Gepubliceerd: 27 september 2016
Indiener(s): Klaas Dijkhoff (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD)
Onderwerpen: financiƫn organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34471-7.html
ID: 34471-7
Origineel: 34471-2

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 27 september 2016

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I, onderdeel A, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het vierde tot vijfde lid, wordt in artikel 27h een lid ingevoegd, luidende:

4. De vestiging van een speelcasino behoeft de voorafgaande instemming van de raad van de betrokken gemeente.

2. Onder vernummering van het zesde tot zevende lid, wordt in artikel 27i een lid ingevoegd, luidende:

6. De opbrengst van de veiling komt toe aan de staat.

3. Na artikel 27i wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 27ia

1. Voor de behandeling van een aanvraag omtrent een vergunning als bedoeld in artikel 27h is overeenkomstig door Onze Minister van Veiligheid en Justitie te stellen regels een vergoeding verschuldigd, waarbij onderscheid kan worden gemaakt al naar gelang de aanvrager tot de veiling wordt toegelaten.

2. Als betaling van de in het eerste lid bedoelde vergoeding na indiening van de aanvraag achterwege blijft, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. Als betaling achterwege blijft nadat de aanvrager tot de veiling is toegelaten, wordt de aanvrager van deelname aan de veiling uitgesloten.

4. In artikel 27n, derde lid, wordt «geweigerd» vervangen door: geweigerd, geschorst of ingetrokken.

B

In artikel I komt onderdeel B te luiden:

B

Aan artikel 30n wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. Voor de toelating van het model van kansspelautomaten bestemd om te worden opgesteld in een speelcasino, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ten aanzien van de onderwerpen genoemd in het tweede lid, die afwijken van het bij of krachtens het tweede lid bepaalde.

C

In artikel I worden na onderdeel B twee onderdelen toegevoegd, luidende:

C

Artikel 30z komt te luiden:

Artikel 30z

Het is de houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, als bedoeld in artikel 27h, eerste lid, toegestaan speelautomaten in zijn speelcasino aanwezig te hebben en te exploiteren. De paragrafen 2 en 3 van deze Titel zijn niet van toepassing.

D

In artikel 35a, eerste lid, wordt «27i, 27j, eerste lid» vervangen door: «27h, 27i, 27j, eerste lid, 27l, 27m, 27n, 27o, 27r, 27s» en wordt «30u, eerste lid, en 30z» vervangen door: 30u, eerste lid.

D

Na artikel III worden zes artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel IIIa

In artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de kansspelbelasting wordt «degene die gelegenheid geeft tot deelname aan binnenlandse casinospelen» vervangen door: de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 27g, eerste lid, van de Wet op de kansspelen, ten aanzien van de onder die vergunning aangeboden casinospelen in Nederland, degene die opbrengst geniet van zonder een vergunning als bedoeld in artikel 27g, eerste lid, van de Wet op de kansspelen aangeboden casinospelen in Nederland.

Artikel IIIb

In artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 11°, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur wordt «de artikelen 30b en 30h» vervangen door: de artikelen 27g, 30b en 30h.

Artikel IIIc

In artikel 1.3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector wordt «met uitzondering van naamloze en besloten vennootschappen, de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij en de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland» vervangen door: met uitzondering van naamloze en besloten vennootschappen.

Artikel IIId

Indien het bij koninklijke boodschap van 8 maart 2016 ingediende voorstel van wet houdende regels inzake het beheer, de informatievoorziening, de controle en de verantwoording van de financiën van het Rijk, inzake het beheer van publieke liquide middelen buiten het Rijk en inzake het toezicht op het beheer van publieke liquide middelen en publieke financiële middelen buiten het Rijk (Comptabiliteitswet 2016) (Kamerstukken 34 426) tot wet is of wordt verheven en artikel 9.23 van die wet later in werking treedt dan artikel I, onderdeel A, van deze wet, komt artikel 9.23 van die wet te luiden:

Artikel 9.23 Wijziging Wet op de kansspelen

Artikel 12, tweede lid, van de Wet op de kansspelen komt te luiden:

2. De artikelen 7.16 en 7.18, eerste tot en met derde lid en het vijfde en zesde lid, van de Comptabiliteitwet 2016 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel IIIe

Indien het bij koninklijke boodschap van 18 juli 2014 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand (Kamerstukken 33 996) tot wet is of wordt verheven en in werking treedt of is getreden wordt de Wet op de kansspelen als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1b wordt «artikel 1, onder a» gewijzigd in: artikel 1, eerste lid, onder a.

B

Artikel 5, zevende lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel d wordt «, en» vervangen door een puntkomma.

2. In onderdeel e wordt de puntkomma vervangen door: , en.

C

In de artikelen 21, vierde en vijfde lid, en 31a, vijfde lid, wordt «sportprijsvragen» telkens vervangen door: sportweddenschappen.

D

In artikel 31h, tweede lid, onderdeel b, wordt «Verordening 765/2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU L 21)» vervangen door: Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PbEU 2008, L 218).

E

In artikel 31i, derde lid, wordt «geweigerd» vervangen door: geweigerd, geschorst of ingetrokken.

F

In artikel 31l, tweede lid, onderdeel a, wordt «, en» vervangen door een puntkomma.

G

In artikel 33g, eerste lid, onderdeel d, wordt «administratieve samenwerking» vervangen door: de administratieve samenwerking.

H

In artikel 34i, achtste lid, wordt «inbeslaggenomen voorwaarden» vervangen door: inbeslaggenomen voorwerpen.

I

In artikel 34j wordt «de artikelen 5.17, 5.18 en 5.19» vervangen door: de artikelen 5:17, 5:18 en 5:19.

J

In artikel 34k, eerste lid, onderdeel b, wordt «raad van bestuur» vervangen door: de raad van bestuur.

K

In artikel 34n, vijfde lid, eerste volzin, wordt «geautomatiseerde werk» vervangen door: het geautomatiseerde werk.

L

Artikel IV vervalt.

Artikel IIIf

Indien het bij koninklijke boodschap van 18 juli 2014 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand (Kamerstukken 33 996) tot wet is of wordt verheven en die wet eerder in werking treedt of is getreden dan, onderscheidenlijk op hetzelfde tijdstip in werking treedt als deze wet, wordt deze wet als volgt gewijzigd:

A

Onder verlettering van artikel I, onderdelen A, B, C en D tot B, C, D en E, wordt een nieuw onderdeel A ingevoegd, luidende:

A

In artikel 6 wordt «24, 27b en 27h» vervangen door: 24 en 27b.

B

In artikel I, onderdeel B (nieuw), worden in AFDELING 4. HET ORGANISEREN VAN EEN SPEELCASINO, voorafgaand aan artikel 27r, twee artikelen ingevoegd:

Artikel 27p

1. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 4a, biedt de houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino geen toegang tot het speelcasino aan een persoon:

a. die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;

b. wiens gegevens zijn opgenomen in het register, bedoeld in artikel 33h;

c. ten aanzien van wie hij redelijkerwijs moet vermoeden dat deze door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving schade kan berokkenen aan zichzelf of aan naasten.

2. Bij de toepassing van het eerste lid kan de vergunninghouder gebruik maken van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.

3. Indien als winnaar van een prijs wordt aangewezen een persoon die ingevolge het eerste lid niet tot een speelcasino mocht worden toegelaten of een persoon die bij de deelneming gehandeld heeft in strijd met de door de vergunninghouder gestelde voorwaarden, wordt deze deelneming buiten aanmerking gelaten.

Artikel 27q

1. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 4a, registreert en analyseert de houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino op consequente en eenduidige wijze gegevens met betrekking tot het speelgedrag van de speler. Hij kan hierbij bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens betreffende de gezondheid van de speler verwerken voor zover dit noodzakelijk is voor het voorkomen van onmatige deelname aan kansspelen of van kansspelverslaving.

2. Bij een redelijk vermoeden van onmatige deelname aan kansspelen of kansspelverslaving onderzoekt de vergunninghouder het gedrag van de speler in een persoonlijk onderhoud met die speler.

3. De vergunninghouder die na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, redelijkerwijs moet vermoeden dat de speler door onmatige deelname aan kansspelen of door kansspelverslaving schade kan berokkenen aan zichzelf of aan naasten adviseert die speler tot tijdelijke uitsluiting van deelname aan kansspelen, georganiseerd in speelcasino’s als bedoeld in artikel 27g, tweede lid, in inrichtingen als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, en op afstand als bedoeld in artikel 31, door inschrijving in het register, bedoeld in artikel 33h.

4. De vergunninghouder stelt de raad van bestuur, bedoeld in artikel 33a, ervan in kennis, indien de speler, bedoeld in het derde lid, zich niet in het daarbedoelde register inschrijft. Hij kan hierbij gebruik maken van het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

5. De vergunninghouder stelt gegevens en analyses als bedoeld in het eerste lid geanonimiseerd beschikbaar voor onderzoek naar kansspelverslaving.

6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de voorgaande leden. Deze hebben in ieder geval betrekking op:

a. de registratie en analyse, bedoeld in het eerste lid;

b. de verwerking van persoonsgegevens, de waarborgen voor rechtmatige verwerking van persoonsgegevens en het burgerservicenummer, de passende technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van persoonsgegevens en het burgerservicenummer tegen verlies of onrechtmatige verwerking en het toezicht daarop;

c. het onderzoek en het advies, bedoeld in het tweede en derde lid;

d. de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid, en de door de vergunninghouder te verstrekken gegevens.

C

Artikel I, onderdeel E (nieuw), wordt vervangen door het volgende onderdeel:

E

In artikel 35a, eerste lid, wordt: «27i, 27j, eerste lid, 27ja» vervangen door: 27h, 27i, 27l, 27m, 27n, 27o, 27p, 27q, 27r, 27s en wordt «30v, 30z, 31h» vervangen door: 30v, 31h.

D

Artikel IIIa komt te luiden:

Artikel IIIa

De Wet op de kansspelbelasting wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, onderdeel a, komt te luiden:

a. de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 27g, eerste lid, van de Wet op de kansspelen, ten aanzien van de onder die vergunning aangeboden casinospelen in Nederland en degene die opbrengst geniet van zonder een vergunning als bedoeld in artikel 27g, eerste lid, van de Wet op de kansspelen, aangeboden casinospelen in Nederland.

B

In artikel 2, vijfde lid, wordt «artikel 27i van de Wet op de kansspelen» vervangen door: artikel 27h van de Wet op de kansspelen.

E

In artikel IIIb wordt «de artikelen 27g, 30b en 30h» vervangen door: de artikelen 3, 4, 27g, 30b, 30h en 31.

TOELICHTING

Deze nota van wijziging voorziet in de onderdelen A, B, C en D in enkele technische correcties van het wetsvoorstel, waaronder een specifieke legesbepaling, een aanpassing van de Wet op de kansspelbelasting en een samenloopbepaling in verband met het bij de Tweede Kamer aanhangige wetsvoorstel voor een nieuwe Comptabiliteitswet (Kamerstukken 34 426). Bij het formuleren van deze wijzigingen is van de huidige Wet op de kansspelen (hierna: Wok) uitgegaan.

In onderdeel D wordt eveneens voorzien in enkele technische correcties van het op 7 juli 2016 door de Tweede Kamer aanvaarde wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de kansspelen, de Wet op de kansspelbelasting en enkele andere wetten in verband met het organiseren van kansspelen op afstand (Kamerstukken 33 996, hierna: Wet kansspelen op afstand).

Onderdeel D voorziet tot slot in de samenloop van het casinowetsvoorstel met de Wet kansspelen op afstand, indien dat, zoals de verwachting is, eerder dan of uiterlijk op hetzelfde tijdstip in werking treedt als het nieuwe speelcasinoregime. Een regeling van de samenloop is noodzakelijk omdat ook de Wet kansspelen op afstand de huidige Wok wijzigt (en daarbij uitgaat van het huidige speelcasinoregime, met het éénvergunningstelsel). Daarnaast brengt de Wet kansspelen op afstand ook enkele vernieuwingen die niet alleen voor aanbieders van kansspelen op afstand gelden, maar ook voor aanbieders van een speelcasino of speelhallen. Ik doel onder meer op de aanscherpingen van het kansspelverslavingspreventiebeleid die passend worden geacht bij deze relatief verslavingsgevoelige kansspelen. Andere wijzigingen waarin de Wet kansspelen op afstand voorziet betreffen het taken- en bevoegdhedenpakket van de kansspelautoriteit (instelling en beheer van het Centraal register uitsluiting kansspelen; aanvullende toezichts-en handhavingsbevoegdheden). Veel van deze aanvullende bevoegdheden zijn voor alle categorieën van kansspelen relevant en worden noodzakelijk geacht om het instrumentarium van de kansspelautoriteit op een hoger niveau te brengen teneinde de kansspelautoriteit beter toe te rusten voor haar toezichthoudende en handhavende taken met betrekking tot de wet- en regelgeving op kansspelgebied.

De nota van wijziging wordt mede namens de Staatssecretaris van Financiën uitgebracht.

De voorgestelde wijzigingen worden hieronder nader toegelicht.

A1

De huidige Wok regelt in artikel 27h, derde lid, dat de vestiging van een speelcasino de voorafgaande instemming van de gemeenteraad van de betrokken gemeente behoeft. In aansluiting hierop zijn in de Beschikking casinospelen 1996 de gemeenten genoemd waarin – met instemming van de desbetreffende gemeente- thans een speelcasino is of kan worden gevestigd. Zoals ook uit paragraaf 4.3 van de memorie van toelichting blijkt, is het de bedoeling van de regering geweest dit instemmingsvereiste in het nieuwe speelcasinoregime te continueren («De vergunning verschaft de vergunninghouder het recht om binnen de betreffende regio, in een gemeente van zijn keuze, een speelcasino te vestigen, mits ook de betreffende gemeente daarmee instemt»), maar is verzuimd deze bepaling in het wetsvoorstel op te nemen. Met deze wijziging wordt de voorafgaande instemming weer opgenomen. De voorafgaande instemming van de gemeenteraad kan, net als in de huidige Wok, door middel van een (vormvrij) raadsbesluit worden gegeven. Bij de door de raad af te wegen belangen kunnen bijvoorbeeld de woon- en leefsituatie in de omgeving van het beoogde speelcasino of de openbare orde een rol spelen.

A2

Met het nieuw voorgestelde zesde lid van artikel 27i wordt zeker gesteld dat de opbrengst van de veiling van de vergunning voor het organiseren van een speelcasino toekomt aan de staat en niet aan het bestuursorgaan dat de vergunningen veilt en waaraan degene die op de veiling het hoogste bod heeft uitgebracht, de geldsom betaalt (de kansspelautoriteit) (vgl. artikel 1:1, vierde lid, Awb). De kosten die de kansspelautoriteit maakt in het kader van de vergunningverlening worden gedekt door de hierna, onder A3 toe te lichten, invoering van een grondslag voor het in rekening brengen van leges.

A3

Het nieuwe artikel 27ia, eerste lid, bevat een grondslag voor het in rekening brengen van een vergoeding (leges) door de raad van bestuur van de kansspelautoriteit voor de behandeling van een aanvraag omtrent een speelcasinovergunning. Deze legesheffing is redelijk omdat hier een concreet aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat. Het eerste lid bepaalt dat bij het in rekening brengen van een vergoeding kan worden gedifferentieerd al naar gelang de aanvrager tot de veiling wordt toegelaten. Dit is van belang omdat bij de behandeling van een aanvraag om een speelcasinovergunning in het nieuwe speelcasinoregime twee beschikkingen zijn te onderscheiden, tenzij er, in afwijking van de hoofdregel, op grond van artikel 27i, vijfde lid, geen veiling wordt georganiseerd. Ten eerste is er de beschikking ex artikel 27i, derde lid, waarbij de raad van bestuur van de kansspelautoriteit beoordeelt of een aanvraag voldoet aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften. Valt deze beoordeling positief uit, dan strekt deze beschikking tot toelating aan de veiling van de desbetreffende vergunning (artikel 27i, eerste lid). Ten tweede is er de beschikking omtrent de vergunningverlening ex artikel 27h, eerste lid (indien op de veiling het hoogste bod is uitgebracht) ofwel een afwijzende beschikking naar aanleiding van de uitkomst van de veiling (artikel 27j, eerste lid, onder d).

