Gepubliceerd: 17 april 2019
Indiener(s): Ferdinand Grapperhaus (minister veiligheid en justitie) (CDA)
Onderwerpen: organisatie en beleid zorg en gezondheid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32399-90.html
ID: 32399-90

Nr. 90 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 april 2019

Mede namens de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stuur ik u hierbij de tweede monitorrapportage die de heer Hoekstra vandaag heeft aangeboden1.

Zoals ik in mijn brief van 19 maart jl. met betrekking tot de evaluaties van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden en de regeling over het DNA-verwantschapsonderzoek in het Wetboek van Strafvordering heb vermeld (Kamerstuk 31 415, nr. 23), zal ik een integrale beleidsreactie opstellen vanwege de onderlinge samenhang tussen de verschillende rapporten die op het DNA-onderzoek betrekking hebben. Ook de tweede monitorrapportage van de heer Hoekstra maakt daar onderdeel van uit. In die beleidsreactie zal ik onder andere ingaan op de stand van zaken van de punten zoals benoemd in mijn eerdere beleidsreactie op de rapportage van de Inspectie van Justitie en Veiligheid van juni 2018 (Kamerstuk 29 279, nr. 446) en het Tussenrapport van de heer Hoekstra (Kamerstuk 32 399, nr. 88).

Het naar verwachting voor 1 juni a.s. door de Inspectie van Justitie en Veiligheid nog uit te brengen rapport ten aanzien van de stand van zaken van de verbetermaatregelen bij de afname van celmateriaal in de penitentiaire inrichtingen, zal ik daarin ook betrekken. Ik zal de integrale beleidsreactie in juni 2019 naar uw Kamer toezenden.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus