Het rapport van Amnesty International over etnische zuivering op de Westelijke Jordaanoever |
|
Kati Piri (GroenLinks-PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Erkent u dat Israël etnische zuivering, door u gedefinieerd als «het met geweld of dwang overbrengen of verwijderen van de burgerbevolking», pleegt op de Westelijke Jordaanoever? Zo nee, waarom niet?
Etnische zuivering als zodanig heeft geen eenduidige juridische definitie. Dit geldt wel voor de handelingen die onder deze omschrijving kunnen vallen, waaronder bijvoorbeeld gedwongen verplaatsing. Het Internationaal Gerechtshof (IGH) stelde reeds in zijn advies van 19 juli 2024 dat het beleid van Israël ten aanzien van de Palestijnse Gebieden, waaronder gedwongen uithuiszettingen, grootschalige sloop van huizen en beperkingen in bewegingsvrijheid, de lokale bevolking geen andere keus laat dan te vertrekken. Daarmee druist dat beleid in tegen het verbod op gedwongen verplaatsing zoals vastgelegd in het humanitair oorlogsrecht. Nederland respecteert deze conclusie van het IGH.
Erkent u dat het kolonistengeweld en het faciliteren daarvan onderdeel zijn van het Israëlische staatsbeleid? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet beschikt niet over eigenstandige informatie die nodig zou zijn om met zekerheid vast te stellen dat het kolonistengeweld onderdeel is van het Israëlische staatsbeleid.
Erkent u dat Israël de oorlogsmisdaad van onwettige overbrenging begaat? Zo nee, waarom niet?
Naast de vaststelling genoemd in het antwoord op vraag 1 concludeert het IGH in zijn advies van 19 juli 2024 dat Israëlisch beleid en maatregelen indruisen tegen het verbod op gedwongen overbrenging van delen van de eigen burgerbevolking naar het bezette gebied zoals vastgelegd in het humanitair oorlogsrecht. Dit beleid omvat alle maatregelen die door Israël worden genomen om overbrenging van de delen van de eigen bevolking naar het bezette gebied te organiseren of aan te moedigen, waaronder het bieden van (economische) prikkels voor de vestiging van Israëlische personen en bedrijven op de Westelijke Jordaanoever.
Erkent u dat Israël de misdaad tegen de menselijkheid van gedwongen verplaatsing of deportatie begaat? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 1.
Bent u voorstander van het uitbreiden van persoonsgerichte sancties tegen Benjamin Netanyahu, Israel Katz en Orit Stock vanwege hun nauwe betrokkenheid bij de etnische zuivering van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet zet zich actief in voor aanvullende maatregelen tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties. Nederland is daarnaast voorstander van het Europees sanctioneren van Israëlische veiligheidsminister Ben-Gvir en Israëlische Minister van Defensie Smotrich. Vooralsnog is voor het sanctioneren van deze personen onvoldoende draagvlak binnen de EU, waarmee dat ook zal gelden voor aanvullende persoonsgerichte sancties tegen Israëlische bewindspersonen.
Bent u voorstander van een verbod op handel, diensten, investeringen en andere vormen van samenwerking die bijdragen aan de onrechtmatige bezetting, de apartheid en de etnische zuivering van Palestijnen? Zo nee, waarom niet?
Op 22 september 2026 worden de nationale maatregelen van kracht die ervoor zorgen dat goederen afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden worden geweerd van de Nederlandse markt.1 Het kabinet verwacht uw Kamer op korte termijn te kunnen informeren over de verkenning ten aanzien van diensten en investeringen.
Bent u voorstander van een verbod op de export van militaire goederen naar Israël die gebruikt kunnen worden ten behoeve van de mensenrechtenschendingen? Zo ja, worden de goederen uitgevoerd onder vergunningen NL0074CDIU0192355 (Delen, gereedschappen en technologie voor F-16 gevechtsvliegtuigen), NL0074CDIU0193354 (Zichtsysteem voor een voertuig), NL0074CDIU0189830 (Delen en technologie voor onderzeeboten) en NL0074CDIU0193376 (Elektronica voor helmen voor gebruik in militaire vliegtuigen) niet gebruikt in de bezette gebieden? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet toetst alle individuele vergunningaanvragen voor de uit- en doorvoer van militaire en dual-use goederen per geval zorgvuldig aan de relevante Europese exportcontrolekaders. Daar waar duidelijke risico’s bestaan dat militaire goederen of dual-use goederen kunnen worden gebruikt voor ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht wordt een vergunningaanvraag afgewezen.
In de praktijk betekent dit dat het kabinet alleen vergunningen toewijst voor de uitvoer van militaire goederen die enkel defensief kunnen worden ingezet, zoals onderdelen voor het Iron Dome-luchtafweersysteem, en voor uitvoer van goederen ten behoeve van productie of onderhoud waarbij het eindgebruik niet in Israël ligt. Dat geldt eveneens voor de genoemde vergunningen.
Bent u voorstander van het opschorten van visumvrij reizen voor kolonisten? Zo nee, waarom niet?
Israëliërs reizen visumvrij naar de EU, dat gaat op basis van nationaliteit.
Zijn Nederlandse diplomaten sinds uw aantreden op bezoek gegaan bij Palestijnse gemeenschappen die getroffen worden door kolonistengeweld en onwettige overbrenging en/of gedwongen verplaatsing of deportatie door de Israëlische autoriteiten? Zo nee, waarom niet? Bent u voornemens om hen daartoe te instrueren? Zo nee, waarom niet?
Ja, de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah brengt geregeld bezoeken aan gemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever die onder druk staan door nederzettinguitbreidingen en die geraakt worden door kolonistengeweld. Nederland steunt sinds 2023 het West Bank Protection Consortium, een samenwerkingsverband van maatschappelijke organisaties dat is opgericht om de gedwongen verplaatsing van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever te voorkomen. Het consortium biedt deze gemeenschappen materiële en juridische bijstand.
De economische activiteiten van Spar in Rusland |
|
Kati Piri (GroenLinks-PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «In Rusland opent de ene na de andere Spar zijn deuren: hoe kan dat?» in het Algemeen Dagblad d.d. 10 juli 2026?1
Ja.
Is het voor Nederlandse supermarkten juridisch toegestaan om in Rusland direct, dan wel via licenties economisch actief te zijn?
Het kabinet doet geen uitspraken over individuele gevallen. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat economische activiteiten van Nederlandse bedrijven in Rusland niet verboden zijn. Wel moeten zij volledig voldoen aan de geldende EU-sancties en andere toepasselijke wet- en regelgeving. Er gelden omvangrijke sancties tegen Rusland. Binnen de kaders van de sanctiemaatregelen is het ontplooien van economische activiteiten in Rusland juridisch toegestaan.
Vindt u het moreel laakbaar als Nederlandse supermarkten in Rusland actief zijn? Zo nee, waarom niet?
Naast de bestaande sanctiemaatregelen hanteert het kabinet een actief ontmoedigingsbeleid voor Nederlandse bedrijven die actief zijn op de Russische markt of dat overwegen, vanwege de voortdurende Russische agressieoorlog in Oekraïne. Het ontplooien van economische activiteiten kan de inkomsten van de Russische regering vergroten en die kunnen worden ingezet om de oorlog tegen Oekraïne te financieren. Daarnaast brengt zakendoen in Rusland aanzienlijke risico’s met zich mee, zoals het aanwenden van de onteigende activa van Europese bedrijven voor de oorlogsvoering en risico op sanctieovertreding. In het geval van onteigening kan de Nederlandse overheid niets voor de betrokken Nederlandse bedrijven doen.
Bent u bereid zich in te spannen voor een expliciet verbod voor Nederlandse supermarkten om in Rusland direct, dan wel via licenties economisch actief te zijn? Zo ja, welke stappen onderneemt u daartoe? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet spant zich voortdurend in voor het verzwaren van de EU sancties op Rusland. Voor aanvullende sancties is altijd EU-unanimiteit noodzakelijk. Daarbij ligt de prioriteit van het kabinet bij maatregelen met een directe impact op het Russische militair-industrieel complex en het Russische verdienvermogen op mondiale grondstoffen- en energiemarkten. Tot op heden zijn minder sancties aangenomen die de Russische voedselsector raken, mede vanwege het belang dat een groot aantal lidstaten – waaronder Nederland – hecht aan het beperken van de impact van sancties op de mondiale voedselzekerheid. Tegelijkertijd liggen wat het kabinet betreft in principe alle opties op tafel.
Bent u het eens met sanctierechtadvocaat Yvo Amar, die stelt dat overeenkomsten altijd kunnen worden beëindigd, al kost het «soms alleen wel veel geld en moeite»? Bent u het eens met de observatie in het artikel dat «een vermoeden van mogelijke schending van de sancties tegen Rusland» al een legitieme onderbouwing kan zijn? Zo nee, waarom niet?
Van ondernemingen mag worden verwacht dat zij passende maatregelen treffen om naleving van de sanctieregelgeving te waarborgen en waar nodig risico's op overtredingen zorgvuldig te beoordelen. Of in een concreet geval een vermoeden van een mogelijke schending van sanctieregelgeving een toereikende grond vormt voor het beëindigen van de contractuele relatie is afhankelijk van diverse factoren: de feiten en omstandigheden van het geval, de toepasselijke contractuele afspraken en het geldende recht. Over contractuele afspraken tussen commerciële partijen kunnen door het kabinet geen uitspraken worden gedaan.
Bent u het eens met sanctierechtadvocaat Heleen over de Linden, die stelt dat Europese bedrijven tegenwoordig steeds beter beschermd zijn tegen claims uit Rusland, waardoor het «voor Russische bedrijven inmiddels «nagenoeg onmogelijk» is om succesvol juridisch verhaal te halen»? Zo nee, waarom niet? Bent u in dat geval bereid zich in te spannen voor nog betere bescherming van Europese bedrijven tegen schadeclaims naar aanleiding van contractbreuk wegens (vermoedens van) sanctieovertredingen?
De EU heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om Europese bedrijven meer rechtszekerheid te bieden bij de naleving van sancties. Zo bevat de EU-sanctieregelgeving onder meer bepalingen die beogen te voorkomen dat claims worden toegewezen voor schade die voortvloeit uit de naleving van EU-sancties. Tegelijkertijd geldt in algemene zin dat de juridische positie van ondernemingen afhankelijk is van de feiten en omstandigheden van het individuele geval, waaronder de inhoud van contracten, het toepasselijke recht en de relevante nationale en internationale regelgeving. Het is aan ondernemingen om, zo nodig met juridisch advies, hun eigen positie te beoordelen.
De situatie van Afghaanse evacués wat betreft het besluit over verblijfsvergunningen. |
|
Kati Piri (GroenLinks-PvdA), Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
|
Berendsen , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van de situatie van Afghaanse evacués die voor Nederland hebben gewerkt in Afghanistan die geen permanente verblijfsvergunning krijgen, zoals bijvoorbeeld beschreven in het NOS-artikel «Afghaanse tolken vragen uitzonderingspositie na besluit over verblijfsvergunning»?1
Ja.
Vindt u het terecht dat deze mensen, zonder wie Nederlanders in Afghanistan hun werk niet hadden kunnen doen en zelfs niet veilig waren geweest, nu geen permanente verblijfsvergunning krijgen terwijl zij veelal bijna vijf jaar hier zijn, aan de eisen voldoen maar nét buiten de boot vallen?
Met de inwerkingtreding van het Asiel- en Migratiepact is de asielvergunning voor onbepaalde tijd komen te vervallen. Dat betekent niet dat daarmee geen perspectief op langdurig en stabiel verblijf meer bestaat. Daarvoor blijven er in beginsel verschillende wettelijke verblijfsroutes beschikbaar. Welke route van toepassing is, hangt af van de individuele omstandigheden en het voldoen aan de daarvoor geldende voorwaarden. Een mogelijke route is bijvoorbeeld doorstroom naar de status van EU-langdurig ingezetene.
Bent u het eens met de stelling dat het schandalig is dat het deze mensen, zonder wie het Nederlandse militaire- en diplomatieke werk en politiewerk in Afghanistan onmogelijk was, zo moeilijk wordt gemaakt een nieuw leven op te bouwen in Nederland?
Het kabinet heeft zich ingespannen voor deze groep door hen vrijwel direct na aankomst in Nederland in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij hebben daarmee voorrang gekregen op andere asielzoekers die vaak geruime tijd hebben moeten wachten op de behandeling van hun asielaanvraag. Door deze versnelde vergunningverlening konden zij ook eerder uitstromen naar gemeenten en starten met het opbouwen van een leven in Nederland. Het niet beschikken over de Nederlandse nationaliteit staat daar evenmin aan in de weg. Met een verblijfsvergunning hebben zij rechtmatig verblijf in Nederland en kunnen zij deelnemen aan de samenleving, bijvoorbeeld door te werken, onderwijs te volgen en een toekomst in Nederland op te bouwen.
Bent u het eens met de stelling dat er bij deze groep geen sprake was van vluchten, maar dat deze mensen zijn geëvacueerd door Nederland zelf waardoor voor hen andere omstandigheden gelden?
Het kabinet heeft destijds op basis van objectiveerbare criteria besloten tot de overbrenging van deze afgebakende groep, omdat zij vanwege hun werkzaamheden voor Nederland mogelijk gevaar liepen op vervolging of ernstige schade door de Taliban. Het betrof een brede groep met een band met Nederland, waaronder ngo medewerkers van een ten laste van de BZ/BHOS-begroting gefinancierd project en personen die gewerkt hebben voor Defensie of een specifieke Nederlandse functionaris van EUPOL in Afghanistan in een voor het publiek zichtbare functie. Het ging dus niet enkel om lokaal personeel met een met een arbeidsovereenkomst met Nederland. Op die grond is aan hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. De overbrenging maakt geen verschil voor de geldende verblijfsrechtelijke procedure. Ook voor deze groep geldt het wettelijke kader dat van toepassing is op alle personen die in Nederland bescherming aanvragen.
Nederland heeft voor deze groep voorts een bijzondere inspanning verricht door hen over te brengen naar Nederland. Daarnaast hebben zij, zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 voorrang gekregen bij de verlening van een asielvergunning.
Wat vindt u van het feit dat zij in de asielprocedure zijn geplaatst terwijl zij niet gevlucht zijn, maar door Nederland zijn geëvacueerd als lokaal personeel?
Zie antwoord vraag 4.
Erkent u dat de Nederlandse overheid een verplichting heeft tegenover deze Afghanen en zij nadrukkelijk de verwachting heeft gewekt dat er na vijf jaar recht zou zijn op een permanente vergunning?
Het kabinet deelt niet de veronderstelling dat na vijf jaar automatisch recht zou ontstaan op een permanente verblijfsvergunning. Vanwege hun werkzaamheden voor Nederland en de veiligheidsrisico’s in Afghanistan heeft Nederland een bijzondere verantwoordelijkheid op zich genomen voor deze groep. Daarom zijn zij overgebracht en zijn hun asielaanvragen met voorrang behandeld.
De overbrenging naar Nederland laat echter onverlet dat betrokkenen de reguliere asielprocedure in Nederland doorlopen. Zoals ook toegelicht in de beantwoording van vraag 4 en vraag 5, is een permanent verblijfsrecht afhankelijk van de daarvoor geldende wettelijke voorwaarden. Aan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan geen automatisch recht op permanent verblijf na vijf jaar worden ontleend. Dit betekent echter niet dat betrokkenen na die periode Nederland moeten verlaten.
Kunt u zich voorstellen dat deze groep Afghanen zich onveilig voelt door het feit dat Nederland gesprekken voert met de Taliban – een regime dat mensenrechten met voeten treedt en Afghanen die voor NAVO-landen werkten hebben opgepakt, mishandeld en zelfs vermoord?
Nederland onderhoudt minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Nederland erkent de Taliban niet als legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking.
Kunt u uitsluiten dat vertegenwoordigers van de Taliban officieel geaccrediteerd worden in Nederland. Zo nee, hoe weegt u het risico van repressie van en wraak op Afghaanse diaspora en vluchtelingen in ons land?
Zie antwoord vraag 7.
Realiseert u zich dat door een opeenstapeling van vergunningen voor bepaalde tijd in plaats van een permanente verblijfsvergunning de arbeidsmarktpositie van de Afghanen onzekerder wordt en het risico op vaste contracten en daarmee inkomenszekerheid uit zicht raakt? Beseft u zich dat hierdoor het voldoen aan de inkomenseis voor de EU-vergunning langdurig ingezetene wordt bemoeilijkt?
Ik ben mij ervan bewust dat zekerheid over het verblijf in Nederland van belang kan zijn voor de positie van betrokkenen op de arbeidsmarkt. Met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan iemand legaal in Nederland werken, een arbeidsovereenkomst aangaan en een vast contract aangaan.
Voor het verkrijgen van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen gelden wettelijke voorwaarden, waaronder een inkomenseis. Het voldoen aan deze voorwaarden wordt individueel beoordeeld en is afhankelijk van de persoonlijke situatie van de aanvrager.
Bent u bereid voor deze specifieke groep een oplossing te vinden?
Het Nederlandse asielstelsel is gebaseerd op het uitgangspunt dat voor iedereen die bescherming aanvraagt hetzelfde wettelijke kader geldt. Binnen dit kader zijn de asielaanvragen van deze groep met voorrang behandeld vanwege de bijzondere omstandigheden in Afghanistan en hun band met Nederland. Verder geldt dat er sprake is van voldoende verblijfs- en perspectiefmogelijkheden binnen het stelsel. Daarom zie ik zie ik geen aanleiding om voor deze groep een uitzonderingspositie te creëren.
Bent u bereid in het wetvoorstel over hoe het verkrijgen van een Nederlandse nationaliteit in de toekomst vorm wordt gegeven rekening te houden met de specifieke belangen van deze groep waaraan Nederland een ereschuld heeft? Wanneer kan de Kamer dit wetsvoorstel verwachten?
De verantwoordelijkheid die ten aanzien van betrokkenen is genomen, heeft destijds geleid tot hun overbrenging naar Nederland en een prioritaire behandeling van hun asielaanvragen. Voor het nationaliteitsrecht geldt echter als uitgangspunt dat de voorwaarden voor naturalisatie op gelijke wijze worden toegepast. Een afzonderlijke uitzondering voor deze groep past niet goed binnen de systematiek van de Rijkswet op het Nederlanderschap en zou raken aan de rechtsgelijkheid ten opzichte van andere personen die naturalisatie aanvragen.
Bent u bekend met het nieuws via Israël’s Channel 14 dat er een besluit is genomen om Palestijnen te verdrijven uit Gaza?1
Ja.
Kunt u bevestigen dat er onder leiding van de Israëlische veiligheidsraad een dergelijk besluit is genomen?
Nee. Het kabinet heeft geen toegang tot besluiten van de Israëlische veiligheidsraad tenzij deze informatie formeel naar buiten wordt gebracht.
Kunt u bevestigen dat het verdrijven van Palestijnen uit Gaza onderdeel zou zijn van de afspraken tussen de VS en Iran?
Nee.
Deelt het kabinet de mening dat een plan om Palestijnen uit Gaza te verdrijven, neer komt op etnische zuivering?
Het is onduidelijk of dergelijke plannen daadwerkelijk bestaan. Het uitgangspunt van het kabinet is dat Gaza toebehoort aan de Palestijnen. Het kabinet staat achter het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen en de inzet is erop gericht om de situatie in Gaza voor de Palestijnse burgers te verbeteren.
Welke consequentie verbindt het kabinet eraan als deze berichten kloppen?
Er is geen bevestiging dat deze plannen daadwerkelijk bestaan.
Kunt u deze vragen met spoed beantwoorden voor woensdag 1 juli?
Er is getracht om de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
Belastingontwijking door Israëlische bedrijven via Nederland |
|
Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA), Kati Piri (GroenLinks-PvdA), Suzanne Kröger (PRO) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Eerenberg , Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport «The Netherlands-Israël Investment Files» van SOMO?1
Waarom denkt u dat de financiële stromen tussen Nederland en Israël zoveel groter zijn dan tussen Israël en andere Europese landen?
In hoeverre is Nederland volgens u aantrekkelijk voor brievenbusmaatschappijen? Hoe komt dat? Vindt u dit wenselijk?
Bestaat volgens u het risico dat Israëlische wapenbedrijven via Nederland belasting ontwijken en dat Nederland zo indirect bijdraagt aan de financiering van deze bedrijven? In hoeverre vindt u het dat wenselijk?
Klopt het dat Nederland via een Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA)-kantoor in Tel Aviv de handel met Israël bevordert? Spreekt dat kantoor ook met Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza? Zo ja, waarom?
Is het een doelstelling van de NFIA dat deze bedrijven zich in Nederland vestigen dan wel in Nederland actief worden? Zo ja, waarom?
Klopt het dat het Internationaal Gerechtshof (IGH) in zijn Advisory Opinion van 19 juli 2024 heeft uitgesproken dat derde landen zouden moeten afzien van economische of handelsrelaties met Israël die de illegale bezetting kunnen verstevigen?
Op welke manier verhoudt het bevorderen van economische betrekkingen met Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza door de NFIA zich tot de uitspraak van het IGH?
Op welke manier verhoudt het juridisch faciliteren van Nederlands fiscaal en financieel advies door Nederlandse belastingadviseurs en trustkantoren aan Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza, zich tot de uitspraak van het IGH?
Klopt het dat het voor Nederlandse belastingadviseurs en trustkantoren verboden is om diensten te verstrekken aan Russische bedrijven?
Bent u bereid om, in navolging van de Ruslandsancties, te pleiten voor een Europees verbod op fiscale en financiële dienstverlening aan Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza?
De economische activiteiten van Spar in Rusland |
|
Kati Piri (GroenLinks-PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «In Rusland opent de ene na de andere Spar zijn deuren: hoe kan dat?» in het Algemeen Dagblad d.d. 10 juli 2026?1
Ja.
Is het voor Nederlandse supermarkten juridisch toegestaan om in Rusland direct, dan wel via licenties economisch actief te zijn?
Het kabinet doet geen uitspraken over individuele gevallen. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat economische activiteiten van Nederlandse bedrijven in Rusland niet verboden zijn. Wel moeten zij volledig voldoen aan de geldende EU-sancties en andere toepasselijke wet- en regelgeving. Er gelden omvangrijke sancties tegen Rusland. Binnen de kaders van de sanctiemaatregelen is het ontplooien van economische activiteiten in Rusland juridisch toegestaan.
Vindt u het moreel laakbaar als Nederlandse supermarkten in Rusland actief zijn? Zo nee, waarom niet?
Naast de bestaande sanctiemaatregelen hanteert het kabinet een actief ontmoedigingsbeleid voor Nederlandse bedrijven die actief zijn op de Russische markt of dat overwegen, vanwege de voortdurende Russische agressieoorlog in Oekraïne. Het ontplooien van economische activiteiten kan de inkomsten van de Russische regering vergroten en die kunnen worden ingezet om de oorlog tegen Oekraïne te financieren. Daarnaast brengt zakendoen in Rusland aanzienlijke risico’s met zich mee, zoals het aanwenden van de onteigende activa van Europese bedrijven voor de oorlogsvoering en risico op sanctieovertreding. In het geval van onteigening kan de Nederlandse overheid niets voor de betrokken Nederlandse bedrijven doen.
Bent u bereid zich in te spannen voor een expliciet verbod voor Nederlandse supermarkten om in Rusland direct, dan wel via licenties economisch actief te zijn? Zo ja, welke stappen onderneemt u daartoe? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet spant zich voortdurend in voor het verzwaren van de EU sancties op Rusland. Voor aanvullende sancties is altijd EU-unanimiteit noodzakelijk. Daarbij ligt de prioriteit van het kabinet bij maatregelen met een directe impact op het Russische militair-industrieel complex en het Russische verdienvermogen op mondiale grondstoffen- en energiemarkten. Tot op heden zijn minder sancties aangenomen die de Russische voedselsector raken, mede vanwege het belang dat een groot aantal lidstaten – waaronder Nederland – hecht aan het beperken van de impact van sancties op de mondiale voedselzekerheid. Tegelijkertijd liggen wat het kabinet betreft in principe alle opties op tafel.
Bent u het eens met sanctierechtadvocaat Yvo Amar, die stelt dat overeenkomsten altijd kunnen worden beëindigd, al kost het «soms alleen wel veel geld en moeite»? Bent u het eens met de observatie in het artikel dat «een vermoeden van mogelijke schending van de sancties tegen Rusland» al een legitieme onderbouwing kan zijn? Zo nee, waarom niet?
Van ondernemingen mag worden verwacht dat zij passende maatregelen treffen om naleving van de sanctieregelgeving te waarborgen en waar nodig risico's op overtredingen zorgvuldig te beoordelen. Of in een concreet geval een vermoeden van een mogelijke schending van sanctieregelgeving een toereikende grond vormt voor het beëindigen van de contractuele relatie is afhankelijk van diverse factoren: de feiten en omstandigheden van het geval, de toepasselijke contractuele afspraken en het geldende recht. Over contractuele afspraken tussen commerciële partijen kunnen door het kabinet geen uitspraken worden gedaan.
Bent u het eens met sanctierechtadvocaat Heleen over de Linden, die stelt dat Europese bedrijven tegenwoordig steeds beter beschermd zijn tegen claims uit Rusland, waardoor het «voor Russische bedrijven inmiddels «nagenoeg onmogelijk» is om succesvol juridisch verhaal te halen»? Zo nee, waarom niet? Bent u in dat geval bereid zich in te spannen voor nog betere bescherming van Europese bedrijven tegen schadeclaims naar aanleiding van contractbreuk wegens (vermoedens van) sanctieovertredingen?
De EU heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om Europese bedrijven meer rechtszekerheid te bieden bij de naleving van sancties. Zo bevat de EU-sanctieregelgeving onder meer bepalingen die beogen te voorkomen dat claims worden toegewezen voor schade die voortvloeit uit de naleving van EU-sancties. Tegelijkertijd geldt in algemene zin dat de juridische positie van ondernemingen afhankelijk is van de feiten en omstandigheden van het individuele geval, waaronder de inhoud van contracten, het toepasselijke recht en de relevante nationale en internationale regelgeving. Het is aan ondernemingen om, zo nodig met juridisch advies, hun eigen positie te beoordelen.
Het rapport van Amnesty International over etnische zuivering op de Westelijke Jordaanoever |
|
Kati Piri (GroenLinks-PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Erkent u dat Israël etnische zuivering, door u gedefinieerd als «het met geweld of dwang overbrengen of verwijderen van de burgerbevolking», pleegt op de Westelijke Jordaanoever? Zo nee, waarom niet?
Etnische zuivering als zodanig heeft geen eenduidige juridische definitie. Dit geldt wel voor de handelingen die onder deze omschrijving kunnen vallen, waaronder bijvoorbeeld gedwongen verplaatsing. Het Internationaal Gerechtshof (IGH) stelde reeds in zijn advies van 19 juli 2024 dat het beleid van Israël ten aanzien van de Palestijnse Gebieden, waaronder gedwongen uithuiszettingen, grootschalige sloop van huizen en beperkingen in bewegingsvrijheid, de lokale bevolking geen andere keus laat dan te vertrekken. Daarmee druist dat beleid in tegen het verbod op gedwongen verplaatsing zoals vastgelegd in het humanitair oorlogsrecht. Nederland respecteert deze conclusie van het IGH.
Erkent u dat het kolonistengeweld en het faciliteren daarvan onderdeel zijn van het Israëlische staatsbeleid? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet beschikt niet over eigenstandige informatie die nodig zou zijn om met zekerheid vast te stellen dat het kolonistengeweld onderdeel is van het Israëlische staatsbeleid.
Erkent u dat Israël de oorlogsmisdaad van onwettige overbrenging begaat? Zo nee, waarom niet?
Naast de vaststelling genoemd in het antwoord op vraag 1 concludeert het IGH in zijn advies van 19 juli 2024 dat Israëlisch beleid en maatregelen indruisen tegen het verbod op gedwongen overbrenging van delen van de eigen burgerbevolking naar het bezette gebied zoals vastgelegd in het humanitair oorlogsrecht. Dit beleid omvat alle maatregelen die door Israël worden genomen om overbrenging van de delen van de eigen bevolking naar het bezette gebied te organiseren of aan te moedigen, waaronder het bieden van (economische) prikkels voor de vestiging van Israëlische personen en bedrijven op de Westelijke Jordaanoever.
Erkent u dat Israël de misdaad tegen de menselijkheid van gedwongen verplaatsing of deportatie begaat? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 1.
Bent u voorstander van het uitbreiden van persoonsgerichte sancties tegen Benjamin Netanyahu, Israel Katz en Orit Stock vanwege hun nauwe betrokkenheid bij de etnische zuivering van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet zet zich actief in voor aanvullende maatregelen tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties. Nederland is daarnaast voorstander van het Europees sanctioneren van Israëlische veiligheidsminister Ben-Gvir en Israëlische Minister van Defensie Smotrich. Vooralsnog is voor het sanctioneren van deze personen onvoldoende draagvlak binnen de EU, waarmee dat ook zal gelden voor aanvullende persoonsgerichte sancties tegen Israëlische bewindspersonen.
Bent u voorstander van een verbod op handel, diensten, investeringen en andere vormen van samenwerking die bijdragen aan de onrechtmatige bezetting, de apartheid en de etnische zuivering van Palestijnen? Zo nee, waarom niet?
Op 22 september 2026 worden de nationale maatregelen van kracht die ervoor zorgen dat goederen afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden worden geweerd van de Nederlandse markt.1 Het kabinet verwacht uw Kamer op korte termijn te kunnen informeren over de verkenning ten aanzien van diensten en investeringen.
Bent u voorstander van een verbod op de export van militaire goederen naar Israël die gebruikt kunnen worden ten behoeve van de mensenrechtenschendingen? Zo ja, worden de goederen uitgevoerd onder vergunningen NL0074CDIU0192355 (Delen, gereedschappen en technologie voor F-16 gevechtsvliegtuigen), NL0074CDIU0193354 (Zichtsysteem voor een voertuig), NL0074CDIU0189830 (Delen en technologie voor onderzeeboten) en NL0074CDIU0193376 (Elektronica voor helmen voor gebruik in militaire vliegtuigen) niet gebruikt in de bezette gebieden? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet toetst alle individuele vergunningaanvragen voor de uit- en doorvoer van militaire en dual-use goederen per geval zorgvuldig aan de relevante Europese exportcontrolekaders. Daar waar duidelijke risico’s bestaan dat militaire goederen of dual-use goederen kunnen worden gebruikt voor ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht wordt een vergunningaanvraag afgewezen.
In de praktijk betekent dit dat het kabinet alleen vergunningen toewijst voor de uitvoer van militaire goederen die enkel defensief kunnen worden ingezet, zoals onderdelen voor het Iron Dome-luchtafweersysteem, en voor uitvoer van goederen ten behoeve van productie of onderhoud waarbij het eindgebruik niet in Israël ligt. Dat geldt eveneens voor de genoemde vergunningen.
Bent u voorstander van het opschorten van visumvrij reizen voor kolonisten? Zo nee, waarom niet?
Israëliërs reizen visumvrij naar de EU, dat gaat op basis van nationaliteit.
Zijn Nederlandse diplomaten sinds uw aantreden op bezoek gegaan bij Palestijnse gemeenschappen die getroffen worden door kolonistengeweld en onwettige overbrenging en/of gedwongen verplaatsing of deportatie door de Israëlische autoriteiten? Zo nee, waarom niet? Bent u voornemens om hen daartoe te instrueren? Zo nee, waarom niet?
Ja, de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah brengt geregeld bezoeken aan gemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever die onder druk staan door nederzettinguitbreidingen en die geraakt worden door kolonistengeweld. Nederland steunt sinds 2023 het West Bank Protection Consortium, een samenwerkingsverband van maatschappelijke organisaties dat is opgericht om de gedwongen verplaatsing van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever te voorkomen. Het consortium biedt deze gemeenschappen materiële en juridische bijstand.
De situatie van Afghaanse evacués wat betreft het besluit over verblijfsvergunningen. |
|
Kati Piri (GroenLinks-PvdA), Lisa Westerveld (GroenLinks-PvdA) |
|
Berendsen , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u op de hoogte van de situatie van Afghaanse evacués die voor Nederland hebben gewerkt in Afghanistan die geen permanente verblijfsvergunning krijgen, zoals bijvoorbeeld beschreven in het NOS-artikel «Afghaanse tolken vragen uitzonderingspositie na besluit over verblijfsvergunning»?1
Ja.
Vindt u het terecht dat deze mensen, zonder wie Nederlanders in Afghanistan hun werk niet hadden kunnen doen en zelfs niet veilig waren geweest, nu geen permanente verblijfsvergunning krijgen terwijl zij veelal bijna vijf jaar hier zijn, aan de eisen voldoen maar nét buiten de boot vallen?
Met de inwerkingtreding van het Asiel- en Migratiepact is de asielvergunning voor onbepaalde tijd komen te vervallen. Dat betekent niet dat daarmee geen perspectief op langdurig en stabiel verblijf meer bestaat. Daarvoor blijven er in beginsel verschillende wettelijke verblijfsroutes beschikbaar. Welke route van toepassing is, hangt af van de individuele omstandigheden en het voldoen aan de daarvoor geldende voorwaarden. Een mogelijke route is bijvoorbeeld doorstroom naar de status van EU-langdurig ingezetene.
Bent u het eens met de stelling dat het schandalig is dat het deze mensen, zonder wie het Nederlandse militaire- en diplomatieke werk en politiewerk in Afghanistan onmogelijk was, zo moeilijk wordt gemaakt een nieuw leven op te bouwen in Nederland?
Het kabinet heeft zich ingespannen voor deze groep door hen vrijwel direct na aankomst in Nederland in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij hebben daarmee voorrang gekregen op andere asielzoekers die vaak geruime tijd hebben moeten wachten op de behandeling van hun asielaanvraag. Door deze versnelde vergunningverlening konden zij ook eerder uitstromen naar gemeenten en starten met het opbouwen van een leven in Nederland. Het niet beschikken over de Nederlandse nationaliteit staat daar evenmin aan in de weg. Met een verblijfsvergunning hebben zij rechtmatig verblijf in Nederland en kunnen zij deelnemen aan de samenleving, bijvoorbeeld door te werken, onderwijs te volgen en een toekomst in Nederland op te bouwen.
Bent u het eens met de stelling dat er bij deze groep geen sprake was van vluchten, maar dat deze mensen zijn geëvacueerd door Nederland zelf waardoor voor hen andere omstandigheden gelden?
Het kabinet heeft destijds op basis van objectiveerbare criteria besloten tot de overbrenging van deze afgebakende groep, omdat zij vanwege hun werkzaamheden voor Nederland mogelijk gevaar liepen op vervolging of ernstige schade door de Taliban. Het betrof een brede groep met een band met Nederland, waaronder ngo medewerkers van een ten laste van de BZ/BHOS-begroting gefinancierd project en personen die gewerkt hebben voor Defensie of een specifieke Nederlandse functionaris van EUPOL in Afghanistan in een voor het publiek zichtbare functie. Het ging dus niet enkel om lokaal personeel met een met een arbeidsovereenkomst met Nederland. Op die grond is aan hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. De overbrenging maakt geen verschil voor de geldende verblijfsrechtelijke procedure. Ook voor deze groep geldt het wettelijke kader dat van toepassing is op alle personen die in Nederland bescherming aanvragen.
Nederland heeft voor deze groep voorts een bijzondere inspanning verricht door hen over te brengen naar Nederland. Daarnaast hebben zij, zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 voorrang gekregen bij de verlening van een asielvergunning.
Wat vindt u van het feit dat zij in de asielprocedure zijn geplaatst terwijl zij niet gevlucht zijn, maar door Nederland zijn geëvacueerd als lokaal personeel?
Zie antwoord vraag 4.
Erkent u dat de Nederlandse overheid een verplichting heeft tegenover deze Afghanen en zij nadrukkelijk de verwachting heeft gewekt dat er na vijf jaar recht zou zijn op een permanente vergunning?
Het kabinet deelt niet de veronderstelling dat na vijf jaar automatisch recht zou ontstaan op een permanente verblijfsvergunning. Vanwege hun werkzaamheden voor Nederland en de veiligheidsrisico’s in Afghanistan heeft Nederland een bijzondere verantwoordelijkheid op zich genomen voor deze groep. Daarom zijn zij overgebracht en zijn hun asielaanvragen met voorrang behandeld.
De overbrenging naar Nederland laat echter onverlet dat betrokkenen de reguliere asielprocedure in Nederland doorlopen. Zoals ook toegelicht in de beantwoording van vraag 4 en vraag 5, is een permanent verblijfsrecht afhankelijk van de daarvoor geldende wettelijke voorwaarden. Aan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan geen automatisch recht op permanent verblijf na vijf jaar worden ontleend. Dit betekent echter niet dat betrokkenen na die periode Nederland moeten verlaten.
Kunt u zich voorstellen dat deze groep Afghanen zich onveilig voelt door het feit dat Nederland gesprekken voert met de Taliban – een regime dat mensenrechten met voeten treedt en Afghanen die voor NAVO-landen werkten hebben opgepakt, mishandeld en zelfs vermoord?
Nederland onderhoudt minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Nederland erkent de Taliban niet als legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking.
Kunt u uitsluiten dat vertegenwoordigers van de Taliban officieel geaccrediteerd worden in Nederland. Zo nee, hoe weegt u het risico van repressie van en wraak op Afghaanse diaspora en vluchtelingen in ons land?
Zie antwoord vraag 7.
Realiseert u zich dat door een opeenstapeling van vergunningen voor bepaalde tijd in plaats van een permanente verblijfsvergunning de arbeidsmarktpositie van de Afghanen onzekerder wordt en het risico op vaste contracten en daarmee inkomenszekerheid uit zicht raakt? Beseft u zich dat hierdoor het voldoen aan de inkomenseis voor de EU-vergunning langdurig ingezetene wordt bemoeilijkt?
Ik ben mij ervan bewust dat zekerheid over het verblijf in Nederland van belang kan zijn voor de positie van betrokkenen op de arbeidsmarkt. Met een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan iemand legaal in Nederland werken, een arbeidsovereenkomst aangaan en een vast contract aangaan.
Voor het verkrijgen van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen gelden wettelijke voorwaarden, waaronder een inkomenseis. Het voldoen aan deze voorwaarden wordt individueel beoordeeld en is afhankelijk van de persoonlijke situatie van de aanvrager.
Bent u bereid voor deze specifieke groep een oplossing te vinden?
Het Nederlandse asielstelsel is gebaseerd op het uitgangspunt dat voor iedereen die bescherming aanvraagt hetzelfde wettelijke kader geldt. Binnen dit kader zijn de asielaanvragen van deze groep met voorrang behandeld vanwege de bijzondere omstandigheden in Afghanistan en hun band met Nederland. Verder geldt dat er sprake is van voldoende verblijfs- en perspectiefmogelijkheden binnen het stelsel. Daarom zie ik zie ik geen aanleiding om voor deze groep een uitzonderingspositie te creëren.
Bent u bereid in het wetvoorstel over hoe het verkrijgen van een Nederlandse nationaliteit in de toekomst vorm wordt gegeven rekening te houden met de specifieke belangen van deze groep waaraan Nederland een ereschuld heeft? Wanneer kan de Kamer dit wetsvoorstel verwachten?
De verantwoordelijkheid die ten aanzien van betrokkenen is genomen, heeft destijds geleid tot hun overbrenging naar Nederland en een prioritaire behandeling van hun asielaanvragen. Voor het nationaliteitsrecht geldt echter als uitgangspunt dat de voorwaarden voor naturalisatie op gelijke wijze worden toegepast. Een afzonderlijke uitzondering voor deze groep past niet goed binnen de systematiek van de Rijkswet op het Nederlanderschap en zou raken aan de rechtsgelijkheid ten opzichte van andere personen die naturalisatie aanvragen.
Bent u bekend met het nieuws via Israël’s Channel 14 dat er een besluit is genomen om Palestijnen te verdrijven uit Gaza?1
Ja.
Kunt u bevestigen dat er onder leiding van de Israëlische veiligheidsraad een dergelijk besluit is genomen?
Nee. Het kabinet heeft geen toegang tot besluiten van de Israëlische veiligheidsraad tenzij deze informatie formeel naar buiten wordt gebracht.
Kunt u bevestigen dat het verdrijven van Palestijnen uit Gaza onderdeel zou zijn van de afspraken tussen de VS en Iran?
Nee.
Deelt het kabinet de mening dat een plan om Palestijnen uit Gaza te verdrijven, neer komt op etnische zuivering?
Het is onduidelijk of dergelijke plannen daadwerkelijk bestaan. Het uitgangspunt van het kabinet is dat Gaza toebehoort aan de Palestijnen. Het kabinet staat achter het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen en de inzet is erop gericht om de situatie in Gaza voor de Palestijnse burgers te verbeteren.
Welke consequentie verbindt het kabinet eraan als deze berichten kloppen?
Er is geen bevestiging dat deze plannen daadwerkelijk bestaan.
Kunt u deze vragen met spoed beantwoorden voor woensdag 1 juli?
Er is getracht om de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.
Gesprekken die zijn gevoerd met de Taliban |
|
Kati Piri (PvdA), Lisa Westerveld (GL) |
|
Bart van den Brink (CDA), Berendsen , Rob Jetten (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Gesprek Taliban en EU afgelopen, ook Nederland zat aan tafel»?1
Ja
Erkent u dat er ook Nederlandse ambtenaren bij de gesprekken zaten die zijn gevoerd met de Taliban in Brussel?
Ja
Zo ja, hoe kan het dat u tijdens het commissiedebat JBZ-Raad van 27 mei beweerde dat Nederlandse ambtenaren niet betrokken zijn bij de gesprekken?
Er was op dat moment nog geen sprake van een concrete uitnodiging aan de lidstaten.
Wanneer is het besluit genomen om ambtenaren van Nederland te laten deelnemen aan de gesprekken met de Taliban in Brussel? Wie waren er betrokken bij dit besluit?
Dit besluit werd op vrijdag 19 juni genomen door de Minister van Asiel en Migratie, in goed overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken.
Waarom is de Kamer hier niet over geïnformeerd?
Het gaat om een operationeel gesprek. EU-lidstaten, inclusief Nederland, hebben een week voorafgaand aan het gesprek de uitnodiging ontvangen voor dit gesprek in Brussel. Nederland onderhoudt minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Dit gesprek was hier onderdeel van. Naar aanleiding van deze uitnodiging is besloten dat een Nederlandse ambtenaar op werkniveau het gesprek zou bijwonen.
Is er over de deelname van een ambtenaar van het Ministerie van Asiel en Migratie aan het overleg advies ingewonnen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe luidde het advies?
Ja, het besluit is in goed overleg genomen. Deze inzet is in lijn met onze huidige positie ten aanzien van contact met de de facto autoriteiten.
Erkent u dat deze gesprekken een stap zijn richting de normalisering van het Taliban-regime en dat zij met deze gesprekken een podium hebben gekregen in het hart van onze Europese democratie? Zo nee, waarom niet?
Nee, het was een operationeel gesprek en het normaliseren van de relatie met het Taliban-regime is niet aan de orde.
Waarom zorgt u ervoor dat Nederland door Nederlandse ambtenaren te sturen bijdraagt aan het normaliseren van het wrede Taliban-regime?
Nederland erkent de Taliban niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Wel onderhoudt Nederland minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Het gesprek in Brussel past in dit kader.
Bent u het eens met Europarlementariër Raquel García Hermida-van der Walle, wiens instagrampost hierover een like van premier Jetten kreeg, dat het gesprek met de Taliban in Brussel «waanzin» is? Zo nee, waarom niet?
Nee, het betrof een operationeel gesprek. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Nederland erkent de Taliban niet als legitieme vertegenwoordiging van het Afghaanse volk.
Bent u het eens met Europarlementariër Raquel García Hermida-van der Walle, wiens Instagrampost hierover een like van premier Jetten kreeg, dat we onze geloofwaardigheid over mensenrechten volledig verliezen als we de Taliban voor een kopje thee in Brussel uitnodigen? Zo nee, waarom niet?
Dit betrof een operationeel gesprek. Nederland blijft zich onverminderd inzetten voor mensenrechten in Afghanistan. Dat doet Nederland via onder andere met steun aan VN organisaties en steun aan lokale mensenrechteninitiatieven. Ook blijft Nederland zich uitspreken tegen mensenrechtenschendingen door de de facto autoriteiten in Afghanistan, zowel in EU- als in VN-verband.
Is er sprake van eenheid van kabinetsbeleid, als ambtenaren van één ministerie deelnemen aan het gesprek met de Taliban, terwijl de premier zich op Instagram in felle bewoordingen uitlaat tegen het gesprek met de Taliban?
Ja
Vertegenwoordigt de Taliban volgens u het Afghaanse volk? Zo nee, waarom kiest u ervoor om ambtenaren wel met hen in gesprek te laten gaan en hen samen met vertegenwoordigers van de Europese Commissie en 14 andere EU-landen te verwelkomen in Brussel?
Nee. Nederland erkent de Taliban niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Wel onderhoudt Nederland minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. De Taliban zijn immers de feitelijke machthebbers in Afghanistan op dit moment. Het gesprek in Brussel past in dit kader.
Erkent u dat de gesprekken die zijn gevoerd met de delegatie van de Taliban een meerwaarde hadden voor het regime? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is deze precies en vindt u dat de mogelijkheid om Afghanen misschien terug te kunnen sturen waard?
De reden voor de de facto autoriteiten om deze gesprekken aan te gaan is ons niet bekend.
Wat is er precies besproken tijdens de gesprekken? Kunt u op korte termijn een verslag aan de Kamer doen toekomen?
De operationele stappen van een mogelijke terugkeerprocedure zijn besproken. Het gaat om een operationeel gesprek, hiervan wordt zoals gebruikelijk geen afschrift gestuurd naar de Tweede Kamer.
Sluit Nederland uit dat officiële vertegenwoordigers van het Taliban-regime in Nederland geaccrediteerd worden? Zo nee, waarom niet?
Nederland erkent de Taliban niet als legitieme vertegenwoordiging van het Afghaanse volk. Erkenning is ook niet aan de orde.
Wat zijn de eisen die de Taliban hebben neergelegd in ruil voor het terugsturen van uitgeprocedeerde Afghanen?
Het gaat om een operationeel gesprek over de stappen in een mogelijke terugkeerprocedure, hiervan wordt zoals gebruikelijk geen afschrift gestuurd naar de Tweede Kamer.
Is er gesproken over de veiligheid van deze mensen? Zo ja, wat is hierover besproken? Zo nee, waarom niet?
De operationele stappen van een mogelijke terugkeerprocedure zijn besproken.
Is er gesproken over de mensenrechtensituatie in Afghanistan, en met name de situatie van vrouwen en meisjes die in Afghanistan onderdrukt worden? Zo ja, wat is er besproken, zo nee, waarom niet?
Onderwerp van gesprek waren de operationele stappen van een mogelijke terugkeerprocedure.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en voor de start van het zomerreces beantwoorden?
De vragen zijn afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoord.
Voortgezette samenwerking met Walraven via Aurexys bv |
|
Laurens Dassen (Volt), Kati Piri (PvdA) |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Wist u, op het moment dat u instemde met de overdracht van de contracten naar Aurexys bv, dat de strafrechtelijk vervolgde verdachten achter DTS Armory daar aandeelhouder van waren? Zo ja, waarom heeft u die overdracht dan toch gefaciliteerd?
Voorzover bekend zijn de eigenaren van Aurexys B.V. niet onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld. Defensie houdt zich aan de Europese aanbestedingsregelgeving waarin is geregeld dat partijen behoren te worden uitgesloten van deelname aan Europese aanbestedingen, indien zij in een periode van vier jaar voorafgaande aan het indienen van een inschrijving, bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak zijn veroordeeld. Defensie verlangt bij de aanvang van een aanbesteding van de deelnemende partijen een verklaring dat zij niet onherroepelijk zijn veroordeeld voor bijvoorbeeld fraude of omkoping. Ook in dit geval is deze lijn gevolgd.
Aurexys bv heeft dezelfde eigenaar als DTS Armory en de verdachten achter DTS Armory waren er aandeelhouder van. Waarom beschouwt u dit dan toch als «een ander bedrijf»?
Defensie doet, in de gevallen waar u met uw vraag op doelt, zaken met een rechtspersoon en niet met een natuurlijk persoon. Aurexys B.V. is een andere rechtspersoon dan DTS Armory B.V. en kan daardoor zelfstandig overeenkomsten aangaan.
Klopt het dat u al sinds 15 november 2025 wist dat de wapenvergunning van DTS Armory was ingetrokken wegens verdenking van fraude? Waarom is er pas ná de publicaties van Follow the Money ingegrepen, en is de Kamer hierover niet eerder geïnformeerd? Deelt u de conclusie dat hier dus geen sprake was van daadkrachtig optreden?
De overheveling van het contract van DTS Armory B.V. naar Aurexys B.V. is direct na kennisneming van het intrekken van de erkenning in het kader van de Wet Wapens en Munitie op 15 november 2025 in gang gezet en heeft geleid tot het ondertekenen van een overeenkomst op 3 december 2025. Er was op dat moment geen aanleiding om deze overheveling aan de Tweede Kamer te melden. De eerste publicatie van Follow the Money was op 13 maart 2026.
U stelde in De Balie dat Defensie «meteen» had gehandeld en niet meer met Walraven zou samenwerken, maar stelde in het Kamerdebat dat lopende contracten gewoon doorlopen. Hoe duidt u deze tegenstrijdigheid?
Het klopt dat wij geen zaken meer doen met het aan de heer W. gelieerde bedrijf DTS Armory B.V. vanwege het ontbreken van de juiste vergunningen, maar het klopt niet dat wij op dit moment geen zaken doen met andere aan hem gelieerde bedrijven. Ik maak daarom van deze gelegenheid gebruik om mijn uitspraak bij De Balie te verhelderen. Naar aanleiding van een opmerking van een andere gespreksdeelnemer inzake het intrekken van een vergunning op grond van de Wet Wapens en Munitie van een aan de heer W. gelieerd bedrijf, reageerde ik onder andere met: «daarna is ook meteen gehandeld vanuit Defensie dat we met deze persoon niet meer kunnen samenwerken». Daarmee bedoelde ik niet de heer W. persoonlijk, maar het betreffende aan dhr. W. gelieerde bedrijf DTS Armory B.V. De heer W. is niet onherroepelijk veroordeeld en daarom is er in dit geval ook geen grond tot het op voorhand uitsluiten van een aan hem gelieerde rechtspersoon.
In het debat zei u: «Dat is niet waar. Er is geen persbericht.» Via uw woordvoerder werd dit later bijgesteld tot: er is geen persbericht «waarin melding wordt gemaakt van een specifieke leverancier». Erkent u dat dit twee wezenlijk andere uitspraken zijn en dat uw oorspronkelijke ontkenning niet juist was aangezien het persbericht over deze levering openbaar op de website van Defensie staat?1
Een van de onderwerpen waarover ik met uw Kamer heb gesproken tijdens het Commissiedebat Materieel van 3 juni 2026, is de levering van boten door een aan de heer W. gelieerd bedrijf. Daarna was er verschil van inzicht met uw Kamer over het al dan niet uitgegaan zijn van een persbericht over de levering van de boten. Ik merkte op dat Defensie daarover geen persbericht heeft uitgegeven en bedoelde daarmee een persbericht waarin specifieke aantallen of leverancier(s) vermeld zijn. Er is vanuit Defensie op 4 juni 2025 een persbericht uitgegaan over een maritiem steunpakket voor Oekraïne. Vorig jaar is in dat persbericht een indicatie gegeven van het aantal te leveren boten, maar is geen exact aantal genoemd noch welke partij(en) deze levert. In een Kamerbrief van 17 juni 2025 over het verslag van de NAVO bijeenkomst gehouden op 5 juni 2025 te Brussel en voorafgegaan door een bijeenkomst van de Ukraine Defence Contact Group (UDCG) op 4 juni 2025, zijn wel specifieke aantallen genoemd.2
Defensie bevestigt «zaken te doen met bedrijven waar de heer Walraven aan gelieerd is». Om welke bedrijven en bedragen gaat het en is hierbij ook de drone-onderneming Hyllus bv betrokken, waarvan Walraven gevolmachtigde is?
Defensie maakt deze informatie niet openbaar. Ik bied uw Kamer aan om hier in een vertrouwelijke technische briefing nader op in te gaan.
Voor welk totaalbedrag heeft Defensie inmiddels contracten gesloten met DTS Armory, Aurexys bv en andere aan Walraven gelieerde bedrijven en wat is daarvan tot op heden daadwerkelijk in Oekraïne geleverd? Hoe kan de Kamer controleren of deze honderden miljoenen aan gemeenschapsgeld doelmatig zijn besteed?
Zie antwoord vraag 6.
Bent u bereid de samenwerking met álle bedrijven waarbij Walraven betrokken is daadwerkelijk te beëindigen en te garanderen dat de overige partijen in het Oekraïne-project hun werk zonder zijn betrokkenheid kunnen voortzetten? Zo nee, waarom niet ook gezien uw eerdere uitspraak in De Balie?
Zie antwoord vraag 4.
Kunt u deze vragen één voor één afzonderlijk beantwoorden, vóór de voortzetting van het commissiedebat Materieel op 10 juni?
Vanwege de samenloop in beantwoording zijn enkele vragen gecombineerd.
Opnieuw een verdrijving van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met berichten dat de Israëlische Minister van Financiën heeft aangekondigd de inwoners van een Palestijns dorp in het E1-gebied, Khan Al-Ammar, uit hun huis te zetten uit wraak voor een mogelijk arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof?1
Ja.
Klopt het dat het E1-gebied de tweestatenoplossing onmogelijk maakt en altijd een rode lijn is geweest voor de Europese Unie (EU) en voor Nederland? Zo nee, waarom niet?
Het standpunt van Nederland en de EU ten aanzien van het nederzettingenbeleid is bekend: dit is tegen internationaal recht. De plannen voor nederzettingen in E1-gebied bestaan al lange tijd en zijn omstreden omdat de bouw ervan de Westelijke Jordaanoever zou opsplitsen en een tweestatenoplossing ernstig zou bemoeilijken. Nederland heeft het besluit tot de ontwikkeling van Israëlische nederzettingen in E1-gebied, die bij implementatie neerkomen op verdere annexatie van delen van de Westelijke Jordaanoever, dan ook veroordeeld. Ook tekende Nederland op 22 mei jl. een door het Verenigd Koninkrijk geïnitieerde leidersverklaring waarin Israël wordt opgeroepen dit plan een halt toe te roepen en waarin bedrijven worden opgeroepen niet mee te dingen bij de aanbesteding voor de bouw van E1.
Veroordeelt u de aangekondigde verdrijving van Palestijnen uit Khan Al-Ammar? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet veroordeelt deze aangekondigde verdrijving.
Kunt u, net als de Duitse regering, de Israëlische regering waarschuwen dat er absoluut geen huisuitzettingen mogen plaatsvinden? Zo nee, waarom niet?2
Nederland veroordeelt het Israëlische nederzettingenbeleid, waaronder huisuitzettingen, en acht de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig. Dit draagt Nederland zowel voor- als achter de schermen consistent uit. Zie ook het antwoord op vraag 2. Nederland tekende op 22 mei jl. een door het Verenigd Koninkrijk geïnitieerde leidersverklaring, waaronder met Duitsland, waarmee hiertoe wordt opgeroepen.
Bent u bereid om openlijk te pleiten voor opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo nee, waarom niet?
Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken Handel van 22 mei jl. heeft het kabinet onderstreept dat Israël van koers moet veranderen en dat de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen, waaronder de opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord, middelen tot dat doel zijn, en geen doel op zichzelf. Op dit moment ontbreekt het draagvlak onder EU-lidstaten voor de door de Commissie voorgestelde maatregelen. Het kabinet zal zich in lijn met relevante moties en toezeggingen aan het parlement blijven inzetten voor het vergroten van dit draagvlak, ook in bilaterale contacten met EU-lidstaten. In dat kader heeft het kabinet tijdens de Raad het belang benadrukt van een voortzetting van de discussie over het Commissievoorstel voor een gedeeltelijke opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord. Tot dusverre ontbreekt het aan het benodigde draagvlak voor bovengenoemde maatregelen.
Bent u bereid om in de EU initiatief te nemen voor een EU-breed verbod op de import van goederen uit de illegale nederzettingen, dan wel een algemeen verbod op economisch verkeer met de illegale nederzettingen? Zo nee, waarom niet?
Nederland heeft tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juni jl. aangegeven, mede in het kader van de eigen verplichtingen onder internationaal recht, te werken aan nationale maatregelen tegen producten uit illegale nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Hierbij onderstreepte Nederland wederom dat EU-maatregelen effectiever zijn en daarom de voorkeur hebben. Nederland verzocht om een analyse van de naleving van het beleid met betrekking tot de export van goederen uit illegale nederzettingen uit de Bezette Gebieden. Tevens verzocht Nederland de Commissie om opties voor mogelijke maatregelen, waaronder maatregelen om de invoer van goederen uit illegale nederzettingen, te voorkomen. Dit verzoek van Nederland kreeg steun van een grote groep van lidstaten. HV Kallas heeft daarop toegezegd in aanloop naar de volgende Raad Buitenlandse Zaken van 13 juli de Commissie te vragen opties voor mogelijke maatregelen, waaronder maatregelen om de invoer van goederen uit illegale nederzettingen te voorkomen, en een beoordeling van de reikwijdte van kwesties die verband houden met de oorsprongsregels te presenteren.
Welke consequenties hebben de verdrijvingen voor de bilaterale relatie tussen Nederland en Israël?
Deze berichten passen in een bredere trend van ontwikkelingen in Israël en de Palestijnse Gebieden waar het kabinet zich zorgen over maakt. Het kabinet gebruikt combinatie van druk en dialoog om gedragsverandering bij Israël te bewerkstelligen. Door dialoog te behouden, kunnen kritische boodschappen worden overgebracht. Zie daarnaast de antwoorden op vragen 2, 5 en 6.
Bent u bereid om extra nationale maatregelen te nemen als in de EU de opschorting van het handelsdeel van het Associatieakkoord uitblijft? Zo nee, waarom niet?
Nederland zet zich in voor het creëren van draagvlak voor een voortzetting van de discussie over het Commissievoorstel voor een gedeeltelijke opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord. Op dit moment ontbreekt dit draagvlak. Daarnaast pleit het kabinet voor handelspolitieke EU-maatregelen tegen de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden.
Op nationaal niveau richt het kabinet zich op een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van de nationale maatregelen tegen handel in goederen uit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden die het kabinet op 22 mei jl. aanhangig heeft doen maken voor spoedadvies bij de Raad van State. Het ontwerpbesluit met het voorstel voor nationale maatregelen ziet alleen toe op goederen; niet op diensten en investeringen. Voor nationale maatregelen tegen goederen is een duidelijke grondslag beschikbaar in het Unierecht, maar voor diensten en investeringen heeft het kabinet een dergelijke evidente grondslag (nog) niet gevonden. Een dergelijke grondslag is noodzakelijk in verband met de exclusieve bevoegdheid van de EU op het gebied van handelspolitiek. Om recht te doen aan de urgentie van de situatie en de oproep vanuit uw Kamer om de nationale maatregel zo spoedig mogelijk tot stand te laten komen, is niet verder gewacht bij het opstellen van de nationale maatregel jegens goederen. Het kabinet zal doorgaan met het onderzoeken van de verdere (juridische) mogelijkheden ten aanzien van diensten en investeringen.
Bent u bereid om op korte termijn de Kamer te informeren over de mogelijkheden voor de verbreding van het aangekondigde verbod op de import van goederen uit de illegale nederzettingen naar het een verbod op economisch verkeer van diensten en investeringen met de illegale nederzettingen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 8.
Het stopzetten van het luchtalarm |
|
Barbara Kathmann (PvdA), Kati Piri (PvdA), Songül Mutluer (PvdA) |
|
Aerdts , Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u nader toelichten waarom er geen middelen zijn gevonden om het luchtalarm als middel in crisissituaties te behouden, zoals aangekondigd in uw brief van 18 mei 2026?1
Op 9 juni 2026 is er een brief gestuurd over de inrichting van een nieuwe civiel militaire waarschuwingsketen.2 In deze brief heb ik uw Kamer, mede namens de Minister van Defensie, geïnformeerd dat wij een nieuwe civiel-militaire waarschuwingsketen gaan realiseren. Onderdeel hiervan is een nieuw innovatief sirenenetwerk, in aanvulling op NL-Alert. Een nadere toelichting staat in deze brief.
Hoeveel geld zou het structureel kosten om het luchtalarm na 1 januari 2028 alsnog te behouden?
Zie antwoord vraag 1.
Ziet u mogelijkheden om het luchtalarm in de toekomst te dekken met de aanvullende Defensiemiddelen in het kader van de nationale weerbaarheid?
Zie antwoord vraag 1.
Deelt u de analyse dat het afsluiten van het luchtalarm onwenselijk is, gezien het belang van redundantie in de crisiscommunicatie? Is het niet in elke situatie beter als het luchtalarm en NL-Alert (of alternatieven) naast elkaar bestaan?
Zie antwoord vraag 1.
Hoe kijkt u naar het gegeven dat het horen van het luchtalarm en het ontvangen van een NL-Alert een andere lading heeft voor de toehoorder? Waarop baseert u dat het luchtalarm en NL-Alert dezelfde staat van paraatheid teweegbrengt bij burgers?
Zie antwoord vraag 1.
Erkent u dat, in een heftige ramp of crisis, ook sprake kan zijn van sabotage van mobiele netwerken? Waarop baseert u dat NL-Alert in dergelijke situaties altijd bruikbaar zal zijn?
NL-Alert is afhankelijk van de openbare mobiele netwerken. Uit onderzoek is gebleken dat NL-Alert volstaat als alerteringsmiddel in vredestijd. NL-Alert is robuust en er wordt gewerkt om aan het hoogste niveau van informatiebeveiliging te voldoen, maar geen systeem is onfeilbaar. Bij een scenario van ernstige hybride en militaire dreigingen, waarbij een statelijke actor zeer zware en geavanceerde middelen kan inzetten om infrastructuur (waaronder de mobiele netwerken) te ontwrichten, is het kwetsbaar om enkel over NL-Alert te beschikken. Vanwege het ontbreken van een civiel-militaire waarschuwingsketen (van detectie tot en met alertering van de bevolking) bij luchtdreigingen, is in 2025 een verkenning gestart naar wat er nodig is voor de inrichting van een robuuste en redundante civiel-militaire waarschuwingsketen. Hierbij is in beeld gebracht welke aanvullende mogelijkheden en middelen, naast NL-Alert, geschikt zijn om burgers te kunnen alerteren in dit specifieke scenario. Hieruit is een advies naar voren gekomen om deze civiel-militaire waarschuwingsketen robuust en redundant in te richten. Voor het inrichten van een robuust en redundante waarschuwingsketen is het nodig een tweede alerteringsmiddel naast NL-Alert te hebben. Dit tweede middel dient complementair te zijn aan NL-Alert, en op een andere infrastructuur te draaien. Een nieuw innovatief sirenenetwerk geeft het beste antwoord op de vraag.
Is het bereik van NL-Alert, met een stabiele dekking van 92%, voldoende om in een crisissituatie iedereen te bereiken? Hoe verwacht u dit bereik te vergroten?
Het primaire alerteringsmiddel bij rampen en crises in Nederland is al enige jaren NL-Alert. NL-Alert kent via de verschillende distributiekanalen al jaren een stabiel bereik van circa 92% van de bevolking. Naast alarmering biedt NL-Alert ook informatie over een crisis, handelingsperspectief en doorverwijzingen naar aanvullende informatiebronnen. Naast verspreiding van NL-Alerts via de mobiele telefoons worden NL-Alerts ook via andere kanalen verspreid om zoveel mogelijk mensen te bereiken. Zo is NL-Alert te zien op digitale reclameschermen en digitale reisinformatieschermen van trein, bus, tram en metro en via schermen in publieke ruimten zoals huisartsenpraktijken en ziekenhuizen.
Er wordt continu gewerkt om het bereik van NL-Alert verder te vergroten. Onder andere via publiekscampagnes van NL-Alert, maar ook via eventuele technische en functionele aanpassingen van NL-Alert en de distributiekanalen zoals de NL-Alert app. Ook is de publiekscampagne van NL-Alert erop gericht dat bij ontvangst van een NL-Alert, men ook anderen hierover informeert. De NL-Alert app is mede ontwikkeld voor mensen die aan de grens wonen en soms verbonden zijn met buitenlandse zendmasten en hierdoor niet altijd NL-Alerts ontvangen en voor mensen voor wie een NL-Alert niet altijd duidelijk is. Voor mensen met een auditieve of visuele beperking kent de NL-Alert app toegankelijkheidsfuncties om het bericht te ontvangen en beter te kunnen begrijpen. De NL-Alert app wordt verder ontwikkeld en verbeterd waarbij specifiek rekening wordt gehouden met mensen met een auditieve of visuele beperking. Zo wordt momenteel samen met de belangengroepen gewerkt aan het verbeteren van toegankelijkheid van NL-Alert voor de dovengemeenschap door NL-Alert in de Nederlandse Gebarentaal toe te voegen aan de app.
Kunt u onderbouwen dat een alternatief systeem als NL-Alert, waar mensen een telefoon voor nodig hebben, goed digitaal toegankelijk is?
NL-Alert maakt gebruik van cell broadcast techniek waardoor tekstberichten direct naar mobiele telefoons worden doorgestuurd, ook bij overbelasting van het openbare telecommunicatienetwerk. Mensen hoeven zelf niets te doen om een bericht te kunnen ontvangen. Een NL-Alert bericht wordt in zo makkelijk mogelijke taal geschreven (B1-niveau). Daarnaast zijn er andere distributiekanalen waarlangs een bericht ontvangen kan worden (zie de beantwoording bij vraag 7). Ook is de publiekscampagne van NL-Alert erop gericht dat bij ontvangst van een NL-Alert, men ook anderen hierover informeert.
Daarnaast wordt NL-Alert continu doorontwikkeld en verbeterd. Zo wordt er gewerkt aan de informatiebeveiliging, maar ook aan de toegankelijkheid, waarbij specifiek rekening wordt gehouden met mensen met een auditieve of visuele beperking.
Bent u bekend met Project Särimner, een Zweedse infrastructuur waarin «datanodes» worden gebouwd die in het geval van sabotage of verstoring onafhankelijk van elkaar crisisinformatie kunnen uitwisselen?2
Ja, ik ben op hoofdlijnen bekend met dit project.
Bent u bereid om een oplossing zoals Project Särimner nader te onderzoeken als aanvulling op de nationale crisisinfrastructuur?
Op dit moment wordt daar in relatie tot het WAS niet naar gekeken omdat er vanuit mijn ministerie al een verkenning is gedaan wat er nodig is om een robuuste en redundante civiel-militaire waarschuwingsketen in te richten. Hieruit is het
advies voortgekomen om een nieuw sirenenetwerk in te richten naast NL-Alert.
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en nog vóór het commissiedebat over nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing van 10 juni 2026 beantwoorden?
Het is helaas niet gelukt om deze beantwoording voor het commissiedebat nationale veiligheid, weerbaarheid, brandweer en crisisbeheersing te beantwoorden.
Toegang tot abortusmedicatie in de VS |
|
Kati Piri (PvdA), Lisa Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) |
|
Berendsen , Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Met pillen kunnen vrouwen in de VS nu nog zelf kiezen voor abortus»?1
Ja.
Deelt u de mening dat het van groot belang is dat personen toegang hebben tot veilige abortuszorg? Deelt u de afschuw over het feit dat vrouwen in de Verenigde Staten (VS) in toenemende mate de toegang tot veilige abortuszorg wordt ontnomen?
Het kabinet staat pal voor de gezondheid en rechten van vrouwen en meisjes wereldwijd. Het is zorgwekkend dat deze rechten en toegang tot veilige abortus soms onder druk staan. De inzet van het kabinet blijft erop gericht om, in gezamenlijkheid met andere landen, internationale afspraken op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten te beschermen.
Deelt u de zorgen dat anti-abortusbewegingen, ook in de EU en Nederland, vaak gesteund en soms zelfs gefinancierd worden door organisaties uit de VS? Deelt u de mening dat dit onwenselijk is en dat wij als Nederland, ook binnen de context van de EU, pal voor het recht op abortuszorg moeten staan?
Het kabinet deelt de zorgen over buitenlandse financiering van bewegingen die erop gericht zijn toegang tot abortuszorg te beperken of te ondermijnen. Ook deelt het kabinet de mening dat dit onwenselijk is. Nederland zet zich binnen de EU actief in voor SRGR, inclusief toegang tot veilige abortus. Tegelijkertijd respecteert het kabinet de vrijheid van lidstaten om eigen keuzes te maken rondom abortus beleid, aangezien dit een nationale competentie behelst.
Deelt u de analyse dat met een eventueel verbod op het middel mifepriston een chilling effect kan optreden en angst bij hulpverleners, met uiteindelijk ook als gevolg dat vrouwen, met name vrouwen in een kwetsbare positie, belemmerd worden in de toegang tot abortuszorg?
Een verbod op het versturen van mifepriston zal de toegang tot abortuszorg beperken. Niet alleen voor vrouwen in een kwetsbare situatie, maar voor alle vrouwen in staten waar geen toegankelijke abortuszorg is. Echter, onlangs heeft het Hooggerechtshof bepaald dat het per post versturen van mifepriston vooralsnog is toegestaan. Hierdoor blijft het voor vrouwen in staten waar abortus verboden is mogelijk om – tot een bepaald aantal weken – een zwangerschapsafbreking te ondergaan.
Heeft u contact gehad met de Amerikaanse autoriteiten over het eventuele verbod? Zo ja, op welk niveau en wat wordt er in deze contacten gewisseld? Zo nee, waarom niet? Bent u bereid om in gesprek te gaan met de regering Trump of de Amerikaanse ambassadeur over (toegang tot) abortuszorg en het mogelijke verbod op mifepriston?
Nederland is continu in gesprek met de VS, zoals via de Nederlandse ambassade in Washington. De Amerikaanse regering is goed op de hoogte van het Nederlandse standpunt ten aanzien van SRGR en vrouwenrechten. Nederland zet zich namelijk actief in voor SRGR, inclusief toegang tot veilige abortus, onder meer binnen multilaterale fora, in EU-verband en via SRGR-programmering.
Deelt u de mening dat Nederland een voortrekkersrol moet vervullen bij de bescherming en bevordering van de rechten, gezondheid en positie van vrouwen en meisjes wereldwijd? Kunt u toelichten welke concrete stappen u momenteel zet om deze rol invulling te geven, en welke aanvullende maatregelen of ambities u voor de komende periode voor ogen heeft?
Ik zie het belang om als Nederland een leidende rol te vervullen op het vlak van SRGR en vrouwenrechten. Deze thema’s, inclusief toegang tot veilige abortus, staan wereldwijd onder druk door de groeiende antirechtenbewegingen. Dit kabinet zal zich inzetten voor SRGR, vrouwenrechten en gendergelijkheid, zowel diplomatiek als via programma’s op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.
Op welke concrete wijze wenst u uitvoering te geven aan de motie Kröger c.s. over zich internationaal actief uitspreken tegen het inperken van vrouwenrechten, lhbtiq+-rechten en seksuele- en reproductieve rechten en gezondheidszorg?
Het kabinet blijft zich internationaal actief uitspreken tegen het inperken van vrouwenrechten, lhbtiq+-rechten en seksuele- en reproductieve gezondheid en rechten samen met gelijkgezinde partners. Mijn collega Minister Sjoerdsma heeft besloten om SheDecides Champion te worden. Hiermee geeft hij een duidelijk signaal over het belang dat NL hecht aan toegang tot veilige abortus. Binnen de Equal Rights Coalition zal NL een proactieve rol vervullen door regionale en landspecifieke ontwikkelingen te agenderen en gezamenlijke inzet te bevorderen. Ook de Mensenrechtenambassadeur en de ambassadeur vrouwenrechten en gendergelijkheid zullen tijdens hun reizen de toenemende druk op de rechten van vrouwen en lhbtiq+- personen aan de orde stellen.
Bent u bereid deze vragen ieder afzonderlijk te beantwoorden voor het besluit van het Hooggerechtshof met betrekking tot de verstrekking van mifepriston?
Uw vragen zijn zo spoedig mogelijk beantwoord. Uw vragen zijn gesteld op de dag dat het Hooggerechtshof een tijdelijke uitspraak deelde. Het is daarmee niet gelukt de vragen voor de uitspraak te beantwoorden.
Het bericht ‘Minister laat Gazanen met geldig visum nog altijd niet naar Nederland komen’ |
|
Kati Piri (PvdA), Hanneke van der Werf (D66) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat Nederland, in tegenstelling tot andere Europese landen, geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om Gazanen met een Nederlands studievisum via een internationaal konvooi Gaza te laten verlaten?1
Deelt u de opvatting dat er weinig aanleiding kan zijn om personen van wie door de IND is vastgesteld dat zij recht hebben op tijdelijk studiegerelateerd verblijf in Nederland, geen mogelijkheid te bieden Gaza te verlaten?
Bent u, mede gelet op recente uitspraken van de Raad van State en de rechtbank over uw inspanningsverplichting richting Gazaanse MVV-houders, bereid zich ervoor in te spannen dat Nederlandse visumhouders kunnen deelnemen aan een volgend konvooi, zodat zij in Jordanië hun visumsticker kunnen ophalen?
Wilt u deze vragen zo snel mogelijk en uiterlijk binnen een week beantwoorden?
Gesprekken die op EU-niveau worden gevoerd met de Taliban |
|
Kati Piri (PvdA), Lisa Westerveld (GL) |
|
Berendsen , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het Euractiv-artikel waarin vermeld staat dat er voor de zomer gesprekken gevoerd zullen worden tussen EU-ambtenaren en een Talibandelegatie met als doel om Afghanen mogelijk terug te sturen?1
Ja
Bent u door de Europese Commissie of andere betrokken landen op de hoogte gesteld van deze gesprekken?
Ja
Zullen er ook Nederlandse ambtenaren deelnemen aan deze gesprekken? Op welke manier is Nederland betrokken bij deze gesprekken?
EU-lidstaten, inclusief Nederland, hebben de week voorafgaand aan het gesprek de uitnodiging ontvangen voor dit gesprek in Brussel. Nederland onderhoudt minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Dit gesprek was hier onderdeel van. Naar aanleiding van deze uitnodiging is besloten dat een Nederlandse ambtenaar op operationeel niveau het gesprek zou bijwonen.
Kunt u de Kamer informeren over wat er besproken zal worden met de Talibandelegatie?
Op 16 oktober jl., hebben verschillende lidstaten, waaronder Nederland, een brief gestuurd aan Eurocommissaris Brunner met de oproep om op Europees niveau vrijwillige terugkeer van personen zonder verblijfsrecht in de EU te stimuleren en de mogelijkheden voor gedwongen terugkeer naar Afghanistan te onderzoeken, voor lidstaten die dat willen. Uw Kamer heeft een afschrift van deze brief ontvangen2. De Commissie heeft gevolg gegeven aan deze oproep door over deze onderwerpen op operationeel niveau met de facto autoriteiten te spreken. De gesprekken in Brussel waren een voortzetting hierop.
Klopt het dat de gesprekken als doel hebben om mensen met de Afghaanse nationaliteit waaronder asielzoekers in Europa terug te sturen naar Afghanistan? Zo ja, over welke doelgroep gaat het?
Zie antwoord op vraag 4.
Ziet u Afghanistan als een veilig en vrij land, specifiek voor bijvoorbeeld vrouwen en meisjes en mensen die in het verleden kritiek hebben geuit op de Taliban?
De situatie in Afghanistan is onverminderd ernstig, in het bijzonder voor vrouwen en meisjes, die te maken hebben met vergaande beperkingen van hun rechten en vrijheden. In het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan is rekening gehouden met de zeer kwetsbare positie van vrouwen en meisjes.
Als er Afghaanse asielzoekers terug zouden worden gestuurd naar Afghanistan, kunt u dan zeker weten dat zij daar geen gevaar zullen lopen zoals verplicht onder het non-refoulement principe? Zo ja, hoe?
Zoals ook benadrukt in antwoord op vraag 6, is de situatie in Afghanistan onverminderd ernstig, in het bijzonder voor vrouwen en meisjes, die te maken hebben met vergaande beperkingen van hun rechten en vrijheden. Het niet naleven van deze leefregels kan voor vrouwen en meisjes verstrekkende gevolgen hebben voor hun veiligheid, bewegingsvrijheid, toegang tot onderwijs, werk en maatschappelijke participatie.
In de systematiek van het tot stand komen van landgebonden asielbeleid wordt er op basis van de informatie uit het door Buitenlandse Zaken gepubliceerde ambtsbericht gekeken welke (groepen) personen risico lopen op vervolging of ernstige schade. Een geüpdatet versie van het landgebonden asielbeleid is 28 mei jl. met uw Kamer gedeeld. Wanneer daarvan sprake is, verzet het beginsel van non-refoulement zich tegen afwijzing van de asielaanvraag. Afhankelijk van de mate van vervolging kan er worden geoordeeld dat er sprake is van groepsvervolging of kan een risicoprofiel worden aangewezen. Uiteindelijk gaat het om een individuele beoordeling waarbij geldt dat ook personen die niet onder groepsvervolging vallen of niet zijn aangemerkt als risicoprofiel nog steeds in aanmerking kunnen komen voor bescherming. In het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan is rekening gehouden met de zeer kwetsbare positie van vrouwen en meisjes.
Momenteel leidt die individuele beoordeling bij Afghaanse vrouwen en meisjes in vrijwel alle gevallen tot vergunningverlening. Nederland blijft zich in EU- en VN-verband inzetten voor het beschermen van mensenrechten, en roept in deze gremia de Taliban op om mensenrechten te beschermen, in het bijzonder de rechten van vrouwen en meisjes, te respecteren in overeenstemming met internationale verdragsverplichtingen.
Is het terugsturen van Afghaanse vrouwen en meisjes naar een land waar zij zeer onderdrukt leven niet überhaupt onethisch?
Zie antwoord vraag 7.
Ziet u de Taliban als een normale gesprekspartner?
Nederland erkent het Taliban-regime niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Wel onderhoudt Nederland minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. De gesprekken in Brussel passen in dit kader.
Bent u van mening dat een dergelijke bijeenkomst een stap zet in de richting van het erkennen van het Talibanregime? Acht u dat wenselijk? Zo nee, waarom niet?
Nee, het onderhouden van minimale operationele contacten is geen stap richting erkenning van het Taliban regime. Het kabinet steunt het initiatief van de Europese Commissie en gelooft dat er middels het operationele EU spoor mogelijk een handelingsperspectief is om terugkeer naar Afghanistan vanuit EU lidstaten te bevorderen. Erkenning van het Taliban regime is niet aan de orde.
Kunt u deze vragen voor het eerstvolgende commissiedebat op 27 mei a.s. over de JBZ-Raad beantwoorden?
Nee.
Visa voor Russische staatsburgers |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «IND vernedert Buitenlandse Zaken» in de NRC, d.d. 29 april 2026?1
Ja.
Klopt het dat Nederland in 2025 aan duizenden Russische zeelieden visa heeft verstrekt? Hoeveel daarvan zijn werkzaam op de Russische schaduwvloot? Hoeveel daarvan zijn werkzaam op schepen die Russische ruwe grondstoffen vervoeren, zoals het schip Sergey Bodrov, dat met de export van nikkel een belangrijke bijdrage levert aan de Russische oorlogskas?
Nederland weigert op grond van de Europese sanctiepakketten de toegang tot havens en sluizen aan Russisch gevlagde schepen, aan EU-gesanctioneerde schepen en aan schepen die gelieerd zijn aan gesanctioneerde personen of entiteiten. Zeevarenden op deze schepen kunnen daarom niet aan- en afmonsteren in Nederlandse havens. Er worden dan ook geen visa uitgegeven voor deze doeleinden. Nederland verstrekt visa conform de geldende Europese regelgeving, waaronder de Europese Visumcode en de Europese richtsnoeren inzake de afgifte van visa met betrekking tot Russische aanvragers. Deze richtsnoeren leggen geen extra beperkingen op voor zeevarenden. Russische zeevarenden kunnen in lijn met EU regelgeving derhalve een Schengenvisum krijgen. Het klopt dat in 2025 een groot aantal visa is verstrekt aan Russische zeevarenden die in Nederland moeten aan- of afmonsteren. Op Nederlands gevlagde schepen werken ook Russische zeevarenden. Het beleid ten aanzien van Russische zeevarenden is op 1 september 2025 echter aangescherpt. Uitsluitend Russische zeevarenden die varen voor bij de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Rederijen (KVNR) aangesloten rederijen mogen gebruikmaken van de versnelde Blue Carpet-procedure. Overige zeevarenden moeten de reguliere procedure doorlopen, waarvoor een beperkt aantal slots beschikbaar is. In alle gevallen is een officiële uitnodiging van de rederij vereist. Uitnodigingen van tussenpersonen/uitzendbureaus worden niet meer geaccepteerd. Sinds 1 september 2025 is de geldigheidsduur beperkt tot negen maanden (multiple entry) met een maximale verblijfsduur van 15 dagen, sindsdien is een dalende trend zichtbaar in het aantal afgegeven visa.
Het is niet bekend hoeveel Russische zeevarenden werkzaam zijn op de Russische schaduwvloot of op schepen die Russische ruwe grondstoffen vervoeren, omdat deze schepen onder een buitenlandse vlag varen of soms zelfs onder een valse vlag.
Hoe rechtvaardigt u dat Russische zeelieden dankzij de visumverlening van Nederland activiteiten kunnen ontplooien die de Russische staatskas spekken, terwijl onafhankelijke Russische journalisten, fotografen en kunstenaars zonder «vestigingsgevaar» de toegang tot Nederland wordt geweigerd?
Russische zeevarenden en Russische journalisten, fotografen en onafhankelijke kunstenaars kunnen gebruikmaken van de reguliere aanvraagprocedures.
Binnen de ruimte die de Europese regelgeving biedt, zet Nederland zich in voor een zorgvuldige en integrale beoordeling van aanvragen van Russische journalisten en mensenrechtenverdedigers mede gelet op het belang dat het kabinet hecht aan persvrijheid, culturele uitwisseling en de bescherming van mensenrechten. Russische mensenrechtenverdedigers en journalisten maakten op basis van motie Dobbe (kamerstuk: 32 735, nr. 386) eerder aanspraak op multiple entry visa.2
Visumaanvragen worden in alle gevallen conform de Europese Visumcode individueel beoordeeld. Van de voorwaarde dat het voornemen moet bestaan om het grondgebied van de Lidstaten tijdig te verlaten, kan niet worden afgeweken.
Op individuele visumaanvragen kan het kabinet niet ingaan.
Bent u bekend met de motie Dobbe c.s. (Kamerstuk 32 623-346) over het verschaffen van een veilige multi-entry toegang voor mensenrechtenactivisten en journalisten voor het geval zij gevaar lopen in Syrië, die destijds van Minister Veldkamp de appreciatie «oordeel Kamer» kreeg en met een brede meerderheid door de Tweede Kamer is aangenomen?
Ja.
Bent u bereid om, in de geest van deze motie, Russische mensenrechtenactivisten, journalisten en kunstenaars een multi-entry visum te verschaffen? Zo nee, waarom niet?
Als het gaat om Schengenvisa (visa voor kort verblijf) kunnen mensenrechtenverdedigers en journalisten gebruik maken van de reguliere aanvraagprocedure, hierbij wordt getoetst op de voorwaarden zoals vastgelegd in de EU Visumcode, o.a. ten aanzien van tijdige terugkeer.
In Rusland maken familieleden, mensenrechtenverdedigers en journalisten aanspraak op kort verblijf visa met een langere geldigheidsduur.
Naar de letter van motie Dobbe c.s. (kamerstuk: 32 735, nr. 386) over multiple-entry Schengenvisa aan Russische mensenrechtenverdedigers en journalisten kan er voor deze groep ook bij een eerste aanvraag een meerjarig visum worden afgegeven. Aan deze motie is het afgelopen jaar in een aantal specifieke gevallen uitvoering gegeven. In het belang van betrokkenen kan over deze gevallen geen publieke informatie worden verstrekt.
Waarom begint de bezwaartermijn bij een visumbesluit al voordat de aanvrager zijn paspoort heeft opgehaald en te horen heeft gekregen waarom de aanvraag is afgewezen?
Als een visumaanvraag door de Minister van Buitenlandse Zaken is afgewezen kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Deze termijn vangt op grond van artikel 6:8 van de Awb aan op de dag nadat besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Van bekendmaking is sprake indien het besluit aan de aanvrager of zijn gemachtigde is toegezonden of uitgereikt. De bezwaartermijn vangt dus pas aan nadat een aanvrager of zijn gemachtigde te horen heeft gekregen waarom de aanvraag is afgewezen. In algemene zin kan worden gesteld dat als de Immigratie- en Naturalisatiedienst in een individuele zaak constateert dat de geregistreerde uitreikingsdatum niet overeenkomt met de daadwerkelijke uitreikingsdatum, aan de hand van de daadwerkelijke uitreikingsdatum wordt beoordeeld of het bezwaar tijdig is ingediend.
Vindt u niet dat het rechtvaardig zou zijn om, wanneer het voor de aanvrager praktisch onmogelijk is om binnen vier weken na het visumbesluit zijn paspoort op te halen, de bezwaartermijn pas na ophalen van het paspoort te laten aanvangen? Zo nee, waarom niet?
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 6 vangt de bezwaartermijn pas aan nadat het besluit bekend is gemaakt. Als de bezwaartermijn wordt overschreden beoordeelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst bovendien op grond van artikel 6:11 van de Awb of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Of dat het geval is, hangt af van de omstandigheden van het individuele geval. De aanvrager kan zich ook laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, die bevoegd is het visum namens hem of haar op te halen.
De materieelafhankelijkheden van de Nederlandse krijgsmacht |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Derk Boswijk (CDA) |
|
|
|
|
Kunt u op hoofdlijnen aangeven in welke capaciteitsdomeinen Defensie structureel afhankelijk is van leveranciers buiten de Europese Unie?
Nederland werkt samen met Europese bondgenoten om als Europa meer verantwoordelijkheid te nemen voor onze veiligheid. Het Kabinet doet publiekelijk geen inhoudelijke uitspraken over afhankelijkheden van andere landen.
In zijn algemeenheid geldt dat de keuze voor een bepaald wapensysteem altijd een afhankelijkheid van de (buitenlandse) leverancier oplevert, zowel voor de initiële levering, voor de levering van de bijbehorende munitie, als voor de instandhouding zoals door de levering van reservedelen. Defensie maakt altijd een risico-inschatting van de continuïteit van de leverancier en beperkt het risico van een dergelijke afhankelijkheid door het aanleggen van (inzet)voorraden munitie en reservedelen, de aanschaf van onderhoudsdocumentatie en het onderhoud (deels) in eigen beheer te nemen. Voor elk project worden daarin afgewogen keuzes gemaakt, die per project kunnen verschillen.
In de Economische Beleidsanalyse Defensie-industrie (Kamerstuk 31 125, nr. 143) wordt onder meer onderzocht op welke capaciteitsgebieden in Nederland en Europa afhankelijkheden kunnen worden gemitigeerd.
In welke van deze capaciteitsdomeinen is sprake van een single source-situatie, waarbij op korte of middellange termijn geen volwaardig Europees alternatief voorhanden is?
Zie antwoord vraag 1.
Welke aspecten van operationele soevereiniteit vormen volgens u de meest kwetsbare afhankelijkheden, en welke hiervan acht u het meest urgent om te mitigeren?
Zie antwoord vraag 1.
Kunt u per capaciteitsdomein duiden of er sprake is van een volwassen Europees alternatief, een Europees alternatief in ontwikkeling, of het geheel ontbreken van een Europees alternatief?
Zie antwoord vraag 1.
Welke afwegingscriteria hanteert u bij de keuze tussen een Europese en een niet-Europese leverancier en welk gewicht krijgt strategische autonomie in die afweging ten opzichte van prijs, levertijd en interoperabiliteit?
De geopolitieke ontwikkelingen vragen dat Europa meer verantwoordelijkheid neemt voor de eigen veiligheid en meer rekening houdt met strategische autonomie en leveringszekerheid. Dat vraagt om een vitale defensie-industrie die beter kan bijdragen aan de behoefte van de krijgsmacht (Beleidsbrief Defensie april 2026 – Kamerstuk 36 800, nr. 78). Defensie laat om deze reden herkomst – binnen de grenzen van het aanbestedingsrecht – steeds zwaarder meewegen in de keuzes voor materieel, naast kwaliteit, prijs en levertijd (Actieagenda Productie- en Leveringszekerheid – Kamerstuk 36 410, nr. 93 – en de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie – Kamerstuk 31 125, nr. 125). Defensie kijkt daarom naar Nederlandse en Europese leveranciers voor de levering van militair materieel en munitie, voor zover de operationele gereedheid en de veiligheid van onze mensen dit toelaten. Daarnaast wordt bij de afweging gekeken naar risico’s in de leveringsketen, afhankelijkheden van derde landen en de mate waarin interoperabiliteit binnen NAVO- en EU-verband is geborgd.
Bent u bereid om bij verwervingsbeslissingen expliciet mee te wegen dat een Europese leverancier, ondanks bijvoorbeeld een eventueel hogere prijs of latere leverdatum op dit moment, bijdraagt aan het structureel opbouwen van Europese industriële capaciteit?
Bij de aanschaf van materieel laat Defensie, naast kwaliteit, prijs, levertijd, strategische autonomie en leveringszekerheid ook de herkomst van het materieel meewegen voor zover dit binnen de huidige (aanbestedings-)regelgeving mogelijk is. Bij voorkeur kiest Defensie voor Nederlandse of Europese leveranciers. Indien leveranciers uit Nederland of Europa onvoldoende kunnen voorzien in de defensiebehoefte, kijkt Defensie naar andere potentiële aanbieders. Orders zijn een belangrijke factor in de mogelijkheid van defensiegerelateerde bedrijven om op te kunnen schalen en nieuwe producten te kunnen ontwikkelen. Daarom heeft Defensie in de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie aandacht voor «industrieversterkend inkopen». Defensie beziet per casus waar dit instrument kan worden toegepast, conform de ambities die het kabinet in het coalitieakkoord heeft opgenomen. Hierbij houdt Defensie oog voor de operationele gereedheid van de krijgsmacht en de veiligheid van onze militairen. Indien Europese of Nederlandse leveranciers niet (tijdig) kunnen voorzien in de behoefte van de krijgsmacht, beziet Defensie parallel hoe soortgelijke capaciteiten kunnen worden opgebouwd in samenwerking met internationale partners.
Kunt u reflecteren op de balans tussen kwaliteit en kwantiteit in het Nederlandse materieelbeleid en toelichten in hoeverre de lessen uit Oekraïne, waar voorraaddiepte, verliestolerantie en industriële opschaalbaarheid cruciaal zijn gebleken, aanleiding geven om die balans te herijken?
Vanwege de geopolitieke situatie ligt de focus van Defensie op versterking en vernieuwing van de krijgsmacht, op versneld toewerken naar militaire paraatheid en innovatie, en op het scheppen van de voorwaarden om het gevecht langere tijd te kunnen volhouden. Defensie is volop bezig om binnen de vastgestelde kaders de plannen en maatregelen hiervoor uit te werken. Hierbij wordt rekening gehouden met de vereisten die moderne oorlogsvoering aan de krijgsmacht stelt. Hierover wordt uw Kamer in de Defensienota 2026 nader geïnformeerd. Duidelijk is dat in het materieel- en industriebeleid de balans moet worden gevonden tussen vervanging en vernieuwing van bestaande capaciteiten evenals ontwikkeling van nieuwe capaciteiten en toepassing van innovatieve technologieën. Defensie zet zich in om de productiemogelijkheden van militair materieel in Nederland en Europa op te schalen. Naast investeringen in zwaardere bemenste wapensystemen, zet Defensie ook in op onbemenste en goedkopere wapensystemen. Vanuit een operationeel en financieel perspectief streeft Defensie naar een mix van hoogtechnologische en laagtechnologische middelen. De verwerving van onbemenste systemen hoort daarbij. Het gaat naast afwegingen van kwaliteit en kwantiteit ook om aspecten zoals tijdige beschikbaarheid en herkomst van materieel, en de wijze waarop Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen zo goed mogelijk worden betrokken.
In welke Europese instrumenten en programma’s participeert Nederland gericht op het afbouwen van niet-Europese afhankelijkheden en in welke projecten vervult Nederland een leidende of substantieel meedragende rol?
Nederland neemt deel aan verschillende EU-programma’s die zich richten op versterking van de Europese defensie-industrie. Momenteel neemt Nederland en de Nederlandse industrie bijvoorbeeld deel aan het Europees Defensiefonds, dat zich richt op onderzoek en ontwikkeling. Daarnaast is Nederland voornemens om ook deel te nemen aan het Europees Defensie-Industrie Programma (EDIP).
Welke instrumenten zet u in om de Nederlandse industrie en kennisinstellingen te positioneren in die Europese ontwikkelingsprogramma’s en acht u deze instrumenten afdoende?
Defensie heeft instrumenten waarmee Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen worden ondersteund bij het deelnemen aan Europese programma’s als het Europees Defensiefonds (EDF) en het Europees Defensie-industrie Programma (EDIP). Zo heeft Defensie budgetten beschikbaar waarmee de deelname van industrie en instituten aan het EDF wordt gefinancierd. Ook heeft Defensie budget beschikbaar om bedrijven en instituten in staat te stellen om deel te nemen aan ontwikkelingsactiviteiten van het Europees Defensie Agentschap (EDA). Tenslotte financiert Defensie de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) om Nederlandse bedrijven te ondersteunen die willen deelnemen aan Europese ontwikkelingsprogramma’s. Aangezien de defensiegerelateerde ontwikkelprogramma’s in het volgende Meerjarig Financieel Kader van de EU in aantal en omvang zullen toenemen, is het te verwachten dat de instrumenten van Defensie op termijn moeten worden opgeschaald. De exacte omvang van die opschaling is nu nog niet goed in te schatten.
Op welke termijn en met welke concrete mijlpalen verwacht u de meest kritische niet-Europese afhankelijkheden afgebouwd of gemitigeerd te hebben?
Zie antwoord op de vragen 1 tot en met 4.
Kunt u deze vragen ruimschoots voor het commissiedebat Materieel op 3 juni 2026 beantwoorden?
Ja.
Het werkbezoek aan Marokko |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «De lange arm van Marokko: actiegroep waarschuwt Kamer voor spionage en intimidatie in Nederland»?[1]
Ja.
Heeft u bij uw werkbezoek aan Marokko bij uw ambtsgenoot aangedrongen te stoppen met de spionage en intimidatie van Marokkaanse Nederlanders in Nederland? Zo nee, waarom niet?
De Nederlandse overheid is alert op ongewenste buitenlandse inmenging van andere landen in Nederland. Wanneer het kabinet constateert dat er sprake is van statelijke inmenging, worden landen hier consequent op aangesproken. Het staat andere landen, ook Marokko, vrij om banden te onderhouden met mensen met de Marokkaanse nationaliteit die in Nederland wonen. Voor alle landen geldt: mits dit geschiedt op basis van vrijwilligheid en binnen de grenzen van onze rechtsstaat. Deze boodschap wordt structureel en breed uitgedragen door de Nederlandse overheid. Ook in de goede en open relatie met Marokko.
Heeft u uw ambtsgenoot aangesproken op de arrestatie van meer dan vijfduizend mensen die vorig jaar demonstreerden tegen corruptie en de staat van de gezondheidszorg in Marokko? Zo nee, waarom niet?
Ik heb tijdens mijn bezoek een breed scala aan onderwerpen besproken met mijn ambtsgenoot. De demonstraties en arrestaties waar u naar verwijst zijn bij dit eerste bezoek niet aan bod gekomen. Recht op demonstratie en vrijheid van meningsuiting zijn een groot goed, en worden ook in gesprekken met Marokkaanse autoriteiten besproken.
Heeft u gepoogd om het mensenrechtenvraagstuk expliciet in de gezamenlijke verklaring op te nemen? Zo nee, waarom niet?
We hebben met Marokko een open en gelijkwaardige dialoog waarbinnen ook mensenrechten aan bod komen. Tijdens het bezoek van Minister Bourita aan Nederland in december 2025 is daarnaast afgesproken een informele bilaterale mensenrechtendialoog op te zetten. Dit voornemen is expliciet opgenomen in de gezamenlijke verklaring van het bezoek van december jl. Opnieuw vastleggen was daarom niet nodig in onze optiek. Met Marokko werken we aan het laten plaatsvinden van de informele bilaterale mensenrechtendialoog in Nederland later dit jaar.
Heeft u bij dit werkbezoek, in lijn met de breed aangenomen motie Piri en Dobbe (Kamerstuk 32 735, nr. 407), de druk op de Marokkaanse regering opgevoerd om Nasser Zefzafi en andere politieke gevangenen vrij te laten? Zo ja, op welke manier heeft u dat tijdens dit werkbezoek gedaan? Zo nee, waarom niet? Op welke manier bent u dan wel voornemens om de motie uit te voeren?
In het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 20 oktober 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3265) informeerde ik u over de manier waarop uitvoering is gegeven aan de motie Piri en Dobbe (Kamerstuk 32 735, nr. 407). De Nederlandse zorg over politieke gevangenen, zoals de heer Zefzafi, is op hoogambtelijk niveau uitgesproken. Nederland zal zich hier sterk voor blijven maken.
Kunt u bovenstaande vragen elk afzonderlijk beantwoorden? [1] EW Magazine, 25 maart 2026, «De lange arm van Marokko: actiegroep waarschuwt Kamer voor spionage en intimidatie in Nederland» (https://www.ewmagazine.nl/buitenland/article/2026/03/lange-arm-marokko-intimidatie-activisten-nederland-109409w/)
Ja.
De veiligheid van supporters op het WK-voetbal in de Verenigde Staten, Mexico en Canada |
|
Mohammed Mohandis (GroenLinks-PvdA), Kati Piri (PvdA) |
|
Mirjam Sterk (CDA), Berendsen |
|
|
|
|
Hoe weegt u de waarschuwing van Amnesty International dat het WK 2026 ernstige mensenrechtenrisico’s met zich meebrengt?1
Het kabinet heeft hiervan kennisgenomen en volgt de ontwikkelingen in de betrokken landen onder andere via rapportages van onze ambassades en maatschappelijke organisaties.
Hoe kijkt u tegen het gegeven aan dat de FIFA en de Amerikaanse autoriteiten nog geen enkele garantie hebben geboden dat fans veilig zullen zijn voor etnisch profileren, willekeurige invallen of onwettige detentie en uitzetting?
De Amerikaanse regering heeft benadrukt supporters uit alle landen te verwelkomen om hun teams aan te moedigen. Daarnaast heeft de FIFA een mensenrechtenbeleid vastgesteld, gebaseerd op de VN-richtlijnen voor bedrijfsleven en mensenrechten, dat oproept tot het respecteren en bevorderen van alle internationaal erkende mensenrechten, inclusief bescherming tegen discriminatie, willekeurige detentie en uitzetting. Op basis hiervan stelt het kabinet dat er voldoende basis is voor een veilig bezoek door Nederlandse supporters aan het WK.
Wat is uw inschatting ten aanzien van de risico’s voor Nederlandse voetbalsupporters in de Verenigde Staten, gezien vraag 2?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken adviseert Nederlanders over reizen naar de Verenigde Staten via het reisadvies. De kleurcode van het reisadvies voor de Verenigde Staten is groen. Dat betekent dat Nederlanders daarheen kunnen reizen en dat hen wordt geadviseerd de veiligheidsrisico’s te lezen. Het kabinet raadt Nederlandse supporters zich goed voor te bereiden op hun reis door het reisadvies te raadplegen.
Baart het u zorgen dat de waarnemend directeur van de US Immigration and Customs Enforcement (ICE) heeft gesteld dat ICE een «key part» gaat spelen bij het veiligheidsapparaat rondom het WK?2 Zo nee, waarom niet?
De wijze waarop de gastlanden de veiligheid van het WK en zijn bezoekers waarborgen, is primair een interne aangelegenheid van die landen. Het kabinet gaat ervan uit dat Nederlanders die de geldende regels en procedures voor inreis en verblijf in de Verenigde Staten, Canada en Mexico, volgen, het WK zonder problemen kunnen bijwonen.
Hoe wordt de veiligheid van Nederlandse voetbalsupporters geborgd gezien de willekeurige arrestaties, etnisch profileren door o.a. ICE en de onwettige detenties en uitzetting?
Zie het antwoord op vraag 4.
Ziet u ook een rol voor uzelf weggelegd om de veiligheid van Nederlandse voetbalsupporters te borgen? Zo ja, op welke wijze?
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken stelt voor alle landen reisadviezen op om reizigers te informeren over de risico’s die zij tijdens een verblijf kunnen lopen. Reizigers worden aangemoedigd deze adviezen ter harte te nemen bij hun besluitvorming en voorbereiding op een reis.
Eenmaal in het land zijn de lokale autoriteiten verantwoordelijk voor de veiligheid; dit is een soevereine bevoegdheid. In geval van een incident kunnen Nederlandse burgers een beroep doen op consulaire bijstand van de Nederlandse ambassade ter plaatse. In geval van een crisis zal de ambassade consulaire bijstand verlenen en samenwerken met de lokale autoriteiten. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid van personen in het land blijft daarbij bij de autoriteiten van dat land berusten.
Heeft u contact met Amerikaanse autoriteiten over de veiligheid van Nederlandse voetbalsupporters tijdens het WK 2026? Zo ja, wat komt er uit die gesprekken? Zo nee, waarom niet?
Er zijn doorlopend contacten met de Amerikaanse autoriteiten over de voorbereidingen op het WK 2026. Consulaire aangelegenheden, zoals de veiligheid van supporters, zijn daarbij ook onderwerp van gesprek. Op basis van deze gesprekken constateert het kabinet dat de Amerikaanse autoriteiten zich met zorg voorbereiden op het aanstaande WK. Daarnaast heeft de Amerikaanse regering benadrukt supporters uit alle landen te verwelkomen om hun teams aan te moedigen.
Bent u bekend met het aflopen van de consultatieperiode voor de voorgestelde wijziging van de aanvraagprocedure voor een ESTA-vergunning, waardoor reizigers o.a. worden verplicht hun sociale mediaprofielen te registreren?3
De consultatieperiode is op 9 februari jl. verstreken en de Amerikaanse autoriteiten verwerken momenteel de ontvangen feedback. Er is nog geen definitief besluit genomen en het is nog niet duidelijk of – en in welke vorm – het voorstel wordt geïmplementeerd. Het kabinet volgt de ontwikkelingen rond de Amerikaanse inreisregels en zal Nederlandse reizigers bij relevante wijzigingen informeren via het reisadvies.
Wat is het resultaat van deze consultatie geweest? Wordt de aanvraagprocedure voor een ESTA-vergunning aangescherpt?
Zie het antwoord op vraag 8.
Deelt u de mening dat het zeer onrechtvaardig is dat er een inreisverbod voor burgers uit 19 landen is ingesteld waaronder de vier deelnemende landen Haïti, Iran, Ivoorkust en Senegal, en dat bezoekers uit Algerije, Kaapverdië en Tunesië tot 15.000 dollar moeten betalen om een reisvergunning te krijgen?
Het instellen van inreisregels is een nationale aangelegenheid. Het is niet aan het kabinet om een oordeel te vellen over de rechtvaardigheid van deze maatregelen.
Wilt u zich inzetten om de toegang tot het WK 2026 voor alle supporters, inclusief die uit andere landen, zo goed mogelijk te waarborgen, ook in samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB)?
Nederland volgt de voorbereidingen op het WK 2026 nauwlettend, onder meer via de betrokken Nederlandse vertegenwoordigingen in de Verenigde Staten, Mexico en Canada, en voeren hierover gesprek met de organiserende landen en de FIFA. Daarbij zet het kabinet zich in voor een zo veilig en positief mogelijk verloop van het toernooi voor de supporters van het Nederlands elftal en van Curaçao. Waar relevant wordt daarbij samengewerkt met de Nederlandse voetbalbond KNVB en de Curaçaose voetbalbond FFK.
Deelt u de mening dat het eerlijk zou zijn als voetbalsupporters gecompenseerd worden door de Amerikaanse autoriteiten als zij om vage en ongegronde redenen ofwel door kritiek op de regering-Trump worden geweigerd bij de grens, terwijl ze al veel geld hebben uitgegeven voor het bezoeken van het WK? Zo ja, op welke wijze gaat u hier tractie aan geven? Zo nee, waarom niet?
De toelating tot de Verenigde Staten, inclusief de gronden voor weigering, is een nationale bevoegdheid van de Amerikaanse autoriteiten. Dit is wereldwijd gebruikelijk en geldt ook voor Nederland. Er is geen rol voor de Nederlandse overheid bij het aanvragen of bevorderen van schadeclaims in geval van weigering van toegang tot een ander land.
Hoe kijkt u aan tegen het hoge geweldsniveau in Mexico aan, in het bijzonder in en rondom speelstad Guadalajara?
Geweld in Mexico wordt in belangrijke mate gedreven door georganiseerde misdaad en kartel gerelateerd geweld. Drugsbendes zijn vooral actief in gebieden met kleurcode oranje, maar kan ook in gebieden met kleurcode geel voorkomen, zoals in en rond Guadalajara. De Mexicaanse autoriteiten treffen in aanloop naar het WK 2026 aanvullende veiligheidsmaatregelen om risico’s te beperken. Het Nederlands elftal noch het elftal van Curaçao zal in Guadalajara spelen indien zij doorgaan na de groepsfase.
Hoe schat u de veiligheidsrisico’s voor voetbalsupporters in Mexico in? Bent u in gesprek met Mexicaanse autoriteiten om de veiligheid van supporters te waarborgen?
Hoewel de algemene veiligheidssituatie in delen van Mexico onderwerp van aandacht blijft, verwachten de Mexicaanse autoriteiten dat de risico’s voor voetbalsupporters tijdens het WK beheersbaar zijn. Buitenlanders zijn in principe geen doelwit van de georganiseerde misdaad, al kunnen zij onbedoeld betrokken raken bij geweld. De Mexicaanse autoriteiten hebben aangegeven uitgebreide maatregelen te treffen om de veiligheid te waarborgen, waaronder extra inzet van veiligheidspersoneel en crowd control rond stadions en fanzones.
Nederland volgt de voorbereidingen op het WK 2026, onder meer via de betrokken post in Mexico. Daarbij is ook aandacht voor de veiligheidssituatie en de maatregelen van de Mexicaanse autoriteiten. Relevante informatie wordt, waar nodig, verwerkt in het reisadvies voor Mexico.
Wat wordt de precieze rol van de Taskforce WK 2026?
De Taskforce WK 2026 is een samenwerkingsverband van de Rijksoverheid, veiligheidspartners en de KNVB. De Taskforce heeft tot doel in geval van een crisis rondom het WK de Nederlandse inzet te coördineren, onder meer door consulaire dienstverlening te ondersteunen en de samenwerking tussen betrokken partijen te faciliteren. De KNVB richt zich daarnaast ook op de organisatie van en ondersteuning rond een zo positief mogelijke beleving voor Nederlandse supporters.
Op welke wijze gaat de Taskforce WK 2026 de veiligheid van Nederlandse supporters waarborgen?
De veiligheid van Nederlandse supporters is primair de verantwoordelijkheid van de lokale autoriteiten in de gastlanden. Tijdens het WK staan de Nederlandse ambassades en consulaten in contact met Nederlanders die zich hebben geregistreerd bij de Informatieservice van Buitenlandse Zaken. Via deze registratie kunnen zij, waar nodig, worden voorzien van informatie en veiligheidsaanbevelingen. Daartoe staan de Ambassades en consulaten in nauw contact met de hiervoor genoemde lokale autoriteiten. Ook kunnen Nederlanders consulaire hulp vragen in geval van nood. Er zullen consulaire teams aanwezig zijn in de speelsteden van Nederland en Curaçao.
Het bericht 'Iraniërs worden van alle kanten bedreigd, ook uit naam van 'democraat' Pahlavi'' |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Berendsen , David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Iraniërs worden van alle kanten bedreigd, ook uit naam van «democraat» Pahlavi» van Nieuwsuur, d.d. 19 april 2026?1
Ja.
Bent u bekend met signalen van intimidatie tegen Iraanse Nederlanders die zowel tegen het regime van de ayatollahs als tegen de terugkeer van de zoon van de sjah zijn? Zo ja, waar bestaan die signalen uit?
Het kabinet herkent dergelijke signalen. Naar aanleiding van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten hebben verschillende gesprekken met groepen binnen de Iraanse diaspora plaatsgevonden. Daaruit komt een gedifferentieerd beeld naar voren. Zorgen zijn onder meer geuit over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de gevolgen voor familieleden en vrienden aldaar. Ook klonken zorgen over spanningen binnen de Iraanse diaspora en over gevoelens van onveiligheid die hier in Nederland worden ervaren. Het kabinet blijft de situatie in het Midden-Oosten nauwlettend volgen en continueert de gesprekken met verschillende groepen binnen de Iraans-Nederlandse gemeenschappen.
Staat u direct of indirect in contact met de Iraanse diaspora in Nederland, ook met de Iraanse Nederlanders die zowel tegen het regime van de ayatollahs als tegen de terugkeer van de zoon van de sjah zijn? Zo ja, ervaren deze groepen druk vanuit het Iraanse regime dan wel vanuit kringen rondom de zoon van de sjah? Zo nee, bent u bereid met deze groepen in contact te treden?
Zie antwoord vraag 2.
Hoeveel aangiftes zijn er gedaan vanwege misdrijven gericht tegen Iraanse Nederlanders waaronder doxing? Wat is de stand van zaken van deze aangiftes?
Daar waar naar aanleiding van een aangifte voldoende verdenking is van strafbare feiten, kan het OM een strafrechtelijk onderzoek starten. Er vindt geen aparte registratie plaats ten aanzien van de vraag of een strafrechtelijk onderzoek verband houdt met een mogelijk motief vanuit de context van diasporaproblematiek. Het Openbaar Ministerie doet geen mededelingen over eventueel lopende onderzoeken naar aanleiding van aangiftes.
Acht u het nodig dat Iraanse Nederlanders beter beschermd gaan worden tegen vormen van intimidatie waaronder strafbare feiten? Zo ja, aan welke maatregelen denkt u? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet is bekend met het algehele dreigingsbeeld vanuit statelijke actoren – ook ten aanzien van de specifieke dreiging vanuit Iran.2 Voortdurend en op basis van het dreigingsbeeld wordt daarbij bezien wat mogelijk is om dreigingen te voorzien, verstoren, verijdelen en/of mitigeren.
Bij vermoedens van bijvoorbeeld bedreigingen richting Iraanse diaspora kan er melding of aangifte worden gedaan bij de politie. De politie behandelt deze meldingen en aangiftes zorgvuldig en heeft daarbij oog voor de huidige internationale situatie.
In lijn met eerdere toezeggingen aan en moties van uw Kamer, werkt het kabinet aan de totstandkoming van een centraal meldpunt buiten de Rijksoverheid.3 Daar moeten slachtoffers van ongewenste buitenlandse inmenging terecht kunnen voor een luisterend oor en advies op handelingsperspectief.
Is de politie extra alert op bedreigingen van Iraniërs in Nederland? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 5.
De deelname van Taiwan aan multilaterale organisaties |
|
Kati Piri (PvdA), Tom van der Lee (GL) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Op welke manier geeft u uitvoering aan de motie van het lid Paternotte c.s. Kamerstuk 26 150, nr. 227), de motie van de leden Van der Burg en Paternotte (Kamerstuk 35 207, nr. 94) en de motie van het lid Piri c.s. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2871) die allen het kabinet oproepen om voor betekenisvolle deelname van Taiwan aan multilaterale organisaties te pleiten?
In lijn met de drie genoemde moties, blijft het kabinet zich inzetten voor betekenisvolle deelname van Taiwan aan internationale bijeenkomsten, waar dit in het belang is voor de internationale gemeenschap, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid van de burgerluchtvaart, het tegengaan van klimaatverandering, volksgezondheid en internationale criminaliteitsbestrijding. Dat geldt ook voor betekenisvolle deelname door Taiwan aan technische samenwerking en bijeenkomsten in WHO-kader.
Bent u bereid om, net als vorig jaar, voorafgaand en tijdens de eerstvolgende World Health Assembly publiekelijk stelling te nemen dat Taiwan aan de bijeenkomsten van de WHO zou moeten mogen deelnemen?
Ja. Net als vorig jaar is Nederland ook dit jaar met een aantal gelijkgestemde landen opgetrokken om in de aanloop naar de World Health Assembly (WHA) (18-23 mei jl.) te ijveren voor betekenisvolle deelname van Taiwan, onder andere als waarnemer bij de WHA. Ook in het algemeen WHA-debat heeft Nederland op 19 mei jl. een verklaring uitgesproken waarin Taiwan wordt genoemd in de context van betekenisvolle deelname.
De aanstaande Toetsingsconferentie van het NPV in New York |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Op welk niveau is Nederland vertegenwoordigd bij de aanstaande Toetsingsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag (NPV) in New York van 27 april tot 22 mei?
Nederland is tijdens de 11e Toetsingsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag (NPV) van 27 april tot en met 22 mei 2026 op hoogambtelijk en ambtelijk niveau vertegenwoordigd. De Nederlandse delegatie wordt geleid door onze ontwapeningsambassadeur, tevens Permanent Vertegenwoordiger bij de Ontwapeningsconferentie te Genève. Tijdens het opening/high level segment in de eerste week is Nederland vertegenwoordigd door de directeur-generaal Politieke Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, die zich in het buitenland onder de titel van Vice-Minister mag presenteren. De delegatie bestaat verder uit vertegenwoordigers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken vanuit Den Haag, de permanente vertegenwoordigingen in New York, Genève, Wenen en de ambassade in Washington, met specifieke verantwoordelijkheden voor de verschillende onderdelen van het Non Proliferatie Verdrag (ontwapening, non proliferatie, vreedzaam gebruik).
Kunt u de Nederlandse inzet voor de Toetsingsconferentie delen met de Tweede Kamer, zoals is gedaan voor de vorige Toetsingsconferenties in 2015 en 2022 (Kamerstuk 33 783, nr. 48)?
Ja. Hiertoe verwijs ik u naar de Nederlandse inzet zoals is uiteengezet in de Kamerbrief «De Nederlandse inzet voor de NPV Toetsingsconferentie 2026» (Kamerstuk 33 783, nr. 53), die op 17 april 2026 aan uw Kamer is gestuurd.
Is de naleving van het NPV in letter en geest nog steeds kabinetsbeleid? Zo nee, waarom niet?
Ja. De naleving van het NPV in letter en geest is en blijft kabinetsbeleid.
In de Kamerbrief van 17 april 2026 wordt het NPV expliciet beschreven als de hoeksteen van de mondiale veiligheid op het gebied van nucleaire wapenbeheersing, non-proliferatie en ontwapening. Het kabinet benadrukt daarin dat de drie pijlers van het NPV als gelijkwaardig en onderling verbonden worden beschouwd en dat Nederland zich inzet voor alomvattende, onomkeerbare en controleerbare nucleaire ontwapening in lijn met artikel VI. Nederland houdt zich onverminderd aan de verplichtingen uit het NPV en andere relevante verdragen en afspraken. Tegelijk blijft gelden dat een wereld waarin NAVO-bondgenoten eenzijdig ontwapenen en andere landen niet, voor Nederland geen veiligere wereld is. Zolang kernwapens bestaan in de wereld, blijft de NAVO een nucleaire alliantie en blijft nucleaire afschrikking een essentiële rol spelen bij het behouden van strategisch evenwicht en het voorkomen van de inzet van kernwapens.
Kunt u deze vragen beantwoorden voor aanvang van de Toetsingsconferentie?
De vragen zijn zo snel mogelijk beantwoord. Daarbij verwijs ik naar de Kamerbrief «De Nederlandse inzet voor de NPV Toetsingsconferentie 2026» van 17 april 2026 (Kamerstuk 33 783, nr. 53), waarin de Nederlandse inzet en beleidslijn uitgebreid zijn toegelicht.
De situatie in het Midden-Oosten |
|
Kati Piri (PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het besluit van het Israëlische kabinet om het zuiden van Libanon te bezetten en het standpunt van de Israëlische Minister van Financiën Smotrich dat Israël Libanees grondgebied ten zuiden van de Litani-rivier moet annexeren?1
Ja.
Veroordeelt u de bezetting en mogelijke annexatie van Libanees grondgebied? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet erkent de veiligheidszorgen van Israël ten aanzien van Hezbollah, dat al decennialang een dreiging voor Israël vormt en aanhoudend aanvallen op Israël uitvoert.
Tegelijkertijd onderstreept het kabinet dat militair optreden alleen binnen de kaders van het internationaal recht mag plaatsvinden. De uitoefening van het recht op zelfverdediging door Israël tegen de aanvallen van Hezbollah dient binnen de grenzen van noodzakelijkheid en proportionaliteit te blijven. Bij de proportionaliteit plaats het kabinet vragen.
Annexatie is in strijd met internationaal recht. Het kabinet veroordeelt oproepen van Israëlische bewindspersonen tot annexatie van Libanees grondgebied. Het kabinet acht uitspraken van Israëlische bewindspersonen inzake bezetting van Zuid-Libanon daarnaast zorgwekkend. De soevereiniteit en de territoriale integriteit van Libanon zijn hierbij van essentieel belang, naast de leidende principes van noodzakelijkheid en proportionaliteit onder het internationaal recht.
Het kabinet heeft steeds opgeroepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren in Libanon en onderstreept het belang van een diplomatieke oplossing voor het conflict tussen Israël en Hezbollah. Het kabinet verwelkomt het staakt-het-vuren tussen Israël en Libanon, als gevolg van de directe onderhandelingen tussen deze landen onder leiding van de Verenigde Staten. Het kabinet roept, via de EU en in bilaterale contacten, alle partijen op zich aan de gemaakte afspraken te houden en de onderhandelingen voort te zetten om te komen tot een duurzame vrede.
Heeft u alleen begrip voor de veiligheidszorgen van Israël m.b.t. Libanon of heeft u ook begrip voor de Israëlische aanvallen op Libanon? Zo ja, waarom?
Zie antwoord vraag 2.
Heeft u begrip voor de Israëlische vernietiging van zeven waterinstallaties in Libanon deze maand, voor 64 Israëlische aanvallen op Libanese gezondheidsdiensten, en voor de verwoesting van drie rivierovergangen waardoor de bewegingsvrijheid van burgers en humanitair personeel ernstig is ingeperkt?2 Zo ja, waarom?
Zoals gesteld in het antwoord op vraag 3, moet militair optreden binnen de kaders van het internationaal recht plaatsvinden. Dat betekent dat het humanitair oorlogsrecht, alsook het recht voor het gebruik van geweld door staten, moet worden gerespecteerd. Zie ook het antwoord op vraag 5.
Zijn deze aanvallen op burgerdoelen volgens u verboden onder het oorlogsrecht? Zo nee, waarom niet?
Het humanitair oorlogsrecht vereist dat burgers en burgerobjecten worden ontzien en beschermd. Ook biedt het humanitair oorlogsrecht speciale bescherming voor humanitaire hulpverleners en voor objecten die onmisbaar zijn voor de overleving van de burgerbevolking. Die bescherming is niet absoluut. Wanneer hulpverleners handelingen uitvoeren die schadelijk zijn voor de vijand, of wanneer objecten worden gebruikt voor militaire doeleinden, kunnen zij hun bescherming verliezen. In die gevallen dienen alsnog de regels over voorzorgsmaatregelen en proportionaliteit te worden toegepast. Het kabinet beschikt over onvoldoende informatie om over deze specifieke gevallen te kunnen oordelen.
Bent u bereid deze aanvallen te veroordelen? Zo nee, waarom niet?
Op 14 april jl. heeft Nederland een door Frankrijk geïnitieerde verklaring medeondertekend over de situatie in Libanon. Hierin veroordeelt het kabinet in de sterkst mogelijke bewoordingen de grootschalige Israëlische aanvallen in Libanon van 8 april jl. Zie ook het antwoord op vragen 2 en 3.
Deelt u de observatie dat Israël een gebrek aan water inzet als oorlogswapen? Zo nee, waarom niet?
Het is verboden om opzettelijk gebruik te maken van uithongering van burgers als methode van oorlogvoering, door hun voorwerpen te onthouden die onontbeerlijk zijn voor hun overleving. Het gebruik van uithongering als methode van oorlogsvoering is een ernstig internationaal misdrijf. Het is belangrijk dat dit wordt onderzocht en dat bewijsmateriaal van vermeende schendingen wordt verzameld, op basis waarvan een rechter kan bepalen of hier sprake van is.
Bent u bekend met de uitspraak van Minister Smotrich dat de zuidelijke wijken van Beiroet binnenkort op Khan Younis zullen lijken? Veroordeelt u deze uitspraak?
Ja, dit zijn verwerpelijke uitspraken.
Bent u bekend met het bevel van de Israëlische Minister van Defensie om Libanese huizen in het grensgebied te vernietigen «volgens het voorbeeld Beit Hanoun en Rafah»? Is dit volgens u een oorlogsmisdaad? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet heeft kennisgenomen van de uitspraken van Israëlische bewindspersonen waarin parallellen worden getrokken tussen militair optreden in Gaza en Libanon. Voor het kabinet staat voorop dat burgerobjecten te allen tijde bescherming onder het humanitair oorlogsrecht genieten. Het aanvallen of vernielen van gebouwen die normaal bestemd zijn voor bewoning door burgers mag alleen onder strikte voorwaarden. Als niet aan die voorwaarden is voldaan, kan sprake zijn van een schending van het humanitair oorlogsrecht en mogelijk een oorlogsmisdrijf.
Erkent u, op basis van deze uitspraken en het bewijs dat ruimschoots voorhanden is, het risico dat Israël op dit moment in Libanon een blauwdruk van de militaire vernietigingscampagne in Gaza uitrolt?
Zie antwoord vraag 9.
Pleit u net als de Speciaal Coördinator voor Libanon Hennis-Plasschaert voor een staakt-het-vuren? Zo nee, waarom niet?
Zie beantwoording vraag 2 en 3.
Op welke manier heeft u uitvoering gegeven aan de motie-Klaver (Kamerstuk 23 432, nr. 645) om de Libanese regering te ondersteunen bij de implementatie van resolutie 1701 van de VN-Veiligheidsraad?
Het kabinet heeft extra steun beschikbaar gesteld voor de Lebanese Armed Forces (LAF) ter ondersteuning van het herstel van het geweldsmonopolie door middel van de ontwapening van Hezbollah.3 Daarnaast heeft Nederland op 8 april jl. een verklaring ondertekend waarin wordt opgeroepen tot een einde aan de vijandelijkheden. Nederland roept in politieke contacten met Israël op tot de-escalatie en bij de Libanese regering tot extra inzet op de ontwapening van Hezbollah.
Bent u bekend met het bericht «Toename geweld Israël in Gaza sinds Iran-oorlog: «De wereld kijkt andere kant op»» van de NOS, d.d. 23 maart 2026?3
Ja.
Deelt u de analyse dat Israël nog steeds veel te weinig humanitaire hulp binnenlaat? Zo nee, waarom niet?
Ja. Er komt nog altijd te weinig humanitaire hulp Gaza binnen en de humanitaire situatie is onverminderd zorgelijk, mede door de belemmeringen die internationale ngo’s en andere hulporganisaties ondervinden. Ook de herregistratieplicht bemoeilijkt hun inzet aanzienlijk.
Het kabinet roept Israël op de herregistratieplicht terug te draaien en dringt aan bij Israël om de VN, Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale ngo’s veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke toegang te verschaffen. Zo heeft de Minister-President in het gesprek met de Israëlische president op 1 april jl. benadrukt dat de humanitaire situatie in Gaza moet verbeteren en dat Israël alle grensovergangen moeten openstellen voor humanitaire hulp. Daarnaast heeft Nederland tijdens de Europese Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari jl. benadrukt dat de gevolgen van het Israëlische handelen in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, waaronder de humanitaire situatie in Gaza, aanleiding kunnen geven om de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen in het kader van artikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU en Israël opnieuw te agenderen.
Hoeveel kinderen zijn er sinds de aanvang van het staakt-het-vuren gedood door de Israëlische krijgsmacht in Gaza?
Volgens de meest recente cijfers van het Gazaanse Ministerie van Gezondheid en Save the Children zijn er tussen 10 oktober 2025 en 3 april jl. meer dan 700 Palestijnen, onder wie ten minste 180 kinderen, omgekomen door Israëlische aanvallen.
Hoe heeft u in uw eerste maand als Minister van Buitenlandse Zaken de druk bij Israël opgevoerd om de aanvallen op Gaza te staken en meer humanitaire hulp toe te laten?
Het kabinet weegt voortdurend welke combinatie van diplomatieke druk en dialoog het meest effectief is om invloed uit te oefenen op het beleid van Israël. Het kabinet acht het van groot belang dat het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas standhoudt en dat verdere stappen worden gezet om het vredesplan te implementeren. Deze boodschap wordt consequent en op alle niveaus overgebracht aan de Israëlische autoriteiten, recentelijk door de Minister-President en de Minister van Buitenlandse Zaken. Zie verder het antwoord op vraag 14.
Op welke manier gaat u de druk op de Israëlische autoriteiten verder opvoeren?
Zie antwoord vraag 16.
Bent u bekend met het artikel «No Israel prosecutions for killing Palestinian civilians in occupied West Bank since start of decade» van The Guardian, d.d. 25 maart 2026?4
Ja.
Deelt u de mening dat deze straffeloosheid onacceptabel is? Zo ja, welke concrete stappen onderneemt u om deze straffeloosheid te bestrijden?
Het kabinet ziet momenteel te weinig onderzoek naar, en berechting van, internationale misdrijven door Israël zelf. Nederland spreekt Israël hier consistent op aan. Als een staat niet bereid of niet in staat is om zelf internationale misdrijven te onderzoeken en degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn te vervolgen en te berechten komt de internationale gemeenschap in beeld. In het geval van Israël en de bezette Palestijnse Gebieden bestaan reeds door de VN-Mensenrechtenraad gecreëerde mandaten die onderzoek doen naar vermeende schendingen.
Nederland zet zich in voor activiteiten die het afleggen van rekenschap in brede zin (en in de toekomst) mogelijk maken, bevorderen en ondersteunen. Zo heeft Nederland de afgelopen jaren in totaal een extra vrijwillige bijdrage aan het Internationaal Strafhof gedaan van 6 miljoen euro voor de versterking van de onderzoekscapaciteit van het Hof. Het kantoor van de VN Hoge Vertegenwoordiger voor Mensenrechten (Office of the High Commissioner for Human Rights, OHCHR) ontvangt in 2026 iets meer dan 2,1 miljoen euro ter ondersteuning van de onderzoekswerkzaamheden van het VN-landenkantoor in de bezette Palestijnse Gebieden.
Hoe past deze straffeloosheid volgens u in het oordeel van het Internationaal Gerechtshof dat er sprake is van apartheid dan wel rassendiscriminatie in de bezette Palestijnse Gebieden?
Zie het antwoord op vraag 19. In zijn advies van 19 juli 2024 over het optreden van Israël in de bezette Palestijnse Gebieden, oordeelt het Internationaal Gerechtshof onder meer dat Israël systematisch tekortschiet om aanvallen van kolonisten op de lichamelijke integriteit en/of het leven van Palestijnen te voorkomen of te bestraffen. Het Hof oordeelt tevens dat de Israëlische staat buitensporig geweld gebruikt. Volgens het Hof is dit in strijd met Israëls verplichtingen om het recht op leven van Palestijnen onder het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten te eerbiedigen. Het Hof koppelt deze schending niet rechtstreeks aan artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie. Wel oordeelt het Hof op basis van een analyse van Israëlische wetgeving en maatregelen, waaronder het verblijfsvergunningsbeleid in Oost-Jeruzalem en het beperken van de bewegingsvrijheid van Palestijnen, dat Israël deze verplichting schendt.
Vindt u dat het Israëlische rechtssysteem functioneert zoals het in een democratische rechtsstaat zou moeten? Zo ja, kunt u toelichten waarom u dat vindt?
Israël wordt van oudsher gekenmerkt als een democratische rechtsstaat met een sterk rechtssysteem. Deze staan echter onder druk, onder meer door (voorgenomen) juridische hervormingen die de rechterlijke macht verzwakken. Het kabinet onderstreept het belang van het respecteren van de fundamenten van de democratische rechtsstaat, waaronder een onafhankelijke rechterlijke macht. Het kabinet is daarbij van mening dat het in het belang van Israël zelf is om de fundamenten van de Israëlische rechtsstaat te eerbiedigen.
Deelt u de oproep van de voormalige Israëlische premier Olmert dat het Internationaal Strafhof tegen het geweld tegen Palestijnse burgers op de Westelijke Jordaanoever zou moeten ingrijpen? Zo ja, bent u bereid het Internationaal Strafhof daartoe een financiële bijdrage te leveren? Zo nee, waarom niet?
Het Internationaal Strafhof heeft op dit moment een lopend onderzoek naar de situatie in de Palestijnse Gebieden. In het kader van dit onderzoek zijn door het Hof ook arrestatiebevelen uitgevaardigd. Nederland respecteert de onafhankelijkheid van het Internationaal Strafhof en bemoeit zich niet inhoudelijk met de onderzoeken die door het Hof worden uitgevoerd. Zoals eerder gesteld heeft Nederland de afgelopen jaren in totaal een extra vrijwillige bijdrage aan het Internationaal Strafhof gedaan van 6 miljoen euro voor de versterking van de onderzoekscapaciteit van het Hof.
Bent u bekend met het bericht «Slovenia decides not to join ICJ case against Israel as political scandals deepen» van Euronews, d.d. 20 maart 2026?5
Ja.
Heeft Israël ook druk uitgeoefend op Nederland om geen interventie te plegen in de zaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof? Zo ja, kunt u nader toelichten hoe?
Israël heeft zijn positie over een eventuele interventie destijds kenbaar gemaakt.
Klopt het dat ook Nederlandse autoriteiten Israëlische software in gebruik heeft, zoals Pegasus? Zo ja, deelt u de mening dat dit een afhankelijkheidsrelatie creëert waarmee Israël ons kan chanteren?
Het kabinet werkt via de Taskforce Strategische Afhankelijkheden aan het mitigeren van de risico’s van strategische afhankelijkheden. Hierbij worden alle afhankelijkheden die Nederland van landen buiten de EU heeft meegewogen. De Kamer is middels de Kamerbrief (Kamerstuk 30 821, nr. 244) over de voortgang van de kabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkheden geïnformeerd. Wegens nationale veiligheidsoverwegingen wordt er niet openbaar gecommuniceerd over de strategische afhankelijkheden die het kabinet als risicovol aanmerkt. Over de wijze waarop de inlichtingen- en veiligheidsdiensten gebruik maken van hun wettelijk toegekende bijzondere bevoegdheden kan in het openbaar geen mededeling worden gedaan.
Welke stappen onderneemt u om ongewenste afhankelijkheden van Israël af te bouwen?
Zie antwoord vraag 25.