Omdat de opbrengst van de in rekening gebrachte vergoedingen de kansspelautoriteit in staat moet stellen om de aanvragen van een speelcasinovergunning kostendekkend te behandelen, en het niet redelijk is om de aanvrager kosten in rekening te brengen die de behandeling van zijn aanvraag te boven gaan, is het passend om wat de vergoeding betreft twee «heffingsmomenten» te onderscheiden. De vergoeding zal in elk geval voorafgaand aan de eerste beschikking op de aanvraag van een vergunning (omtrent toelating tot de veiling) in rekening worden gebracht en indien er een veiling wordt georganiseerd, een tweede keer, aan de aanvragers die tot de veiling zijn toegelaten. Het tweede lid bepaalt dat de «sanctie» op het uitblijven van betaling in het eerste geval (na indiening van de aanvraag), net als bij andere kansspelvergunningen waarvoor de kansspelautoriteit het bevoegde bestuursorgaan is, het niet in behandeling nemen van de aanvraag is, en in het tweede geval het uitsluiten van deelname aan de veiling.

A4 en D, artikel IIIb

Deze onderdelen voorzien in nadere afstemming op de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Voorgesteld wordt om in artikel 27n, derde lid, van de nieuwe speelcasinotitel ook schorsing en intrekking afzonderlijk te benoemen als besluiten ter voorbereiding waarvan de kansspelautoriteit kan beslissen om de Wet Bibob toe te passen. Dit is een verduidelijking van de huidige tekst waarin dit niet met zoveel woorden is geregeld, maar wel de bedoeling is. Daarnaast wordt artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 11°, van de Wet Bibob uitgebreid met de speelcasinovergunning van artikel 27g. Het betreffende onderdeel van de Wet Bibob bevat een aanduiding van de soort vergunning waarbij ingevolge de Wok de Wet Bibob kan worden toegepast.

B en C, nieuw onderdeel C

De hier voorgestelde wijzigingen van de artikelen 30n en 30z betreffen het regime voor speelautomaten die bestemd zijn om in speelcasino’s te worden opgesteld. Beide artikelen maken deel uit van de speelautomatentitel in de Wok. De inhoud van het eerder voorgestelde artikel 30z, tweede lid, is nader geclausuleerd en overgeheveld naar het nieuw voorgestelde artikel 30n, vierde lid. Artikel 30n maakt deel uit van paragraaf 4 van de speelautomatentitel over de (model)toelating van speelautomaten, door de kansspelautoriteit. Net als het geval is bij speelautomaten die zijn bestemd om te worden opgesteld in speelhallen (artikel 30n, derde lid), kunnen op grond van het nieuw voorgestelde vierde lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ten aanzien van de onderwerpen genoemd in het tweede lid van artikel 30n, die afwijken van het bij of krachtens het tweede lid bepaalde.

In het nieuw voorgestelde artikel 30z wordt niet langer uitgegaan van een «automatisch» (van rechtswege) aan de speelcasinovergunning van artikel 27h gekoppelde vergunning voor het aanwezig hebben en exploiteren van speelautomaten in een speelcasino. Bij nader inzien is het niet nodig om aan deze constructie vast te houden. Eenvoudiger is het om een regel te formuleren, zoals het geherformuleerde artikel 30z doet, die het de houder van een vergunning voor het organiseren van een speelcasino (artikel 27h) toestaat om speelautomaten in zijn casino aanwezig te hebben en te exploiteren. Dit sluit aan bij de (nieuwe) definitie van een speelcasino in artikel 27g, tweede lid, van het wetsvoorstel. Met deze wijziging is nog slechts sprake van één (speelcasino)vergunning die zowel tafelspelen als speelautomaten omvat. De delegatiegrondslag van het eerder voorgestelde derde lid van artikel 30z kan vervallen, nu artikel 27h een toereikend kader biedt voor het stellen van nadere regels die zien op aanwezig hebben en exploiteren van speelautomaten in een casino en voor het verbinden van voorschriften en beperkingen aan een vergunning.

C, nieuw onderdeel D

In artikel 35a, eerste lid, van de Wok zijn de artikelen opgesomd waarvoor geldt dat de kansspelautoriteit bij overtreding van de bij of krachtens die artikelen gestelde voorschriften, een bestuurlijke boete kan opleggen. Thans worden daar voor speelcasino’s alleen de artikelen 27i en 30z genoemd. De verwijzing naar artikel 27i wordt vervangen door verwijzingen naar de relevante artikelen in de voorgestelde speelcasinotitel; de verwijzing naar artikel 30z wordt geschrapt.

D, artikel IIIa

Dit betreft een wijziging van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de kansspelbelasting. Deze wijziging is noodzakelijk omdat het in het nieuwe speelcasinoregime niet langer vanzelfsprekend is dat de aanbieder van landgebonden casinospelen die in Nederland speelcasino’s exploiteert, in Nederland is gevestigd. Op grond van het voorgestelde artikel 27l van de Wet op de kansspelen kan de aanbieder een partij zijn die zijn statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging in Nederland heeft, in een andere lidstaat van de Europese Unie ofwel in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. Het betreft vergunninghouders op grond van het voorgestelde artikel 27g, eerste lid, van de Wet op de kansspelen. Voor zover de vergunninghouder niet in Nederland is gevestigd en evenmin een nevenvestiging in Nederland heeft, vallen casinospelen op grond van de definitiebepaling van artikel 2 van de Wet op de kansspelbelasting, niet onder de definitie van binnenlandse kansspelen (artikel 2, tweede lid, van die wet) met als gevolg dat de vergunninghouder niet belastingplichtig zou zijn. Om te bewerkstelligen dat ook van dergelijke vergunninghouders kansspelbelasting kan worden geheven, vindt een wijziging plaats van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de kansspelbelasting. Als gevolg van deze aanpassing staat het buiten twijfel dat ongeacht of het een binnenlandse of een buitenlandse vergunninghouder voor casinospelen betreft, de vergunninghouder de belastingplichtige voor de kansspelbelasting is. Wat ongewijzigd blijft, is dat ook de (illegale) aanbieder die een fysiek speelcasino in Nederland exploiteert zonder een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen belastingplichtig is.

D, artikel IIIc

Dit artikel schrapt twee verwijzingen in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (hierna: WNT). Ten eerste de verwijzing naar de huidige vergunninghouder voor het organiseren van speelcasino’s (Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland). Deze kan vervallen omdat het nieuwe speelcasinoregime -met uitsluitend private aanbieders- naar zijn aard buiten de reikwijdte van de WNT valt. Ten tweede kan de verwijzing naar de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij vervallen. Na de fusie met De Lotto worden de aandelen van de Staatsloterij B.V. en Lotto B.V. gehouden door de Nederlandse Loterij B.V. en is de Stichting opgeheven. De Nederlandse Loterij B.V. valt onder de uitzondering die in artikel 1.3, eerste lid, onder b, van de WNT is opgenomen voor naamloze en besloten vennootschappen. De reden hiervoor is dat de overheid bij staatsdeelnemingen de enige of de grootste aandeelhouder is en dus haar zeggenschap als eigenaar kan laten gelden, ook voor wat betreft de bezoldiging van topfunctionarissen.

D, artikel IIId

Als de Comptabiliteitswet 2016, waarvan het wetsvoorstel thans bij de Tweede Kamer aanhangig is, later in werking zou treden dan het casinowetsvoorstel, is uitsluitend een aanpassing van artikel 12 van de Wet op de kansspelen nodig, en behoeft het huidige artikel 27l (bevoegdheid Algemene Rekenkamer ten aanzien van Holland Casino) geen wijziging. De voorgestelde wijzigingsbepaling (artikel 9.23) wordt in deze zin geherformuleerd.

D, artikel IIIe

De wijzigingen onder A, B, D, F, G, H, I, J en K betreffen technische en taalkundige verbeteringen in de nieuwe titel Kansspelen op afstand.

C

De term «sportprijsvraag» is als gevolg van het amendement van het lid Van Wijngaarden (Kamerstukken II 2015/16, 33 996, nr. 28) in de daarvoor in aanmerking komende artikelen van de Wok vervangen door de term «sportweddenschap». Daarbij zijn de artikelen 21, vierde en vijfde lid, en 31a, vijfde lid, die zijn ingevoegd als gevolg van het amendement van de leden Van Wijngaarden en Van Dekken (Kamerstukken II 2015/16, 33 996, nr. 10) abusievelijk over het hoofd gezien.

E

Artikel 31i, derde lid, wordt nader afgestemd op de Wet Bibob door ook schorsing en intrekking afzonderlijk in de Wok te benoemen als besluiten ter voorbereiding waarvan de kansspelautoriteit kan beslissen om de Wet Bibob toe te passen. Dit is een verduidelijking van de huidige tekst waarin dat niet met zoveel woorden is geregeld, maar wel de bedoeling is.

L

Artikel IV van het wetsvoorstel Kansspelen op afstand kan vervallen; de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen is per 1 januari 2016 gewijzigd.

D, artikel IIIf

A

Met deze wijziging wordt de verwijzing naar de speelcasinovergunning geschrapt uit de algemene legesbepaling van artikel 6, die met de Wet Kansspelen op afstand wordt ingevoegd in de Wok. Hieraan is geen behoefte meer nu er een op het nieuwe casinoregime toegesneden bepaling over legesheffing in artikel 27ia wordt voorgesteld.

B

Met deze wijziging worden de artikelen over de toegangs- en identiteitscontrole bij bezoek aan een speelcasino (met o.a. de verplichte bevraging van het Centraal register uitsluiting kansspelen door de houder van een speelcasinovergunning) en de verduidelijking van de zorgplicht voor de houder van een speelcasinovergunning (interventiemodel) zoals deze zijn opgenomen in de artikelen 27 en 27ja van Wet kansspelen op afstand, overgeheveld naar afdeling 4 van de nieuwe speelcasinotitel. De artikelen 27j en 27ja worden daarbij verletterd tot de artikelen 27p en 27q. Ten opzichte van artikel 27ja, heeft één aanvullende wijziging plaatsgevonden. Net als bij het corresponderende artikel in de titel over kansspelen op afstand (artikel 31m), is een (nieuw) vijfde lid ingevoegd met verplichting voor vergunninghouder om geanonimiseerde gegevens met betrekking tot zijn verslavingspreventiebeleid beschikbaar te stellen voor onderzoek naar kansspelverslaving (zie de tweede nota van wijziging, Kamerstukken II 2015/16, 33 996, nr. 13). Met deze overheveling wordt bereikt dat deze artikelen niet vervallen maar ook na de modernisering van het speelcasinoregime behouden blijven.

C

De wijziging van artikel 35a, eerste lid (zie onderdeel D van deze nota van wijziging) wordt in overeenstemming gebracht met artikel I, onderdeel EE, van de Wet Kansspelen op afstand.

D (wijziging Wet op de kansspelbelasting)

A

Dit onderdeel voorziet in een gewijzigd artikel tot aanpassing van de Wet op de kansspelbelasting, indien de Wet Kansspelen op afstand eerder in werking treedt dan dit wetsvoorstel. Ook de Wet Kansspelen op afstand voorziet namelijk in een wijziging van de Wet op de kansspelbelasting. De formulering van het nieuwe artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de kansspelbelasting sluit aan bij de formulering, zoals deze voor fysieke speelautomatenhallen komt te luiden (artikel 1, eerste lid, onderdelen b en c). Voor de redenen van deze wijziging, verwijs ik naar de hiervoor gegeven toelichting bij artikel IIIa.

B

Het eerder in werking treden van de Wet Kansspelen op afstand maakt ook een andere wijziging van de Wet op de kansspelen noodzakelijk. Het betreft een aanpassing van de verwijzing in artikel 2, vijfde lid, van de Wet op de kansspelbelasting naar de Wok. Genoemd artikellid bevat een definitie van casinospelen, waarbij – onder het nieuwe speelcasinoregime – een verwijzing naar artikel 27h van de Wet op de kansspelen op zijn plaats is.

E

De aanduiding van de soort vergunning waarbij ingevolge de Wok de Wet Bibob kan worden toegepast in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 11°, van de Wet Bibob wordt in overeenstemming met artikel V van de Wet Kansspelen op afstand gebracht.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff