Nr. 6 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 11 juni 2015

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I komt artikel 273g te luiden:

Artikel 273g

1. Hij die seksuele handelingen verricht met een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich onder de in artikel 273f, eerste lid, onder 1°, bedoelde omstandigheden beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie indien degene ten aanzien van wie het in het eerste lid omschreven feit wordt gepleegd een persoon is die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

B

In artikel II komt artikel 286g te luiden:

Artikel 286g

1. Hij die seksuele handelingen verricht met een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich onder de in artikel 286f, eerste lid, onder 1°, bedoelde omstandigheden beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

2. De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie indien degene ten aanzien van wie het in het eerste lid omschreven feit wordt gepleegd een persoon is die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

Toelichting

Het advies van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen om in de strafbaarstelling rekening te houden met minderjarige slachtoffers wordt door de initiatiefnemers opgevolgd. Voorgesteld wordt om een onderscheid tussen meerderjarige en minderjarige slachtoffers tot uitdrukking te brengen in de wettekst en een strafverzwaringsgrond toe te voegen, in het geval het slachtoffer minderjarig is. Achterliggende gedachte van de initiatiefnemers hierbij is dat de uitbuitingssituatie waarin de minderjarige zich bevindt een hoger strafmaximum dan het strafmaximum bij jeugdprostitutie (artikel 248b Wetboek van Strafrecht, gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren) rechtvaardigt.

Segers Rebel Kooiman