Kamerstuk 33322-48

Fraudebestrijding meststoffenwet

Dossier: Wijziging van de Meststoffenwet (invoering mestverwerkingsplicht)

Gepubliceerd: 6 november 2013
Indiener(s): Sharon Dijksma (staatssecretaris economische zaken) (PvdA)
Onderwerpen: landbouw organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33322-48.html
ID: 33322-48

Nr. 48 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 november 2013

Hierbij informeer ik uw Kamer over fraudebestrijding, zoals ik heb toegezegd tijdens de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Meststoffenwet (invoering mestverwerkingsplicht, Kamerstukken 33 322) op 24 september jl. (Handelingen II 2013/14, nr. 4 behandeling wetsvoorstel Wijziging van de Meststoffenwet (invoering stelsel verantwoorde mestafzet)).

De mestwetgeving geeft het kader van milieuvoorwaarden, gerelateerd aan het gebruik van mineralen uit dierlijke mest, waarbinnen marktpartijen opereren. Ondernemers die deze regels (on)bewust overtreden, ondermijnen de realisatie van deze doelen. Daarmee brengen zij schade toe aan hun omgeving (water-, bodem- en luchtkwaliteit) en daarmee aan biodiversiteit en kwaliteit van leven. Het voldoen aan de milieudoelstellingen is van belang voor eerlijke concurrentie tussen bedrijven en voor de maatschappelijke legitimiteit.

Met deze brief geef ik u mijn overwegingen ten aanzien van aanscherpingen van het wettelijk kader en de handhavingsstrategie, waarbij mijn aandacht zich momenteel vooral richt op vaste mest (inclusief dikke fractie na mestscheiding) en de concentratiegebieden.

Ik heb eveneens toegezegd om u te informeren over de interventies van NVWA en DR in 2012. Deze informatie zal ik u separaat voor het einde van dit jaar toezenden.

Aanscherping wettelijk kader

Aanscherping van de regelgeving biedt geen panacee voor alle fraude. Toch is het noodzakelijk om gaten in regelgeving te dichten, die benut worden door bewuste overtreders. Dit resulteert in veel gevallen in administratieve of financiële lastenverzwaring voor àlle ondernemers, en dus ook voor degenen die zich wel aan de regels houden. Er is echter geen goed alternatief voorhanden.

Ik heb intensief overleg met vertegenwoordigers van de primaire en intermediaire sector (LTO, Cumela en TLN) over mogelijkheden voor het verbeteren van de naleving. Deze organisaties geven aan dat fraude milieurisico’s en oneerlijke concurrentieverhoudingen oplevert en daarom niet getolereerd mag worden. Ik ben blij met deze inzet van de sectororganisaties. Een gezamenlijke aanpak is noodzakelijk om effectieve beleidsaanpassingen voor te bereiden.

Ten eerste wordt gekeken naar mogelijkheden om de monstername van vaste mest te verbeteren. Nu wordt vaste mest handmatig bemonsterd door de vervoerder, waardoor de objectiviteit onvoldoende geborgd is. Ik wil overstappen naar een betrouwbaarder systeem. Ik ben in overleg met de geaccrediteerde private laboratoria of zij in dit nieuwe system de rol van monsternemer over zouden kunnen nemen en hoe de kwaliteit van de monsterneming op een objectieve en eenduidige wijze geborgd kan worden.

De hogere kosten per monster die deze systeemwijziging, naar verwachting met zich mee zal brengen, zouden ingeperkt kunnen worden door met partijmonsters te werken. Deze mogelijkheden worden eveneens onderzocht.

Ten tweede gaat het om de vaste inbouw van AGR/GPS-apparatuur op mesttransportmiddelen. Bij vervoer van drijfmest is een onlosmakelijke verbinding van de registratie- en positioneringsapparatuur met het transportmiddel reeds verplicht. Een vergelijkbare, onlosmakelijke verbinding bij vaste mest voorkomt het rijden met «losse AGR-koffers» (een praktijk die gebruikt wordt om zwarte mest te creëren). Het gebruik van charters wordt met deze maatregel bemoeilijkt, wat als nadeel van deze maatregel is geïdentificeerd.

Hoe snel deze maatregel geïntroduceerd wordt, hangt onder meer af van de tijd die de sector nodig heeft om de benodigde investeringen te doen. Het is mijn ambitie om deze maatregel van kracht te laten worden op 1 juli 2014.

Over de introductie van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob), heb ik reeds met u gesproken tijdens de recente behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Meststoffenwet. Daarmee ontstaat de mogelijkheid tot het weigeren of schrappen van de registratie van intermediaire ondernemers.

Daarnaast wordt ook onderzocht of het mogelijk is intermediaire bedrijven aan te pakken op onevenwichtige aan- en afvoer van stikstof en wordt gekeken naar mogelijkheden om opslagen op effectievere wijze te registreren en te controleren. Ook vindt er ambtelijk overleg met Vlaanderen plaats over fraude met mesttransporten. In dit kader wordt ook gesproken over een overeenkomst voor gegevensuitwisseling over grensoverschrijdende mesttransporten.

Zo wordt er ten algemene, continu kritisch gekeken naar en ingespeeld op mogelijkheden om handhaving te verbeteren en fraude in te perken.

Handhavingsstrategie

Een goed werkend systeem vergt van zowel overheid als sector inspanning om fraude aan te pakken.

Controle en handhaving van de Nederlandse mestregelgeving is een gecombineerde verantwoordelijkheid van Dienst Regelingen (DR) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Jaarlijks, en waar nodig ook tussentijds, worden onderdelen of doelgroepen gekozen waar zich specifiek grote milieu-, of frauderisico’s voordoen.

Dit houdt in dat de gegeven inzet van middelen zo effectief mogelijk wordt ingezet. Voor de onderlinge verdeling wordt afgewogen waar fysiek toezicht noodzakelijk is, en waar administratief toezicht voldoende mogelijkheden geeft. Geconstateerde misstanden worden, afhankelijk van de zwaarte van de overtreding, bestuurs- of strafrechtelijk, via het openbaar ministerie, behandeld. Soms vergt dit een lange juridische adem, maar soms kan het ook snel, met behulp van bestuurlijke boetes voer ik een lik-op-stuk-beleid. Momenteel zet ik vooral in op controles in de concentratiegebieden.

Gemeenten en waterschappen hebben een rol bij handhaving van bepalingen uit, respectievelijk, het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Waterwet. De politie heeft een rol vanuit haar algemene strafrechtelijke bevoegdheid.

Aanvullend hierop kan borging en sanctionering ook in privaatrechtelijke sfeer plaatsvinden. Een voorbeeld hiervan is de borging van de kringloopwijzer in kwaliteits- en duurzaamheidssystemen die de ondernemers of keten zelf al gebruiken. Dit draagt bij aan de maatschappelijke acceptatie van de wijze van ondernemen. Ook ondersteunen de belangenverenigingen de naleving door het verspreiden van praktische handleidingen voor het naleven van de mestwetgeving en het geven van voorlichting.

De inzet van de primaire en intermediaire sector om samen met de overheid knelpunten in de naleving op te lossen, draagt bij aan effectief mestbeleid. Naar de toekomst toe zal ik die samenwerking blijven zoeken ten behoeve van fraudebestrijding en verbetering van de naleving. Daarbij zal ik onderstrepen dat het in het belang van het milieu, maar ook in het belang van de concurrentieverhoudingen in de sector en maatschappelijk draagvlak van ketens is, dat de sectoren de individuele, onderlinge aanspreekbaarheid stimuleren en vergroten.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma