Gepubliceerd: 26 november 2009
Indiener(s): Maxime Verhagen (minister buitenlandse zaken) (CDA), Bert Koenders (minister zonder portefeuille buitenlandse zaken) (PvdA)
Onderwerpen: begroting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32222-V-2.html
ID: 32222-V-2

32 222 V
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2009 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaat van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2009 te wijzigen.

De in die begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen

De minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

A. G. Koenders

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. Leeswijzer

Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld hoofdstuk V (Buitenlandse Zaken) van de begroting van uitgaven en ontvangsten van het Rijk voor het jaar 2009 respectievelijk met EUR 2 mrd en EUR 1,9 mrd te verhogen. Deze mutaties betreffen wijzigingen die ook in de Najaarsnota zijn verwerkt.

In paragraaf 2.1 worden de belangrijkste mutaties gepresenteerd die zich voordoen op de beleidsartikelen. In paragraaf 2.2 worden de mutaties op de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gepresenteerd en in paragraaf 2.3. is een overzicht opgenomen van alle mutaties die zich voordoen op de afzonderlijke beleidsartikelen en van de nieuwe standen alsmede een toelichting daarop.

2. Het beleid

2.1 Belangrijkste mutaties

Hieronder volgen de majeure wijzigingen ten opzichte van de stand van de begroting 2009 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken na de eerste suppletoire wetswijziging, gevolgd door een toelichting per mutatie. Alleen de beleidsrelevante mutaties zijn opgenomen.

Overzicht belangrijkste mutaties (x EUR 1,0 mln)

Artikel Mutatie
2Regionale Stabiliteit en Crisisbeheersing– 45,9
3Nederlandse afdracht aan de EU– 29,2
4Verhoogde economische groei– 20,7
5Onderwijs– 99,2
5HIV/AIDS– 22,7
6Duurzaam waterbeheer– 29,7
7Vreemdelingenbeleid48,8

Artikel 2 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing (EUR 45,9 mln)

De mutatie wordt veroorzaakt doordat de Nederlandse bijdrage aan het VN fonds voor crisisbeheersingsoperaties door een verandering van het administratieve systeem van de VN, verlaagd wordt. Daarnaast is er sprake van een teruggave in het landenprogramma Sudan. Vanwege een verminderde liquiditeitsbehoefte wordt het Stabiliteitsfonds verlaagd. De resterende mutatie wordt veroorzaakt door vertraging in de uitvoering van met name centrale wederopbouwactiviteiten van programma’s bij verschillende partnerlanden

Artikel 3: Nederlandse afdracht aan de EU (EUR 29,2 mln)

Als gevolg van de verslechterde economische omstandigheden zijn de invoerrechten sterk afgenomen. Dit moet worden gecompenseerd door hogere BNI-afdrachten aan de EU. Aangezien het Nederlandse BNI relatief minder is gekrompen dan het totale BNI van alle lidstaten samen, zijn de geraamde Nederlandse BNI-afdrachten vanaf 2010 toegenomen en vallen de uitgaven per saldo hoger uit. In 2009 is een meevaller in de uitgaven zichtbaar, omdat de verwerking van de onderuitputting van de begroting 2008 plaatsvond via verrekening met de BNI afdracht in de eerste maanden van 2009.

Artikel 4: Verhoogde economische groei (-EUR 20,7 mln)

De verlaging vloeit voort uit de bijstelling van de raming bij de bedrijfslevenprogramma’s ORET en PSOM door vertragingen en het feit dat counterparts projectaanvragen niet rond krijgen. Daarnaast is er een verlaging bij de landenprogramma’s door aangepaste ramingen. Anderzijds wordt het artikel verhoogd in verband met de Nederlandse bijdrage aan de handelsfaciliteit via IFC. Het gaat hierbij om een Nederlandse toezegging bij de G20-bijeenkomst in Londen in het afgelopen voorjaar met als doel om de internationale handelsstromen, juist ook bij ontwikkelingslanden, te bevorderen.

Artikel 5: Onderwijs (– EUR 99,2 mln)

De verlaging is voornamelijk het gevolg van een lager dan verwachte liquiditeitsbehoefte bij het FTI van EUR 70 mln. Tevens is er sprake van een vertraging in het Education in Emergencies programma via Unicef van EUR 10 mln en onderuitputting bij verschillende landenprogramma’s.

