Het bericht dat mogelijk ook een Nederlandse moskee een rol speelt in constructies voor mensenhandel en prostitutie |
|
Bente Becker (VVD), Ruud Verkuijlen (VVD) |
|
Eric van der Burg (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Karien van Gennip (minister sociale zaken en werkgelegenheid) (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Moskeeën Zweden regelen «plezierhuwelijk» van een uurtje: «Misbruikt voor prostitutie»»?1
Ja.
Deelt u de mening dat deze zogenoemde «plezierhuwelijken», waarbij een man en een vrouw voor zeer korte tijd in het huwelijk treden met het doel om betaalde seks te hebben, te allen tijde zouden moeten worden voorkomen in Nederland omdat deze veelal kwetsbare vrouwen vaak hiertoe worden gedwongen en er dus sprake is van mensenhandel en ook omdat het sluiten van religieuze huwelijken zonder dat daar een wettelijk huwelijk aan vooraf is gegaan verboden is in Nederland? Zo nee, waarom niet?
In Nederland wordt alleen het burgerlijk huwelijk wettelijk erkend. In Nederland is het verboden voor een priester, rabbijn of imam om een religieus huwelijk te sluiten zonder dat daar een burgerlijk huwelijk aan vooraf is gegaan conform art. 449 Wetboek van Strafrecht en art. 1:68 Burgerlijk Wetboek. Een religieus huwelijk zonder een burgerlijk huwelijk, hoe kort ook, is niet wettig. Wanneer het huwelijk onder dwang wordt afgesloten, is dit strafbaar in Nederland als vorm van dwang (art. 284 Sr).
Indien sprake is van betaalde seks kan worden gesproken van sekswerk. Kenmerkend voor sekswerk is het zich bedrijfsmatig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. Het moet hierbij gaan om vrijwilligheid en wederzijdse instemming op basis van gelijkwaardigheid. Een klant van een sekswerker die weet of een vermoeden heeft dat er sprake is van dwang, uitbuiting of mensenhandel is strafbaar volgens art. 273g Wetboek van Strafrecht. Het is van groot belang om seksueel geweld, waaronder het dwingen van een ander tot het plegen van seksuele handelingen, te voorkomen.
Het dwingen – al dan niet door gebruikmaking van de kwetsbaarheid van de ander – tot het plegen van seksuele handelingen, kan het strafbare feit verkrachting opleveren. Indien een ander gedwongen wordt tot seksuele handelingen met een derde en de persoon die de dwang uitoefent daarvan voordeel heeft, kan er sprake zijn van seksuele uitbuiting. Dit is strafbaar op grond van artikel 273f Wetboek van Strafrecht.
Is het juist dat er in Nederland ook dergelijke «plezierhuwelijken» worden afgesloten, zoals uit het Zweedse onderzoek blijkt en welke signalen heeft u hier tot op heden over ontvangen?
Tot op heden heeft het kabinet geen signalen ontvangen dat er in Nederland zogenaamde plezierhuwelijken worden afgesloten.
Bent u bereid om naar deze «huwelijken» (verder) onderzoek te doen gezien de ernst van de situatie en daarbij ook de Taskforce Problematisch Gedrag en Ongewenste buitenlandse beïnvloeding te betrekken? Kunt u de Kamer op zo kort mogelijke termijn informeren over het tijdspad van dit onderzoek? Zo nee, waarom niet?
Gezien het feit dat het kabinet – buiten dit artikel – tot op heden geen signalen over plezierhuwelijken heeft ontvangen ziet het Kabinet op dit moment geen aanleiding om een onderzoek te starten naar deze vorm van huwelijken.
Bent u het eens dat dit soort praktijken het belang van financiële weerbaarheid van kwetsbare vrouwen met een migratieachtergrond benadrukken? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u om sneller/extra stappen te zetten? Zo nee, waarom niet?
Zoals aangegeven bij de beantwoording van vraag 2, 3 en 4 heeft het Kabinet, tot op heden, geen signalen ontvangen dat er in Nederland zogenaamde plezierhuwelijken worden afgesloten. Het bevorderen van de financiële onafhankelijkheid van vrouwen is een belangrijke pijler binnen het emancipatiebeleid van dit kabinet. Het zorgt niet alleen voor meer gendergelijkheid over de hele linie, maar geeft vrouwen de vrijheid om hun eigen keuzes en hun talenten te ontplooien. De exacte maatregelen legt dit kabinet vast in de Emancipatienota, die uw Kamer eind september ontvangt. Hierin zal ook aandacht zijn voor kwetsbare vrouwen met een migratieachtergrond uit gesloten gemeenschappen.
Daarnaast is het voor financiële zelfredzaamheid van vrouwen belangrijk dat zij zelf hun geldzaken begrijpen en kunnen beheren. Om goed mee te kunnen doen in onze samenleving, heb je taal- reken-, digitale en financiële vaardigheden nodig. Wie niet, of onvoldoende, over deze basisvaardigheden beschikt, is vaak minder zelfredzaam, en heeft minder participatie- en ontwikkelingsmogelijkheden. In Nederland vinden we dat iedereen de kans moet krijgen om mee te doen, om te werken, een opleiding te volgen, te stemmen en gezond door het leven te gaan. Daarom is het actieprogramma Tel mee met Taal van de Ministeries van OCW, BZK, SZW en VWS in het leven geroepen.
Voor mensen met geldvragen en geldzorgen zijn in veel gemeenten vrijwilligersorganisaties actief, zoals Schuldhulpmaatje en Humanitas. Verder hebben diverse gemeenten laagdrempelige loketten voor vragen, zoals de buurtteams die in veel gemeenten actief zijn, of specifieke loketten voor geldvragen. Uw Kamer zal voor het einde van de zomer worden geïnformeerd over het meerjarig plan gericht op zelfbeschikking waarin ook specifieke aandacht zal uitgaan naar acties gericht op het verhogen van de financiële zelfredzaamheid van kwetsbare groepen, waaronder kwetsbare vrouwen met een migratieachtergrond uit gesloten gemeenschappen.
Bent u bereid actie te ondernemen richting de genoemde Haagse moskee, die onderdeel is van de Stichting Alcauther door in elk geval de Taskforce Problematisch gedrag en Ongewenste buitenlandse beïnvloeding grondig onderzoek te laten doen, ook naar de financiering van deze moskee, het mogelijk bestaan van een netwerk van mensenhandel rond deze moskee, en het Openbaar Ministerie (OM) te betrekken bij een vermoeden van strafbare feiten, zodat tegen betrokken personen stevig kan worden opgetreden? Zo ja, binnen welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Het OM heeft laten weten dat er op dit moment geen signalen zijn van strafbare feiten.
De Taskforce PG&OBF doet geen onderzoek naar personen of organisaties, want zij heeft geen eigenstandige onderzoeksbevoegdheden. Het vorige kabinet heeft uw Kamer op verschillende momenten geïnformeerd over de specifieke problemen omtrent de grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens van een aantal partners. Als gevolg van deze problemen worden sinds april 2021 in Taskforce verband geen persoons- of organisatie duidingen meer gedaan.2 In de Taskforce werken een aantal departementen samen, die gemeenten kunnen voorzien van informatie over (algemene) fenomenen, niet over casuïstiek waarbij persoonsgegevens verwerkt worden. Het principe binnen de Taskforce is dat alle individuele partners in de Taskforce vanuit hun eigen grondslag en bevoegdheden deelnemen aan de Taskforce. De partners in de Taskforce kunnen dus onderzoek doen, indien zij daartoe zelf een grondslag hebben.
Het is aan de gemeente om de Taskforce Problematisch gedrag en ongewenste buitenlandse financiering hierbij te betrekken als zij ondersteuning nodig hebben op fenomeenniveau. Dit is niet gebeurd.
Zal het OM in gevallen zoals deze vervolgen voor seksuele uitbuiting?
Indien er signalen zijn van (seksuele) uitbuiting zal door de politie – onder leiding van het Openbaar Ministerie – een strafrechtelijk onderzoek worden ingesteld. Als er voldoende bewijs is voor seksuele uitbuiting zal – met inachtneming van het opportuniteitsbeginsel – over worden gegaan tot vervolging.
Bent u bereid om in gesprek te gaan met de Eerste Kamer om de Wet Tegengaan huwelijkse gevangenschap vervroegd in werking te laten treden?
Op 1 juni jl. is een novelle bij het wetsvoorstel tegengaan Huwelijkse gevangenschap en enige andere onderwerpen bij Uw Kamer ingediend. (Kamerstukken II 36 123). De Eerste Kamer heeft de verdere behandeling van het Wetsvoorstel Tegengaan huwelijkse gevangenschap uitgesteld in afwachting van deze novelle.
In het licht van een zorgvuldige wetsbehandeling en de constitutionele verhoudingen tussen Tweede Kamer, Eerste Kamer en regering lijkt het aangewezen om de behandeling van deze novelle af te wachten. Afhankelijk van die behandeling is een spoedige inwerkingtreding van de Wet Tegengaan huwelijkse gevangenschap immers mogelijk.
Wanneer ontvangt de Kamer de weerbaarheidsagenda die volgens het kabinet een oplossing moet bieden tegen dergelijk problematisch gedrag en hoe neemt u genoemde ernstige problematiek daarin mee?
Zoals aangegeven bij vraag 6 zet het Kabinet in op de (financiële) redzaamheid en weerbaarheid van vrouwen. Uiteindelijk is daarmee het doel om weerbaarheid te vergroten, schadelijke praktijken tegen te gaan en zelfbeschikking te stimuleren. De Kamer ontvangt de Agenda Veerkracht en Weerbaarheid na de zomer. Zelfbeschikking is onderdeel van deze agenda.
Bent u het eens dat het hoog tijd is voor meer instrumenten om te kunnen ingrijpen wanneer zich problematisch gedrag in een moskee voordoet? Zo ja, wanneer komt u met de aangekondigde wetgeving om in het geval van problematisch gedrag sancties te kunnen opleggen zoals het verbeurd verklaren en het verbieden van het ontvangen van middelen uit het buitenland?
De aangekondigde wetgeving zoals benoemd in de vraag betreft de nota van wijziging bij het wetsvoorstel Transparantie maatschappelijke organisaties (hierna Wtmo) die de voormalige Minister voor Rechtsbescherming begin juni 2021 heeft aangekondigd (Kamerstukken 2020–2021, 35 228, nr. 38). Deze voorgenomen wijziging van de Wtmo voegt o.a. een bevoegdheid voor het OM toe om de rechter te verzoeken maatregelen te treffen jegens organisaties die onze democratische rechtstaat ondermijnen. De Wtmo is in november 2020 naar uw Kamer gestuurd waarop uw Kamer in december 2020 verslag heeft uitgebracht. Er wordt gewerkt aan beantwoording van het verslag. De nota van wijziging op de Wtmo is afgelopen augustus 2021 voorgelegd aan de Raad van State voor een adviesaanvraag. Het advies is ontvangen op 17 november jl. en wordt nog verwerkt.
De Wtmo is overigens geen instrument dat is bedoeld om, als er sprake is van ondermijning van de democratische rechtstaat, alleen bij moskeeën in te kunnen grijpen. Álle vormen van ondermijning van de democratische rechtstaat, waarbij financiering een rol speelt, zullen onder de Wtmo kunnen vallen.
Het bericht de helft van de slachtoffers van mensenhandel binnen enkele jaren opnieuw slachtoffer van een misdrijf wordt. |
|
Ruud Verkuijlen (VVD) |
|
Ankie Broekers-Knol (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Helft slachtoffers mensenhandel binnen 7 jaar opnieuw getroffen door misdrijf?1» en het rapport «Slachtoffermonitor mensenhandel 2016–2020»?
Ja.
Uit het onderzoek blijkt dat de overheid slachtoffers van mensenhandel na signalering onvoldoende bescherming kan bieden om herhaling of erger te voorkomen, herkent u dit probleem?
De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen (hierna: de Nationaal Rapporteur) constateert dat 45% van de slachtoffers van mensenhandel binnen vijf jaar nogmaals in beeld komt als slachtoffer van enig delict.2 Dit is problematisch; allereerst natuurlijk vanuit het oogpunt van bescherming van slachtoffers, maar daarnaast ook met oog op criminaliteitspreventie.
Welke interventies worden op dit moment ingezet om herhaald slachtofferschap tegen te gaan?
Allereerst is het van belang om in te zetten op het voorkomen dat mensen überhaupt slachtoffer óf dader worden van mensenhandel. Een van de vijf actielijnen van het programma Samen tegen mensenhandelbenoemt een breed palet aan interventies die reeds actief zijn.3 Voor het voorkomen van herhaald slachtofferschap is het belangrijk dat slachtoffers van mensenhandel bescherming krijgen, opgevangen worden en behandeling krijgen. Ook hierbij is het relevant dat verdachten worden opgespoord en dat het OM overgaat tot vervolging.
Ieder slachtoffer van een strafbaar feit wordt, ter voorkoming van herhaald slachtofferschap, secundaire victimisatie, maar ook voor het voorkomen van intimidatie en vergelding, door de politie en het OM aan de hand van criteria beoordeeld op zijn of haar individuele beschermingsbehoefte. Een Individuele Beoordeling (IB) is een wettelijke taak die voortvloeit uit de EU-richtlijn minimumnormen slachtoffers.4 Het palet aan beschermingsmaatregelen is breed, bijvoorbeeld het afschermen van adresgegevens, anoniem aangifte doen of een contact- of gebiedsverbod.
Slachtoffers van mensenhandel zijn een categorie van kwetsbare personen waarvoor ook diverse specifieke regelingen gelden. Verschillende maatregelen zijn er op gericht om zorg, ondersteuning en opvang te verlenen aan slachtoffers, mede om revictimisatie te voorkomen.
Via de Categorale Opvang Slachtoffers Mensenhandel (COSM) wordt gespecialiseerde begeleiding geboden aan slachtoffers van mensenhandel uit derde landen zonder verblijfstatus. Bij deze slachtoffers is de geringste aanwijzing van mensenhandel geconstateerd en om die reden wordt door de politie (of andere opsporingsdiensten) drie maanden bedenktijd aangeboden. Daarmee wordt voorzien in opvang en wordt hun rechtsbescherming gewaarborgd. In die drie maanden wordt er voor deze groep van slachtoffers psychische hulp, persoonlijke begeleiding en opvang geregeld. Er worden methoden ingezet, zoals psychosociale gesprekken, de Krachtwerk-methodiek en psycho-educatieve training die is gericht op het (indien nodig) vaststellen van een diagnose, het weerbaarder maken van en het verkleinen van het risico op herhaling en overdracht naar een volgend verblijf dan wel terugkeer naar land van herkomst.
Ook in de reguliere opvangvoorzieningen voor slachtoffers met verblijfstatus en slachtoffers uit Nederland/EU-landen en de specialistische opvang voor slachtoffers met multiproblematiek (OMM) worden methoden ingezet om terugval of herhaling te voorkomen. Daarnaast zijn fysieke en sociale veiligheidsmaatregelen in de opvangvoorzieningen aanwezig, zoals beveiliging.5 Ook worden afspraken gemaakt voor incidentenprocedures met bijvoorbeeld politie in de regio’s.
Verder wil ik uw Kamer wijzen op een meerjarig onderzoek van ZonMW, gestart in 2018, waarin de effectieve behandeling van slachtoffers van loverboys centraal staat. Met deze studie wordt onderzocht welke omstandigheden een aanleiding kunnen zijn voor terugval, maar ook welke factoren bijdragen aan een succesvolle behandeling. Het onderzoek loopt nog tot het einde van 2022.
Bent u het eens dat de huidige interventies tekortschieten nu herhaald slachtofferschap, zeker gezien het feit dat slachtoffers van mensenhandel door de coronacrisis nog kwetsbaarder zijn geworden, klaarblijkelijk niet wordt voorkomen? Zo ja, welke stappen gaat u nemen om dit te verbeteren? Zo nee, waarom niet?
De statistieken over het herhaald slachtofferschap zijn zorgelijk. Door de coronapandemie en de maatregelen zijn veel activiteiten op een lager pitje komen te staan, bijvoorbeeld door gesloten buurthuizen. Relevant in het kader van het tegengaan van geweld in afhankelijkheidsrelaties, wat tevens betrekking heeft op slachtoffers van mensenhandel, wil ik wijzen op een onderzoek van het Verweij Jonker Instituut. Dit onderzoek wijst uit dat de aanpak van kindermishandeling een kwestie van lange adem is.6 Datzelfde geldt voor andere vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Het gaat dan om complexe problematiek waarvoor niet één interventie of aanpak effectief kan zijn. Ik zal dit vraagstuk betrekken in mijn beleidsreactie op de Slachtoffermonitor. Ik ben voornemens deze in februari met uw Kamer te delen.
Krijgt de surveillance op internet nog voldoende prioriteit, nu mensenhandel door de coronacrisis is verplaatst naar de onlinewereld en dit potentiële slachtoffers extra kwetsbaar maakt? Zo nee, welke extra inzet kan hierop worden gepleegd?
De verplaatsing van mensenhandel naar de online wereld was ook al vóór COVID-19 in volle gang en is mede door de coronacrisis in een stroomversnelling geraakt. De politie zet zich in voor een stevige positie in het digitale domein en het bestendigen van de aanpak van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit, waaronder mensenhandel. Er worden dan ook verschillende digitaal rechercheurs geworven uit de middelen waarmee de politie versterkt is (n.a.v. motie Segers-Asscher). Steeds meer politiespecialisten onderzoeken publiek toegankelijke websites, in het geval de politie signalen heeft ontvangen dat aanwijzingen van mensenhandel kunnen worden aangetroffen.
Daarnaast wordt er vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid samen met het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) gewerkt aan een Nationaal Actieplan digitale bescherming van kwetsbare jongeren tegen seksuele uitbuiting. Ook wordt ingezet op proactieve benadering van (potentiële) slachtoffers door middel van een online outreach traject. Het CKM voert een proef uit om online in contact te komen met mogelijke slachtoffers van seksuele uitbuiting. Hiervoor wordt een getraind team van zorgprofessionals uitgerust met de technische tools om proactief in contact te komen met mogelijke slachtoffers. In de komende periode zullen de eerste (potentiële) slachtoffers worden benaderd. Uw Kamer zal op de hoogte worden gehouden van de voortgang van dit project.
Deelt u de conclusie van de zorgcoördinatoren dat interventies vaak worden ingezet op het slachtofferschap van mensenhandel, maar niet op het onderliggende problematiek die slachtoffers kwetsbaar maakt voor uitbuiting?
Uit de Slachtoffermonitor wordt duidelijk dat slachtoffers van mensenhandel vaak onderliggende problematiek hebben. Het is belangrijk om dit aspect ook mee te nemen in de hulp die aan het slachtoffer geboden wordt. Ik zal dit vraagstuk betrekken in mijn beleidsreactie op de Slachtoffermonitor. Ik ben voornemens deze in februari met uw Kamer te delen.
Klopt het dat alleen slachtofferhulp wordt geboden aan slachtoffers van arbeidsuitbuiting? Vallen slachtoffers van ernstige benadeling daarmee niet tussen wal en schip enkel omdat het leed wat zij meemaken niet voldoet aan de taaie delictsomschrijving van mensenhandel? Welke mogelijkheden zijn er, totdat het mensenhandel artikel verbeterd is, om deze personen al dan niet via gemeenten passende hulp te bieden?
Het is belangrijk dat slachtoffers van uitbuiting uit de uitbuitingssituatie worden gehaald en hulp en opvang krijgen, om zo te zorgen voor rust en veiligheid. Het coalitieakkoord zet in op de herziening van artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht om daders van mensenhandel beter te kunnen aanpakken. De bescherming van slachtoffers is momenteel sterk gekoppeld aan het strafrecht. Als sprake is van de geringste aanwijzing van mensenhandel maken zij aanspraak op hulp en beschermingsmaatregelen. Voor derdelanders geldt bovendien dat zij op grond van de B8/3-regeling een bedenktijd van maximaal drie maanden (zie ook de beantwoording onder vraag 3). Deze systematiek verschilt met de bestuursrechtelijke aanpak waarbij ernstig benadeelden geen recht op hulp en beschermingsmaatregelen hebben zoals dat voor slachtoffers van arbeidsuitbuiting wel wettelijk is geregeld. Tijdens de Taskforce Mensenhandel van 15 juli jl. is daarom verkennend gesproken om de reeds bestaande mogelijkheden ter bescherming van ernstig benadeelde werkenden in Nederland beter te benutten. Naar aanleiding hiervan gaat in januari 2022 een pilot met CoMensha van start om om opvangplekken te organiseren voor ernstig benadeelden, waarbij geen sprake is van een geringste aanwijzing van mensenhandel. Daarnaast wordt naar aanleiding van de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten ingezet op een betere informatievoorziening en toegang tot het recht.
Aangezien gemeenten in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor het bieden van hulpverlening, hoe verloopt het contact tussen u en de gemeenten en lukt het om zo problemen vroegtijdig te signaleren?
De gemeentelijke aanpak is verankerd in het programma Samen tegen mensenhandel7. Ik ben daarom regelmatig in contact met de gemeenten en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Om die reden is samen met de Nationaal Rapporteur dit najaar gestart met een «Roadshow» langs het lokaal bestuur. Dit met als doel de problematiek van uitgebuite jongeren stevig op de bestuurlijke agenda plaatsen. De aftrap voor deze roadshow heeft plaatsgevonden tijdens het Bestuurlijk Overleg Mensenhandel van 8 november jl. Het nauwe contact met het lokale bestuur, en daarmee ook de roadshow, zal ik met de voortzetting van het programma door gaan zetten.
Gemeenten zijn onmisbaar bij het signaleren van vormen van mensenhandel. Ambtenaren met burgercontacten zijn de oren en ogen van een gemeente. Vanwege de multiproblematiek waar slachtoffers van mensenhandel vaak mee te maken hebben, geldt voor een deel van deze slachtoffers dat zij soms al «onbewust» in beeld zijn van de gemeente. Dit kan bijvoorbeeld zijn vanwege schuldenproblematiek. Als ambtenaren of andere betrokkenen signalen van uitbuiting herkennen en melden, kunnen zij een belangrijke bijdrage leveren aan de strijd tegen mensenhandel. De afgelopen jaren hebben verschillende partijen zich ingezet om relevante functionarissen bij gemeenten te trainen in het herkennen van signalen van mensenhandel.
Om gemeenten te ondersteunen bij het maken van beleid heeft de VNG het Kompas en het Kader Aanpak Mensenhandel gepubliceerd. Het Kompas bevat onder andere informatie over aard en omvang van mensenhandel, wetgeving en rollen en verantwoordelijkheden van gemeenten. Het Kader biedt bouwstenen bij het formuleren van een aanpak voor mensenhandel. Een van de bouwstenen is het verbeteren van het signalerend vermogen van de gemeente. De gemeente stelt hiervoor een aandachtsfunctionaris aan. De functionaris is aanspreekpunt, verzamelt signalen en weet deze signalen aan de juiste partij te koppelen. De gemeente communiceert duidelijk over de interne meldroute en de ingestelde aandachtsfunctionaris. Er wordt daarnaast actief geïnvesteerd in het opbouwen van kennis over het signaleren van mensenhandel bij medewerkers van de gemeente.
Tot slot, welke mogelijkheden ziet u om minderjarigen en adolescenten, gezien hun verhoogde kans op herhaald slachtofferschap, beter te ondersteunen richting hulpverlening, juist ook in de fase waarin een minderjarige volwassen wordt en een ander hulpaanbod van toepassing is?
Het hoeft niet zo te zijn dat er in algemene zin bij de overgang van minderjarigen naar adolescentie sprake is van een ander hulpaanbod. Zoals ook aangegeven bij mijn antwoord op vraag 3 en 8 vindt de signalering en aanpak plaats in het sociaal domein bij de gemeenten. De gemeenten koopt hulp aan minderjarigen in via de jeugdwet en kan dit voortzetten na het achttiende jaar op basis van de verlengde jeugdhulp. Ik zal dit vraagstuk betrekken in mijn beleidsreactie op de Slachtoffermonitor. Ik ben voornemens deze in februari met uw Kamer te delen.