Gepubliceerd: 6 maart 2008
Indiener(s): Nebahat Albayrak (staatssecretaris justitie) (PvdA)
Onderwerpen: economie overige economische sectoren recht strafrecht
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-31385-6.html
ID: 31385-6

31 385
Wijziging van de Advocatenwet en de Wet op het notarisambt in verband met het verruimen van de mogelijkheden tot het spoedshalve tuchtrechtelijk optreden tegen advocaten en notarissen

nr. 6
VERSLAG

Vastgesteld 6 mei 2008

De vaste commissie voor Justitie1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.

ALGEMEEN

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. Zij voelen, gezien het grote maatschappelijke belang van een integere beroepsuitoefening door notarissen en advocaten en de onrust die hierover heerst, grote urgentie om snel en op voorhand tuchtrechtelijk te kunnen optreden tegen advocaten en notarissen die (dreigen) te ontsporen. Het wetsvoorstel geeft ook uitvoering aan een Kamerbreed gesteunde motie-Wolfsen c.s. (30 800 VI, nr. 103). Genoemde leden hebben kennisgenomen van de opmerking van de Raad van State dat het niet voor de hand ligt om vooruit te lopen op de aangekondigde integrale herziening van het beroepsgroepentuchtrecht. Zij hechten waarde aan het met voorrang treffen van wetgevende maatregelen op dit punt, maar zij vragen de regering wel om in te gaan op de vraag hoe dit wetsvoorstel past in de integrale wettelijke regeling die thans geschreven wordt. Ligt het in de lijn der verwachting dat deze spoedvoorziening ook voor de andere juridische beroepsgroepen, zoals de accountants en de gerechtsdeurwaarders, wordt ingevoerd?

De leden van de CDA-fractie constateren dat het wetsvoorstel zware instrumenten biedt om snel op te kunnen treden tegen advocaten en notarissen die (dreigen) te ontsporen. Zij onderschrijven het belang van deze instrumenten ten zeerste, maar vragen of nader kan worden ingegaan op de vraag wanneer feitelijk sprake is van «dreigen te ontsporen»? Kan de regering hiervan enkele concrete voorbeelden geven?

De leden van de CDA-fractie vragen of dit wetsvoorstel zou kunnen worden aangegrepen om de door de Kamer aangenomen motie-Van Vroonhoven-Kok c.s (23 706, nr. 66) waarin de regering wordt verzocht met maatregelen te komen om de leeftijdsgrens waarop notarissen moeten defungeren te schrappen dan wel te verhogen, uit te voeren.

De leden van de PvdA-fractie staan positief tegenover dit wetsvoorstel dat een uitwerking is van de motie-Wolfsen c.s. Om cliënten te beschermen tegen ontsporende advocaten en notarissen zijn krachtige instrumenten nodig. Dat is vorm gegeven in dit wetsvoorstel. Ondanks de positieve houding hebben zij ten aanzien van dit voorstel toch enkele vragen.

Lezen de leden dit wetsvoorstel het goed dat er nu een versnelde procedure wordt opgenomen in zowel de advocatenwet als de wet op de notarisambt, zodat een voorziening of schorsing getroffen kan worden of gevraagd kan worden voor die advocaat of notaris die tuchtrechtelijke ernstig dreigt te ontsporen? Klopt het dat deze voorziening of schorsing ook getroffen kan worden voor advocaten en notarissen die voor het eerst te maken krijgen met een tuchtrechtelijke/disciplinaire maatregel.

De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van voorliggend wetsvoorstel. Zij hebben hierover nog de volgende opmerkingen en vragen.

Deze leden zijn verheugd over de instemmende reacties op het wetsvoorstel, zoals die zijn ontvangen van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), waarmee duidelijk wordt dat het belang en de noodzaak van aanvullende wettelijke maatregelen ook door de beroepsgroepen zelf wordt onderkend. Integriteit is één van de kernwaarden van zowel advocatuur als notariaat. Burgers moeten er op kunnen vertrouwen dat die integriteit is gegarandeerd. Helaas blijkt dit in de praktijk niet altijd het geval te zijn. Voorkomen moet worden dat bij voorkomende incidenten niet tijdig kan worden ingegrepen omdat de noodzakelijke wettelijke bevoegdheden ontbreken. De maatregelen die in het wetsvoorstel worden aangedragen vormen naar mening van de leden van de SP-fractie een noodzakelijke aanvulling op de reeds bestaande wettelijke maatregelen.

Gelet op de maatschappelijke urgentie duldt het invoeren van deze maatregelen dan ook geen uitstel. Deze leden willen dan ook de behandeling van andere wetgevende maatregelen, zoals de aanpassing van de Advocatenwet en de herziening van het wettelijk geregeld tuchtprocesrecht voor advocaten en notarissen, niet afwachten, zoals door de Raad van State wordt geadviseerd.

De leden van de VVD-fractie hebben met instemming kennisgenomen van het wetsvoorstel dat beoogt ruimere mogelijkheden te bieden tot het spoedshalve tuchtrechtelijk optreden tegen advocaten en notarissen van wie een ernstig vermoeden bestaat dat zij beroepsmatig ontsporen of dreigen te ontsporen, vooral gezien het feit dat het voorstel ook breed gedragen wordt door de NOvA, de KNB en tuchtrechtelijke colleges.

Deze leden constateren dat met dit wetsvoorstel uitvoering wordt gegeven aan de met algemene stemmen aangenomen motie-Wolfsen c.s. Deze motie verzocht om een spoedprocedure in de Advocatenwet en de Wet op het notarisambt, waarbij de advocaat dan wel de notaris kan worden geschorst.

ARTIKELEN

Artikel I

Onderdelen A tot en met D (artikelen 46d, 46e, 46f en 56 Advocatenwet)

Het stemt de leden van de CDA-fractie tot tevredenheid dat de regering de gelegenheid heeft aangegrepen om wettelijk te regelen dat de dekens bij het aanbrengen van een klacht of bezwaar aan de tuchtrechter ook een zogenoemde antecedentenlijst kunnen overleggen. De tuchtrechters kunnen dan bij de beoordeling van de zaak rekening houden met het verleden van een advocaat.

Het valt deze leden op dat het College bescherming persoonsgegevens gelet op deze wettelijke regeling de ontheffing alsnog verlengd heeft tot eind 2008. Is ontheffing nog wel nodig op het moment dat onderhavige regeling kracht van wet krijgt? Waarom geldt de verlening van de ontheffing slechts tot het einde van dit jaar?

De leden van de SP fractie zijn van mening dat de aanbeveling van het College bescherming persoonsgegevens om in de wet limitatief de gegevens van de antecedentenlijst op te nemen terecht niet wordt gevolgd in het wetsvoorstel. De tuchtrechter moet kennis kunnen nemen van alle feiten en omstandigheden die voor een oordeel van belang kunnen zijn.

De leden van de VVD-fractie vragen met betrekking tot het tijdelijk karakter van de ontheffing verleend door het College Bescherming Persoonsgegevens inzake de antecedentenlijst (tot 31 december 2008) of deze tijdelijke ontheffing zal worden verlengd in het geval onderhavig wetsvoorstel niet per 1 januari 2009 inwerking zal treden.

Onderdeel E (paragraaf 4a nieuw Advocatenwet)

De leden van de CDA-fractie vragen of, gelet op artikel 60af Advocatenwet, ook maatregelen kunnen worden getroffen tegen advocaten buiten de Europese Unie, of gelden de maatregelen alleen voor advocaten afkomstig uit de Europese Unie?

De leden van de SP-fractie merken op dat voor de nieuwe spoedvoorziening is vereist dat de deken een klacht over de betreffende advocaat heeft ontvangen of dat de deken ambtshalve op de hoogte is geraakt van bezwaren tegen een advocaat (artikel 46f). Mag dit ambtshalve op de hoogte raken extensief worden uitgelegd zodat bijvoorbeeld daaronder ook berichten in de media kunnen worden begrepen, zo vragen de leden.

