Het bericht 'Stoppen Green Deal Duurzame Zorg onverstandig' |
|
André Poortman (CDA), Jantine Zwinkels (CDA) |
|
Sophie Hermans (VVD), Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Stoppen Green Deal Duurzame Zorg onverstandig»?1
Ja.
Deelt u de mening dat voor een toekomstbestendige, toegankelijke en kwalitatief goede zorgsector het van belang is dat gezien de toenemende schaarste van grondstoffen ook deze sector, als een van de sectoren met een hoog grondstoffenverbruik, een verduurzamingsslag maakt?
Ja. De afgelopen jaren is door VWS geïnvesteerd in het stimuleren en ondersteunen van de zorgsector in het verduurzamen van de zorg. Onder meer met meerdere Green Deals, waarvan de laatste de huidige Green Deal Duurzame Zorg 3.0 (GDDZ 3.0). Bij de Voorjaarsnota van 2023 is incidenteel € 42 mln vrijgemaakt voor 2023 t/m 2026 om de verduurzamingstransitie in de zorg te bespoedigen. Dit heeft geleid tot mooie resultaten en een enorme verduurzamingsbeweging die op gang is gekomen met circa 720 ondertekenaars van de GDDZ 3.0.
Heeft u kennisgenomen van de brief inzake de Future Deal Zorg d.d. 2 juni 2026 van de heren Kees Vendrik, Ernst Kuijpers en Steven van Eijck die aan u en de Ministers van VWS en Staatssecretaris van IenW is toegestuurd?
Ja, daar heb ik kennis van genomen. Samen met de betrokken collega’s ga ik op korte termijn in gesprek met de briefschrijvers, waarbij zij hun brief kunnen toelichten.
Zo ja, kunt u zich vinden in de strekking van de oproep om samen met veldpartijen te komen tot een Zorgtafel waaraan betrokken ministeries deelnemen, ten behoeve van een programmatische aanpak?
Met het aflopen van de Green Deal Duurzame Zorg 3.0 (GDDZ 3.0) eind oktober 2026, loopt eind van het jaar ook de (tijdelijke) programmatische aanpak af. Na vele jaren geïnvesteerd te hebben in de verduurzaming van de zorgsector en de vele mooie resultaten die de sector geboekt heeft, is dit een natuurlijk moment om de verduurzamingsopgave per 2027 méér bij de sector te beleggen. Die keuze is mede ingegeven door het feit dat er door bezuinigingen beperktere capaciteit en middelen zijn, hetgeen noopt tot het maken van keuzes.
De Green Deal Partijen hebben samen uitgesproken voornemens te zijn een nieuwe Green Deal Duurzame Zorg 2027–2030 te sluiten, en werken momenteel aan de totstandkoming en alles wat nodig is om dit in private samenwerking te organiseren en bekostigen. Het kabinet juicht van harte toe dat de veldpartijen met de ingezette koers verder gaan.
VWS zal na het aflopen van de GDDZ 3.0 niet meer regisserend zijn vanuit een programmatische aanpak, maar blijft wel actief als verbindende schakel tussen de verschillende ministeries en uitvoeringsorganisaties die primair bezig zijn met duurzaamheid en klimaatbeleid. Denk bijvoorbeeld aan circulair werken en grondstoffengebruik in het licht van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, maar ook aan de verduurzaming van het zorgvastgoed en bijbehorende subsidies en Europese wet- en regelgeving. Vanuit die inhoud en context betekent dit concreet dat VWS niet regisserend zal zijn in de totstandkoming van een Zorgtafel, maar wel kan deelnemen mits de Green Deal partijen daarin de regierol nemen.
Kunt u delen welke initiatieven er, ook gezien de afspraak uit het coalitieakkoord om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben, op dit moment binnen de zorgsector lopen ten behoeve van de verduurzaming van het grondstof- en materiaalgebruik en die bijdragen aan een circulaire zorgsector?
Binnen de zorgsector is een enorme verduurzamingsbeweging op gang gekomen, met talloze initiatieven die op verschillende plaatsen vindbaar zijn. Zo is er onder de GDDZ 3.0 geïnvesteerd in een gezamenlijk platform om initiatieven voor verduurzaming te delen, te vinden op de website www.greendealduurzamezorg.nl2 Daarnaast worden ook veel initiatieven door het veld onderling met elkaar gedeeld op andere digitale platforms, zoals bijvoorbeeld het initiatievenplatform van de Groene Zorg Alliantie3 en de Groene Z.4 Het laat zien dat de zorgsector de handschoen heeft opgepakt en de afgelopen jaren haar bijdrage heeft geleverd aan de verduurzaming van de zorg en daarmee aan de verduurzamingsopgave van Nederland. Dit geeft het kabinet het vertrouwen dat we de verantwoordelijkheid van de verdere verduurzamingsopgave aan de sector kunnen overdragen.
Is u bekend welke circulaire potentie (grondstoffenbesparing) er in de zorg kan worden gerealiseerd en wat dit aan bespaarde zorgkosten en vermeden CO2-uitstoot oplevert? Zo nee, kunt dat laten onderzoeken?
Nee, dat is niet bekend. De zorg is de brede sector wat een dergelijk onderzoek complex maakt. Ik zal samen met Minister van Klimaat en Groene Groei, coördinerend bewindspersoon voor de circulaire economie, gaan kijken of er een mogelijkheid is om de circulaire potentie voor de zorgsector in kaart te kunnen brengen.
En bent u bereid op basis van de uitkomsten te komen tot een plan om deze potentie met betrokken partijen te realiseren?
Zoals onder 4. vermeld werkt de sector zelf aan een opvolger van de GDDZ 3.0 en zal VWS niet meer regisserend zijn vanuit een programmatische aanpak. Wel zal VWS actief blijven als verbindende schakel tussen de verschillende ministeries en uitvoeringsorganisaties die primair bezig zijn met duurzaamheid en klimaatbeleid. Denk bijvoorbeeld aan circulair werken en grondstoffengebruik in het licht van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, maar ook aan de verduurzaming van het zorgvastgoed en bijbehorende subsidies en Europese wet- en regelgeving.
Kunt u reflecteren op de in het bericht gemaakte notie dat door in te zetten op circulaire zorg aantoonbaar miljarden bespaard kunnen worden? Beschikt u over gegevens die deze notie onderschrijven en zo ja, kunt u deze delen?
Er kan zeker nóg meer circulair en met minder verspilling van materialen en ongebruikte (genees-/hulp-)middelen in de zorg worden gewerkt. Zo is in het verleden vanuit hygiëne en partiële financiële overwegingen een transitie gemaakt van duurzame werkwijzen naar het gebruik van veel wegwerpmaterialen. Daar moet met een kritische blik naar gekeken worden of dit wel echt noodzakelijk is. Dat kan financieel ook besparingen opleveren.
Wel is het zo dat de overstap naar duurzamere producten vaak een initiële investering vergt (bijv. inkoop van de duurdere herbruikbare variant) en het wassen of steriliseren van herbruikbare producten brengt (structurele) kosten met zich mee. Het werken met een duurzamere variant (bijv. slim incontinentiemateriaal) vraagt bovendien vaak een verandering van het zorgproces. Dat behoeft ook een investering (van tijd en geld). Het is daarom altijd goed om te kijken naar de terugverdientijden.
In het huidige systeem levert besparen veel op. Het loont dan ook de moeite om door te rekenen waar die investeringen besparingen kunnen opleveren. Zorgaanbieders krijgen veelal een vergoeding per behandeling (Diagnose Behandelcombinatie of DBC) of per tijdseenheid (dagtarief) voor de door hen verleende zorg. Als ze minder producten verbruiken, wordt uit de Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg toch hetzelfde bedrag betaald. Eventuele besparingen komen dan terecht bij de zorgaanbieder. Dit kan voor zorgaanbieders ook een prikkel zijn om duurzamer te werken.
Klopt het dat de Green Deal Duurzame Zorg per 2027 afloopt, maar dat veldpartijen hier gezien alle succesvolle initiatieven van onderop wel mee door willen gaan middels een Future Deal Zorg? Wat is uw reactie op dit voorstel en welke rol ziet u hierin voor het Ministerie van VWS?
De Green Deal-partijen hebben samen uitgesproken voornemens te zijn een nieuwe Green Deal Duurzame Zorg 2027–2030 te sluiten, en werken momenteel hard aan de totstandkoming ervan en alles wat nodig is om dit in private samenwerking te organiseren en bekostigen. Zij bouwen daarmee voort op hetgeen de sector de afgelopen jaren reeds heeft bereikt en het feit dat er inmiddels een grote verduurzamingsbeweging binnen de sector zorg en welzijn gaande is.
Het kabinet spreekt haar waardering er voor uit dat de veldpartijen met de ingezette koers verder gaan. VWS blijft, zoals gezegd, beschikbaar als verbindende schakel en wanneer partijen aanlopen tegen Nederlandse of Europese wet- en regelgeving op zorggebied die verduurzaming van de zorg bemoeilijkt.
Het bericht ‘Lekken in medicijnketen; zwaar verslavende pijnstillers volop verhandeld op zwarte markt’. |
|
Tijs van den Brink (CDA), André Poortman (CDA) |
|
Sophie Hermans (VVD), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Lekken in medicijnketen; zwaar verslavende pijnstillers volop verhandeld op zwarte markt»?1
Ja, dit bericht is bekend.
Deelt u de mening dat het zeer zorgwekkend en onaanvaardbaar is dat er zware pijnstillers uit de reguliere farmaceutische keten worden verhandeld op de zwarte markt?
Ja, het is inderdaad zorgwekkend en onaanvaardbaar dat er zware pijnstillers uit de reguliere keten worden verhandeld op de zwarte markt. Het gebruik van deze middelen is niet zonder risico, en deze mogen nooit zonder begeleiding van een arts en apotheker worden gebruikt.
Hoe duidt u de constatering van Zembla dat er diverse kwetsbaarheden en lekken in de keten van geneesmiddelendistributie en afvalinzameling zijn zoals corrupte medewerkers binnen Nederlandse apotheken?
De uitzending laat zien dat de geneesmiddelendistributie- en afvalketen op sommige punten kwetsbaar is voor intern weglekken van medicijnen en misbruik. Dit zijn ernstige signalen. Het gesloten houden van de keten draait niet alleen om formele regels, maar vraagt ook om zorgvuldige naleving, betrouwbare medewerkers en goed toezicht op voorraad, retour- en afvalstromen. Het is nodig dat zorgaanbieders zich hier bewust van zijn.
Hoe duidt u het in het bericht beschreven voorval waarin er door het HagaZiekenhuis in eerste instantie geen aangifte werd gedaan van diefstal van medicatie door een medewerker en er eveneens geen melding werd gemaakt bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd?
Het is een kwalijke zaak als er medicatie gestolen wordt. Het kabinet vindt het belangrijk dat zorginstellingen in zo’n situatie de juiste stappen zetten om dit in de toekomst te voorkomen.
Het HagaZiekenhuis heeft laten weten dat de medewerker direct is vrijgesteld van werk nadat de situatie bekend werd. Daarnaast zijn de interne procedures aangescherpt. Toen in februari 2026 bleek dat de zaak groter was dan aanvankelijk gedacht, heeft het ziekenhuis alsnog melding en aangifte gedaan en de arbeidsovereenkomst met de medewerker beëindigd. Het HagaZiekenhuis geeft aan dat die latere acties voortkwamen uit maatschappelijke verantwoordelijkheid en transparantie.
Om toekomstige risico’s te minimaliseren, heeft het ziekenhuis externe expertise ingeschakeld om de procedures en omgang met opiaten door te lichten. De medewerker heeft aan de onderzoeker toegelicht hoe hij de procedures kon omzeilen, zodat het ziekenhuis hiervan kan leren. Dit laat zien dat het HagaZiekenhuis het voorval serieus neemt en dat men ook de nodige stappen aan het zetten is. Tegelijkertijd maakt dit incident duidelijk dat zorginstellingen actuele protocollen moeten hebben voor medicatie gerelateerde incidenten, niet alleen gericht op zorg, maar ook op dit soort situaties. En die moeten ze duidelijk en tijdig volgen, zodat ziekenhuizen adequaat handelen bij problemen met medicatie.
Bent u bereid met de sector in gesprek te gaan om te bezien of de huidige richtlijnen rondom het melden van diefstal en het doen van aangifte toereikend zijn en of deze voldoende worden nageleefd?
Het Ministerie van VWS is al in gesprek met KNMP over de rol van de apothekers bij het weglekken van medicijnen uit de legale keten. Dit onderwerp komt bijvoorbeeld ook op de agenda in het overleg met ziekenhuisapothekers en andere relevante partijen.
Hoe weegt u het verzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd om de bevoegdheid om met een «fictieve identiteit» proefaankopen te doen en bent u bereid te onderzoeken of deze en andere instrumenten en maatregelen getroffen kunnen worden om de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, al dan niet in samenwerking met het Openbaar Ministerie, instaat te stellen tegen deze problematiek op te treden?
Het kabinet erkent het belang van een effectief optreden tegen deze problematiek. Het kabinet is bezig met de aanpak van illegale online handel, waaronder het weglekken van legale middelen, met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), het Openbaar Ministerie (OM), politie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Een van de elementen binnen die aanpak is een verkenning of aanpassingen in bevoegdheden en/of wet- en regelgeving nodig zijn om het handelingsperspectief te vergroten. Het kabinet is dus inderdaad van plan dit te onderzoeken. Het OM heeft overigens geen rol in het toezicht.
Bent u van mening dat er meer onderzoek gedaan moet worden naar illegale handel in legale medicatie? Zo nee, waarom niet?
Er is op dit moment geen nieuw onderzoek nodig. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) doet al onderzoek naar hoe legale geneesmiddelen in het illegale circuit terechtkomen. De verwachting is dat het rapport in het eerste kwartaal van 2027 wordt opgeleverd. Het kabinet wil hier niet op vooruitlopen. Ook de IGJ onderzoekt kwetsbaarheden in de legale keten. Het kabinet werkt, zoals bij vraag 6 genoemd aan een brede en effectieve aanpak van illegale (online) handel, samen met de partners de IGJ, het OM, de politie en de NVWA.
Welke maatregelen kunt u nemen om te achterhalen waar legale opiaten vandaan komen die uiteindelijk op de zwarte markt illegaal worden verhandeld?
Wij kunnen niet vooruitlopen op de lopende onderzoeken die in het antwoord op vraag 7 staan. Om te achterhalen waar deze opiaten vandaan komen, moeten we eerst weten hoe ze de illegale markt bereiken en waar de zwakke plekken in de legale keten zitten. We wachten daarom met grote belangstelling de uitkomsten af, zodat we op basis daarvan eventuele aanvullende maatregelen kunnen nemen.
Wat is uw mening over de rol die onlineplatforms zoals Telegram spelen in de illegale handel van medicijnen en wat kunt u, naast het aanspreken van deze platforms, verder doen om dit tegen te gaan?
In de Digital Services Act (DSA) zijn de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid van tussenhandeldiensten, zoals hostingdiensten en online platforms, geregeld. Via deze diensten kunnen gebruikers online teksten, afbeeldingen, video’s of andere content doorgeven, opslaan of openbaar maken. Besloten groepen vallen echter buiten de reikwijdte van de DSA. De DSA is een EU-verordening met maximumharmonisatie. Binnen het toepassingsgebied bestaat geen ruimte voor lidstaten om aanvullende nationale eisen te stellen of in stand te houden. Op nationaal niveau kunnen daarom geen aanvullende zorgvuldigheidsverplichtingen aan tussenhandeldiensten worden opgelegd. Het kabinet zet in op een effectieve en uniforme toepassing en handhaving van de DSA. In 2027 wordt de DSA geëvalueerd op het effect en doeltreffendheid. Dat biedt de gelegenheid om te bezien of aanvullende verplichtingen voor tussenhandeldiensten wenselijk en nodig zijn. De Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit coördineert de Nederlandse inbreng op de evaluatie en zal in dit kader tijdig in gesprek gaan met betrokken ministeries, toezichthouders en stakeholders om input op te halen en de Nederlandse inzet in Europa te bepalen. Het Ministerie van JenV zal hieraan een actieve bijdrage leveren.
In hoeverre is het strafbaar om legale medicijnen illegaal te verhandelen via online platforms en welke handvaten zijn er om deze handel aan te pakken?
De Geneesmiddelenwet stelt strenge eisen aan het online te koop aanbieden, verkopen of leveren van geneesmiddelen. Handelen in strijd met deze eisen is strafbaar. UR-geneesmiddelen, geneesmiddelen die «Uitsluitend op Recept» verkrijgbaar zijn, mogen alleen worden aangeboden, verkocht of geleverd door een apotheker of huisarts met vergunning, en uitsluitend op basis van een geldig recept. Legale aanbieders zoals apotheken die geneesmiddelen online verkopen, moeten hun website registreren bij het agentschap CIBG. De website moet voldoen aan de Europese eisen voor eerlijke en transparante online handel. Daarnaast moet de website het officiële Europese logo tonen voor online verkoop van geneesmiddelen. Alleen legale aanbieders die op https://www.aanbiedersmedicijnen.nl/ zijn vermeld met de categorie «UR» mogen online UR-geneesmiddelen verkopen.
De IGJ houdt toezicht op de Geneesmiddelenwet en kan bestuursrechtelijk optreden, bijvoorbeeld door het opleggen van een bestuurlijke boete of het laten verwijderen van illegale advertenties en andere online content. Daarnaast werkt de IGJ samen met de douane, hostingbedrijven en (verkoop)platforms om illegale handel, betaling en verzending van geneesmiddelen te blokkeren. Bij ernstige overtredingen kan het Strafrecht worden ingezet.
Heeft u zicht op de omvang van de online handel in designerdrugs?
Hoe groot deze vorm van handel is, is lastig te zeggen. Ten eerste is er bij georganiseerde criminaliteit sprake van een «dark number» en is het dus sowieso lastig om een schatting van de totale omvang van de markt te maken. Daarnaast registreren OM en politie niet of een drugsdelict zich geheel in de fysieke wereld of (deels) online heeft afgespeeld. Aangezien dit geen verschil maakt in de strafbaarheid van de handelingen, is dit niet noodzakelijk voor de taakuitvoering.
Er worden op dit moment tussen de 100–200 websites gehost in Nederland die NPS verkopen. De omvang is dus aanzienlijk, de opsporings- en handhavingsdiensten werken hard om dit aantal naar beneden te krijgen. Om de handel in designerdrugs aan te pakken, is in juli 2025 lijst IA toegevoegd aan de Opiumwet. Er staan momenteel drie stofgroepen op lijst IA. Begin juli wordt een vierde stofgroep toegevoegd, de nitazenen. Er blijft echter een aanbod van middelen en stofgroepen dat niet onder lijst I, II of IA bij de Opiumwet valt. Het gaat bijvoorbeeld om middelen die zijn afgeleid van tripmiddelen (psychedelica), varianten van benzodiazepines (kalmeringsmiddelen) of van geneesmiddelen met een verdovende en pijnstillende werking, zoals afgeleiden van ketamine of van de pijnstiller tramadol.
Acht u de huidige wetgeving rondom de aanpak van designerdrugs toereikend genoeg om juist ook de online handel ervan tegen te gaan? Welke knelpunten zijn hierbij nog aan de orde?
De huidige wetgeving biedt een basis voor de aanpak van online handel in designerdrugs, maar kent uitdagingen die effectieve bestrijding moeilijk maken. Politie, justitie en toezichthouders beschikken over een breed juridisch instrumentarium als het gaat om het tegengaan van illegale content op online platforms en opsporing van offline drugshandel. Uit gesprekken met betrokken partijen blijkt dat de handhaving van de online verkoop van designerdrugs niet los te zien is van de online handel in andere verboden middelen.
Wel ziet het kabinet ernstige belemmeringen bij de handhaving van illegale content op de meest gebruikte berichtendiensten. De belangrijkste knelpunten liggen in het gebruik van versleutelde platforms en interpersoonlijke berichtendiensten, de complexe logistiek van post- en pakketzendingen en de schaarste aan capaciteit bij opsporingsdiensten en toezichthouders. Criminelen maken gebruik van methoden zoals valse afzendergegevens, mislabeling en complexe verzendroutes via andere EU-lidstaten. Daarnaast ontbreekt er een algemene wettelijke verplichting voor post- en pakketbedrijven om verdachte zendingen preventief te controleren of te melden, terwijl samenwerking veelal plaatsvindt binnen concrete onderzoeken en op basis van bestaande bevoegdheden.
Wetgeving alleen is niet voldoende, daarom zet het kabinet ook in op het intensiveren van samenwerking tussen toezichthouders, opsporingsdiensten en private partijen. Daarnaast onderzoekt het kabinet de mogelijkheden voor aanvullende wet- en regelgeving om de handhavingsmogelijkheden te versterken.
Het kabinet heeft de Kamer per brief nader geïnformeerd over de huidige aanpak, de uitdagingen en de stappen die worden gezet om de handhaving van online handel in (namaak)geneesmiddelen en (designer)drugs te versterken.2
Het bericht 'Stoppen Green Deal Duurzame Zorg onverstandig' |
|
André Poortman (CDA), Jantine Zwinkels (CDA) |
|
Sophie Hermans (VVD), Stientje van Veldhoven (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Stoppen Green Deal Duurzame Zorg onverstandig»?1
Ja.
Deelt u de mening dat voor een toekomstbestendige, toegankelijke en kwalitatief goede zorgsector het van belang is dat gezien de toenemende schaarste van grondstoffen ook deze sector, als een van de sectoren met een hoog grondstoffenverbruik, een verduurzamingsslag maakt?
Ja. De afgelopen jaren is door VWS geïnvesteerd in het stimuleren en ondersteunen van de zorgsector in het verduurzamen van de zorg. Onder meer met meerdere Green Deals, waarvan de laatste de huidige Green Deal Duurzame Zorg 3.0 (GDDZ 3.0). Bij de Voorjaarsnota van 2023 is incidenteel € 42 mln vrijgemaakt voor 2023 t/m 2026 om de verduurzamingstransitie in de zorg te bespoedigen. Dit heeft geleid tot mooie resultaten en een enorme verduurzamingsbeweging die op gang is gekomen met circa 720 ondertekenaars van de GDDZ 3.0.
Heeft u kennisgenomen van de brief inzake de Future Deal Zorg d.d. 2 juni 2026 van de heren Kees Vendrik, Ernst Kuijpers en Steven van Eijck die aan u en de Ministers van VWS en Staatssecretaris van IenW is toegestuurd?
Ja, daar heb ik kennis van genomen. Samen met de betrokken collega’s ga ik op korte termijn in gesprek met de briefschrijvers, waarbij zij hun brief kunnen toelichten.
Zo ja, kunt u zich vinden in de strekking van de oproep om samen met veldpartijen te komen tot een Zorgtafel waaraan betrokken ministeries deelnemen, ten behoeve van een programmatische aanpak?
Met het aflopen van de Green Deal Duurzame Zorg 3.0 (GDDZ 3.0) eind oktober 2026, loopt eind van het jaar ook de (tijdelijke) programmatische aanpak af. Na vele jaren geïnvesteerd te hebben in de verduurzaming van de zorgsector en de vele mooie resultaten die de sector geboekt heeft, is dit een natuurlijk moment om de verduurzamingsopgave per 2027 méér bij de sector te beleggen. Die keuze is mede ingegeven door het feit dat er door bezuinigingen beperktere capaciteit en middelen zijn, hetgeen noopt tot het maken van keuzes.
De Green Deal Partijen hebben samen uitgesproken voornemens te zijn een nieuwe Green Deal Duurzame Zorg 2027–2030 te sluiten, en werken momenteel aan de totstandkoming en alles wat nodig is om dit in private samenwerking te organiseren en bekostigen. Het kabinet juicht van harte toe dat de veldpartijen met de ingezette koers verder gaan.
VWS zal na het aflopen van de GDDZ 3.0 niet meer regisserend zijn vanuit een programmatische aanpak, maar blijft wel actief als verbindende schakel tussen de verschillende ministeries en uitvoeringsorganisaties die primair bezig zijn met duurzaamheid en klimaatbeleid. Denk bijvoorbeeld aan circulair werken en grondstoffengebruik in het licht van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, maar ook aan de verduurzaming van het zorgvastgoed en bijbehorende subsidies en Europese wet- en regelgeving. Vanuit die inhoud en context betekent dit concreet dat VWS niet regisserend zal zijn in de totstandkoming van een Zorgtafel, maar wel kan deelnemen mits de Green Deal partijen daarin de regierol nemen.
Kunt u delen welke initiatieven er, ook gezien de afspraak uit het coalitieakkoord om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben, op dit moment binnen de zorgsector lopen ten behoeve van de verduurzaming van het grondstof- en materiaalgebruik en die bijdragen aan een circulaire zorgsector?
Binnen de zorgsector is een enorme verduurzamingsbeweging op gang gekomen, met talloze initiatieven die op verschillende plaatsen vindbaar zijn. Zo is er onder de GDDZ 3.0 geïnvesteerd in een gezamenlijk platform om initiatieven voor verduurzaming te delen, te vinden op de website www.greendealduurzamezorg.nl2 Daarnaast worden ook veel initiatieven door het veld onderling met elkaar gedeeld op andere digitale platforms, zoals bijvoorbeeld het initiatievenplatform van de Groene Zorg Alliantie3 en de Groene Z.4 Het laat zien dat de zorgsector de handschoen heeft opgepakt en de afgelopen jaren haar bijdrage heeft geleverd aan de verduurzaming van de zorg en daarmee aan de verduurzamingsopgave van Nederland. Dit geeft het kabinet het vertrouwen dat we de verantwoordelijkheid van de verdere verduurzamingsopgave aan de sector kunnen overdragen.
Is u bekend welke circulaire potentie (grondstoffenbesparing) er in de zorg kan worden gerealiseerd en wat dit aan bespaarde zorgkosten en vermeden CO2-uitstoot oplevert? Zo nee, kunt dat laten onderzoeken?
Nee, dat is niet bekend. De zorg is de brede sector wat een dergelijk onderzoek complex maakt. Ik zal samen met Minister van Klimaat en Groene Groei, coördinerend bewindspersoon voor de circulaire economie, gaan kijken of er een mogelijkheid is om de circulaire potentie voor de zorgsector in kaart te kunnen brengen.
En bent u bereid op basis van de uitkomsten te komen tot een plan om deze potentie met betrokken partijen te realiseren?
Zoals onder 4. vermeld werkt de sector zelf aan een opvolger van de GDDZ 3.0 en zal VWS niet meer regisserend zijn vanuit een programmatische aanpak. Wel zal VWS actief blijven als verbindende schakel tussen de verschillende ministeries en uitvoeringsorganisaties die primair bezig zijn met duurzaamheid en klimaatbeleid. Denk bijvoorbeeld aan circulair werken en grondstoffengebruik in het licht van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, maar ook aan de verduurzaming van het zorgvastgoed en bijbehorende subsidies en Europese wet- en regelgeving.
Kunt u reflecteren op de in het bericht gemaakte notie dat door in te zetten op circulaire zorg aantoonbaar miljarden bespaard kunnen worden? Beschikt u over gegevens die deze notie onderschrijven en zo ja, kunt u deze delen?
Er kan zeker nóg meer circulair en met minder verspilling van materialen en ongebruikte (genees-/hulp-)middelen in de zorg worden gewerkt. Zo is in het verleden vanuit hygiëne en partiële financiële overwegingen een transitie gemaakt van duurzame werkwijzen naar het gebruik van veel wegwerpmaterialen. Daar moet met een kritische blik naar gekeken worden of dit wel echt noodzakelijk is. Dat kan financieel ook besparingen opleveren.
Wel is het zo dat de overstap naar duurzamere producten vaak een initiële investering vergt (bijv. inkoop van de duurdere herbruikbare variant) en het wassen of steriliseren van herbruikbare producten brengt (structurele) kosten met zich mee. Het werken met een duurzamere variant (bijv. slim incontinentiemateriaal) vraagt bovendien vaak een verandering van het zorgproces. Dat behoeft ook een investering (van tijd en geld). Het is daarom altijd goed om te kijken naar de terugverdientijden.
In het huidige systeem levert besparen veel op. Het loont dan ook de moeite om door te rekenen waar die investeringen besparingen kunnen opleveren. Zorgaanbieders krijgen veelal een vergoeding per behandeling (Diagnose Behandelcombinatie of DBC) of per tijdseenheid (dagtarief) voor de door hen verleende zorg. Als ze minder producten verbruiken, wordt uit de Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg toch hetzelfde bedrag betaald. Eventuele besparingen komen dan terecht bij de zorgaanbieder. Dit kan voor zorgaanbieders ook een prikkel zijn om duurzamer te werken.
Klopt het dat de Green Deal Duurzame Zorg per 2027 afloopt, maar dat veldpartijen hier gezien alle succesvolle initiatieven van onderop wel mee door willen gaan middels een Future Deal Zorg? Wat is uw reactie op dit voorstel en welke rol ziet u hierin voor het Ministerie van VWS?
De Green Deal-partijen hebben samen uitgesproken voornemens te zijn een nieuwe Green Deal Duurzame Zorg 2027–2030 te sluiten, en werken momenteel hard aan de totstandkoming ervan en alles wat nodig is om dit in private samenwerking te organiseren en bekostigen. Zij bouwen daarmee voort op hetgeen de sector de afgelopen jaren reeds heeft bereikt en het feit dat er inmiddels een grote verduurzamingsbeweging binnen de sector zorg en welzijn gaande is.
Het kabinet spreekt haar waardering er voor uit dat de veldpartijen met de ingezette koers verder gaan. VWS blijft, zoals gezegd, beschikbaar als verbindende schakel en wanneer partijen aanlopen tegen Nederlandse of Europese wet- en regelgeving op zorggebied die verduurzaming van de zorg bemoeilijkt.
Het bericht ‘Lekken in medicijnketen; zwaar verslavende pijnstillers volop verhandeld op zwarte markt’. |
|
Tijs van den Brink (CDA), André Poortman (CDA) |
|
Sophie Hermans (VVD), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Lekken in medicijnketen; zwaar verslavende pijnstillers volop verhandeld op zwarte markt»?1
Ja, dit bericht is bekend.
Deelt u de mening dat het zeer zorgwekkend en onaanvaardbaar is dat er zware pijnstillers uit de reguliere farmaceutische keten worden verhandeld op de zwarte markt?
Ja, het is inderdaad zorgwekkend en onaanvaardbaar dat er zware pijnstillers uit de reguliere keten worden verhandeld op de zwarte markt. Het gebruik van deze middelen is niet zonder risico, en deze mogen nooit zonder begeleiding van een arts en apotheker worden gebruikt.
Hoe duidt u de constatering van Zembla dat er diverse kwetsbaarheden en lekken in de keten van geneesmiddelendistributie en afvalinzameling zijn zoals corrupte medewerkers binnen Nederlandse apotheken?
De uitzending laat zien dat de geneesmiddelendistributie- en afvalketen op sommige punten kwetsbaar is voor intern weglekken van medicijnen en misbruik. Dit zijn ernstige signalen. Het gesloten houden van de keten draait niet alleen om formele regels, maar vraagt ook om zorgvuldige naleving, betrouwbare medewerkers en goed toezicht op voorraad, retour- en afvalstromen. Het is nodig dat zorgaanbieders zich hier bewust van zijn.
Hoe duidt u het in het bericht beschreven voorval waarin er door het HagaZiekenhuis in eerste instantie geen aangifte werd gedaan van diefstal van medicatie door een medewerker en er eveneens geen melding werd gemaakt bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd?
Het is een kwalijke zaak als er medicatie gestolen wordt. Het kabinet vindt het belangrijk dat zorginstellingen in zo’n situatie de juiste stappen zetten om dit in de toekomst te voorkomen.
Het HagaZiekenhuis heeft laten weten dat de medewerker direct is vrijgesteld van werk nadat de situatie bekend werd. Daarnaast zijn de interne procedures aangescherpt. Toen in februari 2026 bleek dat de zaak groter was dan aanvankelijk gedacht, heeft het ziekenhuis alsnog melding en aangifte gedaan en de arbeidsovereenkomst met de medewerker beëindigd. Het HagaZiekenhuis geeft aan dat die latere acties voortkwamen uit maatschappelijke verantwoordelijkheid en transparantie.
Om toekomstige risico’s te minimaliseren, heeft het ziekenhuis externe expertise ingeschakeld om de procedures en omgang met opiaten door te lichten. De medewerker heeft aan de onderzoeker toegelicht hoe hij de procedures kon omzeilen, zodat het ziekenhuis hiervan kan leren. Dit laat zien dat het HagaZiekenhuis het voorval serieus neemt en dat men ook de nodige stappen aan het zetten is. Tegelijkertijd maakt dit incident duidelijk dat zorginstellingen actuele protocollen moeten hebben voor medicatie gerelateerde incidenten, niet alleen gericht op zorg, maar ook op dit soort situaties. En die moeten ze duidelijk en tijdig volgen, zodat ziekenhuizen adequaat handelen bij problemen met medicatie.
Bent u bereid met de sector in gesprek te gaan om te bezien of de huidige richtlijnen rondom het melden van diefstal en het doen van aangifte toereikend zijn en of deze voldoende worden nageleefd?
Het Ministerie van VWS is al in gesprek met KNMP over de rol van de apothekers bij het weglekken van medicijnen uit de legale keten. Dit onderwerp komt bijvoorbeeld ook op de agenda in het overleg met ziekenhuisapothekers en andere relevante partijen.
Hoe weegt u het verzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd om de bevoegdheid om met een «fictieve identiteit» proefaankopen te doen en bent u bereid te onderzoeken of deze en andere instrumenten en maatregelen getroffen kunnen worden om de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, al dan niet in samenwerking met het Openbaar Ministerie, instaat te stellen tegen deze problematiek op te treden?
Het kabinet erkent het belang van een effectief optreden tegen deze problematiek. Het kabinet is bezig met de aanpak van illegale online handel, waaronder het weglekken van legale middelen, met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), het Openbaar Ministerie (OM), politie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Een van de elementen binnen die aanpak is een verkenning of aanpassingen in bevoegdheden en/of wet- en regelgeving nodig zijn om het handelingsperspectief te vergroten. Het kabinet is dus inderdaad van plan dit te onderzoeken. Het OM heeft overigens geen rol in het toezicht.
Bent u van mening dat er meer onderzoek gedaan moet worden naar illegale handel in legale medicatie? Zo nee, waarom niet?
Er is op dit moment geen nieuw onderzoek nodig. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) doet al onderzoek naar hoe legale geneesmiddelen in het illegale circuit terechtkomen. De verwachting is dat het rapport in het eerste kwartaal van 2027 wordt opgeleverd. Het kabinet wil hier niet op vooruitlopen. Ook de IGJ onderzoekt kwetsbaarheden in de legale keten. Het kabinet werkt, zoals bij vraag 6 genoemd aan een brede en effectieve aanpak van illegale (online) handel, samen met de partners de IGJ, het OM, de politie en de NVWA.
Welke maatregelen kunt u nemen om te achterhalen waar legale opiaten vandaan komen die uiteindelijk op de zwarte markt illegaal worden verhandeld?
Wij kunnen niet vooruitlopen op de lopende onderzoeken die in het antwoord op vraag 7 staan. Om te achterhalen waar deze opiaten vandaan komen, moeten we eerst weten hoe ze de illegale markt bereiken en waar de zwakke plekken in de legale keten zitten. We wachten daarom met grote belangstelling de uitkomsten af, zodat we op basis daarvan eventuele aanvullende maatregelen kunnen nemen.
Wat is uw mening over de rol die onlineplatforms zoals Telegram spelen in de illegale handel van medicijnen en wat kunt u, naast het aanspreken van deze platforms, verder doen om dit tegen te gaan?
In de Digital Services Act (DSA) zijn de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid van tussenhandeldiensten, zoals hostingdiensten en online platforms, geregeld. Via deze diensten kunnen gebruikers online teksten, afbeeldingen, video’s of andere content doorgeven, opslaan of openbaar maken. Besloten groepen vallen echter buiten de reikwijdte van de DSA. De DSA is een EU-verordening met maximumharmonisatie. Binnen het toepassingsgebied bestaat geen ruimte voor lidstaten om aanvullende nationale eisen te stellen of in stand te houden. Op nationaal niveau kunnen daarom geen aanvullende zorgvuldigheidsverplichtingen aan tussenhandeldiensten worden opgelegd. Het kabinet zet in op een effectieve en uniforme toepassing en handhaving van de DSA. In 2027 wordt de DSA geëvalueerd op het effect en doeltreffendheid. Dat biedt de gelegenheid om te bezien of aanvullende verplichtingen voor tussenhandeldiensten wenselijk en nodig zijn. De Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit coördineert de Nederlandse inbreng op de evaluatie en zal in dit kader tijdig in gesprek gaan met betrokken ministeries, toezichthouders en stakeholders om input op te halen en de Nederlandse inzet in Europa te bepalen. Het Ministerie van JenV zal hieraan een actieve bijdrage leveren.
