Ontvangen 19 maart 2025
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
Na artikel 3.3.1, eerste lid, wordt een lid ingevoegd, luidende:
1a. De officier van justitie kan geen strafbeschikking uitvaardigen bij een van de misdrijven omschreven in de Titels XIV, XVIII en XX van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht.
De indiener is van mening dat regering de officier van justitie teveel ruimte heeft gegeven bij het opleggen van strafbeschikkingen. Strafbeschikkingen kunnen op dit moment zelfs uitgevaardigd worden bij misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid, tegen de zeden en mishandeling, terwijl dat direct het vertrouwen in de rechtstaat aantast. Juist criminaliteit zoals straatterreur, aanranding en mishandeling heeft de grootste gevolgen en impact op het slachtoffer, de veiligheid en het veiligheidsgevoel van slachtoffers en betrokkenen.
Indiener is van mening dat strenger straffen de manier is om criminaliteit aan te pakken, hen de vergelding van het strafrecht te laten voelen en gerechtigheid te laten geschieden voor slachtoffers. Dit vereist een breed scala aan sanctiemogelijkheden en mag niet beperkt blijven tot enkel geldboetes en taakstraffen e.d.
Daarom pleit de indiener ervoor om de bevoegdheid om strafbeschikkingen uit te vaardigen voor de misdrijven die vallen onder Titel XIV, Titel XVIII en Titel XX van het Tweede boek van het Wetboek van Strafrecht, te schrappen.
E. van Dijk