Kamerstuk 35470-VI-1

Jaarverslag Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019

Dossier: Jaarverslag en slotwet Ministerie van Justitie en Veiligheid 2019

Gepubliceerd: 20 mei 2020
Indiener(s): Ferdinand Grapperhaus (minister veiligheid en justitie) (CDA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35470-VI-1.html
ID: 35470-VI-1

Nr. 1 DEPARTEMENTAAL JAARVERSLAG 2019 JUSTITIE EN VEILIGHEID (VI)

Ontvangen 20 mei 2020

Vergaderjaar 2019–2020

1 GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 13.662

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 1.646

A. ALGEMEEN

1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) over het jaar 2019 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Justitie en Veiligheid decharge te verlenen over het in het jaar 2019 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiele verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2019;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2019 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2019, alsmede over de saldibalans over 2019 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken Slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

In dit departementaal jaarverslag 2019 legt de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verantwoording af over het gevoerde beleid, de bereikte resultaten van dit beleid en de kosten van het beleid in 2019. In dit departementaal jaarverslag wordt tevens verantwoord over het gevoerde beheer over het jaar 2019.

Inhoud

Het jaarverslag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Het Ministerie) bestaat uit vier onderdelen, zijnde Algemeen (A), Beleidsverslag (B), Jaarrekening (C) en Bijlagen (D).

Algemeen

Het onderdeel algemeen omvat het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.

Beleidsverslag

Het beleidsverslag is opgebouwd uit vijf onderdelen. De paragraaf beleidsprioriteiten bevat een uiteenzetting op hoofdlijnen van de bereikte resultaten van het gevoerde beleid. Onderdeel van het beleidsverslag is het overzicht van de prestatieindicatoren Veiligheidsagenda. Deze agenda maakte geen deel uit van de Vastgestelde begroting 2019, maar is in een later stadium aan de Tweede Kamer gezonden.

De beleidsartikelen verantwoorden meer in detail in hoeverre de doelstellingen van Justitie en Veiligheid zijn behaald. Tevens is hier de financiële toelichting te vinden op opmerkelijke verschillen tussen realisatie en begroting. Voor het toelichten van de mutaties op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) wordt gebruik gemaakt van de staffel uit de RBV 2020. Dit is dezelfde staffel die wordt toegepast voor het toelichten van de mutaties in de suppletoire begrotingen. De toelichting op mutaties die in eerdere begrotingsstukken (waaronder suppletoire begrotingen) aan de Tweede Kamer zijn gemeld, zijn in de financiële toelichting op hoofdlijnen opgenomen. In de beleidsartikelen wordt bij ieder artikel een algemene doelstelling en de rol en verantwoordelijkheid van de minister beschreven.

De niet-beleidsartikelen verantwoorden de financiële afwikkeling van de apparaatsuitgaven van het kerndepartement, de nog te verdelen posten en een artikel voor geheime uitgaven. In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt verslag gedaan van opmerkelijke zaken in de bedrijfsvoering. Tot slot bevat dit onderdeel in afwijking van de Rijksbegrotingsvoorschriften ook een hoofdstuk over de Raad voor de rechtspraak. Dit is in overeenstemming met de wijze waarop dit in de Vastgestelde begroting 2019 is opgenomen.

Jaarrekening

De jaarrekening is opgebouwd uit de departementale verantwoordingsstaat en de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen, de saldibalans met de bij dit onderdeel behorende financiële toelichting, de jaarverantwoording van de agentschappen en de rapportage over de topinkomens. De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2020 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.

Bijlagen

Het jaarverslag bevat vijf bijlagen, te weten de voorgeschreven ‘Toezichtrelaties ’Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s) en Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s)’, ‘Afgerond evaluatie- en overig onderzoek’, ‘Inhuur Externen’, evenals de aanvullende bijlagen ‘Voortgangsrapportage JenV Verandert’ en het ‘Overzicht van in 2019 tot stand gekomen wetten’.

Verwerking openstaande rechten 2018 en 2019

In de jaarrekening 2017 is aangegeven dat er onduidelijkheid is ontstaan over de verantwoording van geldelijke zaken (waaronder bankbeslag Nederland, bankbeslag buitenland, cryptomunten en effecten), waarbij door de rechter of officier van justitie (buitengerechtelijke afdoening) een beslissing tot verbeurdverklaren is genomen en waarbij het beslag in deze zaken, nog niet heeft geleid tot een boeking op de ontvangstenrekening. De verslaggevingsvoorschriften voor de rijksoverheid (RBV) boden in 2017 hierin weinig houvast. In 2018 is in de RBV 2019 opgenomen dat geldelijke zaken met een onherroepelijke beslissing of waar sprake is van een buitengerechtelijke afdoening per jaareinde verantwoord dienen te worden onder de saldibalanspost openstaande rechten. In 2018 is hierover overleg met het Ministerie van Financiën geweest. Met het Ministerie van Financiën is afgesproken dat het OM (en daarmee het Ministerie) deze geldelijke zaken in 2018 en 2019 nog niet in de saldibalans hoeft te verantwoorden. In 2019 wordt inzicht verschaft in het aantal zaken waarbij openstaand recht verband houdend met geldelijke zaken aan de orde is.

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad van de Europese Unie op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. Voor 2019 zijn er geen landenspecifieke aanbevelingen op het JenV-terrein.

Focusonderwerp

De Tweede Kamer heeft als focusonderwerpen voor de verantwoording over 2019 de thema's «de onderbouwing van de ramingen van inkomsten en uitgaven» en «onderschrijdingen ten opzichte van het geraamde uitgavenkader» vastgesteld (Tweede Kamer, 31 865, nr. 135). Het kabinet zal, zoals vermeld in de brief van 4 juli 2019 (Tweede Kamer, 31 865, nr. 151), in het Financieel Jaarverslag Rijk specifiek aandacht besteden aan hoe onderuitputting en plafondonderschrijdingen zich verhouden tot de ramings- en begrotingssystematiek. Daarbij zal ook aandacht zijn voor de grootste over- en onderschrijdingen in 2019 en eerdere jaren.

Groeiparagraaf

De Regeling agentschappen en de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2020 laten enige ruimte voor interpretatie ten aanzien van de vraag wat als omzet van een baten-lastenagentschap kan of dient te worden aangemerkt. Om die reden is een nadere specificatie in de agentschapsparagrafen opgenomen.

Door de in de RBV2020 aangebrachte wijzigingen worden de aan het ministerie van Financiën afgegeven garanties betreffende de leningen en rekening courant limieten aan interne partijen met ingang van de verantwoording over 2019 in de saldibalans opgenomen (voorheen in de toelichting). De overeenkomstige cijfers met betrekking tot 2018 zijn niet aangepast. In de toelichting bij de post garantieverplichtingen in de saldibalans wordt ingegaan op het effect van de gewijzigde presentatie. Verder is de per jaareinde blijkende financiële verhouding met de agentschappen, onder aftrek van de aangelegenheden die reeds deel uitmaken van de rekening courant, eenmalig als voorschot verwerkt. Voor 2020 zal worden gekomen tot een bijdragesystematiek in lijn met die voor ZBO's en RWT's.

Specifieke aandachtspunten

Raad voor de rechtspraak

In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering toegekend aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. De Raad kent een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering. Door JenV is gekozen voor een bijdrageconstructie. Deze bijdrage is op artikel 32 opgenomen. Voor de Raad is in het jaarverslag zoals gebruikelijk een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin een verantwoording over de uitgaven van de Raad.

B. BELEIDSVERSLAG

3. Beleidsprioriteiten

3.1 Beleidsverslag

Inleiding

Verreweg de meeste Nederlanders (86%) geven aan zich in Nederland1 veilig te voelen. Toch was 2019 een jaar waarin ons land werd geconfronteerd met hevig geweld in de openbare ruimte, geweld tegen hulpverleners en een toenemend aantal zware steekincidenten. Schokkende dieptepunten waren het schietincident in de tram in Utrecht op 18 maart, waarbij vier doden en meerdere gewonden vielen, en de moord op advocaat Derk Wiersum op 18 september.

Beide gebeurtenissen vormden een tragedie voor familie en vrienden. Maar ze werkten ook diep door in de veiligheidsbeleving en het rechtsgevoel bij iedereen in Nederland. Het Openbaar Ministerie en de politie geven dan ook de hoogste prioriteit aan het onderzoek in deze zaken. Ook op beleidsniveau krijgen de bestrijding van terrorisme en georganiseerde en ondermijnende (drugs)criminaliteit onverminderd aandacht.

De kwaliteit van leven in Nederland is hoog en in 2019 was er opnieuw sprake van economische groei. Toch ervaart niet iedereen dit. Mensen grijpen actuele thema’s aan om hun al bestaande bredere onbehagen te uiten. Lokale bestuurders zoeken steun om met deze maatschappelijke onrust te kunnen omgaan en om de sociale inclusie te versterken. Het ministerie van Justitie en Veiligheid is een van de partners die die steun kan verlenen, om escalatie te voorkomen.

Geopolitieke verhoudingen verschuiven, met gevolgen voor statelijke en niet-statelijke dreigingen en voor migratiestromen. Hoewel de instroom het afgelopen jaar stabiel was, zijn nieuwe pieken in het aantal asielaanvragen niet ondenkbaar. Incidenten rond overlastgevende asielzoekers en de moeizame terugkeer van ‘veiligelanders’ krijgen hierbij volop aandacht, zowel in het politieke debat als waar het gaat om de aanpak.

Technologische ontwikkelingen brengen nieuwe dreigingen mee. Steeds meer Nederlanders vrezen slachtoffer te worden van cybercriminaliteit. Een terechte zorg, gezien de laagdrempelige beschikbaarheid van aanvalsmiddelen. Anderzijds biedt technologie kansen. Kansen, die ook in 2019 weer zijn benut. Bijvoorbeeld in de opsporing, of met het oog op versnelling van gerechtelijke procedures.

In 2019 is opnieuw verder gewerkt aan de uitvoering van het Regeerakkoord.

Inmiddels zijn veel ambities uit het Regeerakkoord gerealiseerd, of liggen voor bij de Raad van State, dan wel de Tweede of Eerste Kamer. Over andere thema’s is overleg gevoerd met betrokken partijen. De verwachting is dat deze in 2020 tot uitvoering komen. Dankzij de inzet van velen op uiteenlopende terreinen konden we ook in 2019 weer gestalte geven aan recht, veiligheid en het migratiebeleid in Nederland. Kernelementen hierin zijn het vroegtijdig signaleren en adresseren van problemen, de zoektocht, samen met andere partijen, naar vernieuwende oplossingen, het transparant en rechtmatig delen van informatie en het aanbrengen van verdere kwaliteitsverbeteringen over de hele linie. In dit beleidsverslag geven wij daar een beeld van.

Een sterke rechtsstaat

Een goed werkend rechtsbestel vormt de ruggengraat van onze democratische rechtsorde. Toegang tot het recht speelt hierin een cruciale rol. De hoofdmaatregelen in de herziening van de rechtsbijstand zijn versterking van de nulde lijn (zelfhulp) en de eerste lijn (rechtshulp), een responsieve overheid en verbetering van de kwaliteit in de tweede lijn (gefinancierde rechtsbijstand). Met versterking van de nulde en de eerste lijn wordt beoogd in een zo vroeg mogelijk stadium een (juridisch) probleem te voorkomen of op te lossen, door de toegang tot het recht laagdrempelig, toegankelijk en in de buurt van de mensen te organiseren. Op weg naar die versterking van de nulde en eerste lijn hebben we goede eerste stappen gezet. Zo heeft het Juridisch Loket in 2019 tien toegankelijke voorzieningen in de wijk ingericht, in bibliotheken, wijkcentra of gemeenteloketten. Het online informatieaanbod en online advies op maat is verbeterd. Bijvoorbeeld om onnodige problemen bij echtscheidingen te voorkomen. Dat geniet een hoge prioriteit. En met succes: een diagnosetool voor informatie, advies en hulp op maat bij scheidingen is al door 1.500 mensen benut. En er is méér. Zo zijn in Rotterdam-Zuid wijkteams, het juridisch loket en sociaal advocaten in goede samenwerking een pilot gestart om kwetsbare burgers te helpen. Om dergelijke initiatieven te stimuleren is € 3 mln. extra beschikbaar gesteld. En in Heerlen is de pilot Huizen van het Recht gestart. Hierin wordt ‘aan de voorkant’ de problematiek van een burger integraal bekeken. Vervolgens kijken de betrokkenen of de juiste hulpverlener wordt ingeschakeld en - als de rechtspraak erbij betrokken is - of zaken op verschillende rechtsgebieden snel en effectief met één zitting te behandelen zijn. Al deze instrumenten moeten beter zicht geven in hoe de nulde en de eerste lijn over de hele linie kunnen worden versterkt.

Het programma responsieve overheid richt zich op minder (onnodige) juridisering tussen burger en overheid door een betere dienstverlening. Deze aanpak loopt langs twee sporen: voorkomen van (onnodig) procedeergedrag van en jegens de overheid en het meer gestructureerd in beeld brengen van de gevolgen van rijksbeleid en wet- en regelgeving op de rechtsbijstand. Ook heeft de raad voor rechtsbijstand data-dialogen gehouden met gemeenten. Door data te verzamelen over de factoren die het procedeergedrag van burgers, hun belangenbehartigers en overheden beïnvloeden, krijgen we meer inzicht en kunnen we onnodige juridisering en formalisering van problemen tussen overheid en burger tegengaan. Inmiddels hebben we al enig inzicht in de uitvoeringsorganisaties met de meeste toevoegingen in het bestuursrecht. Dit is een eerste stap op weg naar het gericht terugdringen van onnodige juridisering. Ook is in 2019 het wijzigingsvoorstel van het Besluit proceskosten bestuursrecht in consultatie gegaan. Dit ontwerpbesluit verhoogt de proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter. Het gaat om een verhoging van de standaardbedragen met 40% als de burger procedeert met bijstand van een advocaat. Ook krijgt de bestuursrechter een explicietere bevoegdheid om een hogere vergoeding toe te kennen dan het standaardbedrag als hij vindt dat de overheid in een concrete zaak evident onredelijk is geweest voor de burger.

Een derde belangrijke doelstelling van het nieuwe stelsel is verhoging van de kwaliteit in de tweede lijn. Samen met professionals uit het stelsel ontwikkelen we kwaliteitscriteria voor goede rechtshulp. Het traject om met betrokken partijen en mogelijke nieuwe toetreders tot die kwaliteitscriteria te komen is nog in volle gang. Om de tweede lijn te kunnen verbeteren, hebben we de advocatuur nodig. In 2019 deden minder mensen een beroep op rechtsbijstand. Dat maakte het mogelijk om tijdelijk extra geld beschikbaar te stellen om de sociale advocatuur gesterkt de overgang naar een nieuw stelsel te laten maken.

Versterking Rechtspraak

Het functioneren van de Nederlandse rechtspraak is hoog aangeschreven, maar staat tegelijkertijd onder druk. Zo waren er financiële tekorten, de werkdruk onder rechters is hoog en de doorlooptijden moeten korter worden. Met de Rechtspraak is in 2019 een prijsakkoord bereikt, waarmee € 95 mln. voor de rechtspraak is gemoeid. Hierbij zijn ook afspraken gemaakt over aanpassing van de bekostigingssystematiek. Alle vaste kosten zoals huisvesting, landelijke diensten en ICT zijn niet langer onderdeel van de ‘p x q-systematiek’. Als gevolg hiervan is de bekostiging nu nog maar voor (ongeveer) de helft gebaseerd op de hoeveelheid zaken (p x q). Dit maakt de financiering stabieler, doordat bij een dalende instroom - zoals de afgelopen jaren het geval was - het budget niet meer zo sterk afneemt.

Met deze impuls kan de Rechtspraak weer financieel gezond worden, investeren en moderniseren. De komende jaren gaat de Rechtspraak bijvoorbeeld hard aan de slag om de doorlooptijden te bekorten. Daartoe presenteerde de Raad eind 2019 een plan met de ambitie om in de komende prijsperiode tot en met 2022 alle bestaande achterstanden weg te werken. Ook kan de rechtspraak nu werk maken van de (door de visitatiecommissie) dringend aanbevolen modernisering. Met het oog daarop heeft de Raad aangegeven aan de slag te gaan met de besturing van de Rechtspraak, gerechtsoverstijgende personeelsplanning, de cultuur en leiderschap2.

Voor een toekomstbestendige en goed functionerende strafrechtketen is verdere digitalisering noodzakelijk. Eind 2019 werd al 96% van alle zaken tussen OM en Rechtspraak digitaal afgehandeld. Op het gebied van doorlooptijden zijn voor zeven geprioriteerde zaakstromen kwalitatieve en kwantitatieve ketennormen vastgesteld. Een voorbeeld hiervan is dat de politie 80% van de zedenzaken (m.u.v. kinderporno) binnen 6 maanden na aangifte naar het OM stuurt. De aanpak en ontwikkeling van de doorlooptijden wordt verder uitgewerkt en gemonitord met behulp van de strafrechtketenmonitor.

Vernieuwing in geschiloplossing en rechtspleging

Om burgers te helpen hun geschillen op een bestendige, passende en efficiënt wijze op te lossen, werken we aan een verdere uitbreiding van de mogelijkheden tot buitengerechtelijke geschiloplossing. Een voorbeeld hiervan is het nieuwe wetsvoorstel mediation. Dit wetsvoorstel is mede gebaseerd op de aanbevelingen die mediators aan de Minister voor Rechtsbescherming hebben aangeboden. Het bevat kwaliteitswaarborgen voor mediators en hun dienstverlening en bepalingen die zorgen voor een betere aansluiting tussen gerechtelijke en buitengerechtelijke geschiloplossing.

Binnen verschillende rechtsgebieden zijn in 2019 veranderingen zichtbaar die betere oplossingen voor burgers binnen bereik brengen. Bij herstelrecht tijdens het strafproces staat niet alleen centraal wat het slachtoffer nodig heeft voor herstel. Ook komt aan bod wat de verdachte of veroordeelde kan doen om verantwoordelijkheid te nemen en waar mogelijk herstel te bieden, zowel in emotioneel als materieel opzicht. De belangrijkste vormen van herstelrecht zijn bemiddeling en mediation in strafzaken. Eind 2019 heeft het kabinet het beleidskader herstelrecht voorzieningen gedurende het strafproces vastgesteld. Dit kader besteedt aandacht aan definities, het juridisch kader en verschillende herstelrechtvoorzieningen gedurende het strafproces. Ook gaat het in op kwaliteitseisen, bijvoorbeeld aan mediators in strafzaken. Het kader vormt het startpunt voor verdere acties in 2020, zoals een pilot voor een centraal aanmeld- en informatiepunt, nader onderzoek door het WODC, goed informatiemateriaal en verkennen regelgeving.

Schade bij kinderen door echtscheidingen kan worden voorkomen. Dat toont het programma Scheiden zonder Schade in de twee regiolabs die zijn gestart in Den Haag en Oost-Brabant. Rechters, advocaten, de Raad voor de Kinderbescherming, gemeenten en gecertificeerde instellingen werken hier samen om ouders en kinderen vroegtijdig te begeleiden. In plaats van het klassieke verzoekschrift en verweer leggen ouders samen hun geschilpunten voor aan de rechter. Zo worden onnodige juridische procedures voorkomen. Een digitaal platform maakt goede informatie, hulp en begeleiding beschikbaar.

Snelle en krachtige uitvoering van straffen

Opgelegde straffen moeten snel en krachtig worden uitgevoerd. Een noemenswaardig resultaat van dit streven is de aanhouding van 963 voortvluchtige veroordeelden (tussen 1 oktober 2018 en 1 januari 2020) in het kader van het programma Onvindbare veroordeelden. Daarmee is ruimschoots de doelstelling behaald om in 40 procent van de 1300 kansrijke dossiers van voortvluchtige veroordeelden een aanhouding te verrichten.

Om beter regie te kunnen voeren is de wet tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in 2019 voorbereid, zodat deze per 1 januari 2020 in werking kon treden. De verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van straffen komt hiermee te liggen bij de Minister voor Rechtsbescherming, in plaats van bij het Openbaar Ministerie. Dit stelt de minister in staat om een strakkere regie te voeren op de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen. Dat moet leiden tot:

  • het sneller en beter uitvoeren van straffen;

  • versterking van de positie van slachtoffers en nabestaanden;

  • het goed informeren van partners binnen en buiten de strafrechtketen;

  • een persoonsgerichte tenuitvoerlegging.

De coördinatie van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen is centraal belegd bij het Administratie- en Informatiecentrum voor de Executieketen (AICE) bij het Centraal Justitieel Incasso Bureau. Het AICE zorgt voor een zorgvuldige overgang en het delen van kennis en ervaring met het OM en andere ketenpartners. Ook heeft het AICE centraal zicht en daarmee grip gerealiseerd op alle grote sanctiestromen, waaronder: Voorlopige Hechtenis, Ter Beschikkingstellingstelling, Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ) en Jeugdtaakstraffen.

In de aanpak van jeugdcriminaliteit3 is in 2019 ruimte gemaakt voor meer maatwerk. Dit past bij de groeiende diversiteit van de doelgroep. Jongeren zijn gebaat bij continuering van zorg, zo bleek uit de Verkenning Vrijheidsbeneming Justitiële Jeugd (VIV JJ) en de uitwerking daarvan in de vorm van proeftuinen en onderzoek. Door overcapaciteit af te bouwen, wordt het mogelijk te investeren in meer maatwerk zowel lokaal als op landelijk niveau. Deze investering bedraagt in 2020 € 3 mln. en loopt op tot € 17.2 mln. structureel vanaf 2024.

Voorwaarden aan invrijheidstelling, veilige detentie en terugkeer in de samenleving

Het wetsvoorstel straffen en beschermen is op 25 juni 2019 aangenomen in de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel brengt onder meer de periode van de voorwaardelijke invrijheidsstelling terug tot maximaal twee jaar voor het einde van de vrijheidsstraf. In detentie is de aanpak gericht op de persoon. Vrijheden en voorwaardelijk invrijheidsstelling worden slechts verleend na toetsing op gedrag van de gedetineerde, risico’s op herhaling van het delict en de belangen van slachtoffers. Het wetsvoorstel ligt op dit moment ter behandeling in de Eerste Kamer.

Het veiligheidsbeleid in de penitentiaire inrichtingen is aanzienlijk aangescherpt. Er is € 3 mln. beschikbaar gekomen, voor onder andere een verdubbeling van het aantal speurhonden en een versterking van de beveiliging. De eerste extra speurhonden zijn in 2020 inzetbaar. In totaal negen inrichtingen zijn en worden extra camera’s, netten en hekwerk geplaatst. Het aantal doorzoekingen is in de afgelopen vier jaar verviervoudigd. Sinds begin 2019 registreert DJI waar, hoeveel en welke soorten contrabande zijn aangetroffen. Sinds het voorjaar van 2019 is het mogelijk de vondst van smokkelwaar, geweld tegen personeel of tussen gedetineerden te bestraffen met de maximale straf: 14 dagen strafcel.

Behalve het binnenbrengen van illegale voorwerpen, zoals drugs en wapens, is per 1 november 2019 ook het binnenbrengen strafbaar gesteld van bepaalde voorwerpen die op zichzelf legaal zijn, maar waarvan het bezit in de inrichting verboden is, zoals mobiele telefoons of gereedschap. Bezoekers die de fout in gaan, kunnen een gevangenisstraf krijgen van ten hoogste zes maanden.

Op 1 juli 2019 is het Bestuurlijk akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie’ ondertekend. In dit akkoord spreken DJI, de reclassering en gemeenten af om tijdens detentie vanaf dag één samen te werken om gedetineerden voor te bereiden op zijn of haar terugkeer in de samenleving.

Forensische Zorg

Naar aanleiding van de rapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de Inspectie Justitie en Veiligheid over het detentieverloop van Michael P. zijn de nodige maatregelen getroffen om de samenleving veiliger te maken. Zo zijn delict-analyse en risicotaxatie nu verplicht, als veroordeelden van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven worden geplaatst in een instelling voor forensische zorg. Uitgeplaatste gedetineerden die nog niet in de laatste fase van detentie zitten, krijgen voortaan geen vrijheden meer. De verantwoordelijkheden rond het toekennen van vrijheden zijn scherper geborgd door heldere afspraken van DJI met het Openbaar Ministerie en de reclassering.

Per 1 januari 2019 is de Wet Forensische Zorg (Wfz) geïmplementeerd. Hiermee is de wettelijke inbedding van het stelsel van forensische zorg nu geregeld. In de Wet en het bijbehorende Besluit Forensische Zorg is onder meer opgenomen dat voor het delen van relevante informatie over gedetineerden met instellingen voor forensische zorg, de toestemming van de gedetineerde niet langer noodzakelijk is. Ook trad de regeling weigerende observandi uit de Wfz in 2019 in werking. Daarmee kunnen bestaande medische gegevens over weigeraars worden opgevraagd via een daartoe ingestelde adviescommissie.

Ten slotte is in 2019 de toepassing van de regeling Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen verscherpt. Gemeenten worden voortaan beter geïnformeerd over de terugkeer van gedetineerden in de samenleving.

Een veiliger Nederland

Een breed offensief tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit

De aanpak van de ondermijnende criminaliteit is in 2019 verbreed. De aanpak op lokaal en regionaal niveau is versterkt; landelijk en internationaal is de aanpak geïntensiveerd. Oprollen, afpakken en voorkomen is hierbij het motto. Een multidisciplinair interventieteam, met een versterkte preventieve aanpak en extra inzet op bewaken en beveiligen, moet hierbij een belangrijke rol in gaan spelen.

De middelen van € 100 mln. uit het regeerakkoord zijn in januari 2019 toegekend op basis van ingediende regionale en landelijke versterkingsplannen. Van de € 100 mln. zal € 85 mln. naar de regio’s gaan. De focus van de regio’s én de landelijke partners ligt op de illegale drugsindustrie en de daarmee gepaard gaande verwevenheid van onder- en bovenwereld én de bijbehorende criminele geldstromen. De versterkingsprogramma’s hebben een looptijd van drie jaar, voor de periode 2019-2021. In 2019 is gestart met:

  • versterking van integrale intelligence, analysekracht en informatiebeelden;

  • versterking van de aanpak van (drugs)criminaliteit op mainports;

  • verbeterd zicht en grip op criminele geldstromen;

  • versterking van de aanpak in kwetsbare gebieden, waaronder het agrarisch buitengebied, vakantieparken en bedrijventerreinen ;

  • aanpak van criminogene branches, mede via Publiek Private Samenwerking;

  • versterking van de ambtelijke en bestuurlijke weerbaarheid van de overheid.

Ook is een Aanjaagteam Ondermijning (ATO) ingericht, dat het land in gaat om samen met de operationele partijen de aanpak te verbeteren en te versnellen. Dit meer op de operatie gerichte team heeft in 2019 de verbinding bevorderd tussen de diverse regionale en landelijke projecten.

Verder is structureel € 7,4 mln. beschikbaar gesteld voor analyse- en intelligencecapaciteit en versterking operationele capaciteit bij de regio’s. Structureel zijn 171 fte extra agenten toegevoegd aan de regionale eenheden en de landelijke eenheid ten behoeve van ondermijning. Deze capaciteit kan als één blok worden ingezet, als het criminaliteitsbeeld daartoe aanleiding geeft.

Ook aanpassingen in de anti-ondermijningswetgeving stutten de aanpak. Het afgelopen jaar kregen burgemeesters meer mogelijkheden om drugspanden te sluiten (artikel 13b Opiumwet). De strafmaat is verdubbeld voor illegaal bezit van automatische vuurwapens en voor het plegen van zware delicten (liquidaties en geweld) in georganiseerd verband. Aanpassingen in de Wet Bibob bieden bestuursorganen ruimere mogelijkheden om onderling gegevens te delen en eigen onderzoeken uit te voeren. Het wetsvoorstel versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit is in consultatie gebracht. De voorstellen hierin adresseren problemen die in de praktijk worden ervaren en richten zich op:

  • verhoging van het strafmaximum bedreiging en extra strafverhoging bij bedreiging van burgemeesters en andere bestuurders;

  • strafbaarstelling van het bezit of vervoer van illegale grondstoffen (precursoren) voor harddrugs;

  • strafbaarstelling van het binnendringen van containerterminals op havens en luchthavens;

  • het mogelijk maken om de kosten voor het vernietigen van stoffen als drugs en vuurwerk te verhalen op de daders;

  • extra bevoegdheden om het vermogen in kaart te brengen van personen die een geldboete of schadevergoedingsmaatregel niet betalen, of verbeurdverklaarde voorwerpen niet uitleveren.

Om witwassen en fraude tegen te gaan is structureel € 29 mln. beschikbaar gemaakt voor extra capaciteit bij de Belastingdienst, FIOD, Douane, OM en FIU-Nederland. Het plan rust op drie verbonden pijlers:

  • verhogen van de barrières;

  • vergroten van de effectiviteit van de poortwachtersfunctie;

  • versterken van de opsporing en vervolging.

Verbetering in opsporing en vervolging

De Inspectie Justitie en Veiligheid bracht eind 2019 een kritisch beeld van de opsporing uit. De belangrijkste conclusies uit dit rapport zijn:

  • de probleemgestuurde opsporing krijgt te weinig aandacht;

  • het proces van selectie en toewijzing van zaken en capaciteit behoeft verbetering;

  • de kwaliteit van de informatieorganisatie is voor verbetering vatbaar;

  • meer uniformiteit in de werkwijze van de politie zou bijdragen aan de verbeteren van de opsporing.

In 2019 zijn al positieve stappen gezet. De politie werkt aan het verbeteren van de realisatiekracht, dat wil zeggen het vermogen om daadwerkelijk en door de hele organisatie heen te veranderen. Om de kwaliteit van de eerstelijnsopsporing in de basisteams te verbeteren zijn politie en OM in 2019 gestart met de landelijke implementatie van een kader (selectiviteitskader) om te beslissen welke aangiftes worden opgepakt. Ook is een landelijk kwaliteitsdashboard ontwikkeld en (deels) geïmplementeerd. Dat maakt sturing op kwaliteit en kwantiteit mogelijk op het niveau van een basisteam, een district en een eenheid.

Specifieke aandacht was er in 2019 voor experimenten om de opsporing te moderniseren. Een relatief nieuw, groeiend en waardevol verschijnsel is dat betrokken burgers een rol pakken als ‘opspoorders’, ook op eigen initiatief. De politie en het OM hebben in 2019 een aantal leidende principes voor burgeropsporing beschreven. Deze principes zien op gedrag van burgers dat moet worden bekrachtigd, gedrag dat moet worden begrensd en op de taak van de politie en het Openbaar Ministerie om burgers tegen zichzelf en anderen in bescherming te nemen.

Voor gebruik van big data in ondermijningszaken is een Kwaliteitskader big data vastgesteld. Dit kader ziet op zuivere ontwikkeling en toepassing (zowel juridisch als technisch) van algoritmes en data-analysemethoden in de opsporingsketen. Het aanjaagteam ondermijning (ATO) ontwikkelde, in overleg met de Autoriteit Persoonsgegevens, een model-protocol voor gemeentelijke informatie-uitwisseling in het kader van de bestuurlijke aanpak.

Versterking politie in kwantitatief opzicht

De politie staat voor een aanzienlijke vervangings- en uitbreidingsopgave van de operationele sterkte. In de begroting 2019 was een ontwikkeling voorzien naar 50.861 fte. In september is de Tweede Kamer tussentijds geïnformeerd over de achterblijvende toename van de operationele sterkte. De bezetting blijft stijgen, maar minder snel dan verwacht. De oorzaak zit voornamelijk in de hogere doorstroom van operationele medewerkers naar niet-operationele functies, die moeten worden gevuld om de instroom van voldoende personeel de komende jaren mogelijk te maken. Ook is de (niet leeftijdsgebonden) uitstroom in 2019 hoger uitgevallen dan verwacht. Als gevolg van deze factoren kwam de operationele sterkte eind 2019 uit op 50.402 fte.

In 2019 is gestart met de uitvoering van de Veiligheidsagenda 2019-2022, waarvan hieronder de kerncijfers zijn weergegeven.

Tabel 1 Overzicht prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda
 

Norm 2019

Realisatie 2019

Verschil

Ondermijnende criminaliteit

   

Aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden (csv’s)

1.370

1.522

152

Mensenhandel

   

Aantal gemelde slachtoffers bij Comensha

 

884

884

Aantal OM-verdachten mensenhandel

190

145

‒ 45

Aantal complexe onderzoeken

 

39

39

Cybercrime

   

Aantal reguliere onderzoeken naar cybercrime

310

381

71

- Waarvan alternatieve of aanvullende interventies

77

35

‒ 42

Aantal fenomeen onderzoeken naar cybercrime

41

21

‒ 20

- Waarvan alternatieve of aanvullende interventies

20

0

‒ 20

Aantal high tech crime onderzoeken

20

19

‒ 1

Online seksueel kindermisbruik

   

Inzet gericht op misbruikers / vervaardigers (in aantal zaken)

100

193

93

Inzet gericht op keyplayers (/netwerken) (in aantal zaken)

15

15

0

Inzet gericht op bezitters / verspreiders (in aantal zaken)

400

632

232

Executie

   

Positief afgedane dossiers

40%

51%

11%

Aantal dossiers in behandeling

100

33

‒ 67

In de aanpak van ondermijning zijn meer onderzoeken gedaan naar criminele samenwerkingsverbanden. De dalende tendens in het aantal OM-verdachten mensenhandel heeft zich in 2019 voortgezet. Een goed resultaat is de toename van het aantal reguliere onderzoeken cybercrime (onderzoeken op regionaal niveau). Het aantal fenomeenonderzoeken blijft echter achter bij de doelstelling. Ook waar het gaat om het terugdringen van online seksueel kindermisbruik is voortvarend opgetreden waarbij de inzet niet alleen is gericht op misbruikers en vervaardigers, maar ook op bezitters en verspreiders van kinderporno.

Op verschillende fronten gaan we door met de verdere uitbouw van succesvolle interventies. Bijvoorbeeld bij de aanpak van high impact crimes: delicten die een grote en soms blijvende impact hebben op slachtoffers, familie en andere betrokkenen. Drie trajecten zijn gestart die zich specifiek richten op (potentiële) plegers van High Impact Crime-delicten: vroegsignalering, arbeidstoeleiding en invoering van de probation-officer. Bij jongeren is opnieuw ingezet op zinvolle vrijetijdsbesteding, door de uitrol van de gedragsinterventie «Alleen jij bepaalt wie je bent». Positieve resultaten zijn te melden waar het gaat om inbraken. 2019 was het zevende jaar op rij dat aantal woninginbraken daalde. Vanaf 2013 is het aantal met 55% afgenomen.

Bij mensen met verward gedrag gaat het om mensen die de grip op hun leven (dreigen te) verliezen, waardoor de kans bestaat dat zij anderen of zichzelf schade berokkenen. In alle zorg- en veiligheidshuizen is dit thema nu belegd en wordt de persoonsgerichte aanpak verder ontwikkeld. Uitgangspunten daarbij zijn: tijdige signalering, betrekken van de juiste partijen, het in kaart brengen van risico’s en het bieden van passende zorg en toezicht. In 2019 zijn in alle regio’s pilots gestart met alternatief vervoer - in plaats van politievervoer - voor verwarde personen en zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van wachttijden.

Slachtofferbeleid

2019 was het tweede jaar van de uitvoering van de Meerjarenagenda slachtofferbeleid 2018–2021 (Kamerstukken II 33 552, nr. 43). In 2019 is besloten dat het Openbaar Ministerie voor de begeleiding van slachtoffers van impactvolle zaken (bijvoorbeeld bij berovingen en overvallen) circa 40 slachtoffercoördinatoren zal inzetten4. Het aannemen van de Wet actuele delictsvormen betekent een verruiming van de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor kindermishandeling. De meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld is aangescherpt en voor professionals is nu duidelijk wanneer een melding bij Veilig Thuis moet worden gedaan.

Prostitutie

Het wetsvoorstel regulering sekswerk (Wrs) is van 15 oktober tot 15 december 2019 in consultatie geweest. Gedurende die periode hebben in totaal 345 organisaties en personen een reactie gegeven op het wetsvoorstel. Voor de uitstapprogramma’s is een nieuwe tijdelijke regeling opgesteld (RUPS III) die loopt van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2020. Met een aangepaste, regionale indeling en een vastgesteld bedrag per regio heeft het programma landelijke dekking.

Ook is verder gewerkt aan versterking van de maatschappelijke positie van sekswerkers. Er zijn voorbereidingen getroffen voor het realiseren van een landelijk ‘klachtenvoorportaal/ombudsfunctie’ en er vond een symposium plaats over destigmatisering van sekswerk. Tijdens dit symposium hebben meerdere organisaties de handen ineengeslagen, om als alliantie vervolgstappen te gaan zetten. Verder ondersteunt JenV het project Ugly Mugs, dat zal voorzien in een alerteringssysteem voor het melden van gewelddadige klanten.

Aanpak kindermisbruik en kinderporno

In 2019 namen de meldingen van online seksueel kindermisbruik bij politie en bij het Meldpunt Kinderporno opnieuw toe. Dit onderstreept de urgentie waarmee acties zijn uitgevoerd om online seksueel kindermisbruik aan te pakken. Politie en Openbaar Ministerie richtten zich op het stoppen van actueel kindermisbruik door het opsporen en vervolgen van daders. Preventieve acties zijn geïntensiveerd, bijvoorbeeld door de uitbreiding van het programma ‘Stop-It-Now’, waar mensen met pedoseksuele gevoelens én downloaders van kinderporno terecht kunnen voor hulpverlening. Publiek-private projecten om internet te schonen van kinderporno zijn opgeleverd. Zo is op 23 juli 2019 de Nederlandse «Hash-check-service» in gebruik gesteld, waarmee bedrijven gratis hun eigen servers kunnen controleren op kinderporno. De politie heeft daartoe een database met 1,4 miljoen hashcodes van kinderpornografische afbeeldingen beschikbaar gesteld en het Meldpunt Kinderporno zorgt ervoor dat bedrijven zich kunnen aansluiten op deze service. Het is duidelijk dat van bedrijven wordt verwacht dat ze kinderporno na een melding direct van hun server verwijderen. Het traag, slordig of niet reageren is geen optie. Om dit te ondersteunen is eveneens een wetgevingstraject gestart om dit via de bestuursrechtelijke weg af te dwingen. Bedrijven kunnen in de toekomst te maken krijgen met een bestuursorgaan dat, door het opleggen van een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete, kan afdwingen om kinderporno na een melding direct te verwijderen.

Aanpak mensenhandel

In November 2018 is het programma Samen tegen mensenhandel van start gegaan. Het programma betreft een integrale aanpak van mensenhandel en wordt uitgevoerd door de ministeries van JenV, SZW, VWS en BZ in samenwerking met een groot aantal ketenpartners. De aanpak van mensenhandel staat lokaal, regionaal, nationaal en internationaal hoog op de agenda en ook de media adresseren het thema. Er zijn extra inspecteurs en rechercheurs gekomen en 36 extra opvangplekken voor slachtoffers van mensenhandel met multiproblematiek gerealiseerd en de lokale aanpak is met gemeenten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Coördinatiecentrum verbeterd. Verder is er tijdens de Algemene Politieke Beschouwing van 2019 een motie aangenomen over extra middelen ten behoeve van de Afdeling Vreemdelingpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). De Kamer is op 19 november 2019 geïnformeerd over het investeringsvoorstel waarin € 10 mln. structureel aan de AVIM wordt toegevoegd.

Ook is geïnvesteerd in internationaal opsporingsonderzoek. Nederland leidt de operationele EU-samenwerking, EMPACT THB. De inzet is om het samenwerkingsverband zo multidisciplinair mogelijk te maken. Zo worden gemeenten bij EMPACT activiteiten betrokken en bevorderen we de samenwerking met Ngo’s en opvanginstellingen. Ook wordt er gewerkt aan het stationeren van drie politieliaisons in bronlanden van mensenhandel. De besluitvorming over deze plaatsingen is inmiddels rond, de liaisons worden gestationeerd in Polen, Italië (als secundair bronland) en op de Westelijke Balkanroute.

Online criminaliteit en dreigingen het hoofd bieden

Ook een effectieve aanpak van cybercrime begint met preventie. De brede campagne «eerst checken, dan klikken» richt zich op het voorkomen van slachtoffers. De met de politie uitgevoerde schoolcampagne «één klik verwijderd van cybercrime» richt zich op het voorkomen dat jongeren dader worden van cybercrime. En met gemeenten en de regionale Platforms Veilig Ondernemen zijn verschillende projecten uitgevoerd om binnen gemeenten en bij het Midden- en Kleinbedrijf bewustwording van en weerbaarheid tegen cybercrime te versterken.

De wet Computercriminaliteit III biedt ruimere mogelijkheden om ernstige strafbare feiten aan te pakken. Aandacht in de Veiligheidsagenda voor fenomenen als ransomware of helpdeskfraude hielp om te identificeren welke interventies de grootste impact hebben. Voor de aanpak van de helpdeskfraude zijn bijvoorbeeld onder coördinatie van het Parket Rotterdam van het OM met private partijen interventies geïdentificeerd en uitgevoerd, onder meer ter verstoring van deze criminele werkwijze. Doordat de politie in de regionale eenheden nu meer capaciteit heeft voor de aanpak van cybercrime, is er op dit moment geen sprake meer van onderbezetting van forensisch en digitaal specialisten. Verder is Slachtofferhulp Nederland een programma gestart met specifieke aandacht voor de behoeften van slachtoffers van online criminaliteit.

Cybersecurity

Naar aanleiding van het zorgwekkende beeld uit het Cybersecuritybeeld Nederland 2019, is er een aantal aanvullende maatregelen genomen. Deze maatregelen zijn gericht op:

  • versterking van toezicht;

  • beter benutten van bestaande interventiemogelijkheden;

  • verhoging van het beveiligingsniveau;

  • het ontwikkelen van een oefen- en testprogramma ;

  • optimalisering van het instrumentarium voor digitale weerbaarheid.

Ook zijn we in 2019 doorgegaan met de versterking en uitbreiding van het Nationaal Cyber Security Centre, in lijn met het Regeerakkoord, en de NCSA. De Cyber Security Alliantie heeft een aantal initiatieven verder gebracht of kunnen afronden, waaronder het cybersecurity woordenboek dat ook aan de Tweede Kamer is aangeboden. Via de Alert Online campagne in de EU Cyber Security maand is verder bewustzijn over cybersecurity gecreëerd. Bij de One Conference hebben nationale en internationale operationele experts en beleidsmakers gesproken over innovatie-aanpak van cyberdreigingen. Op EU-gebied zijn hiertoe in 2019 stappen gezet met het inrichten van een EU-cybersecurity-certificeringsstelsel.

Terrorisme

Met het uitbrengen van het 51ste Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland is het dreigingsniveau verlaagd van 4 naar 3 op een schaal van 5. Dit betekent dat de terroristische dreiging overigens nog steeds aanzienlijk is.

De integrale, multidisciplinaire aanpak van extremistisch en terroristisch gebruik van digitale media is onverminderd doorgegaan. De Internet Referral Unit (IRU) bij de politie ondersteunt deze aanpak door het signaleren van jihadistische content en verzoeken om deze te verwijderen. Ook heeft Nederland in Europees verband aandacht gevraagd voor de beperkte rechtsmiddelen die zijn opgenomen in het voorstel voor de EU-verordening ter voorkoming van verspreiding van terroristische online content. In lijn met de wens van de Tweede Kamer blijft Nederland zich inzetten tegen het grensoverschrijdend verwijderbevel.

De (internationale) uitwisseling van informatie ten behoeve van contraterrorisme is versterkt. Onder meer door de oprichting van de Pi-NL unit, voor de verwerking van passagiersgegevens uit het vliegverkeer. Deze passagiersgegevens kunnen essentiële informatie bevatten voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit.

Ten aanzien van de terugkeer naar Nederland van de Nederlandse uitreizigers in Syrië is het kabinetsstandpunt niet gewijzigd: uitreizigers noch hun kinderen werden opgehaald uit Syrië. Wel is er onderzoek verricht naar de uitvoerbaarheid van de bevelen tot gevangenneming, zoals die door de rechtbank van Rotterdam tegen Nederlandse uitreizigers zijn uitgevaardigd.

Om geradicaliseerde (ex-) gedetineerden effectiever te laten re-integreren is onder meer het Multidisciplinair Afstemmingsoverleg Resocialisatie (MAR) ingericht. Het MAR bewaakt en stimuleert de inzet en continuïteit van interventies doordat DJI, reclassering en gemeenten gezamenlijk op casusniveau bekijken welke interventies passend zijn voor de betreffende (ex-) gedetineerde.

Gemeenten worden ondersteund bij preventie van radicalisering. Daartoe is in augustus 2019 de Toolkit evidence based werken preventie radicalisering gelanceerd. Deze toolkit helpt gemeenten om inzicht te krijgen in wat werkt bij het voorkomen en tegengaan van radicalisering.

Nederland weerbaar tegen dreigingen van statelijke actoren

In april 2019 is de integrale aanpak Statelijke dreigingen naar de Kamer gestuurd5. Centraal hierin staan de thema’s: ongewenste buitenlandse inmenging; beschermen democratische processen en instituties; economische veiligheid. Meer nadruk is gelegd op het uitwisselen van informatie, kennispositie en governance van statelijke dreigingen, zowel nationaal als internationaal. Tevens vond een doorlopende inzet plaats op het vergroten van bewustzijn. Bijvoorbeeld door themadagen te organiseren voor verschillende doelgroepen en games te ontwikkelen.

De aanpak ongewenste buitenlandse inmenging – waarbinnen signalen van beïnvloeding structureel en snel worden bijeengebracht en gedeeld door rijks- en lokale partijen – is voortgezet en geëvalueerd. In EU-verband is een Rapid Alert System voor desinformatie ingesteld, met bijbehorende invulling van een National Point of Contact.

De in 2019 opgerichte Ministeriële Commissie Economie en Veiligheid (MCEV) faciliteert een brede belangenafweging op de thema’s economie en veiligheid. De Taskforce economische veiligheid richt zich op bescherming van onze telecomnetwerken en het toekomstige 5G-. Om de weerbaarheid tegen nationale veiligheidsrisico’s bij overnames en investeringen te vergroten, wordt gewerkt aan een stelsel van investeringstoetsing. Ook hebben bedrijven en organisaties uit vitale sectoren nu een instrumentarium tot hun beschikking dat kan helpen de risico’s bij inkoop en aanbesteding te beperken.

Het stelsel van crisisbeheersing bij de tijd houden

In de uitvoering van de Agenda risico- en crisisbeheersing 2018-20216 waren van belang: de start van de evaluatie Wet veiligheidsregio’s7, de realisatie van de Nationale veiligheidsstrategie, de herijking van de civiel-militaire samenwerking, harmonisatie van de nationale planvorming en de doorontwikkeling van risico- en crisiscommunicatie.

Er is onderzoek gedaan naar de rechtspositie van de brandweervrijwilligers. Ook is door de zogenoemde «denktank» in juni 2019 het vervolgonderzoek gestart naar het aanbrengen van onderscheid tussen vrijwilligers en beroepspersoneel bij de brandweer.  Dit onderscheid is van belang om te voldoen aan de normen uit Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie.8

Een voorstel voor een nieuwe systematiek van opkomsttijden is door het Veiligheidsberaad omarmd en voorgelegd aan de Minister van JenV. Het gaat om een verandering van objectgerichte naar gebiedsgerichte opkomsttijden. Het voorstel sluit aan bij het advies van de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) in het rapport Inrichting Repressieve Brandweerzorg.9 De Minister van JenV heeft onder een aantal randvoorwaarden ingestemd in met de voorgestelde systematiek en komt met een voorstel tot aanpassing van de regelgeving. 10

In Haarlem en Den Bosch, zijn twee nieuwe meldkamers opengegaan. Hierdoor zijn zeven van de tien meldkamerlocaties opnieuw ingericht. Het beheer daarvan is per 1 januari 2020 overgegaan naar de politie. In 2019 is de migratie naar een nieuw spraaknetwerk van C2000 voorbereid en is besloten tot ingebruikneming in het eerste kwartaal van 2020.

Migratiebeleid

Het kabinet heeft de beleidsvoornemens uit de integrale migratieagenda11 verder uitgewerkt. In de voortgangsbrief12 die eind 2019 is verstuurd is de voortgang per pijler beschreven. Er is onder meer vooruitgang geboekt bij de aanpak van mensensmokkel en –handel, versterking van de EU-buitengrenzen, toegang van vluchtelingen tot onderwijs en werk in de regio, herziening van de terugkeerrichtlijn en de aansluiting tussen asielopvang en huisvesting.

Het vernieuwde identificatie- en registratieproces is op verschillende locaties met succes getest, zodat dit vanaf 2020 breder kan worden geïmplementeerd. Ook de doelgroepgerichte aanpak van het asielproces is in de praktijk gebracht. Zo is voor Moldavische asielzoekers, met weinig tot geen kans op een asielvergunning, een versnelling in spoor 4 (de standaardasielprocedure) aangebracht, waardoor de wachttijd met enkele maanden is teruggebracht. Ook groepen asielzoekers met een grote kans op een verblijfsvergunning, zoals (in 2019) uit Jemen en Syrië, zijn geprioriteerd en versneld behandeld in de Algemene Asielprocedure.

Per 1 juli 2019 is de procedure voor het indienen van een herhaalde asielaanvraag herzien en verbeterd. Herhaalde asielaanvragen kunnen niet langer schriftelijk worden ingediend; een asielzoeker moet zijn aanvraag in persoon bij de IND indienen. Incomplete aanvragen worden sneller buiten behandeling gesteld. Verder is het sinds 1 juli mogelijk om bij een herhaalde asielaanvraag het gehoor achterwege te laten, als op basis van de stukken blijkt dat deze aanvraag geen kans van slagen heeft.

Overlastgevende asielzoekers

Overlast van asielzoekers wordt nu steviger aangepakt. Er zijn drie ketenmariniers aangesteld die zich samen met alle betrokken partijen inzetten om de overlast terug te dringen. Essentieel is een geïntensiveerde, individuele aanpak, waarbij de organisaties in de migratieketen, gemeenten, politie en OM nauw samenwerken. De zwaarste overlastgevers worden op een lijst gezet, zodat iedere betrokken organisatie hen in het vizier heeft en maatregelen kan nemen. Ook zijn in 2019 de voorbereidingen getroffen voor een nieuwe separate opvanglocatie: de «Handhaving en Toezichtlocatie" (htl), bestemd voor asielzoekers die binnen de reguliere COA-opvang ernstige overlast veroorzaken. Vanaf 1 februari 2020 wordt gestart met de htl.

Beëindiging kinderpardon en afschaffing discretionaire bevoegdheid

Begin 2019 hebben de coalitiepartijen een nieuwe balans gezocht in het regeerakkoord met betrekking tot enkele onderwerpen op het terrein van asiel en migratie. Dit leidde tot de beëindiging van de Definitieve Regeling Langdurig Verblijvende Kinderen (DRLVK) en daarbij horende overgangsmaatregelen voor langdurig verblijvende kinderen in de vorm van de Afsluitingsregeling.

In het kader van de Afsluitingsregeling heeft de IND vorig jaar een deel van de aanvragen op grond van de DRLVK herbeoordeeld en nieuwe aanvragen beoordeeld. Herbeoordeeld zijn aanvragen die op grond van de DRLVK waren ingediend, maar die enkel en alleen zijn afgewezen vanwege het zogeheten ‘meewerkcriterium’. Deze aanvragen zijn in het kader van de Afsluitingsregeling opnieuw beoordeeld aan de hand van een ruimhartiger ‘beschikbaarheidscriterium’. Personen die niet in aanmerking kwamen voor een herbeoordeling, maar van oordeel waren toch in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling, konden tot 25 februari 2019 op eigen initiatief een aanvraag indienen. De IND heeft in 2019 op alle aanvragen in eerste aanleg beslist.

Een belangrijke verandering was verder dat op 1 mei 2019 de discretionaire bevoegdheid van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid kwam te vervallen. In plaats daarvan is aan de IND de bevoegdheid toegekend om een verblijfsvergunning te verlenen ‘indien sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen’. De IND toetst ambtshalve of er sprake is van een dergelijke situatie bij de eerste aanvraag van een verblijfsvergunning (asiel of regulier) in Nederland. Wanneer de beslissing op deze eerste aanvraag onherroepelijk is geworden (uiterlijk tot en met de uitspraak in hoger beroep), is er geen mogelijkheid meer om van deze bevoegdheid gebruik te maken. Door de toets op schrijnendheid te beperken tot de eerste aanvraag wordt de prikkel uit het oude systeem gehaald om het verblijf te verlengen door procedures te stapelen, in de hoop ooit in aanmerking te komen voor een discretionaire vergunning.

Doorlooptijden

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) kampt al enige tijd met te lange doorlooptijden en – mede hierdoor - een oplopende werkvoorraad. Voor die opgelopen doorlooptijden zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. De belangrijkste is de vroegtijdige afschaling van personeel in 2017, in combinatie met een licht verhoogde asielinstroom. Ook had de IND te maken met een financieringssystematiek die niet verder reikte dan de korte termijn, waarbij onvoldoende rekening werd gehouden met de bestaande werkvoorraad. De IND heeft op verschillende terreinen maatregelen getroffen, die bijdragen aan stabiliteit, versnelling en oplossing van de beschreven problematiek. De effecten van de genomen maatregelen laten langer op zich wachten dan wenselijk is. De Staatsecretaris heeft daarom besloten een onafhankelijk externe partij de opdracht te geven om de uitvoering van de asielprocedure bij de IND door te lichten, om op korte termijn met voorstellen te komen die moeten leiden tot verdere verbeteringen van de uitvoering van de asielprocedure.

Gemeenschappelijke Vreemdelingen Locatie

Op 25 april 2019 spraken ketenpartners de intentie uit om, in overleg met de gemeente Cranendonck, langjarig op de locatie Budel te blijven en hier de ontwikkeling van een Gemeenschappelijke Vreemdelingen Locatie (GVL) door te zetten. Ook hebben de ketenorganisaties samen de verwerving van een additionele GVL-locatie in gang gezet.

Wet- en regelgeving

Om regelgeving meer in lijn te brengen met Europese wetgeving, zijn uitvoeringstoetsen uitgevoerd naar de maatregel gericht op het beperken van rechtsbijstand in het eerste deel van de procedure. Waar het gaat om het terugbrengen van de duur van de asielvergunning van 5 naar 3 jaar, is er een voorstel tot wijziging uitgewerkt, in consultatie gebracht en voor advies aangeboden aan de Afdeling advisering van de Raad van State.

Met het wetsvoorstel inzake grensdetentie13 wordt beoogd met spoed een gebrek in de nationale wetgeving te repareren. Als gevolg van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 juni 2019 moet grensdetentie worden opgeheven, na afwijzing van een asielverzoek aan de grens. De aan de grens afgewezen asielzoeker verkrijgt hiermee alsnog onbedoeld (en ongewenst) toegang tot Nederland. Tijdens de grensprocedure is immers vastgesteld dat hij niet in aanmerking komt voor verblijf in Nederland. Door de wetswijziging wordt weer een deugdelijke grondslag geboden voor grensdetentie tijdens de beroepsfase. Op 24 juli jl. bracht de Afdeling advisering van de RvS een positief advies uit over het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel is inmiddels als hamerstuk aanvaard in de Tweede Kamer en in behandeling bij de Eerste Kamer.

Brexit

2019 stond ook in het teken van voorbereidingen op de vreemdelingrechtelijke gevolgen van de Brexit. Na de Brexit hebben Britten geen verblijfsrecht als EU-burger meer. In 2019 werden in eerste instantie voorbereidingen getroffen voor een situatie waarbij het VK de EU zonder akkoord zou verlaten. Daarom kregen alle Britten in NL die in de BRP geregistreerd stonden een tijdelijke verblijfsvergunning in de vorm van een brief. Daarmee was hun verblijfsrecht in het geval van een no deal Brexit gedurende de overgangsperiode geregeld. Zo ver heeft het uiteindelijk niet hoeven komen. De EU en het VK besloten echter tot tweemaal toe tot het uitstellen van de Brexit. Aan het einde van 2019 werd duidelijk dat het VK de EU met een terugtrekkingsakkoord per 31 januari 2020 zou verlaten. Sindsdien zijn de voorbereidingen gericht op de implementatie van wat er in het terugtrekkingsakkoord is afgesproken over het verblijfsrecht van Britten in de EU.

Om Nederland als kennisland in de voorhoede te houden, wordt Kennismigratie beter gefaciliteerd. JenV is voornemens om een aparte verblijfsregeling voor zogeheten ‘essentieel startup personeel’ in het leven te roepen in de vorm van een pilot met een looptijd van drie jaar. Deze regeling zorgt voor kortere, eenvoudigere toelatingsprocedures en een betere elektronische dienstverlening. Startups kunnen zo makkelijker internationaal talent werven dat essentieel is voor de doorgroei van de onderneming.

3.2 Beleidsdoorlichtingen

Tabel 2 Overzicht gerealiseerde beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel (onderdeel)

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Geheel artikel (ja/nee)

31

Politie

X1

      

N

 

Bekostiging Politie (31.2)

        
 

Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT Politie (31.3)

X2

       

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

       

N

 

Apparaatskosten HR (32.1)

   

X

    
 

Adequate toegang tot het rechtsbestel(32.2)

   

X

    
 

Optimale randvoorwaarden voor doelmatig en doeltreffend rechtsbestel (32.3)

   

X

    

33

Rechtshandhaving en vervolging

       

J

 

Apparaatskosten OM (33.1)

 

X

      
 

Bestuur, informatie en technologie (33.2)

 

X

      
 

Opsporing en vervolging (33.3)

 

X

      

34

Straffen en beschermen

       

N

 

Raad voor de Kinderbescherming (34.1)

        
 

Preventieve maatregelen (34.2)

X

       
 

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en Vreemdelingenbewaring (34.3)

     

X

  
 

Slachtofferzorg (34.4)

 

X

      
 

Uitvoering jeugdbescherming en Voogdij amv’s (34.5)

        
 

Tenuitvoerlegging justitiële sancties Jeugd (34.5)

      

X

 

36

Contraterrorisme en nationale veiligheidsbeleid

X3

      

N

 

Nationale veiligheid en terrorismebestrijding (36.2)

     

X

  
 

Onderzoeksraad voor de Veiligheid (36.3)

        

37

Migratie

       

N

 

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen (37.2)

     

X

  
 

Terugkeer (37.3)

      

X

 
X Noot
1

Doorlichting Veiligheidsregio’s en politie afgerond in 2013, de oude artikelen 23.1 t/m 23.4)

X Noot
2

Doorlichting Veiligheid ICT in 2013 afgerond (oude artikel 25.2)

X Noot
3

Doorlichting Radicalisering afgerond in 2013 (oude artikel 25.1)

3.3 Risicoregelingen

Tabel 3 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande garanties

Verleend

Vervallen

Uitstaande garanties

Garantie- plafond

Totaal plafond

Totaal stand risicovoorziening

  

2018

2019

2019

2019

2019

2019

2019

31

Inkoop Max

529.868

 

‒ 127.198

402.670

nvt

nvt

nvt

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

16.695

3.544

‒ 4.285

15.954

nvt

nvt

nvt

34

Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

25.488

 

‒ 5.532

19.956

nvt

nvt

nvt

 

Totaal

572.051

3.544

‒ 137.015

438.580

ntv

ntv

ntv

31. Inkoop Max

In de stand is de meerjarige verplichting opgenomen aan de Politie, in het kader van het prepensioen en levensloopregeling (Inkoop Max regeling). De verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn gerelateerd aan de bedragen welke als vordering in de jaarrekeningen van de politie worden opgenomen (Kamerstukken II, 2013-2014, 29 628, nr. 407).

33. Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) is voor faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn om onderzoek te doen of een procedure te starten en zo onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen.

34. Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantie verlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiency-overwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.

Tabel 4 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)1

Art.

Omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening

  

2018

2018

2018

2019

2019

2019

2019

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

4.140

0

4.140

1.953

0

1.953

nvt

X Noot
1

Tabel 5 Overzicht rekening-courant limieten en gebruik leenfaciliteit (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Saldo uitstaande leningen

Aangegane Leningen

Aflossing uitstaande leningen

Saldo uitstaande leningen

Rekening courant limiet

  

2018

2019

2019

2019

2019

 

externe partijen

     

31

Nationale Politie

1.136.540

281.170

‒ 209.387

1.208.323

250.000

31

Politie Academie

    

250

31

Meldkamer Noord Nederland

9.200

 

‒ 400

8.800

 

34

Kansspelautoriteit

2.590

 

‒ 370

2.220

3.000

34

Particuliere JJI's

42.268

 

‒ 5.793

36.475

 

37

NIDOS

    

35.000

37

COA

238.240

 

‒ 25.920

212.320

70.000

 

Subtotaal externe partijen

1.428.838

281.170

‒ 241.870

1.468.138

358.250

       
 

interne partijen

     

37

Agentschap IND

30.727

6.997

‒ 12.131

25.593

0

34

Agentschap CJIB

10.790

1.785

‒ 3.388

9.187

0

33

Agentschap NFI

7.955

4.738

‒ 2.153

10.540

0

32

Raad voor de rechtspraak

55.654

16.761

‒ 18.463

53.952

0

32

Gemeenschappelijke Hof

69

0

‒ 14

55

0

32

Autoriteit Persoonsgegevens

0

0

0

0

4.000

 

Subtotaal interne partijen

105.195

30.281

‒ 36.149

99.327

4.000

       
 

Totaal

1.534.033

311.451

‒ 278.019

1.567.465

362.250

Leenfaciliteit

Deze organisaties hebben toegang tot het geïntegreerd middelenbeheer van het Ministerie van Financiën (MvF). Voor de financiering van investeringen kunnen ze een beroep doen op de leenfaciliteit van MvF. In deze garantstelling is bepaald dat wanneer er niet aan de verplichtingen wordt voldaan die uit de overeenkomst van geldlening voortvloeien, MvF deze verplichting ten laste zal brengen van het Ministerie van JenV. Met ingang van de verantwoording 2019 worden ook de uitstaande leningen van de interne partijen die ressorteren onder het ministerie opgenomen in dit overzicht.

rekening-courant limiet

De betreffende organisaties hebben bij MvF een rekening-courant faciliteit, waarbij JenV garant staat voor de aanzuivering van een mogelijk debetsaldo wanneer de betrokken organisaties daarbij in gebreke blijven.

4. Beleidsartikelen

4.1 Artikel 31: Politie

A. Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de politie en de Politieacademie. Hierbij zijn drie verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • De eerste verantwoordelijkheid betreft de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel en van het opleidingsstelsel voor de politie;

  • De tweede verantwoordelijkheid betreft de bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister14 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie. De korpschef opereert binnen de kaders die de Minister stelt en legt verantwoording af aan de Minister. Die verantwoording betreft tevens de mensen en middelen die de korpschef om niet ter beschikking stelt aan de Politieacademie. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven;

  • Tot slot stelt de Minister vanuit zijn beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.

De Minister heeft ten aanzien van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba, berust bij hem.15

C. Beleidsconclusies

De politie is deze kabinetsperiode een nieuwe fase ingaan: een fase van versterking, vernieuwing en modernisering. De inzet is meer en betere politie die sneller en effectiever inzetbaar is, geworteld in de haarvaten van onze maatschappij, zichtbaar op straat en die voor alle burgers makkelijk benaderbaar is. Daartoe investeert het kabinet in extra capaciteit en middelen voor de politie en worden maatregelen genomen voor een slagvaardigere en flexibelere politieorganisatie. Uit de regeerakkoordmiddelen van € 291 mln. is hiervoor in 2019 € 37,2 mln. beschikbaar gesteld ten behoeve van onder andere de aanpak arbeidsverzuim, arrestantenzorg en forensische zorg.16 De Kamer wordt jaarlijks in de jaarverantwoording van de politie geïnformeerd over de gerealiseerde inzet van deze middelen en de ontwikkeling van de personele bezetting.

In het kader van de flexibiliseringsagenda is een bandbreedte van 2% van de operationele sterkte afgesproken. Dit houdt in dat feitelijk de politiechefs per 1 januari 2019 binnen hun eenheid gedurende een begrotingsjaar maximaal 2% van de formatieruimte voor operationele sterkte (exclusief aspiranten) konden inzetten om de daarmee vrijvallende middelen anders en daardoor effectiever te gebruiken. Van deze mogelijkheid is in het jaar 2019 nog geen gebruik gemaakt. In het kader van de flexibiliseringsagenda is ook afgesproken dat wordt gezocht naar mogelijkheden voor het flexibeler aanpassen van de formatie op eenheidsniveau. In 2019 is gestart met 10 pilots/experimenten die gericht zijn op het leren mogelijk maken van het flexibel organiseren van zowel de organisatie, het Politiedienstencentrum (dienstverlening) als de directie HRM (beleid en kaders). De ervaringen uit deze pilots kunnen worden gebruikt voor een volgende stap in deze flexibilisering.

De komende jaren zullen veel ervaren medewerkers het korps verlaten vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Tevens zijn de instromende aspiranten tijdens hun opleiding minder inzetbaar. Daardoor ontstaat er tijdelijk extra druk op de inzetbaarheid en daarmee op het rondkrijgen van roosters. Om deze uitstroom en geleidelijke instroom te overbruggen zijn extra middelen vrijgemaakt voor de jaren 2019–2021. Daarnaast krijgt de Politieacademie middelen uit de regeerakkoordgelden om docenten aan te nemen en de huisvesting uit te breiden. Tevens zijn er in het arbeidsvoorwaardenakkoord 2018–2020 diverse maatregelen afgesproken die bijdragen aan het vergroten van de inzetbaarheid van de politie. 17

Ondermijning is een complex en diep in de samenleving geworteld probleem. De aanpak daarvan vergt een lange adem en is niet alleen aan politie en justitie voorbehouden. Door de toename van incidenten en de aandacht voor ondermijning in media en wetenschap was in 2019 sprake van een groeiend bewustzijn van de sluipende gevaren van deze vormen van criminaliteit en werd steeds vaker de vraag gesteld of de aanpak voldoende is om dit veelkoppig monster te bestrijden. De politie is in 2019 overgegaan tot een herijking van de visie op de bestrijding van ondermijning en tot het formuleren van een nationale strategie voor een samenhangende integrale aanpak van ondermijning. De politie is in najaar 2019 een landelijk programma gestart om deze meerjarige strategie met grote betrokkenheid van de vele onderdelen en disciplines binnen de politie en van partners nader uit te werken en te implementeren.

Het kabinet heeft in 2019 besloten tot een aanvullende impuls van € 10 mln. voor het stelsel van het bewaken en beveiligen. Door het gestegen aantal te beveiligen personen, moest de politie meer capaciteit inzetten voor beveiliging en bewaking, wat ten koste ging van de capaciteit in de basisteams. 18

De politie heeft toestemming gekregen – via een aanpassing van het Besluit bewapening en uitrusting politie – om ca. 17.000 agenten die door de meldkamer worden ingezet voor het afhandelen van incidentmeldingen tijdens hun dienst uit te rusten met een stroomstootwapen. Invoering van een nieuw geweldsmiddel moet zorgvuldig en weloverwogen plaatsvinden. Daarom is tussen februari 2017 en februari 2019 een pilot uitgevoerd waarbij zo'n 300 politiemensen werden opgeleid voor het stroomstootwapen. Om de uitrol te financieren is incidenteel in 2019 een bedrag van € 30 mln. vanuit de JenV-begroting aan de politie beschikbaar gesteld.19

Het is van belang om meer inzicht in de effectiviteit van politieoptreden te krijgen. Daartoe heeft het Informatie analyse team van politie en het Ministerie van Justitie en Veiligheid in 2019 analyses verricht op het terrein van stalking en het opsporingsproces van de politie. Hiermee wordt invulling gegeven aan de aanbeveling uit de Evaluatie Politiewet 2012 voor de inrichting van een evaluatie-unit. 

Ook andere pilots zijn binnen de politie in uitvoering, te weten die op het terrein van cybercrime, ondermijning en contraterrorisme (de zgn. ERAM pilots). Met deze pilots wordt beoogd meer inzicht te krijgen in de samenhang tussen inzet van middelen, activiteiten, resultaten en maatschappelijke effecten van het politiewerk. De uitvoering van de pilots wordt begeleid door een klankbordgroep waarin de politie, de departementen van JenV en Financiën en wetenschappers zijn vertegenwoordigd.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 31 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Vastgestelde Begroting 2019

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

5.136.389

5.577.340

6.038.522

5.894.753

6.294.120

6.045.349

248.771

         
 

Programma-uitgaven

5.146.049

5.595.908

6.020.985

5.901.324

6.306.609

6.054.002

252.607

31.2

Bekostiging politie

       
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Politie

4.861.910

5.312.824

5.861.219

5.735.326

6.115.466

5.872.172

243.294

 

Politieacademie

113.991

109.458

2.797

2.856

2.926

2.852

74

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

BES brandweer- en politiekorps

21.200

22.733

23.075

23.085

24.519

23.214

1.305

 

Opdrachten

       
 

Taptolken

8.508

10.202

9.136

10.067

10.011

10.618

‒ 607

         

31.3

Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

       
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Internationale samenwerkingsoperaties

11.005

10.729

10.476

10.181

10.513

10.793

‒ 280

 

Beheer multisystemen

105.700

110.269

100.164

105.344

126.324

116.688

9.636

 

Overige bijdragen ZBO's RWT's

4.605

1.019

837

849

860

828

32

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

720

770

750

838

2.234

900

1.334

 

Subsidies

       
 

Opsporing

1.056

500

700

1.225

175

700

‒ 525

 

Overige subsidies

758

878

337

250

220

515

‒ 295

 

Opdrachten

       
 

Providers

9.761

9.752

8.895

8.741

8.723

9.228

‒ 505

 

Overige opdrachten

2.416

2.246

1.126

1.089

1.165

1.780

‒ 615

 

Bijdragen Sociale fondsen

       
 

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

4.419

4.528

1.473

1.473

3.473

3.714

‒ 241

         

Ontvangsten

 

431

17.848

16.199

20.878

14.145

500

13.645

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Zie voor de toelichting op het verschil tussen begroting en realisatie bij de verplichtingen de toelichting bij de verschillende instrumenten onder de programmauitgaven.

31.2. Bekostiging Politie

Bijdrage aan ZBO's en RWT's

Politie

De politie levert een belangrijke bijdrage aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. De politie ontvangt daartoe bijdragen van de Minister. De algemene bijdrage wordt als lumpsumbudget ter beschikking gesteld aan de politie voor adequate politiezorg. Het beleid is erop gericht dat de politie zoveel mogelijk flexibiliteit wordt gegeven om afgesproken doelen te realiseren. De algemene bijdrage bedroeg in 2019 ruim € 5,7 mld.

Naast de algemene bijdrage zijn bijzondere bijdragen gegeven voor een bepaald doel zoals de Dienst Speciale Interventies (€ 70 mln.), de verkeershandhavingsteams (€ 49 mln.), digitalisering en cybercrime (€ 16 mln.) Voor de frictiekosten bij de vorming van de Nationale Politie is in 2019 een bedrag van € 10 mln. aan de politie ter beschikking gesteld.

Het verschil van € 243,3 mln. tussen begroting en realisatie betreft voornamelijk de volgende posten:

€ 37,2 mln. tranche 2019 RA-middelen voor onder andere aanpak arbeidsverzuim en centraliseren arrestantenzorg en € 152,3 mln. loonbijstelling 2019-2024. 20

€ 30 mln. voor de invoering van het stroomstootwapen, € 10 mln. voor een aanvullende impuls voor het stelsel van het bewaken en beveiligen en € 6,2 mln. RA-middelen digitalisering strafrechtketen.21

€ 7,6 mln. aan diverse overige (bijzondere) bijdragen (onder andere Versterking ict Landelijk Internationaal Rechtshulpcentrum, frictiekosten van het recherche samenwerkingsteam en implementatie Europese vuurwapenrichtlijn).

Daarnaast voert de politie een aantal taken uit die onder de verantwoordelijkheid vallen van het departement. Zo voert de landelijke meldkamerorganisatie (LMS) van de politie het beheer over C2000, het communicatienetwerk van de hulpdiensten. Tevens verzorgt de politie de uitzending van politiefunctionarissen naar crisisgebieden. Deze taken worden apart begroot en verantwoord onder artikelonderdeel 31.3.

De politie voert een batenlastenstelsel. De personeelskosten voor de politie bedroegen in 2019 ongeveer € 4,7 mld. Het overgrote deel zijn reguliere salariskosten van het operationele en niet-operationele personeel. De materiële kosten bedroegen ongeveer € 1,3 mld. Hiervan zijn de grootste posten huisvesting, vervoer, operationele kosten, beheer en verbindingen en automatisering.

Tabel 7 Kengetal operationele sterkte politie
 

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

begroting 2019

Operationele sterkte einde jaar in fte (incl. aspiranten)

50.509

50.747

50.316

50.389

50.402

50.861

Bron: jaarverslag politie 2019

De volledige jaarverantwoording van de politie wordt als separate bijlage met het JenV-jaarverslag meegezonden.

De uitbreiding van de operationele politiecapaciteit blijft een belangrijk aandachtspunt. De operationele bezetting steeg in 2019 met 13 fte. Op 31 december 2019 bedroeg de operationele bezetting 50.402 fte, waarvan 4.125 fte aspiranten. Ultimo 2019 was de operationele bezetting 459 fte lager dan begroot. De voornaamste reden voor de lagere stijging van de operationele bezetting was een hoger dan verwachte doorstroom van operationele medewerkers naar niet-operationele functies, vooral docenten en begeleidersfuncties voor het opleiden van het fors hogere aantal aspiranten. Daarnaast was er sprake van een iets hogere niet-pensioengebonden uitstroom en van arbeidstijdverkorting. De lagere stijging was niet het gevolg van tegenvallende instroom. Ondanks de krappe arbeidsmarkt was de instroom in 2019 hoger begroot.22

Politieacademie

De Politieacademie is verantwoordelijk voor het verzorgen van het politieonderwijs, de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek en de invulling van de kennisfunctie. Het budget van de Politieacademie betreft de personele kosten van de leiding en de kosten voor extern onderzoek. Het overige personeel en de middelen zijn ondergebracht bij de politie. De bekostiging van het personeel en van de middelen die door de korpschef ter beschikking worden gesteld aan de Politieacademie, is opgenomen in de algemene bijdrage aan de politie.

Bijdrage medeoverheden

BES brandweer en politiekorps

De Minister is korpsbeheerder van het brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van deze korpsen wordt een bijdrage verstrekt.

Opdrachten

Taptolken

Uit dit budget worden de taptolken betaald die de politie inhuurt voor het beluisteren en vertalen van telefoon- of VoIP-gesprekken van verdachten.

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

Bijdrage aan ZBO's/WRWT's

Internationale samenwerkingsoperaties

In opdracht van de Minister voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking en de uitzending van politiefunctionarissen naar internationale (civiele) missies en operaties. De politie en de Koninklijke Marechaussee (KMar) maken waar mogelijk gebruik van elkaars faciliteiten. Politie en KMar hebben een gezamenlijk liaisonnetwerk. De KMar levert een eigenstandige bijdrage aan de internationale politiesamenwerking en draagt vanuit Defensie bij aan uitzendingen.

Beheer multisystemen

De politie voert het beheer voor de verschillende multisystemen van de meldkamerorganisatie, waaronder C2000 en het geïntegreerd meldkamersysteem (GMS). Gebruikers van deze systemen zijn met name politie, brandweer, ambulance, Koninklijke Mareschaussee en de douane. De politie voert dit beheer uit binnen de governance van het multi-domein. Dit brengt met zich mee dat er steeds meer vanuit een multidisciplinaire invalshoek integrale afwegingen plaatsvinden over het beschikbare budget. Om de systemen te laten voldoen aan de vereisten vanuit wet- en regelgeving en technologische ontwikkelingen, vindt op de systemen continue doorontwikkeling plaats.

Het verschil tussen begroting en realisatie betreft de jaarlijkse bijdrage (€ 7,3 mln.) van Financiën en Defensie aan de instandhouding en het beheer van het C2000 netwerk in verband met het medegebruik van dit communicatienetwerk door Koninklijke Marechaussee en douane. Het restant bedrag betreft de toekenning van de loonbijstelling (€ 1,8 mln.) en diverse kleine mutaties. 23

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit budget wordt gebruikt voor de ondersteuning van de regioburgemeesters in hun rol als overleg- en adviesorgaan voor de Minister in het kader van de Politiewet 2012 en voor de bijdrage aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in de exploitatie van de Search and Rescue Helikopter.

Subsidies

Opsporing

Deze subsidie wordt verstrekt aan de onafhankelijke Stichting NL Confidential voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers makkelijker een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland.

Opdrachten

Providers

De Staat heeft, op grond van de Regeling vergoeding kosten aftappen en gegevensverstrekking, een overeenkomst gesloten met de grote telecomaanbieders. Deze overeenkomst wordt periodiek vernieuwd. Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat vergoedt bepaalde kosten die aanbieders in dit verband maken.

Bijdragen Sociale fondsen

Stichting Arbeidsmarkt en opleidingsfonds Politie (SAOP)

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van een financiële bijdrage die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van de Minister.

Ontvangsten

Een deel van de interne problematiek, die na de voorjaarsnotabesluitvorming op de JenV-begroting resteerde, wordt gedekt door over drie jaren in totaal € 33 mln.24 aan bijzondere bijdragen van de politie te desalderen. Deze wel beschikbare maar nog niet uitgegeven middelen komen niet meer tot besteding binnen het doel waarvoor ze zijn toegekend.

4.2 Artikel 32: Rechtspleging en rechtsbijstand

A. Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Als stelselverantwoordelijke schept de Minister voor Rechtsbescherming optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Minister heeft:

  • Een financierende rol voor de rechtspraak. De Minister houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;

  • Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht en het Register beëdigde tolken en vertalers.25 Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen tolken, vertalers, advocaten, notarissen en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren;

  • Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders.26

C. Beleidsconclusies

Buitengerechtelijke geschiloplossing

Voor een goed functionerende samenleving is het belangrijk dat geschillen zoveel mogelijk vroegtijdig opgelost worden. Mediation kan hierbij behulpzaam zijn. Bij mediation werken mensen zelf, onder begeleiding van een neutrale derde, aan een voor hen aanvaardbare oplossing en een betere verstandhouding. Deze aanpak, mits van voldoende kwaliteit, vergroot de kans op een oplossing van een geschil die langer stand houdt. In 2019 heeft het kabinet daarom besloten met een nieuw wetsvoorstel inzake mediation te komen. Dit wetsvoorstel is mede gebaseerd op de aanbevelingen die door mediators aan de Minister voor Rechtsbescherming zijn aangeboden. Het voorgenomen wetsvoorstel heeft als doel te bevorderen dat geschillen op een zo bestendig, passende en efficiënt mogelijke wijze worden opgelost en zal daarvoor in de eerste plaats kwaliteitswaarborgen voor mediators en hun dienstverlening bevatten. Daarnaast zal het voorgenomen wetsvoorstel bepalingen bevatten die zorgen voor een betere aansluiting tussen gerechtelijke en buitengerechtelijke geschiloplossing. Deze aansluiting moet het voor rechtzoekenden makkelijker maken te schakelen tussen beide routes voor geschiloplossing. Het wetstraject gaat in 2020 een vervolg krijgen.

In 2019 zijn ook stappen gezet op het gebied van herstelrecht. Bij deze gedurende de strafrechtprocedure toegepaste voorzieningen staat centraal wat het slachtoffer nodig heeft voor herstel en wat de verdachte of veroordeelde kan doen om verantwoordelijkheid te nemen. In samenwerking met de betrokken instanties is in 2019 een beleidskader herstelrecht tot stand gekomen. Dit beleidskader, waarin vijf werkstromen in het kader van het Project Digitale Toegankelijkheid zijn uitgewerkt, geeft aan op welke wijze gewerkt wordt aan een meer prominente rol voor herstelrecht binnen de strafprocedure. Er komt een pilot centraal aanmeld- en informatiepunt, dat als doel heeft te voorkomen dat trajecten van mediation in strafzaken en herstelbemiddeling elkaar doorkruisen. Er komt meer en betere informatie beschikbaar voor slachtoffers en verdachten. Tenslotte komt er een onderzoek naar de verschillende herstelrechtvoorzieningen en de waardering door slachtoffers en verdachten of veroordeelden.

Digitalisering rechtspraak civiel recht en bestuursrecht

Na de stopzetting van het programma kwaliteit en innovatie rechtspraak (KEI) in 2018 heeft de Rechtspraak eind 2018 het basisplan digitalisering civiel recht en bestuursrecht uitgebracht. Het basisplan is in 2019 in het Project Digitale Toegankelijkheid uitgewerkt in plannen voor de eerste zaakstromen. Voor volgende zaakstromen zal op dezelfde manier digitale toegankelijkheid worden gerealiseerd. In het najaar van 2019 is dit plan gereed gekomen en daarna getoetst door (externe) deskundigen. Eind 2019 is het plan aangeboden voor een toets door het Bureau ICT toetsing (BIT). Het Ministerie is via portfolio-overleggen nauw aangesloten geweest bij de ontwikkelingen. De uitkomst van de BIT–toets wordt voorzien voor de zomer 2020. Met de Koninklijke Beroepsvereniging voor Gerechtsdeurwaarders is een traject doorlopen om te komen tot digitale uitwisseling van stukken in incassozaken. Hierover zijn afspraken gemaakt om in 2020 kleinschalig bij één rechtbank te beginnen met een pilot.

Financiën en vernieuwing Rechtspraak

In 2019 zijn belangrijke stappen gezet rond de financiering van de Rechtspraak. In februari 2019 is het doorlichtingsonderzoek van de Boston Consulting Group opgeleverd en aan de Tweede Kamer aangeboden. Het onderzoek wees onder meer uit dat de zaakzwaarte was toegenomen en dat de Rechtspraak niet zelfstandig uit de financiële problemen zou kunnen komen. Dit onderzoek was belangrijk in de prijsonderhandelingen voor de periode 2020-2022 die het eerste halfjaar met de Rechtspraak zijn gevoerd. Dit heeft geresulteerd in een prijsakkoord met de Rechtspraak dat op Prinsjesdag bekend is gemaakt. Met dit prijsakkoord is jaarlijks circa € 95 mln. voor de rechtspraak gemoeid. In het kader van de prijsonderhandelingen zijn ook afspraken gemaakt over een aanpassing van de bekostigingssystematiek. Alle vaste kosten zoals huisvesting, landelijke diensten en ICT zijn uit de ‘pxq-systematiek’ gehaald. Dat maakt dat de bekostiging nu nog voor ongeveer de helft op de hoeveelheid zaken (pxq) is gebaseerd. Dat maakt de financiering stabieler.

Met de financiële impuls kan de Rechtspraak weer financieel gezond worden en kan er worden geïnvesteerd en gemoderniseerd. Met de Raad voor de rechtspraak is overeengekomen dat de komende prijsperiode alle bestaande achterstanden worden weggewerkt. Daarvoor is door de Rechtspraak eind 2019 een plan gepresenteerd. Ook kan werk worden gemaakt van de modernisering zoals die door de visitatiecommissie in het rapport dat in 2019 is gepresenteerd dringend is aanbevolen. De Raad voor de rechtspraak heeft naar aanleiding daarvan aangegeven aan de slag te gaan met de besturing van de Rechtspraak, gerechtsoverstijgende personeelsplanning, de cultuur en leiderschap. De Kamer is op 17 september uitvoerig geïnformeerd over de opgaven voor een sterke Rechtspraak.

Maatschappelijk effectieve rechtspraak

Maatschappelijk effectieve rechtspraak is in het regeerakkoord benoemd als een belangrijke opgave voor de Rechtspraak. In dat kader vinden op verschillende thema’s experimenten plaats, zoals met een wijkrechter of een community court. Op verschillende thema’s (laagdrempelige toegang, schulden, multi-problematiek, echtscheiding) lopen nu pilots. In de eerste helft van 2020 wordt weer een aantal pilots geëvalueerd (regelrechter Rotterdam en Wijkrechter Den Haag).

In het regeerakkoord is ook opgenomen dat er een Experimentenwet rechtspleging komt. Deze wet moet het mogelijk maken om met voldoende waarborgen in het civiele recht te experimenteren met nieuwe procedures (in afwijking van het geldende Rv). Huidige experimenten vinden veelal plaats op basis van artikel 96 Rv. Dit artikel gaat echter uit van vrijwillige medewerking van partijen. Daardoor blijft het aantal deelnemers aan dit soort pilots nog vrij beperkt. Het wetsvoorstel is in 2019 ingediend bij de Tweede Kamer.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 32 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Vastgestelde Begroting 2019

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

1.469.308

1.610.487

1.452.199

1.876.317

1.597.033

1.497.644

99.389

         
 

Apparaatsuitgaven

27.275

28.420

28.071

30.566

32.489

28.407

4.082

32.1

Apparaatsuitgaven Hoge Raad

       
 

Personeel

22.403

24.471

24.354

26.676

27.668

24.860

2.808

 

waarvan eigen personeel

21.455

22.201

23.489

25.696

26.074

23.058

3.016

 

waarvan externe inhuur

948

2.270

865

980

1.594

748

846

 

waarvan overig personeel

0

0

0

0

0

1.054

‒ 1.054

 

Materieel

4.872

3.949

3.717

3.890

4.821

3.547

1.274

 

waarvan ICT

2.282

1.937

1.725

2.077

3.199

1.716

1.483

 

waarvan SSO's

83

61

60

17

37

61

‒ 24

 

waarvan overig materieel

2.507

1.951

1.932

1.796

1.585

1.770

‒ 185

         
 

Programma-uitgaven

1.439.560

1.582.884

1.423.351

1.405.484

1.542.243

1.469.237

73.006

32.2

Adequate toegang tot het rechtsbestel

       
 

Bijdragen ZBO's/RWT's

       
 

Raad voor de Rechtsbijstand

47.251

49.836

49.471

50.528

51.743

47.113

4.630

 

Bureau Financieel Toezicht

6.316

6.146

5.907

5.884

6.956

5.916

1.040

 

Bijdragen medeoverheden

       
 

Overige bijdragen ZBO's RWT's

0

0

0

0

610

0

610

 

Subsidies

       
 

Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken

1.382

1.266

1.156

843

508

635

‒ 127

 

Overige subsidies

254

268

117

115

183

120

63

 

Opdrachten

       
 

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

12.870

11.618

10.386

10.200

6.176

10.208

‒ 4.032

 

Toevoegingen rechtsbijstand

390.346

423.026

387.949

366.936

366.177

402.916

‒ 36.739

 

Mediation in strafrecht

0

0

360

755

778

1.000

‒ 222

 

Overige opdrachten

493

510

1.160

1.159

772

574

198

         

32.3

Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

       
 

Bijdragen ZBO's/RWT's

       
 

Autoriteit Persoonsgegevens

8.358

8.245

10.894

16.121

20.492

15.188

5.304

 

College voor de Rechten van de Mens

6.247

7.086

7.120

7.327

7.627

7.188

439

 

Centraal Administratie Kantoor

792

364

0

0

0

0

0

 

College Gerechtelijk Deskundigen

0

0

0

1.681

1.884

1.595

289

 

Overige bijdragen ZBO's RWT's

549

572

738

951

923

1.036

‒ 113

 

Bijdragen medeoverheden

       
 

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak

962.086

1.071.739

946.306

940.979

1.075.352

973.667

101.685

 

Bijdragen Rechtspleging

0

0

0

37

0

0

0

 

Overige bijdragen

0

0

0

0

331

0

331

 

Subsidies

       
 

Rechtspleging

793

867

574

716

473

455

18

 

Wetgeving

1.770

1.298

1.160

1.196

1.193

1.520

‒ 327

 

Overige subsidies

0

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

       
 

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

53

43

53

56

65

15

50

 

Overige opdrachten

0

0

0

0

0

91

‒ 91

         
  

201.948

197.941

205.181

164.688

196.364

181.992

14.372

 

waarvan griffie

198.293

194.248

171.787

160.462

165.259

177.457

‒ 12.198

 

waarvan overig

3.655

3.693

33.394

4.226

31.105

4.535

26.570

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Het verschil tussen realisatie verplichtingen en vastgestelde begroting is € 99 mln. Naast de hogere uitgaven van € 77 mln. is het verschil in de aangegane verplichtingen met name een gevolg van het feit dat in 2019 ook de verplichting voor 2020 is vastgelegd met betrekking tot de bijdrage aan de Autoriteit Persoonsgegevens.

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Hoge Raad (HR)

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in het Koninkrijk op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. De Hoge Raad bevordert de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Ook kan hij rechtsbescherming bieden in de individuele zaken die aan hem worden voorgelegd. Hij doet dit door te beslissen op cassatieberoepen, die worden ingesteld om de raad te laten beoordelen of het gerechtshof – en in voorkomende gevallen de rechtbank – in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering deugdelijk is. Aan deze taken wordt tevens invulling gegeven door te beslissen op prejudiciële vragen in het civiele en fiscale recht en op vorderingen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tot cassatie in het belang der wet. De Hoge Raad en de procureur-generaal hebben daarnaast nog enkele bij wet opgedragen bijzondere taken.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de RvR en het Juridisch loket, een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp. De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die er voor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel.

Met ingang van begroting 2020 zijn de apparaatsuitgaven van de Raad voor Rechtsbijstand en het Juridisch Loket gesplitst weergegeven in de tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 32. Als gevolg hiervan zijn in 2019 voor zowel de Raad voor Rechtsbijstand alsmede voor het Juridisch Loket individuele verplichtingen aangegaan met kasuitgaven in 2020. Daarbij is de verplichting ten aanzien van het Juridische Loket nieuw. Er is met ingang van 2020 een rechtstreekse (subsidie)relatie tussen JenV en het Juridisch Loket. Bij het opstellen van de begroting 2019 was de exacte vormgeving nog niet bekend. Als gevolg hiervan is deze in 2019 aan te gane subsidieverplichting ad € 25,3 mln. niet op titel vermeld in de begroting 2019.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het BFT houdt integraal toezicht op notarissen en gerechtsdeurwaarders. Ook is het Bureau belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). De kosten van het toezicht op gerechtsdeurwaarders en notarissen worden conform de wet doorbelast aan deze beroepsgroepen.

Subsidies

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC)

De SGC behandelt klachten van consumenten tegen ondernemers door middel van bindende adviezen. Onder de SGC vallen meer dan 70 geschillencommissies die klachten in een groot aantal sectoren behandelen. De geschillencommissies zijn met hun laagdrempelige werkwijze een goed alternatief voor de gang naar de rechter. De SGC ontvangt voor een deel van de kosten van de koepelorganisatie een subsidie van JenV. In overeenstemming met de SGC gemaakte afspraken is de subsidie voor 2019 lager dan de subsidie van het jaar ervoor.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het bureau WSNP coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering natuurlijke personen en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. Gespecialiseerde insolventierechters houden toezicht op de goede afwikkeling van de nieuwe schuldsaneringen . De gemiddelde subsidie voor een schuldsaneringstraject bedraagt afgerond € 900 over een periode van gemiddeld 3 jaar.

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt subsidie door middel van een toevoeging aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. De door de cliënt te betalen eigen bijdrage wordt verrekend met de kosten van de rechtsbijstand. De financiering van de Raad voor Rechtsbijstand vindt plaats aan de hand van het aantal afgegeven toevoegingen over de periode 1 september tot en met 31 augustus. Naast de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand worden ook de uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken ten laste van dit budget gebracht.

In tabel 9 is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de raad over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand (bronnen: Raad voor Rechtsbijstand, Prognosemodel Justitiële Ketens 2020).

Tabel 9 Productiegegevens Raad voor Rechtsbijstand
 

Realisatie  2017

Realisatie 2018

Realisatie 20191

Prognose 2019

Verschil

Strafzaken (ambtshalve)

     

Aantal afgegeven toevoegingen

41.635

39.393

38.189

37.658

531

Uitgaven (mln.)

€ 67,7

€ 63,3

€ 63,4

€ 60,2

€ 3,2

Strafzaken (regulier)

     

Aantal afgegeven toevoegingen

79.247

75.820

75.672

77.257

‒ 1.585

Uitgaven (mln.)

€ 52,9

€ 49,4

€ 49,8

€ 50,3

‒ € 0,5

Civiele zaken

     

Aantal afgegeven toevoegingen

189.400

184.949

179.054

212.198

‒ 33.144

Uitgaven (mln.)

€ 125,8

€ 123,5

€ 119,3

€ 141,8

‒ € 22,5

Bestuur

     

Aantal afgegeven toevoegingen

71.330

68.356

63.807

56.785

7.022

Uitgaven (mln.)

€ 47,5

€ 45,3

€ 42,2

€ 37,6

€ 4,6

Piketten

     

Aantal piketdeclaraties

119.728

109.661

112.659

144.191

‒ 31.532

Uitgaven (mln.)

€ 38,7

€ 37,0

€ 38,9

€ 51,9

‒ € 13,0

Lichte adviestoevoeging

     

Aantal afgegeven toevoegingen

9.007

8.327

8.079

6.947

1.132

Uitgaven (mln.)

€ 1,7

€ 1,7

€ 1,7

€ 1,4

€ 0,3

Asiel

     

Aantal afgegeven toevoegingen

34.251

32.036

34.234

33.651

583

Uitgaven (mln.)

€ 49,5

€ 44,4

€ 45,7

€ 45,9

‒ € 0,2

Het Juridisch Loket

     

Aantal klantencontacten

737.583

739.842

734.000

737.583

‒ 3.583

Uitgaven (mln.)

€ 24,5

€ 25,0

€ 25,7

€ 25,0

€ 0,7

Overige2

     

Uitgaven (mln.)

€ 0,5

‒ € 0,4

€ 5,8

€ 6,1

‒ € 0,3

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

     

Raad voor Rechtsbijstand (mln.)

€ 24,0

€ 24,8

€ 25,15

€ 24,22

€ 0,93

      

Totaal uitgaven (x € 1 mln.)3

€ 432,9

€ 413,9

€ 417,8

€ 444,4

‒ € 26,7

X Noot
1

De aantallen afgegeven toevoegingen in de tabel wijken af van de aantallen die vermeld worden in het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat voor de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand de aantallen over de periode 1 september t/m 31 augustus worden gehanteerd.

X Noot
2

Overige: Rogatoire commissie, inning en restitutie, investeringen / implementatiekosten maatregelen

X Noot
3

Het artikelonderdeel 32.2 met betrekking tot rechtsbijstand van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bestaat uit meerdere uitgaven. Naast de uitgaven aan het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand hebben de uitgaven betrekking op onder andere het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) en uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken. In deze tabel zijn deze uitgaven aan Rbtv en gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken buiten beschouwing gelaten.

Toelichting

Het totaal aantal afgegeven toevoegingen ambsthalve strafzaken was in 2019 lager dan in 2018 en was hoger dan in de begroting was geraamd. De reguliere strafzaken liggen in 2019 op het niveau van 2018 en waren lager dan in de begroting was geraamd.

Bij het aantal afgegeven toevoegingen in civiele zaken was sprake van een daling. Dit aantal was ook lager dan in de begroting geraamd. Dit hangt samen met een lagere instroom van civiele zaken bij de rechtsbanken en gerechtshoven.

Het aantal afgegeven toevoegingen in bestuursrechtelijke zaken lag lager dan in 2018, maar was wel hoger dan de raming in de begroting.

Het aantal piketten was hoger dan in 2018. Bij de raming in de begroting van het aantal piketten was uitgegaan van een toename in volume door de voorgenomen intensivering van rechtsbijstand in de ZSM-werkwijze (bovenop het reeds geldende wettelijke recht op bijstand van een raadsman voorafgaand aan en tijdens het politieverhoor). De intensivering van rechtsbijstand in de ZSM-werkwijze is in 2019 niet geïmplementeerd wegens capacitaire en infrastructurele problemen bij de ketenpartners.

Bij de lichte adviestoevoegingen was sprake van een daling ten opzichte van 2018, maar het aantal lichte adviestoevoegingen was hoger dan in de begroting 2019 was geraamd.

Het aantal afgegeven toevoegingen in asielzaken is in 2019 gestegen ten opzichte van 2018; dit hangt samen met een hogere instroom asielzaken.

In totaal was het beroep op de rechtsbijstand (de totaal uitgaven in bovenstaande tabel) circa € 27 mln. lager dan in de begroting was voorzien.

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak (Rvdr)

De Minister voor Rechtsbescherming bekostigt de rechtspraak via de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak is het landelijk orgaan van de Rechtspraak, die verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit artikelonderdeel wordt de totstandkoming van de bijdrage van de Minister voor Rechtsbescherming aan de Raad voor de rechtspraak toegelicht.

