Kamerstuk 30520-20

Reactie op verzoek van de commissie voor EZ over wat er inhoudelijk tussen Ziggo en de staatssecretaris van EZ is gewisseld over artikel 7.2a van de Telecommunicatiewet

Dossier: Voorstel van wet van het lid Van Dam houdende wijziging van Boek 2 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten)

Gepubliceerd: 15 januari 2010
Indiener(s): Frank Heemskerk (staatssecretaris economische zaken) (PvdA)
Onderwerpen: burgerlijk recht economie ict recht
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/30520/kst-30520-20?resultIndex=11&sorttype=1&sortorder=4
ID: 30520-20

nr. 20
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 januari 2010

Conform het verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken van 16 december 2009 (kenmerk 2009Z23701/2009D64832) informeer ik hierbij uw Kamer over wat er inhoudelijk tussen Ziggo en mij is gewisseld over artikel 7.2a van de Telecommunicatiewet.

Artikel 7.2a van de Telecommunicatiewet is op 1 juli 2009 in werking getreden. Het artikel bepaalt dat (telecommunicatie)contracten voor onbepaalde tijd te allen tijde door consumenten kunnen worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van één maand. Datzelfde geldt, zo bepaalt artikel 7.2a verder, voor contracten die stilzwijgend verlengd zijn. OPTA, die toezicht houdt op de naleving van artikel 7.2a, heeft aangegeven dat artikel 7.2a zo moet worden begrepen dat de opzegtermijn van één maand start op de datum van opzegging. Derhalve is het contract van een klant die op 14 september opzegt uiterlijk op 15 oktober beëindigd.

Ziggo heeft aangegeven grote moeite te hebben met deze uitleg van OPTA en heeft zich, zoals u bekend is, daarover bij mij beklaagd. Ziggo zou graag hebben gezien dat artikel 7.2a zo zou worden uitgelegd dat het slechts verplicht tot de mogelijkheid van opzegging tegen het einde van een kalendermaand. Ziggo heeft daarbij naar voren gebracht dat zij, bij de door OPTA gegeven uitleg, om te voldoen aan artikel 7.2a haar (geautomatiseerde) administratieve systemen moet aanpassen. Deze aanpassingen zijn, zo gaf Ziggo aan, relatief kostbaar, terwijl de baten voor de consument relatief gering zijn. Bovendien is, zo betoogde Ziggo, de door OPTA gegeven uitleg niet in lijn met de systematiek van het Burgerlijk wetboek.

Van de zijde van EZ is daarop aangegeven dat zij de interpretatie van OPTA onderschrijft en dat uit het Burgerlijk wetboek niet valt af te leiden dat contracten alleen tegen het einde van een kalendermaand kunnen worden opgezegd. Wel heeft EZ begrip getoond voor het kostenaspect. Daarbij is echter ook gewezen op het feit dat in de ruim twee jaar waarin regelmatig met het bedrijfsleven over de betreffende aanpassing van de Telecommunicatiewet is gesproken, noch door Ziggo, noch door enige andere aanbieder, naar voren is gebracht dat contractsbeëindiging te allen tijde bezwaarlijk zou zijn. Bovendien is er op gewezen dat om de wens van Ziggo te honoreren vrijwel zeker wetswijziging nodig is. Dit zou niet alleen de nodige tijd kosten, maar bovendien een verkeerd signaal zijn aan de andere aanbieders bij wie de consument wel te allen tijde kan opzeggen.

Enige tijd na het gesprek heeft Ziggo mij ervan op de hoogte gesteld dat zij aan OPTA heeft laten weten dat zij zich zal voegen naar de interpretatie van OPTA en het systeem van opzeggen op dagbasis te gaan implementeren.

Ik beschouw de zaak daarmee als afgedaan en hoop u hiermee (alsnog) voldoende te hebben geïnformeerd,

De staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk