Kamerstuk 29680-10

Regeling verstrekking programmagegevens; Nota van wijziging

Dossier: Regeling verstrekking programmagegevens

Gepubliceerd: 14 september 2006
Indiener(s):
Onderwerpen: cultuur en recreatie economie markttoezicht media
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29680-10.html
ID: 29680-10
Origineel: 29680-2

29 680
Voorstel van wet van de leden Örgü en Bakker tot wijziging van de Mediawet en de Auteurswet 1912 (regeling verstrekking programmagegevens)

nr. 10
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 14 september 2006

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I komt als volgt te luiden:

ARTIKEL I

Aan artikel 10 van de Auteurswet worden een zesde en zevende lid toegevoegd, luidende:

6. De bescherming van het auteursrecht strekt zich uit tot uitingen en niet tot ideeën, procedures, werkwijzen of wiskundige concepten als zodanig.

7. De programmering van radio- of televisie-uitzendingen, alsmede de schriftelijke neerslag daarvan in lijsten of overzichten, wordt aangemerkt als een idee als zodanig in de zin van het zesde lid. Deze voortbrengselen van de geest zijn uitgezonderd van de bescherming voor andere geschriften in de zin van het eerste lid, onder 1°.

B

Artikel III komt als volgt te luiden:

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Toelichting

Onlangs is in het kader van de implementatie van de richtlijn hergebruik overheidsinformatie artikel 15b Auteurswet gewijzigd en in werking getreden. Op grond van het «nieuwe» artikel 15b van de Auteurswet mag door of vanwege de overheid openbaar gemaakte overheidsinformatie worden verveelvoudigd en verder openbaar gemaakt, indien de overheid het auteursrecht bezit en geen nadrukkelijk voorbehoud is gemaakt. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan voorlichtingcampagnes van de overheid, nota’s en rapporten. Bij stukken die niet onder leiding en toezicht van de overheid tot stand zijn gebracht rust het auteursrecht niet bij de overheid. Het is de vraag of artikel 15b daarmee van toepassing is op programmagegevens. De nieuwe formulering van artikel 15b staat alleen in de weg aan het «vrij» maken van de programmagegevens als vast staat dat «de openbare macht» niet de maker of rechthebbende is van die gegevens. Die vraag is niet direct te beantwoorden. De formulering van een auteursrechtexceptie ten aanzien van programmagegevens zou derhalve in overeenstemming kunnen worden gebracht met het nieuwe artikel 15b Aw. Als echter zou blijken dat de openbare macht niet als maker van programmagegevens van de publieke omroep kan gelden, zou moeten worden bezien of de publieke omroepen cq de NOS zich tot overdracht willen verplichten, waardoor de openbare macht alsnog rechthebbende wordt en alsnog aan de voorwaarde van artikel 15b kan worden voldaan. Openbare macht en publieke omroep zijn immers in ieder geval zo nauw verbonden dat een dergelijke overdracht tot de mogelijkheden behoort. Het nadeel van deze oplossing zou echter zijn dat zij hoe dan ook vooralsnog rechtsonzekerheid in stand zou laten en dwingt tot verdere onderhandelingen en/of tot rechtszaken. Zoals eerder uiteengezet willen de indieners zulks nu juist voorkomen.

Daarom wordt voorgesteld onder artikel 10 Aw een zesde lid toe te voegen dat bepaalt dat de bescherming van het auteursrecht zich uitstrekt tot uitingen en niet tot ideeën, procedures, werkwijzen of wiskundige concepten als zodanig. Dit is een letterlijke transcriptie van artikel 2 World Intellectual Property Organization (WIPO) Copyright Treaty 1996. Daarnaast wordt als 7e lid onder artikel 10 opgenomen dat: de programmering van radio- of televisie-uitzendingen, alsmede de schriftelijke neerslag daarvan in lijsten of overzichten, wordt aangemerkt als een idee als zodanig. Deze voortbrengselen van de geest zijn uitgezonderd van de geschriftenbescherming. Programmagegevens vallen daarmee buiten de geschriftenbescherming. Omdat de geschriftenbescherming een typisch Nederlandse rechtsfiguur is, is de Nederlandse wetgever vrij om er de grenzen van vast te stellen.

Onderdeel B

De wet treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Örgü

Bakker