Tabel 10 Instroomontwikkeling rechtspraak
 

Realisatie  2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Prognose 2019

Instroom totaal aantal (x 1.000)

1.578

1.518

1.536

1.578

Jaarlijkse mutatie

0%

‒ 4%

1%

 
Tabel 11 Financiële bijdrage Raad voor de rechtspraak
 

Realisatie 2017

Realisatie 20181

Realisatie 2019

Prognose 2019

Begroting 2019 ( x € 1.000)1

946.306

941.519

1.075.352

974.067

X Noot
1

Dit is inclusief een bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak voor onder andere kosten van tuchtrechtspraak

Er is circa € 101 mln. meer uitgegeven aan de rechtspraak dan in de begroting 2019 was geraamd. Dit wordt met name verklaard door een ophoging van de bijdrage met € 50 mln. vanwege het over 2019 verwachte tekort van de Rechtspraak. Ook heeft dit onder andere te maken met compensatie voor loonontwikkeling (loonbijstelling), een kasschuif vanwege kasritmeverschil in huisvestingskosten en aanvullingen van de bijdrage op het terrein van vreemdelingenzaken en versterking strafrechtketen.

Tabel 12 Productieafspraak rechtspraak
 

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Prognose 2019

Productie totaal aantal (x 1.000)

1.520

1.475

1.536

1.646

Jaarlijkse mutatie

‒ 5%

‒ 3%

4%

 

Toelichting

De instroom van het aantal zaken was in 2019 iets hoger dan in 2018. In 2019 stroomden er ongeveer 1,5 mln. zaken in bij de gerechten. Het aantal afgehandelde zaken was eveneens ongeveer 1,5 mln. Zowel de instroom als het aantal afgehandelde zaken waren lager dan aanvankelijk bij de begroting was geraamd. Gezien het verwachte tekort over 2019 bij de Rechtspraak lag de uit de JenV-begroting gefinancierde productieafspraak (prognose productie 2019) boven het niveau van de voor 2019 geraamde instroomvoorspelling.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Kamer wordt aangeboden, wordt meer gedetailleerd ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen de rechtspraak in 2019.

In het besluit Financiering Rechtspraak 2005 is bepaald dat de prijzen voor de Rechtspraak voor een periode van drie jaar worden vastgesteld en opgenomen in de begroting van JenV. Er zijn in 2019 met de Rvdr nieuwe prijzen overeengekomen voor de periode 2020–2022.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Autoriteit persoonsgegevens (AP)

De AP houdt toezicht op de naleving van de wettelijke regels voor bescherming van persoonsgegevens, onderzoekt de inhoud van klachten in de mate waarin dat gepast is, adviseert over nieuwe wet- en regelgeving die gaat over de verwerking van persoonsgegevens, verschaft helderheid over de uitleg van wettelijke normen, geeft voorlichting, verstrekt informatie en werkt samen met toezichthoudende autoriteiten uit andere lidstaten.

Vanwege de noodzakelijke groei van de organisatie ten gevolge van de implementatie van de AVG heeft de AP in totaal een extra budget inclusief loonbijstelling ontvangen van € 3,4 mln. structureel. Daarnaast is voorgesteld om bij slotwet € 1,9 mln. incidenteel aan het budget toe te voegen.

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) is het nationale mensenrechteninstituut van Nederland. Als onafhankelijk toezichthouder belicht, beschermt en bevordert het College de mensenrechten in zowel Europees als Caribisch Nederland. Daartoe voert het College taken uit die door de Wet College voor de Rechten van de Mens zijn opgedragen. Het College doet onderzoek, adviseert de regering en het parlement, rapporteert aan internationale comités, geeft voorlichting, bevordert mensenrechteneducatie en oordeelt in individuele gevallen over discriminatie. Het College is tevens toezichthouder voor het VN-verdrag handicap. Het doel van het VN-verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen van de mensenrechten van mensen met een beperking.

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

Het NRGD waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Indien een deskundige, zoals een psycholoog, toxicoloog of orthopedagoog, zich wil laten registreren, dient de aanmelding getoetst te worden door het NRGD. Het NRGD heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken) en is onafhankelijk.

Subsidies

Subsidie Rechtspleging

De subsidie Rechtspleging betreft voornamelijk een subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR) en daarnaast een subsidie aan het Internationaal Juridisch Instituut (IJI).

Subsidie Wetgeving (DWJZ)

De subsidie wetgeving betreft een bijdrage aan de Stichting Recht en Overheid en aan het Nederlands Juristencomité. Deze subsidie is bedoeld voor de bescherming van de mensenrechten.

Ontvangsten

Griffie

Het Ministerie van JenV ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten. De griffierechten-ontvangsten zijn in 2019 gestabiliseerd. Wel waren de ontvangsten circa € 13 mln. lager dan bij de begroting 2019 geraamd, omdat de instroom aan zaken waarbij sprake is van een te betalen griffierecht lager was dan bij de opstelling van de begroting 2019 rekening mee was gehouden.

Ontvangsten overig

De ontvangstenmeevaller van circa € 27 mln. bestaat uit 3 posten. Bij de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) is € 19,7 mln. meer ontvangen dan begroot. De Wsnp vergoedingensystematiek is in 2019 door de Raad voor Rechtsbijstand herijkt. JenV heeft over de periode 2013–2018 een beperkter incassorisico dan waarmee de afgelopen jaren rekening mee is gehouden. Hetgeen resulteert in deze eenmalige hogere ontvangsten. Bij BFT is het ontvangstenbudget verhoogd met circa € 7 mln., vanwege de ontvangsten uit 2018 door de invoering van de wet doorberekening kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen. De ontvangsten waren in 2018 niet op tijd gerealiseerd en zijn ontvangen in 2019. Het restant van het saldo betreft kleinere mutaties.

4.3 Artikel 33: Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

A. Algemene doelstelling

Een veiligere samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Opsporing en vervolging

De Minister heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister een stimulerende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid, ondermijning en criminaliteit.

Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur en het bedrijfsleven zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de veiligheid te vergroten en weerbaar te maken tegen onveiligheid en criminaliteit. Door de (wettelijke) toerusting van de burgemeester ten aanzien van zijn openbare orde taak en het aanpakken van criminaliteit tegen en gefaciliteerd door het bedrijfsleven, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s). JenV faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast, zoals overlast gerelateerd aan uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de VNG en gemeenten.

Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

De Minister is verantwoordelijk voor het strafrechtelijke vervolgings- en berechtigingsmechanisme en financiert daarvoor onder andere het Openbaar Ministerie (OM), de rechtspraak en de politie.De vervolging en berechting van de verdachten van het neerhalen van de vlucht MH17 zal in Nederland plaatsvinden onder de Nederlandse wet, ingebed in internationale steun en samenwerking. Hiertoe wordt nauw samengewerkt met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

C. Beleidsconclusies

Computercriminaliteit

De wet Computercriminaliteit III is op 1 maart 2019 van kracht geworden. Ook is lagere regelgeving vastgesteld en gepubliceerd. Jaarlijks wordt het aantal inzetten van de bevoegdheid tot binnendringen in geautomatiseerd werk gepubliceerd, waarbij apart wordt vermeld bij hoeveel inzetten er sprake was van commmerciele binnendringsoftware.

Verkeer

In 2019 zijn verschillende maatregelen genomen en/of aangekondigd om bestuurders die ernstige verkeersdelicten begaan harder aan te kunnen pakken. Zo is in 2019 de behandeling van het wetsvoorstel aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten afgerond. Op 1 januari 2020 is deze wet in werking getreden. Met deze wet wordt uitvoering gegeven aan het Regeerakkoord waarin staat dat notoire verkeersovertreders harder worden aangepakt. Het wetsvoorstel behelst een verhoging van de strafmaxima voor een aantal ernstige verkeersdelicten, een strafverhoging van gevaarlijk rijgedrag zonder gevolgen, een nieuwe strafbaarstelling van zeer gevaarlijk rijgedrag en er wordt geëxpliciteerd welk gedrag in elk geval onder roekeloosheid wordt verstaan. In het Regeerakkoord is verder opgenomen dat het (verkeers)boetesysteem wordt gewijzigd. Ter uitvoering hiervan is onderzocht of het mogelijk is een progressief boetestelsel te introduceren. Gebleken is dat hier juridische, uitvoeringstechnische en financiële risico’s aan zitten. Om te bezien hoe het beste uitvoering kan worden gegeven aan de passage uit het Regeerakkoord worden mogelijke alternatieven onderzocht. In het kader hiervan is het OM in 2019 om advies gevraagd. Dit advies wordt in het voorjaar van 2020 opgeleverd.

Rijden onder invloed van alcohol levert een gevaar op voor de verkeersveiligheid. Daarom is het belangrijk dat wordt voorkomen dat personen onder invloed van alcohol deelnemen aan het verkeer en dat degenen die dit toch doen hard worden aangepakt. Hiertoe zijn verschillende maatregelen genomen. Een aantal maatregelen vergt een wetswijziging. Om dit te realiseren is op 7 november 2019 samen met de minister van Infrastructuur en Waterstaat het wetsvoorstel Aanscherping maatregelen rijden onder invloed in consultatie gegeven. Het streven is het wetsvoorstel in de loop van 2020 aan de Kamer aan te bieden.

Tenslotte is en wordt er hard gewerkt aan de uitvoering van het Strategisch Plan Verkeersveiligheid en de maatregelen die in het Landelijk Actieplan Verkeersveiligheid zijn opgenomen. Zo hebben er gesprekken plaatsgevonden met VNG, IPO en gemeenten om het belang van agendering van verkeersveiligheid in de driehoeken te benadrukken, zijn de innovatieve pilots van het OM voortgezet en worden er de komende periode trajectcontrolesystemen op N-wegen geplaatst.

Mensenhandel

November 2018 is het programma 'Samen tegen mensenhandel' van start gegaan. Het programma betreft een integrale aanpak van mensenhandel en wordt uitgevoerd door de ministeries van JenV, SZW, VWS en BZ in samenwerking met een groot aantal ketenpartners. Er zijn het afgelopen jaar belangrijke stappen gezet om te werken aan de gezamenlijke ambitie om het aantal slachtoffers naar beneden te brengen. De Kamer is door middel van de voortgangsbrief van 13 november 2019 geïnformeerd over de resultaten van het programma. Daarnaast is de evaluatie van de pilot bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM), waarbij een onafhankelijke multidisciplinaire commissie mensenhandel een deskundigenbericht uitbrengt over het mogelijke slachtofferschap, afgerond. Naar aanleiding van het evaluatierapport is besloten om geen vervolg te geven aan de pilot. Wel wordt samen met de IND en SGM bezien hoe de positieve aspecten en de geleerde lessen uit de pilot meegenomen kunnen worden in bestaande procedures. Verder is er tijdens de Algemene Politieke Beschouwing van 2019 een motie aangenomen over extra middelen ten behoeve van de Afdeling Vreemdelingpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM). De Kamer is op 19 november 2019 geïnformeerd over het investeringsvoorstel waarin € 10 mln. structureel aan de AVIM wordt toegevoegd.

Het wetsvoorstel regulering sekswerk (Wrs) is 15 oktober 2019 in consultatie gegaan. Gedurende de consultatie die duurde tot 15 december 2019 hebben in totaal 345 organisaties en personen een reactie gegeven op het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel voorziet in een uniforme vergunningplicht voor seksbedrijven en een vergunningplicht voor individuele prostituees. Ook wordt het recht op een startgesprek vanuit gezondheidsperspectief in het wetsvoorstel geregeld en is de strafbaarstelling van het uit winstbejag faciliteren van illegale prostitutie (het ‘pooierverbod’) in het wetsvoorstel opgenomen.

Gesloten coffeeshopketen

De Eerste Kamer heeft op 12 november 2019 ingestemd met het wetsvoorstel ‘Experiment gesloten coffeeshopketen’, waarmee het experiment met cannabisteelt voor recreatief gebruik in de gesloten coffeeshopketen mogelijk wordt gemaakt. De wet is 28 november 2019 gepubliceerd en treedt inwerking bij Koninklijk Besluit. Op basis van advies van de onafhankelijke adviescommissie Experiment gesloten coffeeshopketen zijn deze zomer tien gemeenten voor het experiment genomineerd: Arnhem, Almere, Breda, Groningen, Heerlen, Hellevoetsluis, Maastricht, Nijmegen, Tilburg en Zaanstad. Het ontwerpbesluit, waarin ook de namen van de genomineerde gemeenten zijn opgenomen, is voorgehangen bij het parlement en voorgelegd voor advies bij de Raad van State. De ministeriële regeling is op 30 september 2019 in consultatie gegaan.

Tabel Indicatoren Unit Landelijke Interceptie

Tabel 13 Indicatoren Unit Landelijke Interceptie
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Aantal nummers waarvoor een bevel tot aftappen is gegeven

25.181

24.063

24.850

24.900

23.458

26.111

Gemiddeld aantal taps per dag

1.386

1.415

1.423

1.421

1.397

1

Aantal aanvragen op historische gegevens2

62.533

56.100

58.985

59.434

56.882

57.212

X Noot
1

Dit jaar zijn er geen cijfers beschikbaar door een systeemstoring.

X Noot
2

Zoals verkeersgegevens en identificerende gegevens. Het gaat bij deze nummers niet alleen over telefoonnummers, maar ook over IP-adressen en emailadressen.

Toelichting

Zoals toegezegd bij brief van 13 november 2007 en daaropvolgend bij brief van 27 mei 2008 worden de jaarlijkse tapstatistieken opgenomen in het Jaarverslag van Justitie en Veiligheid.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 33 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Vastgestelde Begroting 2019

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

688.928

861.289

645.995

773.191

902.541

868.481

34.060

         
 

Apparaatsuitgaven

484.210

508.104

507.040

548.138

572.831

498.471

74.360

33.1

Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

       
 

Personeel

359.937

373.530

396.900

445.821

458.424

388.291

70.133

 

waarvan eigen personeel

336.658

344.274

358.160

388.143

408.791

361.427

47.364

 

waarvan externe inhuur

21.277

27.299

36.979

55.897

47.892

24.896

22.996

 

waarvan overig personeel

2.002

1.957

1.761

1.781

1.741

1.968

‒ 227

 

Materieel

124.273

134.574

110.140

102.317

114.407

110.180

4.227

 

waarvan ICT

12.545

13.437

15.216

11.182

15.493

9.717

5.776

 

waarvan SSO's

51.218

54.765

32.584

34.870

38.082

42.226

‒ 4.144

 

waarvan overig materieel

60.510

66.372

62.340

56.265

60.832

58.237

2.595

         
 

Programma-uitgaven

269.890

231.535

224.557

228.216

276.426

370.010

‒ 93.584

33.2

Bestuur, informatie en technologie

       
 

Bijdragen medeoverheden

       
 

Regionale Informatie en Expertise Centra

7.350

7.370

8.067

8.298

8.640

114.488

‒ 105.848

 

Regeling Uitstapprogramma's prostituees

1.853

1.731

1.987

1.198

1.517

1.503

14

 

Overige bijdragen medeoverheden

1.081

1.111

692

422

150

915

‒ 765

 

Subsidies

       
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

10.201

5.379

4.582

4.601

4.600

3.751

849

 

Keurmerk Veilig Ondernemen

1.389

1.600

1.325

1.325

730

731

‒ 1

 

Regeling Uitstapprogramma's prostituees

1.103

1.099

1.185

1.860

2.422

1.500

922

 

Veiligheid Kleine Bedrijven

0

0

439

85

191

243

‒ 52

 

Overige subsidies

784

2.429

1.591

3.476

1.424

1.028

396

 

Opdrachten

       
 

Overige opdrachten

723

584

374

0

0

166

‒ 166

         

33.3

Opsporing en vervolging

       
 

Bijdragen Agentschappen

       
 

Nederlands Forensisch Instituut

70.244

88.661

67.924

69.813

77.595

69.434

8.161

 

Bijdragen ZBO's/RWT's

       
 

College Gerechtelijk Deskundigen

1.765

1.656

1.707

0

0

0

0

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

       
 

FIU-Nederland

0

0

4.755

4.755

5.305

4.755

550

 

Bijdragen medeoverheden

       
 

PV-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

11.321

0

0

0

0

0

0

 

BES Caribisch deel van het Koninkrijk

4.658

4.879

4.324

6.523

7.002

4.624

2.378

 

aanpak ondermijning

0

0

0

4.986

41.919

2.890

39.029

 

Overige bijdragen medeoverheden

15.754

8.871

3.590

14.679

5.556

11.061

‒ 5.505

 

Subsidies

       
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

0

0

0

0

0

669

‒ 669

 

Overige subsidies

2.870

3.073

2.874

3.918

5.168

2.338

2.830

 

Opdrachten

       
 

Schadeloosstellingen

53.727

19.262

22.132

21.707

20.879

17.928

2.951

 

Keten Informatie Management

62

0

1.400

1.733

5.240

3.900

1.340

 

Onrechtmatige Detentie

10.776

8.791

7.492

6.133

6.419

9.849

‒ 3.430

 

Herontwerp Strafrechtketen

156

0

0

0

0

0

0

 

Gerechtskosten

30.933

32.975

33.613

33.626

31.863

28.855

3.008

 

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

3.010

386

1.068

344

4.300

0

4.300

 

Verkeershandhaving Openbaar Ministerie

27.333

29.212

36.895

14.757

13.864

25.337

‒ 11.473

 

Afpakken

240

0

0

0

0

10.655

‒ 10.655

 

Bewaring, verkoop en vernietiging beslaggenomen voorwerpen

12.056

12.099

13.743

14.050

14.105

13.047

1.058

 

Overige opdrachten

501

367

159

405

2.295

30.574

‒ 28.279

 

Garanties

       
 

Faillissementscuratoren

0

0

2.639

4.265

1.894

744

1.150

         

33.4

Vervolging en berechting MH17-verdachten

0

0

0

5.257

13.348

9.025

4.323

         
 

Ontvangsten

933.123

1.383.500

1.174.629

1.690.542

1.074.176

1.200.408

‒ 126.232

 

waarvan Boeten en Transacties

777.262

955.393

936.080

1.508.879

799.433

859.048

‒ 59.615

 

waarvan Afpakken

143.577

416.478

225.213

174.090

262.050

330.360

‒ 68.310

 

waarvan overig

12.284

11.629

13.336

7.573

12.693

11.000

1.693

E. Toelichting op de instrumenten

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is de enige instantie in Nederland die een verdachte voor de strafrechter kan brengen, afgezien van de bijzondere procedure die geldt voor ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen. Samen met de Rechtspraak is het OM onderdeel van de rechterlijke macht. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. Het OM is een landelijke organisatie verdeeld over tien arrondissementen. Deze zijn gelijk aan de tien regionale eenheden van de politie. Daarnaast richt het Landelijk Parket zich op de bestrijding van (internationaal) georganiseerde misdaad, bestrijdt het Functioneel Parket criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude en worden alle beroepen tegen verkeersboetes en eenvoudige misdrijfzaken door het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) behandeld. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend komen bij een van de vier vestigingen van het ressortsparket. Dit budget is bestemd voor de financiering van de apparaatsuitgaven van het OM.

Er is sprake van een realisatie die circa € 74 mln. hoger is dan bij de begroting was geraamd.

De grootste mutaties worden hieronder toegelicht:

  • Een bijdrage van € 15,9 mln. voor diverse digitaliseringstrajecten bij het OM vanuit het budget Digitalisering werkprocessen strafrechtketen die bij het Regeerakkoord beschikbaar is gesteld;

  • Toekenning van € 12,2 mln. aan loon- en prijsbijstelling 2019;

  • Vanuit het kabinet is € 11,3 mln. toegevoegd aan het budget van het OM in verband met het terugdraaien van het restant van de efficiencytaakstelling van het vorige Kabinet; van dit bedrag had € 5,3 mln. betrekking op de ICT-uitgaven;

  • De voorgenoemde bijdrage vanuit het kabinet voor ICT-uitgaven is met € 4,7 mln. aangevuld;

  • Diverse bijdragen, opgeteld tot € 5,5 mln., ten behoeve van implementatie van de aanbevelingen van de Commissie Hoekstra;

  • Een bijdrage van € 5 mln. vanuit verkeershandhaving aan eigen personeel OM voor de zaakafhandeling van verkeerszaken;

  • Een bijdrage van € 3,5 mln. ten behoeve van de voorbereidingen op de wet herziening tenuitvoeringlegging strafrechtelijke sancties (wet usb);

  • Een bijdrage van € 2,6 mln. vanuit het budget dat bij het regeerakkoord beschikbaar is gesteld voor de versterking van de strafrechtketen;

  • € 2,4 mln. voor de (jaarlijkse) compensatie van uitgaven met betrekking tot gerechtelijke brieven;

Het restant betreft diverse kleinere mutaties.

Het OM heeft de hieronder genoemde productie gerealiseerd.

Tabel 15 Productiegegevens Openbaar Ministerie
 

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Begroting 2019

Verschil

Uitstroom WAHV beroep- en appèlzaken

411.700

481.477

413.577

495.502

‒ 81.925

      

Uitstroom overtredingszaken

125.279

134.221

122.244

125.734

‒ 3.490

- waarvan na herinstroom

11.201

12.729

9.555

15.900

‒ 6.345

      

Uitstroom misdrijfzaken

234.723

221.682

206.150

245.021

‒ 38.871

Eenvoudige misdrijfzaken

28.208

27.843

26.225

28.961

‒ 2.736

- waarvan na herinstroom

1.617

1.467

1.057

1.510

‒ 453

Interventie/ZSM zaken

177.170

159.243

144.922

183.108

‒ 38.186

- waarvan sepot of buitenrechtelijke afdoening in voorfase

44.381

34.216

6.959

5.800

1.159

- waarvan na herinstroom

5.997

8.766

9.222

8.676

546

Onderzoekszaken

20.698

20.993

25.233

24.260

973

Ondermijningszaken

8.647

9.192

9.770

8.692

1.078

      

Uitstroom appèlzaken

24.068

24.845

23.792

28.735

‒ 4.943

In het jaarbericht van het OM zal meer gedetailleerd worden ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen het OM in 2019.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdragen medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC)

Voor een structurele aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit zijn er 10 RIEC’s en een LIEC. De RIEC’s ontwikkelen en ondersteunen regionaal bestuurlijke interventies en combineren die zo mogelijk met een fiscale en strafrechtelijke aanpak. Binnen de RIEC’s wordt samengewerkt tussen openbaar bestuur, politie, Openbaar Ministerie, Belastingdienst en andere partners. Het LIEC is een shared service center voor de RIEC’s en heeft tot doel het zoveel mogelijk stroomlijnen van de werkwijzen van de RIEC’s en het ondersteunen van de onderlinge afstemming. Voor 2019 ontvingen de RIEC’s een reguliere bijdrage van in totaal € 7,4 mln. De onderschrijding van € 105,9 mln. is voor meer dan € 60 mln. via een kasschuif naar 2020 en 2021 gebracht. De overige bedragen zijn gerealiseerd voor het programma ondermijning, maar waren in eerste instantie op het verkeerde onderwerp geboekt.

Toelichting

Uitstapprogramma prostituees

Als gevolg van de motie van de leden Van der Staaij en Segers tijdens de begrotingsbehandeling JenV 2014, is de regeling uitstapprogramma’s prostituees II (RUPS II) tot stand gekomen. Het doel is om een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma’s te realiseren. In het Regeerakkoord is besloten dat de regeling een structureel karakter krijgt. De bestaande regeling is geëvalueerd en is verlengd tot eind juni 2019. In navolging van RUPS II is RUPS III tot stand gekomen waarbij rekening is gehouden met de resultaten van de evaluatie en een landelijke dekking is gerealiseerd. RUPS III loopt tot 1 januari 2021. Hierna treedt de structurele regeling in werking.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van criminaliteitspreventie en veiligheid.

Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

In 2019 is in samenwerking tussen ondernemers, gemeente, politie en brandweer gewerkt aan de veiligheid van bedrijventerreinen en winkelgebieden. Indien er in samenwerking tussen voorgenoemde partijen structurele maatregelen worden genomen resulteert dat in een KVO certificaat.

Veiligheid Kleine Bedrijven/ Preventie bedrijfsleven

Overheid, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid en de veiligheid van de samenleving. In 2019 is uitvoering gegeven aan het actieprogramma Veilig Ondernemen 2019–2022. Met behulp van de beschikbare middelen zijn verschillende integrale aanpakken uitgevoerd, onder meer in het kader van mobiel banditisme, cybersecurity van het MKB en ondermijning. Daarnaast zijn burgers en ondernemers als onderdeel van de integrale aanpak gestimuleerd preventieve en innovatieve maatregelen te treffen. Voorts is er in 2019 verder gewerkt aan een landelijke dekking van Platforms Veilig Ondernemen (PVO’s).

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI heeft in 2019 voortgang gemaakt met het cultuurveranderingsprogramma dat begin 2018 bij het NFI is gestart. De visitatiecommissie NFI heeft begin 2019 een eerste visitatie uitgevoerd en concludeerde dat het NFI de beweging ten goede in gang heeft gezet. In 2020 zal het veranderprogramma worden geborgd in de lijn en organisatie en vindt begin 2021 de derde, afsluitende visitatie plaats. NFI, OM en politie hebben eind 2019 een convenant ondertekend met werkafspraken om tot betere samenwerking en snellere resultaten te komen. In 2020 wordt door de ketenpartners het hieruit voortvloeiende werkplan opgesteld. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan de visie op forensisch onderzoek, die eind 2018 naar de Eerste en Tweede Kamer is gestuurd. De uitwerking van een ander kernonderdeel van de visie, het beter in positie brengen van private en politielabs, is in 2019 om verschillende redenen vertraagd, maar inmiddels herstart.

Per saldo is er sprake van een realisatie die circa € 8 mln. hoger is dan bij de begroting was geraamd. De grootste mutaties worden hieronder toegelicht:

  • een bijdrage van € 3 mln. vanuit het budget Extra capaciteit strafrechtketen die bij het regeerakkoord beschikbaar is gesteld;

  • aanvulling van het negatief eigen vermogen met € 2,2 mln.;

  • loonbijstelling van € 1,4 mln.;

  • een bijdrage van € 0,7 mln. voor het cultuurtraject;

  • een bijdrage van € 0,4 mln. vanuit het budget Digitalisering werkprocessen strafrechtketen die bij het Regeerakkoord beschikbaar is gesteld.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Nationaal register gerechtelijk deskundigen (NRGD)

Zie toelichting artikel 32.

Bijdragen aan medeoverheden

BES Caribisch deel van het Koninkrijk

De periode na de staatkundige hervorming heeft zich gekenmerkt door het steeds verder vormgeven aan de inrichting van de BES-eilanden. Een goede inrichting van de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie blijft onverminderd van belang om de huidige inrichting te behouden en te blijven ontwikkelen. Vanuit Europees Nederland wordt gestimuleerd dat het aantal rechters zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. Ook zal er zorg voor worden gedragen dat de staande magistratuur van het OM BES op sterkte blijft. De Raad voor de Rechtshandhaving wordt zodanig geëquipeerd dat er een goede bijdrage is gedaan voor het doen van voldoende en gekwalificeerde onderzoeken. Ten aanzien van de kosteloze rechtsbijstand voor onvermogenden zijn op de BES-eilanden laagdrempelige voorzieningen voor juridische bijstand gecreëerd in de vorm van Juridische Loketten.

Financiele toelichting

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

In het kader van het voorkomen en opsporen van witwassen, de onderliggende basisdelicten en terrorismefinanciering ontvangt de FIU-Nederland op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) meldingen over ongebruikelijke transacties van meldingsplichtige instellingen zoals banken, geldtransactiekantoren en notarissen. FIU-Nederland analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten deze verdacht te verklaren en alsdan te verstrekken aan diverse (bijzondere) opsporingsdiensten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Tabel 16 Kengetallen FIU-Nederland1
 

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Begroting 2019

verschil

Aanatl LOvJ-verzoeken2

1.093

1.218

1.277

1.246

1.261

1.298

1.200

98

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

1.488

1.462

1.566

1.522

1.488

1.611

1.500

111

X Noot
1

De jaaroverzichten van de FIU-Nederland zijn beschikbaar via de website van

X Noot
2

Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten.

Aanpak ondermijning

Uit de aanvullende middelen die vanuit het Regeerakkoord beschikbaar zijn gesteld voor de aanpak van ondermijning, ontvangen de RIEC’s jaarlijks € 2,5 mln. ten behoeve van de versterking van de intelligence. De investering ziet op het verbeteren van de informatie- en kennis gestuurde inzet van de overheidscapaciteit bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Het RIEC Oost-Nederland ontvangt daarnaast een extra bijdrage ter hoogte van € 0,39 mln. voor structurele versterking.

Financiele toelichting

Overige opsporing en vervolging

Dit betreffen onder andere bijdragen voor vergoeding voor de verstrekking van persoonsgegevens van Telecomproviders aan het CIOT (Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie), Internationale- en Europese arrestatiebevelen, de bestrijding van mensenhandel op de Nederlandse Antillen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, het tegengaan van misbruik van rechtspersonen, het passagiersnamen register systeem (TRIP), de Veiligheidsmonitor, de implementatie van de EU Wapenrichtlijn en de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Er is sprake van een onderbesteding van € 5,5 mln. Dit komt omdat er € 2 mln. is overgeboekt naar andere ministeries. Een deel van het budget is niet besteed als bijdrage maar als subsidie en er is € 1,6 mln. onderbesteding geweest voor drugsdumpingen en ECRIS.

Subsidies

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV ontvangt een subsidie om kennis en instrumenten te ontwikkelen op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website ondersteunt het CCV professionals op het gebied van nalevingsexpertise.

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand.

Keten Informatie Voorziening (KIV)

Keteninformatievoorziening heeft als doel de ondersteuning van de informatie-uitwisseling in de strafrechtketen. In dit kader worden bijv. ketenvoorzieningen in opdracht van DGRR beheerd en (door)ontwikkeld bij de Justitiele Informatiedienst en wordt een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de architectuur voor de IV in de strafrechtketen. Daarnaast wordt er ook beleidsmatig gekeken naar de kaders voor informatie-uitwisseling en de uitvoerbaarheid daarvan, bijv. d.m.v. de herziening van de Wet politiegegevens en de Wet justitiele en strafvorderlijke gegevens, en in het programma Identiteitsvaststelling op orde.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex-justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken.

Verkeershandhaving Openbaar Ministerie

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen. De realisatie is € 11,5 mln. lager dan bij de oorspronkelijke begroting was geraamd. Hiervan heeft € 5 mln. betrekking op een overheveling van budget naar de apparaatsuitgaven van het OM ten behoeve van de afhandeling van verkeerszaken en € 6,5 mln. heeft met name betrekking op een vertraging in de oplevering van trajectcontroles op het onderliggend weggennet: geplande (deel)opleveringen voor 2019 zijn doorgeschoven naar 2020.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen. In de Miljoenennota 2018 heeft het kabinet het afpakken van crimineel vermogen als prioriteit betiteld. Uit dit budget zullen de uitgaven voor de partijen in de strafrechtketen worden bekostigd, waaronder de inzet van het strafrecht, maar ook samenwerking van de partijen in de strafrechtketen met bestuurlijke partners (waaronder de Belastingdienst en gemeenten). De beschikbaar gestelde middelen voor het jaar 2019 zijn overgeheveld naar de diverse organisaties die actief zijn op het terrein van afpakken van crimineel vermogen. De realisatie van € 7 mln. is o.a. geboekt aan het OM en regionale versterking van diverse regio’s. Dit is geboekt op de post ondermijning.

Bewaring, verkoop en vernietiging in beslag genomen goederen

De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. Domeinen Roerende Zaken is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk inbeslaggenomen voorwerpen en bekommert zich daarnaast over overtollige Rijksgoederen.

Garanties

Faillissementscuratoren

Deze regeling voorziet er in dat curatoren in faillissementen bij ontoereikendheid van de boedel van De Minister een voorschot kunnen verkrijgen ter dekking van de kosten om een rechtsvordering in te stellen tegen bestuurders van de rechtspersoon bij onbehoorlijk bestuur of een voorafgaand (verhaals)onderzoek naar de mogelijkheden daartoe. Tevens stelt het de curatoren in faillissementen in staat om een procedure te kunnen beginnen om activa terug te halen voor de boedel om zo benadeling van de crediteuren zoveel mogelijk te beperken.

33.4 Opsporing en berechting MH17-verdachten

In juni 2019 hebben de landen wiens opsporingsautoriteiten samenwerken in het Joint Investigation Team (JIT) – Australië, België, Maleisië, Oekraïne en Nederland – meegedeeld dat het Nederlands OM vier verdachten gaat vervolgen voor hun rol in het neerhalen van vlucht MH17. Het strafproces tegen deze vier verdachten is op 9 maart 2020 gestart. De rechtbank Den Haag behandelt de strafzaak en houdt zitting op de extra beveiligde rechtbank van het Justitieel Complex Schiphol. Alle noodzakelijke voorbereidingen zijn getroffen om een proces van deze omvang plaats te laten vinden. De JIT-landen hebben hun politieke en financiële steun uitgesproken en begin 2019 hebben vertegenwoordigers van de JIT-landen een financieel MOU ondertekend. Nederland zal zelf de kosten dragen voor getuigenbescherming, rechtspraak en het Openbaar Ministerie. De overige kosten en dan met name de kosten die gerelateerd zijn aan het internationale karakter van deze zaak worden door de JIT-landen gezamenlijk gedeeld.

Ontvangsten

Boeten en Transacties (B&T)

Ten opzichte van de ontwerpbegroting doet er zich een minderopbrengst voor van € 60 mln. De minderopbrengst wordt vooral veroorzaakt door minder beschikkingen dan geraamd, opgelegd door de politie op kenteken en minder beschikkingen uit trajectcontroles en flitspalen. Het aantal beschikkingen uit staandehoudingen was daarentegen juist hoger dan geraamd. De mee- en tegenvallers bij de Boeten en Transacties vloeien naar de algemene middelen van de Rijksbegroting.

Afpakken

Misdaad mag niet lonen. In de Miljoenennota 2018 heeft het kabinet het afpakken van crimineel vermogen als prioriteit betiteld. In 2019 is in totaal een afpakbedrag ontvangen van € 261,9 mln. Dat is € 87,8 mln. hoger dan de realisatie in 2018, maar ten opzichte van de ontwerpbegroting is de realisatie € 68,5 mln. lager uitgevallen. Hiervan is een bedrag van € 23,8 mln. ten laste gebracht van het resultaat van de begroting van JenV. De rest van deze tegenvaller wordt ten laste gebracht van de algemene middelen van de Rijksbegroting.

4.4 Artikel 34: Straffen en Beschermen

A. Algemene doelstelling

Voorkomen dat burgers (opnieuw) dader of slachtoffer worden van criminaliteit, volwassenen en kinderen beschermen die vanwege de kwetsbare positie waarin zij verkeren bedreigd of verleid worden door (herhaalde) criminaliteit of die bedreigd worden in hun ontwikkeling en bewerkstelligen dat met een straf genoegdoening wordt geboden aan het slachtoffer en aan de samenleving als geheel.

Het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven, het versterken van de positie van slachtoffers, het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Tenuitvoerlegging van sancties en strafrechtelijke maatregelen

  • De Minister heeft een uitvoerende rol bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de DJI;

  • Ten aanzien van de forensische zorg heeft de Minister een regisserende rol. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging;

  • De uitvoering van toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. Ook hier heeft de Minister een regisserende rol. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Integriteit en Kansspelen

  • De Minister stimuleert preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten zoals de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en het toezicht op rechtspersonen. De Minister draagt stelselverantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid en de daaraan verbonden regelgeving. De Minister wil ervoor zorgen dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen.

Slachtofferzorg

  • De Minister kent een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg. De Minister draagt beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid.

Jeugdbescherming en jeugdsancties27

  • De Minister heeft na de decentralisatie, dus vanaf 1 januari 2015, een regisserende rol en vervult hiermee zijn stelselverantwoordelijkheid;

  • De Minister heeft een uitvoerende rol bij de taken die belegd zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI;

  • De Minister heeft een regisserende rol ten aanzien van de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling en preventie. De Minister heeft een samenwerkingsrelatie met de gemeenten/steden, brancheorganisaties en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit, kindermishandeling, zorg & veiligheid en High Impact Crimes (HIC). Sturing geschiedt door middel van regelgeving en kaderstelling;

  • De Minister is verantwoordelijk voor het stelsel op het gebied van interlandelijke adoptie en heeft daarbinnen, als Centrale Autoriteit, tevens een uitvoerende rol.

C. Beleidsconclusies

In artikel 34 van de JenV-begroting 2019 zijn als beleidsonderwerpen benoemd: recidivevermindering, toekomstvisie gevangeniswezen, VI/detentiefasering, voortzetting van respectievelijk het programma «geweld hoort nergens thuis», de meerjarenagenda slachtofferbeleid en het programma «scheiden zonder schade».

Recidivevermindering, Toekomstvisie gevangeniswezen en VI/detentiefasering

In het kader van recidivevermindering en de toekomstvisie Gevangeniswezen is de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) samen met de reclassering en de gemeenten in 2019 voortvarend verder gegaan met de implementatie van de visie ‘recht doen, kansen bieden’. Op 1 juli 2019 is het Bestuurlijk akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie’ ondertekend, waarin DJI, de reclassering en gemeenten hebben afgesproken tijdens detentie vanaf dag 1 samen te werken om gedetineerden voor te bereiden op terugkeer in de samenleving.

Het wetsvoorstel straffen en beschermen is op 25 juni 2019 aangenomen in de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2018-2019, 35 122, nr. 6).

In september 2019 zijn alle ketenpartners, waaronder ook het openbaar ministerie en het CJIB, begonnen met het treffen van voorbereidingen ten behoeve van de implementatie van dit wetsvoorstel.

Op 1 januari 2020 is de wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (wet USB) in werking getreden, waarmee de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van straffen is verschoven van het Openbaar Ministerie (OM) naar de Minister voor Rechtsbescherming. De minister heeft de coördinatie van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen centraal belegd bij het Administratie- en Informatiecentrum voor de Executieketen (AICE) bij het CJIB. Voor een zorgvuldige overgang van die verantwoordelijkheid is in 2019 invulling gegeven aan een speciaal team bij het AICE, waarbij in samenwerking met het OM en andere ketenpartners kennis en ervaringen werden gedeeld. Daarnaast hebben alle betrokken ketenpartners zich in 2019 goed voorbereid op de werking van de wet USB. Een belangrijk onderdeel hiervan betrof het routeren van de resterende sanctiestromen via het AICE waardoor centraal zicht en grip ontstaat.

Programma geweld hoort nergens thuis

Het programma «Geweld hoort nergens thuis» is gericht op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de periode 2018–2021. In 2019 heeft de Tweede Kamer de Wet actuele delictsvormen aangenomen (Kamerstukken II 2018-2019, 35 080, nr. 3), die onder andere de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor kindermishandeling verruimt. Hierdoor kan onder meer stelselmatige kindermishandeling zwaarder worden bestraft. Deze wet is per 1 januari 2020 in werking getreden. Naar aanleiding van het rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid naar de aanpak van de stalking door Bekir E. zijn belangrijke stappen gezet om de aanpak van ex-partnerstalking te verbeteren. Zo zal vaker een enkelband worden ingezet en worden overtredingen van bijzondere voorwaarden sneller gesanctioneerd. Tot slot is de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld in 2019 aangescherpt, waardoor het voor professionals nu duidelijker is wanneer een melding bij Veilig Thuis noodzakelijk is.

Slachtofferzorg

In het tweede jaar van de uitvoering van Meerjarenagenda slachtofferbeleid 2018–2021 (Kamerstukken II 2017-2018, 33 552, nr. 43) is besloten dat het OM voor de begeleiding van slachtoffers van impactvolle zaken (bijvoorbeeld bij berovingen en overvallen) ca. 40 slachtoffercoördinatoren zal inzetten.

Scheiden zonder schade

De acties uit het programma «Scheiden zonder schade» zijn uitgewerkt via drie lijnen: kind, ouder en professional, die door het Platform worden uitgevoerd. In juli is een voortgangsrapportage met het uitvoeringsprogramma aan de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2018-2019, 33 836, nr. 44). Aan de uitvoering van het programma is een monitor gekoppeld. In november 2019 heeft het congres «Scheidingsloket: wat kunt u als gemeente doen?» plaatsgevonden. Tevens is het boek «Gezin in scheiding» uitgekomen voor en door ouders en bevat tips voor ouders die uit elkaar gaan.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 34 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Vastgestelde Begroting 2019

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

2.520.029

2.843.386

2.668.603

2.661.514

2.916.406

2.686.793

229.613

         
 

Apparaatsuitgaven

0

173.114

175.525

183.557

188.072

176.423

11.649

34.1

Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

       
 

Personeel

0

137.413

137.165

143.232

148.748

139.271

9.477

 

waarvan eigen personeel

 

130.905

132.114

138.032

144.458

133.578

10.880

 

waarvan externe inhuur

 

5.119

3.523

3.827

3.191

4.434

‒ 1.243

 

waarvan overig personeel

 

1.389

1.528

1.373

1.099

1.259

‒ 160

 

Materieel

0

35.701

38.360

40.325

39.324

37.152

2.172

 

waarvan ICT

 

13.269

14.737

16.093

15.869

14.013

1.856

 

waarvan SSO's

 

16.909

16.571

16.905

17.153

14.563

2.590

 

waarvan overig materieel

 

5.523

7.052

7.327

6.302

8.576

‒ 2.274

         
 

Programma-uitgaven

2.501.165

2.688.057

2.463.785

2.459.790

2.716.481

2.510.370

206.111

34.2

Preventieve maatregelen

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

Dienst Justis

14.325

6.770

3.855

3.561

3.451

3.561

‒ 110

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Integriteit en kansspelen

0

0

0

0

1.200

0

1.200

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Integriteit en kansspelen

0

0

0

0

0

0

0

 

Overige bijdragen medeoverheden

4.570

3.542

5.975

5.930

4.251

952

3.299

 

Subsidies

       
 

Integriteit

1.362

1.443

1.174

699

949

2.799

‒ 1.850

 

Overige subsidies

3.449

3.077

4.477

4.213

3.254

4.368

‒ 1.114

 

Opdrachten

       
 

Kansspelbeleid

363

350

426

227

322

386

‒ 64

 

Overige opdrachten

2.239

2.510

3.162

4.325

1.949

2.586

‒ 637

 

Garanties

       
 

Faillissementscuratoren

1.702

2.015

0

0

0

0

0

         

34.3

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

DJI-gevangeniswezen-regulier

1.218.667

1.178.760

960.288

990.470

1.100.964

1.038.183

62.781

 

DJI-Forensische zorg

756.591

804.454

805.297

821.957

892.469

802.571

89.898

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

98.667

87.585

83.076

0

0

0

0

 

CJIB

101.660

116.137

114.109

118.646

132.170

115.409

16.761

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Reclassering Nederland

136.781

141.187

139.597

145.032

152.139

143.727

8.412

 

Leger des Heils

19.598

20.903

20.861

21.348

22.372

22.705

‒ 333

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ

65.597

69.375

69.414

72.878

75.634

70.383

5.251

 

Centraal Administratie Kantoor

557

364

0

0

0

0

0

 

Overige bijdragen ZBO's/RWT's

0

0

0

 

0

1.100

‒ 1.100

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Overige bijdragen medeoverheden

1.313

2.363

2.698

3.235

5.441

2.487

2.954

 

Subsidies

       
 

DJI-Vrijwilligerswerk gedetineerden

3.198

2.869

3.009

3.951

3.967

4.180

‒ 213

 

Overige subsidies

2.945

2.335

3.155

11.669

4.583

2.569

2.014

 

Opdrachten

       
 

Forensische zorg

0

0

279

1.185

1.900

6.019

‒ 4.119

 

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

0

653

673

485

457

10.320

‒ 9.863

 

Terugdringen recidive

0

0

0

1.089

526

14.000

‒ 13.474

 

Overige opdrachten

2.096

2.382

3.767

3.075

2.867

8.283

‒ 5.416

         

34.4

Slachtofferzorg

       
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

6.509

6.253

6.689

6.696

7.509

6.729

780

 

Slachtofferhulpbeleid (SHN)

33.860

33.893

34.330

32.904

33.938

37.054

‒ 3.116

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Overige bijdragen medeoverheden

3.432

4.218

303

106

1.241

0

1.241

 

Subsidies

       
 

Perspectief Herstelbemiddeling

1.582

1.337

1.649

1.720

1.651

1.866

‒ 215

 

Overige subsidies

287

60

74

1.202

1.064

0

1.064

 

Opdrachten

       
 

Slachtofferzorg

619

2.208

1.883

2.938

4.138

7.723

‒ 3.585

 

Uitkeringen Schadefonds Geweldsmisdrijven

18.218

18.972

21.244

20.253

21.323

21.528

‒ 205

 

Voorschotregeling Schadevergoedingsmaatregelen

978

1.236

1.875

1.523

1.904

2.636

‒ 732

         

34.5

Jeugdbescherming en jeugdsancties

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

DJI - jeugd

0

148.943

146.780

152.451

207.644

143.239

64.405

 

Bijdragen ZBO's/RWT's

       
 

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage

0

1.436

1.828

1.717

1.775

1.787

‒ 12

 

Halt

0

10.590

12.065

11.913

12.303

11.699

604

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

BES Voogdijraad

0

1.070

1.050

963

1.090

1.068

22

 

Overige bijdragen medeoverheden

0

309

586

725

1.283

250

1.033

 

Subsidies

       
 

Jeugdbescherming

0

1.234

1.263

2.192

2.185

2.084

101

 

Overige subsidies

0

1.947

2.509

3.788

2.573

2.246

327

 

Opdrachten

       
 

Risicojeugd en jeugdgroepen

0

1.138

735

854

380

3.999

‒ 3.619

 

Projecten jeugd straf

0

0

61

78

21

0

21

 

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

0

3.079

2.533

2.651

2.207

3.902

‒ 1.695

 

Overige opdrachten

0

1.060

1.036

1.141

1.387

5.972

‒ 4.585

         
 

Ontvangsten

73.862

98.642

219.877

127.847

97.351

97.740

‒ 389

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Het verschil tussen de ontwerpbegroting en realisatie in de verplichtingenstand is voor een groot deel te verklaren door de verhoging van zowel het kas- als verplichtingensaldo door bijstelling in het kader van loonontwikkeling en de gevolgen van het Prognosemodel Justitiële ketens (PMJ). Dit laatste betreft vooral de «productie» bij DJI.

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie. De meerjarige productie van de RvdK is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 18 Productiegegevens Raad voor de Kinderbescherming
 

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Raming 2019

Verschil

Coördinatie taakstraffen

7.082

6.948

5.955

7.019

‒ 1064

Strafonderzoek LIJ

7.367

6.361

6.242

9.277

‒ 3035

Strafonderzoek + aanvulling

2.961

2.668

2.995

3.338

‒ 343

Actualisatie Straf

1.340

1.078

1.010

1.503

‒ 493

Onderzoeken schoolverzuim

2.843

2.193

2.095

3.767

‒ 1672

Strafonderzoek GBM

52

46

40

128

‒ 88

Beschermingszaken

16.282

16.790

17.811

14.572

3239

Adoptiegerelateerde zaken

1.863

1.813

1.512

2.321

‒ 809

Gezag en omgangszaken

5.072

4.989

5.194

5.006

188

Toetsende taak

6.918

7.168

6.260

6.359

‒ 99

De productiegegevens van de RvdK zijn logischerwijs volgend aan de instroom zoals die op de RvdK afkomt. Bij de meeste producten is sprake van een dalende trend. De daling aan strafproducten is deels beleidsmatig (schoolverzuim en selectiever strafonderzoeken toepassen bij minderjarigen) en volgt het patroon dat in de prognoses herkenbaar is. De geprognosticeerde daling van de instroom beschermingszaken (tijdsintensief product) heeft zich niet voorgedaan.

De RvdK heeft ca. € 11 mln. meer uitgegeven dan begroot. De hogere uitgaven aan eigen personeel (ca. € 11 mln.) zijn grotendeels veroorzaakt door een hogere personeelsbezetting ten gevolge van de aanpak van wachtlijsten en wachttijden, de CAO-ophoging van de lonen, uitgaven aan VWNW-trajecten ten gevolge van de transitie naar zelforganiserende teams en minder uitgaande detacheringen dan begroot. Daarnaast heeft er een verschuiving plaats gevonden van externe inhuur (ca. € 1,3 mln. lager) naar inzet van eigen personeel.

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdragen Agentschappen

Dienst Justis

De Dienst Justis ontvangt voor een aantal producten jaarlijks een bijdrage van het ministerie. Dit gebeurt onder andere voor de behandeling van gratieverzoeken, de garantstellingsregeling curatoren (GSR), de screening van particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) en de behandeling van beroepszaken bij het verlenen van wapenvergunningen op grond van de Wet wapens en munitie (WWM).

Bijdrage ZBO's/RWT's

Integriteit en kansspelen

Het Wetsvoorstel Kansspelen op afstand (Koa) is begin 2019 aangenomen door de Eerste Kamer. De inwerkingtreding van de wet is in beginsel voorzien op 1 januari 2021. De Kansspelautoriteit dient de implementatie van de wet Koa te realiseren, terwijl de reguliere werkzaamheden ook doorgang vinden. Om dit te bewerkstelligen verstrekte het ministerie aan de Kansspelautoriteit in 2019 een bijdrage van in totaal € 1,2 mln.

Overige bijdragen medeoverheden

Het ministerie werkt nauw samen met andere departementen, gemeenten en private partijen aan de integrale aanpak van overvallen, woninginbraken, straatroven, heling, expressief geweld en geweld in het OV. De aanpak van deze delicten is integraal ingericht, waarbij evidence based maatregelen worden getroffen ten behoeve van tegenhouden (van potentiële daders), voorkomen (van slachtofferschap en daderschap), opsporing en vervolging, recidivebeperking en slachtofferzorg. Daarnaast zet het ministerie in op het verbeteren van de aanpak van de groep personen met ernstig verward gedrag en een hoog maatschappelijk veiligheidsrisico, die in verschillende mate ernstig agressief, overlastgevend en gevaarlijk gedrag vertonen.

Inzet van de middelen is gericht op innovatie, het geven van handelingsperspectief aan burgers en het ontwikkelen en inzetten van effectief werkzame interventies. Continue aandacht vanuit deze partijen blijft noodzakelijk om de geboekte resultaten te verduurzamen en pas te houden met nieuwe ontwikkelingen.

De uitgaven in 2019 waren voor de bijdragen € 4,2 mln., voor subsidies € 3,3 mln. en voor opdrachten € 2 mln. De bijdragen aan medeoverheden waren hoger dan aanvankelijk begroot. Dit vanwege een herverdeling binnen het kader om meer preventieve maatregelen in te zetten in grote gemeenten met als doel de veiligheid te vergroten.

Subsidies

Integriteit (en filantropie)

Overheid, maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een integere en veilige samenleving.

Het ministerie stimuleert de sector filantropie om als professionele en volwaardige gesprekspartner bij te dragen aan het oplossen van sociaal maatschappelijke vraagstukken.

Zij verstrekte in 2019 onder andere subsidies aan het Centraal Bureau Fondsenwerving, de Vrije Universiteit Amsterdam, de stichting Number 5 Foundation en de stichting Maatschappelijke Alliantie. Er is in 2019 minder aan subsidies uitgegeven dan begroot, met name omdat bij de eerste suppletoire begroting een deel van de begrote subsidiemiddelen verdeeld is over de instrumenten Bijdrage ZBO’s/RWT’s en opdrachten. Op deze instrumenten zijn ook de betreffende uitgaven verantwoord.

Overige subsidies

Voorbeelden van subsidieontvangers zijn: het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en Laureus Foundation Nederland.

Opdrachten

Kansspelbeleid

Na de aanvaarding van het Wetsvoorstel Kansspelen op afstand door de Eerste Kamer in februari 2019 zijn er opdrachten verstrekt gericht op nader onderzoek. Dit betreft onder andere onderzoek naar reclame-uitingen met betrekking tot online kansspelen.

Overige opdrachten

Middelen onder «overige opdrachten» zet het ministerie onder meer in voor de High Impact Crimes (HIC), publiciteitscampagnes woninginbraken en cybersecurity.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

Bijdragen agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen. Het ministerie geeft een bijdrage voor:

  • gevangeniswezen regulier;

  • forensische zorg.

Tabel 19 Productiegegevens DJI volwassenen
 

Realisatie

Raming

Productie 2019

Aantal

Dagprijs in €

Aantal

Dagprijs in €

Strafrechtelijke sanctiecapaciteit (direct inzetbaar)

8.988

290

8.894

2651

FPC-capaciteit

1.329

600

1.327

585

X Noot
1

per abuis is in de begroting 2019 €266 opgenomen.

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage van ca. € 153 mln. is het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op capacitaire ontwikkelingen (PMJ, € 80 mln.), frictiekosten vanwege capaciteitsmaatregelen alsmede een (technische) kasschuif om de bijdrage hiervoor in overeenstemming te brengen met de realisatie over de jaren heen (per saldo ca. € -23 mln.), loonbijstelling (ca. € 51 mln.) en beleidsintensiveringen zoals ten aanzien van de visie op het gevangeniswezen en de inkooptarieven forensische zorg (ca. € 37 mln.). In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen verder toegelicht.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid en vervult een centrale rol bij de afhandeling van strafrechtelijke beslissingen. Daarnaast coördineert en informeert het CJIB binnen de executieketen. Hiermee levert het CJIB een belangrijke bijdrage aan het gezag van de overheid. In de agentschapsparagraaf van het CJIB is nadere informatie, zoals de productiegegevens, opgenomen.

De bijdrage aan CJIB is ten opzichte van de begroting bij suppletoire begrotingswetten verhoogd met € 16,8 mln. Dit betreft voornamelijk een verhoging vanwege loonbijstellingen (€ 3,5 mln.), beleidsmatige mutaties voor de uitvoering van de wet Herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (wet USB) (€ 5,8 mln.), digitalisering van de strafrechtketen (€ 4,2 mln.) en diverse kleinere posten (gezamenlijk € 3,3 mln.).

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Reclasseringsorganisaties

Er zijn drie erkende reclasseringsorganisaties (3RO): Reclassering Nederland (RN), waarbinnen de Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN) valt, de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering (LJR). De drie organisaties werken nauw met elkaar samen, waarbij ze elk hun eigen aandachtsgebied hebben:

  • SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek;

  • LJR heeft als doelgroep de dak- en thuisloze cliënten binnen de reclassering;

  • RN kent geen specifieke doelgroep.

Met ingang van 2020 is sprake van een directe subsidierelatie van het ministerie met de Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN).

De 3RO kennen drie hoofdproducten: adviezen, toezichten en werkstraffen. Het ministerie financiert de 3RO voor adviezen op basis van lumpsum en voor de overige producten op basis van P*Q. De geraamde en gerealiseerde productie over 2019 is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 20 Productiegegevens Reclasseringsorganisaties
 

Realisatie aantal

realisatie prijs (€)

Raming aantal

Raming prijs (€)

Toezichten

19.211

7.724

18.582

7.010

Werkstraffen (instroom)

34.282

1.127

37.249

1.079

Werkstraffen (uitstroom)

32.732

1.127

37.303

1.079

Bron: IRIS-informatiesysteem van de 3RO

De meeruitgaven op de artikelen voor de 3RO ad € 13,3 mln. bestaan voornamelijk uit de vergoeding voor de compensatie loonbijstelling (€ 5,9 mln.), extra middelen ten behoeve van de wachtrij-problematiek toezichten (€ 4,1 mln.) en extra middelen voor de versterking van de positie van de reclassering binnen penitentiaire inrichtingen (€ 1,5 mln.). Daarnaast zijn er extra middelen toegevoegd ten behoeve van elektronisch toezicht op jeugdigen, wet langdurig toezicht, Digitalisering en USB, verzelfstandiging SRCN, pilots huiselijk geweld (totaal € 1,7 mln.), heeft er een nabetaling over 2018 plaatsgevonden (€ 0,3 mln) en is het budget taakstellend gekort voor € 0,7 mln.

De hogere prijs per eenheid product is het gevolg van de toegepaste compensatie voor de loonbijstelling van de uurvergoeding van de 3RO. De prijs van een reclasseringsproduct is gebaseerd op de uurvergoeding. De gemiddelde productprijzen zijn op basis van het bekostigingsmodel, dat ten grondslag ligt aan de subsidiebeschikking aan de 3RO.

In 2019 is een traject gestart om te komen tot een aanpassing van de bekostigingssystematiek, waarbij de maatschappelijke opgave en de taken van de 3RO meer centraal komen te staan in de bekostigings- en verantwoordingsystematiek. Dit traject wordt voortgezet in 2020.

Overige bijdragen ZBO's/RWT's

De onderuitputting op dit artikel komt doordat bijdragen voor deradicalisering zijn afgeboekt van het artikel overige opdrachten.

Bijdragen aan medeoverheden

Overige bijdrage overheden

De bijdragen van het ministerie aan gemeenten in het kader van nazorg ex-gedetineerden was begroot op € 2,5 mln.; gerealiseerd is € 2,2 mln. Daarnaast is voor een bedrag van € 3,2 mln. aan bijdragen medeoverheden verstrekt in het kader van terugdringen recidive.

Subsidies

DJI-Vrijwilligerswerk gedetineerden

Dit betreft de middelen voor vrijwilligerswerk bij gedetineerden om zo de kansen op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten. Het ministerie financiert vrijwilligerswerk gedetineerden middels het instrument subsidie, waarbij de administratieve afhandeling bij DJI plaatsvindt.

Overige subsidies

Middelen zijn ingezet voor diverse (incidentele) subsidies op het terrein van sanctiebeleid.

Opdrachten

Forensische Zorg

De gerealiseerde uitgaven op dit onderdeel hebben bijna volledig te maken met het programma voor de invoering van de Wet verplichte GGZ.

De onderuitputting op het onderdeel opdrachten forensische zorg is met name te verklaren doordat de belangrijkste uitgaven zijn verantwoord op andere artikelonderdelen, zoals de subsidies op het terrein van sanctiebeleid. Een voorbeeld daarvan is de subsidie van meer dan € 1 mln. voor de taskforce forensische zorg.

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

Op dit instrument zijn middelen gereserveerd voor de verbetering van de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen en het optimaliseren van de ketenregie in de executieketen. In dit kader stelt het ministerie budget aan ketenpartners ter beschikking voor de inrichting van kernprocessen die bijdragen aan een snelle en zekere tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen.

Het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie is het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op de uitvoering van het programma Uitvoering Strafrechtelijke Beslissingen (USB). Gedurende het jaar is een bedrag van ca. € 7,1 mln. overgeheveld naar CJIB, OM, Justid, DJI, Raad voor de Kinderbescherming, Raad voor de Rechtspraak en de Reclassering. Daarnaast is een bedrag van circa € 2,7 mln. overgeheveld naar Justid voor de gemeenschappelijke beheerkosten voor de jeugdketensystemen: Generiek Casusoverleg Ondersteunend Systeem (GCOS), Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ) en Intelligente Formulieren Module (IFM).

Terugdringen recidive

Op dit artikel zijn regeerakkoordmiddelen gereserveerd voor het terugdringen van recidive. Het programma Koers en Kansen voor de sanctie-uitvoering geeft invulling aan de doelstelling uit het regeerakkoord door samen met de zorg, het lokale domein en de justitieketen te werken aan vernieuwing van de sanctie-uitvoering. Het programma bestaat uit bestuurlijke samenwerking en een Projectenlab. Het programma ontwikkelt en deelt van daaruit inzichten uit de praktijk die op grotere schaal toegepast kunnen worden. Ook maatregelen naar aanleiding van de uitkomsten naar het detentieverloop van Michael P. worden uit deze middelen gefinancierd (structureel € 5 mln.)28.

Het verschil tussen de vastgestelde begroting en de realisatie is het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op de uitvoering van het programma «Koers en Kansen» en de "Visie gevangeniswezen". Gedurende het jaar is bij het programma «Koers en Kansen» aan bijdragen, subsidies en onderzoek een bedrag verstrekt van € 4,4 mln. Ten behoeve van versterking Reclassering binnen het gevangeniswezen en ontwikkeling «Visie gevangeniswezen» (arbeidsplaatsen, risicotaxatie, casemanagers en maatregel arrestanten) is € 6 mln. beschikbaar gesteld. Daarnaast is vooruitlopend op de structurele financiering maatregelen Michael. P. een bedrag van € 1,8 mln. verstrekt en circa € 1,2 mln. is ingezet om algemene problematiek op te lossen bij JenV.

Overige opdrachten

Middelen zijn ingezet voor diverse (incidentele) projecten en opdrachten op het terrein van sanctiebeleid. In totaal betreft het een bedrag van ca. € 8,6 mln., waar aanvankelijk € 8,3 mln. was begroot. Van de € 8,6 mln. is ca. € 2,9 mln. via kas uitgegeven en ca. € 5,7 mln. bij Voor- en Najaarsnota via wijziging van budgettaire kaders (afboeking van het artikel voor overige opdrachten en bijboeking bij andere artikelen). Middelen zijn onder meer besteed aan elektronische monitoring (€ 1,9 mln.), deradicalisering (€ 0,9 mln.), middelen met betrekking tot het Besluit weigerende observandi (€ 0,5 mln.) en diverse andere onderwerpen.

34.4 Slachtofferzorg

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage vanuit het ministerie voor de bureaukosten. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel wanneer zij hun schade niet op andere wijze vergoed krijgen.

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit.

Opdrachten

Slachtofferzorg

Er zijn opdrachten verstrekt aan (inter)nationale organisaties en medeoverheden ten behoeve van slachtofferzorg. Het gaat hierbij om: 1) praktische uitvoering slachtofferrechten, 2) bescherming van slachtoffers, 3) informeren van slachtoffers en 4) herstel door erkenning van leed.

De realisatie op het artikelonderdeel «opdrachten slachtofferzorg» is € 3,6 mln. lager dan geraamd. Het verschil is een gevolg van een vertraging in de uitvoering van enkele projecten (bijv. digitaal schadeformulier en civiele expertise inzetten bij behandeling vordering slachtoffers) en 2). Daarnaast zijn middelen ingezet op andere instrumenten ten behoeve van slachtofferbeleid (subsidies voor €1,1 mln en bijdrage medeoverheden voor € 1,2 mln).

Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post zijn de financiële uitkeringen voor slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel verantwoord, indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering zijn verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Voorschotregelingen schadevergoedingsregeling

Slachtoffers en nabestaanden van een geweld- of zedenmisdrijf kunnen in aanmerking komen voor een voorschot, als de veroordeelde 8 maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis nog niet alle opgelegde schadevergoeding heeft betaald. De voorschotten worden als vordering verhaald op de veroordeelde. Als blijkt dat de vordering op de veroordeelde oninbaar is, komt het restant voor rekening van JenV.

34.5 Jeugdbescherming en jeugdsancties

Bijdragen Agentschappen

DJI-Jeugd

DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI). Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage wordt voornamelijk verklaard door de frictiekosten ten behoeve van de capaciteitsmaatregelen bij de JJI’s (€ 52,5 mln.) en een terugontvangen bijdrage van het Ministerie van OCW (€ 8,4 mln.). Dit laatste in verband met de sluiting van JJI’s verbonden scholen, als gevolg van de reductie van de direct inzetbare capaciteit. In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen verder toegelicht.

Tabel 21 Productiegegevens DJI jeugd
 

Realisatie

Raming

Productie 2019

Aantal

Dagprijs in €

Aantal

Dagprijs in €

Capaciteit justitiële jeugdinrichtingen (direct inzetbaar)

505

675

517

647

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO verricht in opdracht van het Ministerie van JenV en VWS wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie).

Tabel 22 Productiegegevens LBIO
 

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Aantallen producten

     

Alimentatie

40.595

38.633

34.281

30.037

28.578

Internationale alimentatie

4.561

4.207

3.941

3.410

4.073

Kosten per geïnde euro (€)

     

Alimentatie

0,01

0,02

0,02

0,03

0,04

Internationale alimentatie

0,16

0,17

0,16

0,17

0,19

Bron: concept jaarverslag LBIO

Halt

Halt voert in opdracht van het ministerie de landelijke coördinatie en uitvoering van Halt-afdoeningen uit. Haltstraffen hebben tot doel grensoverschrijdend gedrag van jongeren zo vroeg mogelijk te stoppen en genoegdoening te bieden aan slachtoffers en maatschappij. Naar aanleiding van onderzoek in 2018 zijn in 2019 de bekostigingssystematiek en de Regeling Halt aangepast. Halt is in 2019 gesubsidieerd op basis van een opgavegerichte bekostigingssystematiek.

Subsidies

Overige subsidies

Op het onderwerp Risicojeugd & Jeugdgroepen zijn middelen met name besteed aan subsidies (€ 2,6 mln.), bijdragen (€ 1,3 mln.) en opdrachten (€ 0,4 mln.). Het betreft bijvoorbeeld het interbestuurlijke programma «Geweld hoort nergens thuis» (waarin wordt gewerkt aan het goed in beeld brengen van en verminderen van huiselijk geweld en kindermishandeling), initiatieven van start-ups die met diensten en producten op innovatieve wijze bijdragen aan het terugdringen van overlast, criminaliteit en slachtofferschap en onderzoeken en experimenten op het terrein van multiproblematiek.

Opdrachten

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

In het kader van het coördineren van taakstraffen zet de RvdK opdrachten erkende gedragsinterventies in de markt uit voor passende interventies voor de betrokken jeugdigen.

Overige opdrachten

Een bedrag van € 1,5 mln. is ingezet voor diverse projecten en onderzoeken op het terrein van jeugdbeleid en voor het programma «Scheiden zonder Schade». Daarnaast is een gedeelte van het kader (€ 0,8 mln.) ingezet als bijdrage voor gemeenten voor de uitvoering van de pilots in de Jeugdbeschermingsketen en is € 1,3 mln. overgeboekt naar de Raad voor de Kinderbescherming voor het programma «Versnellen 2020».

Ontvangsten

De belangrijkste structurele ontvangsten op dit artikel betreffen de ontvangen administratiekostenvergoedingen van het CJIB.

4.5 Artikel 35: Jeugd

Met ingang van 2016 is het beleidsartikel 35 komen te vervallen. De reden hiervoor is de decentralisatie van de jeugdzorg. Omwille van de cijfervergelijking voor het jaar 2015 wordt de onderstaande tabel gepresenteerd.

Tabel 23 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 35 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Vastgestelde Begroting 2019

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

372.558

0

0

0

0

0

0

         
 

Apparaatsuitgaven

178.753

0

0

0

0

0

0

35.1

Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

       
 

Personeel

147.354

0

0

0

0

0

0

 

waarvan eigen personeel

130.596

0

0

0

0

0

0

 

waarvan externe inhuur

15.483

0

0

0

0

0

0

 

waarvan overig personeel

1.275

0

0

0

0

0

0

 

Materieel

31.399

0

0

0

0

0

0

 

waarvan ICT

7.998

0

0

0

0

0

0

 

waarvan SSO's

15.405

0

0

0

0

0

0

 

waarvan overig materieel

7.996

0

0

0

0

0

0

         
 

Programma-uitgaven

191.383

0

0

0

0

0

0

35.2

Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

       
 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

       
 

Landelijk Bureau inning Onderhoudsbijdrage

1.607

0

0

0

0

0

0

 

NIDOS - opvang

0

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Bureaus jeugdzorg - jeugdbescherming

653

0

0

0

0

0

0

 

BES Voogdijraad

1.348

0

0

0

0

0

0

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

72

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies

       
 

Subsidies jeugdbescherming

1.203

0

0

0

0

0

0

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

537

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

       
 

Jeugdbescherming - Regeling tegemoetkoming adoptiekosten

126

0

0

0

0

0

0

 

Stelsel Jeugdzorg

470

0

0

0

0

0

0

 

Bestrijding huiselijke geweld en kindermisbruik

526

0

0

0

0

0

0

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij AMV's

5

0

0

0

0

0

0

35.3

Tenuitvoerlegging justitiele sancties jeugd

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

DJI - jeugd

165.167

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Halt

10.825

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Bureaus jeugdzorg - jeugdreclassering

0

0

0

0

0

0

0

 

Overig Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

287

0

0

0

0

0

0

 

Subsidies

       
 

Overig Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

342

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

       
 

Bestrijding jeugdcriminaliteit & jeugdgroepen

1.288

0

0

0

0

0

0

 

Projecten jeugd straf

3.482

0

0

0

0

0

0

 

Veiligheidshuizen

0

0

0

0

0

0

0

 

taakstraffen/erkende gedragsinterventies

3.445

0

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

16.998

0

0

0

0

0

0

4.6 Artikel 36: Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

A. Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

B. Rol en verantwoordelijkheid
  • De minister heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity.29Bij Koninklijk Besluit is vastgelegd dat de Minister van Justitie en Veiligheid doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven. 30

  • De minister is stelselverantwoordelijk voor de brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De minister verstrekt aan de veiligheidsregio’s een bijdrage, de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, voor hun taken op dat gebied. Ook verstrekt de minister een bijdrage aan het Instituut Fysieke Veiligheid om de veiligheidsregio’s bij hun taakuitvoering te ondersteunen.

  • De minister heeft op basis van onder andere de Politiewet de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en hun woon- en werkverblijven. De Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Defensie zorgen voor de uitvoering daarvan in personele zin. Deze ministers hebben middelen voor deze beveiligingstaken op hun begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op leden van het kabinet, van de Kamers der Staten-Generaal of het Koninklijk Huis. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

    De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cybersecurity en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden31.

C. Beleidsconclusies

De NCTV heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld naar een organisatie die zich vooral toelegt op de rol van coördinator op het terrein van Nationale Veiligheid. In het verlengde daarvan is stelselverantwoordelijkheid voor de decentrale crisisbeheersing (inclusief de brandweerzorg) ondergebracht bij het directoraat-generaal Politie en Veiligheidsregio’s (artikel 31). Hieraan gelieerd zijn onder andere de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, het Instituut Fysieke Veiligheid en het Project NL-Alert. Vanwege de continuïteit van de artikelindeling blijft het budget staan op artikelonderdeel 36.2.

In 2019 is in nauwe samenwerking met de betrokken veiligheidspartners uitvoering gegeven aan de speerpunten uit de Agenda risico- en crisisbeheersing32 , zoals opstart van de evaluatie Wet veiligheidsregio’s, realisatie van de Nationale veiligheidsstrategie en herijking van de civiel-militaire samenwerking. Ook is het project Toekomstbestendige risico- en crisiscommunicatie opgezet.

In 2019 is het tonen van NL-Alert op reclameborden als een nieuw NL-Alert kanaal gelanceerd en zijn voorbereidingen getroffen voor nieuwe kanalen waaronder de NL-Alert app en de beldienst NL-Alert die in 2020 operationeel zullen worden. Ook zijn in 2019 activiteiten uitgevoerd voor de start van een nieuwe NL-Alert campagne die in het voorjaar van 2020 wordt gelanceerd.

Het ontwikkelde Landelijk crisismanagementsysteem (LCMS) wordt inmiddels gebruikt door de veiligheidsregio’s, het Nationaal Crisiscentrum, het Landelijk Operationeel Crisis Coördinatie Centrum, de meeste waterschappen, Rijkswaterstaat, in de geneeskundige zorg (GGD, ziekenhuizen, huisartsenposten, ambulancevervoer) en de bevolkingszorg.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 36 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Vastgestelde Begroting 2019

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

277.987

247.478

258.157

274.794

246.699

272.471

‒ 25.772

         
 

Programma-uitgaven

262.894

249.507

255.711

273.373

256.921

272.471

‒ 15.550

36.2

Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

Overige bijdragen agentschappen

0

0

0

39

110

320

‒ 210

 

Bijdrage ZBO/RWT's

       
 

Instituut Fysieke Veiligheid

30.635

29.925

29.374

32.311

30.361

28.480

1.881

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

176.097

177.432

179.323

196.042

184.037

181.138

2.899

 

Overige bijdragen medeoverheden

9.992

6.501

5.874

3.466

5.549

22.103

‒ 16.554

 

Subsidies

       
 

Nederlands Rode Kruis

1.611

1.440

1.400

1.240

1.200

1.257

‒ 57

 

Nationaal Veiligheids Instituut

1.340

1.290

1.265

1.021

981

1.267

‒ 286

 

Overige subsidies

10.290

3.338

4.908

5.149

3.657

2.422

1.235

 

Opdrachten

       
 

Project NL-Alert

6.693

4.904

5.243

4.336

4.254

5.917

‒ 1.663

 

NCSC

2.052

3.167

4.121

6.534

5.724

9.939

‒ 4.215

 

Terrorismebestrijding

481

0

0

0

0

0

0

 

Overige opdrachten

9.455

10.271

11.854

10.600

7.302

6.956

346

         

36.3

Onderzoeksraad voor Veiligheid

       
 

Bijdrage ZBO/RWT's

       
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

14.248

11.239

12.349

12.635

13.746

12.672

1.074

         
 

Ontvangsten

2.589

1.473

565

589

568

2.000

‒ 1.432

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Het verschil van € 10,2 mln. tussen de gerealiseerde verplichtingen en programmauitgaven heeft voornamelijk betrekking op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding aan de veiligheidsregio's (BDuR ). Het beschikbare budget voor de BDuR 2019 bedroeg € 181,1 mln. De verplichting daarvoor is ingesteld in 2018. Bij de eerste suppletoire begroting 2019 is de bijdrage opgehoogd met de loonbijstelling 2019 ad € 2,9 mln. naar € 184 mln. Het budget voor de BDuR 2020 bedraagt € 169,7 mln. De verplichting hiervoor is ingesteld in 2019. De verlaging van de BDuR vanaf 2020 vloeit voort uit de afspraken in het Uitwerkingskader Meldkamer van 2018. 33

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Bijdrage Agentschappen

Overige bijdragen agentschappen

Dit betreft de kosten van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO), die de uitvoeringsorganisatie is van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen en de bijstands- en bestrijdingskosten op grond van de Wet veiligheidsregio’s. De realisatie heeft betrekking op het paraat houden van de uitvoeringsorganisatie. Het verschil tussen begroting en realisatie is het gevolg van het feit dat geen beroep is gedaan op een bijdrage.

Bijdragen ZBO/RWT’s

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van crisisbeheersing, rampenbestrijding, brandweer en GHOR. De wettelijke taken betreffen onder meer het ontwikkelen, beheren en beschikbaarstellen van kennis op dit terrein, het opleiden van brandweerofficieren, de uitvoering en organisatie van brandweerexamens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Het IFV ontvangt voor wettelijke taken op grond van artikel 2 van het Besluit rijksbijdragen IFV een bijdrage.

Los van de bijdrage van JenV voor wettelijke taken verricht het IFV in opdracht van de veiligheidsregio’s gemeenschappelijke werkzaamheden en, op commerciële basis, werkzaamheden voor derden, zoals bedrijven, ministeries en gemeenten (ook wel aangeduid als wettelijk toegestane werkzaamheden).

Het verschil van € 1,9 mln. tussen begroting en realisatie betreft (incidentele) bijdragen aan het IFV voor onder andere het programmaplan Vrijwilligheid brandweer en diverse onderzoeken/projecten van het IFV.

Bijdragen aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de 25 veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit betreft onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s):

• de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

• het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio’s behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio’s in een vast en een variabel deel vindt plaats conform het verdeelsysteem dat te vinden is in bijlage 2 van het Besluit veiligheidsregio’s. In overeenstemming met artikel 8.1 van het Besluit veiligheidsregio’s worden de bijdragen bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio’s.

Het verschil van € 2,9 mln. tussen begroting en realisatie betreft de uitgekeerde loonbijstelling 2019.

Overige Bijdragen

De realisatie in 2019 is € 16,6 mln. lager dan begroot. Een bedrag van € 9,2 mln. is overgeboekt naar andere ministeries voor de uitvoering van beleid. Een deel van deze middelen (€ 6,5 mln.) is ten behoeve van de lokale aanpak jihadisme via het Gemeentefonds aan de gemeenten uitgekeerd. Daarnaast is voor een bedrag van € 4 mln. herschikt naar andere artikelonderdelen binnen JenV. Een bedrag van € 2,4 mln. is niet uitgegeven doordat de ontwikkeling van de Passagiersinformatie-eenheid Nederland is vertraagd.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van JenV ten behoeve van de ondersteuning van de grootschalige geneeskundige hulpverlening en de tracing (het opsporen van familieleden met wie het contact is verloren als gevolg van een situatie waarin humanitaire actie vereist is). Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.34

Nationaal Veiligheidsinstituut

Het Nationaal Veiligheidsinstituut ontvangt subsidie om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid te beheren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het alarmmiddel van de overheid dat de bevolking waarschuwt en informeert over een noodsituatie. Een NL-Alert wordt uitgezonden bij levens- en gezondheidsbedreigende situaties. In ieder NL-Alert bericht staat wat er aan de hand is, wat mensen moeten doen, en waar informatie en updates kunnen worden gevonden. NL-Alert wordt ontvangen op de mobiele telefoon en daarnaast getoond op digitale reclameborden en vertrekborden in het openbaar vervoer. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid financiert de jaarlijkse beheer- en exploitatiekosten voor het NL-Alert systeem, de doorontwikkeling ervan en andere activiteiten zoals publieksvoorlichting en opleiding.

De uitgaven op dit instrument zijn met name lager doordat een bedrag van € 1 mln. is uitgegeven en verantwoord op het instrument «Bijdrage ZBO’s/RWT (IFV) Overige opdrachten», voor onderzoeken/projecten van het IFV.

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

De uitgaven op dit instrument zijn lager doordat een bedrag van € 1,2 mln. is verantwoord op het instrument «Overige opdrachten». Het betrof opdrachten die niet verbonden waren aan de doelstelling van het NCSC.

Een bedrag van € 1 mln. is overgeboekt naar andere ministeries voor de uitvoering van beleid. Daarnaast is een bedrag van € 2 mln. verantwoord op apparaat JenV.

36.3 Onderzoekszaak voor de Veiligheid

Bijdragen ZBO/RWT’s

Onderzoekszaak voor de Veiligheid (OvV)

De OvV verricht op grond van de rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OvV fungeert als onafhankelijk onderzoeksorgaan, dat op eigen gezag kan besluiten tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daartoe.

De onderzoeken die zijn gedaan in 2019 zijn te vinden op www.onder-zoeksraad.nl.

4.7 Artikel 37: Migratie

A. Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De minister ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de rijkswet op het Nederlanderschap. Hij heeft daarbij:

  • een uitvoerende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteitsbeleid bezighoudt;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;

  • een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee (Kmar) en de politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.

C. Beleidsconclusies

Het kabinet werkte de beleidsvoornemens uit de integrale migratieagenda verder uit. In de voortgangsbrief die eind 2019 is verstuurd wordt de voortgang per pijler beschreven. De brief bevat een overzicht van belangrijke ontwikkelingen, doelstellingen en knelpunten. Er is onder meer vooruitgang geboekt met de aanpak van mensensmokkel en –handel, versterking van de EU-buitengrenzen, toegang van vluchtelingen tot onderwijs en werk in de regio, herziening van de terugkeerrichtlijn en de aansluiting tussen asielopvang en huisvesting.

In 2019 is het vernieuwde Identificatie- en & Registratieproces op verschillende locaties met succes getest.

De doelgroepgerichte aanpak van het asielproces is in de praktijk getest. Zo is voor Moldavische asielzoekers met weinig tot geen kans op een asielvergunning een versnelling in spoor 4 (standaardasielprocedure) aangebracht, waardoor de wachttijd met enkele maanden is teruggebracht. Ook groepen asielzoekers met een grote kans op een verblijfsvergunning, zoals (momenteel) uit Jemen en Syrië, zijn geprioriteerd en versneld behandeld in de Algemene Asielprocedure.

De IND kampt al enige tijd met problemen met betrekking tot te lange doorlooptijden en een oplopende werkvoorraad. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor de opgelopen doorlooptijden. De belangrijkste is een vroegtijdige afschaling van personeel in 2017 in combinatie met een licht verhoogde asielinstroom en een financieringssystematiek die niet verder reikte dan de korte termijn, waarbij onvoldoende rekening is gehouden met de bestaande werkvoorraad.

De IND heeft op diverse terreinen maatregelen getroffen die bijdragen aan stabiliteit, versnelling en oplossing van de beschreven problematiek. De effecten van de genomen maatregelen laten langer op zich wachten dan wenselijk wordt geacht. De staatsecretaris heeft daarom besloten een onafhankelijk externe partij de opdracht te geven om de uitvoering van de asielprocedure bij de IND door te lichten, ten einde op korte termijn met voorstellen te komen die moeten leiden tot verdere verbeteringen van de uitvoering van de asielprocedure. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in januari 2020.

Om te bevorderen dat er meer kennismigranten naar Nederland komen, heeft JenV een aparte verblijfsregeling voor startup-personeel in het leven geroepen. Deze regeling zorgt voor kortere, eenvoudigere toelatingsprocedures en een betere elektronische dienstverlening. Startups kunnen zo makkelijker internationale talenten aannemen. JenV werkt aan een modernisering van het nationaliteitsrecht en betrekt daarbij het arrest Tjebbes van het Hof van Justitie van 12 maart 2019 over het verlies op grond van artikel 15 (eerste lid, aanhef en onder c Rijkswet op het Nederlanderschap).

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 25 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 37 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Vastgestelde Begroting 2019

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

1.922.710

1.664.931

1.513.581

1.332.603

1.256.020

1.063.580

192.440

         
         
 

Programma-uitgaven

1.763.195

1.686.919

1.526.383

1.335.918

1.277.149

1.063.580

213.569

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

Immigratie- en Naturalisatiedienst

389.717

371.020

365.759

359.775

404.969

323.759

81.210

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

0

0

0

84.577

81.559

80.085

1.474

 

Bijdrage ZBO/RWT's

       
 

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

1.267.861

1.124.049

964.901

702.162

637.789

496.917

140.872

 

Nidos-opvang

43.302

134.561

135.649

130.139

91.033

111.769

‒ 20.736

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Overige bijdragen medeoverheden

0

7

0

0

0

0

0

 

Subsidies

       
 

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) ea

10.718

11.577

10.017

9.236

9.552

9.642

‒ 90

 

Overige subsidies

2.466

1.595

938

1.157

4.820

1.749

3.071

 

Opdrachten

       
 

Keteninformatisering

19.220

13.814

6.041

4.801

3.786

5.288

‒ 1.502

 

Versterking vreemdelingenketen

7.377

4.052

6.356

10.244

5.443

3.051

2.392

         

37.3

Terugkeer

       
 

Bijdrage Agentschappen

       
 

DJI (Dienst Vervoer en Ondersteuning)

6.385

7.880

9.921

9.836

10.377

8.519

1.858

 

Subsidies

       
 

REAN-regeling

9.089

10.346

4.843

5.547

5.547

6.686

‒ 1.139

 

Overige subsidies

0

0

2.221

2.432

2.614

2.553

61

 

Opdrachten

       
 

Vreemdelingen vertrek

7.060

8.018

19.737

16.012

19.660

13.562

6.098

         
 

Ontvangsten

70.537

485.135

308.945

239.644

229.027

96.800

132.227

E. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

Zie voor de toelichting op het verschil tussen begroting en realisatie bij de verplichtingen de toelichting bij de verschillende instrumenten onder de programmauitgaven.

Asielreserve

De begrotingsreserve Asiel is in 2010 gecreëerd toen het asieldossier in plaats van generaal specifiek werd en is aan de Tweede Kamer gemeld via de begroting 2011. De asielreserve is bedoeld om fluctuaties in de lastig voorspelbare uitgaven voor (de instroom van) asielzoekers op te vangen.

Tabel 26 Asielreserve

Beginstand 2018

Toevoegingen 2018

Onttrekkingen 2018

Beginstand 2019

Toevoegingen 2019

Onttrekkingen 2019

Eindstand 2019

128,9

139,6

165,7

102,8

12,1

102,7

12,2

De stand van de asielreserve op 31 december 2019 is € 12,2 mln. In 2019 is 102,7 mln onttrokken aan de asielreserve ten behoeve van COA om de kosten te dekken van de oplopende bezetting bij COA. Zoals in de 2e suppletoire begroting is vermeld zijn bij DT&V enkele Europese subsidies afgerekend en dat heeft geleid tot een meevaller van € 12,1 mln. Dit bedrag is toegevoegd in de asielreserve.

Kengetallen vreemdelingenketen

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste kengetallen voor de vreemdelingenketen.

Tabel 27 Kengetallen vreemdelingenketen

Vreemdelingenketen (aantallen)

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Prognose 2019

Asiel

        

Asielinstroom1

17.190

29.890

58.800

33.670

35.030

32.230

31.270

22.885

Overige instroom2

13.260

18.050

23.200

15.700

2.580

3.310

3.670

2.000

Opvang COA

        

Instroom in de opvang

16.470

29.820

60.430

35.920

39.190

36.600

36.300

24.660

Uitstroom uit de opvang

15.490

20.280

36.930

55.580

46.090

35.100

31.380

24.850

Gemiddelde bezetting in de opvang

14.700

19.590

30.280

37.160

23.150

21.200

24.670

15.200

Toegang en Toelating IND

        

Machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)

6.580

14.040

24.100

31.680

7.590

6.580

6.130

6.200

Verblijfsvergunning regulier (VVR)

25.530

22.260

31.340

35.700

40.460

46.750

53.378

40.000

Toelating en verblijf (TEV)

39.820

35.840

41.870

49.740

51.410

57.100

61.954

50.000

Visa

1.760

1.190

1.010

3.830

3.000

2.210

453

2.700

Aantal naturalisatie verzoeken

24.230

24.820

25.540

23.190

23.360

26.080

44.400

23.000

Streefwaarden Terugkeer (ketenbreed)

        

Zelfstandig vertrek (%)

23%

26%

28%

26%

14%

15%

20%

20%

Gedwongen vertrek (%)

31%

28%

27%

27%

29%

28%

26%

30%

Zelfstandig vertrek zonder toezicht (%)

46%

47%

45%

47%

58%

57%

54%

50%

Bronnen: INDIS/INDiGO, Maandrapportage COA, Meerjarenraming Vreemdelingenketen en JenV/KMI+.

X Noot
1

Tot de asielinstroom behoren de eerste asielaanvragen, relocatie en hervestiging, 2e en opvolgende asielaanvragen en inreis van nareizigers.

X Noot
2

Dit betreft zij-instroom

Asiel

Het aantal geregistreerde asielaanvragen (inclusief nareis) is substantieel hoger uitgevallen dan voor 2019 was geprognosticeerd. Ook de bezetting in de opvang is gedurende 2019 substantieel hoger. De hogere bezetting in de opvang is voornamelijk veroorzaakt door de opgelopen achterstanden bij het afhandelen van asielaanvragen bij de IND. Het is de verwachting dat de achterstanden nog tot in 2020 zullen oplopen, waarna het omslagpunt bereikt zal worden.

Reguliere vreemdelingen

Toelatingsprocedures van MVV-plichtige vreemdelingen worden behandeld in de procedure Toegang en Verblijf (TEV), de toelatingsprocedures van niet MVV-plichtige vreemdelingen worden behandeld in de Verblijfsvergunning Regulierprocedure (VVR).

Naturalisaties

In 2019 zijn meer mensen genaturaliseerd dan geraamd. Dit verschil wordt voornamelijk verklaard door de verzoeken tot naturalisatie van Syriërs en van staatlozen die ten tijde van de hoge instroom een asielvergunning hebben gekregen.

37.2 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

Bijdragen agentschappen

Immigratie- en Naturalisatiedienst

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en het beleid ten aanzien van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Dat houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden. Het kan gaan om vluchtelingen die niet veilig zijn in eigen land, maar ook om mensen die in Nederland willen werken en wonen of zich willen laten naturaliseren tot Nederlander.

De bekostiging van de IND vindt plaats door de bijdrage van het moederdepartement en opbrengsten derden. De bijdrage van het moederdepartement is gebaseerd op de vastgestelde kostprijzen (P), de instroomaantallen (Q) en een lumpsumbekostiging voor de materiële kosten (ICT, huisvesting, staf e.d.). De opbrengsten derden bestaan onder andere uit leges die vreemdelingen betalen voor de diensten van de IND en voor een kleiner gedeelte uit opbrengsten van Europese subsidies. Tabel 27 maakt zichtbaar hoe het budget is verdeeld over de verschillende productgroepen.

Tabel 28 Productgroepen IND
 

Realisatie 2019

Begroting 2019

Verschil

Productgroep

   

Asiel

156.656

81.713

74.943

Regulier

163.143

122.185

40.958

Naturalisatie

19.042

8.955

10.087

Ketenondersteuning

7.038

5.701

1.337

Lumpsum

97.417

151.476

‒ 54.059

Overig

3.699

 

3.699

Bekostiging

   

Totale bekostiging

446.995

370.029

76.966

Bijdragen derden

‒ 53.814

‒ 46.400

‒ 7.414

Bijdrage JenV

393.181

323.629

69.552

Voor verdere onderbouwing van de uitgaven wordt verwezen naar de agentschapsparagraaf.

In verband met een hogere instroomverwachting en het wegwerken van voorraden, het kinderpardon en het hogere aantal aanvragen tot naturalisatie in verband met de Brexit is het budget voor toelating € 81,3 mln. hoger dan in de begroting.

Naast niet-gereguleerde instroom was sprake van de inreis van nareizigers en van gereguleerde instroom (hervestiging), mede als gevolg van de afspraken die, na het aflopen van de oorspronkelijke afspraken in maart 2016, zijn gemaakt tussen de EU en Turkije in 2017.

In onderstaande tabel staan kengetallen met betrekking tot de doorlooptijd van de vreemdelingenzaken waarop binnen de termijn is besloten.

Tabel 29 kengetallen IND doorlooptijden
 

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Begroting 2019

         

Asiel

85%

93%

96%

91%

86%

87%

81%

90%

Regulier

87%

91%

91%

89%

82%

83%

86%

95%

Naturalisatie

70%

86%

96%

95%

93%

68%

54%

95%

Bronnen: begroting JenV en realisatiecijfers IND.

Toelichting

Bij een groot deel van de zaken is door de IND binnen de termijn besloten. Voor een deel van de asielaanvragen is dat niet het geval, als gevolg van de opgelopen achterstanden in de afgelopen jaren, het grillige instroompatroon en de toegenomen complexiteit van die aanvragen. De IND heeft verschillende processen (sporen) ingericht voor verschillende typen asielaanvragen. De doorlooptijd van de verschillende sporen kent een grote variatie. De doorlooptijd op spoor 1 (Dublin) is gemiddeld 14 weken, spoor 2 (mensen uit veilige landen) had een gemiddelde doorlooptijd van 3 weken. Spoor 4 valt uiteen in de Algemene Asielprocedure (gemiddelde doorlooptijd van 32 weken) en de Verlengde Asielprocedure (gemiddelde doorlooptijd van 46 weken). In 2019 is door de IND extra personeel aangetrokken zodat in de loop van 2020 de ontstane achterstand geleidelijk kan worden ingelopen en de nieuwe instroom zo goed mogelijk binnen de termijnen kan worden afgehandeld.

De gemiddelde doorlooptijd van de reguliere producten is lager dan de norm van 95%. Dit wordt vooral veroorzaakt door het wegwerken van de opgelopen werkvoorraad MVV nareis, zowel 1e aanleg als bezwaar. Het wegwerken van deze voorraden heeft prioriteit.

Een deel van de besliscapaciteit voor naturalisatiezaken is ingezet op andere werksoorten. Dit is ten koste gegaan van het tijdig afhandelen van naturalisatiezaken, waardoor de streefwaarde met betrekking tot de doorlooptijd niet is gehaald.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)

Het COA wordt voornamelijk op PxQ-basis (prijs maal de gemiddelde bezetting) gefinancierd.

Bij de ontwerpbegroting 2019 is uitgegaan van een gemiddelde bezetting van ca.15.200 bewoners. De hogere instroom en de langere verblijfsduur hebben geleid tot een hogere gemiddelde bezetting van 24.670. Het budget is daarom verhoogd met € 142,8 miljoen.

Vanuit het artikel is ook budget naar het Gemeentefonds gegaan inzake het faciliteitenbesluit (€ 7,7 mln.) voor onder meer onderwijs en jeugdzorg.

Tabel 30 Kengetal verblijfduur in COAopvang
 

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Prognose 2019

Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening

4,7

4,6

4,7

4,1

5,6

4,4

3,5

Gemiddelde verblijfsduur opvang op basis van uitstroom

9,8

8,1

8,1

7,4

7,9

7,9

7,2

Toelichting

Op het moment van uitstroom uit de opvang hebben betrokkenen gemiddeld 7,9 maanden in de opvang verbleven. Dit betreft asielzoekers die zijn afgewezen en mensen die een vergunning hebben gekregen of die zonder besluit van de IND uit de opvang zijn vertrokken.

De gemiddelde opvangduur van vergunninghouders na het moment van vergunningverlening was in 2019 4,4 maanden. Dit ligt boven de streefwaarde van 3,5 maanden maar is korter dan de realisatie van 5,6 maanden in 2018.

Stichting Nidos

Stichting Nidos is bij ministeriële regeling aangewezen voor de tijdelijke voogdij over alleenstaande minderjarige vreemdelingen vanaf het moment dat zij zich in Nederland melden. Daarnaast is Nidos aangewezen voor het uitvoeren van de kinderbeschermingsmaatregel ondertoezichtstelling wanneer het om kinderen uit vluchtelingengezinnen gaat.

Op basis van het Subsidiebesluit rechtspersonen voor voogdij en gezinsvoogdij vreemdelingen 2015 zorgt Nidos voor opvang in pleeggezinnen. Ook zorgt Nidos voor kleinschalige opvang voor vergunninghouders. De bijdrage aan Nidos bestaat uit verzorgingskosten en uit begeleidingskosten. Deze bijdrage wordt op basis van jaarplannen verstrekt en is voor wat betreft de begeleidingskosten direct gerelateerd aan het aantal pupillen onder Nidos' begeleiding. De jaarlijkse instroom van AMV’s en de uitstroom naar gemeenten is van invloed op het aantal pupillen onder Nidos' begeleiding.

De totale bijdrage aan Stichting Nidos bedraagt over 2019 € 91 mln. Dit bedrag is € 20,7 mln. lager dan begroot door lager uitvallende kosten voor onder meer de verzorging voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen en door de lagere AMV's bezetting in de Nidos-opvang. In 2019 was de bezetting in de Nidos opvang geraamd op 2.781 pupillen.

Dienst Justitiële Inrichtingen

De vreemdelingenbewaring van DJI is verantwoordelijk voor aan de grens geweigerde vreemdelingen, illegale vreemdelingen en drugskoeriers. In de agentschapsparagraaf van DJI vindt u nadere informatie.

Subsidies

Vluchtelingenwerk Nederland

Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) zet zich op basis van Universele verklaring voor de Rechten van de Mens in voor de bescherming en het behartigen van de belangen van vluchtelingen en asielzoekers. VWN heeft een bij wet vastgelegde taak ten aanzien van voorlichting aan asielzoekers direct na aankomst in Nederland. VWN geeft voorafgaand aan de asielprocedure voorlichting over de procedure, de rol van alle actoren in de keten en de eigen rol van de asielzoeker. Zowel de inhoud van de voorlichting als het moment van de voorlichting (kort voor de start van de algemene asielprocedure) en de locaties (POL) zijn afgestemd met COA, IND en rechtsbijstand.

Ook geeft VWN in alle COA-locaties begeleiding in de asielprocedure, geeft met behulp van tolken uitleg over brieven van IND en advocaten, helpt met het verkrijgen van documenten (ID-bewijzen of documenten die relevant zijn voor de beoordeling van de beschermingsvraag door IND) en vangt vragen over voortgang in de procedure af voor advocaat en IND.

Tevens gaat VWN na afwijzing gesprekken aan over de juridische situatie en de mogelijkheden van beroep en terugkeer en geeft ook eigen ondersteuning bij terugkeer.

Daarnaast ondersteunt VWN vergunninghouders in alle COA-locaties bij gezinshereniging. Dit staat nog los van de ondersteuning in de gemeenten waar de procedure van gezinshereniging wordt afgerond.

De totale toegekende subsidie aan VWN bedroeg over 2019 € 10,4 mln.

Opdrachten

Keteninformatisering

Ook in 2019 zijn vanuit dit budget de beheerkosten, inclusief de (beperkte) doorontwikkeling en vernieuwing van de centrale voorzieningen gefinancierd, die gebruikt worden voor digitale informatie-uitwisseling binnen de Vreemdelingenketen.

Versterking vreemdelingenketen

In 2019 zijn vanuit dit budget diverse (kleinere) opdrachten gefinancierd met als doel verbeteringen in de vreemdelingenketen te bewerkstelligen.

37.3 Terugkeer

Bijdragen aan agentschappen

DJI/Dienst Vervoer en Ondersteuning

De DT&V schakelt de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) in voor het vervoer van vreemdelingen.

Subsidies

REAN-regeling

REAN staat voor Return and Emigration Assistance from the Netherlands en betreft een programma waarmee vrijwillige terugkeer wordt ondersteund. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland voert in opdracht van de Dienst Terugkeer & Vertrek het REAN-programma uit. Op basis van dit programma biedt IOM praktische terugkeerondersteuning aan vreemdelingen die naar Nederland zijn gekomen met het oog op langdurig verblijf en zelfstandig uit Nederland willen vertrekken, maar niet over voldoende middelen beschikken om hun eigen vertrek te organiseren. IOM levert daarmee een bijdrage aan de uitvoering van het Nederlandse terugkeerbeleid.

Overige subsidies

Het Ministerie subsidieert, samen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, maatschappelijke organisaties die personen bijstaan in het terugkeerproces. DT&V beheert deze subsidieregelingen, waaronder de grootste de Subsidieregeling OZV ter ondersteuning van zelfstandig vertrek en de bijdrage aan Stichting Barka zijn.

Op grond van de Subsidieregeling OZV voeren niet-gouvernementele organisaties in Nederland projecten uit met als doel om onrechtmatig verblijf van vreemdelingen in Nederland te voorkomen of te beëindigen, met nadruk op het bewegen van vertrekplichtige vreemdelingen tot zelfstandig vertrek. Daarnaast beoogt de Subsidieregeling OZV gemeenschapsonderdanen te ondersteunen bij terugkeer wanneer deze de intentie hadden om zich voor langere duur in Nederland te vestigen, maar bij wie het niet gelukt is om in Nederland voldoende inkomsten te genereren om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, die voor overlast (kunnen) zorgen en die sociaal maatschappelijke begeleiding nodig hebben bij hun terugkeer of herintegratie.

Stichting Barka is een Poolse stichting die zich richt op sociaal werk en onderwijs aan en de huisvesting en re-integratie van voornamelijk Poolse, Roemeense en Bulgaarse daklozen en gemarginaliseerden in verschillende Europese landen, waaronder Nederland.

Opdrachten

Vreemdelingenvertrek

De DT&V bevordert het zelfstandig of gedwongen vertrek van vreemdelingen onder meer door het voeren van gesprekken met vreemdelingen, het faciliteren van het verkrijgen van reisdocumenten, het geven van voorlichting en het voorbereiden en effectueren van het vertrek. Door het onderhouden van contacten met autoriteiten van landen van herkomst en de diplomatieke vertegenwoordigingen in Nederland en België bevordert de DT&V de samenwerking op het terrein van terugkeer met deze landen. Bij vreemdelingen die ervoor kiezen om niet zelfstandig te vertrekken, zet de DT&V in op het gedwongen vertrek. Indien lichtere toezichtmiddelen niet tot dit resultaat leiden kan vreemdelingenbewaring aan de orde zijn. Bij gedwongen vertrek zorgt de DT&V dat dit gerealiseerd kan worden door het boeken van de vlucht en indien nodig, in samenwerking met de Koninklijke Marechaussee, zorgen voor escorts. Ook verricht de DT&V werkzaamheden in het kader van Europese samenwerking op het gebied van terugkeer.

In de opdracht Vreemdelingen vertrek is een desaldering verwerkt op (oude) Europese subsidies die niet verrekend zijn met kosten. Dit leidt tot een verhoging van de uitgaven met € 12,1 mln. Het restant saldo betreft kleine mutaties.

Apparaatsuitgaven van de DT&V zijn opgenomen in artikel 91 omdat de DT&V een dienstonderdeel is van het kerndepartement van Justitie en Veiligheid.

Ontvangsten

De hogere ontvangsten komen deels voort uit de afrekening van teveel betaalde bedragen in 2018. Het betreft € 44,8 mln. voor COA en € 17,5 mln. voor Nidos. Bij de IND is in 2019 € 23,8 mln. afgeroomd van het eigen vermogen. Vanuit DT&V is € 12,1 mln. ontvangen vanuit het projectenbudget. Voorts is € 12,5 mln. ontvangen vanuit het Europese fonds AMIF. Tot slot is in 2019 € 21,5 mln. onttrokken aan de asielreserve.

5. Niet-beleidsartikelen

5.1 Artikel 91: Apparaat kerndepartement

Tabel 31 Budgettaire gevolgen van niet-beleid artikel 91 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Vastgestelde Begroting 2019

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

440.667

443.981

417.494

452.315

475.446

434.493

40.953

         
 

Apparaatsuitgaven

451.447

445.189

424.387

445.144

489.477

434.493

54.984

91.1

Apparaatsuitgaven Kerndepartement

       
 

Personeel

268.198

282.341

286.437

302.444

328.867

291.066

37.801

 

waarvan eigen personeel

233.150

246.065

251.663

261.246

283.746

256.159

27.587

 

waarvan externe inhuur

33.490

34.529

33.124

40.029

43.027

33.064

9.963

 

waarvan overig personeel

1.558

1.747

1.650

1.169

2.094

1.843

251

 

Materieel

183.249

162.848

137.950

142.700

160.610

143.427

17.183

 

waarvan ICT

21.803

18.418

20.011

21.307

23.492

18.262

5.230

 

waarvan SSO's

133.064

116.801

89.440

93.082

103.551

86.483

17.068

 

waarvan overig materieel

28.382

27.629

28.499

28.311

33.567

38.682

‒ 5.115

         
 

Ontvangsten

77.180

190.785

28.048

33.309

33.871

21.124

12.747

Toelichting uitgaven

Op de apparaatsuitgaven is € 55 mln. meer uitgegeven ten opzichte van de vastgestelde begroting. Ruim € 43,3 mln. hiervan was opgenomen in de eerste en tweede suppletoire begroting. Deze hogere uitkomsten zijn het saldo van een veelheid van kleine mutaties en enkele grotere mutaties bij de ca. 20 diensten, die gezamenlijk artikel 91 vormen, zijn opgetreden. De belangrijkste mutaties worden hieronder toegelicht.

Eigen personeel

  • In het voorjaar is op dit artikel de loonbijstelling 2019 toegevoegd ter hoogte van € 7,6 mln.;

  • Bij Justid is er sprake van hogere uitgaven op eigen personeel van € 16,2 mln. Het budget Van Justid wordt in de vastgestelde begroting laag geraamd omdat een groot deel van de projecten van Justid niet via het budget wordt gefinancierd maar via facturen, waardoor zowel de kosten (hogere uitgaven) maar ook de ontvangsten hoger uit komen. In feite is voor een deel van de hogere realisatie sprake van een desaldering (zie ontvangsten);

  • Het restant bestaat uit vele kleinere mutaties.

Personeel Externe inhuur

De hogere uitgaven voor externe inhuur doen zich met name voor in het kader van het programma Digitalisering Strafrechtketen € 4,5 mln. en bij Justid voor € 4,6 mln. In het afgelopen jaar is Justid gegroeid als organisatie; daarom is gezocht naar nieuwe medewerkers op ICT-gebied. Deze zijn echter in de huidige arbeidsmarkt moeilijk te krijgen, zodat de invulling van de groei in het afgelopen tijd deels nog door inhuur van externen moest worden geregeld. Dat verklaart een duidelijke stijging van de inhuur ten opzichte van de eerdere verwachting. Justid is zeer actief bezig om de groei alsnog via vaste medewerkers in te vullen

Het restantsaldo betreft diverse kleinere mutaties.

Materieel SSO’s

  • Uit de eindejaarsmarge HGIS is bij voorjaarsnota voor Europol en Eurojust € 16 mln. toegevoegd aan de JenV-begroting. Bij tweede suppletoire begroting is door verevening van de egalisatieschuld met de huur voor Europol en Eurojust een bedrag van € 12 mln. vrijgevallen. Per saldo is binnen de homogene groep internationale samenwerking (HGIS) op de JenV-begroting dus een verhoging opgetreden van € 4 mln. Dit zijn kosten die betaald zijn aan de SSO Rijks Vastgoed Bedrijf (RBV);

  • Bij het onderdeel Dienstencentrum is een overschrijding van € 3,7 mln., voornamelijk vanwege nagekomen facuren uit voorgaande jaren;

  • Bij het onderdeel personeel en organisatie zijn de kosten voor de inzet van arbeidsparticipanten via SSO UBR (Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk) ca. € 2,7 mln. hoger uitgevallen;

  • Het restant saldo (€ 4,7 mln.) betreft diverse mutaties kleiner dan € 2,5 mln.

Toelichting ontvangsten

Op de apparaatsontvangsten zijn hogere ontvangsten gerealiseerd tot een totaal bedrag van € 13,4 mln. Deze verhoging wordt voornamelijk verklaard door hogere ontvangsten van € 7,3 mln. bij Justid samenhangende met extra opdrachten, waardoor ook de kosten van Justid hoger zijn (desaldering). Voorts zijn er veel kleinere extra ontvangsten die per saldo optellen tot € 6,1 mln.

Tabel 32 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en 1Zelfstandige Bestuursorganen/Rechtspersonen met een wettelijke taak (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Begroting 2019

Verschil

        

Apparaatsuitgaven kerndepartement

451.447

445.189

424.387

445.144

489.477

434.493

54.984

        

Grote uitvoeringsorganisaties

       

Openbaar Ministerie

484.210

508.104

507.040

548.138

572.831

498.471

74.360

Raad voor de rechtspraak

881.167

906.466

876.579

856.419

986.657

881.941

104.716

Raad voor de Kinderbescherming

178.753

173.114

175.525

183.557

188.072

176.423

11.649

Hoge Raad

27.275

28.420

28.071

30.566

32.489

28.407

4.082

Agentschappen

       

Dienst Justitiële Inrichtingen

1.090.085

1.071.181

1.104.371

1.200.269

1.259.337

1.136.650

122.687

Immigratie en Naturalisatiedienst

332.534

356.571

316.528

317.352

367.387

302.363

65.024

Centraal Justitieel Incasso Bureau

105.466

112.485

114.112

112.773

130.523

125.001

5.522

Nederlands Forensisch Instituut

50.358

52.813

57.709

58.075

57.318

53.533

3.785

Dienst Justis

34.727

29.795

33.714

34.941

41.302

41.249

53

        

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's

       

Nationale Politie

4.861.910

5.312.824

5.861.219

5.735.326

6.115.466

5.872.172

243.294

Politieacademie (PA)

113.991

109.458

2.797

2.856

2.926

2.852

74

Raad voor rechtsbijstand (RvR)

47.251

49.836

49.471

50.528

51.743

47.113

4.630

Bureau Financieel Toezicht (Bft)

6.316

6.146

5.907

5.884

6.956

5.916

1.040

Autoriteit Persoonsgegevens

8.358

8.245

10.894

16.121

20.492

15.188

5.304

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

6.247

7.086

7.120

7.327

7.627

7.188

439

College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

685

608

694

915

915

1.011

‒ 96

College gerechtelijk deskundigen (NRGD)

1.765

1.656

1.707

1.681

1.884

1.595

289

Raad voor de rechtshandhaving

363

377

217

118

277

383

‒ 106

Reclasseringsorganisaties (cluster):

       

– Stichting Reclassering Nederland (SRN)

136.781

141.187

139.597

145.032

152.139

143.727

8.412

– Leger des Heils, Jeugdbescherming en Reclassering

19.598

20.903

20.861

21.348

22.372

22.705

‒ 333

– Stichting Verslavingsreclassering GGZ

65.597

69.375

69.414

72.878

75.634

70.383

5.251

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

6.509

6.253

6.689

6.696

7.509

6.729

780

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

33.860

33.893

34.330

32.904

33.938

37.054

‒ 3.116

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

1.607

1.436

1.828

1.717

1.775

1.787

‒ 12

Stichting HALT

10.825

10.590

12.065

11.913

12.303

11.699

604

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

30.635

29.925

29.374

32.311

30.361

28.480

1.881

Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV)

14.248

11.239

12.349

12.635

13.746

12.672

1.074

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

118.535

201.612

332.102

214.711

159.447

124.229

35.218

Stichting Nidos

24.738

43.302

42.250

33.484

25.070

28.325

‒ 3.255

Particuliere Jeugdinrichtingen (cluster)2

0

0

0

0

0

0

0

Gerechtsdeurwaarders (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Notarissen (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Kansspelautoriteit (Ksa)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Het Keurmerkinstituut BV

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

X Noot
1

Voor ZBO's/RWT's is een onderscheid tussen apparaat en programma lastig te maken omdat het onderscheid niet naar voren komt niet altijd in de jaarrekening.

X Noot
2

Bij DJI geldt dat het volledige subsidiebedrag aan particuliere JJI's als programmakosten worden begroot en verantwoord, dus apparaat is 0%.

5.2 Artikel 92: Nog onverdeeld

Tabel 33 Budgettaire gevolgen van niet-beleid artikel 92 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Vastgestelde Begroting 2019

Verschil

art.nr.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

19.394

‒ 19.394

         

92.1

Nog onverdeeld

       
 

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

19.394

‒ 19.394

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Artikel 92 is een doorverdeelartikel en alle relevante mutaties zijn bij de betreffende beleidsartikelen toegelicht.

5.3 Artikel 93: Geheim

Tabel 34 Budgettaire gevolgen van nie-beleid artikel 93 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Vastgestelde Begroting 2019

Verschil

Art.nr.

Verplichtingen

2.285

2.433

3.318

2.536

3.574

3.051

523

         

93.1

Geheime uitgaven

       
 

Geheime uitgaven

2.285

2.433

3.318

2.536

3.574

3.051

523

         
 

Ontvangsten

413

88

145

1.043

10

0

10

6. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Inleiding

Deze paragraaf heeft betrekking op de bedrijfsvoering van alle onder JenV vallende dienstonderdelen. Centraal hierbij staat de vraag in hoeverre er sprake is geweest van beheerste bedrijfsprocessen. Aangezien deze paragraaf het karakter heeft van een uitzonderingsrapportage ligt de nadruk op bijzonderheden, onvolkomenheden, onrechtmatigheden en risico’s die zich in de bedrijfsvoering hebben voorgedaan in 2019.

Op het gebied van de bedrijfsvoering heeft de focus in 2019 gelegen op de aanpak van de onvolkomenheden en de bevindingen die de Algemene Rekenkamer respectievelijk de ADR hebben geconstateerd over 2018. Aan de hand van verbeterplannen is op een gestructureerde wijze op deze onderdelen van de bedrijfsvoering gewerkt aan kwaliteitsverbetering.

Ondanks de geboekte voortgang is op specifieke terreinen van de bedrijfsvoering sprake van weerbarstige en/of meerjarige problematiek. Zo is het functioneren van de afpakketen een zaak die ook in 2020 met voortvarendheid moet worden aangepakt om te komen tot een zorgvuldige administratieve verwerking van zowel het goederen- en geldbeslag als het proces rondom ontnemingsmaatregelen. In de volgende paragraaf passeren de onvolkomenheden in de bedrijfsvoering de revue die de Algemene Rekenkamer (AR) in het Verantwoordingsonderzoek 2018 heeft opgenomen.

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage

De belangrijkste tekortkomingen en risico’s in de bedrijfsvoering in 2019 inclusief de genomen maatregelen om deze risico's te beheersen staan hierna beschreven. De elementen van de bedrijfsvoering die op orde zijn, worden niet opgenomen.

1a. Rechtmatigheid

Voor de bepaling van fouten en onzekerheden is de rijksbrede normering toegepast. Er hebben zich geen overschrijdingen van de tolerantiegrenzen voorgedaan.

1b. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

1c. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Ten aanzien van het financieel beheer gaat het om de financieel-administratieve verwerking van beleidsprocessen zoals besluiten, toezeggingen in de administratie van verplichtingen, voorschotten en kasuitgaven inclusief het archiveren van de bijbehorende brondocumentatie.

Gebruik derdenrekeningen

Het gebruik van de derdenrekeningen bij het Bestuursdepartement verdient aandacht in het bijzonder voor wat betreft de derdenrekeningen van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Bij de jaarafsluiting 2019 is geconcludeerd dat het beheer bij DT&V nog niet op orde is. Er is gevraagd een verbeterplan op te stellen en zorg te dragen voor voldoende capaciteit. Ook andere rekeningbeheerders zal worden gevraagd om mutaties en standen te onderbouwen.

Verplichtingenbeheer

Het beheer op de verplichtingen is weliswaar in 2019 verbeterd, door de extra aandacht voor het registratieproces en de extra controles op de volledigheid van de verplichtingenadministratie, maar de volledigheid van de verplichtingen blijft een belangrijk aandachtspunt. Eind 2019 zijn extra controles uitgevoerd op de uitgaande getekende beschikkingen om de juistheid en volledigheid van de verplichtingen vast te kunnen stellen. Uit deze controle en de controle van de ADR zijn een aantal substantiële correcties voortgekomen. Vastgesteld is dat de communicatie tussen beleids- en financieel verantwoordelijken nog verbetering behoeft opdat verplichtingen tijdig en volledig worden opgenomen in de administratie.

Voorschotten

Het juist, volledig en tijdig verwerken van voorschotten is eveneens een blijvend aandachtspunt binnen JenV, met name rond de jaarafsluiting. Alhoewel het aantal gevallen waarin fouten worden gemaakt zijn gedaald, kan een enkele fout verstrekkende gevolgen hebben voor de voorschottenstand. JenV zal in 2020 gerichte maatregelen treffen om deze omissies bij de jaarafsluiting te voorkomen.

Prestatieverklaringen

Bij alle uitgaven is de aanwezigheid van een kwalitatief goede prestatieverklaring noodzakelijk. In 2019 is via de verbeterplan-systematiek veel aandacht geschonken aan de aanwezigheid en kwaliteit van de prestatieverklaring als belangrijke voorwaarde voor rechtmatige betaling. Daarnaast is een onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van de prestatieverklaring binnen JenV. Dit onderzoek heeft zich onder meer gericht op de bekendheid van de kaderstelling. Hierbij is geconstateerd dat de prestatieverklaringen te weinig in het financiële systeem Leonardo worden geregistreerd maar wel binnen de organisatie aanwezig zijn. Daarenboven zijn een aantal verbetermogelijkheden geïdentificeerd die in 2020 hun beslag krijgen. Onder andere door het maken van afspraken in de dienstverleningsovereenkomst tussen het SSC en de sectoren over het niet betalen van facturen bij het ontbreken van een deugdelijke prestatieverklaring (werking AO/IB). De doelstelling is meer in te gaan zetten op de zogenaamde 3-way match waarbij inkooporder, prestatieverklaring en factuur altijd aansluiten, waarbij alle relevante documenten in het financieel systeem worden opgenomen.

Memo- en herstelboekingen

De kaderstelling is als onderdeel van de checklist afsluiting financiële administratie opgenomen (onder deelwaarnemingen). Naleving van de instructie borgt de kwaliteit van de boekingen in het financiële systeem. Uit de afsluiting blijkt dat dit punt blijvend aandacht behoeft. Er zal in 2020 op worden toegezien dat de voorgeschreven instructies worden nageleefd.

Autorisatiebeheer Leonardo

Het autorisatie- en gebruikersbeheer is een belangrijk onderdeel van het financieel beheer bij JenV. Mede door de vorming van twee shared service centers (SSC’s) voor de financiële administratie is het autorisatiebeheer volop in beweging. Uit de interne controles die door JenV worden uitgevoerd is gebleken dat de onderbouwing van de aanvragen voor autorisaties verbeterd kan worden. Verder wordt gecontroleerd door middel van procesmining of voldaan wordt aan de eisen van functiescheiding (uitzonderingsrapportages). Uit deze controles zijn geen onregelmatigheden gebleken. In 2020 zal het proces voor het muteren van autorisaties en het toezicht daarop verder worden verbeterd.

Afpakketen

De beheersing van de afpakketen is door de Algemene Rekenkamer in het Verantwoordingsonderzoek 2018 als een onvolkomenheid beoordeeld. In het auditrapport 2018 heeft de ADR het als een gemiddelde bevinding aangemerkt. Het gaat onder meer om het administratief beheer van ontnemingsmaatregelen, waar goederenbeslag, geldbeslag en beslag op geldelijke zaken aan vooraf kan zijn gegaan en het bepalen van openstaand recht in deze. Zowel bij het goederenbeslag en het tijdig overdragen van executeerbare ontnemingsmaatregelen bestaan al langer knelpunten. Het bepalen van de juiste stand van de beslagrekeningen en het openstaand recht als ook het in beeld brengen van de geldelijke zaken is vooral heel bewerkelijk omdat de informatiesystemen hierop niet zijn ingericht. Het OM heeft in 2019 tussentijds het openstaand recht bepaald met als doel per jaareinde een juist en volledig mogelijk beeld te schetsen. Het OM heeft hiertoe een analyse gedaan waarin de totstandkoming van het openstaand recht wordt beschreven inclusief een oorzakenanalyse van de afwijkingen binnen de gewenste procesgang. Er vindt periodiek afstemming plaats tussen JenV en de ADR. Met de AR zijn de aandachtspunten besproken. Het reguliere openstaand recht is opgenomen in de balans. Verder is conform afspraak het aantal zaken bepaald waarbij openstaand recht kan bestaan in verband met geldelijke zaken (waaronder bankbeslag, cryptomunten en effecten). Volgens de opgave van het OM was op 31 december 2019 sprake van één geldelijke zaak waar een verbeurdverklaring over is uitgesproken en die nog niet te gelde was gemaakt. Gedurende 2019 is geconstateerd dat het lastig is om het vereiste inzicht voor de financiële verantwoording te genereren. Dit is, naast de problematiek van de primaire processystemen, het gevolg van het niet uniform registreren van geldelijke zaken door het OM. In 2020 zal ook het openstaande recht in verband met geldelijke zaken in de saldibalans worden verwerkt. Het oplossen van de problematiek van de afpakketen vereist een meerjarige inspanning waarbij het gaat om het beleggen en definiëren van de regierol, het opstellen en implementeren van datadefinities en procesbeschrijvingen en het verbeteren van de informatie- en IT-huishouding.

Subsidie- en bijdragenbeheer

Bijdragenbeheer

Het bijdragenbeheer is al enige jaren door de Algemene Rekenkamer als een onvolkomenheid aangemerkt. Om het bijdragenbeheer op orde te krijgen zijn in 2019 belangrijke verbeteringen gerealiseerd zoals het actualiseren van de diverse toezichtsinstrumenten (waaronder de accountantsprotocollen) die ten behoeve van een degelijk bijdragenbeheer worden gehanteerd centraal. Voor alle bijdragenontvangende instellingen (ZBO’s met rechtspersoonlijkheid en RWT’s) zijn de toezichtsinstrumenten beoordeeld en geactualiseerd. In het kader van de borging van de resultaten zijn evaluatiebijeenkomsten gehouden met betrokkenen en zijn bevindingen van de ADR besproken. Ook zijn handreikingen in de vorm van procesbeschrijvingen en formats opgesteld en beschikbaar gesteld. De ADR en de AR zijn via voortgangsrapportages en voortgangsgesprekken op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen van het verbetertraject. In 2020 zal worden gestuurd op de (blijvende) toepassing van de instrumenten en het waar nodig bijstellen (cyclus).

Subsidiebeheer

In 2019 heeft de Bestuursraad ingestemd met de inrichting van een apart subsidieportaal. Hierin is met ingang van 1 januari 2020 de uitvoering van alle subsidieverstrekkingen voor het bestuursdepartement geconcentreerd. Ondertussen is ook nieuwe wet- en regelgeving voorbereid: een nieuwe Kaderwet overige JenV-subsidies, ter vervanging van de huidige wet Justitie-subsidies. Deze zal nu de consultatie is afgerond het verdere wetgevingstraject ingaan. Verder is een kader voor misbruik en oneigenlijk gebruik van JenV-subsidies afgerond inclusief bijbehorend sanctiebeleid.

Inkoopbeheer

JenV heeft in 2019 geïnvesteerd in het verbeteren van het inkoopbeheer. De afgelopen jaren zijn controles uitgevoerd op inkoop en is ondersteuning verleend aan verschillende diensten. In samenwerking met de inkoopuitvoeringcentra (IUC) is een geautomatiseerde analyse ontwikkeld waardoor er meer inzicht is in de inkoopcontracten en financiële facturen.

Programma tolken

Het eerste deel van de aanbestedingen van de tolken was aanvankelijk gepland voor medio 2019. Deze aanbestedingen lopen stevige vertraging op. Een belangrijke oorzaak hiervoor is dat het tolkenregister nog niet gereed is. Hiervoor is vereist dat de wet- en regelgeving wordt aangepast (bijvoorbeeld het Besluit Tarieven in Strafzaken) en dat de noodzakelijke ICT-aanpassingen plaatsvinden. Voor de aanpassing is het juridische traject gestart en de inwerkingtreding van de gewijzigde regelgeving wordt op 1 juli 2020 verwacht. Dit heeft tot gevolg dat een deel van de uitgaven voor tolken (van de Nationale Politie, het Openbaar Ministerie en de Immigratie en Naturalisatiedienst) in 2019 en 2020 nog onrechtmatig zijn. Overigens is de uitwerking van een uniform aanbestedingskader gereed en kan gestart worden met de geplande aanbestedingen. De aanbestedingen zullen dakpansgewijs in de markt worden gezet.

Toepassing beleidskader Dynamisch Aankoop Systeem (DAS)

Vanaf het verantwoordingsjaar 2016 verschillen de Algemene Rekenkamer en het Ministerie van JenV van zienswijze over de toepassing van het DAS voor het inhuren van professionals. De Arbitragecommissie heeft besloten dat het houden van interviews in een DAS-procedure niet is toegestaan. Naar aanleiding van dit besluit is de uitspraak van de Arbitragecommissie leidend en is het beleidskader DAS per 1 september 2019 ingetrokken. Een en ander betekent dat alle inkopen via de DAS (van BZK) vanaf 1 september 2019 onrechtmatig zijn. JenV kijkt uit naar een andere oplossing. (Europese) Aanbestedingen zijn in voorbereiding om het binnen JenV in gebruik zijnde systeem te vervangen.

1d. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Personeelsbeheer

In 2019 is een aantal acties ingezet om het personeelsbeheer verder te verbeteren. Zo is er een nieuw P&O controleplan uitgerold binnen JenV en hebben de organisatie-onderdelen de eerstelijns-controles uitgevoerd en de concerndirectie P&O de tweedelijns controles. Met behulp van de trendanalyse is inzichtelijk gemaakt welke personeelsbeheerprocessen bij de JenV onderdelen minder goed verlopen. Naast controles is ook stevig ingezet op de opleiding van managers. Er zijn verschillende trainingen voor alle JenV managers georganiseerd met als doel het personeelsbeheer te verbeteren, met name die processen die moeilijker zijn voor de managers. Tot slot zijn de belangrijkste personeelsprocessen beschreven. De doorwerking van de maatregelen naar een juiste en tijdige toepassing van de wet- en regelgeving en de dossiervorming hierover was nog beperkt.

In 2019 lag de nadruk op P&O gebied op wendbaar organiseren en opgavegericht werken. Wendbaar organiseren betekent dat het ministerie in staat is om zich organisatorisch snel aan te passen aan wisselende omstandigheden om daarmee nieuwe uitdagingen aan te gaan. In 2019 is daarom op drie speerpunten veel inzet gepleegd: eigentijds leiderschap, duurzame inzetbaarheid en de flexibele organisatie. Het Columbus Leiderschapsprogramma is in 2019 stevig verankerd binnen JenV met onder andere ‘de week van het leiderschap’ waaraan meer dan 300 managers en 300 medewerkers hebben deelgenomen. In 2020 wordt het programma verder uitgebreid zodat nog meer JenV managers deel kunnen nemen aan dit interactieve programma. Op het gebied van duurzame inzetbaarheid zijn verschillende leer- en ontwikkel initiatieven gestart, zoals het Huis van Begeleiding, de Beleidsacademie, het online leerportaal en JenV Talentmanagement. Tot slot streeft JenV naar een flexibele organisatie. In 2019 is daar invulling aan gegeven door het opleveren van een strategisch personeelsplan voor JenV en onder andere het organiseren van Meet & Match, de functieruil app en de Klussenbank.

Informatiebeveiliging

De Algemene Rekenkamer heeft in het Verantwoordingsonderzoek 2018 de informatiebeveiliging als onvolkomenheid aangemerkt. In 2019 zijn weer verbeteringen op het gebied van informatiebeveiliging gerealiseerd door middel van het uitvoeren van het Plan van Aanpak dat eind 2018 aan de Tweede Kamer is gestuurd. De focus is governance, organisatie, risicomanagement en incident-management op het gebied van informatiebeveiliging. Het hoofddoel is het vergroten van de volwassenheid van de informatiebeveiliging van niveau 2,7 in 2017 naar niveau 4 in 2022. De Bestuursraad besteedt regelmatig aandacht aan informatiebeveiliging.

De verbetering heeft twee sporen. Het eerste spoor is het ontwikkelen van beleid en kaders op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Er is bijvoorbeeld een beleidskader risicomanagement, escalatieprocedure ernstige incidenten en handreiking leveranciersmanagement op het gebied van informatiebeveiliging ontwikkeld. Ook zijn de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden op het gebeid van informatiebeveiliging vastgelegd door het opstellen van een RACI-matrix. Tenslotte zijn er diverse opleidingen op het terrein van informatiebeveiliging zoals implementatie (ISO:27002), risicomanagement (ISO:31000) en Chief Security Officer georganiseerd.

Het tweede spoor is het uitbreiden van centraal inzicht in de informatiebeveiliging. Deze uitbreiding omvat extra informatie over de kritieke systemen (zoals aansluiting op het SIEM van het SOC), hoge risico’s, ernstige incidenten en implementatie van de BIR 2017. Ook heeft een anonieme enquête van de volwassenheid van de informatiebeveiliging bij de onderdelen plaatsgevonden. Tenslotte is de ICV-IB (in control verklaring informatiebeveiliging) op een hoger niveau gebracht. De vergroting van het centrale inzicht in de informatiebeveiliging vindt plaats met behulp van de planning- en controlcyclus.

In de In Control Verklaring Informatiebeveiliging (ICV-IB) 2019 die is opgesteld op basis van de ICV-IB van de JenV-organisaties met kritieke systemen, worden vier risico’s gemeld. In 2020 zal extra effort worden gestoken in het verwerken van de informatie uit interne en externe audits. De monitoring op de uitvoering van de mitigerende maatregelen wordt in 2020 voortgezet.

In het kader van het programma Weerbaarheid hebben diverse activiteiten plaatsgevonden om het bewustzijn van medewerkers te vergroten, zoals de Alert Online weken, het portaal ‘Hoe alert ben jij’ en phishing campagnes. De vergroting van het centrale inzicht in de weerbaarheid vindt ook weer plaats met behulp van de planning- en controlcyclus. De ambtelijke leiding is betrokken bij de uitvoering van het programma Weerbaarheid.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

MenO-beleid en MenO-risico’s

Risico’s financiële integriteitsschendingen

Met ontvangsten uit boeten, transacties, leges en uitgaven aan subsidies, bijdragen en inkopen en interne betalingen (personeel, declaraties, etc.) kent JenV diverse terreinen die gevoelig zijn voor vormen van misbruik of oneigenlijk gebruik (waaronder fraude) door interne en externe partijen. De voor misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) gevoelige terreinen zijn systematisch voorzien van organisatorische maatregelen zoals kaders, richtlijnen, protocollen, controle en toezicht om misbruik tegen te gaan of zo snel mogelijk te kunnen ontdekken en aanpakken. In de betreffende informatie verwerkende (financiële) systemen zijn technische maatregelen ingebouwd die misbruik moeten voorkomen. Wanneer er fraude in een systeem wordt ontdekt, wordt onderzoek gedaan en worden zo snel mogelijk, indien van toepassing, systeemtechnische maatregelen doorgevoerd. Het restrisico wordt door JenV als laag ingeschat, maar is lastig kwantificeerbaar gezien de diversiteit aan onderwerpen.

Grote lopende ICT-projecten

De control van de naleving van de afspraken over ICT-projecten groter dan vijf miljoen euro, zoals het opstellen van CIO-oordelen en BIT-toetsen en de beheersing van de risico’s blijft aandacht vragen. De control van de naleving van de afspraken over de projecten die tussen de één en vijf miljoen euro, vooral het actualiseren van de business case, is versterkt. Alle ICT-projecten groter dan één miljoen euro zijn vastgelegd in een database om de monitoring en verantwoording te vergemakkelijken.

Audit Committee

Het Audit Committee (AC) JenV is het overleg van de ambtelijke leiding met vier externe leden. De directeur FEZ en de directeur ADR nemen deel aan de vergaderingen als deskundigen. In 2019 heeft het AC zeven keer vergaderd. Twee van de zeven vergaderingen waren een werkbezoek bij één van de JenV-organisaties. Het werkbezoek in mei vond plaats bij het Openbaar Ministerie in Amsterdam. In september 2019 is een werkbezoek afgelegd bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). In de reguliere overleggen is gesproken over het departementale jaarverslag JenV 2018, het auditrapport van de ADR en het Verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer. Daarnaast is periodiek de voorgang van de auditprogrammering besproken. In de vergadering van oktober 2019 stond de interim rapportage 2019 van de ADR centraal. Besproken zijn de risico’s voor de controleverklaring en het beheer. Eén van de taken van het Audit Committee is om periodiek advies te geven over de rapportages van de ADR en AR en de wijze waarop JenV daarmee om kan gaan. In 2019 is een aantal bijzondere thema’s besproken zoals de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de vormgeving van het risicomanagement bij JenV. In de vergadering van april is uitgebreid stilgestaan bij de stelselherziening rechtsbijstand. Naast het feit dat dit een actueel onderwerp is, kwamen ook governance en financiële vraagstukken van de stelselherziening naar voren. Specifiek is in 2019 een aantal keer gesproken over informatisering, waarbij ingegaan is op het toezicht en de controle op de grote ICT-projecten, datagedreven werken en de digitalisering van de rechtspraak. Op de agenda van elke vergadering van het Audit Committee was tijd ingeruimd om de actuele onderwerpen op het JenV-terrein te bespreken. Op deze wijze zijn de externe leden breed geïnformeerd over de relevante ontwikkelingen in en rond JenV.

Normenkader financieel beheer

Anders dan hetgeen is opgenomen in paragraaf 1, hebben zich in 2019 geen beleidsmatige of algemene ontwikkelingen voorgedaan.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Schikkingen en transacties OM

Grote schikkingen en transacties van het Openbaar Ministerie worden met ingang van het boekjaar 2014 verantwoord op het moment van ontvangst van het kasbedrag. Mocht het in kader van een artikel 12-procedure (Wetboek van Strafvordering) zijn dat het OM over zal moeten gaan tot vervolgen, dan dient de transactie of schikking terugbetaald te worden. In 2018 heeft een schikking plaatsgevonden met de ING van € 775 miljoen. Hierover is een artikel 12 procedure gestart en de rechtbank heeft in 2019 een of meerdere belanghebbende ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het hof zich over de zaak gaat buigen om vast te stellen of het hof reden ziet om de zaak alsnog aan de rechter voor te leggen. Deze zaak zal in maart 2020 inhoudelijk worden behandeld. Hierdoor bestaat het financieel risico dat de transactie terugbetaald dient te worden. Het ontvangen schikkingsbedrag is geboekt ten gunste van de algemene rijksmiddelen.

Risicomanagement

In 2019 zijn verdere stappen gezet in de ontwikkeling van risicomanagement. Voor de leden van accountteams (het overleg waarin het jaarplan, tertaalrapportages en begroting worden besproken in voorbereiding op het tertaalgesprek) is een bijeenkomst geweest waarin in het risicoleiderschap verder is besproken en met elkaar de dialoog is aangegaan om het risicomanagement verder te brengen in de processen van de JenV-organisaties en bij het Bestuursdepartement. Deze bijeenkomst sluit aan bij het risicoleiderschap waar JenV voor heeft gekozen. In 2019 zijn ook twee risicothema’s in de Brede Bestuursraad besproken. De twee thema’s waren «het leren van incidenten» en «het onder druk staan van de rechtstatelijke kernwaarden». In deze vergaderingen van de Brede Bestuursraad is uitgebreid stilgestaan bij de risico’s en het handelingsperspectief. Voor elke bijeenkomst waren twee leden van de Bestuursraad verantwoordelijk voor de voorbereiding. In 2019 hebben ook diverse risicodialoogbijeenkomsten plaatsgevonden bij de JenV-organisaties en DG’s. Dit is georganiseerd in een samenwerking tussen het Werkverband Risicomanagement en het Huis van Begeleiding. Om alle medewerkers van JenV handvatten te geven voor risicomanagement is ook een Leidraad Risicoleiderschap geschreven dan aansluit bij de door JenV gekozen benadering Risicoleiderschap. Risicoleiderschap maakt ook onderdeel uit van het curriculum van de Beleidsacademie. Tot slot zijn diverse voorlichtingsbijeenkomsten geweest over risicomanagement waaronder op de Control Community dag.

BFA (Bundeling Financiële Administratie)

In 2019 heeft JenV verder gewerkt aan de bundeling van de financiële administraties. In oktober zijn twee shared serviceorganisaties (SSC’s) van start gegaan: één voor de uitvoering van de financiële administratie van de geintegreeerde verplichtingen-kasadministratie en één voor de baten-lastendiensten. Het project BFA heeft in 2019 geharmoniseerde procesbeschrijvingen opgesteld ten behoeve van de financieel administratieve organisatie binnen JenV. In deze procesbeschrijvingen wordt de rolverdeling tussen de partijen (DFEZ, sector en de SSC’s) nader uitgewerkt. Deze geharmoniseerde processen zijn een voorwaarde om de bundeling te laten slagen.

Privacy (AVG)

De voortgang van de implementatie AVG is tijdens de P&C-cyclus in kaart gebracht aan de hand van een uniform beoordelingskader en self-assessments door de onderdelen. Vanuit de concern control verantwoordelijkheid van de directie Informatievoorziening en Inkoop zijn aanvullende (controle) werkzaamheden uitgevoerd. De rapportages verschaften actueel inzicht in de voortgang van de implementatie van de AVG. Op basis van de rapportages kan worden geconstateerd dat de meeste JenV organisaties de AVG naleven. Van enkele organisaties loopt de implementatie van de AVG langer door.

In 2019 is de implementatiefase overgegaan in de fase waarin de verankering van de privacy in de organisatie centraal staat. Privacy is onderdeel van de lijn. Het JenV privacy-beleidskader is vastgesteld. Het kader geeft de uitgangspunten voor de omgang met persoonsgegevens binnen JenV. De daaronder hangende beleidsdocumenten en instrumenten bieden de medewerkers houvast voor de dagelijkse praktijk. Ook dit jaar zijn basis- en verdiepingstrainingen aangeboden en is door middel van acties in samenwerking met het JenV-alertteam het bewustzijn van medewerkers vergroot. Naleven van de privacy is een continu proces dat blijvend dient te worden gemonitord. Tegen die achtergrond is in 2019 gestart met de opstellen van een AVG breed normenkader en bijbehorende KPI’s aan de hand waarvan het niveau van de naleving van de AVG zal worden bepaald. Het is de bedoeling de uitvraag deel te laten uitmaken van de P&C cyclus.

ISAE 3402

De ADR heeft een goedkeurend oordeel over het beheer van het financieel systeem Leonardo (het zogenaamde Leonardo applicatielandschap) bij SSC-ICT afgegeven. Hiermee kunnen ook externe accountants (o.a. bij de Rechtspraak) op deze beheersmaatregelen steunen.

7. Raad voor de rechtspraak

Naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister van Justitie en Veiligheid ten aanzien van het rechtsbestel wordt toegelicht, is in de begroting van Justitie en Veiligheid een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het betreffende jaar wordt gegeven.

Bijdrage

Hieronder is de realisatie van deze ter beschikking gestelde bijdrage weergegeven.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, separaat uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt gedetailleerd ingegaan op de ontwikkelingen binnen de rechtspraak in 2019. Tevens bevat het jaarverslag van de Raad informatie over de instroom en productie en de Financiën, inclusief de managementparagraaf, de jaarrekening en de controleverklaring.

Tabel 35 Bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak (x € 1.000)
 

realisatie

realisatie

realisatie

realisatie

realisatie

prognose

2015

2016

2017

2018

2019

2019

       

Productiegerelateerde bijdrage

959.067

962.006

906.968

895.923

939.774

888.835

       

Bijdrage voor gerechtskosten

3.705

3.733

2.504

3.052

2.864

2.966

       

Bijdrage voor overige uitgaven

      

Bijzondere kamers rechtspraak

8.094

8.039

10.421

11.059

11.566

11.023

College van Beroep v/h bedrijfsleven

6.494

6.450

6.448

7.300

8.542

7.300

Megazaken

17.404

17.285

16.651

14.752

15.300

15.013

       

Bijdrage Niet-BFR 2005 taken

      

Tuchtrecht

2.822

2.803

2.804

3.707

3.470

3.204

Cie. van toezicht

6.182

6.141

5.676

5.676

5.686

5.676

Overige

399

65.281

50

50

50

50

Totaal

1.004.167

1.071.738

951.522

941.519

987.252

934.067

Aanzuivering negatief vermogen 2018

    

38.100

 

Vermogensstorting 2019

    

50.000

 

Totaal via rekening-courant JenV

    

1.075.352

 

In 2019 is voor de kosten in de aanloop- en opstartfase van het Netherlands Commercial Court (NCC) een lumpsumbijdrage verstrekt aan de Rechtspraak, die als een vordering op het ministerie is opgenomen. Het ministerie zal deze vordering betalen uit de toekomstige ontvangsten van de griffierechten van de NCC-zaken.

Productie

In totaal werden in 2019 bijna 1,54 miljoen zaken aangebracht bij de gerechten, een kleine 20.000 zaken meer dan in 2018. Voor de meeste rechtsgebieden is het aantal ingekomen zaken ongeveer gelijk als in 2018. Bij het aantal aangebrachte strafzaken bij de rechtbanken was er sprake van een lichte toename en bij de aangebrachte vreemdelingenzaken van een forse toename. Het aantal zaken die aangebracht werden bij de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het bedrijfsleven is fors gedaald ten opzichte van 2018.

De bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak is in 2019 opgehoogd in verband met het verwachte tekort bij de Rechtspraak over 2019.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt meer gedetailleerd ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen de Rechtspraak in 2019.

Tabel 36 Productie
 

realisatie

realisatie

realisatie

realisatie

realisatie

prognose

2015

2016

2017

2018

2019

2019

Totaal

1.697.291

1.599.026

1.519.612

1.475.237

1.535.628

1.645.833

       

Gerechtshoven

      

Civiel

13.557

13.914

14.104

13.399

12.876

14.373

Straf

35.204

35.671

33.972

31.878

30.858

35.426

Belasting

4.901

7.433

4.675

3.771

3.717

3.555

       

Rechtbanken

      

Civiel

287.639

279.489

269.596

256.899

257.371

282.922

Straf

184.117

174.646

169.880

164.658

167.328

169.577

Bestuur (excl. VK)

51.578

49.926

44.532

37.878

35.212

42.916

Bestuur (VK)

25.380

29.731

30.774

33.231

38.346

31.480

Kanton1

1.061.520

973.254

916.649

903.841

959.317

1.030.857

Belasting

25.371

27.046

27.973

21.860

23.690

27.235

       

Bijzondere colleges

      

Centrale Raad van beroep

8.024

7.916

7.457

7.822

6.913

7.493

X Noot
1

Dit is exclusief de evaluatie CBM-zaken in 2017 (52.400), 2018 (56.466) en 2019 (24.698).

Doorlooptijden

Hieronder is de realisatie van de doorlooptijden van de door de Rechtspraak afgedane zaken.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt meer gedetailleerd ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen de Rechtspraak in 2019. 

Tabel 37 Doorlooptijden
 

norm

realisatie

realisatie

realisatie

realisatie

realisatie

  

2015

2016

2017

2018

2019

Civiel- handelszaken rechtbanken

       

Handels- dagvaardingszaken met verweer - norm 1

90%

≤ 2 jaar

87%

89%

91%

90%

90%

Handels- dagvaardingszaken met verweer - norm 2

70%

≤ 1 jaar

62%

65%

64%

62%

65%

Handels- dagvaardingszaken zonder verweer (verstek)

90%

≤ 6 wkn.

84%

78%

81%

79%

80%

Beëindigde faillissementen

90%

≤ 3 jaar

77%

72%

69%

65%

63%

Handelszaken rekesten (vooral insolventie)

90%

≤ 3 mnd.

80%

76%

79%

81%

81%

Kort gedingen / vovo's (inclusief familierecht)

95%

≤ 3 mnd.

92%

92%

93%

93%

93%

        

Civiel- familiezaken rechtbanken

       

Scheidingszaken totaal (exclusief vovo's)

95%

≤ 1 jaar

93%

94%

94%

94%

94%

- waarvan op gemeenschappelijk verzoek

95%

≤ 2 mnd.

92%

94%

96%

96%

96%

Alimentatiezaken, bijstandsverhaal

90%

≤ 1 jaar

92%

93%

93%

91%

91%

Omgang- en gezagzaken

85%

≤ 1 jaar

87%

85%

83%

82%

81%

Jeugdbeschermingszaken kinderrechter

90%

≤ 3 mnd.

89%

89%

89%

88%

88%

- waarvan verzoeken tot OTS

80%

≤ 3 wkn.

68%

66%

59%

59%

59%

        

Bestuursrechtelijke zaken rechtbanken

       

Reguliere bestuurszaken, bodemzaken - norm 1

90%

≤ 1 jaar

82%

83%

82%

81%

80%

Reguliere bestuurszaken, bodemzaken - norm 2

70%

≤ 9 mnd.

68%

68%

65%

65%

60%

Voorlopige voorzieningen bestuur regulier

90%

≤ 3 mnd.

95%

97%

97%

97%

97%

Vreemdelingenzaken, bodemzaken

90%

≤ 9 mnd.

84%

90%

91%

82%

88%

Belastingzaken lokaal, bodemzaken

90%

≤ 9 mnd.

55%

30%

31%

59%

56%

Rijksbelastingzaken, bodemzaken - norm 1

90%

≤ 18 mnd.

74%

79%

83%

80%

74%

Rijksbelastingzaken, bodemzaken - norm 2

70%

≤ 1 jaar

59%

56%

61%

59%

46%

        

Kantonzaken

       

Handels- dagvaardingszaken met verweer - norm 1

90%

≤ 1 jaar

94%

94%

93%

93%

93%

Handels- dagvaardingszaken met verweer - norm 2

75%

≤ 6 mnd.

76%

77%

73%

72%

72%

Rekesten arbeidsontbindingen op tegenspraak

95%

≤ 3 mnd.

94%

86%

79%

76%

75%

Handelsrekesten, niet-arbeidszaken

95%

≤ 6 mnd.

83%

87%

87%

88%

86%

Handels- dagvaardingszaken zonder verweer (verstek)

90%

≤ 6 wkn.

98%

98%

98%

97%

96%

Kort gedingen / vovo's

95%

≤ 3 mnd.

96%

95%

95%

96%

96%

Overtredingszaken

85%

≤ 1 mnd.

89%

90%

92%

91%

91%

Mulderzaken

80%

≤ 3 mnd.

58%

35%

55%

48%

50%

        

Strafzaken rechtbanken

       

Strafzaken MK (= meervoudig behandeld)

90%

≤ 6 mnd.

81%

83%

81%

82%

80%

Politierechterzaken (incl. economische)

90%

≤ 5 wkn.

87%

86%

88%

87%

89%

Strafzaken bij de kinderrechter (EK)

85%

≤ 5 wkn.

81%

80%

80%

81%

85%

Raadkamerzaken m.b.t. voorlopige hechtenis

100%

≤ 2 wkn.

99%

99%

99%

99%

99%

Raadkamerzaken niet voorlopige hechtenis

85%

≤ 4 mnd.

76%

74%

73%

78%

79%

        

Civiel - handelszaken hoven

       

Dagvaardingszaken handel + verdeling gemeenschap - norm 1

80%

≤ 2 jaar

81%

81%

80%

78%

78%

Dagvaardingszaken handel + verdeling gemeenschap - norm 2

70%

≤ 1 jaar

48%

46%

42%

39%

40%

Insolventierekesten

90%

≤ 2 mnd.

65%

46%

45%

68%

70%

Handelsrekesten, niet insolventie

90%

≤ 6 mnd.

46%

60%

52%

51%

45%

        

Civiel - familiezaken hoven

       

Familierekesten

90%

≤ 1 jaar

90%

91%

87%

87%

88%

- waarvan Jeugdbeschermingszaken

90%

≤ 4 mnd.

85%

77%

69%

76%

72%

        

Belastingzaken hoven

       

Belastingzaken - norm 1

90%

≤ 18 mnd.

78%

85%

69%

79%

81%

Belastingzaken - norm 2

70%

≤ 1 jaar

51%

67%

40%

50%

51%

        

Strafzaken hoven

       

Meervoudige Kamer-zaken

85%

≤ 9 mnd.

65%

64%

65%

62%

51%

EK-strafzaken, niet-kantonappellen

85%

≤ 6 mnd.

55%

49%

50%

36%

35%

EK-strafzaken, kantonappellen

85%

≤ 6 mnd.

67%

61%

57%

38%

37%

Raadkamer m.b.t. Voorlopige Hechtenis

90%

≤ 2 wkn.

74%

71%

80%

72%

72%

Raadkamer niet m.b.t. Voorlopige Hechtenis

80%

≤ 4 mnd.

76%

51%

50%

44%

40%

        

Klachten niet vervolgen (12 Sv)

85%

≤ 6 mnd.

34%

32%

30%

34%

30%

Uitwerken (MK) strafzaak i.v.m. cassatie

100%

≤ 6 mnd.

65%

66%

68%

65%

65%

C. JAARREKENING

8. Departementale verantwoordingsstaat

Tabel 38 Departementale verantwoordingstaat 2019 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) (bedragen * € 1.000)
  

(1)

(2)

(3) = (2) - (1)

Artikel

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen1

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

TOTAAL

12.891.256

12.899.909

1.600.564

13.691.839

13.662.272

1.645.512

800.583

762.363

44.948

           
 

Beleidsartikelen

12.434.318

12.442.971

1.579.440

13.212.819

13.169.221

1.611.631

778.501

726.250

32.191

           

31

Politie

6.045.349

6.054.002

500

6.294.120

6.306.609

14.145

248.771

252.607

13.645

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

1.497.644

1.497.644

181.992

1.597.033

1.574.732

196.364

99.389

77.088

14.372

33

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

868.481

868.481

1.200.408

902.541

849.257

1.074.176

34.060

‒ 19.224

‒ 126.232

34

Straffen en beschermen

2.686.793

2.686.793

97.740

2.916.406

2.904.553

97.351

229.613

217.760

‒ 389

36

Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

272.471

272.471

2.000

246.699

256.921

568

‒ 25.772

‒ 15.550

‒ 1.432

37

Migratie

1.063.580

1.063.580

96.800

1.256.020

1.277.149

229.027

192.440

213.569

132.227

           
 

Niet-beleidsartikelen

456.938

456.938

21.124

479.020

493.051

33.881

22.082

36.113

12.757

           

91

Apparaatsuitgaven Kerndepartement

434.493

434.493

21.124

475.446

489.477

33.871

40.953

54.984

12.747

92

Nog onverdeeld

19.394

19.394

0

0

0

0

‒ 19.394

‒ 19.394

0

93

Geheim

3.051

3.051

0

3.574

3.574

10

523

523

10

X Noot
1

per saldo aangegane verplichtingen

9. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

Tabel 39 Samenvattende verantwoordingsstaat 2019 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van JenV (VI) ( x € 1.000)
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

(4)

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2018

     

Dienst Justitiële Instellingen

     

Totale baten

2.155.063

2.343.710

188.647

2.303.734

Totale lasten

2.155.063

2.385.545

230.482

2.286.562

Saldo van baten en lasten

0

‒ 41.835

‒ 41.835

17.172

     

Totale kapitaalontvangsten

10.000

3.159

‒ 6.841

403

Totale kapitaaluitgaven

44.535

23.125

‒ 21.410

44.365

     

Immigratie- en Naturalisatiedienst

     

Totale baten

370.508

459.066

88.558

418.675

Totale lasten

370.508

481.548

111.040

394.349

Saldo van baten en lasten

0

‒ 22.482

‒ 22.482

24.326

     

Totale kapitaalontvangsten

10.800

7.126

‒ 3.674

12.459

Totale kapitaaluitgaven

24.200

43.355

19.155

43.787

     

Centraal Justitieel Incasso Bureau

     

Totale baten

140.288

141.883

1.595

135.021

Totale lasten

140.288

140.861

573

126.289

Saldo van baten en lasten

0

1.022

1.022

8.732

     

Totale kapitaalontvangsten

2.971

1.790

‒ 1.181

4.263

Totale kapitaaluitgaven

6.923

15.030

8.107

6.246

     

Nederlands Forensisch Instituut

     

Totale baten

77.483

84.368

6.885

79.367

Totale lasten

77.483

82.431

4.948

82.085

Saldo van baten en lasten

0

1.937

1.937

‒ 2.718

     

Totale kapitaalontvangsten

6.763

7.099

336

4.605

Totale kapitaaluitgaven

10.613

6.663

‒ 3.950

8.025

     

Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening

     

Totale baten

41.250

43.549

2.299

38.135

Totale lasten

41.250

41.351

101

35.175

Saldo van baten en lasten

0

2.198

2.198

2.960

     

Totale kapitaalontvangsten

0

0

0

0

Totale kapitaaluitgaven

0

2.007

2.007

1.252

De Regeling agentschappen en de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2020 laten enige ruimte voor interpretatie ten aanzien van de vraag wat als omzet van een baten-lastenagentschap kan of dient te worden aangemerkt. In bepaalde gevallen is hieraan daarom via de begrotingswet nadere invulling gegeven. Bij de herziening van de Regeling agentschappen in 2020 zullen verduidelijkingen worden aangebracht, zodat voortaan alleen bedragen die een directe relatie hebben met geleverde producten/diensten als omzet kunnen worden verantwoord en het niet meer nodig is in de begrotingswet nadere duiding te geven aan het begrip omzet. Om dit over 2020 mogelijk te maken, zullen door de regering voorstellen worden ingediend om de inmiddels door de Staten-Generaal goedgekeurde begrotingen bij suppletoire wet aan te passen in lijn met deze voorgenomen herziening van de Regeling agentschappen. Om ook over 2019 een transparant beeld te geven, is in de toelichting bij de jaarrekening van elk agentschap een nadere specificatie opgenomen van de gerealiseerde omzet, waaruit aard en omvang duidelijk blijken.

10. Jaarverantwoording agentschappen per 31 december 2019

10.1 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

Inleiding

De Dienst Justitiële Inrichtingen levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan onze zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen.

Staat van Baten en Lasten
Tabel 40 Staat van baten en lasten per 2019 (x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en vastgestelde begroting (3 = 2 - 1)

Realisatie 2018

     

Baten

    

Omzet

2.155.063

2.324.940

169.877

2.210.008

- Omzet moederdepartement

2.097.986

2.248.066

150.080

2.126.177

- Omzet overige departementen

0

15.979

15.979

11.930

- Omzet derden

57.077

60.895

3.818

71.901

Vrijval voorzieningen

0

15.725

15.725

14.635

Bijzondere baten

0

3.045

3.045

79.091

Rentebaten

0

0

0

0

Totaal baten

2.155.063

2.343.710

188.647

2.303.734

     

Lasten

    

Apparaatkosten

1.136.650

1.259.337

122.687

1.200.269

-Personele kosten

1.016.882

1.123.287

106.405

1.077.164

Waarvan eigen personeel

888.632

931.587

42.955

892.684

Waarvan inhuur externen

103.000

140.702

37.702

132.062

Waarvan overige personele kosten

25.250

50.998

25.748

52.418

-Materiële kosten

119.768

136.050

16.282

123.105

Waarvan apparaat ICT

39.396

50.600

11.204

52.522

Waarvan bijdrage aan SSO's

34.265

29.087

‒ 5.178

28.253

Waarvan overige materiële kosten

46.107

56.363

10.256

42.330

Materiële programma kosten

893.760

1.055.606

161.846

967.776

Afschrijvingskosten

19.650

20.143

493

20.967

-Immaterieel

4.527

4.135

‒ 392

4.275

-Materieel

15.123

16.008

885

16.692

Dotaties voorzieningen

86.188

50.459

‒ 35.729

97.550

Overige kosten

0

0

0

0

Bijzondere lasten

18.815

0

‒ 18.815

0

Rentelasten

0

0

0

0

Totaal lasten

2.155.063

2.385.545

230.482

2.286.562

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

‒ 41.835

‒ 41.835

17.172

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

     

Saldo van baten en lasten

0

‒ 41.835

‒ 41.835

17.172

Het negatieve exploitatieresultaat ad € 41,8 mln. wordt met name veroorzaakt door vakmanschap, overproductie GW, extra lasten vanwege huisvesting en energie en nog een aantal kleinere posten.

Jaarlijks wordt door DJI beoordeeld of bepaalde activiteiten onder de Vpb-plicht vallen. Er vindt momenteel een inventarisatie plaats naar mogelijk Vpb-belaste activiteiten in 2019 binnen DJI.

Baten

Omzet moederdepartement

Tabel 41 Omzet moederdepartement (x € 1.000)

Omschrijving

2019

2018

Bijdrage

2.197.364

2.083.596

Diverse dienstverlening Overig JenV

37.618

31.516

Diverse dienstverlening Agentschappen JenV

13.084

11.065

Totaal

2.248.066

2.126.177

De stand van de departementale verantwoording bedraagt in 2019 € 2.284 mln. Op deze stand is een aantal mutaties verantwoord om tot de omzet moederdepartement te komen zoals deze in de Staat van baten en lasten is verantwoord. De voornaamste mutaties betreffen de terug te betalen bijdrage frictiekosten (€ 39,2 mln.) en de vooruitontvangen bijdrage Pilot visie GW.

Omzet overige departementen

Tabel 42 Omzet overige departementen (x € 1.000)

Omschrijving

2019

2018

Dienstverlening overige ministeries

15.979

11.930

Totaal

15.979

11.930

Tabel 43 Overzicht omzet moederdepartement (x € 1 mln.)

Omschrijving

2019

Omzet moederdepartement

2.248,1

  

waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

2.107,6

Intramurale sanctiecapaciteit (inclusief reserve- en in stand te houden capaciteit)

1.003,6

Extramurale sanctiecapaciteit

9,1

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GW (PPC)

130,3

FPC’s / forensische zorg (Rijks FPC's en tbs-capaciteit bij part. instellingen)

291,0

Intramurale inkoopplaasten forensische zorg in GGZ-instellingen

359,5

Inkoop ambulante forensische zorg

107,4

Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra (inclusief reserve- en in stand te houden capaciteit)

74,4

Justitiële Jeugdplaatsen (inclusief reserve en aan te houden capaciteit)

132,2

  

waarvan overige bijdragen van het moederdepartement

89,8

Vreemdelingencapaciteit Veldzicht (COA en bestuursrechtelijk)

7,0

Capaciteit Caribisch Nederland (BES)

6,4

Inkoop gedragsinterventies

4,1

Voorziening Substantieel Bezwarende Functie (SBF)

42,7

Kosten personeelsconvenant

25,8

Frictiekosten GW/VB

19,4

Frictiekosten JJI

14,3

Voorziening Van Werk naar Werk (VWNW)

7,9

Subsidies (gevangenismuseum en EFP)

1,4

Overige kosten niet bij p*q inbegrepen

2,7

Exploitatieresultaat

‒ 41,8

  

waarvan overige ontvangsten van het moederdepartement

50,7

Overige ontvangsten uit dienstverlening aan JenV

50,7

De overige ontvangsten/bijdragen zijn in de bovenstaande tabel naar aard en omvang gespecificeerd.

Omzet derden

Tabel 44 Omzet derden (x € 1.000)

Omschrijving

2019

2018

Opbrengst arbeid

20.386

20.942

Opbrengst Verdrag Noorwegen

0

18.246

Opbrengst verhuur overig

915

800

Opbrengst afrekeningen inkoop forensische zorg 2011-2015

762

‒ 113

Opbrengst exploitatie VN en ICC plaatsen

3.899

4.454

Opbrengst verhuur celcapaciteit (incl cellen politie)

4.743

2.791

Opbrengst IT-dienstverlening

463

496

Opbrengsten bewakings- en beveiligingsdiensten

11.601

7.612

Opbrengsten vervoer

605

450

Opbrengst inning eigen bijdrage

376

3.084

Opbrengst C.O.A. / C.A.K.

7.302

7.043

Afrekening Jeugdinstellingen

1.545

689

Overige omzet derden

8.297

5.407

Totaal

60.895

71.901

Opbrengsten arbeidHet betreft hier de bruto externe opbrengst van de arbeid en de winkels ten behoeve van de gedetineerden € 20,4 mln. (2018: € 20,9 mln.). De kosten van de arbeid zijn verdisconteerd in de programmakosten (inzet, grond- en hulpstoffen, kosten machines, onderhoudskosten etc.) en apparaatskosten voor wat betreft de personele inzet.

Overige opbrengstenDe beëindiging van het contract met Noorwegen in 2018 leidt tot een daling van de overige opbrengsten met ongeveer € 18 mln. in 2019. De dienstverlening aan externen voor wat betreft bewakings- en beveiligingsdiensten en celcapaciteit voor arrestanten heeft in 2019 meer opbrengsten gegenereerd t.o.v. 2018.

Vrijval uit voorzieningenBij de balanspost voorzieningen is een toelichting opgenomen op de vrijval uit de voorzieningen.

Bijzondere batenDe bijzondere baten bestaan voornamelijk uit een extra huuropbrengst van € 3 mln. uit verhuur van voormalige DJI panden.

Lasten

Apparaatskosten

a. Personele kosten

Tabel 45 Personele kosten (x € 1.000)

Omschrijving

2019

2018

Waarvan eigen personeel

931.587

892.684

Waarvan externe inhuur

140.702

132.062

Waarvan overige personele kosten

50.998

52.418

Totaal

1.123.287

1.077.164

De personeelskosten zijn in 2019 verantwoord voor een bedrag van € 931,6 mln. (2018: € 892,7 mln.) en zijn ten opzichte van 2018 gestegen met € 38,9 mln. hetgeen 4,18% is. De CAO-verhogingen zijn daar debet aan, nl. 2% per 1 juli 2019 en doorwerking op o.a. vakantiegeld, sociale lasten, eindejaarsuitkering en diverse premies bracht een stijging op de gemiddelde loonsom met zich mee. Daarnaast is de DJI bezig met een forse wervingscampagne. Hierdoor is er sprake van een stijging van het aantal personeelsleden met 286 fte. Aan de andere kant waren er ook veel vacatures met name op moeilijk in te vullen functies zoals psychiaters, ICT-ers en beveiligingspersoneel. De kosten van externe inhuur zijn ten opzichte van 2018 gestegen met € 8,6 mln. De stijging van de kosten externe inhuur wordt vooral veroorzaakt door de inhuur van beveiligingspersoneel (flexibeleschil) en automatiseringspersoneel in verband met enkele omvangrijke ICT-projecten. Verder wordt personeel tijdelijk ingehuurd op de momenten dat er in de inrichtingen onvoldoende eigen personeel beschikbaar is.

b. Materiële apparaatskosten

Tabel 46 Materiële kosten (x € 1.000)

Omschrijving

2019

2018

Waarvan apparaat ICT

50.600

52.522

Waarvan bijdrage aan SSO's

29.087

28.253

Waarvan overige materiële kosten

56.363

42.330

Totaal

136.050

123.105

c. Materiële programmakosten

Tabel 47 Materiële programmakosten (x € 1.000)

Omschrijving

2019

2018

Financiering particuliere instellingen Jeugd

72.694

57.358

Inkoop forensische zorg

678.151

613.866

Subsidies overig

3.595

2.887

Gebruikersvergoeding RVB programma

101.106

99.371

Overige huisvestingskosten programma

78.845

75.477

Kosten justitieel ingeslotenen

89.972

83.584

Materiële kosten arbeid justitiabelen

13.535

15.444

Kosten arrestanten politiebureaus

1.437

659

Overige exploitatiekosten programma

16.271

19.130

Totaal

1.055.606

967.776

Bij de tweede suppletiore begroting zijn aanvullende middelen toegekend voor de productiestijging die zich bij de inkoop Forensische Zorg heeft voorgedaan. Daarnaast heeft extra instroom in het laatste kwartaal 2019 geleid tot nog hogere kosten ten opzichte van de toegekende middelen bij de tweede suppletiore begroting. De overige kosten zijn grotendeels in lijn met 2018.

Tabel 48 Afschrijvingskosten (x € 1.000)

Omschrijving

2019

2018

Immaterieel vaste activa

4.135

4.275

Materieel vaste activa

16.008

16.691

Totaal

20.143

20.967

Dotaties aan voorzieningen

Tabel 49 Dotaties voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving

2019

2018

Dotaties aan voorzieningen

50.459

97.550

Totaal

50.459

97.550

De dotaties aan de voorzieningen zijn nader toegelicht bij de betreffende post in de balans.

Saldo van baten en lastenOver 2019 is een negatief exploitatieresultaat ad € 41,8 mln. gerealiseerd. Dit komt overeen met circa 1,78% van de totale omzet in 2019.

Balans
Tabel 50 Balans per 31 december 2019 (x € 1.000)
 

31-12-2019

31-12-2018

Activa

  

Immateriële activa

6.757

9.331

Materiële vaste activa

43.587

40.417

- Grond en gebouwen

447

720

- Installaties en inventarissen

42.421

39.184

- Projecten in uitvoering

0

0

- Overige materiële vaste activa

719

513

Vlottende Activa

454.828

529.299

- Voorraden en onderhanden projecten

7.893

5.992

- Debiteuren

22.971

20.618

- Overige vorderingen en overlopende activa

90.502

168.641

- Liquide middelen

333.462

334.048

Totaal Activa

505.172

579.047

   

Passiva

  

Eigen vermogen

24.389

66.224

- Exploitatiereserve

66.224

49.052

- Onverdeeld resultaat

‒ 41.835

17.172

Voorzieningen

79.248

123.610

Langlopende schulden

0

0

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

401.535

389.213

- Crediteuren

30.364

44.190

- Belastingen en premies sociale lasten

0

0

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

- Overige schulden en overlopende passiva

371.171

345.023

Totaal Passiva

505.172

579.047

Toelichting op de debetzijde van de balans
Tabel 51 Debiteuren (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2019

31-12-2018

Debiteuren

30.330

28.038

-/- Voorziening dubieuze debiteuren

‒ 7.359

‒ 7.420

Totaal

22.971

20.618

   

Nadere specificatie

31-12-2019

31-12-2018

Debiteuren moederdepartement

4.682

3.798

Debiteuren andere ministeries

4.710

2.993

Debiteuren derden

20.938

21.247

Totaal

30.330

28.038

Tabel 52 Overige vorderingen en overlopende activa (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2019

31-12-2018

Vooruitbetaalde bedragen

32.923

30.563

Personele (salaris)voorschotten

144

77

Overige vorderingen en overlopende activa

57.435

138.001

Te vorderen BTW

0

0

Totaal

90.502

168.641

   

Nadere specificatie

31-12-2019

31-12-2018

Overige vorderingen en overlopende activa van moederdepartement

5.628

41.495

Overige vorderingen en overlopende activa van andere ministeries

19.887

19.962

Overige vorderingen en overlopende activa van derden (buiten het Rijk)

64.987

107.184

Totaal

90.502

168.641

Tabel 53 Specificatie overige vorderingen en overlopende activa (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2019

31-12-2018

Nog te ontvangen afrekeningen inzake Forensische zorg

38.281

80.652

Nog te ontvangen eigen bijdrage

327

3.095

Nog te ontvangen ESF Subsidies particuliere + rijksinstellingen

5.924

6.095

Nog te ontvangen RVB inzake overname panden

0

540

Nog te ontvangen bijdrage moederdepartement ihkv frictiekosten

0

36.062

Nog te ontvangen kasbijdrage

0

410

Nog te ontvangen ihkv verhuur celcapaciteit VN/ICC

966

884

Overige voorschotten

144

77

Vooruitbetaalde bedragen

32.923

30.563

Overige vorderingen diverse inrichtingen

11.937

10.263

Totaal

90.502

168.641

Toelichting op de creditzijde van de balans

Specificatie bij enkele passivaposten

Tabel 54 Ontwikkeling eigen vermogen (x € 1.000)

Jaar

Omzet

Eigen vermogen

%

2019

2.324.940

24.389

1%

2018

2.210.008

66.224

3%

2017

2.111.872

67.452

3%

Tabel 55 Eigen vermogen (x € 1.000)
 

Exploitatiereserve

Onverdeeld resultaat

Totaal

Stand 01-01-2019

49.052

17.172

66.224

Onverdeeld resultaat 2018 (+/-)

17.172

‒ 17.172

0

Toevoeging door moederdepartement (+)

0

0

0

Storting aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

Onverdeeld resultaat 2019 (+/-)

0

‒ 41.835

‒ 41.835

Stand 31-12-2019

66.224

‒ 41.835

24.389

Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve en het onverdeelde resultaat uit het verslagjaar.Op grond van de gemiddelde omzet over de jaren 2017, 2018 en 2019 bedraagt de maximaal toegestane stand van het eigen vermogen € 110,8 mln. De berekening van het maximale eigen vermogen is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet berekend over de laatste drie jaar (artikel 27 lid 4 c van de Regeling agentschappen).

Het negatieve exploitatieresultaat 2019 bedraagt € 41,8 mln. en is verantwoord als onverdeeld resultaat 2019 en zal in 2020 ten laste van de exploitatiereserve worden gebracht.

Voorzieningen

Tabel 56 Voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2019

in 2019

in 2019

in 2019

31-12-2019

Voorziening SBF

39.198

0

32.077

‒ 29.289

41.986

Reorganisatievoorziening

11.925

‒ 2.122

3.056

‒ 3.866

8.993

Voorziening van Werk naar Werk

12.965

‒ 3.150

10.403

‒ 8.384

11.834

Voorziening doorlopende salariskosten

10.945

‒ 4.113

4.922

‒ 3.676

8.078

Voorziening afkoop boekwaarde gebouwen

35.382

‒ 1.977

0

‒ 33.405

0

Voorziening witte-groene tabel (loonheffing)

909

‒ 616

0

‒ 293

0

Voorziening verzelfstandiging Mesdagkliniek

1.601

‒ 7

0

‒ 182

1.412

Voorziening Afwikkeling Belasting-controle 2013-2017

10.685

‒ 3.740

0

0

6.945

Totaal

123.610

‒ 15.725

50.458

‒ 79.095

79.248

ToelichtingVoorziening afkoop boekwaardeDeze voorziening is in 2019 geheel afgewikkeld. Het voor Bonaire onttrokken bedrag van € 0,7 mln. is als nog te betalen post aan het RVB opgenomen.

ReorganisatievoorzieningDe reorganisatievoorziening betreft de voorzieningen die zijn getroffen voor reorganisaties binnen DJI die niet vallen onder het Masterplan DJI. Het betreft onder meer reorganisaties van de locatie Heuvelrug in 2010, het hoofdkantoor in 2011, FPC Veldzicht in 2013, de Leuvense Poort/Corridor in 2015.Daarnaast zijn er voorzieningen voor:a. vaststellingsovereenkomstenDeze voorziening is in 2018 gevormd voor medewerkers waarmee afspraken zijn gemaakt over een vrijwillig vertrek. Dit heeft geleid tot meerjarige vaststellingsovereenkomsten met een bovenwettelijke uitkering.b. salarissuppletieHet «Van Werk Naar Werk» (VWNW)-beleid bestaat uit verschillende financiële tegemoetkomingen op diverse tijdstippen. Er is een extra financiële reservering nodig vanwege garanties op het behoud van het salarisniveau vòòr de reorganisatie. De eerste 2 jaar kunnen medewerkers de VWNW-salarisgarantieregeling aanvragen, indien zij na een reorganisatie in een lagere salarisschaal geplaatst zijn. Voor deze 2 jaars salariscompensatie periode wordt op individueel niveau een besluit opgesteld en zijn de financiële gevolgen in de VWNW-voorziening zelf opgenomen. Echter vanaf het 3e jaar ontstaat het recht op aanvragen van de VWNW-regeling «salarissuppletie».c. beveiliging en sluiting Gevangeniswezen / Vreemdelingenbewaring (GW/VB). Voor het leegstandsbeheer / objectbewaking is in 2019 in Almere, Zwaag en Zoetermeer gebruik gemaakt van inzet G4S t/m het moment van sleuteloverdracht aan het RVB, waarna het RVB het leegstandsbeheer over heeft genomen. De voorziening is in 2019 afgewikkeld.

Crediteuren

Tabel 57 Crediteuren (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2019

31-12-2018

Crediteuren

28.088

41.008

Betalingen onderweg

2.276

3.182

Totaal

30.364

44.190

   
   

Openstaande crediteuren per jaar

31-12-2019

31-12-2018

t/m 2015

537

538

2016

0

‒ 26

2017

‒ 220

1.100

2018

26

‒ 230

2019

27.745

39.626

Totaal

28.088

41.008

Overige schulden en overlopende passiva

Tabel 58 Overige schulden en overlopende passiva (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2019

31-12-2018

Overige schulden: nog te ontvangen facturen/declaraties

251.647

275.534

Vooruitontvangen projectbijdragen

3.794

961

Terug te betalen bijdragen

39.181

184

Vooruitontvangen bedragen

6.996

5.846

Vakantiegeld

28.214

27.174

Eindejaarsuitkering

3.893

3.699

Niet opgenomen vakantiedagen

37.447

31.625

Totaal

371.171

345.023

   

Nadere specificatie

31-12-2019

31-12-2018

Overige schulden en overlopende passiva aan moederdepartement

49.051

6.277

Overige schulden en overlopende passiva aan andere ministeries

29.668

25.288

Overige schulden en overlopende passiva aan derden (buiten het Rijk)

292.452

313.458

Totaal

371.171

345.023

Tabel 59 Specificatie overige schulden en overlopende passiva (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2019

31-12-2018

Inkoop forensische zorg

153.061

176.704

Nog te betalen afkoop subsidierelatie 't Keerpunt

6.254

0

Nog te betalen aan RVB (servicekosten/gebruikerszaken en kosten PPS)

21.861

19.219

Nog te betalen kosten zorgkosten

2.640

6.504

Nog te betalen regeling SBF 2e carriere

5.025

12.389

ESF-bijdrage particuliere inrichtingen

5.580

6.161

Nog te betalen TOD en overwerk

7.131

7.173

Nog te betalen kosten ARBO dienstverlening EC-OP

1.218

283

Overige passiva

2.388

2.325

Diverse overige nog te betalen (incl. ntb JenV)

46.489

44.776

Totaal

251.647

275.534

Kasstroomoverzicht
Tabel 60 Kasstroomoverzicht per 31 december 2019 (x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie envastgestelde begroting

 

(1)

(2)

3 = (2) - (1)

Rekening Courant RHB 1 januari 2019 +/+ stand depositorekeningen

205.177

334.048

128.871

Totaal ontvangsten operationele kasstroom(+/+)

2.155.063

2.974.534

819.471

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 2.153.163

‒ 2.955.154

‒ 801.991

Totaal operationele kasstroom

1.900

19.380

17.480

Totaal investeringen (-/-)

‒ 19.535

‒ 23.125

‒ 3.590

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+/+)

10.000

3.159

‒ 6.841

Totaal investeringskasstroom

‒ 9.535

‒ 19.966

‒ 10.431

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

‒ 25.000

0

25.000

Eenmalige storting door moederdepartement (+/+)

0

0

0

Aflossing op leningen (-/-)

0

0

0

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

0

0

0

Totaal financieringskasstroom

‒ 25.000

0

25.000

Rekening-courant RHB 31 december 2019 +/+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

172.542

333.462

160.920

Doelmatigheidsindicatoren
Tabel 61 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2019
  

Realisatie

Begroting

Omschrijving

2018

2019

2019

Saldo baten en lasten als % totale baten

0,8%

‒ 1,8%

0,0%

    

Direct inzetbare intramurale sanctiecapaciteit

   

– strafrechtelijke sanctiecapaciteit

9.605

8.988

8.894

– inbewaringgestelden op politiebureaus

20

20

20

– capaciteit ten behoeve van internationale tribunalen

96

96

96

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1,-)

268

290

265

Omzet (x € 1 mln.)

969

964

872,3

    

Reservecapaciteit intramurale sanctiecapaciteit

611

554

583

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1,-)

71

71

87

Omzet (x € 1 mln.)

15,8

14,3

18,5

    

In stand te houden intramurale sanctiecapaciteit

1.000

1.185

1.603

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1,-)

46

58

31

Omzet (x € 1 mln.)

17,0

24,9

18,2

    

Extramurale sanctiecapaciteit (penitentiair programma met of zonder elektronisch toezicht)

426

396

450

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

62

63

64

Omzet (x € 1 mln.)

9,6

9,1

10,5

    

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg (PPC’s)

630

668

630

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

520

534

529

Omzet (x € 1 mln.)

119,6

130,3

121,6

    

Forensische zorg

   

– Rijksinrichtingen forensisch psychiatrische zorg

172

169

175

– Tbs-capaciteit bij particuliere instellingen

1.138

1.160

1.152

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

577

600

585

Omzet (x € 1 mln.)

275,9

291,0

283,3

    

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GGZ instellingen

   

- Inkoop forensische zorg in strafrechtelijk kader

2.609

2.911

2.395

- Inkoop forensische zorg voor gedetineerden

130

47

162

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

322

333

322

Omzet (x € 1 mln.)

321,9

359,5

300,1

    

- Inkoop ambulante forensische zorg

92

107

89

    

Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

   

Direct inzetbare capaciteit:

   

– vrijheidsbeneming (art. 6 Vw)

61

63

63

– vreemdelingenbewaring (art. 59 Vw)

696

584

584

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

274

296

295

Omzet (x € 1 mln.)

75,8

69,9

69,7

    

Reservecapaciteit vreemdelingen

176

70

70

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

94

38

98

Omzet (x € 1 mln.)

6,0

1,0

2,5

    

In stand te houden capaciteit vreemdelingen

0

216

216

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

0

46

46

Omzet (x € 1 mln.)

0,0

3,6

3,6

    

Direct inzetbare jeugdcapaciteit

   

– Rijksjeugdinrichtingen

255

255

255

– particuliere jeugdinrichtingen

250

250

262

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

650

675

647

Omzet (x € 1 mln.)

119,8

124,4

122,0

    

Reservecapaciteit jeugd

104

104

92

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

77

51

90

Omzet (x € 1 mln.)

2,9

1,9

3,0

    

In stand te houden jeugdplaatsen

144

144

144

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

101

112

90

Omzet (x € 1 mln.)

5,3

5,9

4,7

Toelichting

Verschillen in dagprijs hangen voorts samen met de introductie van een nieuwe kostprijssystematiek, waarbij kosten op verbeterde manier worden toegerekend aan de begrotingsproducten. Dit verklaart onder andere voor een groot deel de mutaties in de prijzen van de reservecapaciteit jeugd en de in stand te houden jeugdplaatsen.

Ten opzichte van de begroting 2019 stijgen de kosten als gevolg van loon en prijsindexatie.

Door de stijgende gedetineerdenbezetting op de beschikbare capaciteit nemen de kosten per plaats toe. Dit doet zich met name voor bij de direct inzetbare intramurale sanctiecapaciteit.

Samenhangend met de veranderende doelgroep zijn er daarnaast in de onderliggende productmix naar verhouding meer zwaardere regimes, wat ook leidt tot een gemiddeld hogere prijs.

Daarnaast stijgen over het algemeen de kostprijzen als gevolg van met name gestegen ICT-kosten ten opzichte van waar in de begroting rekening mee werd gehouden.

Bij de intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GGZ instellingen is ten opzichte van de begroting een stijging en een wijziging in productmix waar te nemen.

Bij de vreemdelingenbewaring capaciteit leidt een efficiëntere benutting van gebouwen over het algemeen tot een positief effect op de kostprijzen. Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg in GGZ instellingen.

10.2 Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

Inleiding

De Immigratie- en Naturalisatiedienst is dé toelatingsorganisatie van Nederland die, als uitvoeringsorganisatie, het vreemdelingenbeleid effectief en efficiënt uitvoert in samenwerking met de partners in de keten. Dit houdt in dat de IND de aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven of Nederlander willen worden.

Staat van Baten en Lasten
Tabel 62 Staat van baten en lasten IND (x € 1.000)
   

Verschil

 
   

realisatie en

 
   

vastgestelde

 
 

Vastgestelde

 

begroting

 

Omschrijving

begroting (1)

Realisatie (2)

(3 = 2 - 1)

Realisatie 2018

     

Baten

    

Omzet moederdepartement

323.148

389.393

66.245

336.297

Omzet overige departementen

0

0

0

0

Omzet derden

47.360

68.678

21.318

80.649

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

995

995

1.729

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

370.508

459.066

88.558

418.675

     

Lasten

    

Apparaatkosten

302.363

367.387

65.024

317.353

- Personele kosten

246.500

312.184

65.684

265.036

Waarvan eigen personeel

215.000

242.956

27.956

211.728

Waarvan inhuur externen

27.000

65.193

38.193

48.018

Waarvan overige personele kosten

4.500

4.035

‒ 465

5.290

- Materiële kosten

55.863

55.203

‒ 660

52.317

Waarvan apparaat ICT

1.000

1.192

192

1.163

Waarvan bijdrage aan SSO's

39.926

50.162

10.236

43.574

Waarvan overige materiële kosten

14.937

3.849

‒ 11.088

7.580

Materiële programma kosten

47.445

69.222

21.777

56.364

Rentelasten

200

5

‒ 195

34

Afschrijvingskosten

20.500

16.688

‒ 3.812

17.512

-Materieel

6.000

2.154

‒ 3.846

1.829

Waarvan apparaat ICT

2.500

0

‒ 2.500

0

-Immaterieel

14.500

14.534

34

15.682

Overige lasten

0

28.246

28.246

3.086

-Dotaties voorzieningen

0

28.119

28.119

2.609

-Bijzondere lasten

0

127

127

477

Totaal lasten

370.508

481.548

111.040

394.349

     

Saldo van baten en lasten reguliere bedrijfsuitoefening

0

‒ 22.482

‒ 22.482

24.326

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

     

Saldo van baten en lasten

0

‒ 22.482

‒ 22.482

24.326

Toelichting

In vergelijking met de begroting zijn de baten en de lasten hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt doordat bij Voorjaarsnota 2019 door het kabinet extra middelen aan het opdrachtgeversbudget zijn toegevoegd. De bijstelling bestaat uit:

  • stabiele financiering van de asielketen € 41,5 mln.;

  • extra productieverwachting volgend uit de Meerjaren Productieprognose (MPP) € 32,9 mln.;

  • overig (o.a. loonbijstelling) € 5,5 mln.

In de praktijk zijn de instroom en de productie toegenomen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. De aanvullende middelen zijn ingezet voor de bekostiging van deze hogere productie.

Daarnaast zijn gelden beschikbaar gesteld voor de uitvoering van:

  • de Definitieve Regeling Langdurig Verblijvende Kinderen: eind januari 2019 heeft het kabinet besloten tot een herbeoordeling van alle personen wiens aanvraag voor de Definitieve Regeling Langdurig Verblijvende Kinderen is afgewezen op grond van het meewerkcriterium. De bijdrage voor de uitvoering van deze regeling bedraagt € 12,9 mln.;

  • de Brexit: de in het voorjaar 2018 gereserveerde middelen voor de afhandeling van de aanvragen voor een verblijfsvergunning door Britse onderdanen naar aanleiding van de Brexit zijn bij de eerste suppletoire begroting beschikbaar gesteld. De bijdrage voor de uitvoering van de Brexit in 2019 en volgende jaren bedraagt totaal € 14,0 mln.

Baten

Omzet moederdepartement

In de opdrachtbrief zijn de te ontvangen baten van het moederdepartement vastgelegd. De afrekening vindt plaats volgens de met het moederdepartement overeengekomen bekostigingsafspraken. In 2019 is een omzet moederdepartement gerealiseerd van € 389,4 mln.

De omzet moederdepartement is als volgt opgebouwd.

Tabel 63 Omzet moederdepartement (x € 1.000)
 

2019

2018

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten

345.879

246.157

waarvan productgroep Asiel

156.656

92.207

waarvan productgroep Naturalisatie

19.042

8.997

waarvan productgroep Ketenondersteuning

7.038

6.551

waarvan productgroep Regulier

163.143

138.402

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

101.116

161.309

   

Subtotaal:

446.995

407.466

waarvan omzet gecorrigeerd voor leges

‒ 53.814

‒ 58.153

waarvan omzet gecorrigeerd voor diversen

‒ 3.788

‒ 13.016

Totaal omzet moederdepartement

389.393

336.297

Totaal omzet direct gerelateerd aan geleverde producten

De totaal gerealiseerde omzet PxQ bedraagt € 345,9 mln. Deze is bepaald op basis van de vastgestelde IND kostprijzen en de gerealiseerde prestatie aantallen in 2019. De stijging ten opzichte van 2018 wordt veroorzaakt doordat:

  • de instroom en productie van een groot aantal producten asiel, regulier en naturalisatie in 2019 is gestegen,

  • de IND in 2019 voor een groter deel via PxQ wordt bekostigd. Een deel van de kosten voor huisvesting en werkplekken zijn vanaf 2019 in de kostprijzen opgenomen en maken geen onderdeel meer uit van de lumpsum. De kostprijzen zijn hierdoor toegenomen; de lumpsumbijdrage is afgenomen.

Totaal omzet overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

Deze omzet bestaat uit de lumpsumbijdrage uit de aanvullende opdrachtbrief ad € 97,4 mln. Dit is lager dan in 2018, omdat een deel van de lumpsum (kosten voor huisvesting en werkplekken) vanaf 2019 in de IND kostprijzen zijn opgenomen. Daarnaast is € 3,7 mln. ontvangen voor specifieke projecten, zoals Brexit, Digitaal Werken en de Regeling Kinderpardon.

Omzet gecorrigeerd

De omzet moederdepartement is volgens de bekostigingsafspraken gecorrigeerd voor de omzet ontvangen leges en het maximeren van de bijdrage voor strategische projecten.

Omzet derden

In de omzet derden worden onder andere de leges voor het aanvragen van vergunningen, de bijdrage uit internationale projecten en doorbelastingen voor huisvesting verantwoord. De omzet derden tot en met december 2019 bedraagt € 68,7 mln.

Rentebaten

In 2019 zijn geen rentebaten ontvangen.

Vrijval voorzieningen

In 2019 heeft er een vrijval van € 1,0 mln. plaatsgevonden inzake de reorganisatievoorzieningen Van Werk Naar Werk (VWNW) en de voorziening Wachtgeldverplichtingen (BW/WW).

Bijzondere baten

In 2019 zijn geen bijzondere baten verantwoord.

Lasten

Apparaatskosten

De apparaatskosten zijn onderverdeeld in 2 categorieën.

- personele kosten

- materiële kosten

Personele kosten

De ambtelijke bezetting van de IND bedraagt ultimo 2019 3.670 fte, in vergelijking met ultimo 2018 een stijging van 737 fte.

De stijging van de personele kosten wordt verklaard door de stijging van de IND capaciteit, zowel ambtelijk als externe inhuur. De stijging van externe inhuur heeft vooral betrekking op de inhuur van uitzendkrachten. Deze zijn ingezet in het primaire proces voor het wegwerken van achterstanden en de toenemende instroom. In de begroting van 2019 was rekening gehouden met een forse krimp in de kosten voor externe inhuur. Gedurende het jaar is de krimpopdracht omgebogen naar een groeimodel als gevolg van bovengenoemde oorzaak.

Het gemiddelde aantal fte’s ambtelijk personeel over 2019 bedraagt 3.258. De bijbehorende gemiddelde loonsom per fte bedraagt € 74.572. De stijging van de gemiddelde loonsom wordt onder meer verklaard door de cao-stijging.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit huisvestingskosten, de kosten voor in- en uitbesteding en de materiële programmakosten. De laatste hebben een directe relatie met de uitvoering van de IND taken, zoals tolkenkosten, proceskosten, verzorging, laboratoriumonderzoek, documenten en de kosten van automatisering voor het primair proces.

De stijging van de materiele kosten wordt veroorzaakt door de uitbreiding van huisvesting. Ook zijn de genoemde programmakosten gestegen door de toename van de productie in 2019.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn in 2019 lager dan de afschrijvingskosten van 2018. Dit als gevolg van afnemende investeringen in de afgelopen jaren.

Overige lasten

In 2019 is een bedrag van ca. € 1,6 miljoen gedoteerd aan de diverse reorganisatievoorzieningen die betrekking hebben op de inrichting van de IND conform het goedgekeurd O&F rapport van 2015 en een voorziening voor de wachtgeldverplichtingen van voormalige medewerkers.

Tevens is per 31 december 2019 het financieel risico van de ingediende ingebrekestelling (IGS) en beroep niet tijdig beslissen (BNTB) gewaardeerd. Als dekking van dit financieel risico heeft de IND een voorziening gevormd voor een bedrag € 26,5 miljoen.

Balans
Tabel 64 Balans per 31 december 2019 (x € 1.000)
 

31-12-2019

31-12-2018

Activa

  

Immateriële activa

26.277

34.447

Materiële vaste activa

4.221

5.480

- Grond en gebouwen

8

110

- Installaties en inventarissen

52

186

- Projecten in uitvoering

0

0

- Overige materiële vaste activa

4.161

5.184

Vlottende Activa

114.166

118.676

- Voorraden en onderhanden projecten

1.691

1.018

- Debiteuren

3.629

3.793

- Overige vorderingen en overlopende activa

6.804

6.374

- Liquide middelen

102.042

107.490

Totaal Activa

144.664

158.603

   

Passiva

  

Eigen vermogen

‒ 992

45.326

- Exploitatiereserve

21.490

21.000

- Onverdeeld resultaat

‒ 22.482

24.326

Voorzieningen

30.826

6.832

Langlopende schulden

  

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

22.044

27.863

Kortlopende schulden

92.786

78.582

- Crediteuren

205

51

- Belastingen en premies sociale lasten

0

0

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

3.550

2.865

- Overige schulden en overlopende passiva

89.031

75.666

Totaal Passiva

144.664

158.603

Toelichting op de debetzijde van de balans

Debiteuren

Tabel 65 Debiteuren, Nog te ontvangen (x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

 
 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

Totaal

Debiteuren

294

527

2.808

3.629

Nog te ontvangen

1.054

68

5.682

6.804

     

Totaal

1.348

595

8.490

10.433

Toelichting op de creditzijde van de balans

Eigen vermogen

Tabel 66 Overzicht Eigen Vermogen (x € 1.000)
 

Exploitatiereserve

Onverdeeld resultaat

Totaal

Stand 01-01-2019

21.000

0

21.000

Onverdeeld resultaat 2018 (+/-)

24.326

0

24.326

Toevoeging door moederdepartement (+/+)

0

0

0

Storting aan moederdepartement (-/-)

‒ 23.836

0

‒ 23.836

Onverdeeld resultaat 2019 (+/-)

0

‒ 22.482

‒ 22.482

Stand 31-12-2019

21.490

‒ 22.482

‒ 992

Storting aan moederdepartement

Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve en het onverdeelde resultaat uit het verslagjaar. De Regeling Agentschappen (artikel 27 lid 4c) schrijft voor dat het eigen vermogen van een agentschap niet groter mag zijn dan 5% van de gemiddelde jaaromzet van de afgelopen drie jaar. Voor de jaren 2016, 2017 en 2018 vertaalde zich dit in een maximum eigen vermogen van € 21,4 miljoen. Met het resultaat over 2018 kwam de IND boven deze grens uit en is het eigen vermogen in 2019 afgeroomd voor een bedrag van € 23,8 miljoen.

Onverdeeld resultaat

Het onverdeelde saldo van baten en lasten over 2019 bedraagt € 22,5 miljoen negatief. Dit resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door de gevormde voorziening als gevolg van het niet tijdig beslissen (BTNDB) en ingebrekestellingen (IGS) inzake de asielverzoeken. Voor deze voorziening is een bedrag van € 26,5 miljoen ten laste van het resultaat gebracht.

Ontwikkeling eigen vermogen in relatie tot gemiddelde omzet afgelopen 3 jaar

Het eigen vermogen is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet van de laatste drie jaar (artikel 27 lid 4 c van de Regeling agentschappen). In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen in relatie tot het plafond van 5% van de gemiddelde omzet in de afgelopen 3 jaar opgenomen.

Tabel 67 Ontwikkeling eigen vermogen (x € 1.000)

Jaar

Omzet

Eigen vermogen

%

2019

459.066

‒ 992

0%

2018

418.675

45.326

11%

2017

414.084

40.663

10%

Voorzieningen

Tabel 68 Voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2019

in 2019

in 2019

in 2019

31-12-2019

Voorziening Reorganisatie 2015 - Verplicht

262

95

0

167

0

Voorziening Reorganisatie 2016 FM - Vrijwillig

172

99

0

73

0

Voorziening Reorganisatie 2016 FM - Verplicht

1.326

595

0

486

245

Voorziening Maatwerk

464

7

410

275

592

Voorziening Remplacenten

1.395

28

610

1.009

968

Voorziening Wachtgeldverplichtingen (BW/W)

3.215

171

563

1.122

2.485

Voorziening Dwangsommen

0

0

26.536

0

26.536

Totaal

6.834

995

28.119

3.132

30.826

De voorzieningen zijn als volgt opgebouwd:

Reorganisatievoorzieningen (VWNW)

Vanaf 2014 zijn er diverse voorzieningen gevormd welke verband hielden met de nieuwe inrichting van de IND per 1 september 2015. Deze voorzieningen hebben betrekking op de medewerkers van de afdeling Facilitaire Bedrijfsvoering, de nog niet geplaatste medewerkers uit de verplichte fase van 2015 en remplaçanten. In 2019 is een bedrag van € 0,8 miljoen vrijgevallen voor wat betreft de voorziening van de verplichte fase kandidaten. In 2019 is er een bedrag van € 1 miljoen gedoteerd om de voorziening weer op het gewenste niveau te krijgen.

Voorziening Wachtgeldverplichtingen (WW/BW)

De IND is eigenrisicodrager voor de WW en bovenwettelijke WW aanspraken van voormalige medewerkers. Alle lopende wachtgeldverplichtingen zijn opgenomen in een voorziening. De hoogte en looptijden van de uitkeringen zijn gebaseerd op opgaven van onder andere het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Voor alle medewerkers die in de berekening van de voorziening wachtgeldverplichtingen zijn meegenomen, is voorzichtigheidshalve de maximale uitkeringsduur gehanteerd aangezien geen betrouwbare inschatting is te maken over een eventuele tussentijdse uitstroom. Voor voormalige medewerkers die een nieuwe dienstbetrekking hebben gevonden, worden na verloop van tijd geen verplichtingen meer opgenomen. In 2019 is er een bedrag van € 0,6 miljoen gedoteerd en is er een bedrag van bijna € 0,2 miljoen vrijgevallen.

Voorziening Dwangsommen

Per 31 december 2019 is het financieel risico van de ingediende ingebrekestelling (IGS) en beroep niet tijdig beslissen (BNTB) gewaardeerd. Als dekking van dit financieel risico heeft de IND een voorziening gevormd voor een bedrag van € 26,5 miljoen.

Niet opgenomen vakantie uren

Tabel 69 Kortlopende schuld niet opgenomen vakantie uren (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2019

31-12-2018

Vakantiedagen

12.813

10.749

Totaal

12.813

10.749

De stand van de niet opgenomen vakantie uren, de nog te betalen (resterende) verlofdagen, zijn als kortlopende schuld opgenomen op de balans. Naast vakantieverlof, zijn er binnen de overheid ook een aantal bijzondere verlofsoorten, zoals ouderschapsverlof en pasverlof, deze zijn buiten de berekening gelaten.

Crediteuren

Tabel 70 Crediteuren en kortlopende schulden (x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

 
 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

Totaal

Crediteuren

0

23

182

205

Overige schulden en overlopende passiva

19.535

21.260

48.236

89.031

Totaal

19.535

21.283

48.418

89.236

Kasstroomoverzicht
Tabel 71 Kasstroomoverzicht per 31 december 2019 (x € 1.000)
    

Verschil

    

realisatie en

  

Vastgestelde

 

vastgestelde

  

begroting

Realisatie

begroting

  

(1)

(2)

3 = (2) - (1)

1

Rekening Courant RHB 1 januari 2019 +/+ stand depositorekeningen

92.670

107.442

14.772

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom(+/+)

370.508

510.892

140.384

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 356.008

‒ 480.115

‒ 124.107

2

Totaal operationele kasstroom

14.500

30.777

16.277

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 10.800

‒ 7.388

3.412

 

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+/+)

0

129

129

3

Totaal investeringskasstroom

‒ 10.800

‒ 7.259

3.541

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

‒ 23.836

‒ 23.836

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+/+)

0

0

0

 

Aflossing op leningen (-/-)

‒ 13.400

‒ 12.131

1.269

 

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

10.800

6.997

‒ 3.803

4

Totaal financieringskasstroom

‒ 2.600

‒ 28.970

‒ 26.370

5

Rekening-courant RHB 31 december 2019 +/+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

93.770

101.990

8.220

Algemeen

De realisatiecijfers van het kasstroomoverzicht zijn opgesteld volgens de directe methode.

Investeringen

De investeringen hebben voor het grootste deel betrekking op software/licenties, inventaris, installaties en de ontwikkelkosten van het systeem Indigo en E-dienstverlening. Het bedrag aan gerealiseerde investeringen is lager dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door gebruik te maken van diensten bij SSO’s.

Uitkering aan moederdepartement

De Regeling Agentschappen (artikel 27 lid 4c) schrijft voor dat het eigen vermogen van een agentschap niet groter mag zijn dan 5% van de gemiddelde jaaromzet van de afgelopen drie jaar. Voor de jaren 2016, 2017 en 2018 vertaalde zich dit in een maximum eigen vermogen van € 21,4 miljoen. Met het resultaat over 2018 kwam de IND boven deze grens en is het eigen vermogen in 2019 afgeroomd voor een bedrag van € 23,8 miljoen.

Aflossing op lening

De aflossing op de leningen is lager dan begroot, omdat in voorgaande jaren minder leningen zijn afgesloten.

Beroep op leenfaciliteit

In 2019 is het beroep op de leenfaciliteit minder dan begroot. Dit als gevolg van afnemende investeringen door onder andere het gebruik maken van diensten bij SSO’s.

Doelmatigheidsindicatoren
Tabel 72 Doelmatigheidsindicatoren
     

oorspronkelijke

 

realisatie

realisatie

realisatie

realisatie

begroting

Omschrijving

2016

2017

2018

2019

2019

IND totaal

     

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

2.946

3.054

2.937

3.258

3.050

Saldo van baten en lasten (%)

1,5

7

5,8

‒ 4,9

0

Aantal klachten in %

0,1

0,1

0,1

0,1

 
      

Asiel:

     

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

91

86

87

81

90

Standhouden van beslissingen in %

90

90

90

92

85

Gemiddelde kostprijs (x €1 )

3.089

2.620

2.406

2.410

3.483

Omzet (P*Q)

218

169

157

199

188

      

Regulier:

     

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

89

82

83

86

95

Standhouden van beslissingen in %

86

86

84

82

80

Gemiddelde kostprijs (x €1 )

744

797

811

689

832

Omzet (P*Q)

209

219

235

225

168

      

Naturalisatie:

     

Doorlooptijd (wettelijke termijn) in %

95

93

68

54

95

Gemiddelde kostprijs (x €1 )

525

714

616

638

729

Omzet (P*Q)

12

15

15

23

17

Toelichting

Doorlooptijden

Bij de asielproducten is er in 2019 in 81% van de zaken binnen de wettelijke termijn besloten. De norm wordt niet gerealiseerd door de verhoogde instroom van voorgaande jaren, hierdoor zijn werkvoorraden ontstaan. Het wegwerken van de werkvoorraad voor onder andere Spoor 4 (AA/VA) en MVV nareis heeft een negatief effect op de gemiddelde doorlooptijd.

Bij de reguliere producten is in 2019 in 86% van de zaken binnen de wettelijke termijn besloten. In verband met het wegwerken van oude voorraden en het afhandelen van de aanvragen Definitieve Regeling Langdurig Verblijvende Kinderen (DRLVK) in 2019 is de norm van 95% niet gerealiseerd.

Bij de naturalisatie producten is in 2019 in 54% van de zaken binnen de wettelijke termijn besloten. Bij deze wettelijke beslistermijn gaat het om een end-to-end beslistermijn . Dit is de termijn van aanvraag naturalisatie bij de gemeente, de behandeling door de IND, het schriftelijke besluit van de Koning en de uiteindelijke naturalisatieceremonie bij de gemeente.

Voor de interne behandeling door de IND geldt dat 80% van de ingediende naturalisatieverzoeken voor het einde van de wettelijke termijn zijn afgesloten. De daling van de tijdigheid interne behandeling IND is met name het gevolg van een hoger instroomaantal naturalisatieverzoeken.

Gemiddelde kostprijs

De gemiddelde kostprijs Regulier daalt door een stijging van de uitstroomaantallen. Vanaf 2019 is het product Handhaving geïntroduceerd. Dit is een product met een relatief korte behandeltijd en hoge productieaantallen waardoor de gemiddelde kostprijs daalt.

Standhouding van beslissingen

Het normpercentage voor instandhouding van beslissingen is gerealiseerd.

10.3 Centraal Jusitieel Incassobureau (CJIB)

Inleiding

Het CJIB is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid die alleen voor of in opdracht van de overheid werkt, met aangewezen taken binnen de justitieketen voor het ten uitvoerleggen en coördineren van opgelegde (Europese) financiële straffen, sancties, transacties, strafbeschikkingen, maatregelen en confiscatiebeslissingen.

Staat van Baten en Lasten
Tabel 73 Staat van baten en lasten van baten-lastenagentschap CJIB (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2018

 

(1)

(2)

(3 = 2 - 1)

 

Baten

    

Omzet

140.288

141.883

1.595

134.894

- Omzet moederdepartement

127.282

132.403

5.121

121.339

- Omzet overige departementen

542

1.924

1.382

1.605

- Omzet derden

12.464

7.556

‒ 4.908

11.950

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

127

Rentebaten

0

0

0

0

Totaal baten

140.287

141.883

1.596

135.021

     

Lasten

    

Apparaatkosten

125.001

130.523

5.522

112.773

-Personele kosten

92.885

104.283

11.398

88.802

Waarvan eigen personeel

62.609

64.536

1.927

58.541

Waarvan inhuur externen

28.038

35.883

7.845

26.756

Waarvan overige personele kosten

2.238

3.864

1.626

3.505

-Materiële kosten

32.116

26.240

‒ 5.876

23.971

Waarvan apparaat ICT

7.850

7.188

‒ 662

6.285

Waarvan bijdrage aan SSO's

7.115

7.936

821

7.476

Waarvan overige materiële kosten

17.151

11.116

‒ 6.035

10.210

Gerechtskosten

10.566

5.428

‒ 5.138

8.721

Afschrijvingskosten

4.662

3.866

‒ 796

3.160

-Materieel

4.013

3.217

‒ 796

2.511

Waarvan apparaat ICT

0

2.377

2.377

1.607

-Immaterieel

649

649

0

649

Dotaties voorzieningen

0

1.000

1.000

755

Bijzondere lasten

0

0

0

821

Rentelasten

57

44

‒ 13

59

Totaal lasten

140.287

140.861

574

126.289

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsvoering

0

1.022

1.022

8.732

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

     

Saldo van baten en lasten

0

1.022

1.022

8.732

Baten

Omzet moederdepartement

Tabel 74 Onderbouwing omzet moederdepartement

Product

Vaste kosten

Variabel deel

Uitstroom

Omzet

 

(x € 1.000)

kostprijs

 

(x € 1.000)

Vrijheidsstraffen

3.866

€ 13,36

23.170

4.176

Taakstraffen

3.652

€ 24,61

36.740

4.556

Schadevergoedingsmaatregelen

6.004

€ 165,13

11.824

7.956

Ontnemingsmaatregelen

6.791

€ 1.392,83

1.395

8.733

Jeugdreclassering

93

€ 50,60

4.757

334

Voorwaardelijke Invrijheidstelling

202

€ 192,14

1.606

511

Toezicht

155

€ 43,95

14.299

783

Geldboetes

71.256

€ 1,39

9.035.990

83.780

Transacties

3.349

€ 25,53

3.380

3.435

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

   

114.264

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

   

18.139

Omzet moederdepartement

   

132.403

De overige bijdragen betreft inputfinanciering (€ 4,2 mln.), diverse overige financiering (€ 1,1 mln.) en projectfinanciering (€ 12,8 mln.). Van de projectfinanciering is onder meer € 4,2 mln. verstrekt voor feitgecodeerde projecten en € 5,8 mln. voor vAICE projecten.

Omzet overige departementen

Tabel 75 Onderbouwing omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)

Opdrachtgever

Departement

Q (stuks)

Omzet

Bestuurlijke boetes:

   

-nVWA

EZK

6.961

275

-Inspectie Leefomgeving en Transport

IenW

1.424

73

-Inspectie SZW

SZW

1.789

66

-Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

EZK

1.778

49

-DUO

OCW

561

21

-IGJ

VWS

213

13

-Agentschap Telecom

EZK

219

11

-Belastingdienst

Fin

32

3

Clustering rijksincasso:

   

-DUO

OCW

47.504

1.114

-Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

EZK

71

10

Overig:

   

-Diplomaten

BZK

n.v.t.

175

-Dienst Huurcommissie

BZK

4.735

114

Totaal

  

1.924

Omzet derden

De omzet derden betreft met name de vergoeding die het CJIB namens het Ministerie van VWS ontvangt inzake wanbetalers en onverzekerden.

Lasten

Personele kosten

Tabel 76 Onderbouwing Personele kosten (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Begroting

 

2017

2018

2019

2019

Formatie

1.063

1.128

1.177

1.159

- ambtelijk

877

927

983

940

- niet ambtelijk

186

201

194

219

Eigen personeel

    

Kosten

55.034

58.541

64.536

62.609

Externe inhuur

    

Kosten

30.814

26.756

35.883

28.038

Overige personeelskosten

    

Overige personeelskosten

3.565

3.505

3.864

2.238

Totale personeelskosten

89.413

88.802

104.283

92.885

De kosten van externe inhuur zijn hoger dan begroot, doordat in de oorspronkelijk vastgestelde begroting de kosten van programma’s zijn opgenomen onder de materiële kosten. Daarnaast is sprake van een stijging van de projectenportfolio en meer inzet op programma’s.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn lager dan begroot, doordat in de oorspronkelijk vastgestelde begroting de kosten van programma’s zijn opgenomen onder de materiële kosten. Deze kosten zijn echter gerealiseerd middels externe inhuur.

Gerechtskosten

Als gevolg van lager dan begrote productieaantallen inzake bestuurlijke boetes en clustering rijksincasso, zijn de gerechtskosten lager dan begroot. Daarnaast zijn de deurwaarderstarieven lager dan waar in de oorspronkelijk vastgestelde begroting rekening mee is gehouden.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn lager dan begroot als gevolg van uitgestelde investeringen en lager dan begrote aanschafprijzen.

Balans
Tabel 77 Balans per 31 december 2019 (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2019

31-12-2018

Activa

  

Vaste Activa

9.794

10.140

Immateriële activa

1.443

2.092

Materiële vaste activa

8.351

8.048

- grond en gebouwen

443

601

- installaties en inventarissen

1.932

2.425

- overige materiële vaste activa

5.976

5.022

Vlottende Activa

40.509

47.044

- Voorraden en onderhanden projecten

0

0

- Debiteuren

545

48

- Overige vorderingen en overlopende activa

4.382

4.421

- Liquide middelen

35.582

42.575

Totaal activa

50.303

57.184

   

Passiva

  

Eigen vermogen

7.674

15.152

- exploitatiereserve

6.652

6.420

- onverdeeld resultaat

1.022

8.732

Voorzieningen

959

1.108

Langlopende schulden

5.374

7.403

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

5.374

7.403

Kortlopende schulden

36.296

33.521

- Crediteuren

673

792

- Belastingen en premies sociale lasten

141

67

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

3.813

3.387

- Overige schulden en overlopende passiva

31.669

29.275

Totaal Passiva

50.303

57.184

Toelichting op de debetzijde van de balans

Activa

In onderstaand overzicht is voor de posten Debiteuren, Overige vorderingen en overlopende activa en Liquide Middelen aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2019 vorderingen betreft tussen het agentschap en het moederdepartement; het agentschap en andere Ministeries (inclusief agentschappen); het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 78 Vlottende activa (bedragen * € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

Totaal

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

 

Debiteuren

21

370

154

545

Overige vorderingen en overlopende activa

568

1.036

2.778

4.382

Liquide middelen

35.582

0

0

35.582

Totaal

36.171

1.406

2.932

40.509

Toelichting op de creditzijde van de balans

Passiva

In onderstaand overzicht is voor de posten Crediteuren, Overige verplichtingen en overlopende passiva aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2019 schulden betreft tussen: het agentschap en het moederdepartement; het agentschap en andere Ministeries (inclusief agentschappen); het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 79 Kortlopende schulden (bedragen x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

Totaal

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

 

Crediteuren

0

181

492

673

Belastingen en premies sociale lasten

0

141

0

141

Kortlopend deel leningen Ministerie van Financiën

0

3.813

0

3.813

Overige schulden en overlopende passiva

14.266

2.647

14.756

31.669

Totaal

14.266

6.782

15.248

36.296

In onderstaand overzicht is het verloop van de voorziening nader toegelicht.

Tabel 80 Voorzieningen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2019

2019

2019

2019

31-12-2019

Reorganisatievoorziening

1.108

0

1.000

‒ 1.149

959

Totaal

1.108

0

1.000

‒ 1.149

959

In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen in relatie tot het plafond van 5% van de gemiddelde omzet in de afgelopen drie jaar opgenomen.

Tabel 81 Ontwikkeling eigen vermogen (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

Omzet

131.079

134.894

141.883

Plafond eigen vermogen

6.430

6.614

6.798

Eigen vermogen

7.920

15.152

7.674

Eigen vermogen als percentage van de omzet

6,16%

11,46%

5,64%

Gezien er sprake is van een positief resultaat, waardoor het EV 5,64% van de omzet bedraagt, dient het EV > 5% uiterlijk bij voorjaarsnota te worden afgeroomd door de eigenaar.

Kasstroomoverzicht
Tabel 82 Kasstroomoverzicht over 2019 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

 

(1)

(2)

(3) = (2) - (1)

Rekening Courant RHB 1 januari 2019 +/+ stand depositorekeningen

38.984

42.572

3.588

Totaal ontvangsten operationele kasstroom(+/+)

140.287

174.547

34.260

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 135.625

‒ 168.299

‒ 32.674

Totaal operationele kasstroom

4.662

6.248

1.586

Totaal investeringen (-/-)

‒ 2.971

‒ 3.142

‒ 171

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+/+)

0

5

5

Totaal investeringskasstroom

‒ 2.971

‒ 3.137

‒ 166

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

‒ 8.500

‒ 8.500

Eenmalige storting door het moederdepartement (+/+)

0

0

0

Aflossing op leningen (-/-)

‒ 3.952

‒ 3.388

564

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

2.971

1.785

‒ 1.186

Totaal financieringskasstroom

‒ 981

‒ 10.103

‒ 9.122

Rekening-courant RHB 31 december 2019 +/+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

39.694

35.580

‒ 4.114

Tabel 83 Investeringen (bedragen x € 1.000)

Activum

Afschrijvingstermijn

Bedrag

Verbouwingen

5-10 jaar

0

Installaties en inventaris

5-10 jaar

194

Hard- en software

3-5 jaar

2.948

Immateriële vaste activa

5 jaar

0

Totaal

 

3.142

Operationele kasstroom

Het verschil wordt onder andere verklaard doordat de afschrijvingskosten € 0,8 mln. lager zijn dan begroot. De overige € 0,8 mln. wordt veroorzaakt door verandering in het werkkapitaal.

Investeringskastroom

De investeringen hebben voor € 2,9 mln. betrekking op hard- en software. De overige € 0,2 mln. betreft voornamelijk installaties en inventaris.

Ultimo 2018 stond inzake investeringen een factuurbedrag open van € 0,1 mln. en bedraagt het openstaande factuurbedrag ultimo 2019 € 0,5 mln. Hierdoor is het bedrag aan investering op de balans € 0,4 mln. hoger dan de investeringskasstroom.

Financieringskasstroom

Het verschil wordt verklaard door de eenmalige uitkering aan het moederdepartement ad € 8,5 mln., de aflossingen op leningen € 0,6 mln. lager zijn dan begroot en er € 1,2 mln. minder leenfaciliteit is afgeroepen dan begroot.

Doelmatigheidsindicatoren
Tabel 84 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2019
    

Realisatie

Begroting

Verschil 

 

2016

2017

2018

2019

2019

 

CJIB-totaal:

      

FTE-totaal (ambtelijk)

881

877

927

983

940

43

Saldo van baten en lasten in %

1,2

3,7

6,5

0,0

0,0

0,0

       

Geldboetes

      

Aantal

9.589.013

9.726.365

9.503.625

9.035.990

9.229.711

‒ 193.721

Kostprijs

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

0,00

Omzet (p*q)

86.301.117

87.537.285

85.532.625

81.323.910

83.067.399

‒ 1.743.489

% geïnde zaken binnen 1 jaar

92,0

93,2

93,0

92,7

93,0

‒ 0,4

       

Transacties

      

Aantal

7.247

6.098

4.574

3.380

6.300

‒ 2.920

Kostprijs

31,47

31,47

31,47

1.019,10

557,07

462,03

Omzet (p*q)

228.063

191.904

143.944

3.444.562

3.509.559

‒ 64.998

% geïnde zaken binnen 1 jaar

53,9

60,9

61,7

64,6

55,0

9,6

       

Vrijheidsstraffen

      

Aantal

20.752

21.516

22.157

23.170

20.778

2.392

Kostprijs

97,22

108,81

221,25

184,45

199,42

‒ 14,98

Omzet (p*q)

2.017.515

2.341.168

4.902.143

4.273.643

4.143.632

130.011

       

Taakstraffen

      

Aantal

37.884

36.347

35.676

36.740

38.590

‒ 1.850

Kostprijs

54,04

76,21

133,34

108,08

119,25

‒ 11,16

Omzet (p*q)

2.047.107

2.769.923

4.756.941

3.971.032

4.601.703

‒ 630.671

       

Schadevergoedingsmaatregelen

      

Aantal

13.230

13.332

12.468

11.824

14.355

‒ 2.532

Kostprijs

496,33

415,74

643,17

657,08

583,36

73,72

Omzet (p*q)

6.566.457

5.542.670

8.018.748

7.769.023

8.374.142

‒ 605.119

% afgedane zaken binnen 3 jaar

85,8

84,6

83,0

82,4

85,0

‒ 2,6

       

Ontnemingsmaatregelen

      

Aantal

1.268

1.483

1.471

1.395

1.736

‒ 342

Kostprijs

4.610,32

3.889,33

5.952,68

6.436,35

5.304,49

1131,86

Omzet (p*q)

5.845.884

5.767.869

8.753.418

8.975.489

9.208.595

‒ 233.106

% afgedane A-zaken binnen 5 jaar

74,1

71,4

70,0

70,6

70,0

0,6

% afgedane B-zaken binnen 10 jaar

71,8

65,9

61,2

60,9

65,0

‒ 4,1

       

voorwaardelijke invrijheidstelling

      

Aantal

936

881

729

1.606

1.250

356

Kostprijs

390,41

421,90

511,24

224,46

354,16

‒ 129,71

Omzet

365.421

371.690

372.692

360.475

442.704

‒ 82.229

       

Routeren Toezicht

      

Aantal

14.901

17.149

14.275

14.299

15.000

‒ 701

Kostprijs

33,29

44,14

37,87

50,79

54,29

‒ 3,51

Omzet

496.117

756.915

540.617

726.179

814.377

‒ 88.198

       

Jeugdreclassering

      

Aantal

5.457

5.258

4.432

4.757

6.000

‒ 1.243

Kostprijs

90,82

82,09

81,03

62,00

66,17

‒ 4,17

Omzet

495.591

431.609

359.133

294.928

397.022

‒ 102.094

       

Bestuurlijke boetes

      

Aantal

13.723

15.872

13.138

12.996

19.050

‒ 6.054

Tarief

33,64

33,75

32,37

35,01

28,44

6,57

Omzet (p*q)

461.639

535.641

425.236

455.018

541.772

‒ 86.755

       

Overheidsincasso

      

Omzet

12.474.224

10.674.656

11.736.508

10.921.233

12.463.611

‒ 1.542.378

       

Omzet-diversen/input

      

Omzet

13.620.865

15.583.670

9.479.000

19.367.510

12.722.484

6.645.026

       

Totaal

130.920.000

132.505.000

135.021.000

141.883.000

140.287.000

1.596.000

De kostprijzen van de producten transacties, schadevergoedingsmaatregelen en ontnemingsmaatregelen zijn hoger dan begroot als gevolg van een lagere dan begrote productie.Voor het product v.i. is de gerealiseerde productie hoger dan geraamd uitgekomen, waardoor de kostprijs lager is dan begroot.

10.4 Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Inleiding

Het NFI draagt bij aan het artikelonderdeel 33.3 «Het bestrijden van criminaliteit door een effectief en doelmatig instrumentarium van opsporing en vervolging» door middel van het leveren van kwalitatief hoogstaand forensisch onderzoek aan de partners in de strafrechtketen. De drie kernproducten daarbij zijn het uitvoeren van onderzoek op overwegend technisch, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk terrein, het doen van onderzoek naar nieuwe methoden en technieken en het overdragen van kennis op het gebied van forensisch en wetenschappelijk onderzoek.

Staat van Baten en Lasten
Tabel 85 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap NFI (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting (3 = 2 - 1)

Realisatie 2018

     

Baten

    

Omzet

77.461

83.233

5.772

78.534

Omzet moederdepartement

72.311

76.578

4.267

72.213

Omzet overige departementen

150

1.203

1.053

818

Omzet derden

5.000

5.452

452

5.503

Rentebaten

22

0

‒ 22

0

Vrijval voorzieningen

0

917

917

752

Bijzondere baten

0

218

218

81

Totaal baten

77.483

84.368

6.885

79.367

     

Lasten

    

Apparaatkosten

53.533

57.318

3.785

58.075

-Personele kosten

47.033

52.477

5.444

51.163

Waarvan eigen personeel

44.000

46.950

2.950

43.804

Waarvan inhuur externen

3.033

4.962

1.929

7.346

Waarvan overige personele kosten

0

565

565

13

-Materiële kosten

6.500

4.841

‒ 1.659

6.912

Waarvan apparaat ICT

3.100

1.628

‒ 1.472

3.385

Waarvan bijdrage aan SSO's

400

408

8

448

Waarvan overige materiële kosten

3.000

2.805

‒ 195

3.079

Materiële programma kosten

20.000

21.029

1.029

17.940

Afschrijvingskosten

3.850

2.926

‒ 924

3.487

-Materieel

3.850

2.926

‒ 924

3.487

Waarvan apparaat ICT

0

 

0

 

-Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

1.129

1.129

2.545

Dotaties voorzieningen

0

794

794

2.490

Bijzondere lasten

 

335

335

55

Rentelasten

100

29

‒ 71

38

Totaal lasten

77.483

82.431

4.948

82.085

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

1.937

1.937

‒ 2.718

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

1.937

1.937

‒ 2.718

Het saldo van baten en lasten bedraagt € 1,9 mln. positief.

Baten

De baten bedroegen circa € 6,9 miljoen meer dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door:

  • een hogere omzet moederdepartement (€ 5,8 mln.) met name ten behoeve van de loonbijstelling en een verhoging van het budget voor de One Stop Shop (naar aanleiding van het Regeerakkoord middelen extra capaciteit strafrechtketen). Daarnaast was sprake van de vrijval van een voorziening (€ 0,9 mln.).

 

Tabel 86 Toelichting bij de omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)

omschrijving

bedrag

Omzet moederdepartement

76.578

Waarvan Direct gerelateerd aan geleverde producten / diensten

 

producten en diensten

44.396

research & development

19.808

kennisdeling / opleiding

4.508

OneStopShop

4.758

Wegenverkeerswet (WVW/WMG)

1.723

  

Waarvan Overige ontvangsten

 

onder andere keteninformatisering, NFI Next en digitaliseringsmiddelen

1.385

Lasten

De lasten bedragen circa € 4,9 mln meer dan begroot en met name verklaard doordat de personele kosten toegenomen zijn met ongeveer € 2,9 mln met name als gevolg van de toegepaste CAO-stijging en een hogere externe inhuur (€ 1,9 mln) ten behoeve van ICT. Daarnaast is er in 2019 een dotatie geweest aan de reorganisatie- en wachtgeldvoorziening (€ 0,8 mln).

Balans
Tabel 87 Balans per 31 december 2019 (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2019

31-12-2018

Activa

  

Immateriële activa

0

0

Materiële vaste activa

11.050

9.564

- Grond en gebouwen

481

376

- Installaties en inventarissen

9.222

8.113

- Overige materiële vaste activa

1.347

1.075

Vlottende Activa

17.163

9.000

- Voorraden en onderhanden projecten

0

0

- Debiteuren

1.070

1.441

- Overige vorderingen en overlopende activa

3.009

2.094

- Liquide middelen

13.084

5.465

Totaal Activa

28.213

18.564

   

Passiva

  

Eigen vermogen

1.937

‒ 2.262

- Exploitatiereserve

0

456

- Onverdeeld resultaat

1.937

‒ 2.718

Voorzieningen

2.160

2.688

Langlopende schulden

7.998

5.764

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

7.998

5.764

Kortlopende schulden

16.118

12.374

- Crediteuren

2.227

2.367

- Belastingen en premies sociale lasten

102

126

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

2.542

2.190

- Overige schulden en overlopende passiva

11.247

7.691

Totaal Passiva

28.213

18.564

Activa

In onderstaand overzicht is voor de posten Debiteuren, Overige vorderingen en overlopende activa aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2019 vorderingen betreft tussen het agentschap en het moederdepartement, het agentschap en andere ministeries (inclusief agentschappen) en het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 88 Debiteuren, overige vorderingen, overige activa (bedragen x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

Totaal

Debiteuren

50

236

1.159

1.445

Overige vorderingen en overlopende activa

493

245

2.271

3.009

Liquide middelen

0

13.084

0

13.084

Totaal

543

13.565

3.430

17.538

Passiva

In onderstaand overzicht is voor de posten Crediteuren, Overige schulden en overlopende passiva aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2019 schulden betreft tussen: het agentschap en het moederdepartement; het agentschap en andere ministeries (inclusief agentschappen); het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 89 Crediteuren en kortlopende schulden (bedragen x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

Totaal

Crediteuren

38

43

1.737

1.818

Overige schulden en overlopende passiva

1.537

143

9.567

11.247

Totaal

1.575

186

11.304

13.065

Tabel 90 Voorzieningen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

1-1-2019

in 2019

in 2019

in 2019

31-12-2019

Voorziening personele verplichtingen reorganisatie

634

273

110

222

249

Voorziening vaststellingsovereenkomst en wachtgelden

2.054

412

596

327

1.911

Totaal

2.688

685

706

549

2.160

Tabel 91 Ontwikkeling eigen vermogen (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

2017

Omzet

83.233

78.534

76.191

Plafond eigen vermogen

3.966

4.169

4.196

Eigen vermogen

1.937

‒ 2.262

456

Eigen vermogen als percentage van omzet

2%

‒ 3%

1%

Kasstroomoverzicht
Tabel 92 Kasstroomoverzicht over 2019 (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie envastgestelde begroting

  

(1)

(2)

3 = (2) - (1)

1

Rekening Courant RHB 1 januari 2019 +/+ stand depositorekeningen

3.791

5.466

‒ 7.450

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom(+/+)

77.461

83.939

6.478

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

73.611

76.759

3.148

2

Totaal operationele kasstroom

3.850

7.180

3.330

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 6.763

‒ 4.511

2.252

 

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+/+)

0

99

99

3

Totaal investeringskasstroom

‒ 6.763

‒ 4.412

2.351

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+/+)

0

2.262

2.262

 

Aflossing op leningen (-/-)

‒ 3.850

‒ 2.152

1.698

 

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

6.763

4.738

‒ 2.025

4

Totaal financieringskasstroom

2.913

4.848

1.935

5

Rekening-courant RHB 31 december 2019 +/+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

3.791

13.082

9.291

Investeringskasstroom

De investeringen in 2019 zijn lager dan begroot. De investeringen betreffen met name laboratoriumapparatuur.

Tabel 93 Investeringen (bedragen x € 1.000)

Activum

Afschrijvingstermijn

Bedrag

Installaties en inventaris

5-10 jaar

3.277

Overige materiële vaste activa

2-5 jaar

1.072

Grond en gebouwen

30 à 50 jaar

162

Totaal

 

4.511

Doelmatigheidsindicatoren

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2019

Tabel 94 Doelmatigheidsindicatoren NFI
 

Productgroep

 

Instroom

Capaciteit

Uitstroom

Verschil Uitstroom en capaciteit

Realisatie gemiddelde levertijd

Norm levertijd 2019

% op tijd

BDE

Bijzondere Dienstverlening en Expertise

in producten

2.925

3.276

3.319

43

45

 

72%

BiS

Biologische Sporen

in producten

48.083

53.936

48.571

‒ 5.365

16

 

96%

CFS

Chemische en Fysische Sporen

in producten

15.690

17.573

15.400

‒ 2.173

12

 

92%

  

in uren

4.461

4.276

4.086

    

DBS

Digitale en Biometrische Sporen

in producten

743

1.064

707

‒ 357

41

 

88%

  

in uren

20.440

17.467

29.857

12.390

   

NFI

Nederlands Forensisch Instituut totaal

in producten

67.441

75.849

67.997

‒ 7.852

17

15

94%

  

in uren

24.901

21.743

33.943

12.390

   

De productie is hoger dan de instroom, daarmee zijn achterstanden weggewerkt. De instroom Biologische Sporen is lager dan de capaciteit. Een van de hoog volume DNA-producten hierbinnen heeft al enkele jaren een lagere instroom. In 2020 is de SLA hierop wederom aangepast. De instroom bij Chemische en Fysische Sporen is lager doordat de uitrol van NFIdent in 2019 vertraging heeft opgelopen door personele en technische problemen. Voor het NFI totaal bedraagt de gemiddelde gerealiseerde levertijd 17 dagen, deze ligt hiermee nog boven de norm van 15 dagen maar is 2 dagen lager dan in 2018. Het percentage onderzoeksrapporten dat geleverd is binnen de genormeerde levertijd bedraagt 94%. Hiermee is de norm van 95% nagenoeg gehaald.

10.5 Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

Inleiding

Screeningsautoriteit Justis screent om inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid van personen en organisaties. Justis doet dit in het belang van het functioneren van de rechtsstaat en de veiligheid in en van de samenleving.

Justis screent op terreinen waarvan politiek en samenleving vinden dat betrouwbaarheid belangrijk is. Justis maakt hierbij gebruik van unieke informatie die alleen voor de overheid beschikbaar is. Daar waar het bedrijfsleven screent, wil Justis dat dit betrouwbaar gebeurt en daarom screent ze deze organisaties ook. Justis draagt bij aan de veiligheid in en van de samenleving en doet recht aan de beginselen van de rechtsstaat, aangezien de rechtsstaat alleen goed kan functioneren als de betrouwbaarheid en veiligheid zijn gewaarborgd.

Bij het screenen van personen en organisaties stelt Justis de principes van de rechtsstaat centraal. Onafhankelijk en met oog voor privacy weegt Justis, vanuit een wettelijke basis, individuele belangen van personen en organisaties af tegen het collectieve belang, met als doel kwetsbare belangen te beschermen en risico’s te verminderen.

De beweging die Justis maakt, is die van een productgerichte naar een opgavegerichte organisatie waarbij de behoefte van de samenleving aan betrouwbaarheid en veiligheid het uitgangspunt vormt. Samen met opdrachtgevers en partners bekijkt Justis of en op welke manier screening kan bijdragen aan de maatschappelijke veiligheid en vermindering van risico’s in het maatschappelijk verkeer.

Staat van Baten en Lasten
Tabel 95 Staat van baten en lasten (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en vastgestelde begroting (3 = 2 - 1)

Realisatie 2018

     

Baten

    

Omzet

41.250

43.274

2.024

37.808

- Omzet moederdepartement

3.592

‒ 1.872

‒ 5.464

‒ 4.709

- Omzet overige departementen

283

3.704

3.421

411

- Omzet derden

37.375

41.442

4.067

42.106

Vrijval voorzieningen

0

0

0

327

Bijzondere baten

0

275

275

0

Rentebaten

0

0

0

0

Totaal baten

41.250

43.549

2.299

38.135

     

Lasten

    

Apparaatkosten

41.249

41.302

53

34.941

-Personele kosten

23.115

24.339

1.224

20.477

Waarvan eigen personeel

19.846

19.217

‒ 629

16.826

Waarvan inhuur externen

2.897

5.122

2.225

3.651

Waarvan overige personele kosten

372

0

‒ 372

0

-Materiële kosten

18.134

16.963

‒ 1.171

14.464

Waarvan apparaat ICT

8.809

1.274

‒ 7.535

1.036

Waarvan bijdrage aan SSO's

7.923

8.018

95

7.244

Waarvan overige materiële kosten

1.402

7.671

6.269

6.184

Materiële programma kosten

0

‒ 40

‒ 40

234

Afschrijvingskosten

0

0

0

0

-Materieel

0

0

0

0

Waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

-Immaterieel

0

0

0

0

Dotaties voorzieningen

0

0

0

0

Overige kosten

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

89

89

0

Rentelasten

0

0

0

0

Totaal lasten

41.250

41.351

12

35.175

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

2.198

2.287

2.960

Agentschapsdeel Vpb-lasten

 

0

0

0

     

Saldo van baten en lasten

0

2.198

2.287

2.960

Baten
Tabel 96 Omzet moederdepartement (bedragen x €1.000)

Omzet moederdepartement

2019

2018

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

  

- BIBOB

8.312

 

- VOG NP

‒ 21.269

 

- VOG RP

‒ 428

 

- Risicomeldingen

5.153

 

- TIV

1.103

 

- Gratie

963

 

- Naamswijziging

384

 

Totaal DGSenB

‒ 5.782

‒ 7.646

- GSR

1.034

 

- WPBR Ondernemingen

316

 

- WPBR leidingevenden

354

 

- WWM Ontheffingen

560

 

- WWM Administratieve Beroepen

793

 

- BOA

744

 

- BOD

109

 

Totaal DGRR

3.910

2.937

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

0

0

Totaal

‒ 1.872

‒ 4.709

Tabel 97 Omzet overige departementen (bedragen x €1.000)

Omzet overige departement

2019

2018

Verdeeld naar productgroep:

  

- Ministerie van I&M

182

181

- Ministerie van SZW

263

210

- Ministerie van EZK

‒ 298

‒ 243

- Ministerie van VWS

3.557

263

   

Totaal

3.704

411

Tabel 98 Omzet derden (bedragen x €1.000)

Omzet derden

2019

2018

Verdeeld naar productgroep:

  

- VOG(VOG NP, VOG RP en GVA)

39.176

39.799

- Naamswijziging

1.552

1.522

- WPBR

484

532

- BIBOB

188

189

- WWM

21

28

- Sancties

21

36

   

Totaal

41.442

42.106

Tabel 99 Vrijval voorzieningen (bedragen x €1.000)

Vrijval voorzieningen

2019

2018

Voorziening 2018

0

327

Voorziening 2019

0

0

Totaal

0

327

Tabel 100 Bijzondere baten (bedragen x €1.000)

Bijzondere baten

2019

2018

Eindafrekening VOG-vrijwilligers jaar 2018

275

0

   

Totaal baten

275

0

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement bestaat uit het IBOS-kader (van € 3,5 mln.) en het financieringsresultaat (van € 5,3 mln.). Het IBOS-kader bestaat uit bijdragen vanuit opdrachtgevers binnen het Ministerie van JenV voor producten waarvoor geen(kostendekkende) tarieven worden geheven aan de eindgebruiker. Het IBOS-kader is vrijwel onveranderd ten opzichte van de begroting. Het financieringsresultaat is lager dan in 2018. Dit wordt overwegend veroorzaakt door hogere kostprijzen 2019 ten opzichte van 2018. Het financieringsresultaat is in mindering gebracht op de omzet moederdepartement. Dit verklaart het verschil ten opzichte van de begroting.

Moederdepartement heeft geen overige bijdrage aan het agentschap Justis verstrekt.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen is in 2019 hoger dan de begroting. Bij het opstellen van de begroting 2019 was nog geen rekening gehouden met de bijdrage vanuit het Ministerie van VWS voor de VOG-vrijwilligers.

Omzet derden

De hogere realisatie ten opzichte van de Rijksbegroting is het gevolg van een toename bij diverse producten. Hierin heeft de VOG-NP het grootste aandeel met een realisatie van 1.100.000 betaalde VOG-aanvragen. In de begroting was met een opbrengst voor 1.000.000 betaalde VOG-aanvragen rekening gehouden.

Bijzondere baten

Bijzondere baten betreffen eindafrekening VOG-vrijwilligers van het jaar 2018 met het Ministerie van VWS.

Lasten
Tabel 101 Personele kosten (bedragen x €1000)

Personele kosten

2019

2018

Waarvan eigen personeel

19.217

16.826

Waarvan externe inhuur

5.122

3.651

Waarvan overige personele kosten

  

Totaal

24.339

20.477

Tabel 102 Materiële kosten (bedragen x €1000)

Materiële kosten

2019

2018

Waarvan apparaat ICT

1.274

1.036

Waarvan bijdrage aan SSO's

8.018

7.244

Waarvan overige materiele kosten

7.671

6.184

Totaal

16.963

14.464

Tabel 103 Materiële programma kosten (bedragen x €1000)

Materiële programma kosten

2019

2018

Subsidies tbv toelating VOG vrijwilligers

‒ 40

234

Totaal

‒ 40

234

Tabel 104 Bijzondere lasten (bedragen x €1000)

Bijzondere lasten

2019

2018

Financieringsresultaat 2018 EZ i.v.m. eindafrekening

89

0

Totaal

89

0

Personele kosten

De realisatie van de eigen personeelskosten is in lijn met de begroting. Inhuur externen betreft zowel de inhuur van uitzendkrachten als de benodigde inhuur automatiseringsdeskundige en interim management. De hoge realisatie heeft te maken met de productiestijging VOG ten opzichte van de begroting, de behoefte aan een flexibele invulling van de personele capaciteit, formatieherziening in verband met nieuwe organisatie inrichting, inhuur om de doorlooptijden te verbeteren en uitvoering van IV-projecten.

Materiële kosten

De realisatie van de materiële kosten is in lijn met de begroting. Hier is overigens sprake van een verschuiving tussen ICT-kosten en overige kosten. Dit wordt veroorzaakt doordat de belangrijkste ICT-leverancier (SSC-I) volgens verplichte codering onder overige materiële kosten valt in plaats van apparaat ICT. De hogere realisatie ten opzichte van het jaar 2018 wordt veroorzaakt door een ambitieus IV-programmma in 2019.

Saldo van baten en lasten

Het exploitatieresultaat ad € 2,2 mln. wordt veroorzaakt door hogere productie van de betaalde VOG-NP dan begroot en de bijdrage van het Ministerie van VWS voor de VOG-vrijwilligers die bij het opstellen van de begroting niet was meegenomen.

Justis is niet VPB-plichtig, derhalve is er geen VPB opgenomen.

Balans
Tabel 105 Balans per 31 december 2019 (bedragen x €1000)
 

31-12-2019

31-12-2018

Activa

  

Vaste Activa

0

0

Immateriële activa

0

0

Materiële vaste activa

0

0

- Grond en gebouwen

0

0

- Installaties en inventarissen

0

0

- Projecten in uitvoering

0

0

- Overige materiële vaste activa

0

0

Vlottende Activa

18.914

12.661

- Voorraden en onderhanden projecten

0

0

- Debiteuren

880

1.283

- Overige vorderingen en overlopende activa

1.030

1.099

- Liquide middelen

17.004

10.279

Totaal Activa

18.914

12.661

   

Passiva

  

Eigen vermogen

3.992

3.802

- Exploitatiereserve

1.794

842

- Onverdeeld resultaat

2.198

2.960

Voorzieningen

75

155

Langlopende schulden

0

0

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

14.847

8.704

- Crediteuren

709

3.464

- Belastingen en premies sociale lasten

0

0

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

- Overige schulden en overlopende passiva

14.138

5.240

Totaal Passiva

18.914

12.661

Toelichting op de debetzijde van de balans

Activa

Van de post ‘Debiteuren‘ heeft € 58.000 betrekking op andere ministeries en € 0,82 mln. op derden. Van de post ‘Overige vorderingen en overlopende activa‘ heeft € 0,90 mln. betrekking op het moederdepartement, € 104.000 betrekking op overige departementen en € 24.000 op derden.

Toelichting op de creditzijde van de balans

Passiva

Tabel 106 Voorziening (bedragen x €1000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2019

in 2019

in 2019

in 2019

31-12-2019

Voorziening outplacement

155

0

0

‒ 80

75

      

Totaal

155

0

0

‒ 80

75

In verband met een van outplacementregeling is op 31-12-2018 een voorziening gevormd. Onttrekking in 2019 bedraagt € 80.000.

De niet opgenomen verlofdagen van € 0,7 mln. zijn onderdeel van de post ‘Overige schulden en overlopende passiva’ op de balans.

Van de post ‘Overige schulden en overlopende passiva‘ heeft € 6,2 mln. betrekking op het moederdepartement, € 4,9 mln. betrekking op overige departementen en € 3 mln. betrekking op derden.

Eigen Vermogen

Op grond van de gemiddelde omzet over de jaren 2017, 2018 en 2019 bedraagt de maximaal toegestane stand van het eigen vermogen € 1,9 mln. De berekening van het maximale eigen vermogen is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet berekend over de laatste drie jaar (artikel 27 lid 4 c van de Regeling agentschappen).

Het onverdeelde saldo van baten en lasten over 2019 bedraagt € 2,2 mln. Na het toevoegen van € 140.000 aan de exploitatiereserve resteert van het exploitatieresultaat 2019 nog € 2,1 mln. Laatstgenoemd bedrag dient uiterlijk bij de voorjaarsnota te worden afgeroomd door de eigenaar.

In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen in relatie tot de gemiddelde omzet in de afgelopen drie jaar opgenomen.

Tabel 107 Ontwikkeling eigen vermogen (bedragen x €1000)

Jaar

Omzet

Eigen vermogen

%

2019

43.274

3.992

9%

2018

37.808

3.802

10%

2017

34.925

2.100

6%

Tabel 108 eigen vermogen (bedragen x €1000)
 

Exploitatie-reserve

Onverdeeld resultaat

Totaal

Stand 01-01-2019

842

2.960

3.802

Onverdeeld resultaat 2018 (+/-)

0

0

0

Toevoeging door moederdepartement (+)

952

0

952

Storting aan moederdepartement (-/-)

0

‒ 2.960

‒ 2.960

Onverdeeld resultaat 2019 (+/-)

0

2.198

2.198

Stand 31-12-2019

1.794

2.198

3.992

Kasstroomoverzicht
Tabel 109 Kasstroom overzicht per 31 december 2019
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie envastgestelde begroting

 

(1)

(2)

3 = (2) - (1)

1.Rekening Courant RHB 1 januari 2019 +/+ stand depositorekeningen

10.419

10.279

‒ 140

Totaal ontvangsten operationele kasstroom(+/+)

41.250

54.146

12.896

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 41.250

‒ 45.415

‒ 4.165

2.Totaal operationele kasstroom

0

8.731

8.731

Totaal investeringen (-/-)

0

0

0

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+/+)

0

0

0

3.Totaal investeringskasstroom

0

0

0

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

‒ 2.007

‒ 2.007

Eenmalige storting door het moederdepartement (+/+)

0

0

0

Aflossing op leningen (-/-)

0

0

0

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

0

0

0

4.Totaal financieringskasstroom

0

‒ 2.007

‒ 2.007

5.Rekening-courant RHB 31 december 2019 +/+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

10.419

17.003

6.584

De eenmalige uitkering aan het moederdepartement betreft de terugstorting van het deel van het exploitatieresultaat 2018 dat boven de maxi- mumomvang van het eigen vermogen uitkwam.

Doelmatigheidsindicatoren
Tabel 110 Overzicht doelmatigheidsindicatoren
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2019

 

Risicomeldingen

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

Volume

1.394

1.241

1.888

1.100

1.100

0

Omzet (x €1.000)1

 

Doorlooptijd

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

 
       

TIV

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

 

Volume

864

886

947

939

800

139

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % verstrekking A binnen 3 dagen

56%

48%

89%

86%

75%

 

Doorlooptijd: % verstrekking B binnen 4 weken

79%

71%

99%

97%

75%

 

Doorlooptijd: % verstrekking C binnen 6 weken en 4 maanden

100%

100%

100%

100%

95%

 
       

GSR

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

 

Volume

595

731

543

654

700

‒ 46

Omzet* (x €1.000)

700

 

Doorlooptijd: % positieve beslissing binnen 8 w.

96%

99%

96%

89%

95%

 

Doorlooptijd: % negatieve beslissing binnen 8 w.

n.v.t

83%

100%

100%

95%

 
       

BIBOB

      

Tarief

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

 

Volume

292

247

352

343

305

38

Omzet* (x €1.000)

€ 155

€ 130

€ 189

€ 188

€ 193

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

55%

31%

24%

55%

60%

 

Doorlooptijd: % binnen 12 weken

88%

74%

53%

85%

90%

 
       

Gratie

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

 

Volume

1.245

1.264

1.120

1.154

1.200

‒ 46

Omzet* (x €1.000)

571

 

Doorlooptijd: % binnen 6 maanden

87%

87%

84%

85%

90%

 
       

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG NP)

      

Tarief (via gemeenten)

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

 

Tarief (elektronisch)

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

 

Volume

967.031

1.055.184

1.205.026

1.100.0342

1.100.0003

34

Omzet* (x €1.000)

€ 26.534

€ 32.838

€ 38.070

€ 37.236

€ 33.850

 

Doorlooptijd: % binnen 4 weken

99%

100%

99%

99%

90%

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken na VTW

63%

44%

16%

35%

90%

 

Gegrond verklaarde klachten(%)

      
       

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG RP)

      

Tarief

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

 

Volume

5.377

6.022

5.013

5.536

5.100

436

Omzet* (x €1.000)

€ 1.140

€ 1.247

€ 1.018

€ 1.146

€ 1.056

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

100%

100%

100%

99%

95%

 

Doorlooptijd: % binnen 12 weken na VTW

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

n.v.t

 
       

VOG-vrijwilligers

      

Volume

n.v.t.

n.v.t.

17.284

143.189

n.v.t.

 

Omzet overige departementen (x €1.000)

n.v.t.

n.v.t.

€ 263

€ 3.557

n.v.t.

 
       

GVA

      

Tarief

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

 

Volume

8.072

9.489

8.904

10.028

6.000

4.028

Omzet* (x €1.000)

€ 379

€ 773

€ 668

€ 494

€ 490

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

100%

100%

100%

100%

95%

 

Doorlooptijd: % binnen 16 weken na VTW

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t.

95%

 
       

Naamswijziging

      

Tarief

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

 

Volume

1.915

2.180

2.519

2.635

2.400

235

Omzet* (x €1.000)

€ 1.115

€ 1.341

€ 1.522

€ 1.552

€ 1.373

 

Doorlooptijd: % binnen 20 weken

100%

99%

99%

99%

95%

 
       

WWM beroepen

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

Volume

108

127

89

158

120

38

Omzet* (x €1.000)

644

 

Doorlooptijd: % binnen 26 weken

100%

96%

99%

86%

95%

 
       

WWM ontheffingen

      

Tarief

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

 

Volume

364

323

366

289

360

‒ 71

Omzet* (x €1.000)

€ 444

€ 22

€ 28

€ 21

€ 25

 

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

97%

96%

93%

97%

95%

 
       

BOA (Buitengewone opsporingsambtenaren)

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

Volume

6.622

7.931

7.849

9.110

7.070

2.040

Omzet* (x €1.000)

614

 

Doorlooptijd: % verzoek art. 142 binnen 16 w.

100%

100%

100%

99%

95%

 
       

BOD (Bijzondere opsporingsdienst)

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

Volume

407

304

343

422

400

22

Omzet* (x €1.000)

€ 101

 

Doorlooptijd: % BOD binnen 8 weken

100%

100%

100%

99%

95%

 
       

WPBR ondernemingen

      

Tarief

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

 

Volume

726

767

859

1.027

850

177

Omzet* (x €1.000)

€ 718

€ 355

€ 436

€ 389

€ 354

 

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

96%

98%

98%

86%

95%

 
       

WPBR leidinggevenden

      

Tarief

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

 

Volume

901

964

1.101

1.180

1.025

155

Omzet* (x €1.000)

€ 379

€ 70

€ 95

€ 95

€ 75

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

86%

96%

94%

78%

95%

 
       

Continue screening

      

Volume4

194.657

195.316

225.659

256.816

195.000

61.816

Omzet overige depatamenten (x €1.000)

€ 355

€ 321

€ 391

€ 445

€ 283

 
       

Dienst Justis - totaal

      

FTE- totaal (intern personeel)

233

242

252

284

284

 

Saldo baten en lasten in % van totale baten

15%

20%

8%

5%

0%

 
X Noot
1

omzet is tariefinkomsten van het aantaal betaalde producten

X Noot
2

aantal betaalde aanvragen

X Noot
3

inclusief 100.000 VOG- vrijwilligers waarvoor geen bijdrage van het Ministerie VWS was begroot

X Noot
4

betreft het aantal deelnemers gemeenten

11. Saldibalans

De saldibalans per 31 december 2019 geeft de financiële posten weer die bij de afsluiting van de begrotingsboekhouding aan het einde van 2019 bestonden en meegenomen worden naar volgende begrotingsjaren.