Artikel 5: HIV/AIDS (– 22,7 mln)

De verlaging is geen gevolg van kortingen op dit beleidsterrein, maar van bijstellingen van de liquiditeitsbehoefte van UNICEF en het Health Insurance Fund, een bijstelling van de bijdrage aan het UNFPA/commodities programma door een wisselkoerscorrectie en vertragingen in de landenprogramma’s

Artikel 6: Duurzaam waterbeheer (– EUR 29,7 mln)

De verlagingen hangen onder meer samen met vertragingen bij de landenprogramma’s voor Drinkwater en Sanitatie in het bijzonder in Tanzania waar vertragingen in het programma voor Water Sector Development met KfW (Kredietanstalt fur Wiederaufbau) als lead donor ertoe hebben geleid dat er geen liquiditeitsbehoefte is dit jaar. Vertraging is ook opgetreden bij het centrale programma voor Drinkwater en Sanitatie, in het kader van de Water Supply and Sanitation Collaborative Council (WSSCC) en als gevolg van een conflict tussen WHO en WSSCC.

Artikel 7: Vreemdelingenbeleid (+ EUR 48,8 mln)

De verhoging wordt veroorzaakt door een hogere instroom van het aantal asielzoekers uit DAC-landen en een stijging van de hieraan gerelateerde kosten.

2.2 De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS)

Voor 2009 is de omvang van de HGIS, die is gedefinieerd als het saldo van HGIS-uitgaven en HGIS-ontvangsten, sinds de Voorjaarsnota 2009 afgenomen met EUR 67,3 mln. In de hierna volgende tabellen zijn de wijzigingen in uitgaven en ontvangsten uitgesplitst in de tijd.

Wijzigingen in HGIS-uitgaven en -ontvangsten vanaf Voorjaarsnota 2009 (bedragen x € 1 mln)

 TotaalW.v. ODA
Uitgaven VJN 20096 416,14 710,8
Mutatie MJN 2010 (vermoedelijke uitkomsten 2009)– 22,1– 21,9
mutatie NJN 2009– 36,40,0
Totaal mutaties– 58,5– 21,9
Uitgaven NJN 20096 357,64 688,9
 Totaal 
Ontvangsten VJN 2009173,1 
mutatie MJN 2010 (vermoedelijke uitkomsten 2009)0,0 
mutatie NJN 20098,8 
Totaal mutaties8,8 
Ontvangsten NJN 2009181,9 

De wijzigingen in de omvang van de HGIS als geheel en in de ODA zijn in het volgende overzicht gespecificeerd naar oorzaak.

Oorzaken toename HGIS en ODA-groei vanaf Voorjaarsnota 2009 (bedragen x € 1 mln)

 TotaalWv. ODA
Bijstellingen BNP (ODA) en prijscomponent BBP (non-ODA)– 172,2– 171,9
Overboekingen van/naar HGIS– 20,0  
Intertemporele kasschuif150,0150,0
Verwachte onderuitputting– 25,0 
Totaal– 67,3– 21,9

Naast bijstellingen als gevolg van wijzigingen in de ramingen voor het BNP en de prijscomponent van het BBP zijn er overboekingen van en naar de HGIS en een verwachte onderuitputting op de HGIS. Het ODA-budget neemt af als gevolg van wijzigingen in de ramingen voor het BNP. Deze verlaging is getemperd door het terugdraaien van een deel van de meerjarige kasschuif die werd doorgevoerd in de afgelopen Voorjaarsnota en de eerste suppletoire wet. Er wordt thans een onderuitputting van EUR 25 mln verwacht, voor het grootste deel als gevolg van een wijziging in het systeem voor afdrachten voor VN-crisisbeheersingsoperaties. De verwachte onderuitputting wordt in beginsel mee genomen in de eindejaarsmarge naar 2010 en latere jaren.

2.3 De beleidsartikelen

Beleidsartikel 1: Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging mensenrechten

Beleidsartikel 1 Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging mensenrechten

Bedragen in EUR 1000Stand ontwerpbegroting 2009 (1) Stand 1e suppletore begroting 2009 (2) Mutaties 2e suppletore begroring 2009 (3) Stand 2e suppletore begroting 2009 (4)=(2)+(3)
Verplichtingen87 679118 9012 745121 646
     
Uitgaven:    
Programma-uitgaven totaal 110 518 117 154– 509 116 645
     
1.1 Internationale rechtsorde47 639 48 477 – 880 47 597
1.2 Mensenrechten48 656 53 007 811 53 818
1.3 Internationale juridische instellingen 14 223 15 670 – 44015 230

Verplichtingen

De toename wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door extra verplichtingen voor het Libanon Tribunaal.

Uitgaven 1.1 Internationale rechtsorde

De vermindering van het budget voor internationale rechtsorde wordt veroorzaakt doordat het Trustfund voor de berechting van oud-President Habré van Tsjaad dit jaar niet meer wordt ingesteld (- EUR 1 mln). Daarnaast dient nog een nabetaling plaats te vinden aan de Carnegie Stichting (+ EUR 0,179 mln) en is de bijdrage aan de VN lager dan eerst geraamd (– EUR 0,059 mln).

1.2. Mensenrechten

De toename van het budget voor mensenrechten wordt veroorzaakt doordat aan het mensenrechtenfonds ODA een bedrag van EUR 1 mln is toegevoegd in verband met de motie van Dam (31 700-V, nr. 113). Daarnaast wordt een bedrag van EUR 0,126 mln toegevoegd vanuit artikel 5.6 media pluriformiteit Iran en vermindert het budget voor de SALIN regeling met EUR 0,307 mln. vanwege een ramingsbijstelling.

1.3. Internationale juridische instellingen

De vermindering van het budget voor internationale juridische instellingen wordt veroorzaakt doordat de beveiligingskosten van het Internationaal Strafhof lager uitvallen (EUR 0,44 mln).

Beleidsartikel 2: Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur

Beleidsartikel 2 Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur

Bedragen in EUR 1000Stand ontwerpbegroting 2009 (1) Stand 1e suppletore begroting 2009 (2) Mutaties 2e suppletore begroring 2009 (3) Stand 2e suppletore begroting 2009 (4)=(2)+(3)
Verplichtingen745 8511 058 990– 12 2461 046 744
     
Uitgaven:      
     
Programma-uitgaven totaal 920 918982 803- 70 213 912 590
     
2.1 Nationale en bondgenootschappelijke veiligheid 16 458 12 934 3 06015 994
2.2 Bestrijding internationaal terrorisme      0
2.3 Non-proliferatie en ontwapening 9 1659 014 345 9 359
2.4 Conventionele wapenbeheersing      0
2.5 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing 422 898 426 136 – 45 853 380 283
2.6 Humanitaire hulpverlening 250 094 300 867– 2 411 298 456
2.7 Goed bestuur 192 553206 652 – 16 354 190 298
2.8 Het bevorderen van energievoorzieningszekerheid       0
2.9 Grotere veiligheid door strijd tegen milieudegradatie29 750 27 200 – 9 000 18 200
     
Ontvangsten1 1471 14701 147
     
2.10 Nationale en bondgenootschappelijke veiligheid 147147 0 147
2.70 Humanitaire hulpverlening 1 0001 000 0 1 000

Verplichtingen

De verlaging van het verplichtingenbudget betreft een saldo. Enerzijds is er sprake van een verhoging van de verplichtingenruimte van ruim EUR 12,7 mln voor het wereldvoedselprogramma (het betreft hier een bijstelling van het verplichtingenbedrag), circa EUR 6,7 mln op het sub-artikel 2.9 (met name het programma hernieuwbare energie in het Grote Meren gebied) en EUR 3,5 mln voor de eind maart in Den Haag georganiseerde Afghanistan Conferentie. Anderzijds is er sprake van een verlaging van bijna EUR 30 mln als gevolg van een wijziging in het administratieve systeem van de VN waardoor de Nederlandse bijdrage aan het VN fonds voor crisisbeheersingsoperaties in 2009 lager uitvalt, en EUR 5,7 mln op goed bestuur door de vertraging in de uitvoering van een aantal landenprogramma’s.

Uitgaven 2.1 Nationale en bondgenootschappelijke veiligheid

Het betreft een ophoging van EUR 3,5 mln ter dekking van de kosten van de eind maart in Den Haag georganiseerde Afghanistan Conferentie.

2.5 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

De verlaging op dit sub-artikel wordt veroorzaakt door een verlaging van de Nederlands bijdrage aan het VN fonds voor crisisbeheersingsoperaties van EUR 29,8 mln. Dit wordt veroorzaakt door een wijziging in het administratieve systeem bij de VN. Deze uitgaven zullen in 2010 bovenop de reguliere bijdrage komen. Daarnaast is er sprake van een teruggave van EUR 6,1 mln in het landenprogramma Sudan. Zoals ook bij de behandeling van de begroting 2010 aangegeven is deze daling met name te wijten aan het opschorten van de bijdrage aan het Nationale Multi Donor Frust Fund, omdat er onvoldoende focus is op de Drie Gebieden. Conform de motie Vendrik zal in 2010 bezien worden welke additionele mogelijkheden voor uitgaven in Soedan bestaan. Ook wordt het Stabiliteitsfonds met EUR 2 mln verlaagd vanwege een verminderde liquiditeitsbehoefte in 2009. De resterende mutatie wordt veroorzaakt door vertragingen in de uitvoering van met name de centrale wederopbouwprogramma’s.

2.6 Humanitaire hulpverlening

De verlaging 2,4 mln hangt samen met het feit dat er geen rampen hebben plaatsgevonden in niet-DAC landen die Nederlandse respons vereisten. Zo heeft Italië geen gebruik gemaakt van het Nederlandse hulpaanbod na de aardbeving in L’Aquila en is er in beperktere mate dan gepland gebruik gemaakt van deze middelen.

