Kamerstuk 21501-32-804

Verslag van een algemeen overleg

Landbouw- en Visserijraad

Gepubliceerd: 23 september 2014
Indiener(s): Mark Verheijen (VVD)
Onderwerpen: europese zaken internationaal landbouw organisatie en beleid
Bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-32-804.html
ID: 21501-32-804

Nr. 804 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 23 september 2014

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft op 2 september 2014 overleg gevoerd met Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken over:

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 26 augustus 2014 houdende de geannoteerde agenda extra Landbouw- en Visserijraad naar aanleiding van de boycot vanuit Rusland (Kamerstuk 21 501-32, nr. 799);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 11 augustus 2014 met informatie over de ingestelde boycot vanuit Rusland van met name agrarische producten (Kamerstuk 21 501-20, nr. 903);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 15 augustus 2014 over de maatregelen naar aanleiding van de beperking van de import van landbouwproducten door Rusland (Kamerstuk 21 501-20, nr. 904);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken d.d. 10 juli 2014 met de antwoorden op vragen van de commissie over de Landbouw- en Visserijraad van 14 juli 2014 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 798);

  • de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken d.d. 15 juli 2014 met het verslag van de Landbouw- en Visserijraad van 14 juli 2014 (Kamerstuk 21 501-32, nr. 797);

  • de brief van Staatssecretaris van Economische Zaken d.d. 26 augustus 2014 met het verslag van een schriftelijk overleg over de Landbouw- en Visserijraad van 14 juli 2014 (tweede deel) (Kamerstuk 21 501-32, nr. 800).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Verheijen

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Franke

Voorzitter: De Liefde

Griffier: Van Bree

Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Dijkgraaf, Dik-Faber, Dikkers, Van Gerven, Geurts, Graus, De Liefde, Lodders en Ouwehand,

en Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.

Aanvang 18.03 uur.

De voorzitter: Goedenavond. Ik heet welkom de collega's, de Staatssecretaris en allen die haar ondersteunen, alsook de mensen op de publieke tribune en degenen die ons via de digitale of analoge weg volgen. We zijn hier bijeen voor het algemeen overleg in het kader van de extra Landbouw- en Visserijraad op 5 september. Als ik me niet vergis, heeft de heer Van Gerven al een vooraankondiging van een VAO gedaan. Dat zal voor morgen of donderdag worden ingepland. Ongetwijfeld zullen één of meer partijen dan moties indienen. Die besluitvorming kunt u later in de week nog volgen.

We beginnen dit algemeen overleg met de eerste termijn van de Kamer. Ik stel een spreektijd van vijf minuten voor, met een tweetal interrupties per fractie. Afhankelijk van de afloop van de eerste termijn, ook van de Staatssecretaris, kunnen we bekijken hoeveel tijd dan nog resteert voor wat verdieping in de tweede termijn. Ik zie niemand bezwaar hiertegen maken.

Mevrouw Lodders (VVD): Voorzitter. Ik zal snel van start gaan, want vijf minuten is heel kort. Wilt u mij één minuut voor het eind een seintje geven?

De voorzitter: Ik krijg net het bericht binnen dat er zeer waarschijnlijk rond 18.30 uur een extra regeling van werkzaamheden zal plaatsvinden. We zullen de bellen vanzelf wel horen. Dan schorsen we de vergadering even. Ik vraag de leden om na de extra regeling zo snel mogelijk weer terug te komen naar deze zaal.

Mevrouw Lodders (VVD): 17 juli 2014: een dag die het leven van veel mensen heeft veranderd. Een vliegtuig met aan boord 298 mensen werd neergehaald. Het is een zwarte bladzijde. Mensen moeten dierbaren, familie, een klasgenootje, een collega missen. Het is een afschuwelijk drama. Na deze verschrikkelijke ramp hebben Europa, de VS en Japan een pakket aan sancties tegen Rusland afgekondigd. Dit pakket was noodzakelijk om Rusland duidelijk te maken dat niet ongestraft aan de grenzen van Europa kan worden gemorreld. Rusland heeft een pakket tegenmaatregelen afgekondigd, die de Nederlandse land- en tuinbouw en de visserij raken. Tal van sectoren worden geraakt. In sommige individuele gevallen komt de klap hard aan. De schade mag dan macro-economisch van beperkte omvang zijn, maar het zal je bedrijf maar zijn. Heb je nog bestaanszekerheid? Worden rekeningen nog wel betaald door de afnemers?

De VVD is van mening dat het kabinet na deze ramp de juiste stappen heeft gezet. Kan de Staatssecretaris een update geven van de voortgang van de Nederlandse maatregelen, zoals het zoeken naar nieuwe afzetmarkten, werktijdverkorting en garantstelling voor werkkapitaal? In welke mate heeft het bedrijfsleven een beroep op deze of op andere regelingen gedaan? Kan de Staatssecretaris hierop ingaan?

Ik vraag de Staatssecretaris ook om ten aanzien van de Europese aanpak een update te geven van de situatie sinds haar brief van 26 augustus jl. In welke mate heeft het bedrijfsleven een vooraanmelding gedaan voor de regelingen die zijn opengesteld bij RVO.nl, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, zowel op nationaal niveau als op Europees niveau? De Europese Commissie heeft bijzondere steunmaatregelen aangekondigd voor bederfelijke groenten en fruitsoorten. Inmiddels is er ook aandacht voor de zuivelsector. Ik vraag de Staatssecretaris of dit de juiste maatregelen zijn. De roep om compensatie van mensen en organisaties en het uit de markt nemen van groenten en fruit klinkt sympathiek maar het gaat wel om kortetermijnmaatregelen, met een beperktehoudbaarheidsdatum. Daarnaast drukken ze de boeren en tuinders in een kwetsbare hoek. Het beschikbare budget is zeer beperkt en we hebben geen idee van de tijdsduur en het verloop van de boycot. Bovendien is de vergoeding voor producten ten opzichte van de kostprijs minimaal. De Europese maatregelen moeten een overbrugging zijn naar nieuwe afzetmarkten en kansen, naar een duurzame oplossing. Bedrijven moeten de focus kunnen verleggen. Mocht de boycot langer duren, dan zal de sector zelf wellicht de overproductie moeten aanpakken. Europa kan wel een rol spelen in het wegnemen van handelsbeperkingen. Nederland kan als een-na-grootste voedselexporteur van de wereld binnen Europa hierin het voortouw nemen en de agenda zetten. Het is belangrijk dat Europa geen onderscheid maakt naar lidstaat. Ik maak daar straks nog een opmerking over.

Niet alle sectoren vallen nu onder de regeling. Hoe zit het bijvoorbeeld met boomkwekerijen, die ook direct te maken hebben met de gevolgen van de boycot? Het kan niet zo zijn dat er voor de ene sector wel en voor de andere sector geen maatregelen zijn. Het voorbeeld van de Zuid-Europese perzik- en abrikozentelers die vooruitlopend op de Europese maatregelen compensatie kregen aangeboden, is geen goed voorbeeld. Ook hierop krijg ik graag een reactie van de Staatssecretaris, waarbij ze ook aangeeft op welke wijze dit punt op de komende Landbouw- en Visserijraad wellicht kan worden geagendeerd. Hoe reageert de Staatssecretaris op de roep van bijvoorbeeld de varkenssector of de visserijsector? In hoeverre is de Staatssecretaris bereid om te monitoren wat de gevolgen voor de Nederlandse visserij zijn? En welke ontwikkelingen ziet de Staatssecretaris?

Voor alle maatregelen is voorlopig een bedrag van 125 miljoen uitgetrokken. Is dit bedrag toereikend? Wat is de inzet van het kabinet richting Europa mocht blijken dat dit budget niet toereikend is?

Ik krijg van de Staatssecretaris graag informatie over de effecten op de middellange en de lange termijn in het licht van de maatregelen die zijn aangekondigd en inmiddels ook in werking zijn getreden, alsook over het onderscheid tussen de verschillende sectoren.

Het kabinet geeft aan dat het de voedselbankroute maximaal wil benutten. Mijn fractie is van mening dat dit plan zeer sympathiek klinkt maar in de praktijk moeilijk uitvoerbaar zal blijken. Ik geef een voorbeeld. Slechts 1% van de Nederlandse tomatenproductie vindt haar weg naar de voedselbanken. Tot voor kort klaagden de voedselbanken over een groot tekort aan producten voor de bestaande groep gebruikers. Bedien eerst deze groep op een goede manier, voordat er hapsnap bureaucratische rompslomp wordt opgetuigd. Dit zal namelijk aan de orde zijn als de regeling wordt uitgebreid.

In de afgelopen weken heb ik veel boeren en tuinders bezocht. Ondanks de moeilijke keuzes waarvoor zij staan, zie ik ondernemers met een enorme drang naar aanpakken: schouders eronder en ervoor zorgen dat die goede Nederlandse producten een weg vinden naar nieuwe afzetmarkten. Natuurlijk is de sector daar al veel langer mee bezig. Daarin ligt ook zijn kracht. Een mooi voorbeeld is de Nederlandse peer, die misschien eind dit jaar al in China ligt. Deze initiatieven mogen niet worden beperkt door de Europese aanpak. Deze voorbeelden zouden juist leidend moeten zijn binnen Europa.

De heer Van Gerven (SP): Ik vraag mevrouw Lodders om aan te geven hoe de VVD aankijkt tegen het effect van de nu getroffen maatregelen. Ik maak een vergelijking met de situatie ten tijde van de EHEC-crisis en neem daarbij het voorbeeld van de tomatenteler. Ik heb begrepen dat er nu een interventieprijs van 7,5 eurocent is afgesproken. Bij de EHEC-crisis was het, volgens de cijfers die ik heb, 30 eurocent per kilo. Vindt mevrouw Lodders, met dit in het achterhoofd, de maatregelen die nu worden getroffen voldoende voor de tomatentelers, voor de tuinbouwsector, die hard wordt getroffen?

Mevrouw Lodders (VVD): Laat ik beginnen te zeggen dat de sector inderdaad hard wordt getroffen. Ik heb een heel aantal vragen aan de Staatssecretaris gesteld. Oprecht heb ik ook de vraag gesteld of de maatregelen die nu worden getroffen de juiste zijn. Het zijn maatregelen voor de heel korte termijn, want we weten niet hoelang de crisis gaat duren en we weten niet hoe de boycot zal verlopen. We weten wel dat de prijzen voor maar een heel klein deel worden gecompenseerd. Tegelijkertijd, als we kiezen voor hogere prijzen, hoe gaan we dat dan met elkaar bekostigen? En voor welke sectoren zal het gelden? Ook daarover heb ik een aantal vragen gesteld. We hebben het nu over bederfelijke soorten, maar er zijn natuurlijk veel meer sectoren die met producten zitten. Ik noemde het voorbeeld van de boomkwekerijen. Die producten kun je ook niet onbeperkt opslaan of bewaren. Ik heb dus een heel aantal vragen gesteld. Daarop krijg ik graag een reactie van de Staatssecretaris. De VVD zet zeer sterk in op het zoeken naar andere afzetmarkten en andere kansen. Wat ons betreft zal alle aandacht daarnaartoe moeten gaan.

De heer Van Gerven (SP): Ik heb nog een aanvullende vraag. Ik denk dat dit onvoldoende is. Dat budget van 125 miljoen is volgens mij de helft van wat toen bij de EHEC-crisis is ingezet. Ik heb hier 270 miljoen staan. Het probleem toen was een geïsoleerder probleem, al was het natuurlijk wel heel dramatisch voor de betrokkenen. Mijn vraag is daarom of er niet toch nog een schepje bovenop moet, zeker ook in de wetenschap dat dit geen natuurramp is, dat de boycot voortvloeit uit een politiek besluit. Dan heeft de overheid, de politiek of Europa ook een bijzondere verantwoordelijkheid voor de consequenties.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik wil niet in herhaling vallen en dat zou ook geen recht doen aan de vraag die de heer Van Gerven stelt. Tegelijkertijd wil ik echter wel aangeven dat het probleem, de ramp waar we nu voor staan niet is te vergelijken met de EHEC-crisis. De gevolgen zijn vele malen groter, dus we moeten heel nadrukkelijk juist ook kijken naar de middellange en de lange termijn. Nogmaals, een kortetermijnmaatregel kan heel sympathiek zijn, maar tegelijkertijd moeten we wel bekijken wat de effecten op de middellange en de lange termijn zijn. Voor mijn fractie is daarbij ook heel belangrijk dat Europese maatregelen in alle lidstaten op een evenredige manier tot uiting komen. We hebben al een voorbeeld gezien waarbij dat niet het geval is, dus we staan wat dit betreft wel voor een aantal dilemma's. Het is ook geen makkelijke opgave voor de Staatssecretaris met het oog op de LNV-Raad.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik ben het met mevrouw Lodders eens dat deze crisis ertoe noopt om zeker op middellange en op lange termijn andere wegen te zoeken. Net zo goed als we wat betreft ons gas minder afhankelijk moeten zijn van Rusland, moeten we voor onze afzet daar minder afhankelijk van zijn. Toch zeg ik nog iets over die vergelijking dat het nu scherper is dan bij de EHEC-crisis. Het is wel een beetje vreemd ten opzichte van de producent om te zeggen: deze crisis is groter, dus krijg je minder. Ik snap wel dat het geld schaars is en dat we dus geld zullen moeten vinden, maar het kan toch niet zo zijn dat we zeggen: we hebben een bedrag van 125 miljoen vastgesteld en daaruit leiden we af wat de vergoeding is? Dus waarom is de vergoeding nu veel lager dan de vergoeding ten tijde van de EHEC-crisis?

Mevrouw Lodders (VVD): Volgens mij heb ik dat niet gezegd. Ik zou die 125 miljoen ook zeker niet als uitgangspunt willen nemen. Ik zou veel meer erover willen nadenken welke kortetermijnmaatregelen nodig zijn om die bedrijven te helpen om die periode te overbruggen en te zoeken naar maatregelen die voor de middellange en de lange termijn soelaas bieden. Dat moet in heel Europa op dezelfde manier gebeuren. Nogmaals, de perzik- en de nectarinetelers op voorhand tegemoetkomen vind ik echt een heel fout signaal vanuit Europa. Dat is niet goed. We moeten dus niet het bedrag als uitgangspunt nemen, maar bekijken wat we nodig hebben. Dan moeten we wel breed kijken naar alle sectoren. Dan kan het niet zo zijn dat de ene sector wel en de andere sector niet wordt geholpen.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik vermoed dat mevrouw Lodders het dan wel met mij eens is dat het een moeilijk te verkopen verhaal is als we tegen de sector zeggen dat we op een veel lager percentage, een veel lager bedrag uitkomen dan ten tijde van de EHEC-crisis. Immers, waar is de logica dan nog? Je zou met het oog op de middellange termijn in dat plaatje wel kunnen aangeven dat de sector wel wat moet doen met het zoeken van andere afzetmarkten, en dat we daarbij kunnen helpen. Consistentie in vergoedingen is echter ook een groot goed.

Mevrouw Lodders (VVD): Daar ben ik wat voorzichtig in. Natuurlijk moet je altijd een consistent verhaal hebben, maar tegelijkertijd is dit van een zo grote omvang dat ik vooral ook de hele breedte wil overzien. Ik kijk ook in de richting van de Staatssecretaris en vraag haar om daar eens uitgebreid op in te gaan. Ik heb niet voor niets gevraagd naar de maatregelen die nu op Europees niveau zijn getroffen. Ik vroeg: wat waren de aanmeldingen in Nederland, en kan de Staatssecretaris ook iets zeggen over hoe het Europees gezien ligt? Waar we nu met elkaar over spreken is immers enorm breed. Dit betreft een aantal belangrijke vragen waarop we een reactie of een antwoord willen hebben. Ik wil daarnaast nog het volgende aangeven. Ik heb allemaal gesprekken gevoerd met ondernemers. Ik denk niet dat ik wat dat betreft de enige ben geweest. Volgens mij zijn alle collega's in de afgelopen weken veel op pad geweest. Ik proefde en voelde daarbij de ondernemersdrang, ook bij bedrijven die hard worden geraakt. Bepaalde sectoren zeiden: alsjeblieft, politiek, bemoei je er niet mee, laat ons ons werk doen, maar zorg wel dat je er staat als we op de deurbel drukken met de vraag om ons te helpen en om barrières weg te nemen in het kader van nieuwe afzetmarkten. Dat is voor mijn fractie een veel belangrijker signaal en gebaar. Dan moeten we zeer ruimhartig zijn.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Een van de speerpunten van de VVD is het om Nederland exportland nummer één in de wereld te maken. De woordvoerder van de VVD heeft gesproken over de korte termijn en over de wat langere termijn. Ik vraag me af of de Russische boycot en de gevolgen daarvan voor onze land- en tuinbouw tot een herbezinning van de VVD hebben geleid op het punt van «Nederland exportlandland nummer één in de wereld».

Mevrouw Lodders (VVD): Zeker niet. Ik zeg het nog sterker. Ik had het net in reactie op de heer Dijkgraaf over de ondernemersdrang om te zoeken naar nieuwe afzetmarkten. Aan het einde van mijn betoog noemde ik het voorbeeld van de Nederlandse peer in de Chinese supermarkten. Dat was recentelijk in het nieuws, maar de sector was er al anderhalf jaar mee bezig. Dat zijn fantastische ontwikkelingen. Ik denk dat er nog heel veel kansen zijn, niet alleen wat betreft China maar ook wat betreft andere gebieden in de wereld. De export is van grote waarde voor de Nederlandse economie, voor de bv Nederland. Natuurlijk hebben we er heel goed over nagedacht, maar dat heeft niet geleid tot een ander standpunt.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): De export is belangrijk voor Nederland, maar de Russische markt was al zwaar bevochten. Het kabinet gaat nu samen met het bedrijfsleven op zoek naar andere afzetmogelijkheden. Je ziet nu echter dat de veterinaire en de fytosanitaire eisen worden verscherpt en dat het door de maatregelen lastiger wordt om nieuwe posities te veroveren op de wereld. Acht de VVD het in dat licht dan niet een heel onrealistisch scenario dat we nu op zoek gaan naar andere afzetmarkten? Als die er waren geweest, hadden we die allang gevonden, want Rusland was al zo ingewikkeld.

De voorzitter: Laten we proberen om te voorkomen dat we bij het bespreken van vrij concrete zaken ook een heleboel hoog over gaan doen. Niet dat dat niet belangrijk is, maar we zitten ook wat beperkt in de tijd. Ik vraag dus om concreetheid in dezen.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik zal trachten te antwoorden, voorzitter. De export is ontzettend belangrijk voor Nederland. We zijn daar ook in grote mate van afhankelijk. Het gaat om bijna 80 miljard per jaar. Dat biedt kansen, en die kansen moeten we benutten. Ik weet, voorzitter, dat u het mij niet toestaat, maar ik zou bijna de tegenvraag willen stellen aan mevrouw Dik of zij dan pleit voor een beperking van de export. Ik heb in de afgelopen week het CDA daarover een aantal uitspraken horen doen, althans daarin een aantal richtingen horen aangeven. Ik zou het buitengewoon kwalijk vinden. Laat de sector zijn kansen pakken.

De voorzitter: Om wat tijd te winnen, doe ik het ordevoorstel om mevrouw Dik op die vraag eventueel een antwoord te laten geven in haar eigen termijn. Het laatste antwoord van mevrouw Lodders geeft voor de heer Geurts aanleiding tot een interruptie.

De heer Geurts (CDA): Ik wil geen interruptie plegen maar een persoonlijk feit maken. Het klopt gewoon niet. Mevrouw Lodders herhaalt wat VVD'er Kamp, Onze Minister maar haar partijgenoot, heeft geroepen. Hij had de opinie van het CDA in de Volkskrant echter niet goed gelezen. Het «feit» dat mevrouw Lodders noemt, klopt dus niet. Het CDA heeft in het opinieartikel heel duidelijk aangegeven dat er beter moet worden gekeken naar voedselzekerheid. We moeten ons in Europa niet veilig wanen. Er moet worden geïnvesteerd in een toekomstbestendige landbouw. Nergens is gesproken over krimp en evenmin hebben we gezegd dat we geen agro-import en -export zouden willen. Dat is het beeld dat mevrouw Lodders er zelf bij schetst.

De voorzitter: De heer Geurts nam de gelegenheid om iets recht te zetten. Hij maakte een persoonlijk feit. Ik proefde daarin al wat van zijn bijdrage in eerste termijn, die nu gaat komen. Ik stel dus voor dat we overgaan naar de eerste termijn van de heer Geurts van het Christen Democratisch Appèl.

De heer Geurts (CDA): Voorzitter. De Europese Unie staat voor zware nieuwe opgaven. Diverse krachten bedreigen ons veiligheidssysteem gebaseerd op internationaal recht en mensenrechten. Dit vraagt om een grote gezamenlijke inspanning van Nederland en de Europese Unie. Na een hete zomer wachten een herfst en een winter waarin de moeilijkheden naar verwachting verder zullen toenemen. Ten behoeve van de algemene veiligheid van Europa en ter bescherming van de soevereiniteit van Oekraïne heeft de Europese Unie economische maatregelen genomen. Dan hebben we het niet meer over bedrijfsrisico maar over een politieke keuze, met bijbehorende politieke verantwoordelijkheid. Dat houdt in dat, als de economie en de individuele ondernemers worden getroffen door de sancties van Rusland, er een collectieve en politieke verantwoordelijkheid is om de pijn te verzachten en de ondernemers te behoeden voor een financiële strop.

Tot de sancties was overigens al besloten voor de tragische aanslag op de MH17, aangezien Rusland de Krim heeft geannexeerd en een directe rol heeft in de strijd in Oost-Oekraïne. Je zag van mijlenver aankomen dat de Russen tegenmaatregelen zouden gaan nemen. Toch lijkt het erop dat het kabinet niet voorbereid was op de Russische tegenmaatregelen en totaal verrast leek. Daarom heb ik een aantal vragen aan de Staatssecretaris. Was het ministerie al bezig met scenario's voordat de Europese sancties van kracht werden? Hoe gaat de Staatssecretaris ervoor zorgen dat individuele ondernemers niet aan de Europese en Russische sancties ten onder gaan? De laatste vraag op dit punt is: welke rol kan Nederland hierbij volgens de Staatssecretaris spelen in de Europese Unie?

Nederland en de Europese Unie moeten zich opmaken voor nieuwe stappen en een plan om de sancties in de komende jaren te verzachten, want we zijn er nog lang niet. Ten eerste is het door Europa ter beschikking gestelde bedrag van 125 miljoen bijlange na niet genoeg. Zoals de Staatssecretaris stelt, gaat het alleen in Nederland al om een schade van 500 miljoen. Er is veel discussie over de schade, maar ik heb het in de brief van de Staatssecretaris genoemde bedrag maar even aangehouden. Voor de EHEC-crisis was het 300 miljoen, voor een beperkt aantal producten. Nu zijn veel meer sectoren geraakt. Is de Staatssecretaris van plan om op Europees niveau te pleiten voor een groter budget? De discussie daarover was er net ook al tussen de SP en de VVD. Welke andere interventiemaatregelen, bijvoorbeeld voor de varkenshouderij, liggen er nog op de plank? De varkenshouderij wordt al maanden getroffen door een Russische boycot. Is de Staatssecretaris hierover in gesprek met de Europese Commissie en de sector? Voor de langere termijn is het ook nodig om te denken aan bijvoorbeeld een crisiskartel, om zo gezamenlijk afspraken te maken voor een kleiner teeltareaal. Met name voor de teelt van komkommer, paprika en tomaat zullen op Europees niveau afspraken gemaakt kunnen worden. Gaat de Staatssecretaris hier in Europa voor pleiten? Duidelijkheid hierover is wel gewenst, omdat de telers in de komende weken aankopen gaan doen voor de teelt van het komende jaar. Ik krijg graag een reactie van de Staatssecretaris.

De gevolgen van de Russische boycot zijn volop zichtbaar in onze land- en tuinbouw. Net zoals veel andere collega's heb ik in de afgelopen week een aantal werkbezoeken in de getroffen sectoren mogen afleggen. Bij die werkbezoeken kreeg ik onder andere mee dat de snelheid van handelen van het kabinet verbaast, maar dan in negatieve zin. Waarom moet het allemaal zolang duren? Mogelijk is daar een heel goede reden voor. Dat kan de Staatssecretaris door deze vraag vanavond eens mooi verduidelijken. Kan de RVO, of hoe het agentschap tegenwoordig ook heet, sneller reageren? En waarom kun je je wel aanmelden maar weet je niet wat de voorwaarden en tarieven voor de telers zijn? Ik heb daar ook een voorbeeld bij. Op 15 augustus kreeg de Kamer een brief waarin staat dat er maatregelen komen voor het groen oogsten c.q. niet oogsten van producten. In de brief staat dat deze maatregelen van toepassing worden verklaard voor niet bij producentenorganisaties aangesloten ondernemers. Vorige week donderdag – het was toen al 28 augustus – kwamen indicatieve bedragen naar buiten. Het ministerie heeft vandaag de tarieven voor het groen oogsten en niet oogsten echter nog steeds niet vastgesteld, volgens mij. Ik heb net nog gekeken. De tijd dringt. Het grootste deel van de peren en een deel van de appeloogst is al geplukt.

Ik kom op een ander punt: de garantstelling. Is de Staatssecretaris bereid om ...

De heer Van Gerven (SP): Ik wil nog even stilstaan bij de crisiskartelmaatregelen. Ook de SP is daar voorstander van. We kregen ook een brief van LTO en die pleit daar eveneens voor. Ik wil graag het volgende weten. Vindt de heer Geurts of het CDA niet dat die eigenlijk per direct ingevoerd zouden moeten worden? Kan de heer Geurts daar nog wat helderheid over geven?

De heer Geurts (CDA): De heer Van Gerven hoort al aan mijn vragen dat ik die kant op zit te denken. Ik vind het echter wel zo netjes om deze vraag eerst door de Staatssecretaris te laten beantwoorden. Het hangt af van haar antwoord. Misschien, mogelijk is ze er allang mee bezig en gaat ze die morgen, overmorgen of volgende week afkondigen. Dan zouden we deze vraag-antwoordexercitie mogelijk voor niks doen.

De heer Van Gerven (SP): Afrondend: dan zijn wij het met elkaar eens. Ik denk wel dat die maatregelen snel van kracht moeten worden omdat, zoals de heer Geurts al zei, nu allerlei afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld het telen of niet telen van producten. Dat is van wezenlijk belang.

De voorzitter: Mijnheer Geurts.

De heer Geurts (CDA): Volgens mij heb ik geen vraag gehoord, voorzitter.

De voorzitter: Ik ook niet. Ik wilde u alleen niet de kans ontzeggen om te reageren. De heer Van Gerven heeft zijn interruptie gebruikt zoals hij die heeft gebruikt. U hoorde zojuist een bel. Dat betekent dat we waarschijnlijk binnen een paar minuten de lange bel gaan horen voor de extra regeling van werkzaamheden. Als u het goedvindt, ga ik door totdat die bel klinkt. Dan schorsen we en vervolgens hervatten we het debat daar waar we gebleven zijn.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik ga even door op de vraag van de heer Van Gerven aan de heer Geurts over crisiskartelmaatregelen. De heer Geurts antwoordde de heer Van Gerven dat hij eerst de reactie van de Staatssecretaris in dezen wil hebben. Dat kan ik me voorstellen. Ook ik had een aantal vragen aan de Staatssecretaris. Ik ben echter wel benieuwd wat de visie van het CDA op dit punt is. Ik neem aan dat het CDA daar zelf ook over heeft nagedacht.

De heer Geurts (CDA): Aan het begin van mijn bijdrage heb ik al een beetje laten doorschemeren dat wij denken dat de economische maatregelen nog een poosje doorgaan. In het weekend is de Europese top geweest. Daar is aangekondigd dat er nieuwe maatregelen zullen komen. Dan komen er waarschijnlijk ook weer tegenreacties van Rusland. Daar kun je eigenlijk wel van uitgaan. Regeren is ook vooruitzien. Dan zullen we dus nog een heel poosje langer in deze problemen zitten, samen met de fruittelers en allerlei andere sectoren. Daarom moeten we nu nadenken over mogelijke oplossingen voor de komende tijd.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik constateer dat het CDA kiest voor dat soort maatregelen. Het CDA staat beperking van opbrengsten voor in plaats van het zoeken naar bijvoorbeeld nieuwe afzetmarkten. Kan de heer Geurts daarop een toelichting geven?

De heer Geurts (CDA): Het CDA was in mijn persoon zo'n beetje de eerste die de Staatssecretaris opriep om alsjeblieft de ambassades, de ambassadeurs, de Landbouwraden en alles in te schakelen om de afzetbevordering in de wereld te bevorderen, om het zo maar te zeggen. Het crisiskartel is niet het enige. Als me de tijd wordt gegund, wil ik het zo meteen ook nog hebben over garantstelling. Over exportbevordering hebben we het al gehad. Verder zijn ook werktijdverkortingsregelingen nog mogelijk. Er zijn dus nog heel wat andere zaken mogelijk.

De voorzitter: De heer Geurts vervolgt zijn betoog. Ik geef hem daarbij aan dat hij nog 45 seconden heeft. Ik schat zo in dat u voor de tekst op uw papier langer nodig hebt. Dus als u ...

De heer Geurts (CDA): Ik ga verder. Is de Staatssecretaris bereid om een garantstelling op te zetten voor getroffen tuinders en handelaren? Een garantstelling zou heel goed zijn voor de telers die nu met contracten van Russische afnemers zitten die niet worden nagekomen en die niet door hen worden betaald.

We hebben het net over exportbevordering gehad. Hoeveel nieuwe fte's en tijd maakt de Staatssecretaris vrij binnen haar ministerie of maakt het kabinet binnen Buitenlandse Zaken vrij?

Werktijdverkorting is nu ingesteld voor 24 weken. Mogelijk is dat niet voldoende. Kan de regeling worden ingesteld voor een jaar? Is de Staatssecretaris hiertoe bereid?

Ook de visserij kampt met een daling van de prijzen. Aan ons is het verzoek gedaan om aan de Staatssecretaris te vragen en ook te bekijken of er een mogelijkheid is om deze sector wat ter wille te zijn door quota voor haring, makreel en horsmakreel mee te nemen naar volgend jaar. Graag hoor ik het antwoord van de Staatssecretaris.

Ik rond af. Mogelijk kan de Staatssecretaris, ook hier in het openbaar, aangeven dat het bij de bedragen die worden genoemd als steun voor de Europese boeren en tuinders, niet gaat om nieuw geld maar dat het tot op heden gewoon verschuivingen binnen budgetten zijn. Het lijkt er in de media op dat er elke keer nieuw geld in Europa wordt gevonden, maar het is gewoon budgetten verschuiven binnen het landbouwcomplex.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik wil graag een toelichting hebben van het CDA op de uitlatingen van vorige week in de media. Waar staat het CDA nu precies voor? In het verkiezingsprogramma gaat het over open markten. Het CDA pleit altijd voor liberalisering et cetera. Vorige week bleek er ineens een nieuwe koers te zijn: we moeten zelfvoorzienend zijn. Mijn vraag is heel simpel: waar staat het CDA precies?

De heer Geurts (CDA): Mevrouw Dik doelt op ons opiniestuk in de Volkskrant. Daarin stelden we letterlijk: «Ook voedselveiligheid en voedselzekerheid worden deze eeuw door internationale onzekerheid een grote uitdaging. Daarom moeten we strategisch kiezen voor een Nederlandse landbouwsector die voorziet in productie van ons dagelijkse voedsel. We mogen niet afhankelijk worden van instabiele landen.»

De voorzitter: U hoeft het niet helemaal voor te lezen!

De heer Geurts (CDA): Dat zal ik ook niet doen, voorzitter. U gunt mij die kans ook niet, denk ik. De discussie die mevrouw Dik aanroert, wordt gevoerd op basis van een hypotheseonderzoek door Wageningen University en het LEI over de voedselvoorziening in alleen Nederland. Daarin staan ook suggesties over de inkrimping van de veehouderij en over het niet meer hebben van agro-import en -export. Dat is niet door het CDA geopperd. Wij beogen met deze inzet aan te geven dat we ons in Europa niet veilig moeten wanen. Er moet geïnvesteerd blijven worden ...

De voorzitter: Mijnheer Geurts, ik ga u onderbreken, want de bel gaat.

De heer Geurts (CDA): ... in een toekomstbestendige landbouw.

De voorzitter: We schorsen de vergadering en begeven ons naar de plenaire zaal. Daarna mag mevrouw Dik nog het tweede deel van haar interruptie doen.

De vergadering wordt van 18.33 uur tot 18.54 uur geschorst.

De voorzitter: Wij hervatten het algemeen overleg over de extra Landbouwraad op 5 september. Ik geef de heer Geurts nog de mogelijkheid om zijn laatste halve zin uit te spreken, die verstoord werd door de bel en de daardoor ontstane onrust. Daarna stelt mevrouw Dik nog haar «tot slot»-vraag, als laatste deel van haar interruptie.

De heer Geurts (CDA): Ik moet er weer even inkomen. Wat ik net in de plenaire zaal meemaakte, moet ik ook nog even verwerken, maar dat terzijde. Ik was bij de zin dat Europa zich niet veilig moet wanen. In de zin daarna werd ik onderbroken: er moet geïnvesteerd blijven worden in een toekomstbestendige landbouw.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik wil, tot slot, nog even inzoomen op de zelfvoorzienendheid. Door de consternatie ben ik de laatste woorden van de heer Geurts een beetje kwijt, maar hij zei volgens mij dat we ons als Europa niet veilig moeten wanen. Het idee was in ieder geval dat Europa zelfvoorzienend moet zijn. Als dat het uitgangspunt is, hoe verhoudt zich dat dan tot de import van graan uit de VS en de import van soja voor diervoeder uit Brazilië? Dan zou toch ook bij het CDA de gedachte moeten opkomen van regionalisering van de voedselproductie op Europese schaal? Kan ik het CDA daar warm voor maken? Of blijft het CDA vasthouden aan wereldmarkt, liberalisering et cetera? Dat laatste is namelijk het echte CDA-verhaal tot nu toe, het verhaal dat ik in de afgelopen tien jaar en misschien nog wel langer heb gehoord.

De voorzitter: De warmte van het CDA.

De heer Geurts (CDA): Ja, de warmte van het CDA. Ik kan daar een heel verhaal over houden, voorzitter, maar dat zult u ook wel weer niet toestaan vanavond. Ik zat naar aanleiding van de woorden van de collega van de ChristenUnie-fractie er nog even over na te denken hoe ik daarop in andere woorden weer hetzelfde zal zeggen als wat ik net heb gezegd. Dat is namelijk de kern. In de debatten over het gemeenschappelijk landbouwbeleid heb ik ook een pleidooi gehouden voor de sojateelt in de provincie Drenthe en in het aardappelzetmeelgebied in Groningen. Daaruit is op te maken dat het CDA het belangrijk vindt om te proberen bepaalde teelten binnen onze eigen grenzen – in dit geval ook binnen de grenzen van Europa – veilig te stellen. We zijn op dit moment nu eenmaal ook afhankelijk van teelten uit Zuid-Amerika. Dan gaat het niet om de soja zelf maar om het sojaschroot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het proza van de heer Buma als leider van het CDA vonden we buitengewoon interessant. Ik zie al een beetje voor me dat we de heer Geurts hiermee nog heel lang zullen lastigvallen. Misschien is dat een beetje gemeen. Misschien is de eerlijkste vraag wel deze: is dit van tevoren met de landbouwwoordvoerder van het CDA, zijnde de heer Geurts, afgestemd?

De heer Geurts (CDA): Ik vind dit heel bijzonder. Ik ben blij dat mevrouw Ouwehand nu al aankondigt dat ze me op dit punt zal blijven bevragen. Dat geeft mij op veel plekken de gelegenheid om de visie van het CDA te uiten. Dus graag, zou ik zeggen. Blijf het volhouden. Verder: als de fractievoorzitter van mevrouw Ouwehand een opiniestuk niet goed leest en daarop een reactie stuurt, dan is dat aan haar fractievoorzitter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik dacht dat ik de heer Geurts een uitweg bood door hem de mogelijkheid te bieden om te zeggen: nee, dat is inderdaad even langs mij heen gegaan. Als hij die uitweg niet benut, dan doet hij dat niet. Dan vraag ik het aan hem: wat moeten we precies verstaan onder een Nederlandse landbouwsector die voorziet in de productie van ons dagelijkse voedsel en die niet afhankelijk is van instabiele landen? Als we niet afhankelijk mogen zijn van Russisch gas, moeten we dan echt paprika's exporteren die we met hulp van dat Russische gas hier in overvloed hebben gekweekt? Moeten we dan zeggen: we zijn niet meer afhankelijk van exportlanden om te voorkomen dat we in onze eigen melkplas moeten zwemmen? Stoppen we met de import van soja? Wat wordt er precies bedoeld als wordt gesteld dat we niet afhankelijk mogen zijn van instabiele landen?

De voorzitter: Mijnheer Geurts, zo beknopt mogelijk.

De heer Geurts (CDA): Dat valt niet mee, voorzitter, omdat dit wel heel ver gaat. Voedselzekerheid en voedselveiligheid, dat is wel een thema. Ik merk ook in de samenleving dat daarbij steeds meer wordt gedacht: hé, daar moeten we nog eens beter over nadenken. We zagen bij de Europese verkiezingen al dat bepaalde liberale partijen de landbouwpolitiek als «oude politiek» zagen. Trouwens, ook de Partij van de Arbeid zei: landbouwpolitiek is oude politiek. We zien nu echter, door het gebeuren in de zomer en wat daaraan voorafging, dat de landbouw helemaal geen oude politiek is. Het staat heel dicht bij mensen. Dat we daar in debatten over moeten praten, lijkt me heel helder.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Voorzitter. Ik vind het allereerst erg prettig om weer in jullie midden te zijn. Het is goed dat we het politieke jaar weer beginnen. Ik begrijp dat het trouwseizoen nu zo'n beetje ten einde is en dat ik de heer De Liefde, de heer Graus en de p.a. van de Staatssecretaris mag feliciteren met hun huwelijk. Dat doe ik bij dezen.

Ik ben ook erg blij met de toelichting van onze CDA-collega over wat er nu eigenlijk werd bedoeld. Ik was al bang dat ik geen sinaasappels meer mocht eten en dat we de koffie moesten laten staan als we geheel zelfvoorzienend zouden zijn. Zoals collega Ouwehand al zei: hier gaan we het hele jaar lol van hebben. Althans, zo zeg ik het in mijn woorden. Het komt dus nog wel terug.

Ik kom nu op mijn bijdrage. Complimenten aan de Staatssecretaris. Ze heeft in deze tijd het hoofd koel en het hart warm gehouden. Ze heeft voor de sector regelingen gemaakt waarmee zelfs LTO in een blije brief aangeeft tevreden te zijn. Ik snap dan ook niet helemaal de opmerkingen van het CDA dat het te traag of niet goed zou zijn. Ik hoor signalen dat men blij is met de inzet van deze PvdA-staatssecretaris. Wij zijn trots op haar. Het is dus goed dat zij dat gedaan heeft. Wat de Partij van de Arbeid betreft moeten de regelingen zo kort mogelijk duren. De sectoren moeten zelf, met steun van de Nederlandse overheid, op zoek naar nieuwe afzetmarkten. Dat gebeurt ook volop. De prijzen van bijvoorbeeld de tomaten trekken weer aan onder invloed van het slechte weer. Dat is ook mooi. Dan hoeven we daarvoor het rekenvoorbeeld van LTO niet te volgen en kunnen de tomatentelers gewoon hun brood verdienen.

De Staatssecretaris merkt in de stukken op dat zij de administratieve last wil beperken. Dat is op zich prima, maar al die regelingen die met elkaar worden afgesproken moeten natuurlijk wel kloppen. De Staatssecretaris zegt dat de regeldruk zo laag mogelijk moet zijn, maar ik wil iets preciezer weten hoe we dat dan organiseren en hoe de verantwoording achteraf plaatsvindt. Dat lijkt mij ook heel erg goed voor het draagvlak voor dit soort maatregelen. Ik hoor graag hoe dat zijn beslag krijgt.

We zitten hier vanwege een ingelaste Landbouwraad over de gevolgen van de Russische boycot en de potentiële kostenpost voor de individuele ondernemers. Hoeveel individuele agrariërs gaan daadwerkelijk gebruikmaken van de regeling? Heeft de Staatssecretaris daar een beeld van? Zoals de Staatssecretaris terecht in haar brief opmerkt, worden ook bedrijven geraakt die niet tot de primaire sector behoren. Wordt daar ook iets voor geregeld?

Over de inzet met betrekking tot de voedselbank zijn wij positief. De bemoeienis vanuit Europa hierbij vind ik een beetje ongemakkelijk, omdat ik het eigenlijk als een nationale gelegenheid beschouw. Krijgen we dat met elkaar geregeld, voordat de Russen zelf weer trek krijgen in onze tomaten? Het is goed als de export weer op gang komt, maar ik zou het jammer vinden als wij alle regelingen ten aanzien van de voedselbank net op dat moment hebben opgetuigd. Het zou goed zijn, omdat de voedselbanken wel wat meer agroproducten kunnen gebruiken.

Ook is er sprake van nationaal flankerend beleid, van werktijdsverkortingsregelingen, in sectoren waarin vooral met tijdelijke contracten wordt gewerkt. Ik vroeg mij af hoe dat zijn beslag gaat krijgen. Gaan bedrijven vooral vaste medewerkers in die regeling opnemen en hun medewerkers met tijdelijke contracten aanhouden? Wordt bekeken hoe dat in zijn werk gaat? Geldt dat overigens ook voor de niet-primaire sector?

Ik heb ook nog een vraag over het kopje fiscale tegemoetkomingen. Wat gaat de Belastingdienst nou niet doen? We kregen te horen dat hij minder scherp zou opletten. Is dat het? Ik ben erg benieuwd waar dan niet op gelet gaat worden.

Tot slot. Zijn er in de EU heel veel verschillende inzichten over deze maatregelen? De Staatssecretaris gaat naar Brussel toe. Wat zijn haar verwachtingen over wat andere lidstaten hiervan zullen vinden?

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Ik vroeg me net af of we het nou over de politieke crisis in Oekraïne en Rusland hebben of dat we allerlei onderlinge discussies voeren. Ze zijn wel met elkaar verbonden; het lijkt mij dan ook goed om juist naar aanleiding van een bijdrage van het CDA, die ik ook nog een keer ga lezen – die blijkt namelijk tot allerlei beeldvorming te leiden – te discussiëren over de vraag hoe we moeten omgaan met de middellange termijn. Zouden we vanwege de huidige verschrikkelijke crisis, waarvan wij hopen dat ze niet escaleert, geen beleid moeten ontwikkelen dat ervoor zorgt dat onze sectoren Poetinresistent zijn? We hebben het vaak over resistentie in de landbouw, maar als we onze gewassen Poetinresistent kunnen maken, dan hebben we echt wat. We hebben dat jarenlang onderschat. We hebben de export gestimuleerd, maar er geen rekening mee gehouden dat dit soort dingen ook echt kon gebeuren. We hebben er geen regelingen voor klaar staan.

Ik geef de Staatssecretaris een compliment. In het reces heeft zij, in deze moeilijke omstandigheden, namelijk keihard gewerkt. Dat betekent niet dat ik geen vragen heb en dingen niet graag anders zie, maar in zo'n geval is keihard een Staatssecretaris nodig die dat werk samen met haar ambtenaren doet, die net zo hard werken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een vraag over het pleidooi om onze landbouw Poetinresistent te maken en over de opmerking dat we het misschien een beetje hebben onderschat. Ik kan mij bijna niet voorstellen dat de SGP werkelijk zo naïef is om te denken dat het wel goed zou blijven gaan met onze handelsmissies naar Rusland en met onze enorme inzet om de boeren op te jagen naar Rusland te exporteren. Dit was niet het eerste teken dat Rusland zich een beetje instabiel gedraagt als afnemer, toch?

De heer Dijkgraaf (SGP): Het zou leuk zijn geweest als mevrouw Ouwehand de Staatssecretaris een jaar geleden had gevraagd om een pakket maatregelen klaar te zetten voor het geval dat het mis zou gaan met Poetin. Waar was haar voorstel toen? Geweldig, die wijsheid achteraf.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): O, ik begrijp dat de SGP vindt dat wij onze boeren vooral moeten blijven opjagen om te exporteren naar instabiele landen, maar dat de belastingbetaler daarvoor een pakket aan maatregelen moet klaarzetten. Sorry, ik had even begrepen dat de SGP het misschien verstandiger vond om wat terughoudender te zijn met het ons afhankelijk maken van de afnamebereidheid van instabiele regimes zoals dat van Poetin. Dat heb ik dus volkomen verkeerd begrepen.

De heer Dijkgraaf (SGP): Dat heeft mevrouw Ouwehand goed gehoord; daarover zij wij het ook met elkaar eens. Ik reageerde op de opmerking dat de SGP zo onnozel zou zijn. Het is helemaal niet relevant welke partij wat gezegd heeft. Het gaat erom dat wij nu in deze situatie zitten en daar toekomstgericht mee moeten omgaan. Ik roep het kabinet op om aan te geven welke mogelijkheden er zijn, zodat wij inderdaad minder afhankelijk worden van instabiele landen. Ik nodig mevrouw Ouwehand uit om mijn oratie uit 2009 te lezen, waarin dat ook precies wordt uitgewerkt.

Wij voerden zojuist al even een discussie over de hoogte van de vergoeding in vergelijking met die tijdens de EHEC-crisis. De heer Van Gerven stelde daarover een vraag aan mevrouw Lodders; ik zou die vraag ook aan de Staatssecretaris willen stellen. Het gaat nu om 50% voor niet bij een telersvereniging aangesloten telers. 75% wordt genoemd voor aangesloten telers en 100% voor producten die naar de voedselbank gaan. Als ik het goed heb begrepen, ging het bij EHEC om 100% voor al die categorieën. Ik snap best dat het heel veel geld kost, terwijl er maar 125 miljoen voor beschikbaar is. Bovendien moeten we ons realiseren dat het extra geld dat gereserveerd wordt binnen die begroting, weer ten koste gaat van andere dingen. Toch nodig ik de Staatssecretaris uit om de vraag te beantwoorden waarom het bedrag zo laag is ten opzichte van de EHEC-regeling. Als we constateren dat het ten koste gaat van andere dingen, moeten we het dan niet op een andere manier financieren? De sector maakt immers een gigantische crisis door. Mevrouw Lodders wijst er terecht op dat we ons moeten richten op de middellange termijn. Maar we moeten wel eerst de korte termijn door om bij de middellange termijn te komen, anders is een aantal bedrijven gewoon kapot. Het gaat over het algemeen niet om slechte bedrijven, maar om goede bedrijven die in de verkeerde markt zitten.

Wij vinden ook dat ruimte moet worden geboden voor afspraken over onder meer tijdelijke aanbodbeperking. Is de Staatssecretaris bereid om zich op nationaal en Europees niveau in te zetten voor tijdelijke vrijstellingen van de mededingingsregelgeving? Het nieuwe GLB biedt daar ruimte voor in de vorm van crisiskartels; die mogelijkheid moeten we benutten. Wil de Staatssecretaris daar bij de volgende Landbouwraad voor pleiten?

Ten aanzien van de zuivel is er weleens gesproken over een aanpassing van de vetcorrectie en over het verlagen van de superheffing voor het laatste jaar, maar ik hoor daar niet meer zo veel over. Wat is de stand van zaken? Wil de Staatssecretaris zich daar, als er perspectief is, sterk voor maken?

De varkenshouderijsector had natuurlijk al langer last van een importverbod. Er gloorde licht aan de horizon, maar toen kwam deze boycot erbovenop en dus ging het alsnog weer mis. Dat betekent een nog langere periode met lage prijzen. Wil de Staatssecretaris in overleg met deze sector de mogelijkheden bekijken om de export naar andere landen te bevorderen? Hoe kan deze sector gebruikmaken van de in de kabinetsbrief genoemde flankerende maatregelen?

Is de boycot niet te omzeilen als de handel van Nederlandse producten via derde landen naar Rusland gaat? Dat was een idee; ik weet niet wat ik ermee moet, maar de Staatssecretaris weet het ongetwijfeld wel. Als de klant niet vraagt waar het vandaan komt, dan kan dat ook. De vraag is of dat mag. Volgens mij wel. We roepen niet op om iets illegaals te doen, maar als de klant niet geïnteresseerd is in het land van herkomst en het volgens de Europese regelgeving mag, dan is dat een mogelijke route. Ik heb daar geen mening over, maar ik vraag wel wat de mogelijkheden zijn.

Ook de visketen heeft te kampen met de Russische boycot. Daar pleit men ervoor om meer ongebruikt quotum mee te mogen nemen naar het volgende jaar. Nu gaat het om maximaal 10%. Kan dat in deze omstandigheden niet worden opgerekt naar 30%?

Tot slot heb ik een punt over de vorige Visserijraad. In het schriftelijk overleg gaf de Staatssecretaris aan richting 2015 in te zetten op een roll-over voor schol en tong. Volgens mij heeft de Staatssecretaris dat echter niet ingebracht in de vorige Visserijraad. Hoe zit het precies met de roll-over versus de tweede fase?

De heer Van Gerven (SP): Voorzitter. De Russische boycot treft de land- en tuinbouw in Nederland. Met name individuele bedrijven kunnen hard worden geraakt. De SP is van mening dat als de politiek a zegt, zij ook b moet zeggen ten aanzien van bepaalde gevolgen. Het gaat hierbij niet om een natuurramp maar om voorzienbare gevolgen. Als je sancties toepast, dan kun je ook tegensancties verwachten; daarop moeten we voorbereid zijn. Wat kunnen we doen? Wat is de inzet wat betreft het prijsniveau van de Europese interventie? Wat wordt de interventieprijs voor producten als tomaten en komkommers? Heeft het wel zin als die interventieprijs beneden een bepaalde marktprijs of maar 15% van de kosten van de marktprijs op een bepaald moment is? Ik heb net ook al over EHEC gesproken. Ik krijg daar graag een reactie op.

Hoe staat het met de openstelling van de deeltijd-WW? Wat ons betreft is dat een prima maatregel.

Dan kom ik bij de maatregelen met betrekking tot de vorming van een crisiskartel. Hoe staat de Staatssecretaris daarin? Ik had een VAO aangevraagd, onder andere vanwege het verhaal over het crisiskartel. Ik ben van mening dat we daar keihard op moeten inzetten, omdat het een goede manier is om de crisis het hoofd te bieden. Hoe staat de Staatssecretaris daarin?

Tuinders verdienen onze steun en gezonde bedrijven moeten worden geholpen. Daarmee kom ik op het punt van de kredietregelingen. Dat zou een mooie taak zijn voor de nationale investeringsbank, waar de SP al jaren voor pleit. Die is er niet, die komt er niet zolang een meerderheid dat idee niet steunt. Wat kunnen we bancair doen? Wat zijn de mogelijkheden?

Ook vraag ik de Staatssecretaris even stil te staan bij de voedselbanken. Wat is de stand van zaken? Ik ken haar intentie, maar loopt het zoals wij willen?

Aan de discussie die het artikel van het CDA opriep, raakt de fundamentele discussie over crisismechanismen, prijsschommelingen en de rol van de overheid daarin. De Staatssecretaris, LTO, maar ook vele partijen in de Kamer, willen geen brandverzekering en geen brandblusapparatuur, omdat ze voor liberalisering van de markt zijn. Echter, bij de eerste de beste crisis rennen de mensen die het betreft naar de verzekeraar om geld te kunnen vangen; dan moeten er toch overheidsmaatregelen worden genomen. Is het dan dus niet beter om los van de effecten van de huidige boycot ook op de lange termijn goede crisismaatregelen te treffen? Ik begreep dat Cioloş een voorstel had gedaan voor de felbegeerde vetcorrectie en dat de Staatssecretaris daartegen was. Ik weet niet hoe het zit, dus wij horen graag precies hoe het zit en hoe de Staatssecretaris daarin staat. Wij denken namelijk dat het op die manier kan werken. Ook moeten we nog maar eens goed stilstaan bij het afschaffen van het melkquotum, want gezien de toekomst met een grotere onzekerheid denk ik dat een zekere regulering beter is voor de boeren om een shake-out en dramatische bedrijfsbeëindigingen te voorkomen.

Met grote belangstelling heb ik geluisterd naar het verhaal van de heer Van der Veer, de Shell-topman, in het programma Buitenhof. Ik vraag alle politici die moeten beslissen over het al dan niet aanscherpen van de sancties en het verder verscherpen van de tegenstellingen om die uitzending toch nog eens goed te bekijken en zich een mening te vormen over de stelling die hij poneert, namelijk dat sancties primitief zijn en het maar zeer de vraag is of zij effectief zullen zijn.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Voorzitter. De ChristenUnie is blij met de snelle Europese aanpak om bedrijven te ondersteunen die getroffen zijn door de Russische boycot. Ik complimenteer in het bijzonder de Staatssecretaris met haar inzet in dat verband. Het is goed om te zien dat Europa wel degelijk snel en eensgezind kan handelen. We kunnen het dus wel. Tegelijk weten we dat een bedrag van 125 miljoen euro, alleen voor de groente- en fruitsector in Europa, een druppel op een gloeiende plaat is. Het LEI heeft becijferd dat alleen de groente- en fruitsector 440 miljoen euro schade zal ondervinden als gevolg van de boycot. Naast de groente- en fruitsector zijn er nog meer sectoren, zoals de zuivelsector, die de gevolgen van de boycot steeds meer gaan merken.

Gezien de beperkte middelen is het van groot belang dat het beschikbare geld goed wordt besteed, en dat het terechtkomt bij de bedrijven die het meest afhankelijk zijn van de export naar Rusland en het zwaarst getroffen worden. Verwacht de Staatssecretaris dat er extra geld nodig is? En komt er ook extra geld beschikbaar, aangezien dit potje alleen voor de komende maanden is bedoeld?

Ik sluit mij aan bij de opmerkingen over het crisiskartel. Wat is de laatste stand van zaken met betrekking tot maatregelen voor de overige sectoren? Ik noemde al zuivel, maar ik doel ook op varkensvlees en pluimveevlees. Voor mijn fractie weegt zwaar dat de groenten en het fruit die uit de markt worden genomen een zinvolle bestemming krijgen. Natuurlijk moet het dus naar de voedselbanken en moet het niet verwerkt worden tot diervoer. Het is mooi dat bij verstrekking aan de voedselbanken de EU 100% van de interventieprijs vergoedt. Ik ben ook heel blij dat de Staatssecretaris vol wil inzetten op de voedselbanken. Wanneer verwacht de Staatssecretaris dat er duidelijkheid is over de invulling? Het mag niet zo zijn dat goed voedsel alsnog naar de afvalverwerker moet omdat de Brusselse regeltjes belemmerend werken.

Ik begrijp dat de groente- en fruitsector heel concreet aan een herstelplan werkt om de sector te ondersteunen. Kan de Staatssecretaris een reactie geven op dit plan? Is zij bereid om in overleg met de sector te kijken naar aanvullende nationale maatregelen die bedrijven verder kunnen helpen?

De meeste maatregelen richten zich op steun voor de korte termijn. Dat is begrijpelijk. Ik heb echter behoefte om iets te zeggen over de middellange en de lange termijn. De Ruslandcrisis laat ons namelijk zien dat onze land- en tuinbouwsector kwetsbare is. Veel boeren en telers produceren voor de wereldmarkt en kiezen daarbij voor productiemaximalisatie om, ondanks de kleine marges, toch nog een redelijke boterham te verdienen. Valt een exportmarkt als Rusland weg, dan is er niet een-twee-drie een andere afzetmarkt of een financieel vangnet. Schaalvergroting en nog meer efficiency in de bedrijfsvoering zijn dan geen keuze meer, maar een must om het hoofd boven water te kunnen houden. Het traditionele gezinsbedrijf komt daardoor steeds verder onder druk te staan.

Niet alleen de afhankelijkheid van de export en de druk vanuit het buitenland maken onze agrosector kwetsbaar, ook het handelen van de supermarkten verdient wat mij betreft niet de schoonheidsprijs. We hebben weliswaar voedsel in overvloed, maar daaraan geven we amper 10% van ons besteedbaar inkomen uit. De inkooporganisaties van de supermarkten bepalen voor een groot deel de prijzen, en boeren en tuinders zijn daarvan de dupe. We kennen de actie «Samen Sterk» voor onze boeren en tuinders. Dat was echt een actie naar mijn hart. Het was heerlijk om te zien hoe de supermarktbranche, die steeds meer gericht is op de wereldmarkt en op de laagste prijs, producten van eigen bodem onder consumenten ging promoten. In feite maken supermarkten zichzelf ronduit belachelijk. Waarom zijn tomaten uit het Westland nu goed genoeg en moesten de tomaten vorige maand nog uit Verweggistan komen? Krijgen boeren en tuinders nu wel een eerlijke prijs? Het is afwachten of het nieuwe inkoopbeleid standhoudt, maar eigenlijk weet ik het antwoord op die vraag al. In een open wereldmarkt is de laagste prijs leidend. Als het aan de ChristenUnie ligt, grijpen we dit moment aan om tot een duurzamer verdienmodel voor onze boeren te komen. Wij pleiten al jaren voor een regionalisering van de voedselproductie: niet terug achter de dijken, maar wel een landbouwsector die produceert voor en handelt op een Europese markt. De grootschalige import van graan uit de VS en van soja uit Brazilië is niet duurzaam en op termijn ook niet houdbaar. Wie Gods schepping wil bewaren en oog heeft voor de positie van boeren en tuinders kan maar tot één conclusie komen: de regionalisering van onze voedselproductie in Europa is onvermijdelijk. Laten we zelf allereerst voedsel produceren voor de Europese markt en onze kennis en technologie inzetten om onze boeren in ontwikkelingslanden verder te helpen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dit debat gaat over de Russische boycot van Nederlandse producten uit de land- en tuinbouw en de maatregelen die het kabinet en Europa nemen om de getroffen ondernemers te steunen. Daar hebben we een aantal vragen over. Het is echter belangrijk om te concluderen dat dit één van de tekenen is waardoor een aantal andere partijen misschien wel een beetje is wakker geschud maar, als ik de analyses om mij heen beluister, met het verkeerde been uit bed is gestapt. De Partij voor de Dieren hoopt dat het besef doordringt dat het niet verstandig is om onze boeren op te jagen om voor de wereldmarkt te produceren. Dat is een vechtmarkt zonder winnaars. Iedereen is verliezer, op een paar grote jongens na, die met de winst strijken. Echte mensen, boeren, dieren en het milieu verliezen in dit spel. Ik vind het schokkend om vandaag en in de stukken in de Volkskrant de verbaasde, nieuwe inzichten te vernemen over hoe onbetrouwbaar Rusland wel niet is en hoe onafhankelijk we zouden moeten worden van het Russische gas. Weten we nog dat we allemaal, behalve de Partij voor de Dieren, hebben ingestemd met de gasrotonde in Bergen, en dat datzelfde Russische gas nodig is om onze paprika's te telen? Het is echt tijd voor een andere koers en ik hoop van harte dat we de komende maanden – er volgen nog verschillende andere debatten over voedselzekerheid en voedselveiligheid en wat ons betreft over de wereldvoedselvoorziening in duurzaam perspectief – door kunnen gaan op de gedachte dat de wereldmarkt niet per se iets is waar we onze boeren op zouden willen jagen.

Dat gezegd hebbende, snapt de Partij voor de Dieren dat het een moeilijke tijd is voor telers, transportbedrijven en andere bedrijven die worden getroffen door de boycot. We steunen sommige maatregelen om bedrijven tegemoet te komen, zoals de werktijdverkorting, maar we vinden niet alles terecht. De boycot laat goed zien dat je jezelf kwetsbaar maakt als je je in die mate op de export concentreert als Nederland dat doet. Als een afzetmarkt wegvalt, ontstaat er meteen een groot probleem.

Onze vragen liggen op het terrein van bijvoorbeeld de douanetellingen. Op Foodlog zijn stukken verschenen waaruit blijkt dat het een heel gedoe is om er precies achter te komen wat de handelsbelangen zijn. Kan de Staatssecretaris daar duidelijkheid over geven? Wordt er inderdaad gesjoemeld met die cijfers? Klopt het dat de positie van Litouwen opvallend is en dat dit land opeens veel minder exporteert naar Rusland en dat Nederland opeens een verdubbeld belang blijkt te hebben? Kunnen we uitgaan van de cijfers die nu bij ons bekend zijn?

De vraag is ook of de Staatssecretaris zicht heeft op wat er met het voedsel gebeurt dat nu niet kan worden afgezet. Hoeveel wordt er vernietigd? Hoeveel gaat er naar de voedselbank? Hoeveel voedsel dat prima dienst zou kunnen doen als voedsel voor mensen, wordt er afgeschoven naar de veevoerindustrie? Hoeveel voedsel wordt er zelfs verstookt of vergist als zogenaamd groene energie? Zoals de Staatssecretaris weet, vinden wij het opstoken van voedsel voor een spaarlampje niet duurzaam.

Het is misschien een pijnlijke vraag, maar kan de Staatssecretaris reageren op de geluiden dat het prijseffect van een handelsboycot even groot is als een paar koudere weken, aangezien de prijzen door het tegenvallende weer alweer zijn aangetrokken? Wat betekent dat voor de hulp die gegeven wordt?

Het beheerscomité heeft besloten dat er ook een interventie komt in de zuivelmarkt. Dat wordt de Partij voor de Dieren echt te gortig. Ik hoop dat de Staatssecretaris het met ons eens is dat we zuivel, waarvan we willens en wetens te veel produceren, niet met belastinggeld uit de markt hoeven te halen. Wat kost die interventie? Wij steunen haar niet. Welke goede redenen zijn daarvoor te geven? Ik hoop dat de Staatssecretaris deze interventie afwijst.

Ik hoop dat de Staatssecretaris kan uitsluiten dat dierlijke sectoren onder deze steunmaatregelen vallen. Ik hoop vurig dat wij op latere tijdstippen uitgebreid het debat gaan voeren over de noodzaak om onze voedselvoorziening te regionaliseren in het belang van boeren, mensen, dieren, natuur en milieu en dat wij dit jaar kunnen afsluiten met de wijsheid dat die enorme exportgerichtheid ons meer kwaad dan goed heeft gedaan.

De heer Graus (PVV): Voorzitter. De PVV kan zich, mede gezien de interne Europese markt en het benodigde gelijke speelveld, vinden in de steunmaatregelen die zijn genomen en nog moeten worden genomen. Wij vragen ons af of ze afdoende zullen zijn. LTO Nederland als dé vertegenwoordiger van de groente- en fruittelers spreekt over 1,5 miljard euro schade. Het CBS had het daarentegen over 300 miljoen. Ik weet dat er wat verschillen in de berekeningen waren. Waar komen deze verschillen vandaan? Wie zit er het dichtst tegen aan? Mogelijk heeft de WUR 1,5 miljard berekend; die zitten er nogal vaak naast. Dus niet alleen bij de zeehondentellingen en de mestdossiers, maar ook bij andere dingen zitten ze ernaast. Bij de positieflijsten zitten ze er ook altijd naast, dus waarom zouden ze er nu niet naast zitten? Misschien kan de Staatssecretaris ons daar iets over vertellen. Heeft het CBS de directe gevolgen wel voldoende onderzocht, en zijn de prijsdalingen ten gevolge van de boycot volledig meegerekend evenals de schade voor de transportsector en de toe- en tussenleveranciers? Wordt Nederland als grootste nettobetaler per hoofd van de bevolking in de Europese Unie wel voldoende en lang genoeg gecompenseerd ten opzichte van kleine exporteurs en minder grote nettobetalers? Dat is ook altijd een leuke vraag waar ik graag een antwoord op krijg.

Het punt van de supermarktketens is een aantal keren aangehaald. Een hele tijd geleden heb ik een motie ingediend (33 400-XIII, nr. 75) voor een beter verdienmodel voor boeren, tuinders en vissers ten laste van de supermarktketens. Ik heb daar destijds voor gepleit en kreeg er ook grote steun van de Kamer voor. De supermarktketens zijn altijd de lachende derde, en dat zullen ze nu waarschijnlijk ook weer zijn, zeker gezien de prijsdalingen die al aan de gang zijn. Pak de supermarkten eens aan. Daar kan de Staatssecretaris met het kabinet namelijk wel iets aan doen. Pak de supermarkten aan, want daar kunnen wij de boeren, tuinders en vissers echt mee helpen. Als je kijkt naar de prijzen die boeren krijgen, is er de afgelopen tientallen jaren niets veranderd; er is niet eens rekening gehouden met de inflatie. De supermarkten pakken het grote geld. Dat zijn de machthebbers en zij draaien de jongens de duimschroeven aan. Daar moet ook eens iets aan gebeuren. Ik wil het bedrijfsleven trouwens een compliment maken voor het feit dat het zich rustig heeft gehouden. In het algemeen hebben de bedrijven steun gegeven aan het kabinet. Ik vind dat die mensen nooit de dupe mogen worden en zelfs geholpen moeten worden. Dat kan het kabinet nu doen; dat is heel gemakkelijk.

We vragen dus al jarenlang om een eerlijk verdienmodel ten laste van de machtige retailers. Wat gaat de Staatssecretaris daar zo dadelijk aan mij over toezeggen. Hoe staat het in dezen met de motie-Graus? Wij vrezen namelijk dat de agrarische ondernemers steeds meer het haasje zullen zijn.

Ik pleit ook voor vrijstelling ten behoeve van de promotie van de boycotproducten. Ik weet dat dat niet mag van Brussel, maar daar moeten we ook maar eens lak aan hebben. We moeten nu eens aan onze eigen mensen denken. Ik vind dat de Staatssecretaris een vrijstelling voor de promotie van de boycotproducten moet kunnen regelen. Nu staat de Europese Unie namelijk niet toe dat er campagne wordt gevoerd ter promotie van lidstaatproducten. Deze promotie kan deel uitmaken van het herstelplan. Laat dat heel duidelijk zijn. Ik kan niet in één oogopslag zien waar de producten vandaan komen. Ik kom heel graag in Tirol. Daar zie je Käse aus Tirol, Eier aus Tirol, Forellen aus Tirol en Anton aus Tirol. Noem maar op, alles komt er uit Tirol. Bij ons kun je dat eigenlijk helemaal niet zien. Acht jaar geleden heb ik een bepaalde zuivelorganisatie geadviseerd om meer te gaan werken met de Nederlandse vlag. Kijk maar eens hoe gek de Chinezen zijn op onze melkpoeder. Ga daar meer mee doen. Dat kan de Staatssecretaris wel doen, want ik wil het ook kunnen zien als iets een Nederlands product is. Ik kan dat in een supermarkt namelijk niet zien. Bij eieren kunnen we naar het nummertje kijken, maar niemand neemt die moeite. Ik vind dat we meer moeten doen aan de promotie van onze eigen producten in de supermarkten. Desnoods moet het van bovenaf worden opgelegd; anders is het einde oefening. Zo eenvoudig werkt dat, vooral in deze tijd. Laten we het dit jaar als proef doen voor de boeren, tuinders en vissers. Ik pleit al vanaf 2006 voor een betere herkenning van producten van eigen bodem. Het zou dus een heel sympathiek gebaar zijn. Mogelijk kan de regering er nog iets aan bijdragen dat die vlaggetjes er overal op komen te staan; dat zou super zijn.

De werktijdverkorting moet inderdaad voor langere tijd gelden. Dat onze vissersmannen het ongebruikte quotum naar volgende jaar kunnen meenemen, vind ik ook een heel sympathiek idee. Wat dat betreft sluit ik mij aan bij de visserijcoalitie van de mannenbroeders van het CDA.

Ik heb nog één ding te zeggen. In 2007 heb ik in deze zaal, met Jan ten Hoopen van het CDA als voorzitter en met Boris van der Ham die mij aanviel, in een debat met Maria van der Hoeven, de toenmalige Minister van Economische Zaken, gezegd dat wij ervoor moeten zorgen dat wij niet afhankelijk worden van boevenlanden als Rusland. We moeten ervoor zorgen dat we de leveringszekerheid en de onafhankelijkheid borgen. Toen heeft Boris van der Ham mij gevraagd of ik behalve de Marokkanen en de Antillianen ook nog de Russen ging bashen. Ik was mijn tijd ver vooruit. Nostradionus, onthoud het goed. Heel veel dingen die ik heb gezegd, zijn uitgekomen.

De voorzitter: Ik dank de heer Graus voor het in mijn hoofd prenten van het liedje Anton aus Tirol. Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van de eerste termijn van de Kamer. De Staatssecretaris heeft aangegeven meteen te kunnen beginnen met haar beantwoording. Ik geef haar dus graag het woord in eerste termijn.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Mevrouw Lodders begon terecht met even stil te staan bij wat er deze zomer is gebeurd. Vele woordvoerders hebben daarnaar verwezen. Het was ook terecht dat een aantal woordvoerders heeft vastgesteld dat de sancties die vanuit de Europese Unie in de richting van Rusland zijn ingezet geen directe link met de aanslag op de MH17 hadden, maar dat daarna een heleboel zaken in een stroomversnelling zijn geraakt. Om te beginnen zien we heel veel leed bij alle slachtoffers, bij de families, van dat vreselijke vliegtuigongeluk. Tegelijk merken we in de discussies dat de maatregelen door Rusland, die vrij stevig kunnen ingrijpen op met name individueel bedrijfsniveau, voor de boeren, de telers en anderen die daarmee te maken krijgen, een hard gelag kunnen zijn.

Hoe voorbereid waren we? Tegen de heer Geurts zou ik haast willen zeggen: we zijn niet naïef; we zijn ook niet voor het eerst geconfronteerd met sancties door Rusland.

Wat hebben we gedaan en waarom hebben we het gedaan zoals we het hebben gedaan? Eerst zal ik ingaan op wat er op Europees en nationaal niveau op de korte termijn aan de orde is. Vervolgens zal ik iets zeggen over wat ons op de langere termijn te doen staat. Daarbij is het wel degelijk van belang om het perspectief voor de Nederlandse land- en tuinbouwsector, waar we ons geld mee verdienen, aan te geven. Hoe verdienen we ons geld en op welke wijze willen we dat in de toekomst niet alleen op milieu maar ook op economisch gebied duurzaam blijven doen?

De voorzitter: De Staatssecretaris heeft dus een drietal blokken. Ik stel voor om te beginnen met één interruptie per fractie. Gebruik uw interruptie goed; u weet nu welke blokken er zijn.

Staatssecretaris Dijksma: Ik begin met het Europese blok, daarna volgt het nationale blok en ik sluit af met een blok diversen. Aangemoedigd door sommige woordvoerders en een enkele fractievoorzitter wil ik dan ook iets zeggen over de lange termijn.

Ik begin met het Europese blok. Mevrouw Lodders vroeg naar de stand van zaken op dat terrein. Op 30 augustus heeft de Europese Commissie de Interventieregeling groenten en fruit gepubliceerd. Bij zuivel was er in de afgelopen periode sprake van een significante daling van de prijzen. Ook dat was een rechtstreeks gevolg van de Russische boycot. Die gevolgen zijn inmiddels merkbaar in de zuivelsector en zullen met enige vertraging ook worden verwerkt in de melkprijs voor de melkveehouder. Gezien de marktontwikkelingen heeft de Commissie in het beheerscomité van 20 augustus jongstleden aangegeven een aantal maatregelen te willen nemen ten behoeve van deze sector. Vanochtend is in het beheerscomité het openstellen van de particuliere opslag van boter en magere melkpoeder voorgesteld. Nederland heeft daarvóór gestemd. In een aansluitend exportcomité is gesproken over de verlenging van de openbare opslag van boter en magere melkpoeder. Daarnaast is er ook nog gesproken over de particuliere opslag van kaas. De Commissie heeft vanochtend aangegeven deze regelingen op zeer korte termijn te willen publiceren en in werking te laten treden. Dat betekent dat men aankoerst op publicatie aanstaande vrijdag.

Ook is er gevraagd naar een appreciatie van de voorstellen. Ik vind het goed dat de Commissie hierin daadkrachtig opereert. Wel zou ik graag later met de Kamer willen bespreken wat we voor de lange termijn nodig hebben. Er is namelijk terecht vastgesteld dat dit type maatregelen voor de korte termijn goed kan zijn, maar dat we voor de lange termijn toch ook naar een andere vorm van ondersteuning moeten kijken. Dat heeft veel meer met het vinden van afzetmarkten te maken. Wat is mijn positie ten aanzien van het crisiskartel? Wellicht om een VAO te voorkomen, lijkt het mij goed om daarover duidelijkheid te verschaffen. De Europese Commissie heeft aangegeven de mogelijkheden om uitzonderingen te maken op de mededingingswetgeving, nader te willen bezien. En ja, ik zal er vrijdag voor pleiten om dat daadwerkelijk te gaan doen.

Mevrouw Dikkers heeft gevraagd waar andere lidstaten op inzetten. De woordvoerders hebben vanuit verschillende invalshoeken gesproken over mogelijke verschillen in inzet. Wat betekent het bijvoorbeeld voor het zuiden of het noorden van Europa? In de afgelopen periode hebben we gezien dat een overgroot deel van de EU-lidstaten de maatregelen steunt die tot nu toe zijn genomen of nog op stapel staan. De komende Raad is er ook voor om dat expliciet duidelijk te laten worden. Twee lidstaten, namelijk Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, hebben hun bedenkingen geuit. Dat zijn overigens ook de lidstaten die een geringer effect merken van de boycot op landbouwgebied.

De heer Dijkgraaf en anderen hebben gevraagd hoe het precies zit met de interventieprijzen en -percentages. Ik begrijp dat sommige woordvoerders – dat doen wij zelf namelijk ook – een vergelijking hebben gemaakt met de periode van de EHEC-crisis. Ik hecht eraan om te zeggen dat de huidige maatregelen, maar ook de EHEC-maatregelen, moeten worden gezien als een steun in de rug om het evenwicht in de markt te herstellen. Met de extra middelen zullen echter niet alle tekorten en alle financiële schade worden goedgemaakt. Dat was niet zo bij de EHEC-crisis en dat zal ook nu niet zo zijn. Ik vind het dus belangrijk om ook hierbij aan verwachtingsmanagement te doen. Deze maatregelen zijn bedoeld als steun in de rug, maar daarmee zal niet elke schade volledig worden gecompenseerd. Ook zijn ze niet bedoeld om de structurele problemen in de tuinbouwsector op te lossen. Problemen, waarvan u en ik weten dat ze er al waren voor de Russische boycot. Daar zal ik aan het eind van mijn betoog op terugkomen. Ik ga daarover ook graag de discussie aan met de sector en met de betrokkenen gemeenten. Ik zie overigens de burgemeester van het Westland op de publieke tribune zitten, die volgens mij vandaag zijn tienjarig burgemeestersjubileum viert. Ik feliciteer hem daar nog van harte mee. Ik herhaal: noch met de maatregelen voor de korte noch met die voor de lange termijn kunnen we alle schade verhelpen die er al was of nog zal ontstaan. Ook tijdens de EHEC-crisis was er sprake van interventieprijzen en dus niet van volledige compensatie. Overigens zijn die prijzen ook destijds door de Europese Commissie vastgesteld. Daar hebben we het mee te doen.

Een aantal woordvoerders heeft gesuggereerd dat men toen royaler was dan nu. Ik zal daar een paar dingen over zeggen. De maatregelen die tijdens de EHEC-crisis zijn genomen, zijn genomen onder dezelfde GMO-verordening als nu, in reactie op de Russische boycot. Voor leden als niet-leden van productenorganisaties wordt dezelfde vergoedingensystematiek gehanteerd. Nu is er wel een voedselbankspoor aan toegevoegd. Daar werd verschillend over gesproken. Ik vind het heel belangrijk en heel noodzakelijk dat we dat doen. Ten tijde van de EHEC-crisis was dat spoor er niet. Destijds waren er alleen maatregelen voor tomaten, komkommers, paprika's, sla en aubergines. Nu gaat het natuurlijk om veel meer producten. In beide gevallen heeft de Europese Commissie de interventieprijzen vastgesteld. Dat is dus niet onze bevoegdheid. Het moet helder zijn dat die prijzen er zijn. Het is niet zo dat het Nederlandse politieke debat daar invloed op kan hebben. Dat kan wel op een aantal andere punt waarnaar is gevraagd.

Er is gevraagd of het hier nu bij blijft en of er misschien meer geld nodig is. Daar zeg ik straks graag iets over. Misschien krijgt de Kamer daardoor een beter beeld van mijn inzet.

Er werd onder andere gevraagd of we waar het gaat om zuivel hebben gedacht aan het toepassen van de zogenaamde «vetcorrectiefactor». Ik kan de heer Van Gerven vertellen dat hij het echt bij het verkeerde eind heeft als hij denkt dat Commissaris Cioloş met een voorstel kwam en ik daartegen was. Het was namelijk andersom. Niet in de zin dat de Commissaris tegen was, maar hij liet het toch wat in het midden. Nederland is samen met Duitsland en Oostenrijk met een voorstel gekomen om die vetcorrectiefactor aan te passen. We hebben nadat de Russische boycot bekend werd opnieuw de discussie gevoerd. We hebben toen dit onderwerp weer op de agenda gezet. De Commissie heeft uiteindelijk, zo hebben we gemerkt, vastgesteld dat zij alleen bij een gekwalificeerde meerderheid een besluit hierover kon nemen. Dat was in onze ogen niet eens nodig. Men zou zelfs zonder meerderheid dit besluit kunnen nemen. De Commissie heeft als het ware het besluit verbonden aan de voorwaarde dat er een gekwalificeerde meerderheid zou zijn. Die was er niet. Ook nu wachten we op initiatief van de Commissie. We hebben met een aantal lidstaten al eerder, al voordat de boycot een feit werd, een brief daarover aan de Commissaris gestuurd, in een extra poging om hem tot initiatief te bewegen. Dat is er nog niet gekomen. We blijven duwen, maar ik ben helaas op dit punt niet hoopvol.

De voorzitter: De heer Dijkgraaf heeft een vraag.

De heer Dijkgraaf (SGP): Dank u, voorzitter. Daar gaat mijn kostbare interruptie. Op de andere punten is mijn hoop gevestigd op de collega's. Qua tijd moet het zo. Het gaat even over de vergelijking met EHEC. Ik heb niet betwist dat de vergoedingssystematiek verschillend is. Volgens mij betreft het enige verschil met EHEC de parameters. Daar was het 100% en hier is het 50%, 75% of 100% voor de voedselbanken. De Staatssecretaris zegt dat de Europese Commissie die vaststelt. Daar ben ik het mee eens. Mijn vraag was of de Staatssecretaris in Brussel gaat pleiten voor hogere parameters binnen die systematiek. Zoals ik haar tot nu toe beluister, is het antwoord «nee» en dat zou ik betreuren.

Staatssecretaris Dijksma: Er zijn twee dingen die daarover gezegd moeten worden. Ten eerste gaat het echt over veel meer producten dan toen, dus moeten we voorbereid zijn op een breder beroep. Dit is een begin. Een van de vragen die verschillende sprekers hebben gesteld, is of het hierbij blijft. De interventiemaatregelen worden nu door de Commissie gefinancierd, uit de onderuitputting van het reguliere marktordeningsbudget. Dus die 125 miljoen komt nog niet uit het al gereserveerde crisisbudget. Ik denk ook helemaal niet dat we er hier nu mee zijn. Ik vind alleen wel – wat dat betreft ben ik het eens met wat mevrouw Lodders zei – dat de maatregel uiteindelijk belangrijker is dan alleen maar het bedrag. Volgens mij is het dus nu te vroeg om te speculeren over ophoging van het bedrag, maar ik sluit het echt niet uit. Het geld is er ook, als dat eventueel nodig mocht zijn.

We hebben nu inderdaad de voedselbankroute. We moeten echter wel iets doen om die route – ik denk dat mevrouw Dik-Faber dat zal ondersteunen en ik hoop veel van de woordvoerders – het aantrekkelijkst te maken. Mevrouw Ouwehand zegt terecht dat het toch jammer zou zijn – ze zegt dat nog wat harder dan ik – als goed voedsel door de shredder zou gaan. Je moet dan bereid zijn om daar in je routering guidance in te geven, om daarin één route het aantrekkelijkst te maken. Ik ben heel blij dat het gelukt is om de Europese Commissie daarin te laten ondersteunen. Ik zal zo uitgebreid ingaan op alle meer praktische vragen die zijn gesteld, zoals de vraag van mevrouw Dikkers of het allemaal volgens de regels gaat. Dat is immers van belang. Daar zit natuurlijk wel een keuze. Ik hoop dat de boeren en de telers die keuze maken. Met alles wat we doen, moet het nu toch zo zijn dat die route wordt gekozen zodat goed voedsel dat helaas door die boycot overblijft goed terechtkomt. Daar ga ik voor. Vandaar dat die voorkeursroute er zo in zit. Ik hoop dat die in stand blijft.

De heer Dijkgraaf (SGP): Dat laatste kan ik me sowieso voorstellen. We hebben daar in een vroeg stadium al voor gepleit. Ik vind het verschil echter wel erg groot, namelijk 50% voor niet bij een telersvereniging aangesloten telers en 75% voor telers die dat wel zijn, met ook nog lage interventieprijzen. Ik heb eigenlijk een heel simpele feitelijke vraag aan de Staatssecretaris, over dat schema met die 50-75-100 plus de bestaande interventieprijzen. Als de Staatssecretaris naar de Landbouwraad gaat, gaat ze dan niet pleiten voor hogere percentages of hogere prijzen? Wij zouden dat wel doen. We zouden dat ook aan de Staatssecretaris willen vragen. Ik wil graag weten wat het kabinet gaat doen, ook met het oog op een mogelijk VAO.

Staatssecretaris Dijksma: We zijn nu aan het begin van iets, van een aanpak van de crisis. Je moet altijd rekening houden met stappen die je eventueel verder nog moet zetten. Als je nu alles al inzet, heb je straks weinig meer over. Dat weet de heer Dijkgraaf ook. Hij doet ook veel financiën voor zijn club. Dan heb je dus straks aan het eind weinig meer over om eventueel in te zetten als dat nodig is. Daar moeten we echt rekening mee houden. Daarnaast is het vaststellen van de interventieprijzen een bevoegdheid van de Commissie en niet van de nationale lidstaten.

De voorzitter: De heer Van Gerven kiest er ook voor om zijn interruptie op dit moment te gebruiken.

De heer Van Gerven (SP): Ik dank de Staatssecretaris voor de toelichting op de discussie rond de vetcorrectie. Ik heb in het verlengde daarvan nog een vraag aan haar over het voorstel van de European Milk Board. Ik weet niet of zij daar nog op komt in haar beantwoording. De EMB heeft voorstellen gedaan om de sector zelf de melkproductie en de prijs te laten beheersen. Die komen er eigenlijk op neer dat in tijden van te lage prijzen de boeren de productie terugbrengen en dat degenen die dat doen daarvoor worden beloond. De vraag is wat de Staatssecretaris daarvan vindt.

Staatssecretaris Dijksma: Dat is een vrije vertaling van wat je onder een zogenaamd «crisiskartel» zou kunnen verstaan. Ik heb zojuist gezegd dat ik daar vrijdag aanstaande voor zal gaan pleiten.

De heer Van Gerven (SP): Betekent dit dat de Staatssecretaris niet negatief staat tegenover de gedachten zoals verwoord door de European Milk Board?

Staatssecretaris Dijksma: Precies. Die mogelijkheid is overigens nu in de wetgeving van de Europese Unie beklonken. De Commissie heeft al aangekondigd erover na te denken. We gaan vrijdag zeggen dat we vinden dat dit mogelijk moet zijn.

Ik kom nog even terug op de vergelijking met de percentages bij de EHEC-crisis. Ik ga mijn best doen – ik weet niet zeker of het lukt, maar ik ga een poging doen – om te laten zien dat de somberheid die daarover intreedt bij de heer Dijkgraaf misschien niet helemaal terecht is. Bij EHEC was indertijd 50% beschikbaar voor het uit de markt nemen, als iemand aangesloten was bij een producentenorganisatie. De 100%-vergoeding was ook toen voor kennelijk gratis uitreiken. Daar werd alleen destijds geen gebruik van gemaakt. Nu is er 75% beschikbaar voor mensen die aangesloten zijn bij een producentenorganisatie. De suggestie dat de parameters nu ongunstiger zijn dan destijds, delen we niet.

De voorzitter: Was dit het blokje?

Staatssecretaris Dijksma: Nee, nog net niet. De heer Graus heeft gezegd dat wij als Nederland nettobetaler zijn en vroeg of we om die reden meer recht hebben op steun. De Europese Commissie hanteert een verdeling op basis van de exportcijfers van de verschillende lidstaten. Ik denk dat dat ook uit het oogpunt van Europese solidariteit een goede basis is. Dat is een terecht uitgangspunt.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter, ik wil graag een punt van orde maken.

De voorzitter: Een punt van orde mag altijd.

De heer Dijkgraaf (SGP): Dat is van belang voor eventuele moties. Zou de Staatssecretaris de vergelijking met EHEC, met die tarieven, nog even in een briefje kunnen zetten, zodat we het helemaal precies hebben?

Staatssecretaris Dijksma: Dat lijkt mij een heel goed idee. Dat kan morgen bij de Kamer zijn.

De voorzitter: Voor twaalf uur?

Staatssecretaris Dijksma: Niet gaan overvragen, voorzitter.

De voorzitter: We hebben morgen een regeling rond dat tijdstip, dus ik probeer het zo praktisch mogelijk te houden.

Staatssecretaris Dijksma: Ja, maar u vergadert donderdag ook nog.

De voorzitter: De voorzitter van de plenaire vergadering gaat over de planning van het VAO. Als het enigszins mogelijk is – ik hoop niet dat ik de mensen op de tweede rij daar heel erg mee in de problemen breng – zou voor twaalven fantastisch zijn voor onze planning.

Staatssecretaris Dijksma: We doen ons best, maar het wordt met die kleine overheid niet gemakkelijker zeg ik altijd maar even.

De voorzitter: De Staatssecretaris die de planning uitvoert, vervolgt haar betoog.

Staatssecretaris Dijksma: Zo is dat, voorzitter. No offence.

De heer Van Gerven heeft gevraagd of er een reactie kan komen op de uitspraak van een Shell-directeur. Ik vind het boeiend dat de SP zich als het ware verbonden voelt met het grootkapitaal. Er zijn wel meer fracties die een bijzondere stap zetten in dit debat. Mijn antwoord daarop is tweeledig. Het eerste is dat hier natuurlijk politiek, Europabreed en ook in de Verenigde Staten, voor is gekozen, gezamenlijk. We hebben afgewogen welke sancties er zouden moeten komen. Ik wil benadrukken dat hetgeen er vanuit de Unie is gedaan en het antwoord dat daarop kwam van de Russische overheid niet per se met elkaar in verhouding zijn. We hebben ervoor gekozen en ik vind dat we er ook voor moeten gaan staan, want anders kunnen we echt geen politiek bedrijven. Ik denk dat het verder aan anderen in het kabinet is om de juistheid van deze inzet verder met de Kamer te bediscussiëren en ik weet zeker dat zij daartoe goed in staat zijn.

Dat was het einde van dit blokje.

De voorzitter: Mevrouw Lodders van de VVD-fractie zet haar interruptie in.

Mevrouw Lodders (VVD): Nee. Ik heb een vraag gesteld waarop ik geen antwoord heb gekregen. Die zou ik graag even rappelleren, als dat mag.

De voorzitter: Daar hebben we in principe een tweede termijn voor. Ik probeer het een beetje zuiver te houden.

Mevrouw Lodders (VVD): Het is natuurlijk ook wel van cruciaal belang om de tweede termijn voor te bereiden. Ik kan mijn vraag kort herhalen, namelijk of de Staatssecretaris zicht heeft op deelname vanuit andere Europese landen aan de regeling.

Staatssecretaris Dijksma: Het korte antwoord is «nee», maar misschien weten we na vrijdag weer meer.

Ik kom nu bij het nationale deel van de maatregelen. Mevrouw Lodders heeft gevraagd om een update van de nationale maatregelen. Er zijn zeven aanvragen gedaan voor werktijdverkorting. Over de garantstelling werkkapitaal zijn we nu in overleg met de sector en de banken. Dat loopt nog. De sector en de banken geven aan dat deze garantstelling met name glasgroentebedrijven, in deze termen, de winter door zou kunnen helpen. Men wil dan wel graag gunstigere voorwaarden dan eerder in 2009 en 2011. Dat maakt het wel lastiger om zo'n regeling goedgekeurd te krijgen door de Europese Commissie. Daarover zullen we op korte termijn het gesprek aangaan met de Europese Commissie. We moeten dan vragen om een verruiming van het steunkader. Er is wel een inspanningsverplichting, maar geen uitkomstgarantie. We zullen uiteraard het gesprek aangaan over de mogelijkheden om dit met voorrang te behandelen gezien de urgentie. Zodra we zicht hebben op resultaten, zal ik de Kamer daar zo spoedig mogelijk over berichten.

Een volgend blok betreft de nieuwe afzetmarkten. Daarin kom ik al bijna bij de vraag wat je op de middellange en langere termijn kunt doen. Maandag 25 augustus was er een eerste bijeenkomst van de zogenaamde «taskforce Rusland». Getroffen bedrijven in de sectoren vlees, zuivel, groenten en fruit en de ministeries van EZ en Buitenlandse Zaken waren daar om initiatieven die alternatieve afzet bevorderen tot stand te brengen. De prioriteiten van het bedrijfsleven worden de komende twee weken gematcht met een uitgebreide inventarisatie van onze posten. Op basis daarvan worden gerichte activiteiten ondernomen, die variëren van onderhandelingen over de fytosanitaire en veterinaire markttoegang tot buitenlandse reizen van mijzelf, de Minister van Economische Zaken en Minister Ploumen. Uiteraard wordt het postennetwerk zeer versterkt ingezet.

De heer Dijkgraaf heeft gevraagd naar de handel in Nederlandse producten via andere landen. Zijn vraag was of dat kan. Binnen de wettelijke grenzen van de Unie staat het het bedrijfsleven vrij om deze route te bewandelen. Er is natuurlijk wel een risico voor de handelaren zelf. Als uiteindelijk dat product ook via een ander land toch Rusland niet binnenkomt, heeft men pech. Ik zeg het maar even heel plat. Het is wel van groot belang – daar wil ik hier even een punt van maken – dat alle regels, zowel de fytosanitaire als de veterinaire, gewoon worden nageleefd. Ik ga ze niet oprekken. Dat is niet gevraagd, maar soms moet je ook antwoord geven op een vraag die nog niet is gesteld. Dat gaan we dus niet doen. Dan weet iedereen dat alvast. Export naar bijvoorbeeld Wit-Rusland is mogelijk. Het is dan aan Wit-Rusland wat er verder met die producten gebeurt. Mij lijkt het niet wijs om daar nu verder over te speculeren.

Mevrouw Lodders vroeg terecht – eigenlijk zei mevrouw Ouwehand vanuit een andere hoek hetzelfde – of de maatregelen structureel zijn. Dat is volgens mij de kernvraag. Zoals net gezegd, zijn de maatregelen waar we nu voor een deel over spreken, behoudens het zoeken naar nieuwe afzetmarkten, allemaal maatregelen voor de korte termijn. Die kun je ook niet langdurig toepassen. We hebben ons natuurlijk, zo zeg ik tegen de heer Geurts, al voorbereid op de vraag wat er gebeurt als bijvoorbeeld een markt in Rusland wegvalt. Daar waren we immers ook niet voor het eerst mee geconfronteerd, zoals hij zelf al memoreerde. De mensen in de varkenshouderijen weten daar alles van. Dat heeft overigens een andere aanleiding. Dat is hier wel van belang.

Het zoeken naar nieuwe afzetmarkten voor Nederland – als je een land wilt blijven dat exporteert – was niet alleen gisteren en vandaag van belang, maar ook morgen. Dat is precies hetgeen ik vanaf mijn aantreden heb gedaan. We zijn naar Azië geweest, bijvoorbeeld naar Indonesië om de Nederlandse ui daar weer in de nasi te krijgen. We zijn bezig om in Latijns-Amerika een plek, letterlijk, onder de zon te verwerven. Er is een interessante discussie aangezwengeld door de vraag of Nederland wel of niet zelfvoorzienend is. Daar is veel over gezegd. Ik heb inmiddels begrepen dat we dat allemaal verkeerd begrepen hebben. Dat is oké. Ik wou niet die discussie nog een jaar lang blijven voeren met de heer Geurts. Ik wil heel graag een jaar lang met hem discussiëren, maar niet als ik alles wat er in het opinieartikel stond toch gewoon verkeerd heb begrepen.

Er stond één ding in, een quote, waar ik hier wel een punt van wil maken. Het komt er nu op aan, meer dan ooit, welke keuze je maakt. Waar Nederland in mijn ogen echt sterk in is, is innovatie en kennis. Als er één onderwerp is waarvan ik in de afgelopen anderhalf jaar dat ik deze post nu mag bekleden heb gezien dat we er werkelijk deuren in andere landen, waar ook ter wereld, mee geopend krijgen, is dat juist onze innovatie en kennis. Als de heer Buma dan stelt dat dat thema eigenlijk minder aandacht verdient, wil ik het daar heel graag met de heer Geurts over hebben. Ik denk echt dat zij op dat onderwerp de verkeerde afslag nemen. Als je niet langer wilt inzetten op de gouden driehoek – ik heb hem niet verzonnen, maar hij is briljant – maak je echt een fout. Dan trek je gewoon een verkeerde conclusie.

Dat staat voor mij helemaal los van de vraag of je meer zelfvoorzienend wilt zijn. Dat is gewoon een keuze en die heeft betekenis. Dat kun je leuk of niet leuk vinden, maar het LEI heeft gezegd wat betekent. Dat betekent inderdaad minder veeteelt en bijvoorbeeld meer productie van soja op eigen grond. Ook daar moet je dan immers minder afhankelijk in willen zijn. Laten we dat terzijde laten, want dat hebben we niet goed begrepen. Dan blijft dus de vraag over of we voor de bulk gaan of voor de kennis. Dan zou ik van harte daar een debat over willen voeren met de heer Geurts, het hele jaar en zelfs tot 2017. Ik wil hem er vandaag van overtuigen dat de toekomst en de keuze voor morgen de keuze voor kennis is. Daar zijn we sterk in. Als we dat nu laten lopen, hebben we echt een probleem. Dit is natuurlijk een uitdaging en dat besef ik ook, maar ik wilde het toch graag gezegd hebben.

De heer Geurts (CDA): Ik ben allereerst blij dat dat opiniestuk van het CDA met zo veel belangstelling is gelezen en ik ben ook blij met de verhalen die erna komen. Ik denk dat het goed is dat we die debatten het komende jaar, en mogelijk zelfs jaren, voortzetten. Ik zal even citeren hoe het er werkelijk staat: «De Nederlandse landbouw leunt nu sterk op innovatie en op nicheproducten. We moeten ook bulk produceren, want de graankraan uit Oekraïne of Rusland kan zomaar worden dichtgedraaid. Het kan zomaar dat de groenten uit Kenia of Tanzania ons niet meer bereiken. Daar moet je je op voorbereiden. De kennis op dat gebied mag hier niet verdwijnen.» Dat staat er. Welke percepties mensen daar bij hebben, zij zo. Ik ben blij dat ook het kabinet en collega's zien dat we deze discussie voort moeten zetten. Laten we dat ook doen.

Een ander punt betreft de gouden driehoek. Ik hoorde gisteren Louise Fresco, de nieuw aangetreden voorzitter van de raad van bestuur van Wageningen Universiteit, aangeven dat die begint te brokkelen. Misschien is dat een thema waar we het ook eens over moeten hebben.

Staatssecretaris Dijksma: Ik reageer graag op beide punten. Ik begin met het eerste, de bulkproductie. Sommige van de woordvoerders hebben me gevraagd om mijn visie te geven op wat nodig is voor langetermijnherstel, bijvoorbeeld voor de tuinbouw. Daar zijn door verschillende onafhankelijke denkers, zoals Frank Kalshoven in de Volkskrant, heel behartenswaardige dingen over gezegd. Volgens mij is het probleem van de economische houdbaarheid van de tuinbouw niet het gebrek aan bulkproductie op dit moment. Volgens mij is het probleem daar juist dat we ons te weinig concentreren op waar we goed in zijn, op kwaliteit, op de productie of misschien wel het merk. Voor de lange termijn is het voor de tuinbouw echt noodzakelijk dat die omslag naar hoogwaardige productie en naar innovatie wordt gemaakt. Ook zonder de Russische boycot zouden er deze zomer bedrijven om zijn gevallen, juist vanwege dat punt.

Ook om die reden heb ik me verbaasd over het artikel van de fractievoorzitter van het CDA. Ik had gedacht dat juist het CDA, de partij van de heer Geurts, die heel dicht bij de tuinders staat – daar is geen enkele discussie over – zou erkennen dat er op dat punt voor de komende decennia een ander beleid nodig is. Dat is beleid dat ik in elk geval samen met hen zou willen bespreken, maar ze moeten het wel zelf doen. Het is dus niet zo dat de overheid daarbij een soort panacee voor alle kwalen is en elke verandering die nodig is helemaal kan bewerkstelligen. Dat hoeft ook niet, want, zoals mevrouw Lodders terecht al zei, als er één sector is die dynamiek heeft laten zien en die heeft laten zien wel te kunnen inspelen op de veranderende eisen van de tijd – daar verdient men alle credits voor – is het het de land- en tuinbouwsector. Dat kan men en dat heeft men laten zien. Het komt er nu meer dan ooit op aan dat men ook die handschoen blijft oppakken. Graag samen met ons, ook op het punt van innovatie en bijvoorbeeld energietransitie, het gebruik van aardwarmte, geothermie en noem maar op. Dat zijn allemaal thema's die er de komende tijd echt toe zullen doen. Overigens is het niet het Russische gas waarvan we afhankelijk zijn. Het is misschien goed om dat hier even te zeggen.

De heer Geurts (CDA): Als we nog een poos doorpraten, denk ik dat we heel dicht bij elkaar komen, ook wat betreft een agenda voor de toekomst. Ik constateer ook dat de Staatssecretaris wel afstand neemt van haar coalitiepartner, die bij de laatste begroting heeft aangegeven maar één ding te willen, namelijk dat de agrarische sector de eerste agrarische exporteur ter wereld wordt. Dat heeft zij met deze woorden ook duidelijk gemaakt. Ik denk dat dat in de toekomst ook een heel aardige discussie gaat opleveren.

Staatssecretaris Dijksma: Ik denk dat het interessanter is als u die discussie voert met de vrienden van de VVD, mijnheer Geurts. Het is echt veel bijzonderder dat u daar onderling over van mening verschilt. Dat is volgens mij ook nieuws. Ik heb overigens die afstand niet zo genomen. Ik heb juist gezegd dat als we onze leidende positie in de wereld willen behouden – ik deel die ambitie, want ik denk dat het belangrijk is dat we onze agrarische sector, die zo van belang is voor onze economie, blijven steunen en alle kansen bieden – we wel eerlijk en open met elkaar moeten bespreken waar die kansen liggen. Daarover verschil ik volgens mij, tenzij ook dat niet uw positie is, wel met u van mening, mijnheer Geurts. Ik heb gezegd dat het vooral de investering in kennis is waar we mee verder kunnen. Bij bulkproductie zullen we zien dat door omstandigheden die we niet kunnen beïnvloeden, al is het maar omdat de zon elders misschien wat meer schijnt dan bij ons of om allerlei andere redenen, we het nooit per se kunnen we winnen. We doen het nu soms. Bij de tomaten hebben we het voor elkaar gekregen. Het is echter niet per se iets wat blijvend is. Het gaat erom dat je keuzes maakt die de sector op lange termijn versterken. Daar moeten we samen voor gaan. Hoe meer mensen daar een bijdrage aan willen leveren, hoe beter het volgens mij is.

De voorzitter: De Staatssecretaris vervolgt haar beantwoording.

Staatssecretaris Dijksma: Ik kom bij de vraag van de heer Geurts waarom het handelen, in zijn termen, van het kabinet zo lang heeft geduurd. Dat wil ik ook graag tegenspreken. We hebben namelijk z.s.m. gehandeld, zodra het kon. Daarvoor moesten wel eerst de prijzen en de randvoorwaarden door de Europese Commissie worden vastgesteld. Dat is afgelopen vrijdagmiddag gebeurd. Vanmiddag heb ik de nationale regeling vastgesteld en die zal morgen worden gepubliceerd in de Staatscourant. De nationale regeling ten aanzien van de implementatie van de Europese noodverordening zal erin worden gepubliceerd en ook een besluit waarin de maximumvergoedingen voor een aantal zaken zijn vastgesteld. Voor appels en peren zijn de hectarebedragen in het besluit verwerkt. Dat zijn de meest urgente besluiten die we moeten nemen. Deze week zal ik ook de rest van de hectarebedragen vaststellen. We hebben juist steeds alles voorbereid, zodat we onmiddellijk konden doorpakken zodra er een besluit uit Europa kwam. In dat opzicht herken ik me niet in de opmerkingen die er door de heer Geurts zijn gemaakt. Ik heb ze zelf ook gewoon niet gehoord. Soms wil je ze misschien niet horen. Dat mag u best denken, mijnheer Geurts. Ze zijn echter niet op die manier bij ons gemeld, ook niet door LTO Nederland. Ik verwijs maar even naar een aantal andere woordvoerders die ook geciteerd hebben uit een brief waarin men juist blij leek te zijn, samen met VNO-NCW, met de voortvarendheid die het kabinet heeft opgebracht.

Mevrouw Dikkers heeft gevraagd naar het beperken van de administratieve last versus de verantwoording. Hoe gaan we dat doen? We hebben het inderdaad over gemeenschapsgeld. Dat moet netjes besteed worden en het moet ook verantwoord kunnen worden. Daar zetten we scherp op in. Daar waar het kan, hebben we gezocht naar uitvoerbare regels. Dat hebben we in nauw overleg met de Commissie gedaan, zodat we niet worden geconfronteerd met verrassingen achteraf. Dat geldt specifiek voor bijvoorbeeld de eisen die vanuit de Commissie aan de voedselbanken worden gesteld. Je wilt niet dat daar later nog misverstanden over ontstaan. Deze sluiten gelukkig inmiddels aan bij de werkwijze van de Nederlandse voedselbanken.

De heer Geurts heeft gevraagd hoe we individuele ondernemers steunen. Dat doen we via de maatregelen die we hebben gepresenteerd. Die zijn een steun in de rug. We hebben niet alleen een aantal zaken mogelijk gemaakt rondom interventies in de markt, maar ook rond werktijdverkorting. Dat is overigens een maatregel die ook geldt voor sectoren buiten de land- en tuinbouw. Ook de transportsector heeft de mogelijkheid om daar gebruik van te maken. Dat geldt ook voor het zoeken naar afzetmarkten. Dat kun je ook doen voor een bredere groep ondernemers dan de ondernemers die nu worden geholpen door de interventiemaatregelen. Het is goed mogelijk om bijvoorbeeld samen met mensen die bezig zijn met de varkenshouderij op dat punt verder te kijken. Daar vinden geen interventies in de markt plaats als reactie op de Russische boycot, omdat de aanleiding van het importverbod van Rusland een andere was. Dat is geen laconieke reactie, maar een heel principiële. Je moet goed op blijven letten wanneer je intervenieert en om welke reden. Er is net naar de EHEC-crisis verwezen. Als we vandaag interveniëren vanwege een uitbraak van dierziekten elders, moeten we dat in andere situaties blijven doen. Daar heb ik natuurlijk, net als de Commissie, wel mee te maken. We monitoren de marktontwikkelingen, net als de Europese Commissie. Die zal op basis van de feiten, en dus niet op basis van voorkeuren, bepalen welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Mede op initiatief van Nederland is er aanstaande vrijdag een extra Landbouwraad om ook daarover te spreken.

Mevrouw Dikkers en mevrouw Lodders hebben gevraagd hoeveel agrariërs gebruik gaan maken van de regelingen. De regeling wordt ingezet totdat er een plafond is bereikt, van 125 miljoen Europees. Op dit moment zijn er ongeveer 80 meldingen, meen ik. Bij de aanmeldingen voor veevoer en dergelijke, gaat het om 5.000 ton. Het grootste deel daarvan zijn appels en peren. Mevrouw Lodders heeft gevraagd naar steun voor sectoren als boomkwekerijen. Daar is geen sanctie op. Export kan dus gewoon plaatsvinden en dan is er geen steun voor nodig.

Er is gevraagd of de route via de voedselbank wordt gebruikt en, zo ja, of dat, in de woorden van mevrouw Lodders, voor de bühne is of niet. Ik heb net al uitgelegd dat het voor het kabinet principieel is. Het is heel belangrijk dat als je goed voedsel hebt, je dat ook goed wegzet. Verspilling willen we voorkomen. Daar hebben we veel vaker met elkaar over gesproken in de Kamer. Er zijn op dit moment meldingen bij de voedselbanken voor ongeveer 16.000 kilo. We zien nu dat er in de regeling eigenlijk – dat zullen we ook morgen weer zien – alles aan gedaan is, tot en met de financiering van de logistiek die nodig is om het bij de voedselbank te brengen, om echt ervoor te zorgen dat die route wordt bewandeld. Het is daarmee echter nu ook wel aan de voedselbanken en de telers zelf om ervoor te zorgen dat het een succes wordt. We hebben een regeling neergelegd die datgene doet wat zij moet doen, namelijk de goede positieve prikkel geven. Er zit niet alleen een vergoeding in van 100%, maar ook een vergoeding voor distributie. Als die route dan niet gebruikt wordt, sta ik hier ook maar. Ik kan niet meer doen dan we nu doen. Dat wil ik toch gezegd hebben. Als er nu alsnog problemen zijn omdat men de distributie niet op orde krijgt, is dat geen probleem meer dat door de overheid kan worden opgelost. De bal ligt nu daar waar die hoort. Er zijn volgens mij geen redenen meer om te verwachten dat deze route niet aantrekkelijk is. Dat wil ik toch één keer zo stevig zeggen.

De maatregelen voor groente en fruit gelden tot 30 november. Uiteraard bekijken we voortdurend hoe de markt zich ontwikkelt. Ik heb net al gezegd dat het budget niet uitgeput is.

Een aantal woordvoerders heeft gevraagd om ook te kijken naar de vleessectoren, waarbij specifiek varkensvlees is genoemd. We hebben de Europese Commissie verzocht om de actuele prijsontwikkelingen nauw in de gaten te houden. Zoals bekend, is er sinds 1 februari jongstleden een importban van Rusland voor vlees vanuit de hele Unie vanwege de varkenspest. Er was geen direct effect van de boycot op het varkensvlees. Die boycot was er immers al, maar om een andere reden. Overigens zien we dat het aantal uitbraken van varkenspest is toegenomen. Het is iets waar we rekening mee moeten houden. De prijsontwikkeling van het Nederlandse varkensvlees is al geruime tijd zorgelijk. Dat was ook al het geval voordat per 1 februari de export naar Rusland moest worden beëindigd. Sinds eind 2013 zien we dat er een prijsdaling is ingezet. De prijs ligt sinds januari 2014 min of meer op een gelijk niveau. De boycot heeft dan ook geen effect op de prijs gehad, omdat er om een andere reden dan bij groente, fruit en zuivel al een importverbod was. Om die reden ziet de Europese Commissie nu geen directe aanleiding om tot aanvullende maatregelen over te gaan en ik dus ook niet. De Europese Commissie vindt de situatie van het varkensvlees ook ten principale anders, vanwege de aanleiding van het importverbod. Dat begrijp ik ook. Als je vanwege de uitbraak van een dierziekte tot interventie overgaat dan doe je dat niet alleen nu, maar moet je dat blijven doen. Dat lijkt me niet verstandig.

Er is nog gevraagd naar de stand van zaken voor de overige sectoren. Pluimvee is een grote diverse wereldmarkt. We zien dat de prijzen redelijk stabiel lijken. Ook hier is nu geen aanleiding voor maatregelen. Bij eieren zien we hetzelfde beeld. We blijven het wel volgen. Deze sectoren zijn dus niet uit beeld. Die moeten we zeker volgen. Dit is de huidige stand van zaken.

Wat betreft de visserij heeft een aantal woordvoerders gevraagd of er quota meegegeven kunnen worden voor het volgend jaar. Ook hier geldt dat we voor een Europese aanpak moeten kiezen. We moeten de situatie in de gaten houden. Overheveling van quota kan niet. Over de pelagische visserij in de Noord-Atlantische Oceaan zijn gewoon afspraken gemaakt en daar is men aan gebonden. Dat geldt ook voor landen buiten de EU. Als het noodzakelijk is, moeten we in Europees verband overgaan tot maatregelen. Dat zal ik vrijdag zeggen. Dat moet pas als het echt nodig is. Ook hier moeten we voorzichtig zijn en alleen maatregelen nemen als daar daadwerkelijk aanleiding toe is.

De heer Geurts heeft gevraagd of werktijdverkorting voor een jaar mogelijk is. Nee, dat kan niet. Dat geldt voor 24 weken. Zo is de regeling altijd al geweest. De Minister van Sociale Zaken is daar leidend in. Hij gaat erover. De termijn van 24 weken is ook echt bedoeld als een overbrugging. Het is dus niet bedoeld als een permanente situatie. Als er aanleiding toe is, zal ik uiteraard weer overleggen met mijn collega van SZW.

Mevrouw Dikkers vroeg hoe het in de praktijk gaat werken als er veel tijdelijke werknemers zijn. Werktijdverkorting is ook mogelijk voor tijdelijk personeel, mits men na de werktijdverkortingsperiode nog in dienst is. Het is dus wel noblesse oblige. Als je voor iemand iets aanvraagt, ben je er ook voor diegene nadat de regeling is afgelopen. Dat lijkt mij vanuit goed werkgeverschap ook een heel belangrijke en faire voorwaarde. Dat betekent dat er ook een verplichting is om loon door te betalen aan oproepkrachten. Dit zijn spelregels die gewoon gelden voor sectoren die gebruikmaken van deze regeling. Het is dus breder dan alleen in de landbouw.

Mevrouw Dikkers heeft gevraagd wat wij doen voor de niet-landbouwers, om het maar even plastisch te zeggen. De garantie- en borgstellingsregelingen kunnen ook worden gebruikt door ondernemers die direct of indirect worden geraakt door het Russische importverbod. Dan gaat het bijvoorbeeld om de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO), de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) en de Groeifaciliteit. Die garanties en borgstellingen verlagen het risico voor banken bij het verstrekken van krediet en kunnen ondernemers ook ondersteunen als een soort overbruggingsperiode als er sprake is van omzetverlies of het niet kunnen voldoen aan lopende verplichtingen, als men voor de langere termijn wel ziet dat er rentabiliteit is. In de kern moet het een gezond bedrijf zijn. Ik zeg het maar even in de term van de Rabobank. Die is volgens mij goed. Deze regelingen zijn niet bedoeld om bedrijven te steunen die los van deze boycot in de problemen zouden raken. Ook hierbij speelt verwachtingsmanagement. Daar zijn ze dus niet voor bedoeld.

Mevrouw Dikkers vroeg naar de fiscale tegemoetkomingen. Dan gaat het over de liquiditeitsruimte van bedrijven die bijvoorbeeld door het instrumentarium in de fiscale sfeer tijdelijk kan worden verbeterd. Denk bijvoorbeeld aan voorlopige aanslagen in de winstsfeer die verlaagd worden indien de winstverwachting wegens de boycot naar beneden moet worden bijgesteld. Dat betekent dat er als het ware geanticipeerd wordt op een situatie. Je voert dan een net iets minder hoge aanslag door omdat je weet dat het uiteindelijk bij de afrekening ook zal tegenvallen. Ik zeg het even in mijn woorden.

De Belastingdienst heeft ook, conform de Kamerbrief van 15 augustus, de regionale coördinatoren invordering de instructie gegeven om zich bij levensvatbare bedrijven die gevolgen ondervinden van de Russische boycot coulant op te stellen, vanwege de bijzondere omstandigheden. De Belastingdienst zal ook, op ons verzoek, het gebruik van de fiscale instrumenten monitoren. Hij heeft aangegeven dat de bijzondere omstandigheid van de boycot niet individueel in de systemen kan worden bijgehouden, maar hij wil ons wel regulier op de hoogte houden van de ontwikkelingen in deze instrumenten in de sectoren die getroffen worden. Dan kun je macro wel zien of er bijvoorbeeld sprake is van toenemend gebruik.

Mevrouw Lodders vroeg naar de perziken en nectarines. De verordening was voor de boycot door Rusland al in de maak bij de Commissie, omdat er een hoog aanbod was van de vruchten en omdat er sprake was van een lage consumptie. Tijdens de oogstpiek was de opslag lastig. De prijzen daalden daardoor echt heel erg snel en dus is er op 22 augustus een regeling ingegaan. Die staat los van het budget dat beschikbaar is voor de noodverordening groente en fruit. Dat vonden wij ook belangrijk. Het komt dus niet uit die 125 miljoen.

Er is ook gevraagd naar de langere termijn. Daar heb ik eigenlijk al een paar dingen over gezegd. We zullen met elkaar op zoek moeten gaan naar nieuwe afzetmarkten. Dat deden we al, dus dat is geen nieuw beleid, maar dat kunnen we wel intensiveren. In sommige sectoren is er ook een structurele aanpassing nodig. Dat zagen we ook zonder de boycot. Daar hebben we het al een paar keer over gehad, bijvoorbeeld tijdens de behandeling van de Tuinbouwvisie en op andere momenten. De economische positie van zo'n sector behoeft dan gewoon versterking. We moeten dat onder ogen zien, maar het is niet nieuw en heeft niet te maken met wat er afgelopen zomer is gebeurd. Ik hoop dat veel mensen nu beseffen dat dit wel op de agenda staat en dat het onontkoombaar is om dit met elkaar te bespreken. Uiteindelijk geldt daarbij dat we een hoop kunnen doen, maar dat het wel aan de sector is om het voortouw te nemen.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd wat de interventiemaatregel voor de zuivel kost. Dat is lastig te zeggen. In principe komen deze maatregelen voor rekening van de Europese Unie. De uitvoerings- en controlekosten zijn voor de lidstaten. Ten tijde van de EHEC-crisis was dit bedrag ongeveer 1 miljoen. Dat was bedoeld voor de tuinbouwproducten die erbij betrokken waren. Het hangt ook af van het aantal aanmeldingen. Ik kan het dus niet precies voorspellen.

Krijgen boeren een eerlijke prijs, onder andere door acties van de supermarkten? Vraag en aanbod zijn beide van belang om prijzen vast te kunnen stellen. Volgens mij is er overleg tussen de agrarische sector en de retail. Ik heb natuurlijk al eerder, voor dit hele verhaal, discussies met de betrokken partijen gehad over de totstandkoming van evenwichtige prijzen. Ik weet ook dat er in de Kamer terecht een warme belangstelling voor is. Een goed product verdient ook een goede prijs. Er zijn echter een aantal zaken bij de prijsvorming die wij niet kunnen beïnvloeden. Weersomstandigheden zijn daar een voorbeeld van.

De heer Graus (PVV): Ik wil toch een reactie van de Staatssecretaris hebben op mijn opmerking over Tirol. Het antwoord was een beetje lacherig, maar het is echt zo. Ik heb het gezien. Ik heb een paar uur de moeite genomen om het aankoopgedrag van mensen uit Tirol te bekijken als het gaat om hun eigen producten. Ik heb er ook met bedrijven over gesproken. In al die landen laten ze heel duidelijk zien welke producten uit de eigen heimat komen. De mensen gunnen het ook liever aan hun eigen boeren. In Nederland is dat niet zo. Ik wil hier echt een reactie op hebben. Ik wil horen wat de Staatssecretaris hieraan gaat doen, zodat de bevolking die boycotproducten beter kan ondersteunen. We moeten weten waar we die boeren, tuinders en vissers mee kunnen helpen in de komende tijd. Het gaat in dit geval, met die boycot door Rusland, natuurlijk vooral om de tuinders.

Staatssecretaris Dijksma: Daarover zijn een paar dingen te zeggen. Ik denk dat het altijd goed is om Nederlands fruit en Nederlandse groente te eten, maar we moeten ook onder ogen zien dat als we er echt geld mee willen verdienen – dat willen onze boeren, onze telers – dat nooit alleen met de Nederlandse afzetmarkt kan. Dat is wel belangrijk. Als Nederland consequent voor de Nederlandse waar gaat, Duitsland voor de Duitse waar en België voor de Belgische waar, is met name Nederland daar slachtoffer van. Het is een heel broos evenwicht. Aan de ene kant wil je je telers steunen, misschien ook om een heel andere reden dan die u nu noemt, namelijk om een zekere regionalisering van productie te bewerkstelligen. Dat kun je om een aantal andere redenen ook van belang vinden. Als je dit echter te rigide als uitgangspunt neemt, zul je aan de andere kant de consequenties ervan moeten accepteren. Op de lange termijn zal je positie als wereldleider op die markt ongelofelijk ingewikkeld worden.

Ik ben samen met u naar de Grüne Woche geweest. Daar proberen we toch vooral om alle Duitsers en al die anderen die er ook zijn de Nederlandse producten te laten kopen. Als we alleen maar voor onszelf gaan, geeft dat een instantbevrediging, maar voor de lange termijn is dat voor de Nederlandse markt een echte omslag. Daarom is er ook zo veel discussie over. Ik snap uw punt wel, maar u moet zich realiseren wat er achter dat verhaal nog vandaan kan komen. Het is dus niet per se zo simpel als dit, hoewel ik niet wil zeggen dat ik in deze situatie onze mensen niet een extra hart onder de riem wil steken. Op weg naar de ministerraad heb ik dat ook geprobeerd te doen.

De heer Graus (PVV): Er is al gesproken over Noord-Amerika, Midden-Amerika en Zuid-Amerika. Daar is de Staatssecretaris al mee bezig, ook wat betreft de zuivel en dat soort zaken. Dat heb ik dus even achterwege gelaten. Het gaat erom dat er meer erkenning komt, zodat we die mensen kunnen helpen, al is het maar met 20% of 30%. Zo gaat het niet bij ons. Dat is absoluut niet zo. Ik heb het er met de kaasboeren op de Alkmaarse kaasmarkt over gehad. Ze gaven het zelf toe. Het is helemaal niet zo. Sommigen gebruiken dat «Aus Holland» en dat Nederlandse vlaggetje, maar als ik bij een bak appels sta, kan ik niet zien of die appels uit ons land komen, uit België of uit een ander land. Ik wil niet in dat Bumakamp terechtkomen, want zo bekrompen ben ik niet. Als Nederlandse burger en consument wil ik het de Nederlandse boeren en tuinders meer gunnen. Daar gaat het om. Ik zeg helemaal niet dat we met oogkleppen moeten rondlopen.

Staatssecretaris Dijksma: Het voorbeeld van de kaas is goed. We proberen mensen aan te pakken die Goudakaas verkopen terwijl het geen Goudakaas is. Dat is van belang. Het is echter ook hierbij aan de sector om aan branding te doen. Daar is wel iets voor te zeggen. Dat ben ik ook met u eens. Nederland heeft ook een goede naam als het gaat om kwaliteit, dus dat kan. Dat doen we dan echter niet alleen voor onszelf, maar ook voor die ander. De initiatieven hiervoor zullen uit de sector moeten komen. Dat is niet iets wat wij voor de telers en al die anderen in de agrarische sector kunnen doen. Die verantwoordelijkheid kunnen wij niet overnemen.

Ik kom opnieuw bij de heer Graus. Hij vroeg waar al die verschillende cijfers over de waarde van onze export vandaan komen. Wie zit er het dichtst bij de reële cijfers? Het CBS en het CPB zijn voor ons uiteraard belangrijke bronnen. Wij luisteren overigens ook goed naar de brancheorganisaties. Wij zien dat de mate van de effecten gewoon moeilijk te bepalen is. Er is namelijk niet alleen een vrijemarkteconomie, maar er zijn ook veel handelsstromen. Sommige stromen – ik denk aan Litouwen – staan niet altijd op het Nederlandse netvlies. Als men daar schade heeft, kan men zich overigens ook bij de Litouwse overheid melden. Dat moeten wij wel helder hebben. Als er hier geen belasting betaald wordt over dit type stromen, omdat die elders zitten – ik zeg het maar even heel plat – moet men ook elders zijn om schade te verhalen. Daarin zit hem voor een deel het verschil.

De verschillen zijn ook als volgt te verklaren. Mensen hebben het over directe schade, maar ook over indirecte schade. Die is er ook. Een heleboel bedrijven die niet zelf groente en fruit telen, ondervinden ook schade. Ik denk aan transporteurs. Die bedragen moet je ook meerekenen. Daardoor kunnen dus verschillen ontstaan. Uiteindelijk is het niet allemaal goed te voorspellen.

Het laatste blokje gaat over de roll-over en het tong- en scholquotum in 2015. Ik heb de Commissie verzocht om een aanpassing van het meerjarenplan voor schol en tong, ook wat betreft de roll-over. De doelstellingen moeten in lijn worden gebracht met de overeenkomst tussen de Raad en het Europees parlement over de formulering van de zogenaamde MSY-doelstelling (maximum sustainable yield). Dan is in onze ogen een roll-over mogelijk en verantwoord. De Commissie bereidt op dit moment – dit is een winstwaarschuwing – een nieuw plan voor voor de gemengde visserij op de Noordzee. De vraag is hoe deze zaken zich in de tijd tot elkaar zullen verhouden. Dat neemt echter niet weg dat u mijn inzet kent. Die is er.

Voorzitter, dat was mijn bijdrage.

De voorzitter: Ik dank de Staatssecretaris voor haar uitgebreide en goede beantwoording, ook op de interrupties. Ik kijk even naar de leden en naar de klok. We hebben een aantal smaken in de aanbieding. We kunnen een volledige tweede termijn doen, maar dan wordt het laat. Je kunt ook alleen die ene prangende vraag die je nog hebt, stellen. We kunnen ook datgene wat er nog rest, naar het VAO overbrengen. Gaan we voor die ene prangende vraag? Dan mag u die zelfs van een inleidende zin vergezellen.

Mevrouw Lodders (VVD): Voorzitter. We hebben uitgebreid gesproken over de leidende positie van de Nederlandse land- en tuinbouw, ook in de verschillende interruptiedebatjes. Deze is alleen te danken aan de hoge productiviteit, de duurzame productie en het innovatief en kwalitatief hoogwaardig produceren. In de toekomst zullen we hierover vele debatten hebben. Ik hoop niet dat ik me zorgen hoef te maken. Ik kijk hierbij naar de collega's van het CDA en de PVV. Ik hoop dat we deze positie van de Nederlandse land – en tuinbouw verder zullen en kunnen verstevigen.

Ik heb twee korte vragen. De Staatssecretaris heeft het dilemma van de verschillende sectoren geschetst. Ik hoop dat we dit monitoren en daarover met elkaar in debat blijven gaan. Is de Staatssecretaris bereid de Kamer nog voor de volgende Landbouw- en Visserijraad te informeren over de voortgang als het gaat over de deelname van bedrijven aan de regelingen? Dan kunnen we daar in onze inbreng op ingaan.

Mijn fractie pleit voor kortlopende, tijdelijke overbruggingsmaatregelen. Laten we de innovatiekracht van de sector kansen en ondersteuning bieden, zodat de leidende positie verder uitgebreid kan worden.

De heer Geurts (CDA): Voorzitter. Ik sluit me aan bij het bedanken van de Staatssecretaris voor het beantwoorden van de vele vragen die gesteld zijn.

Ik heb een vraag voor de korte termijn en een vraag voor de langere termijn. Allereerst de korte termijn. Ik merk dat de Staatssecretaris oog heeft voor de gevolgen op individueel niveau. Die zullen de komende tijd op een aantal plekken heel heftig zijn. Is de Staatssecretaris ook bereid om naar knelgevallen te kijken? Ik snap dat dit niet allemaal op individueel niveau kan, maar ik vraag wel om oog te hebben voor bepaalde groepen en om bereid te zijn om hieraan te werken binnen de bestaande regels.

Dan de langere termijn. Ik kan me herinneren dat we een algemeen overleg hebben gehad over de tuinbouw. Daarin zijn een aantal afspraken gemaakt en heeft het kabinet een aantal voorstellen gedaan. Kan de Staatssecretaris ons op korte termijn een update geven over de stand van zaken van deze afspraken? Dat hoeft geen aparte brief te zijn, het kan ook binnen een Landbouw- en Visserijraad vallen. Het gaat erom dat we het weer even op ons netvlies hebben, het momentum niet kwijtraken en bekijken wat we in de politiek nog moeten doen om een en ander te verbeteren.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Voorzitter. Ik had uit de brief van de Staatssecretaris begrepen dat er nog wat hobbels genomen moeten worden voordat de voedselbanken aanspraak kunnen maken op het een en ander. Ik begrijp nu uit de beantwoording van de Staatssecretaris dat het gewoon in kannen en kruiken is. Daar krijg ik graag nog een toelichting op. Als het goed is, is het goed, maar in de brief stond dat het in Brussel nog geregeld moet worden.

De Staatssecretaris heeft met een aantal collega's een brief geschreven aan de Europese Commissie over de vetcorrectie. Mogen wij daar een afschrift van hebben?

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Volgens mij was het antwoord daarop nee. We gaan het zien. Mijn vraag gaat over de roll-over. Ik weet niet of ik het antwoord helemaal goed heb begrepen. Dat kan aan het tijdstip liggen. Komt het erop neer dat de Staatssecretaris het wel degelijk probeert, maar geen garanties kan bieden dat het ook lukt? We hebben de inbreng bij de Visserijraad nagelezen. Daarin ging het wel over de tweede fase maar niet over de roll-over. Daaruit concludeer ik dat de Staatssecretaris dit weer in andere gremia of via andere manieren inbrengt. Als het maar gebeurt, vind ik het best. Volgens mij is het antwoord daarop ja.

De heer Van Gerven (SP): Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor de heldere woorden over het crisiskartelvoorstel. Dat was voor ons een belangrijk punt. Ik dank haar ook omdat ze een en ander nog gaat inbrengen wat betreft de European Milk Board. In het verlengde heb ik nog één vraag. Kan de Staatssecretaris zich de inbreng herinneren van de Franse delegatie eind mei? Die betrof voorstellen voor de melkveehouderij. Ik heb begrepen dat het kabinet die niet heeft gesteund. Er zijn nu andere omstandigheden. Wellicht zijn deze een reden voor de Staatssecretaris om het standpunt dat ze toen heeft ingenomen, te wijzigen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de vraag van de Partij van de Arbeid. Ook ik heb in de brief gelezen dat Europese regels en bureaucratie nog belemmeren dat er voedsel naar de voedselbanken gaat. In de beantwoording zei de Staatssecretaris iets anders. Ik hoop dat de beantwoording juist was en niet de inhoud van de brief.

Ik sla aan op het woordje «wereldmarktleider», dat de Staatssecretaris op een gegeven moment uitsprak. Ze heeft gezegd dat ze niet voor bulkproductie gaat, maar voor kennis en innovatie. Dat klinkt mij als muziek in de oren: Nederland als wereldmarktleider op het gebied van kennis en innovatie. Dan begrijp ik echter niet waarom er in haar brief opmerkingen staan over «peren naar China». Dat begrijp ik echt niet. Ik begrijp ook niet waarom zij in een kabinet zit dat de kennisinfrastructuur afbreekt door het afschaffen van de productschappen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ook de Partij voor de Dieren begrijpt niet waarom het logisch is om van de ene wegvallende afzetmarkt je heil te zoeken bij een andere afzetmarkt die heel ver weg is, met alle kwetsbaarheden die daar weer in de ketens zitten.

Dan kom ik bij mijn ene prangende vraag. Misschien heb ik het niet goed begrepen. De Staatssecretaris heeft wel geantwoord op mijn vraag over de interventie in de zuivelmarkt, maar het is mij niet duidelijk of zij het voorstel steunt. Ik zou daarvan af willen zien, maar ik zie haar knikken, dus ik ben bang dat zij het wel steunt. Dat zou ik erg jammer vinden. Kan zij wel toezeggen dat we eerst met elkaar over andere opties zullen spreken, als die concreet worden, voordat ze hiermee instemt? De Staatssecretaris heeft het bijvoorbeeld over varkensvlees en over vis gehad.

De heer Graus (PVV): Voorzitter. Ik begin er weer over. Ik vraag niet om promotie. Ik weet dat dit niet mag. Ik heb gevraagd of promotie wel kan worden toegestaan in het beoogde herstelplan voor de boycotproducten. Ik heb in mijn eerste termijn al gevraagd om dit een jaar te doen. Ik vraag om, zoals de Staatssecretaris dat noemt, Holland-branding. Ik wil gewoon die herkenbaarheid en die zichtbaarheid. Het kan om een appel gaan of om een stuk kaas. Bij kaas zie je het nog het beste. Ik wil het gewoon kunnen zien. Geloof me, 80% van de Nederlandse bevolking wil kunnen zien hoe we onze eigen mensen kunnen steunen. Daar is niets mis mee. Brussel heeft daar niets mee van doen. Duitsland doet het ook. Sterker nog, Duitsland doet het zelfs met onze producten. Moet je nagaan. Oostenrijk doet het ook en is daarbij heel erg op zichzelf gericht. Het is daarvoor nooit op zijn vingers getikt. Het is dus echt onzin dat het niet mag. Ik vraag de Staatssecretaris om de kapitein te zijn op dit schip: bemoeit u zich er alstublieft mee zodat er uniformiteit ontstaat in de herkenbaarheid van Nederlandse producten. Geloof me, dat gaat ons land en onze economie goeddoen. Ik zeg niet dat we alles van die boycot kunnen rechttrekken. Dat hebt u mij niet horen zeggen, maar het gaat ons land wel goeddoen.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik zal de woordvoerders een voor een langsgaan. Mevrouw Lodders heeft een vraag gesteld en een opmerking gemaakt. De vraag was of we de verschillende sectoren monitoren en de Kamer zullen informeren over de voortgang. Dat lijkt mij goed. Dat kan eventueel in de geannoteerde agenda die de Kamer voor de volgende Landbouwraad krijgt. Ik ben het eens met de opmerking van mevrouw Lodders over de noodzaak van kortlopende, tijdelijke regelingen. Daar zetten wij ook op in.

De heer Geurts vroeg mij of ik oog heb voor individuele knelgevallen, maar vervolgens zei hij dat het ook om een groep kon gaan. Dat is een beetje open. Er zijn natuurlijk kaders gesteld, ook vanuit Europa. Daarbinnen moeten we naar oplossingen zoeken. Het is natuurlijk fijn om het debat vriendelijk te kunnen afsluiten en de heer Geurts heeft gelijk dat ik graag op individueel niveau oog wil hebben voor knelgevallen. Ik ben er echter een beetje huiverig voor om de heer Geurts nu een toezegging te doen waarvan ik niet helemaal zeker weet wat deze precies betekent. Laten we het als volgt afspreken. De heer Geurts kent onze inzet. Als er sprake is van een knelgeval, is het vaak zo dat mensen zich zelf wel bij ons melden. Mocht dat niet zo zijn, dan kan de heer Geurts dat tijdens een debat naar voren brengen. Dan kan ik het concrete verzoek bekijken. Een algemeen «ja» leidt tot verwachtingen die ik niet per se kan waarmaken. Ik wil daar voorzichtig in zijn.

Verder heeft de heer Geurts mij gevraagd om verslag te doen van het gesprek dat we met de tuinbouwsector op de agenda hebben staan, ook naar aanleiding van gesprekken die wij eerder met de Kamer hebben gehad. Het lijkt me heel goed om dat te doen. Het lijkt me prima om te bekijken wat daar uitkomt en om dat aan de Kamer te melden. Dan is dat weer voer voor een verder debat. Ik weet niet of het mogelijk is om dit meteen aan de eerstvolgende geannoteerde agenda toe te voegen, maar ik zal het bekijken. Als het nodig is, doen we het apart. De vorm is hierbij ondergeschikt aan de berichtgeving.

Mevrouw Dikkers en mevrouw Dik-Faber hebben een vraag gesteld over de voedselbankenroute. De discussie over de wijze waarop het precies kan of moet, is naar tevredenheid afgerond. Dat betekent dat er morgen in de Staatscourant een regeling zal staan. Hierbij is duidelijk geworden dat de route die leidt naar de voedselbank het meest interessant is. De Commissie biedt immers niet alleen een vergoeding van 100%, maar maakt ook nog eens geld vrij voor de logistieke kant. De bal ligt nu dus echt voor de voeten van de telers en de voedselbanken. Zij moeten het nu met elkaar regelen. Meer dan wat wij nu gedaan hebben, kunnen wij niet meer doen. Als het nu geen succes wordt – ondanks de trieste aanleiding – weet ik het ook niet meer. Ik zeg het gewoon maar even zoals het is.

Mevrouw Dikkers vroeg om een afschrift van de brief die ik met mijn collega's heb geschreven. Dat mag ik helaas niet geven. Het ging er in ieder geval om dat wij vonden dat die vetcorrectiefactor opnieuw onder de aandacht van de Commissie moest worden gebracht. Dat hebben we gedaan in de – hoe zal ik het zeggen? – meest heldere bewoordingen die wij konden vinden.

Wij zijn bezig met de roll-over. De tweede fase heeft een directe relatie met de roll-over. Ik heb de Kamer een inzetgarantie gegeven maar geen uitkomstgarantie. Dat heb ik zojuist in mijn beantwoording geprobeerd uit te leggen. De Commissie is immers ook met andere plannen bezig. De inzet is er echter.

De heer Van Gerven is blij met onze inzet voor het crisiskartel. Ik hoop dat dit weer een motie scheelt. Hij had het over de inbreng van de Franse delegatie. Ik meen dat hij op de inbreng van mei doelde over het vooruitlopen op een eventuele crisis en een daling van de melkprijzen. Wij hebben meer dan ooit overlegd met de Franse delegatie, omdat wij, Nederland, op zichzelf bereid waren om de delegatie tegemoet te komen in een aantal van haar vragen. Wij waren daarbij wel in de veronderstelling dat de Franse delegatie de Nederlandse delegatie zou ondersteunen in een aanpassing van de vetcorrectiefactor. Toen dat laatste niet gebeurde, verviel daarmee ook de deal. Zo werkt het in de politiek. Daarmee heeft de Franse delegatie een moment voorbij laten gaan, misschien wel een van de weinige momenten, om binnen de lidstaten tot een bredere consensus te komen over dit hele verhaal. Dat was het moment geweest, maar men moest daarvoor ook een stapje in onze richting zetten. Dat laatste bleek niet mogelijk.

Mevrouw Dik-Faber vroeg naar de term «wereldmarkleider». Dat zijn wij. Wij zijn de tweede exporteur van agrarische producten wereldwijd en daar zijn wij ook trots op. Als er peren naar China kunnen of uien naar Indonesië, gaan wij ervoor. Dat is het verschil tussen onze inzet en die van mevrouw Dik-Faber. Ik zeg daar wel het volgende bij. Als je dat niet wilt, zal dat nog heel andere gevolgen hebben voor de toekomst en voor het economische perspectief van de sector dan die van de boycot waar we nu over praten en waarvan u allen zegt dat u die heel erg vindt voor de telers. Het is dus kiezen of delen. We kunnen proberen om een aantal hoogwaardige producten in de wereld een plekje te geven, maar als je dat om wat voor reden dan ook niet wilt – ik begrijp dat dit een politieke afweging is – zullen er gigantische consequenties zijn voor de landbouwsector in Nederland. Daarom ontstaat er natuurlijk ook enige rumoer over de term «zelfvoorziening» als iemand die zomaar gebruikt.

Het onderwerp van de PBO's zullen we morgen bespreken. Dan is de Minister er ook bij.

Ik kom op de zuivelmarkt. Ik heb al verteld dat Nederland die maatregelen gesteund heeft. Nederland heeft vandaag tijdens het Beheerscomité voorgestemd. Ik zie dat mevrouw Ouwehand het daar niet mee eens is, maar we hebben al voorgestemd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, jammer is dat!

Staatssecretaris Dijksma: Er zit een dilemma in uw invloed op de koers en de snelheid die door sommigen van u bepleit wordt. Dan moet u met elkaar een afweging maken. Ik pleit ervoor dat ik een mandaat van u allen krijg om te kunnen handelen als er een snelle reactie van ons wordt gevraagd. Een sector kan bijvoorbeeld toch nog heel snel in de problemen komen. Als mevrouw Ouwehand op voorhand bepaalde sectoren wil uitsluiten, zeg ik tegen de Kamer: doe dat niet. Dat lijkt mij niet de juiste route. Dat is mijn standpunt en dat is anders dan dat van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Over varkensvlees was de Staatssecretaris wel duidelijk, maar ik maak mij echt een beetje zorgen over vis. We hebben niet voor niets de meerjarenafspraken over de mate van bevissing. Als dit onderwerp aan de orde komt, lijkt het me niet dat de Staatssecretaris kan instemmen met een voorstel om quota over te hevelen naar volgende jaren.

Staatssecretaris Dijksma: Dat kan ook niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat moeten we namelijk eerst hier bespreken.

Staatssecretaris Dijksma: Ik heb geprobeerd om dit uit te leggen, maar daar was ik dan niet heel effectief in. Het kan namelijk ook niet zomaar. Daar gaat het dus niet over. Voor het overhevelen van quota zijn wij gebonden aan afspraken met derden. Ik leg hier dus neer dat die suggestie is gedaan, maar dat dit geen begaanbare route is. Dat neemt niet weg dat de visserij uiteindelijk misschien problemen kan ondervinden. Dan moeten we wel met elkaar bekijken wat dit voor de sector betekent. Ik denk dan echter aan andere maatregelen dan aan het overhevelen van quota. Daar gaat het volgens mij over. Ik heb geprobeerd om helder te maken welke kant we sowieso niet op gaan en naar welke zaken we eventueel nog kunnen kijken.

Dan kom ik bij de heer Graus, last but not least. Ik begrijp zijn punt. Ik begrijp dat hij de mooie Nederlandse producten zo graag een «upje» wil geven. Dat moet vanuit de sector zelf gedaan worden. Zo werkt het nu eenmaal. De overheid kan daarin niet de leiding nemen. Het is namelijk niet ons product. Er zijn echt genoeg brandingsmogelijkheden voor de sector. In sommige opzichten is het misschien ook verstandig om dat te doen. We kunnen wel iets doen als mensen er misbruik van maken. Voor Goudakaas geldt dat bijvoorbeeld. Dat hebben we vrij recent aangekaart. Hierin hebben we een actievere rol en die moeten we ook pakken. Dat is toch een slagje anders dan wat de heer Graus van mij vraagt. Ik vind echt dat de sector daarin zelf de leiding moet nemen. Men is ook mans genoeg om dat te doen.

De voorzitter: Ik heb mevrouw Ouwehand de gelegenheid gegeven om een vervolgvraag te stellen, dus mogen de heer Graus en mevrouw Dik dat ook.

De heer Graus (PVV): Ik wil toch graag weten hoe het zit met de promotie van boycotproducten. Daar heb ik al drie keer om gevraagd, maar ik heb daar nog steeds geen antwoord op gehad. Dat moet mogelijk zijn.

Mijn tweede punt is ...

De voorzitter: Nu bent u aan het overvragen, mijnheer Graus.

De heer Graus (PVV): Ik wil dat toch even zeggen. Op dat eerste heb ik überhaupt nog geen antwoord gehad. Door politieke beslissingen komen bepaalde tuinders en telers in de problemen. Dan mag een bewindspersoon zich er, wat mij betreft, wel mee bemoeien. Dat is het hele verhaal. Dit is nog nooit eerder voorgekomen en daar moeten wij ook naar handelen.

De voorzitter: De vraag ging specifiek over boycotproducten.

Staatssecretaris Dijksma: Ik hoop dat de heer Graus geen karikatuur maakt van onze bijdrage. Volgens mij praten we nu al drie uur lang over de noodzaak tot handelen en een hele set aan maatregelen die wij hebben voorgesteld. Als de Europese Commissie met voorstellen voor promotie komt, kan het. Het ligt echter niet als eerste op onze weg om het initiatief te nemen. Als de sector het wil, moet hij zelf het initiatief nemen. Het zou heel goed zijn als de tuinbouwsector zich goed organiseert op dit soort onderwerpen. Dat begrijp ik. Het is echter niet mijn rol om daarin de leiding te nemen. Daarover verschillen we van mening.

De voorzitter: Mevrouw Dik mag als allerlaatste haar vraag stellen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Dank u wel, voorzitter, dat u mij daartoe de gelegenheid geeft. Ik wil graag het standpunt van de ChristenUnie toelichten, zodat de Staatssecretaris dit goed begrijpt. De Russische boycot heeft bij mijn fractie een herbezinning op onze exportpositie teweeggebracht. In ons verkiezingsprogramma staat ook dat wij staan voor regionalisering van de voedselproductie. Dat wil zeggen de Europese markt. Ik heb het dus niet over Nederlandse productie maar over de Europese markt. Ik wil heel graag dat in kaart gebracht wordt wat er precies buiten de Europese markt gebeurt. Ik heb het idee dat de meeste boeren en tuinders in ons land voor de Europese markt produceren. Een van de tuinders mailde mij de boodschap: laten we niet te veel naar Verweggistan kijken, want er zijn bijvoorbeeld in Beieren nog genoeg mogelijkheden. Dat wil ik benadrukken. Kijk vooral naar de Europese markt. Ik bedoel niet dat we ons moeten terugtrekken achter de dijken, maar dat we echt naar Europa moeten kijken. Ik vind het veel beter om te bekijken of ze in Beieren wat aan onze peren hebben en om China te helpen met onze kennis dan dat we die peren zelf naar China exporteren.

Staatssecretaris Dijksma: Als de Chinezen onze Conferenceperen ontzettend graag willen eten, wie zijn wij dan om te zeggen dat dat niet mag? Ik zal de Kamer een overzicht van de cijfers doen toekomen. Dan weten we ook waar we het over hebben. Dan zult u zien dat we ook heel veel produceren voor relatief heel dichtbij. Je ziet echter ook dat de markt in toenemende mate steeds opener wordt. Dat geldt overigens niet alleen voor agrarische producten maar voor heel veel meer.

De voorzitter: Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van wat toch een tweede termijn is geworden. Als voorzitter leer ik iedere keer weer wat.

De Staatssecretaris heeft een vijftal toezeggingen gedaan. Ik verzoek haar en de leden om goed te luisteren of deze goed verwoord worden.

  • De Kamer ontvangt morgenochtend een overzicht met daarin een vergelijking tussen de EHEC-maatregelen en de maatregelen naar aanleiding van de Russische boycot.

  • Zodra er meer bekend is over de voortgang van de resultaten van de gesprekken in het kader van een mogelijke verruiming van het steunkader, wordt de Kamer geïnformeerd.

  • De verschillende sectoren worden gemonitord. In een verslag van de Landbouwraad zal de Kamer over de voortgang hiervan geïnformeerd worden.

  • Een verslag van de uitkomsten van de gesprekken met de tuinbouw zullen in de geannoteerde agenda of in een brief naar de Kamer worden gestuurd.

  • Er komt een overzicht van wat er binnen en buiten de Europese Unie zoal wordt geëxporteerd en verdiend.

Dat waren de toezeggingen. Ik zie tevreden gezichten.

Ik vraag mij af of het VAO nog noodzakelijk is. Ik kijk hierbij als eerste naar de heer Van Gerven, omdat hij de vooraankondiging heeft gedaan.

De heer Van Gerven (SP): Ik heb even gesondeerd bij de Kamerleden en vooralsnog is er geen behoefte aan een VAO. We zullen dat doorgeven. We treffen elkaar morgen weer.

De heer Graus (PVV): Ik heb wel behoefte aan een VAO, maar omdat de rest geen VAO wil, zal ik mijn plan en mijn motie indienen tijdens de begrotingsbehandeling. Ik zal tijdens de begrotingsbehandeling opnieuw in discussie gaan over de Holland-branding. Zo gaan we het doen. Dan hoeven we in het kader van administratieve lastenverlichting geen extra VAO te hebben.

De voorzitter: Zeer veel dank daarvoor. Ik overleg met de griffier en met de heer Van Gerven over de formele route om het VAO weer van de agenda af te voeren. Ik dank u allen en ik wens alle bezoekers wel thuis.

Sluiting 21.01 uur.