Nr. 11 NADER VERSLAG

Vastgesteld 11 december 2013

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft naar aanleiding van de ontvangen nota naar aanleiding van het verslag en de nota van wijziging besloten tot het uitbrengen van een nader verslag.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

blz.

     

1.

Nota naar aanleiding van het verslag

1

2.

Nota van wijziging

5

1. Nota naar aanleiding van het verslag

De leden van de SP-fractie waarderen de stap om de fiscale regeling uit te breiden ten koste van de gemeentelijke vrijheid om eventueel een compensatieregeling voor chronisch zieken en gehandicapten in te stellen. Zij menen dat hiermee meer rechtsgelijkheid voor inwoners in Nederland ontstaat. Genoemde leden betreuren echter zeer dat de regering bij de bezuiniging op compensatieregelingen blijft van meer dan € 600 miljoen. Zij vragen de regering nogmaals om uitleg over deze bezuiniging. Vindt de regering deze bezuiniging van meer dan € 600 miljoen op zieken, chronisch zieken, gehandicapten en ouderen gerechtvaardigd? Kan de regering uitleggen waarom deze kwetsbare groepen in de samenleving moeten boeten voor de gevolgen van de economische crisis? Hebben zij die veroorzaakt?

Vindt de regering het eerlijk dat mensen die aantoonbaar geen alternatief hebben voor het betalen van het volledige eigen risico, door chronische ziekte, niet meer gecompenseerd worden voor dit nadeel? Was de gedachte niet dat juist mensen die niet af kunnen zien van zorg, door een chronische aandoening, tegemoet gekomen zouden worden. Waarom vindt de regering dit geen uitgangspunt meer? Op welke wijze worden mensen voor wie de korting op de eigen bijdrage voor de AWBZ vervalt door de afschaffing van de WTCG gecompenseerd?

De leden van de SP-leden vroegen de regering in het verslag naar een overzicht van wijzigingen van tegemoetkomingsregelingen voor chronisch zieken, ouderen en gehandicapten sinds 2006. Daarbij vroegen ze ook naar de inkomenseffecten van die regelingen. Kan de regering die overzichtelijk weergeven in haar antwoorden op dit nader verslag? Kan zij dan ook aangeven welke financiële wijzigingen op macroniveau hebben plaatsgevonden? Met andere woorden, tot welke budgettaire veranderingen leidden de maatregelen en daarbij wat betekende dit voor de inkomens van de mensen die van deze regelingen afhankelijk zijn?

Op pagina 37 van nota naar aanleiding van het verslag geeft de regering weer welke inkomenseffecten de afschaffing van de verschillende compensaties heeft voor verschillende huishoudenstypen. Deze leden danken de regering voor dit overzicht, maar zij vragen tevens om een nader overzicht. Welke effecten op de inkomens heeft het totaal aan maatregelen van de regering inclusief het begrotingsakkoord voor de verschillende huishoudenstypen? Kan de regering dit overzicht verstrekken.

De leden van de SP-fractie zijn zeer bezorgd over de gemeentelijke regeling ter compensatie van chronisch zieken en gehandicapten. Is het waar dat de gemeente Eindhoven heeft aangegeven dat de compensatie niet financieel hoeft te zijn, maar ook kan zitten in gemeentelijk aangepast vervoer? Vindt de regering dit een juiste invulling van de compensatieregeling? Klopt het dat de gemeente Den Haag een inkomensplafond heeft ingesteld waardoor mensen die net teveel inkomen hebben niet meer gecompenseerd worden voor meerkosten uit chronische ziekte? Kan de regering een overzicht geven van de verschillende gemeentelijke compensatieregelingen voor 2014?

Op welke wijze zijn de gemeentelijke compensatieregelingen voor 2014 tot stand gekomen? Welke adviezen heeft de regering aan gemeenten gegeven of aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)? Heeft de VNG gemeenten geholpen en zo ja op welke wijze? Kan de regering dit navragen?

Wanneer de compensatieregeling voor zorgkosten in de Wmo wordt opgenomen, zal dit hiervoor dan het compenstatiebeginsel gaan gelden?

Erkent de regering dat de versobering van de fiscale regeling, door bijvoorbeeld uitgaven voor scootmobielen, rolstoelen en woningaanpassingen uit te zonderen, kan betekenen dat mensen totaal niet meer tegemoet gekomen worden in dit soort kosten, omdat er gemeenten zijn die dit soort voorzieningen niet meer vergoeden boven bepaalde inkomensgrenzen? Vindt de regering dit in lijn liggen met de wens om langer thuis te kunnen blijven wonen?

De leden van de PVV-fractie hebben met teleurstelling kennisgenomen van het voornemen om de Wtcg en CER af te schaffen. In tijden van crisis de rekening bij ouderen, hulpbehoevenden, chronisch zieken en gehandicapten leggen is in de ogen van deze leden een onbegrijpelijke keuze. Het in stand houden van de fiscale aftrek is in de ogen van deze leden niet meer dan een doekje voor het bloeden.

De leden van de PVV-fractie schrikken zich wezenloos van de gepresenteerde inkomenseffecten. Is de regering bereid het wetsvoorstel in te trekken nu blijkt wat de effecten hiervan zijn voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten? Kan de regering de tabel uitbreiden met de inkomenseffecten voor mensen die in een instelling wonen?

In het regeerakkoord valt over het voornemen om te bezuinigen op inkomensondersteuning te lezen: «De combinatie van de introductie van inkomensafhankelijke zorgfinanciering en het organiseren van zorg dicht bij mensen maakt vereenvoudiging en decentralisatie mogelijk van regelingen als de Wtcg, fiscale aftrek van specifieke zorgkosten en de CER». Genoemde leden vragen waarom de regering deze maatregel door zet, nu de introductie van inkomensafhankelijke zorgfinanciering van de baan is. Welk effect heeft dit op het beoogde doel van de maatregel?

De CER-uitkering verdwijnt voor iedereen die in een AWBZ-instelling verblijft. Hoe gaan gemeenten deze doelgroep bereiken met hun maatwerk? Welk percentage bewoners van AWBZ-instellingen maakt het verplicht eigen risico niet vol?

De regering schrijft dat de ongerichtheid van de regelingen het maatschappelijk draagvlak ervan ondermijnt. Is onderzocht of er wel maatschappelijk draagvlak is voor het afschaffen van de Wtcg en de CER?

De leden van de PVV-fractie zijn van mening dat er sprake is van een tegenstrijdigheid. Aan de ene kant wordt gezegd dat de Wmo gericht is op participatie en niet op inkomensondersteuning, aan de andere kant wordt de Wmo genomen als wettelijk kader voor het verstrekken van financiële tegemoetkomingen. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar?

Door het schrappen van de inkomensondersteuning verdwijnt ook de Wtcg-korting op de eigen bijdrage. Met hoeveel zal de gemiddelde eigen bijdrage voor extramurale zorg stijgen? Met hoeveel zal de eigen bijdrage in 2015 (na decentralisaties) gestegen zijn ten opzichte van 2013?

Tot slot willen de leden van de PVV-fractie weten hoe het kan dat de regering spreekt van meer financiële mogelijkheden voor gemeenten, terwijl er sprake is van een bezuiniging van € 580 miljoen op het budget.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de nota naar aanleiding van het verslag en de nota van wijziging betreffende de afschaffing van de algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten, de compensatie voor het verplicht eigen risico, de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten en wijziging van de grondslag van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten.

Zij maken graag van de mogelijkheid gebruik hierover vragen te stellen. Mede in verband met het gesloten herfstakkoord tussen de PvdA, VVD, D66, ChristenUnie en SGP aangezien de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten in aangepaste vorm blijft bestaan na 2014.

De regering geeft in haar beantwoording meerder malen aan dat de oude regelingen niet doen wat ze zouden moeten doen. De doelgroep is lastig definieerbaar en regelingen zijn onvoldoende gericht. Deze leden vragen waarom de regering dan van mening is dat het overhevelen van (minder) middelen naar gemeenten waarbij gemeenten beleidsvrijheid krijgen deze regeling wel gaat doen wat hij moet doen, de maatwerkregeling is toch ook niet gericht. De middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds en zijn immers niet geoormerkt.

