Kamerstuk 33962-18

Amendement van het lid De Rouwe over het verantwoordelijk maken van de Minister van Infrastructuur en Milieu voor de coördinatie van de uitoefening van taken en bevoegdheden door het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen met het oog op het behoud en verbetering van de recreatieve infrastructuur voor wandelen, fietsen en varen, waaronder de aansluiting op de grensoverschrijdende infrastructuur en het verplicht stellen van instructieregels hieromtrent

Dossier: Regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet)


Nr. 18 AMENDEMENT VAN HET LID DE ROUWE

Ontvangen 19 mei 2015

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel 2.19, derde lid, wordt na onderdeel a een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • ab. bij Onze Minister: de coördinatie van de uitoefening van taken en bevoegdheden door het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen met het oog op het behoud en de verbetering van de recreatieve infrastructuur voor wandelen, fietsen en varen, waaronder begrepen de aansluiting op de grensoverschrijdende, recreatieve infrastructuur voor die activiteiten,.

II

Aan artikel 2.28 wordt, onder vervanging van de punt aan het einde van onderdeel d door een komma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. het behoud en de verbetering van de recreatieve infrastructuur voor wandelen, fietsen en varen, waaronder begrepen de aansluiting op de grensoverschrijdende, recreatieve infrastructuur voor die activiteiten.

Toelichting

Dit amendement ziet op het behoud en de verbetering van de recreatieve infrastructuur voor wandelen, fietsen en varen. Hieronder wordt mede begrepen de aansluiting van de nationale recreatieve infrastructuur voor deze activiteiten op de grensoverschrijdende recreatieve infrastructuur. Dit wordt concreet geregeld door de Minister van Infrastructuur en Milieu verantwoordelijk te maken voor de coördinatie van de uitoefening van taken en bevoegdheden door het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen met het oog op het behoud en de verbetering van de recreatieve infrastructuur voor wandelen, fietsen en varen, waaronder begrepen de aansluiting op de grensoverschrijdende, recreatieve infrastructuur voor die activiteiten. Tevens worden met het oog op het behoud en de verbetering van de recreatieve infrastructuur verplichte instructieregels over omgevingsplannen en projectbesluiten gesteld.

Indiener vindt dat in de Omgevingswet beschreven moet worden dat het Rijk een taak heeft waar het recreatief wandelen, fietsen en varen betreft. Indiener wijst daarbij op de aangenomen motie van het lid Van Helvert (Kamerstukken II, 2014/15, 33 888, nr. 11) over Een Stap Vooruit, waarin verwezen wordt naar een landelijk fiets- en wandelbeleid (en bovendien wordt verwezen naar het gedachtegoed van de initiatiefnota (Kamerstukken II, 2013/14, 33 888, nr. 2) waarin het Rijk een duidelijke taak heeft).

De Rouwe