Gepubliceerd: 7 juni 2013
Indiener(s): Martin van Rijn (staatssecretaris volksgezondheid, welzijn en sport) (PvdA)
Onderwerpen: gezondheidsrisico's jongeren zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33590-5.html
ID: 33590-5

Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 7 juni 2013

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, belast met het voorbereidend onderzoek van voorliggend wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de in het verslag opgenomen vragen en opmerkingen afdoende door de regering worden beantwoord acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

Blz.

     

1.

Inleiding

1

2.

Onderbouwing

3

3.

Gevolgen voor uitvoering en handhaving, alsmede de gevolgen voor burgers, bedrijfsleven, overheid en milieu

4

4.

Overig

9

1. Inleiding

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel om de minimumleeftijd voor de verkoop van tabaksproducten te verhogen van 16 naar 18 jaar. Genoemde leden hebben nog een aantal vragen.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggend wetsvoorstel. Deze leden vinden het belangrijk de minimumleeftijd voor de verkoop van tabak naar 18 jaar te verhogen, zoals ook de minimumleeftijd voor de verkoop van alcohol naar 18 verhoogd wordt. Tabak is verslavend en bijzonder schadelijk voor de gezondheid. Hoe eerder een kind met roken begint, hoe groter de kans dat hij of zij verslaafd raakt en blijft roken. Daarom zijn genoemde leden groot voorstander van beleid om roken te ontmoedigen en te beperken. Er dient zo veel mogelijk voorkomen te worden dat een nieuwe generatie nog met roken begint. Een breed pakket van ontmoedigingsmaatregelen is wat deze leden betreft dan ook nodig: verpakkingen minder aantrekkelijk maken, verkooppunten terugdringen, rookvrije schoolpleinen, additieven (smaakstoffen) aan banden en zo verder. Verhoging van de minimumverkoopleeftijd van tabaksproducten is voor deze leden een onderdeel van dit tabaksontmoedigingsbeleid, maar kan niet los gezien worden van andere (aanvullende) maatregelen. De leden van de PvdA-fractie hebben daarom een aantal vragen en opmerkingen over de handhaving van het verbod, maar daarnaast ook over het aantal verkooppunten, de communicatie over de maatregel en de stand van zaken inzake de herziening van de Europese richtlijn Tabaksproducten.

De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de Wijziging van de Tabakswet ter verhoging van de minimumleeftijd van 16 naar 18 jaar. Deze leden staan positief ten opzichte van deze wijziging. Wel hebben zij nog enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel van de regering om de minimumleeftijd voor de verkoop van tabaksproducten te verhogen naar 18 jaar. Dit voorstel past ook goed bij het initiatiefwetsvoorstel van de leden Voordewind, Van der Staaij, Hilkens (voorheen Bouwmeester) en Bruins Slot (voorheen Uitslag) tot verhoging van de minimumleeftijd voor de verkoop en het bezit van alcoholhoudende dranken naar 18 jaar1 en bij de in de Eerste Kamer aanvaarde motie van het lid Meurs c.s., waarin ook om deze leeftijdsverhoging gevraagd werd2. Een verhoging van de tabaksleeftijd past volgens deze leden goed bij een preventiebeleid, waarin het beschermen van de gezondheid van jongeren voorop staat. De leden van de CDA-fractie staan positief tegenover een ontmoedigingsbeleid met betrekking tot roken vanwege de enorme negatieve gevolgen die roken op de gezondheid van mensen heeft en de verslavende effecten van roken op jonge leeftijd. Wat gaat de regering doen om het imago van «roken is stoer» onder jongeren tegen te gaan en een omslag te bewerkstelligen naar «roken is dom»?

De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging van de Tabakswet ter verhoging van de minimumleeftijd van 16 jaar naar 18 jaar van personen aan wie tabaksproducten mogen worden verkocht. Deze leden onderschrijven het belang van een rookvrije jeugd maar stellen vragen bij de effectiviteit van de verhoging van de minimumleeftijd. Tegelijkertijd hebben zij aandacht voor de keuzevrijheid van het individu. In dit kader hebben genoemde leden nog enkele vragen, die zij aan de regering willen voorleggen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met grote belangstelling kennisgenomen van de wijziging van de Tabakswet ter verhoging van de minimumleeftijd van 16 jaar naar 18 jaar van personen aan wie tabaksproducten mogen worden verkocht. Zij onderschrijven de noodzaak van de verhoging. Het bewerkstelligen dat jongeren op late leeftijd beginnen met roken kan er immers voor zorgen dat er op termijn grote gezondheidswinst wordt geboekt. Deze leden hebben over het wetsvoorstel slechts enkele vragen.

De leden van de SGP-fractie hebben met veel belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel waarin de regering voorstelt de minimumleeftijd waarop jongeren tabak mogen kopen te verhogen naar 18 jaar. Deze leden pleiten hier – met het oog op de te bereiken gezondheidswinst voor jongeren – al jaren voor. Met dit wetsvoorstel komt er één heldere leeftijdsgrens voor de verkoop van alcohol en tabak, wat de communicatie over de leeftijdsgrenzen vereenvoudigt. Deze leden hebben op dit moment enkele vragen, die zij de regering in dit verslag voorhouden.

2. Onderbouwing

Aangegeven wordt dat door deze verhoging van de tabaksleeftijd het voor scholen makkelijker wordt om schoolpleinen rookvrij te maken. Echter, ook in de huidige situatie is het mogelijk voor scholen om hun schoolplein rookvrij te maken. En ook in de situatie die met dit wetsvoorstel wordt bereikt, blijven er leerlingen die wettelijk tabak mogen kopen. Bovendien is een schoolplein pas echt rookvrij als ook leraren niet meer roken op het schoolplein. Dus ook na invoering van het voorliggende wetsvoorstel zal het volledig van het beleid van de school afhankelijk zijn, of er sprake is van een rookvrij schoolplein. Hierover hebben de leden van de VVD-fractie de volgende vragen:

  • Veel scholen hebben momenteel schoolpleinen die grotendeels rookvrij zijn, maar waar op een specifiek klein deel van het plein, vaak uit het zicht, wél gerookt mag worden. Vindt de regering dit een rookvrij schoolplein, of is een schoolplein pas rookvrij als nergens in de school en op het terrein van scholen nog gerookt mag worden? Vallen leraren ook onder de regels van rookvrije schoolpleinen?

  • Kan de regering uitleggen op welke manier het verhogen van de leeftijd om tabak te kopen naar 18 jaar scholen helpt om de schoolpleinen rookvrij te maken? Welke nieuwe mogelijkheden om schoolpleinen rookvrij te maken ontstaan door het verhogen van de leeftijd waarop jongeren tabak mogen kopen? Overweegt de regering aanvullende wetgeving als blijkt dat de voorliggende wetswijziging geen of onvoldoende effect heeft op het aantal scholen dat de schoolpleinen rookvrij maakt?

Klaarblijkelijk heeft de regering het conceptwetsvoorstel aan diverse organisaties voorgelegd. Het wetsvoorstel kan rekenen op brede maatschappelijke steun van belanghebbende gezondheidsorganisaties en vanuit de tabaksindustrie. De leden van de CDA-fractie vragen of bepaalde organisaties ook kanttekeningen bij de verhoging van de minimumleeftijd voor tabak hebben geplaatst.

De leden van de D66-fractie stellen vast dat met de verhoging van de minimumleeftijd van personen aan wie tabaksproducten mogen worden verkocht gepoogd wordt het gebruik van tabaksproducten onder jongeren te doen afnemen. Genoemde leden vragen de regering hoe groot het gebruik van tabaksproducten onder jongeren is. Deze leden vragen de regering tot welk percentage zij het tabaksgebruik onder jongeren wil laten dalen. Zij vragen of deze verhoging ook daadwerkelijk tot dit resultaat zal leiden. Verschillende expertgroepen zoals het Trimbos-instituut benadrukken dat alleenstaande maatregelen weinig effect hebben op het gebruik van tabaksproducten onder jongeren. Aansluitend vragen de leden van de D66-fractie in hoeverre de regering deze wetswijziging consistent acht met andere leeftijdsgrenzen zoals voor de verkoop van vuurwerk en voor rijvaardigheid.

De leden van de D66-fractie hebben enkele vragen bij de totstandkoming van deze wetswijziging. Deze leden vragen de regering in hoeverre zij naar het buitenland gekeken heeft in relatie tot deze wetswijziging. Zij vragen de regering een overzicht te geven van de relevante regelingen in het buitenland. Verder vragen deze leden of de regering in overleg is getreden met het veld, bijvoorbeeld tabaksspeciaalzaken, supermarkten of de horeca. Zo ja, wat was de uitkomst van dit overleg? Voorts vragen genoemde leden welke kosten zijn gemoeid met de verhoging van de minimumleeftijd.

De leden van de D66-fractie vinden het voorts opmerkelijk dat de tabaksindustrie vóór de verhoging van de minimumleeftijd pleit. Genoemde leden waken er daarom ook voor dat deze wetswijziging een averechts effect kan hebben. Door de verhoging van de minimumleeftijd bestaat het risico dat minderjarigen roken juist uitdagender gaan vinden omdat de verkoop van tabaksproducten alleen legaal wordt voor volwassenen. Deze leden vragen de regering of zij voorziet dat de verhoging van de minimumleeftijd een dergelijk effect teweeg zal brengen en zo ja wat zij hier tegenover stelt. Een verhoging van de minimumleeftijd heeft weinig zin als deze in de praktijk niet wordt nageleefd bij verkooppunten of als jongeren via andere wegen alsnog aan tabaksproducten kunnen komen. Hiermee zou deze wetswijziging het beoogde effect niet teweegbrengen en uitholling van de leeftijdsnorm betekenen.

Er is een aantal maatregelen die aanvullend effect kunnen hebben op het gebruik van tabaksproducten onder jongeren. Zo zou een beperking van het aantal verkooppunten de toegankelijkheid van tabak doen dalen. De leden van de D66-fractie vragen de regering of zij een dergelijke maatregel overweegt. Voorts benadrukken genoemde leden het belang van bewustwording over de effecten van roken. Door meer inzet op preventie vermindert het gebruik van tabak, terwijl de keuzevrijheid van het individu in stand blijft. Deze leden vragen de regering daarom welke stappen zij zet om de bewustwording te vergroten.

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat er in de memorie van toelichting wordt gekozen om de verhoging van de minimumleeftijd voor tabak te koppelen aan de verhoging van de minimumleeftijd voor alcohol. Wordt deze koppeling ook door middel van publiekscampagnes naar buiten gebracht? Ziet de regering mogelijk gevaren met het koppelen van alcohol en tabak, er zit immers verschil als het gaat om de gezondheidsrisico’s van het nuttigen van alcohol of tabak? Op welke manier kan worden voorkomen dat er een verwarrende boodschap wordt gecommuniceerd?

3. Gevolgen voor uitvoering en handhaving, alsmede de gevolgen voor burgers, bedrijfsleven, overheid en milieu

Roken is een ongezonde gewoonte; dat staat vast. De regering wil met deze maatregel voorkomen dat mensen op jonge leeftijd al gaan roken. Een doel dat de leden van de VVD-fractie delen. Maar alleen het verhogen van een leeftijdsgrens leidt niet tot een verandering in het gedrag van mensen. Naleving van deze verandering en handhaving van de grenzen zijn cruciaal. Daarover hebben genoemde leden de volgende vragen:

  • De naleving van de huidige leeftijdsgrens door de verstrekkers van tabaksproducten is laag, zo staat in de memorie van toelichting. Kan de regering concreet aangeven hoeveel extra capaciteit zij per 2014 zal inzetten om deze naleving te verbeteren? Kan de regering deze extra capaciteit relateren aan het extra aantal jongeren dat wettelijk geen tabak meer mag kopen en aan de grootte van de markt? Kan de regering garanderen dat deze extra capaciteit voldoende is om te komen tot een adequate handhaving en naleving van deze wet?

  • Bij de recente aanpassing van de Drank- en Horecawet is gekozen om gemeenten verantwoordelijk te maken voor de handhaving. Heeft de regering overwogen om bij de voorliggende aanpassing van de Tabakswet ook de handhaving van de tabaksleeftijd in handen van de gemeenten te leggen? Kan de regering ingaan op de mogelijkheden, onmogelijkheden, voor- en nadelen van het handhaven van de tabaksleeftijd door gemeenten? Kan daarbij ook worden ingegaan op de mogelijke kostenvoordelen die behaald kunnen worden als de gemeentelijke handhavers bij hun controles in een keer zowel op de alcoholleeftijd als op de tabaksleeftijd kunnen handhaven?

  • Er is een groep jongeren die op dit moment legaal tabak mag kopen, maar dat na deze wetswijziging een tijd niet meer mag. Het ligt zeer voor de hand dat de spontane naleving door deze jongeren van de nieuwe leeftijdsgrens zeer laag zal zijn. Combineer dat met het gegeven dat de naleving door de verstrekkers van tabaksproducten laag is. Kan de regering aangeven wat haar verwachtingen zijn ten aanzien van het (rook)gedrag van deze groep jongeren? Welke acties gaat de regering ondernemen om ervoor te zorgen dat (ook) voor deze categorie de nieuwe grenzen worden nageleefd? Kan de regering aangeven hoe groot zij de kans acht dat deze maatregelen effect hebben ten aanzien van deze categorie?

  • Tijdens het recent in de Kamer gehouden rondetafelgesprek met veldpartijen en andere betrokkenen over tabaksbeleid is door veel partijen gepleit voor het strafbaar stellen van jongeren conform de recente aanpassing van de Drank- en Horecawet. Kan de regering ingaan op de mogelijkheden, onmogelijkheden, voor- en nadelen van een dergelijke maatregel? Heeft de regering deze maatregel overwogen bij de voorliggende aanpassing van de Tabakswet?

Bij de recente aanpassing van de Drank- en Horecawet is gekozen voor een nieuw sanctiestelsel: niet alleen boetes, maar ook (tijdelijke) verkoopverboden zodra geconstateerd wordt dat alcoholhoudende producten verkocht worden aan jongeren die de daarvoor geldende leeftijd nog niet hebben bereikt. Met het oog op adequate naleving en handhaving van de leeftijdsgrenzen bij tabakswaren en met het oog op eenduidige regelgeving zou een verkoopverbod ook bij de verkoop van tabakswaren een passende maatregel kunnen zijn. Kan de regering ingaan op de mogelijkheden, onmogelijkheden, voor- en nadelen van een dergelijke maatregel? Heeft de regering deze maatregel overwogen bij de voorliggende aanpassing van de Tabakswet?

De leden van de fractie van de PvdA vinden het logisch dat de minimumleeftijd voor de verkoop van tabak en alcohol op één lijn komt. Het maakt de handhaving overzichtelijker, namelijk voor iedereen onder de 18 geen genotsmiddelen. Het geeft ook een duidelijk signaal af: roken en alcohol drinken hoort niet bij kinderen.

Maar de maatregel moet wel gehandhaafd worden. De Raad van State wijst ook op het belang van de handhaving. De leden van de PvdA-fractie vinden dat in lijn met de opmerkingen van de Raad van State nog steviger ingezet moet worden op de handhaving.

Uit de VWA Monitor Tabaksverstrekking jongeren uit 2009 blijkt dat minderjarigen onder de 16 die tabak willen kopen, daarin vrijwel altijd slagen. Het aantal jongeren beneden de leeftijdsgrens van 16 dat tabak wil kopen is relatief laag. In de groep jongeren van 16 en 17 jaar is het aantal rokers helaas veel groter: in deze groep rookt bijna een kwart dagelijks, blijkt uit cijfers van de Stichting Volksgezondheid en Roken (STIVORO). Een verhoging van de minimumverkoopleeftijd zal dus grote gevolgen hebben voor de naleving van het verbod om tabak aan jongeren te verkopen: een grotere groep jonge rokers zal tabaksproducten proberen te kopen, terwijl ze dat niet mogen.

In de memorie van toelichting schrijft de regering dat de tabaksdetailhandel zich onlangs gecommitteerd heeft aan verbetering van de naleving door middel van een campagne om te voorkomen dat tabaksproducten worden verkocht aan jongeren onder de 16 jaar. Wordt deze campagne geëvalueerd en zo ja, door wie en wanneer?

Op welke wijze wordt het speciale jongerenteam ingezet voor de handhaving? Voorbeelden uit andere landen laten zien dat «mysteryshoppers» een effectieve manier zijn om controles uit te voeren. Zullen ook in Nederland jonge controleurs worden ingezet die inspecteurs kunnen bijstaan?

Gemeenten hebben een belangrijke taak bij de controle en handhaving van de Drank- en Horecawet. Welke rol krijgen en hebben gemeenten bij de handhaving van de minimumleeftijd voor de verkoop van tabak?

Wat zijn volgens de regering de grootste problemen in het kader van de handhaving, en welke oplossingen ziet zij voor deze problemen?

Eén van de punten die handhaving van het verbod lastig maken, is het grote aantal verkooppunten. In Nederland zijn er ongeveer 60.000 plekken waar men tabak kan kopen, dat is omgerekend één verkooppunt per 278 inwoners. In bijvoorbeeld Zweden is dat één per 822 inwoners. Wat vindt de regering van dit grote aantal verkooppunten?

De leden van de fractie van de PvdA willen ook graag een reactie van de regering op een mogelijk ongewenst effect van de voorgestelde maatregel. Organisaties als STIVORO waarschuwen voor het risico van de «verboden vrucht»: jongeren die roken aantrekkelijk gaan vinden omdat het verboden wordt. Roken als rite-de-passage naar volwassenheid. Kan de regering hierop een reactie geven? Wordt er onderzoek gedaan naar de mogelijke ongewenste effecten van de maatregel en van communicatie over de maatregel, en zo ja op welke wijze? Op welke wijze wordt de verslavende werking van tabak en de enorme gezondheidsschade ervan aan jongeren overgebracht?

De leden van de SP-fractie constateren dat een dalend aantal jongeren een aankooppoging doet. In 1999 was dit nog 24%, in 2005 was dit gedaald naar 9%. Genoemde leden zijn van mening dat dit een positieve trend is. Tegelijkertijd constateren deze leden dat de slaagkans bij een aankooppoging zeer hoog is: 93% tot 100% van de jongeren die een aankooppoging doet slaagt daarin. Deze leden komen tot de conclusie dat jongeren wanneer zij tabak willen kopen geen enkele barrière ondervinden. Genoemde leden vragen de regering hoe dat volgens haar mogelijk is. Zelf constateren zij dat de oorzaak te vinden is in tekortschietende controles waardoor verkooppunten geen enkele druk voelen om zich te houden aan de leeftijdsgrens. De kans dat de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) op controle komt bij een winkelier is 1,5%. Deze leden vragen of de regering denkt dat een dergelijk laag percentage druk zet op winkeliers om zich te houden aan de wet. Voorts willen genoemde leden weten of de regering het met hen eens is dat dit percentage omhoog moet wil controle daadwerkelijk effectief worden. De leden van de SP-fractie willen weten of de regering voornemens is de capaciteit van de NVWA uit te breiden. Dat is volgens deze leden helemaal noodzakelijk nu de regering voornemens is de tabaksleeftijd te verhogen waardoor de groep jongeren die tabak niet meer mag aanschaffen significant groter wordt. Voorts willen genoemde leden weten of de regering het inzetten van mysteryshoppers een effectief middel vindt. Zo ja, wil de regering dit middel in de toekomst gaan gebruiken? Van de ondersteuning die de tabaksdetailhandel volgens de regering geeft aan het beter naleven van de wet verwachten de leden van de SP-fractie weinig heil. Gezien het hoge percentage geslaagde aankooppogingen lijkt het er niet op dat deze instemming in de praktijk veel effect zal sorteren. Deze leden vragen waarop de regering haar optimisme baseert dat dit wel het geval zal zijn.