Voor deze groep was onder andere de fiscale aftrek bedoeld, maar wat blijft daarvan over na 2014? Graag een uitgebreide toelichting wat er onder de fiscale aftrek blijft inclusief de drempelbedragen om hiervoor in aanmerking te komen. Kun je straks als chronisch zieke in de schuldhulpverlening terechtkomen, omdat je meer zorgkosten maakt dan je kunt betalen, maar je geen recht hebt op een lokale regeling voor zorgkosten, omdat je een klein beetje eigen inkomen hebt?

De fiscale aftrek gaat uit van de gedachte dat je een bepaald netto inkomen zou moeten overhouden. Sommige kosten die je niet vrijwillig maakt, zoals zorgkosten, mogen daarom in aftrek komen. Werken moet immers lonen, was altijd het uitgangpunt. Vindt de regering deze gedachte nog steeds actueel? Zo ja, hoe is dit gewaarborgd nu de rolstoelen, scootmobielen en woningaanpassingen uit de aftrek zijn gehaald? De Wtcg en de CER worden afgeschaft en de gemeente kijkt voor de Wmo naar het inkomen? Hoe komt deze gedachte dan nog terug na de totale hervorming van de langdurige zorg? Of is de regering van mening dat een chronisch zieke alleen recht heeft op een basisinkomen (bijstand) en dus het beste thuis op de bank kan blijven zitten?

Nu al weigeren gemeenten aan inwoners een woningaanpassing omdat de gemeente in kwestie van mening is dat een inwoner dat zelf kan betalen. Als de vergoeding voor de woningaanpassing uit de fiscale regeling wordt gehaald, betekend dit voor de middeninkomens en daarboven een grote inbreuk op het besteedbaar inkomen. Vreest de regering zoals deze leden vrezen dat dit uiteindelijk een inbreuk zal zijn op de solidariteit die de verschillende groepen in de samenleving nu voor elkaar voelen? Anders gezegd: bereikt de regering hier niet mee dat mensen die altijd belastingen betaald hebben maar nu zien dat wanneer zij iets nodig hebben de deur gesloten blijft daar de solidariteit onder grote druk komt te staan?

De leden van de CDA-fractie vragen of er met de overheveling van deze maatwerkregeling van € 268 miljoen naar gemeenten een nieuw beleid wordt ingezet waarbij gemeenten beleidsvrijheid hebben om een eigen inkomensbeleid te gaan voeren na 2015? Genoemde leden lezen in de nota naar aanleiding van het verslag dat er naar aanleiding van een advies van de Raad voor de Financiële Verhoudingen momenteel de noodzaak van mogelijkheden wordt bezien van een tijdelijke aparte vangnetregeling voor het sociaal domein. Graag een uitgebreide toelichting wat deze leden hier precies onder moeten verstaan?

In de nota naar aanleiding van het verslag staat dat gemeenten in het kader van individuele bijzondere bijstand zelf bepalen welk deel van de middelen (inkomen en vermogen van een burger) bij de vaststelling van de draagkracht in aanmerking wordt genomen. Gaat de regering hier via nadere regelgeving aansluiten bij de algemene regels die nu gelden in de fiscaliteit (bijvoorbeeld via de eigen bijdrage regeling in de AWBZ/Wmo)? Zo nee, waarom niet? Zo ja, gaat dit niet leiden tot inkomensbeleid op lokaal niveau?

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de nota naar aanleiding van het verslag en de nota’s van wijziging. Zij willen de regering hartelijk danken voor de beantwoording en haar nog enkele vragen voorleggen.

De leden van de D66-fractie lezen in de beantwoording van de regering dat in 2014 en 2015 de integratie-uitkering huishoudelijke hulp met het toe te voegen budget zal worden verhoogd en via de Wmo-verdeelsleutel verdeeld. Wordt hiermee voor afzonderlijke gemeenten de doelgroep van chronisch zieken en gehandicapten voor 2014 en 2015 voldoende afgedekt in relatie tot de beschikbaar te stellen middelen, zo vragen deze leden.

De leden van de D66-fractie constateren dat de regering voor de monitoring van de gevolgen en (inkomens)effecten van onderhavig wetsvoorstel verwijst naar de decentralisatie-brief van 19 februari 2013 waarin wordt aangekondigd dat de regering met gemeenten afspraken zal maken over een intensieve monitoring van de bereikte resultaten. Genoemde leden vragen op dit punt een hardere en meer concrete toezegging van de regering. Hoe houdt de regering een vinger aan de pols? Hoe zullen de inkomenseffecten voor specifieke groepen worden gemonitord en hoe wordt voorkomen dat er groepen «tussen wal en schip vallen»? Op welke wijze zal de regering de Kamer hierover informeren?

De leden van de D66-fractie constateren dat de wet voorziet in een terugwerkende krachtbepaling tot 1 januari 2014 voor het geval publicatie van de wet plaatsvindt na 31 december 2013. Deze leden vragen hoe de regering zal zorgdragen voor een goede en tijdige communicatie naar rechthebbenden over de in het wetsvoorstel opgenomen wijzigingen.

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat in de nota naar aanleiding van het verslag van vrijwel alle fracties vragen zijn gesteld over de achteruitgang van de inkomenspositie van chronisch zieken en gehandicapten. Kan de regering verduidelijken in welke mate de inkomenspositie van chronisch zieken en gehandicapten met het gewijzigde wetvoorstel is verbeterd ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel?

Genoemde leden vragen of de VNG met een handreiking komt met betrekking tot de verschillende opties die gemeenten in het kader van dit wetsvoorstel hebben voor het verlenen van inkomensvoorzieningen. Zal forfaitaire regeling hierin ook uitgewerkt worden?

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in de nota naar aanleiding van het verslag dat er per persoon een compensatiebedrag kan worden uitgekeerd van € 700,00 wanneer gemeenten vooral kijken naar mensen met een inkomenseffect groter dan -2%. Kan een achteruitgang in inkomen na het intrekken van de verschillende landelijke inkomensondersteunende maatregelen op zichzelf een reden zijn voor chronisch zieken en gehandicapten om een compensatie (ofwel via de WMO of wel via de bijzondere bijstand) bij een gemeente aan te vragen?

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen welke tijdsspanne er nodig is voor gemeenten om de verordening zoals bedoeld in artikel 4a op te stellen en in werking te laten treden?

De leden van de ChristenUnie-fractie menen dat het goed zou zijn als gemeenten inzicht hebben over de persoonsgegevens van he CAK, uit de Wtcg, CER en korting op eigen bijdragen. Door het beschikbaar stellen van deze gegevens kan ervoor worden gezorgd dat juist de mensen die geconfronteerd worden met een forse koopkrachtachteruitgang goed in beeld zijn bij de gemeente. Is het mogelijk is deze gegevens beschikbaar te stellen?

Deze leden benadrukken dat ook na nadere wijziging van het wetsvoorstel het om een omvangrijke verandering gaat voor chronisch zieken en gehandicapten. Wordt de opvatting gedeeld dat van belang is, dat de gevolgen van dit wetsvoorstel worden gemonitord zodat inzichtelijk wordt op welke wijze de inkomenspositie van chronisch zieken en gehandicapten zich ontwikkeld.

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat het gewijzigde wetsvoorstel per 1 januari 2015 had moeten ingaan. Welke mogelijkheden zijn er om het wetsvoorstel met terugwerkende kracht te laten ingaan?

Genoemde leden vragen of de regering zich in Europees verband gaat inzetten om het beperken van de export van toeslagen zoals de tegemoetkoming arbeidsongeschikten naar andere lidstaten van de Europese Unie in de toekomst alsnog mogelijk te maken. Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze zal ze dit doen?

