Kamerstuk 31755-26

Gewijzigd amendement van het lid Van Heugten ter vervanging van nr. 12 om voor het opstellen van de MER met alternatieven bij besluiten ook een termijn vast te stellen van maximaal 6 maanden

Dossier: Wijziging van de Wet milieubeheer en enkele daarmee verband houdende wetten (modernisering van de regelgeving over de milieueffectrapportage)

Gepubliceerd: 15 mei 2009
Indiener(s): Ruud van Heugten (CDA)
Onderwerpen: natuur en milieu organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31755-26.html
ID: 31755-26
Origineel: 31755-12

49,3 %
50,7 %

CDA

CU

SGP

PVV

Verdonk

PvdA

SP

VVD

PvdD

D66

GL


31 755
Wijziging van de Wet milieubeheer en enkele daarmee verband houdende wetten (modernisering van de regelgeving over de milieueffectrapportage)

nr. 26
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID VAN HEUGTEN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 12

Ontvangen 15 mei 2009

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel KK, wordt aan artikel 7.22 een lid toegevoegd, luidende:

3. Het milieueffectrapport wordt opgesteld:

a. binnen 26 weken nadat een advies als bedoeld in artikel 7.26 is gegeven en bij ontstentenis van een advies binnen 32 weken na de mededeling van het voornemen, bedoeld in artikel 7.24, eerste lid;

b. binnen 26 weken nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van zijn eigen voornemen, bedoeld in artikel 7.27, derde lid, dan wel binnen 26 weken nadat een advies als bedoeld in artikel 7.27, zevende lid, is gegeven.

Deze termijnen kunnen eenmaal met ten hoogste 26 weken worden verlengd.

Toelichting

Om de doelstelling van de wetswijziging te optimaliseren en de dienstverlening van de overheid bijvoorbeeld met betrekking tot voorspelbaarheid te vergroten, dient dit amendement er voor om voor het opstellen van het MER met alternatieven bij besluiten (fase 2) tevens een termijn vast te stellen van maximaal 6 maanden, met een mogelijkheid voor het bevoegd gezag tot verlenging met nogmaals 6 maanden. Op deze manier blijft de voortgang gewaarborgd en kan de planning op een realistische wijze inclusief een deadline worden opgenomen in het vooraf vastgestelde besluitvormingsproces. Voor belanghebbenden blijven zo initiatieven niet onnodig lang «boven de markt zweven», en wordt het risico op veroudering van onderzoeksgegevens en uitgangspunten sterk beperkt.

Van Heugten