Ontvangen 13 mei 2026
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
In artikel I, onderdeel M, wordt in het voorgestelde artikel 179c, tweede lid, «drie dagen» vervangen door «veertien dagen».
Voor de aanpak van notoire overtreders regelt dit wetsvoorstel een drietal maatregelen. De rechter kan bij ontzegging van de rijbevoegdheid vervangende hechtenis bevelen voor het geval de veroordeelde zich niet houdt aan de ontzegging van de rijbevoegdheid.
Een ontzegging van de rijbevoegdheid legt de rechter niet zomaar op en als die maatregel wordt opgelegd is het cruciaal dat de veroordeelde zich daar ook aan houdt. Voor de naleving van een maatregel is voldoende afschrikwekkende werking noodzakelijk en daarom dient vervangende hechtenis als het juiste middel. Notoire overtreders kunnen immers direct van de weg worden gehaald en in hechtenis worden geplaatst.
Echter, de minimale duur van de vervangende hechtenis is afgezwakt van veertien dagen naar drie dagen en dit kan nog lager uitvallen als de rechter-commissaris besluit tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging. De voldoende afschrikwekkende werking verdwijnt hiermee en daarom sluit de indiener zich aan bij vervangende hechtenis met een minimale duur van veertien dagen, zoals dat aanvankelijk in dit wetsvoorstel was opgenomen.
Faber