2. Nota van wijziging

De leden van de CDA-fractie lezen dat er in de nota van wijziging een nieuw artikel 4a voor de Wmo is opgenomen. Met de aanpassing van de Wmo wordt het voor gemeenten uitdrukkelijk mogelijk gemaakt om personen met een chronische ziekte en/of beperking al dan niet in de vorm van een forfaitaire vergoeding te verstrekken. De tegemoetkoming kan ook worden gegeven aan personen met een inkomen boven het netto sociaal minimum. Het ingevoegde artikel 4a van de Wmo geeft aan gemeenten de bevoegdheid om, naast en in samenhang met het reeds bestaande gemeentelijk instrumentarium voor ondersteuning binnen het sociaal domein, gericht een tegemoetkoming op maat te bieden aan personen met een beperking en/of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem met daarmee verband houdende, aannemelijke meerkosten. Hiervoor wordt structureel € 268 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. De leden van de CDA-fractie lezen meermalen het woord »kunnen» en leiden hieruit af dat gemeenten niet verplicht worden (moeten) mensen met een inkomen boven het sociaal minimum te compenseren voor het hebben van meerkosten door hun zorgafhankelijkheid. Klopt dit en zo ja, deelt de regering de mening dat de verlaging van de maatwerkgelden van € 706 miljoen naar € 268 miljoen de gemeente weinig mogelijkheden geeft dit daadwerkelijk te doen? Thuis blijven wordt straks voor deze doelgroep, die door hun beperking een aantal uur per week kan werken, misschien wel voordeliger dan werken.

Vervolgens vinden de leden van de CDA-fractie dat gemeenten nu toch in de mogelijkheid worden gesteld inkomensbeleid te gaan uitvoeren. Het is toch nimmer de bedoeling geweest dat de Wmo (zijnde een participatiewet) een wet wordt die mede bepaald hoe hoog het besteedbaar inkomen van de burger met beperkingen is? Deze leden vinden dat dit landelijk beleid moet zijn en moet blijven. Het gaat straks immers uitmaken waar je als burger met een beperking woont. Deelt de regering de mening dat een gemeente zeer beperkte invloed heeft op de meerkosten die door de ziekte, handicap of chronische ziekte worden gemaakt terwijl gemeenten die nu wel kunnen gaan compenseren?

Als alle regelingen voor de zorg en de eigen bijdragen uitgaan van het inkomen /inkomensafhankelijk zijn, wat betekent dit dan voor de chronische zieke met enig eigen inkomen en veel zorgkosten? Wat vindt de regering ervan dat de gemeenten vrijheid krijgen of en hoe ze chronisch zieken willen compenseren en de chronische zieke geen enkele zekerheid heeft of dat wel of niet gebeurd?

Daarnaast voeren gemeenten al jaren de Wet werk en bijstand (Wbb) uit. Als gevolg van deze wet bestaat er een wettelijke grens van 110% voor categoriale verstrekkingen en dit mag hoger zijn voor bijzondere bijstand en niet categoriale regelingen. In de praktijk zit deze bijstand op 120% van het wettelijk minimumloon. Gemeenten zijn dus gericht op lagere inkomens en niet op het ondersteunen van mensen met een hoger (midden) inkomen. Hoe ziet de regering dit?

In de nota van wijziging staat dat het «afhankelijk is van de inhoud en redactie van de verordening ten aanzien van de vorm van de verstrekking of het college van burgemeester en wethouders voor het verstrekken van een tegemoetkoming een beschikking moet afgeven.» Hoe is hier de rechtsbescherming van burgers gewaarborgd?

De leden van de D66-fractie lezen in de (eerste) nota van wijziging van het wetsvoorstel dat ook wat betreft de verstrekking van een tegemoetkoming als bedoeld in het ingevoegde artikel 4a wordt voorzien in de mogelijkheid van inwerkingtreding met terugwerkende kracht. Hoe zal de regering met gemeenten hierover communiceren, zodat gemeenten reeds in 2014 kunnen overgaan tot verstrekking van de tegemoetkoming?

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van de nota van wijziging voor voorstel tot afschaffing van de algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten, de compensatie voor het verplicht eigen risico, de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten en wijziging van de grondslag van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten. Deze leden hebben met instemming kennisgenomen van de wijziging, die mede naar aanleiding van de Begrotingsafspraken 2014 is gewijzigd. Zij hebben hierover nog enkele vragen.

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat voor gemeentelijk maatwerk structureel € 268 miljoen is gereserveerd, gemeenten kunnen op grond van de Wmo of via de bijzondere bijstand inkomensondersteunende maatregelen treffen. Kan de regering met twee verschillende casussen uiteenzetten wanneer het voor een chronisch zieke of gehandicapte beter is wanneer een gemeente inkomensondersteunende maatregelen treft via de Wmo en wanneer het beter is wanneer er voor de bijzondere bijstand wordt gekozen?

De voorzitter van de commissie, Neppérus

De adjunct-griffier van de commissie, Sjerp