Gepubliceerd: 6 april 2012
Indiener(s): Coşkun Çörüz (CDA)
Onderwerpen: burgerlijk recht recht
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30519-7.html
ID: 30519-7

Nr. 7 NOTA NAAR AANLEIDING VAN VERSLAG

Ontvangen 6 april 2012

Met belangstelling heb ik kennis genomen van de door de verschillende fracties gestelde vragen en naar voren gebrachte punten. Graag ga ik hieronder daarop in.

Het is verheugend te lezen dat veel fracties een positieve grondhouding hebben ten opzichte van het wetsvoorstel tot verruiming van de aansprakelijkheid voor gedragingen van minderjarigen in de leeftijd van veertien tot achttien jaar. De vragen die de leden van de verschillende fracties over het wetsvoorstel hebben gesteld geven mij de gelegenheid de voorgestelde wijzigingen te verduidelijken en aan te passen. Tegelijk met deze nota dien ik daartoe een nota van wijziging in.

Bij de beantwoording van de vragen is de indeling van het verslag gevolgd. Waar verschillende fracties dezelfde vragen stellen, zijn deze vragen gebundeld beantwoord. Waar vragen over hetzelfde onderwerp op verschillende plekken in het verslag aan de orde komen, worden deze op één, zoveel mogelijk herkenbare plek, in de nota beantwoord.

1. Inleiding

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen zich af of de indiener overwogen heeft om de schade direct te verhalen op de verantwoordelijke met uitvoering door het Justitieel Incassobureau?

De wetswijziging zoals de indiener heeft voorgesteld heeft betrekking op een uitbreiding van de aansprakelijkheid en niet op de wijze waarop dat kan. Het voorstel van de leden van de ChristenUnie-fractie is een uitwerking over hoe de schade eventueel verhaald kan worden. Op dit moment zou ook het Justitieel Incassobureau aanlopen tegen het ontbreken van een extra verhaalsmogelijkheid. Deze wetswijziging zorgt ervoor dat er voor het slachtoffer een extra verhaalsmogelijkheid is, namelijk ook de ouders van de minderjarige verantwoordelijke.

2. Aanleiding voor het wetsvoorstel

De leden van de CDA-fractie vragen zich af of de indiener bewust niets over de hoogte van de schadevergoeding heeft gezegd.

Er is niet bewust niks over de hoogte van de schade gezegd. De veroorzaakte schade kan per geval enorm verschillen en daarmee ook de bijbehorende schadevergoeding. Het beschadigen van bushokjes kan oplopen tot in de tonnen, terwijl het beschadigen van fietsen en/of auto’s niet meer dan honderden euro’s hoeft te kosten. Mochten de leden hiernaar vragen in verband met eventuele draagkracht van ouders, dan wijst de indiener op de matigingsbevoegdheid van de rechter. Op grond van artikel 6:109 lid 1BW heeft de rechter (ambtshalve) een wettelijke bevoegdheid tot matiging van de schadevergoeding indien toekenning van volledige schadevergoeding tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Hierbij houdt de rechter rekening met de gegeven omstandigheden waaronder de aard van de aansprakelijkheid, de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en hun beider draagkracht. Op deze manier zijn de ouders en hun kinderen wettelijk beschermd tegen (te) hoge schadevergoedingen die zij financieel niet kunnen dragen of die onredelijk zijn. De indiener hecht eraan te onderstrepen dat de met dit wetsvoorstel beoogde verruiming van de aansprakelijkheid van ouders voor door hun kinderen toegebrachte schade aan derden zijn begrenzing dient te vinden in hetgeen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid nog aanvaardbare gevolgen zijn.

De leden van de CDA, VVD en SP- fractie vragen zich of er meer bekend is over de totale schadepost en in hoeverre schade door verzekeraars wordt vergoed, danwel problemen oplevert bij het slachtoffer?

Er zijn helaas weinig gegevens bekend over de totale schadepost van jeugdcriminaliteit en vandalisme. Na consultatie van het verzekeringswezen, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), vervoersbedrijven (NS, Arriva, Connexion), het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC), het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), het Centrum voor criminaliteitspreventie alsmede het meldpunt vernielingen van de gemeente Rotterdam, is de indiener gebleken dat adequate administratie ontbreekt. Wel kan de indiener aangeven dat het gaat om miljoenen euro’s (voorzichtige schatting). Het beschadigen van enkele bussen door een minderjarige kan al meer dan een ton kosten. 1 Toen de indiener begon aan zijn initiatief waren in de regio Amsterdam schadegevallen bekend van enkele miljoenen euro’s alleen al voor het schoonmaken en weghalen van graffiti. Daarnaast wil de indiener er op wijzen dat vernieling, samen met vermogensmisdrijven, het meest voorkomende strafbare feit onder 12- tot en met-17-jarigen is.2

Er zijn geen concrete cijfers over hoeveel mensen hun schade niet kunnen verhalen en daardoor met de schade blijven zitten. Dit is lastig te meten omdat onder de slachtoffers zowel de overheid als burgers vallen en vernieling een breed begrip is omdat dit gaat van een beschadigde fiets tot en met graffiti. De indiener is echter van mening dat ondanks het ontbreken van concrete cijfers dit niet wegneemt dat de aansprakelijkheid en verhaalsmogelijkheden goed geregeld moeten zijn in de wet.

De leden van de PvdA-fractie hebben enkele vragen over of de minderjarige zelf nog wel de (financiële) gevolgen van zijn daad voelt en of de verantwoordelijkheid van het kind nu niet naar de ouders verschuift. De leden vragen zich tevens af de ouders de schade op het kind kunnen verhalen.

De indiener wil benadrukken dat met dit wetsvoorstel zowel het kind als de ouders aansprakelijk zijn. Er is sprake van een hoofdelijke aansprakelijkheid van ouder en kind, waarbij in de onderlinge verhoudingen uiteindelijk het kind moet betalen. Hierbij wil de indiener verwijzen naar de nota van wijziging. Aan het voorstel zal bij nota van wijziging een tweede zin worden toegevoegd: In de onderlinge verhouding met de minderjarige behoeft degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent niet in de schadevergoeding bij te dragen. Met deze toevoeging wordt bewerkstelligd dat de minderjarige van 14 jaar en ouder op zijn eigen gedrag wordt aangesproken, ook in financiële zin. Dit wordt bereikt door de interne bijdrageplicht tussen ouders en kinderen, geheel bij de kinderen te leggen. Dit houdt in dat de ouder wel – extern – tot vergoeding van de schade kan worden aangesproken, maar dat het kind – intern – uiteindelijk de schade zal moeten dragen. De ouders staan daarmee als het ware borg voor hun minderjarige kinderen. Dit betekent dat in het geval de ouders worden aangesproken en de schade vergoeden, zij deze (volledig) kunnen verhalen op het kind. Of en op welke wijze de ouders deze vordering innen, is aan de ouders (terugbetalen indien de minderjarige over voldoende inkomen en vermogen beschikt, verrekenen met zakgeld, bij erfenis «afrekenen», kwijtschelden). Het grote voordeel van deze toevoeging is dat de minderjarige uiteindelijk de financiële gevolgen van zijn gedraging dient te dragen. Dit is voor de minderjarige een belangrijke prikkel om zich normconform te gedragen en draagt bij aan de voor de groei naar volwassenheid noodzakelijke ontwikkeling van zijn of haar normbesef.

Het wetsvoorstel strekt er toe de aansprakelijkheid te verruimen, aangezien de ouders in de huidige situatie vanaf 14-jarigen niet meer (geheel) aansprakelijk zijn. Deze verruiming is noodzakelijk, omdat minderjarigen vaak niet in staat zijn de schade te betalen en daardoor het slachtoffer met de schade blijft zitten. Op dit moment bieden de huidige verhaalsmogelijkheden onvoldoende mogelijkheden voor de benadeelde. De persoon die ouderlijk gezag draagt is verantwoordelijk voor de minderjarige en zou dus ook aansprakelijk gesteld moeten kunnen worden op het moment dat er schade door de minderjarige wordt veroorzaakt. Dit neemt niet de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de minderjarige zelf weg.

De leden van de PvdA-fractie vragen zich af waarom de ouders verantwoordelijk worden gesteld door de gedragingen van een ouder kind en waarom niet de gehele samenleving (bijvoorbeeld door middel van een schadefonds)?

