Nr. 5 VERSLAG

Vastgesteld 2 november 2011

De vaste commissie voor Financiën1 belast met het voorbereidend onderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel van wet voldoende voorbereid.

Inhoudsopgave

Blz.

   

• Algemeen

1

• Aanleiding

2

• Nieuwe elementen

3

• Verzoek tot invordering

4

• Organisatorische inbedding

4

• Opbrengsten

4

• Uitvoeringskosten

4

• Overig

4

• Artikelsgewijs

6

– Artikel 25

6

– Artikel 28

6

Algemeen

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden zijn van mening dat iedereen aan zijn of haar (belasting)verplichtingen moet voldoen en staat daarom positief tegenover dit wetsvoorstel, dat erop toeziet dat belastingschulden die moeilijk invorderbaar zijn in de ene lidstaat alsnog in te vorderen zijn in een andere lidstaat. Op een aantal onderdelen van het wetsvoorstel vragen de leden van de VVD-fractie nadere toelichting.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden vragen zich wel af of de gekozen afkorting, WWB, erg handig gekozen is. Het wetsvoorstel ziet er op grote lijnen goed uit, deze leden hebben daarom met name technische vragen.

De leden van de PVV-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden hebben daarbij nog wel enkele vragen en opmerkingen.

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. De leden zijn erg positief over de uitgebreidere mogelijkheden tot het verzoeken van bijstand bij de invordering die de nieuwe richtlijn en de implementatie daarvan in de wet bieden. Het is goed dat het verzoeken om bijstand bij de invordering straks ook mogelijk is voor lokale heffingen en bij belastingplichtigen anders dan natuurlijke personen en rechtspersonen. Ook de vereenvoudiging van de procedures achten de leden van de CDA-fractie positief, zodat bijstand bij de invordering makkelijker in te zetten is als middel ter bestrijding van fraude. In de memorie van toelichting vermeldt de regering immers dat bijstand bij de invordering een belangrijke rol speelt bij de bestrijding van fraude, waaronder bijvoorbeeld carrouselfraude. Het mag niet zo zijn dat fraudeurs met belastingschulden in Nederland hun vermogen naar het buitenland verplaatsen, waardoor Nederland de schuld niet kan invorderen en met de schade blijft zitten.

De leden van de SP-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel.

Aanleiding

De leden van de VVD-fractie vragen de regering nader toe te lichten waarom slecht 5% van het bedrag wordt ingevorderd van het totale bedrag waarvoor om bijstand wordt verzocht. Welke onderliggende problematiek ligt hieraan ten grondslag?

Ook de leden van de PVV-fractie vragen wat de verklaring en de oorzaken zijn van het feit dat slechts 5% van het bedrag waarvoor om bijstand wordt verzocht daadwerkelijk wordt ingevorderd. Kan de regering gemotiveerd aangeven of die oorzaken ook daadwerkelijk weggenomen worden met dit wetsvoorstel?

De leden van de SP-fractie hebben eveneens vragen over het percentage. Verwacht de regering dat er na inwerkingtreding van voorliggend wetsvoorstel een hoger percentage daadwerkelijk wordt ingevorderd? Zo ja, wat is de schatting van het ingevorderde percentage? Zijn er verder nog andere maatregelen denkbaar om het percentage in te vorderen bedragen te verhogen? Kan er een overzicht worden gegeven van de bedragen die de afgelopen jaren niet terugvorderbaar waren? Voorts vragen de leden van de SP-fractie welke belemmerende voorwaarden van de oude richtlijn, die een negatief effect hadden op de invorderingsresultaten, zijn vervallen.

De leden van de PvdA-fractie lezen dat er in de huidige situatie steeds meer ruimte kwam om te frauderen. Wat is volgens de regering de geschatte omvang van deze fraude? Wat is de geschatte misgelopen belastingopbrengst?

De leden van de PVV-fractie vragen of de regering kan aangeven hoe de invorderbare belastingschulden zijn samengesteld, te denken valt daarbij aan een indeling naar land, categorie belastingplichtige, soort belasting, Nederlands staatsburger/niet-Nederlands staatsburger.

De leden van de SP-fractie juichen toe dat de wijzigingen ook een grote rol spelen bij de bestrijding van btw-fraude. Kan de regering aangeven welke wijzigingen tot een betere bestrijding van btw-fraude leiden?

Nieuwe elementen

Er valt te lezen dat voortaan ook parkeerbelastingen onder de regeling zullen gaan vallen. De leden van de PvdA-fractie vragen of dit gewenst is. Ook vragen deze leden waarom er in dit geval sprake is van belastingen. Voor het vragen van inlichtingen is geen drempelwaarde van € 1 500 bepaald. Is de regering niet bang voor een enorme bureaucratie doordat de parkeerbelastingen ook onder dit wetsvoorstel gaan vallen?