Tabel 111 Saldibalans per 31 december 2019 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (bedragen x € 1.000)

Activa

 

31-12-2019

31-12-2018

 

Passiva

 

31-12-2019

31-12-2018

Intra-comptabele posten

  

Intra-comptabele posten

  

01

Uitgaven ten laste van de begroting

13.662.268

12.814.041

02

Ontvangsten ten gunste van de begroting

1.645.509

2.278.536

03

Liquide middelen

52

97

    

04

Rekening Courant RHB

0

0

04a

Rekening Courant RHB

11.297.779

9.904.449

05

Rekening Courant RHB Begrotingsreserve

12.225

102.841

05a

Begrotingsreserves

12.225

102.841

06

Vorderingen buiten begrotingsverband

42.973

39.442

07

Schulden buiten begrotingsverband

762.004

670.595

        

Subtotaal intra-comptabel

13.717.518

12.956.421

Subtotaal intra-comptabel

13.717.518

12.956.421

        

Extra-comptabele posten

  

Extra-comptabele posten

  

09

Openstaande Rechten

12.789

25.418

09a

Tegenrekening openstaande rechten

12.789

25.418

10

Vorderingen

1.422.074

1.371.817

10a

Tegenrekening vorderingen

1.422.074

1.371.817

12

Voorschotten

2.397.004

2.127.006

12a

Tegenrekening voorschotten

2.397.004

2.127.006

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

2.368.295

2.359.139

13

Garantieverplichtingen

2.368.295

2.359.139

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

1.370.844

1.342.638

14

Andere verplichtingen

1.370.844

1.342.638

        

Subtotaal extra-comptabel

7.571.006

7.226.018

Subtotaal extra-comptabel

7.571.006

7.226.018

        

Overall Totaal

21.288.524

20.182.439

  

21.288.524

20.182.439

Hieronder worden de onderdelen van de saldibalans nader toegelicht. De cijfers die tussen haken achter de tabeltitels staan, verwijzen naar de desbetreffende post op de saldibalans.

Tabel 112 Begrotingsuitgaven (1) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Uitgaven ten laste van de begroting 2019

13.662.268

 

Uitgaven ten laste van de begroting 2018

 

12.814.041

Totaal

13.662.268

12.814.041

Tabel 113 Begrotingsontvangsten (2) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2019

1.645.509

 

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2018

 

2.278.536

Totaal

1.645.509

2.278.536

Onder de post uitgaven en ontvangsten ten laste van de begroting zijn de gerealiseerde begrotingsuitgaven en -ontvangsten van het jaar 2019 opgenomen waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Staten-Generaal is goedgekeurd.

Tabel 114 Liquide middelen (3) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Kas

52

97

Saldo liquide middelen

52

97

De post liquide middelen is opgebouwd uit de contante gelden die aanwezig zijn in de kluizen van de kasbeheerders. De daling van de kassen wordt veroorzaakt door het opheffen van de kassen bij het Openbaar Ministerie en JustID. Daarnaast is de digitalisering van betalingen doorgezet in 2019. De saldi per 31/12/2019 bestaan uit voornamelijk uit de kassen voor de Griffierechtontvangsten (€ 36.239) en Dienst Terugkeer & Vertrek (€ 14.366).

Tabel 115 Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (4 en 4a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Rekening-courant RHB

11.297.779

9.904.449

Totaal

11.297.779

9.904.449

Het saldo van deze post geeft de financiële verhouding met de schatkist van het Rijk geadministreerd weer. Dit saldo sluit aan met het laatst verstuurde saldobiljet van de Rijkshoofdboekhouding (RHB) van het Ministerie van Financiën (MvF).

Tabel 116 Begrotingsreserve (5 en 5a) (bedragen x € 1.000)

Naam begrotingsreserve

Saldo 31-12-2018

Toevoeging

Onttrekking

Saldo 31-12-2019

Artikel

Asielreserve

102.841

12.084

102.700

12.225

37

Voor onderbouwing en nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op artikel 37, paragraaf asielreserve.

Tabel 117 Vorderingen buiten begrotingsverband (6) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Terwee

37.668

30.875

Door te belasten uitgaven

1.907

5.969

Salaris- en studievoorschotten

3.398

2.598

Totaal

42.973

39.442

Terwee

Wet Terwee maakt het voor slachtoffers van een misdrijf mogelijk om zich met een vordering tot schadevergoeding te voegen in het strafproces om op die manier een schadevergoeding te krijgen tegen de dader in plaats van een civiele vordering te starten. De stijging ten opzichte van 2018 wordt veroorzaakt door een toename van de uitbetaalde voorschotten aan slachtoffers en het achterblijven van betalingen door de daders, mede doordat de doorlooptijden van zaken langer zijn geworden. Per saldo stromen meer zaken in dan worden afgedaan of c.q. geïnd.

Door te belasten uitgaven

In 2018 bevond zich onder deze rubriek een onverschuldigde betaling aan SSC ICT van 3,9 mln. die in januari 2019 retour is ontvangen. Na aftrek van deze post is het saldo nagenoeg gelijk aan 2018.

Salaris- en studievoorschotten

Op deze rekeningen worden naast de centrale studievoorschotten J&V breed ook de salarisvoorschotten verantwoord die door de decentrale diensten zijn verstrekt. Het verstrekte voorschot wordt vervolgens op het salaris van de medewerker ingehouden. De stijging wordt veroorzaakt doordat er minder voorschotten worden afgerekend en er anderzijds ook meer voorschotten worden verstrekt.

Tabel 118 Schulden buiten begrotingsverband (7) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Afdracht sociale lasten

57.434

53.101

EU subsidies

21.920

59.604

Werkgeverslasten agentschappen en RvdR via RHB MvF

36.654

32.886

Geïnde bedragen voor bestuursorganen door CJIB

212.227

199.382

Af te wikkelen proceskosten

195

245

Strafrechtelijk beslag OM

132.591

117.945

Conservatoir beslag OM

266.642

174.530

Diversen OM

25.739

22.524

Gedeponeerde geldsommen

6.665

5.606

Noodhulp Sint Maarten

0

3.182

Overig

1.938

1.590

Totaal

762.004

670.595

Af te dragen sociale lasten

Dit betreft de afdrachten aan de belastingdienst, UWV en Loyalis over de maand december 2019. Deze zijn voldaan in januari 2020. De stijging bij de afdracht loonheffing is grotendeels veroorzaakt door de cao-stijging.

EU subsidies

De daling van de EU subsidies in 2019 van € 37,7 mln. t.o.v. 2018 wordt hoofdzakelijk verklaart door de volgende DG's. Ten eerste een daling bij DG Migratie van € 23,1 mln. Deze daling betreft bijna in zijn geheel het afrekeningen van oude fondsen (- 30,2 mln.) en het starten van nieuwe projecten (+ 6,5 mln.). Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) heeft nieuwe fondsen (+ 9,6 mln.) en een oud fonds gedeeltelijk afgerekend (- 18,5 mln.). DGRR heeft fondsen in afrekenfase bij EU (-1,4 mln.). De projecten van NCTV zitten eveneens in de afwikkelfase bij EU (- 4,0 mln.).

Door te belasten agentschappen/Raad voor de Rechtspraak (via RHB MvF)

Deze financiële rekeningen worden gebruikt om maandelijks de diverse uitgaven met de agentschappen en de Raad voor de Rechtspraak af te rekenen met een rijksbetaalstuk door tussenkomst van de RHB.

Geïnde bedragen voor bestuursorganen door CJIB

Het saldo betreft voornamelijk ontvangen betalingen op vorderingen die het CJIB voor bestuursorganen onder andere Centraal AdministratieKantoor (CAK) en Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid incasseert en nog moet worden doorgestort. De CAK zaken betreffen ongeveer 95% van de inningen voor bestuursorganen. Ondanks een dalende instroom aan CAK zaken is er nog steeds sprake van een stijging van de post nog af te dragen gelden. Dit komt doordat er veelal sprake is van deelbetalingen.

Af te wikkelen proceskosten Griffie

Deze rekening geeft het saldo weer van de proceskosten die nog met partijen moet worden afgerekend.

Strafrechtelijk- en Conservatoir beslag

Het creditsaldo op deze rekeningen wordt gevormd door de gelden waarop beslag is gelegd. Het verschil tussen boekjaar 2018 en 2019 voor conservatoir beslag in 2019 wordt voornamelijk veroorzaakt door het beslag in een megazaak (€ 65 mln). Verder bestaat er een stijgende trend.

Diversen OM

Bedragen die in het kader van het «vrijlaten op borg-tocht» van een verdachte zijn ontvangen, worden op deze rekening verantwoord. Daarnaast wordt op deze rekening onder meer het saldo beheerd van de van het Ministerie van Financiën ontvangen profijtrente. Het betreft de rente over de in beslaggenomen gelden waarover door de rechter in de desbetreffende zaak of door het Openbaar Ministerie nog geen beslissing is genomen.

Gedeponeerde geldsommen

Betreft ontvangsten van partijen in rechtszaken waarvan de rechter een deskundigenonderzoek heeft gelast. De kosten van het deskundigenonderzoek worden hiermee gefinancierd.

Noodhulp Sint Maarten

Op deze derdenrekening stonden gelden van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor noodhulp na orkaan Irma. In 2019 zijn de claims afgewikkeld.

Tabel 119 Openstaande Rechten (9 en 9a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Ontnemingsmaatregelen

€ 10.653

€ 23.773

Schikkingen en transacties

€ 98

€ 154

Profijtrente

€ 2.038

€ 1.491

Totaal

€ 12.789

€ 25.418

De openstaande rechten binnen het Openbaar Ministerie bestaan uit drie categorieën. Namelijk openstaand recht inzake ontnemingsmaatregelen, schikkingen & transacties en profijtrente.Voor 2019 is het aantal zaken waarbij openstaand recht verbandhoudend met geldelijke zaken bestaat opgenomen in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Van 2020 zal het openstaand recht voor deze zaken in de saldibalans worden opgenomen.

Tabel 120 Vorderingen (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Vorderingen binnen begrotingsverband

1.422.074

1.371.817

Totaal

1.422.074

1.371.817

Tabel 121 Vorderingen onderscheiden naar organisatieonderdeel (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Bestuursdepartement

10.826

8.757

Raad voor de Kinderbescherming

178

160

Openbaar Ministerie

6.418

4.686

JustID

813

1.524

Griffie

18.887

19.171

CJIB

1.384.952

1.337.519

Totaal

1.422.074

1.371.817

De vorderingen bij het Bestuursdepartement (BD), Openbaar Ministerie (OM) en CJIB vertonen een stijgende lijn ten opzichte van 2018. Bij BD betreft het een vordering op het Rijksvastgoedbedrijf van 1,4 mln. die per 31.12.2019 nog open staat. De stijging bij OM wordt veroorzaakt doordat de geregistreerde posten in december 2019 € 1,8 mln. hoger zijn dan de posten met registratiedatum december 2018. Het betreft vorderingen van de Politie ter hoogte van 1,1 mln. en Fiod ter hoogte van € 0,5 mln. De stijging bij het CJIB is vooral gerelateerd door een 4,1% toename van de ontnemingsmaatregelen (€ 61 mln.). Daarentegen zijn de OM afdoeningen bij CJIB gedaald met € 10 mln. door diverse acties, zoals seponering en zaakafsluitingen.

Tabel 122 Vorderingen ingedeeld naar aard (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Salarisvorderingen op ex-personeel

1.066

1.031

Sancties in het kader van Wahv

588.812

572.660

Strafrechtelijke boetes

74.633

93.155

OM-afdoeningen

54.803

64.910

Ontnemingsmaatregelen

666.704

605.196

Overige debiteuren

36.056

34.865

Totaal

1.422.074

1.371.817

In de tabel hierboven zijn de vorderingen naar aard verder uitgesplitst. Het grootste bedrag betreft de vorderingen uit wettelijke rechten. De andere vorderingen bestaan uit de salarisvorderingen op ex-personeel en overige debiteuren. Alle vorderingen zijn direct opeisbaar.

Tabel 123 Vorderingen ingedeeld naar categorie (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

1. Vorderingen uit wettelijke rechten

1.386.018

1.336.952

2. Vorderingen uit eerder gedane voorwaardelijk uitgaven

0

0

3. Vorderingen uit verkoop of uit dienstverlening

0

0

4. Andere vorderingen

36.056

34.865

Totaal

1.422.074

1.371.817

Tabel 124 Vorderingen ingedeeld naar ouderdom (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)

Ontstaansjaar

Eindstand 2019

Eindstand 2018

<2012

150.245

181.118

2012

55.338

62.072

2013

33.429

48.437

2014

85.225

111.585

2015

102.856

127.483

2016

149.694

184.342

2017

255.732

302.358

2018

185.646

354.422

2019

403.909

0

Totaal

1.422.074

1.371.817

Tabel 125 Voorschotten (12 en 12a) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Voorschotten

2.397.004

2.127.006

Totaal voorschotten

2.397.004

2.127.006

De financiële verhouding met de agentschappen is in 2019 eenmalig als voorschot opgenomen (zie leeswijzer). Het gaat om de volgende bedragen (met tussenhaakjes het overeenkomstige cijfer van 2018). DJI € 43,6 mln. (2018: € 34 mln.), IND € 18,2 mln. (2018: € 24,3 mln.), CJIB € 13,7 mln. (2018: € 10,4 mln.), NFI € 1 mln. (2018: € 0,8 mln) en Justis € 5.3 mln (2018: 1,9 mln.). De stand 2018 is niet op de gewijzigde presentatie aangepast.

Tabel 126 Ouderdom van voorschotten (12) (bedragen x € 1.000)

Ontstaansjaar

Eindstand 2018

Verstrekt 2019

Afgerekend 2019

Eindstand 2019

2011

1.140

0

0

1.140

2012

805

0

431

374

2013

3.458

0

2.905

553

2014

12.084

0

3.811

8.273

2015

9.937

0

6.843

3.094

2016

25.976

0

17.654

8.322

2017

162.628

0

123.933

38.695

2018

1.898.490

0

1.674.130

224.360

2019

0

2.100.845

1.140

2.099.705

Subtotaal

2.114.518

2.100.845

1.830.847

2.384.516

     

Voorschotten buiten begrotingsverband 2016

5.837

0

0

5.837

Voorschotten buiten begrotingsverband 2017

6.651

0

0

6.651

Voorschotten buiten begrotingsverband 2018

0

0

0

0

Voorschotten buiten begrotingsverband 2019

0

0

0

0

Subtotaal

12.488

0

0

12.488

     

Eindtotaal

2.127.006

2.100.845

1.830.847

2.397.004

Tabel 127 Openstaande voorschotten per artikel (12) (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

31 Politie

616.696

524.196

32 Rechtspleging en rechtsbijstand

457.653

434.372

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

94.094

52.953

34 Straffen en Beschermen

346.394

343.759

36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

20.315

15.605

37 Migratie

764.374

741.054

91 Apparaat kerndepartement

114

24

93 Geheim

3.005

2.555

Subtotaal

2.302.645

2.114.518

   

Voorschotten buiten begrotingsverband 2016

5.837

5.837

Voorschotten buiten begrotingsverband 2017

6.651

6.651

Voorschotten buiten begrotingsverband 2018

0

0

Voorschotten buiten begrotingsverband 2019

0

0

Voorschotten agentschappen

81.871

0

Subtotaal

94.359

12.488

   

Totaal openstaande voorschotten per artikel

2.397.004

2.127.006

De verschillen van de openstaande voorschotten per artikel tussen de twee vergelijkende jaren worden hieronder toegelicht:

  • Artikel 31: De stijging van de openstaande voorschotten op artikel 31 wordt veroorzaakt door een stijging van verstrekte voorschotten aan de Nationale Politie van € 93 mln.

  • Artikel 32: Op dit artikel is er een stijging van € 23,3 mln., veroorzaakt door een voorschot aan de Autoriteit Persoonsgegevens van € 20,4 mln. die in 2018 nog niet in de voorschotadministratie voorkwam. Verder is het voorschot 2018 aan het Bureau Financieel toezicht nog niet afgerekend.

  • Artikel 33: In 2019 zijn de voorschotten op artikel 33 met € 41,1 mln. toegenomen. Deze stijging wordt in belangrijke mate verklaard door de extra bevoorschotting aan de RIEC's voor het programma ondermijning (€ 36 mln).

  • Artikel 37: De stijging op artikel 37 in 2019 t.o.v. 2018 is € 23,3 mln. Dit wordt bijna in zijn geheel verklaard door een stijging van verstrekte voorschotten aan het COA van € 25,6 mln., Schiphol Nederland (€ 3,9 mln.), IOM (€ 6 mln.), Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (€ 1 mln.) en een daling bij Stg. Nidos van € 15 mln.

Tabel 128 Garantieverplichtingen (13 en 13a) (bedragen x € 1.000)

Openstaande verplichtingen

2019

2018

Garantieverplichtingen

2.368.295

2.359.139

Totaal

2.368.295

2.359.139

Voor het verloop van de garantieverplichtingen wordt verwezen naar tabel 3 (kolom ‘uitstaande garanties 2019’) en tabel 5 (kolom ‘saldo uitstaande leningen 2019’ en kolom ‘rekening courant limiet 2019’. In 2019 zijn in de stand voor het eerst ook de garanties in verband met de leenfaciliteit voor de interne partijen (zoals agentschappen) opgenomen. De stand 2018 is hierop niet aangepast. Als dit wel zou zijn gebeurd zou deze € 105 mln hoger zijn uitgekomen en was de stand 2018 € 2.464 000.

Tabel 129 Andere verplichtingen (14 en 14a) (bedragen x € 1.000)

Openstaande verplichtingen

2019

2018

Andere verplichtingen

1.370.844

1.342.638

Totaal

1.370.844

1.342.638

Tabel 130 Verloopstaat verplichtingen (14 en 14a) (bedragen x € 1.000)

Andere verplichtingen per artikel

Stand per 31-12-2018

Aangegaan in 2019

Negatieve bijstelling 2019

Tot betaling gekomen in 2019

Stand per 31-12-2019

31 Politie

23.402

6.294.993

873

6.306.608

10.914

32 Rechtspleging en rechtsbijstand

444.486

1.598.163

1.131

1.574.732

466.786

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

74.840

918.965

16.425

849.256

128.124

34 Straffen en Beschermen

326.299

2.919.091

2.685

2.904.552

338.153

36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

235.335

248.480

1.781

256.921

225.113

37 Migratie

135.197

1.260.233

4.213

1.277.149

114.068

91 Apparaat kerndepartement

98.308

497.808

22.326

489.477

84.313

93 Geheim

0

3.573

0

3.573

      

Subtotaal

1.337.867

13.741.306

49.434

13.662.268

1.367.471

      

Verplichtingen buiten begrotingsverband

4.771

0

0

1.398

3.373

      

Eindtotaal

1.342.638

13.741.306

49.434

13.663.666

1.370.844

De eindstand van de openstaande verplichting is in 2019 gestegen met € 12 mln. ten opzichte van 2018. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht:

  • Artikel 31: Daling met € 12 mln. Dit is veroorzaakt door een daling van de openstaande verplichtingen voor de 5 grote telecomproviders met € 9 mln. en een daling voor het Ministerie van Defensie (KMAR) van € 3 mln.

  • Artikel 32: De stijging van € 22 mln. heeft meerdere oorzaken. Stijgingen bij Stg. Juridisch loket (€ 27,8 mln.), Autoriteit Persoonsgegevens (€ 20,4 mln.), Stg. Geschillencommissie (€ 0,8 ml.), Stg. Recht en Overheid (€ 1,1 mln.), Bureau Financieel Toezicht (€ 6,6 mln.), College van Toezicht auteursrechten (€ 1 mln.) en een daling bij de Raad voor de Rechtsbijstand voor 2019 (€ 36,2 mln.).

  • Artikel 33: Stijging met € 54 mln. Dit is gerelateerd aan projecten ondermijning.

  • Artikel 34: Stijging met € 12 mln.: Reclassering Nederland (+ € 6,3 mln.), Verslavingsreclassering (+ € 2,4 mln.), Slachtofferhulp Nederland (+ € 2,7 mln.), Leger des Heils (+ € 0,7 mln.), G4S Cash solutions ( ‒ € 2,2 mln.), LBIO ( + € 0,7 mln.), GGZ Nederland ( ‒ € 1,1 mln.) en RCN ( + € 1,6 mln.)

  • Artikel 36: Daling met € 10 mln. Er zijn dalingen door kwartaalbetalingen aan de Veiligheidsregio’s (€ 11,4 mln.) en RIVM (€ 1,1 mln.). Daarnaast is er een stijging bij Fier.

  • Artikel 37: Daling met € 20,6 mln. Dalingen bij Stg. Nidos (€ 19,7 mln.) en IOM (€ 5,4 mln.) en een stijging bij ICTU (€ 4,2 mln.).

  • Artikel 91: Daling met € 12,6 mln. De verplichtingen voor Solvinity (€ 6,1 mln.) , Shuttel (€ 3,6 mln.) en Fujitsu (€ 8 mln.) zijn de grootste veroorzakers van de daling op dit artikel. Voor Metis is er een stijging van € 5,1 mln.

Tabel 131 Niet Uit De Balans Blijkende Verplichtingen (x € 1 mln.)

Omschrijving

(Inschatting)Bedrag

Raad voor de Rechtsbijstand

186,6

Raad voor de Rechtspraak vakantiegelden

21,1

Schikkingen en transacties OM

776,3

Rijkshuisvesting voor specialties

nnb

Claim KBVG

nnb

Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand heeft ultimo 2018 een vordering van € 186.634.831 op het ministerie van JenV die samenhangt met de verplichting in haar balans voor het deel van de afgegeven toevoegingen dat nog niet is vastgesteld. (Bron: Raad voor Rechtsbijstand Jaarrekening 2018). Het cijfer per ultimo 2019 is nog niet beschikbaar.

Raad voor de Rechtspraak vakantiegelden

De Raad voor de Rechtspraak heeft sinds het boekjaar 2005 een vordering op het ministerie inzake de financiering van de te betalen vakantiegelden en sociale lasten. Bij het inwerking treden van het baten-lastenstelsel per 1 januari 2005 is overeengekomen dat ter financiering van deze verplichting op de openingsbalans van de RvdR een separate vordering wordt opgenomen en er door het ministerie van JenV geen aflossing op deze vordering zal plaatsvinden. Het betreft hier louter een boekhoudkundige vordering. De vordering bedraagt € 21,1 mln.

Schikkingen en transacties OM

Grote schikkingen en transacties van het Openbaar Ministerie worden met ingang van het boekjaar 2014 verantwoord op het moment van ontvangst van het kasbedrag. Mocht in de toekomst blijken dat ofwel in het kader van een artikel 12-procedure het OM over zal moeten gaan tot vervolgen en dat de transactie of schikking terugbetaald moet worden, ofwel naar de mening van het OM voldoende vaststaat dat in rechte afdwingbare rechten van derden voorgaan, dan zal het OM het betreffende bedrag onverwijld terugbetalen. Op 31 december 2019 bedroeg het maximale risico van terugbetalen van schikkingen en transacties een bedrag van € 776,3 mln. Dat betreft een grote zaak waarin een hoge transactie is overeengekomen die op 4 september 2018 is gepubliceerd. In betreffende zaak is een artikel 12 procedure gestart. De rechtbank heeft in deze zaak 1 of meerdere belanghebbende ontvankelijk verklaard. Naar verwachting wordt in maart 2020 de zaak inhoudelijk behandeld door de rechtbank.

Rijkshuisvestingsstelsel voor specialties

In het kader van het rijkshuisvestingsstelsel worden alle kantoorlocaties en specialties (locaties specifiek voor bepaald proces) in de balans van het Rijksvastgoedbedrijf opgenomen. Voor de specialties geldt echter dat wanneer een actief wordt afgestoten of wanneer er schade wordt geleden een eventueel verlies voor rekening komt van het ministerie dat op een eerder moment gevraagd heeft om het actief te realiseren. Ingeval van een voordeel is het ook het ministerie dat het pand in gebruik heeft dat hiervan geniet en niet het Rijksvastgoedbedrijf.

In geval van DJI gaat het bij de specialties om de justitiële inrichtingen. Er bestaan naast de situaties die in de balans zijn verwerkt geen voornemens tot afstoten.

Ingeval van het NFI gaat het om het pand aan de Laan van Ypenburg in Den Haag. Er bestaan echter geen voornemens om dit pand af te stoten.

Ingeval van het OM gaat het om een aantal locaties die een specifieke rol vervullen in het primair proces en daarom een zwaardere afscherming vereisen. Er bestaan geen voornemens om het aantal locaties terug te brengen.

Juridische claim KBvG en diverse gerechtsdeurwaarders(kantoren)

De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) en diverse gerechtsdeurwaarders(kantoren) hebben een procedure aangespannen jegens de Staat in verband met door hen vermeend geleden schade als gevolg van de indexering van de tarieven voor ambtshandelingen («schuldenaarstarieven») gedurende 2013 tot 2016.

12. WNT-Verantwoording 2019 Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI)

Op www.topinkomens.nl vindt u het geldend normenkader voor 2019: de Wet normering topinkomens (WNT), het Uitvoeringsbesluit WNT, de Uitvoeringsregeling WNT, QenA’s en een overzicht van de geldende bezoldigingsmaxima. Tevens is een verantwoordingsmodel opgenomen, waarin gedetailleerd is uitgewerkt op welke wijze de WNT-verantwoording kan worden opgesteld en ingevuld.

De geldende wet- en regelgeving is leidend.

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Echter, niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigingsmaximum bedraagt in 2019 € 194.000.

Nieuw in 2018 is het vervallen van begrip gewezen topfunctionaris en de inwerkingtreding van de anticumulatiebepaling, die bepaalt dat indien een topfunctionaris met verschillende WNT-instellingen een dienstbetrekking aangaat als topfunctionaris, niet zijnde een toezichthoudende topfunctionaris, de som van de bezoldigingen niet meer mag bedragen dan het algemeen bezoldigingsmaximum.

Tabel 132 Bezoldiging topfunctionarissen

Naam instelling

Naam topfunctionaris1

Functie

Datum aanvang dienstverband (indien van toepassing)

Datum einde dienstverband (indien van toepassing)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2018)2

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender-mnd;> 12 kalender-mnd)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2018)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2018)

Totale bezoldiging in 2019 (+ tussen haakjes bedrag in 2018)

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum

Motivering (indien overschrijding)3

Nationaal Rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen

Dhr. H.J. Bolhaar

Directeur

  

1 (1)

Nee

172.670 (151.931)

21.055 (17.496)

193.725 (169.427)

194.000

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. M.F.M. de Groot

Directeur

  

1 (1)

Nee

113.775 (118.386)

19.749 (17.893)

133.524 (136.279)

194.000

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. M.F.M. de Groot

Directeur

  

1

Nee

108.971

16.611

125.582

181.000

Correctie 2017

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. M.F.M. de Groot

Directeur

  

1

Nee

107.368

14.536

121.904

179.000

Correctie 2016

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. M.F.M. de Groot

Directeur

15-5-2015

 

1

Nee

78.455

10.043

88.499

112.652

Correctie 2015

Schadefonds geweldsmisdrijven

N.D. Huygen

Directeur

 

15-5-2015

1

Nee

27.238

4.649

31.887

50.718

Correctie 2015

Schadefonds geweldsmisdrijven

N.D. Huygen

Directeur

  

1

Nee

97.526

14.541

112.066

230.474

Correctie 2014

Schadefonds geweldsmisdrijven

N.D. Huygen

Directeur

  

1

Nee

88.187

15.201

103.388

228.599

Correctie 2013

Schadefonds geweldsmisdrijven

Dhr. mr. L.C.P. Goossens

Voorzitter ***

  

0,13

 

13.373

 

13.373

19.050

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Dhr. mr. F.J. Beerling

collegelid ***

  

0,06

 

5.368

 

5.368

9.419

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. mr. J.R. Dierx

collegelid ***

  

0,08

 

6.583

 

6.583

11.044

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Dhr. mr. R.R. Knobbout

collegelid ***

  

0,07

 

5.484

 

5.484

10.232

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Dhr. prof. mr. S.D. Lindenbergh **

collegelid ***

         

Schadefonds geweldsmisdrijven

Dhr. prof. dr. C.H.C.J. van Nijnatten

collegelid ***

  

0,06

 

4.741

 

4.741

8.120

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. prof. dr. M. Olff

collegelid ***

  

0,06

 

5.158

 

5.158

8.526

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. mr. A.I. van Strien

collegelid ***

  

0,08

 

6.061

 

6.061

11.125

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Dhr. mr. O.P.G. Vos

collegelid ***

  

0,06

 

4.798

 

4.798

8.689

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. mr.drs. E.A.M. Govers

collegelid ***

  

0,05

 

4.077

 

4.077

7.389

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. L.H. Dekker

Directeur

  

1 (1)

Nee

107.802 (104.738)

18.468 (17.469)

126.270 (122.207)

194.000

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. mr. A.C.J. van Dooijeweert

Voorzitter

  

1 (1)

Nee

140.215 (136.357)

20.135 (18.508)

160.350 (154.866)

194.000

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. mr. dr. J.P. Loof

Onder-voorzitter

  

0,8 (0,78)

Nee

97.216 (88.967)

16.017 (13.911)

113.233 (102.879)

155.200

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. dr. mr. Q.A.M. Eijkman

Onder-voorzitter

  

0.69 (0,69)

Nee

82.373 (78.765)

13.558 (12.405)

95.932 (91.170)

133.860

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. mr. D.C. Houtzager

Collegelid

 

1-2-2019

0,8 (0.8)

Nee

17.310 (82.800)

1.231 (13.633)

18.541 (96.433)

13.181

Overschrijding in verband met eindafrekening van het ontslag, waarbij de componenten toe te rekenen zijn aan vorig jaar

College voor de rechten van de Mens

Mevr. mr. G.M. Lieuw

Collegelid

  

0,65 (0,67)

Nee

69.596 (69.886)

12.004 (11.415)

81.600 (81.301)

126.100

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. mr. dr. J.C.J. Dute

Collegelid

 

1-3-2019

0,86 (0,86)

Nee

40.457 (88.999)

2.650 (14.675)

43.107 (103.674)

27.004

Overschrijding in verband met eindafrekening van het ontslag, waarbij de componenten toe te rekenen zijn aan vorig jaar

College voor de rechten van de Mens

Mevr. mr. dr. C.M. van Eck

Collegelid

 

1-7-2019

0,8 (0,8)

Nee

52.099 (82.800)

7.387 (13.633)

59.486 (96.433)

76.962

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. mr. M. Chebti LLM

Collegelid

  

0.65 (0,67)

Nee

69.596 (72.164)

12.004 (11.458)

81.600 (83.622)

126.100

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. dr. mr. drs. N.M.C.P. Jägers

Collegelid

  

0,4 (0,4)

Nee

42.638 (41.400)

7.387 (6.817)

50.025 (48.217)

77.600

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. prof. dr. B. Böhler

Collegelid

1-4-2019

 

0,4

Nee

30.659

5.540

36.199

58.466

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. mr. dr. H.J.T.M. Swaanburg - Van Roosmalen

Collegelid

1-5-2019

 

0,65

Nee

43.310

8.003

51.313

84.642

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. prof. dr. Y.M. Donders

Collegelid

1-7-2019

 

0,4

Nee

20.169

3.777

23.946

39.119

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. mr. dr. J. Morijn

Collegelid

1-6-2019

 

0,65

 

39.739

7.002

46.742

73.933

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. mr. drs. M.M.A. Smithuis

Directeur

  

1(1)

Nee

104.440 (101.437)

18.468 (17.041)

122.907 (118.479)

194.000

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

mr. drs. F.A.M. Bakker

Voorzitter

  

0,2 (0,2)

> 12 maanden

30.955 (29.260)

0 (0)

30.955 (29.260)

38.800

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. C.J. Heijsman

Collegelid

  

0,1 (0,1)

Nee

10.631 (10.375)

0 (0)

10.631 (10.375)

19.400

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. dr. ir. J. Henseler

Collegelid

  

0,1 (0,1)

Nee

10.631 (10.375)

0 (0)

10.631 (10.375)

19.400

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. prof. dr. J.W. Hummelen

Collegelid

  

0,1 (0,1)

Nee

10.631 (10.375)

0 (0)

10.631 (10.375)

19.400

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. mr. J.A.W. Knoester

Collegelid

  

0,1 (0,1)

Nee

10.631 (10.375)

0 (0)

10.631 (10.375)

19.400

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. J. de Keijser

Collegelid

  

0,1 (0,1)

> 12 maanden

10.631 (10.375)

0 (0)

10.631 (10.375)

19.400

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. mr. drs. R.L.H. van Tooren **

Collegelid

         

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. mr. B.W.J. Steensma MPA **

Collegelid

         

College van Toezicht Auteurs-rechten

Dhr. dr. V.L. Eiff

Directeur

  

1 (1)

Nee

142.208 (138.788)

0 (0)

142.208 (138.788)

194.000

 

College van Toezicht Auteurs-rechten

Dhr. A.J. Koppejan

Voorzitter

  

0,4 (0,3)

nee

54.117 (20.499)

0 (0)

54.117 (20.499)

77.600

 

College van Toezicht Auteurs-rechten

Mw. N.C.G. Loonen - van Es

Collegelid

  

0,2 (0,25)

Nee

27.059 (33.479)

0 (0)

27.059 (33.479)

38.800

 

College van Toezicht Auteurs-rechten

Dhr. M.R. de Zwaan

Collegelid

  

0,3 (0,25)

Nee

40.588 (32.886)

0 (0)

40.588 (32.886)

58.200

.

X Noot
1

Voor topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder wordt met ingang van de WNT-verantwoording over 2017 volstaan met de naam en functie van de topfunctionaris. Deze topfunctionarissen worden gemarkeerd met ** achter de naam. De overige kolommen van de tabel blijven leeg

X Noot
2

het college van het SGM is met ingang van 1 april 2019 een ZBO zonder rechtspersoonlijkheid. Deze topfunctionarissen worden gemarkeerd met *** achter de functie.

X Noot
3

Als er sprake is van een overschrijding die niet beschermd wordt door het overgangsrecht moet een vordering ingesteld worden op de topfunctionaris vanwege onverschuldigde betaling. Dit is in deze kolom gemarkeerd met een *

Tabel 133 Bezoldiging van niet-topfunctionarissen boven het individueel toepasselijk drempelbedrag

Naam instelling

Functie

Datum aanvang dienst­verband (indien van toepassing)

Datum einde dienstverband (indien van toepassing)

Omvang dienstverband (fte) (+tussen haakjes omvang in 2018)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2018)

Totale bezoldiging in 2019 (+ tussen haakjes bedrag in 2018)

Individueel toepasselijk drempelbedrag

Motivering

OM

Procureur-generaal

  

1 (1)

174.411 (96.497)

21.158 (11.237)

195.569 (107.734)

194.000 (110.811)

Overschrijding volgt uit effectuering cao verhoging juli 2018 á 3% in september 2019. Deze componenten zijn toe te rekenen aan vorig jaar.

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Overzichtstabel inzake RWT's en ZBO's

Tabel 134 Bijlage toezichtrelaties Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen (bedragen x € 1.000)1
 

Naam organisatie

Begrote bijdrage moeder- departement

Gerealiseerde bijdrage moeder- departement

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonder- heden

1

Nationale politie

5.872.172

6.115.466

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

2

Politieacademie (PA)

2.852

2.926

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

3

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

47.113

51.743

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

4

Bureau Financieel Toezicht (Bft)

5.916

6.956

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

5

Autoriteit persoonsgegevens (AP)

15.188

20.492

525

323

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

6

College voor de Rechten van de mens (CRM)

7.188

7.627

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

7

College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

1.011

915

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

8

College gerechtelijk deskundigen (NRGD)

1.595

1.884

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

9

Raad voor de rechtshandhaving

383

277

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

10

Reclasseringsorganisaties (cluster):

     
 

- Stichting Reclassering Nederland (SRN);

143.727

152.139

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 
 

- Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering;

22.705

22.372

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 
 

- Stichting Verslavingszorg GGZ

70.383

75.634

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

11

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

6.729

7.509

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

12

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

37.054

33.938

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

13

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

1.787

1.775

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

14

Stichting HALT

11.699

12.303

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

15

Particuliere Jeugdinrichtingen

58.874

72.694

0

0

 
 

Toelichting bijzonderheden

 

16

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

28.480

30.361

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

17

Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV)

12.672

13.746

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

18

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

496.917

637.789

23.709

10.755

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

19

Stichting Nidos

111.769

91.033

0

0

nee

 

Toelichting bijzonderheden

 

20

Gerechtsdeurwaarders (cluster)

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

21

Notarissen (cluster)

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

22

Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB)

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

23

Kansspelautoriteit (Ksa)

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

24

Het Keurmerkinstituut BV

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 
X Noot
1

De bijdragen van de overige departementen is opgesteld aan de hand van de door de overige ministeries geplaatste gegevens d.d. 13 maart 2020 in de samenwerkingsruimte

Bijlage 2: Afgerond evaluatie en overig onderzoek

Tabel 135 Artikel 31 - Politie

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

 

Evaluatie inrichting van politiekorps en brandweerkorps BES-eilanden

2015

 

Evaluatie Fysieke Vaardighedentoets

2017

3. Overig onderzoek

 

Evaluatie invoering Nationale Politie; onderdeel Oost-Nederland

2015

 

Commissie Evaluatie Politiewet 2012; Evaluatie invoering nationale politie, vijf deelonderzoeken:

 
 

A. Rechtspersoonlijkheid, de aanwijzingsbevoegdheid en de positionering korpschef

2017

 

B. Prestaties van de politie

2017

 

C. HRM, cultuur, organisatie en bedrijfsvoering

2017

 

D. Samenwerking & bestuurlijke governance

2017

 

E. Quick scan onderzoeksliteratuur sinds reorganisatie 1993

2017

 

Vervolgevaluatie maatregelenpakket sociale veiligheid op en rond spoor

2017

 

Politie en verwarde personen

niet doorgegaan

 

Pilot Real Time Monitor Onveiligheidsgevoel / Maatschappelijk Onbehagen

2019

 

Onderzoek letsel en doodsoorzaak bij dieren t.b.v. de publiekrechtelijke handhaving

2019

 

Onderzoek naar de gevolgen voor het politiewerk van de toegenomen mobiliteit en de veranderende criminaliteit

2019

 

Verkenning versnippering politiefunctie

2019

 

Gebruik van speekseltester door de politie

20191

X Noot
1

Dit onderzoek is uitgelopen door veranderingen in procedures bij de politie (gestart in 2017)

Tabel 136 Artikel 32 - Rechtspleging en rechtsbijstand

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

 

Doeltreffendheid en effecten van de Wet deelgeschilpro-cedure voor letsel- en overlijdensschade

2014

 

Evaluatie van de effecten van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet

2014

 

Beleidsmonitor anti-witwassen

2015

 

Evaluatie Awb bevoegdheid om gebreken te passeren en relativiteitsvereiste

2015

 

Evaluatie doelmatigheid consensusrijkswetgeving van JenV t.b.v. koninkrijksdelen

2015

 

Evaluatie griffierechten

2016

 

Evaluatie transgenderwet

2016

 

Evaluatie toepassing van het supersnelrecht

2016

 

Evaluatie afroming koerswinst bij overnamesituaties

2016

 

Evaluatie van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties

2016

 

Evaluatie Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap

2018

 

Effectmeting Garantstellingsregeling curatoren 2012 (GSR)

2019

3. Overig onderzoek

 

Evaluatie van de effecten van de Wet bestuurlijke lus Awb

2014

 

Evaluatie van de werking van de lex silencio positivo

2014

 

Evaluatie van ex-ante evaluaties bij voorgenomen wet- en regelgeving 2014

2014

 

Verhoging competentiegrens kantonrechter

2014

 

Gebruik, waardering en effect van internetconsultatie

2016

 

Werking van de nieuwe bepalingen uit de Wet bestuur en toezicht

2017

 

Evaluatie instituut Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen

2017

 

Evaluatie Herziening Gerechtelijke Kaart, twee deelonderzoeken:

 
 

A. Schaalgrootte rechtspraak in eerste aanleg

2017

 

B. De rechter op afstand

2017

 

Puntentoekenning rechtsbijstand

2017

 

Evaluatie Bureau Financieel Toezicht

2018

 

Lange termijn monitor raadsman bij politieverhoor

2018

 

Tweede evaluatie Wet afgeschermde getuigen

2018

 

Evaluatie Wet hervorming herziening ten voordele

2018

 

De doeltreffendheid en de effecten van de Wet aanpassing enquêterecht in de praktijk

2018

 

Evaluatie geschillencommissie SGC

2018

 

Evaluatie Wet bescherming persoonsgegevens BES

2019

 

Effecten van verkeershandhaving op kosten

2019

 

Evaluatie Wet tegengaan huwelijksdwang

2019

Tabel 137 Artikel 33 - Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

 

Coffeeshops in Nederland, drie deelonderzoeken

 
 

A. Ontwikkelingen bij coffeeshops en klanten na invoering van het besloten club model en het ingezetencriterium

2014

 

B. Ontwikkelingen op de illegale detailhandelsmarkt van cannabis na invoering van het besloten clubmodel en het ingezetenencriterium

2014

 

C.. Procesevaluatie

2014

 

Effectiviteit maatregelen voetbal gerelateerde overlast en geweld

2014

 

Evaluatie Vervolgpilot samenwerking POB, OM en Politie 2015

2015

 

Evaluatieonderzoek structurele regeling gratis VOG voor vrijwilligers

2016

 

Effectmeting ZSM

2016

 

Monitor coffeeshops: aantallen en gemeentelijk beleid

2017

 

Evaluatie wetsvoorstel verwantschapsonderzoek

2018

 

Monitoring van het coffeeshopbeleid

2018

 

Evaluatie Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

2019

3. Overig onderzoek

 

De effectiviteit van de politiële taakuitvoering en de taken en verantwoordelijkheden van andere partijen

2014

 

Landelijke rapportage over effecten coffeeshopbeleid

2015

 

Monitor coffeeshops: aantallen en gemeentelijk beleid

2015

 

Monitor coffeeshops: aantallen en gemeentelijk beleid 2013–2014

2015

 

Evaluatie aangifte onder nummer

2015

 

Systematiek en doorwerking professionalisering van BOA’s in domein 2

2015

 

Het houden van dieren als bijzondere voorwaarde

2015

 

Nulmeting/Evaluatie Modernisering Kansspelbeleid (deel 1)

2015

 

Procesevaluatie recidiveregeling ernstige verkeersdelicten

2015

 

Maatregelen Programma Opsporing en Vervolging nader onderzocht

2015

 

Doorontwikkeling Veiligheidshuizen

2016

 

Gedragsaanwijzing huurrecht en woonoverlast

2016

 

Evaluatie pilot Bestuurlijke Informatie Overvallen en Straat-roven (BIOS)

2016

 

Beleidsexperiment gedragswetenschappen lokale veiligheid

2016

 

Evaluatie convenant samenwerking dierenhandhaving en dierenhulpverlening

2016

 

Evaluatie kansspelautoriteit

2017

 

Monitor coffeeshopbeleid 2016 (Deel A); landelijk representatief beeld

2017

 

Verbetering aanpak rijden onder invloed van drugs

2017

 

Beleidsmonitor anti-witwasbeleid 2; deelproject 2 NRA 2013 t/m 2016

2018

 

Beleidsmonitor bestrijden TF; deelproject 3 NRA

2018

 

Evaluatie Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden (Wet DNA-V)

2019

 

Monitoring van het coffeeshopbeleid 2017

2018

 

Monitor en Evaluatie Wet ANPR

2020/20211

 

Evaluatie Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA)

2019

 

Monitor liquidaties in Nederland 2018

20192

 

Coffeeshops in Nederland 2018

2019

X Noot
1

De inwerkingtreding van de wet is uitgesteld naar 1 januari 2019. Het onderzoek bestaat uit een monitor voor het eerste jaar; het rapport verschijnt medio april 2020. Het evaluatierapport verschijnt medio 2021.

X Noot
2

Eerste afgeronde deelproject in de monitor liquidaties in Nederland. Alle deelprojecten staan in het overzicht in Bijlage 5. Overzicht evaluaties en overige onderzoeken in Begroting J&V 2020.

Tabel 138 Artikel 34 - Straffen en Beschermen

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

 

Nulmeting Wrp, drie deelonderzoeken

 
 

A. Sociale positie prostituees in legale prostitutie

2014

 

B. Niet- legale prostitutie

2014

 

C. Vergunningbeleid, toezicht en handhaving

2014

 

Implementatie aangifteplicht in de tbs

2014

 

Actualisering recidivemeting sancties 2014

2015

 

Voorbereiding effectevaluatie invoering gewijzigde kinderbeschermingswetgeving

2015

 

Recidive-ontwikkeling van tijdelijk uithuisgeplaatste daders van huiselijk geweld in 2011

2015

 

Actualisering recidivemeting Justitiële Jeugdinrichting (JJI)

2015

 

Actualisering recidivemeting Gevangeniswezen

2015

 

Actualisering recidivemeting reclassering

2015

 

Actualisering recidivemeting TBS

2015

 

Actualisering Recidive huiselijk geweld

2015

 

Actualisering recidivemeting TBS 2013

2015

 

Evaluatie één-op-één bezoeksgesprekken van vrijwilligers organisaties

2015

 

Vergelijkend recidiveonderzoek CoVa

2015

 

Pilots Zelfredzaamheid bij gedetineerden

2015

 

Maatschappelijk herstel

2016

 

Actualisering recidivemeting sancties

2016

 

Actualisering recidivemeting Justitiële Jeugdinrichting (JJI)

2016

 

Actualisering recidivemeting Gevangeniswezen

2016

 

Actualisering recidivemeting reclassering

2016

 

Evaluatie Beginselenwet verpleging terbeschikkinggestelden

2016

 

Evaluatie toezicht en handhaving van de vergunde en illegale prostitutiebranche

2016

 

Actualisering recidivemeting educatieve maatregelen voor verkeersovertreders

2017

 

Evaluatie financiële regelingen slachtoffers seksueel misbruik in de jeugdzorginstellingen en pleeggezinnen

2017

 

Actualisering recidivemeting, twee deelonderzoeken:

 
 

A. Reclassering

2017

 

B. Gevangeniswezen 2016

2017

 

Evaluatie Wet Justitiële Voorwaarden

2018

 

Evaluatie WETS

2018

 

Evaluatie pilots leefklimaat

20191

 

Procesevaluatie pilots ISD voor jovo-zavp

2018

 

Evaluatiewet conservatoir beslag

2018

 

Evaluatie Wet wijziging taakstraffen

2018

3. Overig onderzoek

 

ISD onderzoek

2014

 

Kosten-batenanalyse verlenging ISD maatregel

2014

 

Evaluatie pilot kortverblijvende en preventief gehechten in Rotterdam 2013

2014

 

Monitor Jeugdcriminaliteit 2013; met lokale casestudie Amsterdam

2014

 

Monitor nazorg ex-gedetineerden; 4e meting

2014

 

Procesevaluatie pilot Geweldspreventie in samenwerking met ziekenhuizen

2014

 

De effecten, kosten en baten van herstelbemiddeling (1e rapport resultaten)

2015

 

De effecten, kosten en baten van herstelbemiddeling (2e rapport lange termijnresultaten)

2015

 

Haalbaarheidsonderzoek effectmeting VOG voor natuurlijke personen

2016

 

Procesevaluatie «kies voor verandering»-training

2016

 

Nulmeting Evaluatie Modernisering Kansspelbeleid (deel 2)

2016

 

Schadeverhaal door civiele voeging in het strafproces

2016

 

Procesevaluatie Gedragsbeïnvloedende Maatregel (GBM)

2016

 

Procesevaluatie SoCool

2016

 

Procesevaluatie Respect Limits

2016

 

Procesevaluatie kwaliteitsverbetering werkstraffen

 
 

Evaluatie van de inzet van (familie)netwerkberaad / Eigen Kracht conferenties (EKc) in jeugdbescherming

 
 

Tweede slachtoffermonitor

2017

 

Evaluatie Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) recidivedeel

2017

 

Haalbaarheidsstudie jongvolwassen zeer actieve veelplegers en de ISD-maatregel

2017

 

Evaluatie pilot SCIL LVB (licht verstandelijke beperking)

2017

 

Evaluatie invoering wet Middelentesten bij geweldplegers in startgebieden

2017

 

Training Mindfulness Based Stress Reduction (MBSR) in detentie

2017

 

Procesevaluatie voor training agressiecontrole regulier

2018

 

Procesevaluatie voor training agressiecontrole plus

2018