Het bericht ‘Zware klap voor oliekartel Opec na vertrek Emiraten: wat betekent dit voor de olieprijs en het wereldtoneel?’ |
|
Nicole Maes (VVD), Ruud Verkuijlen (VVD) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Zware klap voor oliekartel Opec na vertrek Emiraten: wat betekent dit voor de olieprijs en het wereldtoneel?»?1
Ja.
Hoe duidt u het besluit van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) om het Opec-kartel te verlaten in het licht van de structurele instabiliteit op de mondiale energiemarkt en de toenemende prijsvolatiliteit?
Doordat de VAE uit de OPEC-alliantie stapt, kunnen zij meer produceren. De VAE heeft nu een olieproductiecapaciteit van circa 4,85 miljoen vaten per dag. Het huidige OPEC-quotum voor de VAE is 3,4 miljoen. De productie zou in theorie dus met bijna 1,5 miljoen vaten per dag kunnen stijgen. Zolang het conflict in het Midden-Oosten echter aanhoudt, en er geen tankers met olie door de Straat van Hormuz gaan, zal een dergelijke toename in productie waarschijnlijk niet plaatsvinden. Op de korte termijn zal er daarom weinig effect zijn.
Op middellange termijn (en als de Straat van Hormuz weer open gaat) zal dit waarschijnlijk neerwaartse druk zetten op de olieprijs. Het aanbod op de wereldmarkt kan namelijk groeien met zo’n 1%. Ruwweg kan op basis van de recent door de Wereldbank geschatte prijselasticiteit van de olievraag geschat worden dat 1% extra aanbod tot USD 6 tot USD 12 lagere prijzen (Brent) leidt. De prijs kan echter wel volatieler worden, omdat het aanbod minder constant is.
In hoeverre is de invloed van de Opec+ op de wereldwijde olieproductie de afgelopen jaren afgenomen ten gunste van producenten buiten dit kartel?
De invloed van OPEC is al decennia tanende. Het aandeel van de OPEC-productie in de wereldmarkt daalde van 50% in de jaren zeventig naar 43% in 2016. Toen werd tevens de OPEC+ opgericht, waarbij landen als Maleisië en Rusland zich aansloten. Zo herwon de OPEC-alliantie aan relevantie, waardoor de OPEC+ nu voor 50% van de wereldproductie verantwoordelijk is, wat daalt naar ca. 45% met het vertrek van de VAE.
Tegelijkertijd geeft OPEC+ Rusland invloed op productiebeperkingen die de mondiale olieprijs opdrijven. Hoewel sancties de Russische opbrengsten drukken, profiteert Moskou daardoor nog altijd van hogere olieprijzen, waarmee het zijn agressieoorlog tegen Oekraïne mede financiert.
Welke rol speelt de nauwe samenwerking tussen Rusland en Saoedi-Arabië binnen de Opec+ momenteel bij het kunstmatig hooghouden van de olieprijs?
De OPEC+ is erop gericht om het aanbod van olie wereldwijd te controleren, waardoor invloed kan worden uitgeoefend op de prijs en prijsvolatiliteit kan worden beperkt. Op dit moment is het voor landen in de golfregio lastig om productie van olie te verhogen, als gevolg van het conflict en de sluiting van de Straat van Hormuz.
Russische olie is gesanctioneerd, en daarom niet vrij verhandelbaar op de wereldmarkt. Na het uitbreken van de Iran-oorlog verlichtte de VS echter voor twee maanden de sancties op Russische olie. Mede hierdoor is de prijs van Russische olie hersteld naar het niveau van niet-gesanctioneerde olie. Rusland blijft met een hoge dagelijkse productie een belangrijke speler op de wereldwijde oliemarkt.
De samenwerking tussen genoemde landen speelt een rol in prijsbepaling van wereldwijde olie. Wel staat de Russische productiecapaciteit onder druk door aanhoudende Oekraïense aanvallen op olie-faciliteiten, wat Ruslands onwenselijke invloed op het OPEC+ beleid mogelijk verkleint.2
In hoeverre acht u het waarschijnlijk dat de verzwakking van de Opec – en daarmee de Opec+-alliantie – de effectiviteit van Russische marktmanipulatie inperkt en daarmee direct de financiering van de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne bemoeilijkt?
Zoals bij het antwoord op vraag 3 reeds aangegeven neemt de macht van de OPEC al decennia af. Het vertrek van de VAE onderstreept dat. Dit kan ervoor zorgen dat de onwenselijke invloed van Rusland op de olieprijs afneemt. Dat zou de olie-inkomsten kunnen drukken waarmee Rusland zijn agressieoorlog tegen Oekraïne mede financiert. De gevolgen voor de olieprijs en de Russische opbrengsten zijn op dit moment echter te onzeker om hierover stellige uitspraken te doen.
Hoe beoordeelt u de informatie dat het vertrek van de VAE mede is ingegeven door fundamentele onenigheid binnen de Golfregio over de reactie op de oorlog met Iran en de voortdurende blokkade van de Straat van Hormuz?
In formele verklaringen legt de regering van de VAE de nadruk op het recht om zelf te bepalen hoe zij met haar olierijkdom omgaat. Deze wens naar meer autonomie kwam ook aan de orde tijdens het bezoek van de Minister van Buitenlandse Zaken aan Abu Dhabi op 22 april. De uittreding wordt in die lezing gepresenteerd als een uitvloeisel van de nationale belangen van de VAE. Met dit besluit vergroot het land zijn autonomie op het gebied van olieproductie en -export.
Wat betekent het vertrek van de VAE uit de OPEC voor de GCC en wat betekent de eenheid binnen de Gulf Cooperation Council (GCC) voor de belangen van de Europese Unie (EU), niet alleen op het gebied van energiezekerheid maar ook voor de regionale veiligheid?
Het vertrek van de VAE uit de OPEC kan worden gezien als een signaal van de waarde die de VAE hecht aan nationale autonomie op het gebied van olieproductie en export. Het besluit heeft geen directe consequenties voor het opereren van de Gulf Cooperation Council (GCC) maar kan een impact hebben op de politieke cohesie van de GCC.
Deelt u de opvatting dat de huidige situatie in de straat van Hormuz een directe bedreiging vormt voor de mondiale leveringszekerheid en de stabiliteit van de wereldeconomie met inbegrip van de voedselzekerheid? Zo ja wat bent u bereid bij te dragen aan de verbetering van die situatie?
De leveringszekerheid van olie, gas en afgeleide producten zoals kerosine en diesel staat wereldwijd onder druk. Op dit moment zijn er geen acute tekorten in Nederland, maar de situatie op veel andere plekken in de wereld is zorgelijker. De directeur van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) noemt de huidige situatie «ernstiger dan die van 1973, 1979 en 2022 samen». De verwachting is dat hoe langer de situatie voortduurt, hoe zorgelijker de tekorten zullen worden.
In het licht van het fragiele staakt-het-vuren tussen de VS en Iran blijft het kabinet inzetten op diplomatieke onderhandelingen om te komen tot een duurzaam einde aan de oorlog. Het is cruciaal dat er een einde komt aan de voortdurende belemmering van de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz. Nederland speelt dan ook een voortrekkersrol bij het verkennen van de mogelijkheden om bestaande EU-sanctieregimes uit te breiden. Daarnaast is Nederland nauw betrokken bij de voorbereiding en planning van het maritieme initiatief onder leiding van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
In Nederland heeft het kabinet een maatregelenpakket getroffen om de economische effecten van de energieschok te dempen. De Kamer is hierover geïnformeerd op 20 april 2026.3 Tevens neemt Nederland deel aan de door het IEA aangekondigde collectieve actie, waardoor voorbereidingen worden getroffen voor het vrijgeven van de strategische voorraden. Ook neemt het kabinet actief deel aan internationale afstemming binnen de EU en het IEA. Het kabinet pleit voor een gezamenlijke Europese aanpak, bijvoorbeeld om de inzet van strategische voorraden en eventuele vraagbeperkende maatregelen te coördineren en daarbij ongewenste effecten zoals weglek of exportbeperkende maatregelen te voorkomen.
Wat verwacht u dat de toenemende rivaliteit tussen de VAE en Saoedi-Arabië als effect heeft voor de regionale veiligheid?
Concurrentie tussen de VAE en Saoedi-Arabië op economisch terrein en verschillen in posities op deelonderwerpen bestonden reeds voor de uittreding van de VAE uit de OPEC. Tegelijkertijd is er ook sprake van grote gedeelde belangen, waaronder op het gebied van (regionale) veiligheid en stabiliteit, en onderlinge afhankelijkheden.
Verwacht u dat het besluit van de VAE om de OPEC te verlaten de onderlinge rivaliteit tussen de VAE en Saoedi-Arabië zal vergroten en daarmee de mogelijkheden voor samenwerking binnen de GCC bemoeilijkt?
Zie antwoord vraag 9.
Welke rol ziet u voor Nederland en de Europese Unie om bij te dragen aan het behoud van de eenheid van de GCC als strategische partner, juist nu de spanningen tussen de lidstaten over energie- en veiligheidsbeleid toenemen?
De GCC en zijn lidstaten zijn om zowel politieke als economische redenen strategische partners voor Nederland en de EU. Nederland was één van de aanjagers van het in 2022 gesloten strategisch partnerschap tussen de EU en de Golfregio en speelt een actieve rol bij de implementatie daarvan. Op bilateraal niveau zet Nederland in op verdere versterking van de bilaterale banden met de individuele GCC lidstaten. Zo bracht de Minister van Buitenlandse Zaken in april jl. een bezoek aan de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië om steun te betuigen en solidariteit te tonen naar aanleiding van de Iraanse aanvallen en om de politieke en economische betrekkingen met beide landen te versterken.
Kan de intensivering van de samenwerking tussen Nederland en de VAE op het gebied van energie-infrastructuur en maritieme veiligheid bijdragen aan de algehele stabiliteit in de regio en, zo ja, op welke manier?
Intensievere samenwerking met de VAE op energie infrastructuur kan bijdragen aan regionale stabiliteit door een betrouwbare, toekomstbestendige en waar mogelijk verduurzaamde energievoorziening te ondersteunen. Dit verkleint in een politiek kwetsbare regio het risico op verstoringen en spanningen in energiestromen. Nederland benut deze samenwerking om internationale standaarden voor veiligheid, duurzaamheid en transparantie te versterken, binnen het eigen beleid gericht op energietransitie. Leveringszekerheid blijft daarbij een relevant aandachtspunt, ook waar dit in uitzonderingsgevallen fossiele projecten raakt, binnen de geldende Nederlandse en Europese kaders.
Samenwerking op maritieme veiligheid kan het risico op incidenten, illegale activiteiten en escalatie verkleinen, en beschermt handels- en energiestromen, ook richting Europa en Nederland.
Erkent u dat de toenemende volatiliteit op de oliemarkt de vraag naar alternatieve energiebronnen en technologieën, zoals elektrische voertuigen en zonnepanelen, onvermijdelijk versnelt?
Toenemende volatiliteit van olieprijzen kan duurzame energie een aantrekkelijkere en stabielere bron van energie maken. Ook kan de vraag naar energiebesparende maatregelen toenemen. Door te verduurzamen en energie te besparen dragen we bij aan de weerbaarheid van onze energievoorziening. Het kabinet zet daarom ook in op verduurzaming en energiebesparing in het maatregelenpakket waarover de Kamer is geïnformeerd op 20 april 2026.
Hoe zet het kabinet zich in om te voorkomen dat deze versnelling leidt tot een nieuwe, eenzijdige afhankelijkheid van onvrije staten zoals China voor de levering van kritieke grondstoffen en componenten?
Binnen de aanpak van risicovolle strategische afhankelijkheden kijkt het kabinet met speciale aandacht naar risico’s voor de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, halffabricaten en componenten. Onder de Nationale Grondstoffenstrategie, de Europese Critical Raw Materials Act (CRMA) en Resource EU wordt op zowel nationaal als Europees niveau gewerkt aan het vergroten van de leveringszekerheid, onder meer door in EU-verband in te zetten op voorraadvorming, Strategische Projecten en partnerschappen met grondstofrijke landen.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de Tweede Kamer toegezegd deze zomer een brief over de Nederlandse bijdrage aan de CRMA te sturen. Daarin wordt u nader geïnformeerd over de stand van zaken van de kabinetsinzet.
Op welke wijze waarborgt u dat deze nieuwe afhankelijkheden niet opnieuw als geopolitiek wapen kunnen worden ingezet, naar het voorbeeld van de huidige Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz?
Binnen de eerdergenoemde Nationale Grondstoffenstrategie is het doel om de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen te vergroten zodat deze niet ingezet kunnen worden als geopolitiek wapen. De gezamenlijke Europese inzet is om verstoringen in de productie en toeleveringsketens zoveel mogelijk te mitigeren en voorspelbaarheid en duidelijkheid voor onze bedrijven te vergroten. Bij de beoordeling welke grondstoffen kritiek zijn wordt ook de verwachte groei van de wereldwijde vraag als gevolg van de energietransitie meegenomen, zodat toekomstige risico's kunnen worden beperkt.
De artikelen 'Jury Biënnale van Venetië treedt vlak voor kunstevenement af' en 'Rel rond Russische aanwezigheid bij Biënnale Venetië' |
|
Nicole Maes (VVD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met de artikelen «Jury Biënnale van Venetië treedt vlak voor kunstevenement af»1 en «Rel rond Russische aanwezigheid bij Biënnale Venetië»?2
Ja.
Hoe beoordeelt u de opstelling van de directeur van de Biënnale die stelt dat de Biënnale boven geopolitieke conflicten staat en dat kunst de dialoog op gang brengt?
Het kabinet gaat niet in op uitspraken van de directeur van een autonome culturele instelling. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de aanwezigheid van Rusland ten zeerste veroordeeld, net als vele andere Europese Ministers. Tegelijkertijd is het evenement benut om steun te betuigen aan Oekraïne.
Is over de aanwezigheid van het Koninklijk paar bij de opening een bewust besluit genomen waar u als Minister van Buitenlandse Zaken bij betrokken was? Zo ja, is kunt u toelichten wat uw afweging was om hiermee in te stemmen?
Er is afstemming geweest binnen het kabinet over de aanwezigheid van het Koninklijk Paar en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij de opening van het Nederlandse paviljoen voorafgaand aan de opening, gezien het zestigste jubileum van de Nederlandse bijdrage aan de Biënnale. Er was geen Nederlandse delegatie aanwezig bij de algemene opening van de Biënnale.
Het kabinet blijft Oekraïne onverminderd steunen en zet maximale druk op Rusland door het land economisch en politiek zoveel mogelijk te isoleren. Deelname van Rusland aan internationale culturele evenementen is voor Nederland dan ook onaanvaardbaar. Oekraïne heeft delegaties van andere landen, waaronder Nederland, verzocht om aanwezig te zijn op de Biënnale om een tegengeluid te geven aan Russische aanwezigheid. De Nederlandse delegatie is onder meer aanwezig geweest om steun te betuigen aan Oekraïne. Zo hebben het Koninklijk Paar en de Minister een ontmoeting gehad met de Oekraïense Minister van cultuur.
Tegelijkertijd is de Biënnale één van de belangrijkste evenementen op de internationale culturele agenda. De Biënnale is in essentie het platform van kunstenaars, waarbij artistieke vrijheid belangrijk is. Die vrijheid moeten we beschermen. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is er ook geweest om dat te benadrukken.
Er is voor gekozen Nederlandse kunst te steunen en tegelijkertijd te blijven benadrukken dat we de keuze van de Biënnale om Rusland toe te laten betreuren.
Deelt u de zorg dat de aanwezigheid van het staatshoofd bij de opening van een evenement waar tegelijkertijd officiële, door het Kremlin gefinancierde kunst te zien is, onbedoeld een signaal van legitimering of normalisering van de Russische aanwezigheid kan afgeven?
Zoals eerder benoemd is deelname van Rusland aan internationale culturele evenementen voor Nederland onaanvaardbaar. Daarom heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, samen met 21 andere Europese cultuurministers en in afstemming met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, een protestbrief gestuurd aan de organisatoren van de Biënnale en een verklaring ondertekend vanuit Oekraïne tegen de deelname van Rusland. Oekraïne heeft delegaties van andere landen, waaronder Nederland, verzocht om aanwezig te zijn op de Biënnale om een tegengeluid te geven aan Russische aanwezigheid. De Nederlandse delegatie is onder meer aanwezig geweest om steun te betuigen aan Oekraïne.
Er zijn daarnaast verschillende maatregelen genomen om interactie met Rusland te voorkomen in overeenstemming met bestaand beleid. Uiteraard waren de Russische autoriteiten en vertegenwoordigers van de Russische inzending vanzelfsprekend niet uitgenodigd voor de opening van het Nederlandse paviljoen op 6 mei jl. Ook heeft Nederland niet deel genomen aan de algemene opening van de Biënnale op 9 mei jl. Daarnaast heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in haar openingsspeech van het Nederlands paviljoen ook nog expliciet aangegeven dat de Russische deelname aan de Biënnale voor Nederland onacceptabel is.
Hoe rijmt u de aanwezigheid van het staatshoofd met het Nederlandse beleid om Rusland internationaal zoveel mogelijk te isoleren zolang de agressieoorlog in Oekraïne voortduurt?
Het kabinet blijft Oekraïne onverminderd steunen en zet maximale druk op Rusland door het land economisch en politiek zoveel mogelijk te isoleren. Deelname van Rusland aan internationale culturele evenementen is voor Nederland dan ook onaanvaardbaar. Er is voor gekozen Nederlandse kunst te steunen, Oekraïne te ondersteunen en tegelijkertijd aan te geven dat we de keuze van de Biënnale om Rusland toe te laten betreuren. Ook werd elk contact vermeden met de Russische autoriteiten en vertegenwoordigers van de Russische inzending. Tevens waren de Russische autoriteiten en vertegenwoordigers van de Russische inzending niet uitgenodigd voor de opening van het Nederlandse paviljoen op 6 mei jl.
Als de Biënnale boven geopolitieke conflicten gaat, hoe rijmt u dat dan met de opstelling van de jury om geen prijzen toe te kennen aan landen die door het Internationaal Strafhof worden beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid?
Zie het antwoord op vraag 2.
Hoe beoordeelt u de deelname van Rusland aan de Biënnale, een land dat een agressieoorlog voert tegen Oekraïne, sinds 2022 om die reden is uitgesloten van deelname en nu deelneemt met een volledig door de Russische regering gefinancierde delegatie kunstenaars?
Zoals eerder benoemd is deelname vanuit Rusland aan internationale culturele evenementen onaanvaardbaar. Hierover heeft Nederland zich uitgesproken, zie hiervoor vraag 4.
Wat zegt u dit over hoe Italië kijkt naar de Russische oorlog in Oekraïne, aangezien ook bij de paralympics in Milaan opeens Russische sporters weer onder Russische vlag mochten deelnemen? Is dit onderwerp van gesprek met uw Italiaanse counterpart?
Italië is gastland van de Biënnale en afgelopen jaar van de Paralympics. Beide events worden georganiseerd door onafhankelijke organisaties, namelijk het bestuur van de Biënnale en het Internationaal Paralympisch Comité (IPC). De internationale sport en cultuursector opereren autonoom. Besluiten van internationale sportfederaties of cultuurinstellingen over deelname aan internationale evenementen zijn in beginsel aan hen, en die autonomie hebben wij te respecteren.
Italië heeft ook haar onvrede uitgesproken over deelname van Rusland aan de Biënnale en de paralympics en heeft het bestuur van de Biënnale en het IPC opgeroepen het besluit te herzien, in overeenstemming met andere landen en de Europese Commissie. Verder heeft zij ook aangegeven als gastland in gesprek te zijn met beide organisaties en na te gaan in hoeverre zij druk kunnen uitoefenen om tot herziening van besluit te komen. Over beide evenementen heeft Nederland in nauw contact gestaan met Europese partners inclusief Italië.
Deelt u de analyse dat in het huidige autocratische Rusland kunst en cultuur nooit losstaan van de staat, maar juist door het Kremlin worden ingezet als instrument voor (binnenlandse) propaganda en het normaliseren van een paria-status?
Het kabinet deelt de analyse dat het Kremlin kunst en cultuur actief inzet als instrument van de staat. Onder president Poetin is de ruimte voor onafhankelijke kunst en cultuur sterk ingeperkt en worden grote, door de staat gesteunde instellingen en projecten nadrukkelijk gebruikt voor binnenlandse propaganda, imperiale beeldvorming en het legitimeren van het huidige beleid.
Tegelijk is het belangrijk te onderstrepen dat niet alle Russische kunstenaars en culturele instellingen met het regime vereenzelvigd kunnen worden. Er zijn nog altijd onafhankelijke en kritische stemmen, zowel binnen Rusland als in de ballingschap. Onder grote druk en risico’s blijven zij hun werk voortzetten.
Deelt u de mening dat het toestaan van een officiële Russische delegatie ontmoedigend is voor de Oekraïense bevolking die vecht voor hun en onze vrijheid, omdat Rusland hiermee als een gelijkwaardige partner wordt behandeld?
Oekraïne heeft delegaties van andere landen actief verzocht om aanwezig te zijn bij de Biënnale, om een tegengeluid te geven aan de Russische deelname. Nederland heeft mede daarom ervoor gekozen om aanwezig te zijn en Oekraïne in hun oproep te steunen.
Bent u bereid om in EU-verband te pleiten voor het opschorten van Europese subsidies aan de Biënnale zolang een officiële Russische delegatie wordt toegelaten, in lijn met de eerdere waarschuwing van de Europese Commissie?
De Commissie heeft in de Raad Buitenlandse Zaken van april aangegeven dat het besloten heeft om de EU-financiering aan de Biënnale stop te zetten. Zoals eerder benoemd betreurt Nederland de deelname van Rusland aan de Biënnale. Nederland heeft het bestuur van de Biënnale in EU-verband opgeroepen het besluit om Rusland toe te laten te herzien.
De uitspraak van de Raad van State van 19 maart 2026 (ECLI ECLI:NL:RVS:2026:1600) |
|
Ulysse Ellian (VVD), Nicole Maes (VVD) |
|
Berendsen , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met uitspraak 202600650/2/V6 (ECLI:NL:RVS:2026:1600) van de Raad van State?1
Ja.
Welke impact heeft deze uitspraak op andere Gazanen die een Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) hebben om naar Nederland af te reizen en in Nederland willen verblijven op grond van een reguliere verblijfsvergunning?
De uitspraak ziet op een voorlopige voorziening in een specifieke casus en betreft de vraag naar consulaire ondersteuning en de juridische kwalificatie daarvan. Dit dient niet te worden opgevat als een algemeen oordeel over consulaire bijstand aan alle personen in Gaza met een mvv-inwilliging. De afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en de daaropvolgende toelating tot Nederland blijven onverkort plaatsvinden op basis van de geldende wettelijke criteria en individuele toetsing door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Bestaat het risico dat Gazanen die op grond van deze uitspraak met een mvv naar Nederland komen op enig moment tijdens hun verblijf in Nederland een asielaanvraag zullen indienen? Zo ja, deelt u de mening dat dit oneigenlijk gebruik is van een door Nederland afgegeven mvv?
Het kan niet worden uitgesloten dat personen die op basis van een regulier verblijfsdoel naar Nederland komen, op enig moment een asielaanvraag indienen. Het indienen van een asielaanvraag is een recht dat voortvloeit uit internationale en Europese verplichtingen. Het enkele feit dat iemand eerder op reguliere gronden is toegelaten, maakt het indienen van een asielaanvraag op zichzelf niet onrechtmatig of oneigenlijk. Wel wordt iedere aanvraag individueel beoordeeld op basis van de geldende criteria.
Deelt u de mening dat er geen mvv afgegeven mag worden als het gevaar bestaat dat iemand eenmaal in Nederland asiel aanvraagt? Hoe zorgt u dat dit niet gebeurt?
De beoordeling van een mvv-aanvraag vindt plaats aan de hand van de voorwaarden die gelden voor het specifieke verblijfsdoel, bijvoorbeeld voor gezinsmigratie, arbeid of studie. Het mogelijk indienen van een asielaanvraag vormt in die toets geen zelfstandig afwijzingscriterium. De IND voert vooraf een uitgebreide toets uit, waaronder een beoordeling van de openbare orde en nationale veiligheid. Hiermee wordt geborgd dat alleen personen die aan de voorwaarden voldoen, worden toegelaten.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 is het indienen van een asielaanvraag een recht dat voortvloeit uit internationale en Europese verplichtingen. Het enkel feit dat er een kans bestaat dat iemand een asiel aanvraag indient is geen reden voor weigering van een mvv.
Wat gaat u doen om te voorkomen dat het diplomatiek bijstaan of zelfs het evacueren van mensen met een mvv een normale procedure wordt in het kader van consulaire bijstand?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken biedt in algemene zin consulaire bijstand aan Nederlands paspoorthouders en in voorkomende gevallen aan personen die in bezit zijn van een verblijfsvergunning. Het is uiteindelijk aan de Minister van Buitenlandse Zaken aan wie en op welke wijze consulaire bijstand wordt verleend.
In correspondentie met de Raad van State is kenbaar gemaakt dat de Minister van Buitenlandse Zaken zich naar vorm noch naar inhoud kan vinden in de getroffen voorziening en aangedrongen op een zo spoedig mogelijke agendering van de bodemprocedure. In de bodemprocedure zal dit standpunt nader verdedigd worden. Dit laat uiteraard onverlet dat uitvoering zal worden gegeven aan de getroffen voorzieningen in de desbetreffende zaken.
Deelt u de mening dat consulaire bijstand niet bedoeld is voor het evacueren van mvv-houders en dat deze uitspraak dus ook geen precedent mag zijn voor toekomstige mvv-houders?
Zie antwoord vraag 5.
Wat kunt u doen om te voorkomen dat de studenten tijdens of na afloop van hun studie alsnog asiel aanvragen in Nederland?
Er bestaan geen mogelijkheden om het indienen van een asielaanvraag te voorkomen, nu dit een fundamenteel recht betreft. Wel wordt voorafgaand aan toelating zorgvuldig getoetst of aan alle voorwaarden voor het verblijfsdoel wordt voldaan, waaronder voldoende middelen van bestaan en inschrijving bij een erkende onderwijsinstelling. Indien een persoon gedurende of na afloop van het verblijf niet langer aan de voorwaarden voldoet, kan dit gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.
Ziet u wettelijke mogelijkheden om mensen die met een mvv naar Nederland zijn gereisd het recht om asiel aan te vragen in ons land te ontzeggen?
Het recht om een asielaanvraag in te dienen is verankerd in internationale verdragen, waaronder het Vluchtelingenverdrag, en in Europese regelgeving. Dit recht kan niet worden ontzegd aan personen die met een mvv zijn ingereisd.
Kunt u toelichten hoe u oordeelt over deze uitspraak gedaan door de bestuursrechter, terwijl consulaire bijstand geen onderdeel is van het bestuursrecht en in beginsel bedoeld is voor onderdanen van ons land en dus niet voor mensen die een visum voor Nederland hebben gekregen?
In correspondentie met de Raad van State is kenbaar gemaakt dat de Minister van Buitenlandse Zaken zich naar vorm noch naar inhoud kan vinden in de getroffen voorziening. Daarbij wordt ook aangegeven dat hier volgens de Minister geen taak voor de bestuursrechter ligt. Dit laat uiteraard onverlet dat uitvoering zal worden gegeven aan de getroffen voorzieningen in de desbetreffende zaken.
Bestaat er een risico dat Gazanen die op grond van deze uitspraak met een mvv naar Nederland af kunnen reizen zullen proberen om via gezinshereniging nareizigers naar Nederland te laten komen? Zo ja, wat kunt u doen om dat te voorkomen?
Indien een persoon een verblijfsstatus verkrijgt die recht geeft op gezinshereniging, kan hij of zij onder de daarvoor geldende voorwaarden een aanvraag indienen. Daarbij is van belang onderscheid te maken tussen nareis in het kader van asiel en reguliere gezinshereniging. In de hier bedoelde situatie is geen sprake van nareis voor asielstatushouders, maar van reguliere migratie. Dit betekent dat betrokkenen, indien zij gezinsleden willen laten overkomen, zijn aangewezen op de reguliere gezinsherenigingsprocedure. Deze procedure kent eigen, strikte voorwaarden, waaronder het aantonen van een daadwerkelijk gezinsverband, het voldoen aan het middelenvereiste en een toets aan openbare-ordeaspecten. Iedere aanvraag wordt individueel aan deze wettelijke vereisten getoetst. Dit kader geldt generiek en is niet specifiek voor deze groep.
Hoe beoordeelt u overweging 7.1 van bovengenoemde uitspraak, waarin wordt gesteld dat Nederland mogelijk gedwongen kan worden om Gazanen tot ons land toe te laten die naar Jordanië afreizen om hun mvv af te halen, maar waarvan vervolgens blijkt dat zij hebben gelogen over hun identiteit? Op grond van welk wettelijk voorschrift zou Nederland deze plicht hebben?
In algemene zin geldt dat toelating tot Nederland altijd afhankelijk is van het voldoen aan de wettelijke voorwaarden, waaronder identificatie en verificatie van de identiteit. Deze controle vindt zowel voorafgaand aan de afgifte van de mvv op de post plaats als bij verdere toelatingsprocedures. Indien blijkt dat onjuiste of misleidende informatie is verstrekt, kan dit leiden tot weigering of intrekking van de mvv of verblijfsvergunning. Er bestaat geen algemene wettelijke plicht om personen toe te laten indien achteraf blijkt dat zij onjuiste gegevens hebben verstrekt.
Indien er aanwijzingen zijn dat een persoon een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid, wordt de aanvraag afgewezen dan wel een eerdere inwilliging heroverwogen en zo nodig ingetrokken. Deze aspecten worden voorafgaand aan de afgifte van een mvv getoetst aan de hand van nationale en internationale systemen, waaronder het Schengeninformatiesysteem. Tegelijkertijd geldt dat ook op de post, voorafgaand aan feitelijke afgifte van de mvv, opnieuw wordt beoordeeld of nog aan alle voorwaarden wordt voldaan. Indien zich feiten of omstandigheden voordoen waaruit blijkt dat dit niet het geval is, wordt dit gemeld aan de IND en kan dit alsnog leiden tot weigering van afgifte of intrekking van de eerdere beslissing. De bescherming van de nationale veiligheid en openbare orde heeft daarbij een zwaarwegend karakter. Personen die een dergelijk risico vormen, komen niet in aanmerking voor toelating.
Nederland kan in beginsel niet worden verplicht om personen tot het grondgebied toe te laten indien achteraf blijkt dat zij onjuiste of misleidende informatie hebben verstrekt over hun identiteit bij de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) of als de identiteit niet overeenkomt met de desbetreffende mvv. In het geval van ondersteuning bij vertrek uit Gaza, staat Nederland garant voor het vertrek van deze personen naar Nederland binnen de kaders die afgesproken zijn in bilaterale afspraken met Jordanië. Indien deze personen niet naar Nederland kunnen vertrekken, kan dat negatieve gevolgen hebben voor de relatie met Jordanië.
Geldt deze plicht ook voor Gazanen waarvan pas in Jordanië blijkt dat zij lid zijn (geweest) van een terroristische organisatie, die verdacht worden van het plegen van een terroristisch misdrijf of die op enige andere manier een gevaar vormen voor de openbare orde en/of nationale veiligheid? Deelt u de mening dat dit een volstrekt onwenselijke situatie is? Zo ja, welke maatregelen bent u bereid om te nemen om dit risico bij Gazanen maximaal te beperken?
Zie antwoord vraag 11.
Op welke manier bent u van plan invulling te geven aan de door de voorzieningenrechter opgelegde «inspanningsverplichting» om te bereiken dat de verzoeker de grens kan oversteken? Kunt u bevestigen dat de inspanningsverplichting uitsluitend ziet op het gebruik van de «diplomatieke weg» en geen feitelijke evacuatie of andere vorm van logistieke ondersteuning behelst?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken zal conform de uitspraken uitvoering geven aan de voorlopige voorzieningen getroffen door de voorzieningenrechter van de Raad van State. De voorzieningen verplichten de Minister van Buitenlandse Zaken om zich via diplomatieke weg in te spannen om ervoor te zorgen dat de verzoekers Gaza kunnen verlaten om de mvv op te halen. In dat kader zal geen feitelijke evacuatie of andere vorm van logistieke ondersteuning worden georganiseerd, in lijn met de inspanningsverplichting opgelegd door de voorzieningenrechter en met het verzoek van betrokkenen.
In hoeverre verwacht u dat deze uitspraak, waarin de lage drempel van de inspanning wordt benadrukt, zal leiden tot een toename van soortgelijke verzoeken van Gazanen die reeds over een mvv-toezegging beschikken? Deelt u de mening dat zo’n toename onwenselijk is?
Het staat personen met een mvv-inwilliging vrij om een verzoek in te dienen voor ondersteuning bij vertrek uit Gaza. Op dit moment biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken deze ondersteuning echter niet.
In hoeverre acht u de zorg terecht dat deze uitspraak een aanzuigende werking kan hebben op aanvragen van personen uit Gaza en andere conflictgebieden die voor studie naar Nederland willen komen?
Er is op dit moment geen significante stijging van het aantal studieaanvragen van personen uit Gaza. Niet kan worden uitgesloten dat bredere bekendheid met de mogelijkheden tot vertrek uit Gaza kan leiden tot meer verzoeken. Daarbij geldt nog steeds dat elke aanvraag individueel wordt beoordeeld en dat de toelatingscriteria onverkort van toepassing blijven.
Klopt het dat deze personen daarbij ook familieleden mee mogen nemen indien zij daar de voogdij over dragen, zoals het geval was bij een student aan de Universiteit Maastricht?
Het meereizen van familieleden is uitsluitend mogelijk indien wordt voldaan aan de geldende wettelijke kaders. Voor reguliere verblijfsdoelen, zoals studie, geldt dat gezinsleden alleen onder specifieke voorwaarden kunnen meereizen, bijvoorbeeld als sprake is van een kerngezin. Constructies waarbij voogdij wordt overgedragen worden kritisch beoordeeld en moeten voldoen aan regelgeving. Er is geen generiek recht om via dergelijke constructies familieleden mee te laten reizen.
Deelt u de mening dat het onlogisch is om studenten uit Gaza de mogelijkheid te bieden aan Nederlandse universiteiten te studeren, terwijl Joodse studenten zich op Nederlandse universiteiten momenteel zeer onveilig en zelfs bedreigd voelen?
Nee. De onveiligheid die Joodse studenten op universiteiten ervaren is onacceptabel. Het kabinet zet zich op verschillende manieren in voor de veiligheid van deze studenten en voor een veilige leer- en werkomgeving in het onderwijs. De toelating van buitenlandse studenten aan Nederlandse universiteiten staat hier los van. Het is aan de instellingen om, binnen de kaders van wet- en regelgeving, te bepalen welke studenten zij toelaten op hun instelling.
Het artikel 'Russische atleten en ploegen weer welkom op Olympische Spelen na besluit IOC' |
|
Nicole Maes (VVD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Russische atleten en ploegen weer welkom op Olympische Spelen na besluit IOC»?1
Hoe beoordeelt u het besluit van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) om de schorsing van het Russisch Olympisch Comité (ROC) voorlopig op te heffen, in het licht van de realiteit dat er door de Russische agressie inmiddels meer dan 600 Oekraïense atleten en coaches zijn vermoord, er nog zeker 19 in Russische gevangenschap verkeren en er 13 als vermist staan geregistreerd?
Hoe duidt u het feit dat het IOC deze schorsing opheft, terwijl de oorspronkelijke reden voor de schorsing (namelijk: het inlijven van regionale sportbonden uit geannexeerde Oekraïense gebieden door het ROC) door Rusland niet ongedaan is gemaakt of gecorrigeerd?
Hoe beoordeelt u de haalbaarheid van zogenaamd «neutrale» Russische deelnemers of ploegen, wetende dat topsport in Rusland veelal onlosmakelijk verbonden is met de staat en dat veel topsporters direct gelieerd zijn aan het Russische leger en de veiligheidsdiensten?
Deelt u de zorg dat het toelaten van Rusland tot het meest prestigieuze sportevenement ter wereld bijdraagt aan het witwassen van Russische oorlogsmisdaden in Oekraïne en kan bijdragen aan het legitimeren van de Russische staat op het wereldtoneel?
Deelt u de opvatting dat het IOC besluit het risico in zich draagt het signaal af te geven, namelijk dat oorlogsmisdaden zonder langdurige of fundamentele consequenties blijven, en daarmee straffeloosheid aanwakkert? Zo ja, wat gaat u hier dan aan doen? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de zorg dat dit besluit kan dienen als een onwenselijke opmaat naar de bredere politieke rehabilitatie van het regime van Poetin, en bent u het ermee eens dat hiervan geen sprake mag zijn zolang de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne voortduurt?
Hoe schat u de kans in dat er in de huidige Russische context werkelijk onafhankelijke dopingcontroles worden uitgevoerd?
Wat vindt u van de verklaringen van onder meer Estland en Litouwen, waarin dit besluit van het IOC stevig wordt veroordeeld en de oproep is gedaan om Europese financiering aan het IOC op te schorten, omdat sport geen achterdeur mag zijn voor het normaliseren van agressie?
Bent u bereid om zich aan te sluiten bij de inzet van Estland en Litouwen, en in Europees verband de mogelijkheid te verkennen om EU-subsidies en -financieringsprogramma's (zoals het Erasmus+-programma) aan het IOC op te schorten of te bevriezen totdat deze beslissing wordt teruggedraaid? Zo nee, waarom niet?
Ziet u mogelijkheden om, in overleg met de gastlanden van de komende Spelen (de Verenigde Staten voor de Zomerspelen van 2028 en Frankrijk voor de Winterspelen van 2030), te spreken over de inzet van gerichte visumrestricties om deelname van Russische sporters met aantoonbare staats- of legerbanden te voorkomen?
Bent u bereid om er op korte termijn voor te zorgen dat er een krachtig en eenduidig Nederlands geluid richting het IOC gaat, met als inzet dat de rehabilitatie van Rusland onbespreekbaar is zolang de oorlog in Oekraïne voortduurt?
De artikelen 'Jury Biënnale van Venetië treedt vlak voor kunstevenement af' en 'Rel rond Russische aanwezigheid bij Biënnale Venetië' |
|
Nicole Maes (VVD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met de artikelen «Jury Biënnale van Venetië treedt vlak voor kunstevenement af»1 en «Rel rond Russische aanwezigheid bij Biënnale Venetië»?2
Ja.
Hoe beoordeelt u de opstelling van de directeur van de Biënnale die stelt dat de Biënnale boven geopolitieke conflicten staat en dat kunst de dialoog op gang brengt?
Het kabinet gaat niet in op uitspraken van de directeur van een autonome culturele instelling. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de aanwezigheid van Rusland ten zeerste veroordeeld, net als vele andere Europese Ministers. Tegelijkertijd is het evenement benut om steun te betuigen aan Oekraïne.
Is over de aanwezigheid van het Koninklijk paar bij de opening een bewust besluit genomen waar u als Minister van Buitenlandse Zaken bij betrokken was? Zo ja, is kunt u toelichten wat uw afweging was om hiermee in te stemmen?
Er is afstemming geweest binnen het kabinet over de aanwezigheid van het Koninklijk Paar en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij de opening van het Nederlandse paviljoen voorafgaand aan de opening, gezien het zestigste jubileum van de Nederlandse bijdrage aan de Biënnale. Er was geen Nederlandse delegatie aanwezig bij de algemene opening van de Biënnale.
Het kabinet blijft Oekraïne onverminderd steunen en zet maximale druk op Rusland door het land economisch en politiek zoveel mogelijk te isoleren. Deelname van Rusland aan internationale culturele evenementen is voor Nederland dan ook onaanvaardbaar. Oekraïne heeft delegaties van andere landen, waaronder Nederland, verzocht om aanwezig te zijn op de Biënnale om een tegengeluid te geven aan Russische aanwezigheid. De Nederlandse delegatie is onder meer aanwezig geweest om steun te betuigen aan Oekraïne. Zo hebben het Koninklijk Paar en de Minister een ontmoeting gehad met de Oekraïense Minister van cultuur.
Tegelijkertijd is de Biënnale één van de belangrijkste evenementen op de internationale culturele agenda. De Biënnale is in essentie het platform van kunstenaars, waarbij artistieke vrijheid belangrijk is. Die vrijheid moeten we beschermen. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is er ook geweest om dat te benadrukken.
Er is voor gekozen Nederlandse kunst te steunen en tegelijkertijd te blijven benadrukken dat we de keuze van de Biënnale om Rusland toe te laten betreuren.
Deelt u de zorg dat de aanwezigheid van het staatshoofd bij de opening van een evenement waar tegelijkertijd officiële, door het Kremlin gefinancierde kunst te zien is, onbedoeld een signaal van legitimering of normalisering van de Russische aanwezigheid kan afgeven?
Zoals eerder benoemd is deelname van Rusland aan internationale culturele evenementen voor Nederland onaanvaardbaar. Daarom heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, samen met 21 andere Europese cultuurministers en in afstemming met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, een protestbrief gestuurd aan de organisatoren van de Biënnale en een verklaring ondertekend vanuit Oekraïne tegen de deelname van Rusland. Oekraïne heeft delegaties van andere landen, waaronder Nederland, verzocht om aanwezig te zijn op de Biënnale om een tegengeluid te geven aan Russische aanwezigheid. De Nederlandse delegatie is onder meer aanwezig geweest om steun te betuigen aan Oekraïne.
Er zijn daarnaast verschillende maatregelen genomen om interactie met Rusland te voorkomen in overeenstemming met bestaand beleid. Uiteraard waren de Russische autoriteiten en vertegenwoordigers van de Russische inzending vanzelfsprekend niet uitgenodigd voor de opening van het Nederlandse paviljoen op 6 mei jl. Ook heeft Nederland niet deel genomen aan de algemene opening van de Biënnale op 9 mei jl. Daarnaast heeft de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in haar openingsspeech van het Nederlands paviljoen ook nog expliciet aangegeven dat de Russische deelname aan de Biënnale voor Nederland onacceptabel is.
Hoe rijmt u de aanwezigheid van het staatshoofd met het Nederlandse beleid om Rusland internationaal zoveel mogelijk te isoleren zolang de agressieoorlog in Oekraïne voortduurt?
Het kabinet blijft Oekraïne onverminderd steunen en zet maximale druk op Rusland door het land economisch en politiek zoveel mogelijk te isoleren. Deelname van Rusland aan internationale culturele evenementen is voor Nederland dan ook onaanvaardbaar. Er is voor gekozen Nederlandse kunst te steunen, Oekraïne te ondersteunen en tegelijkertijd aan te geven dat we de keuze van de Biënnale om Rusland toe te laten betreuren. Ook werd elk contact vermeden met de Russische autoriteiten en vertegenwoordigers van de Russische inzending. Tevens waren de Russische autoriteiten en vertegenwoordigers van de Russische inzending niet uitgenodigd voor de opening van het Nederlandse paviljoen op 6 mei jl.
Als de Biënnale boven geopolitieke conflicten gaat, hoe rijmt u dat dan met de opstelling van de jury om geen prijzen toe te kennen aan landen die door het Internationaal Strafhof worden beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid?
Zie het antwoord op vraag 2.
Hoe beoordeelt u de deelname van Rusland aan de Biënnale, een land dat een agressieoorlog voert tegen Oekraïne, sinds 2022 om die reden is uitgesloten van deelname en nu deelneemt met een volledig door de Russische regering gefinancierde delegatie kunstenaars?
Zoals eerder benoemd is deelname vanuit Rusland aan internationale culturele evenementen onaanvaardbaar. Hierover heeft Nederland zich uitgesproken, zie hiervoor vraag 4.
Wat zegt u dit over hoe Italië kijkt naar de Russische oorlog in Oekraïne, aangezien ook bij de paralympics in Milaan opeens Russische sporters weer onder Russische vlag mochten deelnemen? Is dit onderwerp van gesprek met uw Italiaanse counterpart?
Italië is gastland van de Biënnale en afgelopen jaar van de Paralympics. Beide events worden georganiseerd door onafhankelijke organisaties, namelijk het bestuur van de Biënnale en het Internationaal Paralympisch Comité (IPC). De internationale sport en cultuursector opereren autonoom. Besluiten van internationale sportfederaties of cultuurinstellingen over deelname aan internationale evenementen zijn in beginsel aan hen, en die autonomie hebben wij te respecteren.
Italië heeft ook haar onvrede uitgesproken over deelname van Rusland aan de Biënnale en de paralympics en heeft het bestuur van de Biënnale en het IPC opgeroepen het besluit te herzien, in overeenstemming met andere landen en de Europese Commissie. Verder heeft zij ook aangegeven als gastland in gesprek te zijn met beide organisaties en na te gaan in hoeverre zij druk kunnen uitoefenen om tot herziening van besluit te komen. Over beide evenementen heeft Nederland in nauw contact gestaan met Europese partners inclusief Italië.
Deelt u de analyse dat in het huidige autocratische Rusland kunst en cultuur nooit losstaan van de staat, maar juist door het Kremlin worden ingezet als instrument voor (binnenlandse) propaganda en het normaliseren van een paria-status?
Het kabinet deelt de analyse dat het Kremlin kunst en cultuur actief inzet als instrument van de staat. Onder president Poetin is de ruimte voor onafhankelijke kunst en cultuur sterk ingeperkt en worden grote, door de staat gesteunde instellingen en projecten nadrukkelijk gebruikt voor binnenlandse propaganda, imperiale beeldvorming en het legitimeren van het huidige beleid.
Tegelijk is het belangrijk te onderstrepen dat niet alle Russische kunstenaars en culturele instellingen met het regime vereenzelvigd kunnen worden. Er zijn nog altijd onafhankelijke en kritische stemmen, zowel binnen Rusland als in de ballingschap. Onder grote druk en risico’s blijven zij hun werk voortzetten.
Deelt u de mening dat het toestaan van een officiële Russische delegatie ontmoedigend is voor de Oekraïense bevolking die vecht voor hun en onze vrijheid, omdat Rusland hiermee als een gelijkwaardige partner wordt behandeld?
Oekraïne heeft delegaties van andere landen actief verzocht om aanwezig te zijn bij de Biënnale, om een tegengeluid te geven aan de Russische deelname. Nederland heeft mede daarom ervoor gekozen om aanwezig te zijn en Oekraïne in hun oproep te steunen.
Bent u bereid om in EU-verband te pleiten voor het opschorten van Europese subsidies aan de Biënnale zolang een officiële Russische delegatie wordt toegelaten, in lijn met de eerdere waarschuwing van de Europese Commissie?
De Commissie heeft in de Raad Buitenlandse Zaken van april aangegeven dat het besloten heeft om de EU-financiering aan de Biënnale stop te zetten. Zoals eerder benoemd betreurt Nederland de deelname van Rusland aan de Biënnale. Nederland heeft het bestuur van de Biënnale in EU-verband opgeroepen het besluit om Rusland toe te laten te herzien.
Het bericht ‘Zware klap voor oliekartel Opec na vertrek Emiraten: wat betekent dit voor de olieprijs en het wereldtoneel?’ |
|
Nicole Maes (VVD), Ruud Verkuijlen (VVD) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Zware klap voor oliekartel Opec na vertrek Emiraten: wat betekent dit voor de olieprijs en het wereldtoneel?»?1
Ja.
Hoe duidt u het besluit van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) om het Opec-kartel te verlaten in het licht van de structurele instabiliteit op de mondiale energiemarkt en de toenemende prijsvolatiliteit?
Doordat de VAE uit de OPEC-alliantie stapt, kunnen zij meer produceren. De VAE heeft nu een olieproductiecapaciteit van circa 4,85 miljoen vaten per dag. Het huidige OPEC-quotum voor de VAE is 3,4 miljoen. De productie zou in theorie dus met bijna 1,5 miljoen vaten per dag kunnen stijgen. Zolang het conflict in het Midden-Oosten echter aanhoudt, en er geen tankers met olie door de Straat van Hormuz gaan, zal een dergelijke toename in productie waarschijnlijk niet plaatsvinden. Op de korte termijn zal er daarom weinig effect zijn.
Op middellange termijn (en als de Straat van Hormuz weer open gaat) zal dit waarschijnlijk neerwaartse druk zetten op de olieprijs. Het aanbod op de wereldmarkt kan namelijk groeien met zo’n 1%. Ruwweg kan op basis van de recent door de Wereldbank geschatte prijselasticiteit van de olievraag geschat worden dat 1% extra aanbod tot USD 6 tot USD 12 lagere prijzen (Brent) leidt. De prijs kan echter wel volatieler worden, omdat het aanbod minder constant is.
In hoeverre is de invloed van de Opec+ op de wereldwijde olieproductie de afgelopen jaren afgenomen ten gunste van producenten buiten dit kartel?
De invloed van OPEC is al decennia tanende. Het aandeel van de OPEC-productie in de wereldmarkt daalde van 50% in de jaren zeventig naar 43% in 2016. Toen werd tevens de OPEC+ opgericht, waarbij landen als Maleisië en Rusland zich aansloten. Zo herwon de OPEC-alliantie aan relevantie, waardoor de OPEC+ nu voor 50% van de wereldproductie verantwoordelijk is, wat daalt naar ca. 45% met het vertrek van de VAE.
Tegelijkertijd geeft OPEC+ Rusland invloed op productiebeperkingen die de mondiale olieprijs opdrijven. Hoewel sancties de Russische opbrengsten drukken, profiteert Moskou daardoor nog altijd van hogere olieprijzen, waarmee het zijn agressieoorlog tegen Oekraïne mede financiert.
Welke rol speelt de nauwe samenwerking tussen Rusland en Saoedi-Arabië binnen de Opec+ momenteel bij het kunstmatig hooghouden van de olieprijs?
De OPEC+ is erop gericht om het aanbod van olie wereldwijd te controleren, waardoor invloed kan worden uitgeoefend op de prijs en prijsvolatiliteit kan worden beperkt. Op dit moment is het voor landen in de golfregio lastig om productie van olie te verhogen, als gevolg van het conflict en de sluiting van de Straat van Hormuz.
Russische olie is gesanctioneerd, en daarom niet vrij verhandelbaar op de wereldmarkt. Na het uitbreken van de Iran-oorlog verlichtte de VS echter voor twee maanden de sancties op Russische olie. Mede hierdoor is de prijs van Russische olie hersteld naar het niveau van niet-gesanctioneerde olie. Rusland blijft met een hoge dagelijkse productie een belangrijke speler op de wereldwijde oliemarkt.
De samenwerking tussen genoemde landen speelt een rol in prijsbepaling van wereldwijde olie. Wel staat de Russische productiecapaciteit onder druk door aanhoudende Oekraïense aanvallen op olie-faciliteiten, wat Ruslands onwenselijke invloed op het OPEC+ beleid mogelijk verkleint.2
In hoeverre acht u het waarschijnlijk dat de verzwakking van de Opec – en daarmee de Opec+-alliantie – de effectiviteit van Russische marktmanipulatie inperkt en daarmee direct de financiering van de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne bemoeilijkt?
Zoals bij het antwoord op vraag 3 reeds aangegeven neemt de macht van de OPEC al decennia af. Het vertrek van de VAE onderstreept dat. Dit kan ervoor zorgen dat de onwenselijke invloed van Rusland op de olieprijs afneemt. Dat zou de olie-inkomsten kunnen drukken waarmee Rusland zijn agressieoorlog tegen Oekraïne mede financiert. De gevolgen voor de olieprijs en de Russische opbrengsten zijn op dit moment echter te onzeker om hierover stellige uitspraken te doen.
Hoe beoordeelt u de informatie dat het vertrek van de VAE mede is ingegeven door fundamentele onenigheid binnen de Golfregio over de reactie op de oorlog met Iran en de voortdurende blokkade van de Straat van Hormuz?
In formele verklaringen legt de regering van de VAE de nadruk op het recht om zelf te bepalen hoe zij met haar olierijkdom omgaat. Deze wens naar meer autonomie kwam ook aan de orde tijdens het bezoek van de Minister van Buitenlandse Zaken aan Abu Dhabi op 22 april. De uittreding wordt in die lezing gepresenteerd als een uitvloeisel van de nationale belangen van de VAE. Met dit besluit vergroot het land zijn autonomie op het gebied van olieproductie en -export.
Wat betekent het vertrek van de VAE uit de OPEC voor de GCC en wat betekent de eenheid binnen de Gulf Cooperation Council (GCC) voor de belangen van de Europese Unie (EU), niet alleen op het gebied van energiezekerheid maar ook voor de regionale veiligheid?
Het vertrek van de VAE uit de OPEC kan worden gezien als een signaal van de waarde die de VAE hecht aan nationale autonomie op het gebied van olieproductie en export. Het besluit heeft geen directe consequenties voor het opereren van de Gulf Cooperation Council (GCC) maar kan een impact hebben op de politieke cohesie van de GCC.
Deelt u de opvatting dat de huidige situatie in de straat van Hormuz een directe bedreiging vormt voor de mondiale leveringszekerheid en de stabiliteit van de wereldeconomie met inbegrip van de voedselzekerheid? Zo ja wat bent u bereid bij te dragen aan de verbetering van die situatie?
De leveringszekerheid van olie, gas en afgeleide producten zoals kerosine en diesel staat wereldwijd onder druk. Op dit moment zijn er geen acute tekorten in Nederland, maar de situatie op veel andere plekken in de wereld is zorgelijker. De directeur van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) noemt de huidige situatie «ernstiger dan die van 1973, 1979 en 2022 samen». De verwachting is dat hoe langer de situatie voortduurt, hoe zorgelijker de tekorten zullen worden.
In het licht van het fragiele staakt-het-vuren tussen de VS en Iran blijft het kabinet inzetten op diplomatieke onderhandelingen om te komen tot een duurzaam einde aan de oorlog. Het is cruciaal dat er een einde komt aan de voortdurende belemmering van de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz. Nederland speelt dan ook een voortrekkersrol bij het verkennen van de mogelijkheden om bestaande EU-sanctieregimes uit te breiden. Daarnaast is Nederland nauw betrokken bij de voorbereiding en planning van het maritieme initiatief onder leiding van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.
In Nederland heeft het kabinet een maatregelenpakket getroffen om de economische effecten van de energieschok te dempen. De Kamer is hierover geïnformeerd op 20 april 2026.3 Tevens neemt Nederland deel aan de door het IEA aangekondigde collectieve actie, waardoor voorbereidingen worden getroffen voor het vrijgeven van de strategische voorraden. Ook neemt het kabinet actief deel aan internationale afstemming binnen de EU en het IEA. Het kabinet pleit voor een gezamenlijke Europese aanpak, bijvoorbeeld om de inzet van strategische voorraden en eventuele vraagbeperkende maatregelen te coördineren en daarbij ongewenste effecten zoals weglek of exportbeperkende maatregelen te voorkomen.
Wat verwacht u dat de toenemende rivaliteit tussen de VAE en Saoedi-Arabië als effect heeft voor de regionale veiligheid?
Concurrentie tussen de VAE en Saoedi-Arabië op economisch terrein en verschillen in posities op deelonderwerpen bestonden reeds voor de uittreding van de VAE uit de OPEC. Tegelijkertijd is er ook sprake van grote gedeelde belangen, waaronder op het gebied van (regionale) veiligheid en stabiliteit, en onderlinge afhankelijkheden.
Verwacht u dat het besluit van de VAE om de OPEC te verlaten de onderlinge rivaliteit tussen de VAE en Saoedi-Arabië zal vergroten en daarmee de mogelijkheden voor samenwerking binnen de GCC bemoeilijkt?
Zie antwoord vraag 9.
Welke rol ziet u voor Nederland en de Europese Unie om bij te dragen aan het behoud van de eenheid van de GCC als strategische partner, juist nu de spanningen tussen de lidstaten over energie- en veiligheidsbeleid toenemen?
De GCC en zijn lidstaten zijn om zowel politieke als economische redenen strategische partners voor Nederland en de EU. Nederland was één van de aanjagers van het in 2022 gesloten strategisch partnerschap tussen de EU en de Golfregio en speelt een actieve rol bij de implementatie daarvan. Op bilateraal niveau zet Nederland in op verdere versterking van de bilaterale banden met de individuele GCC lidstaten. Zo bracht de Minister van Buitenlandse Zaken in april jl. een bezoek aan de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië om steun te betuigen en solidariteit te tonen naar aanleiding van de Iraanse aanvallen en om de politieke en economische betrekkingen met beide landen te versterken.
Kan de intensivering van de samenwerking tussen Nederland en de VAE op het gebied van energie-infrastructuur en maritieme veiligheid bijdragen aan de algehele stabiliteit in de regio en, zo ja, op welke manier?
Intensievere samenwerking met de VAE op energie infrastructuur kan bijdragen aan regionale stabiliteit door een betrouwbare, toekomstbestendige en waar mogelijk verduurzaamde energievoorziening te ondersteunen. Dit verkleint in een politiek kwetsbare regio het risico op verstoringen en spanningen in energiestromen. Nederland benut deze samenwerking om internationale standaarden voor veiligheid, duurzaamheid en transparantie te versterken, binnen het eigen beleid gericht op energietransitie. Leveringszekerheid blijft daarbij een relevant aandachtspunt, ook waar dit in uitzonderingsgevallen fossiele projecten raakt, binnen de geldende Nederlandse en Europese kaders.
Samenwerking op maritieme veiligheid kan het risico op incidenten, illegale activiteiten en escalatie verkleinen, en beschermt handels- en energiestromen, ook richting Europa en Nederland.
Erkent u dat de toenemende volatiliteit op de oliemarkt de vraag naar alternatieve energiebronnen en technologieën, zoals elektrische voertuigen en zonnepanelen, onvermijdelijk versnelt?
Toenemende volatiliteit van olieprijzen kan duurzame energie een aantrekkelijkere en stabielere bron van energie maken. Ook kan de vraag naar energiebesparende maatregelen toenemen. Door te verduurzamen en energie te besparen dragen we bij aan de weerbaarheid van onze energievoorziening. Het kabinet zet daarom ook in op verduurzaming en energiebesparing in het maatregelenpakket waarover de Kamer is geïnformeerd op 20 april 2026.
Hoe zet het kabinet zich in om te voorkomen dat deze versnelling leidt tot een nieuwe, eenzijdige afhankelijkheid van onvrije staten zoals China voor de levering van kritieke grondstoffen en componenten?
Binnen de aanpak van risicovolle strategische afhankelijkheden kijkt het kabinet met speciale aandacht naar risico’s voor de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen, halffabricaten en componenten. Onder de Nationale Grondstoffenstrategie, de Europese Critical Raw Materials Act (CRMA) en Resource EU wordt op zowel nationaal als Europees niveau gewerkt aan het vergroten van de leveringszekerheid, onder meer door in EU-verband in te zetten op voorraadvorming, Strategische Projecten en partnerschappen met grondstofrijke landen.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft de Tweede Kamer toegezegd deze zomer een brief over de Nederlandse bijdrage aan de CRMA te sturen. Daarin wordt u nader geïnformeerd over de stand van zaken van de kabinetsinzet.
Op welke wijze waarborgt u dat deze nieuwe afhankelijkheden niet opnieuw als geopolitiek wapen kunnen worden ingezet, naar het voorbeeld van de huidige Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz?
Binnen de eerdergenoemde Nationale Grondstoffenstrategie is het doel om de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen te vergroten zodat deze niet ingezet kunnen worden als geopolitiek wapen. De gezamenlijke Europese inzet is om verstoringen in de productie en toeleveringsketens zoveel mogelijk te mitigeren en voorspelbaarheid en duidelijkheid voor onze bedrijven te vergroten. Bij de beoordeling welke grondstoffen kritiek zijn wordt ook de verwachte groei van de wereldwijde vraag als gevolg van de energietransitie meegenomen, zodat toekomstige risico's kunnen worden beperkt.
De uitspraak van de Raad van State van 19 maart 2026 (ECLI ECLI:NL:RVS:2026:1600) |
|
Ulysse Ellian (VVD), Nicole Maes (VVD) |
|
Berendsen , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met uitspraak 202600650/2/V6 (ECLI:NL:RVS:2026:1600) van de Raad van State?1
Ja.
Welke impact heeft deze uitspraak op andere Gazanen die een Machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) hebben om naar Nederland af te reizen en in Nederland willen verblijven op grond van een reguliere verblijfsvergunning?
De uitspraak ziet op een voorlopige voorziening in een specifieke casus en betreft de vraag naar consulaire ondersteuning en de juridische kwalificatie daarvan. Dit dient niet te worden opgevat als een algemeen oordeel over consulaire bijstand aan alle personen in Gaza met een mvv-inwilliging. De afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en de daaropvolgende toelating tot Nederland blijven onverkort plaatsvinden op basis van de geldende wettelijke criteria en individuele toetsing door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Bestaat het risico dat Gazanen die op grond van deze uitspraak met een mvv naar Nederland komen op enig moment tijdens hun verblijf in Nederland een asielaanvraag zullen indienen? Zo ja, deelt u de mening dat dit oneigenlijk gebruik is van een door Nederland afgegeven mvv?
Het kan niet worden uitgesloten dat personen die op basis van een regulier verblijfsdoel naar Nederland komen, op enig moment een asielaanvraag indienen. Het indienen van een asielaanvraag is een recht dat voortvloeit uit internationale en Europese verplichtingen. Het enkele feit dat iemand eerder op reguliere gronden is toegelaten, maakt het indienen van een asielaanvraag op zichzelf niet onrechtmatig of oneigenlijk. Wel wordt iedere aanvraag individueel beoordeeld op basis van de geldende criteria.
Deelt u de mening dat er geen mvv afgegeven mag worden als het gevaar bestaat dat iemand eenmaal in Nederland asiel aanvraagt? Hoe zorgt u dat dit niet gebeurt?
De beoordeling van een mvv-aanvraag vindt plaats aan de hand van de voorwaarden die gelden voor het specifieke verblijfsdoel, bijvoorbeeld voor gezinsmigratie, arbeid of studie. Het mogelijk indienen van een asielaanvraag vormt in die toets geen zelfstandig afwijzingscriterium. De IND voert vooraf een uitgebreide toets uit, waaronder een beoordeling van de openbare orde en nationale veiligheid. Hiermee wordt geborgd dat alleen personen die aan de voorwaarden voldoen, worden toegelaten.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 is het indienen van een asielaanvraag een recht dat voortvloeit uit internationale en Europese verplichtingen. Het enkel feit dat er een kans bestaat dat iemand een asiel aanvraag indient is geen reden voor weigering van een mvv.
Wat gaat u doen om te voorkomen dat het diplomatiek bijstaan of zelfs het evacueren van mensen met een mvv een normale procedure wordt in het kader van consulaire bijstand?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken biedt in algemene zin consulaire bijstand aan Nederlands paspoorthouders en in voorkomende gevallen aan personen die in bezit zijn van een verblijfsvergunning. Het is uiteindelijk aan de Minister van Buitenlandse Zaken aan wie en op welke wijze consulaire bijstand wordt verleend.
In correspondentie met de Raad van State is kenbaar gemaakt dat de Minister van Buitenlandse Zaken zich naar vorm noch naar inhoud kan vinden in de getroffen voorziening en aangedrongen op een zo spoedig mogelijke agendering van de bodemprocedure. In de bodemprocedure zal dit standpunt nader verdedigd worden. Dit laat uiteraard onverlet dat uitvoering zal worden gegeven aan de getroffen voorzieningen in de desbetreffende zaken.
Deelt u de mening dat consulaire bijstand niet bedoeld is voor het evacueren van mvv-houders en dat deze uitspraak dus ook geen precedent mag zijn voor toekomstige mvv-houders?
Zie antwoord vraag 5.
Wat kunt u doen om te voorkomen dat de studenten tijdens of na afloop van hun studie alsnog asiel aanvragen in Nederland?
Er bestaan geen mogelijkheden om het indienen van een asielaanvraag te voorkomen, nu dit een fundamenteel recht betreft. Wel wordt voorafgaand aan toelating zorgvuldig getoetst of aan alle voorwaarden voor het verblijfsdoel wordt voldaan, waaronder voldoende middelen van bestaan en inschrijving bij een erkende onderwijsinstelling. Indien een persoon gedurende of na afloop van het verblijf niet langer aan de voorwaarden voldoet, kan dit gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.
Ziet u wettelijke mogelijkheden om mensen die met een mvv naar Nederland zijn gereisd het recht om asiel aan te vragen in ons land te ontzeggen?
Het recht om een asielaanvraag in te dienen is verankerd in internationale verdragen, waaronder het Vluchtelingenverdrag, en in Europese regelgeving. Dit recht kan niet worden ontzegd aan personen die met een mvv zijn ingereisd.
Kunt u toelichten hoe u oordeelt over deze uitspraak gedaan door de bestuursrechter, terwijl consulaire bijstand geen onderdeel is van het bestuursrecht en in beginsel bedoeld is voor onderdanen van ons land en dus niet voor mensen die een visum voor Nederland hebben gekregen?
In correspondentie met de Raad van State is kenbaar gemaakt dat de Minister van Buitenlandse Zaken zich naar vorm noch naar inhoud kan vinden in de getroffen voorziening. Daarbij wordt ook aangegeven dat hier volgens de Minister geen taak voor de bestuursrechter ligt. Dit laat uiteraard onverlet dat uitvoering zal worden gegeven aan de getroffen voorzieningen in de desbetreffende zaken.
Bestaat er een risico dat Gazanen die op grond van deze uitspraak met een mvv naar Nederland af kunnen reizen zullen proberen om via gezinshereniging nareizigers naar Nederland te laten komen? Zo ja, wat kunt u doen om dat te voorkomen?
Indien een persoon een verblijfsstatus verkrijgt die recht geeft op gezinshereniging, kan hij of zij onder de daarvoor geldende voorwaarden een aanvraag indienen. Daarbij is van belang onderscheid te maken tussen nareis in het kader van asiel en reguliere gezinshereniging. In de hier bedoelde situatie is geen sprake van nareis voor asielstatushouders, maar van reguliere migratie. Dit betekent dat betrokkenen, indien zij gezinsleden willen laten overkomen, zijn aangewezen op de reguliere gezinsherenigingsprocedure. Deze procedure kent eigen, strikte voorwaarden, waaronder het aantonen van een daadwerkelijk gezinsverband, het voldoen aan het middelenvereiste en een toets aan openbare-ordeaspecten. Iedere aanvraag wordt individueel aan deze wettelijke vereisten getoetst. Dit kader geldt generiek en is niet specifiek voor deze groep.
Hoe beoordeelt u overweging 7.1 van bovengenoemde uitspraak, waarin wordt gesteld dat Nederland mogelijk gedwongen kan worden om Gazanen tot ons land toe te laten die naar Jordanië afreizen om hun mvv af te halen, maar waarvan vervolgens blijkt dat zij hebben gelogen over hun identiteit? Op grond van welk wettelijk voorschrift zou Nederland deze plicht hebben?
In algemene zin geldt dat toelating tot Nederland altijd afhankelijk is van het voldoen aan de wettelijke voorwaarden, waaronder identificatie en verificatie van de identiteit. Deze controle vindt zowel voorafgaand aan de afgifte van de mvv op de post plaats als bij verdere toelatingsprocedures. Indien blijkt dat onjuiste of misleidende informatie is verstrekt, kan dit leiden tot weigering of intrekking van de mvv of verblijfsvergunning. Er bestaat geen algemene wettelijke plicht om personen toe te laten indien achteraf blijkt dat zij onjuiste gegevens hebben verstrekt.
Indien er aanwijzingen zijn dat een persoon een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid, wordt de aanvraag afgewezen dan wel een eerdere inwilliging heroverwogen en zo nodig ingetrokken. Deze aspecten worden voorafgaand aan de afgifte van een mvv getoetst aan de hand van nationale en internationale systemen, waaronder het Schengeninformatiesysteem. Tegelijkertijd geldt dat ook op de post, voorafgaand aan feitelijke afgifte van de mvv, opnieuw wordt beoordeeld of nog aan alle voorwaarden wordt voldaan. Indien zich feiten of omstandigheden voordoen waaruit blijkt dat dit niet het geval is, wordt dit gemeld aan de IND en kan dit alsnog leiden tot weigering van afgifte of intrekking van de eerdere beslissing. De bescherming van de nationale veiligheid en openbare orde heeft daarbij een zwaarwegend karakter. Personen die een dergelijk risico vormen, komen niet in aanmerking voor toelating.
Nederland kan in beginsel niet worden verplicht om personen tot het grondgebied toe te laten indien achteraf blijkt dat zij onjuiste of misleidende informatie hebben verstrekt over hun identiteit bij de aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) of als de identiteit niet overeenkomt met de desbetreffende mvv. In het geval van ondersteuning bij vertrek uit Gaza, staat Nederland garant voor het vertrek van deze personen naar Nederland binnen de kaders die afgesproken zijn in bilaterale afspraken met Jordanië. Indien deze personen niet naar Nederland kunnen vertrekken, kan dat negatieve gevolgen hebben voor de relatie met Jordanië.
Geldt deze plicht ook voor Gazanen waarvan pas in Jordanië blijkt dat zij lid zijn (geweest) van een terroristische organisatie, die verdacht worden van het plegen van een terroristisch misdrijf of die op enige andere manier een gevaar vormen voor de openbare orde en/of nationale veiligheid? Deelt u de mening dat dit een volstrekt onwenselijke situatie is? Zo ja, welke maatregelen bent u bereid om te nemen om dit risico bij Gazanen maximaal te beperken?
Zie antwoord vraag 11.
Op welke manier bent u van plan invulling te geven aan de door de voorzieningenrechter opgelegde «inspanningsverplichting» om te bereiken dat de verzoeker de grens kan oversteken? Kunt u bevestigen dat de inspanningsverplichting uitsluitend ziet op het gebruik van de «diplomatieke weg» en geen feitelijke evacuatie of andere vorm van logistieke ondersteuning behelst?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken zal conform de uitspraken uitvoering geven aan de voorlopige voorzieningen getroffen door de voorzieningenrechter van de Raad van State. De voorzieningen verplichten de Minister van Buitenlandse Zaken om zich via diplomatieke weg in te spannen om ervoor te zorgen dat de verzoekers Gaza kunnen verlaten om de mvv op te halen. In dat kader zal geen feitelijke evacuatie of andere vorm van logistieke ondersteuning worden georganiseerd, in lijn met de inspanningsverplichting opgelegd door de voorzieningenrechter en met het verzoek van betrokkenen.
In hoeverre verwacht u dat deze uitspraak, waarin de lage drempel van de inspanning wordt benadrukt, zal leiden tot een toename van soortgelijke verzoeken van Gazanen die reeds over een mvv-toezegging beschikken? Deelt u de mening dat zo’n toename onwenselijk is?
Het staat personen met een mvv-inwilliging vrij om een verzoek in te dienen voor ondersteuning bij vertrek uit Gaza. Op dit moment biedt het Ministerie van Buitenlandse Zaken deze ondersteuning echter niet.
In hoeverre acht u de zorg terecht dat deze uitspraak een aanzuigende werking kan hebben op aanvragen van personen uit Gaza en andere conflictgebieden die voor studie naar Nederland willen komen?
Er is op dit moment geen significante stijging van het aantal studieaanvragen van personen uit Gaza. Niet kan worden uitgesloten dat bredere bekendheid met de mogelijkheden tot vertrek uit Gaza kan leiden tot meer verzoeken. Daarbij geldt nog steeds dat elke aanvraag individueel wordt beoordeeld en dat de toelatingscriteria onverkort van toepassing blijven.
Klopt het dat deze personen daarbij ook familieleden mee mogen nemen indien zij daar de voogdij over dragen, zoals het geval was bij een student aan de Universiteit Maastricht?
Het meereizen van familieleden is uitsluitend mogelijk indien wordt voldaan aan de geldende wettelijke kaders. Voor reguliere verblijfsdoelen, zoals studie, geldt dat gezinsleden alleen onder specifieke voorwaarden kunnen meereizen, bijvoorbeeld als sprake is van een kerngezin. Constructies waarbij voogdij wordt overgedragen worden kritisch beoordeeld en moeten voldoen aan regelgeving. Er is geen generiek recht om via dergelijke constructies familieleden mee te laten reizen.
Deelt u de mening dat het onlogisch is om studenten uit Gaza de mogelijkheid te bieden aan Nederlandse universiteiten te studeren, terwijl Joodse studenten zich op Nederlandse universiteiten momenteel zeer onveilig en zelfs bedreigd voelen?
Nee. De onveiligheid die Joodse studenten op universiteiten ervaren is onacceptabel. Het kabinet zet zich op verschillende manieren in voor de veiligheid van deze studenten en voor een veilige leer- en werkomgeving in het onderwijs. De toelating van buitenlandse studenten aan Nederlandse universiteiten staat hier los van. Het is aan de instellingen om, binnen de kaders van wet- en regelgeving, te bepalen welke studenten zij toelaten op hun instelling.