De richtlijn is ook van toepassing op lokale belastingen, zo lezen de leden van de PVV-fractie. De gemeentelijke parkeerbelastingen kunnen op grond van voorliggend wetsvoorstel worden ingevorderd. Denkt de regering dat hier daadwerkelijk gebruik van gemaakt gaat worden, nu er een drempel voor de daadwerkelijke invordering van € 1 500? Op grond van de drempel van € 1 500 kan een gemeente pas daadwerkelijk overgaan invordering bij een belastingschuldige die dertien maal niet de parkeerbelasting heeft voldaan. Is er hier niet sprake van een omgekeerde wereld, namelijk dat een buitenlands belastingschuldige pas na dertien maal in de fout gaan wordt geknipt en geschoren, terwijl Ingrid na eenmaal in de fout te zijn gegaan geknipt en geschoren wordt. Is er hier geen sprake van ongelijke behandeling, zo vragen de leden van de PVV-fractie. Deze leden hebben nog een aantal vragen op dit punt. Is het mogelijk om door middel van verdragsonderhandelingen op een lagere grens dan € 1 500 uit te komen? Gaat de regering acties in die richting ondernemen? Is de consequentie van die € 1 500-grens dat het nu legitiem wordt voor gemeenten om bij een buitenlands kenteken indien de parkeerbelasting niet is voldaan om een wielklem aan te leggen en over te gaan tot wegslepen? Is er bij een buitenlands kenteken dan niet altijd sprake van een situatie waar een wielklem is gerechtvaardigd uit het oogpunt tot zekerheid van betaling? Hoe liggen de drempelbedragen bij de inning van strafrechtelijke boeten voor verkeersovertredingen? Zou er onder de grens van € 1 500 uit te komen zijn door de parkeerovertredingen weer terug te brengen in het strafrechtelijke traject?

Het gros van de op grond van voorliggend wetsvoorstel buitenlands invorderbare parkeerbelastingschulden wordt niet veroorzaakt door toeristen maar door ingezetenen van de EU die hier (min of meer) tijdelijk in loondienst of als zelfstandige werkzaam zijn, zo constateren de leden van de PVV-fractie. Deze onderdanen verblijven in Nederland voor langere tijd. Het is bij die groep algemeen bekend (Polen weten dat het Poolse kentekenregister een gemeentelijk register is en daarom nauwelijks toegankelijk) dat de parkeerbelasting niet ingevorderd wordt. EU-onderdanen die hier min of meer tijdelijk in loondienst of als zelfstandige werkzaam zijn dienen zich te registeren bij de Belastingdienst. In Duitsland wordt in een dergelijke situatie die buitenlandse auto opgenomen in het Duitse kentekenenregister onder het buitenlandse kenteken. Vervolgens wordt die auto in de Duitse wegenbelasting betrokken. Met de innig van de boeten schijnt het ook eenvoudiger te gaan. De leden van de PVV-fractie hebben enkele vragen op dit punt. Worden in Nederland bij de aanmelding als belastingplichtige ook gegevens over een meegenomen auto gevraagd? Worden die auto’s in Nederland geregistreerd in het Nederlandse kentekenenregister? Wordt daarbij het Nederlandse en het buitenlandse adres geregistreerd? Is het überhaupt mogelijk om buitenlandse kentekens in het Nederlandse register op te nemen? Als het onmogelijk is om buitenlandse kentekens in het Nederlandse register op te nemen wanneer zou dat wel mogelijk gemaakt kunnen worden?

Verzoek tot invordering

Moeten de nationale opties tot invordering allemaal ineffectief zijn gebleken voordat er overgegaan mag worden tot invordering in het buitenland, zo vragen de leden van de PVV-fractie. Moet er altijd een onroerende zaak in Nederland worden uitgewonnen voordat er verhaal mag worden gezocht op een buitenlands vermogensbestanddeel?

De leden van de CDA-fractie vragen in welk percentage gevallen verzoeken tot bijstand bij de invordering vanuit andere lidstaten aan Nederland niet tot succesvolle invordering door de Nederlandse Belastingdienst leiden. Door welke lidstaat worden de kosten voor de bijstand bij de invordering gedragen indien de invordering door de aangezochte lidstaat niet leidt tot het succesvol innen van de belastingschuld, zo vragen de leden van de CDA-fractie.

