Gepubliceerd: 19 juni 2013
Indiener(s): Ernst Hirsch Ballin , Ab Klink (CDA)
Onderwerpen: organisatie en beleid zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32402-37.html
ID: 32402-37
Origineel: 32402-2

Nr. 37 VIERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 19 juni 2013

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In het na artikel 31 geplaatste artikel 38 wordt «38» vervangen door: 32.

B

Na artikel 46 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 46a

Indien het bij koninklijke boodschap van 5 december 2011 ingediende voorstel van wet houdende bepalingen ter versterking van de zeggenschap en bescherming tegen geweld in de zorgrelatie van cliënten in de AWBZ-zorg (Beginselenwet AWBZ-zorg) (33 109) tot wet is of wordt verheven en in werking is getreden, wordt deze wet als volgt gewijzigd:

A

Voor artikel 39 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 38a

1. In afwijking van artikel 4, eerste lid, onderdeel b, is de zorgaanbieder die AWBZ-zorg verleent, voor zorgverleners en andere personen als in dat lid bedoeld die op het tijdstip van inwerkingtreden van dat lid werkzaam zijn voor de zorgaanbieder of voor een rechtspersoon die in opdracht van de zorgaanbieder zorg verleent, uiterlijk binnen een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen termijn na dat tijdstip in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag welke niet eerder dan drie maanden voor het verstrijken van de vastgestelde termijn is afgegeven. De termijn kan voor verschillende groepen zorgverleners en andere personen verschillend worden vastgesteld.

2. Artikel 4, eerste lid, onderdeel b, geldt voor een andere zorgaanbieder dan bedoeld in het eerste lid niet met betrekking tot personen die op het tijdstip van inwerkingtreden van dat artikelonderdeel voor hem of voor een rechtspersoon die in zijn opdracht zorg verleent, werkzaam zijn.

3. Artikel 4, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op een zorgaanbieder als bedoeld in het eerste en tweede lid.

B

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

1. het eerste lid vervalt;

2. het tweede en derde lid worden vernummerd tot eerste en tweede lid.

Toelichting

Het wetsvoorstel Beginselenwet AWBZ-zorg (33 109) voorziet in artikel 6, tweede lid, in de verplichting voor zorgaanbieders van AWBZ-zorg om voor medewerkers die met hun cliёnten in contact kunnen komen, te beschikken over een verklaring omtrent het gedrag (VOG); artikel 6, derde en vierde lid, van dat wetsvoorstel voorzien voorts in de verplichting voor de zorgaanbieder om ervoor te zorgen dat, in geval van twijfel over de vraag of een medewerker nog wel voor een VOG in aanmerking komt, van die medewerker te verlangen dat deze opnieuw een VOG overlegt en, als deze dat niet doet, maatregelen te nemen ter bescherming van de cliёnten. Deze bepalingen in de Beginselenwet AWBZ-zorg komen overeen met hetgeen is geregeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, en vierde en vijfde lid, van onderhavig wetsvoorstel (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg) en komen daarom op grond van artikel 46 te vervallen nadat beide wetsvoorstellen tot wet zijn verheven.

Het wetsvoorstel Beginselenwet AWBZ-zorg kent verder – als gevolg van de derde nota van wijziging – inmiddels in artikel 20 een overgangsregeling voor medewerkers die al voor de AWBZ-zorgaanbieder werken ten tijde van de inwerkingtreding van dat wetsvoorstel («zittend personeel»). Deze overgangsregeling voorziet voor de AWBZ-zorg in gefaseerde invoering (met bij algemene maatregel van bestuur te regelen stappen) van de verplichting om ook voor «zittend personeel» over een VOG te beschikken. Een dergelijke bepaling ontbrak in onderhavig wetsvoorstel.

Met onderdeel B van deze nota van wijziging wordt een nieuw artikel (38a) ingevoegd, waarin de inhoud van artikel 20 van de Beginselenwet AWBZ-zorg is overgenomen voor zorgaanbieders en «zittend personeel» in de AWBZ-zorg. Voorts is het eerste lid van artikel 39, dat een uitzondering op de VOG-verplichting kent voor «zittend personeel» voor andere zorgaanbieders dan die in de AWBZ-zorg, met het oog op de inzichtelijkheid van de regeling aan dit nieuwe artikel toegevoegd. De overige leden van artikel 39 zijn in verband hiermee vernummerd.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om (met onderdeel A) een foute nummering in artikel 32 van het wetsvoorstel aan te passen.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers