Het bericht ‘Student universiteit claimt betrokken te zijn bij 7 oktober’ |
|
Annette Raijer (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het schandaal dat de Universiteit Maastricht een student naar Nederland heeft gehaald die lachend naar Hamas-moordenaars wijst en zegt: «This is me»?1
Hoe kan het dat een met Nederlands belastinggeld gefinancierde universiteit iemand een podium geeft die de gruwelijke slachtpartij van 7 oktober 2023 als heldendaad verheerlijkt of zelfs deelnam aan de moorden? Was u hiervan op de hoogte en welke consequenties verbindt u hieraan voor de universiteit?
Erkent u dat de Universiteit Maastricht geen onderwijsinstelling meer is die veiligheid biedt, maar een importkanaal voor islamitische en jihadistische haat? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid deze barbaarse terrorist die nu geschorst is direct het land uit te zetten? Zo nee, waarom niet?
Hoeveel Joodse studenten moeten er eerst worden geïntimideerd voordat u deze universiteit tot de orde roept?
Deelt u de mening dat met het binnenhalen van Palestijnse studenten de veiligheid van Joodse studenten niet meer gegarandeerd kan worden? Zo ja, bent u bereid alle Palestijnse studenten het land uit te zetten en er geen meer ons land binnen te laten? Zo nee, waarom niet?
Waarom treedt u, die deze jihadist tot de universiteit heeft toegelaten, niet af?
Regels |
|
Ruben Brekelmans (VVD), Arend Kisteman (VVD) |
|
Herbert |
|
|
|
|
Bent u bereid de verplichte externe toetsing van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) voor kantooromgevingen te schrappen of meer risicogestuurd vorm te geven?
Bent u bereid de preventieve ontslagtoets te hervormen, zodat ontslag in beginsel achteraf door de rechter wordt getoetst?
Bent u bereid de regels in de Nederlandse Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) zo aan te passen dat de meldplicht meer aansluit bij de Europese norm van verdachte in plaats van de norm voor ongebruikelijke transacties?
Bent u bereid de verplichting voor horecaondernemers om wijzigingen van leidinggevenden telkens op de vergunning bij te schrijven te schrappen? Wanneer voert u de aangenomen motie Kisteman uit die hierover gaat?1
Bent u bereid de jaarlijkse keuringsplicht voor veilige arbeidsmiddelen te vereenvoudigen en sterker risicogestuurd te maken?
Bent u bereid het uitzenden van EK- en WK-voetbalwedstrijden op dorps- en stadspleinen voor horecagelegenheden tot 5.000 bezoekers kosteloos mogelijk te maken?
Bent u bereid Engels, Frans en Duits op productetiketten toe te staan, zodat ondernemers eenvoudiger producten in andere Europese landen kunnen inkopen?
Bent u bereid de vergunningsplicht voor festivalpodia die door een langere opbouwperiode meer dan 31 dagen aanwezig zijn, te schrappen of te vereenvoudigen?
Bent u bereid de minimumoppervlakte van 35 m2 voor horecagelegenheden die alcohol willen schenken te schrappen, zodat meer pittoreske horecazaken van de grond kunnen komen en geen van deze zaken in de knel zitten?
Bent u bereid de rapportageverplichting over zeer zorgwekkende stoffen op componentenniveau te vereenvoudigen en te vervangen door een beter uitvoerbare, risicogerichte aanpak?
Bent u bereid voor aantoonbaar veilige, terugkerende lokale evenementen een meerjarige vertrouwensvergunning mogelijk te maken?
Bent u bereid af te zien van de huidige wettelijke termijn van maximaal twaalf dagen voor een tijdelijke alcoholvergunning en dit bijvoorbeeld te koppelen aan de duur van het evenement?
Bent u bereid de Nederlandse meldingsdrempel voor substantiële aandeelhoudersbelangen te verhogen van 3% naar de Europese norm van 5%?
Bent u bereid de nationale meldplicht voor bruto shortposities bij 3% te schrappen, zodat Nederland aansluit bij de Europese norm?
Bent u bereid de bijkantoorverplichting voor beleggingsondernemingen uit derde landen die diensten verlenen aan Nederlandse niet-professionele beleggers te schrappen?
Bent u bereid het dispensatieproces bij algemeen verbindend verklaarde cao’s te hervormen, zodat ondernemingen met een eigen cao en gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden in beginsel dispensatie krijgen?
Bent u bereid de wettelijke werkingssfeerbepalingen van cao’s te verduidelijken, zodat innovatieve en gemengde bedrijven niet onder een cao vallen die niet aansluit bij hun feitelijke activiteiten?
Bent u bereid de bewaartermijn voor blootstellingsregistraties van CMR- en reprotoxische stoffen te verkorten en meer in lijn te brengen met de Europese richtlijn?
Bent u bereid de verplichting om psychosociale arbeidsbelasting in de RI&E op te nemen te vereenvoudigen, zodat deze minder een papieren tijger en meer risicogestuurd wordt?
Bent u bereid de nationale CO2-ketensturing bij de implementatie van de Europese richtlijn Renewable Energy Directive (RED) III te schrappen?
Bent u bereid de nationale sectorsturing bij de implementatie van RED III te schrappen?
Bent u bereid de grenswaarde voor de rapportageplicht werkgebonden personenmobiliteit te verhogen, zodat minder bedrijven en toeleveranciers hierover hoeven te rapporteren?
Bent u bereid de regels rond vergunningen voor mengformules te hervormen, zodat horecaondernemers bijvoorbeeld olijfolie of servies kunnen verkopen zonder onnodige vergunningsproblemen?
Bent u bereid meerdere regulatory sandboxes voor AI mogelijk te maken, naast de reeds bestaande verplichte sandbox die volgt uit de AI-verordening?
Bent u bereid de regulatory sandbox onder de Verordening Cyberweerbaarheid snel, breed toegankelijk en bruikbaar in te richten voor midden- en kleinbedrijven (mkb) en start-ups?
Bent u bereid belemmerende regelgeving voor de uitbreiding van Nederlandse cloud- en datacentercapaciteit weg te nemen, onder meer door minder terughoudend te zijn over datacenter versnellingszones uit de Cloud and AI Development Act (CADA)(Verordening cloud- en AI-ontwikkeling)?
Bent u bereid de werkkostenregeling ingrijpend te vereenvoudigen, bijvoorbeeld door gerichte vrijstellingen samen te voegen met de vrije ruimte?
Bent u bereid de dubbele conformiteitsverklaring voor installateurs van reeds CE-goedgekeurde kleine airco’s en warmtepompen te schrappen?
Bent u bereid de actieve provisietransparantieverplichting voor schadeverzekeringstussenpersonen te versoepelen en meer in lijn te brengen met de Europese norm?
Bent u bereid de aparte vergunningsplicht voor interne bedrijfsborrels en bedrijfsfeesten te schrappen wanneer voor het pand al een gebruiksvergunning geldt?
Bent u bereid de omgevingsvergunning voor buitenreclame aan een eigen bedrijfspand af te schaffen, behoudens situaties waarin aantoonbaar sprake is van excessen?
Bent u bereid de uitwegvergunning voor het aanleggen van een oprit of inrit naar de openbare weg af te schaffen of sterk te vereenvoudigen?
Bent u bereid gemeenten niet langer de mogelijkheid te bieden om voor kleine percelen en gemiddelde particuliere tuinen een kapvergunning te eisen?
Bent u bereid de verplichting voor kleine werkgevers om formeel verzuimbeleid op te stellen te schrappen of te vereenvoudigen?
Bent u bereid vaker algemene einde-afvalcriteria vast te stellen, zodat circulaire ondernemers niet per afzonderlijk geval hoeven te bewijzen dat gerecyclede materialen geen afval meer zijn?
Bent u bereid de massabalanssystematiek ook voor bioLNG toe te staan, zodat de Nederlandse industrie niet achterloopt op landen als Duitsland, Spanje, Frankrijk en Italië?
Bent u bereid de Aanvullende Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (ARIE)-systematiek te hervormen, door overlap met andere verplichtingen weg te nemen en de plicht beter te richten op ondernemingen met daadwerkelijk relevante risico’s?
Bent u bereid bij de verplichting om dieselmotoren te vervangen door elektrische of andere aandrijving niet alleen technische haalbaarheid, maar ook de financiële proportionaliteit te laten meewegen?
Bent u bereid de verplichting tot periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek beter te koppelen aan de concrete risico’s uit de RI&E, om zo dubbel werk te voorkomen?
Bent u bereid horecaondernemers de mogelijkheid te geven af te zien van de verplichte bijdrage aan het Horeca Ontwikkel Platform (HOP)?
Bent u bereid een landelijke, uniforme procedure of digitaal loket in te voeren voor werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking in dienst willen nemen?
Bent u bereid de aanvraag en administratie rond betaald ouderschapsverlof voor werkgevers te vereenvoudigen, in het bijzonder bij gespreid of gewijzigd opgenomen verlof?
Bent u bereid wettelijk te verduidelijken wanneer een werkgever voldoende gelegenheid tot verbetering heeft geboden aan een disfunctionerende werknemer, door dit in tijd te maximeren?
Bent u bereid de begeleidingsplicht van werkgevers bij een disfunctionerende werknemer te verduidelijken, bijvoorbeeld door middel van voldoende duidelijke criteria waaronder werkgevers aan deze verplichting hebben voldaan?
Bent u bereid het aanvraagproces voor de expatregeling te vereenvoudigen door gegevens die al bij de Belastingdienst bekend zijn automatisch te benutten?
Bent u bereid het aanvraagformulier voor de expatregeling volledig digitaal beschikbaar te maken en verzending per post af te schaffen?
Bent u bereid de gemeentelijke exploitatievergunning voor de horeca af te schaffen wanneer een Alcoholwetvergunning voldoende waarborgen biedt?
Bent u bereid de terrasvergunning af te schaffen wanneer de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voldoende mogelijkheden biedt om overlast te voorkomen en aan te pakken?
Bent u bereid de wettelijke taak van de Kamer van Koophandel om de regionale economie te stimuleren te schrappen, conform de aangenomen motie Kisteman?2
Bent u bereid de wettelijke taak van de Kamer van Koophandel om innovatie te stimuleren te schrappen, conform de aangenomen motie Kisteman?3
Bent u bereid samen met gemeenten, provincies en waterschappen landelijke standaarden voor lagere regelgeving te ontwikkelen en uit te breiden?
Bent u bereid de meldingsplicht voor zorgfusies bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) samen te voegen tot één melding en één procedure?
Bent u bereid de Nederlandse meldplicht voor mogelijk schadelijke levensmiddelen risicogerichter in te richten en meer in lijn te brengen met de praktijk in vergelijkbare landen, zoals België?
Bent u bereid ervoor te zorgen dat niet iedere werkgever een afzonderlijke pas voor een beveiliger hoeft aan te vragen, hetgeen zeker voor veel rompslomp zorgt als wordt gewerkt met oproepkrachten, bijvoorbeeld door een persoonsgebonden beveiligingspas (in de evenementenbranche) mogelijk te maken?
Bent u bereid een geruisloze omzetting van pensioenvermogen in een pensioen-bv naar een verzekeraar mogelijk te maken, zodat administratieve lasten het pensioenvermogen niet uithollen?
Bent u bereid de ACM de bevoegdheid te geven om onder een fictieve identiteit mystery shopping toe te passen bij de controle op onveilige of niet-conforme producten?
Bent u bereid de nationale koppen bij exportkredietverzekeringen systematisch te schrappen, zodat Nederlandse bedrijven niet strenger worden behandeld dan hun buitenlandse concurrenten, bijvoorbeeld ten aanzien van de Common Approaches?
Bent u bereid het bonusplafond verder te versoepelen en meer in lijn te brengen met de Europese norm, bijvoorbeeld door fintechbedrijven uit te zonderen?
Bent u bereid de verplichte ziekmelding na 42 weken samen te voegen met de eerstejaarsevaluatie?
Bent u bereid de informatieverplichtingen voor financieel adviseurs over de financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van klanten proportioneel en meer op maat vorm te geven?
Bent u bereid voor tijdelijke verkeersmaatregelen bij één project één aanvraag en één besluit mogelijk te maken?
Bent u bereid een landelijk erkende verkeersontheffing in te voeren voor aannemers die met identieke voertuigen en werkzaamheden in meerdere gemeenten actief zijn?
Bent u bereid de vooraanmelding en startmelding voor mesttransport samen te voegen tot een startmelding?
Bent u bereid de digitale afgiftebevestiging van een erkende inzamelaar te laten gelden als de afvalstoffenadministratie van autobedrijven voor banden, accu’s en vergelijkbare afvalstoffen?
Bent u bereid een lichter opslagregime of duidelijke uitzondering in te voeren voor beperkte dagelijkse werkvoorraden van onder meer olie, verf, spuitbussen, reinigingsmiddelen en accu’s?
Bent u bereid bij een ongewijzigd productieproces geen volledig nieuw onderzoek naar zeer zorgwekkende stoffen te eisen en een actualiteitsverklaring te laten volstaan?
Bent u bereid de voorwaarden voor autonoom of op afstand bestuurd varen risicogestuurd te maken, zodat een volgboot alleen verplicht is wanneer de concrete omstandigheden dat noodzakelijk maken?
Bent u bereid een landelijke experimenteerontheffing mogelijk te maken voor een reeks vergelijkbare proeven met autonoom varende schepen?
Bent u bereid de wettelijke, gedetailleerde definitie van roomijs te schrappen?
Bent u bereid de toegankelijkheidseis voor een verplichte privébuitenruimte bij reguliere woningen te versoepelen, zodat een hoogteverschil van meer dan 2 cm niet altijd met een hellingbaan hoeft te worden overbrugd?
Bent u bereid voor alle woonfuncties een collectieve, afsluitbare buitenberging als alternatief voor een individuele buitenberging mogelijk te maken?
Bent u bereid de eisen aan de rechtstreekse bereikbaarheid en toegankelijkheid van buitenbergingen te schrappen of te vereenvoudigen?
Bent u bereid bij reguliere woningen een gemeenschappelijke buitenruimte als alternatief voor een verplichte privébuitenruimte toe te staan?
Bent u bereid de eis te versoepelen dat een niet-gemeenschappelijke buitenruimte rechtstreeks bereikbaar moet zijn vanuit een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied?
Bent u bereid tijdelijke huurcontracten voor meer groepen toe te staan, bijvoorbeeld voor drie of vijf jaar?
Bent u bereid klein en slechts tijdelijk ingezet bouwmaterieel vrij te stellen van de generieke emissiereductieplicht?
Bent u bereid de informatie- en administratieplicht voor bouwmaterieel bij kleine en kortdurende bouwprojecten te beperken?
Bent u bereid de technische geluidseisen voor tijdelijke woningen zoveel mogelijk te harmoniseren, zonder afbreuk te doen aan de noodzakelijke bescherming van bewoners?
Bent u bereid de verplichte minimale afmetingen voor toiletruimten in nieuwbouwwoningen te schrappen?
Bent u bereid de verplichting dat 55% van de gebruiksoppervlakte als verblijfsgebied moet gelden te herzien?
Bent u bereid de verplichting tot een tweede trappenhuis in woongebouwen risicogestuurd te hervormen, zodat alternatieve brandveiligheidsmaatregelen mogelijk zijn?
Bent u bereid de verplichte minimale afmetingen voor badruimten in nieuwbouwwoningen te flexibiliseren?
Bent u bereid de brede reikwijdte van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) boven de Europese richtlijn te schrappen en de regeling te beperken tot consumentenzaken?
Bent u bereid de verplichte notariële akte voor de uitgifte of overdracht van kleine aandelenbelangen aan werknemers in een bv te schrappen en een onderhandse akte mogelijk te maken?
Bent u bereid de digitale loonstrook als standaard in te voeren, met een papieren loonstrook uitsluitend op verzoek van de werknemer?
Bent u bereid een dakkapel aan de voorzijde van een woning landelijk vergunningsvrij te maken, met eenduidige maatvoeringseisen?
Bent u bereid de grens van € 125.000 voor een verplicht accountantsproduct bij subsidievaststelling te indexeren naar het prijsniveau van 2026?
Bent u bereid een materialiteitsdrempel en de mogelijkheid van verzamelmeldingen in te voeren voor terugmeldingen over verschillen tussen het UBO-register en cliëntenonderzoek?
Bent u bereid de afzonderlijke opgave van bestuurders als pseudo-UBO te schrappen en deze gegevens automatisch te laten volgen uit de inschrijving in het Handelsregister?
Bent u bereid de verplichting voor gemeenten om bij nieuwbouw hoge minimumeisen aan fietsparkeerplaatsen te stellen te versoepelen, waaronder de verplichting om rekening te houden met grotere fietsen?
Bent u bereid de verplichte kennisgeving te schrappen wanneer na een aanvraag blijkt dat geen omgevingsvergunning nodig is?
Bent u bereid de mogelijkheid voor gemeenten om opkoopbescherming toe te passen te beperken tot goedkope koopwoningen en dus middeldure koopwoningen daarvan uit te zonderen?
Bent u bereid de mogelijkheid van de digitale notariële akte te verbreden tot alle akten waarbij fysieke waarneming door de notaris niet noodzakelijk is?
Bent u bereid voor eenvoudige ziektegevallen, zoals licht en voorzienbaar letsel, een vereenvoudigde re-integratieprocedure mogelijk te maken wanneer werkgever en werknemer daarmee instemmen?
Bent u bereid de eis te schrappen dat postvervoerders met een omzet van € 2 miljoen of meer minimaal 80% van hun postbezorgers een arbeidsovereenkomst moeten aanbieden?
Bent u bereid de reikwijdte van het Digitaal Opkopers Register (DOR) te beperken voor voertuigcategorieën, bijvoorbeeld door aanhangers uit te zonderen, temeer omdat er vaak al een RDW-registratieplicht geldt?
Bent u bereid de verkoop van geneesmiddelen op afstand niet alleen via een website, maar ook via een app mogelijk te maken?
Het bericht 'Privacy terreurverdachte Muhammed K. (19) volgens rechter ontzettend belangrijk: ’Telefoon maximaal twaalf keer per jaar gecontroleerd’' |
|
Shanna Schilder (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Privacy terreurverdachte Muhammed K. (19) volgens rechter ontzettend belangrijk: «Telefoon maximaal twaalf keer per jaar gecontroleerd»»?1
Ja.
Wat is, los van de beleidstechnische inhoud, uw persoonlijke reactie op dit bericht? Zakt bij u ook de moed in de schoenen over de prioriteiten en capaciteiten van de overheid (en haar aanhangende organisaties) bij het lezen van dergelijke berichten?
Ik begrijp goed dat deze berichtgeving gevoelens van onbegrip kan oproepen. Dat iemand die eerder is veroordeeld voor een terroristisch misdrijf opnieuw is aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij een terroristisch misdrijf, is buitengewoon ernstig en zorgelijk.
De recente aanhoudingen onderstrepen de bevindingen in het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland dat de jihadistische dreiging de belangrijkste en meest bepalende factor voor de terroristische dreiging is in Nederland. Alleen door een onverminderde inzet op zowel lokaal als nationaal niveau kunnen we de veiligheid blijven waarborgen. De politie en de inlichtingendiensten continueren hun inzet om potentiële dreigingen direct te verstoren, met als recent voorbeeld meerdere aanhoudingen van terrorismeverdachten de afgelopen maanden.
Tegelijkertijd kan geen enkele aanpak het risico op terroristisch geweld of recidive volledig uitsluiten. Dat mag echter nooit een reden zijn om daarin te berusten. Nieuwe signalen moeten steeds opnieuw worden beoordeeld en waar blijkt dat de aanpak, het toezicht of de samenwerking kan worden versterkt, moeten daar concrete lessen en maatregelen uit volgen.
Deelt u de mening dat in deze casus, en helaas veel vaker, de overheid tekortschiet in het beschermen van haar burgers en dat dit tekortkomen bij dit soort incidenten pijnlijk aan het licht komt? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Hoeveel terroristen (in wording) staan momenteel onder toezicht van de reclassering met een dergelijke beperking in het toezicht zoals bij Muhammed K.?
Reclassering Nederland draagt met een landelijk team van gespecialiseerde reclasseringsprofessionals, het zogeheten TER-team, bij aan het verkleinen van de dreiging die uitgaat van volwassen verdachten of veroordeelden van strafbare feiten die zij pleegden vanuit extremistische, terroristische en/of geradicaliseerde overtuigingen.
Het TER-team houdt momenteel toezicht op in totaal 26 volwassen personen aan wie de voorwaarde «meewerken aan controle gegevensdragers» is opgelegd. Hieronder vallen ook personen met links- en rechts-extremistische overtuigingen en personen die zich soeverein hebben verklaard.
Bij de Raad voor de Kinderbescherming staan 30 jeugd-CTER zaken geregistreerd. Er zit geen specifiek kenmerk op bijzondere voorwaarden in de registratie van Toezicht en Begeleidingszaken binnen Gecertificeerde Instellingen (GI’s) vanuit de jeugdreclassering.
Deelt u de mening mening dat dergelijke deradicaliseringstrajecten juist door deze terroristen misbruikt kunnen worden om hun dossier te verschonen door goed gedrag te vertonen? Zo nee, waarom niet?
Het is niet uit te sluiten dat iemand bij een begeleidingstraject sociaal wenselijk gedrag vertoont of probeert de betrokken professionals te misleiden. Sociaal wenselijk of strategisch gedrag in dit werkveld is een bekend en onderkend fenomeen, hierin zijn de professionals die dergelijke trajecten uitvoeren dan ook getraind De beoordeling wordt daarom niet uitsluitend gebaseerd op wat een betrokkene tijdens gesprekken verklaart of op gedurende korte tijd vertoond positief gedrag, er wordt ook gekeken naar objectieve informatie en gebruikgemaakt van objectieve criteria. De ontwikkeling wordt over een lange periode bezien, waarbij verschillende waarnemingen, informatiebronnen en professionele inzichten worden betrokken. Daarbij kan onder meer worden gekeken naar de naleving van opgelegde voorwaarden, concrete gedragsveranderingen, relevante contacten, risico- en beschermende factoren en eventuele nieuwe signalen.
Daarbij is van belang dat onderscheid wordt gemaakt tussen deradicalisering en disengagement. Deradicalisering is gericht op het afstand nemen van extremistisch gedachtegoed en een verandering in waarden, attitudes en opvattingen, terwijl disengagement ziet op het beëindigen van extremistisch of terroristisch gedrag en het verbreken van banden met extremistische personen of netwerken. Een verandering van overtuigingen is niet altijd volledig vast te stellen en is ook niet in alle gevallen (direct) haalbaar. Daarom wordt in de praktijk tevens ingezet op concrete en duurzame gedragsverandering en op het verminderen van het risico op (extremistisch) geweld.
Een deradicaliserings- of disengagementstraject is bovendien geen op zichzelf staande garantie en komt niet in de plaats van strafrechtelijk optreden, reclasseringstoezicht of de inzet van politie en veiligheidsdiensten wanneer daar aanleiding voor bestaat. Volledige zekerheid over iemands overtuigingen en toekomstig gedrag kan niet worden gegeven. Nieuwe of afwijkende signalen kunnen daarom aanleiding geven om het risicobeeld opnieuw te beoordelen en de inzet waar nodig aan te passen of te intensiveren.
Deelt u de mening dat toezicht op mobiele apparaten totaal nutteloos is indien dit slechts één keer per maand plaatsvindt en de betreffende terrorist ook nog vrijuit andere toestellen kan gebruiken en chats/gegevens kan wissen voorafgaand aan de controle? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen? Zo nee, waarom niet?
De rechtbank bepaalt welke voorwaarden of vorm(en) van controle nodig zijn en in sommige gevallen ook hoe vaak. De partij die belast is met het uitvoeren van controles, bepaalt wanneer deze worden uitgevoerd. Deze controles kunnen onaangekondigd worden uitgevoerd. Dit vergroot de kans dat iemand zich structureel zal conformeren aan een opgelegde voorwaarde. Tegelijkertijd ben ik, zoals in mijn brief van 22 mei 20262 vermeld, met de reclassering in gesprek over de mogelijkheden om een vergelijkbare methodiek te ontwikkelen voor controle inzake online terrorisme en (gewelddadig) extremisme delicten, zoals de reclassering die heeft ontwikkeld om te controleren of een justitiabele zich houdt aan de bijzondere voorwaarde «vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik».
Daarnaast is het de taak van reclasseringswerkers om cliënten te motiveren om zich uit eigen beweging te houden aan opgelegde voorwaarden. Daarbij zijn de voorwaarden onderdeel van het kader om het gesprek aan te gaan over gedragsverandering. De reclassering zet zich immers in voor duurzame gedragsverandering en niet enkel het naleven van een tijdelijke voorwaarde.
Bent u van mening dat rechters bij hun aanstelling voldoende zijn toegerust om dit soort terrorismezaken met voldoende oog voor de bescherming van de samenleving te beoordelen? Zo ja, waar baseert u dat op? Zo nee, waar schiet het huidige kader tekort?
Rechters doorlopen een strenge selectie en een langdurig en intensief inwerktraject voordat zij zelfstandig als rechter aan het werk gaan. Een rechter in opleiding wordt opgeleid in verschillende rechtsgebieden met een daarbij passend cursusaanbod. Rechters in opleiding worden opgeleid en begeleid door ervaren collega’s. Ook na deze opleiding zijn rechters verplicht trainingen en cursussen te volgen. Door permanente educatie worden kennis en vaardigheden actueel gehouden en verder uitgebreid. SSR, het opleidingsinstituut van de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie, biedt cursussen aan op het gebied van terrorisme en terrorismebestrijding zodat rechters goed in staat zijn om zaken op dit gebied aan te pakken en te beoordelen. Binnen het cursusaanbod is ook aandacht voor de verschillende fasen van het terrorismeonderzoek.
Wij zijn ons ervan bewust dat u geen harde kritiek op de Rechtspraak wilt leveren, maar kunt u zich ook niet aan de indruk onttrekken dat er in deze casus, en wellicht vaker, sprake is van flinke naïviteit bij de Rechtspraak? Zo nee, waarom niet?
De rechter kijkt bij de behandeling van iedere zaak naar alle relevante feiten en omstandigheden van de zaak. Bij het opleggen van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf weegt de rechter steeds zorgvuldig of die voorwaarden noodzakelijk, geschikt en proportioneel zijn. Als een voorwaarde een inbreuk maakt op grondrechten – zoals de privacy – is het aan de rechter om de proportionaliteit te bewaken. Een begrenzing, zoals een maximumaantal controles, kan daarbij dienen om de inbreuk niet verder te laten gaan dan nodig is. Het past mij als bewindspersoon niet om te oordelen over overwegingen en afwegingen die door rechters worden gemaakt in rechterlijke uitspraken.
Hamas-terreurinfrastructuur en aanslagplannen in Europa |
|
Gidi Markuszower (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Investigation: Hamas planned massive October 7th attacks across Europe» en het onderliggende onderzoek van de Neue Zürcher Zeitung «Die Hamas nimmt den Westen ins Visier – und plante wohl einen zweiten 7. Oktober in Europa»?1 2
Ja.
Kunt u bevestigen of ontkennen dat, zoals gesteld door de Duitse Generalbundesanwalt Jens Rommel, Hamas sinds 2019 een Europa-breed netwerk heeft opgebouwd van verborgen wapenopslagplaatsen, smokkelroutes en slapende terreurcellen, met als doel een aanslagengolf rond 7 oktober 2025, de tweede jaardag van het bloedbad van 7 oktober 2023? Beschikken de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten over eigenstandige informatie hierover, en is de Kamer hierover ooit geïnformeerd?
In het openbaar kunnen geen uitspraken worden gedaan over de inlichtingenpositie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. In het jaarverslag van 2025 heeft de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) aangegeven dat het onderzoek doet naar de mogelijke dreiging vanuit de terroristische organisatie Hamas tegen de nationale veiligheid.3 De AIVD heeft twee handelingsvormen onderkend van Hamas in Europa. Ten eerste is in Europa al jaren een «politiek» netwerk actief dat financiële steun voor Hamas verwerft en zich in Europa bezighoudt met activisme, lobby- en andere beïnvloedingswerkzaamheden. De tweede handelingsvorm is aan het licht gekomen via een aantal aanhoudingen in Europa: aan Hamas te relateren personen waren – op aansturing van Hamas-leden in Libanon – betrokken bij het (ver)bergen en (ver)plaatsen van vuurwapens en munitie. De AIVD schrijft in het jaarverslag over 2025 dat het erop lijkt dat Hamas bezig was met het opbouwen van gewelddadige capaciteiten in Europa.4 Enkelen van deze aangehouden personen worden, naast het lidmaatschap van Hamas, ook verdacht van het voorbereiden van aanslagen op Joodse en/of Israëlische doelen. Deze strafrechtelijke onderzoeken lopen nog. Over eventuele aanhoudingen in het buitenland en de aldaar lopende strafrechtelijke onderzoeken kan ik geen uitspraken doen.
Kunt u bevestigen dat er in de afgelopen periode arrestaties zijn verricht in Duitsland, Oostenrijk, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk, Griekenland en Cyprus, waarbij onder meer wapens (waaronder een AK-47, dertien pistolen en meer dan negenhonderd kogels), explosieven en een claimvideo voor een aanslag zijn aangetroffen, gericht tegen Joodse, Israëlische en bredere westerse instellingen, en dat Wenen daarbij als logistiek knooppunt fungeerde? Deelt u de conclusie van de Duitse autoriteiten dat dit een zelfstandige, operationele Hamas-infrastructuur op Europese bodem betreft, los van het conflict in Gaza en Israël?
Zie antwoord vraag 2.
Is bij u bekend of vergelijkbare voorbereidingshandelingen, trainingsroutes (bijvoorbeeld via Maleisië, zoals in het onderzoek beschreven) of financieringsstromen richting Hamas zich hebben voorgedaan met een raakvlak met Nederland, Nederlandse ingezetenen of in Nederland gevestigde organisaties? Kunt u dit, voor zover de veiligheid dit toelaat, toelichten?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat een deel van de aangehouden en veroordeelde personen de nationaliteit van een Europese lidstaat bezit of over een Schengen-verblijfsvergunning beschikt, waardoor zij zich ongehinderd binnen het Schengengebied konden verplaatsen? Deelt u de opvatting dat dit een fundamenteel veiligheidslek in het vrije verkeer binnen Schengen blootlegt, en dat dit gevolgen moet hebben voor het verblijfsrecht en de bewegingsvrijheid van personen met een vastgesteld Hamas-profiel?
Het kabinet kan niet ingaan op de individuele omstandigheden omtrent strafrechtelijke onderzoeken of toelatings- en verblijfsprocedures. Het al dan niet delen van informatie over deze zaken is aan de bevoegde autoriteiten van de in het artikel genoemde landen.
Nederland en de Europese Unie (EU) werken nauw samen om de dreiging van terrorisme en extremisme tegen te gaan. Een onderdeel van deze samenwerking is de intensieve informatie-uitwisseling tussen de verschillende veiligheidspartners. Alle betrokken veiligheidspartners blijven zowel nationaal als internationaal alert op mogelijke dreigingen en zetten zich onverminderd in om risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren, en daarmee ook belangen, zoals het vrije verkeer van personen, te waarborgen.
Wanneer er sprake is (van verdenking) van strafbare feiten, is het aan de politie en het Openbaar Ministerie om deze te onderzoeken en, waar mogelijk, te vervolgen. In zijn algemeenheid beziet de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bij een (onherroepelijke) veroordeling voor een misdrijf of dit gevolgen heeft voor het verblijfsrecht van een vreemdeling. Dit is ook het geval indien de IND vaststelt dat er sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid of artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag kan worden tegengeworpen. Als de vreemdeling niet (meer) in het bezit is van verblijfsrecht moet de betrokkene Nederland verlaten. Waar mogelijk wordt ingezet op (al dan niet gedwongen) terugkeer.
Deelt u de opvatting dat deze onthullingen aantonen dat de dreiging van Hamas nooit beperkt is geweest tot Israël, maar zich, zoals de onderzoeken stellen, ook richt op Joodse, Israëlische en bredere westerse instellingen in Europa, en dat eerdere geruststellingen daarover, ook vanuit Nederland en de EU, achterhaald zijn gebleken?
Zoals benoemd in het antwoord op vraag 2,3 en 4 geeft de AIVD in het jaarverslag van 2025 aan dat het erop lijkt dat Hamas bezig was met het opbouwen van gewelddadige capaciteiten in Europa.5 Enkelen van deze aangehouden personen worden, naast het lidmaatschap van Hamas, ook verdacht van het voorbereiden van aanslagen op Joodse en/of Israëlische doelen. De veiligheidsdiensten blijven de ontwikkelingen nauwgezet volgen en betrekken nieuwe informatie voortdurend bij hun dreigingsanalyses.
In het recent Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) van de NCTV is aangegeven dat het dreigingsniveau op niveau 4 van de 5 blijft staan.6 Dat betekent dat er een reële kans is dat er in Nederland een aanslag zal plaatsvinden. Bij het vaststellen van het dreigingsniveau wordt niet alleen gekeken naar de activiteiten van Hamas maar ook naar de brede jihadistische geweldsdreiging, de terroristische dreiging vanuit rechts-extremisten, anti-institutioneel extremisten en (online) radicaliseringsprocessen in Nederland. In het meest recente DTN is aangegeven dat een daadwerkelijke koerswijziging van (facties binnen) Hamas de dreiging tegen vooral Joodse en Israëlische doelwitten in Europa zal verhogen. Joodse en Israëlische instellingen blijven, waar nodig, onderwerp van specifieke aandacht en beveiligingsmaatregelen.7 Er is op dit moment geen aanleiding tot een afzonderlijke aanpassing van het dreigingsniveau.
Is naar aanleiding van deze onthullingen een aanpassing van het nationale dreigingsbeeld (dreigingsniveau van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)) overwogen of doorgevoerd, specifiek voor Joodse, Israëlische en bredere westerse instellingen in Nederland, zoals in het onderzoek wordt gesteld? Zo nee, waarom niet, gelet op het feit dat vergelijkbare cellen zijn aangetroffen in meerdere ons omringende landen?
Zie antwoord vraag 6.
Welke concrete maatregelen zijn op dit moment van kracht om synagogen, Joodse scholen, gemeenschapscentra, Israëlische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen én bredere westerse instellingen en publieke voorzieningen in Nederland te beschermen tegen een vergelijkbaar scenario als in Griekenland, Oostenrijk en Duitsland is blootgelegd? Acht u deze maatregelen, in het licht van dit onderzoek, nog toereikend?
Vanwege veiligheidsoverwegingen doe ik in het openbaar nooit uitspraken over beveiligingsmaatregelen die worden getroffen. Wel kan ik uw Kamer verzekeren dat de benodigde maatregelen, zowel zichtbaar als onzichtbaar, worden getroffen waar dat nodig wordt geacht en op basis van actuele dreigingsinformatie. De betrokken veiligheidsdiensten en bevoegde gezagen beoordelen voortdurend of de getroffen maatregelen toereikend zijn en passen deze waar nodig aan.
Bent u bereid op korte termijn een aanvullende, specifieke dreigingsanalyse te laten uitvoeren door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de NCTV naar Hamas-gerelateerde netwerken, slapercellen en wapenopslag in Nederland, en de Kamer hierover te informeren
De AIVD onderzoekt, zoals in het jaarverslag van 2025 gemeld, de dreiging van Hamas tegen onze nationale veiligheid. Vanzelfsprekend kunnen in de openbaarheid geen uitspraken worden gedaan over al dan niet lopende onderzoeken van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zoals bepaald in de Wet Coördinatie Terrorismebestrijding en Nationale Veiligheid is de NCTV niet bevoegd onderzoek te doen naar organisaties en/of personen.
Is bekend, of bent u bereid te laten onderzoeken, via welke immigratie- of asielroute de in het onderzoek genoemde en vergelijkbare Hamas-gelieerde personen in Nederland en Europa voet aan de grond hebben gekregen, bijvoorbeeld via asielprocedures, gezinshereniging, arbeids- of studievergunningen? Kunt u de Kamer hierover informeren?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5, kan het kabinet niet ingaan op de individuele omstandigheden omtrent strafrechtelijke onderzoeken of toelatings- en verblijfsprocedures.
Binnen de verschillende verblijfsprocedures bestaan maatregelen om eventuele risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren. Onderdeel van deze beoordeling is nadrukkelijke aandacht voor mogelijke risico’s voor de openbare orde, inclusief internationale misdrijven en nationale veiligheid. Hier worden besluiten over toelating en verblijf per casus zorgvuldig afgewogen op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar is, binnen de nationale en Europese wettelijke kaders en met inachtneming van internationale verdragsverplichtingen.
Het kabinet onderstreept tevens het belang van de inzet aan de Europese buitengrens, in samenwerking met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), om mogelijke irreguliere grenspassages tegen te gaan en de integriteit van de Europese buitengrens te beschermen. Alle lidstaten zijn verplicht om iedere persoon die zich aan de buitengrens van de Europese Unie meldt, aan een grenscontrole te onderwerpen. Het recent in werking getreden EU-migratiepact is daarbij een belangrijke stap om meer grip te krijgen over wie er naar Europa komt. Met de nieuwe screeningverordening, die onderdeel is van het pact, moet de identiteit van onderdanen van niet-EU-landen die aan screening worden onderworpen snel worden vastgesteld, net als eventuele veiligheidsrisico's.
In een wereld waarin de ontwikkelingen op zowel het gebied van dreigingen voor de nationale veiligheid als migratie elkaar in hoog tempo opvolgen is het noodzakelijk om voortdurend te monitoren of de procedures en bevoegdheden van dit systeem nog aansluiten op actuele ontwikkelingen en waar nodig verbeteringen door te voeren. Onder de coördinatie van de NCTV is in 2023 een systeemcheck uitgevoerd over het tijdig onderkennen van signalen die de nationale veiligheid kunnen raken binnen de migratie- en veiligheidsketen. Uw Kamer is over de bevindingen en maatregelen geïnformeerd door middel van de Kamerbrief Stand van zaken bestrijding misbruik asiel- en migratiestromen door terroristen.8 Het kabinet verwijst daarnaast naar de aanbiedingsbrief bij het rapport Migration-related Terrorism: Trends, Challenges and Policy Implication waarin nader wordt ingegaan op de het onderkennen van signalen van radicalisering of mogelijke betrokkenheid bij terrorisme in de asiel- en nareisprocedure.9
Is bekend via welke route, met welke documenten en via welke buitengrens de betrokken personen het Schengengebied zijn binnengekomen, en welke controles daarbij gefaald hebben? Welke lessen trekt u hieruit voor de Nederlandse en Europese buitengrensbewaking?
Zie antwoord vraag 10.
Bent u bereid maatregelen te treffen om personen met een vastgesteld Hamas-profiel die zich in Nederland bevinden, het land en waar mogelijk het Schengengebied te laten verlaten, via intrekking van verblijfsrecht, uitzetting en een inreisverbod? Zo ja, op welke termijn?
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 5, kunnen een veroordeling voor een misdrijf of het vormen van een gevaar voor de nationale veiligheid gevolgen hebben voor het verblijfsrecht van een vreemdeling. Wanneer een dergelijke vreemdeling niet (meer) in het bezit is van een verblijfsrecht wordt in beginsel een terugkeerbesluit opgelegd en wordt – met inachtneming van internationale verplichtingen – ingezet op (al dan niet gedwongen) terugkeer. Daarbij wordt in de regel ook een inreisverbod opgelegd.
Bent u bereid, samen met de Europese partners, te bevorderen dat nieuwe Hamas-gelieerde personen niet langer via asiel-, migratie- of andere routes toegang krijgen tot Nederland en het Schengengebied, bijvoorbeeld door verscherpte screening, gedeelde risicoprofielen en strengere buitengrenscontroles? Welke concrete stappen onderneemt u hierin?
Het kabinet zet zich onverminderd in om iedere dreigingsvorm tegen de nationale veiligheid, waaronder terrorisme en extremisme, tegen te gaan. Onze democratische rechtsorde en nationale veiligheid is een groot goed, en bescherming daarvan vergt constante inspanning, nauwe samenwerking en gerichte implementatie van maatregelen. Ondanks de strenge procedure en inspanningen van de ketenpartners kan nooit een absolute garantie worden gegeven dat er geen personen Nederland binnenkomen die veiligheidsrisico’s met zich mee brengen, omdat personen zich mogelijk kunnen onttrekken aan het zicht van de autoriteiten en omdat eventuele risico’s die van een persoon uitgaan niet altijd op voorhand bekend zijn. Zoals toegelicht bij de vragen 5, 10 en 11 zijn de nodige samenwerking en maatregelen reeds aanwezig. Daarnaast wordt voortdurend gemonitord of de procedures en bevoegdheden binnen het systeem nog aansluiten bij de actuele ontwikkelingen. Waar nodig worden deze aangepast en verbeterd.
Bent u bereid de garantie te geven dat onder de huidige en toekomstige grote asielinstroom naar Nederland geen personen binnenkomen die gelieerd zijn aan Hamas of andere terroristische organisaties? Zo nee, kunt u toelichten waarom een dergelijke garantie niet te geven is, en welke aanvullende screening, achtergrondcontroles en informatie-uitwisseling met buitenlandse diensten u bereid bent in te voeren om dit risico zo dicht mogelijk bij nul te brengen? Indien blijkt dat dit – het risico drastisch reduceren – niet mogelijk is, bent u dan niet Russisch roulette met Nederlandse mensenlevens aan het spelen? Zo nee waarom niet?
Zie antwoord vraag 13.
Bent u bereid een concreet plan van aanpak naar de Kamer te sturen waarin wordt uiteengezet hoe (a) de fysieke beveiliging van Joodse, Israëlische en andere westerse instellingen in Nederland wordt versterkt, (b) grensoverschrijdende smokkel van wapens en explosieven richting Nederland wordt tegengegaan, (c) de monitoring van Hamas-gelieerde netwerken, werving en financieringsstromen in Nederland wordt geïntensiveerd, en (d) personen met een vastgesteld Hamas-profiel sneller kunnen worden aangehouden, hun verblijfsrecht kunnen verliezen of de toegang tot Nederland kan worden ontzegd? Zo ja, binnen welke termijn kan de Kamer dit plan verwachten?
Het kabinet werkt reeds langs meerdere sporen aan de bestrijding van extremisme en terrorisme. Uw Kamer wordt over deze aanpak met verschillende producten geïnformeerd, zoals onder andere de Contraterrorismestrategie 2022–2026. Ten aanzien van de monitoring van dreigingen publiceert de NCTV halfjaarlijks het DTN en de AIVD jaarlijks het Jaarverslag. Ten aanzien van de beveiliging van instellingen verwijs ik u naar het antwoord op vraag 8. Daarnaast verwijs ik naar de beantwoording onder vraag 5 en 12 waarin de consequenties voor verblijf en het weigeren van toegang uiteen zijn gezet.
Bent u bereid te onderzoeken of het Nederlanderschap van personen met een vastgesteld Hamas-profiel kan worden ingetrokken op grond van bestaande terrorismewetgeving, en zo nodig met aanvullende wetgeving te komen om dit te vergemakkelijken?
Voor personen met de Nederlandse nationaliteit geldt dat het Nederlanderschap reeds in specifieke, wettelijk geregelde gevallen kan worden ingetrokken. Zo kan op grond van artikel 14, tweede lid Rijkswet op het Nederlanderschap bij personen die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een misdrijf met een terroristisch oogmerk intrekking van het Nederlanderschap plaatsvinden als er – naast de Nederlandse – sprake is van een tweede nationaliteit. Per casus wordt een zorgvuldige afweging gemaakt op basis van alle relevante omstandigheden.
De beschikbare instrumenten binnen het vreemdelingen- en nationaliteitsrecht worden consequent toegepast binnen de geldende wettelijke kaders en met inachtneming van de vereiste individuele beoordeling. De intrekking van het Nederlanderschap gaat in de meeste gevallen gepaard met het opleggen van een terugkeerbesluit en een inreisverbod door de IND. Hierna dient de persoon Nederland te verlaten. Waar mogelijk wordt ingezet op (al dan niet gedwongen) terugkeer.
Deelt u de opvatting dat werving en financiering voor Hamas in Nederland, via stichtingen, verenigingen of onlineplatforms, met voorrang strafrechtelijk moet worden onderzocht en aangepakt? Welke concrete stappen onderneemt u op dit vlak, en bent u bereid de Kamer hierover periodiek te informeren?
Nederland zal altijd optreden tegen organisaties die als doel hebben om geweld te plegen tegen onschuldige burgers. De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) heeft als doel witwassen en terrorismefinanciering tegen te gaan. Het verplicht meldingsplichtige instellingen (financiële instellingen/banken, makelaars, notarissen, advocaten etc.) om cliëntenonderzoek te verrichten en ongebruikelijke transacties te melden bij de Financial Intelligence Unit-Nederland. Terrorismefinanciering is strafbaar gesteld in artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht. In geval er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit kan een opsporingsonderzoek worden gestart en kan het OM besluiten om al dan niet over te gaan tot vervolging. Daarnaast is een aantal personen en terroristische organisaties op de Nationale sanctielijst geplaatst. Ook zijn terroristische organisaties in EU-verband gesanctioneerd. Bij aanwijzingen van overtreding van de Sanctiewet kan het OM een strafrechtelijk onderzoek starten en besluiten om al dan niet over te gaan tot vervolging. Ook het lokaal bestuur (onder andere in het kader van de Wet Bibob) en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten kunnen onderzoek doen. Binnen het Financieel Expertisecentrum (FEC)10, wordt in de TF-Taskforce samengewerkt tussen publieke en private organisaties en wordt in het Programma FEC TF tussen publieke organisaties informatie gedeeld, om zo inzicht te verkrijgen in de financiële netwerken.
Financiering via stichtingen met weinig transparantie over financiën en geen zelfregulering wordt in de 3e National Risk Assessment (NRA) Terrorismefinanciering benoemd als één van de risico’s. De onderzoekers constateren dat in Nederland hiertegen waarborgen bestaan. Zo zijn er stichtingen met de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Een stichting kan een ANBI-status krijgen als minimaal 90% van haar activiteiten het algemeen belang dient, indien er geen sprake is van een winstoogmerk en wanneer zij beschikt over een beperkt eigen vermogen. Een stichting met ANBI-status is verplicht om specifieke gegevens, waaronder een financiële verantwoording, openlijk op de eigen website te publiceren. Ook zijn er stichtingen met een Erkenning van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF), een onafhankelijke stichting die toezicht houdt op de inzameling van geld voor goede doelen. Een CBF-erkenning geldt als keurmerk voor goede doelen in Nederland die moeten voldoen aan enkele kwaliteitseisen en zich vrijwillig laten toetsen. Stichtingen die hier niet aan voldoen kunnen deze status kwijtraken. Indien een stichting geen ANBI-status of CBF-erkenning heeft en niet aan een vorm van zelfregulering doet, zouden Wwft-poortwachters bij zo’n stichting nader cliëntonderzoek kunnen verrichten om een goed beeld te verkrijgen van het daadwerkelijke risiconiveau ten aanzien van terrorismefinanciering.
Los van het beleid omtrent stichtingen zijn er verschillende sancties van kracht tegen Hamas en gelieerde organisaties die terrorisme financieren, zowel op nationaal als op Europees niveau. Om inzicht te krijgen in de internationale geldstromen rondom Hamas en financiering tegen te gaan is een specialistische taskforce opgericht bestaande uit Financial Intelligence Units uit verschillende landen, waaronder Nederland. Ook is er sinds januari 2024 een aanvullend Europees sanctieregime van kracht, gericht op het bestrijden van de sponsoren en financiers van Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad en daaraan geaffilieerde organisaties. Deze nieuwe regeling vormt een aanvulling op de beperkende maatregelen die eerder in het kader van de EU-sanctielijst terrorisme zijn aangenomen. Wanneer in Nederland stichtingen in verband kunnen worden gebracht met het financieren van Hamas, kunnen deze op de nationale sanctielijst terrorisme worden geplaatst. Zo staat de aan Hamas gelieerde Stichting Al Aqsa sinds 2003 op deze lijst.
Daarnaast bezie ik momenteel welke aanvullende instrumenten – eventueel via lopende en/of voorgenomen wetsvoorstellen – kunnen worden ingebouwd om ongewenste buitenlandse financiering te voorkomen.
Bent u bereid om, samen met de Duitse Generalbundesanwalt en andere betrokken Europese partners, te komen tot een gezamenlijke, structurele aanpak van Hamas-infrastructuur in Europa, inclusief gedeelde inlichtingen, gezamenlijke opsporingsteams en een gedeelde lijst van geïdentificeerde slapercellen en risicopersonen? Zo ja, op welke termijn en langs welke kanalen (Europol, Eurojust, bilateraal) wilt u dit vormgeven?
Hamas is een terroristische organisatie waar hard tegen moet worden opgetreden, zowel nationaal als internationaal. Zo staat Hamas op de EU sanctielijst terrorisme. Daarnaast is binnen deze sanctielijst sinds 19 januari 2024 een specifiek kader voor beperkende maatregelen opgezet, zodat EU-personen of entiteiten die gewelddadige acties door Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ) ondersteunen, faciliteren of mogelijk maken, ter verantwoording kunnen worden geroepen.
Internationale samenwerking en informatie-uitwisseling tussen betrokken ketenpartners is van belang. Op operationeel niveau vindt nauwe samenwerking plaats tussen veiligheidspartners.
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Ten behoeve van de kwaliteit van de beantwoording zijn de antwoorden op een aantal vragen geclusterd.
Het bericht: ‘Trump administration probes UNRWA over alleged employment of 1,500 terrorists’ |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving dat de regering-Trump een onderzoek is gestart naar de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees (UNRWA) vanwege beschuldigingen dat duizenden medewerkers banden zouden hebben met terroristische organisaties, zoals Hamas?
Ja.
Hoe beoordeelt u deze nieuwe beschuldigingen tegen UNRWA?
Op het moment van schrijven is het onderzoek van de VS nog gaande en is er nog geen rapport gepubliceerd. Ik wil dan ook niet vooruitlopen op de uitkomsten van het onderzoek. Navraag bij UNRWA levert op dat vooralsnog geen informatie is gedeeld over dit lopende onderzoek jegens de UNRWA-medewerkers. UNRWA heeft daartoe wel verschillende verzoeken gedaan, zodat waar nodig reactie kan worden gegeven en/of actie ondernomen kan worden.
Deelt u de opvatting dat ook de schijn dat Nederlands belastinggeld direct of indirect terechtkomt bij personen met banden met terroristische organisaties volstrekt onacceptabel is?
Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 30 maart jl.1 benadrukt het kabinet de strikte voorwaarde dat publieke middelen onder geen enkel beding aangewend mogen worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen.
Welke garanties kunt u geven dat geen enkele euro Nederlands belastinggeld via UNRWA terechtkomt bij personen of organisaties die betrokken zijn bij terrorisme of terrorisme ondersteunen?
Het kabinet wil onder geen enkel beding dat publieke middelen aangewend worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen zoals Hamas. Berichtgevingen over potentiële banden van UNRWA met Hamas en mogelijke betrokkenheid van enkele individuele UNRWA-medewerkers bij de aanslagen van 7 oktober worden derhalve steeds serieus bekeken. Internationale, onafhankelijke onderzoeken tonen aan dat er tot op heden onvoldoende bewijs is geleverd ten aanzien van banden tussen UNRWA en Hamas. Uit het onafhankelijk onderzoek van Office of Internal Oversight Services (OIOS) naar mogelijke betrokkenheid van individuele UNRWA-medewerkers blijkt eveneens dat er onvoldoende bewijs was en het beschikbare bewijs niet kon worden geverifieerd. UNRWA heeft robuuste systemen ontwikkeld om eventuele misstanden te signaleren en gepaste actie te ondernemen, zoals de organisatie in het verleden ook heeft laten zien. Verder heeft UNRWA aangegeven alle aanbevelingen op te volgen uit het Colonna-rapport2 over de neutraliteit van de organisatie. Tot dusverre heeft UNRWA meer dan de helft van deze aanbevelingen geïmplementeerd en wordt voortgang geboekt op de overige aanbevelingen. Daarnaast neemt Nederland deel aan de werkgroep over neutraliteit en integriteit. Deze groep ziet nauw toe op de implementatie van de aanbevelingen.
Bent u bereid alle Nederlandse financiële bijdragen aan UNRWA onmiddellijk op te schorten? Zo nee, waarom niet?
Nederland blijft het door de Algemene Vergadering van de VN verleende mandaat van UNRWA steunen. De organisatie biedt belangrijke basisdiensten conform dit mandaat, zoals gezondheidszorg en onderwijs, aan Palestijnse vluchtelingen in de regio, inclusief Libanon, Jordanië en Syrië. Op deze manier draagt UNRWA bij aan de stabiliteit in een onrustige regio. Verder is UNRWA essentieel in het bieden van humanitaire hulp in zowel Gaza als Libanon.
Hoeveel Nederlands belastinggeld is sinds 7 oktober 2023 aan UNRWA verstrekt of toegezegd?
In totaal heeft Nederland in de periode sinds 7 oktober 2023 tot nu 63 miljoen euro bijgedragen aan UNRWA. Na 7 oktober heeft Nederland in 2023 een extra 18 miljoen euro bijgedragen gezien de hoge noden in de regio. In 2024, 2025 en 2026 heeft Nederland de jaarlijkse bijdrage aan UNRWA overgemaakt, waarvan 2025 en 2026 conform amendement Stoffer/Eerdmans3.
Welke concrete controles voert Nederland uit om te voorkomen dat Nederlands belastinggeld indirect ten goede komt aan terroristische organisaties?
Nederland werkt samen met professionele en betrouwbare maatschappelijke organisaties, die beleid en gedegen procedures hebben om risico’s van malversaties te verkleinen, en die adequaat optreden in geval van zowel aantijgingen als bewezen malversaties.
Besluiten om bepaalde organisaties te financieren worden altijd zorgvuldig genomen, waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Deze assessment toetst onder andere op governance-structuren en de integriteit van organisaties. Organisaties met wie Nederland samenwerkt doen bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale staf) en partners aan de hand van o.a. de sanctielijsten van de VN, EU en nationale instanties. Daarnaast worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke) evaluatie en audits van activiteiten met Nederlandse steun. Indien uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andere malversaties, zal het ministerie daartegen optreden.
Ook is Nederland lid van de verschillende bestuursorganen van VN-organisaties, waarbij wordt toegezien op het effectief functioneren van de organisaties.
Eveneens bestaat het Multilateral Organisation Performance Assessment Network (MOPAN), waar Nederland ook lid van is en in 2025 voorzitter van was. Dit netwerk ziet toe op de effectiviteit, transparantie en resultaten van multilaterale organisaties, zoals de VN en de Wereldbank, middels onafhankelijke doorlichtingen.
Bent u bereid toekomstige Nederlandse bijdragen aan UNRWA definitief af te schaffen indien de ernstige beschuldigingen (gedeeltelijk) worden bevestigd? Zo nee, waarom niet?
Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 30 maart jl.4 benadrukt het kabinet de strikte voorwaarde dat publieke middelen onder geen enkel beding aangewend mogen worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen. Indien hier sprake van zou zijn dan wordt steun heroverwogen. Het kabinet neemt de risico's op onbedoelde financiering altijd serieus en Nederland zal, samen met andere donoren, scherp blijven toezien op de integriteit van de hulpverlening, ook in de toekomst.
Bent u bereid zich er in Europees- en internationaal verband voor in te zetten dat geen belastinggeld meer terechtkomt bij organisaties waarvan de neutraliteit ernstig ter discussie staat? Zo nee, waarom niet?
Nederland is voortdurend in contact met partners en andere lidstaten om te blijven toezien op de integriteit en neutraliteit van de hulpverlening.
Beschikt u of het kabinet over aanwijzingen dat sinds 7 oktober 2023 Nederlands overheidsgeld, direct of indirect, terecht is gekomen bij Hamas of aan Hamas gelieerde personen of organisaties, dan wel dat door Nederland gefinancierde humanitaire- of ontwikkelingshulp door Hamas is verduisterd, omgeleid of in beslag genomen? Zo ja, om welke bedragen, gevallen en maatregelen gaat het? Zo nee, op basis van welke informatie concludeert het kabinet dat hiervan geen sprake is?
Na de gebeurtenissen op 7 oktober 2023 zijn de due diligence-processen die ervoor moeten waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties tegen het licht gehouden. Daaruit bleek dat er geen signalen zijn dat geld voor Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse gebieden terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen en dat de processen op orde zijn, zoals gesteld in de brief die met de kamer op 11 oktober 2023 gedeeld is.5
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Ja.
Zware PCP-luchtdrukwapens en waarschuwingen van de AIVD |
|
Songül Mutluer (PvdA) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) waarschuwt voor de risico’s rondom zware PCP-luchtdrukwapens (Pre Charged Pneumatic) en aangeeft dat deze wapens in beeld zijn bij extremisten? Kunt u nader toelichten in welke mate deze wapens momenteel een veiligheidsrisico vormen, mede gelet op de huidige dreigingssituatie?1
Als Minister van Justitie en Veiligheid kan ik geen uitspraken doen over de onderbouwing van het AIVD-jaarverslag. In het algemeen geldt wel dat de AIVD waarschuwt voor dit soort fenomenen wanneer er een dreiging is voor de nationale veiligheid. Dit signaal neem ik dus uiterst serieus.
Hoe beoordeelt u het feit dat zware PCP-luchtdrukwapens in Nederland relatief eenvoudig online verkrijgbaar zijn, terwijl deze wapens qua mondingsenergie en impact vergelijkbaar of zelfs zwaarder kunnen zijn dan bepaalde vuurwapens?
Lucht-, gas- en veerdrukwapens zijn voorwerpen die in de Wet wapens en munitie (hierna: Wwm) zijn aangewezen als categorie IV wapens. Meerderjarige personen mogen deze wapens zonder vergunning voorhanden hebben. Luchtdrukwapens zijn de afgelopen jaren sterk in kracht toegenomen en in handzame uitvoeringen te koop bij fysieke of online wapenwinkels. Zware luchtdrukwapens, waaronder PCP-buksen, kunnen tegenwoordig vele malen krachtiger zijn dan een regulier handvuurwapen. Mijns inziens horen deze luchtdrukwapens – gezien de gevaarzetting en letselpotentie – dan ook niet thuis in categorie IV, waarbij zij zonder vergunning voorhanden gehouden mogen worden.
De toenmalige Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft in 2016 aan uw Kamer in een brief een wetswijziging aangekondigd om het voorhanden hebben van zware luchtdrukwapens te verbieden en alleen via een vergunning een uitzondering op dit verbod toe te staan.2 Dit voornemen heeft de toenmalige Minister van Justitie en Veiligheid in 2020 nogmaals herhaald in een brief waarin een breder traject voor de aanpassing van de wet werd aangekondigd dat als doel had om een aantal knelpunten op te lossen. In reactie op de aankondiging van de voorbereiding van deze wetswijziging3 heeft uw Kamer in 2021 een motie aangenomen met het verzoek aan de regering om een commissie in te stellen voor het opstellen van een basisplan voor een nieuwe en gemoderniseerde Wwm.4 In haar beleidsreactie op het daaropvolgende rapport van de Commissie Wwm heeft de toenmalige Minister van Justitie en Veiligheid in 2023 aangekondigd om een wettelijk verbod voor het voorhanden hebben van zware luchtdrukwapens mee te nemen in de ontwikkeling van een nieuwe Wwm.5 Voor de stand van zaken van dit wetsvoorstel verwijs ik naar het antwoord bij vraag 10.
Het in wetgeving verbieden van zware luchtdrukwapens ondersteun ik. Het voorbereiden en behandelen van een wetsvoorstel heeft veelal een lange doorlooptijd. Gezien de urgentie vanwege de technologische ontwikkelingen van de laatste jaren met zeer krachtige luchtdrukwapens en de recente berichtgeving van de AIVD, verken ik – zoals aangekondigd in mijn brief van 17 juni jl. over de Hoofdlijnenvisie en de uitgangspunten voor de nieuwe wet wapens en munitie – of het mogelijk is om in een versneld traject het voorhanden hebben van zware luchtdrukwapens te verbieden door middel van een aanpassing van de Regeling wapens en munitie (hierna: Rwm), vooruitlopend op het wetsvoorstel voor de nieuwe Wwm.
Mijn voornemen is om alleen voor bepaalde toepassingen zware luchtdrukwapens met een vergunning toe te staan. In de verkenning zal ik binnen de regelgeving rekening houden met het huidige gebruik van lichte luchtdrukwapens voor paintball en schietsport alsook de maatschappelijke nuttige toepassingen met luchtdrukwapens die onder meer zijn opgenomen in de Omgevingswet en Besluit activiteiten leefomgeving, zoals voor de bestrijding van ratten. Daarnaast treed ik in overleg met de belangenorganisaties voor wapenverkoop over de aanpassing van de Rwm.
Klopt het dat zware PCP-luchtdrukwapens op grond van de Wet wapens en munitie momenteel onder categorie IV vallen? Acht u deze classificatie nog passend, gezien de kracht en veiligheidsrisico’s van deze wapens?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat in 2016 al door de toenmalige Minister is aangegeven via een Kamerbrief dat dit type wapens levensgevaarlijk kan zijn? Zo ja, hoe verklaart u dan dat tien jaar later nog altijd geen adequate aanscherping van de regelgeving heeft plaatsgevonden?
Zie antwoord vraag 2.
Welke concrete stappen zijn sinds 2016 dan gezet om de risico’s van zware luchtdrukwapens te beperken, en wat hebben deze maatregelen opgeleverd?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat bij verkoop van zware PCP-luchtdrukwapens weliswaar persoonsgegevens van kopers moeten worden geregistreerd en bewaard, maar dat het huidige systeem beperkte waarborgen kent voor traceerbaarheid van wapens bij overdracht en doorverkoop? Acht u deze systematiek voldoende?
Op grond van artikel 12 van de Regeling wapens en munitie zijn erkende wapenverkopers verplicht een register bij te houden van de verkoop van wapens en munitie, waaronder zware luchtdrukwapens. In dit register worden onder meer de naam en het adres van de koper, de datum van de verkoop alsook het type wapen en serienummer geregistreerd. Er zijn geen regels gesteld over registratie bij verkoop door de eigenaar aan een ander persoon.
Zoals aangegeven in de antwoorden op vragen 2 tot en met 5, vind ik de huidige regels voor zware luchtdrukwapens, waaronder ook de voorschriften bij de verkoop, ontoereikend voor deze wapens en ben ik voornemens dat te veranderen.
Hoe beoordeelt u de huidige identificatie vereisten bij aanschaf van PCP-luchtdrukwapens, gelet op signalen dat deze controles in de praktijk beperkt of vrijblijvend kunnen zijn?
Zie antwoord vraag 6.
Worden incidenten, inbeslagnames en strafrechtelijke onderzoeken waarbij zware PCP-luchtdrukwapens een rol spelen afzonderlijk geregistreerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoeveel gevallen betreft dit in de afgelopen vijf jaar?
Incidenten, inbeslagnames en strafrechtelijke onderzoeken waarbij zware PCP-luchtdrukwapens een rol spelen, worden niet afzonderlijk geregistreerd. De systemen bij de politie en het Openbaar Ministerie zijn hiertoe niet ingericht.
Bent u bereid PCP-luchtdrukwapens anders te reguleren dan thans het geval is onder categorie IV van de Wet wapens en munitie? Zo nee, waarom niet?
Zie het antwoord op vragen 2 tot en met 5.
Waarom is de aangekondigde herziening van de Wet wapens en munitie nog altijd niet naar de Kamer gestuurd? Wanneer kan de Kamer deze wet verwachten?
In mijn brief van 17 juni heb ik uw Kamer geïnformeerd over de voorbereiding van de nieuwe Wwm en de planning daarvan.
Het 'Oranje Boekje' |
|
Pepijn van Houwelingen (FVD) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Kan de Kamer het zogenaamde «Oranje Boekje» met werkinstructies voor medewerkers van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) toegestuurd krijgen (of in vertrouwen inzien)?
Ja. Het «Oranje Boekje» (21 maart 2025) is als bijlage bij dit antwoord gevoegd. In het «Oranje Boekje» zijn bepalingen in de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid en het Besluit coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid uitgewerkt in beleidsregels en instructies voor de uitvoering. Het doel van het Oranje Boekje is medewerkers van de NCTV een handreiking te bieden voor een juiste en consistente uitvoering van de bij wet vastgelegde coördinatietaak. Voorbeelden met betrekking tot het interne administratieve proces, alsmede voorbeelden van producten en taakvelden die inzicht geven in aandachtsgebieden van de NCTV worden in het belang van het goed functioneren van de Staat niet aan eenieder openbaar gemaakt. Deze passages kunnen door uw Kamer vertrouwelijk worden ingezien.
Het bericht ‘Waakhond fileert Haagse ontkenning: ’Hamas had wel degelijk vinger in de pap bij hulporganisaties’ |
|
Annelotte Lammers (PVV), Gidi Markuszower (PVV) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport van NGO Monitor, «Analysis: How the Dutch Government is Evading Accountability for its Humanitarian Assistance Funding»?1, 2
Ja.
Welke maatregelen heeft het kabinet genomen, gelet op het jaarverslag van 2016 van het Palestinian Centre for Human Rights (PCHR), dat datzelfde jaar Nederlandse overheidsfinanciering ontving en waarin werd gesteld dat in Gaza «internationale organisaties werden lastiggevallen door het Ministerie van Binnenlandse Zaken (Hamas)», organisaties «vaak concessies deden om hun werk te kunnen voortzetten», een «verbod gold op onderzoeksactiviteiten zonder toestemming van het ministerie» en dossiers «zonder wettelijke grondslag werden gecontroleerd», om te voorkomen dat door Nederland gefinancierde organisaties concessies doen aan Hamas of afhankelijk worden van goedkeuring door Hamas-ministeries?
Het kabinet heeft reeds aan uw Kamer toegelicht (Kamerstukken 2026Z03619 en 2026Z03619) dat besluiten om bepaalde organisaties te financieren altijd zorgvuldig worden genomen, waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Deze assessment toetst onder andere op governance-structuren en de integriteit van organisaties. Vraagstukken over due dilligence worden ook meegenomen in beoordelingsmemoranda, bijvoorbeeld in de risicoanalyse en intergriteitsbeoordeling. Het beoordelingsmemorandum kan niet worden geaccordeerd zonder een geldige ORIA. Daarnaast worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke) evaluaties en audits van activiteiten met Nederlandse steun. Als uit het toezicht blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andersoortige malversaties, dan treedt het ministerie daartegenop. Organisaties waar Nederland mee samenwerkt doen bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale staf) en partners aan de hand van o.a. de sanctielijsten van de VN, EU en nationale instanties.
Het kabinet heeft daarnaast vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke omstandigheden, zoals die als Gaza, waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingssamenwerking voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen op orde zijn; deze processen moeten ervoor moeten zorgen dat geld niet (in)direct ten goede komt aan terroristische organisaties. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn.
Kunt u gedetailleerd beschrijven welke due diligence-procedures momenteel gelden om te waarborgen dat door de Nederlandse overheid gefinancierde projecten en NGO’s niet, direct of indirect, worden misbruikt door terroristische organisaties?
Zie antwoord vraag 2.
Is het kabinet, gelet op het rapport van NGO Monitor waarin wordt gewezen op infiltratie van Hamas in het Ministerie van Sociale Ontwikkeling (MoSD) in Gaza, bereid toekomstige financiering, inclusief via aangepaste contractvoorwaarden, afhankelijk te maken van het uitsluiten van het MoSD uit de uitvoering van projecten, waaronder het verstrekken van begunstigdenlijsten voor financiële steun? Zo nee, waarom niet?
Nee, zie het antwoord op vraag 2 en 3
Was het kabinet ervan op de hoogte dat Oxfam Novib, lid van de door Nederland gefinancierde Dutch Relief Alliance (DRA), nog steeds samenwerkt met de Union of Agricultural Work Committees (UAWC), een organisatie waarvan Nederland de financiering eerder stopzette na een audit waaruit bleek dat 34 medewerkers banden hadden met de terroristische organisatie PFLP, waaronder 12 in leidinggevende posities, en dat Nederlands geld werd gebruikt voor salarissen van twee medewerkers die betrokken waren bij de moord op Rina Shnerb in 2019?
Ja, het kabinet is hiervan op de hoogte. Het staat Oxfam Novib vrij om samen te werken met andere organisaties.
Uw Kamer is in 2022 uitgebreid geïnformeerd over de uitkomsten en kabinetsreactie op extern onderzoek naar UAWC (Kamerstuk 23 432, nr. 486). Uit dit onderzoek is gebleken dat er geen aanwijzingen zijn dat er financiële stromen bestaan tussen UAWC en de PFLP, en evenmin kon worden geconstateerd dat sprake is van een organisatorische eenheid tussen UAWC en PFLP, dan wel aansturing van UAWC door de PFLP. Daarnaast is er geen bewijs gevonden dat suggereert dat stafleden van UAWC of bestuursleden hun positie bij UAWC gebruikt hebben voor terroristische activiteiten of om terroristische activiteiten te steunen.
Acht het kabinet het acceptabel dat Oxfam Novib nog steeds samenwerkt met UAWC? Zo ja, waarom?
Zie antwoord vraag 5.
Indien het kabinet dit onacceptabel acht, welke gevolgen heeft dit voor de financiering van Oxfam Novib en voor organisaties binnen de Dutch Relief Alliance?
Zie antwoord op vraag 5 en 6.
Op 17 maart 2026 stelde u dat het kabinet vertrouwen heeft in de neutraliteit en onafhankelijkheid van partnerorganisaties, blijft u bij dit standpunt in het licht van de bovenstaande informatie? Zo ja, waarom?
Ja. Zie antwoord op vraag 2, 3, 5 en 6.
Bent u het, gelet op bovenstaande informatie, eens met de stelling dat het onjuist is dat «geen aanwijzingen bestaan dat Nederlandse of Europese middelen bij onbedoelde bestemmingen zijn terechtgekomen»? Zo nee, waarom niet?
Nee. Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
Bent u bereid alle steun aan organisaties waar Hamas direct of indirect zeggenschap over heeft of op enige andere wijze invloed uitoefent, op te schorten?
Dit is hier niet aan de orde. Zie het antwoord op vraag 2 en 3.
Hoe luidt uw reactie op de berichten «PA drafts constitution, omits Jewish ties to Jerusalem, calls for Sharia legal system»1 en «PA paid half a billion shekels to terrorists in pay-for-slay scheme, sources reveal -exclusive»2?
Het kabinet heeft de berichten voor kennisgeving aangenomen.
Wat is de etymologische geschiedenis van de benaming «Jeruzalem»?
Er zijn verschillende theorieën over de etymologische geschiedenis van de benaming van Jeruzalem.
Klopt het met uw informatie dat de Joodse banden met Jeruzalem in de ontwerp-Grondwet, zoals opgesteld door de Palestijnse Autoriteit (PA), worden weggelaten en bijvoorbeeld enkel het beschermen van islamitische en christelijke heiligdommen wordt benoemd? Hoe beoordeelt u dit?
Het klopt dat er in de conceptgrondwet geen referentie wordt gemaakt naar de bescherming van Joodse heilige plekken in Jerusalem, maar wel naar Islamitische en Christelijke heiligdommen. Het kabinet is van mening dat vrije, veilige en niet-discriminerende toegang tot heilige plaatsen van alle religies – waaronder de Joodse heiligdommen in Jeruzalem – een essentieel onderdeel is van de vrijheid van religie en levensovertuiging. Het kabinet zal de ontwikkelingen omtrent de Grondwet nauwkeurig blijven volgen. Zie ook het antwoord op vraag 4 en 5.