Organisatorische inbedding

De leden van de SP-fractie vragen een overzicht van belastingen en heffingen van lokale overheden die nu wel onder de wet gaan vallen, zoals bijvoorbeeld de parkeerbelasting. Wanneer er meer verzoeken via de lokale overheden binnenkomen dan verwacht, wat gaat de regering ondernemen om bijvoorbeeld het CLO te ontlasten?

Opbrengsten

De leden van de VVD-fractie vragen welke bedragen gemoeid zijn bij de niet geïnde belastingen, gezien het lage invorderingspercentage van 5 en de verjaringstermijn van vijf jaar. Over hoeveel belastingschuld spreken we hier?

Uitvoeringskosten

Ondanks dat de exacte uitvoeringskosten nog onbekend zijn, zouden de leden van de VVD-fractie graag een indicatie willen zien met betrekking tot de kosten voor Nederland, in welke orde van grote moet worden gedacht? Welke netwerken van overheidsorganisaties worden voor deze invordering ingezet? Welke maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat het zogenaamde ICT «Diginetwerk»budgettair en planmatig beheersbaar zal zijn? Wat zijn de kosten van dit voorgenomen ICT project?

Overig

De leden van de VVD fractie vragen of de regering kan aangeven of bij dit wetsvoorstel sprake is van kopwetgeving, waarbij Nederland meer doet dan de richtlijn voorschrijft.

De leden van de PvdA-fractie vragen of er gevaren zijn voor Nederlandse belangen met het implementeren van deze richtlijn? Lopen Nederlandse burgers en organisaties het gevaar op onterechte gronden gevolgd te gaan worden door belastingdiensten van andere lidstaten?

De leden van de PvdA-fractie lezen dat er nog een uitvoeringsverordening van de Commissie komt over andere voorschriften voor bepalingen over de inhoud van standaardformulieren en de wijze van verzending. Deze leden vragen wat er gebeurt totdat deze verordening er is? Hoe wordt er dan omgegaan met de standaardformulieren? En wanneer wordt de implementatie van de verordening verwacht?

De leden van de PvdA-fractie vragen wat de algemene verwachting van de regering is over het gebruik van de voorgestelde regeling. Zal er veel gebruik van gemaakt worden? Is Nederland van plan er veel gebruik van te maken? Voorts vragen deze leden of er in de oude wet nog meer geregeld was dan in deze nieuwe? Zo ja, wat gebeurt er met die onderdelen?

De leden van de PVV-fractie constateren dat Nederland met de meeste van de EU-landen belastingverdragen heeft afgesloten. In dergelijke verdragen zijn ook invorderingsbepalingen opgenomen. Hoe is de verhouding nu tussen deze verdragen en de richtlijn en de daar uit voort vloeiende wet? Is de invordering effectiever te regelen bij verdrag of bij richtlijn? Wat is hierover de verwachting na inwerkingtreding van voorliggend wetsvoorstel?

Omdat bijstand bij de invordering zo’n belangrijk middel is om fraude te bestrijden, willen de leden van de CDA-fractie graag weten hoeveel gebruik er gemaakt wordt van deze bijstand. Kan de regering aanvragen hoeveel verzoeken aan lidstaten om bijstand bij de invordering Nederland heeft uitstaan? Hoeveel verzoeken heeft Nederland in 2009, 2010 en 2011 gedaan? Hoeveel verzoeken om bijstand bij de invordering van andere lidstaten heeft Nederland ontvangen in deze jaren? Klopt het dat Nederland veel meer verzoeken uit het buitenland heeft ontvangen dan dat zij het buitenland om bijstand vraagt? Wat is daarvoor de reden? Is het zo dat de nationale invorderingsmiddelen van Nederland erg succesvol zijn en dat Nederland daarom weinig bijstand bij de invordering nodig heeft? Of loopt de Nederlandse Belastingdienst achter bij andere lidstaten met betrekking tot het vragen van bijstand bij de invordering? Zou de Belastingdienst een groter deel van de openstaande belastingschulden kunnen invorderen als er vaker een beroep gedaan wordt op bijstand bij de invordering van andere lidstaten, zo vragen de leden van de CDA-fractie.

Artikelsgewijs

Artikel 25

De leden van de VVD-fractie vragen waarom is gekozen voor een verjaringstermijn van vijf jaar waarna «in principe» niet voldaan behoeft te worden aan een verzoek om bijstand.

Artikel 28

Landen mogen kosten berekenen aan andere landen bij een verzoek om bijstand, zo lezen de leden van de PvdA-fractie. Wat zal het standaardbeleid hierop worden voor Nederland? En is het mogelijk dat er meer kosten worden berekend dan er ingevorderd wordt aan belasting?

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Dezentjé Hamming-Bluemink

De adjunct-griffier van de commissie,

Giezen