.875

– 198.298

– 203.705

0

 

Compensatieregeling transitievergoeding bij pensionering of overlijden

10.700

0

10.700

– 263

10.437

– 263

– 7.220

– 10.698

– 10.698

2

 

Transitievergoeding na 2 jaar ziekte nominaal

25.198

0

25.198

– 700

24.498

– 5.317

– 18.253

– 31.664

– 40.129

0

 

Compensatieregeling Transitievergoeding MKB nominaal

477

0

477

– 21

456

– 58

– 896

– 1.708

– 2.108

0

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 4,8 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

Compensatieregeling transitievergoeding na 2 jaar ziekte (CRTV LAO)

Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV is de raming van de CRTV LAO neerwaarts bijgesteld. De neerwaartse bijstelling is circa € 3,8 miljoen in 2026 en loopt op tot circa € 203,7 miljoen in 2030. In 2026 en 2027 is dit het per saldo effect van een neerwaartse bijstelling van de gemiddelde hoogte van de CRTV LAO een opwaartse bijstelling van het verwachtte aantal toekenningen. Vanaf 2028 heeft de neerwaartse bijstelling te maken met het afschaffen van de Compensatieregeling per 1 januari 2028.

Compensatieregeling transitievergoeding bij pensionering of overlijden van de werkgever (CRTV BE)

Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV is de raming van de CRTV BE neerwaarts bijgesteld. De neerwaartse bijstelling is circa € 0,3 miljoen in 2026 en loopt op tot circa € 10,7 miljoen in 2030. In 2026 en 2027 is dit het per saldo effect van een neerwaartse bijstelling van de gemiddelde hoogte van de CRTV BE en een opwaartse bijstelling van het verwachtte aantal toekenningen. Vanaf 2028 wordt de regeling neerwaarts bijgesteld, omdat rekening gehouden wordt met het afschaffen van de Compensatieregeling per 1 januari 2028.

3.2 Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 2 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

9.248.579

3.000

9.251.579

– 60.290

9.191.289

4.809

– 3.344

25.733

23.917

10.093.481

                       
 

Uitgaven

9.256.442

3.000

9.259.442

– 60.290

9.199.152

4.809

– 3.344

25.733

23.917

10.102.131

                       

2.0

Bijstand, Participatiewet en toeslagenwet

9.256.442

3.000

9.259.442

– 60.290

9.199.152

4.809

– 3.344

25.733

23.917

10.102.131

 

Inkomensoverdrachten

8.999.432

0

8.999.432

3.076

9.002.508

6.298

7.250

16.533

21.868

9.997.524

 

Macrobudget participatiewetuitkering en intertemporele tegemoetkoming

7.945.994

0

7.945.994

– 20.166

7.925.828

– 28.109

2.021

10.003

9.111

8.778.231

 

Tozo en Bijstand zelfstandigen bedrijfskrediet (Bbz 2004)

6.306

0

6.306

529

6.835

139

139

139

139

6.656

 

Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)

532.172

0

532.172

5.343

537.515

8.836

12.385

16.924

22.023

645.184

 

Toeslagenwet (TW)

502.417

0

502.417

17.071

519.488

24.936

– 8.001

– 11.383

– 10.376

553.599

 

Bijstand overig

795

0

795

– 9

786

– 17

– 8

7

11

614

 

Onderstand (Caribisch Nederland)

11.748

0

11.748

308

12.056

513

714

843

960

13.240

 

Subsidies (regelingen)

143.838

3.000

146.838

– 21.659

125.179

5.073

2.337

429

556

43.627

 

Stichting Beheer Collectieve Middelen (SBCM)

2.800

0

2.800

0

2.800

0

0

0

0

2.800

 

NIBUD

693

0

693

116

809

0

0

0

0

693

 

Overige subsidies algemeen

32.803

3.000

35.803

2.761

38.564

1.101

1.101

– 939

– 939

12.507

 

Alle kinderen doen mee

15.332

0

15.332

0

15.332

0

0

0

0

16.362

 

Energiefonds

60.000

0

60.000

– 20.000

40.000

0

0

0

0

0

 

Geldzorgen Armoede en Schulden (Gas)

10.000

0

10.000

– 510

9.490

– 446

– 289

– 157

– 30

0

 

Subsidies Arbeidsmarktinfrastructuur

22.210

0

22.210

– 4.026

18.184

4.418

1.525

1.525

1.525

11.265

 

Opdrachten

36.129

0

36.129

11.422

47.551

17.159

4.796

3.389

2.003

42.962

 

Opdrachten algemeen

29.016

0

29.016

12.120

41.136

16.660

3.697

2.135

2.087

42.295

 

Opdrachten Arbeidsmarktinfrastructuur

7.113

0

7.113

– 698

6.415

499

1.099

1.254

– 84

667

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

2.200

0

2.200

350

2.550

0

0

0

0

2.200

 

Financiën

2.200

0

2.200

350

2.550

0

0

0

0

2.200

 

Bijdrage aan sociale fondsen

10.000

0

10.000

0

10.000

0

0

0

0

10.000

 

Pensioenfonds Wsw

10.000

0

10.000

0

10.000

0

0

0

0

10.000

 

Bijdrage aan agentschappen

510

0

510

– 210

300

– 510

– 510

– 510

– 510

0

 

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

510

0

510

– 510

0

– 510

– 510

– 510

– 510

0

 

DUO

0

0

0

300

300

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

64.324

0

64.324

– 53.493

10.831

– 23.211

– 17.217

5.892

0

5.809

 

Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek

28.918

0

28.918

– 28.918

0

– 4.452

5.846

5.892

0

0

 

Bijzondere uitkeringen

9.272

0

9.272

0

9.272

5.000

0

0

0

4.250

 

Sociaal ontwikkelbedrijven

24.575

0

24.575

– 24.575

0

– 23.759

– 23.063

0

0

0

 

SPUK Grensinformatiepunten

1.559

0

1.559

0

1.559

0

0

0

0

1.559

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

9

0

9

0

9

0

0

0

0

9

 

Contributie Administratief Centrum voor de sociale zekerheid van de Rijnvarenden (CASS)

9

0

9

0

9

0

0

0

0

9

                       
 

Ontvangsten

55.357

0

55.357

8.400

63.757

7.251

– 31

176

217

9.209

Tabel 12 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 2
 

2026

juridisch verplicht

98,9%

bestuurlijk gebonden

0,7%

beleidsmatig gereserveerd

0,4%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 60,3 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is € 8,4 miljoen. De uitgaven op artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet zijn voor 98,9% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn voor 100% juridisch verplicht. In algemene zin geldt dat inkomensoverdrachten die gebaseerd zijn op wet- en regelgeving voor 100% juridisch verplicht zijn. De inkomensoverdrachten worden gefinancierd door rijksbijdragen aan uitvoerende instellingen, zoals gemeenten (Macrobudget participatiewetuitkeringen, dat vóór oktober 2025 wordt toegekend/verplicht en betrekking heeft op 2026), UWV (Toeslagenwet € 519,5 miljoen) en de SVB (AIO € 538,1 miljoen).

Macrobudget participatiewetuitkering en intertemporele tegemoetkoming

  • Het budget voor het macrobudget Participatiewetuitkering is naar beneden bijgesteld met € 20,2 miljoen in 2026. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de verwerking van de conjunctuur en de voorlopige realisaties van 2025 in de raming van de bijstandsuitgaven. Doordat het CPB een hogere werkloze beroepsbevolking verwacht in de komende jaren, worden de bijstandsuitgaven opwaarts bijgesteld met € 23,3 miljoen in 2026, € 86,4 miljoen in 2027, € 112,1 miljoen in 2028, € 56,4 miljoen in 2029. Voor 2030 verwacht het CPB een lagere werkloze beroepsbevolking waardoor de bijstandsuitgaven in 2030 met € 26,1 miljoen naar beneden worden bijgesteld. De verwerking van de voorlopige realisaties van 2025 zorgt voor een neerwaartse bijstelling van € 59,4 miljoen in 2026, € 59,7 miljoen in 2027, € 60,2 miljoen in 2028, € 60,6 miljoen in 2029 en € 61,0 miljoen in 2030.

  • De raming voor de Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers (IOAW-raming) is aangepast als gevolg van de bijstelling van het doorstroompercentage (doorstroom uit de WW) en de nieuwe WW-uitstroomcijfers. De verwachte uitstroom vanuit de WW daalt in 2025 waardoor ook de doorstroom van de WW naar de IOAW daalt. In 2026 leidt dit tot een neerwaartse bijstelling van de IOAW-raming van € 2,2 miljoen. Dit loopt op tot een neerwaartse bijstelling van € 5,2 miljoen in 2030.

  • In 2026 wordt de banenafspraak (wederom) niet gehaald waardoor er een besparingsverlies op de bijstand ontstaat. In totaal bedraagt dit geraamde besparingsverlies € 68,9 miljoen in 2026, waarvan € 33,6 miljoen wordt veroorzaakt door de markt en € 35,3 miljoen door het Rijk.

  • De Participatiewet in balans maatregelen bufferbudget en niet-rechthebbende partner kunnen niet halverwege het jaar ingevoerd worden en zijn daarom uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2027. Dit is in de raming verwerkt en zorgt ervoor dat het macrobudget in 2026 met € 14,0 miljoen naar beneden wordt bijgesteld.

  • De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Op 1 januari 2030 wordt ook de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 uit 52 gewerkte weken en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. Deze maatregelen op de WW-uitkering leiden naar verwachting tot hogere uitgaven aan de bijstand. De hogere uitgaven aan bijstand bedragen naar verwachting ongeveer € 81,0 miljoen in 2029, € 171,0 miljoen in 2030 en € 228,0 miljoen in 2031.

  • Het kabinet heeft besloten om de reservering van middelen voor vereenvoudiging van de Toeslagenwet structureel vrij te laten vallen. Deze middelen zijn ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Daarbij is voor 2029 t/m 2031 ook een schuif van circa € 17,2 miljoen per jaar van de Toeslagenwet naar de bijstand ingeboekt.

  • Verder zijn ook de middelen voor de bijstand in het kader van het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Het gaat om € 3,3 miljoen in 2026 oplopend tot € 28,4 miljoen in 2031.

Tabel 13 Uitsplitsing macrobudget participatiewetuitkeringen (x € 1.000)
 

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Macrobudget Participatiewetuitkeringen en intertemporele tegemoetkoming

– 20.166

– 28.109

2.021

10.003

9.111

8.778.231

             

Algemene bijstand

16.030

18.038

50.825

62.073

64.631

7.874.170

Loonkostensubsidie

– 37.144

– 39.197

– 41.065

– 42.889

– 44.713

836.372

IOAW

– 2.647

– 6.245

– 7.142

– 8.642

– 10.327

26.934

IOAZ

– 3.206

– 3.157

– 3.073

– 3.015

– 2.957

2.403

Bbz levensonderhoud

2.426

2.453

2.476

2.476

2.476

38.351

Overig

4.375

         

Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO)

Op basis van uitvoeringsinformatie van SVB worden de uitgaven aan de AIO vanaf 2026 opwaarts bijgesteld met circa € 5,3 miljoen in 2026 oplopend tot € 22,0 miljoen in 2030. De voornaamste reden hiervoor is dat de volumeprognose naar boven wordt bijgesteld.

Toeslagenwet (TW)

  • Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV en de meest recente economische raming van het CPB is de raming van de TW-uitgaven bijgesteld. Dit resulteert in een opwaartse bijstelling van circa € 6,5 miljoen van de TW-uitgaven in 2026 ten opzichte van de stand van de begroting 2026. De opwaartse bijstelling is het per saldo effect van een hoger aantal TW-aanvullingen en een lagere gemiddelde hoogte van de TW-aanvullingen dan eerder verwacht.

  • De maatregel afschaffen IVA in het coalitieakkoord leidt naar verwachting tot hogere TW-uitgaven. De TW-raming is daarom opwaarts bijgesteld met circa € 7,0 miljoen in 2030 en circa € 21,0 miljoen in 2031. De maatregel WW-duurverkorting naar 12 maanden zorgt naar verwachting voor lagere TW-uitgaven. De TW-raming is daarom neerwaarts bijgesteld met circa € 3,0 miljoen in 2029, circa € 12,0 miljoen in 2030 en circa € 16,0 miljoen in 2031.

  • Het kabinet heeft besloten om de reservering van middelen voor vereenvoudiging van de Toeslagenwet structureel vrij te laten vallen. Deze middelen zijn ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Het gaat om een reservering van circa € 4,4 miljoen per jaar binnen de begrotingshorizon. Daarbij is ook een schuif van circa € 17,2 miljoen per jaar van de Toeslagenwet naar de bijstand ingeboekt. Verder is besloten om bij de vergoedingsregeling van de WIA-herstelacties keteneffecten te voorkomen. Dit leidt tot hogere TW-uitgaven van circa € 10,6 miljoen in 2026 en € 11,9 miljoen in 2027.

Subsidies

De subsidies zijn voor 52,8% juridisch verplicht en voor 47,2% bestuurlijk gebonden.

Er wordt € 19,7 miljoen overgeboekt naar het Gemeentefonds voor aanvullende ondersteuning van de lokale energiehulp. Het beoogde doel van deze decentrale uitkering is dat gemeenten de mogelijkheid hebben om de lokale hulp voor huishoudens met een hoge energierekening te intensiveren. Met de middelen uit de bestaande Specifieke Uitkering Energiearmoede hebben veel gemeenten bovendien een lokale aanpak op energiearmoede opgezet.

Opdrachten

De opdrachten zijn voor 31,4% juridisch verplicht. Het gaat om circa € 14,9 miljoen. Daarnaast is er 1,1% bestuurlijk gebonden. Verder zijn er budgetten voor volgende jaren als beleidsmatig gereserveerd aangemerkt, zoals bijvoorbeeld voor het wetsvoorstel Stroomlijning Keten voor Derdenbeslag.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

De bijdrage aan het Ministerie van Financiën is 100% juridisch verplicht en vormt een compensatie voor de auditwerkzaamheden in het kader van de uitvoering van het Europees Sociaal Fonds (ESF).

Bijdrage aan sociale fondsen

De bijdrage aan sociale fondsen is 100% juridisch verplicht en vormt compensatie van gestegen werkgeverslasten, onder de voorwaarde dat de werkgevers (de gemeenten) en werknemers die verantwoordelijk zijn voor de pensioenen van de Wsw een akkoord bereiken over een structurele oplossing voor het pensioenfonds PWRI. De financiële compensatie wordt jaarlijks gegeven tot uiterlijk 2057.

Bijdrage aan agentschappen

De bijdrage aan DUO is 100% juridisch verplicht. Door de herstelactie controle uitwonendenbeurs van OCW zijn er met terugwerkende kracht extra studenten die recht hebben op de eenmalige tegemoetkoming voor de energiekosten. Deze extra tegemoetkomingen zouden in 2025 worden uitbetaald, maar dit is uitgesteld naar 2026.

Bijdrage aan medeoverheden

De bijdragen voor de tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek en de specifieke uitkering grensinformatiepunten zijn voor 100% juridisch verplicht. Verder zijn de bijzondere uitkeringen aan de openbare lichamen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor 100% bestuurlijk gebonden.

  • Er is een overboeking naar het Gemeentefonds voor de Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek van € 27,5 miljoen in 2026.

  • Onder de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek zijn gemeenten in staat een tegemoetkoming te verstrekken aan alleenverdienerhuishoudens in hun gemeente. Deze decentralisatie-uitkering bestaat uit het budget voor 2026 voor de tegemoetkoming en de uitvoering daarvan.

  • In de SZW-begroting 2026 was aangekondigd dat medewerkers van sociaal ontwikkelbedrijven (SO-bedrijven) in 2026 t/m 2028 compensatie krijgen voor de financieel nadelige effecten van het Belastingplan 2025. Echter is binnen het Belastingplan 2026 een oplossing voor het financiële nadeel gekomen. Daarom is compensatie niet meer nodig.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

De bijdrage aan het Administratief Centrum voor de sociale zekerheid van Rijnvarenden (CASS) is 100% juridisch verplicht.

3.3 Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 3 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

13.056

0

13.056

253.431

266.487

255.337

1.055

344

355

1.238

                       
 

Uitgaven

13.056

0

13.056

253.431

266.487

255.337

1.055

344

355

1.238

                       

3.0

Arbeidsongeschiktheid

13.056

0

13.056

253.431

266.487

255.337

1.055

344

355

1.238

 

Inkomensoverdrachten

1.442

0

1.442

302

1.744

331

346

344

355

1.238

 

Ongevallenverzekering (Caribisch Nederland)

1.442

0

1.442

302

1.744

331

346

344

355

1.238

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

11.614

0

11.614

253.129

264.743

255.006

709

0

0

0

 

Uitvoering individuele plaatsing & steun

11.614

0

11.614

– 1.401

10.213

477

709

0

0

0

 

Vergoedingsregeling WIA (herstel)acties

0

0

0

254.530

254.530

254.529

0

0

0

0

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Tabel 15 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 3
 

2026

juridisch verplicht

100,0%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 253,4 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De uitgaven op artikel 3 Arbeidsongeschiktheid zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten van de Ongevallenverzekering Caribisch Nederland.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdrage aan ZBO's/RWT's is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft de uitvoering van de individuele plaatsing en steun voor de gemeentelijke doelgroep.

Uitvoering individuele plaatsing & steun (IPS)

De verdeling van de middelen voor 2026, 2027 en 2028 is gewijzigd naar aanleiding van de conclusie uit de uitvoeringstoets van UWV. Door deze aanpassing kunnen naar verwachting alle aanvragen voor IPS-trajecten worden gehonoreerd.

Vergoedingsregeling WIA (herstel)acties

De vergoedingen die verstrekt worden op basis van de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. Dit betreft de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie en de actie loonloze tijdvakken. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan UWV bevoorschot.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 3 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

19.349.266

0

19.349.266

– 51.720

19.297.546

448.310

530.509

207.843

112.152

23.933.769

                       
 

Uitgaven

19.349.266

0

19.349.266

– 51.720

19.297.546

448.310

530.509

207.843

112.152

23.933.769

                       

3.0

Arbeidsongeschiktheid

19.349.266

0

19.349.266

– 51.720

19.297.546

448.310

530.509

207.843

112.152

23.933.769

 

Inkomensoverdrachten

19.198.813

0

19.198.813

– 56.548

19.142.265

449.204

640.334

320.708

228.182

23.889.986

 

WAO

2.759.900

0

2.759.900

– 28.397

2.731.503

9.515

– 21.978

– 26.321

– 24.372

1.495.802

 

IVA

6.331.684

0

6.331.684

– 198.528

6.133.156

– 229.740

– 245.511

– 434.721

– 516.721

6.932.744

 

WGA

5.880.991

0

5.880.991

186.084

6.067.075

552.800

752.441

572.412

563.431

7.016.574

 

WAZ

60.214

0

60.214

– 1.586

58.628

– 426

– 619

– 528

– 425

25.328

 

WGA eigenrisicodragers

591.696

0

591.696

76.880

668.576

76.979

77.079

77.079

77.079

700.793

 

WAO nominaal

122.454

0

122.454

– 3.779

118.675

– 7.426

– 10.287

– 14.129

– 17.467

337.139

 

IVA nominaal

289.581

0

289.581

– 14.298

275.283

– 39.593

– 53.324

– 104.825

– 152.848

1.601.369

 

WGA nominaal

272.888

0

272.888

3.865

276.753

29.478

73.211

85.791

132.335

1.763.287

 

WAZ nominaal

2.666

0

2.666

– 123

2.543

– 204

– 227

– 274

– 304

5.709

 

WGA eigenrisicodragers nominaal

27.655

0

27.655

3.047

30.702

4.778

7.510

9.356

10.953

164.266

 

Sociale lasten

2.859.084

0

2.859.084

– 79.713

2.779.371

53.043

62.039

156.868

156.521

3.846.975

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

150.453

0

150.453

4.828

155.281

– 894

– 109.825

– 112.865

– 116.030

43.783

 

Re-integratie WIA/WAO/WAZ/ZW/WW

145.878

0

145.878

5.000

150.878

0

– 100.000

– 100.000

– 100.000

36.669

 

Re-integratie WIA/WAO/WAZ/ZW/WW nominaal

4.575

0

4.575

– 172

4.403

– 894

– 9.825

– 12.865

– 16.030

7.114

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 51,7 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA)

De uitgaven aan de WIA worden opwaarts bijgesteld met € 285 miljoen in 2026, oplopend naar € 1.065 miljoen in 2031. Dit betreft een samengesteld effect van een meevaller op de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) en een grotere tegenvaller op de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten (WGA). Het grootste deel van de stijgende WIA-uitgaven wordt veroorzaakt door de stijging van het aantal aanvragen, onder andere door een toename van het aantal mensen met psychische aandoeningen op basis van recente realisaties. Naast de stijgende instroom leiden langere wachttijden voor WIA-beoordelingen tot hogere uitgaven. Een deel van de bijstelling van het budget wordt voor de jaren vanaf 2029 gereserveerd op de Aanvullende Post (€ 152 miljoen in 2029, oplopend naar € 506 miljoen in 2031). In de komende maanden beraadt het kabinet zich op manieren om de instroom in de WIA te beheersen, mede in overleg met sociale partners.

Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)

Uit de realisaties van 2025 blijkt dat er minder mensen een IVA-uitkering hebben gekregen dan eerder verwacht. Deze daling is voornamelijk het gevolg van de voorschottensystematiek bij het UWV. Doordat het aantal WGA-voorschotten oploopt, neemt de directe instroom in de IVA af. De lagere IVA-uitkeringslasten gaan daarom gepaard met hogere WGA-uitkeringslasten. Meerjarige verwerking van het lager aantal IVA-uitkeringen leidt tot een meerjarige meevaller in de IVA (– € 147 miljoen in 2026).

Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en WGA-eigenrisicodragers (WGA-E)

Uit de realisaties van 2025 blijkt dat er meer mensen een WGA-uitkering hebben gekregen dan eerder verwacht. Deze hogere instroom wordt voornamelijk verklaard door psychische aandoeningen en gedeeltelijk door een uitvoeringsmismatch bij het UWV. Meerjarige verwerking hiervan leidt tot een meerjarige tegenvaller in de WGA (€ 252 miljoen in 2026) en WGA-ERD (€ 77 miljoen in 2026).

Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)

Uit de realisaties van 2025 blijkt dat er minder mensen een WAO-uitkering hebben gekregen dan eerder verwacht. Meerjarige verwerking hiervan leidt tot een meerjarige meevaller in de WAO (– € 28 miljoen in 2026).

Loonloze tijdvakken

Als gevolg van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op 30 juli 2024 verhoogt UWV het dagloon en daarmee de uitkering van alle WIA-uitkeringsgerechtigden met een loonloos tijdvak, ongeacht de reden hiervan. Dit geldt voor zowel lopende als nieuwe gevallen en leidt tot extra WIA-uitkeringslasten, minder TW-aanvulling en incidentele uitvoeringskosten. Bij Voorjaarsnota 2023, 2024 en 2025 is geld gereserveerd voor een deel van deze doelgroep, te weten uitkeringsgerechtigden die gedurende hun dienstverband maandelijks uitbetaald kregen. De raming voor deze groep is herijkt. Daarnaast is aanvullend geld gereserveerd voor mensen die gedurende hun dienstverband 4-wekelijks uitbetaald kregen. De totale uitgaven nemen per saldo in 2026 naar verwachting toe met ongeveer € 155 miljoen en structureel met € 100 miljoen vanaf 2072.

Vergoedingsregeling WIA-(herstel)acties

De vergoedingen die verstrekt worden op basis van de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. Dit betreft de herstelacties WIA-dagloon en WIA-indexatie en de actie loonloze tijdvakken. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan UWV bevoorschot.

Tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten

Het afschaffen van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten wordt uitgesteld van 2027 naar 2028. Dit resulteert in hogere uitkeringslasten in 2027 voor de IVA, WGA, WAO, WAZ en Wajong. In totaal gaat het om € 292 miljoen incidenteel.

CA 54 IVA afschaffen, taakherschikking en voorwaarden herbeoordelingen

Om de wachtlijsten, complexiteit en uitvoeringsproblemen bij het UWV te verminderen wordt het duurzaamheidscriterium in de WIA afgeschaft, waardoor de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) vervalt voor nieuwe aanvragers. Deze maatregel gaat in per 2030. Bestaande IVA-gerechtigden op het moment van invoering houden dus recht op hun IVA-uitkering. Ook maakt het kabinet werk van taakherschikking bij sociaal-medische beoordelingen van het UWV en worden er scherpere voorwaarden gesteld bij het aanvragen van herbeoordelingen.

CA 56 verlagen max dagloon

Met deze maatregel wordt per 2029 het maximum dagloon voor alle relevante uitkeringsregelingen verlaagd met 20%. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen. De koppeling met het maximum premieloon blijft behouden, wat resulteert in minder premie-inkomsten voor de overheid. Om te zorgen voor een verbetering van het EMU-saldo zal hier tegenover een lastenverzwaring komen te staan. Het kabinet gaat met sociale partners in gesprek over de invulling en uitwerking van deze maatregelen gericht op hervorming van het stelsel van loondoorbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, binnen de financiële kaders.

CA 58 Ombuiging re-integratiemiddelen

Dit betreft een voorlopige reservering van de ombuiging op de re-integratiemiddelen vanaf 2028 van het Coalitieakkoord op dit begrotingsartikel. Het kabinet werkt de komende maanden aan de invulling van deze bezuiniging. Tegenover deze ombuiging staat een verhoging van het budget voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Deze verhoging staat gereserveerd op de Aanvullende Post.

Aangepast arbeidsongeschiktheidscriterium bij LKS

Bij de invoering van de Participatiewet is afgesproken dat er een alternatief arbeidsongeschiktheidscriterium zou komen voor mensen die met loonkostensubsidie (LKS) werken, zodat zij niet per definitie als volledig arbeidsongeschikt worden beoordeeld. Ondertussen blijkt dat het invoeren hiervan in strijd is met internationaal recht. De toegang tot de WIA zou voor deze groep namelijk strenger worden dan voor andere werknemers, wat in strijd is met het VN-verdrag handicap. Daarnaast is het niet mogelijk om een passend en uitvoerbaar alternatief criterium te ontwikkelen. Daarom wordt van invoering afgezien. Dit leidt tot een besparingsverlies op de IVA, WGA en TW. Daartegenover nemen de verwachte bijstandsuitgaven af. Per saldo nemen de uitgaven toe met circa € 1 miljoen in 2027 en € 42 miljoen structureel. Voor deze mutatie ontvangt uw Kamer de onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1).

Maatregelen ontlasten UWV

In de voorjaarsbesluitvorming 2026 is geld vrijgemaakt voor het ontlasten van het UWV. Bij de beoordeling van het WAO fictief tweede recht hoeft niet langer meer een sociaal-medische beoordeling te worden uitgevoerd door een verzekeringsarts. In plaats daarvan wordt aangenomen dat er altijd sprake is van een fictief tweede recht. Dit bespaart artsencapaciteit maar leidt tot hogere WAO-uitkeringen. Hiervoor is circa € 2 miljoen gereserveerd in 2027, aflopend naar 0 omdat de WAO een aflopende regeling is. Daarnaast wordt de WGA referte-eis gedigitaliseerd. Hierdoor wordt het proces om vast te stellen of voldaan is aan de referte-eis versneld en minder foutgevoelig. Hierdoor ontvangen meer mensen een loongerelateerde uitkering wat leidt tot hogere uitkeringslasten. Hiervoor is € 0,3 miljoen gereserveerd in 2026 en structureel € 1,2 miljoen vanaf 2028. Beide maatregelen dragen bij aan vereenvoudiging en het ontlasten van UWV.

Nominaal

Dit betreft de nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitgaven (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexatiepercentages van lonen en prijzen op basis van de laatste macro-economische raming van het CPB (CEP).

3.4 Artikel 4 Jonggehandicapten

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 4 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

4.851.392

0

4.851.392

3.011

4.854.403

83.793

– 81.869

– 83.883

– 82.951

4.910.486

                       
 

Uitgaven

4.851.392

0

4.851.392

3.011

4.854.403

83.793

– 81.869

– 83.883

– 82.951

4.910.486

                       

4.0

Jonggehandicapten

4.851.392

0

4.851.392

3.011

4.854.403

83.793

– 81.869

– 83.883

– 82.951

4.910.486

 

Inkomensoverdrachten

4.762.872

0

4.762.872

8.011

4.770.883

83.793

– 81.869

– 83.883

– 82.951

4.839.154

 

Wajong

4.762.872

0

4.762.872

8.011

4.770.883

83.793

– 81.869

– 83.883

– 82.951

4.839.154

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

88.520

0

88.520

– 5.000

83.520

0

0

0

0

71.332

 

Re-integratie Wajong

88.520

0

88.520

– 5.000

83.520

0

0

0

0

71.332

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Tabel 18 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 4
 

2026

juridisch verplicht

100,0%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 3,0 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De uitgaven op artikel 4 Jonggehandicapten zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en zijn derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten Wajong.

  • De bijstelling op basis van de realisaties van 2025 resulteert in 2026 in een lichte stijging van de uitkeringslasten en vanaf 2027 in een daling, tot € 92,9 miljoen in 2031. De neerwaartse bijstelling komt met name door een lagere verwachte instroom naar aanleiding van de 10-jaarregel en een grote uitstroom in de oude wajongregelingen naar aanleiding van de 5-jaarregel. De 10-jaarregel houdt in dat voor Wajongers waarbij tijdelijk geen arbeidsvermogen is vastgesteld en die in tien jaar tijd geen ontwikkelingen hebben laten zien, het ontbreken van arbeidsvermogen als duurzaam wordt aangenomen. Daarnaast ging per januari 2021 op het moment van de ingang van de Wet Vereenvoudiging Wajong de 5-jaarstermijn voor alle werkende Wajong-gerechtigden opnieuw in. Dat betekent dat de uitkering stopt als een Wajong-gerechtigde vijf jaar onafgebroken aan het werk is geweest, tenminste 75% van het maatmanloon verdient en zonder voorziening of ondersteuning (of alleen met een meeneembare voorziening) van UWV werkt. Als de Wajong-gerechtigde aan alle voorwaarden voldoet, stopt de Wajong-uitkering niet eerder dan 1 januari 2027.

  • Het afschaffen van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten wordt uitgesteld van 2027 naar 2028. Dit resulteert in hogere uitkeringslasten in 2027 voor de IVA, WGA, WAO, WAZ en Wajong. In totaal gaat het om € 292 miljoen incidenteel. Het budgettaire effect voor de Wajong is incidenteel € 80,5 miljoen.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdragen aan ZBO’s en RWT’s zijn 100% juridisch verplicht. Het betreft een re-integratiebudget voor Wajong-gerechtigden.

3.5 Artikel 5 Werkloosheid

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 5 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

98.782

0

98.782

– 3.689

95.093

741

742

5.097

14.452

54.525

                       
 

Uitgaven

98.782

0

98.782

– 3.689

95.093

741

742

5.097

14.452

54.525

                       

5.0

Werkloosheid

98.782

0

98.782

– 3.689

95.093

741

742

5.097

14.452

54.525

 

Inkomensoverdrachten

95.458

0

95.458

– 3.753

91.705

– 437

– 443

3.904

13.254

49.896

 

Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW)

95.453

0

95.453

– 3.753

91.700

– 437

– 443

3.904

13.254

49.891

 

Cessantiawet (Caribisch Nederland)

5

0

5

0

5

0

0

0

0

5

 

Subsidies (regelingen)

2.800

0

2.800

0

2.800

1.178

1.185

1.193

1.198

4.105

 

Werkgeverssubsidie praktijkleren

2.800

0

2.800

0

2.800

0

0

0

0

2.900

 

Subsidies CN

0

0

0

0

0

1.178

1.185

1.193

1.198

1.205

 

Bijdrage aan agentschappen

524

0

524

64

588

0

0

0

0

524

 

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

524

0

524

64

588

0

0

0

0

524

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

971

971

0

0

0

0

0

Tabel 20 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 5
 

2026

juridisch verplicht

100,0%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 3,7 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is € 1,0 miljoen. De uitgaven op artikel 5 Werkloosheid zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

  • De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten voor de IOW en de Cessantiawet (Caribisch Nederland).

  • Op basis van de meest recente uitvoeringsinformatie van UWV en nieuwe economische raming van CPB zijn de IOW-uitgaven bijgesteld. De bijstelling in 2026 bedraagt – € 3,8 miljoen als per saldo effect van een lager aantal uitkeringen en hogere gemiddelde uitkering. Het is niet mogelijk om in 2030 de IOW-uitkering in te stromen, maar in de bijstelling in 2030 is voor het eerst rekening gehouden met instroom als gevolg van administratieve overloop van aanvragen uit 2029. Hierdoor worden de IOW-uitgaven naar boven bijgesteld.

Subsidies

Het budget voor de subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg is 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan agentschappen

Deze bijdrage is 100% juridisch verplicht. Dit zijn de uitvoeringskosten voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor de bovengenoemde subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 21 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 5 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

5.252.725

0

5.252.725

211.222

5.463.947

359.402

217.875

– 1.018.755

– 2.014.147

4.707.761

                       
 

Uitgaven

5.252.725

0

5.252.725

211.222

5.463.947

359.402

217.875

– 1.018.755

– 2.014.147

4.707.761

                       

5.0

Werkeloosheid

5.252.725

0

5.252.725

211.222

5.463.947

359.402

217.875

– 1.018.755

– 2.014.147

4.707.761

 

Inkomensoverdrachten

5.234.583

0

5.234.583

211.207

5.445.790

359.437

217.844

– 1.018.795

– 2.014.236

4.687.286

 

WW

4.268.731

0

4.268.731

178.020

4.446.751

275.175

157.404

– 757.785

– 1.414.541

3.211.312

 

WW nominaal

190.050

0

190.050

– 1.009

189.041

7.712

8.082

– 143.471

– 313.730

752.239

 

Sociale lasten

775.802

0

775.802

34.196

809.998

76.550

52.358

– 117.539

– 285.965

723.735

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

18.142

0

18.142

15

18.157

– 35

31

40

89

20.475

 

Re-integratie WW

3.000

0

3.000

0

3.000

0

0

0

0

3.000

 

Scholing WW

14.692

0

14.692

0

14.692

0

0

0

0

14.692

 

Re-integratie WW nominaal

91

0

91

– 3

88

– 15

– 11

– 11

– 11

557

 

Scholing WW nominaal

359

0

359

18

377

– 20

42

51

100

2.226

                       
 

Ontvangsten

290.609

0

290.609

5.677

296.286

2.547

14.947

39.016

425

377.213

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 211,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is € 5,7 miljoen.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

  • Op basis van uitvoeringsinformatie van UWV wordt de raming van de Werkloosheidswet (WW) opwaarts bijgesteld. Dit is met name het gevolg van een bijstelling van de hoogte van de uitkeringen. De lager dan verwachte instroom over 2025 werkt meerjarig door. Per saldo hebben deze twee bijstellingen een opwaarts effect op de WW-uitkeringslasten van € 109,7 miljoen in 2026, aflopend tot € 24,3 miljoen in 2031.

  • Daarnaast stelt het CPB de raming van de werkloze beroepsbevolking in de meest recente raming (CEP 2026) voor de eerste jaren naar boven, en voor de lange termijn naar beneden bij. Voor de eerste jaren van de begrotingshorizon leidt dit tot een opwaartse bijstelling van de WW-uitgaven van € 68,9 miljoen in 2026, € 191,6 miljoen in 2027 en € 148,6 miljoen in 2028. Voor de jaren aan het einde van de begrotingshorizon worden de verwachte WW-uitgaven neerwaarts bijgesteld met € 29,1 miljoen in 2029, € 159,6 miljoen in 2030 en € 126,2 miljoen in 2031.

  • Het verlagen van het maximum dagloon met 20% per 2029 uit het Coalitieakkoord 2026 leidt er toe dat de mensen met de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen. Dit leidt tot een besparing op de WW-uitgaven. De besparing op de WW-uitgaven bedraagt vanaf 2029 ongeveer € 200 miljoen per jaar.

  • De maximale WW-duur wordt per 1 januari 2028 beperkt tot één jaar. Op 1 januari 2030 wordt ook de WW-uitkering in de eerste twee maanden verhoogd naar 80% van het oude loon. Tegelijkertijd wordt de referte-eis verscherpt naar 42 uit 52 gewerkte weken en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar. De wijzigingen leiden naar verwachting tot een besparing op de WW-uitgaven van ongeveer € 560 miljoen in 2029, € 1,1 miljard in 2030 en € 1,4 miljard in 2031.

  • De mutatie op de sociale lasten betreft de doorwerking van maatregelen uit het coalitieakkoord en de nieuwe ramingen van de verwachte WW-uitgaven op de premies betaald over WW-uitkeringen.

Nominaal

Dit betreft de nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitgaven (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexatiepercentages van lonen en prijzen op basis van de laatste macro-economische raming van het CPB (CEP).

Ontvangsten

Overheidswerkgevers zijn eigenrisicodragers voor de WW. De WW-uitgaven worden door UWV verhaald op deze werkgevers. De raming van de ontvangsten uit verhaal is voor 2026 naar boven bijgesteld op grond van uitvoeringsinformatie van UWV (€ 6,0 miljoen). Naar verwachting nemen de ontvangsten de komende jaren toe.

3.6 Artikel 6 Ziekte en verlofregelingen

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 6 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

40.765

0

40.765

– 18.555

22.210

– 30.073

– 35.691

– 36.458

– 35.541

29.998

                       
 

Uitgaven

40.765

0

40.765

– 18.555

22.210

– 30.073

– 35.691

– 36.458

– 35.541

29.998

                       

6.0

Ziekte en verlofregelingen

40.765

0

40.765

– 18.555

22.210

– 30.073

– 35.691

– 36.458

– 35.541

29.998

 

Inkomensoverdrachten

40.765

0

40.765

– 18.555

22.210

– 30.073

– 35.691

– 36.458

– 35.541

29.998

 

Tegemoetkoming asbestslachtoffers (TAS)

7.755

0

7.755

– 976

6.779

– 976

– 976

– 976

– 976

6.779

 

Ziekteverzekering (Caribisch Nederland)

8.105

0

8.105

3.936

12.041

4.140

6.133

6.264

6.381

13.050

 

Organo Psycho Syndroom (OPS)- fonds

26

0

26

– 26

0

0

0

0

0

0

 

Tegemoetkomingsregeling stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB)

24.879

0

24.879

– 21.489

3.390

– 33.237

– 40.848

– 41.746

– 40.946

10.169

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

2.763

2.763

0

0

0

0

0

Tabel 23 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 6
 

2026

juridisch verplicht

100,0%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 18,6 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is € 2,8 miljoen. De uitgaven op artikel 6 Ziekte en verlofregelingen zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten Regeling Tegemoetkoming Asbestslachtoffers (TAS), Ziekteverzekering Caribisch Nederland, OPS-voorzieningenfonds en Regeling tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSB).

  • De uitkeringslasten van de Ziekteverzekering Caribisch Nederland zijn op basis van de realisatie van de uitkeringslasten 2025 en de bijstelling van de CBS-bevolkingsprognose meerjarig naar boven bijgesteld met € 3,9 miljoen in 2026, oplopend tot € 6,5 miljoen in 2031.

  • De TSB-uitgaven zijn bijgesteld op basis van de meest recente uitvoeringsinformatie van de SVB en een nieuwe planning voor de uitbreiding van de regeling met meer beroepsziektes. Uit de realisaties volgt dat het aantal toekenningen lager uit valt dan eerder verwacht. Daarnaast volgt uit de nieuwe planning dat verdere uitbreiding van de regeling minder snel mogelijk is. De bijstelling in 2026 bedraagt in totaal – € 21,5 miljoen.

Ontvangsten

In 2026 is er een terugontvangst van naar verwachting € 2,3 miljoen omdat het voorschot aan de SVB voor de TSB-uitgaven in 2025 hoger is dan de gerealiseerde uitgaven.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 6 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

6.620.327

0

6.620.327

486.403

7.106.730

545.869

574.566

481.639

464.672

9.134.831

                       
 

Uitgaven

6.620.327

0

6.620.327

486.403

7.106.730

545.869

574.566

481.639

464.672

9.134.831

                       

6.0

Ziekte en verlofregelingen

6.620.327

0

6.620.327

486.403

7.106.730

545.869

574.566

481.639

464.672

9.134.831

 

Inkomensoverdrachten

6.620.327

0

6.620.327

486.403

7.106.730

545.869

574.566

481.639

464.672

9.134.831

 

ZW

2.548.159

0

2.548.159

203.163

2.751.322

205.505

212.931

183.428

180.078

2.901.533

 

WAZO

1.816.566

0

1.816.566

31.427

1.847.993

25.631

15.760

– 35.912

– 42.535

1.982.250

 

WAZO aanvullend geboorteverlof partners

284.122

0

284.122

24.033

308.155

27.669

29.442

14.338

13.425

331.891

 

Wet Betaald ouderschapsverlof (WBO)

747.729

0

747.729

93.623

841.352

108.350

116.140

90.326

89.597

926.704

 

ZW nominaal

114.667

0

114.667

3.640

118.307

8.789

19.034

16.577

17.006

688.266

 

WAZO nominaal

81.701

0

81.701

– 2.165

79.536

– 3.784

– 3.311

– 14.850

– 21.702

469.486

 

WAZO aanvullend geboorteverlof partners nominaal

12.785

0

12.785

466

13.251

1.362

2.809

826

504

78.727

 

Wet Betaald ouderschapsverlof (WBO) nominaal

33.648

0

33.648

2.530

36.178

6.518

12.153

10.615

12.072

219.821

 

Sociale lasten

980.950

0

980.950

129.686

1.110.636

165.829

169.608

216.291

216.227

1.536.153

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 486,4 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

  • De ZW-uitkeringslasten zijn meerjarig opwaarts bijgesteld. De bijstelling betreft circa € 203 miljoen in 2026. Dit komt voornamelijk door de bijstelling van het ZW-volume, waarbij mensen met een aflopend dienstverband en zwangere mensen naar verwachting vaker een ZW-uitkering ontvangen. Vanaf 2029 is de opwaartse bijstelling lager vanwege de maatregel verlagen maximum dagloon uit het coalitieakkoord.

  • De WAZO-uitkeringslasten zijn opwaarts bijgesteld. De gemiddelde uitkering voor de WAZO-werknemers is meerjarig opwaarts bijgesteld. Tegelijkertijd is het ZEZ-volume meerjarig neerwaarts bijgesteld. Per saldo is er sprake van een opwaartse bijstelling van circa € 31,2 miljoen in 2026. Vanaf 2029 zijn de WAZO-uitkeringslasten neerwaarts bijgesteld vanwege de maatregel verlagen max dagloon uit het coalitieakkoord.

  • De uitkeringslasten voor WAZO aanvullend geboorteverlof partners zijn opwaarts bijgesteld. Dit is voornamelijk het gevolg van de bijstelling van het WIEG-volume en in mindere mate door de bijstelling van de gemiddelde WIEG-uitkeringshoogte. De bijstelling bedraagt circa € 24,0 miljoen in 2026. Vanaf 2029 is de opwaartse bijstelling lager vanwege de maatregel verlagen max dagloon uit het coalitieakkoord.

  • De raming voor de Wet Betaald ouderschapsverlof (WBO) is opwaarts bijgesteld, met circa € 93,6 miljoen in 2026. Vanaf 2029 is de opwaartse bijstelling lager vanwege de maatregel verlagen max dagloon uit het coalitieakkoord.

  • Er is een bijstelling € 130,3 miljoen in 2026 voor de doorwerking van het coalitieakkoord en de ramingen op de premies betaald over WAZO-uitkeringen.

Nominaal

Dit betreft de nominale ontwikkeling als gevolg van bovenstaande mutaties van de uitgaven (grondslag) en als gevolg van aanpassing van de indexatiepercentages van lonen en prijzen op basis van de laatste macro-economische raming van het CPB (CEP).

3.7 Artikel 7 Kinderopvang

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 25 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 7 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

6.213.745

0

6.213.745

– 260.235

5.953.510

– 284.252

– 132.065

– 93.506

– 109.923

8.456.822

                       
 

Uitgaven

6.213.745

0

6.213.745

– 260.235

5.953.510

– 284.252

– 132.065

– 93.506

– 109.923

8.456.822

                       

7.0

Kinderopvang

6.213.745

0

6.213.745

– 260.235

5.953.510

– 284.252

– 132.065

– 93.506

– 109.923

8.456.822

 

Inkomensoverdrachten

6.140.729

0

6.140.729

– 248.365

5.892.364

– 273.096

– 131.983

– 93.397

– 109.832

8.403.501

 

Kinderopvangtoeslag

6.140.729

0

6.140.729

– 248.365

5.892.364

– 273.096

– 131.983

– 93.397

– 109.832

8.403.501

 

Subsidies (regelingen)

16.295

0

16.295

– 5.898

10.397

0

0

0

0

1.850

 

Kinderopvang

4.500

0

4.500

0

4.500

0

0

0

0

1.850

 

Subsidies Caribisch Nederland

11.795

0

11.795

– 5.898

5.897

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

12.173

0

12.173

– 5.434

6.739

– 8.735

1.090

– 445

– 535

7.361

 

Overige Opdrachten

3.302

0

3.302

– 445

2.857

– 4.710

1.090

– 445

– 535

5.669

 

Opdrachten Caribisch Nederland

2.371

0

2.371

– 964

1.407

0

0

0

0

1.692

 

Opdrachten Stelselherziening KO

6.500

0

6.500

– 4.025

2.475

– 4.025

0

0

0

0

 

Bekostiging

13.582

0

13.582

5.601

19.183

232

155

336

444

32.040

 

Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid van de Vereniging van Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland (Projectbureau PGV)

1.787

0

1.787

0

1.787

330

0

0

0

1.787

 

Kinderopvang BES

11.795

0

11.795

5.601

17.396

– 98

155

336

444

30.253

 

Bijdrage aan agentschappen

11.309

0

11.309

0

11.309

0

0

0

0

9.658

 

Agentschap DUO

11.309

0

11.309

0

11.309

0

0

0

0

9.658

 

Bijdrage aan medeoverheden

19.657

0

19.657

– 6.139

13.518

– 2.653

– 1.327

0

0

2.412

 

Versterking Kinderopvang Samenwerking BES(t) 4 kids CN

5.728

0

5.728

781

6.509

0

0

0

0

2.412

 

SPUK kwijtschelden schulden Kinderopvang

13.929

0

13.929

– 6.920

7.009

– 2.653

– 1.327

0

0

0

                       
 

Ontvangsten

2.112.930

0

2.112.930

– 18.366

2.094.564

– 13.030

– 29.063

– 28.865

– 17.427

1.971.772

Tabel 26 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 7
 

2026

juridisch verplicht

99,8%

bestuurlijk gebonden

0,2%

beleidsmatig gereserveerd

0,0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 260,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is – € 18,4 miljoen. De uitgaven op artikel 7 Kinderopvang zijn voor 99,8% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en daarom voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten kinderopvangtoeslag.

De uitgaven Kinderopvangtoeslag (KOT) zijn meerjarig naar beneden bijgesteld. Dit komt hoofdzakelijk doordat uit de uitvoeringsinformatie van Dienst Toeslagen blijkt dat het aantal kinderen dat gebruikmaakte van dagopvang in 2025 naar verwachting iets is afgenomen in tegenstelling tot de eerder verwachte toename, terwijl het gebruik van de buitenschoolse opvang vorig jaar iets minder toenam dan eerder werd verwacht. Dit werkt meerjarig door in een neerwaartse bijstelling van het gebruik. Ook is het gemiddelde urengebruik per kind in de dagopvang neerwaarts bijgesteld.

Subsidies

Het budget voor Subsidies Kinderopvang is voor 73% juridisch verplicht. Het juridisch verplichte gedeelte bestaat uit instellingssubsidies en projectsubsidies kinderopvang in Nederland en een subsidie voor het Klimaatfonds. De twee grootste subsidies zijn een subsidieregeling voor groepshulpen, ten bedrage van circa € 2,0 miljoen, uitgezet via de RVO en de subsidie voor het Klimaatfonds van circa € 360.000.

Voor de Tijdelijke subsidieregeling Caribisch Nederland geldt dat alle kinderopvangorganisaties die aan de voorwaarden voldoen een beroep op de regeling kunnen doen. Daarmee is 100% van het budget voor Subsidies Caribisch Nederland juridisch verplicht. Sinds de invoering van de Wet kinderopvang BES worden de kinderopvangorganisaties via het instrument bekostiging gefinancierd en niet langer via de tijdelijke subsidieregeling.

Opdrachten

Het budget voor Overige Opdrachten is voor 58% juridisch verplicht. Het gaat om opdrachten en onderzoek voor de kinderopvang in Nederland. Daarnaast is 31% bestuurlijk gebonden. De rest van het budget voor Overige Opdrachten (11%) is beleidsmatig gereserveerd.

Vanuit het budget opdrachten Caribisch Nederland is 1% juridisch verplicht. De rest van het budget (99%) is bestuurlijk gebonden. Dit betreffen uitvoeringskosten van de Wko BES voor de Inspectie van het Onderwijs (kosten voor het toezicht op de kinderopvang) en de RCN-unit SZW (zowel implementatie als uitvoering als financierder van de vergoeding kinderopvang en toezichthouder op rechtmatigheid). Daarnaast betreft dit uitvoeringskosten van UVB ten behoeve van de tijdelijke subsidieregeling.

De opdrachten voor de ontwikkeling van het nieuwe financieringsstelsel voor kinderopvang (Opdrachten Stelselherziening KO) zijn voor 95% bestuurlijk gebonden.

Bekostiging

Het budget voor bekostiging is voor 100% juridisch verplicht en bedoeld voor de uitgaven aan Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid van de Vereniging van Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland (PGV) en voor de kinderopvang in Caribisch Nederland.

De financiering van de kinderopvang in Caribisch Nederland op grond van de Wet kinderopvang BES wordt sinds 1 januari 2026 via het instrument bekostiging gefinancierd en is voor 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor bijdrage aan agentschappen is voor 87% juridisch verplicht. Het juridisch verplichte gedeelte is bestemd voor de uitvoering door DUO van het Landelijk Register Kinderopvang en het Personenregister Kinderopvang. De resterende 13% is bestuurlijk gebonden.

Bijdrage aan medeoverheden

De regeling kwijtschelden van publieke schulden in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag, die door de gemeenten wordt uitgevoerd (SPUK), is 100% juridisch verplicht.

De middelen voor de versterking van de kinderopvang in Caribisch Nederland zijn voor 19% juridisch verplicht. Het juridisch verplichte deel is bestemd voor de activiteiten van BES(t)4Kids. Daarnaast is 61% bestuurlijk gebonden en bestemd voor het realiseren van meer huisvesting voor nieuwe kinderopvangorganisaties en voor Plusopvang. De resterende 20% van het budget is beleidsmatig gereserveerd.

Ontvangsten

De ontvangsten Kinderopvangtoeslag zijn naar beneden bijgesteld. Dit komt vooral door lagere beschikkingen die doorwerken in lagere ontvangsten (lees: een grondslageffect).

3.8 Artikel 8 Oudedagsvoorziening

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 27 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 8 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

66.725

0

66.725

– 2.242

64.483

– 2.416

– 2.011

– 1.636

– 1.265

83.881

                       
 

Uitgaven

66.887

0

66.887

– 2.242

64.645

– 2.416

– 2.011

– 1.636

– 1.265

84.043

                       

8.0

Oudedagsvoorziening

66.887

0

66.887

– 2.242

64.645

– 2.416

– 2.011

– 1.636

– 1.265

84.043

 

Inkomensoverdrachten

66.335

0

66.335

– 2.636

63.699

– 2.416

– 2.011

– 1.636

– 1.265

83.491

 

AOV inclusief tegemoetkoming (Caribisch Nederland)

66.084

0

66.084

– 2.703

63.381

– 2.416

– 2.011

– 1.636

– 1.265

83.491

 

Overbruggingsregeling AOW

251

0

251

7

258

0

0

0

0

0

 

Gebaar erkenning Surinaamse ouderen

0

0

0

60

60

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

552

0

552

394

946

0

0

0

0

552

 

Opdrachten

552

0

552

394

946

0

0

0

0

552

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

32

32

0

0

0

0

0

Tabel 28 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 8
 

2026

juridisch verplicht

99,2%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,8%

nog niet ingevuld/ vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 2,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is € 0,03 miljoen. De begrotingsgefinancierde uitgaven op artikel 8 Oudedagsvoorziening zijn voor 99,2% juridisch verplicht voor het jaar 2026 en voor 0,8% beleidsmatig gereserveerd. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten AOV, de Overbruggingsregeling AOW (OBR) en het Gebaar erkenning Surinaamse ouderen.

De uitkeringslasten van de AOV Caribisch Nederland zijn op basis van de realisatie van de uitkeringslasten 2025 en de bijstelling van de CBS-bevolkingsprognose meerjarig neerwaarts bijgesteld met € 2,7 miljoen in 2026, aflopend met € 0,9 miljoen in 2031.

Opdrachten

De middelen onder opdrachten zijn voor 45% juridisch verplicht. De juridisch verplichte uitgaven betreffen gereserveerde middelen voor onder andere de AOW-monitor en een analyse over de inkomenspositie van Anw-gerechtigden. Het restant, 55%, is beleidsmatig gereserveerd.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 29 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 8 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

58.431.096

0

58.431.096

– 18.170

58.412.926

– 379.101

– 750.318

– 986.283

– 1.245.443

74.657.980

                       
 

Uitgaven

58.431.096

0

58.431.096

– 18.170

58.412.926

– 379.101

– 750.318

– 986.283

– 1.245.443

74.657.980

                       

8.0

Oudedagsvoorziening

58.431.096

0

58.431.096

– 18.170

58.412.926

– 379.101

– 750.318

– 986.283

– 1.245.443

74.657.980

 

Inkomensoverdrachten

58.431.096

0

58.431.096

– 18.170

58.412.926

– 379.101

– 750.318

– 986.283

– 1.245.443

74.657.980

 

AOW

56.459.630

0

56.459.630

1.370

56.461.000

53.941

71.281

62.979

37.649

62.190.427

 

AOW nominaal

1.971.466

0

1.971.466

– 19.540

1.951.926

– 433.042

– 821.599

– 1.049.262

– 1.283.092

12.467.553

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 18,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

Op basis van uitvoeringsinformatie van de SVB over 2025 en de CBS-bevolkingsprognose 2025–2070 wordt de raming voor de verwachte uitkeringslasten van de AOW meerjarig opwaarts bijgesteld. De opwaartse bijstelling is circa € 1,4 miljoen in 2026 en loopt op tot circa € 71,3 miljoen in 2028 en loopt daarna weer af tot circa € 8,1 miljoen. Dit is voornamelijk het gevolg van een opwaartse bijstelling van het aantal personen met een AOW. Hier staat een neerwaartse bijstelling tegenover door een lager gemiddeld opbouwpercentage voor de groep die een gekorte AOW ontvangt.

3.9 Artikel 9 Nabestaanden

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 9 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

3.280

0

3.280

– 53

3.227

2

56

90

122

3.544

                       
 

Uitgaven

3.280

0

3.280

– 53

3.227

2

56

90

122

3.544

                       

9.0

Nabestaanden

3.280

0

3.280

– 53

3.227

2

56

90

122

3.544

 

Inkomensoverdrachten

3.280

0

3.280

– 53

3.227

2

56

90

122

3.544

 

AWW (Caribisch Nederland)

3.280

0

3.280

– 53

3.227

2

56

90

122

3.544

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Tabel 31 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 9
 

2026

juridisch verplicht

100,0%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 0,1 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De uitgaven op artikel 9 Nabestaanden zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten Algemene weduwen- en wezenverzekering (AWW) Caribisch Nederland.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 32 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 9 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

367.233

0

367.233

– 3.204

364.029

– 7.372

– 9.830

– 12.928

– 15.213

372.798

                       
 

Uitgaven

367.233

0

367.233

– 3.204

364.029

– 7.372

– 9.830

– 12.928

– 15.213

372.798

                       

9.0

Nabestaanden

367.233

0

367.233

– 3.204

364.029

– 7.372

– 9.830

– 12.928

– 15.213

372.798

 

Inkomensoverdrachten

367.233

0

367.233

– 3.204

364.029

– 7.372

– 9.830

– 12.928

– 15.213

372.798

 

ANW

329.006

0

329.006

– 2.816

326.190

– 5.491

– 6.681

– 8.325

– 9.387

292.559

 

Tegemoetkoming ANW

5.487

0

5.487

– 26

5.461

– 64

– 79

– 102

– 116

4.928

 

ANW nominaal

14.623

0

14.623

– 287

14.336

– 1.353

– 1.825

– 2.919

– 3.701

55.834

 

Tegemoetkoming ANW nominaal

158

0

158

– 1

157

– 4

– 21

– 25

– 29

729

 

Sociale lasten

17.959

0

17.959

– 74

17.885

– 460

– 1.224

– 1.557

– 1.980

18.748

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 3,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

3.10 Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 33 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 10 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

9.928.997

0

9.928.997

– 67.362

9.861.635

– 47.492

– 74.577

– 101.296

– 88.356

9.230.381

                       
 

Uitgaven

9.928.997

0

9.928.997

– 67.362

9.861.635

– 47.492

– 74.577

– 101.296

– 88.356

9.230.381

                       

10.0

Tegemoetkoming ouders

9.928.997

0

9.928.997

– 67.362

9.861.635

– 47.492

– 74.577

– 101.296

– 88.356

9.230.381

 

Inkomensoverdrachten

9.928.997

0

9.928.997

– 67.362

9.861.635

– 47.492

– 74.577

– 101.296

– 88.356

9.230.381

 

Algemene Kinderbijslagwet (AKW)

4.749.235

0

4.749.235

19.433

4.768.668

20.457

20.350

– 364

– 10.121

4.678.193

 

Wet op het Kindgebonden Budget (WKB)

5.164.070

0

5.164.070

– 86.748

5.077.322

– 68.020

– 95.115

– 101.186

– 78.591

4.535.675

 

Kinderbijslagvoorziening BES

15.692

0

15.692

– 47

15.645

71

188

254

356

16.513

                       
 

Ontvangsten

335.662

0

335.662

– 45.205

290.457

– 59.343

– 56.405

– 55.498

– 53.830

248.632

Tabel 34 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 10
 

2026

juridisch verplicht

100,0%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 67,4 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De mutatie bij de ontvangsten is – € 45,2 miljoen. De uitgaven op artikel 10 Tegemoetkoming ouders zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op huidige wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten AKW, WKB en kinderbijslagvoorziening BES.

  • De verwachte uitgaven aan de AKW zijn meerjarig opwaarts bijgesteld: € 19,4 miljoen in 2026 tot € 11,6 miljoen in 2031. Dit komt grotendeels door hogere uitgaven aan de extra tegemoetkoming voor ouders van thuiswonende kinderen met een intensieve zorgbehoefte (de AKW+). Daarnaast stelt het CBS het aantal kinderen opwaarts bij in de nieuwste bevolkingsprognose.

  • De verwachte uitgaven kindgebonden budget (WKB) zijn meerjarig neerwaarts bijgesteld. Specifiek in 2026 gaat het om een bijstelling van € – 86,7 miljoen. Uit uitvoeringsgegevens blijkt dat het definitief vaststellen van de Wkb vaker minder vaak leidt tot een nabetaling. Daarnaast neemt het huishoudinkomen sterker toe dan eerder was verwacht, waardoor er minder recht op kindgebonden budget bestaat.

  • Het kabinet heeft besloten om per 1 januari 2029 het recht op kinderbijslag (AKW) en de daaraan gekoppelde aanspraak op het kindgebonden budget (WKB) af te schaffen voor 16- en 17-jarigen die reeds recht hebben op studiefinanciering. Met deze maatregel wordt beoogd om de samenloop van regelingen te beperken en aan te sluiten bij de situatie van vóór 2020. Tot 2020 bestond er al geen recht op AKW (en daarmee ook WKB) wanneer een 16- of 17-jarig kind recht had op studiefinanciering. Deze uitzondering is destijds geschrapt vanwege de invoering van het leenstelsel. Nu studenten weer recht hebben op een basisbeurs, wordt herinvoering van deze uitzondering passend geacht. Dit beperkt de stapeling van inkomensondersteuning. De middelen worden ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Structureel levert de maatregel circa € 53 miljoen op. De vormgeving van deze maatregel wordt betrokken bij de verdere uitwerking van de nieuwe kindregeling.

Ontvangsten

De WKB-ontvangsten zijn meerjarig naar beneden bijgesteld. Op basis van realisatiecijfers is het de verwachting dat de komende jaren een kleiner deel van de toeslag die gedurende het jaar wordt bevoorschot, later weer wordt teruggevorderd.

3.11 Artikel 11 Uitvoering

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 35 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 11 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

723.710

0

723.710

33.308

757.018

17.121

– 4.581

– 1.969

– 2.758

694.305

                       
 

Uitgaven

723.710

0

723.710

33.308

757.018

17.121

– 4.581

– 1.969

– 2.758

694.305

                       

11.0

Uitvoering

723.710

0

723.710

33.308

757.018

17.121

– 4.581

– 1.969

– 2.758

694.305

 

Opdrachten

2.228

0

2.228

1.415

3.643

0

0

0

0

2.335

 

Handhaving en gegevensuitwisseling

2.228

0

2.228

1.415

3.643

0

0

0

0

2.335

 

Bekostiging

16.661

0

16.661

1.588

18.249

0

333

333

273

12.673

 

Uitvoeringskosten CN

16.661

0

16.661

1.588

18.249

0

333

333

273

12.673

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

703.542

0

703.542

30.305

733.847

17.121

– 6.914

– 4.302

– 5.031

676.018

 

Uitvoeringskosten UWV

490.670

0

490.670

24.539

515.209

13.173

– 8.747

– 6.989

– 9.215

470.929

 

Uitvoeringskosten SVB

192.812

0

192.812

2.215

195.027

2.987

2.272

1.437

1.634

183.729

 

Uitvoeringskosten Bureau Informatie Diensten Nederland (BIDN)

20.060

0

20.060

3.551

23.611

961

– 439

1.250

2.550

21.360

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.279

0

1.279

0

1.279

0

0

0

0

1.279

 

Landelijk Clientenraad

1.279

0

1.279

0

1.279

0

0

0

0

1.279

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Tabel 36 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 11
 

2026

juridisch verplicht

95,0%

bestuurlijk gebonden

4,0%

beleidsmatig gereserveerd

1,0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 33,3 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De uitgaven op artikel 11 Uitvoering zijn voor 95% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Opdrachten

Het budget voor opdrachten is voor 40% juridisch verplicht en voor 60% beleidsmatig gereserveerd. Het betreft het budget handhaving en gegevensuitwisseling SZW.

Bekostiging

Het budget voor bekostiging is voor 100% juridisch verplicht. Het betreft het uitvoeringsbudget voor de RCN-unit SZW en middelen voor ICT-ontwikkeling.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdragen aan ZBO's zijn voor 96% juridisch verplicht, 3% bestuurlijk gebonden en 1% beleidsmatig gereserveerd. Deze budgetten worden bij goedkeuring van de jaarplannen vastgesteld.

Uitvoeringskosten UWV

Als gevolg van de jaarlijkse prijsherijking van de uitvoeringskosten volgt een budgetneutrale schuif tussen premie- en begrotingsgefinancierd budget van € 7,5 miljoen.

Uitvoeringskosten NOW

Betreft uitvoeringskosten UWV voor het afhandelen van openstaande NOW-vorderingen door UWV in 2026 (€ 7,0 miljoen).

Vergoedingsregeling WIA

De uitvoeringskosten UWV voor de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan UWV bevoorschot.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

De bijdrage aan nationale organisaties is 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de Landelijke Cliëntenraad (LCR). Het budget wordt bij goedkeuring van het jaarplan vastgesteld.

Budgettaire gevolgen van beleid, premiegefinancierd

Tabel 37 Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd artikel 11 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

2.709.163

0

2.709.163

– 71.997

2.637.166

– 61.670

148.292

110.426

153.729

3.370.525

                       
 

Uitgaven

2.709.163

0

2.709.163

– 71.997

2.637.166

– 61.670

148.292

110.426

153.729

3.370.525

                       

11.0

Uitvoeringskosten

2.709.163

0

2.709.163

– 71.997

2.637.166

– 61.670

148.292

110.426

153.729

3.370.525

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

2.709.163

0

2.709.163

– 71.997

2.637.166

– 61.670

148.292

110.426

153.729

3.370.525

 

Uitvoeringskosten UWV

2.383.491

0

2.383.491

– 67.074

2.316.417

– 70.274

133.382

99.813

148.711

2.538.931

 

Uitvoeringskosten SVB

220.632

0

220.632

0

220.632

3.509

1.296

28

– 80

225.458

 

Uitvoeringskosten UWV nominaal

96.472

0

96.472

– 4.769

91.703

4.942

13.541

11.107

6.021

557.272

 

Uitvoeringskosten SVB nominaal

8.568

0

8.568

– 154

8.414

153

73

– 522

– 923

48.864

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 72,0 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

Bijdrage aan ZBO's / RWT's

Uitvoeringskosten UWV

  • Doordat er incidentele meevallers zijn binnen UWV, wordt het toegekende uitvoeringsbudget beleidsmatig naar beneden bijgesteld met € 89 miljoen voor het jaar 2026. De meevallers komen voornamelijk doordat de werkgeversbijdrage aan de pensioenregeling lager uitvalt. Daarnaast is er incidenteel onderuitputting bij verschillende organisatieonderdelen binnen UWV. Tot slot heeft UWV maatregelen genomen om de taakstellingen die volgen uit het hoofdlijnenakkoord van Kabinet Schoof en het Amendement Bontenbal c.s. in te vullen. Deze maatregelen leveren in 2026 meer op dan benodigd voor het invullen van deze taakstellingen. Daarnaast wordt het uitvoeringsbudget opwaarts bijgesteld als gevolg van de verwerking van de uitvoeringsinformatie en CEP (€ 61,3 miljoen in 2026 oplopend tot € 89 miljoen in 2031). Dit is voornamelijk het gevolg van een opwaartse bijstelling van de WIA-volumes.

  • De uitvoeringskosten UWV voor de vergoedingsregeling WIA (herstel)acties zijn begrotingsgefinancierd. De gereserveerde middelen zijn daarom overgeboekt naar het begrotingsgefinancierde begrotingshoofdstuk. Het kabinet is voornemens om de regeling in werking te laten treden in september 2026 met een doorlooptijd van 2 jaar. Om aan te sluiten bij het baten- en lastenstelsel van UWV worden de middelen in 2026 en 2027 aan UWV bevoorschot.

  • Er worden structurele middelen gereserveerd voor de gebruikerskosten voor de Basisregistratie Personen (BRP), die jaarlijks aan BZK worden overgeboekt (€ 7,7 miljoen). SZW vergoedt deze kosten voor UWV, de SVB, BKWI, het BIDN, en de NLA.

  • In het coalitieakkoord «Aan de slag» zijn middelen gereserveerd voor taakherschikking bij UWV (€ 6 miljoen in 2026 oplopend naar € 9,3 miljoen vanaf 2031).

  • Voor de verlaging van het maximumdagloon zijn in het coalitieakkoord middelen gereserveerd voor de implementatie bij UWV (€ 10 miljoen).

  • Er is sprake van een kasschuif van € 125 miljoen uit 2027 naar 2030 (€ 70 miljoen) en 2031 (€ 55 miljoen).

Nominaal

Dit betreft de doorwerking van CEP op de nominale ontwikkeling van de uitvoeringskosten UWV.

3.12 Artikel 12 Rijksbijdragen

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 38 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 12 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

32.633.056

0

32.633.056

51.233

32.684.289

461.498

– 51.028

– 18.599

– 195.120

42.395.996

                       
 

Uitgaven

32.633.056

0

32.633.056

51.233

32.684.289

461.498

– 51.028

– 18.599

– 195.120

42.395.996

                       

12.0

Rijksbijdragen

32.633.056

0

32.633.056

51.233

32.684.289

461.498

– 51.028

– 18.599

– 195.120

42.395.996

 

Bijdrage aan sociale fondsen

32.633.056

0

32.633.056

51.233

32.684.289

461.498

– 51.028

– 18.599

– 195.120

42.395.996

 

Kosten heffingskortingen AOW

4.128.900

0

4.128.900

– 44.600

4.084.300

– 581.300

– 708.000

– 828.900

– 870.800

4.074.700

 

Vermogenstekort Ouderdomsfonds

28.203.600

0

28.203.600

75.900

28.279.500

1.022.200

866.500

1.017.300

880.000

38.215.200

 

Tegemoetkoming arbeidsongeschikten

186.563

0

186.563

24.197

210.760

24.773

– 191.077

– 191.077

– 191.077

0

 

Zwangere zelfstandigen

113.993

0

113.993

– 4.264

109.729

– 4.175

– 18.451

– 15.922

– 13.243

106.096

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Tabel 39 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 12
 

2026

juridisch verplicht

100,0%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 51,2 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen. De uitgaven op artikel 12 Rijksbijdragen zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2026. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Uitgaven

Bijdrage aan sociale fondsen

De bijdragen aan sociale fondsen zijn 100% juridisch verplicht. De rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen AOW en het vermogenstekort Ouderdomsfonds zijn juridisch verplicht volgens de Wet financiering sociale verzekeringen. De rijksbijdrage tegemoetkoming arbeidsongeschikten is juridisch verplicht volgens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). De rijksbijdrage zwangere zelfstandigen is juridisch verplicht volgens de Wet arbeid en zorg. Hoofdstuk van de Begroting 2026 gaat nader in op de financiering van de sociale fondsen.

  • De geraamde uitgaven voor de rijksbijdrage aan het Ouderdomsfonds voor de kosten van heffingskortingen wordt op basis van de CEP-ramingen in 2026 met € 44,6 miljoen naar beneden bijgesteld. Dat komt vooral doordat het tarief van de eerste schijf van de inkomstenbelasting is verhoogd. Daardoor slaat een groter deel van de heffingskortingen neer bij de inkomstenbelasting en een kleiner deel bij de volksverzekeringen. De rijksbijdrage om voor de volksverzekeringen de kosten van heffingskortingen te compenseren kan daardoor kleiner zijn.

  • De uitgaven aan de rijksbijdragen voor het vermogenstekort van het Ouderdomsfonds wordt voor 2026 met € 75,9 miljoen naar boven bijgesteld. Een van de oorzaken voor deze bijstelling is dat er voor het Ouderdomsfonds voor 2026 nu € 775 miljoen minder premie-ontvangsten worden geraamd. De rijksbijdrage moet dus met dit bedrag stijgen om deze lagere premie-inkomsten aan te vullen. Iets lagere uitgaven, de lagere BIKK en lagere rente-ontvangsten verhogen de rijksbijdrage met € 86 miljoen. Daar staat tegenover dat de rijksbijdrage voor 2026 met ongeveer € 785 miljoen omlaag kan doordat het Ouderdomsfonds het jaar 2025 heeft afgesloten met een vermogensoverschot.

