Gepubliceerd: 30 juni 2022
Indiener(s): Jaco Geurts (CDA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36120-XIV-5.html
ID: 36120-XIV-5

Nr. 5 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 30 juni 2022

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 14 juni 2022 voorgelegd aan de Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en voor Natuur en Stikstof. Bij brief van 28 juni 2022 zijn ze door de Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en voor Natuur en Stikstof beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Geurts

De griffier van de commissie, Jansma

1

Wanneer en op welke wijze wordt bekendgemaakt hoe de normerende afspraken een bijdrage gaan leveren aan het doelbereik?

Antwoord

Ik streef ernaar om uiterlijk in oktober met een voorstel te komen en de Tweede Kamer hier over te informeren. Het kabinet onderzoekt wat de mogelijkheden en effecten zijn voor wat betreft een verdere inzet op normering om hiermee een grotere bijdrage te leveren aan de doelstellingen zoals vastgelegd in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG).

In de sector worden reeds diverse vormen van normstelling toegepast. Zoals bijvoorbeeld aangegeven in de brief van de Minister van LNV van 10 juni jl. (Kamerstukken 30 252 en 35 334, nr. 28) ontwikkelen melkvee- en rundveebedrijven zich tot een grondgebonden sector in 2032. Dat houdt in dat deze bedrijven alle mest op het eigen bedrijf kunnen plaatsen. Daarnaast is in de structurele aanpak stikstof van 2020 een aanscherping van de wettelijke (landelijke) normen voor de emissie van ammoniak uit nieuwe stallen per 2025 voorzien.1 Aanvullend hierop betrekt het kabinet normering in het kader van het 7e Actieprogramma Nitraat en voorstellen van provincies.

2

Op welke wijze wordt de sector betrokken bij de plannen voor de normerende afspraken?

Antwoord

De komende periode zal in overleg met de betrokken sectoren worden uitgewerkt hoe verdergaande normering wordt ingezet. Ik streef ernaar om de Tweede Kamer hierover in oktober te informeren.

3

Wanneer verwacht u de saneringsregeling visserij op basis van de Brexit Adjustment Reserve (BAR)-gelden te kunnen publiceren en wanneer gaat u meer duidelijkheid geven over de stillig- en liquiditeitsregeling?

Antwoord

Onlangs heeft de Minister van LNV de vragen van de Europese Commissie beantwoord ten aanzien van de notificatie van de saneringsregeling op basis van de BAR. Wanneer deze beantwoording afdoende is, heeft de Europese Commissie vervolgens twee maanden de tijd om de regeling goed te keuren. Na goedkeuring van de regeling zal ik deze kunnen publiceren. De Minister LNV zal er op aandringen bij de Commissie om de goedkeuring zo spoedig mogelijk te doen.

Zowel de stilligregeling als de liquiditeitsregeling bevinden zich momenteel nog in de voorbereidende procedure van de notificatie. Hierin heeft de Commissie over de liquiditeitsregeling nog vragen gesteld. De Minister van LNV zet zich ervoor in om ook voor deze regelingen de daadwerkelijke notificatie zo spoedig mogelijk te starten.

4

Wat zijn de consequenties van het verlagen van de middelen in het Transitiefonds voor de jaren 2024 tot en met 2027?

Antwoord

De doelen uit het coalitieakkoord zijn helder en gelden onverkort, de doelstellingen op het gebied van natuur (stikstof), klimaat en water moeten onontkoombaar worden behaald. Dit vergt dat de middelen nog doelmatiger zullen moeten worden ingezet, de budgettaire bijstelling heeft daarmee gevolgen voor de vrijblijvendheid van de aanpak. Het Rijk zet naast het ondersteunend beleid ook in op landelijke normering in de landbouw, wat ook bijdraagt aan een oplossing in de gebieden. Daarbij kijkt het kabinet naar de mogelijkheden voor het verder aanscherpen van (stal)normen om emissiereductie (verplicht) te bewerkstelligen. De mate waarin het aanscherpen van normering tot een kostenbesparing leidt hangt af van de vormgeving van de maatregel en de invulling van de gebiedsplannen. Tegelijkertijd moeten álle schakels in de agrofoodketen medeverantwoordelijkheid nemen voor de benodigde transitie, dus ook eigenaren van landbouwgrond, banken en andere financiers, toeleveranciers, afnemers, voedselverwerkers, distribiteurs en transporteurs. De tijd van op elkaar wachten en naar elkaar verwijzen is voorbij. Afspraken hierover zijn niet-vrijblijvend en vragen om actie. Vandaar dat de Minister van LNV deze zomer ketenpartijen een stevige en scherpomlijnde opdracht zal geven om concrete acties te ondernemen, gericht op het verbeteren van het verdienvermogen van de duurzame boer.

5

Waarom is ervoor gekozen de middelen in het Transitiefonds juist in de komende jaren te verlagen (660 miljoen van 2024 tot 2027)?

Antwoord

Als gevolg van de huidige geopolitieke, macro-economische ontwikkelingen en budgettaire tegenvallers voor de rijksoverheid, is het kabinet gedwongen de budgettaire afspraken uit het coalitieakkoord te herzien. Deze ontwikkelingen en budgettaire tegenvallers zullen in de komende jaren nog steeds spelen.

6

Waarom staat een deel van de middelen voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op de aanvullende post?

Antwoord

Conform het Coalitieakkoord vindt overheveling van middelen van de aanvullende post plaats nadat bestedingsvoorstellen zijn uitgewerkt, dit geldt voor alle ministeries. Het bestedingsplan van de NVWA is gemaakt. De middelen die bestemd zijn voor de versterking van de positie van de NVWA worden in tranches overgeboekt van de aanvullende post naar de begrotingen van LNV en VWS: De eerste tranche betreft 30 miljoen euro voor 2022 en 42 miljoen euro structureel vanaf 2023. Dit betekent dat er 14 miljoen euro in 2025, 28 miljoen euro in 2026, 43 miljoen euro in 2027 en 58 miljoen euro structureel vanaf 2028 op de aanvullende post beschikbaar blijft. De middelen zijn en blijven geoormerkt voor de NVWA.

7

Kunt u toelichten hoe is bepaald dat van 2022 tot 2027 oplopend 30 tot 85 miljoen euro nodig is voor versterking van de NVWA en daarna zelfs jaarlijks 100 miljoen euro en hoe komt dit bedrag tot stand?

Antwoord

De Tweede Kamer is op 16 oktober 2020 (Kamerstuk 33 835, nr. 171) geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek naar de balans tussen taken en middelen van de NVWA. In dit onderzoek is het capaciteitstekort van de NVWA objectief vastgesteld en is een onderbouwing opgenomen van de tekorten en de risico die er zijn in het toezicht van de NVWA. In december 2021 heeft het kabinet op basis van bovengenoemd rapport via het coalitieakkoord structureel 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het opheffen van de disbalans tussen taken en middelen en het versterken van de positie van de NVWA.

8

Waar is de 75,6 miljoen euro voor stalmaatregelen precies voor bedoeld?

Antwoord

De bronmaatregel «stalmaatregelen» is onderdeel van de structurele aanpak stikstof van 24 april 2020 (Kamerstuk 35 334, nr. 82). Deze bronmaatregel betreft de aanscherping van emissienormen voor ammoniak uit zowel nieuwe als – zij het met een overgangstermijn- bestaande stallen. Voor de periode 2023–2030 is € 280 miljoen gereserveerd op de Aanvullende Post.

Voor de jaren 2022–2027 is nu een bedrag van € 75,6 miljoen opgevraagd. De overige middelen worden op een later moment opgevraagd. Hiervoor zal een bestedingsvoorstel bij Financiën worden ingediend. Deze middelen zullen o.a. worden toegevoegd aan het budget voor de investeringsmodule van de Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv). Op dit moment is een nieuwe openstelling van de Sbv-investeringsmodule in voorbereiding, waarmee veehouders gedeeltelijk ondersteund worden bij het doen van de benodigde aanpassingen in stallen.

Daarnaast zal een deel van de middelen worden ingezet om de ontwikkeling van innovatieve stalsystemen te optimaliseren door middel van het uitvoeren van pilots op veehouderijbedrijven en het opzetten van een regieorgaan. Hoe dit eruit kan komen te zien, wordt beschreven in het advies van de Kwartiermaker dat binnenkort wordt opgeleverd en aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 33 037, nr. 404). De Tweede Kamer is over de inzet van de € 75,6 miljoen geïnformeerd bij brief van 1 juni 2022 (Kamerstuk 36 120 XIV, nr. 3).

9

Hoeveel stikstof beoogt u te reduceren met de 75,6 miljoen euro voor stalmaatregelen?

Antwoord

Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 8 is de bronmaatregel «stalmaatregelen» onderdeel van de structurele aanpak stikstof (Kamerstuk 35 334, nr. 82). PBL heeft in 2020 de stikstofreductie doorgerekend voor de aanscherping van emissienormen van ammoniak. Naar verwachting levert dit een ammoniakreductie op van 29–41 mol/ha/jaar in het jaar 2030 voor de melkvee- en varkenshouderij. Deze reductie ziet op de inzet van het volledige gereserveerde budget (€ 280 miljoen). Omdat alleen de melkvee- en varkenshouderij zijn doorgerekend, zal de potentiële ammoniakreductie van stalmaatregelen voor de gehele veehouderij hoger liggen bij de aanscherping van normen voor andere sectoren. De bandbreedte hangt samen met verschillende factoren, onder andere van de reductiepotentie van de toegepaste emissiebeperkende technieken en de mate waarin toepassing van nieuwe stalsystemen zal plaatsvinden.

10

Wat betekent de inzet van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) voor reductie van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden?

Antwoord

De Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties heeft een vrijwillig karakter. Dat betekent dat de reductie die de regeling behaalt, afhankelijk is van de deelnamebereidheid van ondernemers en de aard van hun bedrijven. Dit in acht nemende laat ik momenteel het RIVM berekenen welke reductie in de huidige opzet, en met het beschikbare budget kan worden bereikt. Eerdere indicatieve inschattingen, die ook met uw Kamer zijn gedeeld, waren nog gebaseerd op een vroeg concept van de regeling. Deze inschattingen moeten dan ook worden aangepast. De Kamer wordt te zijner tijd over de geactualiseerde inschatting geïnformeerd.

11

Wordt de reductie van stikstof als gevolg van de Lbv ingezet voor PAS-melders?

Antwoord

Ja, zoals het vorige kabinet heeft aangekondigd op 16 juli 20212, maakt de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) deel uit van het pakket aan maatregelen die nodig zijn voor het legaliseren van de PAS-meldingen. Dit is ook zo vastgelegd in het legalisatieprogramma3.

12

Hoeveel veehouderijen verwacht u die gebruik gaan maken van de Lbv en in welke regio's?

Antwoord

Er wordt ingezet op de voorwaarden van de Lbv zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Dit om de deelnamebereidheid bij ondernemers zo groot mogelijk te maken. Mede gelet op het feit dat eventuele volgende openstellingen altijd minder aantrekkelijk zullen zijn, verwachten wij een grote deelnamebereidheid. Exacte aantallen zijn gezien het vrijwillige karakter van de regeling niet te geven.

13

Hoeveel extra stikstof verwacht u te reduceren door de verhoging van het budget met 133 miljoen euro voor de Maatregel Gerichte Aankoop (MGA)?

Antwoord

Bij volledige benutting van de 133 mln. neemt de opbrengst van de Maatregel Gerichte Aankoop (MGA) met ca. 3 mol stikstof per jaar toe.

14

Komen de 20 miljoen euro bedoeld voor de saneringsregeling visserij te vervallen? Zo ja, waarom wordt dit bedrag niet doorgeschoven naar volgend jaar en waar gaat deze 20 miljoen euro naartoe?

15

Waar wordt de 14,5 miljoen euro van budget duurzame visserij naartoe verplaatst en is dit bedrag al ergens voor gereserveerd?

Antwoord vraag 14 en 15

Op de begroting van LNV stond budget gereserveerd voor het uitvoeren van een saneringsregeling bij vissers op grond van afname van de ruimte om te vissen als gevolg van windparken en natuurgebieden. Omdat de regeling niet voldoet aan staatssteuncriteria kan deze regeling geen doorgang vinden en ontstaat er een meevaller. Deze meevaller vloeit deels terug in de algemene middelen (20 mln.) en blijft deels beschikbaar binnen de LNV-begroting (54 mln., waarvan 14,5 mln. in 2022) ter dekking van diverse problematiek op de begroting. Hier staat tegenover dat er vanuit de Brexit Adjustment Reserve middelen zijn toegevoegd aan de LNV-begroting voor de sanering in de visserijvloot.

16

Waar wordt het budget inpassingskosten Wind op Zee ten behoeve van Duurzame visserij aan uitgegeven?

Antwoord

De visserij ondervindt hinder van de windparken op zee, hierdoor kunnen zij hun (sleepnet)visserijactiviteiten niet goed uitvoeren. Windparken dragen bij aan de doelen van het Klimaatfonds, om dat mogelijk te maken verliest de visserij visgronden. Daarom is hulp bij aanpassing aan de nieuwe situatie nodig voor een toekomstbestendige visserijsector.

17

Waar wordt de 8,7 miljoen euro van het budget Programma Veenweide aan uitgegeven als onderdeel van bijdrage aan medeoverheden?

Antwoord

Dit betreft de middelen voor onderzoek en pilots. Deze worden hoofdzakelijk besteed aan onderzoek en pilots die worden uitgevoerd in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV) en het Nationaal Veenweide Innovatieprogramma (VIPNL).

18

Waar is de 8 miljoen euro voor Caribisch Nederland voor gereserveerd of wordt het voor ingezet vanuit het Natuur- en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland en welk deel is juridisch verplicht?

Antwoord

De € 8 mln. voor Caribisch Nederland is bestemd voor de uitvoering van de eerste fase (tot 2025) van het Natuur- en milieubeleidsplan Caribisch Nederland en de uitvoeringsagenda’s van de eilanden. Het is onder andere bestemd voor de bescherming en het herstel van koraal, de verbetering van waterkwaliteit, afvalbeheer en landbouwontwikkeling. Op dit moment zijn er voor dit budget nog geen juridische verplichtingen aangegaan.

19

Klopt het dat het budget van Klimaatimpuls Natuur en Biodiversiteit met 7,5 miljoen euro wordt verlaagd ten behoeve van het Programma Veenweide? Waar was dit geld voorheen voor bedoeld?

Antwoord

Het klopt dat het opdrachtenbudget Klimaatimpuls Natuur en Biodiversiteit met € 7,5 mln. wordt verlaagd ten behoeve van het Programma Veenweide. Op aangeven van de ADR heeft er een herrubricering plaatsgevonden van diverse begrotingsposten op de LNV-begroting. Budgetten moeten op de begroting worden geraamd en ingedeeld naar financieringsvorm/ financieel instrument. Als gevolg hiervan is het budget voor Programma Veenweide grotendeels overgeheveld van Opdrachten naar het budget voor Bijdragen aan medeoverheden. De middelen worden nog steeds voor hetzelfde doel ingezet, namelijk voor diverse pilots en onderzoeken rondom veenweidegebieden.

20

Kunt u het aantal dieren dat in 2021 onbedwelmd is geslacht onderverdelen per diersoort?

Antwoord

In 2021 zijn in totaal 52.468 dieren onbedwelmd aangesneden ten behoeve van de onbedwelmde rituele slacht, waarvan 5.286 runderen, 2.805 geiten en

44.377 schapen.

21

Kunt u het aantal onbedwelmd aangesneden dieren in 2021 uitsplitsen naar het aantal dieren dat direct na het aansnijden een bedwelming kreeg, het aantal dieren dat kort voor het verstrijken van de 40 seconden een bedwelming kreeg, het aantal dieren dat op aanwijzing van de NVWA een bedwelming kreeg en het aantal dieren dat geen bedwelming kreeg omdat ze binnen 40 seconden na het aansnijden het bewustzijn hadden verloren? Kunt u hierbij onderscheid maken tussen de verschillende diersoorten?

Antwoord

In onderstaande tabel worden de gevraagde aantallen dieren, uitgesplitst per diersoort weergegeven:

Onverdoofde rituele slacht 2021

Diersoort

Totaal onbedwelmd

Na aansnijden direct nabedwelmd

Kort voor verstrijken 40 seconden nabedwelmd

Op aanwijzing NVWA nabedwelmd

Niet nabedwelmd

Rund

5.286

3.078

138

26

2.044

Geit

2.805

2.582

1

2

220

Schaap

44.377

29.073

979

325

14.000

Totaal

52.468

34.733

1.118

353

16.264

In een eerder antwoord (Kamerstuk 36 100 XIV, nr. 8, vraag 118) d.d. 8 juni 2022 dat aan de Tweede Kamer is gegeven, staat abusievelijk dat 17.264 dieren geen nabedwelming kregen omdat ze binnen 40 seconden na het aansnijden het bewustzijn hadden verloren. Dit aantal moet 16.264 zijn, zoals vermeld in bovenstaande tabel. De optelling van het totale aantal dieren in het antwoord van 8 juni was onjuist.

22

Wordt met de toegenomen bijdrage aan de NVWA verwacht dat zij hiermee wel aan alle wettelijke taken toekomt?

Antwoord

Het onderzoek naar de balans tussen taken en middelen van de NVWA dat is uitgevoerd (Kamerstuk 33 835, nr. 171), laat zien dat er voor 100 van de 152 wettelijke taken die de NVWA uitvoert sprake is van een disbalans tussen taken en middelen. De middelen uit het coalitieakkoord ter versterking van de positie van de NVWA worden daar ingezet waar de risico’s het grootst zijn. Hoewel hiermee grote stappen worden gezet in de versterking van de genoemde 100 taken, is de doelgroep waar de NVWA op toeziet breed en dus zullen er altijd keuzes moeten worden gemaakt over waar het toezicht als eerste wordt versterkt. Bij die keuzes wordt gekeken hoe het toezicht zo effectief mogelijk kan worden ingezet.

23

Waar zal het extra geld dat naar de NVWA gaat voor ingezet worden?

Antwoord

In de brief van 1 juni jl. (Kamerstuk 36 120 XIV, nr. 3) hebben wij de Tweede Kamer geïnformeerd over de beleidsvoorstellen uit de Voorjaarsnota met significante financiële gevolgen voor het Ministerie van LNV, waaronder de inzet van de middelen die via het coalitieakkoord voor de NVWA beschikbaar zijn gesteld. Aanvullend is de Tweede Kamer op 22 juni jl. geïnformeerd over de inzet van deze middelen (Kamerstuk 28 286, nr. 1259).