Kamerstuk 35394-24

Amendement van de leden Maatoug en Kathmann over het afschaffen van de vier weken zoektermijn

Dossier: Wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (uitvoeren breed offensief)


28,0 %
72,0 %

Volt

D66

BBB

CDA

PVV

PvdD

FVD

GL

JA21

BIJ1

SP

PvdA

DENK

CU

Fractie Den Haan

Groep Van Haga

SGP

VVD

Omtzigt


Nr. 24 AMENDEMENT VAN DE LEDEN MAATOUG EN KATHMANN

Ontvangen 22 juni 2022

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel I, onderdeel C, komt te luiden:

C

Artikel 7, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel b vervalt, onder toevoeging van «of» aan het slot van onderdeel a.

b. Onderdeel c wordt verletterd tot onderdeel b.

II

Artikel I, onderdeel J, komt te luiden:

J

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde, zesde, achtste en negende lid vervallen, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid, het zevende lid tot vijfde lid en het tiende lid tot zesde lid.

2. Het vijfde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 5. De documenten, bedoeld in het vierde lid, worden verstrekt binnen vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44.

III

Na artikel I, onderdeel J, worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Ja

Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.

2. Het vierde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 4. Het college beoordeelt in ieder geval de houding en gedragingen gedurende de vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44, van de meerderjarige personen die ten tijde van de aanvraag van algemene bijstand jonger dan 27 jaar zijn.

Jb

Artikel 44, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De belanghebbende heeft zich gemeld als zijn naam, adres en woonplaats bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn geregistreerd, en hij in staat is gesteld zijn aanvraag in te dienen bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 41, eerste of derde lid, of bij het college, als het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 41, tweede lid.

IV

Na artikel I, onderdeel K, worden vier onderdelen ingevoegd, luidende:

Ka

In artikel 47b wordt «41, vierde, vijfde, achtste en tiende lid» vervangen door «41, vierde en zesde lid», wordt «43, eerste, derde, vierde en vijfde lid» vervangen door «43, eerste, derde en vierde lid» en wordt «78x, eerste lid, onderdeel b» vervangen door «78x, onderdeel b».

Kb

In artikel 47d, derde lid, onderdeel a, wordt «41, vijfde en zevende lid» vervangen door «41, vierde en vijfde lid» en wordt «43, vijfde lid» vervangen door «43, vierde lid».

Kc

In artikel 78t, vierde lid, wordt «41, vierde tot en met negende lid» vervangen door «41, vierde en vijfde lid» en vervalt «en artikel 43, vierde lid,».

Kd

In artikel 78x vervallen de aanduiding «1.» voor het eerste lid alsmede het tweede lid.

V

Na artikel IIIg worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

ARTIKEL IIIh. WIJZIGING VAN DE WET STRUCTUUR UITVOERINGSORGANISATIE WERK EN INKOMEN

In artikel 30a, derde lid, onder a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt «7, derde lid, onderdeel c» vervangen door «7, derde lid, onderdeel b».

ARTIKEL IIIi. WIJZIGING VAN DE WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN

In artikel 26, derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen wordt «7, derde lid, onderdeel c» vervangen door «7, derde lid, onderdeel b».

Toelichting

Indieners zijn van mening dat de vier weken zoektermijn voor jongeren onder de 27 jaar afgeschaft dient te worden. De aanname in dit artikel is dat iedere jongere onder de 27 jaar erin kan slagen om binnen vier werken een opleiding of baan te vinden. In de praktijk is een hele grote groep jongeren niet zo zelfredzaam. De zoekperiode dient dus geen doel omdat veel jongeren die bijstand aanvragen kwetsbaar en hulpbehoevend zijn en dus niet zomaar zelf een baan kunnen vinden. Jongeren die bij de gemeente aankloppen, zijn vaak al in een kwetsbare situatie en komen als laatste optie bij de gemeente. Een stabiel inkomen is essentieel voor de veiligheid en het welzijn van deze jongeren. Door hen weg te sturen gedurende vier weken, verliezen gemeenten deze jongeren uit het oog. Daarnaast schrikt het idee van een verplichte zoekperiode jongeren af om een uitkering aan te vragen. Verder concludeert de Arbeidsinspectie dat jongeren onder de 27 jaar de grootste groep niet-gebruikers zijn van de bijstand, ondanks dat deze groep daar wel recht op heeft.1 Ook concludeerde de Arbeidsinspectie dat bijna de helft van de groep niet-gebruikende rechthebbende jongeren weinig tot geen inkomen heeft. De zoekperiode wordt beschreven als een belemmering in aanpak van het niet-gebruik. De zoekperiode voor jongeren is risicovol, omdat daardoor jongeren uit beeld kunnen verdwijnen dan wel in de financiële problemen komen. Uit hun onderzoek blijkt ook dat met de uit beeld verdwenen jongeren vaak door gemeenten geen contact meer wordt gezocht. De indieners pleiten daarom voor een afschaffing van deze zoektermijn.

Maatoug Kathmann