Kamerstuk 35470-IV-1

Jaarverslag Koninkrijksrelaties en het BES fonds 2019

Dossier: Jaarverslag en slotwet Koninkrijksrelaties en het BES fonds 2019

Gepubliceerd: 20 mei 2020
Indiener(s): Kajsa Ollongren (viceminister-president , minister binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties) (D66)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35470-IV-1.html
ID: 35470-IV-1

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN KONINKRIJKSRELATIES (IV) EN HET BES-FONDS (H) 2019

Ontvangen 20 mei 2020

Vergaderjaar 2019–2020

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 196.440.000,-

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 55.740.000,-

A. ALGEMEEN

1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening voor Koninkrijksrelaties (IV) en BES-fonds (H)

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het jaarverslag met betrekking tot de begroting van Koninkrijksrelaties (IV) over het jaar 2019 aan, alsmede het jaarverslag met betrekking tot de begroting van het BES-fonds (H) over het jaar 2019.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2019 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • a. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • b. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • c. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • d. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • e. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2019;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2019 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2019, alsmede over de saldibalans over 2019 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.H. Ollongren

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt het jaarverslag 2019 van Koninkrijksrelaties en het BES-fonds. Deze begrotingshoofdstukken vallen onder het regime voor «kleine begrotingen».

Het jaarverslag van het BES-fonds maakt onderdeel uit van de financiële verantwoording van het Rijk, maar heeft daarbinnen een bijzonder karakter. Het jaarverslag van het BES-fonds kent in tegenstelling tot een departementaal jaarverslag slechts één beleidsartikel: het BES-fonds. Het beleid dat wordt gevoerd ter realisatie van de algemene beleidsdoelstelling is direct verbonden met dit ene beleidsartikel. De apparaatsuitgaven/ontvangsten voor de uitvoering van het BES-fonds zijn opgenomen in de apparaatskosten van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Het jaarverslag 2019 is als volgt opgebouwd:

  • A. Een algemeen deel met de dechargeverlening;

  • B. Het beleidsverslag 2019 Koninkrijksrelaties met de beleidsprioriteiten, de (niet-)beleidsartikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf;

  • C. Het beleidsverslag 2019 BES-fonds met de beleidsprioriteiten, het beleidsartikel en de bedrijfsvoeringsparagraaf;

  • D. De jaarrekening Koninkrijksrelaties 2019;

  • E. De jaarrekening BES-fonds 2019; en

  • F. De bijlagen.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2020. Voor de begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast.

Groeiparagraaf

Er zijn dit jaar geen nieuwe ontwikkelingen voor de groeiparagraaf te melden.

Focusonderwerp

De Tweede Kamer heeft voor de verantwoording 2019 focusonderwerpen aangewezen, welke door het Ministerie van Financiën geïllustreerd worden middels een aantal specifieke casussen. Deze casussen hebben geen betrekking op de begrotingen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Het jaarverslag Koninkrijksrelaties 2019

Beleidsprioriteiten

In de paragraaf «Beleidsprioriteiten» wordt verslag gedaan van de beleidsprioriteiten die zijn opgenomen in de begroting 2019. Zoals gebruikelijk is ook dit jaar een tabel opgenomen met daarin de realisatie van de beleidsdoorlichtingen.

Beleidsartikelen

In de paragraaf «Beleidsartikelen» wordt meer in detail ingegaan op de verantwoording over de verschillende onderwerpen. De paragraaf kent per beleidsartikel de volgende opzet:

  • A. Algemene doelstelling;

  • B. Rol en verantwoordelijkheid;

  • C. Beleidsconclusies;

  • D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid;

  • E. Toelichting op de financiële instrumenten.

De paragraaf «Niet-beleidsartikelen» kent per artikel een andere indeling, te weten:

  • A. Tabel Budgettaire gevolgen;

  • B. Toelichting op de financiële instrumenten.

Toelichting op financiële instrumenten

In de toelichting op de financiële instrumenten wordt aangegeven waarvoor de financiële overdracht in het begrotingsjaar is aangewend. Verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar worden toegelicht, hierbij wordt indien van toepassing verwezen naar de eerste en tweede suppletoire begrotingswetten of de Slotwet.

Voor de omschrijving van de rol en verantwoordelijkheid bij de beleidsartikelen is de begroting 2019 als basis gebruikt.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

Het jaarverslag Koninkrijksrelaties 2019 bevat ook een bedrijfsvoeringparagraaf. Hierin wordt verslag gedaan over specifieke bedrijfsvoeringpunten voor Koninkrijksrelaties (IV). Voor het verslag over de bedrijfsvoering in algemene zin wordt verwezen naar het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

De jaarrekening 2019

In de jaarrekening treft u de verantwoordingsstaat voor de begroting van Koninkrijksrelaties en de saldibalans met toelichting aan. De slotwet wordt als een apart kamerstuk gepubliceerd.

De bijlagen

In de bijlagen is een overzicht opgenomen met afgerond evaluatie en overig onderzoek en het overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland.

Externe inhuur

De externe inhuur van Koninkrijksrelaties wordt verantwoord in het overzicht inhuur externen in het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Wet Normering Topinkomens (WNT) verantwoording

De WNT verantwoording van Koninkrijksrelaties is opgenomen in het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Het jaarverslag BES-fonds 2019

Beleidsprioriteiten

In de paragraaf «Beleidsprioriteiten» wordt verslag gedaan van de beleidsprioriteiten die zijn opgenomen in de begroting 2019. Zoals gebruikelijk is ook dit jaar een tabel opgenomen met daarin de realisatie van de beleidsdoorlichtingen.

Beleidsartikelen

In de paragraaf «Beleidsartikelen» wordt meer in detail ingegaan op de verantwoording over de verschillende onderwerpen. De paragraaf kent per beleidsartikel de volgende opzet:

  • A. Algemene doelstelling;

  • B. Rol en verantwoordelijkheid;

  • C. Beleidsconclusies;

  • D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid;

  • E. Toelichting op de financiële instrumenten.

Toelichting op financiële instrumenten

In de toelichting op de financiële instrumenten wordt aangegeven waarvoor de financiële overdracht in het begrotingsjaar is aangewend. Verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar worden toegelicht, hierbij wordt indien van toepassing verwezen naar de eerste en tweede suppletoire begrotingswetten of de Slotwet.

Voor de omschrijving van de rol en verantwoordelijkheid bij de beleidsartikelen is de begroting 2019 als basis gebruikt.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

Het jaarverslag BES-fonds 2019 bevat ook een bedrijfsvoeringsparagraaf. Hierin wordt verslag gedaan over specifieke bedrijfsvoeringspunten voor het BES-Fonds (H). Voor het verslag over de bedrijfsvoering in algemene zin wordt verwezen naar het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

De jaarrekening 2019

In de jaarrekening treft u de verantwoordingsstaat voor de begroting van het BES-fonds en de saldibalans met toelichting. De slotwet wordt als een apart kamerstuk gepubliceerd.

B. BELEIDSVERSLAG KONINKRIJKSRELATIES

3. Beleidsprioriteiten

Het jaar 2019 heeft in het teken gestaan van het leveren van maatwerk per eiland. Steeds vaker bleken de uitdagingen per eiland zo verschillend, dat een eigen aanpak en een set aan maatregelen noodzakelijk werden geacht. Deze beweging is afgelopen jaren ingezet en heeft in 2019 verder vorm gekregen. Het Bestuursakkoord Bonaire en de bestuurlijke ingreep op Sint Eustatius in 2018 zijn daar voorbeelden van. Dit jaar is deze maatwerkaanpak uitgebreid met onder andere het sluiten van het Saba Package en het Groeiakkoord met Curaçao (Kamerstukken II 2018/19, 34269, nr. 5). Op Sint Maarten staat nog steeds de wederopbouw centraal en in 2019 zijn diverse projecten gestart. Daarnaast blijft de financieel-economische situatie van alle eilanden (met uitzondering van Saba) een aandachtspunt dat maatwerk per eiland vergt.

Tevens is er in 2019 hard gewerkt aan de onderlinge samenwerking en het overkoepelende belang van de eilanden. Zo heeft het kabinet haar reactie op de adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO KR) geformuleerd en is er gestart met het bieden van ondersteuning aan Aruba en Curaçao in het kader van de uitdagingen die beide landen ondervinden (mede) als gevolg van de situatie in Venezuela.

Coördinerende verantwoordelijkheid BZK

Met de kabinetsreactie op de voorlichting van de Afdeling advisering van de RvS en het IBO KR is verder richting gegeven aan de vormgeving van de Haagse coördinatie en de samenwerking tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland. Niet als doel op zich, maar om het sociaaleconomische perspectief in Caribisch Nederland te verbeteren, met als uitgangspunt om alle Nederlanders gelijkwaardig te behandelen.

De belangrijkste aanbevelingen, die door het kabinet zijn overgenomen:

  • Een uitvoeringsagenda per eiland opstellen, als logisch vervolg op de bestuursakkoorden die al met Bonaire en Saba zijn gesloten.

  • Bij wet- en regelgeving steeds bezien of en hoe deze wetgeving van toepassing kan worden verklaard in Caribisch Nederland én of differentiatie nodig en wenselijk is.

  • De huidige taakverdeling tussen het Rijk en de openbare lichamen verduidelijken en herijken.

  • Verschillende mogelijkheden van toezicht en sturing in de wet uitbreiden, zodat er bestuurlijk gedifferentieerd kan worden al naargelang de specifieke situaties van de drie eilanden.

  • In overleg met de eilandbesturen het ambtelijk apparaat versterken en de publieke dienstverlening aan de inwoners van de eilanden verbeteren.

De coördinerende verantwoordelijkheid van BZK loopt grotendeels via het voorzitterschap van de stuurgroep Caribisch Nederland. In 2019 is, onder regie van de stuurgroep Caribisch Nederland, een start gemaakt met de uitvoering van de aanbevelingen uit de kabinetsreactie. Dit loopt de komende jaren door.

Wederopbouw bovenwinden

Versterking grenstoezicht Sint Maarten

De uitvoering van het grenstoezicht in Sint Maarten vormde na het passeren van orkaan Irma een verhoogd risico voor de veiligheid. Een integere en versterkte uitvoering van het grenstoezicht is een essentiële schakel in de aanpak van criminaliteit en instroom van illegale arbeidsmigranten.

In 2019 is verder uitvoering gegeven aan de onderlinge regeling versterking grenstoezicht Sint Maarten. De uitvoering van de onderlinge regeling wordt in de praktijk steeds zichtbaarder. Zo er is sprake van een multidisciplinaire aanpak van de grensdiensten, geïnstitutionaliseerde samenwerkingsverbanden (ook met Frankrijk), een gerichte inzet van de flexpool Koninklijke Marechaussee (KMar), nieuw materiaal en veilige uitrusting en tot slot worden er diverse trainingen en opleidingen gegeven. De grote uitdaging is echter de verduurzaming van deze positieve maatregelen, wat geborgd dient te worden in de begroting van Sint Maarten.

Integriteitskamer Sint Maarten

Nederland draagt, op basis van eerder gemaakte afspraken, financieel bij aan de integriteitskamer. Dit houdt in dat Nederland van 2018 tot en met 2021 zorg zal dragen voor de financiering van de helft van de kosten van de integriteitskamer. De andere helft, waar Sint Maarten voor verantwoordelijk is, zal tot en met 2020 vergoed worden vanuit de wederopbouwmiddelen die beschikbaar zijn voor directe steun. In 2019 zijn de voorbereidingen getroffen voor het fysiek bemannen en operationeel krijgen van de integriteitskamer, de Raad van Toezicht en het secretariaat. Verwachting is dat begin 2020 de laatste benoeming plaatsvindt (voorzitter Raad van Toezicht) en dat de werkzaamheden van de integriteitskamer van start kunnen gaan. 

Wederopbouw Sint Maarten

Het hoofdspoor van de wederopbouw van Sint Maarten verloopt via een trustfonds bij de Wereldbank. Met twee tranches van respectievelijk € 112 mln. en € 150 mln. is er tot nu toe € 262 mln. in het trustfonds gestort. Er is nog maximaal € 190,9 mln. beschikbaar voor toekomstige stortingen in het trustfonds. In 2019 is een overbruggingskrediet van € 13,2 mln. voor de luchthaven verstrekt, zodra het overbruggingskrediet is terugontvangen komt deze weer beschikbaar op de Aanvullende Post. Daarmee komt de stand van de Aanvullende Post in 2019 op € 177,7 mln.. Inmiddels is voor € 185 mln. aan projecten in uitvoering.

In 2019 zijn verschillende wederopbouwprojecten in uitvoering gegaan. Zo zijn er met behulp van Nederland inmiddels ruim 1.100 huizen hersteld met hulpgeld uit Nederland. Hiervan is bijna de helft gerealiseerd met de wederopbouwmiddelen die door de Minister van BZK beschikbaar zijn gesteld en de rest dankzij de inzamelingsactie van het Rode Kruis. Het trustfonds voorziet bovendien in verschillende projecten waarmee in totaal nog circa 500 huizen worden opgeknapt in 2020. Verder is het herstel van noodvoorzieningen zoals politiebureaus en de meldkamer vergevorderd en loopt het inkomens- en beroepstrainingsprogramma voor werklozen en inwoners met onvoldoende werk voortvarend met ruim 1.300 gevolgde trainingen (Kamerstukken II 2019/20, 34773, nr. 19). Naast de uitvoering van deze projecten stond 2019 vooral in het teken van voorbereiding van verschillende nieuwe projecten. Deze voorbereidingen hebben er onder andere toe geleid dat op de valreep van 2019 de benodigde overeenkomsten voor de financiering van het herstel van het luchthaven terminalgebouw zijn ondertekend.

Naast het traject met de Wereldbank, verleent Nederland ook voor € 98,3 mln. directe steun aan Sint Maarten vanuit de middelen voor de wederopbouw van Sint Maarten. Een gedeelte hiervan, in totaal € 41 mln., is besteed aan liquiditeitssteun. De rest van deze middelen zijn onder andere de bijdragen aan de inrichting van de integriteitskamer en de versterking van het grenstoezicht betaald. Daarnaast heeft Nederland in 2019 technische ondersteuning aangeboden bij het op orde brengen van het gevangeniswezen op Sint Maarten. Dergelijke vormen van ondersteuning hebben in 2019 niet geleid tot Nederlandse inzet wegens het ontbreken van een formeel verzoek om ondersteuning vanuit de regering van Sint Maarten. Over de detentiesituatie wordt met regelmaat gerapporteerd door en gesproken met de autoriteiten van Sint Maarten. De bijstand aan het Korps Politie Sint Maarten (KPSM) is conform afspraak per 1 juli 2019 voor rekening van de regering van Sint Maarten gekomen. Parallel daaraan vindt een geleidelijke afbouw van de bijstand plaats.

Wederopbouw Saba en Sint Eustatius

In 2019 is het herstel van beschadige woningen in een zeer vergevorderd stadium geraakt. De meeste huizen zijn inmiddels hersteld, waarbij de zwaarst beschadigde woningen als eerste zijn aangepakt. Alleen op Sint Eustatius wordt in 2020 nog de laatste hand gelegd aan een aantal minder zwaar beschadigde woningen. Het herstel van scholen en overheidsgebouwen is in 2019 geheel afgerond. De natuurprojecten op beide eilanden zijn afgerond of in gang gezet. Voor enkele projecten geldt dat ze met een startsubsidie zijn opgezet, maar vanwege de aard een langere doorlooptijd hebben. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het herbebossingsproject waarin bomen worden opgekweekt. Over de voortgang van deze projecten is gerapporteerd in de voortgangsrapportage van 29 mei 2019 (Kamerstukken II 2018/19, 35000 IV nr. 57). Het herstel van de wegen is in gang gezet en het project voor de bescherming van de klif onder Fort Oranje bevindt zich in de afrondende fase, waarbij 80% van het werk inmiddels heeft plaatsgevonden. Dit project maakt deel uit van de integrale aanpak van de erosieproblematiek door de Ministeries van IenW, OCW, BZK en het openbaar lichaam Sint Eustatius.

Rechtshandhaving/versterken rechtsstaat

Team Bestrijding Ondermijning (TBO)

De projectmatige aanpak van de georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit is in 2018 gecontinueerd tot en met 2021. Deze aanpak (beter bekend onder de naam Team Bestrijding Ondermijning, TBO) krijgt vorm door een extra inzet van het Recherche Samenwerkingsteam (RST), de Openbaar Ministeries en het Gemeenschappelijk Hof. De resultaten in 2019 illustreren nut en noodzaak van deze inzet (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 14). De onderzoeken kennen een zeker tijdsverloop, zijn complex, omvangrijk, hebben doorgaans een (zware) financieel-economische component en hebben een grensoverschrijdend karakter. Dat maakt samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk noodzakelijk. In de onderzoeken tot op heden is criminele betrokkenheid van onder meer politici, ambtenaren, belangrijke overheidsbedrijven, organisaties in de (semi-)collectieve sector en private ondernemingen aangetoond. Het gaat dan om onder meer corruptie, belastingfraude, witwassen, valsheid in geschrifte, oplichting of verduistering. Deze projectaanpak legt de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld bloot en maakt duidelijk dat misdaad niet loont.

Het Protocol inzake gespecialiseerde recherchesamenwerking tussen de landen van het Koninkrijk Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland is herzien (Stcrt. 2019, 38964). De vier landen hebben hierin afspraken vastgelegd over taakgebieden, een herinrichting, het sturingsmodel en informatiedeling van het RST (Kamerstukken II 2018/19, 29628, nr. 861).

Versterking goed bestuur en regionale ontwikkeling

Bestuurlijk ingrijpen Sint Eustatius

Door middel van de Tijdelijke wet taakverwaarlozing Sint Eustatius heeft Nederland in februari 2018 bestuurlijk ingegrepen op Sint Eustatius. Om de bestuurlijke en ambtelijke organisatie te verbeteren is er in 2018 een aantal projecten opgepakt, zoals de verbetering van het financieel beheer, de reorganisatie van het ambtelijk apparaat en het op orde brengen van alle administraties van het openbaar lichaam. Over de voortgang van de verschillende projecten is gerapporteerd in de voortgangsrapportages (Kamerstukken II 2018/19, 35000 IV, nr. 57 en Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 36).

In zijn brief aan de Tweede en Eerste Kamer van 24 september 2019 (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 6) heeft de Staatssecretaris van BZK het voornemen uitgesproken om op 21 oktober 2020 de verkiezingen van de eilandsraad te organiseren. Deze verkiezingen vormen de eerste stap op weg naar het geleidelijk herstel van de reguliere bestuurlijke verhoudingen en het einde van de bestuurlijke ingreep. Hoewel er al veel werk is verzet op Sint Eustatius en er concrete verbeteringen zichtbaar zijn, is er nog steeds veel te doen voordat er sprake is van een stevig fundament waarop een nieuw lokaal bestuur verder kan bouwen. Er is meer tijd nodig om op verscheidene terreinen orde op zaken te stellen. De Staatssecretaris achtte een geleidelijke overgang naar reguliere bestuurlijke verhoudingen daarom noodzakelijk en wil dit in een nieuwe tijdelijke wet regelen. Dit wetstraject is in 2019 aangevangen en loopt door in 2020.

Versterken bestuur

In 2019 is uitvoering gegeven aan het Bestuursakkoord Bonaire dat in november 2018 is afgesloten tussen het openbaar lichaam Bonaire en de Staat der Nederlanden (Kamerstukken I 2018/19, 35000 IV, nr. B). In juni 2019 is ook het Saba Package getekend, een soortgelijke samenwerking tussen het openbaar lichaam van Saba en de Staat der Nederlanden (Kamerstukken II 2018/19, 35000 IV, nr. 66). Beide akkoorden hebben ten doel een bijdrage te leveren aan de verbetering van de levensstandaard van de inwoners van Bonaire en Saba. In 2019 zijn op dit gebied diverse stappen gezet onder andere door het ondertekenen van het convenant volkshuisvesting Bonaire en het opstellen van een verbeterplan voor de versterking van het ambtelijk apparaat op Bonaire (Kamerstukken II 2018/19, 35000 IV, nr. 58). Een ander belangrijk onderdeel van de akkoorden is het versterken van het lokale bestuur en het ambtelijk apparaat, onder andere door het Talent Ontwikkel Programma (TOP) Bonaire voor jonge lokale professionals.

Regionale knelpunten Caribisch Nederland

De eerste tranche van de Regio Envelop Caribisch Nederland bedroeg € 30 mln. afkomstig van de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en de eerste projecten hiervan zijn inmiddels in uitvoering, bijvoorbeeld de renovatie van het slachthuis op Bonaire en het landbouwproject op Saba (Kamerstukken II 2019/20, 29697, nr. 72).

Venezuela

Het kabinet heeft in 2019, mede gelet op de situatie in Venezuela én met het oog op crisisbeheersing in de regio, € 23,8 mln. vrijgemaakt voor ondersteuning van de Benedenwindse Eilanden. In dit kader heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) in september 2019 de uitvoering van technische ondersteuning aan Aruba en Curaçao bij het verder optimaliseren van vreemdelingenprocessen voortgezet. Daarnaast is het Ministerie van Defensie in 2019 gestart met maatregelen ter versterking van de maritieme grenzen. Het Ministerie van BZK heeft in december 2019 een eerste bijdrage geleverd ter verbetering van de omstandigheden binnen de vreemdelingenbewaring in Curaçao. Bovendien heeft het Ministerie van BZK een eerste bijdrage geleverd aan diverse bijstandsprojecten in Aruba (Kamerstukken I 2018/19, 29653, nr. H).

Financiële situatie (ei)landen in relatie tot financieel toezicht en economische ontwikkeling

Aruba

De financieel-economische situatie van Aruba blijft zorgelijk. Zowel in 2017 als in 2018 werden de begrotingsnormen uit de Landsverordening Aruba tijdelijk financieel toezicht (LAft) niet gehaald. Om het financieel toezicht op Aruba door de Rijksministerraad (RMR) en het Collega Aruba financieel toezicht (CAft) te continueren na 2018, is op 22 november 2018 een protocol gesloten tussen Nederland en Aruba met een nieuw normenkader voor de jaren 2019 tot en met 2021 en verder (Kamerstukken II 2018/19, 35000 IV, nr. 31). De inhoud van het Protocol 2018 moet nog adequaat worden vastgelegd in wet- en regelgeving door Aruba. Op 23 september 2019 heeft het CAft de RMR geadviseerd een aanwijzing aan de Minsterraad van Aruba te geven. In reactie hierop hebben de Minister van BZK en de Minister-president van Aruba op 21 november 2019 afspraken gemaakt om te komen tot een solide Arubaanse begroting 2020, betere motivering van (toekomstige) baten en lasten en om hierover te rapporteren aan de RMR. Naar aanleiding van deze afspraken heeft de RMR besloten de Ministerraad van Aruba vooralsnog geen aanwijzing te geven. Indien de afspraken van 21 november 2019 niet of onvoldoende worden nagekomen, volgt mogelijk alsnog een aanwijzing.

Curaçao en Sint Maarten

Het financieel toezicht op Curaçao en Sint Maarten is geregeld in de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft). Op Curaçao vormen, naast een stagnerende economische groei, de beperkte capaciteit om tegenvallers op te vangen en de ontwikkelingen rondom de olieraffinaderij de grootste risico’s. Op 12 juli 2019 heeft de RMR het besluit genomen tot het geven van een aanwijzing aan het bestuur van Curaçao tot aanpassing van de begroting 2019 (Kamerstukken II 2018/19, 34269, nr. 5). Tegen dit besluit is door Curaçao kroonberoep aangetekend. Deze procedure was eind 2019 nog niet afgerond.

De economie van Sint Maarten groeit de komende jaren relatief hard. In 2019 groeide de economie met 5% en het IMF verwacht dat Sint Maarten in 2020 een economische groei heeft van ongeveer 3%. Het snelle herstel van het toerisme en investeringen in het kader van wederopbouw dragen bij aan een spoedig herstel van de economie. Sint Maarten heeft 2019 afgesloten met een begrotingstekort van ANG 45 mln. en heeft voor 2019 ook behoefte gehad aan liquiditeitssteun. Aan het toekennen van de liquiditeitssteun heeft de Rijksministerraad echter voorwaarden verbonden. Tot op heden voldoet Sint Maarten niet aan de gestelde voorwaarden waardoor de liquiditeitssteun voor 2019 niet is uitgekeerd. Wel is € 16,5 mln. aan liquiditeitssteun, welke in 2018 was toegekend, in 2019 uitgekeerd.

Het College financieel toezicht (Cft) is nauw betrokken bij het op orde brengen van het financieel beheer van de landen conform artikel 4 Rft. Daarnaast kunnen de landen gebruik maken van de expertise en advisering van de eigen rekenkamers.

BES-eilanden

Daar waar Saba al enkele jaren een goedkeurende accountantsverklaring krijgt, blijft het voor Bonaire en Sint Eustatius een uitdaging om het financieel beheer naar een aanvaardbaar niveau te brengen. Hoewel het financieel beheer op orde is, ondervindt Saba toenemende druk op de begroting. De begroting van Saba kent namelijk veel incidentele bijdragen, soms ook voor structurele taken. In het Saba Package is afgesproken om per ministerie te bezien hoe structurele taken ook met structurele middelen gedekt kunnen worden. In het kader van het bestuurlijke ingrijpen is in 2018 een verbetertraject financieel beheer gestart op Sint Eustatius, dit traject is in 2019 voortgezet. Er is al veel werk verzet, maar er moet ook nog steeds veel gebeuren om te komen tot een verantwoorde overdracht aan een nieuw bestuur. Het trage en gefragmenteerde digitaliseringsproces speelt hier een belangrijke rol in. Ook op Bonaire blijft het financieel beheer een aandachtspunt en is het als een van de hoofdprioriteiten opgenomen in het Bestuursakkoord Bonaire. Inmiddels is een verbeterplan voor het financieel beheer opgesteld en wordt het versneld in uitvoering gebracht. Het College financieel toezicht (Cft) is ook voor de openbare lichamen betrokken bij het op orde brengen van het financieel beheer.

Groeiakkoord Curaçao

Gelijktijdig met de aanwijzing vanuit de RMR heeft Nederland op 12 juli 2019 in een onderlinge regeling (het Groeiakkoord) met Curaçao afspraken gemaakt over het duurzaam oplossen van de economische problemen van het eiland (Kamerstukken II 2018/19, 34269, nr. 5). Er zijn onder andere afspraken gemaakt over hervormingen in de sociale sector, de zorg, het onderwijs, de arbeidsmarkt en het overheidsapparaat. Belangrijke voorwaarde voor de geboden ondersteuning vanuit Nederland hierbij is, dat deze daadwerkelijk wordt ingezet om de overheidsfinanciën op orde te krijgen, de economie een impuls te geven en noodzakelijke structurele hervormingen door te voeren. In 2019 is ondersteuning geleverd bij het ontwikkelen van strategisch grondexploitatiebeleid, het opzetten van een garantiefonds en het inrichten van de financiële functie.

Realisatie beleidsdoorlichtingen Koninkrijksrelaties

Tabel 1 Realisatie beleidsdoorlichtingen Koninkrijksrelaties

Artikel

Naam artikel

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Geheel artikel?

1

Versterken rechtsstaat

    

X

  

Ja

4.1

Bevorderen sociaaleconomische structuur Curaçao, Sint Maarten en Aruba

    

X

  

Nee

4.2

Bevorderen sociaaleconomische structuur Caribisch Nederland

        

5.1

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen: schuldsanering landen Curaçao en Sint Maarten

    

X

  

Ja

5.2

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen: Leningen en/of garanties landen Curaçao, Sint Maarten en Aruba

        

8.1

Wederopbouw Bovenwindse eilanden: Wederopbouw

        

8.2

Wederopbouw Bovenwindse eilanden: Noodhulp

        

Toelichting

Artikel 4.1 Aruba, Curaçao en Sint Maarten

De onder artikelonderdeel 4.1 geraamde pensioentoelagen worden niet in de beleidsdoorlichting meegenomen.

Het meest recente overzicht van de programmering van evaluaties en beleidsdoorlichtingen vindt u op rijksbegroting.nl.

Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie bijlage 1 «Overzicht afgerond evaluatie- en overig onderzoek».

Overzicht risicoregelingen Koninkrijksrelaties

Tabel 2 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2018

Verleend 2019

Vervallen 2019

Uitstaande garanties 2019

Garantie- plafond

Totaal plafond

Totaalstand risicovoorziening

Artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Nederlandse Investeringsbank Ontwikkelingslanden / leningen aan het land Aruba

230

0

230

0

0

0

0

Artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

9e Europees Ontwikkelingsfonds verlenging

1.876

0

0

1.876

0

1.876

0

Totaal

 

2.106

0

230

1.876

0

1.876

0

De garantie aan het land Aruba is in 2019 komen te vervallen. Er zijn in 2019 geen uitgaven gedaan op garanties. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de toelichting bij de saldibalans.

Tabel 3 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening in andere valuta

Uitstaande lening in €1

Looptijd lening

Totaalstand risicovoorziening 2018

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening 2019 en 2018

Totaal verstrekte leningen

  

1.298.616

 

       

Artikel 5 Schuldsanering/ lopende inschrijving/ leningen

1.246.587

   
 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,5%

ANG 81.979

32.690

10 jaar (2010-2020)

  
 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,75%

ANG 139.735

55.720

15 jaar (2010-2025)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,875

ANG 370.000

147.539

20 jaar (2010-2030)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 3,0%

ANG 474.900

189.369

25 jaar (2010-2035)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 3,125%

ANG 582.391

232.231

30 jaar (2010-2040)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,75%

ANG 62.604

25.226

30 jaar (2013-2043)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,45%

ANG 247.036

103.186

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,6%

ANG 212.727

112.230

30 jaar (2015-2045)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,62%

ANG 33.296

17.997

30 jaar (2015-2045)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,0%

ANG 59.050

29.702

30 jaar (2016-2046)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,24%

ANG 60.000

28.448

30 jaar (2017-2047)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 0,92%

ANG 69.100

34.167

30 jaar (2019-2049)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,5%

ANG 49.875

19.992

10 jaar (2010-2020)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,625%

ANG 73.500

29.461

15 jaar (2010-2025)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,75 %

ANG 78.571

31.494

20 jaar (2010-2030)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,875%

ANG 50.000

20.042

25 jaar (2010-2035)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 3,0%

ANG 50.000

20.042

30 jaar (2010-2040)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,25%

ANG 58.652

24.765

15 jaar (2014-2029)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,375%

ANG 44.818

18.739

20 jaar (2014-2034)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,45%

ANG 39.526

14.931

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 1,8%

ANG 25.226

13.388

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 0,5%

ANG 20.800

10.606

7 jaar (2016-2023)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 0,83%

ANG 18.811

8.895

25 jaar (2017-2032)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 0,74%

ANG 32.900

16.459

30 jaar (2019-2049)

0

494

 

Lening Ontwikkelingsbank Nederlandse Antillen

1.341

29 jaar (2001-2030)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

763

30 jaar (1991-2021)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

1.256

30 jaar (1992-2022)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

953

30 jaar (1993-2023)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

453

30 jaar (1994-2024)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

85

30 jaar (1995-2025)

 

Water en Energiebedrijf Aruba 2,5%

ANG 9.199

4.416

30 jaar (1995-2025)

Artikel 8 Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse eilanden

52.029

   
 

Liquiditeitssteun Sint Maarten 0%

ANG 50.000

22.790

30 jaar (2018-2048)

 

Liquiditeitssteun Sint Maarten 0%

ANG 32.600

15.789

30 jaar (2018-2048)

 

Liquiditeitssteun Sint Maarten 0%

$ 15.000

13.450

1 jaar (2019-2020)

X Noot
1

In de begroting 2020 is abusievelijk gebruik gemaakt van de marktwaarde in 2019.

Toelichting

De leningen aan de landen worden meestal afgesloten in Antilliaanse guldens en vastgelegd in de begroting in euro's. Deze vastlegging gebeurt op basis van de geldende koers op het moment van aangaan van de lening (historische waarde).

Ten behoeve van de lening lopende inschrijving van Sint Maarten van 2019 is een begrotingsreserve van 3% op de Aanvullende Post gereserveerd.

4. Beleidsartikelen

Artikel 1. Versterken rechtsstaat

A. Algemene doelstelling

Het bevorderen van goed bestuur door middel van samenwerking op het gebied van veiligheid, rechtshandhaving en grensbewaking en onder-steuning van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Rechtshandhaving en veiligheid zijn autonome aangelegenheden van de landen van het Koninkrijk. Het beleid is er hoofdzakelijk op gericht om invulling te geven aan samenwerkingsregelingen en de uitvoering van rijkswetten, ter bevordering van de rechtshandhavingsketen en de algemene veiligheid in Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit komt voort uit artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (Statuut) dat bepaalt dat landen binnen het Koninkrijk elkaar hulp en bijstand verlenen, en komt tot stand door middel van samenwerkingsregelingen op basis van artikel 38 van het Statuut, of op grond van geldende rijkswetten.

Elk land in het Koninkrijk heeft de zorg voor de verwezenlijking van de fundamentele rechten en vrijheden van de mens, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stimuleert de landen bij het invullen van deze verantwoordelijkheid.

De ondersteuning en versterking van de rechtsstaat die Nederland biedt aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten is belegd bij de bewindspersoon verantwoordelijk voor de Koninkrijksrelaties, die daarin nauw samenwerkt met de betrokken bewindspersonen van Justitie en Veiligheid en Defensie die de operationele capaciteit voor de ondersteuning en versterking leveren. Via de ondersteuning van de recherchecapaciteit en het ondersteunen van de rechterlijke macht in de landen, worden ook de recherchecapaciteit en de rechterlijke macht in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ondersteund.

C. Beleidsconclusies

Het jaar 2019 is belangrijk geweest voor het Recherchesamenwerkingsteam (RST). In januari is het herziene Protocol Recherchesamenwerking1 en marge van het Justitieel Vierpartijenoverleg (JVO) ondertekend door de vier Ministers van Justitie en de Staatssecretaris van BZK (Kamerstukken II 2018/19, 29628, nr. 861 en Stcrt. 2019, 38964). Het gewijzigde Protocol legt nadere afspraken tussen de landen van het Koninkrijk op het gebied van informatiedeling en de inrichting van het RST vast. Tevens heeft dit de mogelijkheid geboden voor een verduurzaming van de inzet. De herinrichting van het RST is in de loop van 2019 in gang gezet. Dit betekent dat er vanaf 2019 met centrale teams vanuit Curaçao en decentrale teams bij de Korpsen van Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten wordt gewerkt.

Op 23 januari 2019 is tijdens het JVO het nieuwe Protocol flexpool Koninklijke Marechaussee2 ondertekend (Kamerstukken II 2018/19, 35000 IV, nr. 40). Met de ondertekening van dit protocol is de inzet van de flexpool afgebakend tot grensgerelateerde politietaken. Hiermee wordt optimaal gebruik gemaakt van de kennis en kunde van het personeel van de Koninklijke Marechausee. De huidige inzet van de flexpool is essentieel voor het grenstoezicht op de landen. Op Sint Maarten is de inzet van de flexpool onderdeel van de onderlinge regeling versterking grenstoezicht Sint Maarten.

De projectmatige aanpak van de georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit is in 2018 gecontinueerd tot en met 2021. Deze aanpak (beter bekend onder de naam Team Bestrijding Ondermijning, TBO) krijgt vorm door een extra inzet van het RST, de Openbaar Ministeries en het Gemeenschappelijk Hof. De resultaten in 2019 illustreren nut en noodzaak van deze inzet (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 14). De onderzoeken kennen een zeker tijdsverloop, zijn complex, omvangrijk, hebben doorgaans een (zware) financieel-economische component en hebben een grensoverschrijdend karakter. Dat maakt samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk noodzakelijk. In de onderzoeken tot op heden is criminele betrokkenheid van onder meer politici, ambtenaren, belangrijke overheidsbedrijven, organisaties in de (semi-)collectieve sector en private ondernemingen aangetoond. Het gaat dan om onder meer corruptie, belastingfraude, witwassen, valsheid in geschrifte, oplichting of verduistering. Deze projectaanpak legt de verwevenheid tussen onder- en bovenwereld bloot en maakt duidelijk dat misdaad niet loont.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Versterken rechtsstaat (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

26.754

67.650

75.487

27.795

40.107

40.434

‒ 327

        

Uitgaven

65.475

77.735

69.841

45.772

40.422

40.434

‒ 12

1.1 Versterken rechtsstaat

65.475

77.735

69.841

45.772

40.422

40.434

‒ 12

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

0

0

14.355

34.703

29.456

27.141

2.315

Recherchecapaciteit (Nationale Politie)

0

0

14.355

34.703

29.456

27.141

2.315

Bijdragen aan medeoverheden

0

26

0

0

15

0

15

Overige bijstand aan de landen

0

26

0

0

15

0

15

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

65.475

77.709

55.486

11.069

10.951

13.293

‒ 2.342

Duradero

939

712

0

0

0

0

0

Grensbewaking (Defensie)

6.100

6.100

6.100

6.100

6.209

6.100

109

Kustwacht Defensie)

38.504

37.838

46.106

0

0

0

0

Recherchecapaciteit (Nationale Politie)

15.595

28.528

0

0

0

0

0

Rechterlijke macht (JenV)

4.337

4.531

3.280

4.969

4.742

7.193

‒ 2.451

        

Ontvangsten

5.192

5.981

2.174

3.952

4.253

0

4.253

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Uitgaven

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Recherchecapaciteit (Nationale Politie)

Zoals vastgelegd in de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het herziene Protocol Recherchesamenwerking heeft het RST in 2019 uitvoering gegeven aan de bestrijding van zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit. Daarnaast heeft het Recherche Samenwerkingsteam (RST) de afhandeling van internationale rechtshulpverzoeken op dit gebied verricht. De hogere uitgaven in 2019 zijn veroorzaakt door facturen uit 2017 en 2018.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Grensbewaking (Defensie)

Nederland heeft 43 FTE van de Koninklijke Marechaussee ter beschikking aan de landen gesteld voor de versterking van het grenstoezicht. De inzet vindt plaats onder lokaal gezag van de Ministers van Justitie en op verzoek van de landen. Het Ministerie van BZK vergoedt de kosten.

Rechterlijke macht (Justitie en Veiligheid)

Nederland heeft op verzoek van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en de Ministers van Justitie van de Caribische delen van het Koninkrijk rechters en officieren van Justitie ter beschikking gesteld. De Raad voor de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie in Nederland stellen de betreffende rechterlijke ambtenaren ter beschikking. In 2019 heeft het Ministerie van BZK de uitzendkosten voor deze rechterlijke ambtenaren op grond van het Voorzieningenstelsel Buitenland-toeslagen Rechterlijke Ambtenaren (VBRA) bekostigd. De onderuitputting wordt met name veroorzaakt, doordat de middelen voor het Parket Procureur Generaal en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie in het kader van de projectaanpak TBO in 2019 bij eerste suppletoire begroting 2019 naar de begroting van het Ministerie van JenV zijn overgeboekt, om één zuivere financieringslijn te borgen.

Ontvangsten

Na verrekening van de rijksbijdrage voor het RST en het TBO over 2017 en 2018 is er € 4,3 mln. teruggevloeid naar begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties. Van deze ontvangsten is € 2,4 mln. ingezet als voorschot aan de Politie voor de kosten bij het RST in verband met de uitzending van personeel naar het Caribisch deel van het Koninkrijk. Het resterende bedrag is ingezet om overige uitgaven op begrotingsartikel 1 ‘Versterken rechtsstaat’ te dekken.

Artikel 4. Bevorderen sociaaleconomische structuur

A. Algemene doelstelling

Nederland kan op verzoek van Aruba, Curaçao en Sint Maarten onder-steuning bieden bij de sociale en economische ontwikkeling en het verbeteren van de situatie omtrent de overheidsfinanciën.

Nederland bevordert gezamenlijk met de openbare lichamen de sociale en economische ontwikkeling op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

B. Rol en verantwoordelijkheid

Ten aanzien van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn volledig zelf verantwoordelijk voor de beleidvorming en -uitvoering in de landen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) kan op basis van (individuele) verzoeken van de landen beleidsmatige assistentie bieden om hen te ondersteunen, bijvoorbeeld door middel van het delen van kennis en het leveren van expertise.

Ten aanzien van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba maken onderdeel uit van het staatsbestel van Nederland. In de Grondwet is bepaald dat voor deze eilanden regels kunnen worden gesteld en andere specifieke maatregelen kunnen worden getroffen met het oog op de economische en sociale omstandigheden, de grote afstand tot het Europese deel van Nederland, hun insulaire karakter, kleine oppervlakte en bevolkingsomvang, geografische omstandigheden, het klimaat en andere factoren waardoor deze eilanden zich wezenlijk onderscheiden van het Europese deel van Nederland.

De Minister van BZK is verantwoordelijk voor de Rijkscoördinatie van beleid met betrekking tot Caribisch Nederland. Vanuit zijn coördinerende rol beheert het Ministerie van BZK het BES-fonds en de Shared Service Organisatie Caribisch Nederland (SSO-CN). Daarnaast stemt BZK het Rijksbeleid af in de ambtelijke stuurgroep Caribisch Nederland en zo nodig via een bewindspersonenoverleg Caribisch Nederland, om integrale besluitvorming ten aanzien van de openbare lichamen te bevorderen.

De Minister van BZK ondersteunt vanuit de begroting van Koninkrijksrelaties de openbare lichamen door middel van het delen van kennis en het leveren van expertise ter verbetering van het openbaar bestuur en economisch perspectief.

C. Beleidsconclusies

In 2019 heeft het Ministerie van BZK gezamenlijk met Aruba en Curaçao voorbereidingen getroffen en voor Curaçao middelen overgeheveld ten behoeve van de uitvoering van diverse (bijstands)projecten in het kader van Venezuela. De uitvoering van deze projecten vindt plaats in 2020.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

0

16.600

21.694

49.787

27.316

11.198

16.118

        

Uitgaven

0

17.994

21.359

43.677

28.880

11.198

17.682

4.1 Curaçao, Sint Maarten en Aruba

0

5.281

7.566

5.797

6.535

4.966

1.569

Subsidies

0

0

0

0

268

0

268

Diverse subsidies

0

0

0

0

268

0

268

Opdrachten

0

1.039

748

241

160

1.258

‒ 1.098

Opdrachten landen

0

1.039

748

241

160

1.258

‒ 1.098

Inkomensoverdrachten

0

2.340

2.239

2.545

2.992

2.340

652

Toeslagen op pensioenen NA

0

2.340

2.239

2.545

2.992

2.340

652

Bijdragen aan medeoverheden

0

500

4.416

2.847

2.944

1.232

1.712

Afpakteam Aruba

0

500

0

0

0

0

0

Bijdragen landen

0

0

4.416

2.847

2.944

1.232

1.712

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

1.402

163

164

171

136

35

Diverse bijdragen1

0

95

163

164

171

136

35

Samenwerkingsprogramma`s

0

1.307

0

0

0

0

0

        

4.2 Caribisch Nederland

0

12.713

13.793

37.880

22.345

6.232

16.113

Subsidies

0

592

707

459

693

0

693

Subsidies Caribisch Nederland

0

142

467

459

693

0

693

Kinderrechten

0

450

240

0

0

0

0

Opdrachten

0

910

1.014

558

836

3.630

‒ 2.794

Kinderrechten

0

16

89

0

0

0

0

Onderzoek, Kennisoverdracht en Communicatie

0

894

925

558

807

100

707

Opdrachten Caribisch Nederland

0

0

0

0

29

3.530

‒ 3.501

Inkomensoverdrachten

0

3.303

1.385

26.501

3.017

1.382

1.635

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers

0

1.830

1.385

26.501

3.017

1.382

1.635

PCN

0

1.473

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

0

7.908

10.045

10.016

17.799

1.220

16.579

Bijzondere uitk. sociaaleconomische initiatieven

0

5.737

8.866

6.974

7.733

1.220

6.513

Kinderrechten

0

543

593

0

0

0

0

Onderzoek, Kennisoverdracht en Communicatie

0

1.628

586

3.042

10.066

0

10.066

Bijdragen aan agentschappen apparaat

0

0

392

336

0

0

0

Onderzoek, Kennisoverdracht en Communicatie

0

0

392

336

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

250

10

0

0

0

Onderzoek, Kennisoverdracht en Communicatie

0

0

250

10

0

0

0

        

Ontvangsten

0

8.422

14.575

6.563

0

0

0

X Noot
1

De naam van deze regeling was in de Ontwerpbegroting 2019 "Bijdragen aan (inter)nationale organisaties".

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Uitgaven

4.1 Curaçao, Sint Maarten en Aruba

Subsidies

Diverse subsidies

Het Ministerie van BZK heeft een subsidie van € 0,3 mln. verstrekt aan de door Aruba aangedragen Stichting Fundacion pa Hende Muher den Dificultad (FHMD), die opvang en capaciteit realiseren voor slachtoffers van huiselijk geweld, mensenhandel en mensensmokkel. Met de bijdrage van het Ministerie van BZK kunnen in 2020 extra woonunits worden gecreëerd voor vrouwen en kinderen (Kamerstukken I, 2018/19, 29653, nr. H).

Met het Nederlandse deel van de FDA-restmiddelen zijn diverse subsidies verstrekt, onder andere aan Stichting Casa Cuna (weeshuis van Aruba), de Stichting Monumentenfonds Aruba en de Stichting Deugdelijk Bestuur Aruba.

Opdrachten

Opdrachten landen

Vanuit dit budget zijn onder meer kosten in het kader van het Samenwerkingsconvenant Curaçao en het Groeiakkoord Curaçao gefinancierd. Voor de afronding van de Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) op Bonaire is bij tweede suppletoire begroting 2019 € 1 mln. op deze regeling vrijgemaakt en overgeheveld naar het instrument Bijdragen aan medeoverheden van artikel 4.2.

Inkomensoverdrachten

Toeslagen op pensioenen NA

Conform de regeling vaste verrekenkoers pensioeninkomen voormalig Nederlands-Antilliaans (NA) en Arubaanse pensioengerechtigden, zijn koersverschillen gecompenseerd. Daarnaast heeft de Stichting Pensioenfonds Caribisch Nederland (PCN) in 2019 een bedrag van € 1,2 mln. ontvangen. Deze bijdrage vloeit voort uit de in mei 2018 getekende overeenkomst met PCN ter versterking van het pensioenfonds voor Caribisch Nederland. Het kabinet voelt zich als overheidswerkgever verantwoordelijk voor de pensioenen van de ambtenaren in dienst van de Rijksdienst Caribisch Nederland, de openbare lichamen en scholen en zorginstellingen in Caribisch Nederland. De middelen zijn op grond van een interdepartementale afspraak meerjarig incidenteel bij eerste suppletoire begrotingswet toegevoegd. Het verschil tussen de realisatie en budget (na toevoeging van deze bijdrage van € 1,2 mln.) is toegevoegd aan de wisselkoersreserve op artikel 7.

Bijdragen aan medeoverheden

Bijdragen landen

Het Ministerie van BZK heeft per Miljoenennota 2020 een extra bijdrage ontvangen om de vreemdelingenbewaring op Curaçao uit te breiden en te verbouwen.

De autoriteiten van Aruba en Curaçao hebben op verzoek van het Ministerie van BZK de benodigde planvorming ontwikkeld, zodat Nederland op diverse terreinen (financiële) ondersteuning in het kader van Venezuela kon bieden.

Met het Nederlandse deel van de FDA-restmiddelen is de Landsrecherche Aruba versterkt middels inzet van het Recherchesamenwerkingsteam (RST).

Er is een financiële bijdrage geleverd aan het Talent Ontwikkelingsprogramma Curaçao voor ambtenaren en aan Sint Maarten is een bedrag beschikbaar gesteld voor de oprichting van de integriteitskamer.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Diverse bijdragen

Via het kleine projecten fonds wordt door de Vertegenwoordiging van Nederland in Curaçao, Aruba en Sint Maarten aan diverse lokale projecten bijgedragen. Het gaat om projecten die een bijdrage leveren aan de lokale maatschappij, op sociaal, cultureel, educatief of op sportterrein. Waar mogelijk houdt het project ook rekening met lange termijneffecten (duurzaamheid).

4.2 Caribisch Nederland

Subsidies

Subsidies Caribisch Nederland

Het Ministerie van BZK heeft een financiële bijdrage geleverd aan: 1) het Museon, om een tentoonstelling te organiseren over thema’s als Caribische cultuur, identiteit en Koninkrijksverbanden; 2) Universiteit Utrecht, om te komen tot het equivalent van de Europese Erasmusbeurs maar dan binnen het Koninkrijk; en 3) Stichting WeConnect, om het werven van TOP Trainees mogelijk te maken en om Caribische studenten in Europees Nederland voorlichting te geven over onder andere Caribische carrièremogelijkheden. Deze activiteiten dragen bij aan mobiliteit, kennisroulatie en lokale capacitybuilding.

UNICEF heeft een nieuw programma opgezet om de komende jaren de openbare lichamen te helpen met het ontwikkelen van de kinderrechten. Er wordt onder andere steun geboden bij de kinderrechteneducatie, communicatie voor ontwikkeling en monitoren van de aanbevelingen uit de Situation analysis.

Voor de bovenstaande subsidies hebben bij eerste en tweede suppletoire begroting 2019 herschikkingen plaatsgevonden vanuit onder andere het instrument opdrachten.

Opdrachten

Onderzoek, Kennisoverdracht en Communicatie

Er heeft een financiële bijdrage voor een filmproject over Bonaire plaatsgevonden. Het thema is onder andere jonge professionals. Daarmee is een koppeling gemaakt met het TOP programma.

Opdrachten Caribisch Nederland

In het kader van het Bestuursakkoord 2018-2022 heeft het Ministerie van BZK een onderzoek naar de governance van overheidsbedrijven uit laten voeren. Tevens zijn er diverse kleine opdrachten gegund aan lokale partijen die in trainingen en coaching hebben voorzien van lokale bestuurders, eilandsraadsleden en ambtenaren. Er is geïnvesteerd in TOP Bonaire en het TOP Traineeship, waarmee aan capaciteitsversterking is gewerkt.

Bij eerste suppletoire begroting 2019 hebben er vanaf deze regeling diverse herschikkingen plaatsgevonden. Zo zijn de integrale middelen om de uitvoeringskracht van de openbare lichamen te vergroten in het sociaal domein herschikt naar het instrument bijdragen aan medeoverheden. Ook zijn er middelen herschikt naar het instrument subsidies voor subsidies aan onder andere UNICEF. Daarnaast zijn er bij slotwet 2019 middelen herschikt naar het instrument bijdragen aan medeoverheden om de bijdrage aan de afronding van de rioolwaterzuiveringsinstallatie op het juiste instrument te verantwoorden.

Inkomensoverdrachten

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers

Uit de eindafrekening van het Werkliedenpensioenfonds, dat wordt beheerd door het Algemeen Pensioenfonds Curaçao (APC), bleek een tekort ten aanzien van werklieden afkomstig uit Bonaire en Saba. In afwachting van de gecontroleerde verantwoordingsverslagen 2013-2018, heeft in 2019 finale afrekening plaatsgevonden, inclusief een voorlopige rentevergoeding. Vanaf 2019 worden de uitkeringen verstrekt door de openbare lichamen Bonaire en Saba. Verder is een bijdrage geleverd ten behoeve van de pensioenen en wachtgeld voor oud politici van Caribisch Nederland.

Bij eerste suppletoire begroting 2019 zijn er middelen herschikt vanuit het instrument opdrachten voor de bijdrage aan het werkliedenpensioenfonds. Daarnaast zijn bij tweede suppletoire begroting 2019 bijdragen vanuit diverse departementen ontvangen voor het versterken van het vermogen van het Pensioenfonds Caribisch Nederland (PCN).

Bijdragen aan medeoverheden

Bijzondere uitk. sociaaleconomische initiatieven

Voor het laatste jaar was er vanuit de regeling integrale middelen budget beschikbaar voor uitkeringen aan de openbare lichamen ten behoeve van sociaaleconomische initiatieven. Een groot deel hiervan is aangewend voor het programma Bes(t) 4 kids en de naschoolse opvang. Ten behoeve van ondersteuning bij het opzetten en uitvoeren van het programma Bes(t) 4 kids op de eilanden zijn bij eerste en tweede suppletoire begroting extra middelen beschikbaar gesteld vanuit de begrotingen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Tevens is er bij eerste suppletoire begroting 2019 door het Ministerie van SZW een additionele bijdrage geleverd voor het plaatsen van werkzoekenden op de arbeidsmarkt. Bij tweede suppletoire begroting 2019 zijn daarnaast extra middelen overgeheveld vanuit de Sociale Verzekeringsbank (via een overboeking vanuit het Ministerie van SZW) voor diverse sociaaleconomische initiatieven in Caribisch Nederland.

Onderzoek, kennisoverdracht en communicatie

Er is € 3,2 mln. aan het openbaar lichaam Bonaire verstrekt om de uitvoeringskracht te versterken. Dit bedrag wordt aangewend om de afspraken uit het Bestuursakkoord 2018-2022 na te komen en wordt ingezet om de organisatie verder te ontwikkelen en deze te bestendigen. Deze middelen zijn bedoeld voor capaciteit, opleidingen, ICT-ondersteuning en het verbeteren van het financieel beheer, om tot een robuust en duurzaam bestuurlijk en ambtelijk apparaat te komen.

Er is een bedrag van € 1,6 mln. aan het Openbaar Lichaam Saba verstrekt om de uitvoeringskracht te versterken en de organisatie verder te bestendigen. Het Ministerie van BZK werkt in nauw contact met het Openbaar Lichaam Saba om de eigen organisatie verder te ontwikkelen om de uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.

Bij tweede suppletoire begroting 2019 is met het oog op de speerpunten uit de kabinetsreactie op de Tijdelijke wet taakverwaarlozing (Kamerstukken II 2017/18, 31568, nr. 196) en de aanstaande verkiezingen op Sint Eustatius (Kamerstukken II 2019/20, 35300 IV, nr. 6) in totaal € 3,7 mln. beschikbaar gesteld ten behoeve van de reorganisatie van het ambtelijk apparaat en voor afronding van het verbeterplan voor het financieel beheer op Sint Eustatius.

Om bovenstaande bijdragen op het juiste instrument te verantwoorden zijn bij eerste en tweede suppletoire begroting 2019 vanuit de begroting van BZK (VII) middelen overgeheveld. Daarnaast zijn er binnen artikel 4 middelen herschikt.

Artikel 5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

A. Algemene doelstelling

Bij het transitieproces van de staatkundige verhoudingen van het Koninkrijk per 10-10-2010 is een deel van de schulden van Curaçao en Sint Maarten gesaneerd. Deze sanering helpt Sint Maarten en Curaçao tot een beheersbare financiële situatie te komen door lagere rentelastnormen en minder betalingsachterstanden (niveau 2005).

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) financiert de kosten die voortkomen uit de schuldsanering en lopende inschrijvingen via de begroting van Koninkrijksrelaties. Dit is terug te voeren op de bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt in de aanloop naar de nieuwe staatkundige verhoudingen zoals die per 10 oktober 2010 hun beslag hebben gekregen. Nederland heeft een oplossing geboden voor de toenmalige schuldenproblematiek, door de verplichting op zich te nemen een belangrijk deel van de schulden van Curaçao en Sint Maarten over te nemen.

Om ervoor te kunnen zorgen dat Curaçao en Sint Maarten een gezonde financiële huishouding kunnen voeren, zijn afspraken gemaakt tussen deze landen en Nederland. Deze afspraken zijn geformaliseerd in de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft) en betreffen een deugdelijk begrotingsbeleid, het op orde brengen van het financieel beheer en een effectief financieel toezicht ter voorkoming van nieuwe schuldenopbouw. Daarnaast is afgesproken dat Nederland een lopende inschrijving aanbiedt voor leningen aan Curaçao en Sint Maarten, tegen het actuele rendement op staatsleningen van de desbetreffende looptijd. Gelet op de autonomie behouden de landen hun verantwoordelijkheid voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Het financieel toezicht wordt uitgeoefend door de Rijksministerraad, dat daarin wordt geadviseerd door het College financieel toezicht (Cft).

C. Beleidsconclusies

Er hebben zich geen wijzigingen voorgedaan.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

0

29.702

38.773

0

50.396

28.517

21.879

        

Uitgaven

0

179.631

225.754

172.432

79.143

28.517

50.626

5.1 Schuldsanering landen Curaçao en Sint Maarten

0

149.929

186.981

172.432

28.517

28.517

0

Leningen

0

149.929

186.981

172.432

28.517

28.517

0

Schuldsanering

0

149.929

186.981

172.432

28.517

28.517

0

        

5.2 Leningen/ garanties Curaçao, Sint Maarten en Aruba

0

29.702

38.773

0

50.626

0

50.626

Leningen

0

29.702

38.773

0

50.626

0

50.626

Lopende inschrijving Curacao en Sint Maarten

0

29.702

38.773

0

50.626

0

50.626

        

Ontvangsten

0

42.245

41.563

40.380

49.495

38.292

11.203

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Uitgaven

5.1. Schuldsanering landen Curaçao en Sint Maarten

Leningen

Schuldsanering

Dit betreft de sanering van de schuldomvang van het Land en de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten. De schuldomvang is van 31 december 2005, die bestaat uit openbare en onderhandse geldleningen die zijn aangegaan jegens derden buiten de desbetreffende collectieve sector (inclusief de leningen die jegens Nederland zijn aangegaan).

5.2. Leningen/garanties Curaçao, Sint Maarten en Aruba

Leningen

Lopende inschrijving Curaçao en Sint Maarten

In 2019 zijn aan Curaçao en Sint Maarten beide een lening met een looptijd van 30 jaar verstrekt in het kader van de lopende inschrijving. Curaçao heeft naar aanleiding van een leenverzoek een lening van ANG 69,1 mln. (€ 34,2 mln.) ontvangen. Sint Maarten heeft een lening van ANG 32,9 mln. (€ 16,5 mln.) ontvangen om haar liquiditeitspositie te verbeteren.

Ontvangsten

De reguliere rente en aflossingen op leningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden hier verantwoord. De ontvangsten zijn hoger dan geraamd, vanwege ontvangen rente en aflossing van Aruba die betrekking hebben op 2018 (maar in 2019 zijn ontvangen), ontvangsten van aflossingen en wisselkoerseffecten. Het wisselkoerseffect in 2019 is bij slotwet 2019 verwerkt. De wisselkoersmeevaller is ten gunste gekomen van de wisselkoersreserve op artikel 7 van deze begroting.

Artikel 8. Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse eilanden

A. Algemene doelstelling

Het coördineren van de wederopbouw van Saba en Sint Eustatius, en van de Nederlandse bijdrage aan de wederopbouw van Sint Maarten, naar aanleiding van de schade veroorzaakt door de orkanen Irma en Maria.

B. Rol en verantwoordelijkheid

In september 2017 hebben de orkanen Irma en Maria een spoor van verwoesting getrokken over het Caribisch gebied. Binnen het Koninkrijk zijn de openbare lichamen Saba en Sint Eustatius en het land Sint Maarten getroffen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) regisseert de Rijksbrede aanpak van de wederopbouwfase op de eilanden Saba en Sint Eustatius en levert onder andere via de Wereldbank financiële middelen voor de wederopbouw van Sint Maarten. Daarnaast ondersteunt het Ministerie van BZK de openbare lichamen financieel voor de wederopbouw. Zo helpt het ministerie bij het herstel en orkaanbestendig maken van de woningen op Sint Eustatius en Saba. In 2018 zijn op Sint Eustatius werkzaamheden gestart om de eroderende klif waar Fort Oranje op staat te stabiliseren.

De wederopbouw Saba en Sint Eustius wordt gecoördineerd door de Minister van BZK, maar naast het Ministerie van BZK zijn ook de ministeries van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW), Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Infrastructuur en Waterstaat (IenW) betrokken bij de wederopbouw van onder andere het herstel van schoolgebouwen en de infrastructuur. De middelen voor deze projecten staan op de begrotingen van de Ministeries van BZK, OCW, EZK en IenW.

De Minister van BZK financiert een deel van de kosten van wederopbouw van Sint Maarten. Middels het wederopbouwfonds levert de Minister tot en met 2021 een financiële bijdrage. Deze bijdrage is verbonden aan de politieke voorwaarden waarmee Sint Maarten akkoord is gegaan, namelijk het instellen van een integriteitskamer en het versterken van het grenstoezicht. Nederland zal gedurende de wederopbouw strikt toezien op de naleving van de voorwaarden.

Het hoofdspoor voor de wederopbouw van Sint Maarten loopt via de Wereldbank waar een trustfund is opgericht. Dit trustfund wordt beheerd door een stuurgroep waarin Nederland samen met Sint Maarten zitting heeft. Prioriteiten voor Nederland zijn economische ontwikkeling en bereikbaarheid, de afvalproblematiek en goed bestuur. Daarnaast zal Nederland buiten het trustfund ook directe steun leveren voor de wederopbouw van Sint Maarten. Het gaat hier bijvoorbeeld om kosten op het gebied van rechtshandhaving.

C. Beleidsconclusies

Wederopbouw Sint Maarten

In het trustfonds bij de Wereldbank hebben, in aanvulling op de kapitaalstoringen in 2018 ter grootte € 262 mln., in 2019 geen kapitaalstortingen plaatsgevonden. Ultimo 2019 is van de € 262 mln. voor circa € 185 mln. aan middelen verplicht, met andere woorden: zijn er projecten in uitvoering, waarvoor de Wereldbank overeenkomsten («grant agreements») met de overheid van Sint Maarten heeft afgesloten (of, in geval van het ziekenhuis, met het Sint Maarten Medical Center).

De stuurgroep van het trustfonds heeft voor de periode 2019-2025 een Strategisch Resultatenkader opgesteld, mede gebaseerd op het National Recovery and Resilience Plan van de overheid van Sint Maarten en de door Nederland benoemde beleidsprioriteiten (economische ontwikkeling en bereikbaarheid, aanpak afval en afvalwaterzuivering en goed bestuur). Daarnaast wordt voor versterking van de implementatiekracht en -snelheid nadrukkelijk ingezet op verschillende sporen: overheid, niet gouvermententele organisaties (NGO's) en private bedrijven. Het Koninkrijksbrede bedrijfsleven is en wordt actief bij de wederopbouw van Sint Maarten betrokken.

De Kamer is over de voortgang van de wederopbouw van Sint Maarten gedetailleerd geïnformeerd in een brief d.d. 8 oktober 2019 (Kamerstukken II 2019/20, 34773, nr. 19).

Wederopbouw Saba en Sint Eustatius

Voor de wederopbouw van Saba en Sint Eustatius is door het kabinet een totaalbedrag van € 67 mln. beschikbaar gesteld (Kamerstukken II 2017/18, 34773, nr. 5). In 2019 is de wederopbouw van beide eilanden voortvarend voortgezet. Het herstel van de scholen en beschadigde openbare gebouwen is afgerond. Een groot deel van de beschadigde particuliere woningen is inmiddels hersteld. In 2020 wordt nog gewerkt aan de laatste, kleinere, herstelwerkzaamheden. De stabilisatie van de klif onder Fort Oranje zal begin 2020 worden afgerond.

Van de door het Ministerie van BZK beschikbaar gestelde wederopbouwmiddelen is ook een aantal projecten op het terrein van landbouw en natuur gestart. Een deel van de projecten is afgerond en een deel heeft naar hun aard een langere doorlooptijd, zoals het herbebossingsproject en de koraalrestauratie. Deze projecten zijn opgezet met Rijksmiddelen en zullen lokaal worden voortgezet.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

0

0

28.103

331.958

24.362

6.037

18.325

        

Uitgaven

0

0

21.491

338.226

21.299

6.037

15.262

8.1 Wederopbouw

0

0

0

319.304

21.299

6.037

15.262

Subsidies

0

0

0

0

1.230

0

1.230

Diverse subsidies

0

0

0

0

1.230

0

1.230

Leningen

0

0

0

38.579

13.322

0

13.322

Liquiditeitssteun Sint Maarten

0

0

0

38.579

0

0

0

Overbruggingskrediet luchthaven Sint Maarten

0

0

0

0

13.322

0

13.322

Opdrachten

0

0

0

134

491

0

491

Wederopbouw op Sint Maarten

0

0

0

134

491

0

491

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

11.842

6.123

6.037

86

KPSM

0

0

0

3.358

300

5.282

‒ 4.982

Wederopbouw op Sint Eustatius

0

0

0

3.463

5.823

0

5.823

Wederopbouw op Sint Maarten

0

0

0

250

0

0

0

Wederopbouw op Saba

0

0

0

3.861

0

0

0

Grenstoezicht Sint Maarten

0

0

0

910

0

755

‒ 755

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

268.749

133

0

133

Wederopbouw op Sint Maarten

0

0

0

6.748

133

0

133

Wereldbank

0

0

0

262.001

0

0

0

        

8.2 Noodhulp

0

0

21.491

18.922

0

0

0

Opdrachten

0

0

6.861

425

0

0

0

Noodhulp

0

0

6.861

425

0

0

0

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

1.617

0

0

0

Noodhulp op Sint Maarten

0

0

0

33

0

0

0

Noodhulp op Sint Eustatius en Saba

0

0

0

1.584

0

0

0

Bijdragen aan agentschappen apparaat

0

0

0

0

0

0

0

RVB (Bijdragen voor wederopbouw)

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

14.630

16.880

0

0

0

Ministerie van I&W

0

0

6.350

0

0

0

0

Ministerie van Defensie

0

0

0

16.837

0

0

0

Ministerie van VWS

0

0

1.682

0

0

0

0

Ministerie van JenV

0

0

5.444

43

0

0

0

Ministerie van OCW

0

0

836

0

0

0

0

Ministerie van BZ

0

0

318

0

0

0

0

        

Ontvangsten

0

0

0

1.467

0

0

0

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Uitgaven

De resterende middelen voor de wederopbouw in artikel 8 gaan jaarlijks buiten de eindejaarsmarge om door naar het volgende begrotingsjaar. Zo zijn de overgebleven middelen van 2018 naar 2019 doorgeschoven. Wederom worden de overgebleven middelen van 2019 naar begrotingsjaar 2020 doorgeschoven.

8.1 Wederopbouw

Subsidies

Diverse subsidies

Als gevolg van orkaan Irma en Maria in 2017, heeft de zeekabel van Saba Statia Cable System (SSCS) BV schade opgelopen bij Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius. Er is voor de herstelreparaties van de zeekabel een subsidie van € 1,5 mln. aan SSCS BV verleend. Hiervan is € 1,2 mln. als voorschot in 2019 verstrekt. De reparatie van deze kabelverbinding is essentieel voor de afnemers zoals de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) en het Ministerie van Defensie, maar ook voor de eilanden Saba en Sint Eustatius.

Leningen

Overbruggingskrediet luchthaven Sint Maarten

Vooruitlopend op een akkoord en besluitvorming over het financieringsplan voor het herstel van de luchthaven van Sint Maarten, heeft Nederland op verzoek van de regering van Sint Maarten een overbruggingskrediet verstrekt. Dit krediet is verstrekt vanuit de wederopbouwmiddelen van de Aanvullende Post en komt na aflossing wederom voor de wederopbouw beschikbaar.

Opdrachten

Wederopbouw op Sint Maarten

Dit betreft opdrachten voor technische assistentie door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten International (VNG I), advies bij de oplossing voor afvalproblematiek en (internationaal-)juridische expertise voor de financiering van het herstel van de luchthaven (Kamerstukken II 2019/20, 34773, nr. 19).

Bijdragen aan medeoverheden

KPSM

Het Ministerie van BZK leverde tot eind juni 2019 een bijdrage aan de bijstand van de Nationale Politie aan van Sint Maarten. Vanaf 1 juli 2019 is de bijstand van de Nationale Politie voor rekening van Sint Maarten. De realisatie is flink lager uitgevallen dan begroot doordat er nog nauwelijks facturering voor 2019 heeft plaatsgevonden. De uitgaven worden in 2020 verwacht.

Wederopbouw op Sint Eustatius & Saba

Van de middelen hebben herstelwerkzaamheden plaatsgevonden aan de openbare ruimte en particuliere woningen op beide eilanden, is een aantal natuurherstelprojecten in gang gezet en is op Sint Eustatius een omvangrijk project gestart om de klifwand onder Fort Oranje te stabiliseren.

Grenstoezicht Sint Maarten

Ter versterking van het grenstoezicht is een onderlinge regeling opgesteld tussen Nederland en Sint Maarten voor een periode van twee jaar, die in december 2019 zou aflopen. De onderlinge regeling is verlengd tot 1 mei 2020. Op basis van de regeling is met alle betrokken diensten en ministeries van Sint Maarten en Nederland een plan van aanpak opgesteld (april 2018) en is er op basis van een bestedingsplan geld beschikbaar gesteld aan Sint Maarten.

In 2019 hebben er geen uitgaven plaatsgevonden. Dit vanwege het feit dat de uitvoering van grenstoezicht pas is gestart in mei 2018 en er onderbesteding heeft plaatsgevonden waardoor men in 2019 nog met het aanwezige budget de maatregelen kon uitvoeren. De onderbesteding had te maken met het te ruim begroten bij aanvang van het opstellen van de begroting voor het plan van aanpak versterking grenstoezicht Sint Maarten. 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Wederopbouw op Sint Maarten

Dit betreft de bijdrage aan de Sint Maartense Stichting Wit-Gele Kruis ten behoeve van geleverd woningherstel en een bijdrage aan het Nederlands Olympisch Comité voor het herstel van lichtmasten op het Raoul Illidge Sports Complex op Sint Maarten.

5. Niet-beleidsartikelen

Artikel 6. Apparaat

Op dit artikel worden alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van de onder deze begroting vallende onderdelen gepresenteerd. Vanaf 2016 worden de apparaatskosten voor de ambtenaren op het departement verantwoord op begrotingshoofdstuk VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

A. Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 8 Apparaat budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

0

21.176

21.660

24.918

26.365

21.428

4.937

        

Uitgaven

0

21.310

20.556

24.972

26.696

21.428

5.268

6.1 Apparaat

0

21.310

20.556

24.972

26.696

21.428

5.268

Personele uitgaven

0

10.696

11.709

13.092

16.264

13.375

2.889

waarvan eigen personeel

0

9.972

10.429

11.908

13.814

13.194

620

waarvan inhuur externen

0

724

1.277

1.184

2.450

181

2.269

waarvan overige personele uitgaven

0

0

3

0

0

0

0

Materiële uitgaven

0

10.614

8.847

11.880

10.432

8.053

2.379

waarvan overige materiele uitgaven

0

10.614

8.847

11.880

10.432

8.053

2.379

        

Ontvangsten

0

912

747

1.452

1.992

0

1.992

B Toelichting op de financiële instrumenten

Uitgaven

6.1 Apparaat

Dit betreft de uitgaven van de Shared Service Organisatie Caribisch Nederland (SSO-CN), het College Financieel Toezicht (CFT), Rijksvertegenwoordiger en de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (VN-ACS).

Personele en materiële uitgaven

Het betreft de personele en materiële uitgaven van voornamelijk SSO-CN. De bijdrage voor de Belastingdienst en de aangesloten agentschappen van het Ministerie van Financiën wordt jaarlijks aan de begroting van Koninkrijksrelaties toegevoegd.

In 2019 had SSO-CN te maken met knelpunten bij de aanpak van de onvolkomenheid op de informatiebeveiliging, waaronder de vervanging van oude hardware en een tekort aan personeel. Bij eerste suppletoire begroting 2019 zijn daarom extra middelen beschikbaar gesteld voor externe inhuur en materiële uitgaven. En bij tweede suppletoire begroting 2019 zijn nogmaals middelen voor externe inhuur toegevoegd.

Ontvangsten

Het betreffen diverse ontvangsten vanwege verrekeningen met SSO-CN.

Artikel 7. Nog onverdeeld

A Budgettaire gevolgen

Tabel 9 Nog onverdeeld budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

0

0

0

0

0

1.142

‒ 1.142

        

Uitgaven

0

0

0

0

0

1.142

‒ 1.142

        

7.1 Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

        

7.2 Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

0

        

7.3 Onvoorzien

0

0

0

0

0

164

‒ 164

        

7.4 Wisselkoersreserve

0

0

0

0

0

978

‒ 978

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

B Toelichting op de financiële instrumenten

7.4 Wisselkoersreserve

Voor het meerjarig opvangen van valutaschommelingen is voor begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties en het BES-fonds een wisselkoersreserve ingesteld.

Bij slotwet 2019 is de daadwerkelijke wisselkoersimpact berekend en zijn de verschillen met de compensatie bij eerste suppletoire begroting 2019 gecorrigeerd. De wisselkoersreserve in 2020 bedraagt circa € 8,9 mln. ten opzichte van € 6,5 mln. per eerste suppletoire begroting 2019.

6. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage voor de vier verplichte onderdelen:

Rechtmatigheid

Uit de controle door de Auditdienst Rijk over 2019 is gebleken dat er geen fouten en onzekerheden zijn op artikelen van het hoofdstuk Koninkrijkrelaties (IV) die gerapporteerd moeten worden

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Financieel- en materieelbeheer

Voor het financieel- en materieel beheer wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Voor overige aspecten van de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Voor de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Voor de belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

C. BELEIDSVERSLAG BES-FONDS

7. Beleidsprioriteiten

Het BES-fonds is een beleidsarm fonds waaruit aan de eilanden van Caribisch Nederland een vrije uitkering wordt versterkt. Deze uitkering moet de eilanden in staat stellen hun taken uit te voeren.

8. Beleidsartikelen

Artikel 1. BES-fonds

A. Algemene doelstelling

Via het BES-fonds wordt bewerkstelligd dat de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba middelen krijgen toebedeeld om de tussen het Rijk en de eilanden overeengekomen taakverdeling van de eilanden naar behoren uit te voeren.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de bestuurlijke en financiële verhouding met de eilanden en in die hoedanigheid financiert de minister het BES-fonds. De openbare lichamen zijn autonoom in de besteding van de vrije uitkering; dat wil zeggen dat de openbare lichamen zelf mogen bepalen welke taken en activiteiten zij bekostigen uit de algemene middelen van de vrije uitkering. Dit uitgangspunt laat onverlet dat de openbare lichamen bepaalde wettelijke taken en activiteiten dienen uit te voeren waarbij zij voor de bekostiging mede op de algemene middelen zijn aangewezen.

De wet Financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de wet FinBES) biedt instrumenten voor de Minister van BZK, indien nodig, op te treden op het gebied van financiën en financieel beheer. De openbare lichamen mogen in principe alleen uitgaven doen die zijn opgenomen in een door de Minister van BZK goedgekeurde begroting.

C. Beleidsconclusies

Het BES-fonds is een beleidsarm fonds waaruit aan de eilanden van Caribisch Nederland een vrije uitkering wordt verstrekt. Deze uitkering moet de eilanden in staat stellen hun taken uit te voeren. In de kabinetsreactie op de voorlichting van de Raad van State en het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties heeft het kabinet aangekondigd de taakverdeling tussen het Rijk en de openbare lichamen te gaan herijken en ook te onderzoeken of de daarbij horende financiële middelen in het BES-fonds nog wel passend zijn.

D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 budgettaire gevolgen artikel 1 BES-fonds (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

46.939

42.124

42.552

38.619

43.176

38.279

4.897

        

Uitgaven

46.586

42.124

40.985

39.047

44.316

38.279

6.037

1.1. BES-fonds

46.586

42.124

40.985

39.047

44.316

38.279

6.037

Opdrachten

98

0

0

0

0

0

0

Onderzoek

98

0

0

0

0

0

0

Bijdragen aan medeoverheden

46.488

42.124

40.985

39.047

44.316

38.279

6.037

Vrije uitkering

46.488

42.124

40.985

39.047

44.316

38.279

6.037

        

Ontvangsten

46.586

42.124

40.985

39.047

44.316

38.279

6.037

E. Toelichting op de financiële instrumenten

Uitgaven

Bijdragen aan medeoverheden

Vrije uitkering

De vrije uitkering omvat de vrij besteedbare middelen voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba waarmee zij hun publieke taken uitvoeren. De hoogte van de vrije uitkering wordt vastgesteld in US dollars.

Het verschil tussen begroting en realisatie komt hoofdzakelijk voort uit de US dollar-euro koers tegenvaller (€ 4,9 mln.). Deze wordt onttrokken aan de wisselkoersreserve op artikel 7.4 van begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV).

Begin 2019 heeft de uitkering van de loon- en prijsbijstelling voor zowel 2018 als 2019 (€ 1,1 mln.) plaatsgevonden. Daarnaast wordt bij de uitbetaling van de vrije uitkering de aflossingen van de renteloze leningen aan de openbare lichamen verrekend. Conform artikel 89 van de Wet financiën openbare lichamen BES mogen de openbare lichamen een renteloze lening aangaan voor investeringen ten behoeve van het uitoefenen van een publieke taak, bijvoorbeeld onderwijshuisvesting. In 2019 bedroeg de inhouding voor deze leningen € 0,86 mln. voor Bonaire, € 0,17 mln. voor Sint Eustatius en € 0,38 mln. voor Saba. Bijlage 9 bij de begroting Koninkrijksrelaties geeft een overzicht van deze renteloze leningen en bijbehorende aflossingsbedragen in dollars.

Ontvangsten

Artikel 88, derde lid van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet FinBES) regelt dat bij (begrotings-)wet voor ieder uitkeringsjaar middelen van het Rijk worden afgezonderd ten behoeve van het BES-fonds. De uitgaven en de afgezonderde inkomsten over ieder uitkeringsjaar zijn aan elkaar gelijk. Gelet hierop is ten behoeve van de dekking van de uitgaven ten laste van het BES-fonds een post ontvangsten opgenomen.

9. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Paragraaf 1. Uitzonderingsrapportage voor de vier verplichte onderdelen:

Rechtmatigheid

Uit de controle door de Auditdienst Rijk over 2019 is gebleken dat er geen fouten en onzekerheden zijn op artikelen van het BES-Fonds (H) die gerapporteerd moeten worden.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Financieel- en materieelbeheer

Voor het financieel- en materieel beheer wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Voor overige aspecten van de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Voor de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringparagraaf van het jaarverslag in begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Voor de belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

D. JAARREKENING KONINKRIJKSRELATIES

10. De verantwoordingsstaat van Koninkrijksrelaties

Tabel 11 Verantwoordingsstaat 2019 van Koninkrijksrelaties (IV) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

80.239

108.756

38.292

168.546

196.440

55.740

88.307

87.684

17.448

           
 

Beleidsartikelen

57.669

86.186

38.292

142.181

169.744

53.748

84.512

83.558

15.456

1

Versterken rechtsstaat

40.434

40.434

0

40.107

40.422

4.253

‒ 327

‒ 12

4.253

4

Bevorderen sociaaleconomische structuur

11.198

11.198

0

27.316

28.880

0

16.118

17.682

0

5

Schuldsanering/lopende inschrijving/ leningen

0

28.517

38.292

50.396

79.143

49.495

50.396

50.626

11.203

8

Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse eilanden

6.037

6.037

0

24.362

21.299

0

18.325

15.262

0

           
 

Niet-beleidsartikelen

22.570

22.570

0

26.365

26.696

1.992

3.795

4.126

1.992

6

Apparaat

21.428

21.428

0

26.365

26.696

1.992

4.937

5.268

1.992

7

Nog onverdeeld

1.142

1.142

0

0

0

0

‒ 1.142

‒ 1.142

0

11. Saldibalans van Koninkrijksrelaties

Tabel 12 Saldibalans per 31 december 2019 van Koninkrijksrelaties (IV) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2019

 

31-12-2018

 

Passiva

31-12-2019

 

31-12-2018

          

Intra-comptabele posten

       

1

Uitgaven ten laste van de begroting

196.440

 

625.079

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

55.740

 

53.814

3

Liquide middelen

88.935

 

94.024

     

4

Rekening-courant RHB1

0

 

0

4a

Rekening-courant RHB

228.613

 

666.261

5

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

 

0

5a

Begrotingsreserves

0

 

0

6

Vorderingen buiten begrotingsverband

759

 

1.620

7

Schulden buiten begrotingsverband

1.781

 

648

8

Kas-transverschillen

0

 

0

     

Subtotaal intra-comptabel

286.134

 

720.723

Subtotaal intra-comptabel

286.134

 

720.723

          

Extra-compatbele posten

       

9

Openstaande rechten

0

 

0

9a

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

10

Vorderingen

1.299.028

 

1.244.528

10a

Tegenrekening vorderingen

1.299.028

 

1.244.528

11a

Tegenrekening schulden

0

 

0

11

Schulden

0

 

0

12

Voorschotten

389.921

 

347.328

12a

Tegenrekening voorschotten

389.921

 

347.328

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

1.877

 

2.106

13

Garantieverplichtingen

1.877

 

2.106

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

295.664

 

323.903

14

Andere verplichtingen

295.664

 

323.903

15

Deelnemingen

0

 

0

15a

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

Subtotaal extra-comptabel

1.986.490

 

1.917.865

Subtotaal extra-comptabel

1.986.490

 

1.917.865

          

Totaal

2.272.624

 

2.638.588

Totaal

2.272.624

 

2.638.588

X Noot
1

Rijkshoofdboekhouding

Toelichting op de Saldibalans per 31 december 2019 H IV

Ad 1. en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2019 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders. Het bedrag is als volgt opgebouwd:

Tabel 13 Overzicht liquide middelen (bedragen in €)

Liquide middelen

Saldo

a) Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

2.086.659

b) College financieel toezicht

250.719

c) Shared Service Organisatie Caribisch Nederland

12.840.957

d) Bank lopende inschrijving

73.755.743

  

Totaal

88.934.079

Ad d) bank lopende inschrijving

Deze post wordt bepaald door een storting op de Maduro Curiel’s Bank N.V. voor betalingen in de komende perioden voor deze kasbeheerder.

Ad 4a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Op de rekening‑courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform rekening-courant afschriften en het saldobiljet van genoemd departement. De volgende rekening-courantverhoudingen zijn opgenomen in de balans:

Tabel 14 Overzicht rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (bedragen in €)

Rekening-courant

Saldo

a) Rekening-courant FIN/RHB

217.267.872

b) Rekening-courant FIN/RHB bevoorschotting BES/ SSO-CN

11.344.493

  

Totaal

228.612.365

Ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het bedrag aan vorderingen buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 15 Overzicht vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Type vorderingen

Saldo

a) Vorderingen kasbeheerders rijksdiensten

457.871

b) Intra-comptabele voorschotten

301.078

  

Totaal

758.949

Ad a) Vorderingen kasbeheerders rijksdiensten

De vorderingen van de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (VN-ACS), Colleges financieel toezicht (Cft) en de Shared Service Organisatie Caribisch Nederland (SSO-CN) bestaan uit diverse vorderingen op ministeries en derden.

Ad b) Intra-comptabele voorschotten

Het saldo heeft betrekking op voorschotten salaris, verhuis- en studiekosten verstrekt aan personeel. De posten worden verrekend met het te betalen salaris voor zover dit nog mogelijk is.

De verrekening van een vordering ad € 0,23 mln. is onzeker. Hiervoor worden in 2020 nog maatregelen genomen voor inning.

Ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het bedrag aan schulden buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 16 Overzicht schulden buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Type schulden

Saldo

a) Schulden kasbeheerders rijksdiensten

1.757.151

b) Te betalen aan ministeries en derden

23.424

  

Totaal

1.780.575

Ad a) Schulden kasbeheerders rijksdiensten

De schulden van de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de SSO-CN bestaan voornamelijk uit nog te betalen pensioenpremies en diverse te verrekenen salarissen.

Ad 10. Vorderingen

Ad 10a. Tegenrekening vorderingen

Het saldo per 31 december 2019 kan als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 17 Overzicht vorderingen per artikel per 31 december 2019 (bedragen in €)

Art.

Omschrijving

Saldo

1

Versterken rechtsstaat

369.020

4

Bevorderen sociaalecononomische structuur

10.689

5

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

1.246.586.671

6

Apparaat

31.838

8

Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden

52.029.463

   

Totaal

 

1.299.027.681

Tabel 18 Overzicht vorderingen naar ontstaansjaar per 31 december 2019(bedragen in €)

Ontstaansjaar

Saldo

t/m 2015

1.128.916.986

2016

29.712.214

2017

37.348.929

2018

38.974.111

2019

64.075.441

  

Totaal

1.299.027.681

Tabel 19 Overzicht vorderingen naar de mate van opeisbaarheid per 31 december 2019 (bedragen in €)

Type vordering

Direct opeisbaar

Op termijn opeisbaar

Totaalbedrag

a) Algemeen

411.547

0

411.547

b) Leningen artikel 5 en Noodhulp artikel 8

0

1.298.616.134

1.298.616.134

    

Totaal

411.547

1.298.616.134

1.299.027.681

Toelichting

Artikel 1: Versterken rechtsstaat

Dit betreft vorderingen voor waarborgsommen voor huur van appartementen en aansluitingen voor water en elektra (€ 0,3 mln.) van uitgezonden personeel. Daarnaast gaat het om facturen uit 2017 en 2019 die namens andere departementen bij BZK geboekt zijn, maar door derden betaald moeten worden. In 2020 wordt dit afgehandeld (€ 0,1 mln.).

Artikel 5: Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Tabel 20 Overzicht leningen artikel 5 Schuldsanering/ lopende inschrijving/ leningen per 31 december 2019 (bedragen in €)

Type leningen

Gehanteerde valutakoersen1

Valuta

Euro

a) Lening OBNA

in €

 

1.340.105

b) Maatregel Tussenbalans

in €

 

3.510.917

c) Water- en Energiebedrijf (akte 263-JZ/1995)

in AFL 0,48

9.199.147

4.415.590

d) Leningen lopende inschrijving Curaçao

in €

 

1.008.507.048

e) Leningen lopende inschrijving Sint Maarten

in €

 

228.813.011

    

Totaal

  

1.246.586.671

X Noot
1

De begrotingskoers in de kolom gehanteerde koersen is 0,48.

Ad a) Lening OBNA

De Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen (OBNA) heeft in 2001 een aanvullende lening ontvangen ten behoeve van de financiering van een krediettranche inzake de ontwikkelingssamenwerking tussen Nederland en de Nederlandse Antillen. De lening heeft een looptijd van 30 jaar en eindigt op 31 december 2030.

Ad b) Maatregel Tussenbalans

In het kader van de maatregel Tussenbalans zijn gedurende de periode 1991 tot en met 1995 diverse begrotingsleningen verstrekt aan Aruba ter financiering van projecten, waarvan een bepaald rendement verwacht mag worden. De leningen hebben een looptijd van 30 jaar, waarvan de eerste acht jaar vrij van aflossing zijn. Het jaarlijkse rentepercentage is 2,5%. In 2025 zullen de laatste aflossingen plaatsvinden.

Ad c) Water- en Energiebedrijf Aruba (akte 263-JZ/1995)

Het betreft een begrotingslening ten behoeve van het Water- en Energiebedrijf NV gevestigd te Aruba. De lening is in 2009 verstrekt voor het aldaar verrichten van een groot aantal investeringen voor de renovatie en uitbreiding van het Water- en Energiebedrijf. Deze leningsovereenkomst is opgesteld in Arubaanse valuta ad AFL 28 mln. (€ 10,9 mln.). De lening heeft een looptijd tot 30 juni 2026 waarvan de eerste acht jaar vrij van aflossing zijn. Het jaarlijkse rentepercentage is 2,5%.

Ad d) Leningen lopende inschrijving Curaçao

Nederland heeft twaalf leningen verstrekt aan Curaçao. In 2019 is één lening verstrekt voor een bedrag van ANG 69,1 mln. Deze lening loopt tot 2049 en heeft een jaarlijks rentepercentage van 0,92%. De Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt evenwel plaats op Hoofdstuk IV.

Ad e) Leningen lopende inschrijving Sint Maarten

Nederland heeft twaalf leningen verstrekt aan Sint Maarten. In 2019 is één lening verstrekt voor een bedrag van ANG 32,9 mln. Deze lening loopt tot 2049 en heeft een jaarlijks rentepercentage van 0,74%. De Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt evenwel plaats op Hoofdstuk IV.

Artikel 8: Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Tabel 21 Overzicht artikel 8 Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden per 31 december 2019 (bedragen in €)

Type leningen

Gehanteerde koersen

Valuta

Euro

f) Liquiditeitshulp Sint Maarten

in €

 

52.029.463

    

Totaal

  

52.029.463

In het kader van de wederopbouw heeft de Nederlandse Staat in 2018 twee leningen verstrekt als liquiditeitssteun voor Sint Maarten. De eerste is op 16 februari 2018 verstrekt voor een bedrag van ANG 50,0 mln. Deze renteloze lening heeft een looptijd van 30 jaar met jaarlijkse aflossingen van ANG 2 mln. vanaf januari 2023. De tweede is op 27 september 2018 verstrekt voor een bedrag van ANG 32,6 mln. Deze renteloze lening heeft een looptijd van 30 jaar met jaarlijkse aflossing van ANG 1.304 mln. vanaf januari 2023. In 2019 is daarnaast nog een lening van $ 15 mln. verstrekt als overbruggingskrediet voor het herstel van de luchthaven.

De Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt evenwel plaats op Hoofdstuk IV.

Tabel 22 Overzicht artikel 8 Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden per 31 december 2019 (bedragen in €)

Artikel

Euro

5. Schuldsanering/ lopende inschrijving/ leningen

1.246.586.671

8. Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden

52.029.463

  

Totaal leningen

1.298.616.134

Ad 12. Voorschotten

Ad. 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2019 openstaande voorschotten en van de in 2019 afgerekende voorschotten worden hieronder per jaar gespecificeerd:

Tabel 23 Overzicht openstaande voorschotten per artikel per 31 december 2019 (bedragen in €)

Art.

Omschrijving artikel

Saldo

1

Versterken rechtsstaat

19.918.000

4

Bevorderen sociaaleconomische structuur

51.893.452

6

Apparaat

24.185.572

8

Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden

293.923.918

   
 

Totaal openstaande voorschotten

389.920.942

Tabel 24 Overzicht afgerekende voorschotten naar ontstaansjaar per 31 december 2019 (bedragen in €)

Ontstaansjaar

Stand 01-01-2019

verstrekt 2019

afgerekend 2019

stand 31-12-2019

2015

6.585.300

 

2.869.206

3.716.094

2016

7.488.244

 

3.635.643

3.852.601

2017

15.650.796

 

1.787.453

13.863.343

2018

317.602.835

 

33.882.361

283.720.474

2019

0

84.826.430

58.000

84.768.430

     

Totaal

347.327.175

84.826.430

42.232.663

389.920.942

Toelichting

Artikel 1: Versterken rechtsstaat

De openstaande voorschotten op dit artikel betreffen de voorschotten verstrekt aan het Korps Landelijke Politiediensten ten behoeve van de inzet van het Recherche samenwerkingsteam (€ 19,9 mln.). De voorschotten worden in 2020 en volgende jaren afgewikkeld na ontvangst van de in de Rijksministerraad goedgekeurde jaarrekening, jaarverslag en verklaring van de externe accountant.

Artikel 4: Bevorderen sociaaleconomische structuur

Een deel van de openstaande voorschotten heeft betrekking op de bijdrage aan de openbare lichamen in het kader van regeling bijzonder uitkering integrale middelen BES (€ 22,3 mln.). Het betreft diverse projecten o.a. op het gebied van sociaalmaatschappelijk werk en sociaaleconomische ontwikkeling. De vaststelling vindt plaats op basis van jaarverslagen van de openbare lichamen over het laatste jaar van uitvoering. Daarnaast staat er nog een voorschot open (€ 0,6 mln.) met betrekking tot twee subsidies aan Saba en Sint Eustatius voor kinderrechten. Deze worden vastgesteld op basis van de jaarrekeningen 2020. Ook staat er nog een voorschot open (€ 2,3 mln.) met betrekking tot reorganisatiekosten en versterken financieel beheer in Sint Eustatius. Dit loopt nog tot december 2020. Voor de bestuurlijke ontwikkeling van Caribisch Nederland staan uit de jaren 2016 tot en met 2019 nog een totaal van € 6,7 mln. aan voorschotten open die na verantwoording in 2020 en verder worden afgehandeld. Daarnaast staan er nog een klein deel van de verstrekte voorschotten aan de Stichting Fondo Desaroyo Aruba (FDA) open (€ 4,4 mln.). In 2020 wordt deze volledig verantwoord. Ook staan er nog voorschotten open (€ 3,8 mln.) aan de Stichting Fonds voor sociale ontwikkeling en economische bedrijvigheid onder andere voor de bijdrage aan het riool van Bonaire. Ook staat er nog een voorschot (€ 1,9 mln.) open als onderdeel van een bijdragen aan het Openbaar Lichaam van Bonaire voor bevorderen goed bestuur en kinderrechten in Bonaire die in 2020 worden afgerekend.

Artikel 8: Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Dit betreft grotendeels een deel van de 1e tranche (€ 112 mln.) en de 2e tranche (€ 150 mln.) aan het Trustfonds van de Wereldbank ten behoeve van de wederopbouw van Sint Maarten. Verwachting afwikkeling in 2026 na afloop wederopbouwproject.

Ad 13. Garantieverplichtingen

Ad 13a. Tegenrekening garantieverplichtingen

De stand van de garantieverplichtingen is als volgt opgebouwd:

Tabel 25 Overzicht stand garantieverplichtingen (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

2.105.974

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

0

+/+

 

2.105.974

 

Tot betaling gekomen in 2019

0

-/-

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

229.735

-/-

   

Totaal

1.876.239

 

Toelichting

Alleen de garantie (€ 1,9 mln.) ten behoeve van de voorschotten verstrekt door de Europese Commissie voor het Bonaire riolerings- en waterzuiveringsprogramma staat nog open. Deze garantie vervalt wanneer het riolerings- en waterzuiveringsprogramma wordt afgerond. Het project wordt naar verwachting uiterlijk in 2021 afgerond.

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

De opbouw van de stand van de openstaande verplichtingen BiBBV is als volgt opgebouwd:

Tabel 26 Overzicht opbouw stand van de openstaande verplichtingen BiBBV (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

322.419.236

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar1

169.970.123

+/+

 

492.389.359

 
   

Tot betaling gekomen in 2019

196.437.519

-/-

Negatieve bijstellingen uit voorgaande jaren

1.196.496

-/-

   

Totaal

294.755.344

 
X Noot
1

In de post aangegane verplichtingen in het verslagjaar is een verplichting van € 8.831.295 opgenomen, die 18 december 2018 is aangegaan.

Toelichting

De toelichting op de aangegane verplichtingen heeft betrekking op de negatieve bijstellingen die per saldo een omvang hebben van meer dan 10% en of meer dan € 0,1 mln. ten opzichte van de verplichtingenstand per 31-12-2018.

Artikel 1: Versterken rechtsstaat

Met betrekking tot kosten voor 3W is voor het Gemeenschappelijk Hof de verplichting in 2019 nogmaals in de boeken gezet. De verplichting uit 2018 is daarna ter correctie afgeboekt (€ 0,2 mln.).

Artikel 4: Bevorderen sociaaleconomische structuur

Vanwege een bijstelling van de integrale middelen is de bijdrage bijzondere uitkering integrale projecten voor Saba met € 0,6 mln. bijgesteld.

De opbouw van de stand van de openstaande verplichtingen BuBBV is als volgt opgebouwd:

Tabel 27 Overzicht opbouw stand van de openstaande verplichtingen BuBBV (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

1.486.282

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

4.714.933

+/+

 

6.201.215

 
   

Tot betaling gekomen in 2019

5.332.762

-/-

Negatieve bijstellingen uit voorgaande jaren

‒ 40.339

-/-

   

Totaal

908.792

 

De openstaande verplichtingen BUBBV bestaan uit verplichtingen van de kasbeheerder SSO-CN.

Tabel 28 Overzicht recapitulatie balanspost (bedragen in €)

Verplichtingen binnen begrotingsverband

294.755.344

 

Verplichtingen buiten begrotingsverband

908.792

+/+

   

Totaal

295.664.136

 

Niet uit de balans blijkende verplichting

Op 16 april 2018 is tussen de Staat der Nederlanden en de Wereldbank een Administration Agreement gesloten voor de oprichting van een Trustfonds bij de Wereldbank ten behoeve van de wederopbouw activiteiten op Sint Maarten als gevolg van orkaan Irma. Nederland stelt maximaal € 470 mln. beschikbaar voor dit Trustfonds, waarbij de Wereldbank als onafhankelijk expert Sint Maarten begeleidt bij het opstellen van het integraal herstelplan (National Recovery and Resilience Plan, NRRP). Het bedrag van € 470 mln. is een maximale (politieke) toezegging en komt in delen ter beschikking (Kamerstukken II 2017/18, 34773, nr.10). Dit wordt in een tripartite samenwerking vormgegeven tussen Sint Maarten, de Wereldbank en Nederland, die ieder een vertegenwoordiger in de stuurgroep hebben. Deelbetalingen worden toegekend, nadat de stuurgroep voorstellen van programma’s en projecten in het kader van NRRP heeft beoordeeld en goedgekeurd.

In 2019 heeft de Wereldbank de ontvangen middelen ingezet en nog geen nieuwe aanvraag gedaan voor de nog beschikbare middelen. Het resterende deel van de middelen, te weten € 177,7 mln., is als niet uit de balans blijkende verplichting opgenomen.

In opdracht van de directie Koninkrijksrelaties (KR) voert het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) een onderzoek uit op Sint Eustatius voor de nieuwbouw van het bestuurskantoor op Sint Eustatius. Indien de nieuwbouw en huisvesting daarna daadwerkelijk doorgaan worden deze kosten verrekend in de huurprijs door de RVB. Mocht KR besluiten om dit pand niet te bouwen of te betrekken dan worden de kosten die het RVB al heeft gemaakt middels een factuur verrekend. Dit levert een maximale verplichting op van € 1,3 mln. dit is inclusief de rente van de leenfaciliteit van de RVB.