In de memorie van toelichting wordt gemeld dat de NOvA heeft aangegeven dat de raden van discipline in de praktijk in spoedeisende gevallen snel bijeen kunnen komen. Graag vernemen deze leden een duidelijker aanduiding wat er onder snel moet worden begrepen. En is dit snelle bijeenkomen ook gegarandeerd wanneer er zich meer spoedeisende klachten zullen voordoen? Welke maatregelen kunnen er worden genomen wanneer een opgeroepen advocaat weigert te verschijnen en daarmee de behandeling van het verzoek kan frustreren? Kan de behandeling van een verzoek worden afgehandeld zonder de advocaat te horen, en is daarvoor in procedures en termijnen voorzien?

De leden van de SP-fractie vragen op welke wijze opgelegde maatregelen tegen advocaten worden geregistreerd en of deze registratie publiek wordt gemaakt zodat burgers worden beschermd tegen advocaten die handelen in strijd met de maatregelen. Zo ja, op welke wijze?

Dat er naast schorsing ook voorlopige voorzieningen kunnen worden getroffen voor de praktijkuitoefening wordt door de leden van de SP-fractie met instemming beoordeeld. De kans dat er een leemte zou ontstaan tussen schorsing en niets doen is aannemelijk en wordt op deze wijze vermeden.

Deze leden van de SP-fractie onderschrijven het standpunt dat het beroep in de spoedvoorziening geen schorsende werking heeft zodat het beoogde effect niet kan worden gefrustreerd. Wel moet hierbij ook het belang van de betrokken advocaat in ogenschouw worden genomen, gelet op de vergaande gevolgen van de maatregel. Een snelle behandeling is daarom ook vanuit het oogpunt van bescherming van de advocaat van belang.

De leden van de VVD-fractie zijn met de regering van mening dat de spoedprocedure in de advocatenwet een noodzakelijke aanvulling vormt op de procedure op grond van artikel 60b en in de wet opgenomen dient te worden. Er is een spoedmaatregel met tuchtrechtelijk karakter noodzakelijk in aanvulling op de 60b procedure die met name tot doel heeft zodanige ordemaatregelen te kunnen treffen dat de praktijk weer op voldoende niveau kan worden gebracht, zodat de betrokken advocaat deze op enig moment weer op de gebruikelijke wijze kan hervatten. Dit vormt een krachtig instrument om snel op te kunnen treden.

Deze leden zouden ook graag een nadere toelichting krijgen van de regering op wat dient te worden verstaan onder «ambtshalve op de hoogte geraken» van een bezwaar door de deken.

Voorts vragen zij op welke wijze voor cliënten al dan niet duidelijk zal zijn dat de advocaat die hun belangen behartigt bijvoorbeeld zijn werkzaamheden tijdelijk onder toezicht verricht? Graag ontvangen deze leden nader inzicht in andere vormen/voorbeelden van voorlopige voorzieningen met betrekking tot de praktijkuitoefening en de mogelijkheden van controle en toezicht hierop.

Wat de beroepsmogelijkheid betreft vragen deze leden hoe lang de tijdelijke schorsing en/of de voorlopige voorzieningen met betrekking tot de praktijkuitoefening maximaal kunnen duren. Kan inderdaad de spoedmaatregel langer dan twee maal zes weken duren indien er een hogerberoepsprocedure loopt?

Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie de regering nader inzicht te geven in de keuze voor een termijn van zes weken (met een eenmalige verlengingsmogelijkheid van zes weken) voor de spoedmaatregel in afwachting van de normale tuchtrecht procedure.

Artikel II (artikelen 2, 103 en 106 Wet op het notarisambt)

De leden van de CDA-fractie merken op dat op grond van artikel 103, zesde lid, men gedurende de schorsing niet de titel van notaris mag voeren. Echter, hoe verhoudt zich dat met de volgende artikelen 60 en 28, sub c? Artikel 60 bepaalt dat alle notarissen en kandidaat-notarissen lid zijn van de KNB. Hoe zit dat met de geschorste notaris zonder titel? Hoeft die zich niet meer aan de regels van de KNB te houden? Of is hij dan weer kandidaat-notaris?

Met betrekking tot artikel 28, sub c, vragen deze leden ook kan worden waargenomen als een voorlopige voorziening is getroffen.

Met betrekking tot het vierde lid van artikel 106 vragen de leden van de CDA-fractie of is overwogen om ook anderen dan de betrokken notaris de mogelijkheid te geven om de maatregel op te heffen. Per slot van rekening kunnen ook anderen , bijvoorbeeld kantoorgenoten, belang hebben bij opheffing van de maatregel.

Zij vragen waarom in het vijfde lid de voorlopige voorziening in dit artikel niet wordt genoemd?

De leden van de SP-fractie merken op dat het huidige artikel 106 van de Wet op het notarisambt in de praktijk een te hoge drempel opwerpt om notarissen met onmiddellijke ingang te schorsen in de uitoefening van hun ambt. De voorgestelde wetswijziging voorziet in de noodzakelijke aanvulling van wettelijke maatregelen om in te kunnen grijpen bij misstanden.

Deze leden vragen op welke wijze de voorzitter van de kamer van toezicht kennis kan nemen van kennelijk gevaar voor benadeling van derden? Moet dit «kennis nemen» extensief worden uitgelegd, zo vragen de leden?

De leden van de SP-fractie vragen op welke wijze opgelegde maatregelen tegen notarissen worden geregistreerd en of deze registratie publiek wordt gemaakt zodat burgers worden beschermd tegen notarissen die handelen in strijd met de maatregelen. Zo ja, op welke wijze?

De leden van de VVD-fractie zijn met de regering van mening dat de onverwijlde maatregelen van tijdelijke aard, zoals het onder toezicht verrichten van bepaalde werkzaamheden, eveneens een noodzakelijke aanvulling vormt. Dit om de praktijk waarbinnen slechts spaarzaam gebruik gemaakt wordt van de spoedmaatregel «schorsing met onmiddellijke ingang» te doorbreken en de nodige handvatten aan te reiken waarmee bij misstanden snel kan worden opgetreden. Ook hier vragen de leden van de VVD-fractie de regering nader inzicht te geven in de mogelijke vormen van voorlopige voorzieningen.

Tot slot vragen de leden van de VVD-fractie naar de verschillen tussen de regeling voor de advocaten en die voor de notarissen. Om welke reden is ervoor gekozen voor notarissen een termijn (30 dagen met mogelijke verlenging) te stellen aan de mogelijkheid na een klacht over te gaan tot het opleggen van een voorlopige maatregel? Is het niet ook voor advocaten van belang dat zij na een klacht snel zekerheid hebben over de vraag of tegen hen spoedmaatregelen getroffen zullen worden?

Artikel IV

De leden van de PvdA-fractie merken op dat, voor zover deze wet betrekking heeft op de spoedprocedure voor tuchtrechtelijk optreden tegen advocaten en notarissen, voorzien is in een uitgestelde inwerkingtreding. De dekens en de raden van discipline en de kamers van discipline moeten de voldoende gelegenheid geboden worden om zich voor te bereiden op de nieuwe procedure. Wanneer zullen voornoemde betrokkenen de nieuwe procedure voldoende hebben voorbereid en wanneer zal naar verwachting de wet uiterlijk in werking treden?

De voorzitter van de commissie,

De Pater-van der Meer

De griffier van de commissie,

Nava


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), De Wit (SP), Van der Staaij (SGP), Kamp (VVD), Arib (PvdA), ondervoorzitter, De Pater-van der Meer (CDA), Voorzitter, Çörüz (CDA), Joldersma (CDA), Gerkens (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Van Velzen (SP), Azough (GL), Timmer (PvdA), Griffith (VVD), Teeven (VVD), Verdonk (Verdonk), De Roon (PVV), Pechtold (D66), Heerts (PvdA), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Bouwmeester (PvdA), Van Toorenburg (CDA) en Anker (CU).

Plv. leden: Uitslag (CDA), Langkamp (SP), Van der Vlies (SGP), Weekers (VVD), Smeets (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Jager (CDA), Jonker (CDA), Roemer (SP), De Vries (CDA), Vacature (algemeen), Halsema (GL), Dijsselbloem (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Van Miltenburg (VVD), Zijlstra (VVD), Fritsma (PVV), Koşer Kaya (D66), Gill’ard (PvdA), Ouwehand (PvdD), Spekman (PvdA), Vacature (algemeen), Bouchibti (PvdA), Van Haersma Buma (CDA) en Slob (CU).