Kamerstuk 33135-17

Amendement van de leden Wiegman-van Meppelen Scheppink en Verhoeven ter vervanging van nr. 10 over de volledige werking voor Bijlage II van de CHW na 01-01-2014

Dossier: Wijziging van de Crisis- en herstelwet en diverse andere wetten in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht


48,0 %
52,0 %

VVD

PVV

SGP

D66

SP

CDA

PvdA

CU

GrKH

PvdD

BRINK

GL


Nr. 17 AMENDEMENT VAN DE LEDEN WIEGMAN-VAN MEPPELEN SCHEPPINK EN VERHOEVEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 101

Ontvangen 25 juni 2012

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In hoofdstuk 1 komt onderdeel A te luiden:

A

Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt de zinsnede «gebiedsontwikkelingsplannen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, alsmede de voor de uitvoering van de projecten waarop die gebiedsontwikkelingsplannen betrekking hebben» vervangen door: bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, alsmede de voor de uitvoering van de projecten waarop die bestemmingsplannen betrekking hebben.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Afdeling 3 is van toepassing op krachtens 2.18 aangewezen projecten en tot 1 januari 2014 op de in bijlage II bij deze wet bedoelde ruimtelijke en infrastructurele projecten.

Toelichting

Met dit amendement wordt geregeld dat de werking van bijlage II van het wetsvoorstel voor wat betreft artikel 1.11, de versoepeling van de verplichtingen in het kader van de milieueffectrapportage, sluit op 1 januari 2014. Dit heeft nauwelijks invloed op de in de Crisis- en herstelwet beoogde versnelling van procedures. Uit de evaluatie blijkt immers dat de verlichting van de milieueffectrapportageprocedure slechts in een beperkt aantal projecten tijdwinst oplevert. De tijdwinst zit met name in andere maatregelen uit de wet. Het versoepelen van de MER-verplichtingen heeft bovendien als risico dat er kwalitatief ondermaatse besluiten worden genomen en vernietiging van het betreffende besluit als daar tegen wordt geprocedeerd. Mede daarom zien in de praktijk bestuursorganen vaak ook af van gebruikmaking van artikel 1.11.

Wiegman-Van Meppelen Scheppink Verhoeven