De inzet van bevroren Russische tegoeden voor Oekraïne |
|
Harmen Krul (CDA), Maes van Lanschot (CDA), Inge van Dijk (CDA) |
|
Berendsen , Eelco Heinen (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichten dat Oekraïne miljarden extra nodig heeft, het artikel van VRT NWS over The Russian Transfer en het achterliggende voorstel van The Russian Transfer?1, 2, 3
Klopt het dat de Oekraïense Minister van Financiën verwacht dat er volgend jaar minstens 22 miljard euro extra nodig is voor de Oekraïense begroting, en nog meer voor het financieren van het Oekraïense leger? Zo ja, deelt u de mening dat Rusland voor deze (en andere) kosten zo veel mogelijk moet opdraaien?
Hoe heeft het kabinet tot nu toe uitvoering gegeven aan de afspraak uit het coalitieakkoord dat Nederland blijft pleiten voor de inzet van bevroren Russische tegoeden? Welke resultaten heeft deze inzet sinds het aantreden van het kabinet opgeleverd?
Hoe beoordeelt u het voorstel van The Russian Transfer om de ongeveer 210 miljard euro aan geïmmobiliseerde Russische staatsactiva die zich in de Europese Unie bevinden, inclusief de bijbehorende verplichtingen, onder te brengen bij een door de EU beheerd instrument, waarbij het juridische eigendom van Rusland vooralsnog niet wordt gewijzigd?
Deelt het kabinet de juridische analyse van de initiatiefnemers dat voor deze overdracht artikel 122 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie als rechtsgrondslag kan worden gebruikt en dat hierover met gekwalificeerde meerderheid kan worden besloten? Zo nee, op welke punten niet, en bent u in dat geval bereid hierover op korte termijn een onafhankelijke juridische beoordeling te laten uitvoeren en deze met de Kamer te delen?
Klopt volgens het kabinet de redenering van de initiatiefnemers dat een overdracht van zowel de activa als de bijbehorende verplichtingen aan de EU juridisch wezenlijk verschilt van confiscatie, omdat Rusland formeel eigenaar of schuldeiser blijft zolang geen afzonderlijk besluit over het gebruik van de middelen wordt genomen? Zo nee, waarom niet?
Wat is uw oordeel over het voorstel van de initiatiefnemers dat de Europese Unie eventuele resterende risico’s voor België en Euroclear gezamenlijk afdekt? Welke mogelijke financiële verplichtingen zou Nederland hierdoor direct of indirect volgens u kunnen aangaan?
Bent u bekend met het artikel «Flinke straf bij douane dreigt als je flesje wijn of olijfolie uit verkeerde postcode in Israel meeneemt»?1
Klopt het dat op 23 september 2026 alle passagiers van een El Al-vlucht uit Tel Aviv bij de douane-uitgang «Niets aan te geven» op Schiphol zijn staande gehouden en hun bagage gescreend werd? Zo ja, hoeveel passagiers zijn hierbij gecontroleerd en op welke grondslag is hiertoe besloten? Zo nee, wat is er wel gebeurd en bent u dan bereid hierover zo spoedig mogelijk contact op te nemen met het Israëlische Ministerie van Buitenlandse Zaken om eventuele diplomatieke ruis hierover weg te nemen en verdere misverstanden te voorkomen, mede gelet op de publieke verontwaardiging hierover in Israël, waaronder vanuit de oppositie?
Hoe verhoudt de in het artikel genoemde inzet zich tot de toezegging in paragraaf 7.3 van de Nota van Toelichting dat het sanctiebesluit geen personele gevolgen heeft voor het Rijk en binnen de bestaande capaciteit wordt opgevangen?
Hoe verhoudt het aanhouden en screenen van alle passagiers zich tot de volgende teksten uit de nota van toelichting: «Ter voldoening aan deze plicht is het in Douaneregelgeving, waaronder in Europese sanctieverordeningen, gebruikelijk om importeurs te verplichten om met een verklaring aan te tonen dat zij voldoen aan die regelgeving. Voor de Douane zijn deze verklaringen een aangrijpingspunt voor de handhaving. Voor dit besluit is dat niet anders.»; «De Douane verricht controles aan de hand van deze verklaringen.» en «Het Openbaar Ministerie hanteert het opportuniteitsbeginsel. Dit betekent dat vervolging alleen plaatsvindt als dat in het algemeen belang is. Naar verwachting zal de focus van de handhaving liggen op structurele en opzettelijke overtredingen.»?
Hoe weegt het kabinet de proportionaliteit en subsidiariteit van deze maatregel, in aanmerking nemend dat het Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden zich blijkens Artikel 2 strikt beperkt tot goederen uit nederzettingen op de EU-postcodelijst en uitdrukkelijk niet ziet op goederen van oorsprong uit Israël binnen de internationaal erkende grenzen van 1967?
Hoe rijmt u het fysiek controleren van individuele reizigers met de toelichting op Artikel 3, tweede lid, van het sanctiebesluit, waarin de regering expliciet stelt dat de administratieve verklaringsplicht niet geldt voor goederen in de persoonlijke bagage van reizigers die bestemd zijn voor particulier gebruik?
Hoe verhoudt het screenen van individuele reizigers zich tot het uitgangspunt in paragraaf 4.2 van de toelichting dat de focus van de handhaving en vervolging zal liggen op «structurele en opzettelijke overtredingen» in het economische verkeer?
Acht u het opsporen van particuliere consumentenartikelen zoals flessen wijn of dadels in koffers een verantwoorde prioritering van het strafrechtelijk opsporingsapparaat?
Op welke wijze draagt het controleren van particuliere reizigers en vakantiegangers bij aan het door de regering beoogde doel van het sanctiebesluit, te weten het bevorderen van de internationale rechtsorde en het economisch tegengaan van de instandhouding van onrechtmatige nederzettingen?
Hoe waarborgt het kabinet dat er bij deze verscherpte controles geen sprake is van indirecte etnische of religieuze profilering van Joodse reizigers en Israëliërs en hoe voorkomt het kabinet gevoelens van onveiligheid?
Deelt u de mening dat de AMvB «Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden» nooit tot doel kan hebben gehad dat allemensen die vanuit Israël naar Nederland vliegen gecontroleerd en gescreend worden, al helemaal niet als daar verder helemaal geen aanleiding toe is en dat dit een heel verkeerd beeld oproept? Zo ja, wat gaat de Minister hieraan doen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om te voorkomen dat er disproportionele controles plaatsvinden op allereizigers afkomstig uit Israël, zonder aanleiding? Zo nee, waarom niet?
De deelname van Nederlandse diplomaten aan de door Azerbeidzjan georganiseerde tour in Nagorno-Karabach |
|
Don Ceder (CU), Chris Stoffer (SGP), Henk Vermeer (BBB) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Klopt het dat Nederlandse diplomaten hebben deelgenomen aan een door Azerbeidzjan georganiseerde tour in Nagorno-Karabach?1
Welke afwegingen spelen doorgaans een rol in het besluit om al dan niet in te gaan op dergelijke uitnodigingen?
In hoeverre heeft Azerbeidzjan volgens u reeds opvolging gegeven aan de voorlopige maatregelen uit de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 17 november 2023?2
In hoeverre heeft Azerbeidzjan volgens u opvolging gegeven aan de voorlopige maatregel over Armeens cultureel erfgoed uit de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 7 december 2021?3
Klopt het dat Azerbeidzjan plaatsnamen in Nagorno-Karabach wijzigt4 en Armeense kerken en ander cultureel erfgoed vernietigt? Wat is uw oordeel hierover?
Heeft er in Nagorno-Karabach volgens het kabinet een etnische zuivering plaatsgevonden in 2023? Zo nee, waarom niet? Welke reactie acht de regering passend op de ontstane situatie en de verdrijving van meer dan 100.000 personen naar Armenië?
Bent u ermee bekend dat Azerbeidzjan eerder in de Azerbeidzjaanse exclave Nachitsjevan Armeens cultureel erfgoed met de grond gelijk heeft gemaakt?5 Deelt u de vrees dat het erfgoed in Nagorno-Karabach hetzelfde kan overkomen?
Herinnert u zich de antwoorden van uw ambtsvoorganger over schriftelijke vragen over de vernietiging van Armeens erfgoed en de toezegging die Nederland van Azerbeidzjan had gekregen om het cultureel erfgoed te beschermen?6 Welke inzet is er vanuit Nederland daarna geweest op dit thema?
Heeft Azerbeidzjan zich volgens u aan de toezegging gehouden? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo nee, welke stappen gaat u ondernemen?
Kloppen de berichten dat tijdens de tour door de Azerbeidzjaanse regering desinformatie is verteld door de Armeense kloosters van Gandzasar en Dadivank «een integraal onderdeel van het oude Albanese christelijke erfgoed» te noemen, smalend werd gedaan over «voorbeelden van oude manuscripten» en er werd gedanst? Hoe taxeert u dit?
Vindt u het, in het licht van bovenstaande, gepast dat Nederlandse diplomaten mee hebben gedaan aan deze door Azerbeidzjan georganiseerde tour? Zo ja, waarom?
Hoe beoordeelt u, mede in het licht van vraag 4, het X-bericht van de Speciaal Vertegenwoordiger van de EU voor de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië, waarin wordt gesteld dat de diep uiteenlopende opvattingen en narratieven, bijvoorbeeld over de oorsprong van sommige locaties, zouden moeten worden aangepakt tussen Azerbeidzjan en Armenië?7 Heeft de delegatie desinformatie over de oorsprong van het cultureel erfgoed aangekaart of weersproken? Zo nee, waarom niet?
Welke internationaalrechtelijke verplichtingen volgen voor Nederland voort uit de eerdergenoemde uitspraken van het Internationaal Gerechtshof? Kan het AIV hierover om advies worden gevraagd?
Het bericht 'Albanese Refused to Condemn Iran, Now She Attacks NATO Over Ukraine' |
|
Queeny Rajkowski (VVD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitlatingen van Francesca Albanese, speciaal VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de bezette Palestijnse gebieden, tijdens het Festival di Open in Parma op 19 september jl.?1
Klopt het dat mevrouw Albanese tijdens deze bijeenkomst heeft opgeroepen om te stoppen met het leveren van wapens aan Oekraïne?
Klopt het dat zij heeft gesuggereerd dat er «redenen» waren voor de Russische invasie van Oekraïne?
Klopt het voorts dat zij beweerde dat er sprake is van een politieke berekening binnen een door de Verenigde Staten geleide NAVO die gebaat zou zijn bij een «zwak Europa», en dat om die reden «dat front openblijft»?
Hoe oordeelt u over het feit dat een functionaris van de Verenigde Naties dergelijke verstrekkende geopolitieke beschuldigingen uit, terwijl zij ter plekke zelf expliciet toegaf «geen expert» te zijn en «geen oplossing» te hebben en dat dit onderwerp ook niet haar mandaat betreft?
Deelt u de mening dat een oproep tot het staken van wapenleveranties aan Oekraïne de facto neerkomt op een oproep tot capitulatie van Oekraïne? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat het stopzetten van militaire steun aan Oekraïne zou leiden tot de rechteloze onderdrukking van miljoenen onschuldige mensen door het Russische regime? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de stelling dat vrede en veiligheid in Europa alleen duurzaam kunnen worden gewaarborgd wanneer wordt voorkomen dat Rusland deze agressieoorlog wint? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat een sterke NAVO en onverminderde militaire, politieke en financiële steun aan Oekraïne noodzakelijk zijn om Poetin een halt toe te roepen? Zo nee, waarom niet?
Hoe verhouden de uitspraken van mevrouw Albanese zich volgens u tot de realiteit dat Rusland soevereine grenzen schendt en NAVO-lidstaten dagelijks op de proef stelt met hybride aanvallen, spionage en sabotage?
Deelt u het standpunt dat de VN en haar rapporteurs moeten bijdragen aan vrede, veiligheid en het handhaven van het Handvest van de VN, en dat de uitspraken van mevrouw Albanese hier haaks op staan? Zo nee, waarom niet?
Deelt u het oordeel dat uitlatingen over de oorlog in Oekraïne en aanvallen op de NAVO volstrekt buiten het formele mandaat van mevrouw Albanese als rapporteur voor de bezette Palestijnse gebieden vallen? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u de selectiviteit van mevrouw Albanese, die zich in januari 2026 beriep op de grenzen van haar mandaat om geen commentaar te geven op het neerslaan van demonstranten door het Iraanse regime, maar diezelfde mandaatsgrenzen negeert wanneer zij westerse democratieën kan bekritiseren?
Hoe beziet u in bredere zin de ideologie van het derdewereldactivisme (third-worldism) binnen internationale gremia zoals de VN, waarbij westerse democratieën stelselmatig als imperialistisch of kwaadwillend worden neergezet, terwijl niet-westerse autoritaire regimes en agressors moreel worden gerelativeerd of vergoelijkt?
Herkent u deze ideologie van derdewereldactivisme in de publieke optredens, retoriek en verslaglegging van mevrouw Albanese?
Hoe duidt u in dat kader het optreden van mevrouw Albanese bij de Russische staatszender RT op 13 september jl., waarin zij zich uitliet over het Amerikaanse embargo tegen Cuba?
Deelt u de mening dat een VN-rapporteur haar positie en het gezag van de Verenigde Naties niet mag misbruiken om Russische propaganda en antiwesterse sentimenten te verspreiden? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de conclusie dat deze uitspraken volstrekt niet passen bij de functie en de waardigheid van een gezant of speciaal rapporteur van de VN? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat mevrouw Albanese door haar structurele vooringenomenheid ongeschikt is voor haar rol als onafhankelijk speciaal rapporteur? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om haar speciale status en haar rol als speciaal rapporteur ter discussie te stellen samen met gelijkgezinde internationale partners tijdens de Algemene Vergadering van de VN in New York? Zo nee, waarom niet?
Escalatiegevaar in Oekraïne |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Heeft Rusland Nederland, sinds het begin van dit decennium, voor zover de regering weet, ooit fysiek aangevallen? Zo ja, waar en wanneer precies en kan de Kamer het bewijs hiervoor ontvangen?
Wordt de aanslag op Nord Stream, voor 9% in handen van de Nederlandse Gasunie, door de regering gezien als «een (fysieke) daad van agressie» richting Nederland? Zo nee, waarom niet?
Zijn er, op dit moment, behalve de VS en Oekraïne, andere landen waarvan het mogelijk zou kunnen zijn dat ze, direct of indirect, betrokken zijn bij de aanslag op Nord Stream?
Is de Minister bekend met het oordeel van diverse onafhankelijke experts (zoals Glenn Diesen, John Mearsheimer, Jeffrey Sachs etc.) die de oorlog in Oekraïne kwalificeren als een (door het Westen uitgelokte) proxy-oorlog tussen de EU/NAVO enerzijds en Rusland anderzijds op Oekraïens grondgebied? Kan de Minister hierop een korte inhoudelijke reactie geven waarbij wordt ingegaan op de argumenten die hiervoor door deze experts worden aangedragen (zoals de gewelddadige en door het Westen gesteunde staatsgreep in Oekraïne in 2014)?
Wat doet de Nederlandse regering om te voorkomen dat het huidige conflict escaleert tot een directe oorlog tussen Rusland en de EU/NAVO (en dus Nederland)? Welke diplomatieke contacten worden op dit moment onderhouden met Rusland? Sinds wanneer heeft onze ambassadeur in Moskou bijvoorbeeld voor het laatst met leden van de Russische regering of ambtenaren van het Russische staatsapparaat over de situatie in Oekraïne gesproken?
Onderkent de regering dat in het verleden oorlogen zijn gestart en gerechtvaardigd door middel van zogenaamde «false flag» operaties?
Is de regering zich er van bewust dat zo’n «false flag» operatie niet alleen door Rusland maar ook vanuit het Westen (EU/NAVO) georganiseerd zou kunnen worden? Zo nee, waarom sluit de regering dit laatste categorisch uit? Zo ja, wat doet de regering om te voorkomen dat Nederland als gevolg van zo’n «false flag» operatie ten onrechte in een oorlog met Rusland wordt getrokken?
Hoe zeker is de regering ervan dat, bij gebrek aan verkiezingen en gezien de gedwongen mobilisatie, niet alleen de Oekraïense regering maar ook de Oekraïense bevolking op dit moment in meerderheid achter het continueren van de oorlog staat?
Houdt de Nederlandse regering rekening met het risico dat een deel van de Oekraïense bevolking zich (geleidelijk) afkeert van het Westen (de EU/NAVO) omdat men van mening is, zoals veel (Westerse!) experts ook betogen, gebruikt te zijn en opgeofferd te worden in een proxy-oorlog van het Westen tegen Rusland, met als (begrijpelijk) gevolg wellicht dat Oekraïne (een land met een groot, sterk en bijzonder ervaren leger) zich in de toekomst tegen de EU en de NAVO en dus ook tegen Nederland keert?
Het statement van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN over de “crackdown on fundamental freedoms” in Uganda |
|
Don Ceder (CU) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66), Berendsen |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het statement van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN van 30 juli 2026 over de «crackdown on fundamental freedoms» in Uganda?1
Bent u bereid om de in het statement genoemde mensenrechtenschendingen publiekelijk en in niet mis te verstane bewoordingen te veroordelen, zowel bilateraal als in multilateraal verband? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u de rol en de uitspraken van generaal Kainerugaba, die op sociale media onder meer oppositieleider Bobi Wine heeft bedreigd en herhaaldelijk heeft opgeschept over het martelen en gevangenhouden van opposanten, waaronder de veiligheidschef en lijfwacht van Bobi Wine, Eddy Mutwe, en die publiekelijk heeft verklaard dat de veiligheidsdiensten oppositieleden hebben gedood?
Bent u bereid om, al dan niet in EU-verband, gerichte sancties te overwegen tegen personen die verantwoordelijk zijn voor deze mensenrechtenschendingen?
Bent u bereid om zich, bilateraal en in EU-verband, in te zetten voor de onmiddellijke vrijlating van Kizza Besigye, die inmiddels bijna twee jaar zonder proces vastzit op een vermeende hoogverraadaanklacht en die eind juli 2026 in kritieke, levensbedreigende toestand op de intensive care belandde na een instorting tijdens zijn rechtszaak? Bent u bereid om bij de Ugandese autoriteiten aan te dringen op toegang tot onafhankelijke medische zorg voor Besigye?
Bent u bereid om binnen de EU te pleiten voor een gezamenlijk, onafhankelijk onderzoek naar het verloop van deze verkiezingen, en voor het koppelen van eventuele EU-steun aan Uganda aan de uitkomsten daarvan?
Kunt u een overzicht geven van de huidige bilaterale samenwerking met Uganda, inclusief lopende trajecten op het gebied van migratie, veiligheid, handel en ontwikkelingssamenwerking? Bent u bereid om de samenwerking, in het licht van bovenstaande, te herzien? Zo nee, waarom niet?
Welke waarborgen zijn er om te voorkomen dat Nederlandse steun of samenwerking direct of indirect bijdraagt aan de genoemde mensenrechtenschendingen?
Welke mogelijkheden ziet u om, samen met gelijkgezinde EU-lidstaten, stelling te nemen tegen de geleidelijke uitholling van de rechtsstaat en ter bescherming van fundamentele vrijheden in Uganda?
Bent u bereid te onderzoeken hoe onafhankelijke steun aan mensenrechtenverdedigers, journalisten en het maatschappelijk middenveld in Uganda kan worden vergroot, mede in het licht van de beperkingen die de «Protection of Sovereignty Act» oplegt aan internationale financiering? Bent u tevens bereid te verkennen hoe Nederland specifiek kan bijdragen aan de bescherming en opvang van Ugandese politieke vluchtelingen? Zo nee, waarom niet?
