Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 23 maart 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het EU-Asiel- en Migratiepact alleen kan functioneren als alle lidstaten hun verplichtingen daadwerkelijk nakomen;
constaterende dat eerdere Europese afspraken, zoals de Dublinverordening, structureel zijn ondermijnd doordat lidstaten hun verplichtingen niet naleefden, terwijl Nederland zich wel aan de regels hield en daardoor onevenredig werd belast;
overwegende dat ook onder het huidige pact afdwinging en sancties ontbreken wanneer lidstaten hun verantwoordelijkheden niet nakomen;
overwegende dat het onaanvaardbaar is dat Nederland opnieuw de gevolgen draagt van het falen van andere lidstaten;
verzoekt de regering te komen met een plan van aanpak voor het geval andere lidstaten het pact niet of niet volledig naleven, en indien structurele niet-naleving aanhoudt en Nederland daardoor onevenredig wordt belast, niet langer onvoorwaardelijk uitvoering te geven aan het pact,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van der Plas