Kamerstuk 34785-72

Overzicht amendementen en moties pakket Belastingplan 2018 en wetsvoorstel tot uitfasering van de regeling Hillen

Dossier: Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2018)

Gepubliceerd: 23 november 2017
Indiener(s): Menno Snel (staatssecretaris financiƫn) (D66)
Onderwerpen: belasting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34785-72.html
ID: 34785-72

Nr. 72 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 november 2017

Zoals gebruikelijk tijdens de behandeling van het pakket Belastingplan geef ik in deze brief met betrekking tot de op de wetsvoorstellen in het pakket Belastingplan 2018 amendementen en moties die vandaag in stemming worden gebracht aan of ik deze ontraad of het oordeel aan de Kamer laat. In deze brief geef ik tevens mijn oordeel over de op het wetsvoorstel Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 tot het geleidelijk uitfaseren van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld ingediende amendementen en moties.

Bekendmaking percentage eigenwoningforfait

Verder wil ik graag van de gelegenheid gebruikmaken om uw Kamer te informeren over de indexering van het eigenwoningforfait (EWF-percentage), aangezien in 2014 is toegezegd om uw Kamer jaarlijks te informeren over de indexering van het EWF-percentage.1 De wettelijke indexering van het EWF-percentage vindt plaats aan de hand van de ontwikkeling van het indexcijfer van de woninghuren (stijging van 1,58% voor 2018)2en de ontwikkeling van de woningwaarden (stijging van 5,9% voor 2018). Het aldus geïndexeerde EWF-percentage3 wordt naar beneden afgerond op 0,05%-punt. Het EWF-percentage voor 2018 bedraagt 0,70%. Dit is een verlaging met 0,05%-punt ten opzichte van het jaar 2017.

In dezelfde brief heb ik u tevens toegezegd dat ik uw Kamer jaarlijks bij het Belastingplan zal informeren over de hoogte van de tabelcorrectiefactor en de arbeidskorting.

Bekendmaking tabelcorrectiefactor en arbeidskorting

De tabelcorrectiefactor voor 2018 bedraagt 1,008. De wettelijke indexering van de arbeidskorting wordt naast door de hiervoor genoemde tabelcorrectiefactor mede bepaald aan de hand van de ontwikkeling van het wettelijke minimumloon (WML) per 1 januari van het lopende jaar ten opzichte van het WML per 1 januari van het daaropvolgende jaar. Het WML bedroeg per 1 januari 2017 € 1.551,6 per maand. Het WML bedraagt per 1 januari 2018 € 1.578,0 per maand. Hierna zijn de uiteindelijke parameters voor de arbeidskorting weergegeven voor het jaar 2018 zoals deze voortvloeien uit de indexatie. Tot een inkomen van € 9.468 per jaar geldt een arbeidskorting van 1,764% van het arbeidsinkomen, met een maximum van € 167. Bij een arbeidsinkomen vanaf € 9.468 per jaar geldt een arbeidskorting van € 167 vermeerderd met 28,064% van het arbeidsinkomen boven die € 9.468 met een maximum van in totaal € 3.249. Dit maximum wordt bereikt bij een arbeidsinkomen van € 20.450. Boven een inkomen van € 33.112 per jaar wordt de berekende arbeidskorting verminderd met 3,6% van het inkomen boven die € 33.112. De arbeidskorting is volledig afgebouwd bij een arbeidsinkomen vanaf € 123.362.

Klimaatakkoord Parijs

Ten slotte heb ik tijdens de plenaire behandeling van het pakket Belastingplan 2018 op 23 november jongstleden toegezegd schriftelijk terug te komen op een vraag van de heer E. Mulder. De heer Mulder heeft tijdens deze plenaire behandeling gevraagd hoeveel Nederland extra aan Opslag Duurzame Energie gaat betalen om de afspraken uit het Klimaatakkoord van Parijs te financieren. In het basispad was al een stijging van de Opslag Duurzame Energie naar € 2,28 miljard in 2021 opgenomen. In dat basispad zijn maatregelen verwerkt die al in de boeken stonden vóór het aantreden van dit kabinet, dus vóór het regeerakkoord. Het gaat dan in essentie om maatregelen uit het Energieakkoord van 2013 die gefinancierd worden door de Subsidieregeling Duurzame Energie. Het regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst bevat aanvullende afspraken op het terrein van klimaat en energie die een stijging van de Opslag Duurzame Energie in 2020 met € 103 miljoen en in 2021 met € 368 miljoen betekenen. Om ook op de lange termijn te voldoen aan de eisen die het Klimaatakkoord van Parijs stelt, zijn overigens ook na deze kabinetsperiode nog kosten te maken. Uit de budgettaire tabel van het Regeerakkoord kan opgemaakt worden dat de Opslag Duurzame Energie daarom nog verder oploopt tot € 3,2 miljard in 2033.

In de bijlage4 treft u een overzicht aan van de ingediende amendementen en moties met daarbij mijn oordeel. Tevens treft u als bijlage5 de quickscans aan waarmee de Belastingdienst de amendementen beoordeelt op uitvoeringsaspecten.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel