Gepubliceerd: 2 november 2009
Indiener(s): Jan Kees de Jager (staatssecretaris financiƫn) (CDA)
Onderwerpen: belasting financiƫn
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32133-8.html
ID: 32133-8
Origineel: 32133-2

32 133
Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale onderhoudswet 2010)

nr. 8
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 2 november 2009

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

In artikel I wordt na onderdeel Bd een onderdeel ingevoegd, luidende:

Be. In artikel 4.24, vierde lid, wordt «of een van hun bloedof aanverwanten in de rechte lijn» vervangen door: of een van hun bloed- of aanverwanten in de rechte lijn.

2

Artikel II wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel E wordt «de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel» vervangen door: de in artikel 20b opgenomen tabel.

b. Na onderdeel G worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Ga. In artikel 31, derde en vierde lid, wordt «of artikel 20b opgenomen tabel» vervangen door: of artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel.

Gb. Artikel 32aa, zesde lid, tweede volzin, zoals dit van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008 luidde, komt te luiden: In afwijking in zoverre van de eerste volzin wordt een regeling niet als regeling voor vervroegde uittreding aangemerkt, voor zover die regeling een pensioenovereenkomst inhoudt als bedoeld in de Pensioenwet of een pensioenregeling is als bedoeld in hoofdstuk IIB of in de artikelen 38d, 38e of 38f.

3

Artikel XIV komt te luiden:

ARTIKEL XIV

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2010, met dien verstande dat:

a. artikel I, onderdeel Be, terugwerkt tot en met 1 januari 2001;

b. artikel I, onderdelen A en B, terugwerkt tot en met 1 januari 2004;

c. artikel VII, onderdeel B, D en E, terugwerkt tot en met 1 januari 2005;

d. de artikelen II, onderdelen D en Gb, V en XI terugwerken tot en met 1 januari 2007; e. de artikelen X en XII terugwerken tot en met 31 december 2008;

f. de artikelen I, onderdelen D en E, II, onderdelen A, E, F, G en H, III, VI, onderdeel A, VII, onderdeel C, VIII en IX terugwerken tot en met 1 januari 2009;

g. artikel XIII terugwerkt tot en met 11 maart 2009;

h. artikel II, onderdeel B, terugwerkt tot en met 29 juni 2009, 12.00 uur;

i. de artikelen I, onderdelen 0A, 0Ab, Ba, Bb, Bc, Bd en Ca, II, onderdeel C, IV, VI, onderdeel B, en VII, onderdeel A, terugwerken tot en met 1 juli 2009.

TOELICHTING

I. Algemeen

De onderhavige nota van wijziging bevat enkele technische aanpassingen van redactionele aard.

II. Onderdeelsgewijs

Onderdeel 1

Artikel I, onderdeel Be (artikel 4.24 van de Wet inkomstenbelasting 2001)

Met deze wijziging wordt een bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 ontstane verschrijving aangepast.

Onderdeel 2

Artikel II, onderdelen E, Ga en Gb (artikelen 20b, 31 en 32aa van de Wet op de loonbelasting 1964)

In onderdeel 3, onder a, wordt een omissie in de formulering van de in artikel II, onderdeel E, opgenomen aanpassing van artikel 20b van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) ongedaan gemaakt. Abusievelijk is bij die aanpassing verwezen naar «artikel 20b, eerste lid,». Ook met het ingevolge onderdeel 3, onder b, in artikel II ingevoegde onderdeel Ga wordt een omissie in een verwijzing naar artikel 20b van de Wet LB 1964 ongedaan gemaakt. Ingevolge de in artikel II, onderdeel G, opgenomen wijziging wordt in artikel 31, derde en vierde lid, van de Wet LB 1964 verwezen naar artikel 20b van de Wet LB 1964. Dat is een juiste verwijzing voor het jaar 2009, maar niet meer voor het jaar 2010. Om die reden is in onderdeel Ga een nieuwe wijziging van artikel 31, derde en vierde lid, van de Wet LB 1964 opgenomen die in werking treedt met ingang van 1 januari 2010.

Met de in artikel II, onderdeel H, van het wetsvoorstel opgenomen wijziging van artikel 32ba, zesde lid, tweede volzin, van de Wet LB 1964 wordt uitvoering gegeven aan een toezegging aan de Eerste Kamer,1 inhoudend dat, voor zover de pensioenregeling van de DGA op basis van de tot 1 januari 2007 geldende tekst onder de in (het inmiddels tot artikel 32ba vernummerde) artikel 32aa, zesde lid, tweede volzin, genoemde uitzondering zou zijn gevallen, dat ook vanaf 1 januari 2007 het geval blijft. Op grond van het wetsvoorstel zou deze wijziging met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2007 worden aangebracht. Als gevolg van de vernummering van artikel 32aa tot artikel 32ba per 1 januari 2009 was dit niet goed mogelijk met de in het wetsvoorstel opgenomen formulering. Omdat toekenning van terugwerkende kracht niet strikt noodzakelijk was, is er bij de eerste nota van wijziging voor gekozen om geen terugwerkende kracht meer op te nemen.

In deze nota van wijziging wordt, met het oog op consistentie in de wetgeving, ook geregeld (zie onderdeel 3) dat alle andere bepalingen die een omissie ongedaan maken, in werking treden met terugwerkende kracht tot en met het tijdstip waarop die omissie is ontstaan. Om die reden is er nu toch voor gekozen om ook voor (het inmiddels tot artikel 32ba vernummerde) artikel 32aa van de Wet LB 1964 terugwerkende kracht op te nemen en wel tot en met 1 januari 2007. Om dit te bewerkstelligen, wordt ingevolge onderdeel 3, onder b, in artikel II een nieuw onderdeel ingevoegd dat regelt dat (het toen nog niet vernummerde) artikel 32aa, zesde lid, tweede volzin, van de Wet LB 1964 met ingang van 1 januari 2007 ook wordt gewijzigd. De belendende wijziging van artikel 32ba, zesde lid, tweede volzin, van de Wet LB 1964 blijft in stand en treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2009.

Onderdeel 3

Artikel XIV (inwerkingtreding)

In artikel XIV was voor een deel van de bepalingen in het onderhavige wetsvoorstel die een omissie ongedaan maken terugwerkende kracht opgenomen tot de datum waarop die omissie is ontstaan, terwijl voor een ander deel van de bepalingen die eveneens een omissie ongedaan maken ervoor was gekozen om geen terugwerkende kracht op te nemen. Uit oogpunt van consistentie van wetgeving is er thans voor gekozen om ook aan de laatstgenoemde wijzigingen terugwerkende kracht toe te kennen tot het moment van het ontstaan van de omissie.

De staatssecretaris van Financiën,

J. C. de Jager


XNoot
1

Kamerstukken I, 2007/08, 31 226, D, blz. 7 en 8.