Gepubliceerd: 21 september 2021
Indiener(s): Hugo de Jonge (viceminister-president , minister volksgezondheid, welzijn en sport) (CDA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35925-XVI-2.html
ID: 35925-XVI-2

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2021–2022

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 28.484,8

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 210,3

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,H.M.de Jonge

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Inleiding

Voor u ligt de begroting 2022 van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze begroting bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Beleidsagenda

  • Beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen

  • Begroting agentschappen

  • Financieel Beeld Zorg

  • Diverse bijlagen

De budgettaire verwerking van de beleidsprioriteiten met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg worden vermeld in het Financieel Beeld Zorg.

Groeiparagraaf

De VWS-monitor wordt naar aanleiding van het wetgevingsoverleg over het VWS-jaarverslag en de Slotwet 2018 d.d. 18 juni 2019 separaat aan de Tweede Kamer verzonden tegelijk met de ontwerpbegroting van VWS. Voorts wordt invulling gegeven aan de motie van de leden Van den Berg en Kerstens uit datzelfde wetgevingsoverleg. Met de indicatoren die als bijlage zijn opgenomen en aan de beleidsartikelen zijn toegevoegd voldoen wij aan het verzoek om de begroting 2022 conform het verzoek van de vaste Kamercommissie VWS van 2015 op te stellen.

Toelichting Budgettaire tabel

Afzonderlijke posten in de budgettaire tabellen in de beleidsartikelen worden toegelicht als het hiermee gepaard gaande bedrag voor de uitgaven en ontvangsten hoger is dan € 2,5 miljoen. Daar waar het kleinere bedragen betreft worden deze alleen toegelicht indien deze politiek relevant zijn.

COVID-19

De begroting 2022 heeft in de beleidsagenda een overzicht met uitgaven voor het beheersen van de coronacrisis. De uitgaven hebben betrekking op zowel 2021 als 2022.

2. Beleidsagenda

2.1 Beleidsprioriteiten

Zorg nu en in de toekomst

Sinds de uitbraak van het coronavirus en de eerste besmettingen in Nederland begin 2020 heeft het virus ons hard geraakt. Een groot deel van de werkzaamheden in de zorg en ook bij het ministerie van VWS kwamen in het teken te staan van het beheersen van de coronacrisis. Er zijn ingrijpende maatregelen genomen om verspreiding van het virus tegen te gaan en kwetsbare groepen te beschermen. Zorgverleners hebben een enorme prestatie geleverd voor de zorg van coronapatiënten en alle andere patiënten en cliënten. Er zijn verschillende maatregelen genomen om te zorgen dat zorgprofessionals deze grote druk aan konden en kunnen (Kamerstukken II, 2019/2020, 25295, nr. 200).

De effecten van een snel toenemende vaccinatiegraad op de bestrijding van het coronavirus worden gelukkig zichtbaar, maar waakzaamheid blijft geboden. De afgelopen maanden hebben we bereikt dat iedereen die zich wil laten vaccineren hiertoe de mogelijkheid heeft gehad. Nog niet iedereen heeft deze kans benut. Er is daardoor een grote groep mensen die nog niet immuun is. Als deze groep in een te kort tijdsbestek het virus oploopt, kan dit tot een ongewenste sterke toename in het aantal ziekenhuisopnames leiden, waardoor de zorg overbelast raakt en de reguliere zorg opnieuw moet worden uitgesteld. Daarom is gekozen om stapsgewijs te versoepelen, zodat het risico dat deze groep in aanraking komt met het virus, gespreid wordt in de tijd. Dit sluit aan bij de eerder opgestelde vier beleidsdoelen (1) een acceptabele belastbaarheid van de zorg, (2) het beschermen van kwetsbare mensen in de samenleving, (3) zicht houden op en inzicht hebben in de verspreiding van het virus en (4) het sociaal-maatschappelijk perspectief gericht op beperken van economische en maatschappelijke schade op korte termijn, aandacht voor structurele maatschappelijke en economische schade en voorkomen dat de lasten onevenredig neerslaan bij bepaalde groepen.

Komend najaar bestaat er een reële mogelijkheid dat er (plaatselijk) oplevingen van het virus zijn. Het kabinet wil alles in het werk stellen om een (gedeeltelijke) sluiting van de samenleving te voorkomen. Dat doen we allereerst door intensieve monitoring, door testen en door actief de groep te benaderen die nog niet gevaccineerd is. Daarnaast stellen we alles in het werk om mogelijke oplevingen, lokaal of geconcentreerd in een deel van de samenleving zo snel mogelijk en zo gericht mogelijk te bestrijden.

In de aanpak voor de komende periode wordt rekening gehouden met de nieuwe situatie van opgebouwde immuniteit en geleerde lessen van het afgelopen jaar. Zodat toekomstig ingrijpen zo gericht mogelijk kan gebeuren met minimale verstoring van het sociaal, maatschappelijk en economisch welbevinden.

Pandemische Paraatheid

De coronacrisis heeft de zorg zwaar op de proef gesteld. Er ontstond in korte tijd grote schaarste aan middelen zoals beademingsapparatuur, persoonlijke beschermingsmiddelen en testen en de druk op de zorg en de zorgprofessionals was groot. De coronapandemie testte onze paraatheid. Het maakte duidelijk dat de organisatie van de (publieke) gezondheidszorg te allen tijde robuust en flexibel moet zijn om voorbereid te zijn op dreigingen van (nog onbekende) ziekteverwekkers of andere bedreigingen. Niemand kon die schaarste en druk alleen aan; samenwerken binnen het zorgstelsel en regie vanuit de overheid waren en zijn essentieel.

In de aanpak van de coronapandemie bleek dat onze pandemische paraatheid op onderdelen kwetsbaar is. Het komt er nu op aan om deze kwetsbaarheden aan te pakken en daar niet mee te wachten totdat zich een nieuwe pandemie aandient. Om dit voor elkaar te krijgen, zal eind 2021 een beleidsagenda aan uw Kamer worden gezonden. Kern van deze agenda zal zijn het verbeteren van de paraatheid, het vergroten van ons aanpassingsvermogen en onze zelfvoorzienendheid om ook in de toekomst crisissen aan te kunnen. Het gaat in het bijzonder om het versterken van onze publieke gezondheid en de daarbij behorende infrastructuur en een goede organisatie van de curatieve en langdurige zorg waar het gaat om crisisbeheersing. Zodat de zorg die nodig is, kan worden geleverd. Daarnaast zorgt het versterken van de zoönose-structuur, dat risico’s op toekomstige zoönotische uitbraken worden verkleind (Kamerstukken II, 2020/2021, 25295, nr. 1297). De uitwerking en besluitvorming zijn aan een volgend kabinet.

De huidige crisis heeft laten zien dat er vraagstukken liggen over de manier waarop de (publieke) gezondheidszorg is voorbereid op onverwachte situaties. De noodzakelijke samenwerking over de domeinen heen, in de regio, en waar nodig nationaal, waarbij ook de sturende hand van de overheid nodig bleek, is tijdens de coronacrisis goed van de grond gekomen. De inzet moet zijn om dit vasthouden en te benutten voor andere uitdagingen. Dat geldt eveneens voor de inzet van digitaal ondersteunde zorg en e-health toepassingen. Ook is het delen van gegevens, bijvoorbeeld over de beschikbaarheid van (niet-)ziekenhuisbedden, tussen zorgaanbieders in de regio en met de GGD-en en het RIVM essentieel gebleken voor het kunnen hanteren van een pandemie. Voor de langdurige zorg gaat het ook om voldoende (toepassing van) kennis omtrent infectiepreventie in de instellingen en voor de ondersteuning vanuit thuis.

Zorg voor de toekomst

De coronacrisis heeft ons allereerst laten zien dat gezondheid, sociaal contact en welbevinden basisbehoeften zijn voor iedere Nederlander. De coronacrisis heeft in verschillende opzichten de kracht van onze zorg opnieuw getoond. We hebben veel professionele en betrokken zorgprofessionals en bestuurders gezien die maximaal deden wat nodig was om coronapatiënten op te vangen en te verplegen, in het ziekenhuis, in instellingen voor langdurige zorg en bij mensen thuis. Door het aanblijven van de pandemie, de extra zorg die dit heeft gevraagd, en het oplopend ziekteverzuim onder zorgprofessionals, kwam de zorgcontinuïteit onder druk te staan. De samenwerking tussen zorgorganisaties kreeg een sterke impuls: partijen konden de crisis niet alleen aan, hadden elkaar nodig om de crisis het hoofd te bieden en zochten elkaar op in informele netwerken en formele verbanden. Het organiserend en aanpassingsvermogen van (de partijen in) de sector is van grote waarde gebleken. Datzelfde geldt voor de inzet van mantelzorgers en vrijwilligers. Ook kwamen er veel maatschappelijke initiatieven van de grond om de gevolgen van de crisis en de genomen maatregelen te verzachten, bijvoorbeeld voor jongeren en kwetsbare ouderen.

Waar de zorg in crisistijd zich kenmerkt door schaarste, zal dat in de komende jaren en decennia niet anders zijn. De komende jaren zal de vraag naar zorg onder druk van de vergrijzing en technologische mogelijkheden immers sterk blijven toenemen. De groei van de beroepsbevolking en het aantal mantelzorgers kan geen gelijke tred houden met deze groeiende zorgvraag. Om de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van onze zorg te borgen is het nodig om de zorg toekomstbestendig te maken. Want de zorg moet nu, maar ook in de toekomst beschikbaar blijven: thuis, in de buurt of digitaal als het kan, verder weg door een gespecialiseerd team in een (digitaal) ziekenhuis of instelling als het nodig is. Het gaat om de beweging naar de juiste zorg op de juiste plek met als kern: voorkomen van (duurdere) zorg, verplaatsen van zorg (dichterbij mensen thuis); en het vervangen van zorg (door andere zorg zoals e-health).

Als de urgentie (‘het waarom’) steeds duidelijker wordt, de richting van de noodzakelijke verandering (‘het wat’) steeds breder gedragen, is het aangewezen te bepalen ‘hoe’ we de transformatie verder brengen en wat daar nationaal, regionaal en lokaal voor nodig is. De nota Zorg voor de Toekomst stelt dat het essentieel is in te zetten op: (1) preventie en gezondheid, (2) samenwerking, coördinatie en regie en (3) zorgvernieuwing en werkplezier voor de zorgprofessionals.

Preventie en gezondheid

Meer werk maken van een betere gezondheid via leefstijl en sport is cruciaal nu en in de toekomst. Want we weten dat leefstijl van grote invloed is op de gezondheid van mensen; dat is ook een les uit de coronacrisis. Een vijfde van de ziektelast is gerelateerd aan ongezonde leefstijl en dus vermijdbaar. Daarbij zijn de kansen op een goede gezondheid ook nog eens ongelijk verdeeld. Mensen met een lage opleiding leven 6 jaar korter en zelfs 15 jaar in minder goed ervaren gezondheid dan mensen met een hoge opleiding1. Een kind dat opgroeit in een gezonde omgeving heeft betere kansen op een goede toekomst omdat het zich fysiek, mentaal en sociaal beter ontwikkelt (Kamerstukken II, 2020/2021, 32793, nr. 551). Dat gunnen we elk kind. Het is een uitdaging om de omslag naar gezonder leven in alle groepen in gang te zetten. Maar het is hard nodig. Want een gezonde leefstijl en een gezonde omgeving leidt tot een betere gezondheid en helpt tegelijkertijd om het zorgstelsel te ontlasten.

De kosten van een ongezonde leefstijl zijn hoog. Roken, alcoholgebruik, te weinig bewegen en ongezonde voeding, waren in 2015 verantwoordelijk voor bijna 20 procent van de ziektelast, ruim 35 duizend doden en 9 miljard euro aan zorguitgaven. Met het Nationaal Preventieakkoord hebben meer dan 70 partijen afgesproken om roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik terug te dringen. En veel partijen hebben zich achter de beweegnorm als landelijk gezondheidsdoel geschaard (Kamerstukken II, 2020/2021, 32793, nr. 552). Er is meer nodig om een vitale samenleving te realiseren. Nieuwe maatregelen om de ambities uit het akkoord te kunnen behalen zijn door het RIVM geïnventariseerd (Kamerstukken II 2020/2021, 27565, nr. 179).

Met het Programma Gezonde Groene Leefomgeving (PGGL) worden de betrokken landelijke, regionale en lokale partijen ondersteund in de ambitie om gezondheid meer integraal en volwaardig te betrekken in het beleid op het gebied van de (inrichting van de) fysieke leefomgeving (Kamerstukken II, 2020/2021, 32793, nr. 549). Naast preventie gericht op iedereen, werken gemeenten en zorgverzekeraars samen om preventie bij risicogroepen te stimuleren. VWS verkent met partijen wat nodig is om het fundament onder toekomstig preventiebeleid te verstevigen (Kamerstukken II, 2020/2021, 32793, nr. 558). Om zodoende de inzet op gezondheid en gezondheidsachterstanden minder vrijblijvend te maken, samenwerking te verstevigen en financiering hierop aan te passen. Ook in de curatieve zorg valt nog veel gezondheidswinst te behalen door de omslag te maken van ziekte en genezen naar voorkomen en gezond leven. Want het gaat om het voorkómen van zorg (door preventie) en het bieden van de juiste oplossingen. Iemand die met stressklachten bij de huisarts komt is vaak niet gebaat bij medische zorg, maar wél bij het aanpakken van sociale problemen zoals schulden.

Zorg vanuit regie en samenwerking

Om samenwerking te verstevigen werkt het zorgveld al een aantal jaar aan de beweging van De Juiste Zorg op de Juiste Plek. Door kennis te delen en partijen met elkaar te verbinden. In 2022 richten we ons op het kennisplatform, houden van expertgroepen en bijeenkomsten, verstevigen van het regionetwerk en de vorming van communities, het delen van praktijkvoorbeelden, en een leergang over transformatie in de zorg.

De Juiste Zorg op de Juiste plek is een belangrijke pijler in de afspraken die met vijf sectoren in de curatieve zorg voor 2019-2022 zijn gesloten. Afgesproken is dat in elke regio’s de toekomstige uitdagingen in beeld worden gebracht en gezamenlijk aangepakt. Hierbij ligt een speciale verantwoordelijkheid bij de inkopende partijen (zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten). De schaarste maakt dat we de vrijblijvendheid voorbij zijn. Dat vraagt om meer sturing en toezicht op de noodzakelijke samenwerking. Het vraagt ook om meer congruentie in de verschillende regio-indelingen, binnen en buiten de zorg.

Samenwerking tussen de financiers van zorg is ook nodig om de werkzaamheden van professionals uit de verschillende domeinen (Zvw, Wlz, Jeugdwet en Wmo) goed op elkaar af te stemmen en de overgang van zorg en ondersteuning van het ene naar het andere domein zo goed mogelijk te laten verlopen. Die samenwerking moet niet ondanks, maar dankzij wet- en regelgeving plaatsvinden, gericht op wat mensen nodig hebben om zo goed mogelijk te functioneren en deel te nemen aan samenleving. Dat vereist een beweging uit de silo’s naar de samenwerking, zoals ook tijdens de crisis gebeurde. Goede voorbeelden wijzen de weg en via inkoop en bekostiging kan nog meer gestuurd worden op de juiste zorg op de juiste plek. Dat geldt bijvoorbeeld voor de wijkverpleging, waar meer wordt ingekocht op samenwerking als een team in de wijk en waar niet-planbare zorg in de avond, nacht en het weekend als systeemfunctie wordt ingekocht en bekostigd.

Een van de toekomstige uitdagingen is de ouderenzorg. Met de ‘Dialoognota Ouder worden 2020-2040’ is een maatschappelijke dialoog gestart over de uitdagingen en mogelijke oplossingen in de ouderenzorg. Eén van die uitdagingen is dat ouderen langer zelfstandig thuis willen blijven wonen, terwijl de zorg, ondersteuning en de woningmarkt hier nog onvoldoende op ingericht zijn. Samen met ActiZ, Aedes, VNG, ZN en het ministerie van BZK heeft VWS gezamenlijke ambities neergezet om aan de toekomstige vraag van ouderenhuisvesting te kunnen voldoen zodat zorg en ondersteuning daar kan worden geboden. Op basis hiervan wordt een werkagenda ontwikkeld waarmee een volgend kabinet aan de slag kan. Het zwaartepunt van het ondersteuningsprogramma Waardigheid en Trots zal het komende jaar verschuiven naar de intensivering van kennisoverdracht. Door de kwaliteitsmiddelen onderdeel uit te laten maken van het integrale tarief, verwachten we ook dat de dialoog tussen verpleeghuizen zich richt op het leren en verbeteren. Ook zullen de eerste expertisecentra Korsakov en Niet-aangeboren-hersenletsel-Plus van start gaan. Voor het nieuwe kabinet is samen met betrokken partijen een toekomstagenda voor zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking opgesteld. Daarbij gaat het om het vergroten van de toegankelijkheid van de samenleving (VN-verdrag Handicap) en het verbeteren van de zorg en (cliënt)ondersteuning voor deze groep, die juist extra onder druk zijn komen te staan in coronatijd.

Bij de jeugdzorg is urgente actie nodig: sinds 2015 is het stelsel voor de jeugdzorg flink gewijzigd. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor goede zorg voor de jeugd. De transformatie van de jeugdzorg is echter nog onvoldoende gerealiseerd. Jeugdigen verdienen het om op tijd passende hulp te krijgen wanneer zij die nodig hebben. Tegelijkertijd is het jeugdstelsel onhoudbaar en vraagt het om een betere organisatie, lokaal, regionaal of bovenregionaal. Ook hier geldt dat de schaarste te groot is om de problematiek per gemeente of per zorgorganisatie op te pakken. Het kabinet stelt naar aanleiding van de uitspraak van de Commissie van Wijzen voor de jeugdzorg, in 2022 1,314 miljard euro extra beschikbaar aan gemeenten. Dat komt bovenop de 300 miljoen euro die in 2019 was afgesproken. De oplossing voor de lange termijn is echter niet alleen een kwestie van geld, er zijn juist ook maatregelen en een betere uitvoeringspraktijk nodig. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over een beter werkend en betaalbaar jeugdstelsel. Het Rijk, de VNG en organisaties van cliënten, professionals en jeugdzorgaanbieders stellen daartoe een hervormingsagenda op.

Ook bij GGZ voor volwassenen is afgesproken de wachttijden terug te dingen. Bij een hulpvraag voor een psychisch probleem is het belangrijk dat mensen niet te lang hoeven wachten op de juiste zorg. Helaas is dit in een aantal regio’s en bij sommige aandoeningen wel het geval. In 2022 blijven we daarom inzetten op de transfermechanismen, waarbij verwijzers, aanbieders en financiers zich gezamenlijk inspannen om cliënten tijdig passende zorg te bieden. Verder werken we het concept regionale doorzettingsmacht verder uit, met als doel te voorkomen dat mensen tussen wal en schip terechtkomen. Ook wordt per 2022 een nieuw zorgprestatiemodel geïntroduceerd voor de bekostiging van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg (Kamerstukken II, 2020/2021, 25424, nr. 554). Dit model draagt bij aan een passende vergoeding voor geleverde zorg, ook als het gaat om zorg voor cliënten met een complexe zorgvraag en/of een ernstige psychiatrische aandoening. Dit levert naar verwachting een positieve bijdrage aan het terugdringen van de wachttijden voor deze groepen. Met het oog op een toekomstbestendig ggz zorglandschap zijn preventie, verbetering van de toegang tot de ggz (waardoor mensen sneller op de juiste plaats terechtkomen) en verbetering van de uitstroom uit de ggz (met aandacht voor vervolgaanbod) van belang. Over deze onderdelen zijn in de ambtelijke discussienota zorglandschap ggz2 ideeën opgenomen. Het is aan het volgende kabinet om dit verder uit te werken en hier besluiten over te nemen.

Tevens is er oog voor de betaalbaarheid van de zorg voor mensen met een laag inkomen. Zo is op 24 juni 2021 tijdens het plenaire debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus de motie van het lid Kwint c.s. kamerbreed ingediend. Deze verzoekt de regering om met een wetsvoorstel te komen om het verplicht eigen risico voor 2022 te bevriezen. De Tweede Kamer heeft de motie op 29 juni 2021 met algemene stemmen aangenomen. Er is een wetsvoorstel in voorbereiding om het verplicht eigen risico van de zorgverzekering in 2022 te bevriezen op 385 euro per jaar per volwassen verzekerde.

Zorgvernieuwing en zorgprofessionals

De coronacrisis heeft nogmaals laten zien hoe waardevol het werk is van zorgprofessionals, maar ook hoe zwaar het kan zijn. Zorgprofessionals hebben de afgelopen anderhalf jaar dag en nacht gewerkt om goede zorg te blijven bieden, onder soms moeilijke omstandigheden. De huidige crisis laat zien dat de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde zorgprofessionals een randvoorwaarde is voor het kunnen leveren van goede zorg. Datzelfde geldt voor mantelzorgers. We hebben grote waardering voor de tomeloze inzet van de vele zorgprofessionals. Dit hebben we onder andere laten zien met een financiële waardering in de vorm van een bonus. Daarnaast hebben we met verschillende maatregelen, zoals «Extra handen voor de zorg» en de Nationale Zorgklas, erop ingezet om zorgprofessionals zoveel mogelijk te ondersteunen (Kamerstukken II, 2020/2021, 31765, nr. 566). De coronacrisis heeft een enorme impact op zorgprofessionals. De druk op de zorg is ook nu nog hoog. Op de korte termijn is het daarom nodig om zorgprofessionals voldoende mogelijkheden te kunnen bieden om te kunnen herstellen. De VenVN en FMS hebben samen het initiatief genomen voor een herstelplan. De komende periode bepalen we met de veldpartijen hoe we deze kunnen implementeren.

Om de druk op te zorg te verlichten is het noodzakelijk om continue voldoende gekwalificeerde zorgprofessionals op te leiden die breed en flexibel inzetbaar zijn. Tevens is het van groot belang om ervoor te zorgen dat mensen in de zorg willen gaan en willen blijven werken en dat daarbij zo goed mogelijk gebruik wordt gemaakt van de beschikbare capaciteit. Het behoud van zorgprofessionals vraagt om een prettige en veilige werkomgeving met veel aandacht voor een goede sfeer, flexibele werktijden, mogelijkheden voor ontwikkeling en tijd voor persoonlijk contact met cliënten en patiënten met een minimum aan ervaren regeldruk. Het is belangrijk dat zorgprofessionals zelf daar vorm aan kunnen geven. Dit vraagt goed werkgeverschap, met ruimte voor zeggenschap. Onder andere met het Actieprogramma Werken in de Zorg hebben we een bijdrage geleverd aan een intensivering van de inspanningen om voldoende medewerkers te werven, scholen en behouden (Kamerstukken II, 2020/2021, 29282, nr. 416). Deze inspanningen blijven naar de toekomst toe van belang.

Tot slot is het van cruciaal belang dat de tijd van zorgprofessionals efficiënt wordt benut, met minder regeldruk en door het werk waar nodig en mogelijk anders vorm te geven. Vernieuwing in de manier van werken is nodig om professionals het werkplezier te laten behouden. De inzet van technologie kan hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Van de coronacrisis hebben we geleerd dat digitaal ondersteunde zorg en e-health toepassingen in de praktijk de druk op de zorg kunnen verkleinen. Zorgaanbieders, cliënten en hun naasten hebben zo de toegevoegde waarde van digitale zorg ervaren en zorgvernieuwing heeft een belangrijke impuls gekregen. Innovatie via e-health kan helpen om zorg meer persoonlijk en dichter bij huis of thuis te kunnen blijven verlenen. Deze technologie zorgt dat een zorgverlener op het juiste moment over de juiste informatie beschikt en kan zorgen voor meer tijd voor een patiënt. Voorbeelden hiervan zijn: beeldschermzorg, indicatiestelling via een app en medicijndispensers. Deze beweging ondersteunen we met de Wet gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz) die in mei 2021 aan uw Kamer is verstuurd, waarbij wordt gestreefd naar een grote kwaliteitsslag in de digitale gegevensuitwisseling. In 2022 zetten we onder meer in op zorg op afstand met inzet van digitale toepassingen via de aanbieders.

De opgave en uitdagingen vragen aanpassingen van alle betrokken partijen in de zorg. Het is daarom onverminderd van belang om te komen tot een zorgstelsel dat rekening houdt met de toekomst. De zorg en ondersteuning toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit houden is essentieel. Zodat iedereen de zorg en ondersteuning krijgt die nodig is, nu en in de toekomst.

2.1.1 Overzicht coronamaatregelen

De jaren 2020 en 2021 zijn voor een belangrijk deel getekend door de coronacrisis. Het kabinet heeft diverse (nood)maatregelen genomen om de crisis het hoofd te bieden. Deze paragraaf geeft een overzicht van de maatregelen die op de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn genomen. Een uitgebreid overzicht is te vinden op https://www.rijksfinancien.nl/corona-visual.

Tabel 1 Totaal COVID-19 gerelateerde maatregelen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (bedragen x €1 miljoen)

Art.

Omschrijving maatregel

realisatie 20201

20212

2022

2023

2024

2025

Vindplaats uitgaven 2021

 

A. Begrotingsgefinancierd

       

2, 1 en 3

1) Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen

1229

7

51

28

  

ISB2, ISB4, ISB11

1

2) GGD'en en veiligheidsregio's

387

2.558

411

   

ISB4, ISB6, ISB8, ISB9, ISB11

1

3) IC-capaciteit

91

191

162

   

ISB4

6

4) Ondersteuning sportsector

68

391

    

ISB1, ISB3, ISB4, ISB9, ISB11

4

5) Ondersteuning zorgpersoneel

0

22

     

1, 2 en 4

6) Onderzoek inzake COVID-19

40

25

62

32

6

2

ISB6, ISB9, ISB11

1

7) Testcapaciteit

949,0

5.472

753

   

ISB1, ISB3, ISB4, ISB6, ISB7, ISB8, ISB9, ISB10, ISB11

1 en 9

8) Vaccin ontwikkeling, implementatie en medicatie

93

1.985

623

400

  

ISB2, ISB4, ISB6, ISB7, ISB11

4

9) Zorgbonus

2054

1.024

12

1

  

ISB4, ISB11

4

10) Omscholen personeel voor arbeidsmarkt zorg

0

96

    

ISB2, ISB6

4

11) Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland

75

73

    

ISB4, ISB9

1, 2, 3, 4, 9 en 10

12) Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)

68

510

51

5

4

 

ISB4, ISB6, ISB9, ISB11

 

Totaal A

5.054

12.353

2.125

466

10

2

 
         
 

B. Premiegefinancierd

       
 

13) Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)

190

162

    

ISB6

 

14) Overige maatregelen (plafond Zorg)

16

100

29

   

ISB6, ISB11

 

Totaal B

206

261

29

0

0

0

 
         
 

Totaal A+B=C

5.260

12.614

2.153

466

10

2

 
X Noot
1

Kamerstukken II 2020/2021, 35830-XVI, nr. 1, Kamerstukken II 2020/2021, 35830-XVI, nr. 3, Kamerstukken II 2020/2021, 35830-XVI, nr. 4

X Noot
2

ISB1 Kamerstukken II 2020/21, 35678, nr. 1, ISB2 Kamerstukken II 2020/21, 35684, nr. 1, ISB3 Kamerstukken II 2020/21, 35703, nr. 1, ISB4 Kamerstukken II 2020/21, 35763, nr. 1, ISB5 Kamerstukken II 2020/21, 35796, nr. 1, ISB6 Kamerstukken II 2020/21, 35815, nr. 1, ISB7 Kamerstukken II 2020/21, 35841, nr. 1, ISB8 Kamerstukken II 2020/21, 35854, nr. 1, ISB9 Kamerstukken II 2020/21, 35884, nr. 1, ISB10 Kamerstukken II 2020/21, 35895, nr. 1 en ISB11 Kamerstuk volgt.

Aanschaf en distributie medische beschermingsmiddelen

De totale uitgaven aan persoonlijke beschermingsmaterialen worden in 2021 geraamd op € 40 miljoen euro en in 2022 op € 57,5 miljoen euro.

GGD'en en veiligheidsregio's

De GGD’en en veiligheidsregio’s vervullen een belangrijke rol tijdens de coronacrisis. De middelen voor de GGD’en zijn onder meer voor het uitvoeren van het bron- en contactonderzoek, het opzetten van teststraten en de vaccinatie-implementatie en verdere dienstverlening. Voor de veiligheidsregio’s zijn middelen beschikbaar gesteld voor de extra kosten die gemaakt worden voor onder andere de coronacentra, distributie van beschermingsmiddelen en crisiscommunicatie.

IC-capaciteit

Op basis van het opschalingplan van het Landelijk Netwerk Acute Zorg zijn middelen beschikbaar voor de opschaling naar 1.350 IC-bedden en de flexibele opschaling naar 1.700 IC-bedden en de daarmee corresponderende uitbreiding van het aantal klinische bedden middelen gereserveerd in 2021 en 2022. Daarnaast worden er middelen beschikbaar gesteld voor kosten van opleidingen die samenhangen met het opschalen van de IC-capaciteit.

Ondersteuning sportsector

Voor de sportsector (sportbonden, sportverenigingen en sportaanbieders) worden middelen beschikbaar gesteld als aanvullende compensatie voor het waarborgen van de continuïteit van de sportinfrastructuur. Hiermee kunnen de voornaamste problemen als gevolg van de corona maatregelen voor ruim 800 zwembaden, ruim 50 sportbedrijven en ruim 24.000 sportverenigingen worden weggenomen. Het gaat hierbij ook om de steun die in 2021 aan de betreffende partijen is toegekend.

Ondersteuning zorgpersoneel

Naast de zorgbonus zijn er ook ondersteunende maatregelen genomen, zodat personeel dat beschikbaar wilde zijn tijdens de coronacrisis geregistreerd kon worden en een aangepaste opleiding kon volgen. (Her)Registratie is ook in 2021 nog mogelijk.

Onderzoek inzake COVID-19

In 2021 en latere jaren zijn middelen beschikbaar gesteld om noodzakelijk onderzoek te doen naar COVID-19, waaronder rioolonderzoek. De onderzoeken wordt uitgevoerd door ZonMw, RIVM, GGD en derden.

Testcapaciteit

Iedereen met (milde) klachten kan getest worden op corona. Deze testen worden uitgevoerd door de GGD'en. Ten behoeve van het testbeleid moeten voldoende testmaterialen worden aangekocht en moet voldoende laboratoriumcapaciteit beschikbaar zijn. Hier zijn middelen beschikbaar voor gesteld. Daarnaast zijn middelen beschikbaar gesteld voor het initiatief Testen voor Toegang.

Vaccin ontwikkeling, implementatie en medicatie

Door de EU worden overeenkomsten gesloten om de beschikbaarheid van vaccins veilig te stellen. Hieruit volgen financiële verplichtingen voor de lidstaten die vaccins afnemen. Hiernaast zijn er kosten voor de uitrol van het vaccinatieprogramma. In totaal is bijna € 2 miljard in 2021 beschikbaar, maar ook in 2022 (€ 600 miljoen) en 2023 (€ 400 miljoen).

Zorgbonus

Naar aanleiding van de motie Van Kooten-Arissen heeft het kabinet in 2020 en 2021 een bonusregeling voor zorgprofessionals uitgewerkt. Voor de bonus 2021 is hiervoor 720 miljoen euro beschikbaar gesteld. De precieze hoogte van de bonus in 2021 is pas bekend als alle aanvragen zijn ingediend. Daarnaast heeft een kasschuif van 2020 naar 2021 (van 126 miljoen euro) plaatsgevonden voor de bonus voor pgb-zorgmedewerkers en een kasschuif van 64 miljoen euro (voor de uitbetaling in 2021 van de zorgbonus 2020). Tenslotte zijn er uitvoeringskosten beschikbaar gesteld (€ 11 miljoen in 2021 en € 1 miljoen in 2022).

Omscholen personeel voor arbeidsmarkt zorg

Om de zorg te ontlasten is de subsidieregeling coronabanen in de zorg in het leven geroepen. Het kabinet stelt € 80 miljoen beschikbaar om de werkdruk van zorgprofessionals te verminderen en mensen die (mede als gevolg van corona) geen werk hebben of niet naar hun werk kunnen tóch tijdelijk aan de slag te helpen. Verder investeert het kabinet extra in SectorPlanPlus (€ 14 miljoen euro) en Extra Handen voor de Zorg (€ 2 miljoen) om gedurende de coronapandemie de personele capaciteit van de zorg op peil te houden.

Zorgkosten en bijstand Caribisch Nederland

Het Caribisch deel van het Koninkrijk wordt op basis van het Koninkrijkstatuut ondersteund in de coronacrisis. VWS helpt bij de tijdelijke uitbreiding van ic-capaciteit, het versterken van de publieke gezondheid, extra capaciteit bij medische evacuaties en voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen. Hiervoor is € 73 miljoen in 2021 beschikbaar.

Overige maatregelen (plafond Rijksbegroting)

Er zijn meerdere overige maatregelen waaronder een vergoeding voor JGZ- instellingen, middelen voor de campagne samen sterk, bijdragen aan het landelijk coördinatiecentrum patiënten spreiding. Ook worden kosten gemaakt voor de doorontwikkeling van de corona app, een digitaal registratie­ systeem voor testen en een klantencontactcentrum om digitale gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Tenslotte zijn middelen gereserveerd voor de meerkosten in het sociaal domein (€ 141 miljoen in 2021).

Meerkosten COVID-19 Wlz (plafond Zorg)

Zorgaanbieders maken extra personele en materiële kosten in verband met het COVID-19. In de beleidsregel SARS-CoV-2 virus van de NZa is geregeld dat deze kosten buiten de contracteerruimte vergoed worden. Het financiële effect in 2021 wordt ingeschat op € 150 miljoen. Daarnaast zijn er als gevolg van corona minder opbrengsten bij de eigen bijdragen (€ 12 miljoen).

Overige maatregelen (plafond Zorg)

Dit betreft geraamde kosten in het kader van de opschaling van de ic- en ELV-capaciteit, alsmede een pakketmaatregel over extra fysiotherapie voor ex-COVID-19-patiënten.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art.

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand begroting 2021 (inclusief NvW)

 

27.966.396

26.493.413

27.620.674

29.157.056

30.416.597

0

Belangrijkste mutaties

       

Dit betreft een kasschuif voor het onderzoekprogramma COVID-19 van ZonMw, deelprogramma behandeling

01

‒ 31.920

16.125

11.480

4.315

0

0

Hogere kosten voor de regeling opschaling IC capaciteit door afwikkeling bezwaarzaken.

01

17.000

8.500

0

0

0

0

Aanschaf vaccins voor corona inclusief juist kasritme voor de jaren 2021, 2022 en 2023.

01

‒ 200.000

425.000

400.000

0

0

0

Rioolsurveillanceprogramma van het RIVM in de bestrijding van het coronavirus.

01

15.000

15.000

0

0

0

0

Verhoging tarieven vanaf 2022 om een essentiële infrastructuur van het RIVM te hebben voor de uitvoering van hun wettelijke taken, crisispreventie en crisisbeheersing.

01

0

7.773

7.773

7.773

7.773

7.773

Compensatie voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor de gevolgen integrale kostprijs vanaf 2022 vanuit het ministerie van VWS.

01

0

5.100

3.800

3.800

3.800

3.800

Recent is besloten de decentralisatie-uitkering Gezond in de Stad (GIDS) met één jaar te verlengen (t/m 2022). Daarom wordt er een overboeking gedaan naar het Gemeentefonds.

01

0

‒ 19.440

0

0

0

0

Er worden middelen beschikbaar gesteld om onderzoek naar behandelingen voor patiënten met langdurige klachten na een corona besmetting mogelijk te maken. De middelen worden vanuit 2021 voor de latere jaren beschikbaar gesteld

01

0

14.000

5.000

2.000

2.000

0

Er worden middelen beschikbaar gesteld voor gezondheidsonderzoek bij rampen.

01

1.493

8.635

5.266

3.670

2.044

0

Voor het programma Maatschappelijke Diensttijd (MDT) is in 2021 een vervolgopdracht aan ZonMw verstrekt om verder toe te werken naar een landelijk dekkend aanbod en voor het uitbreiden en versterken van het MDT-netwerk. Met een kasschuif komen de beschikbare middelen in het juiste kasritme.

01

‒ 45.338

39.228

5.626

484

0

0

Met het voortzetten van het programma Kansrijke Start willen we ervoor zorgen dat kinderen een stevige basis krijgen tijdens de cruciale eerste 1.000 dagen van het leven.

01

0

6.000

0

0

0

0

Voor de beheersing van het coronavirus worden in 2021 en 2022 middelen beschikbaar gesteld voor de dienst testen om contracten te sluiten voor ondermeer PCR testen, zelftesten of antigeen testkits.

01

229.815

743.006

0

0

0

0

Dit betreft de kosten voor de beveiliging van de transporten van de vaccins naar vaccinatielocaties.

01

0

5.000

0

0

0

0

Dit betreft middelen voor het RIVM voor de werkzaamheden die zij uitvoeren in het kader van de beheersing van het coronavirus, exclusief het vaccinatie programma.

01

5.000

15.000

15.000

0

0

0

Dit betreft de middelen voor het RIVM voor het vaccinatie programma. Het betreft taken zoals het registeren van prikken, de logistiek van de vaccins distributie en zorgen voor afdoende toedieningsmaterialen.

01

0

55.000

0

0

0

0

Dit betreft de coördinatietaken van de GGD-GHOR voor onder meer het bron en contact onderzoek.

01

0

195.000

0

0

0

0

De meerkostenafspraak GGD vergoed alle extra kosten die voortvloeien vanuit de Wet Publieke Gezondheid. De declaraties van de GGD'en vallen hoger uit zodat de prognose voor 2021 bijgesteld wordt met € 332 miljoen. Tevens worden middelen beschikbaar gesteld voor meerkosten in 2022.

01

332.805

200.662

0

0

0

0

De Gezondheidsraad is gevraagd te adviseren over een extra prik tegen corona. In de begroting 2022 wordt budget beschikbaar gesteld. Afhankelijk van het advies van de Gezondheidsraad zal de totale budgettaire impact worden bekeken.

01

0

134.000

0

0

0

0

Eerder is € 15 miljoen euro beschikbaar gesteld om de veiligheidsregio’s te compenseren voor haar werkzaamheden in de Corona crisis.

01

0

15.000

0

0

0

0

Dit betreft de noodzakelijke opstartkosten voor de (herstel)opgaven en transitie voor pandemische paraatheid.

01

3.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

De voorbereiding van de Pallasreactor levert in 2021 lagere kosten op dan geraamd, deze kosten worden wel gemaakt in 2022.

02

‒ 24.970

24.970

0

0

0

0

Shine ontvangt middelen voor de ontwikkeling van medische radio-isotopen.

02

5.000

5.000

0

0

0

0

Overheveling van Budgetkader Zorg (BKZ) naar Rijksbegrotring m.b.t. personen met verward gedrag.

02

0

5.250

7.500

5.000

0

0

Bijstelling uitgavenraming rijksbijdrage 18- naar aanleiding van de actuele ramingen CPB.

02

4

‒ 41.500

11.600

6.100

24.500

103.800

VWS-aandeel in kosten i.v.m. afschaffing FLO/VUT ambulancediensten.

02

11.103

15.688

13.548

11.998

10.666

10.604

Om in 2022 te kunnen voldoen aan de rechtmatigheidseisen is het kasritme van betalingen aangepast.

02

‒ 12.900

12.900

0

0

0

0

Het programma VIPP Farmacie heeft vertraging opgelopen. De beschikbare middelen in 2021 worden derhalve grotendeels (€ 7,2 miljoen) doorgeschoven naar 2022.

02

‒ 7.200

7.200

0

0

0

0

Het betreft middelen voor 113 om de dienstverlening op het huidige niveau te behouden voor 2022.

02

0

5.500

0

0

0

0

Dit betreft een desaldering voor Rescue.

02

30.000

5.000

2.400

0

0

9.400

Voor de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn in 2021 middelen beschikbaar gesteld. Vanwege de houdbaarheid en opslagcapaciteit van de mondmaskers is leveranciers gevraagd op een later tijdstip te leveren. Dit heeft als gevolg dat een deel van de verplichtingen niet volledig tot betaling komen in 2021 maar pas in 2022 en 2023.

02

0

14.500

2.000

0

0

0

Voor het beheer en afbouw van de voorraad van persoonlijke beschermingsmiddelen door het CIBG is een budget van € 43 miljoen in 2022 en € 26 miljoen in 2023 beschikbaar.

02

0

43.100

26.300

0

0

0

Kasschuif van 2021 naar 2022 van middelen voor ondersteuning van mantelzorgers en mensen met dementie.

03

‒ 5.000

5.000

0

0

0

0

Beëindiging per 1-1-2021 van decentralisatie- uitkeringen (DU's).

03

7.703

7.703

7.703

7.703

7.703

7.703

Overheveling afsprakenstelsel voor gegevensuitwisseling.

03

6.032

5.340

5.340

5.340

2.000

2.000

Bijstelling uitgavenraming rijksbijdrage BIKK naar aanleiding van actuele ramingen CPB.

03

60.700

42.600

40.000

26.100

36.700

48.000

Bijstelling uitgavenraming rijksbijdrage WLZ naar aanleiding van actuele ramingen CPB.

03

700.000

‒ 100.000

‒ 450.000

850.000

500.000

1.650.000

Hogere uitgaven i.v.m. PGB 2.0.

03

29.450

32.760

690

0

0

0

Voor de planontwikkelfase van de stimuleringsregeling Wonen en zorg wordt een revolverend fonds opgezet. Het fonds is nog niet opgezet, daarom worden de middelen met een kasschuif naar 2022 overgeheveld.

03

‒ 20.800

20.800

0

0

0

0

Dit betreft een overheveling uit het Gemeentefonds naar de VWS begroting. Deze middelen zijn bestemd voor de Sociale Verzekeringsbank (SVB), omdat zij namens de gemeenten de trekkingsrechten voor het pgbuitvoeren voor cliënten vanuit de Wmo en Jeugdwet. Het totaalbedrag is € 27milljoen. Vanuit de Wmo gaat het om een bijdrage van circa € 20 miljoen en vanuit de jeugdwet betreft het € 7 miljoen.

03

0

27.142

0

0

0

0

Aanvullend budget voor uitvoering TVS binnen programma Toegang (digitale toegang zorgsector).

04

6.300

7.460

0

0

0

0

De betalingen van RegioPlus worden na afloop van de periode waarin de activiteiten worden verricht gedaan. Op basis van de ingediende aanvragen vanuit het laatste tijdvak worden de middelen in het juiste kasritme beschikbaar gesteld met een kasschuif.

04

‒ 156.000

‒ 74.306

230.306

0

0

0

Het betreft een kasschuif van € 10 miljoen voor de bonusregeling.

04

0

10.000

0

0

0

0

In het kader van pandemische paraatheid zijn er middelen nodig voor het creëren van een Nationale Zorgreserve van oud-zorgmedewerkers (verpleegkundigen en verzorgenden inzetbaar binnen verschillende sectoren in de zorg). Hiermee kan tijdens noodsituaties en crisissen voor tijdelijke extra inzet van zorgprofessionals worden voorzien.

04

0

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Met deze middelen worden innovatieve begeleidingsvormen mogelijk gemaakt voor stages waarmee stagetekorten worden opgelost.

04

29.000

63.500

0

0

0

0

Voor de subsidiering van stichting MedMij is in 2022 een incidenteel budget van € 7,9 miljoen benodigd.

04

0

7.900

0

0

0

0

Voor het realiseren van digitale oplossingen die kunnen bijdragen aan de bestrijding van het Coronavirus is in 2022 een aanvullend

04

0

5.302

0

0

0

0

Dit betreft een overheveling uit het Gemeentefonds naar de VWS begroting. Met de VNG is overeenstemming bereikt dat € 9 miljoen van de € 1,314 miljard wordt ingezet voor de uitvoeringskosten van de hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om kosten voor communicatie, infrastructuur, monitoring, facilitering en procesbegeleiding, inrichting benchmark, regionale ondersteuning en structuur en ontwikkelbudget voor inhoudelijke thema’s.

05

0

9.000

0

0

0

0

Voortzetting programma Geweld Hoort Nergens Thuis (GHNT) met focus op de versterking van de regionale en lokale aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld door 26 regionale projectleiders

05

0

5.000

0

0

0

0

Dit betreft de bijstelling van de uitgavenraming zorgtoeslag naar aanleiding van actuele ramingen van het CPB.

08

‒ 34.600

‒ 258.000

‒ 63.400

34.000

251.500

452.632

Structurele bijstelling ten behoeve van hogere uitgaven voor de Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten, met name de hogere ouderenkorting.

08

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

13.500

Bijstelling eigen risico zorgtoeslag.

08

0

14.000

14.000

14.000

14.000

14.000

Om de toenemende hoeveelheid corona gerelateerde Wob-verzoeken af te kunnen handelen is versterking van de huidige Wob-capaciteit noodzakelijk.

10

2.087

5.008

0

0

0

0

Voor het realiseren van digitale oplossingen die kunnen bijdragen aan de bestrijding van het Coronavirus is in 2022 een aanvullend incidenteel budget benodigd.

10

0

15.670

0

0

0

0

Dit betreft middelen voor de beheersing van het coronavirus.

10

0

7.822

0

0

0

0

Verhoogd budget door toedeling prijsbijstelling.

11

‒ 13.815

‒ 12.549

‒ 7.623

‒ 5.668

0

0

Verhoogd budget door toedeling loonbijstelling.

11

72.407

62.615

58.334

57.240

55.980

55.835

Verhoogd budget door toedeling prijsbijstelling.

11

21.153

16.734

16.334

16.253

15.942

15.956

Overige mutaties

 

8.268.343

54.224

89.746

66.539

74.505

30.737.296

Stand ontwerpbegroting 2022

 

37.280.748

28.484.835

28.103.897

30.298.203

31.450.210

33.143.299

Tabel 3 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art.

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Stand begroting 2021 (inclusief NvW)

 

403.519

124.422

113.122

113.122

113.122

0

Belangrijkste mutaties

       

Aanschaf Anti-lichamen ontvangsten

01

30.000

10.000

0

0

0

0

Betreft een bijstelling op de ontvangsten van artikel 1

01

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Betreft een bijstelling op de ontvangsten van artikel 2

02

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Betreft een desaldering voor Reszue

02

30.000

5.000

2.400

0

0

9.400

Dit betreft een extra ontvangst van het CAK als gevolg van het vervallen van een tussenrekening van het CJIB waarop ontvangsten in het kader van de regelingen wanbetalers en onverzekerden voorlopig geparkeerd zijn.

02

0

43.240

0

0

0

0

De eerder door het RIVM aangekochte voorraad van het medicijn Remdesivir is, t.o.v. het gebruik in Nederland, (zeer) hoog. Daardoor is de verwachting dat deze voorraad voor een deel niet in Nederland gebruikt gaat worden voor expiratie.

02

‒ 13.100

‒ 4.400

0

0

0

0

Terugontvangsten 2021 naar aanleiding van de definitieve vaststelling van de SPUK Stimulering Sport 2019. Vanwege de terugontvangsten wordt het ook verantwoord geacht om op het ontvangstenartikel een ramingsbijstelling te verwerken van 15 miljoen euro structureel (vanaf 2022). De regeling blijft van kracht met behoud van evaluatie van de uitkeringsvorm na drie vaststellingsjaren.

06

63.000

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

Overige mutaties

 

67.966

2.000

2.000

2.000

2.000

115.122

Stand ontwerpbegroting 2022

 

596.385

210.262

147.522

145.122

145.122

154.522

2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Tabel 4 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemming (bedragen x €1.000)

Art.

Naam artikel (totale uitgaven artikel)

Juridisch verplichte uitgaven

Niet-juridische verplichte uitgaven

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

1

Volksgezondheid (€ 3.159.740)

€ 2.248.740 (71,2%)

€ 911.000 (28,8%)

Subsidies (€ 41.000) voor de bestrijding van COVID-19

    

Opdrachten (€ 665.000) voor de bestrijding van COVID-19

    

Bijdrage aan medeoverheden (€ 205.000) voor de bestrijding van COVID-19

2

Curatieve zorg (€ 3.430.531)

€ 3.418.898 (99,7%)

€ 11.633 (0,3%)

SubsidiesTransitiefonds medisch specialisten (€ 300)Eerstelijnszorg (€ 10.200)

    

OpdrachtenMedisch-specialistischezorg (€ 400)Curatieve zorg (€ 320)Diverse opdrachten uitvoering stelsel en Juiste Zorg op Juiste Plek (€ 190)

    

Ink. overdracht (€ 223)

3

Langdurige zorg en ondersteuning (€ 13.780.847)

€ 13.767.097 (99,9%)

€ 13.750 (0,1%)

Subsidies (€ 7.000) in het kader van uitvoeren van het kennis, informatie en innovatiebeleid (bijv. het vervolg op de regeling InZicht) maar ook trajecten om de zorg merkbaar en beter te maken.Subsidies DMO (€ 4.000)

    

Opdrachten (€ 750) in het kader van uitvoeren van het kennis, informatie en innovatiebeleid (bijv. het vervolg op de regeling InZicht) maar ook trajecten om de zorg merkbaar en beter te maken.Opdrachten DMO (€ 2000)

4

Zorgbreed beleid (€ 1.305.729)

€ 1.285.129 (98,4%)

€ 20.600 (1,6%)

SubsidiesTransparantie kwaliteit van zorg (€ 2.000)Patiënten- en gehandicaptenorganisaties (€ 1.500)Arbeidsmarkt beroepen en opleidingen (€ 2.000)Duurzame Zorg (€ 600)Maatschappelijke diensttijd (€ 3.000)Informatiebeleid (€ 1.000)Overige (€ 1.000)

    

OpdrachtenPositie cliënt en transparantie van zorg (€ 1.000)Arbeidsmarkt beroepen en opleidingen (€ 3.000)Informatiebeleid (€ 2.000)Overig (€ 1.000)

    

Bijdragen aan ZBO's/RWT's (€ 2.500)

5

Jeugd (€ 117.641)

€ 115.274 (98%)

€ 2.367 (2%)

Subsidies (€ 1.113) Zorg voor de Jeugd, professionalisering, vakmanschap, kennis en informatiebeleid, kindermishandeling, kinderrechten en gepaste zorg

    

Opdrachten (€ 1.254) Zorg voor de Jeugd, professionalisering, vakmanschap, kennis en informatiebeleid, kindermishandeling, kinderrechten en gepaste zorg

6

Sport en Bewegen (€ 383.244)

€ 378.645 (98,8%)

€ 4.599 (1,2%)

Subsidies (€ 3.989) in het kader van uitvoeren Sportakkoord, sportevenementen en Kennis en Innovatie

    

Opdrachten (€ 610) in het kader van uitvoeren Sportakkoord, sportevenementen en Kennis en Innovatie

7

Oorlogsgetroffenen en Herinnering WOII (€ 216.942)

€ 211.762 (97,6%)

€ 5.180 (2,4%)

Subsidies (€ 4.800) diverse voornemens op het gebied van Herinnering WOII en Collectieve erkenning Indisch Nederland.

    

Opdrachten (€ 200) opdrachten op het gebied van Herinnering WOII en project 75 jaar vrijheid

    

Bijdr. Int. Organisaties (€ 180) o.a. bijdrage internationale organisaties

Totaal aan niet verplichte uitgaven

€ 969.129

 

2.4 Strategische Evaluatie Agenda (SEA)

Opzet strategische evaluatie agenda VWS

De minister van Financiën heeft in 2020 aan de Kamer gemeld dat elk departement in de begroting 2021 invulling zal geven aan een Strategische Evaluatie Agenda (SEA).3 Het doel is om met de SEA te komen tot betere en meer bruikbare inzichten in de maatschappelijke toegevoegde waarde op belangrijke beleidsthema’s, het meer benutten van dit inzicht en daarmee uiteindelijk hogere maatschappelijke toegevoegde waarde van beleid.

In 2018 heeft VWS al een vernieuwende opzet van de evaluatieagenda geïntroduceerd als onderdeel van de pilot Lerend evalueren. Deze programmering ondersteunt de ontwikkeling van VWS als lerende organisatie. Enkele belangrijke resultaten vanuit de pilot zijn4:

  • De aandacht voor evalueren komt steeds eerder in het beleidsproces van VWS te liggen. Dit blijkt onder andere uit verschillende ex ante en ex durante onderzoeken die de afgelopen periode zijn uitgevoerd. Dit verstevigt het evalueren als onderdeel van de beleidscyclus.

  • Een samenhangend beleidsonderwerp - ongeacht financieringsbron en begrotingsartikel - zorgt voor meer integraal evaluatieonderzoek. Dat vergroot de bruikbaarheid van de resultaten van de evaluatie.

  • De zorg is van en voor ons allemaal en daarom is het belangrijk om in de evaluaties de leerlessen op een begrijpelijke wijze te communiceren door ‘te tellen en te vertellen’. Door het betrekken van de praktijk bij de evaluaties worden ervaringen van mensen (‘leefwereld’) gekoppeld aan de regelgeving van het zorgstelsel (‘systeemwereld’).

De Rijksbrede invoering van de SEA biedt VWS de mogelijkheid om een volgende stap te zetten met de evaluatieprogrammering in vervolg op de goede ervaringen met de pilot Lerend evalueren, te weten: kort-cyclisch leren, reflecteren en verantwoording afleggen met en in de praktijk en experimenteren met verschillende onderzoeksmethoden. In 2021 heeft VWS de evaluatieagenda verder ontwikkeld door:

1. Het verstevigen van de evaluatieagenda en -functie door het samenbrengen van belangrijke evaluaties in de SEA en voor de uitvoering hiervan een kennisnetwerk evaluaties op te richten.

2. Het meer aandacht besteden aan de evaluaties van de wetten van het zorgstelsel voor de doeltreffendheid en de effecten (bedoeld en onbedoeld) ervan in de praktijk.

3. Het verbreden van de evaluatieagenda met beleidsevaluaties op het gebied van informatievoorziening, innovatie en zorgvernieuwing.

4. Meer samenhang brengen (en dus voorkomen van dubbelop) in onze analyse- en evaluatie-inspanningen door het opnemen van trajecten zoals Zorgkeuzes in Kaart (ZiK) en Brede Maatschappelijke Heroverwegingen (BMH) en (IBO’s) in de meerjarenprogrammering.

5. Het versterken en zoeken naar synergie tussen kennis, beleid en uitvoering door o.a. het toevoegen van lerende evaluaties van de verschillende concernorganisaties.

Prioriteitstelling evaluatie agenda VWS

De uitdagingen voor een goed functionerend gezondheidszorgstelsel voor nu en straks zijn groot. In de SEA dienen dan ook de belangrijke thema’s voor houdbare zorg te worden geaccentueerd. Bij de totstandkoming van het stellen van deze prioriteiten is nadrukkelijk gekeken naar leidende kennisagenda’s zoals die van de Vaste commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport5, opvolging aanbevelingen Zorgkeuzes in Kaart6, maar ook naar de Discussienota - Zorg voor de Toekomst7, de Dialoognota Ouder Worden 2020-20408 en andere actuele maatschappelijke vraagstukken. Dit heeft geleid tot de volgende prioriteitstelling voor de SEA 2022-2024:

1) Preventie, gezondheid en aanpak COVID-19  (art. 1 t/m 6 begroting VWS)

2) Organisatie, regie en vernieuwing zorg (art. 2, art. 4 begroting VWS)

3) Ouderenzorg (art. 3 begroting VWS)

4) Jeugdzorg (art. 5 begroting VWS)

Hieronder worden de relevante onderzoeken uit de SEA 2022-2024 nader uitgelicht om aan te geven hoe deze prioriteitstelling is vertaald in concrete evaluatieonderzoeken.

Ad 1: Aanpak COVID-19 (art. 1 t/m 6)

De aanpak van het coronavirus heeft grote impact op elk van ons als burger, de maatschappij als geheel en zeker ook ons gezondheidzorgstelsel. Voor het bestrijden van het virus werken experts vanuit het publieke en private domein intensief samen om deze pandemie het hoofd te kunnen bieden. Het trekken van leerlessen is hierbij een absolute must zowel per beleidsthema als in de onderlinge samenhang. De meer synthese-achtige onderzoeken zijn in de SEA opgenomen. Onderstaand worden twee belangrijke onderzoeken hiervan nader uitgelicht:

Aanpak Coronacrisis (2020-2021/2022)

De Onderzoeksraad voor Veiligheid is een onderzoek gestart naar de aanpak van de Coronacrisis door de Nederlandse overheid en andere betrokken partijen. Dit doet de Raad mede op verzoek van het kabinet.9 Bij het onderzoek kijkt de Raad onder meer naar de voorbereiding op een pandemie, de crisisbeheersing en de getroffen maatregelen en de uitfasering van deze maatregelen. Daarnaast kijkt de Onderzoeksraad ook naar de effecten van de coronacrisis op de veiligheid van kwetsbare mensen in de samenleving, bijvoorbeeld door het wegvallen van reguliere zorg of maatschappelijke diensten. Medische handelingen en economische steunmaatregelen vallen buiten de focus van het onderzoek. Het doel van het onderzoek is om lessen te trekken voor eventuele toekomstige epidemieën.

COVID-19 Programma (2020-2024)

Een effectieve aanpak van de coronapandemie brengt vele kennisbehoeftes en onderzoeksvragen met zich mee. Het COVID-19. Het programma heeft 3 centrale doelstellingen. Allereerst het bijdragen aan het bestrijden van de coronapandemie en aan het voorkomen of verminderen van negatieve effecten van de maatregelen. Het tweede doel is het genereren van nieuwe kennis over bestrijding van epidemieën en pandemieën. En tot slot het genereren van kennis over de (mondiale) maatschappelijke dynamiek tijdens en na afloop van deze pandemie en vergelijkbare, ingrijpende gezondheidscrises en de maatregelen daartegen. Hoewel het programma zich in eerste instantie focust op de Nederlandse situatie, vraagt het internationale karakter van de coronacrisis en de mondiale effecten van de maatregelen daartegen, een bredere, wereldwijde blik. Vanuit ZonMw wordt doorlopend afgestemd met de WHO Coordinated Global Research Roadmap: 2019 novel coronavirus, en met GloPID-R, een internationaal netwerk van onderzoeksfinanciers op het gebied van infectieziektenuitbraken.

Ad 2: Organisatie, regie en vernieuwing zorg (art. 2, art. 4)

Om ervoor te zorgen dat het zorgaanbod beter aansluit bij wat mensen echt nodig hebben en om de doelmatigheid van de zorg te vergroten, zijn verdergaande afspraken nodig over het voorkomen, verplaatsen en vervangen van zorg. Dat vergt een intensivering van samenwerking tussen alle betrokken partijen, over de grenzen van traditionele domeinen heen en in de regio. Ook is van belang dat de coördinatie tussen verschillende zorgsoorten verbetert. De complexiteit van de wijze waarop we de zorg hebben georganiseerd mag er niet toe leiden dat mensen niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. De relevante evaluatieonderzoeken uit de SEA passende bij deze prioriteit voor houdbare zorg zijn:

Lerende evaluatie Juiste Zorg Op de Juiste Plek (2019-2023)

Zorg voorkómen, vervangen of verplaatsen, vanuit de behoeften van de mensen. Dat is waar de beweging Juiste Zorg Op de Juiste Plek (JZOJP) voor gaat. Op tal van manieren wordt lokaal, regionaal en landelijk ingezet op de beweging JZOJP. Het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu voert van 2019 tot en met 2023 de ‘lerende evaluatie Juiste Zorg op de Juiste Plek' uit. De vraag die centraal staat in de lerende evaluatie is: wat is er nodig om de beweging JZOJP verder te brengen? Om deze vraag te beantwoorden vindt er binnen de lerende evaluatie continue interactie plaats tussen onderzoek en praktijk.10 

Ex post evaluatie Goed bestuur (2020-2021)

Om goede zorg te kunnen leveren is goed bestuur en intern toezicht bij een zorginstelling belangrijk. De instelling heeft de ruimte om eigen beleid te maken voor goed bestuur. De Rijksoverheid zorgt voor de wettelijke kaders voor goed bestuur in de zorg. Omdat VWS het van groot belang vindt dat de evaluatie een directe verbinding heeft met het werkveld, is ervoor gekozen om allereerst sub-evaluaties uit te laten voeren door de branche- en beroepsverenigingen die de verschillende maatregelen van de agenda Goed bestuur binnen de sector uitrollen. Dit zijn onderzoeken naar: de bijdrage Governancecode Zorg aan professionalisering van bestuur en toezicht in de zorg, de bijdrage accreditatie zorgbestuurders aan professionalisering van bestuur en toezicht in de zorg, en wat heeft het programma Goed Toezicht opgeleverd ten behoeve van de professionalisering van raden van toezicht.11 Deze evaluaties zijn vervolgens het startpunt voor een overkoepelende analyse met als centrale vraag: In hoeverre is het veld, met ondersteuning/bijdrage van VWS, erin geslaagd om zorgaanbieders aan te zetten/te stimuleren tot professionaliseren van bestuur en toezicht? De uitgevoerde analyse wordt in 2021 verwacht, waarbij de aanbevelingen in de loop van 2021-2022 zullen worden opgepakt. Daarbij zullen sommige aanbevelingen naar verwachting sneller opgepakt kunnen worden dan andere. Ook gaan de branche- en beroepsverenigingen uiteraard ook zelf aan de slag met de aanbevelingen uit de drie onderzoeken.

Evaluatie HLA’s (2021)

De evaluatie van de hoofdlijnenakkoorden in de curatieve zorg in 2021 betreft de vier hoofdlijnenakkoorden met respectievelijk de medisch specialistische zorg, de huisartsenzorg, de wijkverpleging, de geestelijke gezondheidszorg alsmede de bestuurlijke afspraken met de paramedische zorg12. Met deze evaluatie moeten twee hoofdvragen beantwoord worden:

  • Draagt het instrument hoofdlijnenakkoord bij aan kwalitatief goede beleidsvorming en – implementatie in de zorg? Hoe was dit voorafgaand aan het sluiten van de akkoorden en op welke wijze draagt het instrument bij aan beleidsvorming en -implementatie in de zorg?

  • Draagt het instrument hoofdlijnenakkoord bij aan de houdbaarheid van de zorguitgaven? Op welke wijze draagt het instrument hier aan bij?

Het betreft een ex-post evaluatie zodat de resultaten meegenomen kunnen worden bij een (eventuele) ronde nieuwe akkoorden. Het onderzoek zal daarom eind 2021 worden afgerond zodat bij de voorbereidingen de geleerde lessen meegenomen kunnen worden in 2022 en verder.

Ad 3: Ouderenzorg (art. 3)

Mensen in Nederland worden steeds ouder. In 2030 zijn er 2,1 miljoen mensen ouder dan 75 jaar. Bijna een verdubbeling ten opzichte van de 1,3 miljoen mensen in 2019. De Rijksoverheid wil dat iedereen waardig oud kan worden. Net zoals ieder ander willen ook ouderen niet aangesproken worden op wat niet meer gaat, maar willen ze gewaardeerd worden om wat ze wel kunnen. Het is in ieders belang om de kennis, ervaring en wijsheid van àl onze burgers optimaal te benutten. Voor een toekomstbestendige ouderenzorg wordt daarom in 2021-2022 een IBO ouderenzorg uitgevoerd.

IBO ‘Ouderenzorg’ (2021-2022)

Op het gebied van de toekomst van de langdurige zorg zijn inmiddels de nodige studies verricht, en is een breed scala van beleidsopties en ideeën beschikbaar. De commissie Toekomst Zorg Thuiswonende Ouderen (TZTO)13 concludeerde in haar rapport dat de fysieke woon- en leefomgeving cruciaal is voor ouderen om zelfstandig te kunnen (blijven) wonen en zo min mogelijk afhankelijk te worden van zorg, maar dat hier nog onvoldoende op ingespeeld wordt. De geïnventariseerde beleidsopties voor de ouderenzorg richten zich in hoofdlijnen op het vergroten van de verantwoordelijkheid van de ouderen zelf door het verkleinen van het verzekerd pakket of het verhogen van eigen betalingen; en het verhogen van de toegangscriteria van de Wlz waardoor ouderen niet of later gebruik kunnen maken van dure intramurale ouderenzorg.

Dit IBO heeft als doel om de beleidsopties gericht op een houdbare ouderenzorg gestructureerd in beeld te brengen, de randvoorwaarden om deze uitvoerbaar te laten nader uit te werken en maatregelen in kaart te brengen die het beroep op zwaardere, i.e. duurdere ouderenzorg kunnen voorkomen of uitstellen.

Evaluatie ggz in de Wlz (2021)

Vanaf 1 januari 2021 hebben cliënten met een psychische stoornis vanaf 18 jaar toegang tot de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz). Het doel van dit onderzoek is de overheveling van cliënten met een psychische stoornis vanaf 18 jaar naar de Wlz te evalueren op proces en inhoud en lessen te trekken uit dit traject die kunnen worden gebruikt voor het traject van de overheveling van jeugdigen met een psychische stoornis naar de Wlz. De eindrapportage met leerlessen en aanbevelingen is in de tweede helft van 2021 opgeleverd.

Ad 4: Jeugdzorg (art. 5)

Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden.14 De uitspraak van de Commissie van Wijzen dient daarbij als zwaarwegende inbreng. Gezien de urgentie van het onderwerp, vooruitlopend op de besluitvorming van het nieuwe kabinet, is halverwege 2021 al gestart met het voorbereiden van een beter houdbaar jeugdstelsel op de lange termijn. Het Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (o.a. cliënten, aanbieders en professionals), committeren zich aan het opstellen van een Hervormingsagenda, die bestaat uit de combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd.

Ex ante evaluatie Hervormingagenda jeugdstelsel (2022)

Afhankelijkheid van de verdere uitwerking zal met de partijen worden bezien hoe als eerste stap de ex ante evaluatie vorm zal krijgen. Daarnaast zullen er met partijen afspraken gemaakt worden over het jaarlijks monitoren van de uitvoering van de Hervormingsagenda en de evaluatie hiervan na een aantal jaren.

Strategische Evaluatie Agenda 2022-2024 VWS

De SEA is gezondheidszorg breed opgezet in lijn met de contouren van het Financieel Beeld Zorg. VWS vindt het namelijk belangrijk om los van de actualiteit de werking van de verschillende systemen en belangrijke ontwikkelingen daarin periodiek onder de loep te blijven houden. Naast eerdergenoemde prioriteiten is de SEA ook op de andere onderdelen geactualiseerd voor de planperiode 2022-2024. De invulling van een nieuw regeerakkoord zal mogelijk nog zorgen van het leggen van een paar nieuwe accenten in de SEA. Dit alles bij elkaar maakt dat de Strategische Evaluatie Agenda 2022-2024 van VWS voor nu er als volgt uitziet:

Tabel 5 Strategische Evaluatie Agenda (SEA)

Beleidsthema voor evaluatie

Meest recent evaluatieonderzoek (synthese)

looptijd

2022

2023

2024

Volksgezondheid

Monitor Staat van Volksgezondheid

De Staat van Volksgezondheid en Zorg

continu

   

Wet publieke gezondheid

Versterking van de publieke gezondheid

2021

1

  

RIVM

Doorlichting RIVM

2014, 2021

   

Gezondheidsbeleid

Nationaal Preventieakkoord

2019-2022

EP

  

Ziektepreventie

Adviseren over vaccinaties (GR), Rijksvaccinatieprogramma

2020, 2022

EP

  

Gezondheidsbevordering

Alles is gezondheid …

2018-2022

   

Sport en bewegen

Buurtsportcoach

2020-2022

EP

  

Sport en bewegen

Topsport

2020-2021

   

NVWA

Kostentoerekening en doelmatigheid van de NVWA

2020

   

Ethiek

Onderzoek: snijvlak van ethiek en gezondheid (GR)

2020

   
      

Jeugd en Maatschappelijke ondersteuning

Monitor jeugd

Jeugdmonitor

continu

   

Jeugdwet

Programma toekomstig jeugdstelsel

2022-2025

EA

  

Jeugdwet

Eerste evaluatie Jeugdwet

2017-2018

   

Jeugdstelsel

Evaluatie Transitie Autoriteit Jeugd

20192

   

Jeugdstelsel

Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg

2021

   

Nederlandse jeugd

Programma SCP: Opgroeien en leren

2020

   

Jeugdpreventie

Evaluaties jeugdpreventie

2019

   

Jeugd-GGZ

De Jeugd-GGZ na de Jeugdwet

2018-2019

   

Maatschappelijke diensttijd

MDT voor de Toekomst

2018-2022

EP

  
      

Monitor sociaal domein

CAK: Wmo-monitor

continu

   

Monitor sociaal domein

CBS: gemeentelijke monitor Sociaal Domein

continu

   

Monitor sociaal domein

Waar staat je gemeente?

continu

   

Maatschappelijke ondersteuning

Rapportage VN-Verdrag Handicap

2018-2022

EP

  

Maatschappelijke ondersteuning

Eén tegen eenzaamheid

2019-20213

EP

  

Maatschappelijke ondersteuning

(Onafhankelijke) cliëntondersteuning

2019-2021

   

Sociaal domein

Programma SCP: Sociaal domein op koers

2018,2021

   

Wet maatschappelijke ondersteuning

Zicht op de Wmo 2015

2017,2018

   

Wet maatschappelijke ondersteuning

Wmo 2015 in de praktijk

2017, 2018

   

Wet maatschappelijke ondersteuning

Evaluatie besluit reële prijs

2020

   

Maatschappelijke ondersteuning

Programma SCP: Zorg & ondersteuning, Gezondh. Welzijn,

2020

   
      

Curatieve zorg

Monitors curatieve zorg

Monitors en Markscans NZa

jaarlijks

   

Governance

Juiste zorg op de juiste plek (JZOJP)

2020-20224

EP

  

Governance

Bestuurlijke afspraken zorg (HLA’s)

2020-2021

   

Geneesmiddelen

Evaluatie Geneesmiddelenvisie 2016-2018

2019-2022

EP

  

aCBG

Doorlichting College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

2021-2022

EP

  

CAK

Evaluatie CAK 2013-2018

2020

   

Zorgverzekeringswet

Evaluatie Zorgverzekeringswet (KPMG Plexus)

2014

   

Zorgverzekeringswet

Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (ZiNL)

2019

   

Zorgverzekeringswet

Wanbetalers Zvw-premie

20195

   

Persoonsgebonden budget

Evaluatie Zvw-pgb 2017

2018

   

Eerstelijnszorg

Onderzoek kwaliteit eerstelijnsverblijf

2018

   

Eerstelijnszorg

In één keer goed!

2018

   

Wijkverpleging

Evaluatie van de wijkverpleging

2017

   

GGZ

Bekostiging van de curatieve geestelijke gezondheid (ARK)

2017

   
      

Langdurige zorg

Monitor langdurige zorg

Monitor langdurige zorg

continu

   

Ouderenzorg

Langer thuiswonende ouderen

2018-2022

EP

  

Ouderenzorg

Thuis in het verpleeghuis / Waardigheid en trots op locatie

2020-2022

ED/EP

  

Ouderenzorg

Commissie Toekomst Zorg Thuiswonende Ouderen

2019-2020

   

Informatievoorziening zorg

Kennisinfrastructuur langdurige zorg

2022

ED

  

Wet verplichte GGZ en Wet zorg en dwang

Wet verplichte GGZ en Wet zorg en dwang

2020-2021

   

Wet langdurige zorg

Evaluatie hervorming langdurige zorg

2018-2019

   

Wet langdurige zorg

Experimenten persoonsvolgende zorg

2018-2019

   

CIZ

Kaderwetevaluatie CIZ

2020

   

Zorg en ondersteuning

Programma SCP: Zorg en ondersteuning

2020

   

Gehandicaptenzorg

Groei in de langdurige verstandelijk gehandicaptenzorg

2016-2017

   
      

VWS-breed

Monitor Nederlandse gezondheidszorg

VWS-monitor – kerncijfers gezondheidszorg

2020-2023

ED

ED

ED

E-health

Monitor RIVM

2020-2023

ED

ED

ED

Governance

Goed bestuur

2020-2021

   

Kwaliteit

Uitkomstgerichte zorg

2019-2022

EP

  

Innovatie en Zorgvernieuwing

Evaluatie programma Innovatie en Zorgvernieuwing

2021

   

Informatiebeleid

Evaluatie informatiebeleid

2022-2023

 

EP

 

VWS als lerende organisatie

Kennisfunctie VWS

2020-2021

   

VWS als lerende organisatie

pilot Lerend evalueren

2019-2022

 

EP

 

Arbeidsmarkt en opleiden

Actieprogramma werken in de zorg

2020-2021

   

Arbeidsmarkt en opleiden

Evaluatie Stagefonds Zorg

2020

   

Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg

Evaluatie Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)

2019-2021

   

Wet marktordening gezondheidszorg

Commissie Borstlap – evaluatie Wmg

2014-2015

   

Subsidies

Evaluatie subsidies

2019

   

NZa

Evaluatie Nederlandse Zorgautoriteit 2014-2017

2017-2018

 

EP

 

CIBG

Doorlichting CIBG

2012, 2020

   

Zorginstituut Nederland

Kaderwetevaluatie Zorginstituut

2019-2020

   

ZonMw

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

2017-2019

   

Brede Maatschappelijke heroverweging

o.a. Naar een toekomstig bestendigzorgstelsel

2019-2020

   

Zorgkeuzes in Kaart

Zorgkeuzes in Kaart 2020

2019-2020

   

Visiedocument

Discussienota Zorg voor de Toekomst

2021

   

Houdbare zorg

Maatschappelijk, Financieel-economisch advies (WRR)

2018-2020

   

Betaalbaarheid zorg

Verkenningsaanvraag ‘Betaalbaarheid zorg’ (SER)

2018-2020

   

n.a.v. coronacrisis

COVID-19 Programma (ZonMw)

2021

ED

ED

EP

n.a.v. coronacrisis

Het vaccinatiestelsel in Nederland nader verkend (RVS)

2021

   

n.a.v. coronacrisis

Leren van COVID-19 (NSOB)

2020

   

n.a.v. coronacrisis

Lessons learned COVID-19

2020

   

n.a.v. coronacrisis

Eindrapport COVID-19 testen (IGJ)

2020

   

n.a.v. coronacrisis

Impact van de eerste COVID-19 golf op de reguliere zorg en gezondheid (RIVM)

2020

   
      

Interdepartementaal en -nationaal

Monitor internationale zorgstelsels

Nederlandse zorgstelsel in internationaal perspectief

periodiek

   

n.a.v. coronacrisis

Aanpak Coronacrisis (Onderzoeksraad voor Veiligheid)

2021

   

Welzijn

Programma SCP: Maats.Participatie & Duurzame samenleving

2020

   

Interdepartementaal beleidsonderzoek

Ouderenzorg

2021-2022

EP

  

Interdepartementaal beleidsonderzoek

Vernieuwing in de zorg, zorg voor implementatie

2016-2017

   

Interdepartementaal beleidsonderzoek

Mensen met een licht verstandelijke beperking

2018-2019

   
X Noot
1

EA = Ex ante, ED = Ex durante, EP = Ex post

X Noot
2

TK 2020D00908, Evaluatie Transitie Autoriteit Jeugd.

X Noot
3

TK 2020D00963, Rapportage eerste fase ex durante evaluatie programma Eén tegen Eenzaamheid.

X Noot
4

TK 2020Z12367, Bijlage - Lerende Evaluatie Juiste Zorg Op de Juiste Plek, Plan van aanpak op hoofdlijnen.

X Noot
5

Kamerstukken II 2019/20, 33077, nr. 23, Rapport evaluatie wanbetalersregeling.

2.5 Overzicht risicoregelingen

In reactie op het rapport van de Commissie Risicoregelingen heeft het kabinet in 2013 voor nieuwe en bestaande risicoregelingen een garantiekader opgesteld (Kamerstukken II 2013/14, 33750, nr. 13). In lijn met het kabinetsbeleid gaat VWS terughoudend om met het gebruik van risicoregelingen. Conform de afspraken binnen het kabinet worden in deze paragraaf de garanties en achterborgstelling van VWS uitgebreid toegelicht.

Tabel 6 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

o.g.v.

Uitstaande Garanties 2020

Geraamd te verlenen 2021

Geraamd te vervallen 2021

Uitstaande garanties 2021

Geraamd te verlenen 2022

Geraamd te vervallen 2022

Uitstaande Garanties 2022

Garantie plafond

Totaal plafond

2

Voorzieningen tbv De Hoogstraat

Begrotingswet

7.210

 

833

6.377

 

833

5.544

 

6.377

2

Voorzieningen tbv Ziekenhuizen

Regeling 1958

140.569

 

24.371

116.198

 

22.494

93.704

 

116.198

3

Voorzieningen tbv Verpleeghuizen

Financiering

5.454

 

898

4.556

 

898

3.658

 

4.556

3

Voorzieningen tbv Psychiatrische instellingen

Regeling 1958

13.408

 

2.480

10.928

 

2.352

8.576

 

10.928

3

Voorzieningen tbv Zwakzinnigen inrichtingen

Regeling 1958

2.547

 

621

1.926

 

526

1.400

 

1.926

3

Voorzieningen tbv Overige instellingen

Regeling 1958

108

 

43

65

 

43

22

 

65

3

Voorzieningen tbv Instellingen gehandicapten

Regeling 1958

10.941

 

1.765

9.176

 

1.765

7.411

 

9.176

3

Voorzieningen tbv Zwakzinnigen inrichtingen

Rijksregeling

2.991

 

400

2.591

 

253

2.338

 

2.591

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

Rijksregeling

40.412

 

4.132

36.280

 

3.947

32.333

 

36.280

2

Voorzieningen tbv Ziekenhuizen

Rijksregeling

167

 

34

133

 

34

99

 

133

3

Niet sedentaire personen

 

336

 

127

209

 

127

82

 

209

2

Garantie NRG Petten1

 

22.624

 

0

22.624

 

0

22.624

 

22.624

1

Garantie testmaterialen

 

214.448

6.552

221.000

0

 

0

0

 

0

1

Garantstelling analysecapaciteit (COVID-19)

 

0

165.100

165.100

0

 

0

0

 

0

1

Bestuurders-aansprakelijkheid SON

 

0

2.500

0

2.500

 

0

2.500

 

2.500

            
 

Totaal

 

461.215

 

421.804

213.563

 

33.272

180.291

 

213.563

X Noot
1

Betreft geen nieuwe verlening per 2019 maar een gedeeltelijke overheveling van een bestaande garantie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat naar het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De in de tabel vermelde verstrekte garanties komen grotendeels voort uit drie aparte regelingen: de Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958, de Rijksregeling Dagverblijven voor gehandicapten inzake erkenning, subsidiëring, verlening van garanties en toezicht uit 1971 en de Rijksregeling Gezinsvervangende Tehuizen voor gehandicapten, ook uit 1971. De betreffende regelingen dateren uit een tijd dat de overheid een expliciete verantwoordelijkheid had voor bouw en spreiding van intramurale zorgvoorzieningen. Door het afgeven van de garanties was het voor zorginstellingen eenvoudiger om via institutionele beleggers, en in latere jaren door banken, financiering te krijgen voor investeringen in hun vastgoed.

Beheersing risico’s en versobering

De Rijksgarantieregelingen zijn rond de eeuwwisseling gesloten voor nieuwe gevallen waardoor het financiële risico van het ministerie van VWS door reguliere en vervroegde aflossing van de uitstaande leningen geleidelijk wordt afgebouwd. De laatste rijksgegarandeerde lening loopt af in 2043. Het monitoren van de instellingen aan wie een rijksgarantie verstrekt is, alsmede van de leningen, wordt sinds 2004 in mandaat uitgevoerd door het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) namens de minister van VWS (Besluit van 17 december 2003, Stcrt. 2004, nr. 7, blz. 11).

Instellingen die financieel in de gevarenzone dreigen te komen, worden door het WFZ onder verscherpte bewaking gesteld waarbij onder meer frequent informatie wordt ingewonnen. Indien een zorginstelling met een geborgde lening niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen dan neemt het ministerie van VWS in een dergelijk geval de betalingsverplichting van de zorginstelling over. Dit betekent dat een schade niet ineens hoeft te worden uitgekeerd, maar ook verspreid over de resterende looptijd van de lening kan worden betaald.

Premiestelling en kostendekkendheid

Voor de afgegeven garanties worden geen risicopremies doorberekend en dit is op basis van de afgesloten contracten ook niet mogelijk.

Tabel 7 Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

2020

2021

2022

Achterborgstelling

6.460,2

6.277,9

6.083,1

Bufferkapitaal

297,2

302,5

307,2

Obligo

195,4

187,8

182,0

Toelichting

Doel en werking garantieregeling

De bovenstaande tabel is gebaseerd op gegevens van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ). Het WFZ verstrekt garanties aan financiële instellingen voor leningen van de bij het WFZ aangesloten leden. De Staat is achterborg voor het WFZ. Het WFZ is voortgekomen uit de financieringsproblemen voor zorginstellingen die ontstonden begin jaren '90 van de vorige eeuw. Het WFZ is door de koepels in de sector opgericht om de financiering voor zorginstellingen te vergemakkelijken en daarmee de continuïteit van de zorg veilig te stellen. Het totaalbedrag aan uitstaande verplichtingen is volgens de raming van het WFZ € 6,1 miljard in 2022.

Beheersing risico’s en versobering

De risico’s voor het ministerie van VWS van de achterborg worden beperkt door een aantal maatregelen. Allereerst kent het WFZ een selectieve toelating. Voor deelname aan het WFZ moeten zorginstellingen hun financiële situatie voldoende op orde hebben. Daarnaast worden garanties alleen verstrekt aan vertrouwenwekkende investeringen. Te risicovolle projecten worden niet geborgd. Verder zijn aangesloten leden gebonden aan het reglement van het WFZ en de daarin omschreven risicobeperkende bepalingen. Een deelnemer mag bijvoorbeeld niet zonder toestemming van het WFZ gebruik maken van rentederivaten. In het kader van het kabinetsbeleid van versobering van risicoregelingen heeft een evaluatieonderzoek van het WFZ plaatsgevonden.

Premiestelling en kostendekkendheid

Het ministerie van VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. Zorginstellingen betalen een eenmalige premie (disagio) voor de garantstelling aan het WFZ. Hiermee bouwt het WFZ een risicovermogen op waarmee eventuele claims kunnen worden gedekt. Als dit risicovermogen onvoldoende zou zijn om eventuele schades te dekken, kunnen de deelnemers aan het WFZ via de zogenaamde obligo worden verplicht een financiële bijdrage te leveren van maximaal 3% van de uitstaande garanties van de instelling. Als het risicovermogen van het WFZ en de obligoverplichting van de deelnemers tezamen niet voldoende zijn voor het WFZ om aan zijn verplichtingen richting geldverstrekkers te kunnen voldoen, kan het WFZ zich richting VWS beroepen op de achterborg. Dit houdt in dat op dat moment VWS het WFZ van een lening zal voorzien zodat het WFZ aan zijn verplichtingen kan voldoen. Het WFZ heeft nog nooit een beroep hoeven doen op de obligoverplichting van de WFZ-deelnemers.

Begrotingsreserve

Het is nog nooit nodig geweest voor het WFZ om de achterborg van het Rijk in te roepen. Niettemin is besloten om in het kader van de verdere beperking van de risico’s vanaf het jaar 2017 een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg. Deze begrotingsreserve is opgenomen onder artikel 9.

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1 Volksgezondheid

A. Algemene doelstelling

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk blootstaan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij in gezondheid leven.

 

1981

2005

2010

2016

2017

2018

2019

2020

1. Absolute levensverwachting in jaren:1

        

- mannen

72,7

77,2

78,8

79,9

80,1

80,2

80,5

79,72

- vrouwen

79,3

81,6

82,7

83,1

83,3

83,3

83,6

83,12

         

2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:3

        

- mannen

59,9

62,5

63,9

64,9

65,0

64,2

64,8

 

- vrouwen

62,4

61,8

63,0

63,3

63,8

62,7

63,2

 
X Noot
1

De levensverwachting van in Nederland geboren vrouwen in 2020 bedroeg 83,1 jaar. Dat is 3,4 jaar hoger dan die van mannen (79,7 jaar). Sinds 1981 is het verschil in levensverwachting tussen de seksen kleiner geworden. Mannen boekten vanaf 1981 een winst van 7 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 3,8 jaar ouder geworden.

X Noot
2

voorlopige cijfers

X Noot
3

Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal 'gezonde' jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk: 1. Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid? 2. Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van de onderzochte persoon? Mensen die deze vraag beantwoorden met 'goed' of 'zeer goed' worden gezond genoemd.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Een belangrijke beleidsopgave voor de minister is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Mensen zijn in eerste instantie echter wel zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid en dienen zichzelf – indien mogelijk – te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.

De minister vervult de volgende rollen:

Stimuleren: van het maken van gezonde keuzes, van de beschikbaarheid van betrouwbare informatie over gezonde keuzes, en van een gezonder aanbod van voeding.

Financieren: van (bevolkings-)onderzoeken/screeningen, van diverse nationale programma’s, projecten en organisaties die zich bezig houden met de bescherming en bevordering van de gezondheid van burgers en preventie van ziekten.

Regisseren: het opstellen van wettelijke kaders voor verschillende manieren om burgers te beschermen tegen gezondheidsrisico’s.

C. Beleidswijzigingen

HPV-vaccinatieAls gevolg van de uitbraak van het coronavirus is besloten om de start van de inhaalcampagne HPV- vaccinatie uit te stellen naar 2022. Van de hiervoor in 2021 begrote middelen is € 40 miljoen doorgeschoven naar latere jaren. Conform het advies van de Gezondheidsraad (Kamerstukken II 2018/19, 32793, nr. 392) worden vanaf 2022 naast meisjes ook jongens gevaccineerd tegen HPV. Op dit moment worden de kinderen uitgenodigd in het jaar dat zij 13 jaar worden; dit wordt vanaf 2022 in het jaar dat zij 10 jaar worden. Alle kinderen tot 18 jaar die eerder de vaccinatie hebben gemist en/of niet de mogelijkheid hebben gehad om zich te laten vaccineren worden - verspreid over twee jaar - uitgenodigd om zich alsnog te laten vaccineren.

Prenataal huisbezoek15

In 2022 treedt het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ) in werking. Om een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind te bevorderen en het ontstaan van gezondheids- en ontwikkelingsrisico’s voor het kind te beperken, is het van belang hulp en ondersteuning al tijdens de zwangerschap te bieden. Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak om een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of gezinnen in een kwetsbare situatie in hun gemeente. De gemeente moet deze taak op grond van de wet opdragen aan dezelfde organisatie die voor de gemeente de JGZ uitvoert.

Nationaal Preventieakkoord

Het Nationaal Preventieakkoord heeft als doel om roken, overgewicht en overmatig alcoholgebruik onder de Nederlandse samenleving terug te dringen. In 2020 is de al dalende trend van het aantal rokende in Nederland doorgezet naar 20,2%. De ambitie is dat maximaal 5% van de volwassen Nederlanders nog rookt in 2040. Momenteel is ongeveer de helft van de Nederlanders te zwaar, dit percentage is over de afgelopen jaren stabiel gebleven. Het akkoord wil dit percentage terugdringen naar onder de 40% in 2040. In 2020 dronk 6,9% van de Nederlanders overmatig, de ambitie is om dit terug te brengen naar 5%. In 2019, het eerste jaar, is het grootste deel van alle programma's in de voorbereidende of uitvoerende fase gebracht. Om een versnelling aan te brengen in het realiseren van de ambities uit het Nationaal Preventieakkoord is, in lijn met de sportakkoorden, besloten om ook voor de uitvoering van maatregelen uit lokale en regionale preventieakkoorden een bijdrage voor gemeenten beschikbaar te stellen. Om zodoende gemeenten te stimuleren om met de lokale partners afspraken te maken over de inzet op preventie en een gezonde leefstijl. Voorts heeft het RIVM op 6 april jl een inventarisatie opgeleverd naar aanvullende maatregelen om de ambities van 2040 alsnog te kunnen behalen. De voortgangsrapportage 2020 komt eind juni beschikbaar.

Voedselkeuzelogo

Voorafgaand aan de introductie van Nutri-Score in Nederland, moet de eerste wetenschappelijke evaluatie van het voedselkeuzelogo gereed zijn. Nadat de eerste uitkomsten van de wetenschappelijke evaluatie van het internationale wetenschappelijk comité gereed zijn, wordt er een besluit genomen over de introductie van Nutri-Score in Nederland. Het voornemen is dat Nutri-Score in de eerste helft van 2022 een wettelijk toegestaan logo wordt.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

5.417.362

12.564.395

915.727

876.379

906.583

972.385

995.318

        

Uitgaven

2.508.610

11.602.220

3.159.740

1.554.340

1.068.862

1.020.785

995.318

waarvan juridisch verplicht

  

71,2%

    
        

1. Gezondheidsbeleid

405.933

553.801

487.694

451.365

402.718

358.799

347.624

Subsidies (regelingen)

23.194

26.792

24.078

15.113

15.113

15.110

15.109

(Lokaal) gezondheidsbeleid

22.538

26.418

23.812

14.847

14.847

14.844

14.843

Overige

656

374

266

266

266

266

266

Opdrachten

2.429

3.402

3.741

2.739

2.740

2.740

2.740

(Lokaal) gezondheidsbeleid

2.429

3.402

3.741

2.739

2.740

2.740

2.740

Bijdrage aan agentschappen

128.582

133.174

126.749

126.420

125.026

124.624

124.366

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

94.964

107.276

104.953

104.515

104.521

104.498

104.500

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

33.618

25.414

21.039

21.134

19.735

19.356

19.096

Overige

0

484

757

771

770

770

770

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

251.728

382.385

321.959

275.925

238.834

195.327

184.409

ZonMw: programmering

251.728

382.385

321.959

275.925

238.834

195.327

184.409

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

8.048

11.167

31.168

21.005

20.998

21.000

Aanpak Gezondheidsachterstanden

0

8.048

11.031

31.032

20.869

20.862

20.864

Overige

0

0

136

136

136

136

136

        

2. Ziektepreventie

1.935.975

10.880.408

2.512.444

946.794

511.279

508.428

494.743

Subsidies (regelingen)

312.752

825.851

394.006

230.316

231.144

226.545

227.373

Ziektepreventie

104.770

600.610

175.354

13.051

13.154

7.984

7.810

Bevolkingsonderzoeken

146.184

154.342

163.330

161.193

161.364

161.761

162.486

Vaccinaties

61.798

70.899

55.322

56.072

56.626

56.800

57.077

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

1.113.067

7.887.755

1.542.918

424.945

22.038

22.383

20.386

Ziektepreventie

1.113.067

7.887.755

1.542.918

424.945

22.038

22.383

20.386

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

328.201

526.497

359.830

291.505

258.069

259.473

246.957

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

206.843

352.308

179.044

110.054

100.520

100.493

100.493

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

39.661

41.619

45.411

46.329

46.329

46.855

47.557

RIVM: Vaccinaties

81.697

132.557

135.362

135.109

111.207

112.112

98.894

Overige

0

13

13

13

13

13

13

Bijdrage aan medeoverheden

181.955

1.633.055

215.690

28

28

27

27

Overige

181.955

1.633.055

215.690

28

28

27

27

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

7.000

0

0

0

0

0

Overige

0

7.000

0

0

0

0

0

(Schade)vergoedingen

0

250

0

0

0

0

0

Overige

0

250

0

0

0

0

0

        

3. Gezondheidsbevordering

136.571

136.308

127.343

125.519

124.290

123.282

122.675

Subsidies (regelingen)

115.431

109.347

105.755

102.524

101.004

100.003

99.390

Preventie van schadelijk middelengebruik

22.007

18.898

17.808

15.471

15.244

14.726

14.725

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

31.352

25.309

19.269

18.961

18.863

18.282

17.437

Letselpreventie

4.729

4.760

4.532

4.679

4.533

4.532

4.532

Bevordering van seksuele gezondheid

56.350

59.477

62.953

62.220

61.189

61.288

61.521

Overige

993

903

1.193

1.193

1.175

1.175

1.175

Opdrachten

6.920

8.891

4.347

5.406

5.405

5.404

5.407

Gezondheidsbevordering

6.920

8.891

4.347

5.406

5.405

5.404

5.407

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

174

2.984

1.330

1.155

1.145

1.145

1.145

Overige

174

2.984

1.330

1.155

1.145

1.145

1.145

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

137

147

780

780

780

780

Overige

0

137

147

780

780

780

780

Bijdrage aan medeoverheden

14.046

14.949

15.764

15.654

15.956

15.950

15.953

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

14.046

14.949

15.764

15.654

15.956

15.950

15.953

Overige

0

0

0

0

0

0

0

        

4. Ethiek

30.131

31.703

32.259

30.662

30.575

30.276

30.276

Subsidies (regelingen)

27.054

28.492

28.563

28.030

27.931

27.632

27.632

Abortusklinieken

18.271

18.135

18.133

18.135

18.137

18.141

18.141

Medische Ethiek

8.783

10.357

10.430

9.895

9.794

9.491

9.491

Opdrachten

500

691

456

356

356

356

356

Medische Ethiek

500

691

456

356

356

356

356

Bijdrage aan agentschappen

2.577

2.520

3.240

2.276

2.288

2.288

2.288

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

2.577

2.520

3.240

2.276

2.288

2.288

2.288

        

Ontvangsten

36.024

74.603

40.803

23.903

23.903

23.903

23.903

Overige

36.024

74.603

40.803

23.903

23.903

23.903

23.903

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Het beschikbare budget voor 2022 van € 552,4 miljoen is 92,6% juridisch dan wel bestuurlijk verplicht. Het betreft de financiering van de aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, de beleidsregels subsidiëring regionale centra prenatale screening én de Subsidieregelingen publieke gezondheid, PrEP, NIPT, Kunstmatige inseminatie donorkinderen, Opschaling IC bedden en Abortusklinieken.

OpdrachtenHet budget voor 2022 van € 1.551,5 miljoen is 51,2% juridisch dan wel bestuurlijk verplicht. Van dit budget is € 665,0 miljoen bestemd voor de bestrijding van COVID-19.

Bijdragen aan agentschappen

Dit betreft de financiering van de opdrachtverlening voor 2022 aan het RIVM, de NVWA en het CIBG. Op basis van het offertetraject en bestuurlijke afspraken is het budget 2022 van € 491,1 miljoen voor 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’sDit betreft de financiering van projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg via ZonMw en de Afgifte van Schengenverklaringen via het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Het budget voor 2022 van € 322,1 miljoen is voor 100,0% juridisch dan wel bestuurlijk verplicht.

Bijdragen aan medeoverheden

Dit betreft de heroïneverstrekking door gemeenten op medisch voorschrift via een toevoeging aan het gemeentefonds, de bijdrage aan het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB), de financiering van lokale en regionale preventieakkoorden en de vergoeding van de coördinatietaken van de GGD-GHOR én van de meerkosten van de GGD'en en Veiligheidsregio's voor COVID-19 . Het budget voor 2022 van € 242,6 miljoen is voor 53,2% juridisch dan wel bestuurlijk verplicht.

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Gezondheidsbeleid

Subsidies

(Lokaal) gezondheidsbeleid

In 2022 geven wij verdere uitwerking aan de voornemens die zijn opgenomen in de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid 2020-2024 (Kamerstukken II 2019/20, 32793, nr. 481). De Landelijke Nota Gezondheidsbeleid die vanuit de Wet publieke gezondheid (Wpg) iedere vier jaar wordt opgesteld beschrijft de landelijke prioriteiten op het gebied van publieke gezondheid en is richtinggevend voor het lokale gezondheidsbeleid van gemeenten. In totaal is hiervoor in 2022 € 23,8 miljoen beschikbaar. Om dit te bereiken worden onder andere de volgende uitgaven gedaan:

Alles is gezondheid ....

Het programma Alles is Gezondheid stimuleert samenwerking tussen bedrijfsleven, burgerinitiatieven, maatschappelijke organisaties en politiek. Deze partijen werken met elkaar samen vanuit hun eigen invalshoek, maar pogen hetzelfde doel te bereiken, namelijk de samenleving vitaler maken. Via het programmabureau worden maatschappelijke initiatieven gestimuleerd die bijdragen aan een gezonder Nederland en aansluiten bij de gestelde doelen in het Nationaal Programma Preventie. Netwerkvorming en kennisdeling worden daarbij benut om het bereik en de impact van initiatieven te vergroten. Er wordt ingezet op het activeren en borgen van domeinoverstijgende samenwerkingsverbanden en het aanjagen en ondersteunen van wijken en regio’s. Zij werken daarbij vanuit het gedachtegoed van positieve gezondheid, dat een belangrijke plek heeft gekregen binnen het programma. Het institute for Positive Health (iPH) is samengegaan met Alles is Gezondheid en het toepassen en doorontwikkelen van het gedachtegoed gaat onder die noemer verder. Hier is 3,1 miljoen voor beschikbaar.

Preventiecoalities

Dit betreft het faciliteren van samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars door middel van bijdragen in de kosten van de procescoördinatie. Hiermee ondersteunen we effectieve preventieactiviteiten voor risicogroepen met als doel de gezondheid van deze risicogroepen te verbeteren. Hier is € 2,2 miljoen voor beschikbaar.

Bevordering van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg

De Stichting Pharos ontvangt als kennis- en adviescentrum subsidie voor het stimuleren van de toepassing van kennis in de praktijk om de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor migranten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden te verbeteren. Het gaat daarbij om mensen die minder vaardig zijn in het verkrijgen, begrijpen en gebruiken van informatie over (hun) gezondheid bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen. Verder worden gemeenten geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken. Vanuit de Stichting Pharos en platform 31 wordt kennis van werkzame interventies, goede voorbeelden en ervaringen samengebracht en gedeeld (Kamerstukken II 2016/17, 32793, nr. 267). Hier gaat in 2022 € 5,0 miljoen naartoe.

Kansrijke start

Met het programma Kansrijke Start willen we ervoor zorgen dat kinderen een stevige basis krijgen tijdens de cruciale eerste 1.000 dagen van het leven. Dat doen we door voorlichting en passende begeleiding te geven aan risicogroepen tijdens de zwangerschap. Daarvoor moeten de professionals in de geboortezorg, de jeugdgezondheidszorg en de jeugdzorg goed met elkaar samenwerken (Kamerstukken II 2017/18, 32279, nr. 124). Het actieprogramma zet vanaf het begin in op het bouwen en versterken van lokale coalities en doet dat op twee manieren: via een financiële impuls en via een stimuleringsprogramma voor gemeenten. Op dit moment werken 275 gemeenten mee aan het bouwen en versterken van een lokale coalitie Kansrijke Start. Hier is € 6,0 miljoen op het instrument subsidies beschikbaar (én € 1,0 miljoen op het instrument opdrachten).

Veenkoloniën

Het amendement Wolbert (Kamerstukken II 2014/15, 34000, nr. 43) vraagt om een regionale aanpak van gezondheidsachterstanden in de Veenkoloniën waar meerdere gemeenten en regionale (zorg)organisaties bij betrokken zijn. VWS financiert deze regionale aanpak. Het programma besteedt nadrukkelijk aandacht aan de wensen, behoefte en participatie van bewoners. Hier is € 1,1 miljoen voor beschikbaar.

Lifelines

Het doel van Lifelines is om mensen in de toekomst gezonder oud te laten worden. Dit proberen ze te bereiken door van een grote groep deelnemers allerlei gegevens en lichaamsmaterialen zoals urine, bloed en haar te verzamelen en dit beschikbaar te stellen aan onderzoekers. Hiervoor is € 3,0 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan agentschappen

Gezondheidsbescherming algemeen

De voortgang van de aanpak om voedselinfecties te voorkomen, wordt door het RIVM gemonitord via de vaststelling van zogenoemde DALYs (disability adjusted life year). In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren levensjaren door voedselinfecties, veroorzaakt door de verschillende pathogenen, zich ontwikkelt.

Tabel 9 Kengetallen voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland gegevens 2012-2020
         

Micro-organismen

Aantal verloren gezonde levensjaren (DALY=Disability Adjusted Life Year)1

         
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Campylobacter

1.917

1.869

1.691

1.501

1.291

1.345

1.387

1.268

STEC O157

61

61

61

61

61

61

61

60

L. monocytogenes

68

191

165

310

191

181

126

145

Salmonella

670

649

643

757

675

617

600

393

B. cereus toxine

28

28

28

28

29

29

29

29

C. perfringens toxine

176

177

177

177

178

179

180

180

S. aureus toxine

194

193

192

192

192

193

193

190

Hepatitis-A virus

7

6

5

5

6

8

8

6

Hepatitis-E virus

3

3

3

3

70

71

63

54

Norovirus

286

285

301

375

269

324

308

141

Rotavirus

186

78

165

88

143

154

145

51

C. parvum

11

11

19

22

14

19

15

4

G. lamblia

29

29

29

29

29

28

29

7

T. gondii

1.068

1.088

1.063

1.062

1.062

1.064

1.042

1.061

Totaal

4.705

4.668

4.542

4.609

4.209

4.270

4.186

3.587

X Noot
1

De getallen over 2012 t/m 2015 zijn enigszins afwijkend van de getallen die in eerdere begrotingen zijn gerapporteerd dit vanwege: a) nieuwere incidentie schattingen voor hepatitis-E virus, Cryptosporidium spp. and Giaria spp.; en b) noodzakelijke modelaanpassingen (zoals m.n. het gebruik van nieuwe “disability weights” afkomstig uit een recente Europeese studie waarbij : >30,000 mensen waren betrokken (Bron: Haagsma et al. 2015; Popul Health Metr.)). Meer details zijn te vinden in Mangen et al., 2017 RIVM Letter Report 2017-0097 (http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2017-0097.pdf). Deze noodzakelijke modelaanpassingen hebben er toe geleid dat de ranking veranderd is ten opzichte van vroegere berekeningen.

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De minister voor Medische Zorg en Sport (MZS) is opdrachtgever van het agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voor de VWS domeinen. De NVWA heeft als toezichthouder een centrale rol bij het bewaken van de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten op grond van wettelijke normen. Ook hebben zij toezichtstaken voor de handhaving van de Drank- en Horecawet en de Tabaks- en rookwarenwet. Voor deze taken is in 2022 in totaal € 105 miljoen beschikbaar.

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

Het RIVM heeft de wettelijke taak periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid. Het RIVM vormt voorts samen met een zevental kennisinstellingen een consortium, dat verantwoordelijk is voor de Staat van Volksgezondheid en Zorg. De Staat van Volksgezondheid en Zorg bevat kerncijfers voor het zorgbeleid. Via deze webportal worden actuele en eenduidige cijfers beschikbaar gesteld over de domeinen van het ministerie van VWS. De kerncijfer, zoals opgenomen in de Staat, vormen een belangrijke basis voor de VWS-monitor. Verder voert het RIVM opdrachten uit op terrein van sport, geneesmiddelen en medische technologie en risicoschatting en -beoordeling voor beleid. In totaal is voor het RIVM voor deze taken in 2022 € 21,0 miljoen beschikbaar. De verwachting is dat al deze taken worden uitgevoerd naast de extra werkzaamheden door corona.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

ZonMw: Uitvoeren van projecten en onderzoek

ZonMw is een intermediaire organisatie die op programmatische wijze projecten en onderzoek op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laat uitvoeren. ZonMw bewaakt daarbij de kwaliteit, relevantie en samenhang. In onderstaande tabel zijn de activiteiten uitgesplitst naar de verschillende beleidsterreinen waarop de programma’s bij ZonMw betrekking hebben:

Tabel 10 Overzichtstabel geraamde programma-uitgaven ZonMw 2021-2025 (Bedragen x € 1 mln.)
 

2022

2023

2024

2025

2026

      

Totaal ZonMw

322,0

275,9

238,8

195,3

184,8

Artikel 1 Volksgezondheid: onder andere programma's Preventie, Infectieziektebestrijding, Onbedoelde zwangerschap en kwetsbaar (jong) ouderschap, Pluripotent stamcelonderzoek en COVID-19 Onderzoek

69,6

56,9

48,3

34,5

30,8

Artikel 2 Curatieve zorg: onder andere programma's Doelmatigheidsonderzoek, Goed Gebruik Geneesmiddelen, Citrienfonds, Mensen met verward gedrag, Zwangerschap en geboorte, Expertisefunctie Zintuigelijk Gehandicapten, Translationeel Onderzoek, Personalized medicine, Oncode, Kwaliteitsrichtlijnen wijkverpleging, Kwaliteitsgelden, Topspecialistische Zorg en Onderzoek, Goed Gebruik Hulpmiddelenzorg, Paramedische zorg en Onderzoeksprogramma GGz

122,5

150,0

129,6

110,5

108,9

Artikel 3 Maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg: onder andere programma's Palliantie, Memorabel, Academische werkplaatsen ter versterking kennisinfrastructuur langdurige zorg, Langdurige Zorg en ondersteuning, Academische werkplaatsen Verstandelijke beperking, Gewoon bijzonder, Specifieke doelgroepen én Zingeving en Geestelijke verzorging

40,8

31,7

30,6

28,1

28,4

Artikel 4 Zorgbreed beleid: Maatschappelijke diensttijd, Juiste zorg op de juiste plek, Zorgevaluatie en gepast gebruik, Actieonderzoek innovatieve zorg én Voor elkaar!

69,0

21,4

13,4

9,6

7,6

Artikel 5 Jeugd: onder andere programma's Wat werkt voor de jeugd, Geweld hoort nergens thuis en Regionale Kenniswerkplaatsen Jeugd

4,7

4,7

5,8

3,6

3,7

Artikel 6 Sport en bewegen: onder andere programma's Kennis- en innovatieagenda sport, Topteam sport, Sportimpuls, Sportinnovator en het Onderzoeksprogramma Sport en Bewegen

7,4

1,4

0,6

0,4

0,5

Andere ministeries: onder andere programma's Meer Kennis met Minder Dieren (LNV), Verbetering kwaliteit poortwachtersproces (SZW), Vakkundig aan het Werk (SZW) en Verbetering re-integratie 2e spoor (SZW)

7,9

9,8

10,4

8,8

4,9

Bijdragen aan medeoverheden

Aanpak gezondheidsachterstanden

Vanuit deze bijdrage wordt in de financiering van het programma Gezond in de Stad (GIDS) (Kamerstukken II 2016/17, 32793, nr. 267) voorzien. GIDS heeft als doel om gemeenten te bewegen hun taken zo in te vullen dat zij lokale gezondheidsverschillen kunnen terugdringen. Het programma is verlengd tot en met 2022. Het beschikbare budget voor 2022 is € 20 miljoen en is inmiddels overgeheveld naar het gemeentefonds om via een decentralisatie-uitkering aan de gemeenten beschikbaar te worden gesteld.

Voor 2022 is € 1,7 miljoen overgeheveld naar het Gemeentefonds voor de financiering van gemeenten die een lokale coalitie willen vormen rondom de eerste 1.000 dagen van kinderen, als onderdeel van het programma Kansrijke start.

Daarnaast is € 5,3 miljoen overgeheveld naar het Gemeentefonds voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’.

Om een versnelling aan te brengen in het realiseren van de ambities uit het Nationaal Preventieakkoord is, in lijn met de sportakkoorden, besloten om ook voor de uitvoering van maatregelen uit lokale en regionale preventieakkoorden een bijdrage voor gemeenten beschikbaar te stellen. Om zodoende gemeenten te stimuleren om met de lokale partners afspraken te maken over de inzet op preventie en een gezonde leefstijl (€ 10 miljoen).

2. Ziektepreventie
Tabel 11 Kengetallen Deelname aan vaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken en screeningen in procenten
 

2005

2010

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Percentage deelname aan Rijksvaccinatieprogramma

95,8%

95,0%

94,8%

93,1%

91,2%

90,2%

90,2%

90,8%1

Percentage deelname aan Nationaal Programma Grieppreventie

76,9%

68,9%

50,1%

53,5%

49,9%

51,3%

52,6%

n.n.b.2

Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek borstkanker

81,7%

80,7%

77,6%

77,3%

76,8%

76,6%

75,7%

n.n.b.3

Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

65,5%

64,3%

64,4%

60,3%

56,9%

57,6%.

56,0%

n.n.b.4

Percentage deelname aan Bevolkingsonderzoek darmkanker

73,0%

73,0%

72,7%

72,7%

71,5%

n.n.b.5

Percentage deelname aan hielprik

99,6%

99,7%

99,3%

99,2%

99,2%

99,1%

99,3%

n.n.b.6

Percentage deelname aan NIPT

39,2%

43,9%

46,5%

n.n.b.7

X Noot
1

Voor het verslagjaar 2021 (betreft alle vaccinaties gegeven t/m 2019) is dit percentage 91,3%. Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2018 dat alle vaccinaties volgens het RVP-schema toegediend heeft gekregen vóór het bereiken van de leeftijd van 2 jaar.

X Noot
2

Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de Gezondheidsraad in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza.

X Noot
3

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De doelgroep van het bevolkingsonderzoek bestaat uit vrouwen van 50 tot 75 jaar.

X Noot
4

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De doelgroep van dit bevolkingsonderzoek bestaat uit 30-60 jarige vrouwen.

X Noot
5

Dit kerncijfer betreft het percentage personen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek dikke darmkanker.

X Noot
6

Dit kerncijfer betreft het percentage pasgeborenen dat gescreend is.

X Noot
7

Deelname NIPT vanaf april 2017. Dit kerncijfer betreft het percentage zwangere vrouwen dat deelneemt aan de NIPT ter bepaling van een eventuele verhoogde kans op een kind met het downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom.

Deze cijfers geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen met dien verstande dat de nadruk op geïnformeerde keuze voor deelname ligt en niet op een zo hoog mogelijk percentage. Hierbij moet in acht worden genomen dat de beschermingsgraad in de praktijk hoger ligt bijvoorbeeld voor het Rijksvaccinatieprogramma dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer in verband met bijvoorbeeld de groepsimmuniteit.

Subsidies

Ziektepreventie

De minister zorgt op het terrein van de ziektepreventie subsidies (€ 9,1 miljoen) voor een goede bescherming tegen infectieziekten, preventie van chronische ziekten en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) door onder andere te zorgen voor:

  • een goede landelijke structuur om bekende en onbekende infectieziektedreigingen inclusief zoönosen en vectorgebonden (o.a. teken, invasieve exotische muggen) aandoeningen snel te kunnen signaleren en bestrijden.

  • het internationaal uitwisselen van informatie en afstemmen van voorbereidings- en bestrijdingsmaatregelen.

  • subsidiëring van het Nederlands Lymeziekte-expertisecentrum dat zich inzet om de preventie, diagnostiek en behandeling van de ziekte van Lyme te verbeteren, waarbij alle betrokken partijen hun eigen inbreng leveren.

  • subsidiëring van de stichting Q-support om patiënten, die na de Q-koorts-epidemie te maken hebben met langdurige klachten, te ondersteunen, te adviseren en te begeleiden.

  • financiering van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) voor activiteiten gericht op het ondersteunen van de JGZ-organisaties en de professionals bij het invoeren van vernieuwingen en verbeteringen in de praktijk.

  • financiering van Lareb, het Nederlandse meld- en kenniscentrum voor bijwerkingen van geneesmiddelen, waaronder vaccins.

COVID-19

Op basis van het opschalingplan van het Landelijk Netwerk Acute Zorg zijn middelen beschikbaar voor de opschaling naar 1.350 IC-bedden, de flexibele opschaling naar 1.700 IC-bedden en de daarmee corresponderende uitbreiding van het aantal klinische bedden. Daarnaast worden er middelen beschikbaar gesteld voor kosten van opleidingen die samenhangen met het opschalen van de IC-capaciteit.

Voor de nazorg van COVID-19 patiënten is door Q-support - met de ervaringen voor de Q-koortspatiënt als basis - een C-support (€ 3,9 miljoen) ingericht.

Bevolkingsonderzoeken

Onder dit instrument vallen: (1) het financieren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker, (2) het financieren van de Regionale centra prenatale screening, (3) het financieren van de niet-invasieve prenatale test (NIPT) en (4) het financieren van de 13-weken echo. In totaal gaat het hierbij om € 163,3 miljoen.

Vaccinaties

Met het Nationaal Programma Grieppreventie worden kwetsbare groepen (alle 60-plussers en mensen onder de 60 jaar met een risico-indicatie, zoals longziekten, hart- of nieraandoeningen en diabetes mellitus) te beschermd tegen (de ernstige gevolgen van) griep. Tevens worden 60-plussers vanaf 2020 gevaccineerd tegen pneunomokokken (Kamerstukken II 2018/19, 32793, nr. 331) om hen te beschermen. In totaal gaat het hierbij om € 55,3 miljoen.

Opdrachten

Ziektepreventie

Voor de Pandemische paraatheid volksgezondheid is € 6,0 miljoen beschikbaar. Dit betreft de opstartkosten voor de (herstel)opgaven en transitie naar de onvermijdelijke versterking van pandemische paraatheid. Zwaartepunt ligt bij Governance stelsel publieke gezondheid (aansturing GGD’en/landelijke functionaliteit voor operationele aansturing crisis), voorkomen zoönosen en ICT.

Verder is € 15,7 miljoen gereserveerd voor vaccinonderzoek door Intravacc. Daarnaast is € 2,4 miljoen beschikbaar voor onder andere de voorbereiding van de uitbreiding van vaccinaties en preventieve medicatie.

COVID-19

Het kasbudget voor de aankoop van vaccins (€ 425 miljoen) is geactualiseerd. Daarin zijn de aanvullende afspraken verwerkt zoals die zijn gemaakt via de Europese Unie met producenten van vaccins en waarover uw Kamer is geïnformeerd (Kamerstukken II, 2020/2021, 25 295 nr. 1179 en 25 295 nr. 1183). Deze afspraken sluiten aan bij de vaccinatiebehoefte. Voor het afsluiten van contracten voor bijvoorbeeld PCR tests, of het doen aanschaffen van zelftesten of professionele antigeen testkits is € 743 miljoen beschikbaar. Daarnaast buigt de Gezondheidsraad zich momenteel over de vraag of een boosterprik nodig is, of dit dan 1 of 2 prikken dienen te zijn en voor welk deel van de bevolking dit wordt geadviseerd. Anticiperend op het maximale scenario (gehele bevolking tweemaal herprikken), is € 134 miljoen gereserveerd. Verder is voor ontwikkeling van Covid emerging vaccins door Intravacc € 14 miljoen beschikbaar. De overige uitgaven bedragen € 15 miljoen.

Bijdrage aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening aan kenniscentra

Het RIVM stelt zich tot doel om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te beschermen en te bevorderen. Het RIVM doet dit door middel van het (doen) uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en advisering op het terrein van volksgezondheid en het voeren van de regie op diverse terreinen van de publieke gezondheid. Binnen het RIVM zijn hiertoe verschillende centra actief, zoals:

  • het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) ontvangt financiële middelen voor het vervullen van zijn taken ten aanzien van de preventie en bestrijding van infectieziekten. Daarbij is specifiek aandacht voor antimicrobiële resistentie, het bevorderen van seksuele gezondheid door de ondersteuning van professionals bij een goede uitvoering en taken op het gebied van vaccinologie.

  • het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CVB) ontvangt financiële middelen voor het uitvoeren van zijn coördinerende taken gericht op de voorlichting over bevolkingsonderzoeken, het Nationaal Programma Grieppreventie en pre- en neonatale screeningen en de kwaliteit van de uitvoering en monitoring ervan. Mensen die tot de betreffende doelgroep behoren, kunnen vrijwillig aan de bevolkingsonderzoeken deelnemen.

  • het Centrum Gezondheid en Milieu (CGM) ontvangt financiële middelen om het ministerie van VWS en de regio’s bij te staan met gezondheidskundige advisering, advisering over het uitvoeren van gezondheidsonderzoek en risicoanalyses over mogelijke gezondheidseffecten en over psychosociale nazorg. Vragen over gezondheid en veiligheid in relatie tot milieu en het voorkomen van incidenten en rampen komen samen bij het CGM. Het CGM is erop gericht deze kennis waar nodig te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten voor professionals en bestuurders.

  • de Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s (DVP) zorgt ervoor dat er voldoende goede en betaalbare vaccins, antisera en slecht verkrijgbare medicijnen beschikbaar zijn voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) en calamiteiten.

  • het Centrum Gezond Leven (CGL) ontvangt financiële middelen met als doel samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering te faciliteren. Het CGL bevordert het gebruik van erkende leefstijlinterventies, onder meer door beschikbare interventies overzichtelijk te presenteren en te beoordelen op kwaliteit en samenhang en het versterken van gezondheidsbeleid via diverse handreikingen. Daarnaast voert het CGL het programma ‘Structurele versterking Gezondeschool.nl’ uit.

In het totaal gaat het hierbij om € 91,3 miljoen.

COVID-19

Dit betreft middelen voor de uitvoering van het rioolsurveillance-programma (€ 15 miljoen), het vaccinatieprogramma (€ 55 miljoen) en het COVID-19 programma (onderzoek, monitoring, advisering en coördinatie € 15 miljoen) door het RIVM.

RIVM: Bevolkingsonderzoeken

Betreft de uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE) en de neonatale hielprikscreening. In totaal gaat het hierbij om € 45,4 miljoen.

RIVM: Vaccinaties

Het RIVM draagt onder andere door de aanschaf van vaccins en medicatie voor een goede uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma, de HPV-vaccinatie, het Nationaal Programma Grieppreventie, de Pneumokkokkenvaccinatie en de Maternale kinkhoestvaccinatie. In totaal gaat het hierbij om € 95,4 miljoen. Daarnaast is voor de inhaalcampagne HPV in 2022 € 40,0 miljoen beschikbaar.

Bijdrage aan medeoverheden

COVID-19

Voor de coördinatietaken van de GGD-GHOR voor het Klantcontactcenter, het bron en contact onderzoek, coronIT en de digitale randvoorwaarden is € 195 miljoen beschikbaar. Verder is voor de vergoeding van de meerkosten in 2022 van de GGD'en € 201 miljoen en voor de Veiligheidsregio's € 15 miljoen gereserveerd.

3. Gezondheidsbevordering

Subsidies

Bevordering van de seksuele gezondheid

In 2022 geven wij verdere uitwerking aan de voornemens die zijn opgenomen in de beleidsbrief seksuele gezondheid (Kamerstukken II 2018/19, 32 239, nr. 8). Het gaat hierbij om de voortzetting van het zevenpuntenplan onbedoelde zwangerschappen (Kamerstukken II 2017/18, 32279, nr. 123). Thema’s die in dit plan worden benoemd zijn: preventie op scholen, keuzehulpgesprekken, campagnes, kennisontwikkeling en specifiek beleid op hoogrisicogroepen.

Om de seksuele gezondheid te bevorderen worden verder subsidies verstrekt aan diverse instellingen die zich bezighouden met gezondheidsbevordering. Dit betreft onder andere FIOM, Rutgers, Soa-Aids Nederland, Stichting hiv-monitoring en de hiv-vereniging Nederland. Tevens wordt soa-onderzoek, aanvullende seksuele gezondheidszorg en het aanbieden van hiv-remmers, Pre Expositie Profylaxe (PrEP) aan de hoogrisicogroep van mannen die seks hebben met mannen (MSM), gefinancierd.

In totaal gaat het hierbij om € 63,0 miljoen.

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

In 2022 worden diverse subsidies verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik. In het kader van het Nationaal Preventieakkoord zijn maatregelen afgesproken voor een rookvrije generatie en het tegengaan van problematisch alcoholgebruik. Hiervoor is € 17,8 miljoen beschikbaar.

Een van de organisaties die uit deze middelen wordt gesubsidieerd is het Trimbos-instituut. Trimbos zet zich in om wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie te geven aan professionals en burgers. Voorbeelden zijn de uitvoering van de Nationale Drug Monitor (NDM), het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS), het Nationaal Expertisecentrum Tabak (NET) en de infolijnen.

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

De inzet op gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht krijgt ook in 2022 extra aandacht via het Nationaal Preventieakkoord. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij effectieve en bestaande programmalijnen.

Er worden diverse subsidies verstrekt onder andere:

  • subsidie aan het Voedingscentrum om te voorzien in de juiste informatie over gezonde en veilige voeding voor burgers en professionals.

  • subsidie aan de Stichting Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) om in gemeenten een gezonde(re) omgeving te creëren en in te zetten op een stijging van het aantal jongeren op een gezond gewicht. Hierbij werkt de stichting samen met diverse partijen: overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

  • de brede programma’s Gezonde School en Gezonde Kinderopvang. Hierin worden in nauwe samenwerking met de ministeries van OCW, LNV en SZW de kinderen in voorschoolse voorzieningen, het basis- en voortgezet onderwijs en mbo gestimuleerd tot een gezonde leefstijl. Onderdeel daarvan is het streven dat alle schoolkantines beschikken over een gezond aanbod volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum.

In totaal gaat het om € 19,3 miljoen.

Letselpreventie

Voor letselpreventie is in 2022 € 4,5 miljoen beschikbaar voor onder andere een instellingssubsidie aan de Stichting VeiligheidNL voor het uitvoeren en monitoren van haar activiteiten die zijn gericht op letselpreventie. Zij doen dit door middel van het ontwikkelen van interventies en programma’s voor bijvoorbeeld jongeren en ouderen.

Opdrachten

Gezondheidsbevordering

Er worden in 2022 diverse opdrachten verstrekt in het kader van gezondheidsbevordering voor de volgende thema’s: de medicatie voor de medische heroïnebehandeling, de preventie van alcohol, drugs en tabak, letselpreventie en gezonde leefstijl, gezonde voeding en een gezond gewicht.

Hier is € 4,3 miljoen voor beschikbaar.

Bijdragen aan medeoverheden

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

Er wordt een financiële bijdrage van circa € 15,8 miljoen verstrekt aan gemeenten voor het binnen een gesloten systeem aanbieden van een behandeling van een beperkte groep langdurige opiaatverslaafden, waarbij naast methadon, medicinale heroïne wordt verstrekt.

4. Ethiek

Subsidies

Abortusklinieken

Sinds de inwerkingtreding van de Wet langdurige zorg vindt de subsidiëring van de abortusklinieken plaats via een subsidieregeling. Tevens vallen hieronder de kosten voor de uitvoering van de Subsidieregeling Opleidingskosten Abortusartsen.

In totaal gaat het hierbij om € 18,1 miljoen.

Medische Ethiek

Voor de uitvoering van de subsidieregeling Kunstmatige inseminatie met donorsemen (KID) is € 8,5 miljoen beschikbaar en voor de overige subsidieactiviteiten € 1,9 miljoen.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

Het CIBG verzorgt het secretariaat van de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. In totaal gaat het hierbij om € 3,2 miljoen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

De CCMO is een bij wet (Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen en de Embryowet) ingestelde commissie en deze waarborgt de bescherming van proefpersonen betrokken bij medisch-wetenschappelijk onderzoek, via toetsing aan de daarvoor vastgestelde wettelijke bepalingen en met inachtneming van de voortgang van de medische wetenschap. Vanwege de implementatie van EU-verordening 536/2014 voor klinisch geneesmiddelenonderzoek krijgt de CCMO een aantal extra taken en bevoegdheden. De daarmee samenhangende middelen staan geraamd op artikel 10 onder Personele en materiële uitgaven SCP en raden.

Overige

De secretariaten van de regionale toetsingscommissies euthanasie en de beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen zijn bij een uitvoeringseenheid van het Ministerie van VWS ondergebracht. De daarmee samenhangende middelen staan geraamd op artikel 10 onder Personele en materiële uitgaven kerndepartement.

Ontvangsten

In het kader van haar handhavingsbeleid schrijft de NVWA bestuurlijke boetes uit. Hieruit vloeien ontvangsten voort. Deze worden voor 2022 geraamd op € 5,3 miljoen. Verder worden ontvangsten geraamd als gevolg van in eerdere jaren te hoog verstrekte (subsidie)voorschotten (€ 18,6 miljoen).

COVID-19 De overheid financiert de aankoop van anti-lichamen en veklury. De overheid draagt het financiële risico in het geval dat de behandelingen uiteindelijk in de praktijk niet ingezet wordt door artsen. Als het wel wordt ingezet dan zijn de kosten voor de zorgverzekeraars. Hiervoor worden € 16,9 miljoen ontvangsten geraamd in 2022.

3.2 Artikel 2 Curatieve zorg

A. Algemene doelstelling

Een kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar aanbod voor curatieve zorg. 

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister voor Medische Zorg is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor de curatieve zorg. De Zorgverzekeringswet vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi), de wettelijke basis van dit stelsel. Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de minister de volgende rollen:

Stimuleren van kwaliteit, veiligheid en innovatie in de curatieve zorg, de beschikking over de benodigde materialen, de toegankelijkheid en betaal­ baarheid van de curatieve zorg, de werking van het zorgverzekerings-stelsel en informatievoorziening over het zorgverzekeringsstelsel.

Financieren van de zorguitgaven voor kinderen tot 18 jaar, van diverse onderzoeken en initiatieven binnen de curatieve zorg en van initiatieven op gebied van ICT-infrastructuur en van de risicoverevening binnen het stelsel.

Het onderhouden van wet- en regelgeving op gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, lichaamsmaterialen, bloedvoor­ziening en registers.

C. Beleidswijzigingen

Acute zorg

Op basis van de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) zal per 1 januari 2022 ook nieuwe regelgeving voor de beschikbaarheid en bereikbaarheid van de acute zorg in werking treden. Deze regels bestendigen de huidige praktijk met betrekking tot het functioneren van het regionaal overleg acute zorgketen en de huidige veld- en wettelijke en normen voor de bereikbaarheid van de acute zorg. Tevens worden regels gesteld aan het besluitvormingsproces dat een zorgaanbieder dient te volgen als deze plannen heeft om eventueel het aanbod van acute zorg op een bepaalde locatie geheel of gedeeltelijk op te schorten of geheel of gedeeltelijk te beëindigen.

Wetsvoorstel Domein-overstijgende samenwerking

Begin 2021 is het wetsvoorstel Domein-overstijgende samenwerking bij externe partijen geconsulteerd. Vanwege de demissionaire status van het kabinet is dit wetsvoorstel niet aangeboden aan de Tweede Kamer.

Gemeenten, zorgverzekeraars en zorgkantoren zoeken steeds vaker de samenwerking op om de zorg rondom de burgers die zorg nodig hebben zo goed mogelijk te regelen. Deze domein-overstijgende samenwerking kan leiden tot betere zorg in de thuisomgeving, waardoor in potentie een intramurale opname in de Wlz is te voorkomen of in ieder geval is uit te stellen. Door deze samenwerking kunnen ook crisissituaties voorkomen worden, doordat zorg eerder opgeschaald kan worden. Voor zorgkantoren is investeren in een ander domein op basis van de huidige Wlz en in combinatie met de in de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) geregelde bestedingsmogelijkheden van de middelen vanuit het Fonds langdurige zorg (Flz), niet mogelijk. Met dit wetsvoorstel wordt middels een aanpassing van de Wlz geregeld dat de uitvoeringstaken van de zorgkantoren verbreed worden, zodat zij de mogelijkheid krijgen te investeren in preventieve maatregelen. Het doel van het wetsvoorstel is om domein-overstijgende samenwerking tussen een aantal ‘zorgdomeinen’ te vergemakkelijken om zo duurdere en zwaardere zorg te voorkomen of tenminste uit te stellen.

Naast de aanpassingen in de Wlz wordt ook een aanvulling van de Wmg voorgesteld. Hierdoor komt er een wettelijke grondslag voor aanvullende bekostiging van de geleverde zorg, naast de persoonsvolgende bekostiging per cliënt. Zorgkantoren hebben op basis van de cliëntvolgende bekostiging te beperkte mogelijkheden om bijzondere maatregelen via de bekostiging per cliënt in te kopen. De bijzondere maatregelen zijn bij specifieke cliëntgroepen of in bijzondere omstandigheden wel nodig om zorg te leveren, maar zijn afzonderlijk niet als zorg aan te merken en bovendien niet toe te rekenen aan individuele cliënten.

Wetsvoorstel afschaffen collectiviteitskorting

Het wetsvoorstel voor afschaffing van de collectiviteitskorting op de zorgverzekering (van maximaal 5 procent) per 1 januari 2023 is op 25 juni 2021 ingediend bij de Tweede Kamer (kamerstuk 35872). De doelstelling van de collectiviteitskorting is het teruggeven van besparingen op de (zorg)kosten verkregen door het maken van (zorg)inhoudelijke afspraken voor de collectiviteit. Deze doelstelling wordt echter niet gerealiseerd. De collectiviteitskorting wordt namelijk gefinancierd via een opslag op de premie: de premie wordt eerst verhoogd, om deze verhoging vervolgens aan sommige verzekerden terug te geven alsof het een korting is. Individueel verzekerden betalen via de premieopslag mee aan de collectiviteitskorting van collectief verzekerden. Ook betalen verzekerden met een relatief lage collectiviteitskorting mee aan hoge collectiviteitskortingen. Het gevolg is dat patiënten en sociale minima meebetalen aan de kortingen voor studenten en werknemers. Met de afschaffing van de collectiviteitskorting wordt een einde gemaakt aan deze ongewenste kruissubsidiëring. Daarnaast wordt het polisaanbod overzichtelijker, omdat na de afschaffing van de collectiviteitskorting collectiviteiten zonder inhoudelijke afspraken vermoedelijk verdwijnen.

Bevriezen eigen risico

De financiering van zorg en ondersteuning in Nederland is in hoge mate gebaseerd op solidariteit van mensen die geen of weinig zorg gebruiken met mensen die (relatief) veel zorg ontvangen. In het Regeerakkoord 2017–2021 «Vertrouwen in de toekomst» hadden de fracties van de partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie een pakket aan maatregelen aangekondigd om de stapeling van eigen betalingen in de zorg en ondersteuning te verminderen. Eén van deze maatregelen betrof het bevriezen van het eigen risico tot en met 2021. Zonder aanvullend beleid herleeft de indexering van het verplicht eigen risico per 2022. In artikel 19 van de Zorgverzekeringswet (Zvw) is namelijk vastgelegd dat (en hoe) het verplicht eigen risico jaarlijks wordt geïndexeerd. Deze indexatie wordt toegepast overeenkomstig het verschil in geraamde uitgaven voor de zorg en overige diensten tussen het kalenderjaar waarop het verplicht eigen risico betrekking zal hebben en vergelijkbare uitgaven voor het jaar voorafgaand aan dat kalenderjaar. Op 24 juni 2021 is tijdens het plenaire debat over de ontwikkelingen rondom het Coronavirus de motie van het lid Kwint c.s. kamerbreed ingediend. De motie verzoekt de regering om met een wetsvoorstel te komen om het verplicht eigen risico voor 2022 te bevriezen op € 385. De Tweede Kamer heeft de motie op 29 juni 2021 met algemene stemmen aangenomen. Het kabinet geeft gehoor aan deze motie en heeft daarom een wetsvoorstel in voorbereiding om het verplicht eigen risico van de zorgverzekering in 2022 te bevriezen op 385 euro per jaar per volwassen verzekerde.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 12 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

4.793.651

942.703

3.360.212

3.346.463

3.434.766

3.514.170

3.620.279

        

Uitgaven

4.372.943

3.623.539

3.430.531

3.394.326

3.437.090

3.515.670

3.621.779

waarvan juridisch verplicht

  

99,7%

    
        

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

1.451.369

605.436

391.678

261.750

207.712

164.138

178.037

Subsidies (regelingen)

176.553

202.274

238.958

177.360

173.307

138.230

142.719

Medisch specialistische zorg

74.511

66.483

72.264

72.299

68.448

59.270

61.446

Curatieve ggz

18.719

29.716

34.966

30.045

30.365

30.486

32.726

Eerste lijnszorg

2.638

10.731

13.872

14.269

15.818

16.441

16.513

Lichaamsmateriaal

33.049

23.729

23.592

23.603

23.507

23.502

23.501

Medische producten

47.636

71.615

94.264

37.144

35.169

8.531

8.533

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

1.237.410

331.132

93.639

46.436

21.764

13.419

22.841

Medisch-specialistische zorg

743

779

704

676

282

281

281

Curatieve ggz

274

3.503

3.956

3.628

3.611

3.609

3.612

Eerstelijnszorg

781

18.589

57.589

29.102

9.102

102

102

Lichaamsmateriaal

6.793

3.647

2.326

2.326

2.326

2.326

2.345

Medische producten

1.228.819

304.614

29.064

10.704

6.443

7.101

16.501

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

34.744

70.828

58.873

37.343

11.711

11.554

11.554

aCBG

2.513

2.311

1.712

437

1.103

948

948

aCBG

2.200

2.521

657

0

0

0

0

CIBG

30.031

64.483

54.317

36.906

10.608

10.606

10.606

Overige

0

1.513

2.187

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

1.374

1.202

208

611

930

935

923

Overige

1.374

1.202

208

611

930

935

923

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Garanties

1.288

0

0

0

0

0

0

Overige

1.288

0

0

0

0

0

0

        

3. Ondersteuning van het zorgstelsel

2.921.574

3.018.103

3.038.853

3.132.576

3.229.378

3.351.532

3.443.742

Subsidies (regelingen)

100.614

116.780

133.725

112.157

107.482

105.654

112.619

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

1.212

1.359

1.360

1.360

1.360

1.360

1.359

Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden

30.594

42.211

41.958

41.957

41.959

41.955

41.956

Regeling veelbelovende zorg

1.213

6.688

23.185

35.038

47.764

52.482

61.481

Medisch-specialistische zorg

52.546

52.781

45.750

20.281

3.714

2.172

138

Curatieve ggz

4.141

679

7.336

10.084

10.589

5.587

5.587

Eerste lijnszorg

10.908

13.051

14.125

3.426

2.085

2.087

2.087

Overige

0

11

11

11

11

11

11

Bekostiging

2.771.211

2.847.935

2.849.669

2.974.979

3.079.195

3.205.783

3.291.084

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.723.169

2.796.504

2.810.500

2.935.900

3.040.100

3.166.700

3.252.000

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

48.042

51.431

39.169

39.079

39.095

39.083

39.084

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten

26.554

22.364

23.669

20.838

18.672

16.724

16.662

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

26.461

22.238

23.543

20.712

18.546

16.598

16.536

Overige

93

126

126

126

126

126

126

Opdrachten

10.244

12.481

15.922

8.730

8.160

7.508

7.511

Risicoverevening

1.259

2.041

2.039

2.039

2.038

2.037

2.040

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

555

664

823

926

926

926

926

Medisch-specialistische zorg

7.208

6.454

7.695

3.275

2.585

1.934

1.934

Curatieve ggz

407

427

30

30

34

34

34

Eerste lijnszorg

72

0

102

102

102

102

102

Overige

743

2.895

5.233

2.358

2.475

2.475

2.475

Bijdrage aan agentschappen

7.943

10.855

10.858

10.861

10.859

10.854

10.857

CJIB: Onverzekerden en wanbetalers

7.943

10.855

10.858

10.861

10.859

10.854

10.857

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

5.008

7.688

5.010

5.011

5.010

5.009

5.009

SVB: Onverzekerden

5.008

3.938

3.942

3.943

3.942

3.941

3.941

Overige

0

3.750

1.068

1.068

1.068

1.068

1.068

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

0

0

VenJ: Bijdrage C2000

0

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

12.924

403.705

123.295

77.455

75.055

75.055

84.455

Overige

12.924

403.705

123.295

77.455

75.055

75.055

84.455

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 372,7 miljoen is 97,2% juridisch verplicht. Het betreft diverse subsidies op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid, subsidies ter bevordering van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en subsidies die de werking van het stelsel bevorderen.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 109,6 miljoen is 99,2% juridisch verplicht. Het betreft diverse opdrachten op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid en opdrachten die de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en de werking van het stelsel moeten bevorderen.

Bekostiging

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 2,9 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor de financiering van verzekerden jonger dan 18 jaar, en de bekostiging van de compensatie van (een deel van) de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget 2022 van € 23,7 miljoen is 99,1% juridisch verplicht. Het betreft de overgangsregeling FLO/VUT voor het ambulancepersoneel.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 69,7 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het CJIB voor de aanpak van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 5,2 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het CAK voor de aanpak van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet en de bijdrage aan ZonMw voor het programma goed gebruik hulpmiddelen.

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Subsidies

Medisch-specialistische zorg

VWS stelt in 2022 € 72,3 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de medisch specialistische zorg. Hieronder valt een aantal zorggebieden, zoals: oncologie, geboortezorg, acute zorg en antibioticaresistentie. Gezien de jaarlijkse onderuitputting wordt in 2022 ter dekking van problematiek op de begroting van VWS een taakstellende korting verwerkt op subsidies Medisch Specialistische Zorg. Als gevolg hiervan is het budget dat wordt geraamd voor de toegelichte beleidsvoornemens voor subsidies Medisch Specialistische Zorg groter dan de beschikbare middelen in 2022.

Voor de oncologie is in 2022 in totaal € 59,6 miljoen beschikbaar voor:

  • Het bevorderen van fundamenteel, translationeel en klinisch kankeronderzoek ten behoeve van verbetering van de overleving van kanker en het bevorderen van kwaliteit van leven van de patiënt;

  • Het verbeteren van de oncologische en palliatieve zorg door het verzamelen van gegevens, het bewaken van kwaliteit, het faciliteren van samenwerkingsverbanden en bij- en nascholing;

  • De eenmalige registratie van alle pathologie-uitslagen, het beheer hiervan in een landelijke databank en het computernetwerk voor de gegevensuitwisseling met alle pathologielaboratoria in Nederland. Deze gegevens vormen de basis voor de landelijke kankerregistratie, zijn onmisbaar voor de evaluatie en monitoring van de bevolkingsonderzoeken, ondersteunen de patiëntenzorg en worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.

Voor de geboortezorg is in 2022 in totaal € 4,5 miljoen beschikbaar voor het doorvoeren van verdere verbeteringen, met als doel het terugdringen van de perinatale sterfte, morbiditeit en het bevorderen van een goede start van moeder en kind. Met deze middelen wordt ingezet op:

  • Het koppelen van afzonderlijke registraties (van de verschillende beroepsgroepen) waardoor een sectorbrede perinatale registratie ontstaat, die mogelijkheden biedt voor onderzoek, vergelijkingen en indicatoren op basis waarvan verbeteringen kunnen worden doorgevoerd.

  • Het verder ontwikkelen van de perinatale audituitvoering, mede door het analyseren van uitgevoerde audits, het formuleren van verbeterpunten voor regio’s, actief inzetten op kennisdeling en rapporteren over auditthema’s.

  • Visieontwikkeling, verbinden, agenderen, adresseren, faciliteren en regievoeren op het gebied van preventie, kwaliteitsontwikkeling, Zwangere Centraal en verbeteren integrale geboortezorg op basis van de adviezen van de stuurgroep Zwangerschap en Geboorte Een goed begin (2010), de agenda geboortezorg 2018–2022 (Kamerstukken II 2017/18, 32 279, nr. 119) en het RIVM-rapport ‘Beter weten: een beter begin’.

  • Het ondersteunen van regio’s die stappen willen zetten richting passende bekostiging voor integrale geboortezorg.

  • Het ondersteunen van regio’s bij het mogelijk maken van landelijke gegevensuitwisseling in de geboortezorg (VIPP-programma Babyconnect).

  • Ondersteunen van kraamzorg op maat. Dit betekent het meer flexibel inzetten van kraamzorg zodat het goed aansluit op de vraag per gezin.

Daarnaast is er € 2,4 miljoen beschikbaar voor de voortzetting van het ZonMw-programma Zwangerschap en geboorte, op basis van de nieuwe onderzoeksagenda Een gezonde start voor moeder en kind; Integrale zorg rondom zwangerschap. Deze middelen zijn overgeheveld naar artikel 1 Volksgezondheid.

Voor de acute zorg is in 2022 in totaal € 0,7 miljoen beschikbaar. Deze middelen zijn onder andere bestemd voor de uitvoering van de afspraken uit het Actieplan ambulancezorg (Kamerstukken II 2018/19, 29247, nr. 263). Op 12 november 2018 heeft de minister voor Medische Zorg het actieplan ambulancezorg gepresenteerd. Het actieplan loopt tot eind 2022 en moet mogelijk maken dat de ambulancesector nu en in de toekomst goede ambulancezorg kan blijven bieden. Doel van het actieplan is:

  • Verbeteren van de responstijden voor spoedeisende ambulancezorg.

  • Zorgdragen voor een efficiëntere inzet van spoedeisende en planbare ambulancezorg: alleen een ambulance waar het echt moet, andere zorg waar het kan, met als uitgangspunt dat de patiënt minimaal even goede of zelfs betere zorg ontvangt.

  • Het expliciteren van de kwaliteitseisen waaraan de ambulancezorg moet voldoen.

  • Zorgdragen voor voldoende professionals in de ambulancezorg, die zijn toegerust voor het belangrijke werk dat zij doen.

  • Daarnaast willen partijen met dit actieplan een bijdrage leveren aan het oplossen van de druk op de acute zorg, door binnen de acute zorg de samenwerking te intensiveren en werkwijzen te uniformeren.

Voor het thema patiëntveiligheid is in de jaren 2020–2023 in totaal € 20 miljoen beschikbaar voor het plan van aanpak «Tijd voor verbinding» dat op 1 oktober 2018 is aangeboden aan de minister voor Medische Zorg (bijlage bij Kamerstukken II 2018/19, 31016, nr. 111). Het doel van het plan is in vier jaar tijd te komen tot een aanmerkelijke en betekenisvolle daling van de potentieel vermijdbare schade en sterfte in de ziekenhuiszorg. Kern van het plan van aanpak is de inrichting en uitvoering van een Netwerkorganisatie Patiëntveiligheid. De opdracht aan de netwerkorganisatie is een beweging van professionals, bestuurders en patiënten op gang te brengen die gezamenlijk in alle ziekenhuizen de patiëntveiligheid verder verbetert.

Voor de aanpak van antibioticaresistentie in de zorg is in 2022 € 10,6 miljoen beschikbaar. Op 2 oktober 2020 zijn de beleidsregels subsidiëring regionale zorgnetwerken antibiotica resistentie (ABR) gepubliceerd. Op grond van deze beleidsregels kunnen de tien regionale zorgnetwerken ABR subsidie aanvragen voor activiteiten om antibioticaresistentie tegen te gaan. Het RIVM verstrekt de subsidies in opdracht van het ministerie van VWS. De acht universitaire medisch centra, het Amphia ziekenhuis en het Isala ziekenhuis treden namens hun zorgnetwerk op als aanvrager van de subsidie.

Voor transgenderzorg is vanaf 2022 € 2,5 miljoen beschikbaar. Deze middelen zijn bestemd voor een subsidieregeling die het voor transgendervrouwen eenmalig mogelijk maakt om een subsidie aan te vragen voor een borstvergroting.

Voor het doen van onderzoek naar genderverschillen in de gezondheidszorg, en het beter verspreiden van kennis voert ZonMw van 2016 tot en met 2022 het programma «Gender en gezondheid» uit. VWS heeft hiervoor in totaal € 12 miljoen ter beschikking gesteld. De middelen hiervoor zijn overgeheveld naar artikel 1 Volksgezondheid.

Curatieve geestelijke gezondheidszorg

VWS stelt in 2022 € 34,9 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve geestelijke gezondheidszorg.

Voor de sluitende aanpak voor personen met verward gedrag wordt een samenhangend pakket aan maatregelen genomen waarvoor in 2022 € 33,1 miljoen en structureel € 32,8 miljoen beschikbaar is. Uit de € 33,1 miljoen voor 2022 wordt een bijdrage geleverd van € 14,8 miljoen aan de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden. Het doel van deze subsidieregeling is het wegnemen van belemmeringen voor het verstrekken van medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde personen, waaronder ook personen met verward gedrag. Een bedrag van € 12 miljoen is beschikbaar op artikel 1 Volksgezondheid voor de uitvoering van het actieprogramma personen met verward gedrag door ZonMW, om gemeentelijke projecten en initiatieven te faciliteren die bijdragen aan het realiseren van een regionale sluitende aanpak voor personen met verward gedrag, de inzet van ggz-expertise in de wijk en flexibele inzet van zorg en begeleiding en pilots met vervoer van personen met verward gedrag door regionale ambulancevoorzieningen.

Voor suïcidepreventie is in 2022 in € 10,8 miljoen beschikbaar. Hiervan is € 4,8 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de doelstellingen en activiteiten van de derde landelijke agenda suïcidepreventie (2021-2025). Deze agenda baseert zich op de eerdere agenda’s, maar vooral op recente kennis en voorbeelden van effectieve suïcidepreventie. In totaal is hiervoor in de jaren 2021-2025 jaarlijks € 4,8 miljoen beschikbaar gesteld. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Voordewind c.s. (TK 32 793, nr. 466).

De overige middelen zijn bedoeld voor:

  • Het verlenen van concrete hulp en interventies alsook voor de verspreiding van kennis via voorlichting, bewustwording en advisering over het terugdringen van suïcide. Voor de uitvoering van deze activiteiten ontvangt Stichting 113 Zelfmoordpreventie een instellingssubsidie.

  • Een uitbreiding van het huidige ZonMw onderzoeksprogramma dat zich richt op het leveren van nieuwe kennis om het aantal suïcides in Nederland te verminderen. Het onderzoeksprogramma wordt opgesteld door ZonMw. In 2021 heeft ZonMw een tussenevaluatie uitgevoerd van het huidige programma, waarbij ook wordt verkend welke nieuwe kennisvragen er zijn op het gebied van suïcidepreventie en hoe deze kunnen worden belegd. Om de extra middelen die met het amendement Van der Staaij/Dik-Faber (TK 35 570 XVI, nr. 68) beschikbaar kwamen op de begroting 2021 effectief in te zetten, is daarom na afstemming met ZonMw besloten deze middelen in 2022 in te zetten. Zo volgt de uitbreiding van het onderzoeksprogramma op de tussenevaluatie.

De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is op 1 januari 2020 in werking getreden. Voor het ondersteunen van de afronding van de implementatie en de uitvoering van de wet is structureel € 11 miljoen beschikbaar. De middelen zijn onder andere beschikbaar voor ondersteuning van de ketensamenwerking en vertrouwenswerk in de ggz.

Het grootste deel van dit budget gaat naar de instellingssubsidies voor vertrouwenspersonen. Dat maakt het mogelijk dat er bij verplichte zorg een beroep kan worden gedaan op de patiëntvertrouwenspersoon (pvp) en de familievertrouwenspersoon (fvp). De werkzaamheden van de pvp en fvp hebben hun wettelijke basis in de Wvggz.

Eerstelijnszorg

VWS stelt in 2022 € 13,9 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de eerstelijnszorg.

Voor de uitvoering van de bestuurlijke afspraken paramedische zorg is voor de periode 2019–2022 in totaal € 15 miljoen beschikbaar. Van dit bedrag zal € 10 miljoen worden weggezet via ZonMw voor het bevorderen van kwaliteit (zorgstandaarden en richtlijnen), transparantie, kennis en onderzoek. De overige € 5 miljoen worden ingezet voor het verbeteren van de informatievoorziening voor de patiënt, het verhogen van de organisatiegraad in de sector en digitalisering.

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord wijkverpleging is voor de periode 2019–2022 jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar. Van dit bedrag zal jaarlijks € 2 miljoen worden ingezet voor realisatie en uitbreiding van het richtlijnenprogramma wijkverpleging inclusief patiëntenparticipatie.

Lichaamsmateriaal

VWS stelt in 2022 € 23,6 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies Lichaamsmateriaal. Aan de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) wordt een subsidie verstrekt van € 13,4 miljoen voor het uitvoeren van wettelijke taken als orgaancentrum, het ondersteunen van ziekenhuizen bij de donatiezorg en het informeren van de bevolking over orgaandonatie. 26 ziekenhuizen met een functie binnen de orgaanketen ontvangen subsidie (€ 5,1 miljoen) op grond van de subsidieregeling donatie in ziekenhuizen. Doel van de subsidieregeling is een blijvende aandacht in ziekenhuizen voor het donatieproces.

Voor onderzoeken naar perfusiemethodieken die de geschiktheid van organen voor transplantatie kunnen vergroten is € 2,7 miljoen beschikbaar. Voor het compenseren van kosten van mensen die bij leven een (deel) van een orgaan hebben afgestaan is via de subsidieregeling donatie bij leven € 0,8 miljoen beschikbaar om financiële belemmeringen bij donatie tegen te gaan.

Daarnaast worden subsidies verstrekt voor het werven van stamceldonoren (€ 0,8 miljoen), zodat zoveel mogelijk ernstig zieke patiënten een stamceltransplantaat kunnen ontvangen;

Medische producten

Voor subsidies Medische producten is € 94,3 miljoen beschikbaar in 2022. Een bedrag van € 35,0 miljoen is gereserveerd in verband met de besluitvorming over de mogelijke bouw van een reactor voor medische radio-isotopen (Pallas), en de komst van een medische radio-isotopenfabriek in Groningen (Shine). De gereserveerde middelen voor Shine geven uitvoering aan de motie Dik-Faber (Kamerstukken II, 2020-2021, 29477, nr 680.) Het doel is om de voorzieningszekerheid van medische isotopen te waarborgen voor de diagnose en behandeling van patiënten met hart- en vaatziekten en kanker. Tevens worden uit de beschikbare middelen gelden gereserveerd voor benodigde inhuur, organisatiekosten voor de voorbereiding van het kabinetsbesluit en de borging van de beschikbaarheid van medische radio-isotopen. Deze middelen (€ 2,7 miljoen in 2022) worden op artikel 10 verantwoord.

Voor de VIPP regeling Farmacie is in 2022 € 33,0 miljoen gereserveerd. VIPP Farmacie heeft als doel de farmaceutische patiëntenzorg veiliger en efficiënter te maken en de positie van de patiënt te versterken. Aan Nictiz wordt een meerjarige subsidie verstrekt voor het ondersteunen van de zorgsectoren en leveranciers bij het implementeren van informatiestandaarden in verband met de richtlijn medicatie-overdracht. In 2022 is hiervoor € 4,1 miljoen gereserveerd. Aan het Nationaal Farmaceutisch Kennis- en adviescentrum is een meerjarige subsidie (in 2022 € 4,1 miljoen) verstrekt. Doel is het behouden en uitbouwen van kennis over therapieontwikkeling, registratie, productie binnen kennisinstellingen om kennis over productie meer binnen Europa en Nederland te houden.

Daarnaast worden enkele kleinere subsidies verstrekt onder meer voor de onafhankelijke informatievoorziening aan zorgverleners over geneesmiddelen.

Opdrachten

Curatieve geestelijke gezondheidszorg

In 2022 is € 3,9 miljoen beschikbaar voor het uitvoeren van opdrachten ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid in de geestelijke curatieve gezondheidszorg.

Eerstelijnszorg

In 2022 is € 57,6 miljoen beschikbaar voor het uitvoeren van opdrachten ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid in de eerstelijnszorg, waaronder een opdracht van € 57,5 miljoen aan de RVO voor het verstrekken van subsidies ten behoeve van investeringen in de wijkverpleging. De subsidieregeling is in 2020 in samenspraak met de HLA-partijen uitgewerkt. De middelen worden rechtstreeks aan aanbieders van wijkverpleging beschikbaar gesteld. De regeling dient bij te dragen aan het kwalitatief verbeteren van de (organisatie van) wijkverpleging en het bevorderen van de gezondheid en zelfredzaamheid van cliënten in de eigen (woon- en leef) omgeving. De subsidieregeling ondersteunt de opstartperiode en de eerste periode van de implementatie van de projecten, waarna de activiteiten worden voorgezet, bijvoorbeeld vanuit de reguliere bekostiging.

Medische producten

In 2022 is 29,1 miljoen beschikbaar voor opdrachten medische producten. De middelen die hier geraamd zijn, worden besteed aan informatievoorziening over prijzen en afzet van genees- en hulpmiddelen (€ 0,9 miljoen), de kosten voor het landelijk centrum coördinatie geneesmiddelen (€2 miljoen) dat is opgezet om de beschikbaarheid en verdeling van geneesmiddelen tegen COVID-19 te optimaliseren, en de kosten van de (Europese) horizonscan geneesmiddelen (€ 1 miljoen). De horizonscan geeft informatie over geneesmiddelen die in ontwikkeling zijn en naar verwachting binnen twee jaar op de markt komen.

Pandemische paraatheid

De inkopen van in Nederland geproduceerde mondmaskers worden getemporiseerd in verband met de houdbaarheid van de mondmaskers. Hierdoor schuift een deel van de geraamde kosten in 2021 door, waarvan €14,5 miljoen naar 2022 en € 2 miljoen naar 2023.

In verband met het waarborgen van levering van essentiële medische producten en het formuleren van een beleidskader hiervoor, is het doen van onderzoek en het analyseren van marktomstandigheden noodzakelijk. Voor deze kosten wordt in 2022 een bedrag van € 2 geraamd.

Voor het stimuleren van lokale productie waar Nederland aantoonbaar een positie kan innemen, worden bedragen geraamd van in 2021 € 2,5 miljoen en in 2022 € 7,5 miljoen. Bij het beschikbaar stellen van middelen zijn er verschillende gradaties mogelijk, bijvoorbeeld door het verlenen van een opdracht, garantstelling, lening of door een bepaald percentage lokale productie («produce European/NL»). Duurzaamheid is hier een belangrijke drijver en manier om onderscheidend te zijn ten opzichte van ontwikkelingslanden waar de loonkosten lager liggen.

Als bijkomend vangnet heeft de Europese commissie een strategische rescEU mechanisme voor medische reserve en distributie in het leven geroepen onder de paraplu van het EU-mechanisme voor civiele bescherming. De reserve maakt de snelle levering van medische apparatuur zoals ventilatoren en persoonlijke beschermingsmiddelen mogelijk. De voorraad, die momenteel wordt beheerd door 9 EU-lidstaten (België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Roemenië, Slovenië, Zweden en Nederland) maakt het voor de EU mogelijk om sneller op gezondheidscrises te reageren. Er worden voortdurend meer medische en persoonlijke beschermingsmiddelen aangeschaft om de rescEU-reserve aan te vullen. Voor het Nederlandse aandeel hierin wordt een subsidie van circa € 50 miljoen gedurende de periode 2021-2026 ontvangen. De subsidieontvangsten worden toegevoegd aan de uitgaven. Voor 2022 is € 5 miljoen beschikbaar.

Daarnaast zijn er diverse kleinere opdrachten uitgezet ter ondersteuning en evaluatie van het beleid rond de betaalbaarheid, veiligheid en beschikbaarheid van genees- en hulpmiddelen.

Bijdrage aan agentschappen

CIBG

Hier worden bijdragen geraamd voor onder meer het uitvoeren van taken voor het Donorregister (€ 4,3 miljoen), het uitvoeren van de Wet op de Geneesmiddelenprijzen (€ 1,7 miljoen) en het Geneesmiddelen-vergoedingensysteem (€ 1,2 miljoen). Daarnaast wordt de opslag, uitgifte en afwikkeling van de voorraden persoonlijke beschermingsmiddelen, die zijn opgebouwd ten behoeve van de COVID-19 pandemie beheerd door het agentschap CIBG. Voor de hieraan verbonden kosten wordt in 2022 een bedrag geraamd van € 43,1 miljoen en in 2023 € 29,2 miljoen. Tenslotte is voor het verlenen van vergunningen, ontheffingen en notificaties € 3,2 miljoen beschikbaar.

3. Ondersteuning van het zorgstelsel

Subsidies

Stichting klachten en geschillen zorgverzekeringen

De Stichting klachten en geschillen zorgverzekeringen (SKGZ) ontvangt voor het project Zorgverzekeringslijn een instellingssubsidie. De activiteiten van de Zorgverzekeringslijn voorzien in informatie en advies over de zorgverzekering, de verzekeringsplicht, wat te doen bij betalingsproblemen of onverzekerdheid en biedt zo nodig en gewenst een doorverwijzing naar lokaal welzijnswerk of schuldbemiddeling. Ook in 2022 zal de Zorgverzekeringslijn gemeenten actief informeren over de geleerde lessen van gemeenten die actief aan de slag zijn gegaan met de lijst wanbetalers zorgpremie van het CAK. In 2022 is € 1,4 miljoen beschikbaar voor de SKGZ.

Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden

Het doel van deze subsidie is het wegnemen van financiële belemmeringen voor het verstrekken van medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde personen. De kosten worden met name gemaakt bij de ggz en in ziekenhuizen. De uitgavenposten worden door de uitvoerder van de regeling (CAK) gemonitord. In 2022 is een bedrag van € 41,9 miljoen begroot.

Subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt

De uitvoering van de subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt ligt bij het Zorginstituut in samenwerking met ZonMw. De nieuwe regeling is ter vervanging van de regeling voor de voorwaardelijke pakkettoelating. Het doel van de subsidieregeling is dat innovaties voor de patiënt op een veilige wijze én sneller dan voorheen in het basispakket kunnen stromen, en dat we beter inzicht krijgen in de (kosten) effectiviteit van deze veelbelovende, innovatieve interventies. Tevens is de regeling bedoeld om kleinere partijen beter te ondersteunen met het doen van onderzoek. In 2022 is een bedrag van € 23,2 miljoen beschikbaar.

Medisch-specialistische zorg

VWS stelt in 2022 € 45,8 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter ondersteuning van het zorgstelsel ten behoeve van de medisch-specialistische zorg.

Voor het ontsluiten van patiëntgegevens in de medisch-specialistische zorg en de uitwisseling tussen instellingen onderling is er in de periode 2020-2023 in totaal € 75 miljoen beschikbaar voor ziekenhuizen, universitair medische centra en overige instellingen voor medisch-specialistische zorg (VIPP programma voor de MSZ). De uitgaven in 2022 worden geraamd op € 29,3 miljoen.

Om ervoor te zorgen dat ook in de geboortezorg patiënten veilig en digitaal kunnen beschikken over hun gestandaardiseerde medische gegevens in een persoonlijke gezondheidsomgeving en alle betrokken zorgverleners optimaal zijn geïnformeerd, is in de periode 2019-2023 € 15 miljoen beschikbaar (Babyconnect). De uitgaven in 2022 worden geraamd op € 4,0 miljoen.

Bij de invoering van integrale tarieven in de MSZ is een subsidieregeling ingesteld om de financiële belemmeringen voor vrijgevestigde medisch specialisten bij een overstap naar loondienst te verminderen. Daarnaast zijn er middelen beschikbaar die zijn toegekend in het kader van het regeerakkoord om de gelijkgerichtheid in ziekenhuizen te bevorderen. De uitgaven voor de subsidieregeling en het bevorderen van gelijkgerichtheid in 2022 worden geraamd op € 10,3 miljoen.

Curatieve geestelijke gezondheidszorg

VWS stelt in 2022 € 7,3 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter ondersteuning van het zorgstelsel ten behoeve van de curatieve geestelijke gezondheidszorg.

Voor Individuele Steun en Plaatsing (IPS) is voor de periode 2021-2022

€ 3,45 mln. beschikbaar. Het doel van Individuele Steun en Plaatsing (IPS) is om in samenwerking met SZW mensen met psychische klachten beter naar werk te begeleiden. UWV, gemeenten en ggz-instellingen en zorgverzekeraars en ook de werkgevers staan achter deze concrete, de mensen bemoedigende, resultaatgerichte aanpak.

In de nieuwe afspraken aanpak wachttijden ggz (Kamerstukken II 2016/17, 25424, nr. 369) is afgesproken om de inzet van e-health in de ggz te stimuleren en te investeren in de informatievoorziening, waaronder een verbeterde uitwisseling tussen zorgverleners en hun patiënten. Dit draagt eraan bij dat de patiënt veilig en gestandaardiseerd over zijn medische gegevens kan beschikken in een persoonlijke gezondheidsomgeving en kan kiezen met welke zorgverleners hij deze wil delen. De inzet van e-health is belangrijk om patiënten meer steun te kunnen bieden als zij op de wachtlijst staan, en ervoor te zorgen dat de patiënt eerder bij de juiste zorgverlener terecht kan. Hierdoor kan er doelmatiger worden behandeld, wat op termijn bijdraagt aan kortere wachttijden. Hiervoor is in de periode 2018–2021 in totaal € 50 miljoen beschikbaar.

In het kader van de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord geestelijke gezondheidszorg is gedurende de looptijd van het akkoord (2019–2022) jaarlijks € 2 miljoen beschikbaar voor projecten gericht op destigmatisering en zelfmanagement en herstel.

In het hoofdlijnenakkoord 2019–2022 hebben partijen afgesproken dat het Onderzoeksprogramma ggz bij ZonMw wederom gedurende de looptijd van het akkoord bestendigd wordt met jaarlijks € 5 miljoen. Belangrijke thema’s binnen het programma zijn vroege herkenning en behandeling en gepersonaliseerde zorg en het stimuleren van kwaliteit en doelmatigheid. Gedurende de looptijd worden verdere inhoudelijke prioriteiten gesteld in afstemming met de ggz-partijen van de Agenda voor gepast gebruik en transparantie.

Eerstelijnszorg

VWS stelt in 2022 € 14,1 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter ondersteuning van het zorgstelsel ten behoeve van de eerstelijnszorg.

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg zijn de volgende middelen gereserveerd:

  • Voor het programma OPEN ten behoeve van het ontsluiten van patiëntengegevens uit eerstelijnszorg is gedurende de periode 2019-2022 € 27,6 miljoen beschikbaar. In 2022 zijn de uitgaven geraamd op € 5,7 miljoen.

  • Het NHG heeft de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde opgesteld. Voor deze onderzoeksagenda wordt voor de looptijd van dit akkoord jaarlijks € 2 miljoen extra beschikbaar gesteld via een programma van ZonMw.

  • Voor de uitvoering van landelijke projecten die ondersteunend zijn aan de afspraken in dit akkoord is jaarlijks een bedrag van maximaal € 1 miljoen beschikbaar uit het budgettair kader huisartsenzorg. Alle ondertekenaars van dit akkoord kunnen projectvoorstellen aandragen en gezamenlijk wordt besloten over de inzet van de middelen.

  • In het hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg is afgesproken dat voor de duur van dit akkoord het budgettair kader huisartsenzorg jaarlijks wordt opgehoogd met een bedrag van € 12,5 miljoen (totaal € 50 miljoen) ten behoeve van de ondersteuning van de digitalisering van de huisartsenzorg. Samen met veldpartijen is geconcludeerd dat een deel van deze ondersteuning beter via de begroting kan worden ingezet. Daarom worden deze middelen overgeheveld naar de begroting. Dit geld zal worden ingezet voor trajecten die betrekking hebben op de ambities binnen het bestuurlijk akkoord zoals beschreven onder paragraaf 2.1.5 van het Bestuurlijk Akkoord. Het gaat om het verbeteren van ICT en e-health-toepassingen voor huisartsen, het ondersteunen van digitaliseringstrajecten van regionale huisartsenorganisaties en het stimuleren van het direct implementeren van e-health en digitalisering in de huisartsenpraktijk.

Bekostiging

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie Zvw. De rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds (circa € 2,8 miljard) voorziet in de financiering van deze premie.

Regeling financiering zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

Zorgaanbieders kunnen een bijdrage vragen aan het CAK als zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen en de kosten daarvan niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor compensatie uit collectieve middelen onder in de wet (Zvw, art. 122a) gestelde voorwaarden. In 2022 is € 39,2 miljoen beschikbaar voor de regeling. De uitvoeringskosten van deze regeling zijn opgenomen in artikel 4 Zorgbreed beleid.

Inkomensoverdrachten

Overgangsrecht FLO/VUT-ouderenregeling

Bij de afschaffing van de regelingen rond Functioneel Leeftijdsontslag/Vervoegde Uittreding (FLO/VUT) zijn afspraken gemaakt over de vergoeding van het overgangsrecht ouderenregelingen voor de verschillende diensten om de continuïteit van ambulancezorg te garanderen en om een ongelijk speelveld tussen de verschillende soorten ambulancediensten (publiek, B3 en particulier) te voorkomen. De kosten van het overgangsrecht zijn in de tarieven voor de ambulancediensten verwerkt. Met de ambulancediensten is een overeenkomst gesloten, waarin is geregeld dat een groot deel van de kosten bij VWS gedeclareerd kan worden. Om verschillen in de tariefstelling ten gevolge van de ouderenregelingen te voorkomen, is ervoor gekozen de betalingen van alle drie deze regelingen via de begroting van VWS te laten verlopen. In 2022 is hiervoor een bedrag beschikbaar van € 23,5 miljoen.

Opdrachten

Risicoverevening

In 2022 worden er in het kader van de risicoverevening diverse onderzoeken verricht. Het onderzoeksprogramma wordt jaarlijks besproken met de Werkgroep Ontwikkeling Risicoverevening (WOR). Het accent van het onderzoek ligt op het verbeteren van de compensatie van chronische zieke- en gezonde verzekerden, onderhoud van verschillende vereveningskenmerken en aansluiting op mogelijke nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld een wijziging in de bekostiging of nieuwe databronnen. De komende jaren zal de uitbraak van COVID-19 grote impact hebben op de databestanden en daarmee op de berekeningen van het vereveningsmodel. Hier wordt in het komende onderzoeksprogramma rekening mee gehouden. In 2022 is € 2,0 miljoen beschikbaar voor het onderzoeksprogramma.

Medisch-specialistische zorg

In 2022 is € 7,6 miljoen beschikbaar voor voor het verstrekken van opdrachten die verband houden met de bestrijding van COVID, waaronder een bedrag van € 3,25 mln. voor het ZonMw deelprogramma COVID-19 herstel- en nazorg en een bedrag van € 4,0 mln. voor de voortzetting van de activiteiten van het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS).

Overige

VWS stelt in 2022 € 5,2 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van opdrachten ter ondersteuning van het zorgstel waaronder een bedrag van € 1,206 voor verschillende kleine opdrachten voor Juiste Zorg op de Juiste Plek (JZOJP). In het kader van JZOJP worden diverse activiteiten ontwikkeld waaronder onderzoek, communicatie en subsidies. Hierbij ligt de focus op de punten innovatie, preventie, domeinoverstijgende samenwerking en burgerperspectief. Daarnaast is in 2022 € 3,0 miljoen beschikbaar voor Covid-gerelateerde opdrachten, voornamelijk voor de kosten ZVW-PGB.

Bijdragen aan agentschappen

CJIB: onverzekerden en wanbetalers

Het kabinet vindt het ongewenst dat mensen zich aan de solidariteit van de Zorgverzekeringswet onttrekken door zich niet te verzekeren. Op grond van de Wet opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering (Wet Ovoz) worden onverzekerde verzekeringsplichtigen actief opgespoord. Die opsporing vindt plaats door het CAK in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Bij niet nakomen van de verzekeringsplicht kan tot twee keer een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd. Inning van de bestuurlijke boetes vindt plaats door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). De uitvoeringskosten van het CAK (opgenomen in artikel 4 Zorgbreed beleid), de SVB en het CJIB worden door VWS betaald. In 2022 is € 10,9 miljoen beschikbaar voor het CJIB.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

SVB: Onverzekerden

Zorgverzekeraars en de SVB voeren een controleproces uit voor het vaststellen van de verzekeringsplicht van de Wlz. De kosten van de Sociale Verzekeringsbank bestaan uit het registreren van de Wlz-verzekering en de opvragingen van burgers en zorgverzekeraars voor het verkrijgen van een Wlz-verklaring. De uitvoeringskosten van de SVB worden voor 25% door VWS betaald. In 2022 is € 3,9 miljoen beschikbaar voor de SVB.

Ontvangsten

Voor 2022 worden de totale ontvangsten op dit artikel geraamd op € 123,3 miljoen. De ontvangsten hebben hoofdzakelijk betrekking op afrekening van eerder verstrekte subsidievoorschotten en de afrekening van de uitvoeringskosten in het kader van de aanpak van zowel wanbetalers als onverzekerden.

3.3 Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

A. Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat: 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en 2. – wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg geboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal bij het bieden van passende zorg. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die het nodig hebben moeten zorg op maat en van goede kwaliteit krijgen. Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren: en uitvoeren van betreffende wetten en vernieuwing in de maatschappelijke ondersteuning en de langdurige zorg. Stimuleren van de ontwikkeling en verspreiding van kennis en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.

Financieren: van de Wmo en Wlz, en van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel.

Regisseren: vaststellen van de wettelijke kaders, het houden van interbestuurlijk toezicht en monitoren en evalueren van de Wmo en Wlz.

C. Beleidswijzigingen

Toegang tot de Wlz voor jeugdigen met een psychische stoornis.

In juli 2019 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Toegang tot de Wlz voor mensen met een psychische stoornis aanvaard16. In 2021 is de directe toegang gerealiseerd voor cliënten vanaf 18 jaar. Onderdeel van het wetsvoorstel is ook een amendement dat regelt dat op een nader te bepalen tijdstip ook cliënten tot 18 jaar met een psychische stoornis directe toegang kunnen krijgen tot de Wlz onder een aantal voorwaarden (uitvoerbaarheid, budgettaire neutraliteit en zicht op de doelgroep). Het implementatieproces is ingezet om zicht te krijgen op de invulling van de voorwaarden, en het mogelijk te maken dat op zijn vroegst op 1 januari 2023 deze doelgroep toegang kan krijgen tot de Wlz. In 2022 zou dan de indicatiestelling kunnen plaatsvinden. De Tweede Kamer wordt in het najaar van 2021 nader geïnformeerd en is op het laatst geïnformeerd op 16 december 2020 (Kamerstukken II 2019/20 35 146, nr 20).

Programma Onbeperkt Meedoen/coördinatie implementatie VN-verdrag handicap

Het programma Onbeperkt Meedoen! heeft vanaf 2018 een gerichte impuls gegeven aan de uitvoering van het VN-verdrag voor mensen met een handicap (hierna: VN-verdrag handicap) en loopt door tot eind 2021. De verantwoordelijkheid voor de verdere implementatie van het VN-verdrag handicap is structureel; diverse inspanningen vanuit het programma Onbeperkt Meedoen! zullen in 2022 doorlopen. Hierbij zal onder meer de evaluatie van het programma Onbeperkt Meedoen! worden betrokken.

Programma Eén tegen eenzaamheid

De doelstelling van het programma Eén tegen eenzaamheid is het signaleren, bespreekbaar maken, doorbreken, en duurzaam aanpakken van eenzaamheid teneinde de trend van eenzaamheid onder ouderen te doorbreken. Dit gebeurt via ondersteuning van gemeenten, de nationale coalitie tegen eenzaamheid en met een publiekscampagne. Uit de voortgang van het programma (Derde Voortgangsrapportage Eén tegen eenzaamheid | Tweede Kamer der Staten-Generaal) blijkt dat gemeenten en nationale partners langdurige aandacht voor het onderwerp eenzaamheid nodig vinden. Zij hechten veel waarde aan de rol van het actieprogramma Eén tegen eenzaamheid daarbij. Het programma zal daarom langer, in ieder geval tot in 2023, doorlopen. Deze periode zal gericht blijven op het overdragen van kennis en het doorzetten van de gezamenlijke beweging tegen eenzaamheid op de langere termijn. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de evaluatie door het bureau HHM in 2021, de opgedane praktijkkennis en de nieuwe cijfers van de gezondheidsmonitor die in juni 2021 beschikbaar zijn gekomen.

Programma Langer Thuis

Het programma Langer Thuis wordt eind 2021 afgerond (Tweede Voortgangsrapportage Langer Thuis | Tweede Kamer der Staten-Generaal). De behoefte van ouderen om in hun eigen vertrouwde omgeving zelfstandig oud te kunnen worden met een goede kwaliteit van leven blijft uiteraard bestaan. VWS zet met partijen onder andere in op preventie, het versterken van de sociale basis, het versterken van eigen redzaamheid van ouderen en hun (sociale) omgeving en het voorkomen van zorg. Wanneer zorg en ondersteuning nodig is, moet de samenwerking goed zijn georganiseerd en aansluiten op de behoeften van ouderen. Ook wordt, om mantelzorgers zoveel mogelijk te ondersteunen, ingezet op de uitvoering van de afspraken die zijn opgenomen in de landelijke aanpak ‘Samen sterk voor mantelzorg’.

Ook voor de huisvesting geldt dat deze geschikt moet zijn om langer thuis te kunnen blijven wonen. In 2022 geven partijen verder uitvoering aan het opstellen van de werkagenda conform de bestuurlijke afspraken ‘wonen voor ouderen’ die partijen in 2021.hebben gemaakt. Met de afspraken in deze werkagenda wordt een volgend kabinet in positie gebracht hier goed geïnformeerd en snel een besluit over te kunnen nemen. Voor het structureel beter huisvesten van alle aandachtsgroepen (waaronder ouderen) bracht de interbestuurlijke werkgroep versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen een adviesrapport uit: Een thuis voor iedereen. Aanbevelingen uit dit rapport worden interdepartementaal en interbestuurlijk opgepakt.

LVB

Op basis van het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) Mensen met een licht verstandelijke beperking (2019) zetten we ook in 2022 in op het agenderen van het thema, het verzamelen en verspreiden van kennis en het ontwikkelen van nieuwe producten. We doen dat door ervaring op te doen met en onderzoek uit te voeren naar domein overstijgende en integrale pilots in meerdere gemeenten waarbij gewerkt wordt vanuit een breed perspectief (wonen, werken, leren, sociaal netwerk, schuldenvrij bestaan en zorg en ondersteuning). Naast deze activiteiten is het thema LVB ook een van de pijlers van de toekomstagenda gehandicaptenzorg, waarmee we de activiteiten ten aanzien van (kennis over en het betrekken van) de LVB-doelgroep verder versterken.

Aanpak dak- en thuisloosheid en beschermd wonen

De afgelopen jaren is ingezet op een forse vermindering van het aantal dak- en thuisloze mensen in Nederland. Hiervoor zijn het Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren (2019-2021) en de Brede aanpak van dak- en thuisloosheid (2020-2021) opgezet. Beide programma’s lopen eind 2021 af. Passende ondersteuning van mensen die beschermd wonen of (dreigend) dak- of thuisloos zijn, blijft echter van onverminderd belang, mede vanwege de verwachte impact van de coronacrisis op deze kwetsbare doelgroepen. Hierbij zal de samenwerking met onder andere de ministeries van BZK en SZW worden gecontinueerd. Kernthema’s in 2022 zijn het realiseren van voldoende passende huisvesting met begeleiding, het tegengaan van processen van sociale uitsluiting en passende lokale ondersteuning en zorg aan mensen met (psychische) problematiek. Daarnaast werken we in 2022 verder aan de voorbereiding van de implementatie van het advies ‘van beschermd wonen naar een beschermd thuis.’ Als onderdeel daarvan bereiden gemeenten de inhoudelijke doordecentralisatie van beschermd wonen per 1 januari 2022 voor en is vanaf 1 januari 2023 de financiële doordecentralisatie gepland.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 13 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

14.199.190

1.501.391

13.945.269

14.567.005

17.119.766

17.388.420

18.650.471

        

Uitgaven

10.062.532

12.363.200

13.780.847

14.567.331

17.119.766

17.895.520

19.157.571

waarvan juridisch verplicht

  

99,9%

    
        

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

214.609

336.640

175.533

137.876

134.765

137.167

132.273

Subsidies (regelingen)

102.981

69.515

48.833

31.826

28.421

27.023

24.529

Toegang tot zorg en ondersteuning

4.440

8.818

9.821

9.728

9.746

7.724

7.727

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

4.966

30.673

17.207

6.228

2.943

3.557

3.557

Inclusieve samenleving

70.834

14.189

6.975

6.718

6.473

6.486

4.986

Kennis en informatiebeleid

7.879

11.828

11.079

8.618

8.606

8.603

7.606

Overige

14.862

4.007

3.751

534

653

653

653

Opdrachten

73.166

229.765

80.070

80.252

80.564

82.669

82.670

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

62.153

57.632

61.349

61.224

61.135

61.123

61.124

Toegang tot zorg en ondersteuning

499

1.799

1.768

1.754

1.748

1.747

1.747

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

2.287

4.418

1.273

961

960

959

959

Inclusiviteit

2.538

153.724

4.403

4.355

4.642

4.640

4.640

Kennis, informatie en innovatiebeleid

0

1.540

1.542

1.541

1.541

1.541

1.541

Aanbesteden Sociaal Domein

1.244

2.606

0

0

0

0

0

Overige

4.445

8.046

9.735

10.417

10.538

12.659

12.659

Bijdrage aan agentschappen

6.865

6.230

5.088

5.087

5.086

6.786

4.386

Overige

6.865

6.230

5.088

5.087

5.086

6.786

4.386

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

12.583

13.940

13.039

13.008

12.991

12.986

12.985

Doventolkvoorzieningen

12.583

13.940

13.039

13.008

12.991

12.986

12.985

Bijdrage aan medeoverheden

4.714

8.246

7.703

7.703

7.703

7.703

7.703

Overige

4.714

8.246

7.703

7.703

7.703

7.703

7.703

Storting/onttrekking begrotingsreserve

14.300

8.944

20.800

0

0

0

0

Stimulerings regeling wonen en zorg

14.300

8.944

20.800

0

0

0

0

        

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

9.847.923

12.026.560

13.605.314

14.429.455

16.985.001

17.758.353

19.025.298

Subsidies (regelingen)

110.281

191.705

154.785

113.877

114.837

122.462

119.463

Zorg merkbaar beter maken

53.910

111.085

71.550

47.285

49.454

57.184

58.196

Kennis, informatie en innovatiebeleid

14.349

35.565

40.520

23.271

21.856

22.500

17.803

Palliatieve zorg en ondersteuning

42.022

45.055

42.715

43.321

43.527

42.778

43.464

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bekostiging

9.566.500

11.651.700

13.284.600

14.183.900

16.747.100

17.512.400

18.781.100

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

3.666.500

4.101.700

4.184.600

4.283.900

4.397.100

4.512.400

4.631.100

Bijdrage Wlz

5.900.000

7.550.000

9.100.000

9.900.000

12.350.000

13.000.000

14.150.000

Inkomensoverdrachten

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

36.216

32.618

24.191

18.005

8.242

8.367

8.366

Zorgdragen voor langdurige zorg

36.216

32.618

24.191

18.005

8.242

8.367

8.366

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

45

441

428

428

428

428

428

Overige

45

441

428

428

428

428

428

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

134.881

150.096

141.310

113.245

114.394

114.696

115.941

Uitvoeringskosten Sociale Verzekerings Bank

37.181

44.328

44.528

18.967

18.765

17.329

17.329

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg

97.700

105.768

96.782

94.278

95.629

97.367

98.612

        

Ontvangsten

6.772

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

Overige

6.772

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget van € 203,6 miljoen is 94,6% reeds juridisch verplicht.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van € 13.919,5 miljoen is 100% reeds juridisch verplicht.

Opdrachten

Van het beschikbare budget van € 104,3 miljoen is 97,4% reeds juridisch verplicht.

Bijdrage aan agentschappen

Van het beschikbare budget van € 5,5 miljoen is 100% reeds juridisch verplicht.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget van € 154,3 miljoen is 100% reeds juridisch verplicht.

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (≥ 65 jaar) en de algemene bevolking in 2020 (percentages)

*< 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel 65-plus als 65-min.

Bron: Notitie NIVEL Participatiecijfers 2010 ‒ 2020

Kernbevindingen participatie 2010-2020

  • «Coronajaar» 2020 zorgt voor een afnemende trend van de totale participatie van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en de algemene bevolking op de lange en korte termijn en een afnemende trend bij ouderen op de korte termijn. Ook in de algemene bevolking zien we een afname van totale participatie.

  • De invloed van de beperkende maatregelen in 2020 is ook zichtbaar in deze kerncijfers: uitgaan en het gebruik van openbaar vervoer is tussen 2019 en 2020 bij mensen met een lichamelijke beperking, verstandelijke beperking en bij ouderen gedaald, terwijl bezoek aan parken en groenvoorzieningen is gestegen.

  • Door de afname van participatie in 2020 onder de algemene bevolking zijn de verschillen met andere groepen op sommige gebieden kleiner geworden, bijvoorbeeld bij gebruik van buurtvoorzieningen en dagelijks buitenshuis komen van mensen met een lichamelijke beperking. Ouderen hebben in 2020 meer gebruik gemaakt van het openbaar vervoer dan mensen in de algemene bevolking.

  • Andere verschillen zijn juist groter geworden, zo is er een groter verschil tussen de algemene bevolking en mensen met een verstandelijke beperking qua (on)betaald werk en dagelijks buitenshuis komen.

  • Hoewel de participatie van de totale groep ouderen stabiel is in de periode 2010-2020, is er wel een afname in participatie van ouderen boven de 75 jaar. De participatie van 75-plussers ligt in 2020 lager dan die van ouderen van 65-74 jaar.

  • Meer mensen met een lichamelijke beperking zijn betaald werk gaan doen in de periode 2017-2020. Een dergelijke toename is sinds 2010 ook aanwezig binnen de algemene bevolking. Bij mensen met een verstandelijke beperking bleef de deelname aan (on)betaald werk in beide perioden stabiel.

  • Mensen met een matige verstandelijke beperking participeren minder dan mensen met een lichte verstandelijke beperking, en 65-plussers met een verstandelijke beperking participeren minder dan de overige leeftijdsgroepen.

Subsidies

Toegang tot zorg en ondersteuning

Deze post van € 9,8 miljoen bestaat uit subsidies voor onafhankelijke cliëntondersteuning, gratis Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en de Landelijke Luisterlijn (voorheen: dove tolkvoorziening en luisterend oor).

De aanpak van cliëntondersteuning richt zich via verschillende activiteiten op de volgende opgaven (a) meer inzicht krijgen in de behoefte naar cliëntondersteuning, (b) het dichtbij organiseren van cliëntondersteuning, (c) het beter bekend maken onder cliënten en professionals van dit gratis recht, (d) het bevorderen van kwaliteit en deskundigheid van de ondersteuning, in bijzonder waar het gaat om specifieke groepen om deze beter te bedienen. Hiervoor is in 2022 € 5 miljoen beschikbaar.

Voor het verstrekken van een gratis VOG is in 2022 totaal € 5,3 miljoen beschikbaar waarvan € 0,5 miljoen op subsidies en voor bijdrage aan agentschappen € 4,8 miljoen. In het regeerakkoord is als ambitie opgenomen dat alle vrijwilligers, die werken met mensen in een afhankelijkheidssituatie, gratis een VOG kunnen aanvragen.

Het doel van de Landelijke Luisterlijn is dat personen in 2022 op ieder moment van de dag kosteloos en anoniem een telefonisch of elektronisch gesprek kunnen voeren over hun persoonlijke situatie en daarover advies kunnen krijgen. De functie van een luisterend oor is gecentraliseerd om dit voor iedereen mogelijk te maken. De Landelijke Luisterlijn voert de functie van het luisterend oor in Nederland al geruime tijd uit. In 2022 is € 4,3 beschikbaar ten behoeve van de financiering van de Landelijke luisterlijn.

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

Deze post van € 17,2 miljoen bestaat uit subsidie voor MantelzorgNL, brede aanpak LVB, daklozen en zwerfjongeren, Stimulering e-health thuis, actieprogramma Schadelijke praktijken en opvang mensenhandel.

Voor MantelzorgNL is in 2022 een budget voor instellingssubsidie beschikbaar van € 2,7 miljoen vanwege hun kennis en activiteiten gericht op het versterken en verlichten van mantelzorgers en vrijwilligers. In het Regeerakkoord zijn middelen beschikbaar gesteld voor mensen met een lichtverstandelijke beperking (LVB) die steeds moeilijker aansluiting vinden in onze samenleving. In 2022 is hiervoor nog € 0,6 miljoen beschikbaar.

Tevens is er € 1 miljoen beschikbaar voor de aanpak van mensenhandel en € 0,6 miljoen voor subsidies in het kader van de actieagenda Schadelijke Traditionele Praktijken. In de agenda zijn maatregelen opgenomen om vrouwelijke genitale verminking, huwelijksdwang en eergerelateerd geweld eerder en beter in beeld te krijgen of te stoppen en duurzaam op te lossen.

De nieuwe Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET) geeft een impuls aan de opschaling en borging van e-health-toepassingen die mensen thuis ondersteuning en zorg bieden. Het gaat hierbij om digitale toepassingen die de kwaliteit van leven van mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag verbeteren, die door de cliënt (of door zijn naasten) kan worden bediend dan wel (deels) in zijn directe omgeving wordt geplaatst. De ambitie van VWS is dat cliënten mede door het beschikbaar zijn en gebruik van e-health langer thuis kunnen blijven wonen. In 2022 is € 12,3 miljoen beschikbaar.

Inclusieve samenleving

Door de afloop van de RA-middelen is in 2022 minder beschikbaar voor de programma’s onbeperkt meedoen en waardig ouder worden. In totaal is € 7 miljoen beschikbaar voor subsidies.

Kennis, informatie en innovatiebeleid

Deze post van € 11 miljoen bestaat uit de subsidies voor Movisie en de sociale werkplaatsen. Voor het kennisinstituut Movisie is een subsidie budget van € 7,8 miljoen beschikbaar voor het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis voor de ondersteuning van gemeenten en instellingen ten behoeve van een adequate uitvoering van de Wmo 2015 en aanpalende terreinen. Voor 2022 is aan de verschillende Werkplaatsen Sociaal Domein € 2,7 miljoen gesubsidieerd. Dit zijn regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten, instellingen, hogescholen en cliëntorganisaties, met als doel een goed functionerend en vraag gestuurd regionaal kennisnetwerk sociaal domein, waarin wordt gewerkt op basis van een door de betrokken partijen gedragen meerjarige kennisagenda. Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan het innovatie- en onderzoeksprogramma Horizon Europe.

Overige

De middelen voor overige subsidies betreffen onder meer middelen voor het Ketenbureau i-Sociaal Domein en de verbeteragenda toegang sociaal domein.

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer (BRV)

Mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen gebruik maken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi (€ 61,3 miljoen in 2022). Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaand overzicht).

Kengetal: Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer.

Bron en toelichting

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2020, Team vier.

Kengetallen Valys December 2020, pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

Inclusieve samenleving

Voor het programma Langer thuis is in 2022 onder opdrachten € 4,4 miljoen beschikbaar.

Bijdrage aan agentschappen

Overige

Voor de uitvoering van de regeling Gratis VOG is in 2022 € 5 miljoen beschikbaar voor de dienst Justis en het CIBG.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Doventolkvoorzieningen

De tolkvoorziening voor mensen met een auditieve beperking wordt in het leefdomein geregeld door Tolkcontact. Mensen met een auditieve beperking hebben recht op 30 uur tolk in het leefdomein per jaar, voor bijvoorbeeld begrafenissen of doktersbezoek. Aanvullend kunnen meeruren worden aangevraagd. Voor mensen die daarbij ook een visuele beperking hebben, geldt het recht op 168 uur per jaar. Het UWV is aangewezen als uitvoerder van de voorziening. In 2022 is voor de doventolkvoorziening € 13 miljoen beschikbaar.

Bijdrage aan medeoverheden

Overige

Onder bijdragen aan medeoverheden staan de beschikbare middelen voor Specifieke uitkeringen (SPUK's ) aan gemeenten in het kader van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het gaat hierbij om de landelijke coördinatie van de centra voor seksueel geweld, de aanpak van huwelijksdwang en achterlating, hulp aan slachtoffers van loverboys en eergerelateerd geweld en de opvang van slachtoffers van mensenhandel. Totaal is hiervoor € 7,7 miljoen beschikbaar.

Storting/onttrekking begrotingsreserve

Stimuleringsregeling wonen en zorg

Op het instrument storting/onttrekking begrotingsreserve staan de middelen voor leningen voor de planontwikkelfase van woon-zorginitiatieven.

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een beperking en mensen met een psychische aandoening. Ter ondersteuning aan de Wlz worden vanuit de begroting beleidsartikel 3 verschillende subsidie-initiatieven ondersteund. Hiervoor is in totaal € 71,6 miljoen beschikbaar.

Zorg merkbaar beter maken

Het Zorginstituut Nederland heeft in 2017 het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg vastgesteld. Om de verpleeghuizen te ondersteunen bij de implementatie hiervan is in april 2018 het programma ‘Thuis in het Verpleeghuis – Waardigheid en Trots op elke locatie’ gestart. In de vijfde voortgangsrapportage Thuis in het Verpleeghuis17 wordt ingegaan op de behaalde resultaten en de borging van onderdelen van het programma. Het programma wordt grotendeels afgerond in 2021. Voor de borging in 2022 is € 29,1 miljoen beschikbaar. Dit bestaat voornamelijk uit het ondersteuningsprogramma voor verpleeghuislocaties ‘Waardigheid en trots op locatie’.

Voor mensen met een beperking en een intensieve zorgvraag (en hun naasten) is het extra belangrijk dat de zorg van hoge kwaliteit is. Ter verbetering van de gehandicaptenzorgzorg is in 2018 het programma Volwaardig Leven opgesteld. Het programma wordt grotendeels afgerond in 2021. Voor de onder andere de pilots cliëntondersteuning, de innovatie impuls en het ondersteuningsprogramma Volwaardig leven is voor borging in 2022 € 7,4 miljoen beschikbaar. In de tweede voortgangsrapportage Volwaardig leven wordt ingegaan op de reeds behaalde resultaten.

Voor expertise over ernstig probleemgedrag kunnen zorgverleners terecht bij het CCE. Zij richt zich op de meest complexe zorgvragen bij deze groep, waarbij de zorgverleners vastlopen en de kwaliteit van bestaan van de cliënt ernstig onder druk staat. Met deze expertise krijgen zorgaanbieders meer zicht hoe ze probleemgedrag kunnen voorkomen. Hier is € 15,2 miljoen voor beschikbaar. Daarnaast wordt onder andere subsidies ingezet voor dementie, antibioticaresistentie, het terugdringen van de administratieve lasten, het Groninger zorgakkoord, de Wet zorg en dwang, het compensatiepakket Zeeland, de hersenletselteams en de inzet van vrijwillige mentoren bij kwetsbare cliënten (totaal € 19,9 miljoen).

Kennis, informatie en innovatiebeleid

Kennis, informatie en innovatiebeleid dragen bij aan juiste, passende en efficiënte zorg. In 2022 is hiervoor € 19,0 miljoen beschikbaar. Het doel is om de kwaliteit van de geboden zorg te verbeteren door continu het kennisniveau bij zorgverleners en cliënten te vergroten. In 2022 ligt de nadruk op uitbouw van het datafundament (via Vilans en het Leren van Data project), versterking verbinding met het onderwijs (Academische Werkplaatsen), en de start van de expertisecentra voor laag volume hoog complexe groepen in de Wlz. Daarnaast zal het Zorginstituut Nederland de evaluatiefunctie binnen de kennisinfrastructuur uitwerken.

Digitale gegevensuitwisseling tussen cliënt en zorgprofessional, zorgprofessionals onderling moet veilig en eenduidig plaatsvinden. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat partijen in de zorgketen zorgvuldig omgaan met hun gegevens. Om dit te kunnen realiseren, moeten zorginstellingen hun ICT-infrastructuur en de technologie van hun systemen aanpassen. InZicht is de stimuleringsregeling die dit mogelijk maakt voor de langdurige zorg. Hiervoor is in 2022 € 17,8 miljoen beschikbaar.

Palliatieve (terminale) zorg en geestelijke verzorging thuis

Voor mensen die door ziekte en kwetsbaarheid in hun laatste levensfase verkeren is palliatieve (terminale) zorg voorhanden. Deze zorg is gericht op het voorkomen en verlichten van lijden, door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling. Het kabinet ondersteunt vrijwilligers en netwerken die deze zorg verlenen met subsidie. Deze subsidie wordt vanaf 2022 verlengd voor vijf jaar. De subsidieregeling voorziet ook in bekostiging van geestelijke verzorging thuis voor palliatieve patiënten en hun naasten, kinderen in de palliatieve fase en 50+ers. In totaal is in 2022 € 42,7 miljoen beschikbaar.

Bekostiging

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001. Bij die belastingherziening werden aftrekposten (die de heffing drukte over de hoogste schijf, waaronder een belastingplichtige viel) omgezet in heffingskortingen (die bij iedereen neerslaan in de eerste schijf). Hierdoor hebben personen met hoge inkomens geen voordeel boven personen met lage inkomens. Het gevolg hiervan was dat de opbrengst van de premies volksverzekeringen daalde. Het Wlz-fonds (en het AOW-fonds en het ANW-fonds) worden via BIKK gecompenseerd voor deze systematiekverandering. De raming voor 2022 bedraagt circa € 4,2 miljard.

Bijdrage Wlz

Met ingang van 2019 wordt het (verwachte) negatieve saldo van het Fonds Langdurige Zorg (FLZ) jaarlijks weggewerkt door een even grote Rijksbijdrage Wlz in het fonds te storten. Een negatief saldo roept het onbedoelde en onjuiste beeld op dat er onvoldoende budget is om zorg te leveren. De Rijksbijdrage heeft een puur administratief karakter en dus geen materiële betekenis. De raming voor 2022 bedraagt € 9,1 miljard en loopt in latere jaren op vanwege de stijging van de Wlz-uitgaven, waar slechts een kleinere toename van de Wlz-ontvangsten tegenover staat. Zie voorts paragraaf 6.3.2 van het Financieel Beeld Zorg over de financiering van de Wet Langdurige Zorg

Opdrachten

Zorgdragen voor langdurige zorg

Voor opdrachten is in 2022 € 24,2 miljoen beschikbaar. Hieronder vallen onder meer kosten voor de eerdergenoemde programma’s, Volwaardig Leven, de stimuleringsregeling InZicht en het beheer en de doorontwikkeling van het PGB 2.0-systeem.

Bijdrage ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg

De toegang tot de zorg moet goed en onafhankelijk georganiseerd zijn. Het CIZ heeft de opdracht om te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor deze zorg via de indicatiestelling. Het kabinet stelt € 96,8 miljoen beschikbaar voor deze taakuitvoering.

Uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank

Onderdeel van het PGB 2.0-systeem is het Financieel domein dat ontwikkeld en beheerd wordt door de SVB. Daarnaast worden er uitvoeringskosten gemaakt voor het Zvw-pgb. Voor 2022 is hiervoor in totaal € 1,6 miljoen beschikbaar.

3.4 Artikel 4 Zorgbreed beleid

A. Algemene doelstelling

Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel verder te optimaliseren zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger gewaarborgd blijft.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister bevordert de werking van het stelsel door partijen in staat te stellen hun rol te spelen en door belemmeringen weg te nemen die een goede werking van het stelsel in de weg staan. Daar waar publieke belangen in het geding zijn die niet voldoende door (partijen in) het stelsel behartigd kunnen worden, bevordert de minister dat deze belangen worden behartigd.

De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren: van een stevige positie van de cliënt in het zorgstelsel en transparantie van zorg, een logische beroepenstructuur die aansluit op de huidige en toekomstige zorg- en ondersteuningsvraag en van beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel (via meer aantrekken en behouden), van andere manieren van werken en kwalitatief goede en toekomstbestendige opleidingen, van innovaties en (digitale) vaardigheden in de zorg en de ontwikkeling hiervan, alsmede betrouwbaar informatiebeleid en van vertrouwen in datagebruik in de zorg, en van een gezonde leefstijl voor de mensen woonachtig in Caribisch Nederland.

Financieren: de minister draagt bij aan de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg door middel van het financieren van organisaties gemoeid met patiënten, zoals gehandicaptenorganisaties en ZBO’s of agentschappen. Tevens financiert de minister projecten en onderzoeken uitgevoerd door ZonMw, opleidings- en bijscholingsinstrumtenten, de zorg in Caribisch Nederland, en financiert instrumenten voor persoonlijke gezondheidsomgevingen (PGO) om het gebruik te stimuleren.

Regisseren: van wet- en regelgeving die zorgen voor een stevige positie van de patiënt in het zorgstelsel, verlagen van de regeldruk in de zorg, voorkomen van systeemrisico’s bij financiering in de zorg, regisseren van een duurzaam informatiestelsel.

C. Beleidswijzigingen

Wet toetreding zorgaanbieders

Per 1 januari 2022 treedt de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en ook de daarmee samenhangende Aanpassingswet Wtza in werking. Doel van de Wtza is het verbeteren van het risicogerichte toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd op zorgaanbieders en het beter bewust maken van zorgaanbieders van de bestaande (kwaliteits-)eisen die aan de zorgverlening zijn gesteld. Hiertoe wordt het systeem van de WTZi-toelating vervangen door een meldplicht voor in beginsel alle zorg- en jeugdhulpaanbieders en een toelatingsvergunning voor bepaalde zorgaanbieders. Daarbij worden enkele toezichttaken overgeheveld van de IGJ naar de NZa, zodat beter wordt aangesloten bij de kernexpertises van beide toezichthouders. Ten slotte wordt ten behoeve van een maatschappelijke verantwoording over de besteding van collectieve middelen, de openbare jaarverantwoordingsplicht uitgebreid naar in beginsel alle zorgaanbieders. De sectoren van zorgaanbieders, waarvoor de openbare jaarverantwoording nieuw is, starten met verantwoording afleggen over verslagjaar 2022.

(Ont)Regel de Zorg

Het doel van het programma (Ont)Regel de Zorg is het zorgbreed merkbaar verminderen van de ervaren regeldruk voor professional én patiënt/cliënt. Eind 2020 is uw Kamer voor het laatst geïnformeerd over de voortgang op dat gebied (Kamerstukken 29 515, nr, 452). In het jaar 2022 vervolgen we de aanpak van regeldruk, samen met alle daarbij betrokken organisaties. Daarbij bouwen we voort op de geleerde lessen en de behaalde resultaten over de afgelopen periode.

Werken in de Zorg

Het is van belang dat zorgprofessionals nu en in de toekomst graag in de sector zorg en welzijn gaan werken en daar ook blijven werken. Dit vraagt om een brede, intensieve en continue aanpak gericht op aantrekkelijk werken in de zorg. Het actieprogramma Werken in de Zorg loopt na 2021 af. Wel loopt de uitvoering van een aantal instrumenten onder dit programma nog door in 2022. Dit geldt voor de reeds ingezette en meerjarige scholingstrajecten middels subsidies in het kader van SectorplanPlus.

Gezien de arbeidsmarktopgave en het grote belang van een evenwichtige arbeidsmarkt in de zorg, zal vanaf 2022 een vervolg op het programma worden ingezet. Voor deze vervolgaanpak18 zijn structureel middelen beschikbaar gesteld, voor 2022 betreft dit € 80 miljoen. De Sociaal Economische Raad (SER) heeft op verzoek van het kabinet, een advies uitgebracht over knelpunten en oplossingsrichtingen om het werken in de zorg aantrekkelijker te maken. De SER stelt een brede agenda voor gericht op het vergroten van professionele ruimte, het verbeteren van mogelijkheden voor scholing, ontwikkeling en loopbaan, behoud van medewerkers, meer waardering en zeggenschap van medewerkers en betere borging van technologische en sociale innovatie. De SER pleit voor extra middelen voor betere beloning daar waar een achterstand is met de rest van de markt en voor een andere systematiek om stage- en begeleidingskosten te compenseren.

Specifiek ten aanzien van het thema zeggenschap geldt dat veldpartijen (beroepsvereniging, werkgevers en bonden) ] een gezamenlijk plan hebben opgesteld waarin een vijftal stappen wordt geschetst om zeggenschap te vergroten. Het gaat dan om de kwaliteit van zorg als uitgangspunt voor professionele zeggenschap, het opleiden en ontwikkelen om professionele zeggenschap uit te oefenen, loopbaanpaden met een passend functiehuis, vernieuwing in professionele zeggenschap en monitoring van het beloop van professionele zeggenschap op landelijk niveau. Het plan wordt het komende jaar nader uitgewerkt.

Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg

De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) heeft een tweeledig doel: het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de beroepsuitoefening en het beschermen van de patiënt tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen door beroepsbeoefenaren in de individuele gezondheidszorg.

Onderzocht wordt op welke manier de Wet BIG meer toekomstbestendig kan worden met het oog op verschillende maatschappelijke ontwikkelingen, zoals opkomende technologie, werken over domeinen heen, het steeds meer werken in team- en netwerkverband, meer inzet op collectieve zorg zoals preventie en de vraag om meer flexibiliteit in het kader van een veranderende zorgvraag. Daarbij zien we krapte op de arbeidsmarkt, wat vraagt om een Wet BIG die de kwaliteitsdoelstellingen in stand houdt en overregulering voorkomt.

Vanuit de beroepsverenigingen van de academische beroepen in de psychologische zorg wordt geadviseerd (zie voor advies bijlage bij Kamerstukken II, 2020/21, 29282 nr. 414) een aantal wijzigingen aan te brengen in de beroepenstructuur zoals deze in de Wet BIG is vastgelegd, omdat dit bij kan dragen aan meer overzicht voor cliënten, naasten en verwijzers. Momenteel wordt gewerkt aan het in kaart brengen van de impact van dit voorstel. Op basis van de resultaten van deze impactanalyse zal bezien worden of en hoe de voorgestelde wijzigingen in de beroepenstructuur in procedure zullen worden gebracht.

Om te bevorderen dat buitenlands gediplomeerde zorgverleners sneller een plek vinden op de arbeidsmarkt worden met stakeholders oplossingsrichtingen uitgewerkt. Er wordt in dat kader gewerkt aan het stroomlijnen en versnellen van de BIG-toelatingsprocedure, verbetering van de informatievoorziening, betere begeleiding van buitenlandse zorgprofessionals bij het doorlopen van de assessmentprocedure en verbetering van de arbeidsmarktpositie van deze doelgroep. Hierbij worden ook de aanbevelingen uit het advies «Van asielzoeker tot zorgverlener» van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) betrokken. De oplossingen worden naar verwachting in 2022 geïmplementeerd.

Gegevensuitwisseling

Elektronische gegevensuitwisseling in de zorg is belangrijk om goede zorg te kunnen leveren. De Wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg (Wegiz) is in mei 2021 aan de Tweede Kamer aangeboden. Op basis van deze wet kan worden verplicht dat straks een bestaande gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders op elektronische wijze verloopt. In de algemene maatregel van bestuur (AMvB) komt te staan welke gegevensuitwisselingen vanaf wanneer elektronisch moeten plaatsvinden. Ook wordt uitgewerkt volgens welke afspraken rondom taal en techniek, normering en certificering de uitwisseling moet verlopen.

Onderdeel van de Wegiz is het opstellen van een Meerjarenagenda Wegiz waarin wordt aangegeven welke gegevensuitwisselingen, met welke prioriteit in welke periode worden verplicht. Met deze verplichting in het vooruitzicht ontstaat er focus en versnelling in de implementatie. Er zijn al een aantal gegevensuitwisselingen als prioritair aangewezen, zoals Digitaal voorschrijven en ter handstelling (voorheen: Digitaal receptenverkeer) . Na de prioritering wordt er op basis van een aantal toetsen besloten per uitwisseling of deze gereed is voor wettelijke verplichting (zoals een maatschappelijke kosten-baten analyse en een volwassenheidsscan).

VWS wil in de komende jaren voor deze gegevensuitwisseling komen tot een aanwijzing middels AMvB en daarmee tot verplichte landelijke implementatie van de bijbehorende afspraken. Voorts is het voor de werking van de Wegiz van belang dat bepaalde informatiestandaarden, waarin de eisen voor taal en techniek zijn opgenomen, actueel blijven. Hiervoor is het wenselijk dat (publiek) houderschap en beheer voor nader te bepalen informatiestandaarden duurzaam zijn ingeregeld.

Publieke voorzieningen

Om elektronische gegevensuitwisseling te intensiveren heeft de zorg daarnaast ook een aantal voorzieningen nodig die landelijk en breed inzetbaar zijn. Denk hierbij aan het vastleggen van het al dan niet verlenen van toestemming van patiënten of cliënten voor het delen van gegevens. VWS werkt op dit moment aan een afwegingskader waarmee bepaald kan worden of- en zo ja, in welke vorm er meer publieke sturing op deze voorzieningen nodig is. Het afwegingskader moet in 2022 gereed zijn.

Informatieveiligheid

Doordat de zorg steeds verder digitaliseert wordt het steeds belangrijker dat de informatiebeveiliging in de zorg op orde is. Goede informatiebeveiliging is primair de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieders zelf maar VWS heeft hier ook een belangrijke rol. In 2022 legt VWS de focus op het verhogen van de bewustwording over digitale veiligheid, digitaal veilig gedrag en de geldende wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging. Dit doet VWS onder andere via de borging van de uitkomsten van het project ‘Informatieveilig gedrag in de zorg’ en door het ondersteunen van Z-CERT.

VWS wil dat Z-CERT blijft groeien en een grote rol speelt in het verbeteren van de informatieveiligheid in de zorg. Z-CERT is het landelijk informatieknooppunt voor informatieveiligheid binnen de zorgsector. VWS wil dat zo veel mogelijk zorgpartijen deelnemen aan Z-CERT en ondersteunt daarom het vergroten van hun bereik en de uitbreiding van hun diensten. Voor de aansluiting van zorgpartijen bij Z-CERT volgt VWS een risico gestuurde aanpak: de zorgsectoren die het meeste baat hebben bij deelname worden als eerste aangesloten. Er zijn een aantal zorgsectoren gedefinieerd die nu prioriteit krijgen, onder andere de jeugdzorg en de GGD’en.

Toegang

Een belangrijke doelstelling van VWS is het stimuleren van digitale gegevensuitwisselingen tussen zorgaanbieders en patiënten en tussen zorgaanbieders onderling. Omdat het hier om medische informatie gaat, moet de toegang tot deze informatie op veiligheidsniveau ‘hoog’ worden ontsloten. In de Wet Digitale Overheid wordt bepaald welke middelen hiervoor gebruikt mogen worden. Op dit moment wordt gewerkt aan het inloggen via DigiD, en aan vertegenwoordigingsvoorzieningen (vrijwillig machtigen en wettelijke vertegenwoordiging) voor patiënten die niet digitaal vaardig zijn.

In 2021 is gewerkt aan het aansluiten van zorgaanbieders op DigiD en de machtigingsvoorziening; dit zal in 2022 verder vervolgd worden. Daarnaast ontwikkelt BZK een voorziening voor ouderlijk gezag, die in 2022 in de zorg zal worden geïmplementeerd. Dat betekent dat ook in 2022 gewerkt gaat worden aan het opleveren van deze ouderlijk gezag-voorziening en het aansluiten van de zorgsector daarop. Daarnaast wordt gewerkt aan een generieke voorziening voor digitale identificatie en authenticatie van zorgverleners. In 2022 worden de wettelijke kaders en gebruikerswensen voor deze voorziening verder in kaart gebracht en gestart met de implementatie.

Programma Realisatie digitale ondersteuning

Digitale ondersteuning is belangrijk in de crisisaanpak van COVID-19 en blijft ook in een overgangsfase van belang. De middelen in deze aanpak zijn een digitale aanvulling op of ondersteuning aan processen zoals het bron- en contactonderzoek van de GGD en het vaccineren, maar zijn ook een belangrijk hulpmiddel bij het verantwoord openen en open houden van de samenleving. Zo helpt CoronaMelder om de verspreiding van het virus tegen te gaan. De CoronaCheck-app ondersteunt dat mensen verantwoord naar een evenement kunnen gaan of een buitenlandse reis kunnen maken door het genereren en tonen van een test-, vaccinatie- of herstelbewijs. Op dit moment is het nog onbekend hoelang het nodig is om bovenstaande voorbeelden van digitale ondersteuning in te blijven zetten. Voor GGD Contact is dat duidelijker. Deze digitale oplossing zal ook in een endemie door de GGD’en worden gebruikt ter ondersteuning van het bron- en contactonderzoek. Ook ter ondersteuning van de registratie bij het vaccineren wordt gebruik gemaakt van een digitale middelen, namelijk BRBA en ZKVI. BRBA wordt momenteel gebruikt en blijft gebruikt worden zolang er gevaccineerd wordt. ZKVI kan worden ingezet als in 2022 vaccinaties herhaald moeten worden en opschaling met behulp van de ziekenhuizen nodig is. De Kwetsbaarheden Analyse Tool ondersteunt bij het inzichtelijk maken van de kwetsbaarheden in de verschillende omgevingen die hierboven zijn genoemd. Het levert ondersteuning bij het bewaken, onderkennen van kwetsbaarheden en het onderhouden van de Plan-Do-Check-Act-cyclus. Voor 2022 zijn kosten voorzien voor de communicatie, doorontwikkeling en het beheer van de genoemde producten. Daarnaast worden het expertteam dat de GGD ondersteunt bij privacy en informatiebegeleiding n.a.v. het eerdere datalek en het ‘Red Team’ gecontinueerd. Het ‘Red Team’ is een aanpak om de digitale verdediging van een organisatie en van systemen te testen en daarmee de privacy en informatiebeveiliging zorgbreed te verbeteren.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 14 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

3.299.470

1.919.287

1.138.985

1.340.870

1.173.181

1.187.222

1.189.520

        

Uitgaven

3.051.899

2.332.740

1.305.729

1.419.742

1.191.994

1.187.222

1.189.520

waarvan juridisch verplicht

  

98,4%

    
        

1. Positie cliënt en transparantie van zorg

68.055

78.796

52.795

48.339

48.554

48.930

48.811

Subsidies (regelingen)

34.071

36.438

36.457

32.240

32.225

32.183

32.183

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

16.224

16.485

17.000

21.000

21.000

21.000

21.000

Transparantie van zorg

17.847

19.803

19.307

11.240

11.225

11.183

11.183

Overige

0

150

150

0

0

0

0

Opdrachten

27.464

35.665

8.689

8.185

8.415

8.833

8.714

Ondersteuning cliëntorganisaties

2.692

4.171

4.033

4.000

4.000

4.000

4.000

Transparantie van zorg

989

2.349

2.545

2.515

2.450

2.450

2.450

Overige

23.783

29.145

2.111

1.670

1.965

2.383

2.264

Bijdrage aan agentschappen

6.520

6.693

7.649

7.914

7.914

7.914

7.914

CIBG

6.520

6.693

7.649

7.914

7.914

7.914

7.914

        

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

2.438.206

1.642.172

665.275

820.739

589.773

587.857

587.368

Subsidies (regelingen)

2.417.168

1.618.513

642.876

800.188

569.221

565.455

564.967

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

2.417.168

1.618.513

642.876

800.188

569.221

565.455

564.967

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

7.019

8.850

9.494

9.498

9.497

9.590

9.590

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

7.019

8.850

9.494

9.498

9.497

9.590

9.590

Bijdrage aan agentschappen

13.969

14.809

12.905

11.053

11.055

11.052

11.051

CIBG

13.969

14.809

12.905

11.053

11.055

11.052

11.051

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

1.760

1.760

ZiNL

0

0

0

0

0

1.760

1.760

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

50

0

0

0

0

0

0

Overige

50

0

0

0

0

0

0

        

3. Informatiebeleid

76.890

122.883

186.217

156.248

156.270

156.569

156.568

Subsidies (regelingen)

24.141

30.746

121.447

109.603

109.912

109.914

109.915

Informatiebeleid

15.623

18.642

14.297

14.298

14.300

14.299

14.299

Maatschappelijke diensttijd

0

1.659

94.677

95.102

95.409

95.412

95.413

Overige

8.518

10.445

12.473

203

203

203

203

Opdrachten

28.970

52.311

37.599

19.474

19.685

19.985

19.984

Informatiebeleid

26.372

43.221

28.685

12.784

12.682

12.680

12.679

Overige

2.598

9.090

8.914

6.690

7.003

7.305

7.305

Bijdrage aan agentschappen

23.779

39.826

27.171

27.171

26.673

26.670

26.669

Informatiebeleid

23.779

39.826

27.171

27.171

26.673

26.670

26.669

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

        

4. Inrichting Zorgstelsel

256.165

272.757

255.907

245.268

243.725

235.852

235.845

Subsidies (regelingen)

335

793

0

0

0

0

0

Programma's Zorgstelsel

335

793

0

0

0

0

0

Opdrachten

1.373

1.673

1.582

555

554

554

554

Programma's Zorgstelsel

802

1.188

1.027

0

0

0

0

Overige

571

485

555

555

554

554

554

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

254.457

270.291

254.325

244.713

240.671

232.798

232.791

CAK

126.585

125.873

112.456

111.557

111.366

111.336

111.332

NZa

61.823

62.045

63.547

62.830

62.899

62.872

62.872

Zorginstituut Nederland

64.149

80.473

74.722

67.426

64.506

56.690

56.687

CSZ

1.900

1.900

1.600

1.900

1.900

1.900

1.900

Overige

0

0

2.000

1.000

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

2.500

2.500

2.500

EZK: ACM

0

0

0

0

2.500

2.500

2.500

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Begrotingsreserve

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

        

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

212.583

216.132

145.535

149.148

153.672

158.014

160.928

Subsidies (regelingen)

3.316

3.585

3.582

3.583

3.584

1.985

1.985

Zorg en Welzijn

3.316

3.585

3.582

3.583

3.584

1.985

1.985

Bekostiging

203.118

208.273

137.652

141.381

145.904

151.846

154.760

Zorg en Welzijn

203.118

208.273

137.652

141.381

145.904

151.846

154.760

Bijdrage aan medeoverheden

6.149

4.274

4.301

4.184

4.184

4.183

4.183

Overige

6.149

4.274

4.301

4.184

4.184

4.183

4.183

        

Ontvangsten

86.701

14.130

11.153

11.153

11.153

11.153

11.153

Wanbetalers en onverzekerden

60.073

0

0

0

0

0

0

Overige

26.628

14.130

11.153

11.153

11.153

11.153

11.153

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget van € 804,4 miljoen is 98,6% juridisch verplicht.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van € 137,7 miljoen is 100% juridisch verplicht.

Opdrachten

Van het beschikbare budget van € 57,4 miljoen is 87,8% reeds juridisch verplicht.

Bijdrage aan agentschappen

Van het beschikbare budget van € 47,7 miljoen is 100% juridisch verplicht.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget van € 254,3 miljoen is 99% juridisch verplicht.

Bijdrage aan medeoverheden

Van het beschikbare budget van € 4,3 miljoen is 100% juridisch verplicht.

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Positie cliënt en transparantie van zorg

Subsidies

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties (pg-organisaties)

  • De drie landelijke pg-koepels en circa 200 landelijke pg-organisaties ontvangen een instellingssubsidie voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van informatievoorziening, lotgenotencontact en belangenbehartiging (€ 17 miljoen).

  • Daarnaast wordt een samenhangend projectsubsidieprogramma bij ZonMw ingericht (€ 4 miljoen) met dezelfde duur als het beleidskader, waarop niet alleen de bestaande pg-organisaties maar ook nieuwe organisaties/netwerken kunnen inschrijven.

Transparantie van zorg

Voor onderzoek naar de effectiviteit en de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland en (de relatie tussen) de verschillende partijen in de zorg wordt subsidie verleend (€ 6,5 miljoen) aan het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel). Het Nivel ontwikkelt en beheert hiertoe databases, panels en monitors.

Het Kwaliteitsinstituut, als onderdeel van het Zorginstituut, is gemandateerd (Stcrt. 2016, 27102) voor het verstrekken van subsidies voor de stimulering van transparantie over de kwaliteit van zorg (€ 3,4 miljoen).

Voor de in het Regeerakkoord beschikbaar gestelde middelen met betrekking tot uitkomstgerichte zorg wordt zoveel mogelijk aangesloten bij al lopende activiteiten zoals het programma Kwaliteit van zorg bij ZonMw en zijn onder andere subsidies ter ondersteuning van de koepels en een campagne Samen Beslissen verstrekt (€ 8,2 miljoen).

Opdrachten

Ondersteuning cliëntenorganisaties

Met PGO-support, een onafhankelijke netwerkorganisatie die versterking en ondersteuning biedt aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties, is een overeenkomst gesloten voor de ondersteuning van de cliëntenorganisaties (€ 4 miljoen).

Bijdragen aan agentschappen

CIBG

Het CIBG voert onder andere onderstaande taken uit:

  • In beginsel dienen alle zorg- en jeugdhulpaanbieders aan de meldplicht te voldoen. Daarbij dienen bepaalde zorgaanbieders op grond van de Wet toetreding zorgaanbieders over een toelatingsvergunning te beschikken. De melding en aanvraag van de toelatingsvergunning vinden plaats bij het CIBG.

  • Het Landelijk Register Zorgaanbieders (LRZa) is een landelijk en openbaar register van zorgaanbieders. Dit register maakt duidelijk wie, waar, welke zorg verleent en draagt bij aan de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).

  • Via het Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording (JMV) verantwoorden zorgaanbieders zich jaarlijks over de geleverde (financiële) prestaties. Alle partijen die een rol spelen binnen het zorgstelsel hebben toegang tot deze uniforme, digitale informatie via www.jaarverantwoordingzorg.nl.

Voor het uitvoeren van bovenstaande taken is € 7,6 miljoen beschikbaar.

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Subsidies

Opleidingen

Met de Subsidieregeling stageplaatsen zorg II (het Stagefonds Zorg) worden zorgaanbieders gestimuleerd tot het aanbieden van kwalitatief goede stageplaatsen. Voor het studiejaar 2021-2022 is hiervoor € 112 miljoen beschikbaar. De subsidieregeling vaccinatie stageplaatsen zorg voorziet in een tegemoetkoming van de kosten van het vaccinatietraject hepatitis B van eerstejaarsstudenten die zorgopleiding volgen. De regeling draagt eraan bij dat jaarlijks 30 à 35 duizend stagiairs gevaccineerd worden tegen hepatitis B.

Financiële impuls om partijen die stages aanbieden te stimuleren meer stages aan te bieden en dit op innovatieve wijze vorm te geven.

Voor zorgopleidingen in het kader van de Wet publieke gezondheidszorg (WPG) is het beleid erop gericht te stimuleren dat voldoende gespecialiseerde artsen worden opgeleid voor de uitvoering van hun taken op het terrein van de bestrijding van infectieziekten, de bestrijding van TBC, medische milieukunde en jeugdgezondheidszorg. In 2022 is voor deze opleidingen € 27 miljoen beschikbaar. Verpleegkundig specialisten (VS) en physician assistants (PA) worden opgeleid om minder complexe en routinematige taken van de huisarts of de specialist over te nemen. Hiervoor is € 38 miljoen beschikbaar. In 2022 is voor de regeling Opleiding in een jeugd-ggz-instelling € 2,3 miljoen beschikbaar. Voor de uitvoering van motie 35300 XVI 72 Dik-Faber om het opleiden van tropenartsen te subsidiëren en gestructureerde overdracht van door hen in het buitenland opgedane kennis te stimuleren is € 1,35 miljoen beschikbaar in 2022. In het kader van het compensatiepakket Wind in de zeilen is in 2022 € 1 miljoen beschikbaar voor het opleiden van physician assistants ter versterking van de huisartsenzorg in Zeeland.

Arbeidsmarkt

Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg

Voor de kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg (KPZ) is het doel om ziekenhuizen en UMC’s te stimuleren meer en strategischer te investeren in bij- en nascholing van personeel. In het hoofdlijnenakkoord medisch-specialistische zorg 2019-2022 hebben partijen afgesproken dat de middelen voor de KPZ beschikbaar blijven voor de sector (circa € 206 miljoen per jaar).

Versterking regionaal arbeidsmarktbeleid

Via de subsidie SectorplanPlus (€ 420 miljoen over de looptijd 2017-2022) stimuleren we (zij-)instroom in de zorg en met ingang van het lopende vierde tijdvak ook behoud van medewerkers.

Met de subsidie aan RegioPlus voor de uitvoering van het meerjarige beleidsprogramma ‘Samen Regionaal Sterk’ investeert VWS in een goed werkende, landelijk dekkende regionale arbeidsmarktinfrastructuur. (€ 18 miljoen in 2022).

Met een subsidie aan de Stichting Het Potentieel Pakken voor het project ‘Contractuitbreiding in de zorg’ (€ 7,2 miljoen over de projectperiode 2021-2023) investeren we in vergroting van het arbeidsaanbod door contractuitbreiding.

Overige

Het Capaciteitsorgaan ontvangt een instellingsubsidie om onafhankelijke ramingen op te stellen omtrent de benodigde opleidingscapaciteit bij de medische en tandheelkundige vervolgopleidingen, FZO en GGZ-opleidingen.

Voor een Nationale Zorgreserve van oud-zorgmedewerkers die bereid zijn om tijdelijk in plaats van hun reguliere werk elders in de Nederlandse economie, bij te springen als zorgreservist bij organisaties in nood is € 5 miljoen beschikbaar.

Opdrachten

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Er wordt via ZonMw geïnvesteerd in het verder ontwikkelen van een onderzoeksinfrastructuur voor verpleegkundigen en verzorgenden. Hiervoor is € 12 miljoen beschikbaar in de periode van 2019 ‒ 2025. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de functiedifferentiatie van mbo- en hbo-opgeleide verpleegkundigen. Hiervoor is € 5 miljoen beschikbaar voor de periode 2019 tot en met juni 2023.

Overige

Er worden bedragen ingezet voor de ontwikkeling van kennis en expertise op het terrein van de zorg, voor beleid en praktijk. Daarbij gaat het onder meer om bijdragen aan de onderzoeksprogramma’s van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Bijdragen aan agentschappen

CIBG

Het CIBG is verantwoordelijk voor het beheer van het BIG-register, de uitvoering van diverse besluiten en regelingen met betrekking tot de uitoefening van medische beroepen op de BES eilanden, de erkenning buitenlandse diploma’s en toezicht en handhaving WNT en informatieverstrekking hieromtrent. In totaal is voor deze taken in 2022 € 12,9 miljoen gereserveerd.

3. Informatiebeleid

Subsidies

Informatiebeleid

Jaarlijks wordt subsidie verleend aan het Nationaal ICT Instituut in de Zorg (Nictiz). Nictiz is het landelijke expertisecentrum dat ontwikkeling van ICT in de zorg faciliteert. Voor de invulling van de coördinerende functie die Nictiz heeft bij de ontwikkeling van ICT- en informatiestandaarden en als kenniscentrum bij het gebruik van deze standaarden is in 2022 een bedrag van € 9,5 miljoen beschikbaar. Om de zorgsector te ondersteunen bij de efficiënte inzet van standaarden en informatie, analyseert en duidt Nictiz ontwikkelingen in het gebruik van ICT in de zorg. Tevens fungeert Nictiz als nationaal en internationaal kennis- en expertisecentrum en vervult het een verbindende rol bij de ontwikkeling en het gebruik van ICT in de zorg.

Bij de verdergaande digitalisering van de zorg is informatiebeveiliging een essentiële voorwaarde. Z-CERT is de sectorale organisatie die zich inzet voor informatiebeveiliging in de zorg. De komende jaren zal gefaseerd toegewerkt worden naar het aansluiten van alle zorgsectoren. Structureel is € 1,5 miljoen beschikbaar voor professionaliseren en doorontwikkelen van de diensten en staande Z-CERT organisatie en collectieve deelname van zorgsectoren.

Overig

VWS zet de komende jaren verder in op het optimaal benutten van de schaarse capaciteit aan zorgpersoneel en het verbeteren van de kwaliteit van zorg door inzet van digitale zorg en aanpassen van zorgprocessen. VWS ondersteunt dit door het vergroten van kennis over digitale toepassingen bij burgers en professionals via het communicatietraject Zorg van Nu, het vergroten van de digitale vaardigheden van professionals in het zorgveld en van toekomstig personeel in het zorgonderwijs via digivaardigindezorg.nl. Om gegevens-uitwisseling (naast gegevens bij huisarts, ziekenhuis en apotheek, gaat het ook om rijksvaccinatiegegevens en COVID-19-vaccinatiegegevens) tussen de pgo's van patiënten en zorgverleners mogelijk te maken is het noodzakelijk dat zowel pgo-leveranciers als de systemen van zorgaanbieders het MedMij-label behalen. VWS ondersteunt de Stichting Medmij om standaarden voor gegevens-uitwisseling op te stellen en zorgt voor informatie voor burgers en professionals over de meerwaarde van een pgo. Totaal is er in de begroting 2022 voor het programma Innovatie en zorgvernieuwing circa € 12,5 miljoen gereserveerd voor subsidies.

Opdrachten

Informatiebeleid

Hieronder vallen het Informatieberaad, de veilige gegevensuitwisseling en authenticatie in de zorg en internationale gegevensuitwisseling. Het Informatieberaad komt ook in 2022 minstens viermaal per jaar bijeen. Om de besluitvorming in goede onderlinge afstemming met de leden, het veld en internationale gremia voor te bereiden, is € 2,2 miljoen beschikbaar. Het Informatieberaad moet naast externe kennis en capaciteit ook de leden van het Informatieberaad (de bureaus van de koepels en brancheorganisaties) direct kunnen steunen bij het vertalen van de afspraken naar de consequenties voor hun sector en achterban.

Elektronische gegevensuitwisseling is cruciaal voor goede zorg. Voor patiënten en zorgverleners is het van groot belang dat zij tijdig over de juiste informatie beschikken om de juiste zorg op de juiste plaats te kunnen leveren.

Het programma Gegevensuitwisseling richt zich op de totstandkoming van elektronische uitwisseling, zodat gegevens tussen zorgverleners kunnen stromen. Het wetsvoorstel elektronische gegevensuitwisseling in de zorg levert een belangrijke bijdrage aan eenheid van taal en techniek waardoor gegevensuitwisseling steeds vaker elektronisch zal verlopen.

Om ook op de korte termijn de elektronische uitwisseling te versnellen, werkt VWS samen met het zorgveld aan het breder inzetten van bestaande ICT-oplossingen en het realiseren van een landelijk dekkend netwerk van onderling verbonden ICT-infrastructuren. Keuzevrijheid voor het netwerk en systeem van de individuele zorgaanbieder is hierbij een belangrijk criterium.

Met het digitaler worden van de zorg neemt ook het risico en de impact van informatiebeveiligings-incidenten toe. De continuïteit van zorgverlening kan hierdoor in gevaar komen. Het is van groot belang dat er voldoende aandacht is voor privacy en informatiebeveiliging. VWS ondersteunt het veld hierbij met aanscherping van de wettelijk verplichte informatiebeveiligingsnormen, door instrumenten in te zetten om bewustwording te vergroten en door veldpartijen te stimuleren risicobeperkende maatregelen te treffen en zorg te dragen voor handhaving en toezicht.

Veilig inloggen door burgers en zorgverleners is ook een belangrijke randvoorwaarde voor veilige digitalisering. VWS levert een bijdrage aan BZK voor het door ontwikkelen, implementeren en stimuleren van het gebruik van veilige authenticatie in de zorg. Hiervoor is binnen VWS het programma Toegang opgericht dat de zorg wil laten aansluiten op de middelen en voorzieningen van BZK en een hoger betrouwbaarheidsniveau bij de toegang tot medische gegevens wil realiseren.

Met Artificiële Intelligentie en andere vormen van meervoudig gebruik van medische data kunnen belangrijke bijdrage geleverd worden aan de ontwikkeling van zorg, alsook verbetering van de kwaliteit en betaalbaarheid. VWS ondersteunt het veld bij het ontwikkelen van randvoorwaarden om dit op een verantwoorde manier te doen. Daarnaast levert VWS een bijdrage aan de beleidsontwikkeling om de data voor meervoudig gebruik makkelijker en sneller beschikbaar te maken.

Ook wordt over de grens gekeken en met andere landen samengewerkt aan betere zorg en informatiedeling voor patiënten en worden afspraken gemaakt over gezamenlijke standaarden voor taal en techniek.

Voorts is voor 2022 rekening gehouden met een beperkt opdrachtenbudget voor RDO.

Overig

In 2022 wordt in februari de tweede slimme Zorgestafette georganiseerd. In de regio vindt een (deels) digitale bijeenkomst plaats waarbij patienten, professionals, zorgorganisaties, zorginkopers (zorgverzekeraar, zorgkantoor en gemeenten), werkgeversorganisaties en onderwijs aanwezig zijn. Het doel hiervan is om de implementatie van slimme zorg in die regio te versnellen en te bouwen aan regionale samenwerking. Ook worden regio’s aan elkaar verbonden zodat er van elkaar geleerd wordt. Via zorgvoorinnoveren worden zorgorganisaties en innovatoren in de zorg o.a. via consultgesprekken en (digitale) innovatiecafé’s ondersteund bij het implementeren en opschalen van digitale toepassingen. VWS geeft tevens een bijdrage aan het onderhouden van het toetsingskader voor gezondheidsapp’s zodat mensen ondersteund worden bij de keuze in de wereld van betrouwbare gezondheidsinformatie en -apps. Voor 2022 voert het RIVM de nieuwe e-healtmonitor uit met nieuwe indicatoren en passende operationele doelstellingen. Totaal is er in de begroting 2022 voor het programma Innovatie en zorgvernieuwing circa € 6,5 miljoen gereserveerd voor opdrachten.

Bijdrage aan agentschappen

Informatiebeleid

De kosten voor het gebruik van Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) voorzieningen worden doorbelast aan de gebruiker. Hieronder valt bijvoorbeeld het gebruik van DigiD om online toegang te krijgen tot je medisch dossier of in te loggen bij de zorgverzekeraar. Het ministerie van VWS financiert de kosten voor het gebruik van deze voorzieningen in de zorg. Voor 2022 is hiervoor € 19,3 miljoen beschikbaar.

Ook is een bijdrage beschikbaar voor het CIBG voor de SBVZ en het UZI-register:

– De Sectorale Berichten Voorziening in de Zorg (SBV-Z) van het CIBG is een betrouwbare bron voor het leveren van burgerservicenummers (BSN’s) aan de zorgsector.

– Het UZI-register (Unieke ZorgverlenerIdentificatie register) van het CIBG verstrekt UZI-passen aan zorgaanbieder en indicatieorganen waarmee unieke identificatie van zorgaanbieders en indicatieorganen in de zorg mogelijk wordt gemaakt.

Maatschappelijke diensttijd

Maatschappelijke diensttijd (MDT) is na de experimentfase in 2018 en 2019 en na de officiële start in maart 2020 doorontwikkeld naar een gestaag groeiend en lerend MDT-netwerk dat weet wat er leeft onder jongeren en slagvaardig jongeren kan werven, begeleiden en maatschappelijk relevante activiteiten kan faciliteren. Ruim 30.000 jongeren doen mee in 163 reguliere MDT-projecten (circa 2.700 betrokken organisaties) en ruim 30.000 (raming) jongeren doen mee in coronaprojecten. De vanuit 2020 doorlopende projecten zorgen voor een aanvullende opschaling met 30.000 jongeren en met de projecten vanuit de subsidierondes in 2021 wordt een verdere opschaling met nog eens 30.000 jongeren beoogd.

De inzet van de middelen voor 2022 is gericht op het bereiken van 65.000 jongeren in projecten die met de vernieuwde subsidieregeling worden gehonoreerd. Al deze projecten dragen bij aan de doelstelling van een landelijk dekkend netwerk van MDT-organisaties en jongeren, waardoor iedere jongere die dit wil, in zijn of haar omgeving een MDT kan doen. Hierbij wordt er samen met jongeren, maatschappelijke organisatie en gemeenten ook (verder) gewerkt aan de opzet van regionale MDT-communities en de ontwikkeling van MDT binnen het onderwijs.

In 2022 zal ook de verdere inbedding van MDT als instrument in de uitvoering van het sociaal domein ter hand worden genomen. In de subsidieaanvragen is het indienen met een partnerschap waarbij ook het sociaal domein is betrokken een voorwaarde. De motivering om dit te doen is dat MDT bijdraagt aan oplossingen voor verschillende domein overstijgende vraagstukken zoals mentaal welzijn, jeugdwerkloosheid, schulden, onderwijsachterstanden, maar ook eenzaamheid. Het Rijk en de gemeenten werken hierbij samen en voor de (middel)lange termijn wordt nagegaan in hoeverre de overheid de ondersteuning van jongeren meer geïntegreerd kan vormgeven. Minstens zo belangrijk is om dit samen met jongeren zelf te doen, in lijn met de werkwijze bij MDT. MDT is ook als instrument opgenomen in de rijksbrede aanpak voor herstel en perspectief voor de jeugd om de negatieve effecten van de coronacrisis voor jongeren op korte termijn zoveel mogelijk weg te nemen of te verzachten en de uitgangspositie van jongeren in de samenleving op langere termijn versterken.

In 2022 komt er via het doorlopende evaluatie-onderzoek een update van het inzicht in de bereikte effecten voor en door de jongeren. Op basis van de opgestelde streefwaarden wordt beoordeeld in hoeverre de drie ambities van MDT worden gerealiseerd. Deze ambities zijn: iets doen voor een ander/de samenleving, talentontwikkeling en ontmoetingen met mensen met een andere achtergrond. Naast de effecten voor de jongeren komt er meer inzicht in de maatschappelijke impact van de MDT.

In 2022 wordt een interactief overzicht ontwikkeld dat op de website van MDT een blijvend inzicht geeft in de landelijke dekking van het MDT-netwerk en tevens in de vraag van jongeren per regio in verhouding tot het aanbod van MDT projecten per regio.

In 2022 wordt samen met het MDT-netwerk (stakeholders en opgezette communities) verder toegewerkt naar het concreet inrichten van de MDT-alliantie; de (juridisch) samenwerkingsvorm, de verantwoordelijkheden en taken van alle betrokken stakeholders. Beoogd wordt dat eind 2022 het ontwerp van de alliantie en de bijbehorende MDT-uitvoeringsorganisatie gereed is. Als onderdeel van de duurzame borging van MDT wordt een duurzaam subsidiestelsel ontwikkeld. De kwaliteit van MDT-projecten wordt vanaf 2022 door middel van het MDT-proof label getoetst en vormt een voorwaarde voor subsidiering. Aan de hand van deze werkwijze met onder andere een kortere doorlooptijd voor het honoreren van projecten, wordt in 2022 toegewerkt naar doorlopende (meerjarige) subsidiering, waarbij er om de 3 á 4 maanden een moment van indiening is. Hierdoor kan er zo goed mogelijk aangesloten worden op de behoeften vanuit het netwerk. Bijvoorbeeld vanuit het onderwijs is het gewenst om projecten in september te kunnen starten en andere projecten willen in het voorjaar beginnen. 

Vanuit het Rijk is voor 2022 € 100 miljoen beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van MDT. In 2022 zal weer een verdere stap worden gezet in het vergroten van de cofinanciering om MDT zo steeds minder afhankelijk te laten zijn van de Rijksoverheid en daarmee MDT echt van de samenleving te maken. De geboden ondersteuning hierbij door MDT wordt in 2022 geïntensiveerd door meer bedrijven, fondsen, gemeenten, scholen en maatschappelijke organisaties op de hoogte te brengen van de financieringsmogelijkheden en te stimuleren om (ook) in financiële zin te participeren. De uitwerking en uitvoering van MDT in Caribisch Nederland wordt in 2022 voortgezet, evenals de in 2021 geïntensiveerde communicatiecampagne. Om de duurzame vrijwillige inzet van jongeren te stimuleren zal MDT het Oranjefonds blijven ondersteunen bij het vitaliseren van het vrijwilligerswerk.

In 2022 wordt het in 2021 ontwikkelde MDT-certificaat verder uitgebreid met de mogelijkheid om badges te verdienen voor een tiental opgedane werkskills. Deze werkskills zijn gericht op con­crete gedragingen in een werksituatie die, naar de mening van werkgevers van basisbelang zijn om goed te kunnen functioneren in werk, op elk niveau, bijvoorbeeld het nakomen van afspraken en het nemen van verantwoordelijkheid. Deze toevoegingen op het certificaat geven de jongeren die aan MDT hebben meegedaan een streepje voor op de arbeidsmarkt.

4. Inrichting Zorgstelsel

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

De NZa ziet toe op een rechtmatige uitvoering van de Zvw en de Wlz en reguleert tarieven en prestaties in de zorg. Tevens ziet zij toe op naleving van de Wmg. Inclusief de middelen voor het Informatie Knooppunt Zorg (€ 1,5 miljoen) bedraagt het beschikbare budget in 2019 circa € 65,7 miljoen.

CAK

Het CAK voert diverse wettelijke taken uit waaronder het betalen van gelden aan zorginstellingen voor geleverde langdurige zorg, het opleggen en innen van de eigen bijdragen voor de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de uitvoering van de burgerregelingen (waaronder de regelingen voor de wanbetalers, de gemoedsbezwaarden en de onverzekerden), de buitenlandtaak, de uitvoering van de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden en het verstrekken van Schengen- en Engelstalige verklaringen. In de afgelopen jaren heeft het CAK zijn organisatiestructuur aangepast. In de komende jaren zal het CAK stap voor stap nog meer veranderingen doorvoeren. Vernieuwingen van de ICT-systemen en een cultuur waarin leren en ontwikkelen gemeengoed is zijn onder andere nodig om de (continuïteit van de) dienstverlening bij het CAK te garanderen en verder te verbeteren.

In 2022 is 112,5 miljoen beschikbaar voor het CAK.

Zorginstituut Nederland (ZiNL)

Het Zorginstituut Nederland voert diverse wettelijke taken uit: adviseren over het verzekerde Zvw- en Wlz-pakket, het stimuleren van de verbetering van de kwaliteit van de gezondheidszorg in Nederland, er voor zorgen dat iedereen toegang heeft tot begrijpelijke en betrouwbare informatie over de kwaliteit van geleverde zorg, adviseren over de gewenste ontwikkeling van beroepen en opleidingen in de gezondheidszorg, fondsbeheerder van het Zorgverzekeringsfonds (inclusief uitvoering van de risicoverevening) en het Fonds Langdurige Zorg; bevorderen van de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz en het adviseren of het wenselijk is dat een nieuw beroep of specialisme in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg moet worden gereguleerd.

Het Zorginstituut voert in samenwerking met ZonMw de subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt uit. Het doel van deze regeling is het versnellen van de toegang van de patiënt tot potentieel veelbelovende en innovatieve zorg via opname in het basispakket.

In 2022 is 74,7 miljoen in totaal beschikbaar voor het Zorginstituut.

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Subsidies

Zorg en welzijn

VWS verstrekt aan een aantal jeugdorganisaties op Caribisch Nederland subsidies op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. Instellingssubsidies worden jaarlijks verstrekt, maar hebben we een structureel karakter. Daarnaast gaat het om enkele meerjarige projectsubsidies.

Hiervoor is € 2,7 miljoen begroot. Het overige deel is gereserveerd voor sport.

Bekostiging

Zorg en welzijn

De totale geraamde kosten in 2022 voor de zorguitgaven op Caribisch Nederland die voortvloeien uit het Besluit Zorgverzekering BES bedragen circa € 128,6 miljoen. Tevens is circa € 4,5 miljoen gereserveerd voor pleegzorgvergoedingen en begeleidingen van jongeren via Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (ZJCN). Daarnaast is er voor het uitvoeren van bevolkingsonderzoeken € 2,5 miljoen gereserveerd en voor het sport- en preventieakkoord € 2 miljoen. Het bedrag genoemd onder bekostiging is exclusief de apparaatskosten van ZJCN; deze kosten staan op artikel 10.

Bijdragen aan medeoverheden

Overige

VWS verstrekt jaarlijks bijzondere uitkeringen aan de openbare lichamen op basis van artikel 92 lid 2 sub c Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Hiervoor is € 4,2 miljoen begroot. De uitkeringen zijn bestemd voor de uitvoering van verschillende activiteiten op het VWS domein in nauw overleg met de openbare lichamen, al dan niet vastgelegd in een afzonderlijk akkoord. De looptijd van de afspraak wisselt. Er vinden periodieke overleggen plaats met de openbare lichamen om de voortgang te monitoren. De financiële verantwoording verloopt via de jaarrekening van de openbare lichamen.

3.5 Artikel 5 Jeugd

A. Algemene doelstelling

Kinderen in Nederland groeien gezond en veilig op, ontwikkelen hun talenten en doen mee aan de samenleving.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Ouders /verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen.Als ouders of het ondersteunende sociale netwerk hun rol niet kunnen vervullen, is er een taak weggelegdvoor de overheid om jeugdigen met hulp op maat naar een zelfstandige toekomst te leiden. Kinderen wiens veiligheid in het geding is of die in hun ontwikkeling worden bedreigd, moeten passende hulp krijgenen indien nodigin bescherming wordengenomen.

Met de invoering van de Jeugdwet op 1 januari 2015 zijn gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor de ondersteuning, hulp en zorg van jeugdigen (jeugdhulp). De ministers van VWS en JenV zijn systeemverantwoordelijk voor het gedecentraliseerde stelsel van jeugdhulp, waaronder het wettelijk kader (de Jeugdwet).

De minister is verantwoordelijk voor:

Regisseren: van het wettelijk kader. De Jeugdwet bevat regels voor de inrichting van het jeugdstelsel waaraan gemeenten, jeugdhulpaanbieders en andere partijen moeten voldoen, onder andere op het gebied van toegang, kwaliteit en beleidsinformatie. De minister voert bestuurlijk overleg met de relevante actoren gericht op het realiseren van de maatschappelijke doelen van het jeugdstelsel. De Inspectie Gezondheidszorgen Jeugd (IGJ) en de Inspectie van Justitie en Veiligheid (JenV) zijn verantwoordelijk voor onafhankelijk toezicht op de aanbieders van jeugdhulp. DeJeugdautoriteit heeft de taak om risico's met betrekking tot decontinuïteit van cruciale zorg voor jeugdigen te signaleren, tevoorkomen en op te kunnen vangen. De minister is bovendien verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de werking van het jeugdstelsel.

Financieren: van de gemeenten via het gemeentefonds om hun verantwoordelijkheid voor jeugdhulp op grond van de Jeugdwetwaar te kunnen maken. Uitvoeren van de Subsidieregeling schippersinternaten en subsidiëren van vertrouwenswerken de kindertelefoon.

Stimuleren: de minister bevordert dat de actoren in het jeugdstelsel de jeugdhulp merkbaaren meetbaar beter maken voor de cliënt,de kwaliteit van de jeugdhulp borgen en waar nodig verbeteren. Verbetering van de samenhang tussen beleiden uitvoering op de terreinen van zorg, school en werk. Zorgen voor een landelijke kennisinfrastructuur voor beleidsontwikkeling en -implementatie en zorgvernieuwing.

C. Beleidswijzigingen

Toekomstbestendige organisatie van de jeugdzorg

Naar aanleiding van het rapport ‘Stelsel in groei’, het rapport van de stuurgroep ‘Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet’ en de ‘Uitspraak van de Commissie van Wijzen’ is besloten gemeenten in 2022 € 1,3 miljard extra beschikbaar te stellen voor de tekorten vanwege de jeugdzorg.19 Dat komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Gemeenten committeren zich daarbij aan de invulling van een set aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen opleveren. Het gaat deels over maatregelen waarover april 2021 ook al afspraken met gemeenten zijn gemaakt, zoals het breder invoeren van een praktijkondersteuner jeugd-ggz bij de huisarts. Met deze combinatie van middelen en maatregelen wordt recht gedaan aan de uitspraak van de Commissie van Wijzen.

Het is aan het nieuwe kabinet om integraal te beslissen over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. Het Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (o.a. cliënten, aanbieders en professionals), geven in 2022 uitvoering aan een hervormingsagenda, die bestaat uit de combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Deze hervormingsagenda omvat zowel afspraken over maatregelen die passen binnen het huidige stelsel, als het starten met de voorbereiding van aanpassing in nationale wet- en regelgeving waar een nieuw kabinet definitief over moet besluiten.

Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

Geweld hoort nergens thuis. Toch zijn huiselijk geweld en kindermishandeling de meest voorkomende vormen van geweld die in Nederland plaatsvinden.

De opgave om geweld in afhankelijkheidsrelaties eerder en beter in beeld te krijgen, het duurzaam te stoppen en terug te dringen en de schade ervan te beperken, blijft ook in 2022 nodig. Het onderzoek ‘Een kwestie van lange adem’ en de toelichting op de werkende elementen van het Verwey-Jonker Instituut laten zien dat de inzet van de afgelopen jaren met het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) effect heeft. De randvoorwaarden die hier aan bijdragen zijn: de gezamenlijke inzet op de werkvloer, multidisciplinair werken, een sterke lokale infrastructuur met deskundigheid over veiligheid en werken volgens de gedeelde visie van gefaseerde ketenzorg met bestuurlijk commitment. Het gaat beter met gezinnen waar hulp is georganiseerd. Het is gewenst de verdere ontwikkeling, uitbouw en versterking van deze fundamentele onderdelen te ondersteunen.

Onderdelen van het programma GHNT hangen samen met het toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming dat in 2021 voor consultatie aan veldpartijen is voorgelegd. De inzet is ervoor te zorgen dat de steun, hulp en bescherming van gezinnen die te maken hebben met geweld of waar ontwikkelingsdreiging van een kind speelt, verbetert ook als het gaat om volwassenen zonder kinderen (0-100). De gedachte is om het toekomstscenario in 2022 op basis van de consultatieronde, met de praktijk verder te ontwikkeld. Daarnaast zal in 2022 vervolg geven worden op reeds in gang gezette ontwikkelingen voor specifieke doelgroepen, zoals slachtoffers van seksueel geweld, ouderenmishandeling, schadelijke praktijken en voor het vergroten van gendersensitiviteit in de aanpak van huiselijk geweld.

De impactmonitor huiselijk geweld en kindermishandeling die in december 2022 verschijnt, bevat indicatoren op de doelstellingen van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 15 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

121.864

244.773

117.641

88.672

89.641

89.666

89.564

        

Uitgaven

136.507

249.523

117.641

88.672

89.641

89.666

89.564

waarvan juridisch verplicht

  

98,0%

    
        

3. Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

136.507

249.523

117.641

88.672

89.641

89.666

89.564

Subsidies (regelingen)

78.427

103.926

106.485

77.450

78.418

78.446

78.345

Kennis en informatiebeleid

12.550

11.987

12.744

12.719

12.701

12.702

12.701

Jeugdbeleid

50.355

31.129

59.544

36.852

37.970

38.065

38.067

Jeugdstelsel

15.522

60.810

34.197

27.879

27.747

27.679

27.577

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

11.039

11.111

9.545

9.595

9.597

9.595

9.594

Kennis en informatiebeleid

1.295

2.122

1.696

1.906

1.906

1.905

1.905

Jeugdbeleid

9.631

8.489

7.349

7.189

7.191

7.190

7.189

Jeugdstelsel

113

500

500

500

500

500

500

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

1.577

1.387

1.386

1.389

1.388

1.387

1.387

Overige

1.577

1.387

1.386

1.389

1.388

1.387

1.387

Bijdragen aan mede overheden

45.464

133.075

0

0

0

0

0

Overige

45.464

133.075

0

0

0

0

0

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

0

24

225

238

238

238

238

Overige

0

24

225

238

238

238

238

        

Ontvangsten

7.746

11.682

2.085

2.085

2.085

2.085

2.085

Overige

7.746

11.682

2.085

2.085

2.085

2.085

2.085

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget 2022 van € 106,5 miljoen is circa 99,0 % juridisch verplicht juridisch verplicht in verband met de aangegane verplichtingen voor instellingssubsidies en (meerjarige) projectsubsidies. Het betreft hier o.a. financiering van de schippersinternaten, het Nederlands jeugdinstituut, de Nationale jeugdraad, LOC, de Nederlandse vereniging pleeggezinnen, Kinderrechtencollectief, GGD GHOR, het Landelijk Expertise Centrum Kindermishandeling (LECK), Kindertelefoon en het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ). Daarnaast worden er ook een aantal projectsubsidies gefinancierd rondom de thema's kindermishandeling en huiselijk geweld, gepaste zorg, zorg voor de jeugd, jeugdzorg plus, pleegzorg, professionalisering en de hervormingsagenda. De niet-juridisch verplichte middelen zijn voornamelijk gereserveerd voor subsidies Zorg voor de Jeugd en voor de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld.

Opdrachten

Van het beschikbare budget in 2022 van € 9,5 miljoen, is 86,9% juridisch verplicht. De niet-juridisch verplichte middelen zijn met name gereserveerd voor de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld, professionalisering, gepaste zorg, kinderrechten en informatievoorziening.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget 2022 van € 1,4 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan het CIBG voor de uitvoeringskosten, het jaardocument Jeugd en het beheer van de Verwijsindex risicojongeren.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare bedrag van € 0,2 miljoen is 100% juridisch verplicht.

E. Toelichting op de financiële instrumenten
3. Effectief en efficiënt werkend jeugdstelsel

Subsidies en opdrachten

Kennis en informatiebeleid

Voor het hoofdbudget kennis en informatiebeleid is een bedrag van circa € 14,4 miljoen beschikbaar voor opdrachten en subsidies. De middelen zijn onder andere beschikbaar voor het verzamelen van gegevens ten behoeve van beleidsinformatie jeugd door het CBS. Het CBS publiceert twee keer per jaar statistieken en rapportages over het jeugdhulpgebruik per gemeente. Op basis van de halfjaarlijkse rapportages worden maximaal een viertal nadere onderzoeken uitgezet, om verschillende scores op het jeugdhulpgebruik bij gelijksoortige gemeenten te verklaren. De Jeugdmonitor wordt eenmaal per jaar gepubliceerd om de situatie te laten zien van de jeugd aan de hand van maatschappelijke indicatoren die het brede jeugdveld bestrijken, te weten: wonen, school, werken, middelengebruik, politiecontacten en kindermishandeling.

Het Nederlands Jeugdinstituut heeft een publieke kennistaak voor het jeugdveld en ontvangt voor de uitvoering daarvan een instellingssubsidie van circa € 10,2 miljoen om actuele en betrouwbare kennis over jeugd, vakmanschap en de organisatie van het jeugdveld aan een ieder en om niet aan te kunnen bieden. In 2021 zijn de kennisfuncties van KJP en LVB geïntegreerd in het NJi, de betreffende projectsubsidies zijn komen te vervallen.

Jeugdbeleid

Kindermishandeling en huiselijk geweld

Voor de verschillende onderdelen in de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld zijn middelen beschikbaar, waaronder € 2 miljoen voor het versterken van Forensisch-medische expertise bij kindermishandeling (FMEK)van de GGD GHOR. Verder is er € 1,4 miljoen beschikbaar voor de implementatie van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Het totale beschikbare budget voor het tegen gaan van Kindermishandeling is circa € 11,2 miljoen.

Zorg voor de jeugd

In 2022 is op het hoofdbudget Zorg voor de Jeugd circa € 48,5 miljoen gereserveerd voor subsidies en € 7,1 miljoen voor opdrachten. Onder dit budget wordt een aantal deelonderwerpen onderscheiden:

Het gewone leven versterken

  • Versterken veerkracht van de jeugd

    In 2021 zijn extra middelen beschikbaar gesteld om de nadelige gevolgen van de coronacrisis voor jongeren te beperken, via het zgn. Jeugdpakket (€ 58,5 miljoen) en het Steunpakket welzijn jeugd (€ 40 miljoen). Ook is hiermee ingezet op stimuleren van initiatieven om jongeren eerder en beter te betrekken bij maatregelen die hen aangaan.

    In het kader van het Herstelplan jeugd wordt in 2022 het mentaal welbevinden van de jeugd gemonitord. Aan de hand van de uitkomsten daarvan wordt bezien of er in 2022 aanvullende acties nodig zijn.

  • Vergroten van ontwikkelingskansen

    Door een betere verbinding van onderwijs en zorg op lokaal en regionaal niveau worden ontwikkelingskansen voor kinderen vergroot. Om de financiering van zorg in onderwijstijd te vereenvoudigingen lopen twee regionale pilots met collectieve financiering van zorg in onderwijstijd. Gelijktijdig wordt informatie verzameld bij een aantal scholen om op termijn landelijke collectieve financiering vorm te kunnen geven. Deze scholen worden tevens ondersteund door een zorgarrangeur om hen te helpen bij het regelen van de zorg in onderwijstijd. Naast zorg in onderwijstijd wordt in het kader van onderwijszorgarrangementen in het najaar van 2022 op basis van ervaringen uit 15 proeftuinen in 2021 gestart met de ontwikkeling van een experimentenregeling zodat er meer ruimte is voor onderwijszorgarrangementen aan kinderen die tussen wal en schip vallen van de systemen. Tot slot is er voor de ondersteuning van ouders en kinderen door onderwijszorgconsulenten een subsidie van ca. € 1,7 miljoen beschikbaar.

  • Bevorderen dat jeugd kan participeren

    Het is belangrijk dat jeugdigen onbeperkt en volwaardig kunnen meedoen aan de samenleving, ook als zij te maken hebben met een beperking of chronische aandoening. Er wordt in 2022 verder gewerkt aan de uitvoering van de drie routes uit het onderzoek van KPMG Toegang voor jeugd met een levenslange en levensbrede hulpvraag: routes naar een integrale afweging. Het doel is om de toegang voor deze doelgroep in het sociaal domein te verbeteren. Naast meedoen, is het belangrijk dat jeugdigen en ouders kunnen meepraten en –beslissen. Meepraten en –beslissen van kind en gezin is nodig voor effectieve resultaten en niet voor niets een kinderrecht (VN Verdrag). Bovendien draagt het bij aan reflectie van professionals op hun handelen. Voor het bevorderen van jongerenparticipatie en ervaringsdeskundigheid werken VWS samen met organisaties als NJR en ExpEx die van VWS subsidie ontvangen.

Uitvoeringspraktijk zorg voor de jeugd verbeteren

  • Verbeteren van de toegang tot jeugdhulp voor kinderen en gezinnen Lokale teams zijn in toenemende mate een essentiële factor in het zorglandschap, zowel in samenwerking met het specialistisch veld als met de basisvoorzieningen en netwerken in de wijken. Om passende jeugdhulp te kunnen bieden, het gewone leven te versterken en grip te krijgen op de uitgaven in de jeugdhulp, is het van belang dat er kwalitatief goede lokale teams zijn. Lokale teams die elk een andere verschijningsvorm kunnen hebben, maar waarbij de basis op orde is. Zoals het goed kunnen verwijzen/triageren door bijvoorbeeld hoogopgeleide (specialistische) toegangsprofessionals. Lokale teams die ook zelf lichte vormen van ambulante hulp kunnen aanbieden en die goed samenwerken met de (vaak regionaal ingekochte) specialistische jeugdzorgaanbieders. Met subsidies aan VNG, kennisinstituten en andere veldpartijen wordt het collectief leren van lokale teams gefaciliteerd en worden gemeenten en lokale teams gestimuleerd de toegang te versterken en de vijf basisfuncties en bijbehorende inzichten (uit het KPMG-onderzoek) in te praktijk te brengen en te borgen. De basisfuncties maken onderdeel uit van de regiovisie van de Gezamenlijke Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) van de VNG, waarmee gemeenten met hulp van het OZJ aan de slag gaan. Specifiek voor het aspect «veiligheid» ontvangen gemeenten via het Programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) ondersteuning met instrumenten die op basis van het Kwaliteitskader Werken aan Veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten zijn gemaakt. Met de zelfscan zien gemeenten hoe zij hun lokale teams kunnen versterken. Daarnaast wordt een informatiebox ontwikkeld.

  • Investeren in gezinsgericht opgroeien

    We blijven het ontwikkelen van meer gezinsachtige, kleinschalige voorzieningen in de residentiele jeugdhulp voor jeugdigen die uit huis worden geplaatst ondersteunen. Voor het Actieplan Pleegzorg en de Uitvoeringsagenda Gezinshuizen is een bedrag van € 1,6 miljoen beschikbaar. We ondersteunen de vastgoedtransitie van (gesloten) residentiële jeugdhulpinstellingen om de zorg voor jeugdigen die uit huis zijn geplaatst te verbeteren.

  • Bevorderen van een goede overgang naar volwassenheid

    Ook in 2022 worden gemeenten en zorgaanbieders ondersteund bij de totstandkoming van doorlopende en ontwikkelingsgerichte zorgarrangementen voor kwetsbare jongeren. Hiervoor heeft het kabinet structureel € 11,4 miljoen uitgetrokken die is toegevoegd aan het Gemeentefonds. Vanuit de instellingssubsidie aan het Nederlands Jeugdinstituut wordt ook in 2022 gewerkt aan het ontwikkelen en ontsluiten van kennis voor gemeenten en zorgorganisaties die relevant is voor een goede ondersteuning bij het begeleiden van jongeren naar volwassenheid. Richting volwassenheid hebben jongeren ondersteuning nodig op meerdere leefgebieden: onderwijs/werk, wonen, zorg, support en inkomen/schulden.

  • Oplossen en leren van complexe casuïstiek

    Elke jeugdhulpregio heeft een regionaal expertteam, als opschalingsniveau voor complexe casuïstiek die lokaal niet beantwoord kan worden. De VNG heeft de vier basisfuncties van expertteams (consulatie en advies, procesregie, signaleren en leren) bestuurlijk vastgelegd. De diversiteit in ontwikkelingsniveau van de expertteams is groot. In 2022 is ondersteuning nodig om alle expertteams op voldoende niveau te krijgen. Om te zorgen dat jongeren met meervoudige problematiek en hun ouders tijdig en beter geholpen worden, zijn via een amendement Klaver en Westerveld in structureel middelen beschikbaar voor acht bovenregionale expertisecentra jeugdhulp. Vanaf 2021 is hiervoor structureel € 26 miljoen beschikbaar (Kamerstukken II 2019/20, 35300-XVI, nr. 7). Elk expertisecentrum voorziet in drie functies: 1) consultatie en advies 2) organiseren van hulp en 3) kennis en leren. Als hoogste escalatieniveau is er een klein landelijk bemiddelingsteam. Gewenste ontwikkeling is dat deze landelijke bemiddelingsfunctie minder nodig is als expertteams taakvolwassen worden.

Lerend jeugdstelsel stimuleren

  • Versterken vakmanschap jeugd- en gezinsprofessionals

    Vanuit de instellingssubsidie aan het Nederlands Jeugdinstituut wordt in 2022 het richtlijnenprogramma jeugdhulp en jeugdbescherming en het platform Vakmanschap gefinancierd. De middelen worden ingezet voor het ontwikkelen, onderhouden en implementeren van richtlijnen en het faciliteren van kennisuitwisseling en – toepassing met en door jeugdprofessionals. Om invulling en uitvoering te geven aan projecten uit de arbeidsmarktagenda jeugd ontvangt het arbeidsmarktfonds Fonds Collectieve Belangen (FCB) een subsidie van € 2,4 miljoen voor de periode tot eind 2022. Om invulling en uitvoering te geven aan het opzetten van een lerend netwerk in de jeugdzorg ontvangt jeugdhulpaanbieder Levvel een subsidie van circa € 0,3 miljoen voor de periode 2021 ‒ 2022. VWS stelt verder voor de periode 2020-2023, € 1,3 miljoen beschikbaar voor Erkenning van eerder Verworven Competenties (EVC) via de subsidieregeling EVC Jeugd- en gezinsprofessional.

  • Professionaliseren van opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap van gemeenten en aanbieders

    Door o.a. te investeren in het versterken van regionale samenwerking, het verbeteren van inkoop en aanbesteden en het terugdringen van administratieve lasten, wordt in 2022 het opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap van gemeenten en aanbieders verder geprofessionaliseerd.

Jeugdstelsel

Voor het hoofdbudget jeugdstelsel is een bedrag van circa € 34,2 miljoen beschikbaar voor subsidies en € 0,5 miljoen voor opdrachten. Middels het beschikbare budget worden diverse jeugdstelsel onderwerpen gefinancierd.

Voor de opvang en verzorging van minderjarige kinderen van binnen­ schippers, kermisexploitanten en circusartiesten ontvangen internaten subsidie waarvoor circa € 14,5 miljoen beschikbaar is.

In 2022 wordt € 4 miljoen beschikbaar gesteld voor de Jeugdautoriteit. De Jeugdautoriteit is op 1 januari 2019 opgericht om bij te dragen aan de borging van continuïteit van jeugdhulp, kinderbescherming of jeugdreclassering, door te signaleren, te voorkomen en op te vangen. De positie en taken van de Jeugdautoriteit zijn vastgelegd in het Instellingsbesluit Jeugdautoriteit20. Daarbij adviseert de Jeugdautoriteit het Rijk over de «Subsidieregeling Continuïteit Cruciale Jeugdzorg». De Jeugdautoriteit zal verder toegroeien naar de toezichts- en onderzoekstaken die wettelijk worden vast gelegd. Verder is in 2022, € 6 miljoen beschikbaar voor verbeterprogramma’s, waarbij de aanbieders van cruciale jeugdhulp die dat nodig hebben ondersteund worden bij het verbeteren van hun bedrijfsvoering. Dit kan aanbieders ook helpen om zich voor te bereiden op de implementatie van het in voorbereiding zijnde wetsvoorstel beschikbaarheid zorg voor jeugdigen waarin aanvullende eisen aan de bedrijfsvoering worden gesteld zoals een transparante jaarverantwoording.

Voor de wettelijke gecentraliseerde taak van de luisterlijn en het vertrouwenswerk, de Kindertelefoon en het advies- en klachtenbureau jeugdzorg, is in de begroting een bedrag van circa € 14 miljoen aan subsidiemiddelen beschikbaar.

Ontvangsten

Overige

In 2022 verwachten wij ontvangsten van niet volledig uitgeputte subsidies. Deze ontvangsten worden geraamd op € 2 miljoen. 

3.6 Artikel 6 Sport en bewegen

A. Algemene doelstelling

Een sportieve samenleving waarbij plezier in sport en bewegen belangrijk is, waarin voor iedereen passende en veilige sport- en beweegmogelijkheden aanwezig zijn en topsport mensen inspireert en samenbrengt.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor het landelijke sportbeleid. Aan dit sportbeleid ligt vooral de maatschappelijke betekenis van sport ten grondslag. Sport en bewegen dragen in belangrijke mate bij aan een betere gezondheid, aan het verbeteren van leefbaarheid en veiligheid, sociale samenhang en integratie, aan het verbeteren van de schoolprestaties en het verminderen van schooluitval. Daarnaast erkent de minister de intrinsieke waarde van sport en het belang van sportevenementen. Vanuit die verantwoordelijkheid vervult de minister de volgende rollen:

Stimuleren: van samenwerking tussen relevante partijen om op lokaal niveau sportmogelijkheden te bewerkstelligen, van bevorderen van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.

Financieren: van programma’s die bijdragen aan voor iedereen passende en veilige sport- en beweeginfrastructuur, van internationaal aansprekende sportevenementen, van de ambitie om te behoren tot de beste tien sportlanden ter wereld, van innovatie, kennisontwikkeling en kennisdeling.

Regisseren: het bijeenbrengen van gemeenten, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en provincies binnen het Sportakkoord om tot een gezamenlijke beleidsagenda te komen.

C. Beleidswijzigingen

In 2022 werken we toe naar het laatste jaar van de eerste periode van het Nationaal sportakkoord. Na drie jaar beginnen we de positieve effecten te zien van alle lokale sportakkoorden die zijn afgesloten.

Met het Sportakkoord wordt samen met de sport(verenigingen), gemeenten, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties de handen ineengeslagen om de kracht van sport de komende jaren beter te kunnen benutten: om alle Nederlanders te verenigen via sport en bewegen. In het laatste jaar van de sportakkoorden zal er een voorstel komen voor de doorontwikkeling. Hoe behouden we de energie en de positieve resultaten vast en verbinden we deze aan de politieke wensen uit het regeerakkoord.

Door corona is de ‘kloof’ verscherpt tussen degenen die actief zijn en degenen die te weinig sporten en bewegen. Er zijn blijvende investeringen in sport en bewegen nodig om een groter deel van de Nederlanders te bereiken en zo die kloof te dichten. Hiertoe is er de afgelopen maanden hard gewerkt aan een gezamenlijke inzet op rijksniveau om bewegen te stimuleren. Op 20 mei jl. heeft u het resultaat hiervan ontvangen met de brief ‘Nederland vitaal en in beweging’ (Kamerstukken II 2020/21, 32793, nr. 552). Vijf departementen zijn betrokken om te laten zien dat de beweegopgave in Nederland een gezamenlijk gedragen missie is. Het gaat hierbij over het betrekken van de sport bij de opgave om 75% van Nederland in 2040 aan de dagelijkse beweegnorm te laten voldoen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 16 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

439.953

754.827

368.244

447.178

447.128

447.191

447.117

        

Uitgaven

433.872

814.809

383.244

447.378

447.128

447.191

447.117

waarvan juridisch verplicht

  

98,8%

    
        

1. Passend sport- en beweegaanbod

1.457

366

0

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

1.457

366

0

0

0

0

0

Passend sport- en beweegaanbod

1.457

366

0

0

0

0

0

        

2. Uitblinken in sport

1.252

0

0

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

1.252

0

0

0

0

0

0

Uitblinken in sport

1.252

0

0

0

0

0

0

        

4. Sport verenigt Nederland

431.163

814.443

383.244

447.378

447.128

447.191

447.117

Subsidies (regelingen)

185.631

314.563

164.226

168.503

168.233

168.383

168.297

Sportakkoord

119.669

227.513

76.923

76.857

76.540

76.722

76.786

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

56.755

76.426

75.794

75.766

75.519

75.490

75.491

Kennis en innovatie

9.207

10.624

11.509

15.880

16.174

16.171

16.020

Inkomensoverdrachten

13.762

15.863

15.266

14.566

14.567

14.561

14.563

Financiële voorziening topsporters

13.762

15.863

15.266

14.566

14.567

14.561

14.563

Opdrachten

1.304

3.759

1.738

738

737

737

737

Sportakkoord

1.046

3.354

1.465

515

514

514

514

Kennis en innovatie

145

193

223

223

223

223

223

Overige

113

212

50

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

2.645

2.978

2.975

2.975

2.976

2.970

2.976

Dopingautoriteit

2.645

2.978

2.975

2.975

2.976

2.970

2.976

Bijdrage aan medeoverheden

227.479

475.690

195.422

185.266

185.280

185.223

185.228

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties

188.529

193.213

185.259

185.266

185.280

185.223

185.228

Sportakkoord

38.950

282.477

10.163

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

283

1.525

3.525

3.525

3.525

3.525

3.525

Dopingbestrijding

283

325

325

325

325

325

325

Organisaties in de Sport

0

1.200

3.200

3.200

3.200

3.200

3.200

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

59

65

92

71.805

71.810

71.792

71.791

Sportakkoord

59

65

92

71.805

71.810

71.792

71.791

        

Ontvangsten

20.001

71.740

15.740

15.740

15.740

15.740

15.740

Overige

20.001

71.740

15.740

15.740

15.740

15.740

15.740

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. Het betreft de Btw-vrijstelling voor sportclubs. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de Fiscale regelingen’.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 164,2 miljoen is 97,6% juridisch verplicht in verband met de aangegane verplichtingen voor instellingssubsidies en (meerjarige) projectsubsidies. Het betreft onder meer de instellingssubsidies aan NOC*NSF, het Kenniscentrum sport en Mulier Instituut. Bij de projectsubsidies betreft het onder meer de subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties, topsportevenementen en de uitwerking van de deelakkoorden van het Sportakkoord.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 1,7 miljoen is 64,9% juridisch verplicht.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 15,3 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de Stipendiumregeling en kostenvergoeding voor topsporters.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 3,0 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de bijdrage aan de Dopingautoriteit.

Bijdragen aan medeoverheden

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 195,4 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met de Regeling specifieke uitkering stimulering sport en de Regeling specifieke uitkering voor lokale Sportakkoorden.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 3,5 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met een bijdrage aan de World Anti-Doping Agency (WADA) en Stichting Kansspelbelangen (STAK).

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare budget voor 2022 van € 0,1 miljoen is 100% juridisch verplicht in verband met een bijdrage voortvloeiend uit de European Partial Agreement in Sports (EPAS).

E. Toelichting op de financiële instrumenten
4. Sport verenigt Nederland

Bijna de helft (53%) van de Nederlandse bevolking (4 jaar en ouder) voldoet aan de beweegrichtlijnen om zowel (matig) intensieve inspanning als spier- en botversterkende activiteiten te verrichten. Met name op het gebied van matig tot zwaar intensieve inspanningen wordt maar door een beperkt deel (57%) van de bevolking aan de normen voldaan. Voor spier- en botversterkende activiteiten is dit een stuk meer (85%). Voor zowel de gecombineerde norm als de beide onderdelen van die norm geldt dat in de afgelopen vier jaar een kleine maar stabiele groei te zien is van ongeveer vijf procentpunten.

De Nederlandse topsport is een groot goed en mondiaal wordt goed gepresteerd. De internationale medaillespiegel is een kernindicator om te monitoren hoe Nederland zich verhoudt ten opzichte van de beste topsportlanden ter wereld. Deze cijfers worden gepresenteerd voor Olympische- en Paralympische sporten. In de komend jaren komen er meer indicatoren die de maatschappelijke waarde van topsport in bredere zin laten zien.

Subsidies en opdrachten

SportakkoordMet het Sportakkoord worden samen met de sport, gemeenten, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties de handen ineengeslagen om de kracht van sport de komende jaren beter te kunnen benutten: om Nederland te verenigingen via sport en bewegen (Kamerstukken II 2017/18, 30234, nr. 185). In 2022 is via subsidies en opdrachten in totaal € 77,5 miljoen beschikbaar.

Vanuit de verschillende deelthema’s van het Sportakkoord wordt ingezet op:

Inclusief sporten De alliantie Sporten en bewegen voor iedereen is opgericht. Deze bestaat uit 10 partijen die allen een subsidie hebben gekregen voor de taken binnen de alliantie. Hierbij gaat het om het vergroten van de bewustwording bij sport- en beweegaanbieders, en om mensen die belemmeringen ervaren om te sporten/bewegen in mogelijkheden te gaan laten denken. De alliantie wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter die de taak verricht via een opdracht. Daarnaast lopen er verschillende projecten via subsidie, challenge of opdracht die erop gericht zijn om de ervaren belemmeringen van mensen weg te nemen. Hierbij gaat het om financiële en praktische belemmeringen. In 2022 is hiervoor € 4,3 miljoen beschikbaar.

Vaardig in bewegen Ook de komende jaren worden de Koningsspelen georganiseerd. Hiervoor is een projectsubsidie verstrekt tot en met editie 2023. Voor een gezonde leefstijl binnen het onderwijs loopt de huidige subsidiebijdrage aan Gezonde School door. Met de handreiking ‘Van jongs af aan vaardig in bewegen’ zet het Kenniscentrum Sport en Bewegen - samen met de betrokken stakeholders op Vaardig in bewegen - een product neer voor alle lokale eindgebruikers van sport en bewegen voor de jeugd. Met als doel het bieden van een handvat om praktisch aan de slag te gaan met instrumenten, methodieken, onderzoek en kennis op het thema Vaardig in bewegen. Verder wordt er bijgedragen aan beleid rond buitenspelen, onder andere partijen als de Cruijff- en Krajicek Foundation, Jantje Beton en kennisinstanties doen hieraan mee.

Daarnaast vindt inzet plaats op het Nationale Plan Zwemveiligheid 2020-2024. Dit plan heeft als doel om inwoners zwemvaardiger te maken, zwemomgevingen in Nederland veiliger te maken en inwoners zich bewuster te maken van risico's op verdrinking. Daarbij wordt ingezet op intensivering van maatregelen voor groepen met de hoogste risico’s en worden interventiepilots uitgevoerd om maatregelen te toetsen op toepasbaarheid, effectiviteit en bruikbaarheid. Het onderwerp sportblessurepreventie is geïntegreerd in het nieuwe onderzoeksprogramma sport waarbij de kennisbehoefte van de praktijk centraal staat. Deze kennisbehoefte moet bijdragen aan de missie om het aantal blessures en de duur hiervan terug te dringen. Aanvullend op deze kennis wordt de aard en omvang van sportblessures gedetailleerd gemonitord. In dit thema is er specifieke aandacht voor de relatie tussen hersenletsel en sport.In 2022 is hiervoor € 1,9 miljoen beschikbaar.

Positieve sportcultuurDe ambitie is dat iedereen overal met plezier, veilig, eerlijk en zorgeloos kan sporten. Het creëren van een positieve sportcultuur en het zo veel als mogelijk voorkomen en aanpakken van grensoverschrijdend gedrag vraagt om aandacht van iedereen. Daar hoort ondersteuning van bestuurders, sportclubs, trainers, ouders, arbitrage en verzorgers bij. Dit alles met als doel het plezier in sport te vergroten en iedereen langer aan de sport te binden en de kans te vergroten dat mensen ook op latere leeftijd actief blijven binnen een sportvereniging als sporter en als vrijwilliger. In 2022 is hiervoor € 4,6 miljoen beschikbaar.

Vitale sportaanbieders Er is een subsidie aan NOC*NSF verstrekt, die zich richt op het versterken van de organisatiegraad van de sportsector en op het versterken van lokale sportaanbieders. Sportaanbieders kunnen hierbij ondersteunende diensten afnemen die aansluiten bij de eigen behoefte, bijvoorbeeld opleidingen om technisch-, bestuurlijk-, en vrijwillig kader te versterken. Daarnaast loopt er een subsidie gericht op het versterken van bonden via de Impuls Versterken bonden en de extra uitbreiding van de buurtsportcoach gericht op ondersteuning van sportaanbieders. Ook wordt er budget aangewend om de sector te helpen bij de uitvoering van een plan om de arbeidsmarkt in de sport te versterken. In 2022 is hiervoor € 14,4 miljoen beschikbaar.

Topsport die inspireert Topsport kan vele Nederlanders op veel manieren inspireren. Topsport en topsportprestaties hebben maatschappelijke waarde en deze waarde wordt in het landelijke topsportbeleid het centrale uitgangspunt. Met de sport, gemeenten, overheid, media en bedrijfsleven wordt vanuit een gezamenlijke aanpak gewerkt aan het zichtbaar maken en vergroten van de maatschappelijke waarde van topsport. VWS stelt in totaal € 41,5 miljoen beschikbaar voor een optimaal topsportklimaat in Nederland, waarin we oog hebben voor het verantwoord organiseren van topsport, waardering voor het brede scala aan Nederlandse topsportprestaties en de maatschappelijke waarde van topsport.

De rijksoverheid wil meer maatschappelijke waarde uit topsportevenementen halen door onder meer het bereik te vergroten en de evenementen verantwoord te organiseren (Kamerstukken II 2020/21, 30234 nr. 257). Daarvoor werken we nauw samen met sportbonden, provincies en gemeenten. We zetten daarbij een aantal concrete beleidsinstrumenten in: het Coördinatie- en Informatiepunt Topsportevenementen, de ontwikkeling van een onderzoeks- en innovatieprogramma, de ontwikkeling van een Maatschappelijk activatieprogramma en een subsidieregeling voor de organisatie van topsportevenementen. Hiervoor is 10,8 miljoen euro per jaar beschikbaar.

Duurzame en toegankelijke sportaccommodatiesHet rijk zet zich met gemeenten in om sportaccommodaties te verduurzamen en beter toegankelijk te maken. De subsidieregeling Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties loopt door. Sportaanbieders (sportverenigingen, stichtingen en andere niet-winstbeogende investeerders in sportaccommodaties) kunnen een subsidie aanvragen van 20% voor de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties of voor de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen. Hierbij is er een mogelijkheid tot een aanvullende subsidie van 10% voor investeringen in duurzaamheid, veiligheid, toegankelijkheid en circulariteit van sportaccommodaties. In 2022 is via subsidies en opdrachten in totaal € 76,8 miljoen beschikbaar.

Kennis en innovatie sportbeleidHet programma sportinnovator loopt door tot en met 2022. VWS wil de inzet van het sport onderzoek hierop aansluiten. Hiertoe wordt een beperkt aantal missies in het sportonderzoek gesteund waarbij het de intentie is met het sportonderzoek de eerste stappen te zetten op weg naar een geïntegreerd programma voor sportonderzoek en innovatie vanaf 2023. Hiervoor is € 3 miljoen beschikbaar voor de periode tot en met 2022. De VWS middelen voor het verder brengen van het sportonderzoek worden in partnerschap met ZonMw en NOC*NSF ingezet.

Daarnaast wordt ingezet op het valideren van kansrijke sport- en beweeg interventies en op het borgen en verspreiden van beschikbare kennis via het Kenniscentrum en Kennisportal sport.

Het Mulier Instituut, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) krijgen subsidie om de monitoring van indicatoren in de sport uit te voeren. Het Mulier Instituut, het RIVM, het Kenniscentrum Sport en Bewegen, NOC*NSF en VSG zijn vertegenwoordigd in een consortium dat de monitoring van het sportakkoord verzorgt.

In totaal is voor kennissubsidies en -opdrachten € 11,7 miljoen beschikbaar in 2022.

Inkomensoverdrachten

Financiële voorziening topsporters Het Fonds voor de Topsporter verzorgt het uitkeren van een stipendium aan A- en High Potential topsporters die financieel gezien niet - via zijn/haar sport, dan wel op een andere manier - in zijn/haar levensonderhoud kunnen voorzien. Zo kunnen zij zich volledig richten op hun sportcarrière. Het Fonds voor de Topsporter zorgt daarnaast voor het uitkeren van kostenvergoedingen aan topsporters. VWS stelt hiervoor in totaal € 15,3 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Dopingautoriteit Voor het tegengaan van dopinggebruik wordt aan de Dopingautoriteit een bijdrage beschikbaar gesteld. Hiervoor is € 3,0 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan medeoverheden

Duurzame en toegankelijke sportaccommodaties Onder voorwaarden konden gemeenten, sportverenigingen en

sportstichtingen tot 2019 de BTW die aan hen in rekening werd gebracht bij investeringen in sportaccommodaties en sportmaterialen in aftrek brengen. Door een uitspraak van het Europese Hof van Justitie is bovenstaande mogelijkheid tot aftrek aangepast. De ‘Regeling specifieke uitkering stimulering sport’ beoogt daarom de ontwikkeling en instandhouding van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen door gemeenten te stimuleren, daar waar de mogelijkheid tot btw-aftrek is vervallen. De regeling is gestoeld op de uitgangswaarden van de mogelijkheden die er tot 1 januari 2019 waren om de btw af te trekken. In totaal is in 2022 hiervoor € 185,3 miljoen beschikbaar.

Sportakkoord Lokale en/of regionale sportakkoorden zijn het aangewezen instrument om de ambities uit het Nationaal Sportakkoord te realiseren. In een lokaal sportakkoord maken partijen afspraken welke ambities op het gebied van sport en bewegen er binnen hun gemeenten zijn en hoe ze deze willen bereiken. Over lokale en regionale akkoorden is in het Nationaal Sportakkoord het volgende opgenomen: VWS, VSG/VNG en NOC*NSF stellen daarbij hun kennis en ondersteuning beschikbaar. Gemeenten kunnen voor het uitvoeren van het sportakkoord aanspraak maken op uitvoeringsbudget. Dit kan worden besteed aan een of meer thema's van het sportakkoord (de gemeenten zijn hier vrij in). Hoeveel budget er beschikbaar is voor een gemeente hangt af van het inwoneraantal op 1 januari 2019. De budgetten liggen tussen de € 10.000 en € 200.000. In 347 gemeenten is men bezig met een lokaal sportakkoord. In totaal is in 2022 hiervoor € 10,2 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Jaarlijks wordt een bijdrage beschikbaar gesteld voor de kosten die de World Anti Doping Agency (WADA) aan de deelnemende landen doorberekend. Daarnaast vindt als gevolg van een wijziging van de Wet op de Kansspelen een compensatie richting de Stichting Kansspelbelangen (STAK) plaats. In totaal is € 3,5 miljoen beschikbaar.

Ontvangsten

De ontvangsten in 2022 betreffen voornamelijk terugbetalingen door gemeenten als gevolg van de vaststellingen op de ‘Regeling specifieke uitkering stimulering sport’ 2020. Daarnaast worden ontvangsten verwacht van niet volledig uitgeputte subsidies. In totaal worden de ontvangsten geraamd op € 15,7 miljoen.

3.7 Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering WO II

A. Algemene doelstelling

De zorg voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen uit de Tweede Wereldoorlog (WO II) is geborgd en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven. 

Uit het Nationaal Vrijheidsonderzoek 2021 van het Nationaal Comité 4 en 5 mei blijkt ruim acht op de tien Nederlanders de Nationale herdenking op 4 mei (heel) belangrijk te vinden. Een bijna even grote groep Nederlanders (74%) geeft daarnaast aan de viering van Bevrijdingsdag op 5 mei (heel) belangrijk te vinden. Ook geeft zes van de tien Nederlanders (57%) aan zich tijdens de Nationale herdenking op 4 mei in sterke mate met elkaar verbonden voelt en op de Bevrijdingsdag op 5 mei is dat ruim vier op de 10 Nederlanders (43%). In onderstaand figuur is te zien dat het draagvlak onder de Nederlandse bevolking voor de herdenking op 4 mei en de viering van de bevrijding op 5 mei groot is.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor de continuïteit, kwaliteit, effectiviteit en toekomstgerichtheid van specifieke zorg en het stelsel van pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II. Het is belangrijk om de herinnering aan WO II levend te houden en te borgen dat blijvend betekenis kan worden gegeven aan het verhaal. De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren: van het blijvend betekenis laten houden aan de herinnering aan WO II.

Financieren: van begeleidende instellingen voor maatschappelijk werk en sociale dienstverlening aan erkende deelnemers aan het voormalig verzet en oorlogsgetroffenen, van instellingen die de herinnering aan de WO II levend houden.

Regisseren: het in stand houden en ondersteunen van een infrastructuur die het mogelijk maakt de zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II te garanderen en de herinnering aan WO II blijvend betekenis te laten houden, actueel houden van de wet- en regelgeving voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II.

Uitvoeren: opdrachtgever en toezichthouder van diverse ZBO’s en het Nationaal Comité 4 en 5 mei.

C. Beleidswijzigingen

In 2022 richten wij ons op het verder verankeren en het levend houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse samenleving. De herinneringscentra en de oorlogsmusea herstellen zich na de gedwongen sluiting vanwege corona in 2020 en 2021. Het in 2021 onder onze regie gestarte proces wordt voortgezet om de noodzakelijke samenhang aan te brengen in het educatieve aanbod, de digitalisering en het museale aanbod over de Tweede Wereldoorlog. In 2022 wordt de gewenste organisatiestructuur opgebouwd die uitvoering van deze functies in samenhang mogelijk maakt.

Daarnaast wordt er structureel extra ingezet om begeleiding en ondersteuning beter vindbaar en toereikend te maken voor de tweede generatie oorlogsgetroffenen.

Ten slotte zetten we de in 2021 in gang gezette impuls voor de collectieve erkenning van de Indisch en Molukse gemeenschap voort, met als prioriteit het verbeteren van de kennis over de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 17 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

229.165

28.566

214.056

199.912

183.628

167.012

157.337

        

Uitgaven

246.889

227.480

216.942

199.912

183.628

167.012

157.337

waarvan juridisch verplicht

  

97,6%

    
        

1. De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WO II

28.804

23.967

29.574

27.977

26.038

23.117

23.116

Subsidies (regelingen)

27.480

22.910

28.517

26.920

24.981

22.060

22.059

Nationaal Comité

6.357

6.493

6.494

5.992

5.995

5.993

5.993

Nationale herinneringscentra

3.836

2.784

2.632

2.631

2.631

2.630

2.630

Collectieve Erkenning Indisch Nederland

2.417

2.216

1.567

1.042

1.042

1.042

1.042

Zorg- en dienstverlening

5.635

6.377

6.380

6.381

6.380

6.378

6.378

Overige

9.235

5.040

11.444

10.874

8.933

6.017

6.016

Bekostiging

0

400

400

400

400

400

400

Overige

0

400

400

400

400

400

400

Opdrachten

189

431

431

431

431

431

431

Overige

189

431

431

431

431

431

431

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.135

226

226

226

226

226

226

Overige

1.135

226

226

226

226

226

226

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

        

2. Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II

218.085

203.513

187.368

171.935

157.590

143.895

134.221

Inkomensoverdrachten

208.455

193.386

177.423

162.407

147.999

134.464

124.790

Wetten en regelingen verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen

208.455

193.386

177.423

162.407

147.999

134.464

124.790

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

9.630

10.127

9.945

9.528

9.591

9.431

9.431

SVB

8.250

9.066

8.725

8.516

8.338

8.341

8.341

PUR

0

1.061

1.220

1.012

1.253

1.090

1.090

Overige

1.380

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

3.483

2.901

2.901

2.901

2.901

2.901

2.901

Overige

3.483

2.901

2.901

2.901

2.901

2.901

2.901

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget van € 28,5 miljoen is 83,2% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling VWS-subsidies. Dit betreft zowel instellingsubsidies die jaarlijks worden verleend als projectsubsidies die meerjarig kunnen zijn.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van € 0,4 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van wachtgelden, de vervoerskosten en de niet op grond van een wettelijke regeling of ziektekostenregeling vergoede kosten van behandeling door stichting Centrum’45, inclusief de noodzakelijke verblijfskosten.

Opdrachten

Van het beschikbare budget van € 0,4 miljoen is 53,6% juridisch verplicht. Het betreft opdrachten ten behoeve van de herinnering aan WO II en de zorg- en dienstverlening.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Van het beschikbare budget van € 0,2 miljoen is 20,4% verplicht. Het betreft de jaarlijkse bijdrage aan International Holocaust Remembrance Association en International Tracing Service

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget van € 177,4 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bekostiging van de pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget van € 9,9 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdragen aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR).

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. De zorg- en dienstverlening aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII en de herinnering aan WO II

Subsidies

Nationaal Comité 4 en 5 mei

Het ministerie van VWS verleent in 2022 een instellingssubsidie van circa € 5,6 miljoen aan het Nationaal Comité voor met name de organisatie van de nationale herdenking op 4 mei en de viering op 5 mei

Nationale herinneringscentra

Het Ministerie van VWS verleent instellingssubsidies (circa € 2,6 miljoen) aan de vijf nationale herinneringscentra: Kamp Vught, Kamp Westerbork, Kamp Amersfoort, het Indisch Herinneringscentrum en het Oranjehotel. Deze spelen een belangrijke rol bij de blijvende betekenis van en de collectieve herinnering aan WO II. Gezien de bezoekersaantallen wordt het bereik van de herinneringscentra steeds groter. Naast het beheer en behoud van historische plekken gaat het vooral om educatieve activiteiten die vanuit de herinneringscentra worden georganiseerd.

Tevens ontvangt het Nationaal Monument Kamp Westerbork een subsidie voor gastsprekers op scholen van € 0,3 miljoen. Gastsprekers vertellen elk hun eigen verhaal over de WO II in Nederland of Nederlands-Indië, of over recente conflictenen vredesmissies.

Collectieve Erkenning Indisch Nederland

In 2022 wordt € 1,5 miljoen besteed aan de vaste onderdelen van de collectieve erkenning van Indisch- en Moluks Nederland die vastgelegd zijn in de programmalijnen contextgebonden zorg, herdenken en de Nederlands-Indische pleisterplaats de Sophiahof en aan projecten via de subsidieregeling CEWIN (in totaal € 1,0 miljoen). Het is van groot belang dat de collectieve erkenning van Indisch-en Moluks Nederland verankerd is en blijft in de Nederlandse samenleving. De Indische- en Molukse gemeenschap bepaalt zelf hoe de verankering in de samenleving vorm krijgt.

Zorg- en dienstverlening

Na WO II is in Nederland voor de deelnemers aan het voormalig verzet en de oorlogsslachtoffers geleidelijk een stelsel van pensioenen, uitkeringen en hulp- en dienstverlening ontstaan. Dit komt voort uit de principes van ereschuld tegenover de deelnemers aan het voormalig verzet en bijzondere solidariteit tegenover de oorlogsslachtoffers. Het aantal voormalig verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen neemt gestaag af. Gezien deze ontwikkeling moeten ook de uitvoeringsorganisaties zich aanpassen. Het is belangrijk dat dit op een verantwoorde manier gebeurt, zodat continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening zijn gewaarborgd. Het ministerie van VWS begeleidt en faciliteert deze ontwikkeling. Om zorg- en dienstverlening (maatschappelijk werk, sociale dienstverlening) aan (erkende) verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen mogelijk te maken, worden subsidies (in totaal € 6,4 miljoen) verleend aan gespecialiseerde instellingen zoals Joods Maatschappelijk Werk, Stichting Arq en De Basis.

Overige

Dit betreft onder andere subsidies voor het levend houden van de herinnering WO II langs de domeinen kennis, museale functie, educatie en informatie en overige subsidies met een beperkt kasbeslag zoals subsidies op grond van het Beleidskader voor de subsidiëring van projecten en activiteiten ten behoeve van de participatie en emancipatie van de Sinti en Roma in Nederland.

Onder Overige is in de begroting 2022 5,6 miljoen gereserveerd voor de tegemoetkoming Indische Gemeenschap. De in 2021 in gang gezette impuls voor de collectieve erkenning van de Indisch en Molukse gemeenschap wordt in 2022 voortgezet, met als prioriteit het verbeteren van de kennis over de geschiedenis van voormalig Nederlands-Indië.

2. Pensioenen en uitkeringen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WO II

Inkomensoverdrachten

Wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen

De wetten en regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen worden alleen nog bijgesteld als wijzigingen in aanpalende wetten dat noodzakelijk maken, bijvoorbeeld op het terrein van zorg en sociale zekerheid. In het kader van de wetten voor verzetsdeelnemers en

oorlogsgetroffenen uit WO II (Wuv, Wubo en Wbp) worden onder andere tegemoetkomingen (inkomensafhankelijk) en vergoedingen (inkomensonafhankelijk) voor bijzondere voorzieningen toegekend als onderdeel van de totale uitkering. Het betreft met name uitgaven voor medische voorzieninge, huishoudelijke hulp, deelname maatschappelijk verkeer en overige voorzieningen zoals vervoer.

Voor 2022 is circa € 177,4 miljoen beschikbaar, waarvan het merendeel voor de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (€ 109,7 miljoen). Voor de Wubo en de Wbp is in 2022 € 47,8 miljoen respectievelijk € 16,9 miljoen beschikbaar.

Kengetal: Uitkeringen aan Oorlogsgetroffenen WO II (bedragen x €1.000.000)

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Sociale Verzekeringsbank (SVB) en Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)

Om pensioenen, uitkeringen en bijzondere voorzieningen te kunnen toekennen aan verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen, is in 2022 € 14,2 miljoen beschikbaar voor de SVB en de PUR.

Prestatie-indicator: percentage eerste aanvragen dat door de PUR en de SVB binnen de (verlengde) wettelijke termijn is afgehandeld.

Bron: Jaarverslag van de PUR en de SVB

De realisatie van de gestelde behandeltermijnen is voor de eerste aanvragen is in 2020 96%, ruim boven de norm. Het aantal nieuwe «eerste» aanvragen in vanaf 2015 (inclusief AOR) 900, in 2016 833, in 2017 671 in 2018 483, in 2019 410 en in 2020 306 per jaar.

Er wordt door de SVB gestreefd naar minimale doorlooptijden. Het percentage aanvragen dat is afgehandeld binnen de (verlengde) wettelijke termijn is een cruciale indicator voor de kwaliteit van de wetsuitvoering. De feitelijke behandeltijd is mede afhankelijk van derden (dit geldt met name voor medische gegevens).

3.8 Artikel 8 Tegemoetkoming specifieke kosten

A. Algemene doelstelling

De zorg financieel toegankelijk houden.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

Financieren: van de zorgtoeslag, inclusief het vaststellen van de hoogte van de zorgtoeslag en de vormgeving van het stelsel van wet- en regelgeving over de zorgtoeslag, financieren van de tegemoetkoming voor personen die in de inkomstenbelasting hun uitgaven voor specifieke zorgkosten als gevolg van heffingskortingen niet of niet geheel kunnen verzilveren.

C. Beleidswijzigingen

Zorgtoeslag

De zorgtoeslag wordt in het kader van de Wet op de Zorgtoeslag bepaald als de standaardpremie (de gemiddelde nominale premie plus het gemiddeld eigen risico) minus een bedrag dat een huishouden zelf moet betalen aan zorgpremie. Dit bedrag is een normpercentage van het minimumloon plus een afbouwpercentage van het inkomen boven het minimumloon.

Tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ)

Bij de aangifte inkomstenbelasting bestaat de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen specifieke zorgkosten af te trekken. Personen die als gevolg van heffingskortingen deze aftrek niet (geheel) kunnen verzilveren ontvangen het niet verzilverbare deel via de TSZ-regeling. Op grond van de gerealiseerde uitgaven 2020 is het jaarlijkse uitgavenbudget structureel verhoogd met € 13,5 miljoen tot bijna € 68 miljoen. De hogere uitgaven worden veroorzaakt door een combinatie van factoren. De hoogte van de heffingskortingen is er daar één van. Met name de ouderenkorting speelt een rol in de verhoging van 2020. Ook de totale aftrek specifieke zorgkosten en de inkomenspositie van belastingplichtigen speelt een rol. De uitgaven aan de TSZ regeling bewegen automatisch mee met die factoren, zodat de tegemoetkoming voor mensen die de fiscale aftrek niet kunnen verzilveren in stand blijft.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 18 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

5.866.368

5.507.049

5.614.749

6.019.249

6.353.049

6.723.849

7.082.049

        

Uitgaven

5.866.368

5.507.049

5.614.749

6.019.249

6.353.049

6.723.849

7.082.049

waarvan juridisch verplicht

  

100%

    
        

Inkomensoverdrachten

5.866.368

5.507.049

5.614.749

6.019.249

6.353.049

6.723.849

7.082.049

Zorgtoeslag

5.801.418

5.439.100

5.546.800

5.951.300

6.285.100

6.655.900

7.014.100

Tegemoetkoming specifieke zorgkosten

64.950

67.949

67.949

67.949

67.949

67.949

67.949

        

Ontvangsten

552.668

0

0

0

0

0

0

Overige

552.668

0

0

0

0

0

0

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regeling vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Tabel 19 Fiscale regelingen 2020-2022, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)
 

2020

2021

2022

Aftrek specifieke zorgkosten

260

257

257

Budgetflexibiliteit

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget voor 2022 van circa € 5,6 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de wettelijke regelingen zorgtoeslag en Tegemoetkoming specifieke zorgkosten.

E. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Inkomensoverdrachten

Zorgtoeslag

Toeslagen kent als tegemoetkoming in de kosten van de nominale premie Zvw en het gemiddeld eigen risico de zorgtoeslag toe aan alle huishoudens die daar recht op hebben en een toeslag aanvragen (zie onderstaand figuur). Hierdoor betaalt idealiter niemand een groter dan aanvaardbaar deel aan Zvw-premie. De raming voor 2022 is € 5,5 miljard. De gemiddelde zorgtoeslag was in 2021 € 1.161 voor een eenpersoonshuishouden en € 1.527 voor een tweepersoonshuishouden.

Figuur 3 Kengetal: Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens met een (voorlopige toekenning).

Bron: Toeslagen

In bovenstaande figuur staat het aantal toekenningen voor de zorgtoeslag voor het betreffende toeslagjaar. De cijfers betreffen de stand op 13 augustus 2021. In de stand van het aantal toekenningen zijn zowel definitieve als voorlopige toekenningen meegenomen. Het aantal ontvangers zorgtoeslag in een jaar kan uiteindelijk hoger of lager uitvallen, omdat de zorgtoeslag met terugwerkende kracht kan worden aangevraagd of teruggevorderd. Als alle aanvragen definitief toegekend zijn, is pas duidelijk hoeveel rechthebbenden er in een jaar zijn.

Tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ)

In de inkomstenbelasting bestaat de mogelijkheid om binnen bepaalde grenzen specifieke zorgkosten af te trekken. Personen die als gevolg van heffingskortingen deze aftrek niet (geheel) kunnen verzilveren ontvangen het niet verzilverbare deel via de TSZ-regeling. De uitgavenraming voor 2022 is € 69 miljoen.

Ontvangsten

Overige

VWS baseert zich bij zijn raming van de zorgtoeslag op ramingen van het CPB ten aanzien van de inkomensontwikkeling van huishoudens en het daaruit volgende recht op zorgtoeslag. Door Toeslagen wordt deze informatie gebruikt bij de voorlopige toekenning van de zorgtoeslag. De inkomensramingen zullen bij een deel van de huishoudens echter te hoog of te laag uitvallen. Er volgen dan terugvorderingen en nabetalingen bij de definitieve vaststelling. Deze worden niet geraamd waardoor er in de budgettaire tabel aan de ontvangstenkant geen bedrag wordt opgenomen voor 2022. Bij Slotwet worden de uitgavenramingen aangepast aan de werkelijke realisaties (inclusief de nabetalingen) en worden de gerealiseerde terugvorderingen aan de ontvangstenkant in beeld gebracht en zo nodig toegelicht.

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 9 Algemeen

A. Inleiding

In dit niet-beleidsartikel worden de departementsbrede uitgaven vermeld die niet zinvol kunnen worden toegerekend aan een beleidsartikel.

Internationaal beleid

Hiertoe wordt nadrukkelijk samengewerkt met andere ministeries, welke daarbij van belang zijn:

  • Buitenlandse Zaken o.a. Wereldgezondheidsorganisatie/Verenigde Naties (WHO/VN), TB/Aids, Europese aangelegenheden en economische diplomatie,

  • Justitie en Veiligheid o.a. drugs en Europese crisisaanpak,

  • Economische Zaken en Klimaat o.a. geneesmiddelenbeleid, strategische autonomie en economische diplomatie,

  • Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit o.a. antimicrobiële resistentie, gezonde voeding & voedselveiligheid,

  • Onderwijs, Cultuur en Wetenschap o.a. wetenschappelijk onderzoek,

  • Infrastructuur en Waterstaat o.a. chemische stoffen, gewasbescherming, biociden, nano- en biotechnologie, gezonde leefomgeving) en

  • Sociale Zaken en Werkgelegenheid (sociale zekerheid).

Het ministerie van VWS vertegenwoordigt Nederland met betrekking tot de voor volksgezondheid, welzijn en sport relevante onderwerpen bij internationale organisaties als de EU, de WHO/VN, de G20, het World Economic Forum (WEF), de Global Health Security Agenda (GHSA), de Raad van Europa en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Vanuit het ministerie van VWS dragen we nadrukkelijk bij aan de ambitie van het kabinet om de Nederlandse volksgezondheid te beschermen en het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse kennisinstellingen een podium te bieden in het buitenland. We nemen een proactieve rol ter versteviging van de bilaterale contacten (in ieder geval met landen binnen de EU en landen als China, Indonesië, Japan, de Verenigde Staten en India).

Prioriteiten 2022

De effecten van de COVID-19 pandemie op de mondiale gezondheid hebben laten zien dat internationale samenwerking op het gebied van volksgezondheid cruciaal is en blijvend grote inzet behoeft op de bestrijding van de huidige pandemie en de verschillende deelterreinen van pandemic preparedness en Global Health Security. "No one is safe until everyone is safe". Nederland erkent dat gezondheidsdreigingen niet beperkt blijven tot dieren, mensen en mileu, en staat voor een One Health benadering op gezondheid. Nederland zal zich daarom nog nadrukkelijker verhouden tot internationale samenwerking om de nationale volksgezondheid te beschermen. Zowel binnen de EU, als mondiaal. Samenwerking met internationale partners als de EU, de WHO, de GHSA en de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI) vraagt zowel om herziening, als om verdieping. VWS zal nauw samenwerken met andere betrokken departementen.

Veel (COVID-19 gerelateerde) initiatieven die in 2020 en 2021 zijn gestart zullen in 2022 en de jaren erna zijn beslag krijgen. Dat geldt bijvoorbeeld voor een versterkte internationale samenwerking op het gebied van vaccinontwikkeling, de internationale samenwerking van Nederland binnen Europese kaders om kansrijke initiatieven voor vaccinontwikkeling in kaart te brengen en met ontwikkelaars en farmaceutische bedrijven te onderhandelen, met als doel wereldwijde beschikbaarheid en toegang tot vaccins en de beoogde Nederlandse betrokkenheid bij het aanleggen van Europese noodvoorraden van vaccins en medische hulpmiddelen (RescEU).

Ook de positie en rolinvulling van multilaterale samenwerkingsorganisaties zullen naar verwachting in 2022 en verder ter discussie staan en mogelijk veranderen, mede afhankelijk van bijvoorbeeld de uitkomsten van de evaluatie van de inzet van de WHO in relatie tot COVID-19 en de EU-inzet op herstel na de coronapandemie op het vlak van gezondheid (EU4Health-programma) alsmede de onderhandelingen over de EU gezondheidsunie en een te verwachten voorstel van de Europese Commissie over een Health Emergency Response Authority (HERA).

Bestaande prioriteiten zoals het vergroten van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van medicijnen en het beperken van de afhankelijkheid van derde landen, het uitzonderen van het sociaal domein van Europese aanbestedingsregels, tabaksontmoediging, het stimuleren van e-health en het tegengaan van antimicrobiële resistentie, zullen evenwel prioriteit blijven. Ook bevorderen we een goede aansluiting tussen het VWS kennisbeleid, het topsectorenbeleid en het Europese onderzoek- en innovatie-instrumentarium, waaronder Horizon Europe.

Ook de samenwerking met landen als de VS, India en China vraagt vanuit volksgezondheidsperspectief verdere verdieping. Met het aantreden van de Biden-administratie is de VS terug op het internationale toneel en is Global Health Security hoog op de agenda gezet. De VS kiest in belangrijke mate steeds meer een onafhankelijkere koers en de afhankelijkheden bij de beschikbaarheid van medische producten ten opzichte van China en India vraagt om een actieve benadering in nauwe samenwerking met de Europese partners. Dit vraagt om blijvende investeringen in ons diplomatieke netwerk.

Vergrijzing en dementie vormen steeds meer een thema op de internationale agenda en Nederland zal nadrukkelijk samenwerken met andere landen die ook te maken hebben met een vergrijzende samenleving. Hierbij proberen we nadrukkelijk te leren van elkaars ervaringen.

Een prominent instrument voor ons internationale beleid blijft het detacheren van medewerkers op onze diplomatieke vertegenwoordigingen in het buitenland en bij de relevante internationale organisaties (WHO en EU). De personele en materiële uitgaven met betrekking tot internationale samenwerking staan vermeld op artikel 10 Apparaatsuitgaven.

B. Budgettaire gevolgen
Tabel 20 Budgettaire gevolgen artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

112.258

30.694

25.054

25.958

28.703

28.472

28.199

        

Uitgaven

121.442

34.562

28.022

28.926

28.703

28.472

28.199

waarvan juridisch verplicht

       
        

1. Internationale samenwerking

102.681

10.879

8.654

8.429

8.204

7.979

7.706

Opdrachten

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

900

900

900

900

0

0

0

Overige

900

900

900

900

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

101.781

9.979

7.754

7.529

8.204

7.979

7.706

World Health Organization

2.968

2.968

2.968

2.968

3.868

3.868

3.868

EMA

5.071

4.027

3.802

3.577

3.352

3.127

2.854

Overige

93.742

2.984

984

984

984

984

984

        

3. Eigenaarsbijdrage RIVM

13.761

18.683

14.368

15.497

15.499

15.493

15.493

Bekostiging

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

13.761

18.683

14.368

15.497

15.499

15.493

15.493

Eigenaarsbijdrage RIVM

13.661

18.683

14.368

15.497

15.499

15.493

15.493

Eigenaarsbijdrage aCBG

100

0

0

0

0

0

0

Eigenaarsbijdrage CIBG

0

0

0

0

0

0

0

        

4. Begrotingsreserve achterborg WFZ-garanties

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Garanties

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Overige

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

        

Ontvangsten

8.369

0

0

0

0

0

0

Overige

8.369

0

0

0

0

0

0

C. Toelichting op de financiële instrumenten
1. Internationale samenwerking

Bij internationale samenwerking gaat het erom dat een bredere dan nationale aanpak meerwaarde biedt. De nadruk moet liggen op het zoeken naar oplossingen voor grensoverschrijdende problemen, waarbij er concrete meerwaarde moet zijn vanuit de missie van het ministerie van VWS. VWS ontplooit activiteiten om invulling te geven aan de internationale samenwerking op de beleidsterreinen van volksgezondheid, welzijn en sport met een beperkt aantal landen en met multilaterale organisaties bij het vormgeven van onze internationale ambities binnen de gezondheidszorg.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

World Health Organization

In 2019 is door VWS een meerjarig partnerschapprogramma met de WHO gestart met als doel samenwerking op vraagstukken van antimicrobiële resistentie, grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen, niet-overdraagbare ziekten (NCDs), veiligheid van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen en effectieve gezondheidssystemen te bevorderen. Het partnerschapprogramma vergroot de Nederlandse invloed binnen de WHO. Ook worden de contacten tussen de WHO en aan VWS gelieerde organisaties bevorderd. Hiervoor is jaarlijks een bedrag van in totaal € 4 miljoen beschikbaar, deels via de bijdrage aan (inter)nationale organisaties (€ 3 miljoen) en deels via de bijdrage aan agentschappen (€ 1 miljoen).

EMA

De bijdrage aan de EMA (€ 3,8 miljoen) betreft de bijdrage aan de huurkosten en het gebruikersonderhoud van de EMA.

3. Eigenaarsbijdrage

Bijdragen aan agentschappen

Eigenaarsbijdrage RIVM

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is een agent-schap van het Ministerie van VWS en doet projectmatig onderzoek voor zijn primaire opdrachtgevers: de Ministeries van VWS, IenW, EZK, LNV en SZW. Op dit artikel worden middelen voor het Strategisch Programma RIVM (SPR) en een aantal overige specifieke eigenaarsbijdragen geraamd (€ 14,4 miljoen). Het SPR bestaat uit onderzoek en andere werkzaamheden die het RIVM uitvoert om de kennis en expertise te ontwikkelen die nodig zijn voor de continuïteit van het instituut. Het SPR 2019–2022 bevat een achttal thema’s.

De Wet op het RIVM vormt de wettelijke basis voor het SPR. Deze wet bepaalt dat de directeur-generaal RIVM jaarlijks een programma van onderzoek opstelt. Hierin beschrijft hij welke inzichten het instituut moet verwerven om zijn taken adequaat te kunnen uitvoeren. Het programma is gericht op de continuïteit van het RIVM op de langere termijn, bedoeld om te kunnen anticiperen op nieuwe kennisvragen van de opdrachtgevers op de middellange en lange termijn en om de positie van het RIVM in het wetenschappelijk veld te handhaven en waar nodig te versterken. Met deze wettelijke bepaling laat de wetgever zien dat het RIVM professioneel zelfstandig is. In het licht van de betekenis van het SPR voor de toekom-stige kennispositie van het RIVM is het budget hiervoor belegd bij de plaatsvervangend secretaris-generaal van VWS, als eigenaar van het agentschap RIVM. Om deze reden worden deze middelen bekostigd vanuit dit niet-beleidsartikel. In de totale bijdrage is ook een bijdrage opgenomen ten behoeve van internationaal onderzoek.

4. Begrotingsreserve achterborg WFZ-garanties

Garanties

Overige

In het kader van het kabinetsbeleid van versobering van risicoregelingen heeft een evaluatieonderzoek van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) plaatsgevonden. Dit onderzoek is in maart 2015 afgerond (Kamerstukken II 2014/15, 34000 XVI, nr. 108). Het onderzoek laat zien dat de doelstellingen van het WFZ nog steeds actueel zijn: bevorderen van de continuïteit van financiering, beperken van de macrorentekosten en stimuleren van goed financieel management bij zorginstellingen. VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. In het kader van de verdere beperking van de risico's is daarom besloten een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg. Gezien de afname van het garantievolume en de inbouw van risicomitigerende maatregelen, volstaat een jaarlijkse storting van € 5 miljoen.

4.2 Artikel 10 Apparaat Kerndepartement

A. Inleiding

In dit niet-beleidsartikel wordt ingegaan op de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

B. Apparaatsuitgaven departement Budgettaire gevolgen
Tabel 21 Budgettaire gevolgen artikel 10 Apparaat departement (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

472.242

565.710

407.873

382.591

378.342

374.823

374.845

        

Uitgaven

448.761

525.626

447.390

384.021

378.342

374.823

374.845

        

Personele uitgaven

329.200

427.783

361.239

301.363

297.857

297.112

295.823

waarvan eigen personeel

272.834

332.142

313.787

286.928

284.651

285.503

284.215

waarvan inhuur externen

53.050

92.181

44.094

11.076

9.847

8.253

8.252

waarvan overige personele uitgaven

3.316

3.460

3.358

3.359

3.359

3.356

3.356

Materiële uitgaven

119.561

97.843

86.151

82.658

80.485

77.711

79.022

waarvan ICT

12.119

16.181

12.424

11.649

12.815

12.220

12.398

waarvan bijdrage aan SSO's

52.531

52.739

49.504

46.714

43.175

42.996

42.996

waarvan overige materiële uitgaven

54.911

28.923

24.223

24.295

24.495

22.495

23.628

        

Ontvangsten

16.620

11.933

8.594

8.594

8.594

8.594

8.594

Overige

16.620

11.933

8.594

8.594

8.594

8.594

8.594

C. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en Zelfstandige Bestuursorganen/Rechtspersonen met een wettelijke taak.
Tabel 22 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Totaal apparaatsuitgaven Ministerie van VWS

448.761

525.626

447.390

384.021

378.342

374.823

374.845

        

Personele uitgaven kerndepartement

227.361

316.889

247.057

190.684

187.163

187.150

187.157

waarvan eigen personeel

177.412

224.173

201.893

178.536

176.244

177.827

177.835

waarvan externe inhuur

46.945

90.086

42.638

9.620

8.391

6.797

6.796

waarvan overige personele uitgaven

3.004

2.630

2.526

2.528

2.528

2.526

2.526

        

Materiële uitgaven kerndepartement

93.634

69.039

61.434

57.441

55.155

52.381

53.692

waarvan ICT

6.100

6.178

6.652

5.877

7.030

6.435

6.613

waarvan bijdrage SSO's

44.946

48.390

45.155

42.365

38.826

38.647

38.647

waarvan overige materiële uitgaven

42.588

14.471

9.627

9.199

9.299

7.299

8.432

        

Personele uitgaven inspecties

78.929

86.858

89.506

88.922

88.936

88.904

88.905

waarvan eigen personeel

74.014

84.954

87.598

87.015

87.029

86.998

86.999

waarvan externe inhuur

4.603

1.074

1.076

1.076

1.076

1.076

1.076

waarvan overige personele uitgaven

312

830

832

831

831

830

830

        

Materiële uitgaven inspecties

18.297

18.923

18.623

18.623

18.624

18.624

18.624

waarvan ICT

2.901

5.550

5.250

5.250

5.251

5.251

5.251

waarvan bijdrage SSO's

7.507

3.950

3.950

3.950

3.950

3.950

3.950

waarvan overige materiële uitgaven

7.889

9.423

9.423

9.423

9.423

9.423

9.423

        

Personele uitgaven SCP en raden

22.910

24.036

24.676

21.757

21.758

21.058

19.761

waarvan eigen personeel

21.408

23.015

24.296

21.377

21.378

20.678

19.381

waarvan externe inhuur

1.502

1.021

380

380

380

380

380

waarvan overige personele uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

        

Materiële uitgaven SCP en raden

7.630

9.881

6.094

6.594

6.706

6.706

6.706

waarvan ICT

3.118

4.453

522

522

534

534

534

waarvan bijdrage SSO's

78

399

399

399

399

399

399

waarvan overige materiële uitgaven

4.434

5.029

5.173

5.673

5.773

5.773

5.773

        
Tabel 23 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven agentschappen en zbo's/rwt's (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Totaal apparaatskosten Agentschappen

601.734

591.904

741.480

696.955

612.803

614.541

610.803

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

54.439

53.880

62.131

59.281

58.996

58.996

56.996

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

93.425

89.824

96.449

91.074

90.207

91.945

90.207

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

453.870

448.200

582.900

546.600

463.600

463.600

463.600

        

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's

402.140

428.387

397.873

383.736

379.562

370.212

370.142

Zorg Onderzoek Nederland/ Medische Wetenschappen (ZonMw)

36.211

36.674

31.484

27.741

25.017

21.965

20.657

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

97.700

105.768

96.782

94.278

95.629

97.367

98.612

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

126.585

125.873

112.456

111.557

111.366

111.336

111.332

Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)

1.380

1.061

1.220

1.012

1.253

1.090

1.090

Centrale Commissie voor Mensgebonden Onderzoek (CCMO), inclusief Medisch Ethische Commissies (METC’s)

4.532

4.278

4.488

4.488

4.488

4.488

4.488

Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

61.823

62.045

63.547

62.830

62.899

62.872

62.872

Zorginstituut Nederland (ZiNL)

64.149

78.296

73.792

67.426

64.506

56.690

56.687

College Sanering Zorginstellingen (CSZ)

1.900

1.900

1.600

1.900

1.900

1.900

1.900

College Ter Beoordeling van Geneesmiddelen

641

724

736

736

736

736

736

Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS)

7.219

11.768

11.768

11.768

11.768

11.768

11.768

D. Toelichting op de apparaatsuitgaven
4.2.1 Toelichting apparaatsuitgaven kerndepartement

Personele- en materiële uitgaven kerndepartement

Op dit artikelonderdeel worden de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor personeel, inhuur externen en materieel geraamd die nodig zijn voor het functioneren van het kerndepartement.

De personele uitgaven kerndepartement bestaan uit alle personeelsuitgaven inclusief de inhuur van externen voor zowel primaire als ondersteunende processen. De materiële uitgaven hebben betrekking op activiteiten en middelen ter ondersteuning van het primaire proces. Dit omvat onder andere uitgaven aan ICT, bijdragen aan shared service organisaties (SSO's) en overige materiële kosten, zoals huisvestingskosten.

De uitgaven voor externe inhuur zijn op voorhand moeilijk te ramen. Daarnaast kan het budget (en de realisatie) voor externe inhuur in de loop van het begrotingsjaar wijzigen, ook door tussentijdse interne herschikking van budgetten binnen het apparaatsbudget (bijvoorbeeld van budget voor eigen personeel naar budget voor de inhuur van externen). Tot slot zullen de materiële uitgaven in 2022 anders uitvallen dan nu in de begroting staat vermeld, doordat een aantal technische mutaties lopende het jaar wordt verwerkt. Het betreft kosten voor bijvoorbeeld ICT-dienstverlening en huisvesting, waarvan de facturen centraal worden betaald aan de desbetreffende shared service organisaties binnen het Rijk en pas lopende het jaar in rekening worden gebracht aan de dienstonderdelen van VWS. In de suppletoire begrotingen zullen deze mutaties worden gemeld en zo nodig toegelicht.

Tabel 24 Apparaatsuitgaven kernministerie 2022 onderverdeeld naar Directoraat-Generaal (Bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2022

Directoraat-generaal Volksgezondheid

40.879

Directoraat-generaal Curatieve zorg

28.473

Directoraat-generaal Langdurige zorg

34.107

Totaal beleid

103.459

Secretaris-generaal / (plaatsvervangend) secretaris-generaal

205.032

Totaal apparaatsuitgaven kerndepartement

308.491

4.2.2 Toelichting apparaatsuitgaven inspecties, SCP en raden

Personele- en materiële uitgaven inspecties, SCP en raden

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

We kunnen in Nederland vertrouwen op goede gezondheidszorg en jeugdhulp. Voor iedereen, altijd en overal. Dat willen we graag zo houden, ook voor volgende generaties. Daarom waakt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over de gezondheidszorg en jeugdhulpverlening in Nederland en de internationale markt voor geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. De IGJ houdt onafhankelijk toezicht op dit brede veld, handelt vanuit het publieke belang en streeft naar toezicht met effect.

Zorg is mensenwerk. De inspectie onderzoekt of zorgaanbieders voldoende afstemmen op de behoeften van de patiënt of cliënt. Daarnaast bekijkt de inspectie of de samenwerking tussen zorgaanbieders onderling goed verloopt. Vragen die hierbij worden gesteld zijn: begrijpt iedereen zijn rol in het zorgnetwerk met respect voor die van anderen? Op deze manier dragen zorgaanbieders actief bij aan het bevorderen van kwaliteit van leven. De inspectie kijkt daarbij of de zorg aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de patiënt en de cliënt, zowel voor volwassenen als voor jongeren. Een ander punt waar de IGJ goed op let, is de samenhang in de zorg rondom een persoon of gezin. Ook let de inspectie erop dat zorgaanbieders en fabrikanten van genees- en hulpmiddelen zich aan de wettelijke regels en normen houden en goede kwaliteit leveren.

Bestuurders en professionals uit de gezondheidszorg en jeugdhulp zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg die zij bieden. De IGJ vraagt hen klachten en calamiteiten goed te onderzoeken. De inspectie verwacht dat zij leren van wat er goed en niet goed gaat in de zorg, opdat zij hun zorgaanbod kunnen verbeteren. Ziet de IGJ noodzakelijke verbeteringen niet, dan grijpt zij in.

De IGJ maakt haar bevindingen, oordelen en maatregelen openbaar naar de eisen van de wet. Deze informatie helpt bestuurders en professionals bij het leren en verbeteren van de zorg. Aansluitend is ook de openheid over de uitgangspunten van het toezicht en de werkwijze van de IGJ zelf één van haar prioriteiten. Alle belanghebbenden moeten immers van de IGJ weten wat ze van haar mogen verwachten. De IGJ treedt in contact met burgers en zorgverleners over wat zij belangrijk vinden in de zorg en analyseert meldingen die bij haar binnenkomen.

Naast het toezicht op de verschillende sectoren heeft de inspectie specifiek aandacht voor netwerkzorg thuis. Samenwerking tussen zorg- en hulpverleners in de netwerken rondom de cliënt vindt nog niet vanzelfsprekend plaats en daarnaast zijn taken en verantwoordelijkheden aan het verschuiven. Omdat bij het toezicht op netwerkzorg thuis ook de ondersteuning die vanuit de gemeente wordt geboden een belangrijke rol speelt, werkt de inspectie samen met de gemeenten in hun rol als Wmo-toezichthouder.

Sociaal en Cultureel Planbureau

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) volgt, verklaart en verkent hoe het met de inwoners van Nederland gaat op sociaal en cultureel gebied. Dat behelst onder meer de monitoring van de leefsituatie en kwaliteit van leven, de evaluatie van overheidsbeleid op daarvoor relevante terreinen en verkenningen ten behoeve van toekomstig beleid. Het SCP valt formeel onder het Ministerie van VWS. Het werkprogramma van het SCP wordt gepubliceerd op de website van het SCP.

Het SCP is opgericht in 1973. De «Aanwijzingen voor de Planbureaus» uit 2012 bepalen hoe de drie planbureaus werken. Het SCP heeft de volgende taken:

• wetenschappelijke verkenningen verrichten met het doel te komen tot een samenhangende beschrijving van de situatie van het sociaal en cultureel welzijn in Nederland en van de op dit gebied te verwachten ontwikkelingen;

• bijdragen aan een verantwoorde keuze van beleidsdoelen en het aangeven van voor- en nadelen van de verschillende wegen om deze doelen te bereiken;

• informatie verwerven met betrekking tot de uitvoering van interdepartementaal beleid op het gebied van sociaal en cultureel welzijn, om de evaluatie van deze uitvoering mogelijk te maken.

Het SCP draagt bij aan goed geïnformeerd overheidsbeleid en een betere samenleving met wetenschappelijke kennis over het leven van burgers in Nederland. Het onderzoek voldoet altijd aan de kenmerken: wetenschappelijk, beleidsrelevant en gericht op de leefsituatie van de mensen die het beleid betreft.

Het SCP verricht zijn onderzoek vanuit twee strategische perspectieven: ‘de veranderende verzorgingsstaat’ en ‘processen van insluiting en uitsluiting’. De perspectieven vormen samen de ‘bril’ waardoor richting de samenleving wordt gekeken. Actuele maatschappelijke vraagstukken en de perspectieven geven richting aan het onderzoek van het SCP en zorgen ervoor dat het inhoudelijk de waan van de dag overstijgt.

Het SCP werkt met een meerjarenplan voor een periode van vijf jaar dat gericht is op relevante maatschappelijke vraagstukken. Een periode van vijf jaar biedt het SCP daarbij voldoende tijd om langer lopende onderzoekslijnen te garanderen.

Voor de periode 2021 tot en met 2025 ambieert het SCP de volgende onderzoeksprogramma’s:

1. Beleidsvisies, burgervisies en gedragingen

Wat zijn de visies van de overheid en burgers op het belang, het eigenaarschap en de verantwoordelijkheidsverdeling van een aantal maatschappelijke opgaven (zoals duurzaamheid, gezond leven, zorg verlenen aan naasten)?

2. De diverse bevolking van Nederland. Samenleven nu en in de toekomst

Hoe geven we vorm aan samen leven in verscheidenheid? Wat vraagt dit van de overheid, van de inrichting van instituties, en van (groepen) burgers zelf waar het gaat om onderlinge betrokkenheid bij elkaar, sociale samenhang en solidariteit?

3. Lokaal. Het sociaal domein en de kracht van de lokale verzorgingsstaat

Hoe kunnen overheid en samenleving ervoor zorgen dat de kwetsbare groepen binnen het Sociaal Domein de hulp, ondersteuning en kansen krijgen die ze nodig hebben?

4. Participatie, talentontwikkeling en kansengelijkheid

Hoe kunnen, willen en mogen (groepen) mensen op zinvolle en volwaardige wijze participeren, en hoe is dat te bevorderen, nu en in de toekomst?

5. Representatie en vertrouwen

Hoe is het gesteld met de daadwerkelijke en gevoelde invloed van de Nederlandse bevolking op besluitvorming, het vertrouwen in instituties en sociaal vertrouwen? En wat zijn de gevolgen hiervan voor individuen en samenleving?

6. Schaarste, welvaart en welbevinden

Hoe gaat het met de kwaliteit van leven (welvaart en welbevinden) in Nederland nu, maar ook van toekomstige generaties en van mensen elders in de wereld? Ook de mate van (on)gelijkheid tussen groepen burgers staat centraal.

7. Nederland internationaal

Hoe verweven is Nederland met het buitenland, wat zijn de toekomstverwachtingen daaromtrent, en wat zijn de gevolgen van die verwevenheid voor Nederland en de burgers in Nederland?

De maatschappelijke vraagstukken waar het SCP onderzoek naar doet, beperken zich zelden tot één specifiek beleidsterrein. Burgers bevinden zich immers in veel domeinen tegelijkertijd. Door dit als uitgangspunt van onderzoek te nemen, kan het SCP de effecten van overheidsbeleid voor burgers onderzoeken. Het SCP werkt daarbij zoveel mogelijk vanuit verschillende invalshoeken en disciplines. Waar nodig en mogelijk voert het SCP integrale en interdisciplinaire onderzoeken uit. Daarvoor gebruikt het SCP (innovatieve) onderzoeksmethoden die helpen met het verkennen, verdiepen en verklaren van maatschappelijke vraagstukken. Tevens werken wij aan een uitgebreide basisdata-infrastructuur.

Als onafhankelijk planbureau kiest het SCP zelf welke onderzoeken het uitvoert. Op basis van het meerjarenplan en door te anticiperen op relevante maatschappelijke ontwikkelingen ontwikkelt het SCP ieder jaar een jaarplan voor het volgende jaar. Daarbij bouwt het SCP voldoende flexibiliteit in om in te kunnen spelen op de actualiteit en om nieuwe kennisvragen te kunnen beantwoorden.

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) is een onafhankelijk adviesorgaan voor de regering en de beide kamers der Staten-Generaal. De RVS heeft tot taak strategische adviezen te geven over het te voeren beleid. De vraagstukken waarover de RVS adviseert zijn per definitie domeinoverstijgend. Vanuit zijn onafhankelijke positie en opdracht laat de RVS zijn licht schijnen over toekomstige strategische beleidsvraagstukken voor zorg, volksgezondheid, welzijn en samenleving. Hierbij beziet de RVS de mogelijkheid om dit in samenwerking met andere kennisinstellingen te doen. De RVS werkt aan een sterkere verbinding met VWS alsmede met andere departementen, zoals OCW, BZK, SZW en JenV. De RVS werkt in zijn adviezen zoveel mogelijk in interactie met het veld. Dit doet de RVS bovendien door naast schriftelijke adviezen op andere dan gebruikelijke manieren vraagstukken te agenderen, bijvoorbeeld met films, animaties, online activiteiten, veldraadplegingen, etc.

De RVS werkt met een meerjarige agenda. Begin 2020 heeft de RVS haar werkagenda gepresenteerd voor de komende vier jaar. Dit past bij de brede opdracht aan de RVS en biedt ruimte om gedurende het jaar een vraag of probleem te agenderen. Dit kan leiden tot zowel gevraagde als ongevraagde adviezen.

Het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) is een samenwerkings-verband van de Gezondheidsraad en de RVS. Het CEG publiceert over nieuwe ontwikkelingen op het snijvlak van ethiek, gezondheid en beleid. Het CEG brengt jaarlijks signalementen uit over ethische thema’s en geeft uitvoering aan de publieksfunctie, onder meer via de website (kennisbron over ethische thema's) en diverse publieksbijeenkomsten, waaronder de jaarlijkse Els Borst lezing.

Gezondheidsraad

De Gezondheidsraad is een onafhankelijk wetenschappelijke adviesraad die als taak heeft de regering en het parlement te adviseren door de actuele stand van de wetenschap aan te reiken voor gezondheidsbeleid. Vanuit verschillende disciplines werkt de raad aan hoogwaardige adviezen op het gebied van: optimale gezondheidszorg, preventie, gezonde voeding, gezonde leefomgeving, gezonde arbeidsomstandigheden en innovatie & kennisinfrastructuur. De raad brengt gevraagd en ongevraagd advies uit. De vraagstukken die onderwerp zijn van advies worden in belangrijke mate ingebracht vanuit diverse departementen en worden jaarlijks opgenomen in het werkprogramma. In september stelt de Minister van VWS het werkprogramma voor het komende jaar vast. Het werkprogramma en de actuele stand van zaken worden gepubliceerd op de website van de Gezondheidsraad.

4.4 Artikel 11 Nog onverdeeld

A. Inleiding

Dit niet-beleidsartikel heeft een technisch-administratief karakter. Vanuit dit artikel vinden overboekingen van loon- en prijsbijstellingen naar de loon- en prijsgevoelige artikelen binnen de begroting plaats. Ook worden er taakstellingen of extra middelen op dit artikel geplaatst die nog niet aan de beleidsartikelen zijn toegedeeld.

B. Budgettaire gevolgen van niet-beleid nog onverdeeld
Tabel 25 Budgettaire gevolgen artikel ... Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

        

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

        

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

C. Toelichting op de financiële instrumenten

Personeel en Materieel

Op dit onderdeel wordt de loon- en prijsbijstelling geboekt totdat toerekening plaatsvindt aan begrotingsartikelen.

5. Begroting agentschappen

5.1 College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG)

5.1.1 Inleiding

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bestaat uit een College en een secretariaat dat is ondergebracht in een agentschap (aCBG). Het College is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) met een zelfstandige bevoegdheid. Een baten-lastenagentschap van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) ondersteunt het College bij de uitvoering van haar taken. Naast de taken voor het College ondersteunt het agentschap tevens de Commissie Registratie Diergeneesmiddelen (CRD) en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) bij de uitvoering van beoordeling en -bewaking van diergeneesmiddelen. Ook ondersteunt het agentschap het ministerie van VWS bij de beoordeling van nieuwe voedingsmiddelen.

De belangrijkste taken op basis van de Geneesmiddelenwet, de Wet Dieren en Europese richtlijnen en verordeningen zijn voor het CBG:

  • Verstrekken, handhaven en schorsen van handelsvergunningen op basis van de beoordeling van werkzaamheid, risico’s en kwaliteit.

  • Vaststellen van de afleverstatus humaan, dus het bepalen of het geneesmiddel uitsluitend op recept, uitsluitend via de apotheek, via de drogist, of in de vrije verkoop verkrijgbaar mag zijn.

  • Vaststellen van de afleverstatus veterinair, dus het bepalen of het diergeneesmiddel uitsluitend door een dierenarts mag worden toegediend, afgeleverd mag worden door dierenarts of apotheker, op recept afgeleverd mag worden door dierenarts, apotheker of vergunninghouder, of vrij verkrijgbaar is.

  • Geneesmiddelenbewaking.

  • Geven van wetenschappelijk advies in het kader van geneesmiddelontwikkeling.

Informatie over de organisatiestructuur, de samenstelling van het College en achtergrond­informatie over processen en procedures van het CBG is te vinden op de CBG-website: www.cbg-meb.nl.

5.1.2 Begroting 2022

Tabel 26 Begroting van baten-lastenagentschap aCBG voor het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

       

Opbrengst

55.106

55.120

63.340

60.490

60.205

60.205

58.205

Opbrengst moederdepartement

2.695

3.123

9.152

7.560

8.581

8.581

6.581

Opbrengst overige departementen

957

1.170

1.270

1.070

770

770

770

Opbrengst derden

51.454

50.827

52.918

51.860

50.854

50.854

50.854

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

54

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

55.160

55.120

63.340

60.490

60.205

60.205

58.205

        

Lasten

       

Apparaatskosten

54.439

53.880

62.131

59.281

58.996

58.996

56.996

Personele kosten

40.374

39.712

49.384

47.009

46.754

46.754

44.754

waarvan eigen personeel

33.722

33.041

39.637

39.024

38.949

38.949

38.949

waarvan inhuur externen

5.650

5.039

8.391

6.629

6.449

6.449

4.449

waarvan overige personele kosten

1.002

1.632

1.356

1.356

1.356

1.356

1.356

Materiële kosten

14.065

14.168

12.747

12.272

12.242

12.242

12.242

waarvan apparaat ICT

5.033

3.940

4.282

4.282

4.282

4.282

4.282

waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële kosten

9.032

10.228

8.465

7.990

7.960

7.960

7.960

Zbo

648

724

736

736

736

736

736

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

533

516

473

473

473

473

473

Materieel

334

314

473

473

473

473

473

waarvan apparaat ICT

195

175

453

453

453

453

453

waarvan ov. mat. afschrijvingskosten

139

139

20

20

20

20

20

Immaterieel

199

202

0

0

0

0

0

Overige kosten

216

0

0

0

0

0

0

Dotaties voorzieningen

216

0

0

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

55.836

55.120

63.340

60.490

60.205

60.205

58.205

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 676

0

0

0

0

0

0

Toelichting begroting van baten en lasten

Baten

Opbrengst moederdepartement

Vanuit het moederdepartement ontvangt het aCBG in 2022 de volgende bijdragen:

  • Een structurele financiële bijdrage voor beleidsmatige en overige niet door derden gefinancierde activiteiten € 3,4 miljoen. Dit is inclusief € 0,2 miljoen ter dekking van het tekort op het product 'wetenschappelijk advies op maat'. Deze bijdrage loopt op naar € 5,6 mln. in 2024.

  • Subsidies voor totaal € 0,7 miljoen ter bevordering van toegankelijke en begrijpelijke patiëntinformatie (programma Goed Gebruik).

  • Een vergoeding voor werkzaamheden inzake nieuwe voedingsmiddelen van € 0,2 miljoen.

  • Een vergoeding voor het project Ephor van € 0,1 miljoen.

  • Een vergoeding van € 0,1 miljoen voor het project Parallelle beoordeling.

  • Een vergoeding van € 0,8 miljoen voor werkzaamheden in het kader van aanpassing van meldpunt Geneesmiddelentekorten- en defecten.

  • Een vergoeding voor het project EU-SRS (Stoffendatabase) van € 0,4 miljoen.

  • Een incidentele financiële bijdrage voor extra kosten als gevolg van COVID-19 van € 1,4 miljoen.

  • Een meerjarige financiële bijdrage voor werkzaamheden in het kader van Informatiehuishouding op Orde van € 2,0 miljoen (gekoppeld aan het Generiek Actieplan Informatiehuishouding Rijksoverheid, het VWS project voor actieve openbaarmaking en het meerjarenplan voor de verbetering van de informatiehuishouding). Deze bijdrage is begroot ten en met 2025.

  • Een vergoeding van € 0,2 mln. voor werkzaamheden van het aCBG voor de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). Deze werkzaamheden betreffen de technische voorbeoordelingstoetsen van klinische studies van geneesmiddelen voor de CCMO.

  • Voor de werkzaamheden die aCBG uitvoert voor projecten en werkzaamheden voor het RIVM heeft het aCBG € 0,1 miljoen begroot.

Voor 2023 en latere jaren is een inschatting gemaakt van de te verwachten bijdragen van het moederdepartement. Hierbij zijn voor projecten vooralsnog alleen opbrengsten opgenomen als het meerjarig doorlopende activiteiten betreft. Bij het opstellen van de begrotingen voor die jaren zal meer zicht zijn op deze te verwachten bijdragen en dan zullen meer realistische bedragen kunnen worden bepaald.

Opbrengst overige departementen

Het Bureau Diergeneesmiddelen van het aCBG verricht voor het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) beleidsondersteunende activiteiten. Hiervoor is een bedrag begroot van € 0,8 miljoen. Voor de implementatie van de nieuwe EU verordening diergeneesmiddelen heeft aCBG een bedrag begroot van € 0,5 miljoen.

Opbrengst derden

In de volgende tabel wordt de omzet derden 2022 verdeeld naar productgroepen. De hierbij gehanteerde tarieven zijn gebaseerd op de regeling Geneesmiddelenwet en de Diergeneesmiddelenregeling. De realisatie van onderstaande bedragen voor beoordelen is afhankelijk van het aanbod van procedures en daarmee moeilijk te voorspellen.

Tabel 27 Opbrengst derden naar productgroepen (bedragen x € 1.000)

Productgroep

2022

Beoordelen van nationale aanvragen Humaan

2.942

Beoordelen van Europese aanvragen: Centraal Humaan en Veterinair

10.595

Beoordelen van Europese aanvragen: MRP Humaan

802

Beoordelen DCP's Humaan

9.659

Beoordelen van homeopathische aanvragen en kruiden

10

Beoordelen Veterinaire aanvragen

2.502

Jaarvergoedingen (Humaan en Veterinair)

25.829

Overig

579

Totaal opbrengst derden

52.918

Onderstaand worden de productgroepen kort toegelicht.

Beoordelen van nationale aanvragen Humaan

Het beoordelingsproces van een nationale aanvraag betreft de aanvraag van een handelsvergunning voor een nieuw op de Nederlandse markt te brengen geneesmiddel voor mensen. De handelsvergunning wordt door het aCBG afgegeven. Het betreffende geneesmiddel komt alleen in Nederland op de markt.

Beoordelen van Europese aanvragen: Centrale Procedure Humaan en Veterinair

Bepaalde categorieën geneesmiddelen voor mensen en dieren kunnen alleen in lidstaten van de Europese Unie op de markt komen via de Centrale Europese procedure. Hierbij wordt op advies van het European Medicines Agency (EMA) door de Europese Commissie de handelsvergunning afgegeven. Voor geneesmiddelen die niet tot deze categorieën behoren staat de Centrale Procedure open op basis van vrijwilligheid. Bij een positieve beslissing krijgt de fabrikant een handelsvergunning die in alle EU-lidstaten geldig is. De coördinatie van de centrale procedure berust bij EMA. De feitelijke beoordeling wordt door de organisaties uit de lidstaten gedaan.

Beoordelen van Europese aanvragen: MRP (Mutual Recognition Procedure) Humaan

Een MRP-procedure kan door de fabrikant worden gebruikt om een handelsvergunning voor in meerdere lidstaten te verkrijgen waarvoor reeds een (nationale) handelsvergunning is verleend. De fabrikant kan een EU-lidstaat van zijn keuze vragen om het beoordelingsproces te verrichten. Deze lidstaat wordt dan Reference Member State (RMS). De gepresenteerde omzet betreft alleen humane aanvragen.

Beoordelen van Europese aanvragen: DCP (Decentrale Procedure) Humaan

Een Decentrale Procedure kan door de fabrikant worden gebruikt om een handelsvergunning in meerdere lidstaten tegelijkertijd te verkrijgen als nog in geen enkel land een handelsvergunning is verkregen. De fabrikant kan één EU-lidstaat vragen om het beoordelingsproces te verrichten. Deze lidstaat is dan Reference Member State (RMS) en beoordeelt namens de andere landen waarvoor de handelsvergunning is aangevraagd. De gepresenteerde omzet betreft alleen humane aanvragen.

Beoordeling van homeopathische aanvragen en kruiden

Het CBG beoordeelt ook homeopathische geneesmiddelen en kruiden die in Nederland verkocht worden.

Beoordelen Veterinaire aanvragen

Het Bureau Diergeneesmiddelen beoordeelt en verleent vergunningen voor de productie en distributie van diergeneesmiddelen. Dit betreft naast Europese aanvragen (verantwoord onder Centraal), nationale aanvragen, MRP’s en DCP’s.

Jaarvergoedingen (Humaan en Veterinair)

Om een geneesmiddel in het handelsregister op genomen te houden, dient de registratiehouder jaarlijks een vergoeding te betalen. Deze vergoeding gebruikt het aCBG om het onderhoud op de registraties te bekostigen. Dit betreft onder meer het beoordelen en verwerken van wijzigingen (variaties) die fabrikanten regelmatig (moeten) indienen.

Overig

De post overig betreft een subsidiebedrag van de Europese Commissie voor het project EU-SRS.

Lasten

De lasten 2022 zullen ten opzichte van de begroting 2021 en de realisatie 2020 naar verwachting stijgen.

De kosten van eigen personeel stijgen als gevolg van een groei van het aantal medewerkers, de cao-lonen en hogere pensioenpremies. De groei van het aantal medewerkers heeft deels een structureel karakter en is gedeeltelijk terug te voeren op incidentele werkzaamheden (COVID-19 gerelateerd) en projectmatige activiteiten die in de begroting 2022 zijn opgenomen. Omdat er voor de langere termijn minder zicht is op dit soort projectmatige activiteiten en de hiervoor benodigde capaciteit (en financiering), zijn de begrote bedragen voor de posten eigen personeel, inhuur externen en overige materiële kosten voor de jaren 2023 tot en met 2026 lager geraamd dan voor 2022.

De budgetten voor materiële kosten stijgen door een algemene prijsindexatie van 1,5% (prijsontwikkeling overheidsuitgaven CPB). Onderdeel van de materiële lasten is de financiering van het Bijwerkingencentrum Lareb, ter waarde van € 2,8 miljoen. aCBG heeft aan Lareb de opdracht verleend tot uitvoering van een deel van haar wettelijke taak op het gebied van geneesmiddelenbewaking. Dit betreft het verzamelen en analyseren van meldingen over bijwerkingen door medische beroepsbeoefenaren en patiënten.

De daling van de materiële kosten ten opzichte van de (initiële) begroting 2021 is toe te schrijven aan lagere huisvestingskosten (afstoten van 10e etage) en lagere kosten voor uitbesteding (o.a. voor het programma Goed Gebruik). Daarnaast is er een verschuiving van materiële kosten naar de posten eigen personeel (promovendi) en externe inhuur (bijdrage aan het Portaal voor Patiëntveiligheid).

Voor 2023 en latere jaren zijn de lasten afgestemd op de begrote baten. De verwachting is dat bij het opstellen van de begrotingen voor die jaren meer zicht is op toekomstige bijdragen van het moederdepartement en dat daarvoor te zijner tijd realistischer bedragen kunnen worden opgenomen dan nu mogelijk is in de meerjarenraming. Datzelfde geldt tevens voor de lastenraming. Op langere termijn heeft het aCBG meer mogelijkheden om haar kostenniveau aan te passen aan eventueel lagere baten, mocht dit noodzakelijk zijn.

5.1.3 Kasstroomoverzicht

Tabel 28 Kasstroomoverzicht aCBG over het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2020

Vastgestelde begroting 2021

2022

2023

2024

2025

2026

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

12.741

12.898

12.914

12.887

12.860

12.833

12.807

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

59.527

55.120

63.340

60.490

60.205

60.205

58.205

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 57.123

‒ 54.604

‒ 62.867

‒ 60.017

‒ 59.732

‒ 59.732

‒ 57.732

2.

Totaal operationele kasstroom

2.404

516

473

473

473

473

473

 

-/- totaal investeringen

‒ 309

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 309

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

‒ 500

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

‒ 1.938

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 1.938

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

12.898

12.914

12.887

12.860

12.833

12.807

12.780

Toelichting kasstroomoverzicht

Doordat de afschrijvingslasten de komende jaren naar verwachting ongeveer gelijk zullen zijn aan de investeringen, zal het saldo rekening-courant de komende jaren ongeveer gelijk blijven.

Naast ICT-investeringen ter vervanging van kantoorautomatisering en het primair proces systeem ICI, verwacht het aCBG geen grote investeringen te doen. Aanpassing aan de huisvesting en vervanging van inventaris zijn opgenomen in de huisvestingscontracten.

5.1.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tabel 29 Overzicht doelmatigheidsindicatoren aCBG voor het jaar 2022
 

Stand slotwet 2020

Vastgestelde begroting 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Generiek

       

1. Tarieven/uur (bedragen in €)

97

96

102

102

102

102

102

        

2. Omzet per productgroep (bedragen x € 1.000)

       

- Beoordelen van nationale aanvragen Humaan

2.324

2.554

2.942

2.842

2.742

2.742

2.742

-Beoordelen van Europese aanvragen: centraal Humaan en Veterinair

10.577

9.355

10.595

11.095

11.595

11.595

11.595

-Beoordelen van Europese aanvragen: MRP Humaan

631

557

802

702

602

602

602

-Beoordelen van Europese aanvragen: DCP Humaan

9.266

9.343

9.659

8.659

7.932

7.932

7.932

- Beoordelen van homeopathische aanvragen, kruiden en nieuwe voedingsmiddelen

9

41

10

10

10

10

10

- Beoordelen veterinaire aanvragen door Bureau Diergeneesmiddelen

2.571

2.700

2.502

2.502

2.502

2.502

2.502

-Jaarvergoedingen Humaan en Veterinair

25.266

25.757

25.829

25.471

25.471

25.471

25.471

- Overig

4.483

4.812

11.001

9.209

9.351

9.351

7.351

        

3. Aantal fte totaal (exclusief externe inhuur)

374

350

390

382

381

381

381

        

4. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

‒ 1%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

        

Specifiek

       

1. Gegronde klachten

16

15

15

15

15

15

15

2. Zaken per fte

86%

>95%

>95%

>95%

>95%

>95%

>95%

        

Omschrijving specifiek deel

       

1. Liquiditeit (current ratio; norm: > 1,5)

1,07

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

1,00

2. Solvabiliteit (debt ratio)

0,92

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

3. Rentabiliteit eigen vermogen

0

0

0

0

0

0

0

4. Percentage externe inhuur ten opzichte van totale personele kosten

11,0%

10,0%

10,0%

10,0%

10,0%

10,0%

10,0%

5. Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

97%

>95%

>95%

>95%

>95%

>95%

>95%

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tarieven/uur

Uurtarieven om de kostenefficiency aan te tonen. Deze indicator is een gemiddelde over alle functies waarbij naar het primaire proces exclusief onderzoekskosten wordt gekeken.

Omzet per productgroep

De omzet per productgroep geeft inzicht in de samenstelling van de totale omzet van het aCBG. De verwachte omzet 2022 voor de productgroep ‘Beoordelen van Europese aanvragen: Centraal’ is hoger dan de begroting 2021, doordat voor steeds meer medicijnen via de EMA de handelsvergunning aan gevraagd (moet) worden. De verwachting is dat deze ontwikkeling zich de komende jaren voortzet, waarbij de groei in de omzet van Centrale procedures naar verwachting onvoldoende zal zijn om de daling in de omzet nationale en decentrale aanvragen te compenseren. Een nadere toelichting op de verschillende opbrengstcategorieën is onder de toelichting op de baten opgenomen.

Onder ‘Overig’ zijn de bijdragen van het moederdepartement en van overige departementen en instellingen opgenomen.

Aantal fte totaal

Het totaal aantal fulltime equivalenten werkzaam bij het agentschap per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten. Het aCBG wordt geacht kostenneutraal te opereren en met haar tarieven al haar kosten te dekken.

Aantal gegronde klachten

Het aantal gegronde klachten wordt bijgehouden om inzicht te krijgen in de geleverde kwaliteit van de productie. Het streven is het aantal gegronde klachten niet te laten stijgen.

% tijdigheid zaken

Het percentage tijdigheid van zaken wordt bijgehouden om de tijdige afhandeling van zaken binnen de wettelijke termijn te monitoren. aCBG hanteert hiervoor intern een norm van 95%.

5.2 Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG)

5.2.1 Inleiding

Het CIBG vertaalt, samen met ketenpartners, beleid in tastbare en toegankelijke uitvoering voor burgers, professionals en organisaties op het gebied van registers, data en informatie. Als agentschap van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport richt het CIBG zich primair op het VWS beleidsterrein. We dragen zorg voor een integrale dienstverlening, gericht op wat de samenleving nodig heeft. De focus hierbij ligt op transparantie en betrouwbaarheid, het bewust omgaan met kapitaal, kosten en kwaliteit. We investeren met onze partners in de keten in samenwerking en kennisdeling. Het CIBG heeft een breed takenpakket zoals het BIG-register, het Donorregister, Lerarenregister en het UZI-register. Meer informatie over de organisatie en taken van het CIBG is te vinden op: www.cibg.nl.

5.2.2 Begroting 2022

Tabel 30 Begroting van baten-lastenagentschap CIBG voor het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

       

Omzet

84.712

75.862

85.251

80.027

81.019

85.828

81.091

waarvan omzet moederdepartement

35.881

28.483

41.339

43.120

45.120

45.120

45.120

waarvan omzet overige departementen

7.393

6.919

4.915

5.315

5.315

5.315

5.315

waarvan omzet derden

41.438

40.460

38.997

31.592

30.584

35.393

30.656

Vrijval voorzieningen

Bijzondere baten

17.074

17.903

14.669

16.518

16.659

13.588

16.587

Rentebaten

Totaal baten

101.786

93.765

99.920

96.545

97.678

99.416

97.678

        

Lasten

       

Apparaatskosten

93.425

89.824

96.449

91.074

90.207

91.945

90.207

Personele kosten

34.874

36.447

37.066

37.519

37.156

37.519

37.156

waarvan eigen personeel

22.121

27.230

30.580

31.033

30.670

31.033

30.670

waarvan inhuur externen

11.364

7.636

5.168

5.168

5.168

5.168

5.168

waarvan overige personele kosten

1.389

1.581

1.318

1.318

1.318

1.318

1.318

Materiële kosten

58.551

53.377

59.383

53.555

53.051

54.426

53.051

waarvan apparaat ICT

10.539

8.628

9.321

9.321

9.321

9.321

9.321

waarvan bijdrage aan SSO's

10.384

8.727

8.017

8.017

8.017

8.017

8.017

waarvan overige materiële kosten

37.628

36.022

42.045

36.217

35.713

37.088

35.713

Afschrijvingskosten

3.408

3.940

3.470

5.470

7.470

7.470

7.470

Materieel

waarvan apparaat ICT

Immaterieel

3.408

3.940

3.470

5.470

7.470

7.470

7.470

Dotaties voorzieningen

Overige lasten

1.230

waarvan dotaties voorzieningen

waarvan bijzondere lasten

1.230

Rentelasten

23

1

1

1

1

1

1

Totaal lasten

98.086

93.765

99.920

96.545

97.678

99.416

97.678

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

3.700

Agentschapsdeel Vpb-lasten

755

Saldo van baten en lasten

2.945

Toelichting staat van baten en lasten

De totale omvang van de begroting stijgt met ruim € zes miljoen ten opzichte van de begroting 2021.

Enerzijds is er sprake van nieuwe taken zoals het Landelijk Consortium Hulpmiddelen en uitbreiding van bestaande taken zoals Nationaal Contact Punt voor eHealth, Toelating Zorginstellingen en Jaarverantwoording Zorg. Anderzijds zijn er in 2022 geen kosten meer voor de Beheervoorziening Rijks Identificerend Nummer die is overgedragen aan P-Direkt en de applicatie Metis (Medische Tuchtcolleges Informatiesysteem), omdat hiervoor een nieuw systeem bij DICTU is gebouwd. Bij BMC is sprake van een daling vanwege een lagere export.

Tabel 31 Overzicht baten (bedragen x € 1.000)
 

Omzet 2022

MEVA

1.612

Informatiebeleid CIO

4.731

LZ

446

GMT

20.302

PG

2.247

PZO

7.649

DJ

1.720

IGJ

2.032

DMO

600

Subtotaal omzet VWS

41.339

  

OCW

3.150

LNV

1.765

Subtotaal omzet overige departementen

4.915

  

BIG-(her)registratie

4.494

Vakbekwaamheid

365

UZI-register

12.322

Vergunningen&Ontheffingen

1.633

Medische hulpmiddelen

235

Opiaten

749

BMC

19.199

Subtotaal Derden

38.997

  

MEVA

11.736

Informatiebeleid CIO

1.390

GMT

1.409

VGP

134

Subtotaal bijzondere baten

14.669

  

Totaal

99.920

Toelichting meerjarenraming 2023–2026

De meerjarenraming laat een daling zien ten opzichte van de begroting 2022. Deze is gerelateerd aan de verwachting dat de export van BMC vanaf 2022 verder gaat dalen. Vanwege investeringen in nieuwbouw van systemen in 2022 en 2023 stijgen de afschrijvingskosten en de omzet van zowel het moederdepartement als overige departementen. Bij omzet derden en bijzondere baten is sprake van jaarlijkse schommelingen vanwege wisselende productievolumes van met name BIG en UZI. Vanuit het oogpunt van vergelijkbaarheid is geen loon-en prijsindexatie toegepast.

5.2.3 Kasstroomoverzicht

Tabel 32 Kasstroomoverzicht CIBG over het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2020

Vastgestelde begroting 2021

2022

2023

2024

2025

2026

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

33.925

17.547

18.256

18.264

18.458

18.650

19.110

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

103.913

93.765

99.920

96.545

97.678

99.416

97.678

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

79.432

89.825

96.450

91.075

90.208

91.946

90.208

2.

Totaal operationele kasstroom

24.481

3.940

3.470

5.470

7.470

7.470

7.470

 

-/- totaal investeringen

3.438

7.583

10.000

10.000

7.470

7.470

7.470

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

1.229

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 2.209

‒ 7.583

‒ 10.000

‒ 10.000

‒ 7.470

‒ 7.470

‒ 7.470

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

6.431

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

3.505

3.231

3.462

5.277

7.278

7.011

8.505

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

7.583

10.000

10.000

7.470

7.470

7.470

4.

Totaal financieringskasstroom

‒ 9.936

4.352

6.538

4.723

192

459

‒ 1.035

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

46.261

18.256

18.264

18.458

18.650

19.110

18.075

Toelichting kasstroomoverzicht

Eind 2020 was het saldo op de rekening-courant € 46,2 miljoen. Hiermee dient een groot bedrag aan kortlopende schulden te worden terugbetaald, waardoor de verwachting is dat het saldo liquide middelen in 2021 flink zal dalen. Structureel wordt uitgegaan van een saldo van ca. € 18 miljoen. In 2022 en 2023 zijn de investeringen met € 10 miljoen relatief hoog vanwege de nieuwbouw van systemen. Daarna wordt uitgegaan van een structureel investeringsniveau van € 7,5 miljoen.

De investeringen hebben vrijwel geheel betrekking op ICT en behoren tot de immateriële vaste activa. Er wordt uitgegaan van een afschrijvingstermijn van 5 jaar. Voor de financiering van deze activa wordt gebruik gemaakt van de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën, waarbij is uitgegaan van een aflossingstermijn van 5 jaar (conform afschrijvingstermijn).

5.2.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tabel 33 Overzicht doelmatigheidsindicatoren CIBG voor het jaar 2022
 

Stand slotwet 2020

Vastgestelde begroting 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Generiek

       

1. Kostprijzen per product (groep)

       

- Beschikking BIG-register

165

190

174

208

193

171

143

- Vakbekwaamheidverklaring

5.381

5.740

5.519

5.519

5.519

5.519

5.519

- Vergunning Farmatec

2.563

2.620

1.306

1.306

1.306

1.306

1.306

- UZI-pas/certificaat

293

396

383

382

406

412

412

- Wilsbeschikking donorregister

7

11

13

13

13

13

13

2. Omzet per productgroep (x € 1.000)

       

- BIG en herregistratie

5.269

12.553

11.904

12.771

11.904

12.771

11.904

- Vakbekwaamheid

4.229

4.420

4.691

4.691

4.691

4.691

4.691

- Farmatec

1.832

2.358

2.390

2.390

2.390

2.390

2.390

- UZI-pas/certificaat

5.785

13.343

13.713

13.524

13.524

14.395

13.524

- Donorregister

3.743

4.348

5.396

5.396

5.396

5.396

5.396

3. Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

288

304

350

350

350

350

350

4. Saldo van baten en lasten (% van de baten)

3%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

        

Specifiek

       

1. Productievolume

       

- Beschikking BIG-register

25.278

53.500

51.160

118.660

68.660

70.000

120.000

- Vakbekwaamheidverklaringen

786

770

850

850

850

850

850

- Verleende vergunningen Farmatec

909

900

1.830

1.830

1.830

1.830

1.830

- UZI-passen en certificaten

21.800

33.678

44.500

28.000

28.000

44.500

28.000

- Wilsbeschikkingen donorregister

500.000

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

400.000

2. Aantal klachten / bezwaar en beroep

       

- Vakbekwaamheidverklaringen

1

10

10

10

10

10

10

- Wilsbeschikkingen donorregister

30

4

15

15

15

15

15

        

3. Doorlooptijden in dagen

       

- Wilsbeschikking donorregister

9

7

7

7

7

7

7

Toelichting overzicht doelmatigheidsindicatoren

Kostprijzen per product

Bij BIG en UZI zijn de kostprijzen berekend op basis van voortschrijdende gemiddeldes van respectievelijk vijf en drie jaar (de termijn van een BIG-(her)registratie is vijf jaar en een UZI pas is drie jaar geldig). Dit leidt tot een betere vergelijkbaarheid van deze kostprijzen over de jaren heen. De vergunningen Farmatec laten een halvering van de kostprijs zien vanwege een verdubbeling van het productievolume als gevolg van een correctie (dus geen reële toename).

Totaal aantal fte (exclusief externe inhuur)

In de begroting 2022 neemt het aantal fte met 46 fte toe vanwege nieuwe taken en taakuitbreidingen. Het gaat hierbij in het bijzonder om het Landelijk Consortium Hulpmiddelen, het Nationaal Contact Punt voor eHealth, Toelating Zorginstellingen en Jaarverantwoording Zorg.

De komende jaren blijft het totale aantal fte naar verwachting stabiel.

Productievolume

Het wisselend volume van de BIG-(her-)registraties wordt veroorzaakt door de herregistraties die om de vijf jaar plaatsvinden. De uitgifte van passen en certificaten bij UZI vindt elke drie jaar plaats en dan is sprake van een piek in de productiecijfers.

Aantal klachten/bezwaar en beroep

Bij Donor wordt een stijging van het aantal klachten voorzien vanwege de nieuwe donorwet.

Doorlooptijden

Dit betreft de gemiddelde netto doorlooptijd in dagen. Verwacht wordt dat de doorlooptijd gelijk blijft ten opzichte van de begroting 2021.

5.3 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

5.3.1 Inleiding

Sinds 1 januari 2004 is het RIVM een baten-lasten agentschap van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gevestigd in Bilthoven. Het RIVM is het kenniscentrum van de Rijksoverheid op het gebied van volksgezondheid en milieu. Het RIVM verricht niet alleen zelf onderzoek, maar verzamelt ook wereldwijd kennis en past die kennis toe. Het onderzoek en de advisering hebben betrekking op:

  • Het verrichten van monitoring, surveillance en onderzoek gericht op ondersteuning van beleidsontwikkeling, beleidsuitvoering, bewaking van veiligheid en uitoefening van toezicht op het gebied van volksgezondheid en milieu.

  • Het periodiek rapporteren over toekomstige ontwikkelingen.

  • Het uitvoeren van de landelijke aansturing en begeleiding van preventieprogramma’s.

  • Het deelnemen aan internationale samenwerkingsverbanden en onderzoek.

Het RIVM voert haar werkzaamheden voornamelijk uit voor het Ministerie van VWS, IenW, EZK, LNV en internationale organisaties als de ANVS, Europese Commissie, WHO en ook steeds meer decentrale overheden. Informatie over de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken en adviezen is te vinden via de thematische ingangen van de website www.rivm.nl.

5.3.2 Begroting 2022

Tabel 34 Begroting van baten-lastenagentschap RIVM voor het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)
 

Stand Slotwet 2020

Vastgestelde begroting 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Baten

       

Omzet

475.451

453.800

601.000

556.100

473.100

473.100

473.100

waarvan omzet moederdepartement

352.491

331.900

479.500

429.500

346.500

346.500

346.500

waarvan omzet overige departementen

81.900

87.200

90.500

91.600

91.600

91.600

91.600

waarvan omzet derden

41.060

34.700

31.000

35.000

35.000

35.000

35.000

Vrijval voorzieningen

158

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

475.609

453.800

601.000

556.100

473.100

473.100

473.100

        

Lasten

       

Apparaatskosten

453.870

448.200

582.900

546.600

463.600

463.600

463.600

Personele kosten

180.651

193.400

232.500

210.000

179.000

179.000

179.000

waarvan eigen personeel

150.934

167.600

200.400

180.400

155.900

155.900

155.900

waarvan inhuur externen

19.313

18.700

22.200

20.400

14.000

14.000

14.000

waarvan overige personele kosten

10.404

7.100

9.900

9.200

9.100

9.100

9.100

Materiële kosten

273.219

254.800

350.400

336.600

284.600

284.600

284.600

waarvan apparaat ICT

27.917

26.400

35.900

34.700

29.800

29.800

29.800

waarvan bijdrage aan SSO's

4.632

5.400

4.700

4.700

4.700

4.700

4.700

waarvan overige materiële kosten

240.670

223.000

309.800

297.200

250.100

250.100

250.100

Afschrijvingskosten

6.031

5.600

8.400

9.500

9.500

9.500

9.500

Materieel

6.013

5.600

8.400

9.500

9.500

9.500

9.500

waarvan apparaat ICT

4.409

4.100

6.200

6.700

6.700

6.700

6.700

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

1.604

1.500

2.200

2.800

2.800

2.800

2.800

Immaterieel

18

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

1.844

0

9.700

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

1.844

0

9.700

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

0

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

461.745

453.800

601.000

556.100

473.100

473.100

473.100

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

13.864

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

31

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

13.833

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de begroting

Algemeen

De bestrijding van COVID-19 en het betrekken van de nieuwe huisvesting eind 2022 hebben een grote impact op de begroting 2022. Bij het begroten van de COVID-19 baten en lasten is uitgegaan van de programma’s die op dit moment met opdrachtgevers zijn overeengekomen. De bestaande programma’s zijn overeengekomen voor 2022 en het COVID-19 vaccinatieprogramma voor 2022 en 2023. Met onze opdrachtgevers wordt bezien hoe onderdelen van de COVID-19 programma’s na 2022 en 2023 zullen worden gecontinueerd en hoe de opgedane kennis, onderzoeksmethodieken en innovaties structureel kunnen worden geborgd. Voor bepaalde onderdelen zijn reeds meerjarige toezeggingen gedaan, bijvoorbeeld rioolwateronderzoek. In de begroting 2022 zijn alleen die onderdelen verwerkt waar meerjarige toezeggingen door opdrachtgevers zijn gedaan.

Eind 2022 wordt de nieuwe huisvesting op het Utrecht Science Park opgeleverd. Met de opdrachtgevers zijn voor 2022 structureel nieuwe financiering overeengekomen voor de Basisfinanciering Essentiële Infrastructuur (in stand houding van de laboratoria en materieel). Deze herziening is verwerkt en de component met betrekking tot de nieuwe huisvesting gaat in vanaf het moment van afgifte van het beschikbaarheidscertificaat door de Staat. De totale jaarlijkse structurele stijging bedraagt € 21,8 miljoen.

Baten

De omzetten zijn begroot op grond van de verwachte meerjarige opdrachtvolumes. De werkelijke hoogte van de omzet is afhankelijk van de aard en omvang van de te verrichten activiteiten en daarmee samenhangende in rekening te brengen kosten (uren x tarief plus directe projectgebonden kosten).

De geraamde omzet moederdepartement bestaat uit baten van VWS-eigenaar en VWS-opdrachtgever. De geraamde omzet van VWS-eigenaar (€ 13,5 miljoen) is bestemd voor het strategisch programma van het RIVM. De geraamde omzet van VWS-opdrachtgevers (€ 466,0 miljoen) heeft betrekking op programma’s die het RIVM uitvoert voor beleidsdirecties van VWS en het IGJ. De omzet bestaat voor € 130,0 miljoen uit COVID-19 programma’s, waaronder het COVID-19 vaccinatieprogramma. De huidige opdracht voor het uitvoeren van het COVID-19 vaccinatieprogramma loopt eind 2023 af. In de begroting van 2022 en 2023 is € 55,0 miljoen per jaar geraamd om het COVID-19 vaccinatieprogramma uit te voeren op basis van de vaccinatiestrategie uit 2021. In de begroting 2024 en verder zijn geen middelen opgenomen voor het uitvoeren van een structureel COVID-19 vaccinatieprogramma. Hierover moeten het RIVM en VWS nog nadere afspraken maken. In tegenstelling tot andere vaccinatieprogramma’s, die het RIVM uitvoert, zijn de kosten met betrekking tot de aanschaf van de vaccins niet begroot. De vaccins worden door VWS ingekocht en aan het RIVM beschikbaar gesteld voor verspreiding over de vaccinatielocaties.

Van de overige onderdelen van het COVID-19 programma is toegezegd, dat € 17,0 miljoen vanaf 2023 structureel wordt opgenomen in bestaande programma’s voor infectieziektebestrijding, monitoring en preventie. De verwachting is, dat dit nog verder zal toenemen. Verwerking vindt plaats in de begroting 2023.

De omzet overige departementen bestaat uit programma’s, die worden uitgevoerd voor ministeries van IenW, EZK, LNV, SZW, BZK en Defensie. De programma’s hebben betrekking op milieu in relatie tot de volksgezondheid. Als gevolg van een aantal grote structurele opdrachten op het gebied van luchtkwaliteit, stikstof en PFAS groeit de omzet structureel naar ruim € 91,0 miljoen in 2023.

Omzet derden bestaat uit opdrachten die het RIVM uitvoert voor internationale organisaties, ZBO’s (waaronder de ANVS) en decentrale overheden. Om samenwerking tussen het RIVM en decentrale overheden verder uit te bouwen is het programma Regionaal Werken opgericht. Diverse regionale partners, VNG en IPO hebben vanaf 2022 bijdragen aan dit programma toegezegd.

Lasten

Door groei van de opdrachtenportefeuille als gevolg van de uitvoering van COVID-19 opdrachten en opdrachten op het gebied van luchtkwaliteit, stikstof en PFAS zijn de personele kosten in 2022 gestegen naar € 232,5 miljoen. In lijn met de afbouw van de COVID-19 programma’s, neemt het aantal FTE’s in 2023 en 2024 af met 400 FTE. De personele kosten dalen in lijn met de organisatieomvang naar € 179,0 miljoen in 2024. Doordat onderdelen van de COVID-19 programma’s worden opgenomen in bestaande programma’s, zal de omvang van de organisatie groter zijn dan voor COVID-19. Voor de kosten, die te maken hebben met de afname van de omvang van de organisatie, wordt in 2022 een voorziening gevormd van € 9,7 miljoen. De inschatting is dat deze voorziening in 2023 en 2024 wordt gerealiseerd. De externe inhuur bedraagt maximaal 10% van de totale loonkosten.

De materiële kosten bedragen in 2022 € 350,4 miljoen. Het grootste deel van de kosten, € 203,2 miljoen, hebben betrekking op de uitvoering van de vaccinatieprogramma’s en inkoop van vaccins. Voor COVID-19 worden geen vaccins ingekocht door het RIVM. Inkoop van de COVID-19 vaccins wordt verricht door VWS. Dit betekent dat er geen kosten voor inkoop van COVID-19 vaccins zijn begroot.

Daarnaast is in 2022 € 12,3 miljoen en vanaf 2023 € 20,8 miljoen begroot voor stijgende kosten voor laboratoriuminfrastructuur, materieel en de exploitatiekosten van de nieuwe huisvesting. In lijn met de daling van de omzet dalen de materiële kosten naar € 284,6 miljoen vanaf 2023.

In 2022 wordt geïnvesteerd in apparatuur voor laboratoria en ICT voor de nieuwe huisvesting op het Utrecht Science Park. De afschrijvingstermijn is gebaseerd op de economische levensduur van de apparatuur en is vastgesteld op gemiddeld 10 jaar. Als gevolg van de investeringen stijgen de afschrijvingskosten. De stijging van de afschrijvingskosten, de stijgende kosten voor laboratoriuminfrastructuur en materieel en de stijgende exploitatiekosten van de nieuwe huisvesting worden gedekt door verhoging van de Basisfinanciering Essentiële Infrastructuur (€ 12,3 miljoen in 2022 en vanaf 2023 € 21,8 miljoen per jaar).

5.3.3 Kasstroomoverzicht

Tabel 35 Kasstroomoverzicht RIVM over het jaar 2022 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2020

Vastgestelde begroting 2021

2022

2023

2024

2025

2026

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

46.637

29.205

35.505

44.225

15.925

15.325

18.725

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

881.239

453.800

601.000

556.100

473.100

473.100

473.100

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 712.591

‒ 441.900

‒ 592.280

‒ 578.300

‒ 463.600

‒ 463.600

‒ 463.600

2.

Totaal operationele kasstroom

168.648

11.900

8.720

‒ 22.200

5.500

9.500

9.500

 

-/- totaal investeringen

‒ 6.750

‒ 5.600

‒ 15.000

‒ 4.600

‒ 4.600

‒ 4.600

‒ 4.600

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

13

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 6.737

‒ 5.600

‒ 15.000

‒ 4.600

‒ 4.600

‒ 4.600

‒ 4.600

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

1.155

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

‒ 1.500

‒ 1.500

‒ 1.500

‒ 1.500

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

15.000

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

1.155

0

15.000

‒ 1.500

‒ 1.500

‒ 1.500

‒ 1.500

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

209.703

35.505

44.225

15.925

15.325

18.725

22.125

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De begrote ontvangsten zijn gebaseerd op de geplande opbrengsten van uit te voeren opdrachten. In de begrote uitgaven voor 2022, 2023 en 2024 zijn incidentele uitgaven opgenomen die samenhangen met de overgang naar de nieuwe huisvesting en met de uitputting van de getroffen voorziening. De eenmalige uitgaven voor nieuwe huisvesting hebben betrekking op verhuizing, dubbele huurlasten in verband met het waarborgen van de continuïteit van de laboratoria, leeg opleveren van het terrein en de gebouwen en het langer in stand houden van het projectbureau Nieuwe Huisvesting als gevolg van de vertraging van de bouw.

Investeringskasstroom

In 2022 zijn grootschalige investeringen gepland in laboratoriumapparatuur en ICT (€ 15,0 miljoen) die samenhangen met het betrekken van de nieuwe huisvesting. De jaarlijkse investeringen vanaf 2023 hebben betrekking op vervangingsinvesteringen van ICT-apparatuur.

Financieringskasstroom

Om de investeringen in laboratoriumapparatuur en ICT in 2022 te kunnen financieren wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën. De lening wordt aangegaan voor de economische levensduur van de investeringen (10 jaar) en zal lineair worden afgelost over de looptijd.

5.3.4 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

Tabel 36 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RIVM voor het jaar 2022
 

Stand slotwet 2020

Vastgestelde begroting 2021

2022

2023

2024

2025

2026

Omschrijving Generiek Deel

       

1. Uurtarieven:

       

- Gewogen uurtarief in €

118

122

125

128

131

134

137

- Ontwikkeling uurtarief (2020 = 100)

100

108

106

108

111

113

116

2. Aantal FTE-totaal (excl. externe inhuur)

1.842

1.800

2.250

2.100

1.850

1.850

1.850

3. Saldo van baten en lasten (%)

2,9%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

        

Omschrijving Specifiek Deel

       

1. Liquiditeit (current ratio; norm: > 1,5)

1,0

1,2

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

2. Solvabiliteit (debt ratio)

1,0

0,9

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

3. Rentabiliteit eigen vermogen

218,2%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

4. Percentage externe inhuur t.o.v. totale personele kosten

10,9%

10,0%

10,0%

10,0%

10,0%

10,0%

10,0%

5.Percentage facturen betaald binnen 30 dagen

94,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

6. Declarabiliteit % primair proces

67,4%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

65,0%

7. FTE overhead als % totaal aantal FTE

17,0%

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

20,0%

8. Ziekteverzuim

3,8%

3,3%

3,6%

3,3%

3,0%

2,8%

2,8%

9. % medewerkers met een volledig afgeronde p-gesprekscyclus

64,5%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Generieke indicatoren

  • 1. Uurtarieven: Het RIVM hanteert als indicator voor doelmatigheid het gemiddeld gewogen uurtarief. De uurtarieven worden jaarlijks door de eigenaar in juni vastgesteld. De hoogte van de tarieven wordt onder meer bepaald door de ontwikkeling van de loonkosten, de materiële kosten en het aantal te declareren uren per medewerker. Voor 2022 is rekening gehouden met een verwachte tariefstijging van ongeveer 2,3%. Voor de jaren daarna is rekening gehouden met toekomstige loon- en prijsontwikkelingen van gemiddeld 2,0% per jaar.

  • 2. Aantal FTE totaal (exclusief externe inhuur): Opgenomen is het aantal fulltime equivalenten (FTE) werkzaam bij het RIVM per 31 december van het jaar, exclusief externe inhuur. De ontwikkeling van het aantal verwachte FTE hangt samen met de ontwikkelingen van het opdrachtenpakket. Door de groei van het opdrachtenpakket als gevolg van COVID-19, stikstof en PFAS stijgt het aantal FTE’s tot 2250 FTE in 2022. Vanaf 2023 zal het aantal FTE afnemen als gevolg van het aflopen van onderdelen van de COVID-19 programma’s.

  • 3. Saldo van baten en lasten: Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten.

Specifieke indicatoren

  • 1. Liquiditeit: De kortlopende vorderingen ten opzichte van de kortlopende schulden.

  • 2. Solvabiliteit: Het totaal van de schulden ten opzichte van het balanstotaal.

  • 3. Rentabiliteit eigen vermogen: Het onverdeeld resultaat als percentage van het totaal eigen vermogen.

  • 4. Percentage externe inhuur t.o.v. totale personele kosten: Het percentage externe inhuur 2022 bedraagt 10% en voldoet hiermee aan de Rijksbrede norm.

  • 5. Percentage facturen betaald binnen 30 dagen: De norm van 95% is gebaseerd op de Rijksbrede afspraken.

  • 6. Declarabiliteit % primair proces: De norm binnen het RIVM bedraagt 65%. De declarabiliteit geeft inzicht in de productiviteit die binnen het RIVM wordt behaald.

  • 7. FTE overhead als % totaal aantal FTE: Het percentage overhead uitgedrukt in FTE ten opzichte van het totaal aantal FTE binnen het RIVM.

  • 8. Ziekteverzuim: De gehanteerde norm voor het RIVM is de Verbaan-norm van 2,8%. Voor 2022 is deze norm niet haalbaar; gestreefd wordt om het ziekteverzuim in 2025 op het niveau van de Verbaan-norm terug te brengen.

  • 9. % Medewerkers met een volledig afgeronde p-gesprekscyclus: De overeengekomen norm met de eigenaar is, dat minimaal 80% van de medewerkers een afgeronde p-gesprekscyclus heeft.

Voor wat betreft de specifieke doelmatigheidsindicatoren steunt het RIVM op de gangbare bedrijfseconomische indicatoren, zoals vermeld in bovenstaande tabel. Over de geleverde prestaties legt het RIVM periodiek verantwoording af richting de opdrachtgevers en eigenaar. Aan de primaire opdrachtgevers vindt verantwoording plaats door middel van voortgangsrapportages inclusief een overzicht met de uitputting van de budgetten. Deze rapportages worden door de opdrachtgevers vastgesteld. Aan de overige opdrachtgevers wordt verantwoording afgelegd bij tijdige oplevering van de afgesproken producten en diensten. Aan de eigenaar wordt verantwoording afgelegd door middel van voortgangsrapportages, waarin tevens wordt gereflecteerd op de organisatiebrede doelstellingen uit het jaarplan RIVM.

Audits en benchmarkonderzoeken vinden periodiek plaats. Over (wetenschappelijke) audits op onderdelen van de primaire processen wordt gerapporteerd aan de Commissie van Toezicht. Audits worden gepubliceerd op de website van het RIVM.

6. Financieel Beeld Zorg

6.1 Inleiding

Het Financieel Beeld Zorg (FBZ) geeft een integraal beeld van de ontwikkeling van de uitgaven en ontvangsten onder het Uitgavenplafond Zorg. Dit hoofdstuk geeft op hoofdlijnen een toelichting op de financiële cijfers.

Het FBZ bestaat uit de volgende onderdelen:

Paragraaf 1: Inleiding

Deze paragraaf gaat over de inhoud van het FBZ en over de wijzigingen in de ontwerpbegroting 2022 ten opzichte van de ontwerpbegroting 2021.

Paragraaf 2: Zorguitgaven in vogelvlucht

In deze paragraaf wordt ingegaan op het financieel beeld op hoofdlijnen van de zorguitgaven, de actualisering van de Zvw-zorguitgaven en effecten van het coronavirus, de ontwikkeling van de netto zorguitgaven en de ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg.

Paragraaf 3: Verticale ontwikkeling van de zorguitgaven

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens de algemene doelstelling voor de curatieve zorg, de langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning en de rol en verantwoordelijkheid van de bewindspersonen beschreven. Vervolgens wordt de verticale ontwikkeling van de Zvw, Wlz en begrotingsgefinancierde zorguitgaven toegelicht. Verder is een paragraaf over de bestuurlijke akkoorden in de curatieve zorg opgenomen.

Paragraaf 4: Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven en

-ontvangsten

In deze paragraaf wordt de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten over meerdere jaren weergegeven en toegelicht.

Paragraaf 5: Financiering van de zorguitgaven

Deze paragraaf gaat in op de financiering van de zorguitgaven die toegerekend worden aan het Uitgavenplafond Zorg.

Verdieping van de zorguitgaven in deelsectoren

Het verdiepingshoofdstuk wordt integraal als open data beschikbaar gesteld op: Overzicht Datasets | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid (rijksfinancien.nl). Hierin worden de financiële bijstellingen per deelsector tussen de ontwerpbegroting 2021 en de ontwerpbegroting 2022 gepresenteerd en toegelicht.

6.1.1 Wijzigingen in het FBZ

Het FBZ in de ontwerpbegroting 2022 heeft ten opzichte van de ontwerpbegroting 2021 de onderstaande veranderingen ondergaan:

  • Leeswijzer

    In paragraaf 6.1.2 is een leeswijzer opgenomen waarin uitleg wordt gegeven over het Uitgavenplafond Rijksbegroting en het Uitgavenplafond Zorg.

  • Financieel beeld op hoofdlijnen

    In paragraaf 6.2.1 is een nieuwe grafiek (figuur 1) opgenomen waarin de ontwikkeling van de verwachte netto zorguitgaven voor de jaren 2021 tot en met 2025 wordt gepresenteerd.

  • Ontwikkeling van de netto zorguitgaven

    In paragraaf 6.2.4 is een nieuwe tabel (tabel 3A) opgenomen. Hierin zijn de belangrijkste bijstellingen van de netto zorguitgaven voor de jaren 2021 tot en met 2025 vanaf de stand ontwerpbegroting 2021 opgenomen.

  • Horizontale ontwikkeling van de netto zorguitgaven

    In paragraaf 6.4.3 zijn nieuwe grafieken opgenomen (figuren 7, 8 en 9). Hierin wordt de horizontale ontwikkeling (nominale groei en reële groei) van de netto zorguitgaven voor de jaren 2022 tot en met 2025 (met als basisjaar 2021) grafisch in lijndiagrammen gepresenteerd.

6.1.2 Leeswijzer

In de VWS-begroting zijn zowel uitgaven die vallen onder het Uitgavenplafond Rijksbegroting als uitgaven die vallen onder het Uitgavenplafond Zorg opgenomen. In deze leeswijzer wordt uitleg gegeven over het onderscheid tussen deze twee soorten uitgaven.

Uitgaven onder het Uitgavenplafond Rijksbegroting

Dit betreft de begrotingsgefinancierde uitgaven die op de VWS-begroting in de artikelen 1 tot en met 11 opgenomen zijn. Dit zijn uitgaven voor onder meer preventie, jeugdhulp en sport. Ook zijn het uitgaven om het zorgstelsel goed te laten functioneren, maar die niet direct zijn te relateren aan de zorgverlening. Voorbeelden hiervan zijn de exploitatiekosten van de zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s), zoals de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en Zorginstituut Nederland. Al deze begrotingsgefinancierde uitgaven vallen onder het Uitgavenplafond Rijksbegroting.

Uitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg

De uitgaven die vallen onder het Uitgavenplafond Zorg zijn in de VWS-begroting opgenomen in paragraaf 6, Financieel Beeld Zorg (FBZ). De uitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg zijn voornamelijk opgebouwd uit de geraamde premiegefinancierde uitgaven en een beperkt deel uit begrotingsgefinancierde uitgaven.

Onder de premiegefinancierde uitgaven zijn opgenomen:

  • De uitgaven onder de Zorgverzekeringswet (Zvw)

  • De uitgaven onder de Wet langdurige zorg (Wlz)

Onder de begrotingsgefinancierde uitgaven zijn opgenomen:

  • Een deel van de uitgaven voor Wmo beschermd wonen

  • Een deel van de begrotingsgefinancierde uitgaven op de VWS-begroting

Bij Wmo beschermd wonen gaat het om middelen die door middel van een integratie-uitkering aan gemeenten beschikbaar worden gesteld. Deze uitgaven staan op de begroting van het gemeentefonds van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), maar een deel valt onder het Uitgavenplafond Zorg.

Een deel van de uitgaven die verantwoord worden op de VWS-begroting als begrotingsgefinancierde uitgaven op de artikelen 1, 2, 3 en 4, valt onder het Uitgavenplafond Zorg. Tot deze categorie behoren onder meer een deel van de uitgaven aan zorgopleidingen, de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdhulp op Caribisch Nederland, de uitgaven voor langdurige zorg en ondersteuning (corona-uitgaven) en enkele subsidieregelingen.

In paragraaf 6.2.3 is een tabel (tabel 2) opgenomen waarin de zorguitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg zijn uitgesplitst in premiegefinancierde uitgaven en begrotingsgefinancierde uitgaven.

Bruto- en netto zorguitgaven onder Uitgavenplafond Zorg

Bij het Uitgavenplafond Zorg zijn er ook ontvangsten: de eigen betalingen (Zvw) en de eigen bijdragen (Wlz) in de zorg, die samen worden gerekend tot de niet-belastingontvangsten. De totale bruto zorguitgaven minus deze niet-belastingontvangsten vormen de netto zorguitgaven.

Financiering van de zorguitgaven en de sociale fondsen

Dit betreft de financiering van de zorguitgaven die toegerekend worden aan het Uitgavenplafond Zorg. Het grootste deel van de zorguitgaven betreft uitgaven in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Het overige verloopt via de rijksbegroting.

De collectieve zorguitgaven worden gefinancierd uit premies (nominale Zvw-premie, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en Wlz-premie), belastingmiddelen (rijksbijdragen) vanuit de begroting (rijksbijdrage voor de financiering van de verzekering voor jongeren onder de 18 jaar, bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK) en rijksbijdrage Wlz), de eigen betalingen in de Zvw en de eigen bijdragen in de Wlz.

De Zvw en de Wlz zijn verzekeringen, waar iedere volwassen ingezetene in Nederland verplicht premie voor betaalt en aanspraken aan ontleent. Een deel van de financiering loopt via de sociale fondsen, het Zorgverzekeringsfonds (Zvf) en het Fonds langdurige zorg (Flz). Deze fondsen maken geen onderdeel uit van de rijksbegroting, maar behoren wel tot de overheid. Veranderingen in de financiële positie van de fondsen hebben daarom invloed op het EMU-saldo. De fondsen worden gevoed met premies die door het kabinet worden vastgesteld (de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en de Wlz-premie) en de rijksbijdragen. De rijksbijdragen vallen onder de begrotingsgefinancierde uitgaven. Ook een eventueel exploitatietekort in het Zvf of Flz kan worden gezien als financiering van de zorguitgaven. Het exploitatiesaldo van de fondsen telt mee in het EMU-saldo en de EMU-schuld van het Rijk. Het Rijk moet hiervoor meer (of minder) lenen.

De nominale Zvw-premie wordt niet door het kabinet vastgesteld en wordt rechtstreeks door burgers betaald aan zorgverzekeraars. In paragraaf 6.5 is wel een raming opgenomen van de nominale premie. Het Zvf werkt als een vereveningsfonds voor zorgverzekeraars, dat moet zorgen voor een gelijk speelveld. Uit het Flz worden de aanspraken betaald die burgers en instellingen hebben op grond van de Wlz. In paragraaf 6.5 wordt nader ingegaan op de financiering van de zorguitgaven.

6.2 Zorguitgaven in vogelvlucht

6.2.1 Financieel beeld op hoofdlijnen

In de onderstaande figuur is de verwachte ontwikkeling van de netto zorguitgaven voor de periode 2021 tot en met 2025 opgenomen. De netto zorguitgaven groeien in de komende periode (2021-2025) naar verwachting met € 16,8 miljard, van € 76,0 miljard in 2021 naar € 92,8 miljard in 2025.

Figuur 1 Verwachte ontwikkeling van de netto zorguitgaven 2021-2025 (in miljarden euro’s)

De verwachte groei in 2022 ten opzichte van 2021 is afgerond € 5,3 miljard. De groei in 2022 is daarmee hoger dan de jaarlijkse groei in de daarop volgende jaren (2023-2025). Dit komt voornamelijk door de incidentele neerwaartse bijstelling van de netto Zvw-uitgaven in 2021, als gevolg van de technische correctieboeking van de schadelastdip ggz21 van ‒ € 1,2 miljard.

Daarnaast zijn de netto zorguitgaven vanaf het jaar 2022 bijgesteld, voornamelijk als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen en volumegroei en deels door beleidsmatige ontwikkelingen.

In paragraaf 6.4.3 van het Financieel Beeld Zorg wordt nader ingegaan op de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven. Hierin is zowel de nominale als de reële groei in de afzonderlijke jaren opgenomen en wordt een uitsplitsing gemaakt voor de ontwikkeling binnen de Zvw en binnen de Wlz.

6.2.2 Actualisering Zvw-zorguitgaven en effecten corona in 2021 en 2020

Zorginstituut Nederland, de Nederlandse Zorgautoriteit, Zorgverzekeraars Nederland, de zorgverzekeraars en het ministerie van VWS werken al sinds de uitbraak van de coronapandemie nauw samen om de financiële effecten van corona op de Zvw-zorg in beeld te brengen.

Op basis van door het Zorginstituut en de NZa aangeleverde tweede kwartaalrapportages is de begroting geactualiseerd. De levering van het Zorginstituut is gebaseerd op ramingen van de zorgverzekeraars en het Zorginstituut. Deze ramingen zijn deels gebaseerd op daadwerkelijke declaraties en deels op inschattingen, onder meer op basis van contract-afspraken met zorgaanbieders. Alle ramingen zijn gebaseerd op data tot en met juni 2021, waarbij voor de tweede helft van 2021 een afnemend verloop van het aantal besmettingen wordt verondersteld. Bij het opstellen van de tweede kwartaalramingen was onvoldoende bekend over het verloop van de opleving van het virus begin juli. De zorgverzekeraars geven aan dat hun ramingen vanwege de coronacrisis sowieso met meer onzekerheid dan normaal zijn omgeven. Bovendien geldt voor de Zvw dat na afloop van een jaar nog twee jaar declaraties over dat jaar kunnen binnenkomen. Desondanks bieden deze cijfers het meest actuele inzicht in de Zvw-uitgaven voor 2021 en 2020.

Voor de Zvw-uitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg is in onderstaande tabellen onderscheid gemaakt tussen reguliere zorg aan niet-corona-patiënten, netto continuïteitsbijdragen, directe zorg aan corona-patiënten en coronagerelateerde meerkosten. De laatste kolom laat zien tot welke aanpassingen de nieuwste actualisatie leidt ten opzichte van de stand bij eerste suppletoire begroting 2021 (inclusief de reguliere mutaties uit deze ontwerpbegroting 2022) respectievelijk het jaarverslag 2020. Onder de tabellen staat een korte toelichting van de gepresenteerde uitgaven.

De actualisatie in deze ontwerpbegroting leidt op het totaal van de Zvw-uitgaven voor 2021 tot een neerwaartse ramingsbijstelling van € 124 miljoen ten opzichte van de eerste suppletoire begroting 2021.

Tabel 1A Actualisering Zvw-uitgaven 2021 inclusief coronakosten (bedragen x € 1 miljoen)1
 

Stand 1e suppletoire begroting 2021

Stand Q2-levering Zorginstituut en NZa

wv. reguliere zorg aan niet-coronapatiënten

wv. netto continuïteits-bijdragen

wv. directe zorg aan coronapatiënten

wv. corona-gerelateerde meerkosten

over-/onderschrijding

 

(A)

(B)

(C)

(D)

(E)

(F)

G = B-/-A

Eerstelijnszorg

6.749,7

6.676,5

6.642,7

0,0

32,6

1,2

‒ 73,2

Tweedelijnszorg

27.692,3

28.357,5

27.328,1

116,3

441,6

471,5

665,3

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

2.901,0

2.972,8

2.963,8

9,1

0,0

0,0

71,8

Apotheekzorg en hulpmiddelen

6.697,2

6.579,6

6.579,5

0,1

0,0

0,0

‒ 117,6

Wijkverpleging

3.995,2

3.451,5

3.418,3

10,2

0,0

23,0

‒ 543,7

Ziekenvervoer

849,0

860,4

860,4

0,0

0,0

0,0

11,4

Opleidingen

1.401,1

1.401,1

1.401,1

0,0

0,0

0,0

0,0

Grensoverschrijdende zorg

693,9

555,6

555,6

0,0

0,0

0,0

‒ 138,3

Totaal

50.979,4

50.855,0

49.749,5

135,6

474,2

495,7

‒ 124,4

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Bron: NZa, Zorginstituut Nederland en VWS

De grootste bijstellingen doen zich voor bij de tweedelijnszorg (+ € 665 miljoen) en bij wijkverpleging (- € 544 miljoen).

Voor inzicht in de totale effecten van corona is met het oog op de uitkering van de catastroferegeling ook het jaar 2020 van belang. Daarom wordt in onderstaande tabel de actuele stand van de uitgaven 2020 weergegeven (voor meer informatie over de gevolgen hiervan zie paragraaf 6.5).

Voor 2020 leidt de actualisatie tot een ramingsbijstelling van € 123 miljoen ten opzichte van de stand in het jaarverslag 2020. De bijstelling hangt waarschijnlijk samen met de duur en intensiteit van de tweede golf.

Tabel 1B Actualisering Zvw-uitgaven 2020 inclusief coronakosten (bedragen x € 1 miljoen)1
 

Stand jaarverslag 2020

Stand Q2-levering Zorginstituut en NZa

wv. reguliere zorg aan niet-coronapatiënten

wv. netto continuïteits-bijdragen

wv. directe zorg aan coronapatiënten

wv. corona-gerelateerde meerkosten

over-/onderschrijding

 

(A)

(B)

(C)

(D)

(E)

(F)

G = B-/-A

Eerstelijnszorg

6.339,8

6.333,4

6.059,6

205,4

15,1

53,3

‒ 6,4

Tweedelijnszorg

27.142,0

27.252,6

23.968,0

2.115,6

536,6

632,4

110,7

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

4.207,1

4.246,9

4.154,4

66,7

25,8

39,8

Apotheekzorg en hulpmiddelen

6.656,5

6.650,5

6.566,9

61,4

0,1

22,2

‒ 6,0

Wijkverpleging

3.489,9

3.472,7

3.330,1

101,9

40,8

‒ 17,2

Ziekenvervoer

810,5

822,4

800,2

9,1

13,0

11,9

Opleidingen

1.381,8

1.381,8

1.381,8

Grensoverschrijdende zorg

596,2

586,1

586,1

‒ 10,1

Totaal

50.623,8

50.746,4

46.847,2

2.560,0

551,7

787,4

122,5

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Bron: NZa, Zorginstituut Nederland en VWS

De grootste bijstellingen doen zich voor bij de tweedelijnszorg (+ € 111 miljoen) en bij de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (+ € 40 miljoen).

Toelichting op de tabellen:

  • Stand 2021 bij eerste suppletoire begroting 2021 en stand 2020 in jaarverslag 2020 (kolom A): De basisstand in de tabel voor 2021 is de stand in de eerste suppletoire begroting 2021 (inclusief reguliere mutaties in de ontwerpbegroting 2022) en de basisstand in de tabel over 2020 is de stand bij het jaarverslag 2020 (kolom A).

  • Stand Q2-levering Zorginstituut en NZa (Kolom B): Dit is de op basis van de tweede kwartaalleveringen (Q2-levering) van het Zorginstituut en de NZa geactualiseerde stand van respectievelijk 2021 en 2020 in de ontwerpbegroting 2022 (kolom B = optelsom kolommen C t/m F).

  • Reguliere zorg aan niet-coronapatiënten (kolom C): Hieronder vallen alle kosten voor zorg aan niet-coronapatiënten.

  • Netto continuïteitsbijdragen (kolom D): Ter compensatie van de vraaguitval door corona kunnen zorgaanbieders van zorgverzekeraars een continuïteitsbijdrage ontvangen ter financiering van hun doorlopende kosten bij omzetdaling. Met deze toeslag kunnen zorgverzekeraars de continuïteit van zorg waarborgen om ook in de toekomst aan hun zorgplicht te kunnen blijven voldoen en om personeel in de zorg te kunnen behouden. In de tabel zijn de verwachtingen van verzekeraars over de netto continuïteitsbijdragen weergegeven, dat wil zeggen de bijdragen ter compensatie van zorguitval, gesaldeerd met de vergoeding van de inhaalzorg. Het betreft hier uitsluitend bijdragen voor zorg onder de basisverzekering. Verzekeraars geven aan dat er nog onzekerheden zijn omtrent de mate van zorguitval en het herkennen en ramen van inhaalzorg. Netto continuïteitsbijdragen lopen mee in de reguliere risicoverevening (zie paragraaf 6.5).

  • Directe zorgkosten aan coronapatiënten (kolom E), exclusief de hieronder beschreven coronagerelateerde meerkosten. Zorgverzekeraars geven aan dat er nog onzekerheden zijn omtrent het herkennen van coronapatiënten en het ramen van deze kosten. Er is een traject gaande om deze verantwoording te verbeteren en de reguliere zorgkosten adequaat toe te rekenen aan beide groepen. Dit is voor verzekeraars van belang, omdat zij de kosten van zorg aan bewezen en vermoedelijke coronapatiënten kunnen inbrengen in de catastrofe-regeling op grond van artikel 33 van de Zorgverzekeringswet.

  • Coronagerelateerde meerkosten (kolom F): Kosten om de benodigde zorg aan coronapatiënten en niet-coronapatiënten veilig te kunnen (blijven) leveren. Het gaat bijvoorbeeld om kosten voor het creëren van extra zorgcapaciteit voor coronapatiënten, kosten die gemaakt worden voor niet-coronapatiënten door het bestaan van corona (bijvoorbeeld extra beschermingsmaatregelen) en kosten voor zorgcapaciteit die bewust actief leeg en beschikbaar gehouden wordt voor coronapatiënten (bijvoorbeeld het paraat houden van bedden). Deze meerkosten worden in rekening gebracht via een toeslag op de kosten van een individuele verzekerde of via een aanneemsom voor een groep verzekerden. Ook deze kosten vallen onder de catastroferegeling. Zorgverzekeraars geven aan dat hun ramingen nog onzeker zijn, omdat zij op een deel van deze meerkosten nog onvoldoende zicht hebben.

  • Over-/onderschrijding (kolom G = B-/-A). Dit zijn de bijstellingen ten opzichte van de standen in kolom A.

Voor de kosten van zorg aan coronapatiënten en de coronagerelateerde meerkosten kunnen zorgverzekeraars in aanmerking komen voor een compensatie volgens de catastroferegeling op grond van artikel 33 van de Zorgverzekeringswet. Voorlopige ramingen van zorgverzekeraars en Zorginstituut Nederland duiden erop dat uitgaven van verzekeraars aan coronazorg in 2021 op totaalniveau uitkomen op € 970 miljoen en in 2020 op € 1.339 miljoen. Paragraaf 6.5 gaat nader in op de financiering van de catastroferegeling voor coronakosten en de risicoverevening voor reguliere zorguitgaven.

Zoals aangegeven zijn de gepresenteerde cijfers met meer onzekerheden omgeven dan normaal. Dit geldt zowel voor de raming van de totale kosten, als voor de kostenverdeling van zorg aan coronapatiënten en zorg aan niet-coronapatiënten. Het Zorginstituut heeft hogere ramingen van directe zorg aan coronapatiënten geraamd op basis van zijn onderzoek naar de catastrofekosten. Dit is in mindering gebracht op de ramingen van verzekeraars van reguliere zorg aan niet-coronapatiënten. Desondanks geven deze ramingen wel het meest actuele inzicht in de Zvw-uitgaven voor 2020 en 2021 weer.

6.2.3 Samenstelling van de bruto zorguitgaven en -ontvangsten

De zorguitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg zijn opgebouwd uit de geraamde premiegefinancierde uitgaven onder de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de begrotingsgefinancierde zorguitgaven (beschermd wonen en overige uitgaven).

Bij beschermd wonen gaat het om middelen die door middel van een integratie-uitkering aan gemeenten beschikbaar worden gesteld. Deze uitgaven staan op de begroting van het gemeentefonds van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), maar vallen wel onder het Uitgavenplafond Zorg.

De overige begrotingsgefinancierde zorguitgaven betreffen het deel van de uitgaven dat verantwoord wordt op de VWS-begroting, maar wel onder het Uitgavenplafond Zorg valt. Tot deze categorie behoren onder meer een deel van de uitgaven aan zorgopleidingen, de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdhulp op Caribisch Nederland, de uitgaven voor langdurige zorg en ondersteuning (corona-uitgaven) en enkele subsidieregelingen.

Tabel 2 toont de bruto zorguitgaven en –ontvangsten onder het Uitgavenplafond Zorg.

Tabel 2 Samenstelling van de bruto zorguitgaven en -ontvangsten naar financieringsbron (bedragen x € 1 miljard)1

Omschrijving

2022

Bruto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2022

86,7

Premiegefinancierd

84,6

waarvan Zvw

54,5

waarvan Wlz

30,2

Begrotingsgefinancierd

2,0

waarvan beschermd wonen

1,4

waarvan overig begrotingsgefinancierd

0,6

Ontvangsten stand ontwerpbegroting 2022

5,3

waarvan eigen betalingen Zvw

3,2

waarvan eigen bijdragen Wlz

2,1

Netto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2022

81,4

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

Figuur 2 Bruto zorguitgaven per financieringsbron als aandeel in de totale zorguitgaven 2022 (in %).

*Gemeentefonds/BZK

**Begroting VWS

6.2.4 Ontwikkeling van de netto zorguitgaven

De netto zorguitgaven zijn de bruto zorguitgaven verminderd met de ontvangsten (eigen betalingen Zvw en eigen bijdragen Wlz).

In tabel 3 is vanaf de stand ontwerpbegroting 2021 de ontwikkeling van de netto zorguitgaven op hoofdlijnen te zien.

Tabel 3 Ontwikkeling van de netto zorguitgaven 2021-2025 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2021

2022

2023

2024

2025

Netto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2021

75.324,2

79.163,7

81.947,2

85.058,1

88.462,9

Zorgverzekeringswet

88,9

1.181,5

1.415,0

1.859,8

2.256,2

Wet langdurige zorg

626,7

1.099,1

1.354,6

1.812,0

2.155,5

Begrotingsgefinancierd

‒ 7,6

‒ 86,0

‒ 87,1

‒ 87,6

‒ 90,2

Totaal bijstelling netto zorguitgaven

707,9

2.194,6

2.682,5

3.584,2

4.321,6

Netto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2022

76.032,1

81.358,3

84.629,7

88.642,3

92.784,5

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS

Ten opzichte van de stand ontwerpbegroting 2021 zijn de netto zorguitgaven opwaarts bijgesteld met € 0,7 miljard in 2021 oplopend tot € 4,3 miljard in 2025.

In tabel 3A zijn de belangrijkste bijstellingen van de netto zorguitgaven voor de jaren 2021 tot en met 2025 vanaf de stand ontwerpbegroting 2021 opgenomen.

Tabel 3A Belangrijkste bijstellingen van de netto zorguitgaven 2021-2025 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2021

2022

2023

2024

2025

Actualisering Zvw-uitgaven

‒ 124,4

0,0

0,0

0,0

0,0

Loon- en prijsontwikkeling

‒ 25,7

148,9

244,3

203,4

152,5

Verwerking MLT 2022-2025

4,2

822,1

1.605,4

2.524,5

3.254,4

Beschikbaarheidbijdrage medische vervolgopleidingen Zvw

50,0

50,0

50,0

50,0

50,0

Meerkosten ambulancevervoer

12,5

12,5

12,5

12,5

12,5

Verlengen voorwaardelijke toelating paramedische herstelzorg i.v.m. corona

25,0

8,7

0,0

0,0

0,0

Reservering opschalingsplan i.v.m. corona

0,0

20,0

0,0

0,0

0,0

Uitstel modernisering GVS

0,0

140,0

0,0

0,0

0,0

Inzet resterende groeiruimte Zvw

0,0

‒ 41,0

‒ 41,0

‒ 41,0

‒ 41,0

Kas-transoverstap grensoverschrijdende zorg

0,0

270,0

0,0

0,0

0,0

Gedragseffect bevriezen eigen risico 2022

0,0

80,0

80,0

80,0

80,0

Taakstelling standaardisatie inkoop- en verantwoordingseisen Zvw

0,0

0,0

50,0

0,0

0,0

Actualisering Wlz-uitgaven

94,0

454,6

454,6

454,6

454,6

Meerkosten corona Wlz

150,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Nacalculatie overheveling ggz naar Wlz

270,0

334,0

325,0

317,0

310,0

Meerkosten Wet zorg en dwang

0,0

102,6

102,6

102,6

102,6

Groeiruimte Wlz boven MLT

0,0

0,0

‒ 75,0

‒ 75,0

‒ 75,0

Bijstellen Zorginfrastructuurmiddelen

0,0

‒ 34,7

‒ 25,2

‒ 14,3

‒ 14,0

Tijdelijke middelen kwaliteitskader

0,0

‒ 307,0

‒ 229,0

‒ 150,0

‒ 87,0

Nacalculatie overheveling hulpmiddelen Wlz

15,5

13,5

12,0

11,0

11,0

Actualisering eigen risico Zvw

0,0

12,2

20,6

21,2

21,8

Derving opbrengsten a.g.v. bevriezen eigen risico 2022

0,0

68,0

68,0

69,0

69,0

Raming egen risico

125,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Eigen bijdragen Wlz

64,1

35,3

35,8

36,5

37,4

Eigen bijdragen corona Wlz

11,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Nacalculatie eigen bijdragen overheveling ggz naar Wlz

‒ 12,0

‒ 19,0

‒ 19,0

‒ 19,0

‒ 19,0

Langdurige zorg en ondersteuning (Artikel 3 corona uitgaven)

29,9

0,0

0,0

0,0

0,0

Incidentele correctie uitname beschermd wonen

54,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Overige bijstellingen

‒ 36,6

23,9

10,9

1,2

1,9

Totaal bijstelling netto zorguitgaven

707,9

2.194,6

2.682,5

3.584,2

4.321,6

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS

In paragraaf 6.3 wordt de ontwikkeling van de netto zorguitgaven toegelicht.

6.2.5 Ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg

Het Uitgavenplafond Zorg is bij de Startnota van het kabinet-Rutte III voor de periode 2018-2021 vastgesteld. Het Uitgavenplafond Zorg wordt conform de begrotingsregels bijgesteld voor loon- en prijsontwikkelingen en overboekingen tussen de Uitgavenplafonds: Zorg, Rijksbegroting en Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt (SZA). Daarnaast is het Uitgavenplafond Zorg in 2021 bijgesteld in verband met noodmaatregelen corona.

In tabel 4 is de opbouw van het Uitgavenplafond Zorg vanaf de stand ontwerpbegroting 2021 te zien.

Tabel 4 Ontwikkeling van het Uitgavenplafond Zorg 2021 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2021

Uitgavenplafond Zorg stand ontwerpbegroting 2021

76.467,9

Loon- en prijsontwikkeling

‒ 21,5

Overboekingen tussen Uitgavenplafonds

‒ 1,5

Noodmaatregelen corona

203,7

Totaal bijstelling Uitgavenplafond Zorg

180,7

Uitgavenplafond Zorg stand ontwerpbegroting 2022

76.648,6

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS

Toelichting

Bijstelling als gevolg van de loon- en prijsontwikkeling

Het Uitgavenplafond Zorg is op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) neerwaarts bijgesteld met € 21,5 miljoen, als gevolg van een lagere loon- en prijsontwikkeling dan eerder geraamd.

Bijstelling als gevolg van overboekingen tussen de Uitgavenplafonds

Het Uitgavenplafond Zorg is verlaagd met € 1,5 miljoen als gevolg van diverse kleine overboekingen tussen het Uitgavenplafond Zorg en het Uitgavenplafond Rijksbegroting.

Noodmaatregelen corona

Het Uitgavenplafond Zorg is opwaarts bijgesteld met € 203,7 miljoen. Dit is het saldo van de onderstaande bijstellingen:

• Verlengen voorwaardelijke toelating paramedische herstelzorg i.v.m. corona (€ 25 miljoen).

• Meerkosten corona Wlz (€ 150 miljoen).

• Lagere eigen bijdragen Wlz als gevolg van corona (€ 11,7 miljoen).

• Overboeking van budget naar de VWS-begroting in verband met zorgcapaciteit vanwege het coronavirus in Caribisch Nederland -(€ 12,9 miljoen).

• Bijstelling uitgaven aan corona-maatregelen langdurige zorg en ondersteuning (artikel 3) voor de regeling niet-geleverde zorg pgb (€ 29,9 miljoen).

6.2.6 Toetsing van de netto zorguitgaven aan het Uitgavenplafond Zorg

Om te toetsen of het Uitgavenplafond Zorg overschreden dan wel onderschreden is, worden de netto zorguitgaven getoetst aan het Uitgavenplafond Zorg.

Omdat er voor de nieuwe regeerperiode nog geen kaders zijn vastgesteld bevat deze begroting alleen een kadertoets voor het jaar 2021.

Tabel 5 laat de toetsing van de netto zorguitgaven aan het Uitgavenplafond Zorg zien voor het jaar 2021.

Tabel 5 Toetsing netto zorguitgaven aan het Uitgavenplafond Zorg 2021 (bedragen x € 1 miljoen)1
  

2021

A

Netto zorguitgaven

 

1

Stand ontwerpbegroting 2021

75.324,2

2

Bijstelling netto zorguitgaven

707,9

3

Stand ontwerpbegroting 2022

76.032,1

   

B

Uitgavenplafond Zorg

 

4

Stand ontwerpbegroting 2021

76.467,9

5

Bijstelling Uitgavenplafond Zorg

180,7

6

Stand ontwerpbegroting 2022

76.648,6

   

C

+ Overschrijding/- Onderschrijding

 

7

Stand ontwerpbegroting 2021 (=1-4)

‒ 1.143,8

8

Bijstelling bij 1e suppletoire begroting 2021

527,2

9

Stand ontwerpbegroting 2022 (=3-6)

‒ 616,6

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

Toelichting

De stand van de onderschrijding van het Uitgavenplafond Zorg bij de ontwerpbegroting 2022 bedraagt afgerond € 0,6 miljard (regel 9).

Bij de ontwerpbegroting 2021 was nog sprake van een onderschrijding van het Uitgavenplafond Zorg van afgerond € 1,1 miljard (regel 7).

Ten opzichte van de ontwerpbegroting 2021 is er sprake van een afname van de onderschrijding van het Uitgavenplafond Zorg met € 527,2 miljoen (regel 8). De afname van de onderschrijding komt door de hogere bijstelling van de netto zorguitgaven met € 707,9 miljoen (regel 2) enerzijds en de opwaartse bijstelling van het Uitgavenplafond Zorg met € 180,7 miljoen (regel 5) anderzijds.

De bijstelling van de netto zorguitgaven en het Uitgavenplafond Zorg voor het jaar 2021 is opgenomen in de paragrafen 6.2.4 (tabel 3 en tabel 3A) en 6.2.5 (tabel 4).

6.3 Verticale ontwikkeling van de zorguitgaven

6.3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)
6.3.1.1 Algemene doelstelling

Een kwalitatief goed en toegankelijk stelsel voor curatieve zorg tegen maatschappelijk verantwoorde kosten.

6.3.1.2 Rol en verantwoordelijkheid bewindspersonen

De bewindspersonen van VWS zijn verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor curatieve zorg en voor de beheersing van de collectieve zorguitgaven.

Dit omvat het stellen van eisen aan de kwaliteit van zorg en het opstellen en handhaven van de wettelijke kaders waarbinnen het zorgstelsel functioneert. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Zorgverzekeringswet, de Wet bijzondere medische verrichtingen, de Wet marktordening gezondheidszorg, de Wet geneesmiddelenprijzen, de Wet toelating zorginstellingen en de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg.

De bewindspersonen hebben sturingsmogelijkheden door invloed op de samenstelling van het verplicht verzekerde pakket (het basispakket) en de (maximale) hoogte van tarieven in sectoren waar de prijsvorming niet is vrijgegeven. Tevens streven de bewindspersonen naar het bevorderen van doelmatigheid in de zorgsector door bijvoorbeeld het maken van afspraken met het veld en het stimuleren van gepast zorggebruik. De bewindspersonen worden in deze rol ondersteund door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), het Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

De IGJ houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit van de zorg in Nederland.

Zorginstituut Nederland en de NZa spelen een belangrijke rol bij de beheersing van de zorguitgaven. Zorginstituut Nederland adviseert de bewindspersonen over de samenstelling van het verzekerde pakket en beheert het Zorgverzekeringsfonds (Zvf). De NZa behartigt het belang van de zorgconsument door het bewaken van de betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van zorg en houdt in dat kader toezicht op zorgaanbieders en zorgverzekeraars. De NZa adviseert de bewindspersonen over beleid en regelgeving. De NZa stelt op aanwijzing van de bewindspersonen regels, budgetten en tarieven vast voor dat deel van de zorg dat is gereguleerd en stelt condities voor concurrentie vast in zorgsectoren met vrije prijsvorming.

Zorginstituut Nederland en de NZa brengen de omvang van de gerealiseerde zorguitgaven in kaart. Zij baseren zich daarbij op informatie van zorgverzekeraars en instellingen, die na afloop van het jaar door externe accountants wordt beoordeeld. Op basis van de rapportages van Zorginstituut Nederland en de NZa leggen de bewindspersonen verantwoording af aan de Tweede Kamer.

Verder ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toe op de naleving van wetten en regels op het gebied van concurrentie en marktwerking op basis van de Mededingingswet. Ook beoordeelt de ACM fusies in de zorg en controleert de ACM of zorgaanbieders en zorgverzekeraars geen concurrentiebeperkende afspraken maken.

De uitvoering van het zorgstelsel is in handen van private partijen. Private zorgverzekeraars sluiten contracten met een veelheid aan private, over het land verspreide zorgaanbieders: ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en vrijgevestigde beroepsbeoefenaren, zoals huisartsen, apothekers en paramedici. Door middel van onderlinge concurrentie proberen verzekeraars een zo goed mogelijke prijs/kwaliteitverhouding en doelmatigheid in de zorg te bereiken. De zorg die aanbieders verlenen en de uitgaven die daarmee gemoeid zijn, vloeien voort uit de aanspraken die zijn vastgelegd in de Zorgverzekeringswet (Zvw). De zorgsector is privaat binnen publieke randvoorwaarden.

6.3.1.3 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en –ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen voor de jaren 2021 tot en met 2025 sinds het opstellen van de ontwerpbegroting 2021.

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën bijstellingen:

  • Autonoom: voornamelijk bijstellingen als gevolg van de actualisering van de zorguitgaven op basis van actuele cijfers van Zorginstituut Nederland en de NZa en bijstellingen op basis van de actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

  • Beleidsmatig: bijstellingen die verband houden met politieke prioriteitstelling.

  • Technisch: overhevelingen tussen financieringsbronnen/domeinen.

De afzonderlijke posten worden toegelicht als het hiermee gepaard gaande bedrag hoger is dan € 10 miljoen.

Tabel 6 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2021 de verticale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten van de Zvw zien. Onder de tabel is een toelichting op de verschillende bijstellingen opgenomen.

Tabel 6 Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten 2021-2026 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Bruto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2021

50.895,5

53.314,5

55.016,7

56.975,4

59.085,9

 

Bijstellingen

      

Autonoom

‒ 110,2

620,9

1.275,4

1.818,4

2.216,2

 

Actualisering Zvw-uitgaven (zie tabel 6A)

‒ 124,4

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Beschikbaarheidbijdrage medische vervolgopleidingen Zvw

50,0

50,0

50,0

50,0

50,0

 

Loon- en prijsontwikkeling

‒ 35,8

46,4

89,8

57,6

28,7

 

Verwerking MLT 2022-2025

0,0

524,6

1.135,6

1.710,8

2.137,5

 
       

Beleidsmatig

78,4

534,0

153,3

96,3

96,3

 

Overheveling ggz naar Wlz: nacalculatie Zvw-deel

47,9

44,8

44,8

44,8

44,8

 

Meerkosten ambulancevervoer

12,5

12,5

12,5

12,5

12,5

 

Verlengen voorwaardelijke toelating paramedische herstelzorg i.v.m. corona

25,0

8,7

0,0

0,0

0,0

 

Reservering opschalingsplan i.v.m. corona

0,0

20,0

0,0

0,0

0,0

 

Uitstel modernisering GVS

0,0

140,0

0,0

0,0

0,0

 

Inzet resterende groeiruimte Zvw

0,0

‒ 41,0

‒ 41,0

‒ 41,0

‒ 41,0

 

Kas-transoverstap grensoverschrijdende zorg

0,0

270,0

0,0

0,0

0,0

 

Gedragseffect bevriezen eigen risico 2022

0,0

80,0

80,0

80,0

80,0

 

Taakstelling standaardisatie inkoop- en verantwoordingseisen Zvw

0,0

0,0

50,0

0,0

0,0

 

Overig beleidsmatig

‒ 7,0

‒ 1,0

7,0

0,0

0,0

 
       

Technisch

‒ 5,1

‒ 5,6

‒ 8,0

‒ 5,0

0,0

 

Overig technisch

‒ 5,1

‒ 5,6

‒ 8,0

‒ 5,0

0,0

 
       

Totaal bijstellingen

‒ 36,8

1.149,4

1.420,7

1.909,7

2.312,5

 
       

Bruto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2022

50.858,7

54.463,9

56.437,5

58.885,0

61.398,5

64.029,3

       

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2021

3.227,2

3.268,9

3.373,1

3.480,5

3.625,4

 

Bijstellingen

      

Autonoom

‒ 125,7

‒ 32,2

5,8

49,8

56,3

 

Actualisering eigen risico

0,0

‒ 12,2

‒ 20,6

‒ 21,2

‒ 21,8

 

Verwerking MLT 2022-2025

0,0

51,6

96,7

141,9

149,6

 

Derving opbrengsten a.g.v. bevriezen eigen risico 2022

0,0

‒ 68,0

‒ 68,0

‒ 69,0

‒ 69,0

 

Raming eigen risico

‒ 125,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Overig

0,0

‒ 3,5

‒ 2,3

‒ 1,9

‒ 2,5

 
       

Totaal bijstellingen

‒ 125,7

‒ 32,2

5,8

49,8

56,3

 
       

Zvw-ontvangsten ontwerpbegroting 2022

3.101,5

3.236,8

3.378,8

3.530,3

3.681,7

3.836,2

       

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2021

47.668,3

50.045,6

51.643,7

53.494,8

55.460,5

 

Bijstellingen in de netto Zvw-uitgaven

88,9

1.181,5

1.415,0

1.859,8

2.256,2

 

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2022

47.757,2

51.227,1

53.058,6

55.354,7

57.716,7

60.193,0

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

Toelichting

Uitgaven

Autonoom

Actualisering Zvw-uitgaven

Tabel 6A Actualisering Zvw-uitgaven 2021 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2021

Eerstelijnszorg

‒ 73,2

Tweedelijnszorg

665,3

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

71,8

Apotheekzorg en hulpmiddelen

‒ 117,6

Wijkverpleging

‒ 543,7

Ziekenvervoer

11,4

Grensoverschrijdende zorg

‒ 138,3

Totaal stand ontwerpbegroting 2022

‒ 124,4

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal

Bron: NZa, Zorginstituut Nederland en VWS

In tabel 6A is de post ‘Actualisering Zvw-uitgaven’ uit tabel 6 naar sectoren uitgesplitst. Op basis van de tweede kwartaallevering van Zorginstituut Nederland zijn de Zvw-uitgaven geactualiseerd. De uitgaven voor 2021 zijn € 124,4 miljoen lager geraamd dan in de eerste suppletoire begroting. Vanwege de invloed van corona op de zorguitgaven wordt verondersteld dat het gaat om incidentele bijstellingen per sector en is er (evenals in 2020) geen structurele doorwerking verbonden aan deze bijstellingen van 2021. De in tabel 6A weergegeven jaarramingen blijven onzeker vanwege het grote aandeel nog te ontvangen declaraties over 2021 en het lastig te voorspellen verdere verloop van corona. De bijstelling van ‒ € 124,4 miljoen is het saldo van hogere coronakosten en lagere niet-coronakosten. Paragraaf 6.2.2 gaat hier dieper op in. 

Beschikbaarheidbijdrage medische vervolgopleidingen Zvw

De beschikbare opleidingscapaciteit wordt beter benut dan waarmee eerder in de raming rekening is gehouden. De vermoedelijke oorzaken van de stijging in de instroom zijn betere voorlichting over opleidingsaanvragen en vereenvoudiging van het aanvraagproces. De raming wordt daarom met € 50 miljoen structureel verhoogd.

Loon- en prijsontwikkeling

De raming van de loon- en prijsontwikkeling is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Verwerking MLT 2022-2025

Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellange termijnverkenning (MLT) 2022–2025 van het CPB.

Beleidsmatig

Overheveling ggz naar Wlz: Nacalculatie Zvw-deel

Uit de CBS-monitor van de instroom van cliënten met een psychische stoornis in de Wlz blijkt dat er minder cliënten dan ex ante geraamd overgaan van de Zvw naar de Wlz (ruim 300 in plaats van 750). Op grond van de oorspronkelijke raming was een bedrag overgeheveld van € 78 miljoen structureel vanuit de Zvw naar de Wlz. Op basis van het principe geld-volgt-cliënt wordt hiervan vanaf 2022 structureel € 45 miljoen teruggeboekt naar de Zvw (ggz). In 2021 gaat het om een bedrag van € 48 miljoen. Hierbij is er rekening mee gehouden dat een deel van de Zvw-cliënten pas na 1 januari 2021 is overgegaan naar de Wlz (en dus in 2021 nog enige tijd een beroep heeft gedaan op de Zvw).

Meerkosten ambulancevervoer

Kostenonderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) leidt tot een herijking van de loonnormbedragen in de sector ambulancevervoer. Daaruit volgen meerkosten. Aangezien de meerkosten niet volledig binnen het beschikbare budget kunnen worden ingepast, wordt de raming voor deze sector verhoogd.

Verlengen voorwaardelijke toelating paramedische herstelzorg i.v.m. corona

De regeling Voorwaardelijke toelating paramedische herstelzorg wordt in verband met corona verlengd (€ 25 miljoen in 2021 en € 8,7 miljoen in 2022).

Reservering opschalingsplan i.v.m. corona

Voor mogelijke extra uitgaven in verband met het opschalingsplan worden in 2022 extra middelen gereserveerd.

Uitstel modernisering GVS

In een brief (Kamerstukken II, 2020/21, 29 477, nr. 684) is aangegeven dat de inwerkingtreding van de modernisering van het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) een jaar wordt uitgesteld (ingangsdatum wordt 1 januari 2023 in plaats van 1 januari 2022). Dit heeft een besparingsverlies van € 140 miljoen in 2022 tot gevolg.

Inzet resterende groeiruimte Zvw

Dit betreft de inzet van resterende groeiruimte Zvw (€ 41 miljoen vanaf 2022) na verwerking van de financiële afspraken in de hoofdlijnenakkoorden voor de periode 2019-2022 en na verdeling van de groeiruimte.

Kas-transoverstap grensoverschrijdende zorg

Bij de grensoverschrijdende zorg (GOZ) vindt een boekhoudkundige aanpassing plaats. In 2022 wordt overgestapt van declaraties op kasbasis (toewijzing naar jaar van betaling) naar declaraties op transactiebasis (toewijzing naar jaar van zorgverlening). Deze technisch-administratieve mutatie zorgt voor een éénmalige stijging van de GOZ-uitgaven in 2022 met € 270 miljoen. Deze technische aanpassing heeft geen gevolgen voor de hoeveelheid zorg die feitelijk geleverd wordt in 2022 en heeft dan ook geen gevolgen voor de premiehoogte of voor het EMU-saldo.

Gedragseffect bevriezen eigen risico 2022

Het kabinet heeft op verzoek van de Kamer een wetsontwerp ingediend om het verplicht eigen risico voor het jaar 2022 te bevriezen op € 385. Dit leidt tot een hoger zorggebruik en hogere zorguitgaven.

Taakstelling standaardisatie inkoop- verantwoordingseisen Zvw

In de begroting 2021 is een taakstelling standaardisatie inkoop- en verantwoordingseisen voor een aantal Zvw-sectoren van € 100 miljoen met ingang van 2023 verwerkt. Met zorgverzekeraars wordt onderzoek gedaan naar de mogelijke maatregelen om deze besparing te realiseren. Afronding van het onderzoek en besluitvorming over de uitkomsten wordt medio 2022 voorzien. Aangezien pas medio 2022 duidelijkheid bestaat over mogelijke aanpassingen in inkoop- en verantwoordingseisen zullen eventuele aanpassingen naar verwachting niet al per 2023 (ten volle) kunnen worden geëffectueerd. Daarom wordt de raming van de opbrengst van de taakstelling voor het jaar 2023 met € 50 miljoen verlaagd tot € 50 miljoen.

Overig beleidsmatig

Deze post is het saldo van kleine beleidsmatige bijstellingen.

Technisch

Overig technisch

Deze post is het saldo van kleine technische bijstellingen.

Ontvangsten

Autonoom

Actualisering eigen risico

De opbrengstenraming van het eigen risico is geactualiseerd op basis van de jaarlijkse herijking op basis van de nieuwe data die verkregen zijn van de Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) en de doorwerking van de voorjaarsbesluitvorming.

Verwerking MLT 2022-2025

Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellange termijnverkenning (MLT) 2022–2025 van het CPB.

Derving opbrengsten a.g.v. bevriezen eigen risico 2022

Het kabinet heeft besloten het verplicht eigen risico voor het jaar 2022 te bevriezen op € 385. Dit leidt tot structureel lager dan eerder geraamde opbrengsten eigen risico in de jaren vanaf 2022.

Raming eigen risico

In samenhang met het uitvallen van reguliere zorg aan niet-coronapatiënten is er ook minder eigen risico betaald in 2021. Deze lagere inkomsten voor verzekeraars worden voor 85% gecompenseerd via de macronacalculatie in het kader van de risicoverevening. De actuele inschatting is dat het daarbij om € 125,7 miljoen gaat.

Overig autonoom

Dit betreft een ramingsbijstelling van de opbrengst van het eigen risico op basis van de actuele uitgavencijfers.

6.3.1.4 Ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en –ontvangsten per deelsector

In tabel 7 wordt de ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten op deelsectorniveau weergegeven voor de jaren 2021 tot en met 2026. De deelsector nominaal en onverdeeld Zvw bevat en de nog niet uitgedeelde ruimte voor groei en loon- en prijsbijstellingen en nog niet toebedeelde maatregelen.

Tabel 7 Ontwikkeling van de Zvw-uitgaven per deelsector (bedragen x € 1 miljoen)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Eerstelijnszorg

6.675,8

6.851,6

6.824,3

6.824,8

6.824,8

6.824,8

Huisartsenzorg

3.394,6

3.585,2

3.560,9

3.561,4

3.561,4

3.561,4

Multidisciplinaire zorgverlening

701,7

737,6

737,6

737,6

737,6

737,6

Tandheelkundige zorg

834,1

847,6

847,6

847,6

847,6

847,6

Paramedische zorg

912,8

869,9

866,9

866,9

866,9

866,9

Verloskunde

285,0

268,0

268,0

268,0

268,0

268,0

Kraamzorg

360,3

358,1

358,1

358,1

358,1

358,1

Zorg voor zintuiglijk gehandicapten

187,4

185,3

185,3

185,3

185,3

185,3

Tweedelijnszorg

28.357,5

27.829,9

27.680,0

27.689,3

27.693,2

27.694,3

Medisch-specialistische zorg

25.631,6

25.011,3

24.863,7

24.872,5

24.876,4

24.877,5

Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf

1.190,9

1.291,8

1.292,2

1.292,8

1.292,8

1.292,8

Beschikbaarheidbijdragen academische zorg

847,4

848,5

848,5

848,5

848,5

848,5

Beschikbaarheidbijdragen overig medisch-specialistische zorg

124,1

125,1

125,1

125,1

125,1

125,1

Overig curatieve zorg

563,5

553,1

550,4

550,4

550,4

550,4

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

2.968,7

4.203,6

4.203,7

4.203,7

4.203,7

4.203,7

Apotheekzorg en hulpmiddelen

6.582,8

6.664,9

6.499,2

6.495,3

6.491,5

6.490,4

Apotheekzorg

4.855,4

4.901,1

4.738,0

4.735,1

4.732,2

4.731,1

Hulpmiddelen

1.727,4

1.763,8

1.761,3

1.760,3

1.759,2

1.759,2

Wijkverpleging

3.451,5

4.098,7

4.155,8

4.143,9

4.132,4

4.121,2

Ziekenvervoer

860,4

857,0

857,0

857,0

857,0

857,0

Ambulancezorg

743,8

721,4

721,4

721,4

721,4

721,4

Overig ziekenvervoer

116,6

135,6

135,6

135,6

135,6

135,6

Opleidingen

1.401,1

1.440,6

1.482,3

1.513,5

1.513,5

1.513,5

Grensoverschrijdende zorg

555,6

971,9

701,9

702,4

709,1

709,1

Nominaal en onverdeeld Zvw

5,3

1.545,7

4.033,3

6.455,2

8.973,4

11.615,4

Bruto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2022

50.858,7

54.463,9

56.437,5

58.885,0

61.398,5

64.029,3

Eigen betalingen Zvw

3.101,5

3.236,8

3.378,8

3.530,3

3.681,7

3.836,2

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2022

47.757,2

51.227,1

53.058,6

55.354,7

57.716,7

60.193,0

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

In onderstaande figuur is de samenstelling van de Zvw-uitgaven 2022 in staafdiagrammen opgenomen, zodat de verhoudingen tussen de sectoren inzichtelijker zijn.

Figuur 3 Samenstelling van de Zvw-uitgaven 2022 (in miljarden euro’s).

6.3.1.5 Bestuurlijke akkoorden curatieve zorg

In 2018 zijn met betrokken partijen in de medisch-specialistische zorg (MSZ), de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz), de huisartsen- en multidisciplinaire zorg (MDZ) en de wijkverpleging meerjarenafspraken gemaakt over een inhoudelijke agenda en het beschikbare financiële kader voor de periode 2019 t/m 2022. In financiële zin beogen deze hoofdlijnenakkoorden (HLA's) een beheerste groei van de zorguitgaven.

De Tweede Kamer wordt op verschillende momenten geïnformeerd over de ontwikkelingen van de afzonderlijke onderwerpen die in de zorgakkoorden zijn geagendeerd. In april 2021 en begin juni heeft de Kamer de NZa-monitors contractering ontvangen (Kamerstukken II, vergaderjaar 2020–2021, 29 247, nr. 330 en 29 248, nr. 328 ) en medio 2020 een rapportage over de voortgang van de bestuurlijke akkoorden (Kamerstukken II 2019/20, 31 765, nr. 510). In maart 2021 heeft de Kamer de taakopdracht ex post evaluatie naar de hoofdlijnakkoorden in de curatieve zorg (Kamerstukken II, vergaderjaar 2020–2021, 31 765, nr. 547) ontvangen.

In de begroting 2019 is een overzicht opgenomen van de financiële kaders voor de bestuurlijke akkoorden 2019-2022. In tabel 8 wordt een overzicht gegeven van de bijstellingen op de financiële kaders voor het jaar 2022 vanaf de stand ontwerpbegroting 2021 tot en met de stand ontwerpbegroting 2022. Op de betreffende sectoren zijn sinds de ontwerpbegroting 2021 enkele nominale en technische bijstellingen doorgevoerd, zoals de loon- en prijsbijstellingen.

Tabel 8 Ontwikkeling kaders zorgakkoorden voor het jaar 2022 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

MSZ

Huisartsen/ MDZ

GGZ

Wijkverpleging

Stand kaders 2022 bij ontwerpbegroting 2021

24.435,3

4.244,5

4.070,5

4.360,6

Loon- en prijsbijstelling tranche 2021

481,2

82,0

80,2

79,2

Toedeling volumegroei tranche 2022

48,2

 

8,1

 

Overheveling van epoetines en G-CSF geneesmiddelen

54,6

   

Beschikbaarheidsbijdrage SEH van MSZ

‒ 9,8

   

Budget voorwaardelijke toelating (VT)

1,8

   

Overheveling ggz naar Wlz: Nacalculatie Zvw-deel

  

44,8

 

Overheveling digitaliseringsgelden huisartsenzorg

 

‒ 3,8

  

Stand kaders 2022 bij ontwerpbegroting 2022

25.011,3

4.322,7

4.203,7

4.439,8

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

6.3.2 Wet langdurige zorg (Wlz)
6.3.2.1 Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat: 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen; en

2. – wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg aangeboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal bij het bieden van passende zorg. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

6.3.2.2 Rol en verantwoordelijkheid bewindspersonen

De Minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De Minister wordt ondersteund door de Inspectie Gezondheidszorg (IGJ) en Jeugd, Zorginstituut Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De IGJ houdt op basis van de geldende normen toezicht op de kwaliteit van de zorg in Nederland. Zorginstituut Nederland en de NZa spelen een belangrijke rol bij de beheersing van de zorguitgaven. Zorginstituut Nederland adviseert de bewindspersonen over de samenstelling van het verzekerde pakket, stimuleert de continue kwaliteitsverbetering en beheert het Fonds langdurige zorg (Flz). De NZa behartigt het belang van de zorgconsument door het bewaken van de betaalbaarheid, beschikbaarheid en kwaliteit van zorg en houdt in dat kader toezicht op zorgaanbieders en zorgkantoren die namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten sluiten met zorgaanbieders. De NZa adviseert de bewindspersonen over beleid en regelgeving. De NZa stelt op aanwijzing van de bewindspersonen regels, budgetten en tarieven vast voor dat deel van de zorg dat is gereguleerd en stelt condities voor concurrentie vast in zorgsectoren met vrije prijsvorming.

Verder ziet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) toe op de naleving van wetten en regels op het gebied van concurrentie en marktwerking op basis van de Mededingingswet. Ook beoordeelt de ACM fusies in de zorg en controleert de ACM of zorgaanbieders en zorgverzekeraars geen concurrentiebeperkende afspraken maken.

6.3.2.3 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en –ontvangsten

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht van de budgettaire veranderingen voor de jaren 2021 tot en met 2025 sinds het opstellen van de ontwerpbegroting 2021.

De verticale toelichting onderscheidt drie categorieën bijstellingen:

  • Autonoom: voornamelijk bijstellingen als gevolg van de actualisering van de zorguitgaven op basis van de meest recente cijfers van Zorginstituut Nederland en de NZa en bijstellingen op basis van de actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

  • Beleidsmatig: bijstellingen die verband houden met politieke prioriteitstelling.

  • Technisch: overhevelingen tussen financieringsbronnen/domeinen.

De afzonderlijke posten worden toegelicht als het hiermee gepaard gaande bedrag hoger is dan € 10 miljoen.

Tabel 9 laat vanaf de stand ontwerpbegroting 2021 de verticale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten van de Wlz zien. Onder de tabel is een toelichting van de verschillende bijstellingen opgenomen.

Tabel 9 Verticale ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten 2021-2026 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Bruto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2021

27.616,9

29.101,8

30.434,3

31.737,4

33.209,4

 

Bijstellingen

      

Autonoom

108,1

903,3

1.179,0

1.589,7

1.898,6

 

Actualisering Wlz-uitgaven

94,0

454,6

454,6

454,6

454,6

 

Loon- en prijsontwikkeling

9,6

98,2

152,7

146,1

125,7

 

Verwerking MLT 2022-2025

4,5

350,6

571,8

989,1

1.318,3

 
       

Beleidsmatig

377,0

84,7

76,3

151,9

201,5

 

Meerkosten corona Wlz

150,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Nacalculatie overheveling ggz naar Wlz

270,0

334,0

325,0

317,0

310,0

 

Overheveling ggz naar Wlz: nacalculatie Zvw-deel

‒ 47,9

‒ 44,8

‒ 44,8

‒ 44,8

‒ 44,8

 

Meerkosten Wet zorg en dwang

0,0

102,6

102,6

102,6

102,6

 

Groeiruimte boven MLT

0,0

0,0

‒ 75,0

‒ 75,0

‒ 75,0

 

Bijstellen Zorginfrastructuurmiddelen

0,0

‒ 34,7

‒ 25,2

‒ 14,3

‒ 14,0

 

Tijdelijke middelen kwaliteitskader

0,0

‒ 307,0

‒ 229,0

‒ 150,0

‒ 87,0

 

Overig beleidsmatig

4,9

34,7

22,7

16,4

9,7

 
       

Technisch

78,1

96,2

87,7

86,2

89,0

 

Loon- en prijsbijstelling 2021 beschermd wonen

‒ 29,6

‒ 30,3

‒ 30,9

‒ 31,4

‒ 32,0

 

Volume-indexatie 2022 budget beschermd wonen

0,0

‒ 30,8

‒ 30,8

‒ 30,8

‒ 30,8

 

Nacalculatie overheveling hulpmiddelen Wlz

15,5

13,5

12,0

11,0

11,0

 

Nacalculatie uitname beschermd wonen

104,0

149,0

149,0

149,0

149,0

 

Overig technisch

‒ 11,7

‒ 5,2

‒ 11,5

‒ 11,5

‒ 8,2

 
       

Totaal bijstellingen

563,2

1.084,2

1.343,0

1.827,9

2.189,0

 
       

Bruto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2022

28.180,1

30.186,0

31.777,3

33.565,3

35.398,4

37.369,1

       

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2021

2.055,1

2.088,2

2.124,6

2.164,9

2.211,3

 

Bijstellingen

      

Autonoom

‒ 63,8

‒ 33,9

‒ 30,6

‒ 3,1

14,5

 

Eigen bijdragen Wlz

‒ 64,1

‒ 35,3

‒ 35,8

‒ 36,5

‒ 37,4

 

Verwerking MLT 2022-2025

0,3

1,4

5,2

33,4

51,9

 
       

Beleidsmatig

0,3

19,0

19,0

19,0

19,0

 

Eigen bijdragen corona Wlz

‒ 11,7

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Nacalculatie eigen bijdragen overheveling ggz naar Wlz

12,0

19,0

19,0

19,0

19,0

 
       

Totaal bijstellingen

‒ 63,5

‒ 14,9

‒ 11,6

15,9

33,5

 
       

Wlz-ontvangsten ontwerpbegroting 2022

1.991,6

2.073,3

2.113,0

2.180,8

2.244,8

2.313,4

       

Netto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2021

25.561,8

27.013,6

28.309,7

29.572,5

30.998,1

 

Bijstellingen in de netto Wlz-uitgaven

626,7

1.099,1

1.354,6

1.812,0

2.155,5

 

Netto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2022

26.188,5

28.112,7

29.664,3

31.384,5

33.153,6

35.055,7

1 Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

Toelichting

Uitgaven

Autonoom

Actualisering Wlz-uitgaven

Op grond van de ontwikkelingen in de declaraties en indicaties zijn de geraamde uitgaven voor de Wlz met € 94 miljoen verhoogd in 2021 en met € 454,6 miljoen structureel vanaf 2022. De opwaartse bijstelling hangt voor een deel samen met een sneller dan verwacht herstel van de uitgaven in de sector Verpleging en Verzorging (V&V) van corona. Het gaat hierbij om € 38 miljoen in 2021 en € 97,6 miljoen structureel. Daarnaast ligt het aantal aanvragen voor een indicatie voor de geestelijke gezondheidszorg (ggz) in de Wlz in 2021 hoger dan verwacht. Het gaat hierbij om € 61 miljoen in 2021 en € 362 miljoen structureel. De structurele meerkosten liggen hoger dan in 2021 doordat het extra aantal cliënten in 2021 geleidelijk groeit (en daarmee in 2021 slechts een deel van het jaar zorg gebruikt, terwijl zij in 2022 een volledig jaar aanspraak op zorg hebben). Tot slot is rekening gehouden met lagere uitgaven aan de tandheelkundige zorg in de Wlz van structureel € 5 miljoen.

Loon- en prijsontwikkeling

De raming van de loon- en prijsontwikkeling is aangepast op basis van actuele macro-economische inzichten van het Centraal Planbureau (CPB).

Verwerking MLT 2022-2025

Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellange termijnverkenning (MLT) 2022–2025 van het CPB.

Beleidsmatig

Meerkosten corona Wlz

Zorgaanbieders maken extra personele en materiële kosten in verband met het coronavirus. In de beleidsregel SARS-CoV-2 virus van de NZa is vastgelegd wanneer deze kosten buiten de contracteerruimte vergoed worden. Het financiële effect hiervan wordt ingeschat op € 150 miljoen voor 2021.

Nacalculatie overheveling ggz naar Wlz

Dit betreft een actualisering van de raming van de openstelling van de Wlz voor cliënten met een psychische stoornis, waartoe is besloten in het Regeerakkoord 2017-2021. Per 1 juni 2021 zijn er bijna 16 duizend cliënten ingestroomd op grond van de aanvragen die tot 1 januari 2021 bij CIZ waren ingediend. Dit zijn er meer dan oorspronkelijk geraamd (9.250 cliënten). Dit leidt tot hogere uitgaven in de Wlz van € 270 miljoen in 2021, € 334 miljoen in 2022 aflopend tot € 302 miljoen structureel vanaf 2026. De hogere uitgaven in de Wlz worden deels (maar niet geheel) gecompenseerd door afspraken die zijn gemaakt met gemeenten over de nacalculatie van het bedrag dat op basis van geld-volgt-cliënt verschuift vanuit de Wmo naar de Wlz.

Overheveling ggz naar Wlz: Nacalculatie Zvw-deel

Uit de CBS-monitor22 van de instroom van cliënten met een psychische stoornis in de Wlz blijkt dat er minder cliënten dan ex ante geraamd overgaan van de Zvw naar de Wlz (ruim 300 in plaats van 750). Op grond van de oorspronkelijke raming was een bedrag overgeheveld van € 78 miljoen structureel vanuit de Zvw naar de Wlz. Op basis van het principe geld-volgt-cliënt wordt hiervan vanaf 2022 structureel € 45 miljoen teruggeboekt naar de Zvw (ggz). In 2021 gaat het om een bedrag van € 48 miljoen. Hierbij is er rekening mee gehouden dat een deel van de Zvw-cliënten pas na 1 januari 2021 is overgegaan naar de Wlz (en dus in 2021 nog enige tijd een beroep heeft gedaan op de Zvw).

Meerkosten Wet zorg en dwang

De NZa heeft een rapportage opgeleverd van de financiële impact van de Wet zorg en dwang (Wzd). Hieruit blijkt dat de geraamde meerkosten van de in- en uitvoering van de Wzd uitkomen op € 102,6 miljoen vanaf 2022. De Wzd regelt de rechten bij onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening.

Groeiruimte boven MLT

De groeiruimte tranche 2018 is incidenteel (t/m 2022) ingezet als dekking van de eerste tranche efficiencykorting Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Het resterende deel van deze tranche (€ 75 miljoen) is vanaf 2023 structureel beschikbaar bovenop de reeds beschikbare groeiruimte op basis van de MLT. Deze bijstelling op de begroting leidt daarom niet tot een bijstelling van het Wlz-kader.

Bijstellen Zorginfrastructuurmiddelen

Het budget voor het zorginfrastructuurfonds wordt in 2022 met € 34,7 miljoen, in 2023 met € 25,2 miljoen, in 2024 met € 14,3 miljoen en in 2025 met € 14,0 miljoen verlaagd. Dit is mogelijk aangezien de structurele subsidieregeling eind 2017 is beëindigd en daar tijdelijke regelingen voor in de plaats zijn gekomen die lopen tot 2021. Er wordt nog bezien op welke wijze de huidige regelingen worden gecontinueerd na 2021.

Tijdelijke middelen kwaliteitskader

Op de begroting waren tijdelijk extra middelen geraamd voor het kwaliteitskader verpleeghuiszorg die uitgingen boven het structurele bedrag van € 2,1 miljard (in prijspeil 2017) dat vanaf 2027 was gereserveerd. Nu het structurele bedrag van € 2,1 miljard per 2022 in de integrale tarieven is verwerkt en de verpleeghuizen daarmee aan het kwaliteitskader kunnen voldoen is het mogelijk om de tijdelijke extra middelen te verlagen.

Overig beleidsmatig

Onder deze post is als belangrijkste mutatie opgenomen een tegenvaller van cumulatief € 43 miljoen (2021 t/m 2025) voor de doorontwikkeling van het pgb 2.0-systeem. Dit betreft het later realiseren van besparingen op de pgb-uitvoeringskosten van de SVB, door de benodigde doorontwikkeling van pgb 2.0.

Technisch

Loon- en prijsbijstelling 2021 beschermd wonen

Dit betreft het overboeken van de loon- en prijsindexatie 2021 naar het budget voor beschermd wonen in het gemeentefonds.

Volume-indexatie 2022 budget beschermd wonen

Dit betreft de verwachte volumegroei in 2022 voor Wmo beschermd wonen.

Nacalculatie overheveling hulpmiddelen Wlz

Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in 2019 middelen overgeheveld naar de Wlz en zijn VWS en VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. Deze mutatie betreft de nacalculatie vanaf 2021. Conform bestuurlijke afspraak is de nacalculatie gebaseerd op realisatiegegevens van 2020, zoals die worden aangeleverd bij de NZa.

Nacalculatie uitname beschermd wonen

Uit de CBS-monitor van de instroom van cliënten met een psychische stoornis in de Wlz blijkt dat er meer cliënten dan geraamd overgaan van de Wmo naar de Wlz (ruim 15.500 in plaats van 8.500). Op grond van de oorspronkelijke raming was een bedrag overgeheveld van € 495 miljoen structureel vanuit de Wmo naar de Wlz. Bij de afgesproken nacalculatie is dit bedrag op grond van het principe geld-volgt-cliënt verhoogd met € 149 miljoen structureel vanaf 2022. In 2021 gaat het om een verhoging met € 104 miljoen. Hierbij is er rekening mee gehouden dat een deel van de Wmo-cliënten pas na 1 januari 2021 is overgegaan naar de Wlz (en dus in 2021 nog enige tijd een beroep heeft gedaan op de Wmo). Ook is er rekening mee gehouden dat uit de nacalculatie blijkt dat het gemiddelde bedrag per cliënt die is overgegaan van de Wmo naar de Wlz lager ligt dan oorspronkelijk geraamd. De resulterende uitname per gemeente wordt verwerkt in de septembercirculaire.

Overig technisch

Deze post is het saldo van kleine technische bijstellingen.

Ontvangsten

Autonoom

Eigen bijdragen Wlz

Dit betreft de actualisering van de eigen bijdragen op basis van cijfers van het Zorginstituut.

Verwerking MLT 2022-2025

Deze bijstelling betreft de technische verwerking van de middellange termijnverkenning (MLT) 2022–2025 van het CPB.

Beleidsmatig

Eigen bijdragen corona Wlz

De ontvangsten uit eigen bijdragen Wlz zullen lager uitvallen dan oorspronkelijk geraamd. De inschatting is dat dit voor € 11,7 miljoen wordt veroorzaakt door ontwikkelingen die samenhangen met het coronavirus.

Nacalculatie eigen bijdragen overheveling ggz naar Wlz

Als gevolg van de hogere instroom van ggz-populatie vanuit de Wmo in de Wlz stijgen ook de ontvangsten eigen bijdragen met € 12 miljoen in 2021 en € 19 miljoen structureel vanaf 2022.

6.3.2.4 Ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en –ontvangsten per deelsector

In tabel 10 wordt de ontwikkeling van de Wlz-uitgaven en -ontvangsten op deelsectorniveau weergegeven voor de jaren 2021 tot en met 2026. De deelsector nominaal en onverdeeld Wlz bevat en de nog niet uitgedeelde ruimte voor groei en loon- en prijsbijstellingen en nog niet toebedeelde maatregelen.

Tabel 10 Ontwikkeling van de Wlz-uitgaven per deelsector (bedragen x € 1 miljoen)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Zorg in natura binnen contracteerruimte

24.850,3

26.133,5

26.113,3

26.118,1

26.104,8

26.125,3

Ouderenzorg

13.750,6

14.171,4

14.167,9

14.174,5

14.163,0

14.184,4

Gehandicaptenzorg

7.809,9

8.118,5

8.101,0

8.092,5

8.084,3

8.076,3

Langdurige ggz

1.723,2

2.220,4

2.227,9

2.234,8

2.241,2

2.248,3

Volledig pakket thuis

550,2

566,3

566,3

566,3

566,3

566,3

Extramurale zorg

689,8

710,1

703,4

703,2

703,2

703,2

Overig binnen contracteerruimte

326,5

346,8

346,8

346,8

346,8

346,8

Persoonsgebonden budgetten

2.388,2

2.451,2

2.452,4

2.453,5

2.454,5

2.454,5

Buiten contracteerruimte

941,5

1.601,3

3.211,7

4.993,7

6.839,1

8.789,3

Beheerskosten

271,5

280,2

264,6

258,5

263,7

263,9

Overig buiten contracteerruimte 1

520,0

480,3

489,9

506,0

511,4

513,4

Nominaal en onverdeeld Wlz

150,0

840,7

2.457,1

4.229,2

6.064,1

8.012,1

Bruto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2022

28.180,1

30.186,0

31.777,3

33.565,3

35.398,4

37.369,1

Eigen bijdragen Wlz

1.991,6

2.073,3

2.113,0

2.180,8

2.244,8

2.313,4

Netto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2022

26.188,5

28.112,7

29.664,3

31.384,5

33.153,6

35.055,7

1 Bij de Wlz zijn onder de post «overige buiten contracteerruimte» opgenomen de deelsectoren: hulpmiddelen, tandheelkunde Wlz, medisch-specialistische zorg Wlz, overige Wlz, ADL, zorginfrastructuur (vanaf 2022), transitiemiddelen verpleeghuiszorg (t/m 2021) en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

In onderstaande figuur is de samenstelling van de Wlz-uitgaven 2022 in staafdiagrammen opgenomen, zodat de verhoudingen tussen de sectoren inzichtelijker zijn.

Figuur 4 Samenstelling van de Wlz-uitgaven 2022 (in miljarden euro’s).

1 Bij de Wlz zijn onder de post «overige buiten contracteerruimte» opgenomen de deelsectoren: hulpmiddelen, tandheelkunde Wlz, medisch-specialistische zorg Wlz, overige Wlz, ADL, zorginfrastructuur (vanaf 2022), transitiemiddelen verpleeghuiszorg (t/m 2021) en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

6.3.3 Begrotingsgefinancierde zorguitgaven

Bij de begrotingsgefinancierde zorguitgaven gaat het met name om middelen die op grond van de Wmo beschermd wonen onder het Uitgavenplafond Zorg beschikbaar zijn. Naast Wmo beschermd wonen vallen enkele andere begrotingsgefinancierde posten onder de zorguitgaven. Tot deze categorie horen een deel van de uitgaven voor zorgopleidingen, de uitgaven voor zorg, jeugd en welzijn in Caribisch Nederland, de uitgaven voor langdurige zorg en ondersteuning (corona-uitgaven), de subsidie(regelingen) niet-invasieve prenatale test (NIPT), abortusklinieken, overgang integrale tarieven medische-specialistische zorg (MSZ) en kwaliteit, transparantie en patiënt-veiligheid. Deze uitgaven worden bij de artikelen 1, 2, 3 en 4 toegelicht.

6.3.3.1 Verticale ontwikkeling begrotingsgefinancierde zorguitgaven

In tabel 11 wordt de ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven weergegeven. De uitgaven voor beschermd wonen worden in tabel 11A gespecificeerd.

Tabel 11 Verticale ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven 2021-2025 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Netto begrotingsgefinancierde zorguitgaven ontwerpbegroting 2021

2.094,1

2.104,5

1.993,8

1.990,8

2.004,3

 

Bijstellingen

      

Beschermd wonen (gemeentefonds), zie tabel 11A

‒ 20,4

‒ 87,9

‒ 87,3

‒ 86,8

‒ 86,2

 
       

Autonoom

0,5

4,3

1,8

‒ 0,3

‒ 1,9

 

Loon- en prijsontwikkeling

0,5

4,3

1,8

‒ 0,3

‒ 1,9

 
       

Beleidsmatig

12,2

‒ 2,5

‒ 1,6

‒ 0,6

‒ 2,1

 

Ondersteuning van het zorgstelsel (Artikel 2)

‒ 2,1

0,0

0,6

1,6

0,0

 

Langdurige zorg en ondersteuning (Artikel 3)

29,9

0,0

0,0

0,0

0,0

 

Zorg, jeugd en welzijn in Caribisch Nederland (Artikel 4)

‒ 13,0

0,1

0,0

0,0

0,0

 

Loon- en prijsbijstelling

‒ 2,6

‒ 2,6

‒ 2,1

‒ 2,1

‒ 2,1

 
       

Totaal bijstellingen

‒ 7,6

‒ 86,0

‒ 87,1

‒ 87,6

‒ 90,2

 
       

Netto begrotingsgefinancierde zorguitgaven ontwerpbegroting 2022

2.086,4

2.018,4

1.906,7

1.903,2

1.914,1

1.924,1

1 Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS.

Tabel 11A Verticale ontwikkeling beschermd wonen 2021-2026 (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Netto uitgaven beschermd wonen ontwerpbegroting 2021

1.501,3

1.513,6

1.513,6

1.513,6

1.513,6

 

Bijstellingen

      

Technisch

‒ 20,4

‒ 87,9

‒ 87,3

‒ 86,8

‒ 86,2

 

Loon- en prijsbijstelling 2021 beschermd wonen

29,6

30,3

30,9

31,4

32,0

 

Volume-indexatie 2022 beschermd wonen

0,0

30,8

30,8

30,8

30,8

 

Nacalculatie uitname beschermd wonen

‒ 104,0

‒ 149,0

‒ 149,0

‒ 149,0

‒ 149,0

 

Incidentele correctie uitname beschermd wonen

54,0

0,0

0,0

0,0

0,0

 
       

Totaal bijstellingen

‒ 20,4

‒ 87,9

‒ 87,3

‒ 86,8

‒ 86,2

 
       

Netto uitgaven beschermd wonen ontwerpbegroting 2022

1.480,9

1.425,7

1.426,4

1.426,9

1.427,5

1.428,1

1 Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS.

Toelichting

Loon- en prijsbijstelling 2021 beschermd wonen

Dit betreft het overboeken van de loon- en prijsindexatie 2021 naar het budget voor beschermd wonen in het gemeentefonds.

Volume-indexatie 2022 beschermd wonen

Dit betreft de verwachte volumegroei in 2022 voor Wmo beschermd wonen.

Nacalculatie uitname beschermd wonen

Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in 2019 middelen overgeheveld naar de Wlz en zijn VWS en VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. Deze mutatie betreft de nacalculatie vanaf 2021. Conform bestuurlijke afspraak is de nacalculatie gebaseerd op realisatiegegevens van 2020, zoals die worden aangeleverd bij de NZa.

Incidentele correctie uitname beschermd wonen

Als gevolg van het hogere aantal cliënten dan oorspronkelijk geraamd dat overgaat van Wmo beschermd wonen naar de Wlz, kent het indicatieproces tijdelijk een langere doorlooptijd. Hierdoor vindt in 2021 de zorg langer plaats onder verantwoordelijkheid van gemeenten. De uitname Wmo beschermd wonen wordt hiervoor in 2021 incidenteel gecorrigeerd.

6.3.3.2 Ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven

In tabel 12 wordt de ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven weergegeven.

Tabel 12 Ontwikkeling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven (bedragen x € 1 miljoen)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Beschermd wonen (gemeentefonds)

1.480,9

1.425,7

1.426,4

1.426,9

1.427,5

1.428,1

       

Overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting en aanvullende post Financiën)

605,5

592,7

480,3

476,3

486,6

496,0

Subsidieregeling abortusklinieken (Artikel 1)

18,1

18,1

18,1

18,1

18,1

18,1

Subsidie NIPT (Artikel 1)

16,7

15,8

15,5

15,5

15,5

15,5

Ondersteuning van het zorgstelsel (Artikel 2)

47,0

39,9

19,6

3,6

2,1

0,1

Langdurige zorg en ondersteuning (Artikel 3)

29,9

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt (Artikel 4)

352,6

360,6

259,7

259,4

259,3

259,3

Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland (Artikel 4)

141,1

145,4

149,0

153,5

156,9

159,8

Loon- en prijsbijstelling (VWS-begroting en aanvullende post Financiën)

0,0

12,9

18,4

26,0

34,7

43,2

Netto begrotingsgefinancierde zorguitgaven ontwerpbegroting 2022

2.086,4

2.018,4

1.906,7

1.903,2

1.914,1

1.924,1

Bron: VWS.

In onderstaande figuur is de samenstelling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven 2022 in staafdiagrammen opgenomen, zodat de verhoudingen tussen de sectoren inzichtelijker zijn.

Figuur 5 Samenstelling van de begrotingsgefinancierde zorguitgaven 2022 (in miljarden euro’s).

6.4 Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten

6.4.1 Factsheet zorguitgaven en -ontvangsten per deelsector

In onderstaande factsheet wordt de ontwikkeling van de zorguitgaven en

-ontvangsten op deelsectorniveau (uitgesplitst naar Zvw, Wlz en begrotingsgefinancierde zorguitgaven) weergegeven voor de jaren 2021 t/m 2026.

Tabel 13 Factsheet zorguitgaven en -ontvangsten per deelsector 2021 ‒ 2026 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Zvw-uitgaven per sector

      

Eerstelijnszorg

6.676

6.852

6.824

6.825

6.825

6.825

Huisartsenzorg

3.395

3.585

3.561

3.561

3.561

3.561

Multidisciplinaire zorgverlening

702

738

738

738

738

738

Tandheelkundige zorg

834

848

848

848

848

848

Paramedische zorg

913

870

867

867

867

867

Verloskunde

285

268

268

268

268

268

Kraamzorg

360

358

358

358

358

358

Zorg voor zintuiglijk gehandicapten

187

185

185

185

185

185

Tweedelijnszorg

28.358

27.830

27.680

27.689

27.693

27.694

Medisch-specialistische zorg

25.632

25.011

24.864

24.873

24.876

24.877

Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf

1.191

1.292

1.292

1.293

1.293

1.293

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

847

849

849

849

849

849

Beschikbaarheidbijdragen overig medisch-specialistische zorg

124

125

125

125

125

125

Overig curatieve zorg

563

553

550

550

550

550

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

2.969

4.204

4.204

4.204

4.204

4.204

Apotheekzorg en hulpmiddelen

6.583

6.665

6.499

6.495

6.491

6.490

Apotheekzorg

4.855

4.901

4.738

4.735

4.732

4.731

Hulpmiddelen

1.727

1.764

1.761

1.760

1.759

1.759

Wijkverpleging

3.451

4.099

4.156

4.144

4.132

4.121

Ziekenvervoer

860

857

857

857

857

857

Ambulancezorg

744

721

721

721

721

721

Overig ziekenvervoer

117

136

136

136

136

136

Opleidingen

1.401

1.441

1.482

1.513

1.513

1.513

Grensoverschrijdende zorg

556

972

702

702

709

709

Nominaal en onverdeeld

5

1.546

4.033

6.455

8.973

11.615

Bruto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2022

50.859

54.464

56.437

58.885

61.398

64.029

Eigen betalingen Zvw

3.102

3.237

3.379

3.530

3.682

3.836

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2022

47.757

51.227

53.059

55.355

57.717

60.193

       
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Wlz-uitgaven per sector

      

Zorg in natura binnen contracteerruimte

24.850

26.134

26.113

26.118

26.105

26.125

Ouderenzorg

13.751

14.171

14.168

14.174

14.163

14.184

Gehandicaptenzorg

7.810

8.118

8.101

8.093

8.084

8.076

Langdurige ggz

1.723

2.220

2.228

2.235

2.241

2.248

Volledig pakket thuis

550

566

566

566

566

566

Extramurale zorg

690

710

703

703

703

703

Overig binnen contracteerruimte

327

347

347

347

347

347

Persoonsgebonden budgetten

2.388

2.451

2.452

2.453

2.454

2.454

Buiten contracteerruimte

941

1.601

3.212

4.994

6.839

8.789

Beheerskosten

271

280

265

258

264

264

Overig buiten contracteerruimte 1

520

480

490

506

511

513

Nominaal en onverdeeld

150

841

2.457

4.229

6.064

8.012

Bruto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2022

28.180

30.186

31.777

33.565

35.398

37.369

Eigen bijdragen Wlz

1.992

2.073

2.113

2.181

2.245

2.313

Netto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2022

26.188

28.113

29.664

31.384

33.154

35.056

       
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Begrotingsgefinancierde zorguitgaven

      

Wmo beschermd wonen (gemeentefonds)

1.481

1.426

1.426

1.427

1.427

1.428

Overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting en aanvullende post Financiën)

606

593

480

476

487

496

Bruto begrotingsgefinancierde zorguitgaven ontwerpbegroting 2022

2.086

2.018

1.907

1.903

1.914

1.924

       

Totaal zorguitgaven ontwerpbegroting 2022

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Bruto zorguitgaven

81.125

86.668

90.121

94.353

98.711

103.322

Ontvangsten

5.093

5.310

5.492

5.711

5.927

6.150

Netto zorguitgaven

76.032

81.358

84.630

88.642

92.784

97.173

1 Bij de Wlz zijn onder de post «overige buiten contracteerruimte» opgenomen de deelsectoren: hulpmiddelen, tandheelkunde Wlz, medisch-specialistische zorg Wlz, overige Wlz, ADL, zorginfrastructuur (vanaf 2022), transitiemiddelen verpleeghuiszorg (t/m 2021) en beschikbaarheidbijdrage opleidingen Wlz.

Bron: VWS, Zorginstituut Nederland en NZa.

6.4.2 Meerjarige ontwikkeling van de zorguitgaven en –ontvangsten per financieringsbron

De realisatiecijfers in de zorg staan bij de VWS-jaarverslagen nog niet volledig stil en ijlen nog enige jaren na. Daardoor vinden er ook na het verschijnen van VWS-jaarverslagen aanpassingen in de cijfers voor het betreffende jaar plaats. In tabel 14 worden de actuele zorguitgaven en –ontvangsten voor de jaren 2012-2022 weergegeven. De cijfers voor de jaren 2012 ‒ 2018 zijn definitief.

Tabel 14 Ontwikkeling van de zorguitgaven en -ontvangsten 2012-2022 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2012

2013

2014

2015 1

2016

2017

2018

2019 2

2020 2

2021 2

2022 2

Zorguitgaven en -ontvangsten actuele VWS-stand

           

Zorgverzekeringswet (Zvw)

           

Bruto-uitgaven

36.672

39.210

39.220

41.842

43.779

45.133

46.824

48.762

50.746

50.859

54.464

Ontvangsten

1.932

2.666

3.125

3.218

3.195

3.128

3.204

3.124

3.190

3.102

3.237

Netto-uitgaven

34.739

36.544

36.095

38.624

40.585

42.005

43.620

45.638

47.557

47.757

51.227

Wet langdurige zorg (Wlz)

           

Bruto-uitgaven

27.865

27.452

27.800

19.545

19.930

20.401

21.634

23.801

25.899

28.180

30.186

Ontvangsten

1.697

1.915

1.971

1.892

1.892

1.852

1.771

1.846

1.875

1.992

2.073

Netto-uitgaven

26.169

25.537

25.829

17.653

18.038

18.549

19.863

21.955

24.024

26.188

28.113

Begrotingsgefinancierde zorguitgaven

           

Bruto Wmo (gemeentefonds)

1.511

1.561

1.714

4.943

4.945

4.899

5.111

    

Bruto Jeugdwet (gemeentefonds)

   

2.034

1.920

1.878

1.971

    

Bruto beschermd wonen (gemeentefonds)

       

1.809

1.938

1.481

1.426

Bruto overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting en aanvullende post Financiën)

1.893

594

577

491

434

500

513

461

482

606

593

Bruto begrotingsgefinancierde zorguitgaven

3.405

2.155

2.291

7.468

7.299

7.277

7.595

2.271

2.421

2.086

2.018

Ontvangsten

21

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Netto begrotingsgefinancierde zorguitgaven

3.384

2.155

2.291

7.468

7.299

7.277

7.595

2.271

2.421

2.086

2.018

Bruto zorguitgaven

67.942

68.818

69.311

68.855

71.008

72.811

76.054

74.834

79.066

81.125

86.668

Ontvangsten

3.650

4.581

5.096

5.110

5.087

4.980

4.975

4.970

5.065

5.093

5.310

Netto zorguitgaven

64.292

64.237

64.215

63.745

65.922

67.830

71.079

69.864

74.001

76.032

81.358

Bron: VWS.

1 Op 1 januari 2015 zijn de Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Jeugdwet in werking getreden.

2 De middelen voor Wmo- en jeugdzorg die per 2019 onderdeel uitmaken van de algemene uitkering van het gemeentefonds tellen vanaf dat moment niet meer mee als voor het Financieel Beeld Zorg relevante zorguitgaven.

Figuur 6 Bijstellingen van de netto zorguitgaven Zvw en AWBZ/Wlz, na verschijnen van de VWS-jaarverslagen 2012-2020.

Bron: Financieel Beeld Zorg uit de jaarverslagen VWS (diverse jaren) en de actuele VWS-stand.

In figuur 6 zijn de bijstellingen van de netto zorguitgaven van de Zvw en de AWBZ/Wlz na het verschijnen van de VWS-jaarverslagen grafisch weergegeven voor de jaren 2012-2020. Uit de grafiek blijkt dat de bijstellingen zowel hoger als lager zijn uitgekomen. De omvang van de bijstelling blijft in de meeste jaren binnen een bandbreedte van 1%, met een maximale uitschieter van ‒ 2,4% in 2015. Vanaf 2016 zijn de bijstellingen minder groot dan in de jaren daarvoor. De grote bijstellingen vóór 2016 betroffen vooral de Zvw en daarbinnen vooral de medisch-specialistische zorg (MSZ) en de ggz. De ramingen van de zorgverzekeraars zijn in de laatste jaren steeds beter geworden, vooral bij de MSZ, waarbij de verkorting van de maximale dbc-duur in de MSZ tot 120 dagen in 2015 een belangrijke rol heeft gespeeld. In 2015 werd tevens de langdurige zorg hervormd. De dbc-duurverkorting en de hervormingen brachten dermate grote onzekerheden met zich mee dat na het jaarverslag 2015 nog relatief grote bijstellingen plaatsvonden. Vanaf 2016 wordt duidelijk dat de zorgverzekeraars beter in staat zijn de uitgaven te ramen en leiden de ramingen die VWS van Zorginstituut Nederland krijgt tot minder aanpassingen na het jaarverslag. De jaren 2019 en 2020 zijn nog niet definitief. Het is mogelijk dat voor deze jaren nog aanpassingen moeten worden verwerkt.

Door de algemene verbeteringen van de ramingen van de zorguitgaven zijn de aanpassingen na de jaarverslagen in de laatste jaren steeds kleiner geworden, maar de coronapandemie heeft vanaf het jaar 2020 de onzekerheid vergroot. Het is mogelijk dat dit zich zal uiten in grotere bijstellingen na het jaarverslag 2020.

6.4.3 Horizontale ontwikkeling van de netto zorguitgaven

In deze paragraaf wordt de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven grafisch weergegeven en toegelicht voor de komende vier jaren. De horizontale ontwikkeling geeft de jaar-op-jaar groei van de netto zorguitgaven weer. Hierbij worden een tweetal groeiontwikkelingen onderscheiden:

  • Nominale groeiontwikkeling: de groei van de zorguitgaven inclusief de loon- en prijsontwikkeling.

  • Reële groeiontwikkeling: de ontwikkeling van de zorguitgaven gecorrigeerd voor de prijsontwikkeling van het bbp.

6.4.3.1 Horizontale ontwikkeling van de totale netto zorguitgaven

In onderstaande figuur is de horizontale groei van de totale netto zorguitgaven grafisch weergegeven voor de jaren 2022-2025 (met het jaar 2021 als basisjaar). De verwachte reële groei van de totale netto zorguitgaven in 2022 is 5,1%.

Figuur 7 Horizontale groei van de totale netto zorguitgaven 2022-2025 (in %).

Bron: VWS-cijfers, CPB MEV 2022

De verwachte groei van de totale netto zorguitgaven in 2022 ten opzichte van 2021 komt hoger uit. Dit komt voornamelijk door de incidentele neerwaartse bijstelling van de netto Zvw-uitgaven in 2021, als gevolg van de technische correctieboeking van de schadelastdip ggz van ‒ € 1,2 miljard.

Daarnaast zijn de netto zorguitgaven in 2022 ten opzichte van 2021 bijgesteld als gevolg loon- en prijsontwikkelingen, volumegroei en deels door beleidsmatige ontwikkelingen.

6.4.3.2 Horizontale ontwikkeling van de netto Zvw-uitgaven

In onderstaande figuur is de horizontale groei van de netto Zvw-uitgaven grafisch weergegeven voor de jaren 2022-2025 (met het jaar 2021 als basisjaar). De verwachte reële groei van de netto Zvw-uitgaven in 2022 is 5,4%.

Figuur 8 Horizontale groei van de netto Zvw-uitgaven 2022-2025 (in %).

Bron: VWS-cijfers, CPB MEV 2022

De verwachte groei van de netto Zvw-uitgaven in 2022 ten opzichte van 2021 komt hoger uit. Dit komt voornamelijk door de incidentele neerwaartse bijstelling van de netto Zvw-uitgaven in 2021, als gevolg van de technische correctieboeking van de schadelastdip ggz van ‒ € 1,2 miljard.

Verder zijn de Zvw-uitgaven in 2022 ten opzichte van 2021 bijgesteld als gevolg loon- en prijsontwikkelingen, volumegroei en deels door beleidsmatige ontwikkelingen.

6.4.3.3 Horizontale ontwikkeling van de netto Wlz-uitgaven

In onderstaande figuur is de horizontale groei van de netto Wlz-uitgaven grafisch weergegeven voor de jaren 2022-2025 (met het jaar 2021 als basisjaar). De verwachte reële groei van de netto Wlz-uitgaven in 2022 is 5,5%.

Figuur 9 Horizontale groei van de netto Wlz-uitgaven 2022-2025 (in %).

Bron: VWS-cijfers, CPB MEV 2022

De verwachte groei van de netto Wlz-uitgaven in 2022 ten opzichte van 2021 komt hoger uit. Deze stijging is het gevolg van de loon- en prijsontwikkelingen, volumegroei en deels door beleidsmatige ontwikkelingen.

6.5 Financiering van de zorguitgaven

6.5.1 Totaalbeeld

Dit hoofdstuk gaat in op de financiering van de zorguitgaven die toegerekend worden aan het Uitgavenplafond Zorg. Het grootste deel van de zorguitgaven betreft uitgaven in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Het overige verloopt via de rijksbegroting. Een uitsplitsing voor het jaar 2022 staat in tabel 15. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de financiering van de Zvw en de Wlz afzonderlijk.

Tabel 15 Financiering bruto zorguitgaven (bedragen x € 1 miljard)1
 

2022

Zorgverzekeringswet (Zvw)

54,5

w.v. eigen risico

3,2

Wet langdurige zorg (Wlz)

30,2

w.v. eigen bijdragen

2,1

Wmo beschermd wonen

1,4

Overig begrotingsgefinancierd (Arbeidsmarktbeleid/Caribisch Nederland)

0,6

Bruto zorguitgaven stand ontwerpbegroting 2022

86,7

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS

6.5.2 De financieringssystematiek

Zorgverzekeringswet (Zvw)

Het overgrote deel van de zorguitgaven in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) loopt via zorgverzekeraars. Zij betalen zorgaanbieders voor de zorg die is geleverd aan hun verzekerden. Een beperkt deel van de Zvw-zorguitgaven wordt rechtstreeks aan zorgaanbieders betaald vanuit het Zorgverzekeringsfonds (Zvf). Dit betreft vooral de beschikbaarheidbijdragen. Het gaat daarbij om zorgprestaties waarvoor het niet mogelijk en/of wenselijk is de kosten aan individuele verzekerden toe te rekenen. De grootste beschikbaarheidbijdragen zijn die voor (zorg)opleidingen en de academische zorg. Daarnaast gaat het om enkele kleinere bijdragen zoals voor gespecialiseerde brandwondenzorg, traumazorg, spoedeisende hulp en acute verloskunde. Naast de beschikbaarheidbijdragen wordt vanuit het Zvf ook een deel van de grensoverschrijdende zorg betaald.

Ter financiering van de uitgaven ontvangen zorgverzekeraars van hun verzekerden een nominale premie en het eigen risico. Daarnaast ontvangt elke zorgverzekeraar een vereveningsbijdrage uit het Zvf. Dit bedrag houdt rekening met het risicoprofiel van de verzekerdenpopulatie van de zorgverzekeraar en met het eigen risico dat hij ontvangt. Het zorgt voor een gelijk speelveld voor zorgverzekeraars. Dat is nodig omdat verzekeraars zich moeten houden aan de wettelijke acceptatieplicht van verzekerden. Ook ontvangen zorgverzekeraars uit het Zvf een vergoeding voor de beheerskosten voor verzekerde kinderen in hun bestand. In 2020 en 2021 ontvangen verzekeraars daarnaast een bijdrage op basis van de catastroferegeling uit het Zvf. In het kader van deze regeling ontvangen verzekeraars bij een pandemie een extra uitkering als de kosten van de pandemie een bepaald niveau te boven gaan.

De nominale premie bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een door het ministerie van VWS vastgestelde rekenpremie die voor alle verzekeraars hetzelfde is. Samen met de opbrengsten uit eigen betalingen en de bijdrage die zorgverzekeraars uit het Zvf krijgen, kunnen zij hier in de optiek van VWS hun zorguitgaven mee betalen. Daarnaast bevat de nominale premie een opslagpremie, die verzekeraars zelf vaststellen en dus per verzekeraar verschilt. Zorgverzekeraars gebruiken deze opslagpremie om de beheerskosten te dekken en reserves op te bouwen om zeker te stellen dat zij altijd aan hun verplichtingen kunnen voldoen. De Nederlandsche Bank (DNB) stelt minimumeisen aan deze reserves. In de opslagpremie kunnen zorgverzekeraars ook winsten en verliezen uit het verleden en van de VWS-raming afwijkende inschattingen ten aanzien van de zorguitgaven of risico-opslagen verwerken. Door verschillen in de opslagpremie concurreren verzekeraars met elkaar om verzekerden, die jaarlijks kunnen overstappen naar een andere verzekeraar.

Het Zvf ontvangt, ter financiering van zijn uitgaven, de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB), de premievervangende bijdrage van verdragsgerechtigden, rente en een rijksbijdrage kinderen. Deze rijksbijdrage maakt het mogelijk dat bij kinderen tot 18 jaar geen nominale premie in rekening hoeft te worden gebracht. Vanuit het Zvf worden zorgverzekeraars gecompenseerd voor derving van inkomsten als gevolg van wanbetaling bij de nominale premie. Ook worden uit het Zvf kosten betaald in het kader van de regeling onverzekerden. In de Zvw is geregeld dat het Zvf niet structureel mag werken met tekorten of overschotten. Daarom dient een gebleken negatief vermogen snel te worden weggewerkt via meer dan lastendekkende premies en een positief vermogen via minder dan lastendekkende premies.

De overheid betaalt de zorgtoeslag aan huishoudens met lage inkomens en middeninkomens ter gedeeltelijke compensatie van de nominale premie en het eigen risico. De zorgtoeslag waarborgt dat geen enkel huishouden een groter deel van zijn inkomen aan zorgpremie en eigen risico hoeft te betalen dan wat op grond van de wet als aanvaardbaar wordt beschouwd. De zorgtoeslag compenseert de lasten die daarboven uitstijgen. Daarbij is de zogenaamde standaardpremie maatgevend en niet de feitelijke, door de individuele burger betaalde premies. De standaardpremie is bepaald als het gemiddelde van de nominale premies die worden betaald in de markt, vermeerderd met het gemiddelde bedrag dat een verzekerde aan eigen risico betaalt. De zorgtoeslag maakt geen onderdeel uit van het Uitgavenplafond Zorg, maar telt net als de zorgpremies mee in het inkomstenkader. Dat betekent dat het kabinet een hogere zorgtoeslag beschouwt als een vorm van lastenverlichting.

Uiteindelijk worden alle collectieve zorguitgaven betaald door burgers en bedrijven via de nominale premie, de IAB, het eigen risico en belastingen. In de Zvw is vastgelegd dat evenveel inkomsten worden gegenereerd via de IAB als via de nominale premie, de eigen betalingen en de rijksbijdrage kinderen samen (de 50/50-verdeling). De 50/50-verdeling impliceert dat uitgavenstijgingen bij verzekeraars voor 50% moeten worden gedekt uit de IAB. Dat wordt bereikt door de bijdrage uit het fonds aan verzekeraars te verhogen. Omgekeerd dient een stijging van de rechtstreekse uitgaven van het Zvf voor de helft te worden opgevangen via nominale premies. Dat wordt bereikt door de bijdrage aan de zorgverzekeraars te verlagen.23

De Wet langdurige zorg (Wlz)

Het overgrote deel van de zorguitgaven in het kader van de Wlz loopt in opdracht van zorgkantoren via het Centraal Administratie Kantoor (CAK) naar zorgaanbieders. De uitzondering hierop vormen persoonsgebonden budgetten (pgb’s). Daarbij wordt geld door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) overgemaakt naar zorgverleners in opdracht van burgers die zelf zorg inkopen (trekkingsrechten). De financiering loopt via het Fonds langdurige zorg (Flz).

Het Flz ontvangt ter financiering van zijn uitgaven (via de belastingdienst) de Wlz-premie. De Wlz-premie wordt geheven als percentage over de grondslag van de 1e schijf loon- en inkomstenbelasting tot aan de premiegrens voor de volksverzekeringen, na aftrek van een deel van de heffingskortingen. Deze heffingskortingen (die bestaan sinds de belastingherziening 2001) beperken voor burgers de te betalen loon- en inkomstenheffing. Ze beperken dus zowel de te betalen inkomsten- en loonbelasting als de te betalen premies volksverzekeringen (Wlz, AOW en ANW). Voor 2001 waren er aftrekposten die zwaarder drukten op de belastingen en minder op de premies volksverzekeringen. Het Flz ontvangt daarom van de overheid een bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK). Via deze bijdrage wordt het Flz gecompenseerd voor het drukkend effect op de Wlz-premies dat uitgaat van de belastingherziening 2001. Het Flz ontvangt daarnaast van burgers (via het CAK) de eigen bijdrage Wlz en betaalt rente aan de overheid. Tot slot ontvangt het Flz met ingang van 2019 een rijksbijdrage Wlz via de begroting van VWS. Het doel van die rijksbijdrage is dat het Flz een vermogen heeft van nul.

6.5.3 De financiering in 2022
6.5.3.1 Zorgverzekeringswet (Zvw)

Tabel 16 geeft een overzicht van de uitgaven en inkomsten uit hoofde van de Zorgverzekeringswet (Zvw).

De ontwikkelingen bij de financiering van de Zvw in 2022 worden gedomineerd door drie zaken:

  • De gevolgen van corona op de zorguitgaven in 2020 en 2021, het Zvf en de reserves van verzekeraars. Omdat harde cijfers ontbreken, is veelal gebruik gemaakt van zo goed mogelijke inschattingen van deze posten.

  • De groei van de zorguitgaven. Deze groei wordt gedomineerd door de gevolgen van de loon- en prijsstijging.

  • Verwerkt is verder de stabilisering van het eigen risico op € 385.

De gevolgen van corona op de premieraming verlopen via een aantal posten, maar zijn per saldo vrij beperkt.

  • De Zvw-uitgaven van verzekeraars kunnen worden gesplitst in coronakosten (meerkosten en directe zorg voor coronapatiënten) enerzijds en uitgaven voor reguliere zorg plus de continuïteitsbijdrage anderzijds.

  • Op basis van de reguliere risicoverevening dragen verzekeraars in 2020 vrijwel het gehele risico van hogere of lagere uitgaven. Naar huidig inzicht komen de zorguitgaven van verzekeraars in 2020 inclusief de coronakosten en de continuïteitsbijdragen die verzekeraars aan zorgaanbieders verstrekt hebben € 0,1 miljard hoger uit dan waar verzekeraars van uitgingen bij hun premiestelling 2021. Dit is dus een tegenvaller voor verzekeraars.

  • In 2021 is het risico gesplitst. Bij de niet-corona-uitgaven geldt een macro-nacalculatie van 85%. Verzekeraars dragen macro dus 15% van het risico en het Zvf 85%. Naar huidig inzicht komen de niet-corona-uitgaven in 2021 € 0,8 miljard lager uit dan in de begroting 202124. Dat leidt tot een meevaller bij het Zvf van € 0,7 miljard en een meevaller van € 0,1 miljard bij verzekeraars. Bij de premiestelling 2022 hadden verzekeraars hiermee nog geen rekening gehouden.

    Op basis van de catastroferegeling ontvangen verzekeraars een extra bijdrage uit het Zvf als de coronakosten in 2020 en 2021 samen boven de € 1,1 miljard uitkomen. De uitkering bedraagt dan vijfderde van het bedrag boven de € 1,1 miljard.

  • De coronakosten van verzekeraars bedragen naar huidige inschatting circa € 1,3 miljard in 2020 en € 1,0 miljard in 2021. Die kosten liggen daarmee ruim boven de drempel van de catastroferegeling. De extra bijdrage uit het Zvf bedraagt naar huidige inschatting € 1,2 miljard in 2020 en € 0,9 miljard in 2021. Dit bedrag is een voorlopige inschatting en wordt pas definitief in 2022. Dit leidt tot een verslechtering van het vermogen van het Zvf met € 2,1 miljard per ultimo 2021. De extra uitkering van € 1,2 miljard in 2020 leidt bij de verzekeraars tot extra reserves (zij konden de coronakosten namelijk nagenoeg dekken uit lagere uitgaven bij niet-coronazorg). In 2021 staat tegenover de € 1,0 miljard corona-uitgaven een uitkering van € 0,9 miljard. Verzekeraars dekken dus zelf € 0,1 miljard. Per saldo hebben verzekeraars dus een voordeel van € 1,1 miljard (dat ze voor een klein deel al hebben meegenomen bij de premiestelling 2021).

  • Vanwege de economische gevolgen van corona werd in september 2020 door het CPB voor 2020 gerekend met een forse terugval in werkgelegenheid en loonontwikkeling met als gevolg dat de raming van de IAB-inkomsten in 2020 laag uitviel. Dat leidde tot een tegenvaller in het Zvf die in 2021 met een premieopslag ongedaan is gemaakt. Naar huidig inzicht zijn de economische gevolgen van corona veel kleiner dan eerder gedacht. Daarom komt de raming van de IAB-inkomsten nu duidelijk hoger uit in 2020 (€ 0,7 miljard) en 2021 (€ 0,9 miljard).

  • Per saldo resulteert er in het Zvf vanwege de meevaller bij de macro-nacalculatie in 2021 (€ 0,6 miljard), de tegenvaller op grond van de catastroferegeling (€ 2,1 miljard) en de meevaller bij de IAB (€ 1,7 miljard) een vermogensoverschot van € 0,3 miljard. Dit overschot wordt in 2022 weggewerkt via een lagere premie van circa € 10.

  • Bij de verzekeraars doet zich vanwege de tegenvaller bij de uitgaven in 2020 (€ 0,1 miljard), de meevaller bij de macro-nacalculatie in 2021 (€ 0,1 miljard) en de meevaller op grond van de catastroferegeling (€ 1,1 miljard) een meevaller voor van € 1,1 miljard. Een deel daarvan is al ingezet in de premiestelling 2021. In de premieraming is er van uit gegaan dat verzekeraars de resterende meevaller grotendeels inzetten ter reductie van de premie 2022. De inzet van € 0,9 miljard drukt de premies in 2022 met circa € 30.

  • Ook lonen en prijzen worden minder geraakt door corona dan eerder gedacht. Dit leidt tot een opwaartse bijstelling van de zorguitgaven met € 0,7 miljard, wat leidt tot een premiestijging van ruim € 24.

  • Per saldo is het effect op de premie 2022 van de coronacrisis daarmee dus een daling van circa € 16, terwijl er in 2021 sprake was van een effect van +€ 5.

De Zvw-uitgaven vallend onder het Uitgavenplafond Zorg worden voor 2022 geraamd op € 54,5 miljard. Dit bedrag is voor € 0,3 miljard opwaarts vertekend door een boekhoudkundige overstap van kasbasis naar transactiebasis bij de grensoverschrijdende zorg25. Deze kas/transactie-hobbel heeft geen gevolgen voor de hoeveelheid grensoverschrijdende zorg die geleverd wordt en heeft ook geen invloed op de premies. Gecorrigeerd voor deze hobbel zijn de uitgaven € 54,2 miljard; een groei van € 2,1 miljard ten opzichte van de (voor de kas-transactie-effecten gecorrigeerde) geraamde uitgaven in 2021. De ontwikkeling van de Zvw-uitgaven wordt in paragraaf 6.3.1 in dit Financieel Beeld Zorg toegelicht. De groei van de Zvw-uitgaven betreft vooral groei bij de zorguitgaven van zorgverzekeraars. Deze stijgen met € 1,9 miljard van 2021 naar 2022. De rechtstreekse betalingen vanuit het Zvf (beschikbaarheidbijdragen en uitgaven in het kader van internationale verdragen) groeien naar verwachting met € 0,1 miljard.

Bij de beheerskosten en reserveontwikkeling van zorgverzekeraars wordt een daling van € 0,6 miljard verwacht tussen 2021 en 2022. Dit is vooral het gevolg van de aanname dat de zorgverzekeraars in 2022 naar verwachting meer (€ 0,9 miljard) zullen interen op hun reserves dan de huidige inschatting van de afbouw in 2021 (€ 0,3 miljard)26. Zorgverzekeraars beschikken mede als gevolg van de positieve resultaten in 2020 naar inschatting over voldoende reserves om de premieontwikkeling 2022 te mitigeren. Verondersteld wordt dat zorgverzekeraars in 2022 € 0,9 miljard aan reserves inzetten ter verlaging van de premiestijging, dat is € 0,4 miljard meer dan waar zorgverzekeraars bij de premiestelling 2021 voor 2021 van uitgingen.

De overige baten van het Zvf (rentebaten, bijdragen van verdragsgerechtigden, kosten en opbrengsten wanbetalers en onverzekerden) zijn vrijwel constant.

In de begroting 2021 zijn de IAB en de rekenpremie zodanig bepaald, dat het geraamde negatieve vermogen van het Zvf per ultimo 2020 zou worden teruggebracht naar nul per ultimo 2021. Dit verhoogt de te financieren lasten met ‒ € 0,3 miljard. Naar huidige inschatting zal het Zvf per ultimo 2021 een vermogenssaldo van ‒ € 0,3 miljard hebben. Dit positieve saldo resulteert uit een tegenvaller van € 2,1 miljard vanwege de uitkering in het kader van de catastroferegeling in 2020 en 2021, een meevaller bij de IAB van € 1,7 miljard in 2020 en 2021, een meevaller van € 0,6 miljard bij de nacalculatie 2021, een tegenvaller bij de rechtstreekse uitgaven 2020 en 2021 van € 0,1 miljard en de verwerking van het Zvf-jaarverslag 2019 (een meevaller van € 0,1 miljard). Er dient in 2022 dus een overschot van € 0,3 miljard te worden weggewerkt. Dit leidt tot een daling van de te financieren lasten van € 0,6 miljard ten opzichte van 2021 toen een tekort van € 0,3 miljard moest worden weggewerkt.

De hierboven beschreven ontwikkeling van lasten, saldo en overige baten leidt ertoe dat er in 2022 € 54,5 miljard aan premies, rijksbijdragen en eigen betalingen nodig zijn; dit is € 0,3 miljard meer dan in 2021. Deze € 54,5 miljard wordt door de IAB, de nominale premie, de rijksbijdrage kinderen en de eigen risico gefinancierd zoals weergegeven in tabel 16. De ontwikkelingen daarbij worden later in deze paragraaf toegelicht.

Tabel 16 Financiering Zvw (bedragen x € 1 miljard)1
 

2020

2021

2022

Uitgaven ten laste van de macropremielast

   

Zorguitgaven zorgverzekeraars

48,2

49,5

51,5

Rechtstreekse uitgaven Zorgverzekeringsfonds

2,6

2,6

2,7

Uitgaven onder het Uitgavenplafond Zorg

50,7

52,1

54,2

Beheerskosten/mutatie reserves zorgverzekeraars

2,3

1,0

0,5

Overige baten Zorgverzekeringsfonds

0,0

0,0

0,0

Saldo Zorgverzekeringsfonds

‒ 1,9

1,1

‒ 0,3

Te financieren uit premies /eigen betalingen

51,2

54,2

54,5

    

Financiering

   

Inkomensafhankelijke bijdrage (IAB)

25,4

27,4

26,9

Nominale premie

19,9

20,9

21,5

Rijksbijdrage kinderen

2,7

2,8

2,8

Eigen risico

3,2

3,1

3,2

Totaal

51,2

54,2

54,5

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

Bron: VWS. De meeste cijfers in de kolommen 2020 en 2021 zijn afkomstig van of afgeleid van informatie van het Zorginstituut. De rechtstreekse uitgaven van het Zvf en voor de zorguitgaven van zorgverzekeraars zijn gebaseerd op Zorginstituut -informatie van maart 2021. De opbrengst van de nominale premie is voor 2020 en 2021 bepaald als de gemiddelde nominale premie zoals bepaald door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vermenigvuldigd met het aantal verzekerden uit de opgave van het Zorginstituut. De IAB is voor 2020 en 2021 overgenomen van het CPB. De rijksbijdrage is gebaseerd op het VWS-jaarverslag en komt overeen met Zorginstituut -informatie van maart. De post overige baten (rentebaten, wanbetalers, onverzekerden, verdragsgerechtigden) is een extrapolatie gebaseerd op de maartraming 2021 van het Zorginstituut. De post beheerskosten/mutatie reserves zorgverzekeraars is in 2020 en 2021 het saldo van de opbrengst van nominale premies, eigen betalingen en de bijdrage aan verzekeraars uit het fonds enerzijds en de geraamde zorguitgaven van zorgverzekeraars anderzijds (toevoegingen en onttrekkingen aan reserves worden in deze post meegenomen).

Het Zorgverzekeringsfonds (Zvf)

In tabel 17 staan de uitgaven en inkomsten van het Zvf en de individuele zorgverzekeraars. Hierin staan de posten uit tabel 16 en de betalingen van het fonds aan de zorgverzekeraars.

Tabel 17 Exploitatie en premiestelling Zvw (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2020

2021

2022

ZVF

   

Uitgaven

29.992,4

29.103,4

29.899,5

- Uitkering aan zorgverzekeraars voor zorg

26.092,0

25.506,0

27.024,0

- Uitkering voor catastroferegeling

1.200,3

869,5

0,0

- Uitkering voor beheerskosten kinderen

135,5

134,8

132,8

- Rechtstreekse uitgaven Zvf

2.564,6

2.593,2

2.742,8

    

Inkomsten

28.114,5

30.154,9

29.714,0

- Inkomensafhankelijke bijdrage (IAB)

25.413,0

27.378,4

26.915,3

- Rijksbijdrage kinderen

2.722,9

2.796,5

2.810,5

- Overige baten

‒ 21,4

‒ 20,0

‒ 11,8

    

Exploitatiesaldo

‒ 1.878,0

1.051,5

‒ 185,5

Idem, niet gecorrigeerd voor DBC-dip

‒ 1.878,0

2.298,9

‒ 455,5

    

Vermogen Zvf

‒ 1.441,6

857,3

401,8

Vermogensnorm

‒ 689,0

558,4

288,4

Vermogenssaldo Zvf2

‒ 752,6

298,9

113,4

    

INDIVIDUELE VERZEKERAARS

   

Uitgaven

50.513,9

50.552,1

51.910,8

- Zorg (niet corona)

46.842,6

48.543,0

51.451,1

- Zorg (corona)

1.339,1

970,0

0,0

- Beheerskosten/exploitatiesaldi

2.332,2

1.039,2

459,7

    

Inkomsten

50.513,9

50.552,1

51.910,8

- Uitkering van Zvf voor zorg

26.092,0

25.506,0

27.024,0

- Uitkering voor catastroferegeling

1.200,3

869,5

0,0

- Uitkering van Zvf voor beheerskosten kinderen

135,5

134,8

132,8

- Nominale rekenpremie

19.319,5

20.076,1

21.190,4

- Nominale opslagpremie

576,9

864,3

326,9

- Eigen risico

3.189,7

3.101,5

3.236,8

1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

2 Door afronding van de IAB op vijfhonderdste procenten wordt er enkele tientallen miljoenen euro minder gefinancierd dan beoogd. Daardoor komt het vermogenssaldo van het Zvf per ultimo 2022 niet exact uit op de beoogde € 0,0 miljard.

Bron: VWS

De grootste uitgavenpost van het Zvf is de vereveningsbijdrage; de bijdrage aan de verzekeraars ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten. Deze bijdrage resulteert uit toepassing van de 50/50-regel. Die regel bepaalt – gegeven de totale lasten en gegeven de ontwikkeling van het eigen risico en de rijksbijdrage – hoe de IAB en de nominale premie zich moeten ontwikkelen. Daaruit volgt voor 2022 een stijging van de opbrengst van de nominale premie met € 0,6 miljard27. Gegeven de geraamde ontwikkeling van de zorguitgaven van verzekeraars, eigen betalingen, beheerskosten en reserve-afbouw van verzekeraars, wordt dit mogelijk via een stijging van de bijdrage uit het Zvf aan de zorgverzekeraars met € 1,5 miljard. In 2020 en 2021 zal er ook een uitkering voor de catatroferegeling zijn. Die is naar huidige schatting € 1,2 miljard in 2020 en € 0,9 miljard in 2021.

De inkomsten van het Zvf bestaan vooral uit de IAB en de rijksbijdrage ter dekking van de fictieve premielast van kinderen tot 18 jaar.

De opbrengst van de IAB daalt van 2021 naar 2022 met € 0,5 miljard. Dit is het saldo van drie ontwikkelingen. Ten eerste stijgen de totale uit premies te financieren kosten van 2021 op 2022 met € 0,3 miljard. Dit staat gepresenteerd in tabel 16. Hierdoor stijgt de IAB met € 0,15 miljard. Daarnaast is er een daling van € 0,6 miljard als gevolg van een correctie op de 50/50-regel28. Per saldo leidt dit tot de daling van € 0,5 miljard.

De rijksbijdrage voor kinderen blijft vrijwel gelijk. Deze volgt de ontwikkeling van het aantal kinderen en de ontwikkeling van de geraamde opbrengst nominale premie plus eigen betalingen. Zorgverzekeraars ontvangen uit het Zvf een vergoeding voor de beheerskosten van verzekerde kinderen die afhankelijk is van het aantal verzekerde kinderen. Via het Zvf lopen ook de overige baten (rentebaten, premievervangende bijdragen verdragsgerechtigden, kosten en opbrengsten wanbetalers en kosten en opbrengsten onverzekerden). Deze worden bij de inkomsten geboekt omdat ze niet relevant zijn voor het Uitgavenplafond Zorg.

Zowel het feitelijk vermogen als het vermogenssaldo29 van het Zvf komen in 2021 naar huidige inschatting € 0,3 miljard hoger uit dan het beoogde niveau uit de begroting 2021. De oorzaak van de meevaller is hiervoor toegelicht. Het vermogenssaldo komt naar verwachting uit op een overschot van € 0,3 miljard. Er dient daarom in 2022 een overschot van € 0,3 miljard te worden weggewerkt.

De individuele verzekeraars

De uitgaven van de zorgverzekeraars bestaan uit de uitgaven aan zorg en de beheerskosten/reserveontwikkeling. De ontwikkeling hiervan is hiervoor toegelicht. Dat geldt ook voor de bijdrage die zorgverzekeraars ontvangen uit het Zvf ter gedeeltelijke dekking van de zorgkosten die zij moeten betalen. Zorgverzekeraars ontvangen ook het eigen risico van hun verzekerden. De opbrengst van het eigen risico stijgt van 2021 op 2022 beperkt.

De totale geraamde opbrengst van de nominale premie stijgt van 2021 op 2022 met € 0,6 miljard. Deze stijging betreft een stijging van € 1,1 miljard bij de rekenpremie en een daling van € 0,5 miljard bij de opslagpremie30.

De nominale premies en inkomensafhankelijke bijdragen

Hiervoor is toegelicht hoe de uitgaven en inkomsten zich op macroniveau naar huidig inzicht ontwikkelen tussen 2021 en 2022. Daarbij wordt rekening gehouden met de huidige inzichten voor 2021. Die waren nog niet bekend toen de premies 2021 werden vastgesteld. Bij het verklaren van de premiestijging van 2021 naar 2022 op microniveau moet het huidige beeld 2022 worden vergeleken met het beeld 2021 ten tijde van de premievaststelling 2021. Dat is bij de rekenpremie en de IAB de begroting 2021 en bij de opslagpremie de premiestelling door verzekeraars in het najaar van 2020. De opslagpremie is door de verzekeraars € 5 hoger vastgesteld dan geraamd in de VWS-begroting 2021. Dit gebeurde omdat verzekeraars uitgingen van iets hogere lasten en een iets grotere reserve-afbouw dan verondersteld in de VWS-begroting 2021.

De IAB komt in 2022 uit op 6,70%; 0,30 procentpunt lager dan in 2021. Bij de nominale premie wordt een stijging geraamd van € 31; van gemiddeld € 1.478 in 2021 naar gemiddeld € 1.509 in 2022. Voor deze bijstellingen is een aantal oorzaken te benoemen.

Tabel 18 Oorzaken premieontwikkeling 2022 (in euro’s (nominale premie) en procentpunten (IAB))