Kamerstuk 35732-18

Motie van het lid Groothuizen c.s. over de werking van artikel 8, eerste en derde lid, van de Wbbbg beëindigen na inwerkingtreding van de Tijdelijke wet

Dossier: Wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met een tijdelijke bevoegdheid om het vertoeven in de openlucht te beperken teneinde de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus zoveel mogelijk te belemmeren (Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19)


86,6 %
13,4 %

50PLUS

D66

SP

VVD

vKA

CU

PvdA

DENK

FVD

Krol

PVV

PvdD

CDA

SGP

GL


Nr. 18 MOTIE VAN HET LID GROOTHUIZEN C.S.

Voorgesteld 18 februari 2021

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat twee wettelijke grondslagen voor de avondklok onduidelijkheid zou geven;

constaterende dat verankering in de Wet publieke gezondheid betere rechtsstatelijke waarborgen biedt dan de weg van de Wbbbg;

verzoekt de regering, om, na inwerkingtreding van de Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19, de werking van artikel 8, eerste en derde lid, van de Wbbbg te beëindigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Groothuizen

Kuiken

Kröger

Van der Graaf