Kamerstuk 34111-25

Verslag van een schriftelijk overleg over het ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Gezondheidswet en de Jeugdwet

Dossier: Wijziging van de Gezondheidswet en de Wet op de jeugdzorg teneinde een mogelijkheid op te nemen tot openbaarmaking van informatie over de naleving en uitvoering van regelgeving, besluiten tot het opleggen van sancties daarbij inbegrepen

Gepubliceerd: 24 oktober 2018
Indiener(s): Bakker , Helma Lodders (VVD)
Onderwerpen: jongeren organisatie en beleid zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34111-25.html
ID: 34111-25

Nr. 25 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 24 oktober 2018

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 2 juli 2018 over het ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Gezondheidswet en de Jeugdwet (Kamerstuk 34 111, nr. 24).

De vragen en opmerkingen zijn op 27 juli 2018 aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van 23 oktober 2018 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Lodders

De adjunct-griffier van de commissie, Bakker

Inhoudsopgave

blz.

     

I.

Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

1

     

II.

Reactie van de Minister

11

I. VRAGEN EN OPMERKINGEN VANUIT DE FRACTIES

Vragen en opmerkingen van de VVD-fractie

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Gezondheidswet en de Jeugdwet. Deze leden vinden het een goede zaak dat stappen worden gezet op weg naar verdere openbaarmaking van informatie over naleving en uitvoering van de regelgeving door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Dit biedt patiënten en consumenten meer informatie en inzicht. Tegelijkertijd moeten er wel voldoende waarborgen zijn voor betrokken partijen. De leden van de VVD-fractie hebben daarom nog een aantal vragen en opmerkingen.

Brief van de Minister

De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van een veilige en open cultuur die het melden en leren van incidenten en calamiteiten stimuleert. Zij begrijpen ook dat er een balans gezocht moet worden tussen het recht op informatie van het publiek en het feit dat een zorgverlener niet direct en ten onrechte in de beklaagdenbank wordt gezet. Het is daarom goed dat de naam van de zorgverlenende organisatie bekend wordt gemaakt en niet de naam van de zorgverlener zelf. En dat foutief handelende zorgverleners wel bekend worden door bevelen en aanwijzingen van de inspectie, maatregelen van de tuchtrechter en door de strafrechter opgelegde ontzetting van het recht om het beroep uit te oefenen.

Het melden van calamiteiten is sinds 2005 verplicht. Uit de brief blijkt dat het aantal meldingen vooral sinds 2012 toeneemt. Kan de Minister deze zin nader toelichten? Is het aantal calamiteiten an sich toegenomen, of loopt het proces van het melden van calamiteiten beter sinds die tijd?

In de brief wordt aangegeven dat het leren van calamiteiten vooral plaatsvindt in een veilige en open cultuur binnen de zorg en dat het belangrijk is dat zo’n cultuur gestimuleerd blijft worden. Welke rol heeft de IGJ daarbij, dan wel; ziet zij daarbij voor zichzelf? Wat wordt er gedaan richting de Raden van Bestuur (RvB) en de Raden van Toezicht (RvT) van de zorginstellingen? Welke mogelijkheden en bevoegdheden hebben de RvB’s en RvT’s op dit punt?

De leden van de VVD-fractie lezen dat de bevindingen van onderzoeken naar calamiteiten zo spoedig mogelijk na het onderzoek openbaar zouden moeten worden gemaakt. In hoeverre wordt direct openbaar gemaakt dat een calamiteit wordt onderzocht en wat wordt dan bekend gemaakt? Deelt de Minister de mening van genoemde leden dat er incidenten of calamiteiten kunnen zijn die onderzocht worden, waarbij het in het kader van de patiëntveiligheid essentieel is voor patiënten en consumenten om direct te weten dat een onderzoek wordt gedaan? Zo ja, wat zijn hiertoe de mogelijkheden?

Klopt het dat zorgaanbieders niet verplicht zijn om patiënten of hun nabestaanden die bij een calamiteit betrokken zijn, het calamiteitenrapport toe te sturen en te bespreken? Wat is het standaard protocol voor zorgaanbieders om met dergelijke situaties om te gaan?

In hoeverre geldt de voortuitblik op de tweede tranche van deze algemene maatregel van bestuur (AMvB) ook voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) of heeft dit vooral op de IGJ betrekking?

Ontwerpbesluit

Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat niet alleen informatie over tekortkomingen wordt gepubliceerd, maar ook positieve gegevens. De leden van de VVD-fractie onderschrijven dit uitgangspunt. Aan wat voor positieve gegevens, naast het in het ontwerpbesluit genoemde voorbeeld, moet worden gedacht?

De leden van de VVD-fractie lezen dat door de uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets van de NVWA en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) enkele wijzigingen in het Ontwerpbesluit zijn doorgevoerd. Welke wijzigingen zijn dat? En welke opmerkingen zijn eventueel daarnaast nog gemaakt, die niet hebben geleid tot wijzigingen?

Binnen het NVWA-domein gaat het bij dit ontwerpbesluit om een beperkt aantal trajecten (visafslagen, horeca en projectmatige productonderzoeken) waarvoor een openbaarmakingsverplichting gaat gelden. Uitbreiding van de trajecten zal bij komende wijzigingen van dit besluit aan de orde komen. Om welke uitbreiding gaat het, welke fasen worden onderscheiden en in welk tempo zal uitbreiding plaatsvinden? Waarom is nu voor deze drie trajecten gekozen? Aan welke trajecten wordt hierna gedacht en hoe wordt de Kamer daarbij betrokken?

De leden van de VVD-fractie vinden de contextinformatie en de samenhang met een, door de betrokkene gegeven, reactie van cruciaal belang. Hieraan lijkt echter beperkt waarde te worden gehecht door de Minister. Deze leden lezen dat het met het oog op de uitvoerbaarheid niet zinvol is daar zeer gedetailleerde regelgeving over vast te stellen. Wat wordt er op dit punt wel opgenomen in de regelgeving?

De inspectiedienst is niet verplicht om bij iedere openbaarmaking contextinformatie te vermelden, zo is bepaald in artikel 2. Juist om te kunnen leren van calamiteiten is een goed begrip van de situatie en de informatie, zoals die blijkt uit de openbaarmaking, belangrijk. Hoe wordt dat doel geborgd wanneer het geven van contextinformatie niet verplicht is?

Hoe wordt geborgd dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen sectoren of verlening van diensten bij het openbaar maken van de informatie en het geven van contextinformatie? En hoe wordt geborgd dat inspecteurs eenzelfde lijn hanteren binnen het openbaar maken van de informatie en de contextinformatie?

Klopt het dat de reactie van de betrokkene niet direct bij de plaatsing van de informatie op de website door de inspectiedienst wordt opgenomen, gezien de standstillperiode twee weken duurt en reactieperiode zes weken? Waarom is niet gekozen om bij het openbaar maken van de informatie ook direct een eventuele reactie van betrokkene te plaatsen? Waarom is niet gekozen om de standstillperiode iets te verlengen en de reactieperiode iets te verkorten, zodat kan worden uitgegaan van één regime? Op welke andere wijze kan de reactie van de betrokkene sneller worden meegenomen bij het openbaar maken van informatie? De leden van de VVD-fractie vinden het van belang dat de informatie en reactie tegelijkertijd beschikbaar en openbaar worden.

Er wordt gekozen voor een standstillperiode van twee weken waarin de feitelijke openbaarmaking nog niet plaatsvindt. Welke bezwaarmogelijkheden zijn er voor de betrokkenen in die periode en in hoeverre heeft bezwaar een opschortende werking? Kan de Minister aangeven hoe vaak door partijen bezwaar wordt gemaakt? Kan de Minister hierbij een onderscheid maken tussen de verschillende inspecties en waar mogelijk verschillende sectoren? Hoe vaak worden besluiten van de inspecties door de rechter vernietigd dan wel afgezwakt? Klopt het dat bij vernietiging van besluiten de openbaar gemaakte informatie alsnog van de website verdwijnt?

Waarom wordt ervoor gekozen om de reactie op de openbaarmaking te beperken tot 50 en 200 woorden (artikel 4, lid 2) bij respectievelijk de NVWA en IGJ/ Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV)? Het lijkt de leden van de VVD-fractie niet nodig om de omvang van de reactie te beperken – in ieder geval tot een zo beperkte omvang. De informatie van de inspectiediensten wordt ook niet qua aantal woorden beperkt.

Conform het gewijzigd amendement van de leden De Lange en Bergkamp (Kamerstuk 34 111, nr. 17) zullen beleidsregels worden opgesteld rondom het herinspectiebeleid. De IGJ en IJenV zijn op dit moment nog bezig met het ontwikkelen van beleid over herinspecties. Wanneer zijn deze beleidsregels beschikbaar? Waarom is het de NVWA wel gelukt om inmiddels beleidsregels vast te stellen en de IGJ en IJenV nog niet?

Waarom wordt niet de mogelijkheid van herinspectie geboden? Wat zijn de voor- en nadelen? Binnen welke termijn vindt in zijn algemeenheid een nieuwe inspectie, dan wel herinspectie plaats?

Waarom is gekozen voor de verschillende termijnen voor het beschikbaar blijven van informatie op de website (visafslagen en horeca: 2 jaar; productveiligheid: maximaal 10 jaar; IGJ: 5 jaar)? Waarom is de termijn bij «productveiligheid» zo lang? Waarom wordt de beschikbare informatie niet direct verwijderd na een nieuwe inspectie of herinspectie?

De leden van de VVD-fractie lezen dat dit ontwerpbesluit na vijf jaar wordt geëvalueerd, maar dat dit ook nog niet vast staat. Het openbaar maken van deze informatie kan een behoorlijke impact hebben voor de betrokken partijen. Daarom vinden deze leden het goed dat wel tijdig daadwerkelijk wordt geëvalueerd. Is de Minister bereid om een evaluatie te doen na drie jaar? Zo nee, waarom niet? Wat worden de «toetspunten» van een eventuele evaluatie? Wat zijn de concrete en meetbare doelen die behoren bij dit ontwerpbesluit waardoor straks ook getoetst kan worden of die doelen zijn gehaald? En in hoeverre wordt in de evaluatie ook gekeken naar de gevolgen van de betrokken partijen?

Vragen en opmerkingen van de D66-fractie

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het besluit openbaarmaking toezicht- en uitvoeringsgegevens Gezondheidswet en Jeugdwet. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.

De leden van de D66-fractie staan positief tegenover het voornemen van de NVWA om meer inspectieresultaten van onder andere de horeca openbaar te maken. Zij onderstrepen de mening van de Minister dat de informatie toegankelijk en begrijpelijk moet zijn voor de doelgroep waarvoor deze bedoeld is. Echter, zij stellen vraagtekens bij het voornemen om de kleurensystematiek bij de openbaarmaking los te laten. Juist deze kleurensystematiek stelt de consument in staat om in één oogopslag kennis te nemen van onderzoeksresultaten van de NVWA. De leden van de D66-fractie vrezen dat het slechts openbaar maken van samenvattingen van inspectieresultaten de toegankelijkheid en begrijpelijkheid zal verslechteren. Kan de Minister aangeven waarom is gekozen de kleurensystematiek los te laten? Is de Minister bereid de kleurensystematiek ook in de nieuwe situatie te blijven gebruiken? Zo nee, waarom niet? Op welke wijze gaat de Minister de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van de NVWA resultaten dan waarborgen?

Deze leden zijn van mening dat het doel van de openbaarmaking enerzijds is om informatie te verstrekken aan consumenten, en anderzijds als een aansporing voor bedrijven om beter aan de voedselveiligheids- en hygiëneregelgeving te voldoen. Deelt de Minister de mening van de leden van de D66-fractie dat dit laatste door de afschaffing van de kleurensystematiek onder druk komt te staan? Zo nee, waarom niet?

Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie of de Minister bereid is te onderzoeken of de inspectieresultaten van de NVWA te zien kunnen zijn bij de ingang van eetgelegenheden, zoals reeds in Denemarken, New York en het Verenigd Koninkrijk gebruikelijk is. Zo nee, waarom niet?

Vragen en opmerkingen van de SP-fractie

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Gezondheidswet en de Jeugdwet. Deze leden hebben naar aanleiding van het ontwerpbesluit onderstaande opmerkingen en vragen.

Het besluit betreft een AMvB, houdende regels ter uitvoering van de Gezondheidswet en de Jeugdwet over openbaarmaking van informatie over toezicht- en uitvoeringsgegevens op grond van die wetten. Allereerst willen de leden van de SP-fractie graag benadrukken dat het hen verheugt dat actie wordt genomen op het standaard openbaar maken van inspectierapporten. Dit is namelijk iets waar de SP-fractie al sinds 2014, met een aangenomen motie (Kamerstuk 33 149, nr. 28), voor heeft gepleit.

Brief van de Minister

Duidelijk wordt gemaakt dat voor het eind van het jaar een tweede tranche van deze AMvB zal volgen waar de openbaarmaking door de inspectie van informatie over calamiteiten deel van uit zal maken. De leden van de SP-fractie vinden dit een zeer belangrijk deel van de AMvB en wachten de nadere invulling af. Aangegeven wordt dat er jaarlijks zo’n 2500 calamiteitenmeldingen zijn waarbij in circa 4% van de gevallen de inspectie zelf onderzoek doet. Dit komt neer op slechts 100 onderzoeken op 2500 meldingen; dat vinden de leden van de SP-fractie een erg laag aantal. Deze leden vragen dan ook of de Minister van mening is dat dit aantal omhoog zou moeten en, indien personeelstekorten (deels) de oorzaak zijn, of de formatie van de IGJ in oprichting uitgebreid zou moeten worden.

Nota van Toelichting

Inleiding

In de eerste alinea worden drie redenen gegeven voor het actief openbaar maken van toezicht- en uitvoeringsgegevens, te weten: de naleving van de regelgeving bevorderen, het publiek inzicht geven in de wijze waarop het toezicht en de uitvoering worden verricht en in wat de resultaten van de verrichtingen zijn. Zoals eerder aangegeven zien de leden van de SP-fractie nog een vierde reden voor het actief openbaar maken van toezicht- en uitvoeringsgegevens: namelijk inzicht in de werkwijze en effectiviteit van de inspecties. Het geeft inzicht in de vraag of de inspectie echt een waakhond van hun sector is, of dat zij niet streng genoeg is en daarmee eerder een schoothondje is.

Als belangrijk uitgangspunt van de wet wordt benoemd dat niet alleen informatie over tekortkomingen openbaar wordt gemaakt maar ook positieve gegevens (bijvoorbeeld dat bij een bedrijf of instelling geen overtreding is geconstateerd). Hier wordt in het vervolg van de tekst echter nauwelijks aandacht aan besteed. De leden van de SP-fractie krijgen hier graag een uitgebreidere toelichting op. Aan welke positieve gegevens moet precies worden gedacht? Gaat het dan bijvoorbeeld alleen om de publicatie van rapporten naar aanleiding van aangekondigde of onaangekondigde inspecties waar geen tekortkomingen zijn geconstateerd, of gaat het dan ook om onderzoeken door de inspectie na calamiteitmeldingen, welke ongegrond blijken? Geldt het ook voor de uitkomsten van onderzoeken die organisaties/instellingen zelf ingesteld hebben na een calamiteitmelding of gaat het bijvoorbeeld zelfs om organisaties waarvan geen calamiteitmelding is ontvangen? En welke informatie wordt dan precies gepubliceerd? Deze leden stellen dat het uitgangspunt moet zijn dat het goed gaat in een organisatie/instelling. Zij vragen zich dan ook af wat er gebeurt als later, na publicatie van de positieve gegevens, blijkt dat toch dingen niet goed gaan in de organisatie/instelling, of als de instelling calamiteiten «gewoon» niet gemeld heeft. In hoeverre zit de publicatie van «positieve gegevens» effectief toezicht in de weg, als kritische rapportages tussen een breed scala van goed-nieuw-berichten gezocht moeten worden?

Tegenover de grootschaligere openbaarmaking staat tegelijkertijd dat er meer beperkingen gelden. Om aan beide te voldoen zullen op de Gezondheidswet toegespitste werkwijzen en modellen ontwikkeld worden. Is het mogelijk inzicht te geven in de termijn waarop deze werkwijzen en modellen gereed zijn? Kan inzicht gegeven worden in de fasen waarin op termijn steeds meer informatie beschikbaar komt, zo vragen de leden van de SP-fractie.

Wijze van openbaarmaking

De hoeveelheid gepubliceerde informatie op de websites van de inspecties kan door de AMvB flink toenemen, tegelijkertijd moet de informatie overzichtelijk en begrijpelijk blijven, zo onderschrijven de leden van de SP-fractie. Zijn er nog acties nodig, en zo ja welke, om de websites van de verschillende inspecties in gereedheid te brengen voor de uitvoering van de voorliggende AMvB? Is informatie beschikbaar over wat de bezoekers van de respectievelijke websites vinden van de (huidige) vindbaarheid en begrijpelijkheid van de gepubliceerde informatie? Is gedacht aan een eenvoudig systeem waarin de ernst van een bepaalde publicatie kan worden afgelezen?

Uitvoerbaarheid

De leden van de SP-fractie zijn benieuwd welke wijzigingen zijn doorgevoerd in het ontwerp van de AMvB naar aanleiding van de uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets, uitgevoerd door de NVWA en de IGZ. Deze leden ontvangen graag een volledig overzicht van deze wijzigingen. Aangezien de NVWA kampt met (forse) capaciteits- en ICT-problemen vragen genoemde leden of de NVWA afdoende capaciteit heeft voor de extra handelingen die benodigd zijn voor openbaarmaking.

Personele consequenties

Aangegeven wordt dat de gewijzigde Gezondheidswet en de Jeugdwet openbaarmaking op veel grotere schaal mogelijk maken dan op basis van de Wet openbaarheid van bestuur. Dat vinden de leden van de SP-fractie een zeer positieve ontwikkeling. Deze leden vragen wel welke invloed deze AMvB heeft op de werkdruk/werklast voor de medewerkers van de drie verschillende inspecties. Wat zijn precies de personele consequenties? Is er inzicht/onderzocht of de huidige personele capaciteit voldoende is om aan de nieuwe taken te voldoen? Zo nee, zal er extra personeel worden aangetrokken?

Gevolgen voor de regeldruk

De extra lastendruk kan voor de drie inspecties gezamenlijk jaarlijks geschat worden op zo’n € 31.200,–. Kan de Minister aangeven of de inspecties ter compensatie voor deze extra kosten extra budget zullen ontvangen? Zo nee, hoe zullen deze extra kosten betaald gaan worden?

Advies van het Adviescollege Toetsing Regeldruk

Aangegeven wordt dat het te vroeg is om een eindconclusie te trekken met betrekking tot het opnemen van een uniforme procedurele regeling in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat daarvoor eerst de besluitvorming rond het voorstel voor de Wet open overheid afgerond moet worden. Wanneer wordt besloten of er een wetsvoorstel om een algemene procedurele regeling over actief openbaar maken in de Awb ingediend wordt? Kan daarbij een inschatting worden gegeven van de termijn waarop de Kamer hierover geïnformeerd wordt? In de AMvB staat beschreven dat het een voor dit besluit noodzakelijke wijziging van de Gezondheidswet betreft. Kan toegelicht worden wat dit precies voor gevolgen heeft voor het actief openbaar maken van inspectierapporten tot deze besluitvorming is afgerond?

Internetconsultatie

Graag ontvangen de leden van de SP-fractie een overzicht van de partijen die gereageerd hebben tijdens de internetconsultatie, met daarbij per partij de belangrijkste opmerkingen weergegeven.

Overige punten

De leden van de SP-fractie vragen wanneer de beleidsregels zullen verschijnen en inwerking zullen treden, met betrekking tot de herinspecties.

Evaluatie

In de AMvB is nog geen besluit genomen over het moment van evaluatie, gezien de fasegewijze uitbreiding. De leden van de SP-fractie vragen de Minister waarom er niet voor gekozen wordt om vijf jaar na inwerkingtreding een evaluatie uit te voeren, mits er zwaarwegende redenen zijn deze termijn (iets) te verschuiven. Daarnaast zijn zij benieuwd of er al enig inzicht gegeven kan worden in de onderdelen/vragen die meegenomen zullen worden in de evaluatie.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Is de constatering van de leden van de SP-fractie juist dat de nummering van de onderdelen «e» en «f» in de Nota van Toelichting niet overeenkomt met de nummering in artikel 1 van het besluit? Indien correct, vragen genoemde leden deze nummering aan te passen.

Artikel 3

Het besluit betreft drie verschillende inspecties die op een groot aantal (verschillende) wetten en werkvelden toezicht houden. De leden van de SP-fractie begrijpen de logica achter het besluit dit gezamenlijk in één AMvB te regelen en begrijpen tegelijkertijd dat vanwege de verschillen in aard en werkvelden, niet voor alle drie de inspecties exact dezelfde criteria/termijnen geformuleerd kunnen worden. In de bijlage wordt per inspectie een nadere uitwerking weergegeven. Deze leden vragen aanvullend daarop om een helder overzicht met daarin de belangrijkste verschillen tussen de drie inspecties weergegeven als het gaat om het openbaar maken of juist niet openbaar maken van inspectiegegevens, zowel al bestaand, als geregeld middels de nu voorliggende AMvB.

Artikel 6

De leden van de SP-fractie verwijzen naar de eerder gestelde vraag van genoemde leden onder «overige punten» met betrekking tot het opstellen van beleidsregels voor herinspecties.

Artikel 7

De leden van de SP-fractie concluderen dat informatie met betrekking tot het toezicht op – en de uitvoering van regelgeving in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet onder de AMvB valt. Kan de Minister toelichten in hoeverre er nu op enigerlei sprake is van openbaarmaking van inspectiegegevens op de openbare lichamen? Is er voldoende zicht op- en inzicht in de situatie van de organisaties/instellingen?

Toelichting op de bijlage

Onderdeel 1: openbaarmaking door de NVWA

Graag ontvangen de leden van de SP-fractie een toelichting op het besluit om geen gebruik meer te maken van de kleurensystematiek bij de openbaarmaking inzake bedrijfsgericht toezicht. Zal hiermee informatie verdwijnen?

Aangegeven wordt dat het openbaar maken van trajecten op de wijze waarop de Gezondheidswet dat voorschrijft, onder andere aanzienlijke investeringen en aanpassingen van ICT vergt. Kan inzicht gegeven worden in de (hoogte van de) nodige investeringen en een planning met betrekking tot de aanpassingen in de ICT?

Gefaseerde uitbreiding van de toezichtinformatie, thema en toezichtstrajecten

De NVWA zal de toezichtsinformatie stapsgewijs openbaar maken, te beginnen met de trajecten visafslagen en horeca. Welke trajecten zullen, op welke termijn, volgen in de openbaarmaking van toezichtsinformatie, zo vragen de leden van de SP-fractie. Is het voor de NVWA in de uitvoering praktisch om tegelijkertijd voor verschillende trajecten te werken met verschillende regels ten aanzien van de openbaarmaking van toezichtsinformatie?

Onderdeel II: openbaarmaking door de IGJ

Openbaar te maken informatie

Beschreven wordt dat de genoemde wetgeving soms een bijzondere openbaarmakingsbepaling bevat en dat een dergelijke bepaling openbaarmaking op grond van de Gezondheidswet in de weg staat. Als voorbeeld wordt artikel 29 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen genoemd. Kan toegelicht worden wat voor de AMvB precies de gevolgen zijn van dergelijke bepalingen en kan tevens een uitputtend overzicht worden gegeven van de wetten (en artikelen) die openbaarmaking op grond van de Gezondheidswet in de weg staat?

Waarom is besloten het opleggen van een bestuurlijke boete niet in de AMvB op te nemen, waardoor het openbaar maken van boeterapporten uitgezonderd is van openbaarmaking?

Beslissingsbevoegdheid bestuursorgaan

Geldt het voor alle wetten dat de inspectie bevoegd, dan wel gemandateerd is tot het besluiten over openbaarmaking, zo vragen de leden van de SP-fractie. Of zijn er nog wetten waarbij het ministerie deze bevoegdheid in eigen handen heeft en dus niet gemandateerd heeft aan een andere partij? Zo ja, welke wetten betreft dat?

Onderdeel III: Openbaarmaking door de IJZ en IJenV

Openbaar te maken informatie

Aangegeven wordt dat de komende periode wordt gebruikt om voor de calamiteitenrapporten naar aanleiding van eigen onderzoek door de IGJ en IJenV, en de rapporten van toezicht Sociaal Domein/Samenwerkend Toezicht Jeugd, de werkprocessen uit te werken voordat zij een plek krijgen in de AMvB. De leden van de SP-fractie zijn benieuwd of al enig zicht is op de termijn waarop deze onderdelen een plaats krijgen in de AMvB.

Wijze van openbaarmaking

Graag ontvangen de leden van de SP-fractie een overzicht van de wijze waarop het (sinds 1 januari 2015) uitgebreide handhavingsinstrumentarium van het jeugddomein is gebruikt, inclusief een toelichting op de constatering dat van deze mogelijkheden nog slechts in beperkte mate gebruik gemaakt is.

Vragen en opmerkingen van de Partij voor de Dieren-fractie

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit waardoor toezicht- en uitvoeringsgegevens actief openbaar gemaakt kunnen worden. Deze leden willen daar graag enkele vragen over stellen.

Genoemde leden willen graag nadere uitleg over de ambitie en planning van openbaarmaking van gegevens van de inspectiediensten. De Gezondheidswet is reeds in 2016 aangenomen, waarna lang gewacht is op het voorliggende ontwerpbesluit. Kan de Minister toelichten waarom het zo lang geduurd heeft voordat dit besluit naar de Kamers is gestuurd? In de nota van toelichting valt te lezen dat er op de Gezondheidswet toegespitste werkwijzen en modellen zullen moeten worden ontwikkeld om een grotere hoeveelheid informatie openbaar te kunnen maken. Wat is de planning voor de ontwikkeling van deze werkwijzen en modellen? Welke fasen ziet de Minister voor zich, wanneer komen deze gereed en wanneer zal dit proces in het geheel afgerond zijn? In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat het niet wenselijk is dat openbaarmaking over verschillende bedrijfstakken die onder toezicht van de NVWA staan, altijd op dezelfde manier plaatsvindt. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen de Minister hier een nadere toelichting op te geven.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zijn teleurgesteld in de zeer beperkte hoeveelheid informatie die de NVWA op grond van dit voorliggende ontwerpbesluit openbaar lijkt te gaan maken. Het ontwerpbesluit ziet toe op actieve openbaarmaking van gegevens over inspecties van horeca, producten en visafslagen. Waarom is voor deze sectoren gekozen? Waarom worden er niet meer bedrijfstakken meegenomen in het voorliggende ontwerpbesluit? Hoe verhoudt dit zich tot de huidige praktijk van openbaarmaking van de NVWA? Welke extra bevoegdheden ten opzichte van de huidige mogelijkheden van de NVWA regelt het voorliggende besluit precies? Nu de wettelijke grondslag voor openbaarmaking van deze informatie wordt gewijzigd, op welke wijze zal dat van invloed zijn op de inhoud en wijze van openbaarmaking van gegevens over deze sectoren? De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zijn van mening dat uitkomsten van inspecties van bedrijven makkelijk toegankelijk zouden moeten zijn voor het publiek. Waarom zal de kleurensystematiek bij bedrijfsgericht toezicht worden losgelaten, aangezien dit juist voor consumenten op een snelle wijze inzichtelijk maakt in hoeverre een bedrijf zich houdt aan de wet- en regelgeving?

Graag krijgen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie gedetailleerde nadere informatie over de wijze waarop de regering de uitbreiding van de bedrijfstakken waarover de NVWA gegevens openbaar zal maken, gaat faseren. Wanneer worden inspectiegegevens over bedrijven in de veehouderij openbaar gemaakt? Wanneer krijgt het publiek toegang tot toezichtgegevens over de slachthuizen? Wanneer wordt eindelijk transparantie gegeven over inspectie van veetransporten? Waarom wordt openbaarmaking van deze sectoren, waarvan bekend is dat de naleving van de wetgeving veel te wensen laat, niet al direct in dit besluit geregeld? Is de Minister bereid om de veehouderij, inclusief veetransport en slachthuizen, op te nemen in het voorliggende besluit? Zo nee, waarom niet? Immers, de NVWA geeft zelf aan dat openbaarmaking bevordert dat ondernemers zelf hun verantwoordelijkheid nemen, dat met openbaargemaakte inspectieresultaten zowel consumenten als bedrijven hun voordeel kunnen doen bij het maken van hun keuzes, en dat actieve openbaarmaking ondernemers prikkelt naleving als prioriteit te blijven zien, en dat bovendien de NVWA op deze manier maximaal transparant is over haar handelen1. Klopt het dat de Inspecteur Generaal van de NVWA heeft toegezegd dat «Rapporten met daarin de namen van slachthuizen (...) binnenkort als eerste online [verschijnen]»2? Waarom wordt dat dan niet met het voorliggende besluit geregeld, en wanneer wordt daar wel in voorzien? De leden van de Partij voor de Dieren-fractie verzoeken om een gedetailleerde planning van openbaarmaking van de toezicht- en uitvoeringgegevens van elk van de verschillende sectoren waar de NVWA op moet toezien.

II. REACTIE VAN DE MINISTER

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van de VVD, D66, SP en Partij voor de Dieren, die zijn gesteld in de inbreng van het verslag van een schriftelijk overleg iNZake het ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Gezondheidswet en de Jeugdwet (Kamerstukken 34 111, nr. 24). Hierbij stuur ik u de antwoorden op de gestelde vragen. De vragen zijn zoveel mogelijk beantwoord in de volgorde van het door de commissie uitgebrachte verslag. Voor de overzichtelijkheid zijn de vragen genummerd.

Vragen en opmerkingen van de VVD-fractie

Brief van de Minister

1. De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van een veilige en open cultuur die het melden en leren van incidenten en calamiteiten stimuleert en stellen daarbij dat het melden van calamiteiten sinds 2005 verplicht is. Uit de brief blijkt dat het aantal meldingen vooral sinds 2012 toeneemt. Zij vragen of het aantal calamiteiten an sich toegenomen, of dat het proces van het melden van calamiteiten sinds die tijd beter loopt?

De stijging van het aantal meldingen is toe te schrijven aan een aantal oorzaken. Burgers melden meer maar ook zorgverleners weten de inspectie beter te vinden. Daarnaast is de inspectie in 2012 overgestapt van een regionaal naar een landelijk meldingssysteem. Mogelijk heeft ook dat bijgedragen aan het melden van calamiteiten. Of het aantal calamiteiten an sich is toegenomen, is niet bekend.

2. In de brief wordt aangegeven dat het leren van calamiteiten vooral plaatsvindt in een veilige en open cultuur binnen de zorg en dat het belangrijk is dat zo’n cultuur gestimuleerd blijft worden. De leden van de VVD-fractie vragen welke rol de IGJ daarbij heeft of voor zichzelf ziet en wat wordt er gedaan richting de Raden van Bestuur (RvB) en de Raden van Toezicht (RvT) van de zorginstellingen. Welke mogelijkheden en bevoegdheden hebben de RvB’s en RvT’s op dit punt?

Volgens het Uitvoeringsbesluit Wkkgz stelt de inspectie eisen aan het calamiteitenonderzoek en aan het informeren en betrekken van de cliënt bij het onderzoek en de resultaten van het onderzoek.

De zorgaanbieder rapporteert hierover aan de inspectie, waardoor de inspectie kan vaststellen of de zorgaanbieder de cliënt tijdig en volledig heeft geïnformeerd. Daarnaast roept de inspectie zorgaanbieders op om (geanonimiseerd) openheid van zaken te geven op hun websites.

Op grond van de huidige wet- en regelgeving zijn de raden van bestuur aanspreekbaar op de kwaliteit van zorg en de wijze waarop zij hun instelling inrichten om dit te realiseren. Zij zijn daarbij afhankelijk van het werk van hun zorgverleners: dit maakt goede afspraken tussen deze zorgverleners en de raad van bestuur noodzakelijk. De raad van toezicht, heeft de verantwoordelijkheid om het beleid en de besluiten van de raad van bestuur te toetsen. De raad van toezicht kan de raad van bestuur tot de orde roepen en indien nodig corrigerend optreden.

De IGJ en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben samen het kader «Toezicht op Goed Bestuur» opgesteld. Daar in staat wat de NZa en de IGJ onder goed bestuur in de zorg verstaan en wat van zorgbestuurders wordt verwacht op het gebied van kwaliteit, veiligheid, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg. De NZa of de IGJ spreekt de bestuurder aan als er signalen zijn dat de zorg in gevaar komt. Zo nodig spreken NZa en IGJ ook de raad van toezicht van een zorgaanbieder aan.

3. De leden van de VVD-fractie lezen dat de bevindingen van onderzoeken naar calamiteiten zo spoedig mogelijk na het onderzoek openbaar zouden moeten worden gemaakt. In hoeverre wordt direct openbaar gemaakt dat een calamiteit wordt onderzocht en wat wordt dan bekend gemaakt?

Deelt de Minister de mening van genoemde leden dat er incidenten of calamiteiten kunnen zijn die onderzocht worden, waarbij het in het kader van de patiëntveiligheid essentieel is voor patiënten en consumenten om direct te weten dat een onderzoek wordt gedaan? Zo ja, wat zijn hiertoe de mogelijkheden?

Openbaarmaking vindt plaats nadat een onderzoek is afgerond. Wat openbaar wordt gemaakt, wordt uitgewerkt in de tweede tranche van de AMvB. Indien bij een melding blijkt dat de patiëntveiligheid in het geding is, zal de inspectie direct passende maatregelen nemen.

4. Klopt het dat zorgaanbieders niet verplicht zijn om patiënten of hun nabestaanden die bij een calamiteit betrokken zijn, het calamiteitenrapport toe te sturen en te bespreken? Wat is het standaard protocol voor zorgaanbieders om met dergelijke situaties om te gaan?

In het Uitvoeringsbesluit Wkkgz is vastgelegd dat de inspectie per melding eisen stelt aan de zorgaanbieder met betrekking tot het eigen onderzoek van de zorgaanbieder. Die eisen hebben in ieder geval betrekking op de wijze waarop de cliënt, diens vertegenwoordiger of nabestaande worden betrokken bij en worden geïnformeerd over het verloop en de afloop van het onderzoek van een calamiteit. Er is geen wettelijke bepaling die de zorgaanbieder verplicht om het calamiteitenrapport toe te sturen en te bespreken met de cliënt of zijn nabestaanden of een standaardprotocol voor zorgaanbieders waarin wordt beschreven hoe zij cliënten moeten informeren. Volledige en tijdige informatieverstrekking is de norm, maar de meest geschikte uitvoering daarvan is niet altijd dezelfde. Het is aan de zorgaanbieder om rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval en de communicatie zodanig daaraan aan te passen dat betrokkenen het best geïnformeerd worden. De geheimhoudingsplicht van de zorgaanbieder jegens de cliënt beperkt de informatieverstrekking aan anderen dan de cliënt zoals andere betrokken cliënten, de vertegenwoordiger of nabestaanden. De zorgaanbieder rapporteert over zijn eigen onderzoek naar aanleiding van een calamiteit aan de inspectie, waardoor de inspectie kan vaststellen of de zorgaanbieder de cliënt tijdig en volledig heeft geïnformeerd.

5. De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre de vooruitblik op de tweede tranche van deze algemene maatregel van bestuur (AMvB) ook geldt voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

De tweede tranche van deze AMvB zal betrekking hebben op de openbaarmaking van calamiteitenrapporten en geen betrekking hebben op openbaarmakingen van andere trajecten door de NVWA.

Ontwerpbesluit

6. Een belangrijk uitgangspunt van de wet is dat niet alleen informatie over tekortkomingen wordt gepubliceerd, maar ook positieve gegevens. De leden van de VVD-fractie onderschrijven dit uitgangspunt. Aan wat voor positieve gegevens, naast het in het ontwerpbesluit genoemde voorbeeld, moet worden gedacht?

De inspectie publiceert in haar rapporten welk normenkader is getoetst, welke resultaten dit heeft opgeleverd, welke conclusie de inspectie daaraan verbindt en (indien van toepassing) of deze conclusie aanleiding vormt het nemen van maatregelen. Onder het huidige openbaarmakingsbeleid wordt soms volstaan met het noemen aan welke normen niet is voldaan. Bij de openbaarmaking onder de gewijzigde Gezondheidswet zal de inspectie de uitkomsten van alle getoetste normen openbaar maken.

De NVWA maakt van de in de AMvB vastgelegde trajecten bepaalde inspectiegegevens openbaar. Het gaat dan onder andere om schriftelijke uitkomsten van controle en onderzoek. Deze uitkomsten kunnen zowel positief als negatief zijn. Met positief wordt bedoeld dat expliciet wordt gemaakt dat er geen tekortkomingen zijn geconstateerd.

7. De leden van de VVD-fractie lezen dat door de uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets van de NVWA en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) enkele wijzigingen in het Ontwerpbesluit zijn doorgevoerd. Deze leden vragen welke wijzigingen dat zijn en welke opmerkingen eventueel daarnaast nog zijn gemaakt, die niet hebben geleid tot wijzingen.

De NVWA heeft op de voorgestelde AMvB een HUF-toets (handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid, fraudegevoeligheid) uitgevoerd. Deze HUF-toets heeft niet tot wijzigingen in de concept-AMvB geleid.

Wijzigingen naar aanleiding van de Toezicht- en Handhaafbaarheidstoets van de IGZ, betroffen het consistent gebruik van het begrip toezichthouder, het opnemen van een definitie van het begrip «betrokkene», de vormgeving van de procedure in artikel 5 over het verwijderen van openbaargemaakte informatie, de in de bijlage gebruikte terminologie om openbaar te maken stukken aan te duiden, de formulering van onderdeel II, punt 8, van de bijlage zodat beter tot uitdrukking komt hoe lang bepaalde informatie beschikbaar blijft, en de formulering in de bijlage met betrekking tot de aanduiding van het functieniveau van inspecteurs die bij de openbaarmaking bekend worden gemaakt. Een opmerking over de aanduiding van het bestuursorgaan dat het besluit tot openbaarmaking neemt, heeft niet geleid tot wijziging. Bevoegd is het bestuursorgaan dat in de betrokken wetten wordt genoemd, feitelijk de bewindspersoon voor het betrokken beleidsterrein. De IGJ zal vaak op basis van mandaat het besluit voor de Minister nemen.

8. Binnen het NVWA-domein gaat het bij dit ontwerpbesluit om een beperkt aantal trajecten (visafslagen, horeca en projectmatige productonderzoeken) waarvoor een openbaarmakingsverplich-ting gaat gelden. Uitbreiding van de trajecten zal bij komende wijzigingen van dit besluit aan de orde komen. De leden van de VVD-fractie vragen waarom nu voor deze drie trajecten is gekozen, om welke uitbreidingen het gaat, welke fasen worden onderscheiden en in welk tempo die uitbreiding zal plaatsvinden.

De NVWA streeft ernaar om in 2022 de openbaarmaking van inspectieresultaten uitgerold te hebben over het brede terrein van de NVWA. Voordat inspectieresultaten openbaar worden gemaakt, wordt voor het betreffende traject beoordeeld in hoeverre de openbaarmaking mogelijk is en vindt een belangenafweging plaats tussen de belangen van de openbaarmaking versus de belangen van de gecontroleerden in de betreffende trajecten. Openbaarmaking van volgende trajecten kan pas plaatsvinden als het ook organisatorisch en administratief haalbaar is. Momenteel werkt de NVWA aan de uitrol van een nieuw ICT-systeem, waarin alle inspectieresultaten worden opgenomen. De snelheid van de uitrol van dit systeem bepaalt mede het tempo van de openbaarmaking door de NVWA. Er is nu gekozen om te starten met de openbaarmaking van de inspectieresultaten van de horeca, visafslagen en de projectmatige onderzoeken productveiligheid. Deze trajecten worden deels al openbaar gemaakt op grond van artikel 8 van de Wob. Door met deze trajecten te starten wordt ervaring opgedaan met de vernieuwde procedure voor openbaarmaking op grond van de Gezondheidswet. Na evaluatie hiervan, zullen andere trajecten volgen. Om die reden is er op dit moment voor de NVWA nog geen planning voor een volgende tranche van de AMvB.

9. De leden van de VVD-fractie vinden de contextinformatie en de samenhang met een, door de betrokkene gegeven, reactie van cruciaal belang. Hieraan lijkt echter beperkt waarde te worden gehecht door de Minister. Deze leden lezen dat het met het oog op de uitvoerbaarheid niet zinvol is daar zeer gedetailleerde regelgeving over vast te stellen en vragen zich af of de Minister aan contextinformatie maar beperkte waarde hecht. Zij vragen wat er op dit punt wel wordt opgenomen in de regelgeving.

Net als de leden van de VVD-fractie, vind ik contextinformatie van groot belang. Om die reden is in artikel 2, derde lid, van de AMvB vastgelegd dat contextinformatie wordt gepubliceerd.

Contextinformatie dient om de openbaar gemaakte informatie goed te kunnen uitleggen en interpreteren. Deze informatie is daarom belangrijk voor het publiek. Dat geldt ook voor de reactie die betrokkene kan geven op de openbaar gemaakte informatie en de contextinformatie. De contextinformatie is algemeen van aard en het betreft geen verplichting om bij iedere openbaarmaking afzonderlijk contextinformatie te geven. Ik kies er, na overleg met de inspecties, bewust voor om geen gedetailleerde regeling op te nemen, maar ruimte te geven voor maatwerk.

10. De inspectiedienst is niet verplicht om bij iedere openbaarmaking contextinformatie te vermelden, zo is bepaald in artikel 2. Juist om te kunnen leren van calamiteiten is een goed begrip van de situatie en de informatie, zoals die blijkt uit de openbaarmaking, belangrijk. Hoe wordt dat doel geborgd wanneer het geven van contextinformatie niet verplicht is?

Contextinformatie bij de openbaarmaking door de IGJ is achtergrondinformatie over hoe het toezicht is geregeld, hoe bepaald wordt wanneer controle en onderzoek plaatsvindt, en hoe het interventiebeleid van de inspectie eruitziet. In de openbaar te maken informatie als aangeduid in de bijlage bij de AMvB, zal informatie kenbaar worden over de concrete situatie in een bepaalde casus. Dit geeft samen met de contextinformatie een goed begrip van de situatie.

11. De leden van de VVD-fractie vragen zich af hoe wordt geborgd dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen sectoren of verlening van diensten bij het openbaar maken van de informatie en het geven van contextinformatie en hoe wordt geborgd dat inspecteurs eenzelfde lijn hanteren binnen het openbaar maken van de informatie en de contextinformatie?

In het IGJ-gedeelte van de AMvB wordt geen onderscheid gemaakt naar sectoren. De inspectie heeft voor alle sectoren waar zij toezicht op houdt, dezelfde regels ten aanzien van het openbaar maken. Deze regels worden geborgd door middel van interne procedures.

De NVWA zorgt ervoor dat inspecteurs zoveel mogelijk op gelijke wijze inspecteren. Dit doet zij door inspecteurs op te leiden een eenduidig interventiebeleid te hanteren en door regelmatig het toepassen van het handhavingsbeleid met elkaar af te stemmen.

12. De leden van de VVD-fractie vragen of het klopt het dat de reactie van de betrokkene niet direct bij de plaatsing van de informatie op de website door de inspectiedienst wordt opgenomen, gezien de standstillperiode die twee weken duurt en de reactieperiode die zes weken duurt. Waarom is niet gekozen om bij het openbaar maken van de informatie ook direct een eventuele reactie van betrokkene te plaatsen? Daarbij stellen zij de vraag waarom niet is gekozen om de standstillperiode iets te verlengen en de reactieperiode iets te verkorten, zodat kan worden uitgegaan van één regime. Ook willen deze leden weten op welke andere wijze de reactie van de betrokkene sneller kan worden meegenomen bij het openbaar maken van informatie. De leden van de VVD-fractie vinden het van belang dat de informatie en reactie tegelijkertijd beschikbaar en openbaar worden.

Gelijktijdige openbaarmaking van de informatie en de reactie van de betrokkene is mogelijk, als de betrokkene zijn reactie in de standstillperiode geeft. Het systeem is als volgt. De standstillperiode van twee weken is in de wet opgenomen om een belanghebbende de gelegenheid te geven de voorzieningenrechter te verzoeken de openbaarmaking voorlopig op te schorten. Als geen voorlopige voorziening wordt gevraagd, volgt na twee weken openbaarmaking. De standstillperiode is kort gehouden zodat de inspectiegegevens die gepubliceerd worden actueel zijn. In de AMvB is nader bepaald dat de betrokkene vanaf het moment dat het besluit tot openbaarmaking aan hem bekend is gemaakt in totaal zes weken de tijd heeft om een reactie te geven. Wanneer de reactie van de betrokkene openbaar wordt, hangt daarom af van het moment waarop de betrokkene zijn reactie geeft. Als betrokkene zijn reactie in de standstillperiode van twee weken geeft, dan wordt die reactie direct bij de openbaarmaking gepubliceerd. Als betrokkene in de daarop volgende vier weken reageert, wordt die reactie zo spoedig mogelijk na het indienen van de reactie openbaar gemaakt.

13. De leden van de VVD-fractie constateren dat wordt gekozen voor een standstillperiode van twee weken waarin de feitelijke openbaarmaking nog niet plaatsvindt en vragen welke bezwaarmogelijkheden er zijn voor de betrokkenen in die periode en in hoeverre dat een opschortende werking heeft? Daarbij vragen zij hoe vaak door partijen bezwaar wordt gemaakt en of daarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen de verschillende inspecties en waar mogelijk verschillende sectoren. Hoe vaak worden besluiten van de inspecties door de rechter vernietigd dan wel afgezwakt? En klopt het dat bij vernietiging van besluiten de openbaar gemaakte informatie alsnog van de website verdwijnt?

Tegen besluiten tot openbaarmaking kan op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar worden gemaakt. Zoals in het antwoord op de vorige vraag is toegelicht, is de standstillperiode geregeld in de wet (artikel 44a, eerste lid, van de Gezondheidswet en artikel 9.8, eerste lid, van de Jeugdwet). In die periode kan bij de rechter een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit tot openbaarmaking worden ingediend. De openbaarmaking wordt dan opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.

Op dit moment kan actieve openbaarmaking plaatsvinden op grond van artikel 8 van de Wob.

De IGJ heeft in 2017 ruim 1300 rapporten openbaar gemaakt (ruim 1.200 door de IGZ en ruim 100 door de IGJ. Daartegen is in een tiental gevallen een rechtelijke voorziening gevraagd. Van de Wob-besluiten van de IGZ van 2015 tot en met 2017 werd in circa een kwart van de gevallen een voorlopige voorziening ingesteld.Van die gevallen werd weer een ongeveer kwart door de rechter toegewezen.

De NVWA ontvangt voor de pilotgroep lunchrooms in ongeveer 5% van de gevallen zienswijzen tegen het openbaarmakingsbesluit. Na overleg handhaaft ongeveer eenderde van de gevallen zijn zienswijze. Met deze constatering is de verwachting dat onder de gewijzigde Gezondheidwet tegen 1à 2 procent van het totaal aantal openbaarmakingsbesluiten een voorlopige voorziening zal worden ingesteld. Voor visafslagen en projectmatige productonderzoeken wordt nu in ongeveer 11% van de gevallen een zienswijze ingediend en handhaaft ook ongeveer eenderde na overleg zijn zienswijze. Als deze groep in de toekomst een voorlopige voorziening gaat instellen, dan zou dat bij 3 à 4% van het aantal openbaarmakingbesluiten het geval zijn.

Het is juist dat bij vernietiging van besluiten de openbaar gemaakte informatie alsnog van de website verdwijnt. In artikel 5, tweede lid van de AMvB is geregeld op welk moment dat gebeurt.Tot dusver zijn over alle trajecten die door de NVWA op grond van de Wob openbaar zijn gemaakt, door een aantal ondernemers bezwaren gemaakt en een voorlopige voorziening aangevraagd (drie producenten van kinderstoelen en eenentwintig slachterijen). Uit alle vierentwintig bezwaren is in één geval de voorlopige voorziening toegekend. (Deze bezwaarprocedure is afgerond en het bedrijf is in beroep gegaan. De procedure loopt nog). Het is tot nu toe dan ook niet aan de orde geweest om openbaar gemaakte informatie alsnog van de website te verwijderen.

14. Waarom wordt ervoor gekozen om de reactie op de openbaarmaking te beperken tot 50 en 200 woorden (artikel 4, lid 2) bij respectievelijk de NVWA en IGJ/ Inspectie Justitie en Veiligheid (IJenV)? Het lijkt de leden van de VVD-fractie niet nodig om de omvang van de reactie te beperken – in ieder geval tot een zo beperkte omvang. De informatie van de inspectiediensten wordt ook niet qua aantal woorden beperkt.

Uit de huidige praktijk van de NVWA blijkt dat een reactiemogelijkheid van maximaal 50 woorden voldoende is. In het kader van openbaarmaking van het opleggen van maatregelen door de IGJ wordt nu gewerkt met een zienswijze van maximaal 200 woorden van de zorgaanbieder. Ook dit lijkt passend, omdat de mogelijkheid om een reactie te geven op de openbaarmaking bedoeld is om betrokkene in staat te stellen te reageren op de openbaar gemaakte informatie. Zoals toegelicht bij vraag 13, staat tegen besluiten tot openbaarmaking rechtsbescherming open. In dat kader gelden uiteraard geen beperkingen.

15 en 16. Conform het gewijzigd amendement van de leden De Lange en Bergkamp (Kamerstuk 34 111, nr. 17) zullen beleidsregels worden opgesteld rondom het herinspectiebeleid. De IGJ en IJenV zijn op dit moment nog bezig met het ontwikkelen van beleid over herinspecties. De leden van de VVD-fractie vragen wanneer deze beleidsregels beschikbaar zijn en hoe het komt dat het de NVWA wel gelukt om inmiddels beleidsregels vast te stellen en de IGJ en IJenV nog niet? Daarbij vragen de leden van de VVD-fractie wat de voor- en nadelen van het bieden van de mogelijkheid van herinspectie zijn en binnen welke termijn in zijn algemeenheid een nieuwe inspectie dan wel herinspectie plaatsvindt.

De beleidsregels over het herinspectiebeleid zullen door IGJ worden vastgesteld op grond van artikel 44d van de Gezondheidswet respectievelijk artikel 9.9 van de Jeugdwet, zoals die bij genoemd amendement in de wet zijn opgenomen. Deze beleidsregels zullen helderheid geven over de gevallen waarin en de termijnen waarbinnen herinspecties in beginsel zullen plaatsvinden. Uitgangspunt voor de beleidsregels zal de huidige werkwijze van de IGJ zijn. Deze werkwijze omvat al een herinspectie bij geconstateerde tekortkomingen. Als de inspectie tijdens onderzoek tekortkomingen constateert, worden deze in een rapport gepubliceerd. De zorgaanbieder of het bedrijf krijgt een bepaalde periode om deze tekortkomingen weg te nemen en dit aan de inspectie te melden. De gestelde periode is variabel en is afgestemd op de te corrigeren tekortkoming. De inspectie toetst aan het eind van deze periode opnieuw of de zorgaanbieder of het bedrijf aan de normen voldoet. Als de tekortkoming naar tevredenheid van de IGJ is opgelost, stuurt deze een zogenoemde «afsluitbrief». Deze afsluitbrief wordt onder de gewijzigde Gezondheidswet altijd openbaar gemaakt.

De NVWA en haar rechtsvoorgangers kennen sinds lange tijd een interventiebeleid, in de vorm van een beleidsregel, waarin wordt aangegeven hoe zij intervenieert als zij overtredingen constateert. Daarbij horen ook herinspecties die over het algemeen binnen drie maanden plaatsvinden. Informatie over de herinspecties in de genoemde trajecten van deze AMvB, wordt eveneens gepubliceerd.

17. De leden van de VVD-fractie hebben verschillende vragen over de termijnen waarbinnen informatie beschikbaar blijft. Waarom is gekozen voor de verschillende termijnen voor het beschikbaar blijven van informatie op de website (visafslagen en horeca: 2 jaar; productveiligheid: maximaal 10 jaar; IGJ: 5 jaar) en waarom is de termijn bij «productveiligheid» zo lang? Waarom wordt de beschikbare informatie niet direct verwijderd na een nieuwe inspectie of herinspectie?

De verschillen vloeien voort uit de aard van het geïnspecteerde en daarmee samenhangend de actualiteit van de openbaargemaakte gegevens. De inspectieresultaten van productveiligheid kunnen langere tijd op de website worden geplaatst, omdat de informatie over betreffende producten in de loop van de tijd niet kan veranderen. Het gaat in het algemeen om productonderzoeken waarvan de producten een langere levensduur hebben dan drie jaar omdat ze langere tijd gebruikt kunnen worden. De consument kan op deze wijze langer nagaan of hij een veilig product gebruikt. Bovendien komt deze termijn overeen met de termijn die het Europese waarschuwingssysteem voor snelle uitwisseling van informatie over gevaarlijke producten (RAPEX) hanteert. Inspectieresultaten van andere inspectiegegevens blijven maximaal twee jaar op de website staan, omdat die gegevens anders dan bij producten, minder lang actueel blijven. Op grond van de bijlage bij de AMvB wordt na een nieuwe inspectie de openbaargemaakte informatie geactualiseerd en de gegevens van de oude inspectie verwijderd (zie bijvoorbeeld onderdeel I, onder A, 8a.). De openbaarmaking van opgelegde bestuursrechtelijke sancties en schriftelijke waarschuwingen waaraan geen afdoende gevolg is gegeven, blijven twee jaar beschikbaar.

Op het terrein van de IGJ en de IJenV is gekozen voor een termijn van vijf jaar omdat daar niet alleen de actualiteit een rol speelt maar ook de voorlichtende waarde en daarmee lerende werking van iets minder actuele zaken. Die waarde blijft ook na herinspectie. Vijf jaar sluit ook aan bij de termijnen die het BIG register hanteert voor de openbaarmaking van de door de tuchtrechter opgelegde berispingen en geldboetes.

18.De leden van de VVD-fractie lezen dat dit ontwerpbesluit na vijf jaar wordt geëvalueerd, maar dat dit ook nog niet vast staat. Het openbaar maken van deze informatie kan een behoorlijke impact hebben voor de betrokken partijen. Daarom vinden deze leden het goed dat wel tijdig daadwerkelijk wordt geëvalueerd. Zij vragen of de Minister bereid is om een evaluatie te doen na drie jaar en zo nee, waarom niet? Wat worden de «toetspunten» van een eventuele evaluatie en wat zijn de concrete en meetbare doelen die behoren bij dit ontwerpbesluit waardoor straks ook getoetst kan worden of die doelen zijn gehaald? Wordt in de evaluatie ook gekeken naar de gevolgen van de betrokken partijen?

Ik hecht evenals de leden van de VVD-fractie aan een goede evaluatie. Omdat deze AMvB in fases in werking zal treden, is nu nog niet goed te zeggen wat een goed moment is voor evaluatie. Ik sluit een evaluatie na minder dan vijf jaar daarom niet op voorhand uit. Zoals in de nota van toelichting bij de AMvB staat zal ik uiterlijk vier jaar na inwerkingtreding beoordelen wanneer evaluatie zal plaatsvinden. In ieder geval zullen in de evaluatie de doelstellingen van het actieve openbaarmakingbeleid worden betrokken: Draagt openbaarmaking bij aan de naleving? Leidt de transparantie er inderdaad toe dat het brede publiek en de direct betrokkenen beter geïnformeerd zijn over het toezicht- en handhavingsbeleid als over de uitkomsten daarvan? Maar ook de volgende vragen zijn relevant: Wat zijn de gevolgen voor betrokkenen? Wat betekent de aangepaste procedure voor de toezichthouders?

Vragen en opmerkingen van de D66-fractie

19. De leden van de D66-fractie staan positief tegenover het voornemen van de NVWA om meer inspectieresultaten van onder andere de horeca openbaar te maken. Zij onderstrepen de mening van de Minister dat de informatie toegankelijk en begrijpelijk moet zijn voor de doelgroep waarvoor deze bedoeld is. Echter, zij stellen vraagtekens bij het voornemen om de kleurensystematiek bij de openbaarmaking los te laten. Juist deze kleurensystematiek stelt de consument in staat om in één oogopslag kennis te nemen van onderzoeksresultaten van de NVWA. De leden van de D66-fractie vrezen dat het slechts openbaar maken van samenvattingen van inspectieresultaten de toegankelijkheid en begrijpelijkheid zal verslechteren. Kan de Minister aangeven waarom is gekozen de kleurensystematiek los te laten of is de Minister bereid de kleurensystematiek ook in de nieuwe situatie te blijven gebruiken? Zo nee, op welke wijze gaat de Minister de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van de NVWA resultaten dan waarborgen?

In eerder correspondentie met uw Kamer3 is toegelicht dat de kleurensystematiek uitsluitend gebruikt gaat worden voor de productonderzoeken. Hierbij wordt informatie gegeven van producten, onafhankelijk waar en wanneer het product verkocht wordt. Bij de openbaarmaking van de resultaten van bedrijfsinspecties wordt de situatie bij een bedrijf op een bepaald inspectiemoment weergegeven. Dit is een momentopname. Door het nalevingniveau weer te geven met kleurcodes wordt het oordeel van de inspectie op dat moment benadrukt. Het zou kunnen dat een bedrijf de ene dag voldoet en op «groen» staat, en dat er de volgende dag toch iets aan de hand is en het «geel» zou moeten zijn. Het omgekeerde is ook denkbaar. Het gebruik van kleurcodes geeft dan geen actueel beeld van de werkelijkheid. De regering blijft daarom bij de lijn dat inspectieresultaten van bedrijfsinspecties niet met kleurcodes gepresenteerd worden.

Om de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van de inspectieresultaten te waarborgen worden overzichtelijke oordelen van de inspectieresultaten gepresenteerd, waarbij de naleving van gecontroleerden wordt ingedeeld in nalevingscategorieën. Ook wordt de wijze van toezicht goed toegelicht in de contextinformatie. Op termijn worden ook de achterliggende inspectierapporten toegevoegd. Hiermee wordt op heldere wijze maximale transparantie geboden.

20. De leden van D66 zijn van mening dat het doel van de openbaarmaking enerzijds is om informatie te verstrekken aan consumenten, en anderzijds als een aansporing voor bedrijven om beter aan de voedselveiligheids- en hygiëneregelgeving te voldoen. Deelt de Minister de mening van de leden van de D66-fractie dat dit laatste door de afschaffing van de kleurensystematiek onder druk komt te staan? Zo nee, waarom niet?

De regering deelt niet de mening van de leden van de D66-fractie dat door afschaffing van de kleurcodes het doel van de openbaarmaking bedrijven aan te sporen de regelgeving na te leven, niet wordt bereikt. Met de in de Kamerbrief van 6 juni 2016 (Kamerstuk 34 111, nr. 10) aangekondigde presentatiewijze is er sprake van een heldere en objectieve weergave van de inspectieresultaten. In deze Kamerbrief is aangegeven dat de naleving van de bedrijven wordt gepresenteerd door overzichtelijke samenvattingen van de inspectieresultaten, de eventueel opgelegde sanctiebesluiten en op termijn de hieraan gekoppelde achterliggende inspectierapporten. Voor bedrijven is het van belang dat zij concreet inzicht hebben in de geconstateerde tekortkomingen, zodat zij hierop hunnen handelen kunnen afstemmen en verbeteringen kunnen doorvoeren.

21. Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie of de Minister bereid is te onderzoeken of de inspectieresultaten van de NVWA te zien kunnen zijn bij de ingang van eetgelegenheden, zoals reeds in Denemarken, New York en het Verenigd Koninkrijk gebruikelijk is. Zo nee, waarom niet?

De NVWA voert haar inspecties op een risicogebaseerde wijze uit. Dit houdt in dat niet alle bedrijven regelmatig bezocht worden, maar dat de controlefrequentie afhangt van de historie van het bedrijf, de risicocategorie en eventuele signalen van niet-naleving. Bij presentatie van de inspectieresultaten bij de ingang van eetgelegenheden moet er sprake zijn van een zodanige controlefrequentie, waarbij alle eetgelegenheden regelmatig worden bezocht, dat de informatie ook actueel is. Bij presentatie op een website is dit van minder groot belang, omdat bij presentatie op een website meer contextinformatie kan worden verstrekt.

Vragen en opmerkingen van de SP-fractie

Brief van de Minister

22. De leden van de SP-fractie vinden de tweede tranche van de AMvB waarin de openbaarmaking door de inspectie van informatie over calamiteiten zal worden geregeld, zeer belangrijk en wachten de nadere invulling af. Aangegeven wordt dat er jaarlijks zo’n 2500 calamiteitenmeldingen zijn waarbij in circa 4% van de gevallen de inspectie zelf onderzoek doet. Dit komt neer op slechts 100 onderzoeken op 2500 meldingen; dat vinden de leden van de SP-fractie een erg laag aantal. Deze leden vragen dan ook of de Minister van mening is dat dit aantal omhoog zou moeten en, indien personeelstekorten (deels) de oorzaak zijn, of de formatie van de IGJ in oprichting uitgebreid zou moeten worden.

Het beleid van de inspectie is er op gericht dat calamiteiten zoveel mogelijk door de zorgaanbieder zelf worden onderzocht omdat de zorgaanbieder op die manier het meeste van de casus leert. Dit zelfonderzoek ligt ook vast in het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. De inspectie voert onderzoek uit indien daar gelet op de omstandigheden van het geval noodzaak toe is of de inspectie daartoe wettelijk verplicht is. Dit beleid is niet ingegeven door de beschikbaarheid van personeel.

Nota van Toelichting

Inleiding

23. Als belangrijk uitgangspunt van de wet wordt benoemd dat niet alleen informatie over tekortkomingen openbaar wordt gemaakt maar ook positieve gegevens (bijvoorbeeld dat bij een bedrijf of instelling geen overtreding is geconstateerd). Hier wordt in het vervolg van de tekst echter nauwelijks aandacht aan besteed. De leden van de SP-fractie krijgen hier graag een uitgebreidere toelichting op. Aan welke positieve gegevens moet precies worden gedacht? Gaat het dan bijvoorbeeld alleen om de publicatie van rapporten naar aanleiding van aangekondigde of onaangekondigde inspecties waar geen tekortkomingen zijn geconstateerd, of gaat het dan ook om onderzoeken door de inspectie na calamiteitmeldingen, welke ongegrond blijken? Geldt het ook voor de uitkomsten van onderzoeken die organisaties/instellingen zelf ingesteld hebben na een calamiteitmelding of gaat het bijvoorbeeld zelfs om organisaties waarvan geen calamiteitmelding is ontvangen? En welke informatie wordt dan precies gepubliceerd? Deze leden stellen dat het uitgangspunt moet zijn dat het goed gaat in een organisatie/instelling. Zij vragen zich dan ook af wat er gebeurt als later, na publicatie van de positieve gegevens, blijkt dat toch dingen niet goed gaan in de organisatie/instelling, of als de instelling calamiteiten «gewoon» niet gemeld heeft. In hoeverre zit de publicatie van «positieve gegevens» effectief toezicht in de weg, als kritische rapportages tussen een breed scala van goed-nieuw-berichten gezocht moeten worden?

In de gewijzigde Gezondheidswet gaat het niet alleen om de presentatie van tekortkomingen maar om het geven van een volledig beeld. Ook informatie over goede naleving biedt informatie aan het brede publiek en kan een positief effect hebben op de naleving door bedrijven en zorgverleners. In het antwoord op vraag 6 is daar nader op ingegaan.

In mijn brief van 4 juli (Kamerstukken 34 111, nr 24) heb ik de voornemens voor de tweede tranche van deze AMvB met betrekking tot openbaarmaking van informatie bij calamiteiten uiteengezet. De nadere uitwerking van deze tweede tranche hoop ik voor het einde van het jaar aan uw Kamer te sturen.

24. Tegenover de grootschaligere openbaarmaking staat tegelijkertijd dat er meer beperkingen gelden. Om aan beide te voldoen zullen op de Gezondheidswet toegespitste werkwijzen en modellen ontwikkeld worden. Is het mogelijk inzicht te geven in de termijn waarop deze werkwijzen en modellen gereed zijn? Kan inzicht gegeven worden in de fasen waarin op termijn steeds meer informatie beschikbaar komt, zo vragen de leden van de SP-fractie.

De IGJ past haar werkwijzen en formats aan voor de inwerkingtreding van (de betreffende tranche(s) van) de AMvB.

Voor de NVWA geldt dat het uitgangspunt is dat het toezicht risicogericht is en dat schriftelijke uitkomsten van controle en onderzoek van de terreinen die in de AMvB zijn opgenomen, openbaar worden gemaakt. Er worden door de NVWA geen specifieke, andere werkwijzen ontwikkeld ten behoeve van de openbaarmaking van inspectieresultaten.

Wijze van openbaarmaking

25. De hoeveelheid gepubliceerde informatie op de websites van de inspecties kan door de AMvB flink toenemen, tegelijkertijd moet de informatie overzichtelijk en begrijpelijk blijven, zo onderschrijven de leden van de SP-fractie. Zijn er nog acties nodig, en zo ja welke, om de websites van de verschillende inspecties in gereedheid te brengen voor de uitvoering van de voorliggende AMvB? Is informatie beschikbaar over wat de bezoekers van de respectievelijke websites vinden van de (huidige) vindbaarheid en begrijpelijkheid van de gepubliceerde informatie? Is gedacht aan een eenvoudig systeem waarin de ernst van een bepaalde publicatie kan worden afgelezen?

De huidige website van de IGJ biedt de mogelijkheid tot het openbaar maken van rapporten en maatregelen. De inspectie onderzoekt de mogelijkheid om de informatie meer gebruiksvriendelijk te publiceren. Hierbij valt te denken aan een meer visuele presentatie van uitkomsten.De website is in voldoende mate gereed bij inwerkingtreding van de eerste tranche van de AMvB.

De NVWA werkt op dit moment aan de modernisering van haar website. De website krijgt een nieuw ontwerp waardoor de informatie zowel op een personal computer als op mobiele apparaten goed leesbaar is. De NVWA heeft bij de aanvang van het publiceren en tussentijds onderzoek gedaan naar de wensen en ervaringen van gebruikers bij het raadplegen van de website. In de duiding van de informatie van de inspectieresultaten is voldoende duidelijk zichtbaar of er sprake is van een al dan niet ernstige overtreding. De planning van de modernisering van de website van de NVWA is erop gericht dat deze gereed is om de eerste tranche van de AMvB in uitvoering te gaan brengen.

Uitvoerbaarheid

26. De leden van de SP-fractie zijn benieuwd welke wijzigingen zijn doorgevoerd in het ontwerp van de AMvB naar aanleiding van de uitvoerings- en handhaafbaarheidstoets, uitgevoerd door de NVWA en de IGZ. Deze leden ontvangen graag een volledig overzicht van deze wijzigingen. Aangezien de NVWA kampt met (forse) capaciteits- en ICT-problemen vragen genoemde leden of de NVWA afdoende capaciteit heeft voor de extra handelingen die benodigd zijn voor openbaarmaking.

Een overzicht van de wijzigingen heb ik gegeven in het antwoord op vraag 7. Op de benodigde capaciteit van de NVWA wordt nader ingegaan in het antwoord op vraag 27.

Personele consequenties

27. Aangegeven wordt dat de gewijzigde Gezondheidswet en de Jeugdwet openbaarmaking op veel grotere schaal mogelijk maken dan op basis van de Wet openbaarheid van bestuur. Dat vinden de leden van de SP-fractie een zeer positieve ontwikkeling. Deze leden vragen wel welke invloed deze AMvB heeft op de werkdruk/werklast voor de medewerkers van de drie verschillende inspecties. Wat zijn precies de personele consequenties en is er inzicht/onderzocht of de huidige personele capaciteit voldoende is om aan de nieuwe taken te voldoen? Zo nee, zal er extra personeel worden aangetrokken?

Het openbaar maken op basis van de Gezondheidswet is een nieuwe werkwijze voor de IGJ en de NVWA en brengt een andere manier van werken met zich mee. In de memorie van toelichting bij de Gezondheidswet werd reeds de verwachting uitgesproken dat het aantal voorlopige voorzieningen en bezwaren en beroepen zou toenemen nu de zienswijze fase in de Gezondheidswet (deels) is afgeschaft.

De NVWA schat in dat daarvoor structureel op jaarbasis 4.7 fte aan juridische capaciteit benodigd is. Dit veroorzaakt enige verschuiving binnen de beschikbare capaciteit naar meer juridische ondersteuning. De benodigde capaciteit voor de implementatie/uitvoering wordt ingeschat op 1 fte.

De IGJ heeft in het kader van de toezicht- en handhaafbaarheidstoets berekend dat zij 6 fte extra nodig heeft om deze eerste tranche van de AMvB uit te kunnen voeren.

Gevolgen voor de regeldruk

28. De extra lastendruk kan voor de drie inspecties gezamenlijk jaarlijks geschat worden op zo’n € 31.200,–. Kan de Minister aangeven of de inspecties ter compensatie voor deze extra kosten extra budget zullen ontvangen? Zo nee, hoe zullen deze extra kosten betaald gaan worden?

De berekende extra lastendruk waarop de leden van de SP-fractie doelen, betreft de lastendruk voor het gezamenlijke bedrijfsleven. De kosten zijn gebaseerd op een schatting van het aantal te verwachten reacties op aankondigingen voor publicatie en hoeveel tijd men kwijt is met het schrijven van een reactie. Het gaat bij het genoemde bedrag dus niet om kosten voor de drie inspecties.

Advies van het Adviescollege Toetsing Regeldruk

29. Aangegeven wordt dat het te vroeg is om een eindconclusie te trekken met betrekking tot het opnemen van een uniforme procedurele regeling in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat daarvoor eerst de besluitvorming rond het voorstel voor de Wet open overheid afgerond moet worden.

De leden van de SP-fractie vragen wanneer wordt besloten of er een wetsvoorstel om een algemene procedurele regeling over actief openbaar maken in de Awb ingediend wordt en of daarbij een inschatting kan worden gegeven van de termijn waarop de Kamer hierover geïnformeerd wordt? Verder stellen de leden van de SP-fractie dat in de AMvB staat beschreven dat het een voor dit besluit noodzakelijke wijziging van de Gezondheidswet betreft en vragen zij toe te lichten wat dit precies voor gevolgen heeft voor het actief openbaar maken van inspectierapporten tot deze besluitvorming is afgerond?

Besluitvorming over het tot stand brengen van een dergelijk wetsvoorstel zal zoals gezegd niet eerder plaatsvinden dan na afronding van de besluitvorming rond het voorstel voor de Wet open overheid. Dit initiatiefwetsvoorstel is ingediend in 2012 en ligt nu ter behandeling bij de Eerste Kamer. In de passage waaraan de leden van de fractie van de SP in deze vraag refereren wordt gedoeld op de wet van 14 november 2016 tot wijziging van de Gezondheidswet en de Jeugdwet (Stb. 2016, nr. 448). Deze wet biedt de basis voor actieve openbaarmaking onder de Gezondheidswet en de Jeugdwet zoals die nader wordt vormgegeven in de voorliggende AMvB. Dit traject is niet afhankelijk van verdere besluitvorming over een algemene procedurele regeling onder de Awb. Mocht die regeling er te zijner tijd komen, dan zal uiteraard worden bezien in hoeverre de nu tot stand gebrachte regels onder de Gezondheidswet en de Jeugdwet daarop moeten worden aangepast.

Internetconsultatie

30. Graag ontvangen de leden van de SP-fractie een overzicht van de partijen die gereageerd hebben tijdens de internetconsultatie, met daarbij per partij de belangrijkste opmerkingen weergegeven.

In totaal hebben zeven organisaties gereageerd, waarvan 5 reacties openbaar zijn. Insprekers mogen zelf kiezen voor vertrouwelijkheid. De openbare reacties komen van de Vereniging voor Innovatieve Geneesmiddelen, het Comité van Graanhandelaren en MVO – de ketenorganisatie voor oliën en vetten, GGZ Nederland, COV en de KNMG. Deze reacties zijn na te lezen op www.internetconsultatie.nl. Sommige reacties hadden betrekking op aspecten waarover de besluitvorming al had plaatsgevonden bij de wijziging van de Gezondheidswet en de Jeugdwet en moesten daarom buiten beschouwing blijven. Ook werd door enkele respondenten geanticipeerd op de openbaarmaking van calamiteitenrapporten. Dit zal onderwerp zijn van de tweede tranche van de AMvB.

Overige punten

31. De leden van de SP-fractie vragen wanneer de beleidsregels zullen verschijnen en inwerking zullen treden, met betrekking tot de herinspecties.

Voor het antwoord op deze vraag, verwijs ik naar het antwoord op de vragen 15 en 16.

Evaluatie

32. In de AMvB is nog geen besluit genomen over het moment van evaluatie, gezien de fasegewijze uitbreiding. De leden van de SP-fractie vragen de Minister waarom er niet voor gekozen wordt om vijf jaar na inwerkingtreding een evaluatie uit te voeren, mits er zwaarwegende redenen zijn deze termijn (iets) te verschuiven. Daarnaast zijn zij benieuwd of er al enig inzicht gegeven kan worden in de onderdelen/vragen die meegenomen zullen worden in de evaluatie.

Mijn voornemens met betrekking tot de evaluatie heb ik uiteengezet in mijn antwoord op vraag 18.

Artikelsgewijs

Artikel 1

33. Is de constatering van de leden van de SP-fractie juist dat de nummering van de onderdelen «e» en «f» in de Nota van Toelichting niet overeenkomt met de nummering in artikel 1 van het besluit? Indien correct, vragen genoemde leden deze nummering aan te passen.

De constatering van de leden van de SP-fractie is juist. De nummering zal worden aangepast.

Artikel 3

34. Het besluit betreft drie verschillende inspecties die op een groot aantal (verschillende) wetten en werkvelden toezicht houden. De leden van de SP-fractie begrijpen de logica achter het besluit dit gezamenlijk in één AMvB te regelen en begrijpen tegelijkertijd dat vanwege de verschillen in aard en werkvelden, niet voor alle drie de inspecties exact dezelfde criteria/termijnen geformuleerd kunnen worden. In de bijlage wordt per inspectie een nadere uitwerking weergegeven. Deze leden vragen aanvullend daarop om een helder overzicht met daarin de belangrijkste verschillen tussen de drie inspecties weergegeven als het gaat om het openbaar maken of juist niet openbaar maken van inspectiegegevens, zowel al bestaand, als geregeld middels de nu voorliggende AMvB. (idem 8)

De leden van de SP constateren terecht dat de verschillen in de (aard van) de werkvelden hebben geleid tot de uitwerking in bijlagen per inspectie. In de bijlage van de AMvB is per inspectie aangegeven welke domeinen en wetten zijn aangewezen en welke inspectiegegevens binnen deze domeinen openbaar worden gemaakt. De voorliggende AMvB vormt een voortzetting van het huidige openbaarmakingsbeleid onder de Wob. Het betreft voor de verschillende inspecties de volgende gegevens:

NVWA

  • visafslagen: informatie over bedrijfsinspecties voedselveiligheid, sanctiebesluiten en schriftelijke waarschuwingen.

  • horeca (m.u.v. eetkramen): informatie over bedrijfsinspecties voedselveiligheid, sanctiebesluiten en schriftelijke waarschuwingen.

  • Non-foodproducten: informatie over productveiligheidsonderzoeken, sanctiebesluiten en schriftelijke waarschuwingen.

IGJ

  • informatie over inspectierapporten, behalve rapporten m.b.t. meldingen (waaronder calamiteiten) of rapporten die ten grondslag worden gelegd aan een bestuurlijke boete.

  • informatie over kennisgevingen met betrekking tot verscherpt toezicht.

  • informatie over bevelen en aanwijzingen.

  • informatie over lasten onder bestuursdwang en lasten onder dwangsom.

  • informatie over besluiten tot invordering van dwangsommen en verhaal van kosten van de uitvoering van bestuursdwang.

IGJ/IVenJ (Jeugddomein)

  • informatie over inspectierapporten, behalve rapporten m.b.t. meldingen (waaronder calamiteiten) of rapporten ten grondslag worden gelegd aan een tuchtklacht of een bestuurlijke boete.

  • informatie over kennisgevingen met betrekking tot verscherpt toezicht

  • informatie met betrekking tot aanwijzingen, bevelen, lasten onder bestuursdwang en lasten onder dwangsom.

Artikel 7

35. De leden van de SP-fractie concluderen dat informatie met betrekking tot het toezicht op – en de uitvoering van regelgeving in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba niet onder de AMvB valt. Kan de Minister toelichten in hoeverre er nu op enigerlei wijze sprake is van openbaarmaking van inspectiegegevens op de openbare lichamen? Is er voldoende zicht op- en inzicht in de situatie van de organisaties/instellingen?

De NVWA oefent momenteel geen toezicht uit op de openbare lichamen.

Voor de IGJ geldt dat de in artikel 44, derde lid, onderdelen h tot en met k, van de Gezondheidswet gegeven opsomming van besluiten die in de onderliggende AMvB voor openbaarmaking kunnen worden aangewezen, uitsluitend besluiten betreffen op grond van Europees Nederlandse wetgeving. Besluiten op grond van de BES-wetgeving worden nu niet in deze AMvB aangewezen. De IGJ heeft in de afgelopen jaren maatregelen ten aanzien van zorginstellingen op de BES openbaar gemaakt op grond van de Wet openbaarheid van bestuur BES. Inspectiegegevens over het toezicht op de jeugdzorg en gezinsvoogdij zijn in de afgelopen jaren openbaar gemaakt. Daarnaast is het afgelopen jaar het rapport over de kwaliteit van zorg van het ziekenhuis op Bonaire openbaar gemaakt. De IGJ voert geregeld inspectiebezoeken uit bij zorgaanbieders in Caribisch Nederland. Zo is er de afgelopen jaren aan het ziekenhuis op Bonaire een toezichtbezoek gebracht en daarnaast onder meer aan alle tandartsen en thuiszorgaanbieders. In het kader van het toezicht op de jeugdzorg en de gezinsvoogdij vinden jaarlijks bezoeken plaats, waaronder vorig jaar aan Jeugdzorg en Gezinsvoogdij Caribisch Nederland en dit jaar aan een residentiële jeugdzorginstelling op Bonaire.

Toelichting op de bijlage

Onderdeel 1: openbaarmaking door de NVWA

36. Graag ontvangen de leden van de SP-fractie een toelichting op het besluit om geen gebruik meer te maken van de kleurensystematiek bij de openbaarmaking iNZake bedrijfsgericht toezicht. Zal hiermee informatie verdwijnen?

Nee, er verdwijnt geen informatie door niet gebruik te maken van de kleurensystematiek. Door de presentatie van oordelen aan de hand van nalevingscategorieën, de schriftelijke waarschuwingen, de sanctiebesluiten en op termijn de achterliggende inspectierapporten, wordt de informatie op een overzichtelijke manier openbaar gemaakt.

37. Aangegeven wordt dat het openbaar maken van trajecten op de wijze waarop de Gezondheidswet dat voorschrijft, onder andere aanzienlijke investeringen en aanpassingen van ICT vergt. Kan inzicht gegeven worden in de (hoogte van de) nodige investeringen en een planning met betrekking tot de aanpassingen in de ICT?

De IGJ maakt voor openbaarmaking gebruik van het nieuwe zaaksysteem dat zij begin 2019 implementeert. Omdat het systeem alle primaire processen van de inspectie omvat, is het niet mogelijk om aan te geven welk deel hiervan aan openbaarmaking kan worden toegeschreven. Verder onderzoekt de inspectie de noodzaak om haar website aan te passen zodat de uitkomsten van toezicht en handhaving zo transparant mogelijk openbaar kunnen worden gemaakt. Gelet op de fase waarin dit onderzoek zich bevindt, zijn de kosten hiervan nog niet duidelijk.

Bij de NVWA is de uitrol van de openbaarmaking mede afhankelijk van de snelheid van de aanpassingen van het nieuwe ICT-systeem. In dit systeem worden de inspectieresultaten vastgelegd die de basis zijn voor het openbaar maken van de oordelen op de website van de NVWA. Voor de benodigde investeringen en planning met betrekking tot de aanpassingen in de ICT verwijs ik nu naar de voortgangsrapportage van plan NVWA2020, waarvan u de volgende voortgangsrapportage dit najaar kunt verwachten. Op dit moment wordt het ICT-systeem bij de NVWA gereed gemaakt om de in de eerste tranche van de amvb genoemde trajecten openbaar te kunnen maken.

Gefaseerde uitbreiding van de toezichtinformatie, thema en toezichtstrajecten

38. De NVWA zal de toezichtsinformatie stapsgewijs openbaar maken, te beginnen met de trajecten visafslagen en horeca. Welke trajecten zullen, op welke termijn, volgen in de openbaarmaking van toezichtsinformatie, zo vragen de leden van de SP-fractie. Is het voor de NVWA in de uitvoering praktisch om tegelijkertijd voor verschillende trajecten te werken met verschillende regels ten aanzien van de openbaarmaking van toezichtsinformatie?

Op dit moment wordt nog een aantal trajecten op grond van artikel 8 van de Wob openbaar gemaakt. De NVWA zal geleidelijk overgaan naar het nieuwe regime en zal op termijn de informatie op grond van de Gezondheidswet openbaar maken. De NVWA heeft een Kader Actieve Openbaarmaking opgesteld. Daarin staat beschreven op welke wijze de oordelen over bedrijven en producten tot stand komen. Deze regels zijn het uitgangspunt voor actieve openbaarmaking van alle trajecten en staat op de NVWA-website.