3.13 Artikel 13 Integratie en maatschappelijke samenhang

Budgettaire gevolgen van beleid, begrotingsgefinancierd

Tabel 40 Budgettaire gevolgen van beleid begrotingsgefinancierd artikel 13 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

484.728

250

484.978

– 10.589

474.389

53.224

106.484

134.908

142.601

446.989

                       
 

Uitgaven

485.728

250

485.978

– 20.589

465.389

53.224

106.484

134.908

142.601

446.989

                       

13.0

Integratie en maatschappelijke samenhang

485.728

250

485.978

– 20.589

465.389

53.224

106.484

134.908

142.601

446.989

 

Inkomensoverdrachten

36.594

0

36.594

– 1.328

35.266

– 1.597

– 1.896

– 2.147

– 2.379

24.965

 

Remigratiewet

36.594

0

36.594

– 1.328

35.266

– 1.597

– 1.896

– 2.147

– 2.379

24.965

 

Subsidies (regelingen)

20.414

0

20.414

4.412

24.826

0

0

0

0

11.174

 

Opbouw kennisfunctie integratie

2.632

0

2.632

0

2.632

0

0

0

0

2.198

 

Vluchtelingenwerk Nederland

1.208

0

1.208

0

1.208

0

0

0

0

1.009

 

Overige subsidies algemeen

4.357

0

4.357

4.412

8.769

0

0

0

0

1.300

 

Vroege Integratie en Participatie

12.217

0

12.217

0

12.217

0

0

0

0

6.667

 

Opdrachten

29.561

250

29.811

– 12.736

17.075

1.050

1.320

151

0

10.928

 

Opdracht Integratie

29.061

250

29.311

– 12.736

16.575

1.050

1.320

151

0

10.928

 

Remigratie

500

0

500

0

500

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

63.571

0

63.571

– 13.446

50.125

11.316

8.741

10.799

11.136

46.588

 

COA

63.571

0

63.571

– 13.446

50.125

11.316

8.741

10.799

11.136

46.588

 

Bijdrage aan agentschappen

29.595

0

29.595

0

29.595

0

0

0

0

24.453

 

Agentschap DUO

29.595

0

29.595

0

29.595

0

0

0

0

24.453

 

Bijdrage aan medeoverheden

289.645

0

289.645

0

289.645

35.290

91.930

120.438

128.389

311.812

 

Gemeenten inburgeringsvoorzieningen

289.645

0

289.645

0

289.645

35.290

91.930

120.438

128.389

311.812

 

Leningen

16.348

0

16.348

2.509

18.857

7.165

6.389

5.667

5.455

17.069

 

DUO

16.348

0

16.348

2.509

18.857

7.165

6.389

5.667

5.455

17.069

                       
 

Ontvangsten

3.000

0

3.000

54.122

57.122

1.500

1.500

1.500

1.500

4.500

Tabel 41 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 13
 

2026

juridisch verplicht

90,0%

bestuurlijk gebonden

8,0%

beleidsmatig gereserveerd

2,0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0,0%

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 20,6 miljoen bij de uitgaven en – € 10,6 bij de verplichtingen. De verwachte ontvangsten nemen toe met € 54,1 miljoen. De uitgaven op artikel 13 Integratie en maatschappelijke samenhang zijn voor 90% juridisch verplicht en 8% bestuurlijk gebonden en 2% beleidsmatig gereserveerd voor het jaar 2026. Hieronder volgt een toelichting per financieel instrument.

Uitgaven

Inkomensoverdrachten

De Inkomensoverdrachten volgen uit wet- en regelgeving op het terrein van de Remigratiewet en zijn daarmee voor 100% juridisch verplicht.

Subsidies

De subsidies zijn voor 20% juridisch verplicht. Daarnaast zijn de subsidies voor het Kennisplatform Integratie en Samenleving, Vluchtelingenwerk Nederland en de werkgeversregeling «Statushouders aan het werk' bestuurlijk gebonden vanwege meerjarige afspraken met de ontvangende organisaties. Iedere vijf jaar wordt opnieuw bezien of de subsidies worden voortgezet. De post overige subsidies is voor 20% verplicht en is bestemd voor de afrekening van lopende integratieverplichtingen. De verwachting is dat de overige middelen volledig besteed gaan worden aan geplande nieuwe subsidies in het kader van de Actieagenda Integratie in 2026.

Opdrachten

De opdrachtenbudgetten zijn voor 20% verplicht. De rest is beleidsmatig gereserveerd voor de uitvoering van de Actieagenda Integratie en ter ondersteuning van de Wi2021. De middelen voor opdrachten zijn voor het onderdeel Remigratie geheel gebonden aan bestuurlijke afspraken.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdrage aan ZBO's is bedoeld voor de uitvoering van de voorinburgering door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en is daarmee 100% juridisch verplicht.

Het budget voor COA voorinburgering is bij voorjaar 2026 met € 13,4 miljoen naar beneden bijgesteld vanwege de verwachting dat minder personen deelnemen aan voorinburgering dan voorheen werd gedacht.

Bijdrage aan agentschappen

De bijdrage aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) ten behoeve van het beheer van het examenstelsel en de uitvoering van het leenstelsel is gebaseerd op gemaakte afspraken en daarmee 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan medeoverheden

De taken en verantwoordelijkheden door gemeenten zijn vastgelegd in de inburgeringswet. De specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van inburgeringsvoorzieningen in het nieuwe stelsel is onderdeel van de nieuwe Wet inburgering 2021. Daarmee zijn deze uitgaven 100% juridisch verplicht. De middelen zijn voor 2027 en verder naar boven bijgesteld. Dit wordt veroorzaakt omdat de raming conform het coalitieakkoord is bijgesteld naar hogere aantallen.

Leningen

Dit budget vloeit voort uit de Wet inburgering 2013 en de Wet inburgering 2021 en is daarmee 100% juridisch verplicht. De middelen zijn voor 2027 en verder naar boven bijgesteld omdat de raming conform het coalitieakkoord is bijgesteld naar hogere aantallen.

Ontvangsten

De SPUK inburgeringsontvangsten over 2025 zijn € 48,2 miljoen. Dit komt doordat het aantal asielstatushouders dat in gemeenten instroomden in 2025 lager was dan eerst gedacht, waardoor er minder inburgeraars met hun inburgeringstraject gestart zijn. Deze afrekening wordt verrekend in 2026.

4 Niet-beleidsartikelen

4.1 Apparaat Kerndepartement

Tabel 42 Budgettaire gevolgen van Apparaat Kerndepartement artikel 96 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

631.903

0

631.903

22.827

654.730

33.815

17.829

– 89.051

– 232.287

348.937

 

Uitgaven

635.914

0

635.914

22.827

658.741

33.815

17.829

– 89.051

– 232.287

348.696

                       

96.0

Apparaat Kerndepartement

635.914

0

635.914

22.827

658.741

33.815

17.829

– 89.051

– 232.287

348.696

 

Personele uitgaven

517.384

0

517.384

9.244

526.628

20.285

4.028

– 102.035

– 243.743

228.285

 

eigen personeel

501.263

0

501.263

4.258

505.521

18.800

3.680

– 101.686

– 243.153

216.014

 

externe inhuur

11.370

0

11.370

2.793

14.163

65

– 589

– 959

– 1.200

6.910

 

overige personele uitgaven

4.751

0

4.751

2.193

6.944

1.420

937

610

610

5.361

 

Materiële uitgaven

118.530

0

118.530

13.583

132.113

13.530

13.801

12.984

11.456

120.411

 

overige materiële uitgaven

21.518

0

21.518

2.771

24.289

– 74

– 80

– 80

– 80

21.843

 

ICT

31.319

0

31.319

3.515

34.834

5.909

5.837

4.890

3.458

32.744

 

bijdrage aan SSO's

65.693

0

65.693

7.297

72.990

7.695

8.044

8.174

8.078

65.824

                       
 

Ontvangsten

105.698

0

105.698

246

105.944

30.149

30.513

30.513

30.267

135.845

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt € 22,8 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen en € 0,2 miljoen bij de ontvangsten.

Uitgaven

Personele uitgaven

  • In 2027 start de Nederlandse Autoriteit voor de Uitleenmarkt (NAU) als onderdeel van SZW. De NAU gaat toezien op de uitvoering van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). In 2026 zijn er voorbereidende werkzaamheden.

  • Vanaf 2027 is het effect zichtbaar van de ingeboekte taakstellingen uit het Coalitieakkoord. Het gaat om de efficiencytaakstelling vanaf 2027 en de taakstelling Vernieuwing Rijksdienst vanaf 2029. Beide taakstellingen zijn vooralsnog volledig ingeboekt op artikel 96 onder eigen personeel. De bedragen zullen voor de Begroting 2027 worden herverdeeld binnen de begroting van SZW.

Bijdrage aan SSO's

Het budget voor de bijdrage aan SSO's wordt opgehoogd vanwege de gestegen tarieven van de SSO's (met name Rijksvastgoedbedrijf en SSC-ICT).

Ontvangsten

De NAU wordt gefinancierd vanuit leges. Deze worden geboekt als ontvangst op artikel 96.

4.2 Nog onverdeeld

Tabel 43 Budgettaire gevolgen van Nog omverdeeld artikel 99 (bedragen x € 1.000)
   

Ontwerpbegroting t (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)

Vastgestelde begroting t

(3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting

(5) = (3) + (4)

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Mutatie 2030

Mutatie 2031

Art.

Verplichtingen

168.026

– 3.250

164.776

– 37.380

127.396

– 31.675

– 115.887

– 15.619

– 17.840

314.220

                       
 

Uitgaven

168.026

– 3.250

164.776

– 37.380

127.396

– 31.675

– 115.887

– 18.094

– 17.840

314.220

                       

99.0

Nog onverdeeld

168.026

– 3.250

164.776

– 37.380

127.396

– 31.675

– 115.887

– 18.094

– 17.840

314.220

 

Nog te verdelen

168.026

– 3.250

164.776

– 37.380

127.396

– 31.675

– 115.887

– 18.094

– 17.840

314.220

 

waarvan apparaat

7.270

0

7.270

68.185

75.455

68.218

57.535

52.260

51.701

51.947

 

waarvan programma

160.756

– 3.250

157.506

– 105.565

51.941

– 99.893

– 173.422

– 70.354

– 69.541

262.273

                       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Het totaal van de mutaties 1e suppletoire begroting bedraagt – € 37,4 miljoen bij de uitgaven en de verplichtingen.

Uitgaven

  • Er zijn diverse overboekingen van en naar andere departementen. De grootste zijn overboekingen naar het Gemeentefonds voor onder andere vroegsignalering als onderdeel van het basispakket voor het IBO problematische schulden (€ 21,3 miljoen); re-integratiedienstverlening gericht op jongeren (€ 12,5 miljoen); kortdurende opvang voor dakloze niet-rechthebbende EU-burgers (€ 8,0 miljoen); de uitvoering van het wetsvoorstel Handhaving Sociale Zekerheid (€ 6,6 miljoen). JenV ontvangt € 3,8 miljoen voor de doorontwikkeling van de clustering Rijksincasso. OCW krijgt € 9,8 miljoen voor hogere kosten voor het afnemen van Nt2-examens voor inburgeraars en extra kosten van DUO.

  • Daarnaast zijn er verschillende herschikkingen binnen de SZW-begroting. Zo gaat er € 8,9 miljoen naar artikel 2 voor het wetsvoorstel Stroomlijning keten voor derdenbeslag en € 2,3 miljoen voor de uitvoering van de wet Beslagvrije voet. Ook gaat er € 4,1 miljoen naar artikel 11 voor de uitvoering van het wetsvoorstel Handhaving door UWV en de SVB en € 3,5 miljoen voor de overheveling van taken van het schuldenknooppunt naar het Bureau Informatie Diensten Nederland (BIDN). Daarnaast is er een overboeking van € 3,8 miljoen naar artikel 96 voor de inrichting van de Nederlandse Autoriteit voor de Uitleenmarkt (NAU) en van € 2,1 miljoen naar artikel 1 en 96 voor de invoering van de EU-richtlijn Loontransparantie.

  • Voor de uitvoering van het knelpunt keteneffecten bij nabetalingen zijn additionele middelen gereserveerd op artikel 99. Dit gaat om € 0,6 miljoen in 2026 en € 6,8 miljoen in 2027.

  • Om beter aan te sluiten bij het verwachte kasritme van de uitgaven vindt er een aantal kasschuiven plaats. Dit geldt onder meer voor de middelen voor inburgering, waarvoor € 9,4 miljoen naar 2026 en € 1,7 miljoen naar 2027 wordt geschoven vanuit 2028–2031, voordat deze middelen worden overgeboekt naar OCW (zie eerste bullet). Voor het wetsvoorstel Stroomlijning keten voor derdenbeslag worden middelen uit 2026 (€ 5,5 miljoen) en 2027 (€ 0,5 miljoen) doorgeschoven naar 2028 en 2029. Vanwege vertraging van het wetsvoorstel verbreding banenafspraak wordt € 18,8 miljoen voor Loonkostensubsidie in de Wajong doorgeschoven van 2027 en 2028 naar 2029 en verder. Daarnaast wordt er € 2,5 miljoen van 2026 geschoven naar 2027 vanwege vertraging van het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers en omdat er tijd nodig is om het verduidelijkingsonderdeel van de wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden aan te passen naar de Zelfstandigenwet.

  • Tot slot worden enkele reserveringen op artikel 99 ingezet ter dekking van onvermijdelijkheden. Dit geldt bijvoorbeeld voor de reservering die is gemaakt naar aanleiding van het IBO problematische schulden (€ 5,1 miljoen in 2026, € 37,5 miljoen in 2027 en € 99,3 miljoen in 2028). De opvolging van het IBO wordt meegewogen in de besluitvorming over de besteding van de envelop «Aanpak armoede en problematische schulden» die is vrijgemaakt in het coalitieakkoord. Ook de middelen voor de taaleis (€ 17,4 miljoen structureel) worden ingezet ter dekking van de uitvoeringstegenvaller op de SZW-begroting. Daarnaast vervalt de reservering van € 7,4 miljoen voor Handhaving in 2026.

5 Bijlagen

5.1 Bijlage 1: Lijst van afkortingen

Tabel 44

Afkorting

Betekenis

ACOI

Adviescommissie Openbaarheid en Informatiehuishouding

AFM

Autoriteit Financiële Markten

AHK

Algemene heffingskorting

AIO

Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen

AKW

Algemene Kinderbijslagwet

AMvB

Algemene maatregel van bestuur

Anw

Algemene Nabestaandenwet / Nabestaandenfonds

AO

Arbeidsongeschiktheid, of Algemeen Overleg

Aof

Arbeidsongeschiktheidsfonds

AOV

Algemene Ouderdomsverzekering Caribisch Nederland, of Arbeidsongeschiktheidsverzekering

AOW

Algemene Ouderdomswet / Ouderdomsfonds

APP

Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen

Arbo

Arbeidsomstandigheden

ASB

Assurantiebelasting

ATW

Arbeidstijdenwet

avv

Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten

AWf

Algemeen Werkloosheidsfonds

Awir

Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen

AWW

Algemene Weduwen- en Wezenverzekering Caribisch Nederland, of Algemene Weduwen en Wezenwet

AZC

Asielzoekerscentrum

BAZ

Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen

Bbz

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen

BES

Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (samen Caribisch Nederland)

BIDN

Bureau InformatieDiensten Nederland

BIKK

Bijdrage in kosten kortingen

BKWI

Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen

BMIP

Brabants Migratie Informatiepunt

BNC

Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen

BNPL

Buy Now Pay Later

BRP

Basisregistratie Personen

Brzo

Besluit risico’s zware ongevallen

BZ

(Ministerie van) Buitenlandse Zaken

BZK

(Ministerie van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

cao

Collectieve arbeidsovereenkomst

CASS

Administratief Centrum voor de sociale zekerheid van de Rijnvarenden

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

CIZ

Centrum Indicatiestelling Zorg

CJIB

Centraal Justitieel Incassobureau

CMD

Common Mental Disorder

CN

Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius, Saba)

COA

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

CPB

Centraal Planbureau

CSE

Chronic solvent-induced encephalopathy, een aandoening van het centrale zenuwstelsel als gevolg van de langdurige blootstelling aan oplosmiddelen

Ctgb

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

DGA

Duurzaam geen arbeidsvermogen

DI

Duurzame inzetbaarheid

DKIZ

Dubbele kinderbijslag intensieve zorg

DMS

Document Management Systeem

DNB

De Nederlandsche Bank

DUO

Dienst Uitvoering Onderwijs

EK

Eerste Kamer

ELA

European Labour Authority (Europese Arbeidsautoriteit)

EMU

Economische en Monetaire Unie

EPA

Ernstige psychische aandoening

EPSCO

Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken

ERD ZW

Eigenrisicodragen Ziektewet

ESB-regeling

Subsidieregeling voor scholing en re-integratie van personen met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen

ESF

Europees Sociaal Fonds

ESF+

Europees Sociaal Fonds Plus

ETK-regeling

Extra Territoriale Kosten regeling

EU

Europese Unie

EZ

(Ministerie van) Economische Zaken

FIN

(Ministerie van) Financiën

G&VW

Gezond en Veilig Werken

GGD

Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst

GGZ

Geestelijke gezondheidszorg

GHOR

Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de Regio

GIPs

Grensinformatiepunten

GWV

Generieke Werkgeversvoorziening

havo

Hoger algemeen voortgezet onderwijs

HLA

Hoofdlijnenakkoord

HVP

Herstel- en Veerkrachtplan

IAS

Instituut Asbestslachtoffers

IB

Inlichtingenbureau

IBO

Interdepartementaal Beleidsonderzoek

IBPV

Instelling voor bedrijfspensioenvoorziening

IHH

Informatiehuishouding

ILO

International Labour Organization

IO&E

Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed

IOAOW

Inkomensondersteuning AOW-gerechtigden

IOAW

Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers

IOAZ

Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen

IORP

Europese Pensioenfondsrichtlijn

IOW

Inkomensvoorziening Oudere Werklozen

IPS

Individuele Plaatsing en Steun

IUSD

Integratie-uitkering sociaal domein

IVA

Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten

JenV

(Ministerie van) Justitie en Veiligheid

Jeugd-LIV

Tegemoetkoming verhoging minimumjeugdloon, of Minimumjeugdloonvoordeel

KIS

Kennisplatform Inclusief Samenleven

KO

Kinderopvang

KOT

Kinderopvangtoeslag

LCR

Landelijke Cliëntenraad

LIV

Lage-inkomensvoordeel

LKS

Loonkostensubsidie

LKV

Loonkostenvoordelen

LLO

Leven Lang Ontwikkelen

LOCOV

Longitudinaal Onderzoek Cohort Oekraïense Vluchtelingen

LOCS

Longitudinaal Onderzoek Cohort Statushouders

LRK

Landelijk Register Kinderopvang

mbo

middelbaar beroepsonderwijs

MCKW

Mobiliteitscentrum Kolenketen Westhaven

MDIEU

Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden

MEV

Macro-economische Verkenning

MIP

Meerjarig investeringsprogramma

Mkb

Midden- en kleinbedrijf

MKBA

Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse

Mln

Miljoen

NCDR

Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme

NEA

Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden

NGF

Nationaal Groeifonds

Nibud

Nationaal instituut voor budgetvoorlichting

NL

Nederland

NLA

Nederlandse Arbeidsinspectie

NOW

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid

NPLV

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid

NVVK

Branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en bewindvoering

NWO

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

OBR

Overbruggingsregeling AOW

OCTAS

Onafhankelijke commissie toekomst arbeidsongeschiktheidsstelsel

OCW

(Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

OPS

Organo Psycho Syndroom

OV

Ongevallenverzekering Caribisch Nederland

Pgb

Persoonsgebonden budget

PGV

Stichting Projectenbureau Publieke Gezondheid van de Vereniging van Publieke Gezondheid en Veiligheid Nederland

PIP

Plan Inburgering en Participatie

POC KOT, of POK

Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag

PPI

Premiepensioeninstelling

PRK

Personenregister Kinderopvang

Pro

Praktijkonderwijs

pSG

Plaatsvervangend secretaris-generaal

PWRI

Pensioenfonds Werk en (Re-)Integratie

RBK

Register Buitenlandse Kinderopvang

RBV

Rijksbegrotingsvoorschriften

RCN

Rijksdienst Caribisch Nederland (unit Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

REACH CLP

Registration, Evaluation, Authorisation en restriction of Chemicals and Classification, Labelling en Packaging

REACT-EU

Recovery Assistance for Cohesion and the Territories of Europe

RI&E

Risico-inventarisatie en -evaluatie

RIHH

Regeringscommissaris Informatiehuishouding

RIS

Rapportage integratie en samenleven

RIVM

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

RNI

Registratie niet-ingezetenen

RMT

Regionaal mobiliteitsteam

RSO

Rijksschoonmaakorganisatie

RVO

Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland

RVU

Regeling voor vervroegde uittreding

RvW

Regeling van Werkzaamheden

RWC

Regionale werkcentra

RWT

Rechtspersoon met een Wettelijke Taak

SBB

Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven

SBCM

Stichting Beheer Collectieve Middelen

SCP

Sociaal en Cultureel Planbureau

SEA

Strategische Evaluatie Agenda

SER

Sociaal-economische Raad

SG

Secretaris-generaal

SiSa

Single information Single audit

SLIM

Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen

SMI

Sociaal-medische indicatie

SPUK

Specifieke Uitkering

SSO

Shared Service Organisatie

STAP

Stimulering Arbeidsmarktpositie

Stb.

Staatsblad

SUWI

Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen

SVB

Sociale Verzekeringsbank

Sw

Sociale werkvoorziening

SZ

Sociale Zekerheid

SZI

(Directoraat Generaal) Sociale Zekerheid en Integratie

SZW

(Ministerie van) Sociale Zaken en Werkgelegenheid

TAS

Regeling Tegemoetkoming Asbestslachtoffers

TK

Tweede Kamer

TNO

Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek

TOGS

Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19

Tozo

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers

TSB

Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten

TVL

Tegemoetkoming Vaste Lasten

TW

Toeslagenwet

Twv

Tewerkstellingsvergunning

Ufo

Uitvoeringsfonds voor de overheid

UN

United Nations

UVB

Uitvoering Van Beleid

UWV

Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen

Vbar

Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden

VE

Voorschoolse educatie

VGR

Voortgangsrapportage

VIA

Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt

VIM

Vereenvoudiging Inkomensondersteuning voor Mensen

VN

Verenigde Naties

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VOG

Verklaring Omtrent het Gedrag

Vso

Voortgezet speciaal onderwijs

Vut

Vervroegde uittreding

vwo

Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs

VWS

(Ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Waadi

Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs

Wab

Wet arbeidsmarkt in balans

WagwEU

Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie

Wajong

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten

Wamil

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen

WAO

Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering

WAS

Wet aanpak schijnconstructies

WaU

Werk aan Uitvoering

Wav

Wet arbeid vreemdelingen

WAZ

Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering Zelfstandigen

WAZO

Wet Arbeid en Zorg

WBO

Wet betaald ouderschapsverlof

WEA

Werkgevers Enquête Arbeid

WEU

Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen

Wfw

Wet flexibel werken

WGA

Regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten

WGO

Wetgevingsoverleg

Whk

Werkhervattingskas

WIA

Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen

WKB

Wet op het Kindgebonden Budget

Wko

Wet kinderopvang

Wlz

Wet langdurige zorg

Wml

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag / Wettelijk minimumloon

Wob

Wet openbaarheid van bestuur

Woo

Wet open overheid

WOR

Wet op de Ondernemingsraden

Wsnp

Wet schuldsanering natuurlijke personen

Wsw

Wet sociale werkvoorziening

Wtl

Wet tegemoetkomingen loondomein

Wtp

Wet toekomst pensioenen

Wtta

Wet toelating ter beschikkingstelling van arbeidskrachten

WW

Werkloosheidswet

WJW

Wet werken waar je wilt

ZBO

Zelfstandig Bestuursorgaan

ZEA

Zelfstandigen Enquête Arbeid

ZEZ

Regeling Zelfstandig En Zwanger

ZonMw

Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie

ZV

Ziekteverzekering Caribisch Nederland

ZVW

Zorgverzekeringswet

ZW

Ziektewet

zzp

Zelfstandige zonder personeel