De indiener is van mening dat niet de samenleving moet opdraaien voor de bewust veroorzaakte schade van een minderjarige, maar dat degene die de schade toebrengt hier de verantwoordelijkheid voor dient te dragen. De minderjarige of de persoon die het gezag draagt over de minderjarige, dient dus mede de financiële verantwoordelijkheid te dragen en niet de gehele samenleving. Daarnaast gaat er ook geen enkele waarschuwende, opvoedende en preventieve werking vanuit als de samenleving opdraait voor bewust veroorzaakte schade en niet deverantwoordelijke.

Tevens opperen de leden van de PvdA-fractie dat de overheid de schade eventueel kan «voorschieten» en op die manier een vordering krijg op de minderjarige.

De indiener wil met deze wetswijziging bereiken dat er voor het slachtoffer meer verhaalsmogelijkheden komen en dat de kosten worden betaald door de verantwoordelijke en niet de samenleving. Daarnaast telt de opvoedende en preventieve werking mee en gaat dit voorstel uit van de gedachte dat een ouder verantwoordelijk is voor zijn minderjarig kind. Het laten voorschieten door de overheid draagt niet bij aan de hiervoor genoemde doelen. Het is juist niet de bedoeling dat de samenleving verantwoordelijk moet worden de schade, maar dat de verantwoordelijke wordt aangesproken waardoor er tevens een preventieve werking vanuit gaat.

De leden van de SP-fractie willen weten of de indiener rekening heeft gehouden met het feit dat dit alleen gaat om gevallen waarbij de verantwoordelijke bekend is.

Dit wetsvoorstel heeft inderdaad alleen betrekking op gevallen waarbij de verantwoordelijke bekend is. Dit neemt echter niet weg dat in de gevallen waarbij de verantwoordelijke wel bekend is, de wet moet voorzien in de juiste en beste verhaalsmogelijkheden voor het slachtoffer.

Tevens vragen de leden van de SP-fractie zich af of in veel gevallen de schade niet al vergoed is door de verzekeraar welke dit vervolgens gaat verhalen op de verantwoordelijke. Ook willen ze graag weten of de verzekering niet veel beter in staat is om dit geld te verhalen dan het slachtoffer.

Mochten de leden van de SP-fractie doelen op de verzekering van het slachtoffer, dan houdt het in dat de benadeelde verantwoordelijk is om goed en voldoende verzekerd te zijn. In het geval van bijvoorbeeld schade aan een fiets zal een slachtoffer meestal geen verzekering hebben en dus met zijn schade blijven zitten. In het geval van bijvoorbeeld busmaatschappijen of de overheid is dit wel het geval. Dit betekent dat hun verzekering de schade vergoedt, maar vaak moet de verzekerde nog wel een eigen risico betalen en/of gaat dit af van de opgebouwde bonus malus. De verzekeringsmaatschappijen kunnen hun regresrecht uitoefenen en proberen het geld te verhalen bij de verantwoordelijke, maar stuiten vervolgens op hetzelfde probleem dat van een «kale kip» niet te plukken valt. Dit houdt in dat de verzekering en daarmee dus de maatschappij opdraait voor de kosten welke opzettelijk veroorzaakt zijn door de verantwoordelijke. Ook voor de verzekeringsmaatschappijen biedt deze wetswijziging dus een extra verhaalsmogelijkheid.

3. Doelstelling van dit wetsvoorstel

De leden van de CU- en SP-fractie vragen de indiener op basis waarvan hij uitgaat van een verhoogde preventieve gedragscorrigerende werking van het voorstel.

Bij de huidige wetgeving zal de minderjarige niet of minder snel de gevolgen van zijn daad ondervinden, want de schade valt vaak niet op hem/haar te verhalen vanwege het gebrek aan vermogen. Omdat de minderjarige bij invoering van deze wetswijziging, vroeg of laat, wel opdraait voor de door hem veroorzaakte schade en/of de directe gevolgen er van ziet bij zijn ouders, zal hij zich de volgende keer nog wel een keer bedenken voor hij opzettelijk schade toe brengt. Ook zullen ouders en/of voogd door de uitgebreide aansprakelijkheid er meer belang bij hebben om hun minderjarige kind hiervan te weerhouden.

Ook vragen de leden van de SP- fractie zich af of het voorstel tot wijziging er niet toe leidt dat de minderjarige zich roekelozer gaat gedragen, aangezien de ouders nu ook kunnen worden aangesproken. Minderjarigen zouden dit volgens de leden zelfs kunnen gebruiken als chantagemiddel.

De indiener wil benadrukken dat de ouders en kinderen samen verantwoordelijk en ieder aansprakelijk zijn. Tevens zal door de interne bijdrageplicht uiteindelijk de minderjarige de kosten moeten dragen. De indiener vreest dan ook niet roekelozer gedrag van de minderjarige, want deze zal zelf de consequenties van zijn daden ondervinden.

Graag horen de leden van de SP-fractie welke gedachte er aan ten grondslag ligt om ook ouders aansprakelijk te stellen. Is er sprake van medeschuld van de ouder en heeft de ouder definitief gefaald bij de opvoeding?

De indiener is van mening dat het grootbrengen van kinderen rechten met zich mee brengt, zoals het recht op kinderbijslag, maar ook plichten. De indiener is van mening dat de speciale band tussen ouder en kind met zich mee brengt dat de ouders naast verantwoordelijk ook aansprakelijk zijn voor hun kinderen.Tot achttien jaar geldt in Nederland in principe de minderjarigheid (artikel 1:233 BW), en daarmee de onbekwaamheid om rechtshandelingen te verrichten. Tot achttien jaar heeft die vertegenwoordiger ook het gezag over de jongere (artikel 1:245 BW); tot 21 jaar is hij zelfs onderhoudsplichtig (artikel 1:395a BW). Het is dan ook niet meer dan logisch om ook in de aansprakelijkheidsregeling aan te sluiten bij het minderjarigheidbegrip. Dit heeft volgens de indiener niet te maken met falen bij de opvoeding of medeschuld van de ouder, maar te maken met de verantwoordelijkheid van de ouder die het heeft voor zijn opgroeiende kind. Ouders zijn er voor verantwoordelijk hun kinderen op te voeden zodat zij geen opzettelijke schade veroorzaken. Het argument dat ouders hun kinderen van 14 jaar en ouder niet altijd in de gaten kunnen houden gaat wat betreft de indiener dan ook niet op.

De leden van de SP-fractie ontvangen graag een reactie van de indiener op het artikel van hoogleraar jeugdrechtspleging Weijers waarin hij pleit voor een schaderegeling waarbij de verantwoordelijke verspreid over een aantal jaar de schuld kan betalen.

Met het voorstel van hoogleraar Weijers blijft de schade voor jaren bij het slachtoffer liggen en de indiener wil dit juist met deze wijziging tegen gaan. Het kan niet zijn de benadeelde nog jarenlang met de schade zit waar hij niet om gevraagd heeft.

Tevens is hoogleraar Weijers van mening dat het niet deugt om van een kale kip te plukken die niets te verwijten valt. Hij doelt hier op de ouders die niets te verwijten zou zijn op het moment dat hun kind opzettelijk schade aanricht.

De indiener verwijst hierbij naar zijn eerder antwoord dat het grootbrengen van kinderen zowel rechten als plichten met zich meebrengt. In Nederland hebben we gekozen voor een grens van achttien jaar en tot die tijd zijn ouders verantwoordelijk voor hun kinderen en wat de indiener betreft hoort daar ook het gevolg aansprakelijk te zijn. Ouders zelf zijn ook van mening dat dit het geval is.

De leden van de SP-fractie stellen voor om de verantwoordelijke die schade heeft veroorzaakt in een publieke ruimte werk te laten verrichten voor de gemeenschap. Bijvoorbeeld een werkstraf uitvoeren voor de gemeente waardoor de schade deels kan worden hersteld.

In gevallen waarin dit mogelijk is kan de rechter hier toe besluiten. In de Memorie van Toelichting geeft de indiener aan dat via een Halt-procedure jongeren kunnen recht zetten wat zij hebben fout gedaan. Het nadeel van de Halt-regeling is dat dit gaat om schadebedragen van maximaal 900 euro per persoon en/of 4 500 euro per groep. In veel gevallen zal dit niet toereikend zijn. Tevens is de burger die slachtoffer wordt van vandalisme hier niet mee geholpen en is het dus nog steeds nodig om de wet te wijzigen.

De leden van de PvdA en SP-fractie snappen niet goed welke onrechtvaardigheid de indiener probeert weg te nemen bij groepsdelicten.

De indiener is van mening dat bij de huidige regelgeving ouders van jonge vandalen niet worden aangespoord verantwoordelijkheid te nemen. Door deze wetswijziging kunnen zowel de ouders als de minderjarigen hoofdelijke aansprakelijk gesteld worden en kan niemand zijn verantwoordelijkheid meer ontlopen.

4. Verhalen van schade via het strafrecht

De leden van de VVD-fractie willen graag weten hoe de indiener denkt over een strafrechtelijke mogelijkheid tot schadevergoeding.

De indiener staat niet negatief tegenover een strafrechtelijke mogelijkheid tot schadevergoeding. Echter zitten er een aantal haken en ogen aan de mogelijkheden. Slachtoffers kunnen zich bijvoorbeeld voegen als benadeelde partij in het strafproces, maar dit kan alleen in gevallen waarbij de schade op een eenvoudige wijze is vast te stellen (artikel 361 lid 3 WvSv). In de praktijk komt het er op neer dat de schade dan vaak alsnog via een civiele procedure moet worden gevorderd, omdat de schade vaak te ingewikkeld is of het bedrag te hoog.

Ook andere opties als het opleggen van een maatregel tot schadevergoeding (artikel 36f WvSr) door de rechter of het besluiten van afzien van vervolging door het OM als er een schadevergoeding wordt betaald, behoren tot de mogelijkheid. Echter is het slachtoffer dan afhankelijk van beslissingen van het OM en de rechter om dit te besluiten, danwel te vorderen. Daarnaast zijn in al deze gevallen de ouders niet aansprakelijk te stellen of kunnen ze zich disculperen en blijft de situatie bestaan dat een minderjarige de schade niet kan betalen en het slachtoffer blijft zitten met de schade.

Het strafrecht biedt dus onvoldoende mogelijkheden om het schadebedrag te kunnen verhalen voor een slachtoffer. Naar mening van de indiener zorgt uitbreiding van de aansprakelijkheid voor meer verhaalsmogelijkheden voor het slachtoffer via een duidelijkere procedure.

5. Overwegingen bij het initiatiefwetsvoorstel

De leden van de CDA- fractie willen graag weten wanneer er sprake is van een fout van de minderjarige. Gaat dit om een opzettelijk gemaakte fout of ook fouten welke per ongeluk zijn gemaakt? Wordt met fout een onrechtmatige daad bedoeld en kan deze ook te maken hebben met het nalaten van een handeling of gaat het om het doen van iets?

Ten aanzien van gedragingen van kinderen tot veertien jaar, blijven ouders derhalve de enige aansprakelijk te stellen personen. Hierbij geldt dat alleen een gedraging die valt aan te merken als een «doen» kan leiden tot aansprakelijkheid voor de ouders; een «nalaten» kan dit gevolg dus niet hebben. Voor kinderen vanaf veertien jaar zal het begrip «fout» van toepassing blijven, zoals dat ook in de huidige regeling gehanteerd wordt. De hoofdregel dat ouders en voogden aansprakelijk zijn voor hun kinderen wanneer zij met het gezag belast zijn, zal eveneens ongewijzigd blijven.

De fouten waar de indiener het over heeft kenmerken zich door het opzettelijk toebrengen van schade aan derden. In het geval van een huis, tuin en keukenongeluk van een minderjarige waarbij geen sprake is van opzet zal de verzekering van de minderjarige de schade vergoeden. Bij opzet moet een slachtoffer echter de schade kunnen verhalen op de minderjarige dan wel zijn ouders/voogd.

De leden van de CDA-fractie willen de indiener wijzen op schadelijke neveneffecten, zoals toenemend huiselijk geweld, die een schadevergoeding kan hebben op een gezin waar het niet al te goed gaat. Hoe denkt de indiener dit te gaan voorkomen?

De indiener begrijpt de vraag van de leden van de CDA-fractie als volgt. Indien er betaalt moet worden, omdat het kind schade veroorzaakt dan zorgt dit eventueel voor stress en huiselijk geweld in een gezin. Het is de indiener niet te doen om families in een moeilijk positie te brengen, doordat men moet betalen. Nadrukkelijk wil de indiener voorop stellen dat het gaat om een andere normstelling, namelijk dat niet de samenleving voor de gemaakt kosten opdraait, maar dat in beginsel de vernieler betaalt voor de kosten. Ten overvloede meldt de indiener dat het al bestaande matigingsrecht nadrukkelijk in stand wordt gelaten.

De leden van de SP-fractie willen graag horen of de indiener niet voorbij gaat aan het feit dat in het huidige systeem de verantwoordelijk van het kind langzaam wordt vergroot en de geleidelijke verschuiving van aansprakelijkheid.

De indiener is van mening dat zijn wetswijziging de situatie voornamelijk voor de ouders verandert en niet zozeer die van minderjarigen. Er komt een extra verhaalsmogelijkheid voor de benadeelde bij en dat is een verandering voor de ouders ten opzichte van de huidige situatie. Op dit moment kan de schade tot 14 jaar op de ouders worden verhaald en vanaf 14 jaar op de minderjarige. Dit verandert niet in het nieuwe systeem, behalve dat vanaf 14 jaar nu in ieder geval ook de ouders naast de minderjarige aansprakelijk kunnen worden gesteld

De leden van de VVD-fractie willen graag weten wat de indiener van de mogelijkheid vindt om ouders op kinderbijslag te korten als het niet mogelijk is om het schadebedrag op een andere manier te verhalen.

De wetswijziging van de indiener gaat over het uitbreiden van aansprakelijkheid. Op dit moment zijn ouders bij minderjarigen vanaf 14 jaar niet (of nauwelijks) aansprakelijk en dit moet eerst verruimd worden. De leden van de VVD-fractie stellen een vraag over op welke manier dit mogelijk is. Dit is echter niet de kern van deze wetswijziging.

De leden van de SGP-fractie willen daarop aanvullend weten of er voor ouders mogelijkheden overblijven om zich in bepaalde gevallen te disculperen. Waarom is er niet gekozen voor aanscherping van de uitzonderingsclausule? Ook de leden van de CDA-fractie vragen zich dit af en nemen als voorbeeld of dit ook geldt voor kinderen van boven de 14 jaar die handelingsonbekwaam zijn of waar vanwege een psychiatrische stoornis zorgt voor ontoerekeningsvatbaar gedrag.

De indiener is van mening dat de thans geldende disculpatie mogelijkheden zo ruim zijn dat de benadeelde in veel gevallen met de schade blijft zitten. Dit vindt de indiener te ver gaan en is dan ook van mening dat de grens van 18 jaar een hele redelijk grens is.

Op de vraag van de leden van de CDA-fractie kan de indiener als volgt antwoorden. Indiener wijst erop dat conform artikel 6:165 BW personen met een geestelijke of lichamelijke stoornis boven de 14 jaar welke een onrechtmatige daad plegen deze daad gewoon toerekenbaar blijft. Minderjarigen met een geestelijke of lichamelijke beperking evenals hun ouders of toezichthouders zijn volgens de systematiek van de huidige wetgeving op dit moment dus ook al verantwoordelijk en aansprakelijk. Het ligt niet in de rede om dit te veranderen.

6. Risicoaansprakelijkheid

De leden van de CDA-fractie vragen zich af in hoeverre de gekozen formulering de juiste is.

Er is voor deze formulering gekozen omdat dit past in het systeem van de huidige wetgeving en de systematiek van het burgerlijk wetboek. De indiener is van mening dat de gekozen formulering de minste wijzigingen in het wetboek te weeg brengt. De indiener laat het systeem bijna geheel intact van de aansprakelijkheid, maar breidt alleen de kring van aan te kunnen spreken personen uit

7. Gedeelde hoofdelijke aansprakelijkheid en matiging

De leden van de CDA-fractie willen weten of de ouders alleen als achtervang dienen als de minderjarige niet kan betalen of dat beiden even aansprakelijk zijn? Wat gebeurt er als ouders niet kunnen betalen?

De ouders zijn naast hun kind aansprakelijk en eerste instantie zal het geld bij de minderjarige vandaan moeten komen. Echter kunnen ouders middels dit wetsvoorstel daarnaast worden aangesproken. De vraag met betrekking tot het gebrek aan financiële middelen bij de ouders zal ook bij de rechter voorliggen en deze kan besluiten tot matiging.

Tevens willen de leden van de CDA-fractie weten hoe de indiener staat tegenover een vordering tegen de verantwoordelijke op een later tijdstip.

De indiener heeft het belang van de benadeelde voorop gesteld. Het kan niet zo zijn dat bij het veroorzaken van opzettelijke schade door een minderjarige de benadeelde jaren moet wachten op een schadevergoeding.

Is voor criminele jongeren ook een oplossing dat de overheid de schade betaalt en tegelijkertijd een claim legt op het toekomstige inkomen van de jongere met behulp van de belastingdienst?

Indiener is van mening dat de aansprakelijkheid ligt bij de vernieler en niet bij de samenleving en daarmee de overheid. Ook indien de overheid de schade zou betalen dan is nog maar de vraag of überhaupt de overheid erin slaagt en zo ja wanneer de overheid vervolgens dit geld kan terugvorderen. Ten overvloede kan een benadeelde thans ook de juridische weg volgen van het indienen van een vordering en deze telkens malen stuiten (omdat een vordering na vijf verloopt). Tevens is de indiener van mening dat het moeten betalen ook een preventieve en opvoedende opwerking heeft. Indien de minderjarige pas over tien jaar in staat is te betalen, dan is de relatie tussen daad en dader al verdwenen. Als laatste wil de indiener wijzen op de administratieve lasten en bureaucratie met zich mee brengt.

De leden van de PvdA-fractie willen weten waarom een minderjarige wel zelf en alleen de strafrechtelijke gevolgen voor zijn daden moet dragen en waarom zouden in civiele zin dan de ouders moeten bijdragen?

De inrichting van het Nederlandse strafrecht is dat een straf niet overdraagbaar is. Indien na veroordeling een straf volgt, dan is de verantwoordelijke zelf verantwoordelijk. In het civiele recht is de betrokkene in beginsel ook zelf verantwoordelijk, maar kunnen er naast de verantwoordelijke ook andere personen aansprakelijk worden gesteld in verband met hun verantwoordelijkheid. Dit is niet uniek, want zo werkt dit bijvoorbeeld ook bij de leerplichtwet. Ouders kunnen een boete krijgen op het moment dat hun kind spijbelt.

Daarnaast willen de leden van de PvdA-fractie weten of ook de ouders aansprakelijk zijn die zich niet of nauwelijks met de opvoeding bemoeien?

De indiener wijst erop dat als de ouders het gezag hebben zij ook op dit moment juridisch verantwoordelijk zijn voor hun minderjarige kinderen, ook als zij zich niet met de opvoeding bemoeien.

De leden van de SP-fractie vragen zich af of in de praktijk een benadeelde niet altijd de ouders aansprakelijk zal stellen?

In de praktijk kan dit het geval zijn, maar vanwege de interne bijdrageplicht kunnen de ouders deze schade uiteindelijk ook op hun minderjarig kind verhalen. De minderjarige blijft ook aansprakelijk en verantwoordelijk.

8. Verzekeringstechnische aspecten

De leden van de PvdA-fractie willen weten of ouders met succes hun eigen aansprakelijkheidsverzekering kunnen aanspreken en wat zijn de gevolgen voor de verzekeringspremies? Verschuift de opzet dan van het kind naar de ouder?

Een strafbaar feit is niet over te nemen, dus ook de opzet verschuift niet van het kind naar de ouder. Het lijkt de indiener niet voor de hand liggend dat een aansprakelijkheidsverzekering in het huidige systeem dekking zou bieden, omdat het in essentie gaat om de strafbare gedraging (Dit zou inhouden dat een strafbare gedraging «gedekt» is). De wetswijziging dient er puur en alleen voor om de aansprakelijkheidmogelijkheden te verruimen naar de ouders toe en niet om de ouders te betichten van een strafbaar feit.

De leden van de CU- fractie vragen welke bereidheid er bestaat bij verzekeraars om schade via de aansprakelijkheidsverzekering van ouders te dekken. Zijn verzekeringen bereid om schade te vergoeden in het geval ouders zich disculperen?

De indiener is principieel van mening dat het niet op de weg ligt van verzekeringsmaatschappijen om een misdrijf cq. overtreding te verzekeren. Het gaat om opzettelijke vernieling en de schade die hieruit voorvloeit moet volgens indiener worden betaald door de vernieler cq. zijn wettelijke vertegenwoordiger. Maar indien verzekeraars hiertoe bereid zijn om hun moverende redenen om dit te dekken, dan ligt dit niet op de weg van de indiener op dit tegen te houden.

Çörüz