De leden van de SP-fractie zijn van mening dat er te veel tabaksverkooppunten zijn. Door het aantal verkooppunten te verminderen heeft de tabaksindustrie minder mogelijkheden om mensen te verleiden om tabak te kopen. Is de regering dat met deze leden eens? Daarnaast wordt de controle door de NVWA hierdoor vergemakkelijkt en de effectiviteit dus verhoogd. Is de regering dat met genoemde leden eens? Supermarkten, benzinestations en andere verkooppunten stellen de verkoop van tabak te zien als een service aan de klant. Zij gebruiken dit als argument om niet te stoppen met de verkoop van tabak omdat zij zeggen bang te zijn klanten te verliezen wanneer zij eenzijdig zouden besluiten te stoppen met de verkoop van tabak. Volgt de regering deze redenering of deelt zij de mening van de leden van de SP-fractie dat het verkopen van een schadelijk product als tabak niet als een service moet worden aangemerkt? Deze leden vragen of de regering het met hen eens is dat de enige manier om het aantal verkooppunten te beperken het aanpassen van de wet is omdat de verkooppunten het onderling niet eens kunnen worden over beperking van de verkoop. De leden van de SP-fractie vragen of de regering van plan is de wet hierop aan te passen.

De leden van de CDA-fractie hebben nog enkele vragen over de handhaafbaarheid van de leeftijdsgrens. De Raad van State plaatst een aantal kanttekeningen met betrekking tot de handhaving van de leeftijdsgrens. Deze leden zien dat de toelichting aangevuld is met de door de Raad van State genoemde passages uit de VWA Monitor Tabaksverstrekking jongeren. De regering gaat echter niet specifiek in op de vraag van de Raad van State of gelet op het rookgedrag van 16-jarigen en 17-jarigen het verkoopverbod bij een verhoogde leeftijdsgrens niet nog slechter door tabaksverstrekkers zal worden nageleefd. Graag zouden deze leden een nadere toelichting op dit punt willen hebben.

De regering schrijft in de memorie van toelichting dat de spontane naleving door de jongeren onder de huidige leeftijdsgrens zeer hoog is, maar de naleving door de verstrekkers van tabaksproducten laag is. Deze leden vragen of de spontane naleving wellicht hoog is, omdat jongeren gemakkelijk van 16-plussers sigaretten krijgen.

De leden van de CDA-fractie lezen tot hun tevredenheid dat de NVWA meer handhavingscapaciteit krijgt. Welke doelen stelt de regering met betrekking tot het aantal controles vanaf 2014?

Uit de memorie van toelichting blijkt ook dat vanuit de detailhandel weinig draagvlak voor het naleven van de leeftijdsgrens is. Veel gehoord argument is dat als zij «nee» zeggen, een jongere zonder problemen bij een andere winkel rookwaren kan halen. Dit zorgt ervoor dat de naleving vanuit de detailhandel in een neerwaartse spiraal terecht komt. Welke mogelijkheden ziet de regering om bij de detailhandel tot een striktere naleving van de minimumtabaksleeftijd te komen?

Uit het rondetafelgesprek in de Kamer bleek dat handhavers van de NVWA met veel agressie te maken krijgen. Vaak gaan zij alleen nog met twee personen een horecazaak binnen als zij het rookverbod controleren. Hoe kijkt de regering tegen deze onwenselijke ontwikkeling aan? Wat wil de regering doen om de positie van de handhavers van de NVWA te versterken?

Ook ontstaat vanuit de detailhandel de roep om het bezit van rookwaren net als het bezit van alcohol in de openbare ruimte voor jongeren onder de 18 jaar strafbaar te stellen. Welke voor- en nadelen zitten aan het strafbaar stellen van het bezit van rookwaren door jongeren onder de 18 jaar in de openbare ruimte? Welke verschillen en overeenkomsten ziet de regering tussen strafbaarstelling van het bezit van alcohol en een eventuele strafbaarstelling van rookwaren?

De memorie van toelichting maakt ook melding van een speciaal jongerenteam dat veel voorwerk kan doen voor de handhaving van de rookvrije horeca. Graag zouden de leden van de CDA-fractie meer informatie willen hebben over de opzet en de taakstelling van dit jongerenteam. Betreft dit de volledige uitbreiding van de NVWA van 17 fte?