2.7 Goed bestuur

De verlaging van EUR 16,4 mln is veroorzaakt door een budgettaire overheveling van ruim EUR 3 mln van het centrale budget Goed Bestuur naar artikel 4.2 (armoedevermindering). De resterende verlaging wordt veroorzaakt door vertraging in de uitvoering van verschillende landenprogramma’s, ondermeer in Oeganda, Guatemala en Afghanistan.

2.9 Grotere veiligheid door strijd tegen milieudegradatie

Dit artikel is verlaagd met EUR 2,5 mln als gevolg van een vertraging in programma’s in Kosovo (Hot spot project en Trust Fund van de Wereldbank op het gebied van energie regulering) en in het Congo bekken. Daarnaast is als gevolg van een aangepast uitgavenritme het hernieuwbare energie programma in de Grote meren met EUR 6,5 mln verlaagd.

Beleidsartikel 3: Versterkte Europese samenwerking

Beleidsartikel 3 Versterkte Europese samenwerking

Bedragen in EUR 1000Stand ontwerpbegroting 2009 (1) Stand 1e suppletore begroting 2009 (2) Mutaties 2e suppletore begroring 2009 (3) Stand 2e suppletore begroting 2009 (4)=(2)+(3)
Verplichtingen4 266 3194 278 2042 079 9566 358 160
     
Uitgaven:      
     
Programma-uitgaven totaal 4 462 859 4 457 7852 077 960 6 535 745
     
3.1 Nederlandse afdrachten aan de EU 4 253 569 4 253 569 2 079 4286 332 997
3.2 Ondersteuning bij pre- en postaccessie10 708  10 708 – 2 000  8 708
3.3 Europees ontwikkelingsfonds 185 832 180 873 0 180 873
3.4 Nederlandse positie in de EU 3 447 3 158 5203 678
3.5 Raad van Europa 9 303 9 477 129 489
      
Ontvangsten705 333705 3331 983 3462 688 679
     
3.10 Perceptiekostenvergoedingen en restituties705 333705 3331 983 3462 688 679
3.40 Restitutie Raad van Europa0000

Verplichtingen

De wijziging betreft een technische bijstelling. Uitgegaan was van een saldering van de Nederlandse afdrachten aan de EU naar aanleiding van de door Nederland verkregen korting. Echter door de EU is het teveel betaalde bedrag (EUR 2 108,7 mln) teruggestort en dit dient als ontvangst in de begroting opgenomen te worden, tezamen met een hogere afdracht. De verlaging van de afdracht van Nederland verandert niet door deze technische bijstelling.

Uitgaven 3.1 Nederlandse afdrachten aan de EU

De EU-afdrachten bestaan uit vier componenten: BNI-afdrachten, BTW-afdrachten, invoerrechten en landbouwheffingen. Als gevolg van de verslechterde economische omstandigheden zijn de invoerrechten sterk afgenomen. Dit moet worden gecompenseerd door hogere BNI-afdrachten aan de EU. Aangezien het Nederlandse BNI relatief minder is gekrompen dan het totale BNI van alle lidstaten samen, zijn de geraamde Nederlandse BNI-afdrachten vanaf 2010 toegenomen en vallen de uitgaven per saldo hoger uit. In 2009 is een meevaller in de uitgaven zichtbaar, omdat de verwerking van de onderuitputting van de begroting 2008 plaatsvond via verrekening met de BNI afdracht in de eerste maanden van 2009.

Voor de mutatie van EUR 2 108,7 mln zie de toelichting bij verplichtingen.

3.2 Ondersteuning bij pre- en postaccessie

De neerwaartse bijstelling van EUR 2 mln wordt veroorzaakt door een bijgestelde kasraming in het Matra-programma.

Ontvangsten 3.10

Perceptiekostenvergoedingen zijn vergoedingen die Nederland ontvangt voor het innen van landbouwheffingen en invoerrechten. De vergoeding bedraagt 25% van de geïnde middelen. Door de sterk gedaalde invoerrechten, dalen tevens de perceptiekostenvergoedingen.

Voor de mutatie van EUR 2 108,7 mln zie de toelichting bij verplichtingen.

Beleidsartikel 4: Meer welvaart, eerlijkere verdeling en minder armoede

Beleidsartikel 4 Meer welvaart, eerlijkere verdeling en minder armoede

Bedragen in EUR 1000Stand ontwerpbegroting 2009 (1) Stand 1e suppletore begroting 2009 (2) Mutaties 2e suppletore begroring 2009 (3) Stand 2e suppletore begroting 2009 (4)=(2)+(3)
Verplichtingen545 1541 658 011154 7821 812 793
     
Uitgaven:    
     
Programma-uitgaven totaal1 116 123688 942224 517913 459
     
4.1 Handels- en financieel systeem25 75524 15554924 704
4.2 Armoedebestrijding587 247128 183234 642362 825
4.3 Verhoogde economische groei en verminderde Armoede als gevolg van gezonde private sectorontwikkeling in ontwikkelingslanden480 656519 213– 20 679498 534
4.4 Kwaliteit en effectiviteit ontwikkelingssamenwerking16 20010 10010 58820 688
4.5 Nederlandse handels- en investeringsbevordering6 2657 291– 5836 708
     
Ontvangsten40 83740 5871 20041 787
4.10 Ontvangsten tijdelijke financiering NIO en restituties40 83740 5871 20041 787

Verplichtingen

De verhoging hangt samen met de Nederlandse toezegging in G20-verband voor handelsfinanciering via de IFC. Daarnaast is sprake van nieuwe meerjarige verplichtingen bij onder meer de middelenaanvulling bij de regionale ontwikkelingsfondsen en programma’s bij FMO.

Uitgaven 4.1 Handels- en financieel systeem

De hogere uitgaven hangen met name samen met het feit dat de Nederlandse contributie aan de OESO EUR 0,428 mln hoger uitkomt. Verder is sprake van een kleine verhoging bij de bijdrage van de apparaatsuitgaven bij de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden.

4.2 Armoedebestrijding

Dit artikel was bij Voorjaarsnota verlaagd, omdat de daling van het ODA-budget in afwachting van een beleidsmatige invulling grotendeels op dit artikel was opgenomen. Aangezien de beleidsmatige invulling thans heeft plaatsgevonden, is sprake van een flinke verhoging. Verder is het budget voor begrotingssteun verlaagd met EUR 16 mln in verband met opschortingen en verlagingen in onder meer Moldavië en Rwanda. Tot slot vindt een budgetneutrale overheveling plaats van sub-artikel 4.2 (armoedebestrijding) van de programma’s voor Beleidsondersteuning, voor Speciale activiteiten en voor algemene ODA-activiteiten. Deze programma’s komen beter tot hun recht onder artikel 4.4.

4.3 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

Per saldo is sprake van een verlaging bij sub-artikel 4.3. Enerzijds is sprake van verlagingen als gevolg van ramingsbijstellingen bij de bedrijfslevenprogramma’s ORET (EUR 27 mln) en PSOM (EUR 18,4 mln); dit hangt samen met vertragingen en het feit dat counterparts projectaanvragen niet rond kunnen krijgen. Ook is er een verlaging bij landenprogramma’s door bijgestelde ramingen (EUR 6,7 mln). Anderzijds wordt het artikel verhoogd in verband met de Nederlandse bijdrage aan de handelsfaciliteit via IFC (EUR 34 mln). Het gaat hierbij om een Nederlandse toezegging bij de G20-bijeenkomst in Londen in het afgelopen voorjaar. Doel is om de internationale handelsstromen, juist ook bij ontwikkelingslanden, te bevorderen.

4.4 Kwaliteit en effectiviteit ontwikkelingssamenwerking

De neerwaartse mutatie van EUR 1,1 mln is het gevolg van onderuitputting bij het assistentdeskundigenprogramma. Tot slot vindt een budgetneutrale overheveling plaats vanuit sub-artikel 4.2 (Armoedebestrijding) van de programma’s voor Beleidsondersteuning, voor Speciale activiteiten en voor algemene ODA-activiteiten. Deze programma’s komen beter tot hun recht onder artikel 4.4.

Ontvangsten 4.10 Ontvangsten tijdelijke financiering NIO en restituties

Het betreft hier restituties door het NIO inclusief gereserveerde rente.

Beleidsartikel 5: Toegenomen menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling

Beleidsartikel 5 Toegenomen menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling

Bedragen in EUR 1000Stand ontwerpbegroting 2009 (1) Stand 1e suppletore begroting 2009 (2) Mutaties 2e suppletore begroring 2009 (3) Stand 2e suppletore begroting 2009 (4)=(2)+(3)
Verplichtingen798 8451 334 340– 347 520986 820
     
Uitgaven:    
     
Programma-uitgaven totaal1 802 3481 706 970– 183 0701 523 900
     
5.1 Alle kinderen, jongeren en volwassenen hebben gelijke kansen om kwalitatief goed onderwijs te doorlopen, dat hen de benodigde vaardigheden en kennis biedt om op een volwaardige wijze deel te kunnen nemen aan de samenleving515 050445 234– 99 213346 021
5.2 Versterking van het gebruik van kennis en onderzoek in beleid en praktijk van ontwikkelingssamenwerking en versterking van post-secundair onderwijs- en onderzoekscapaciteit in partnerlanden. Vermindering van kwalitatieve en kwantitatieve tekorten aan geschoold middenkader157 025154 149– 212153 937
5.3 Gender36 77247 660– 3 97243 688
5.4 HIV/Aids301 651321 616– 22 684298 932
5.5 Reproductieve gezondheid172 676198 772– 14 618184 154
5.6 Participatie civil society619 174539 539– 42 371497 168

Verplichtingen

De mutatie van de verplichtingen op dit artikel wordt grotendeels veroorzaakt door een verlaging van EUR 180 mln op het verplichtingenbudget van EFA/FTI omdat de verwachte kasuitgaven in 2010 en 2011 is verlaagd. Deze verplichting zal in 2009 aangegaan worden. Tevens is er sprake van een verlaging van het verplichtingenbudget van onderwijs van EUR 136 mln op verschillende landenprogramma’s, waaronder Indonesië (EUR 50 mln), Bangladesh (EUR 43 mln), Burkina Faso (EUR 10,5 mln) en Benin (EUR 9,5 mln), Mozambique (EUR 8,2 mln), Ethiopië (EUR 8 mln) en Zambia (EUR 6 mln). Daarnaast is het verplichtingenbudget van het centrale Onderzoeksprogramma met EUR 7 mln en het verplichtingenbudget van Jakarta voor Hoger Onderwijs met EUR 5,6 mln verhoogd.

Op het gebied van gender is het verplichtingenbedrag van UNIFEM met EUR 14 mln verlaagd om de verplichting per jaar aan te gaan in plaats van meerjarig. Tevens is er sprake van een verlaging van het verplichtingenbudget van gender van EUR 7 mln bij verscheidene landenprogramma’s, waaronder Bolivia, Mozambique en Macedonië. Het verplichtingenbudget van het HIV/AIDS programma is verlaagd met EUR 16,5 mln. Dit komt ondermeer doordat een voorgenomen bijdrage aan het Affordable Medicines Facility for Malaria is komen te vervallen. De verlaging in het verplichtingenbudget voor reproductieve gezondheid ad EUR 10 mln betreft een saldo. Het centrale (reproductieve) gezondheidsbudget is verhoogd met ruim EUR 6 mln, ondermeer ten behoeve van een bijdrage aan MDG 5 – Meshwork for Mother Care en aan DUDOC. Het budget van de landenprogramma’s is per saldo verlaagd met EUR 16,5 mln door bijstellingen in ondermeer Jemen (EUR 12 mln neerwaarts) en Nicaragua (EUR 13,5 mln neerwaarts) en Ethiopië (EUR 9 mln verhoging).

Uitgaven 5.1 Onderwijs

De neerwaartse mutatie van bijna EUR 100 mln is met name het gevolg van een lager dan verwachte liquiditeitsbehoefte bij het FTI van EUR 70 mln. Tevens is er sprake van een vertraging in het Education in Emergencies programma via Unicef van EUR 10 mln en onderuitputting bij verschillende landenprogramma’s waaronder Bangladesh (EUR 6,6 mln), Oeganda (EUR 5 mln) en Zuid-Afrika (EUR 5 mln).

5.3 Gender

De neerwaartse mutatie ad EUR 4 mln is het gevolg van vertragingen in de landenprogramma’s (onder meer Bolivia en Macedonië).

5.4 HIV/AIDS

Op dit subartikel is een neerwaartse mutatie te zien van EUR 23 mln. Dit is geen gevolg van kortingen op dit beleidsterrein, maar van bijstellingen van de liquiditeitsbehoefte van UNICEF en het Health Insurance Fund, een bijstelling van de bijdrage aan het UNFPA/commodities programma door een wisselkoerscorrectie en vertragingen in de landenprogramma’s

5.5 Reproductieve gezondheid

De neerwaartse mutatie ad EUR 15,6 mln is het gevolg van vertragingen en bijgestelde liquiditeitsbehoeften bij activiteiten op het gebied van gezondheidszorg en reproductieve gezondheid in de landenprogramma’s. Dit is onder meer het geval in Zambia waar de Nederlandse bijdrage tijdelijk is stopgezet, en in Bangladesh waar een herschikking van de middelen heeft plaatsgehad richting milieu en water.

5.6 Participatie civil society

De neerwaartse mutatie ad EUR 35,5 mln is grotendeels het gevolg van bijgestelde liquiditeitsbehoeften bij de medefinancieringsorganisaties en bij gesubsidieerde programma’s op het gebied van cultuur & communicatie.