Meent u dat in een toekomstige situatie de Joodse banden met Jeruzalem nooit mogen worden ontkend en bent u bereid dit standpunt randvoorwaardelijk uit te dragen voor de toekomst?
Jeruzalem heeft historisch gezien en vandaag de dag een speciale status in het jodendom, de islam, en het christendom. Het respecteren van verschillende religieuze plaatsen in Jeruzalem is ook vastgelegd in de al lang bestaande Status Quo-overeenkomst. Vrijheid van religie en levensovertuiging is een fundamenteel mensenrecht en een prioriteit binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Nederland draagt dit uit en zet zich in om dit recht te beschermen, ook in Israël en de Palestijnse Gebieden. Deze conceptgrondwet is wat het kabinet betreft geen bewijs van ontkenning van de geschiedenis van Jeruzalem door de Palestijnse Autoriteit (PA). Zie ook het antwoord op vraag 3.
Welke historische banden heeft het Joodse volk en het judaïsme wetenschappelijk-historisch gezien volgens dit kabinet ten aanzien van de vroege geschiedenis van Jerusalem en aanwezigheid door de eeuwen heen tot op heden? Hoe verhoudt dit zich tot de uitingen van de PA? Is er sprake van bewuste geschiedvervalsing volgens dit kabinet door de PA en zo ja, op welke onderdelen? Bent u bereid de PA hierop aan te spreken?
Zie antwoord vraag 4.
Hoe wordt invulling gegeven aan de gewijzigde motie-Ceder/Stoffer over het standpunt dat Joden welkom en veilig moeten zijn in Jeruzalem innemen en uitdragen (Kamerstuk 26 150, nr. 239)?
Nederland geeft uitvoering aan deze motie. Het standpunt van het kabinet is dat iedereen het recht heeft om zijn of haar religieuze of levensbeschouwelijke keuze te maken, en dit in vrijheid en veiligheid te doen. Dat geldt wereldwijd, en daarmee ook in Jeruzalem.
Klopt het dat de ontwerp-Grondwet shariawetgeving implementeert? Zo ja, hoe beoordeelt het kabinet dit? Erkent het kabinet dat dergelijke wetgeving op zeer gespannen voet staat met internationale mensenrechtenverdragen zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens? Wat betekent dit voor de omgang van dit kabinet met de PA?
De conceptgrondwet voorziet geen directe implementatie van de sharia. Wel wordt in de conceptgrondwet aangegeven dat bepaalde principes van de sharia als inspiratiebronnen gelden voor wetgeving. Dit is gebruikelijk in islamitische landen en heeft geen invloed op de betrekkingen die het kabinet onderhoudt met de PA.
Bent u bekend met de uitspraken van uw ambtsvoorganger over dat «de systematiek van betalingen aan de families van Palestijnen die door Israëlische troepen gevangen zijn gezet of gedood [is] herzien» en dat de «de betalingen onder het vorige systeem (...) zijn gestopt»?3
Daar ben ik mee bekend.
Klopt het met uw informatie dat de ontwerp-Grondwet de voorzetting van het «pay-for-slay-programma» lijkt te formaliseren? Zo nee, hoe interpreteert u het grondwetsartikel zoals genoemd in het artikel van 13 februari jl.?
Er staat dat «rechten van gevangenen zullen worden bewaard». Er wordt in de conceptgrondwet niet gerefereerd aan het sociale zekerheidssysteem waar betalingen aan achterblijvende families van gevangenen onderdeel van zijn op basis van financiële behoeften. Zie ook het antwoord op vraag 10 en 11.
Heeft u signalen ontvangen dat de PA het «pay-for-slay-programma» in 2025 heeft voortgezet, zoals uiteengezet in het artikel van 25 februari jl.? Wat vindt u daarvan?
De Palestijnse president Abbas ondertekende op 11 februari 2025 een decreet waarin dit systeem werd vervangen door een nieuw sociaal systeem. Het decreet stelt dat deze families in aanmerking komen voor uitkeringen op basis van hun financiële behoeften, net zoals andere Palestijnen die steun behoeven. De hervorming op dit vlak is doorgevoerd en wordt gehandhaafd. President Abbas ontsloeg op 10 november 2025 zijn Minister van Financiën, die volgens berichtgeving goedkeuring had gegeven voor een beperkt aantal betalingen volgens het oude systeem. Daaropvolgend publiceerde president Abbas een verklaring waarin hij de hervormingen t.a.v. het sociale zekerheidssysteem nogmaals bevestigde en waarin hij benadrukte dat alle betalingen volgens dit hervormde systeem zullen plaatsvinden. Het kabinet heeft geen recente signalen ontvangen dat de PA het eerdere systeem van uitkeringen voortzet. Het hervormde systeem wordt momenteel in opdracht van de Palestijnse Autoriteit door een onafhankelijk auditbureau beoordeeld. Daarnaast wordt een onafhankelijke audit uitgevoerd in opdracht van de EU.
Kunt u met zekerheid stellen dat het «pay-for-slay-programma» echt is gestopt? Zo ja, kunt u dit onderbouwen?
Zie antwoord vraag 10.
Mocht u niet met zekerheid kunnen stellen dat het «pay-for-slay-programma» daadwerkelijk is gestopt, kunt u toezeggen om, in lijn met de aangenomen motie-Ceder (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2948), enkel in te stemmen met EU-steun aan de PA als het geld dat de PA uitgeeft aan de uitkeringen wordt afgetrokken van het bedrag aan steun? Zo nee, waarom niet?
Zoals bekend zijn de uitbetalingen in het kader van het meerjarensteunprogramma van de EU aan de Palestijnse Autoriteit afhankelijk van de voortgang op de implementatie van de hervormingen van het sociale systeem, waaronder op het gebied van betalingen van de Palestijnse Autoriteit aan de families van Palestijnen die door Israëlische troepen gevangen zijn gezet of gedood. Het kabinet dringt er bij de Commissie op aan dat deze afspraken nauwgezet worden gemonitord.
Kunt u toezeggen om de Kamer proactief te informeren als u signalen krijgt dat de PA bedragen uitkeert in het kader van «pay-to-slay» en uit een te zetten welke stappen u gaat ondernemen? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet informeert de Kamer geregeld over de voortgang van de hervormingen van de PA en zal dit blijven doen.
Bent u bekend met het bericht dat tussen Wit-Rusland en Polen tunnels zijn aangetroffen die mogelijk zijn gegraven door terroristische organisaties zoals Hamas, Islamitische Staat (IS), Hezbollah of Iran-gelieerde groeperingen om illegale migranten Europa binnen te smokkelen?1
Ja.
Erkent u dat, als deze tunnels daadwerkelijk zijn gebruikt, er duizenden terroristen via deze route Europa en mogelijk dus ook Nederland kunnen zijn binnengekomen?
Nederland en de EU werken nauw samen om de dreiging van terrorisme en extremisme tegen te gaan. Een onderdeel van deze samenwerking is de intensieve informatie-uitwisseling tussen de verschillende veiligheidspartners. Alle betrokken veiligheidspartners blijven zowel nationaal als internationaal alert op mogelijke dreigingen en zetten zich onverminderd in om risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren.
Hoewel het bekend is dat terroristen mogelijk misbruik kunnen maken van migratiestromen is het overgrote deel van de migranten niet betrokken bij terrorisme. Dat dergelijke door de Poolse grensautoriteiten onderkende tunnels door migranten kunnen zijn benut is hoe dan ook een kwalijke zaak. Het kabinet onderstreept dan ook het belang van de inzet door landen aan de Europese buitengrens, in samenwerking met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), om mogelijke irreguliere grenspassages tegen te gaan en de integriteit van de Europese buitengrens te beschermen. Lidstaten zijn daarbij verplicht om iedere persoon die zich aan de buitengrens van de Europese Unie (EU) meldt, aan een grenscontrole te onderwerpen.
Realiseert u zich dat één doorgelaten jihadist al voldoende is voor een bloedige aanslag op Nederlandse bodem?
Zie antwoord vraag 2.
Hoe ziet u deze ontwikkeling in het licht van de oplopende spanningen met Iran en de angst voor de inzet van terroristische netwerken om aanslagen in Europa te plegen?
Het is bekend dat Iran en aan Iran gelieerde groepen in Europa doorgaans via clandestiene netwerken, terroristische of criminele proxy’s en (online) gerekruteerde individuen opereren, maar niet via logistiek complexe infrastructuur zoals tunnels. De oplopende spanningen hebben de hoogste aandacht van alle veiligheidsdiensten.
Kunt u ons garanderen dat via deze route géén personen met banden met jihadistische organisaties Nederland zijn binnengekomen? Zo nee, erkent u dat alle Nederlanders dus ernstig gevaar lopen?
Ondanks de strenge procedure en inspanningen kan er nooit een absolute garantie worden gegeven dat er geen personen Nederland binnenkomen die veiligheidsrisico’s met zich mee brengen. Nederland heeft een sterke en brede aanpak om signalen van terrorisme tijdig te onderkennen en personen die worden verdacht van misdrijven met een terroristisch oogmerk op te sporen, te vervolgen en, indien toepasselijk, te bestraffen.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 en 3 blijft het kabinet zich onverminderd inzetten om de dreiging van terrorisme en extremisme tegen te gaan. De bescherming van de nationale veiligheid vergt constante inspanning, nauwe samenwerking en gerichte implementatie van maatregelen.
Binnen de asiel- en nareisprocedure bestaan daarnaast verschillende maatregelen om eventuele risico’s voor de nationale veiligheid te mitigeren. Hier worden besluiten over toelating en verblijf per casus zorgvuldig afgewogen op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar is, binnen de nationale en Europese wettelijke kaders en met inachtneming van internationale verdragsverplichtingen. Onder de coördinatie van de NCTV is in 2023 een systeemcheck uitgevoerd over het tijdig onderkennen van signalen die de nationale veiligheid kunnen raken binnen de migratie- en veiligheidsketen. Uw Kamer is over de bevindingen en maatregelen geïnformeerd door middel van de Kamerbrief «Stand van zaken bestrijding misbruik asiel- en migratiestromen door terroristen».2
Hoeveel illegale migranten zijn in 2024 en 2025 via de oostelijke buitengrens de EU binnengekomen, hoeveel daarvan zijn in Nederland terechtgekomen en hoeveel van deze groep zijn daadwerkelijk uitgezet?
Volgens cijfers van Frontex werden in 2025 10.846 irreguliere grenspassages aan de oostelijke landgrens van de EU waargenomen, dit is 37% minder dan in 2024.3 Over het aantal migranten dat vervolgens doorreist naar Nederland, en het aantal daarvan dat (al dan niet gedwongen) terugkeert zijn geen cijfers beschikbaar. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat de afgelegde reisroute niet in de cijfers wordt geregistreerd, en er voorts ook geen koppeling mogelijk is met de terugkeercijfers.
Bent u het eens dat, als Europa en Nederland overspoeld worden met miljoenen illegale migranten, miljoenen mensen moeten worden uitgezet en bent u bereid daartoe een massief uitzetprogramma te starten? Zo nee, waarom niet?
In algemene zin is het kabinet van mening dat de omvang van migratie naar Nederland ingeperkt moet worden. Dat geldt ook voor asielmigratie. Binnen de geldende internationale en Europese juridische kaders doet het kabinet dan ook wat kan om dit te bewerkstelligen. Een belangrijk sluitstuk van het migratiebeleid richt zich reeds op het bewerkstelligen van effectieve terugkeer, al dan niet door gefaciliteerde zelfstandige terugkeer middels terugkeer- en herintegratieondersteuning van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) of via gedwongen vertrek indien vreemdelingen vertrekplichtig zijn en niet meewerken aan zelfstandig vertrek. Zoals u ook kunt lezen in het regeerakkoord steunt het kabinet de nieuwe EU-terugkeerverordening waarmee onder andere de mogelijkheden voor gesloten opvang voorafgaand aan gedwongen vertrek worden verruimd. Het kabinet is hierbij tevens voorstander van het verruimen van het zogeheten bandencriterium, waardoor het gemakkelijker wordt op EU-niveau terugkeerafspraken te maken met landen buiten Europa. Bij afspraken over terugkeer- en transithubs waarborgt Nederland dat migranten nooit terug worden gestuurd naar een land waar zij het risico lopen om vervolgd te worden.4
Bent u het eens dat Wit-Rusland migratie inzet als hybride oorlogsvoering tegen Europa, dat dit bewuste ondermijning is van onze nationale veiligheid en dat daartegen harde tegenmaatregelen moeten volgen?
Het kabinet vindt de hybride dreiging door instrumentalisering van migratiestromen door Belarus onaanvaardbaar en heeft zich dan ook altijd voorstander getoond voor het sanctioneren van het Belarussische regime in Europees verband. Zo sprak de Europese Raad zich gezamenlijk al in 2021 uit tegen de hybride aanvallen aan de grenzen van de EU, en stelde daar gepast op te reageren richting het Belarussische regime.5 Zo werd de sanctieregeling aangepast waardoor ook opgetreden kan worden wanneer migranten worden ingezet voor politieke doeleinden, en zijn er om deze reden Europese sancties uitgevaardigd tegen Belarus. Sindsdien zijn er – mede in relatie tot de oorlog in Oekraïne – reeds verscheidene sanctiepakketten uitgevaardigd tegen het Belarussische regime en andere betrokkenen, ook in reactie op de hybride aanvallen tegen EU-landen.6
Bent u het eens dat dit precies laat zien waarom Nederland per direct een asielstop moet invoeren en weer volledige controle moet nemen over wie ons land binnenkomt? Zo nee, waarom niet?
Vreemdelingen die asielbescherming behoeven moeten die conform Europese en internationale verplichtingen ook kunnen krijgen. Een algehele asielstop is dus niet de juiste oplossing. Het kabinet staat voor een nieuw modern migratiemodel met meer grip migratie, een verlaging van de instroom en verhoging van de terugkeer van asielmigranten, fatsoenlijke opvang en sneller meedoen, en sturing op arbeidsmigranten. Het EU-migratiepact dat op 12 juni in werking treedt is een grote stap om meer grip te krijgen over wie er naar Nederland komt. Zoals toegelicht onder vraag 7 vormt een effectief terugkeerbeleid een sluitstuk van ons migratiebeleid, en zal de nieuwe EU-terugkeerverordening het Europese terugkeerbeleid effectiever maken en de nationale autoriteiten meer opties geven om terugkeer te effectueren. Daarnaast zet het kabinet onverkort in op nationale maatregelen en brengen we de asielketen op orde, spant het kabinet zich internationaal in voor de modernisering van het internationaal vluchtelingenrecht, en werkt het kabinet – zowel billateraal als in Europees verband – intensief samen met landen langs de migratieroutes met als doel het beperken van irreguliere migratie en het tegengaan van mensensmokkel, het bevorderen van terugkeer bij onrechtmatig verblijf en het bieden van bescherming aan migranten.
Kunt u deze vragen vóór vrijdag 6 maart om 12.00 uur beantwoorden?
Dit is helaas niet gelukt.
Bent u bekend met het bericht «Rechter legt jeugddetentie op aan 17-jarige jongens voor lidmaatschap IS»?1
Ja.
Bent u het ermee eens dat jeugddetentie veel te slap is voor jihadisten die zich aansluiten bij een terroristische organisatie zoals IS en dat terroristen, ongeacht hun leeftijd, nooit jeugddetentie mogen krijgen maar volwassen straffen verdienen?
Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) verplicht Nederland, als verdragsland, tot het hanteren van een apart jeugdstrafrecht met een pedagogische benadering en bepaalt dat het volwassenstrafrecht niet op minderjarigen mag worden toegepast. Daar geeft Nederland gevolg aan. Het ontwikkelingsperspectief van het kind dient voorop te blijven staan bij het bepalen van de straf. In het jeugdstrafrecht ligt de nadruk meer op de persoon en de omstandigheden van de verdachte en op gedragsbeïnvloeding of heropvoeding dan op vergelding. Straffen en maatregelen in het jeugdstrafrecht zijn intensiever en persoonsgerichter van aard dan die binnen het volwassenenstrafrecht. De beschermende factoren, zoals de invloed van ouders of het behalen van een diploma, worden in het jeugdstrafrecht benut om de jongere te laten resocialiseren in de maatschappij.
Wel heeft Nederland een voorbehoud gemaakt bij het IVRK waardoor de rechter de mogelijkheid heeft om, wanneer aan de wettelijke criteria is voldaan, het volwassenstrafrecht toe te passen op 16- en 17-jarigen.2 Dit is een zware maatregel waar niet licht over gedacht mag worden. Uiteindelijk is het aan de rechter om in individuele zaken de feiten en omstandigheden te wegen en tot een oordeel te komen.
Bent u bereid om deze terroristen onmiddellijk het land uit te zetten, hen de toegang tot Nederland voorgoed te ontzeggen en, indien van toepassing, hun Nederlandse nationaliteit in te trekken? Zo nee, waarom beschermt u jihadisten in plaats van Nederlandse burgers?
Het kabinet neemt iedere dreigingsvorm tegen de nationale veiligheid uiterst serieus en zet zich onverminderd in om terrorisme en extremisme in Nederland te voorkomen en te bestrijden. De aanpak op terrorisme is breed en robuust, waarbij ketenpartners van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten nauw samenwerken om onze samenleving en democratische rechtsorde te beschermen.
Zoals ook aangegeven in de beantwoording over de Kamervragen over 15 arrestaties in verband met aanzet tot terreur voor Islamitische Staat (IS) via TikTok: Voor personen met de Nederlandse nationaliteit geldt dat het Nederlanderschap in specifieke, wettelijk geregelde gevallen kan worden ingetrokken. Zo kan bij personen die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een terroristisch misdrijf intrekking van het Nederlanderschap plaatsvinden als er – naast de Nederlandse – sprake is van een tweede nationaliteit. Per zaak wordt een zorgvuldige afweging gemaakt op basis van alle relevante omstandigheden.3
In zijn algemeenheid beziet de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bij een onherroepelijke veroordeling voor een misdrijf of dit gevolgen heeft voor het verblijfsrecht van een vreemdeling. Dit is ook het geval indien de IND vaststelt dat er sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid. Als de vreemdeling niet (meer) in het bezit is van verblijfsrecht moet hij Nederland verlaten. Waar mogelijk wordt ingezet op gedwongen terugkeer, met inachtneming van internationale verplichtingen, waaronder het verbod op refoulement.
Welke concrete maatregelen gaat u nemen om dit soort jihadistisch tuig in de toekomst veel strenger te straffen, inclusief het uitsluiten van jeugddetentie voor terrorismegerelateerde delicten?
Zie het antwoord op vraag 2.
Bent u bereid om de vrienden en familie van deze terroristen grondig te onderzoeken op terroristisch gedachtegoed en zo nodig ook tegen hen maatregelen te nemen, zoals uitzetting of vervolging?
Wanneer sprake is (van verdenking) van strafbare feiten, is het aan de politie en het Openbaar Ministerie om deze te onderzoeken en, waar mogelijk, te vervolgen. De Minister van Justitie en Veiligheid treedt niet in deze bevoegdheden.
Deelt u de mening dat het falende opengrenzenbeleid een regelrechte uitnodiging is voor islamitisch terrorisme, waardoor Nederland verandert in een broeinest voor jihadisten? Zo ja, bent u bereid om per direct onze grenzen te sluiten en een asielstop in te voeren? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet deelt deze kwalificatie niet. Hoewel in incidentele gevallen misbruik kan worden gemaakt van migratiestromen, rechtvaardigt dit geen generieke maatregelen gericht op gehele bevolkingsgroepen op basis van religie of herkomst.
Een algemene asielstop of een immigratiestop op basis van religie of herkomst uit zogenoemde «islamitische landen» is bovendien niet verenigbaar met de Grondwet, het Unierecht en internationale verdragsverplichtingen waarbij Nederland partij is. Het Nederlandse toelatingsbeleid is gebaseerd op individuele toetsing en rechtsstatelijke uitgangspunten.
Het kabinet blijft zich inzetten voor de bescherming van de nationale veiligheid door middel van gerichte maatregelen binnen het bestaande wettelijke kader.
Het bericht ‘Hamas heeft ook bij Nederlandse hulporganisaties zoals Oxfam Novib stevige vinger in de pap’ |
|
Queeny Rajkowski (VVD) |
|
Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Hamas heeft ook bij Nederlandse hulporganisaties zoals Oxfam Novib stevige vinger in de pap»?1
Ja.
Klopt het dat Nederlands belastinggeld mogelijk bij Hamas terecht is gekomen zoals NGO Monitor, een Israëlische waakhond, stelt? Zo ja, hoe groot acht u de kans dat dit is gebeurd en hoe beoordeelt u dit feit? Zo nee, wat is er volgens uw informatie wel gebeurd?
Er is geen informatie voorhanden die de aantijgingen van NGO Monitor steunt.
Het kabinet heeft vertrouwen in de neutraliteit en onafhankelijkheid van het werk van partnerorganisaties waar Nederland mee werkt. Dit zijn professionele organisaties met een bewezen goede staat van dienst, óók in buitengewoon moeilijke contexten als Gaza waar risico’s nooit volledig uit te bannen zijn. Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties, op orde zijn. Dat geldt ook voor de genoemde organisaties in het NGO Monitor rapport. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Bij elke subsidieaanvraag wordt er opnieuw op toegezien dat deze due diligence-processen (nog steeds) op orde zijn. Verder wijst het kabinet ook op bestaande kritiek op de handelwijze van NGO Monitor, zoals benoemd in de beantwoording van eerdere Kamervragen over NGO Monitor2, 3 en de kabinetsreactie op andere rapporten van NGO Monitor.4, 5
Deelt u de mening dat het niet de bedoeling kan zijn dat terroristische organisaties zoals Hamas, al dan niet indirect, gefinancierd worden met Nederlands belastinggeld? Zo nee, waarom niet?
Ja.
In het coalitieakkoord «Aan de slag» is afgesproken dat er tevens wordt ingezet op samenwerking met andere hulporganisaties in de regio. Welke kansen ziet u om de hulpverlening te diversificeren en bent u bereid om hiermee aan de slag te gaan? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet blijft zich inzetten voor humanitaire hulp in de regio, en zet daarbij in op de ondersteuning van verschillende professionele hulporganisaties, waaronder de Verenigde Naties, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en de Dutch Relief Alliance. Nederland ondersteunt deze organisaties met ongeoormerkte, flexibel inzetbare bijdragen. Dit stelt de organisaties in staat snel, wendbaar en doelgericht hulp te bieden, óók in de Palestijnse gebieden. Daarnaast steunt Nederland ook crisis-specifieke fondsen, namelijk de Country-Based Pooled Funds (CBPF’s), waarmee de VN snel en gecoördineerd steun kan verlenen aan hulporganisaties die in een door crisis getroffen gebied actief zijn, waaronder ook in de Palestijnse gebieden. Via deze fondsen worden middelen gealloceerd aan partners die bekend zijn met de context, zoals (internationale) ngo's, de Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en de VN.
Kunt u een overzicht geven van de totale financiële middelen die in de afgelopen vijf jaar vanuit Nederland via de Dutch Relief Alliance (DRA) beschikbaar zijn gesteld voor hulpverlening in de Gazastrook?
Ja.
1. Gaza Humanitarian Joint response project 2021
25-06-2021 – 24-12-2021
EUR 2 mln.
2. Gaza Humanitarian Joint response project 2023–2024
14-10-2023 – 13-10-2024
EUR 7 mln.
3. Gaza Humanitarian Joint response project 2025
24-01-2025 – 23-10-2025
EUR 3 mln.
4. Gaza Humanitarian Joint response project 2025–2026
24-10-2025 – 23-07-2026
EUR 3 mln. (is nog lopend)
Project nummer 2 was een DRA response voor 2 miljoen euro waarop de DRA op 14 november 2023 een aanvullende bijdrage van 5 miljoen euro ontving van de Nederlandse overheid. Dit betreft een totaalbedrag van 7 miljoen euro en niet 10 miljoen euro zoals wordt vermeld in het rapport van «NGO Monitor».
Welke bedragen zijn er voor de komende jaren begroot of reeds gereserveerd voor de uitvoering van projecten door de DRA in de Gazastrook?
Zie antwoord op vraag 5. Behalve het deels nog uit te voeren project nummer 4, zijn er voor de komende jaren geen fondsen begroot of gereserveerd voor de uitvoering van projecten door DRA in de Gazastrook. Het subsidiebeleidskader Humanitaire Hulp 2022–2026 waarmee de DRA gefinancierd wordt loopt in 2026 af. Ik ben voornemens medio dit jaar een nieuw kader te publiceren voor de periode 2027–2031. Subsidies uit dit kader zullen onder andere ten goede komen aan de DRA. Op basis van de hoogste noden, bepaalt de DRA zelf waar deze ongeoormerkte, flexibele bijdragen worden ingezet.
Bent u bereid om, mede naar aanleiding van het rapport van NGO Monitor, zorg te dragen voor een striktere en onafhankelijke screening van de partners binnen de DRA om te voorkomen dat hulpfondsen bij aan Hamas gelieerde organisaties terechtkomen?
Nee. Zie antwoord op vraag 2
Wat is uw reactie op de bevinding dat de door Nederland gefinancierde niet-gouvernementele organisatie (ngo)'s significant meer berichten op sociale media plaatsen over Israël dan over alle andere wereldconflicten samen?
Het is aan de ngo’s om zelfstandig keuzes te maken over hun publieke communicatie, waaronder het al dan niet plaatsen van berichten op sociale media. Die ruimte is een fundamenteel onderdeel van hun onafhankelijkheid en valt onder de vrijheid van meningsuiting. Het ministerie kan alleen afspraken maken met ngo’s over de publieke communicatie rond door Nederland gefinancierde specifieke activiteiten.
De dodelijke mishandeling van een 23-jarige student door extreemlinkse militanten in Lyon |
|
Frederik Jansen (FVD) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat de 23-jarige Franse student Quentin op 12 februari 2026 in Lyon zwaar is mishandeld door een groep extreemlinkse militanten en op 14 februari aan zijn verwondingen is overleden?1
Ja.
Deelt u de opvatting dat dit incident niet beschreven kan worden als geweld tussen politieke groeperingen, gelet op het feit dat Quentin alleen was en belaagd werd door circa 25 militanten? Zo ja, deelt u de opvatting dat lynching een accuratere benaming is voor het incident?
Het is verschrikkelijk wat er in Lyon is gebeurd. Het is echter niet aan mij om inhoudelijke uitspraken te doen over een lopend strafrechtelijk onderzoek in Frankrijk.
Deelt u de kwalificatie van de Franse Minister van Justitie Gérald Darmanin dat Quentin «onmiskenbaar door ultra-links» is gedood?2 Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat de dodelijke aanval op Quentin past in een breder patroon gericht geweld vanuit extreemlinkse hoek?3, 4 Zo nee, waarom niet?
In de extreemlinkse beweging is antifascisme een prominent thema dat kan leiden tot acties tegen politieke tegenstanders. Over het algemeen is de geweldsbereidheid binnen de links-extremistische beweging in Nederland beperkt en lijkt deze ook niet toe te nemen. In landen met een radicalere antifascistische beweging kan ook sprake zijn van geweld tegen politieke tegenstanders.
Bent u bereid het dreigingsniveau ten aanzien van links-extremistisch geweld opnieuw te laten beoordelen in het licht van het Europese patroon van dodelijk extreemlinks geweld? Zo nee, waarom niet?
De NCTV rapporteert twee keer per jaar in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) over de terroristische en gewelddadig extremistische dreiging voor Nederland, de belangen die daardoor kunnen worden aangetast en de weerbaarheid tegen deze dreiging. Hieraan ligt onderzoek ten grondslag naar alle vormen van terrorisme en gewelddadig extremisme, ongeacht ideologische signatuur.
In 2018 is in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoek gedaan naar links-extremistische groeperingen in Nederland.5 In dit onderzoek werd geconcludeerd dat buitenwettelijke handelingen zoals gewelds- en vermogensdelicten nadrukkelijk tot de modus operandi van sommige links-extremistische groepen behoren. Het onderzoek stelt tevens dat verhoudingsgewijs de meeste links-extremistische groeperingen zich manifesteren op de thema’s antifascisme en mensenrechten.
De meest recente dreigingsbeelden geven op dit moment geen aanleiding om opnieuw specifiek onderzoek te doen naar het radicaliseringsproces van links-extremistische groeperingen. De links-extremistische scene in Nederland bestaat voornamelijk uit anarchisten en communisten. In het DTN van december 2025 constateert de NCTV dat het georganiseerde links-extremisme in Nederland al langere tijd gefragmenteerd, klein in omvang en ideologisch divers is. Ook wordt in het DTN van december 2025 stilgestaan bij de geweldsbereid van de links-extremistische actiescene in omringende landen. In het DTN wordt beschreven dat de linkse actiescene in andere landen vaak radicaler is dan in Nederland, waarbij links-extremisten daar sneller geneigd zouden zijn om geweld te gebruiken dan hier. In Nederland is de geweldsbereidheid binnen zowel de links-extremistische beweging beperkt en deze lijkt ook niet toe te nemen. Daarbij is het belangrijk om te constateren dat de omvang van geweldbereide links-extremisten in landen als Duitsland, Frankrijk of Italië niet in verhouding staat tot Nederland. In Duitsland gaat het bijvoorbeeld om ruim 11.000 personen. In Nederland gaat het hooguit om enkele tientallen insurrectionele of geweldsbereide anarchisten.