Uit het rondetafelgesprek bleek ook dat jongeren zeker nog niet gewend zijn om zelf hun identiteitskaart bij de aanschaf van rookwaren te laten zien. Welke maatregelen dan wel initiatieven bestaan er om jongeren ongevraagd hun ID aan de kassa te laten zien?

Eén van de moeilijke aspecten van het handhaven van de tabaksleeftijd is dat er enorm veel verkooppunten van sigaretten zijn, zoals supermarkten, discotheken, benzinestations en detailhandel. Bij veel van die verkooppunten is er overlap met de verkoop van alcohol. De handhaving van de minimumleeftijd alcohol is inmiddels in handen van de gemeenten. De leden van de CDA-fractie willen graag van de regering weten welke voor- en nadelen kleven aan het overdragen van de handhaving van de tabaksleeftijd van de NVWA aan de gemeenten.

Welke maatregelen neemt de regering om de verkoop van alcohol en tabak aan jongeren onder de 18 jaar op internet tegen te gaan? Hoe staat het met de toezegging van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in het algemeen overleg over de herziening van de EU-Tabaksproductenrichtlijn van 28 februari 2013 dat hij de Kamer zou informeren over de voortgang van methoden voor leeftijdsverificatie en de actie die de regering hierop onderneemt?3

De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat een verhoging van de tabaksleeftijd succesvoller is als dit gepaard gaat met een doeltreffende handhaving en adequate voorlichting. Deze leden vragen de regering of zij een voorlichtingscampagne wil opstarten, in de aanloop naar en nadat de leeftijdsverhoging een feit is. Op welke wijze denkt de regering de jongeren onder de 18 jaar en hun ouders te kunnen bereiken? Hoeveel geld is beschikbaar voor een goede en gerichte voorlichtingscampagne?

Daarbij vragen genoemde leden ook aandacht voor het verschillende karakter van voorlichting tussen alcohol en tabak, omdat tabak altijd slecht voor de volksgezondheid is. Hoe geeft de regering invulling aan dit aspect? Daarnaast geldt ook dat de leden van de CDA-fractie het belangrijk vinden dat er geen sfeer ontstaat dat alcohol en tabak kan vanaf de leeftijd van 18 jaar. Het verboden vrucht-effect noemen deze leden dit. Er zal ook sprake zijn van ontmoediging van het gebruik van alcohol en tabak na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar. Hoe zet de regering zich voor deze doelstelling in?

Er zal een groep jongeren van 16 en 17 jaar zijn die bij inwerkingtreding van de wet niet langer tabakswaren mag kopen. Hoe groot is deze groep? Bij het initiatiefwetsvoorstel tot verhoging van de leeftijdsgrens van alcohol van 16 naar 18 jaar is er gekozen voor een harde landing. Dat betekent dat de nieuwe regelgeving voor elke jongere vanaf 16 jaar gelijk ingaat. Kiest de regering ook hier voor een harde landing? Is er extra aandacht voor de periode waarin jongeren die nu nog legaal tabak mogen kopen dat straks niet meer mogen?

De leden van de D66-fractie merken op dat in de praktijk blijkt dat gemeenten zeer verschillend omgaan met de controle op de handhaving van het rookbeleid. De leden van de D66-fractie vragen de regering welke voorkeur zij heeft bij de uitvoering van het handhavingsbeleid van de minimumleeftijd van tabaksverkoop. Wil zij deze taak hoofdzakelijk leggen bij de gemeenten of bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit? Voorts merken deze leden op dat de capaciteit voor controle in de horeca in 2012 erg beperkt was met 3154 gerichte controles op meer dan 50.000 horecagelegenheden. Zij vragen de regering hoeveel controles op de handhaving van de minimumverkoopleeftijd er plaatsvinden bij tabaksverkooppunten. Hoeveel tabaksverkooppunten zijn er? Hoeveel extra controles wil de regering laten uitvoeren? De verhoging van de minimumleeftijd zorgt voor een toename van het aantal personen waar geen tabaksproducten aan verkocht mogen worden. Hoe groot is de toename in de te controleren groep als gevolg van de verhoging van de minimumleeftijd? De leden van de D66-fractie vragen de regering of zij van mening is dat er voldoende controles plaatsvinden. Genoemde leden zijn van mening dat de kern van het tabaksontmoedigingsbeleid moet liggen op handhaving. Regelgeving heeft immers pas effect als deze in de praktijk wordt nageleefd.