E. JAARREKENING BES-FONDS

12. De verantwoordingsstaat BES-fonds

Tabel 29 Verantwoordingsstaat 2019 van het BES-fonds (H) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

38.279

38.279

38.279

43.176

44.316

44.316

4.897

6.037

6.037

           
 

Beleidsartikelen

38.279

38.279

38.279

43.176

44.316

44.316

4.897

6.037

6.037

1

BES-Fonds

38.279

38.279

38.279

43.176

44.316

44.316

4.897

6.037

6.037

13. Saldibalans BES-fonds

Tabel 30 Saldibalans per 31 december 2019 van het BES-fonds (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2019

 

31-12-2018

 

Passiva

31-12-2019

 

31-12-2018

          

Intra-comptabele posten

       

1

Uitgaven ten laste van de begroting

44.315

 

39.047

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

44.315

 

39.047

3

Liquide middelen

        

4

Rekening-courant RHB1

   

4a

Rekening-courant RHB

   

5

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

   

5a

Begrotingsreserves

   

6

Vorderingen buiten begrotingsverband

   

7

Schulden buiten begrotingsverband

   

8

Kas-transverschillen

        

Subtotaal intra-compatabel

44.315

 

39.047

Subtotaal intra-comptabel

44.315

 

39.047

          

Extra-compatbele posten

       

9

Openstaande rechten

   

9a

Tegenrekening openstaande rechten

   

10

Vorderingen

   

10a

Tegenrekening vorderingen

   

11a

Tegenrekening schulden

   

11

Schulden

   

12

Voorschotten

42.278

 

41.171

12a

Tegenrekening voorschotten

42.278

 

41.171

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

   

13

Garantieverplichtingen

   

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

  

1.140

14

Andere verplichtingen

  

1.140

15

Deelnemingen

   

15a

Tegenrekening deelnemingen

   

Subtotaal extra-comptabel

42.278

 

42.311

Subtotaal extra-comptabel

42.278

 

42.311

          

Totaal

86.593

 

81.358

Totaal

86.593

 

81.358

X Noot
1

Rijkshoofdboekhouding

Toelichting op de saldibalans per 31 december 2019 van het BES-fonds (H)

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2019 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 4a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Op de Rekening‑courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften en het saldobiljet van genoemd departement.

Tabel 31 Overzicht rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (bedragen in €)

Rekening-courant

Saldo

a) Rekening-courant FIN/RHB

0

  

Totaal

0

Ad 12. Voorschotten

Ad. 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2019 openstaande voorschotten en van de in 2019 afgerekende voorschotten worden hieronder per jaar gespecificeerd:

Tabel 32 Overzicht openstaande voorschotten per ontstaansjaar per 31 december 2019 (bedragen in €)

Ontstaansjaar

Stand 01-01-2019

verstrekt 2019

afgerekend 2019

stand 31-12-2019

2015

1.690.344

 

1.690.344

0

2016

833.223

 

663.875

169.348

2017

0

 

0

0

2018

38.647.068

 

38.647.068

0

2019

0

42.108.165

0

42.108.165

     

Totaal

41.170.635

42.108.165

41.001.287

42.277.513

De saldi van der per 31 december 2019 openstaande voorschotten worden hieronder per artikel gespecificeerd:

Tabel 33 Overzicht saldi van de openstaande voorschotten per 31 december 2019 (bedragen in €)

Art.

Omschrijving artikel

Saldo

1

BES-fonds

42.277.513

   
 

Totaal openstaande voorschotten

42.277.513

Toelichting

Het BES-fonds is een begrotingsfonds. De openbare lichamen BES ontvangen deze middelen van het Rijk om de overeengekomen taken uit te voeren (vergelijkbaar met het gemeentefonds). Het openstaand saldo heeft voor het grootste deel betrekking op in 2018 verstrekte voorschotten aan Bonaire (€ 24,2 mln.), Sint-Eustatius (€ 9,7 mln.) en Saba (€ 8,4 mln.) inzake de vrije uitkeringen.

Tabel 34 Overzicht opbouw stand openstaande verplichtingen BiBBV (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

1.139.347

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

44.315.344

+/+

 

45.454.691

 
   

Af: Tot betaling gekomen in 2019

44.315.344

-/-

Negatieve bijstellingen uit voorgaande jaren

1.139.347

-/-

   

Totaal

0

 

Toelichting

De toelichting op de aangegane verplichtingen heeft betrekking op de negatieve bijstellingen die per saldo een omvang hebben van meer dan 10% en of meer dan € 0,1 mln. ten opzichte van de verplichtingenstand per 31-12-2018.

Artikel 1: BES-fonds

Dit betreft de afboeking (€ 1,4 mln.) van de opstaande verplichtingen aan de Openbare Lichamen uit het jaar 2018. De afwikkeling van deze posten (vordering op de Openbare lichamen op de begroting van Koninkrijksrelaties) is meegenomen in een nieuwe verplichting voor 2019.

F. BIJLAGEN

Bijlage 1: Overzicht afgerond evaluatie en overig onderzoek (Koninkrijksrelaties)

Tabel 35 artikel 1 Versterken rechtsstaat

Onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

Artikel 1.1 Versterken rechtsstaat

  

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
 

BZK Beleidsdoorlichting Hoofdstuk IV, artikel 1

2017

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Eindverslag Evaluatiecommissie justitiële rijkswetten

2015

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

2a. MKBA's

  
 

Niet van toepassing

 

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Niet van toepassing

 

3. Overig onderzoek

  
 

Niet van toepassing

 
Tabel 36 artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

Onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

4.1. Curaçao, Sint Maarten en Aruba

  

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
 

Bevorderen autonomie koninkrijkspartners, Beleidsdoorlichting Artikel 2 Hoofdstuk IV Koninkrijksrelaties

2017

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Steunend op eigen kracht, maar met de wil elkander bij te staan, Advies Evalautiecommissie 2018, Artikel 33 Rijkswet financieel toezicht

2018

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

2a. MKBA's

  
 

Niet van toepassing

 

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Niet van toepassing

 

3. Overig onderzoek

  
 

Evaluatie Samenwerkingsprogramma's SONA Curaçao

2015

 

Evaluatie Samenwerkingsprogramma's SONA Sint Maarten

2015

 

Eindevaluatie Meerjarenprogramma's Fondo Desaroyo Aruba (FDA)

2017

4.2 Caribisch Nederland

  

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
 

Niet van toepassing

 

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Evaluatie Plan veiligheid Nederlandse Antillen en gevangeniswezen N.A.

2015

 

Vijf jaar verbonden: Bonaire, Sint Eustatius en Saba en Europees Nederland

2016

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

2a. MKBA's

  
 

Niet van toepassing

 

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Niet van toepassing

 

3. Overig onderzoek

  
 

Evaluatie Samenwerkingsprogramma's SONA Openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

2015

 

Naar een actief aandeelhouderschap. Onderzoek naar de structuur en werking van overheidsbedrijven op Bonaire

2019

Tabel 37 artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

5.1 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen: schuldsanering landen Curacao en Sint Maarten

  

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
 

Bevorderen autonomie koninkrijkspartners, Beleidsdoorlichting Artikel 2 Hoofdstuk IV Koninkrijksrelaties

2017

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Niet van toepassing

 

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

2a. MKBA's

  
 

Niet van toepassing

 

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Niet van toepassing

 

3. Overig onderzoek

  
 

Evaluatie Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten

2015

5.2 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen: Leningen en/of garanties landen Curacao, Sint Maarten en Aruba

  

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
 

Niet van toepassing

 

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Niet van toepassing

 

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

2a. MKBA's

  
 

Niet van toepassing

 

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Niet van toepassing

 

3. Overig onderzoek

  
 

Niet van toepassing

 
Tabel 38 artikel 8 Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse eilanden

Onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

8.1 Wederopbouw Bovenwindse eilanden: Wederopbouw

  

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
 

Niet van toepassing

 

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Niet van toepassing

 

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

2a. MKBA's

  
 

Niet van toepassing

 

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Niet van toepassing

 

3. Overig onderzoek

  
 

Niet van toepassing

 

8.2 Wederopbouw Bovenwindse eilanden: Noodhulp

  

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
 

Niet van toepassing

 

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Niet van toepassing

 

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

2a. MKBA's

  
 

Niet van toepassing

 

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Niet van toepassing

 

3. Overig onderzoek

  
 

Niet van toepassing

 

Bijlage 2: Overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland

Tabel 39 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland (bedragen x € 1.000)

Begroting

Artikelonderdeel

Instrument

Realisatie

   

2015

2016

2017

2018

2019

Totaal Rijksuitgaven Caribisch Nederland

295.270

298.790

306.910

361.959

395.080

        

IV Koninkrijksrelaties

0

12.713

13.793

37.880

22.345

 

Artikel 1 Versterken rechtsstaat

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

 
 

Artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

Subsidies

0

592

707

459

693

  

Opdrachten

0

910

1.014

558

836

  

Inkomensoverdrachten

0

3.303

1.385

26.501

3.017

  

Bijdragen aan medeoverheden

0

7.908

10.045

10.016

17.799

  

Bijdragen aan agentschappen

0

0

392

336

0

  

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

0

0

250

10

0

VI Justitie en Veiligheid

39.926

35.825

36.950

39.681

39.720

 

Artikel 31 Politie

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

21.200

22.733

23.075

23.085

24.519

 

Artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

4.658

4.879

4.324

6.523

7.002

 

Artikel 34 Straffen en beschermen

Bijdragen aan agentschappen

12.720

7.143

8.501

9.110

7.109

  

Bijdragen aan medeoverheden

1.348

1.070

1.050

963

1.090

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

2.044

1.608

1.809

2.248

2.350

 

Artikel 3 Woningmarkt

Subsidies

0

0

0

0

1.635

  

Opdrachten

0

0

0

0

323

  

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

46

 

Artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Bijdrage aan agentschappen

1.148

1.608

1.704

2.173

2.275

  

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

105

75

75

 

Artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Inkomensoverdrachten

896

0

0

0

0

  

Bijdragen medeoverheden

0

0

0

0

106

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

59.026

53.424

55.502

48.548

56.741

 

Artikel 1 Primair Onderwijs

Bekostiging

14.558

16.707

17.299

17.113

18.969

  

Subsidies

456

217

457

398

380

 

Artikel 3 Voortgezet onderwijs

Bekostiging

15.741

14.781

15.582

14.962

16.335

 

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Bekostiging

6.600

7.020

6.108

5.491

5.316

  

Subsidies

342

377

304

359

467

  

Opdrachten

12.354

7.301

8.511

3.432

3.719

  

Bijdragen aan medeoverheden

920

1.022

1.049

960

5.715

 

Artikel 9 Arbeidsmarkt- en Personeelsbeleid

Subsidies

2.308

0

0

0

0

 

Artikel 11 Studiefinanciering

Inkomensoverdrachten

3.013

3.320

3.491

3.210

3.340

 

Artikel 14 Cultuur

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

60

0

0

45

0

 

Artikel 16 Onderzoek en Wetenschapsbeleid

Bekostiging

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

 

Artikel 25 Emancipatie

Subsidies

174

179

201

78

0

IX Financiën en Nationale Schuld

18.907

13.074

16.126

16.191

17.308

 

Artikel 1 Belastingen

Apparaatsuitgaven

17.897

11.885

13.283

13.312

13.879

 

Artikel 2 Financiële markten

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

1.010

1.189

1.843

1.879

2.429

  

Garanties

0

0

1.000

1.000

1.000

X Defensie

     
 

Artikel 2 Koninklijke Marine

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

 

Artikel 3 Koninklijke Landmacht

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

 

Artikel 5 Koninklijke Marechaussee

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

 

Artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

XII Infrastructuur en Waterstaat

18.313

17.542

8.956

34.904

67.760

 

Artikel 13 Bodem en Ondergrond

Opdrachten

0

0

35

82

217

  

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

240

  

Subsidies

0

4.372

4.114

4.991

6.341

 

Artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid

Opdrachten

2.202

0

0

0

0

  

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

3.553

15.285

 

Artikel 17 Luchtvaart

Opdrachten

365

589

418

1.377

1.397

  

Subsidies

0

0

647

805

649

  

Bijdragen agentschappen

12.010

8.955

0

4.082

4.422

  

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

779

6.356

 

Artikel 18 Scheepvaart en havens

Opdrachten

125

115

0

0

0

  

Opdrachten havens CN

0

635

141

9.774

797

  

Subsidies

0

81

0

144

0

  

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

2.157

28.701

 

Artikel 21 Duurzaamheid

Opdrachten

417

280

1.450

4.471

0

  

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

1.148

 

Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico's

Opdrachten

0

0

0

292

165

  

Subsidies

0

250

0

139

82

  

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

100

100

 

Artikel 23 Meteorologie, Seismologie en Aardobservatie

Bijdragen agentschappen

1.335

1.040

1.055

955

855

 

Artikel 24 Handhaving en toezicht

Bijdragen agentschappen

672

672

672

788

735

 

Artikel 26 Bijdrage aan Investeringsfondsen

Bijdragen IF

475

490

390

390

0

  

Bijdragen DF

702

 

0

0

215

 

Artikel 97 Algemeen departement

Opdrachten

10

63

34

25

55

XIII Economische Zaken en Klimaat

17.958

9.716

1.625

6.658

8.915

 

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten

Opdrachten

125

0

106

 

30

  

Subsidies

0

0

0

90

0

  

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

725

651

651

651

651

 

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: duurzaam en innovatief ondernemen

Opdrachten

0

506

190

2.725

976

  

Subsidies

0

113

105

150

467

 

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatsverandering

Subsidies

17.108

8.446

573

3.042

6.791

XIV Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

1.999

2.353

1.902

1.391

3.555

 

Artikel 12 Natuur en biodiversiteit

Opdrachten

686

761

443

1.010

2.572

  

Bijdragen aan medeoverheden

1.313

1.592

1.459

381

983

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid

29.498

30.995

33.592

32.795

37.258

 

Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

Inkomensoverdrachten

1.878

2.077

2.729

2.736

3.035

 

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

Inkomensoverdrachten

703

682

804

813

642

 

Artikel 5 Werkloosheid

Inkomensoverdrachten

25

17

24

20

46

 

Artikel 6 Ziekte en Zwangerschap

Inkomensoverdrachten

3.213

2.416

3.070

3.188

3.099

 

Artikel 7 Kinderopvang

Opdrachten

1.000

0

0

0

0

 

Artikel 8 Oudedagsvoorziening

Inkomensoverdrachten

18.274

19.197

19.794

19.003

21.705

 

Artikel 9 Nabestaanden

Inkomensoverdrachten

1.110

1.072

1.111

1.020

1.194

 

Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

Inkomensoverdrachten

0

1.868

2.050

1.857

3.239

 

Artikel 98 Algemeen

Inkomensoverdrachten

3.295

3.666

4.010

4.158

4.298

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport

107.599

121.540

136.655

141.663

139.128

 

Artikel 1 Volksgezondheid

Subsidies

882

0

0

0

0

  

Bijdragen aan medeoverheden

0

879

865

868

919

  

Bijdragen aan agentschappen

0

297

322

611

1.060

 

Artikel 4 Zorgbreed beleid

Bekostiging

106.717

110.954

125.422

131.365

127.960

 

Artikel 10 Apparaatsuitgaven

Personeel/materieel

0

9.410

10.046

8.819

9.189

Deze tabel is opgesteld op basis van de verstrekte informatie van de hier boven genoemde departementen.