De voortgaande oorlog en buitenlandse steun aan strijdende partijen in Soedan |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het nieuwe rapport van de onafhankelijke VN-Fact-Finding Mission (FFM), waarin wordt geconcludeerd dat buitenlandse rekruterings- en steunnetwerken de militaire capaciteit van strijdende partijen in Soedan vergroten en daarmee het conflict en de schade aan burgers aanjagen?1 Welke concrete maatregelen, naast hetgeen genoemd in uw Kamerbrief, gaat Nederland naar aanleiding van deze nieuwe bevindingen nemen om deze netwerken daadwerkelijk te ontmantelen?2
Hoe beoordeelt u dat de Verenigde Arabische Emiraten deel uitmaken van de Quad die een staakt-het-vuren in Soedan probeert te bewerkstelligen, terwijl de FFM tegelijkertijd rapporteert dat private entiteiten, logistieke tussenpersonen en recruiters die onder meer vanuit de VAE opereren betrokken zijn bij het leveren van personeel, training, wapens en logistieke steun aan de RSF?
Acht u het onder deze omstandigheden wenselijk dat de VAE deze rol in het vredesproces blijft vervullen, en gaat Nederland dit binnen de EU en met de andere betrokken landen aan de orde stellen?
Bent u bekend met de bevindingen van Amnesty International dat kinderen in Noord-Darfur niet slechts slachtoffer waren van het geweld, maar onder meer doelgericht werden gedood, verkracht, ontvoerd, vastgehouden en onder dwang gerekruteerd, en dat Amnesty verschillende RSF-commandanten heeft geïdentificeerd die verantwoordelijk zouden zijn voor ernstige schendingen? Bent u bereid een onderzoek in te stellen naar deze specifieke commandanten en voor gerichte sancties tegen degenen tegen wie voldoende bewijs bestaat?
Welke specifieke steun biedt Nederland aan kinderen die in Soedan slachtoffer zijn van onder meer gedwongen rekrutering, seksueel geweld en ontvoering? Bent u bereid deze steun te intensiveren?
Hoe beoordeelt u dat de EU onderhandelt over een vrijhandelsakkoord met de Verenigde Arabische Emiraten, terwijl de VAE volgens het FFM betrokken zijn bij het aanjagen van de oorlog in Soedan? Bent u bereid ervoor te pleiten deze onderhandelingen op te schorten zolang deze betrokkenheid voortduurt? Deelt het kabinet de zorgen dat de VAE dankzij dit verdrag mogelijk meer aanjaagt op de oorlog, doordat er geen duidelijke Europese ethische grens wordt getrokken?
Hoe beoordeelt u de bevindingen dat in Soedan militaire goederen van onder meer Britse, Franse en Bulgaarse makelij zijn aangetroffen die vermoedelijk via de VAE bij de RSF terecht zijn gekomen?3 Bent u, gezien deze concrete aanwijzingen voor de omleiding van Europees militair materieel, bereid binnen de EU te pleiten voor een gezamenlijke aanscherping van de wapenexport naar de VAE zolang het risico op verdere omleiding naar Soedan niet is weggenomen?
Bent u bereid te onderzoeken of de Europese waarborgen voor wapenexport naar de VAE, die voor Nederland in 2023 aanleiding waren om eerdere beperkingen op te heffen, in de praktijk voldoende effectief zijn gebleken nu Europees militair materieel via de VAE in Soedan is aangetroffen, en de Kamer hierover te informeren? Zo nee, waarom niet?
Hoe beoordeelt u de bevindingen van de FFM dat maximaal 2.000 voormalige Colombiaanse militairen naast de RSF zouden hebben geopereerd en onder meer gevechtsdrones, artillerie en geavanceerde wapens zouden hebben bediend, en dat netwerken van private ondernemingen, recruiters en logistieke tussenpersonen hun inzet zouden hebben gefaciliteerd? Bent u bereid zich ervoor in te zetten dat personen en entiteiten die dergelijke rekrutering, training, financiering of logistieke ondersteuning mogelijk maken gericht worden onderzocht en, waar daarvoor voldoende grond bestaat, op de Europese sanctielijst worden geplaatst? Zo nee, waarom niet?
Welke maatregelen neemt Nederland om te voorkomen dat de Europese handel in Arabische gom en andere Soedanese grondstoffen inkomsten oplevert voor strijdende partijen?
Hoe voorkomt het kabinet dat het tegengaan van irreguliere migratie opnieuw leidt tot samenwerking met autoritaire of gewapende actoren, nu eerdere Europese migratiedeals met Soedan volgens Amnesty en Clingendael hebben bijgedragen aan de versterking en legitimatie van actoren waaruit de huidige RSF is voortgekomen?
Hoe beoordeelt u de oproep van Amnesty International tot de inzet van een onafhankelijke en goed uitgeruste internationale troepenmacht om burgers in Soedan te beschermen tegen misdrijven door alle partijen bij het conflict, en bent u bereid de mogelijkheden voor een dergelijke internationale beschermingsmissie in VN-verband te onderzoeken of te ondersteunen?
Deelt het kabinet de zorgen van Amnesty International en de VN-Fact-Finding Mission over mogelijke genocide in Soedan?4 Welke concrete maatregelen neemt Nederland om genocide te voorkomen?
De aanhoudende blokkade van humanitaire hulpverlening in Gaza |
|
Mpanzu Bamenga (D66), Hanneke van der Werf (D66) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht van het Rode Kruis «Rode Kruis luidt noodklok: steeds minder hulpgoederen bereiken Gaza»1 en de waarschuwing dat hierdoor een steeds grotere medische crisis ontstaat?
Hoe beoordeelt u de cijfers waaruit blijkt dat in augustus slechts 93 pallets hulpgoederen de Palestijnse Rode Halve Maan bereikten, tegenover ruim 1.500 pallets in november vorig jaar, terwijl de afgesproken capaciteit van 600 vrachtwagens per dag structureel niet wordt gehaald?
Deelt u de zorgen van de VN dat er onvoldoende onderdak en noodzakelijke materialen beschikbaar zijn om de komende winter het hoofd te bieden2? Welke concrete stappen zet Nederland om ervoor te zorgen dat broodnodige humanitaire hulp Gaza wél tijdig bereikt?
Deelt u de constatering dat de sterk afgenomen humanitaire hulp, de groeiende medische crisis en de naderende winter aanleiding geven om de druk op Israël om humanitaire hulp Gaza binnen te laten aanzienlijk verder op te voeren? Welke aanvullende druk gaat het kabinet concreet uitoefenen?
Is het kabinet, gezien de gezamenlijke verklaring3 die Nederland op 8 juni 2026 samen met 21 andere landen en de Europese Commissie aflegde dat humanitaire toegang tot Gaza «non-negotiable» is, van oordeel dat de oproepen aan Israël om humanitaire hulp toe te laten effect hebben gehad? Waaruit blijkt dat? Zo nee, welke conclusies trekt het kabinet daaruit voor de wijze waarop het de druk op Israël de komende periode zal opvoeren?
Voldoet Israël, gelet op de hiervoor genoemde beperkingen op de toegang van humanitaire hulp tot Gaza, naar het oordeel van het kabinet aan de verplichtingen die voortvloeien uit Artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo ja, waarop baseert het kabinet dit oordeel?
Is het kabinet bereid, eventueel samen met de andere ondertekenaars van de gezamenlijke verklaring van 8 juni, publiekelijk op te roepen tot snelle opschorting van het handelshoofdstuk van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid binnen de EU te pleiten voor verdere concrete maatregelen tegen Israël zolang de verwoesting, verdrijving en het blokkeren van hulp in Gaza voortduren?
Hoe wordt Oekraïne op dit moment vanuit Nederland ondersteund als het gaat om medische middelen en -apparatuur?
Op welke manier worden medische middelen en -apparatuur, die niet (meer) gebruikt worden door ziekenhuizen of zorginstellingen, verzameld en aan Oekraïne gedoneerd?
Deelt u de mening dat Oekraïne, waar een tekort aan alle medische middelen en -apparatuur heerst, baat heeft bij het verkrijgen van medische spullen die niet meer gebruikt worden?
Deelt u de mening dat het zorginstellingen en ziekenhuizen helpt als er een centraal inzamelpunt is waar al deze spullen naartoe gestuurd kunnen worden? Zo ja, bent u bereid om dat op te zetten? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid dit centraal gecoördineerde inzamelpunt in samenwerking met brancheorganisaties op te zetten om zo veel mogelijk medische middelen en -apparatuur naar Oekraïne te krijgen? Zo nee, waarom niet?
Kunt u deze vragen apart van elkaar en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
De oorlog in Oekraïne |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Is het kabinet bekend met de fundamentele kritiek (grotendeels in lijn met het standpunt van de FVD-fractie) op de (proxy)oorlog in Oekraïne van allerlei (internationale) experts van naam en faam zoals Glenn Diesen, Jeffrey Sachs, John Mearsheimer of Douglas Macgregor, experts die vanzelfsprekend in de Nederlandse media hierover nooit aan het woord zullen komen?
Hoe kijkt het kabinet aan tegen hun fundamentele kritiek1, die verrassend eensluidend is, namelijk dat de oorlog in Oekraïne een absurde (en niet te winnen) proxyoorlog van het Westen tegen Rusland is, die de vernietiging van Oekraïne en mogelijk de ondergang van Europa zal betekenen?
Is het mogelijk voor het kabinet om de voorafgaande vraag, voor de verandering, inhoudelijk te beantwoorden, waarbij de kritiek niet wordt afgedaan als «complotdenken», «Kremlinpropaganda» of «desinformatie», maar waarbij wordt ingegaan op de redenen die deze experts voor hun beweringen en fundamentele kritiek op de oorlog in Oekraïne geven (en die bij het kabinet bekend zouden moeten zijn). Zo nee, waarom niet?
Het instellen van een uitzondering voor de import van Russisch sabelbont bij de nieuwe EU-sanctieverordening tegen Rusland |
|
Christine Teunissen (PvdD) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Heeft u meegekregen dat de Europese Raad in zijn recent aangenomen nieuwe sanctieverordening tegen Rusland ((EU) 2026/1848), een uitzondering heeft gemaakt voor de import van Russisch sabelbont (van de sabelmarter) naar de Europese Unie (EU), terwijl deze import eerder wel verboden was?1
Bent u bekend met de gruwelijke wijze waarop de sabelmarters in hele kleine kooitjes worden gehouden?2
Bent u ermee bekend dat er voor één bontjas 40 sabelmarters worden gedood?3
Bent u ermee bekend dat uit onderzoek van Politico blijkt dat de International Fur Federation haar Europese beleidswerk heeft gefinancierd via een Liechtensteins trustfonds dat ook Russisch veilinggeld ontving?4 En bent u ermee bekend dat uit de jaarrekening van 2023 van de lobbyorganisatie blijkt dat 223 870 EUR afkomstig was van het Russische bontveilinghuis Sojoezpoesjnina, dat gevestigd is in Sint-Petersburg, en dat 216 000 EUR daarvan zou zijn gebruikt om de lobbyist van de International Fur Federation in Brussel te betalen?5
Deelt u de mening dat lobbyorganisaties die Russische inkomsten ontvangen, geen invloed zouden mogen hebben op EU-beleid?
Wat vindt u ervan dat, met risico voor de Oekraïense en Europese veiligheid, op dit moment sancties op Rusland worden verlicht? Wat vindt u ervan dat dit dan specifiek ook nog eens sancties zijn die mogelijk dierenleed verminderen?
Kunt u bevestigen dat bepaalde EU-lidstaten hebben verzocht tot het invoeren van de uitzondering? Zo ja, welke lidstaten? Zo nee, kunt u bevestigen of dit een voorstel was van de Hoge Vertegenwoordiger en de Europese Commissie?
Hoe beoordeelt u het feit dat mogelijk bepaalde EU-lidstaten en bedrijven zich verzetten tegen sancties op Rusland vanwege belangen van de dieronvriendelijke luxe-industrie?
Heeft u zich tegen deze uitzondering expliciet verzet in Europees verband in de afgelopen maanden? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om het Nederlandse standpunt, «dat het op ethische gronden niet verantwoord is om dieren te houden enkel om hun pels» (Kamerstuk 22 112, nr. 4224), per brief bekend te maken aan andere lidstaten en de Europese Commissie? Zo nee, op welke andere wijze blijft u medelidstaten hierop wijzen?
Op welke momenten en in welke Europese gremia zal Nederland zich de komende periode concreet inzetten voor een EU-breed verbod op bont en het opheffen van deze uitzondering?
Kan de Staatssecretaris de Kamer per brief over de Nederlandse positie informeren zodra een voorstel over bont op de agenda staat van een Europees overleg?
Kunt u aangeven welke juridische en beleidsmatige mogelijkheden momenteel worden onderzocht om bont, dons van levend geplukte dieren, angorawol en kangoeroeleer uit Nederlandse winkels te weren, ter uitvoering van de aangenomen motie-Van Esch (Kamerstuk 36 254, nr. 16)?
Bent u bereid om in de Europese Raad aan te kaarten dat het voor Nederland onbestaanbaar is dat de oorlogskas van Vladimir Poetin gespekt wordt met geld uit deze walgelijke industrie? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om, als een Europees bontverbod uitblijft, dan wel als de uitzondering op de sancties tegen Rusland blijft bestaan, te onderzoeken welke nationale maatregelen juridisch mogelijk zijn om de verkoop en import van (Russisch) bont in Nederland alsnog te beperken? Zo nee, waarom niet?
Welk precedent schept het invoeren van deze uitzondering op sancties tegen Rusland volgens u voor de belangen van andere industrieën in Europa? Deelt u de mening dat door het toekennen van deze uitzondering een hellend vlak ontstaat en andere particuliere bedrijfsbelangen ook voorrang kunnen krijgen boven het belang van de Oekraïense en Europese veiligheid?
Hoe straalt deze uitzondering af volgens u op het imago van Europa, waar men zich erop voor laat staan dat regelgeving rechtvaardig moet zijn en niet corrupt? Wat denkt u dat dit doet met het vertrouwen van Europese burgers in Europees beleid en Europese beleidsmakers?
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
De IPC-analyse van de voedingssituatie in de Gazastrook |
|
Mona Keijzer , Gidi Markuszower (PVV) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met deze IPC-analyse van de acute ondervoedingssituatie in de Gazastrook?1 2
Kunt u bevestigen dat volgens deze analyse alle door de IPC geanalyseerde gouvernementen in de Gazastrook voor de periode van 16 april tot en met 30 juni 2026 zijn geclassificeerd op IPC AMN Fase 1 (Acceptabel) en voor de projectieperiode van 1 juli tot en met 31 december 2026 op IPC AMN Fase 2 (Alert), waarbij Rafah wegens onvoldoende gegevens niet is geanalyseerd? Zo nee, waarom niet en welke classificatie hanteert u dan?
Kunt u bevestigen dat de IPC in deze analyse vaststelt dat sinds het staakt-het-vuren van oktober 2025 grootschalige hulpverlening heeft geleid tot verbeteringen in de voedselzekerheid en voedingsomstandigheden in de Gazastrook, en dat de voedingssituatie sinds begin 2026 aanzienlijk is verbeterd, terwijl de behoeften volgens de IPC hoog blijven? Zo nee, waarom niet?
Kunt u bevestigen dat u in de beantwoording van de Kamervragen van 24 september 2025, in antwoord op vraag 20, heeft gesteld dat er sprake was van een hongercrisis in de Gazastrook «vanwege de maandenlange blokkade van humanitaire hulp door Israël» en dat dit «een gevolg van menselijk handelen» was? Kunt u tevens bevestigen dat u in antwoord op vraag 11 heeft gesteld: «De hongercrisis in de Gazastrook is het gevolg van menselijk handelen. Israël heeft hierin een belangrijke verantwoordelijkheid.»? Handhaaft het kabinet deze kwalificaties en de daaraan ten grondslag liggende beoordeling in het licht van de sindsdien gewijzigde omstandigheden en de meest recente IPC-analyses? Zo ja, op welke actuele feiten en bronnen baseert het kabinet deze beoordeling? Zo nee, bent u bereid de eerdere beoordeling expliciet richting de Kamer te actualiseren?3
Kunt u aangeven welke bronnen het kabinet tot dusver heeft gehanteerd voor zijn kwalificaties van de voedselzekerheids- en ondervoedingssituatie in de Gazastrook en in hoeverre het zijn beoordeling bijstelt naar aanleiding van de meest recente IPC-analyses? Bent u tevens bereid deze analyses, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen acute ondervoeding (AMN) en acute voedselonzekerheid (AFI), actief onder de aandacht te brengen bij EU-partners en de Europese Commissie? Zo nee, waarom niet?
Een wetsvoorstel dat de vrijheid van christelijke organisaties in India verder onder druk zet. |
|
Diederik van Dijk (SGP) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Wetsvoorstel bedreiging voor christelijke organisaties in India»1 waarin wordt gesteld dat het Indiase parlement een wetsvoorstel behandelt dat de Foreign Contribution Regulation Act (FCRA) aanscherpt, waardoor de mogelijkheden van de overheid worden uitgebreid om op te treden tegen maatschappelijke en religieuze organisaties die afhankelijk zijn van buitenlandse financiering?
Ja.
Hoe beoordeelt u de zorgen van Indiase christelijke organisaties dat deze wetswijziging ertoe kan leiden dat kerken, scholen, ziekenhuizen en andere maatschappelijke instellingen hun werkzaamheden niet langer kunnen voortzetten en zelfs eigendommen kunnen verliezen wanneer hun FCRA-registratie vervalt of wordt ingetrokken?
Het kabinet heeft begrip voor de zorgen van het maatschappelijk middenveld, inclusief christelijke organisaties, over de impact van de Foreign Contribution Regulation Act (FCRA) en volgt de ontwikkelingen rondom de voorgestelde wijzigingen op de FCRA nauwgezet. Op 12 augustus is de voorgestelde wetswijziging verwezen naar een Joint Parliamentary Committee voor nadere bestudering van de bepalingen en de mogelijke gevolgen daarvan. De voorgestelde aanscherping moet vervolgens nog verder in het Indiase parlement worden behandeld en is daarom mogelijk nog aan verandering onderhevig.
Deelt u de opvatting dat het uitsluiten van evangeliserende activiteiten van de religieuze activiteiten waarvoor buitenlandse middelen mogen worden aangewend, op gespannen voet staat met de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, zoals beschermd in Artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR), waaronder ook de vrijheid om een godsdienst of levensovertuiging individueel of gezamenlijk te belijden en uit te dragen? Zo nee, waarom niet?
Ja, ik deel deze opvatting.
Hoe beoordeelt u deze wetswijziging in het licht van de bredere verslechtering van de positie van christenen en andere religieuze minderheden in India, waaronder meldingen van toenemende beperkingen van de vrijheid van godsdienst, geweld en intimidatie?
De Indiase Grondwet definieert het land als seculier en beschermt de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Tegelijkertijd zijn er zorgen over toenemende beperkingen van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, intimidatie en geweld tegen religieuze minderheden. Een eventuele aanscherping van de FCRA zou een zorgelijke ontwikkeling zijn, omdat zij de kwetsbare positie van religieuze minderheden, waaronder christenen, verder zou kunnen verzwakken.
Heeft de Nederlandse regering haar zorgen over dit wetsvoorstel of over de gevolgen ervan voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging reeds overgebracht aan de Indiase autoriteiten? Zo ja, op welke wijze en met welke boodschap? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen?
Ja. Nederland, in coördinatie met de andere EU lidstaten, brengt consistent de zorgen over de impact van de FCRA op het in India actieve maatschappelijk middenveld op bij de Indiase autoriteiten. Mede op verzoek van Nederland zijn beide onderwerpen geagendeerd en besproken tijdens de EU-India mensenrechtendialoog die op 24 juni 2026 plaatsvond in New Delhi, India.
Is dit wetsvoorstel of de positie van christenen en andere religieuze minderheden in India aan de orde gesteld in de politieke dialoog tussen de Europese Unie en India of in andere EU-overleggen met India? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, bent u bereid zich ervoor in te spannen dat de Europese Unie dit wetsvoorstel en de gevolgen ervan voor de vrijheid van godsdienst expliciet aan de orde stelt bij de Indiase autoriteiten?
De positie van christenen en andere religieuze minderheden is nadrukkelijk onderdeel van de dialoog tussen de Europese Unie en India. Zo is, mede op verzoek van Nederland, dit onderwerp besproken met de Indiase autoriteiten tijdens de meest recente EU-India mensenrechtendialoog die op 24 juni jl. plaatsvond.
Ook de zorgen over de impact van de FCRA – en eventuele amendementen hierop – zijn meermaals schriftelijk en mondeling onder de aandacht gebracht bij de Indiase autoriteiten. Indien de aanscherping van de FCRA door het Indiase parlement zal worden aangenomen, zullen Nederland en de EU, indien daar aanleiding toe is, de negatieve doorwerking ervan op het maatschappelijk middenveld inclusief christelijke organisaties opnemen met de Indiase autoriteiten. Deze inzet sluit aan bij Nederlandse inzet op de vrijheid van religie en levensovertuiging en bij de EU richtlijnen inzake de bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging.
Bent u bereid zich zowel bilateraal als in EU-verband actief in te zetten voor de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging in India, overeenkomstig de EU-richtsnoeren inzake de bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging, en daarbij specifiek aandacht te vragen voor de positie van christelijke organisaties die door dit wetsvoorstel worden geraakt? Zo nee, waarom niet?
Nederland zet zich, zowel bilateraal als in EU-verband, actief in voor de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging in India en zal dit blijven doen. De Nederlandse inzet is ingebed in een breed mensenrechtenkader en richt zich op de bescherming van vrijheid van religie en levensovertuiging voor iedereen.
Indien aangenomen, zal het Kabinet de implementatie van de aangescherpte FCRA en de impact op het maatschappelijk middenveld, waaronder christelijke organisaties, nauwgezet blijven volgen en adresseren in de contacten met de Indiase overheid.
Welke mogelijkheden ziet u om, samen met gelijkgezinde landen binnen de Europese Unie en daarbuiten, de Indiase autoriteiten aan te spreken op hun verplichtingen uit hoofde van het IVBPR en andere internationale mensenrechtenverdragen ten aanzien van de bescherming van religieuze minderheden?
Het kabinet, zowel bilateraal als in EU-verband, spreekt de Indiase autoriteiten aan op hun verplichtingen ten aanzien van de bescherming van religieuze minderheden en zal dit blijven doen.
De massale bestorming van de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla en de gevolgen daarvan voor Nederland |
|
Ralf Dekker (FVD), Tom Russcher (FVD) |
|
Berendsen , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving dat volgens schattingen van het Spaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken in 24 uur tijd circa 49.000 migranten vanuit Marokko de Spaanse exclave Ceuta zijn binnengedrongen, zowel over land als via zee?1 2
Ja.
Deelt u de opvatting dat de grens van Ceuta geen louter Spaanse aangelegenheid is, maar een gemeenschappelijke buitengrens van de Europese Unie en het Schengengebied, waarvan het bezwijken directe gevolgen heeft voor Nederland?
Met de eerder toegelichte inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden en zijn er dus geen directe gevolgen voor Nederland geconstateerd.
De situatie in Ceuta benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens van Europa van groot belang is. Nederland heeft in de extra JBZ-Raad van 4 februari onderstreept dat dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken. De EU moet in onderlinge solidariteit blijven investeren in het versterken van de buitengrenzen, het tegengaan van irreguliere migratie en de terugkeer van vertrekplichtige migranten. Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente implementatie van de Schengengrenscode, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt. Een stevige Schengengovernance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoeder van de Verdragen, is daarbij onmisbaar. Tegelijkertijd vraagt het ook, meer dan voorheen, dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenevaluaties opvolgen om hun implementatie te versterken. Ook pleit het kabinet onverminderd voor het transparant maken en open bespreken van de tekortkomingen en het bespreken hiervan tijdens de Schengenraad. Dit draagt bij eraan bij dat lidstaten spoedig verbeterslagen maken en biedt de mogelijkheid voor lidstaten om waar nodig elkaar te kunnen ondersteunen.
Erkent u dat migranten Ceuta beschouwen als toegangspoort tot de Europese Unie en dat een aanzienlijk deel van hen zal trachten door te reizen naar Noordwest-Europese lidstaten, waaronder Nederland?
Zie antwoord hierboven. Doordat doorreizen vanuit Ceuta enkel gecontroleerd kan, is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied. Met de gepleegde inzet lijkt het Schengengebied niet geschonden. De situatie in Ceuta benadrukt opnieuw dat het beschermen en handhaven van de buitengrens van Europa en het tegengaan van irreguliere migratie van groot belang is. Nederland blijft daarom ook steun toezeggen aan lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken.
Welke lessen heeft de Europese Unie volgens u getrokken uit de bestorming van de Spaanse exclave Melilla in juni 2022 en Ceuta in mei 2021, waarbij eveneens duizenden migranten binnenkwamen?3
De situatie bij Ceuta van vorige week is onacceptabel, zeer onwenselijk en uitzonderlijk. Dit incident was van een compleet andere ordegrootte dan de situaties waar de vraagsteller naar verwijst, waarbij het respectievelijk ging om 2000 en 8000 migranten. Tijdens de extra informele JBZ-Raad van 4 augustus jl. gaf Spanje aan dat er rond de 72.000 irreguliere grensoverschrijdingen zijn geweest om via Ceuta de grens met Spanje over te steken. De Spaanse autoriteiten hebben voor het overgroote deel van deze migranten de terug naar Marokkaans grondgebied bewerkstelligd.
In de afgelopen jaren heeft de EU geïnvesteerd in het verder versterken van het Europese asiel- en migratiesysteem, alsook het versterken van de buitengrenzen. In het algemeen zijn daardoor de irreguliere grensoverschrijdingen in de EU de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Ook lijkt het erop dat het Spanje met het huidige instrumentarium is gelukt om te zorgen dat het Schengengebied niet is geschonden.
Hoe beoordeelt u de berichtgeving dat Marokkaanse grenswachters kort voor de massale oversteek plotseling van hun posten verdwenen?4 5
Het kabinet heeft gepleit om oorzaken nader te onderzoeken en loopt hier niet op vooruit. Wel ziet het kabinet dat de samenwerking met Marokko van cruciaal belang is om de situatie onder controle te brengen en te houden. De Europese Commissie, Spanje en andere lidstaten werken nauw met Marokko samen om de grenzen effectief te bewaken en terugkeer mogelijk te maken. Er is op dit moment daarom geen aanleiding voor maatregelen, des te meer omdat Marokko constructief heeft meegewerkt aan terugkeer van vertrek-plichtige vreemdelingen en in nauwe samenwerking met Spanje ondersteund bij het tegengaan van verdere irreguliere migratie.
Verder is het kabinet van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Deelt u de analyse dat Marokko migratie doelbewust inzet als diplomatiek drukmiddel jegens Spanje en de Europese Unie?6
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid om, bilateraal dan wel in EU-verband, consequenties te verbinden aan dit Marokkaanse handelen, bijvoorbeeld op het terrein van visumverlening, handelspreferenties of ontwikkelingssamenwerking?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bekend met de uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof van begin juli 2026, waarin is geoordeeld dat migranten die zwemmend of per boot Ceuta bereiken niet zonder procedure mogen worden teruggestuurd?
Ja.
Hoe beoordeelt u het feit dat volgens de Spaanse regering mensensmokkelbendes van deze uitspraak misbruik maken om de huidige massale oversteek te organiseren?
Nederland heeft, onder andere tijdens de informele JBZ-raad van 4 augustus, de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen opgeroepen om samen met Spanje te onderzoeken hoe dit tot stand heeft kunnen komen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Erkent u dat hiermee opnieuw is aangetoond dat juridische waarborgen die uitzetting zonder procedure onmogelijk maken, een aanzuigende werking op illegale migratie hebben?
Nee. Juridische waarborgen zijn de basis van een goed werkende rechtsstaat. Wel is het van belang om dergelijke situatie in de toekomst te voorkomen te onderzoeken hoe de situatie bij Ceuta tot stand is gekomen. Nederland heeft daarom in de iJBZ-raad van 4 augustus, gevraagd om een onderzoek naar de oorzaken en de tekortkomingen uitgevoerd door de Europese Commissie en de relevant EU-agentschappen, in samenwerking met Spanje, om hierover meer helderheid te krijgen. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Bent u bekend met het arrest N.D. en N.T. tegen Spanje, waarin het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat Spanje migranten die massaal het grenshek bij Melilla bestormden direct mocht terugleiden, zonder daarmee het verbod op collectieve uitzetting te schenden?7
Ja, ik ben bekend met de uitspraak van het EHRM.
Bent u bereid om in Europees verband te bepleiten dat de ruimte die dit arrest biedt voor het direct terugleiden van migranten die de buitengrens massaal bestormen, door de lidstaten maximaal wordt benut?
Op 15 mei jl. heeft de Raad van Europa, mede op aandringen van Nederland, de Chisinau-verklaring aangenomen. Hierin wordt verwezen naar een situatie van massale aankomsten. De verklaring bevestigt de soevereiniteit van lidstaten in het beschermen van nationale grenzen en het besluiten over wie op het grondgebied mag verblijven, in overeenstemming met de verplichtingen onder het EVRM. Het kabinet heeft, samen met andere lidstaten, opgeroepen tot de snelle en effectieve implementatie van de Chisinau-verklaring. Het EHRM oordeelde overigens in genoemde zaak dat er geen schending was van het verbod op collectieve uitzetting omdat de verzoekers geen gebruik hadden gemaakt van bestaande juridische procedures om legaal toegang te krijgen tot Spaans grondgebied.
Bent u bekend met de buitengewone regularisatieregeling van de regering-Sánchez, op grond waarvan illegaal in Spanje verblijvende migranten tussen 16 april en 30 juni 2026 een verblijfs- en werkvergunning konden aanvragen, en waarvoor blijkens mededelingen van de Spaanse regering ruim één miljoen aanvragen zijn ingediend?8 9
Ja, daarmee ben ik bekend.
Bent u tevens bekend met het door premier Sánchez op 30 juni 2026 gepresenteerde «Plan voor Integratie en Burgerschap 2026–2030», waarin deze massale regularisatie uitdrukkelijk wordt gepresenteerd als eerste stap op weg naar volwaardig burgerschap?
Het kabinet is bekend met het Spaanse «Plan voor Integratie en Burgerschap 2026–2030»
Wat zegt de huidige explosieve toestroom richting Ceuta, die kort volgt op de afronding van de Spaanse regularisatieronde en de presentatie van het genoemde plan, volgens u over de aanzuigende werking van dergelijke versoepelingen?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere EU-lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welk effect de afronding van de regularisatie precies heeft gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de informele JBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van de gebeurtenissen te onderzoek. Daarop gaan we niet vooruitlopen.
Indien u van oordeel bent dat er geen verband bestaat tussen het Spaanse regularisatiebeleid en de huidige toestroom, kunt u die opvatting dan onderbouwen met een alternatieve verklaring voor het feit dat juist nu tienduizenden Marokkanen de oversteek naar Spaans grondgebied wagen?
Zie antwoord vraag 15.
Erkent u dat een door Spanje afgegeven verblijfsvergunning de houder het recht geeft om vrij door het Schengengebied, en dus ook door Nederland, te reizen?
De door Spanje afgegeven vergunning geeft recht op verblijf en werk in Spanje. Op grond van de Schengen Uitvoeringsovereenkomst mag de houder van een dergelijke vergunning maximaal 90 dagen in andere Schengenlanden verblijven, voor zover aan de toepasselijke voorwaarden voor binnenkomst wordt voldaan. Iemand met een dergelijke vergunning heeft geen recht om zich in Nederland te vestigen. Uiteraard houdt Nederland in nauw contact met Spanje de situatie in de gaten.
Erkent u dat geregulariseerde migranten na vijf jaar legaal verblijf in Spanje de status van langdurig ingezetene kunnen verkrijgen, die hun onder voorwaarden het recht geeft zich in andere lidstaten, waaronder Nederland, te vestigen?
Op grond van de Richtlijn Langdurig Ingezeten (richtlijn 2003/109/EG) kunnen onderdanen uit derde landen de status van langdurig ingezetene krijgen wanneer zij legaal en ononderbroken vijf jaar op het grondgebied van een lidstaat verblijven en voldoen aan bepaalde voorwaarden. Deze status geeft hen onder voorwaarden het recht om langer dan drie maanden in een andere lidstaat te verblijven. In die andere lidstaat moet dan wel een verblijfsvergunning worden aangevraagd, waarbij getoetst wordt op onder meer een gevaar voor openbare orde en het middelenvereiste. Komt de langdurig ingezetene derdelander voor arbeid naar Nederland, dan geldt in Nederland in het eerste jaar een arbeidsmarkttoets.
Deelt u dan ook de conclusie dat het Spaanse regularisatie- en naturalisatiebeleid daarmee de facto mede Nederlands migratiebeleid is, zonder dat de Staten-Generaal of de Nederlandse kiezer daarover enige zeggenschap heeft gehad?
Nee, de richtlijn langdurig ingezetenen heeft geen betrekking op naturalisatie. Daarover gaan de lidstaten zelf.
Bent u bekend met het bericht dat Italië ermee heeft gedreigd Spanje tijdelijk uit het Schengengebied te weren vanwege deze crisis, en deelt u de daaraan ten grondslag liggende zorg dat via Spanje toegelaten migranten zich vervolgens ongehinderd over het Schengengebied kunnen verspreiden?
Ja, ik ben bekend met het bericht. Die zorg deelt het kabinet niet, want doorreizen vanuit Ceuta kan enkel gecontroleerd. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied.
Bent u bereid om in het licht van deze crisis de controles aan de Nederlandse landsgrens te intensiveren?
Het is evident de Nederland haar eigen binnengrenzen bewaakt. In Nederland voert de Koninklijke Marechaussee (KMar) in het kader van het Mobiel Toezicht Veiligheid – en op dit moment in het kader van de tijdelijke herinvoering van de binnengrenscontroles op grond van artikel 25 Schengengrenscode – informatie- en risicogestuurde controles uit op inkomende intra-Schengenvluchten en treinen en op wegen en vaarwegen in de binnengrensstreek met België en Duitsland. De inzet van deze controles gebeurt op basis van informatie ten aanzien van risico’s op illegale migratie en mensensmokkel. Indien informatie voortkomend uit de situatie in Spanje hier aanleiding toe geeft, zal de KMar de inzet in het kader van het binnengrenstoezicht hierop richten. De situatie zoals in bovenstaande antwoorden is toegelicht geeft geen aanleiding om de tijdelijke maatregel van binnengrenscontroles te verlengen.
Kunt u uitsluiten dat Nederland op grond van het solidariteitsmechanisme van de per 12 juni 2026 van toepassing geworden Asiel- en Migratiebeheerverordening zal worden verplicht om naar aanleiding van deze crisis asielzoekers uit Spanje over te nemen dan wel financiële solidariteitsbijdragen te leveren?10
De berekening van welke lidstaten solidariteit ontvangen onder het solidariteitsmechanisme is gebaseerd op verschillende factoren waaronder de bevolkingsomvang, BBP en de irreguliere asielaankomsten en asielprocedures, van de afgelopen vijf jaar. Vervolgens is het aan de Europese Commissie om tot een voorstel te komen van de verdeling en daarmee hoeveel solidariteit lidstaten ontvangen. Hier moet overeenstemming over bereikt worden binnen de EU. Het kabinet kan daar geen berekening van maken.
Indien het antwoord op vraag 22 ontkennend luidt, kunt u dan aangeven met de overname van hoeveel asielzoekers of met welke financiële bijdragen Nederland in het uiterste geval rekening moet houden?
Zie antwoord vraag 22.
Deelt u de opvatting dat de inzet van slechts zestig Spaanse militairen tegenover een toestroom van tienduizenden migranten volstrekt ontoereikend is om deze buitengrens van de Europese Unie te verdedigen?
Het kabinet is van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten in de toekomst- nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan daar moeten ook een analyse bij zitten over de mogelijke tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens bij Ceuta. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met in Spanje te onderzoeken. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15-16 oktober aanstaande.
Daarbij is het cruciaal dat Spanje, in samenwerking met Marokko en ondersteund door de Europese Commissie, beziet hoe de buitengrens bij Ceuta versterkt kan worden en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. De Commissie moet, als hoeder van de verdragen, hierin een leidende rol hebben en rapporteren aan de lidstaten over de uitkomsten van deze evaluatie.
Heeft de Nederlandse regering Spanje personele of materiële steun aangeboden voor de bewaking van de buitengrens bij Ceuta?
Er is op dit moment geen concrete steun toegezegd of gevraagd door Spanje. In algemene zin zal Nederland lidstaten die hulp nodig hebben om hun buitengrenzen te versterken waar mogelijk steunen als zij daarom vragen.
Indien het antwoord op vraag 25 ontkennend luidt, bent u dan bereid een dergelijk aanbod, in overleg met de Minister van Defensie, alsnog te doen?
Zie antwoord vraag 25.
Bent u bereid deze crisis en de grensoverschrijdende gevolgen van het Spaanse regularisatie- en naturalisatiebeleid te agenderen voor de eerstvolgende JBZ-Raad en de Kamer over de uitkomsten daarvan te informeren?
In de brief die Nederland op zaterdagochtend 1 augustus jl. heeft verstuurd samen met 21 andere lidstaten aan de Europese Commissie, is benoemd dat de recente uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof en grootschalige regularisaties als aanzuigende factor kunnen werken. Welke effect deze ontwikkelingen precies hebben gehad is moeilijk te kwantificeren. Het kabinet heeft daarom in de iJBZ-raad de Europese Commissie opgeroepen om samen met Spanje de oorzaken van dit incident te onderzoek. Daarop gaan we niet vooruitlopen.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Enkel waar dit de beantwoording ten goede kwam, zijn vragen samengenomen.
Heeft u kennisgenomen van de conclusie van het Duitse Openbaar Ministerie dat de sabotage van de Nord Stream-pijpleidingen volgens de Duitse aanklagers plaatsvond op bevel van Oekraïense staatsautoriteiten en deelt u de opvatting dat, indien deze conclusie juist blijkt te zijn, sprake is van een ongekende aanval op vitale Europese infrastructuur door een land dat Nederland al jaren politiek, financieel en militair steunt? Zo nee, waarom niet?1
Het kabinet volgt de berichten over het onderzoek van het Duitse Openbaar Ministerie nauwgezet. Sabotage van energie-infrastructuur is onaanvaardbaar en dreigingen ten aanzien hiervan worden serieus genomen. Juist daarom is zorgvuldigheid geboden. Het kabinet wacht de uitkomsten van de Duitse rechtsgang af.
Deelt u de mening dat voormalig Minister-President Rutte de Nederlandse bevolking en de Tweede Kamer op het verkeerde been heeft gezet door de suggestie dat Oekraïne of de Verenigde Staten betrokken konden zijn bij het opblazen van de Nord Stream-pijpleidingen als «echt onzin» af te doen, terwijl de Duitse federale aanklagers nu tot de conclusie zijn gekomen dat de sabotage volgens hun onderzoek plaatsvond op bevel van Oekraïense staatsautoriteiten? Zo nee, waarom niet?2
Zie antwoord vraag 1.
Deelt u de mening dat Oekraïne, indien de conclusie van de Duitse federale aanklagers standhoudt dat Oekraïense staatsautoriteiten opdracht hebben gegeven tot de sabotage van de Nord Stream-pijpleidingen, niet zonder politieke gevolgen aanspraak kan blijven maken op Nederlandse politieke, financiële en militaire steun? Zo nee, waarom niet? Welke concrete politieke gevolgen verbindt het kabinet hieraan?
De Russische agressie tegen Oekraïne raakt de veiligheid van heel Europa. Oekraïne verdedigt zich tegen een illegale invasie en strijdt ook voor onze veiligheid en normen en waarden. De Nederlandse politieke, financiële en militaire steun aan Oekraïne is onderdeel van het bredere beleid om de Oekraïense soevereiniteit en territoriale integriteit te ondersteunen. Deze steun sluit aan bij de gezamenlijke inzet van een groot aantal landen om de illegale Russische agressie tegen te gaan.
Deze steun staat niet ter discussie en wordt breed gedragen in kabinet en parlement. Het kabinet acht het niet passend om vooruit te lopen op mogelijke uitkomsten van een lopende juridische procedure.
Bent u bereid, indien komt vast te staan dat Oekraïense staatsautoriteiten verantwoordelijk zijn voor de sabotage van de Nord Stream-pijpleidingen, Oekraïne aansprakelijk te stellen voor alle directe en indirecte schade die Nederland en de Nederlandse samenleving hierdoor hebben geleden en deze schade volledig op Oekraïne te verhalen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 3.
Belastingontwijking door Israëlische bedrijven via Nederland |
|
Kati Piri (GroenLinks-PvdA), Luc Stultiens (GroenLinks-PvdA), Suzanne Kröger (PRO) |
|
Eerenberg , Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport «The Netherlands-Israël Investment Files» van SOMO?1
Waarom denkt u dat de financiële stromen tussen Nederland en Israël zoveel groter zijn dan tussen Israël en andere Europese landen?
In hoeverre is Nederland volgens u aantrekkelijk voor brievenbusmaatschappijen? Hoe komt dat? Vindt u dit wenselijk?
Bestaat volgens u het risico dat Israëlische wapenbedrijven via Nederland belasting ontwijken en dat Nederland zo indirect bijdraagt aan de financiering van deze bedrijven? In hoeverre vindt u het dat wenselijk?
Klopt het dat Nederland via een Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA)-kantoor in Tel Aviv de handel met Israël bevordert? Spreekt dat kantoor ook met Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza? Zo ja, waarom?
Is het een doelstelling van de NFIA dat deze bedrijven zich in Nederland vestigen dan wel in Nederland actief worden? Zo ja, waarom?
Klopt het dat het Internationaal Gerechtshof (IGH) in zijn Advisory Opinion van 19 juli 2024 heeft uitgesproken dat derde landen zouden moeten afzien van economische of handelsrelaties met Israël die de illegale bezetting kunnen verstevigen?
Op welke manier verhoudt het bevorderen van economische betrekkingen met Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza door de NFIA zich tot de uitspraak van het IGH?
Op welke manier verhoudt het juridisch faciliteren van Nederlands fiscaal en financieel advies door Nederlandse belastingadviseurs en trustkantoren aan Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza, zich tot de uitspraak van het IGH?
Klopt het dat het voor Nederlandse belastingadviseurs en trustkantoren verboden is om diensten te verstrekken aan Russische bedrijven?
Bent u bereid om, in navolging van de Ruslandsancties, te pleiten voor een Europees verbod op fiscale en financiële dienstverlening aan Israëlische wapenbedrijven en andere bedrijven die bijdragen aan de illegale bezetting en/of aan de genocide in Gaza?
Het artikel “Regering-Trump start campagne om Internationaal Strafhof Den Haag te isoleren” |
|
Hanneke van der Werf (D66) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Heeft de regering van de Verenigde Staten de Nederlandse regering op de hoogte gesteld van het plan om het internationaal strafhof (ICC) te isoleren?1
Welke gevolgen kunnen de Amerikaanse maatregelen hebben voor medewerkers van het Internationaal Strafhof en hun gezinsleden, bijvoorbeeld wanneer banken hun rekeningen blokkeren, creditcards worden ingetrokken, verzekeraars hun dienstverlening beëindigen of digitale dienstverleners hun e-mail-, cloud- of telefoonvoorzieningen afsluiten? Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat medewerkers van het Hof hierdoor niet meer in hun dagelijkse levensbehoeften kunnen voorzien?
Hoe beschermt u medewerkers van het Internationaal Strafhof tegen reisbeperkingen en andere vormen van persoonlijke intimidatie, bijvoorbeeld wanneer zij geen visum meer krijgen, niet via Amerikaanse luchthavens kunnen reizen, familieleden niet kunnen bezoeken of worden geconfronteerd met dreiging, doxing of online intimidatie? Welke praktische en consulaire ondersteuning kan Nederland hen in dergelijke gevallen bieden?
Bent u het ermee eens dat deze campagne op gespannen voet staat met de plicht van Nederland als gastland om het ICC, diens rechters, aanklagers en medewerkers adequate bescherming te bieden, zodat zij onafhankelijk en ongestoord hun werk kunnen doen? Welke concrete risico’s brengt deze Amerikaanse campagne volgens u met zich mee voor de nakoming van de verplichtingen van Nederland als gastland?
Verwerpt u de kwalificatie van de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken dat het Internationaal Strafhof en landen die het Hof ondersteunen een «oorlog» tegen de Verenigde Staten zouden voeren? Zo ja, bent u bereid dat ook rechtstreeks en publiekelijk tegenover de Amerikaanse regering duidelijk te maken?
Heeft de Amerikaanse regering Nederland gevraagd of onder druk gezet om de politieke, diplomatieke, financiële, juridische of praktische steun aan het Internationaal Strafhof te verminderen? Zo ja, welke middelen of mogelijke consequenties zijn daarbij genoemd?
Kunt u uitsluiten dat Nederland als gevolg van Amerikaanse druk zijn financiering, samenwerking, rechtshulp of overige steun aan het Internationaal Strafhof zal verminderen?
Welke concrete noodmaatregelen zijn voorbereid voor het geval de Verenigde Staten sancties instellen tegen het Hof als organisatie, of Amerikaanse ondernemingen en financiële instellingen verbieden diensten aan het Hof te verlenen? Kunt u daarbij afzonderlijk ingaan op bancaire dienstverlening, betalingen, verzekeringen, IT- en clouddiensten, telecommunicatie en internationaal reizen?
Wat is de huidige stand van zaken van de Nederlandse inzet voor Europese tegenmaat regelen, waaronder toepassing of uitbreiding van het Europese Blocking Statute? Bent u bereid nu actief te pleiten voor toepassing daarvan ter bescherming van het Hof en zijn medewerkers?
Het opnieuw weggeven van Nederlands belastinggeld aan Gaza terwijl Hamas eerdere hulpgelden liet verdwijnen |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
Berendsen , Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Hoeveel van de door de Europese Unie (EU) bijeengebrachte circa 883,6 miljoen euro voor Gaza wordt door Nederland opgehoest1 2? Kunt u dit bedrag exact noemen en aangeven op welke begrotingspost dit wordt gedekt?
Bent u bekend met de publieke erkenning van Mahmoud al-Habbash, adviseur van de president van de Palestijnse Autoriteit, Abbas, dat eerdere hulpgelden voor Gaza via Hamas zijn ingezameld en vervolgens gewoon zijn «verdwenen»3?
Erkent u het risico dat het geen hypothetisch scenario is dat ook dit nieuwe pakket van 900 miljoen euro4 in de zakken van Hamas verdwijnt, maar een patroon dat door de eigen topadviseur van Abbas zelf is bevestigd5? Zo nee, op basis van welke harde garantie meent u dat het dit keer wel goed gaat?
Kunt u concreet, met naam en toenaam, aangeven welke «vertrouwde partners» dit geld gaan beheren en welk sluitend controlemechanisme uitsluit dat ook maar één euro bij Hamas of aan Hamas gelieerde structuren terechtkomt6? Zo u dat niet kunt, erkent u dan dat dit pakket in de praktijk een blanco cheque is aan een terreurorganisatie?
Waarom blijft u, ondanks jarenlange en nu ook door de Palestijnse Autoriteit zelf bevestigde verduistering van hulpgelden door Hamas7, keer op keer Nederlands belastinggeld toezeggen aan dit soort ondoorzichtige constructies?
Bent u bereid de Nederlandse bijdrage aan dit pakket per direct stop te zetten nu vaststaat dat eerdere hulpgelden voor Gaza structureel in handen van Hamas zijn verdwenen? Erkent u dat ontwikkelingshulp aan het buitenland direct zou moeten worden afgeschaft en dat Nederlands belastinggeld uitsluitend aan de eigen bevolking moet worden besteed, bijvoorbeeld aan zorg, veiligheid en koopkracht, in plaats van aan buitenlandse bandieten en corrupte regimes? Zo nee, waarom vindt u het financieren van buitenlandse bandieten belangrijker dan het besteden van belastinggeld aan Nederlanders?
De economische activiteiten van Spar in Rusland |
|
Kati Piri (GroenLinks-PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «In Rusland opent de ene na de andere Spar zijn deuren: hoe kan dat?» in het Algemeen Dagblad d.d. 10 juli 2026?1
Ja.
Is het voor Nederlandse supermarkten juridisch toegestaan om in Rusland direct, dan wel via licenties economisch actief te zijn?
Het kabinet doet geen uitspraken over individuele gevallen. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat economische activiteiten van Nederlandse bedrijven in Rusland niet verboden zijn. Wel moeten zij volledig voldoen aan de geldende EU-sancties en andere toepasselijke wet- en regelgeving. Er gelden omvangrijke sancties tegen Rusland. Binnen de kaders van de sanctiemaatregelen is het ontplooien van economische activiteiten in Rusland juridisch toegestaan.
Vindt u het moreel laakbaar als Nederlandse supermarkten in Rusland actief zijn? Zo nee, waarom niet?
Naast de bestaande sanctiemaatregelen hanteert het kabinet een actief ontmoedigingsbeleid voor Nederlandse bedrijven die actief zijn op de Russische markt of dat overwegen, vanwege de voortdurende Russische agressieoorlog in Oekraïne. Het ontplooien van economische activiteiten kan de inkomsten van de Russische regering vergroten en die kunnen worden ingezet om de oorlog tegen Oekraïne te financieren. Daarnaast brengt zakendoen in Rusland aanzienlijke risico’s met zich mee, zoals het aanwenden van de onteigende activa van Europese bedrijven voor de oorlogsvoering en risico op sanctieovertreding. In het geval van onteigening kan de Nederlandse overheid niets voor de betrokken Nederlandse bedrijven doen.
Bent u bereid zich in te spannen voor een expliciet verbod voor Nederlandse supermarkten om in Rusland direct, dan wel via licenties economisch actief te zijn? Zo ja, welke stappen onderneemt u daartoe? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet spant zich voortdurend in voor het verzwaren van de EU sancties op Rusland. Voor aanvullende sancties is altijd EU-unanimiteit noodzakelijk. Daarbij ligt de prioriteit van het kabinet bij maatregelen met een directe impact op het Russische militair-industrieel complex en het Russische verdienvermogen op mondiale grondstoffen- en energiemarkten. Tot op heden zijn minder sancties aangenomen die de Russische voedselsector raken, mede vanwege het belang dat een groot aantal lidstaten – waaronder Nederland – hecht aan het beperken van de impact van sancties op de mondiale voedselzekerheid. Tegelijkertijd liggen wat het kabinet betreft in principe alle opties op tafel.
Bent u het eens met sanctierechtadvocaat Yvo Amar, die stelt dat overeenkomsten altijd kunnen worden beëindigd, al kost het «soms alleen wel veel geld en moeite»? Bent u het eens met de observatie in het artikel dat «een vermoeden van mogelijke schending van de sancties tegen Rusland» al een legitieme onderbouwing kan zijn? Zo nee, waarom niet?
Van ondernemingen mag worden verwacht dat zij passende maatregelen treffen om naleving van de sanctieregelgeving te waarborgen en waar nodig risico's op overtredingen zorgvuldig te beoordelen. Of in een concreet geval een vermoeden van een mogelijke schending van sanctieregelgeving een toereikende grond vormt voor het beëindigen van de contractuele relatie is afhankelijk van diverse factoren: de feiten en omstandigheden van het geval, de toepasselijke contractuele afspraken en het geldende recht. Over contractuele afspraken tussen commerciële partijen kunnen door het kabinet geen uitspraken worden gedaan.
Bent u het eens met sanctierechtadvocaat Heleen over de Linden, die stelt dat Europese bedrijven tegenwoordig steeds beter beschermd zijn tegen claims uit Rusland, waardoor het «voor Russische bedrijven inmiddels «nagenoeg onmogelijk» is om succesvol juridisch verhaal te halen»? Zo nee, waarom niet? Bent u in dat geval bereid zich in te spannen voor nog betere bescherming van Europese bedrijven tegen schadeclaims naar aanleiding van contractbreuk wegens (vermoedens van) sanctieovertredingen?
De EU heeft de afgelopen jaren verschillende maatregelen genomen om Europese bedrijven meer rechtszekerheid te bieden bij de naleving van sancties. Zo bevat de EU-sanctieregelgeving onder meer bepalingen die beogen te voorkomen dat claims worden toegewezen voor schade die voortvloeit uit de naleving van EU-sancties. Tegelijkertijd geldt in algemene zin dat de juridische positie van ondernemingen afhankelijk is van de feiten en omstandigheden van het individuele geval, waaronder de inhoud van contracten, het toepasselijke recht en de relevante nationale en internationale regelgeving. Het is aan ondernemingen om, zo nodig met juridisch advies, hun eigen positie te beoordelen.
Het rapport van Amnesty International over etnische zuivering op de Westelijke Jordaanoever |
|
Kati Piri (GroenLinks-PvdA) |
|
Berendsen |
|
|
|
|
Erkent u dat Israël etnische zuivering, door u gedefinieerd als «het met geweld of dwang overbrengen of verwijderen van de burgerbevolking», pleegt op de Westelijke Jordaanoever? Zo nee, waarom niet?
Etnische zuivering als zodanig heeft geen eenduidige juridische definitie. Dit geldt wel voor de handelingen die onder deze omschrijving kunnen vallen, waaronder bijvoorbeeld gedwongen verplaatsing. Het Internationaal Gerechtshof (IGH) stelde reeds in zijn advies van 19 juli 2024 dat het beleid van Israël ten aanzien van de Palestijnse Gebieden, waaronder gedwongen uithuiszettingen, grootschalige sloop van huizen en beperkingen in bewegingsvrijheid, de lokale bevolking geen andere keus laat dan te vertrekken. Daarmee druist dat beleid in tegen het verbod op gedwongen verplaatsing zoals vastgelegd in het humanitair oorlogsrecht. Nederland respecteert deze conclusie van het IGH.
Erkent u dat het kolonistengeweld en het faciliteren daarvan onderdeel zijn van het Israëlische staatsbeleid? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet beschikt niet over eigenstandige informatie die nodig zou zijn om met zekerheid vast te stellen dat het kolonistengeweld onderdeel is van het Israëlische staatsbeleid.
Erkent u dat Israël de oorlogsmisdaad van onwettige overbrenging begaat? Zo nee, waarom niet?
Naast de vaststelling genoemd in het antwoord op vraag 1 concludeert het IGH in zijn advies van 19 juli 2024 dat Israëlisch beleid en maatregelen indruisen tegen het verbod op gedwongen overbrenging van delen van de eigen burgerbevolking naar het bezette gebied zoals vastgelegd in het humanitair oorlogsrecht. Dit beleid omvat alle maatregelen die door Israël worden genomen om overbrenging van de delen van de eigen bevolking naar het bezette gebied te organiseren of aan te moedigen, waaronder het bieden van (economische) prikkels voor de vestiging van Israëlische personen en bedrijven op de Westelijke Jordaanoever.
Erkent u dat Israël de misdaad tegen de menselijkheid van gedwongen verplaatsing of deportatie begaat? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vraag 1.
Bent u voorstander van het uitbreiden van persoonsgerichte sancties tegen Benjamin Netanyahu, Israel Katz en Orit Stock vanwege hun nauwe betrokkenheid bij de etnische zuivering van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet zet zich actief in voor aanvullende maatregelen tegen gewelddadige kolonisten en hun organisaties. Nederland is daarnaast voorstander van het Europees sanctioneren van Israëlische veiligheidsminister Ben-Gvir en Israëlische Minister van Defensie Smotrich. Vooralsnog is voor het sanctioneren van deze personen onvoldoende draagvlak binnen de EU, waarmee dat ook zal gelden voor aanvullende persoonsgerichte sancties tegen Israëlische bewindspersonen.
Bent u voorstander van een verbod op handel, diensten, investeringen en andere vormen van samenwerking die bijdragen aan de onrechtmatige bezetting, de apartheid en de etnische zuivering van Palestijnen? Zo nee, waarom niet?
Op 22 september 2026 worden de nationale maatregelen van kracht die ervoor zorgen dat goederen afkomstig uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden worden geweerd van de Nederlandse markt.1 Het kabinet verwacht uw Kamer op korte termijn te kunnen informeren over de verkenning ten aanzien van diensten en investeringen.
Bent u voorstander van een verbod op de export van militaire goederen naar Israël die gebruikt kunnen worden ten behoeve van de mensenrechtenschendingen? Zo ja, worden de goederen uitgevoerd onder vergunningen NL0074CDIU0192355 (Delen, gereedschappen en technologie voor F-16 gevechtsvliegtuigen), NL0074CDIU0193354 (Zichtsysteem voor een voertuig), NL0074CDIU0189830 (Delen en technologie voor onderzeeboten) en NL0074CDIU0193376 (Elektronica voor helmen voor gebruik in militaire vliegtuigen) niet gebruikt in de bezette gebieden? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet toetst alle individuele vergunningaanvragen voor de uit- en doorvoer van militaire en dual-use goederen per geval zorgvuldig aan de relevante Europese exportcontrolekaders. Daar waar duidelijke risico’s bestaan dat militaire goederen of dual-use goederen kunnen worden gebruikt voor ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht wordt een vergunningaanvraag afgewezen.
In de praktijk betekent dit dat het kabinet alleen vergunningen toewijst voor de uitvoer van militaire goederen die enkel defensief kunnen worden ingezet, zoals onderdelen voor het Iron Dome-luchtafweersysteem, en voor uitvoer van goederen ten behoeve van productie of onderhoud waarbij het eindgebruik niet in Israël ligt. Dat geldt eveneens voor de genoemde vergunningen.
Bent u voorstander van het opschorten van visumvrij reizen voor kolonisten? Zo nee, waarom niet?
Israëliërs reizen visumvrij naar de EU, dat gaat op basis van nationaliteit.
Zijn Nederlandse diplomaten sinds uw aantreden op bezoek gegaan bij Palestijnse gemeenschappen die getroffen worden door kolonistengeweld en onwettige overbrenging en/of gedwongen verplaatsing of deportatie door de Israëlische autoriteiten? Zo nee, waarom niet? Bent u voornemens om hen daartoe te instrueren? Zo nee, waarom niet?
Ja, de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah brengt geregeld bezoeken aan gemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever die onder druk staan door nederzettinguitbreidingen en die geraakt worden door kolonistengeweld. Nederland steunt sinds 2023 het West Bank Protection Consortium, een samenwerkingsverband van maatschappelijke organisaties dat is opgericht om de gedwongen verplaatsing van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever te voorkomen. Het consortium biedt deze gemeenschappen materiële en juridische bijstand.