Beleidsartikel 6: Beter beschermd en verbeterd milieu

Beleidsartikel 6 Beter beschermd en verbeterd milieu

Bedragen in EUR 1000Stand ontwerpbegroting 2009 (1) Stand 1e suppletore begroting 2009 (2) Mutaties 2e suppletore begroring 2009 (3) Stand 2e suppletore begroting 2009 (4)=(2)+(3)
Verplichtingen358 579534 063– 106 275427 788 
     
Uitgaven:     
Programma-uitgaven totaal 443 654 407 285 – 55 559351 726  
6.1 Milieu en water 305 284 264 868– 25 867 239 001
6.2 Duurzaam waterbeheer, een hoger percentage mensen dat duurzaam toegang heeft tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen 138 370 142 417 – 29 692112 725

Verplichtingen

De verlaging op de verplichtingen in 2009 wordt voornamelijk veroorzaakt door de doorwerking van de kortingen in 2010. Het aangaan van verplichtingen in 2009 wordt daardoor afgeremd. Daarnaast is de verlaging mede het gevolg van de kortingen die nog moesten worden doorgevoerd op het kasbudget van 2009, er kunnen eenvoudigweg minder verplichtingen worden aangegaan bij een krimpend kasbudget.

Uitgaven 6.1 Milieu en water

Zowel bij centrale programma’s als bij landenprogramma’s is sprake van verlagingen. Zo is op het MFS-programma milieu en water een verlaging van ca. EUR 1,7 mln in verband met lagere slotdeclaraties dan verwacht, is er een verlaging van EUR 1 mln op de uitgaven voor het Montreal Protocol als gevolg van een hogere bijdrage van andere donoren en een lagere dollarkoers en is de bijdrage aan de West Afrikaanse Economische and Monetaire Unie (UEMOA) met EUR 2,4 mln stopgezet. Daarnaast heeft voor een bedrag van circa EUR 2 mln technische overhevelingen plaatsgevonden naar artikel 4 ten behoeve van het Wereldbank partnershipprogramma. Ook de landenprogramma’s zijn verlaagd. In Ghana wordt EUR 3,5 mln minder uitgegeven dan verwacht door onder meer langdurige aanbestedingsprocedures en bezwaarprocedures binnen de activiteiten. In Indonesië is voor het Masterplan Centraal Kalimantan een tussenfase gestart waardoor de uitgaven EUR 1,3 mln lager zijn dan eerst begroot.

6.2 Water en stedelijke ontwikkeling

De verlagingen hangen onder meer samen met vertragingen bij de landenprogramma’s voor Drinkwater en Sanitatie. Bijvoorbeeld in Tanzania waar vertragingen in het programma voor Water Sector Development met KfW (Kredietanstalt fur Wiederaufbau) als lead donor ertoe hebben geleid dat er geen liquiditeitsbehoefte is dit jaar en de uitgaven EUR 10 mln lager uitvallen. Vertraging is ook opgetreden bij het centrale programma voor Drinkwater en Sanitatie, in het kader van de Water Supply and Sanitation Collaborative Council (WSSCC) en als gevolg van een conflict tussen WHO en WSSCC worden de uitgaven met EUR 7 mln verlaagd.

Beleidsartikel 7: Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van het personenverkeer

Beleidsartikel 7 Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van personenverkeer

Bedragen in EUR 1000Stand ontwerpbegroting 2009 (1) Stand 1e suppletore begroting 2009 (2) Mutaties 2e suppletore begroring 2009 (3) Stand 2e suppletore begroting 2009 (4)=(2)+(3)
Verplichtingen189 503228 04546 357274 402
     
Uitgaven:      
     
Programma-uitgaven totaal189 503228 05646 357274 413
      
7.1 Consulaire dienstverlening 8 800 27 757 – 2 446 25 311
7.2 Vreemdelingenbeleid 180 703 200 299 48 803249 102
      
Ontvangsten36 64037 690 037 690
     
7.10 Consulaire dienstverlening36 640 37 690 0 37 690

Verplichtingen

De toename wordt veroorzaakt door de extra verplichting voor het budget voor asielzoekers gesaldeerd met de afname van de kosten voor consulaire dienstverlening.

Uitgaven 7.1 Consulaire dienstverlening

Het verschil wordt veroorzaakt door een overheveling van de uitgaven (EUR 1,830 mln) voor consulaire informatiesystemen naar het budget van de afdeling informatisering. Ook wordt er minder geld uitgegeven aan consulaire opleidingen (EUR 0,55 mln) en gedetineerdenbegeleiding (EUR 0,15 mln). Het overige verschil (EUR 0,084 mln) wordt veroorzaakt door het saldo van mutaties voor consulaire bijstand en visumverlening.

7.2 Vreemdelingenbeleid

De verhoging wordt veroorzaakt door een hogere instroom van het aantal asielzoekers uit DAC-landen en een stijging van de hieraan gerelateerde kosten.