Onderdeel II: openbaarmaking door de IGJ

Openbaar te maken informatie

39. Beschreven wordt dat de genoemde wetgeving soms een bijzondere openbaarmakingsbepaling bevat en dat een dergelijke bepaling openbaarmaking op grond van de Gezondheidswet in de weg staat. Als voorbeeld wordt artikel 29 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen genoemd. De leden van de SP-fractie vragen toe te lichten wat voor de AMvB precies de gevolgen zijn van dergelijke bepalingen en om een uitputtend overzicht te geven van de wetten (en artikelen) die openbaarmaking op grond van de Gezondheidswet in de weg staan?

In de AMvB is een lijst opgenomen met wetten waarvan de IGJ de uitkomsten van controle en onderzoek, die voortvloeien uit het toezicht op de naleving van die wetten, openbaar zal gaan maken. Het komt in enkele gevallen voor dat een in die lijst opgenomen wet een bijzondere openbaarmakingsbepaling bevat, op grond waarvan er voor de openbaarmaking een bijzondere regel of beperking geldt. Deze bijzondere regel of beperking gaat dan voor. Openbaarmaking vindt dan plaats in overeenstemming met die bijzondere bepaling. Voor wat betreft de IGJ bevat naast het in de nota van toelichting genoemde voorbeeld van artikel 29 van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek op mensen, ook artikel 3.6 jo 2.24 van de Wet handhaving consumentenbescherming zo’n bijzondere bepaling.

40. Waarom is besloten het opleggen van een bestuurlijke boete niet in de AMvB op te nemen, waardoor het openbaar maken van boeterapporten uitgezonderd is van openbaarmaking?

De AMvB zal met verschillende tranches stap voor stap worden uitgebreid. De boetebesluiten komen in de derde tranche aan bod.

41. Geldt het voor alle wetten dat de inspectie bevoegd, dan wel gemandateerd is tot het besluiten over openbaarmaking, zo vragen de leden van de SP-fractie. Of zijn er nog wetten waarbij het ministerie deze bevoegdheid in eigen handen heeft en dus niet gemandateerd heeft aan een andere partij? Zo ja, welke wetten betreft dat?

Voor alle in de bijlage genoemde wetten geldt, dat ofwel de ambtenaren van de IGJ zelf bevoegd zijn tot het nemen van een openbaarmakingsbesluit, ofwel dat zij die besluiten in mandaat nemen voor de desbetreffende Minister(s).

Onderdeel III: Openbaarmaking door de IJZ en IJenV

Openbaar te maken informatie

42. Aangegeven wordt dat de komende periode wordt gebruikt om voor de calamiteitenrapporten naar aanleiding van eigen onderzoek door de IGJ en IJenV, en de rapporten van toezicht Sociaal Domein/Samenwerkend Toezicht Jeugd, de werkprocessen uit te werken voordat zij een plek krijgen in de AMvB. De leden van de SP-fractie zijn benieuwd of al enig zicht is op de termijn waarop deze onderdelen een plaats krijgen in de AMvB.

De openbaarmaking van bevindingen van onderzoeken naar calamiteiten die door IGJ, de Inspectie Justitie en Veiligheid en/of Toezicht Sociaal Domein/Samenwerkend Toezicht Jeugd zelf zijn uitgevoerd, komen aan de orde in de tweede fase van de AMvB.

Wijze van openbaarmaking

43. Graag ontvangen de leden van de SP-fractie een overzicht van de wijze waarop het (sinds 1 januari 2015) uitgebreide handhavingsinstrumentarium van het jeugddomein is gebruikt, inclusief een toelichting op de constatering dat van deze mogelijkheden nog slechts in beperkte mate gebruik gemaakt is.

De inspectie zet de maatregelen die het handhavingsinstrumentarium biedt zo gericht mogelijk in om ze effectief te laten zijn en te houden. Dit is in lijn met de gekozen visie van de inspectie. Harde maatregelen waar dat nodig is en zachte maatregelen als dat volstaat. In de praktijk betekent dit dat als de inspectie verwacht dat een lichtere interventie toereikend is om het gewenste effect te bereiken dat dan die weg wordt gekozen. De uitbreiding van het instrumentarium is nog vrij recent en daarom is het moeilijk om nu al te kunnen spreken van gebruik in beperkte mate. De inspectie houdt uiteraard de effectiviteit van haar handhavingsmaatregelen goed in de gaten.

Vragen en opmerkingen van de Partij voor de Dieren-fractie

44. Genoemde leden willen graag nadere uitleg over de ambitie en planning van openbaarmaking van gegevens van de inspectiediensten. De Gezondheidswet is reeds in 2016 aangenomen, waarna lang gewacht is op het voorliggende ontwerpbesluit. Kan de Minister toelichten waarom het zo lang geduurd heeft voordat dit besluit naar de Kamers is gestuurd?

Nadat eind 2016 de Gezondheidswet is aangenomen is de concept AMvB opgesteld en voorgelegd aan de inspecties voor een uitvoerings- en handhavingstoets. Na verwerking van de resultaten van deze toetsen is de concept AMvB gereed gemaakt voor de internetconsultatie die in de zomer van 2017 heeft plaatsgevonden. Na verwerking van de uit de consultatie naar voren gekomen opmerkingen is de AMvB onderwerp geweest van interdepartementale afstemming, leidend tot een akkoord in de ministerraad in het voorjaar van 2018 om de concept AMvB voor te hangen. Een belangrijke reden dat dit proces niet sneller is verlopen is de kabinetswissel geweest in de periode na de internetconsultatie. Daarnaast heeft voor het tempo een rol gespeeld dat het ging om een AMvB voor vier inspecties waarbij drie ministeries betrokken zijn. Dat vergde de nodige afstemmingstijd. Daarbij kwam vervolgens ook dat tijdens het proces de IGZ en IJZ zijn gefuseerd.

45. In de nota van toelichting valt te lezen dat er op de Gezondheidswet toegespitste werkwijzen en modellen zullen moeten worden ontwikkeld om een grotere hoeveelheid informatie openbaar te kunnen maken. Wat is de planning voor de ontwikkeling van deze werkwijzen en modellen? Welke fasen ziet de Minister voor zich, wanneer komen deze gereed en wanneer zal dit proces in het geheel afgerond zijn?

Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag 24.

46. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat het niet wenselijk is dat openbaarmaking over verschillende bedrijfstakken die onder toezicht van de NVWA staan, altijd op dezelfde manier plaatsvindt. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie vragen de Minister hier een nadere toelichting op te geven.

Het publiceren van inspectie informatie moet gericht zijn op de doelen die het wil bereiken, in relatie tot doelgroep. De opzet van openbaarmaking wordt zoveel mogelijk geharmoniseerd. Het is echter voorstelbaar dat informatie over visafslagen niet helemaal gelijk is aan informatie over horeca inspecties. De contextinformatie moet de juiste duiding geven zodat de «gebruiker» van de informatie maximaal en eenvoudig bediend wordt. De informatie wordt daarmee voor ieder openbaar te maken traject op een eigen specifieke en herkenbare wijze openbaar gemaakt.

47. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn teleurgesteld in de zeer beperkte hoeveelheid informatie die de NVWA op grond van dit voorliggende ontwerpbesluit openbaar lijkt te gaan maken. Het ontwerpbesluit ziet toe op actieve openbaarmaking van gegevens over inspecties van horeca, producten en visafslagen. Zij vragen waarom voor deze sectoren is gekozen en waarom er niet meer bedrijfstakken worden meegenomen in het voorliggende ontwerpbesluit? Ook vragen deze leden hoe dit zich verhoudt tot de huidige praktijk van openbaarmaking van de NVWA en welke extra bevoegdheden ten opzichte van de huidige mogelijkheden van de NVWA het voorliggende besluit regelt. Nu de wettelijke grondslag voor openbaarmaking van deze informatie wordt gewijzigd, op welke wijze zal dat van invloed zijn op de inhoud en wijze van openbaarmaking van gegevens over deze sectoren?

De AMvB regelt geen verruiming van bevoegdheden voor de NVWA. In de AMvB staat enkel welke informatie de NVWA openbaar zal maken en hoe zij dat doet. De wijziging van de wettelijke grondslag voor openbaarmaking heeft geen invloed op de inhoud en wijze van openbaarmaking. anders dan dat de kleurensystematiek bij bedrijfsinspecties komt te vervallen en dat informatie over schriftelijke waarschuwingen en sanctiebesluiten wordt toegevoegd.

De nu in de AMvB op te nemen sectoren zijn voor de NVWA bekende trajecten. De NVWA heeft inmiddels ervaring opgedaan met het openbaar maken van deze trajecten onder de Wob.

Onder het regime van de AMvB wordt echter een andere procedure gevolgd. Met uitzondering van de publicatie van de sanctiebesluiten wordt niet langer een individuele zienswijze aan de ondernemers gevraagd over het openbaar te maken oordeel maar er wordt uitsluitend aangekondigd dat het oordeel openbaar wordt gemaakt.

48. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zijn van mening dat uitkomsten van inspecties van bedrijven makkelijk toegankelijk zouden moeten zijn voor het publiek. Waarom zal de kleurensystematiek bij bedrijfsgericht toezicht worden losgelaten, aangezien dit juist voor consumenten op een snelle wijze inzichtelijk maakt in hoeverre een bedrijf zich houdt aan de wet- en regelgeving?

Over het niet gebruiken van de kleurensystematiek verwijs ik naar de antwoorden op de vragen 19, 20, en 36

49. Graag krijgen de leden van de Partij voor de Dieren-fractie gedetailleerde nadere informatie over de wijze waarop de regering de uitbreiding van de bedrijfstakken waarover de NVWA gegevens openbaar zal maken, gaat faseren. Wanneer worden inspectiegegevens over bedrijven in de veehouderij openbaar gemaakt? Wanneer krijgt het publiek toegang tot toezichtgegevens over de slachthuizen? Wanneer wordt eindelijk transparantie gegeven over inspectie van veetransporten?

Waarom wordt openbaarmaking van deze sectoren, waarvan bekend is dat de naleving van de wetgeving veel te wensen laat, niet al direct in dit besluit geregeld? Is de Minister bereid om de veehouderij, inclusief veetransport en slachthuizen, op te nemen in het voorliggende besluit? Zo nee, waarom niet? Immers, de NVWA geeft zelf aan dat openbaarmaking bevordert dat ondernemers zelf hun verantwoordelijkheid nemen, dat met openbaargemaakte inspectieresultaten zowel consumenten als bedrijven hun voordeel kunnen doen bij het maken van hun keuzes, en dat actieve openbaarmaking ondernemers prikkelt naleving als prioriteit te blijven zien, en dat bovendien de NVWA op deze manier maximaal transparant is over haar handelen4. Klopt het dat de Inspecteur Generaal van de NVWA heeft toegezegd dat «Rapporten met daarin de namen van slachthuizen (...) binnenkort als eerste online [verschijnen]»5? Waarom wordt dat dan niet met het voorliggende besluit geregeld, en wanneer wordt daar wel in voorzien? De leden van de Partij voor de Dieren-fractie verzoeken om een gedetailleerde planning van openbaarmaking van de toezicht- en uitvoeringgegevens van elk van de verschillende sectoren waar de NVWA op moet toezien.

Bij ieder traject dient vooraf beoordeeld te worden of de betreffende sector geschikt is voor openbaarmaking. Dat wil zeggen dat afgewogen wordt of de belangen van openbaarmaking (transparantie, handelingsperspectief, nalevingsbevordering) opwegen tegen de belangen van belanghebbenden (het eerbiedigen van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige bevoor- en benadeling). Deze afweging zal ook plaatsvinden bij de transportsector en de primaire sector om te beoordelen of voor deze sectoren openbaarmaking aan de orde is. De inspectieresultaten van de hygiëne- en dierenwelzijns-inspecties bij de slachthuizen zijn al openbaar. De openbaarmaking hiervan is vooralsnog op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Te zijnertijd zal de grondslag voor de openbaarmaking worden aangepast naar de Gezondheidswet. Een gedetailleerde planning van alle openbaar te maken trajecten door de NVWA is op dit moment niet beschikbaar. Zie voor het overige de beantwoording van vraag 8.