Ontvangen 4 juni 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel M, wordt in het voorgestelde artikel 179c, derde lid, «zes maanden» vervangen door «een jaar».
Bij schending van de ontzegging van de rijbevoegdheid kan de veroordeelde in vervangende hechtenis worden geplaatst. Bij een schending van de ontzegging van de rijbevoegdheid heeft het Openbaar Ministerie de keuze uit twee routes: op basis van dit wetsvoorstel een vordering indienen tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis of het instellen van een vervolging op grond van artikel 9 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Beide routes blijven naast elkaar bestaan.
Ondanks dat het uiteindelijke resultaat van beide wegen hetzelfde is, namelijk dat de notoire overtreder in vervangende hechtenis wordt genomen ofwel doordat de rechter een gevangenisstraf oplegt bij een veroordeling op grond artikel 9 WVW, zijn er wel degelijk verschillen. De vervangende hechtenis op basis van dit wetsvoorstel zorgt ervoor dat een veroordeelde bij overtreding direct in hechtenis kan worden geplaatst (artikel 6:6:20 Sv), terwijl via de weg van artikel 9 WVW een aparte procedure moet worden gestart, wat weer tijd kost waardoor de vrijheidsbeneming op zich laat wachten. Daarnaast verschilt de maximaal mogelijke hechtenis of gevangenisstraf. De vervangende hechtenis op basis van dit wetsvoorstel is in totaal maximaal zes maanden, terwijl de gevangenisstraf op basis van artikel 9 WVW een maximale gevangenisstraf van 1 jaar voorschrijft.
Het ligt voor de hand dat het OM de route kiest zoals in dit wetsvoorstel is opgenomen. Voordelen van deze keuze zijn: bij overtreding kan de veroordeelde direct in hechtenis worden geplaatst en extra rechterlijke procedures worden voorkomen. Nadelen zijn: dat het OM kan kiezen voor deze route om de strafrechtketen te ontlasten, waarmee o.a. ook de maximale duur van de vrijheidsbeneming wordt verlaagd van 12 naar 6 maanden.
Aangezien het om dezelfde gedragingen gaat dient de maximale duur ook gelijk getrokken te worden. Zodat het voorliggende wetsvoorstel in de praktijk niet kan leiden tot lichtere maatregelen in plaats van een harde aanpak zoals beoogd met dit wetsvoorstel.
Faber