Beleidsartikel 8: Versterkt cultureel profiel en positieve beeldvorming in en buiten Nederland

Beleidsartikel 8 Versterkt cultureel profiel en positieve beeldvorming in en buiten Nederland

Bedragen in EUR 1000Stand ontwerpbegroting 2009 (1) Stand 1e suppletore begroting 2009 (2) Mutaties 2e suppletore begroring 2009 (3) Stand 2e suppletore begroting 2009 (4)=(2)+(3)
Verplichtingen46 15052 901– 1 96350 938
     
Uitgaven:      
     
Programma-uitgaven totaal82 64283 704– 4 48479 220
      
8.1 Grotere buitenlandse bekendheid met de nederlandse cultuur en versterking van de culturele identiteit in ontwikkelingslanden. 15 152 11 828– 2 336 9 492
8.2 Cultureel erfgoed 4 8204 202 0 4 202
8.3 Draagvlak Nederlands buitenlands beleid 62 670 67 674 – 2 148 65 526
8.4 Vestigingsklimaat internationale organisaties in Nederland0 0 0 0
      
Ontvangsten7717900790
8.10 Doorberekening Defensie diversen 771790 0 790

Verplichtingen

De verlaging op het verplichtingenbudget is met name het gevolg van een budgetoverheveling van EUR 1 mln naar OC&W als bijdrage aan het Surinaams archief en een lagere liquiditeitsbehoefte van het NCDO.

Uitgaven 8.1 Nederlandse cultuur

De verlaging is het gevolg van een budgetoverheveling van EUR 1 mln naar OC&W als bijdrage aan het Surinaams archief en een verlaging van het MFS/TMF: cultuur en communicatie budget met circa EUR 1 mln.

8.3 Draagvlak Nederlands buitenlands beleid

De verlaging betreft voor het grootste deel een lagere liquiditeitsbehoefte bij de NCDO dan begin dit jaar werd verwacht.

D. TOELICHTING NIET-BELEIDSARTIKELEN

Niet-Beleidsartikel 9: Geheim

Beleidsartikel 9 Geheim

Bedragen in EUR 1000Stand ontwerpbegroting 2009 (1) Stand 1e suppletore begroting 2009 (2) Mutaties 2e suppletore begroring 2009 (3) Stand 2e suppletore begroting 2009 (4)=(2)+(3)
Verplichtingenpmpm250250
     
Uitgavenpmpm100100

Verplichtingen en uitgaven

Voor dit artikel wordt een verplichtingenbedrag van EUR 0,25 mln en een uitgavenbedrag van EUR 0,1 mln opgenomen.

Niet-Beleidsartikel 10: Nominaal en onvoorzien

Beleidsartikel 10 Nominaal en onvoorzien

Bedragen in EUR 1000Stand ontwerpbegroting 2009 (1) Stand 1e suppletore begroting 2009 (2) Mutaties 2e suppletore begroring 2009 (3) Stand 2e suppletore begroting 2009 (4)=(2)+(3)
Verplichtingen56 1168 426– 8 4260
     
Uitgaven:56 1168 426– 8 4260
     
Nominaal en onvoorzien56 1168 426– 8 4260

Verplichtingen en uitgaven

De verlaging op dit artikel betreft voor het grootste deel middelen die niet werden ingezet voor loon- en/of prijsbijstelling en onvoorzien.

Niet-Beleidsartikel 11: Algemeen

Beleidsartikel 11 Algemeen

Bedragen in EUR 1000Stand ontwerpbegroting 2009 (1) Stand 1e suppletore begroting 2009 (2) Mutaties 2e suppletore begroring 2009 (3) Stand 2e suppletore begroting 2009 (4)=(2)+(3)
Verplichtingen713 526725 00224 140749 142
     
Uitgaven:744 853746 651– 11 638735 013
     
Apparaatsuitgaven744 853746 651– 11 638735 013
     
Ontvangsten51 64768 693– 6 50062 193
     
Diverse ontvangsten 51 647 68 693 – 6 500 62 193
Koersverschillen 0 0 0 0

Verplichtingen

De stijging van het verplichtingenbudget met EUR 24,1 mln wordt veroorzaakt door het aangaan van een verplichting van EUR 14 mln die samenhangt met investeringen in het postennet, met name in hoog-risico landen. Het restant wordt grotendeels veroorzaakt door gestegen verplichtingen op het budget voor centrale huur- en beveiligingskosten.

Uitgaven

De daling van de apparaatsuitgaven met EUR 11,6 mln wordt veroorzaakt door een saldo. Enerzijds is er een daling van EUR 18 mln door de verschuldigde bijdrage voor 2009 van BZ aan Defensie t.b.v. het C17 initiatief. De stijging die hier tegenover staat is een saldo van diverse uitgaven, waarvan een deel samenhangt met investeringen in het postennet, met name in hoog-risico landen.

Ontvangsten Diverse ontvangsten

De lagere ontvangsten zijn vooral het gevolg van tegenvallende verkopen van onroerende goederen.