De controle op de minimumleeftijd bij de verkoop van tabaksproducten aan de kassa wordt bemoeilijkt omdat winkelmedewerkers vaak niet naar leeftijdsverificatie vragen. Dit is met name een probleem bij jonge medewerkers die met leeftijdsgenoten te maken hebben. De leden van de D66-fractie vragen de regering welke oplossingen zij aandraagt voor dit probleem.

De leden van de ChristenUnie-fractie begrijpen dat de spontane naleving door jongeren onder de huidige leeftijdsgrens zeer hoog is, maar de naleving door de verstrekkers van tabaksproducten laag. Zij lezen dat de regering de intentie heeft om de handhaving van de verkoop van tabaksproducten te intensiveren, in hoeverre denkt de regering erover om het aantal verkooppunten van tabak te verminderen?

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op dat er geen financiële paragraaf bij dit wetsvoorstel is bijgesloten, zij vragen of het mogelijk is deze toe te voegen.

De regering geeft aan dat jongeren onder de 16 jaar die een kooppoging doen, daar ook bijna altijd in slagen (tussen de 93% en de 100%). De leden van de SGP-fractie vragen of de regering specifiek kan ingaan op de opmerking van de Raad van State, die – gelet op het rookgedrag van 16- en 17-jarigen – wijst op het risico dat het verkoopverbod bij een verhoogde leeftijdsgrens nog slechter door tabaksverstrekkers zal worden nageleefd. Heeft de NVWA voldoende capaciteit – zelfs met de extra inzet van het huidige leeftijdsgrenzenteam alcohol – voor de handhaving? Heeft de regering ook overwogen om de handhaving van de leeftijd voor de verkoop van tabak – net als bij de controle op de verkoop van alcohol – bij de gemeenten te leggen? Zo ja, waarom heeft de regering daarvan afgezien?

Heeft de regering ook overwogen om – net als in de nieuwe Drank- en Horecawet – prikkels en mogelijke sancties in te bouwen voor ondernemers om de handhaving van de leeftijdsgrenzen te verbeteren? Zo ja, welke en waarom heeft de regering deze niet in dit wetsvoorstel opgenomen?

Buiten toezicht en handhaving wordt niet gesproken over de gevolgen voor de overheid. Hoe wordt de voorlichting over deze wetswijziging vormgegeven en hoeveel gaat dat kosten, zo vragen de leden van de SGP-fractie.

4. Overig

De leden van de PvdA-fractie vinden dat verpakkingen van tabak zo snel mogelijk zo onaantrekkelijk mogelijk moeten worden gemaakt. Sigaretten in glimmende pakjes met mooie bloemetjes moeten zo snel mogelijk verdwijnen. Hetzelfde geldt voor allerlei smaakstoffen in sigaretten die het makkelijker maken voor kinderen om te beginnen met roken.

Helaas is er op dit punt weinig te verwachten van de tabaksindustrie zelf. Verpakkingen en additieven moeten in Europees verband worden aangepakt. Wat zijn de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de herziening van de Europese richtlijn Tabaksproducten COM (2012) 788?

In het Europees Parlement is duidelijke tweedeling te zien tussen voor- en tegenstanders van een strenger rookbeleid. Lobbyisten van de tabaksindustrie zijn in groten getale actief in Brussel, zij hebben niet alleen contact met parlementsleden, maar ook met ambtenaren die betrokken zijn bij de richtlijn Tabaksproducten. Kan de regering in het kader van artikel 5.3 van het Framework Convention Tobacco Control van de World Health Organisation (WHO) de Kamer informeren welke ontmoetingen er hebben plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van de tabakslobby en Nederlandse overheidsfunctionarissen?

De leden van de SP-fractie vragen hoe de regering aankijkt tegen het opnemen in de wet van restricties inzake tabakstoevoegingen die gewenning en verslaving aan tabak vergemakkelijken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Neppérus

Adjunct-griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Clemens