Voorgesteld 4 februari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de geloofwaardigheid van sancties afhankelijk is van de handhaving;
overwegende dat de Duitse Minister van Buitenlandse Zaken heeft opgeroepen het internationale zeerecht te moderniseren om het ontduiken van sancties op de Russische schaduwvloot tegen te gaan;
overwegende dat de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk inmiddels zijn overgegaan op het onderscheppen van schepen van de Russische schaduwvloot;
verzoekt de regering in navolging van de VS, het VK en Frankrijk de Russische schaduwvloot harder aan te pakken door verdachte olietankers zo mogelijk te onderscheppen en samen met Duitsland op te trekken om te bekijken of eventuele juridische bezwaren hiertegen in het internationale zeerecht kunnen worden weggenomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Boswijk
Van der Werf
Erkens
Stoffer
Hoogeveen