In hoeverre is het strafbaar om legale medicijnen illegaal te verhandelen via online platforms en welke handvaten zijn er om deze handel aan te pakken?
De Geneesmiddelenwet stelt strenge eisen aan het online te koop aanbieden, verkopen of leveren van geneesmiddelen. Handelen in strijd met deze eisen is strafbaar. UR-geneesmiddelen, geneesmiddelen die «Uitsluitend op Recept» verkrijgbaar zijn, mogen alleen worden aangeboden, verkocht of geleverd door een apotheker of huisarts met vergunning, en uitsluitend op basis van een geldig recept. Legale aanbieders zoals apotheken die geneesmiddelen online verkopen, moeten hun website registreren bij het agentschap CIBG. De website moet voldoen aan de Europese eisen voor eerlijke en transparante online handel. Daarnaast moet de website het officiële Europese logo tonen voor online verkoop van geneesmiddelen. Alleen legale aanbieders die op https://www.aanbiedersmedicijnen.nl/ zijn vermeld met de categorie «UR» mogen online UR-geneesmiddelen verkopen.
De IGJ houdt toezicht op de Geneesmiddelenwet en kan bestuursrechtelijk optreden, bijvoorbeeld door het opleggen van een bestuurlijke boete of het laten verwijderen van illegale advertenties en andere online content. Daarnaast werkt de IGJ samen met de douane, hostingbedrijven en (verkoop)platforms om illegale handel, betaling en verzending van geneesmiddelen te blokkeren. Bij ernstige overtredingen kan het Strafrecht worden ingezet.
Heeft u zicht op de omvang van de online handel in designerdrugs?
Hoe groot deze vorm van handel is, is lastig te zeggen. Ten eerste is er bij georganiseerde criminaliteit sprake van een «dark number» en is het dus sowieso lastig om een schatting van de totale omvang van de markt te maken. Daarnaast registreren OM en politie niet of een drugsdelict zich geheel in de fysieke wereld of (deels) online heeft afgespeeld. Aangezien dit geen verschil maakt in de strafbaarheid van de handelingen, is dit niet noodzakelijk voor de taakuitvoering.
Er worden op dit moment tussen de 100–200 websites gehost in Nederland die NPS verkopen. De omvang is dus aanzienlijk, de opsporings- en handhavingsdiensten werken hard om dit aantal naar beneden te krijgen. Om de handel in designerdrugs aan te pakken, is in juli 2025 lijst IA toegevoegd aan de Opiumwet. Er staan momenteel drie stofgroepen op lijst IA. Begin juli wordt een vierde stofgroep toegevoegd, de nitazenen. Er blijft echter een aanbod van middelen en stofgroepen dat niet onder lijst I, II of IA bij de Opiumwet valt. Het gaat bijvoorbeeld om middelen die zijn afgeleid van tripmiddelen (psychedelica), varianten van benzodiazepines (kalmeringsmiddelen) of van geneesmiddelen met een verdovende en pijnstillende werking, zoals afgeleiden van ketamine of van de pijnstiller tramadol.
Acht u de huidige wetgeving rondom de aanpak van designerdrugs toereikend genoeg om juist ook de online handel ervan tegen te gaan? Welke knelpunten zijn hierbij nog aan de orde?
De huidige wetgeving biedt een basis voor de aanpak van online handel in designerdrugs, maar kent uitdagingen die effectieve bestrijding moeilijk maken. Politie, justitie en toezichthouders beschikken over een breed juridisch instrumentarium als het gaat om het tegengaan van illegale content op online platforms en opsporing van offline drugshandel. Uit gesprekken met betrokken partijen blijkt dat de handhaving van de online verkoop van designerdrugs niet los te zien is van de online handel in andere verboden middelen.
Wel ziet het kabinet ernstige belemmeringen bij de handhaving van illegale content op de meest gebruikte berichtendiensten. De belangrijkste knelpunten liggen in het gebruik van versleutelde platforms en interpersoonlijke berichtendiensten, de complexe logistiek van post- en pakketzendingen en de schaarste aan capaciteit bij opsporingsdiensten en toezichthouders. Criminelen maken gebruik van methoden zoals valse afzendergegevens, mislabeling en complexe verzendroutes via andere EU-lidstaten. Daarnaast ontbreekt er een algemene wettelijke verplichting voor post- en pakketbedrijven om verdachte zendingen preventief te controleren of te melden, terwijl samenwerking veelal plaatsvindt binnen concrete onderzoeken en op basis van bestaande bevoegdheden.
Wetgeving alleen is niet voldoende, daarom zet het kabinet ook in op het intensiveren van samenwerking tussen toezichthouders, opsporingsdiensten en private partijen. Daarnaast onderzoekt het kabinet de mogelijkheden voor aanvullende wet- en regelgeving om de handhavingsmogelijkheden te versterken.
Het kabinet heeft de Kamer per brief nader geïnformeerd over de huidige aanpak, de uitdagingen en de stappen die worden gezet om de handhaving van online handel in (namaak)geneesmiddelen en (designer)drugs te versterken.2