In de afgelopen jaren zijn personen afkomstig uit het buitenland in toenemende mate onderdeel gaan uitmaken van de Nederlandse scene. Radicalere buitenlandse activisten kunnen zich afkeren van de – in hun ogen gematigde Nederlandse protestcultuur – en op zoek gaan naar gelijkgestemden. Dit heeft echter tot op heden niet geleid tot een toegenomen geweldsbereidheid van links-extremisten in Nederland. Vanzelfsprekend houdt NCTV de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en rapporteert over ontwikkelingen in de dreiging in het eerstvolgende DTN.
Bent u bekend met het feit dat de term «Antifa» in het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (december 2025) niet één keer voorkomt, terwijl Antifa-gelieerde groeperingen in meerdere Europese landen aantoonbaar betrokken zijn bij zwaar geweld tegen personen?
Zie antwoord vraag 5.
Bent u bereid de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) te verzoeken in het eerstvolgende Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland expliciet aandacht te besteden aan gewelddadige extreemlinkse groeperingen in Europa en mogelijke spillover-effecten naar Nederland?
Zie antwoord vraag 5.
Wanneer kan de Kamer de toegezegde brief verwachten over de uitvoering van de motie-De Vos c.s. (Kamerstuk 36 800, nr. 47) inzake het aanmerken van Antifa als terroristische organisatie, die vóór het kerstreces van 2025 zou worden toegezonden?
Uw Kamer heeft op 18 september 2025 de motie van het lid De Vos (FvD) c.s. aangenomen die verzoekt «Antifa» in Nederland als terroristische organisatie aan te merken.6 Het is verschrikkelijk wat er in Lyon is gebeurd. Het is niet aan mij om daar inhoudelijke uitspraken over te doen. Ik beoog uw Kamer zo spoedig mogelijk over de afhandeling van de motie te informeren.
Is de dodelijke aanval in Lyon voor u aanleiding om de uitvoering van bovengenoemde, door een Kamermeerderheid aangenomen, motie te versnellen?
Zie antwoord vraag 8.
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat buitenlandse extreemlinkse militanten naar Nederland reizen om hier geweld te plegen?
In zijn algemeenheid geldt dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bij het beoordelen van verblijfsaanvragen alert is op signalen die kunnen wijzen op een mogelijke dreiging voor de nationale veiligheid. De IND deelt zulke signalen, binnen de geldende wettelijke kaders, met de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de politie.
Indien blijkt dat een vreemdeling een bedreiging voor de openbare of nationale veiligheid vormt zal de IND de mogelijkheden bezien om deze persoon te weren.
Daarnaast staan de Nederlandse politie en andere overheidspartners in voortdurend contact met buitenlandse partners. Hierbij kunnen ook signalen worden gewisseld over dat mogelijk gewelddadige extremisten over landgrenzen zullen reizen.
Bent u bekend met het feit dat een van de verdachten van de dodelijke aanval op Quentin een parlementair medewerker is van La France Insoumise-Kamerlid Raphaël Arnault, wiens partij in het Europees Parlement aangesloten is bij de Linkse Fractie – waar tevens twee Nederlandse partijen bij zijn aangesloten, te weten de Socialistische Partij en de Partij voor de Dieren?5
Ja.
Bent u tevens bekend met het feit dat Arnault zelf medeoprichter is van de wegens gewelddadig activisme ontbonden groepering La Jeune Garde?6
Ja.
Wat concludeert u hieruit over de houding ten opzichte van het gebruik van geweld binnen extreemlinkse kringen?
Graag verwijs ik u naar het antwoord op vragen 5, 6 en 7. De linkse actiescene is in omringende landen vaak radicaler dan in Nederland, waarbij links-extremisten daar sneller geneigd zijn geweld te gebruiken dan hier.
15 arrestaties in verband met aanzet tot terreur voor Islamitische Staat (IS) via TikTok |
|
Geert Wilders (PVV), Marina Vondeling (PVV) |
|
Foort van Oosten (VVD), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «TikTok-gebruikers aangezet tot terreur voor IS, 15 arrestaties»?1
Ja.
Over welke verblijfsstatussen beschikken de 13 Syrische verdachten, en wat is het herkomstland van de overige verdachten met de Nederlandse nationaliteit?
Het kabinet gaat niet in op individuele casuïstiek en doet geen uitspraken over de verblijfsstatus of andere (persoons)gegevens van betrokkenen.
Kunt u bevestigen dat er al in augustus vorig jaar zicht was op deze verdachten bij de eenheden? Zo ja, waarom hebben deze gevaarlijke jihadisten al die tijd vrij rond kunnen lopen en onze samenleving in gevaar kunnen brengen? Hoeveel van dit soort tikkende tijdbommen lopen er nog steeds rond in Nederland?
Het onderzoek van het Openbaar Ministerie loopt en over lopende onderzoeken kunnen geen nadere uitspraken worden gedaan.
Hoe konden deze Syriërs überhaupt Nederland binnenkomen, terwijl ze nu verdacht worden van het aanzetten tot islamitisch terrorisme?
Zoals aangegeven wordt niet ingegaan op de individuele omstandigheden omtrent het strafrechtelijk onderzoek of de toelatings- en verblijfsprocedure. In zijn algemeenheid geldt dat besluiten over toelating en verblijf individueel en zorgvuldig tot stand komen op basis van de informatie die op dat moment beschikbaar is, binnen het nationale en Europese wettelijke kader en met inachtneming van internationale verdragsverplichtingen.
Onderdeel van deze beoordeling is nadrukkelijke aandacht voor mogelijke risico’s voor de openbare orde, inclusief internationale misdrijven en nationale veiligheid.
In dit kader is in 2023, onder coördinatie van de NCTV, een systeemcheck binnen de migratie- en veiligheidsketen uitgevoerd naar het tijdig onderkennen van signalen die de nationale veiligheid kunnen raken. De bevindingen en de voortgang van de maatregelen zijn toegelicht in Kamerbrief «Stand van zaken bestrijding misbruik asiel- en migratiestromen door terroristen».2
Indien er concrete aanwijzingen bestaan dat een persoon zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige misdrijven of een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, kan dit leiden tot weigering of intrekking van een verblijfsvergunning.
Het feit dat op een later moment aanwijzingen zijn dat iemand mogelijk betrokken was bij een strafbaar feit betekent niet dat bij binnenkomst dan wel op of na het moment van vergunningverlening reeds informatie beschikbaar was of had kunnen zijn die tot weigering had moeten of kunnen leiden.
Het kabinet blijft inzetten op het zo vroeg mogelijk onderkennen van veiligheidsrisico’s. Ondanks alle inspanningen kan er geen absolute garantie worden gegeven dat er geen mensen dit land binnen komen die veiligheidsrisico’s met zich mee brengen, maar de inzet is erop gericht dit zoveel mogelijk te voorkomen. Ook valt niet uit te sluiten dat personen ná het doorlopen van een verblijfsprocedure radicaliseren. Nederland kent een sterke aanpak tegen radicalisering en het voorkomen ervan. Nationale partners staan nauw met elkaar in contact in de aanpak tegen terrorisme en extremisme. Dat blijkt uit deze aanhoudingen.
Bent u bereid om deze verdachten na hun veroordeling Nederland uit te zetten, en waar van toepassing, hun verblijfsvergunning in te trekken of de Nederlandse nationaliteit af te pakken? Zo nee, waarom tolereert u dit soort bedreigingen voor onze veiligheid?
Het kabinet neemt iedere dreigingsvorm tegen de nationale veiligheid uiterst serieus.
Voor personen met de Nederlandse nationaliteit geldt dat het Nederlanderschap in specifieke, wettelijk geregelde gevallen kan worden ingetrokken. Zo kan bij personen die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een misdrijf met een terroristisch oogmerk intrekking van het Nederlanderschap plaatsvinden als er – naast de Nederlandse – sprake is van een tweede nationaliteit. Per zaak wordt een zorgvuldige afweging gemaakt op basis van alle relevante omstandigheden.
In zijn algemeenheid beziet de IND bij een onherroepelijke veroordeling voor een misdrijf of dit gevolgen heeft voor het verblijfsrecht van een vreemdeling. Dit is ook het geval indien de IND vast stelt dat er sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid. Als de vreemdeling niet (meer) in het bezit is van verblijfsrecht moet hij Nederland verlaten. Waar mogelijk wordt ingezet op gedwongen terugkeer, met inachtneming van internationale verplichtingen, waaronder het verbod op refoulement.
De beschikbare instrumenten binnen het vreemdelingen- en nationaliteitsrecht worden consequent toegepast binnen de geldende wettelijke kaders en met inachtneming van de vereiste individuele beoordeling. Per zaak wordt een zorgvuldige afweging gemaakt op basis van alle relevante omstandigheden.
Gelet op het lopende strafrechtelijke onderzoek kan ik niet vooruitlopen op eventuele vreemdelingrechtelijke gevolgen.
Deelt u de mening dat het falende opengrenzenbeleid een regelrechte uitnodiging is voor islamitisch terrorisme en dat het Nederland verandert in een broeinest voor jihadisten? Zo ja, bent u eindelijk bereid onmiddellijk een asielstop in te voeren alsmede een stop op immigratie uit islamitische landen? Zo nee, waarom niet?
Het kabinet deelt deze kwalificatie niet.
Hoewel in incidentele gevallen misbruik kan worden gemaakt van migratiestromen, rechtvaardigt dit geen generieke maatregelen gericht op gehele bevolkingsgroepen op basis van religie of herkomst.
Een algemene asielstop of een immigratiestop op basis van religie of herkomst uit zogenoemde «islamitische landen» is bovendien niet verenigbaar met de Grondwet, het Unierecht en internationale verdragsverplichtingen waarbij Nederland partij is. Het Nederlandse toelatingsbeleid is gebaseerd op individuele toetsing en rechtsstatelijke uitgangspunten.
Het kabinet blijft zich inzetten voor de bescherming van de nationale veiligheid door middel van gerichte maatregelen binnen het bestaande wettelijke kader.
Het spionageschandaal bij de NCTV |
|
Peter van Duijvenvoorde (FVD) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat een voormalig medewerker van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) jarenlang staatsgeheime informatie zou hebben doorgespeeld aan de Marokkaanse geheime dienst?1
Ja.
Deelt u de mening dat deze zaak een van de grootste veiligheids- en spionageschandalen uit de recente Nederlandse geschiedenis is? Zo nee, waarom niet?
Hoe kan het dat een medewerker met toegang tot uiterst vertrouwelijke informatie van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) jarenlang ongecontroleerd honderden staatsgeheime documenten kon printen, meenemen en digitaliseren?
Welke concrete tekortkomingen in toezicht, interne controle en informatiebeveiliging hebben dit mogelijk gemaakt?
Kunt u aangeven welke risico’s deze informatielekken hebben opgeleverd voor de nationale veiligheid en de veiligheid van Nederlandse burgers?
Zoals geschetst Kamerbrief van 25 november 2025 is door de politie direct na de aanhouding van de verdachte gekeken naar de veiligheidsrisico’s voor zowel medewerkers als lopende onderzoeken.4 Mede naar aanleiding van deze doorlichting heeft de politie maatregelen genomen. Op dit moment loopt, mede naar aanleiding van de motie Six-Dijkstra, een onderzoek naar de schade van de mogelijk gelekte gegevens bij de NCTV.5 Zoals toegezegd in de brief van 10 november jl. zal ik uw Kamer voor zover dit mogelijk is nader informeren over relevante ontwikkelingen.
In hoeverre zijn door deze zaak lopende operaties, informatiebronnen of personen in binnen- en buitenland in gevaar gebracht?
In zijn algemeenheid geldt dat dat er in de openbaarheid niet wordt ingegaan op vragen omtrent staatsgeheime informatie of operaties. Voor de behandeling hiervan heeft de Kamer haar geëigende kanalen.
Wanneer ontving de AIVD de eerste signalen van mogelijk ongeoorloofd contact tussen de verdachte en buitenlandse inlichtingendiensten, en waarom is toen niet eerder ingegrepen?
Zie antwoord vraag 6.
Deelt u de zorg dat Nederland structureel te naïef omgaat met buitenlandse inmenging en spionage, met name vanuit landen die hier een grote diaspora hebben?
Sinds 2018 zet het kabinet Rijksbreed in op tegengaan van ongewenste buitenlandse inmenging.6 In 2023 is deze aanpak geïntensiveerd, met onder andere maatregelen om het bewustzijn over statelijke inmenging te vergoten en de strafbaarstelling van spionageactiviteiten in Nederland uit te breiden.7 Voor een actueel overzicht verwijs ik uw Kamer naar de Kamerbrief «Stand van zaken aanpak ongewenste buitenlandse inmenging» en de fenomeenanalyse van de AIVD en NCTV over dit thema.8
Deelt u de zorg dat ambtenaren met sterke persoonlijke, familiale of buitenlandse loyaliteiten kwetsbaar kunnen zijn voor belangenverstrengeling en het schenden van het ambtsgeheim, zoals blijkt uit recente zaken waaronder die van Fouad A.?2
De Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) stelt dat privécontacten van rijksambtenaren het vertrouwen van het publiek in de overheid kunnen beïnvloeden. Hier staat tegenover dat een ambtenaar recht heeft op de bescherming van zijn of haar privéleven zolang de uitoefening van dit recht het functioneren of het functioneren van de dienst niet schaadt. Voor ambtenaren met toegang tot relevante informatie of diensten geldt dat het integriteitsrisico groter is. De Rijksoverheid zet daarom in op bewustwording over integriteitsrisico’s, onder andere via het rijksbrede programma «Weerbaarheid Rijksoverheid tegen ondermijning».
Ziet u aanleiding om te onderzoeken of er sprake is van structurele patronen bij het schenden van het ambtsgeheim, waaronder het beschermen van bekenden, en of huidige screenings- en toezichtmechanismen daarbij tekortschieten?
Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik naar de beantwoording van vragen 2, 3 en 4. Ten aanzien van een centraal toezicht op staatsgeheimen verwijs ik u naar de initiatiefnota van de voormalige leden Six Dijkstra. Bij brief van 14 juli 2025 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken uw Kamer een kabinetsreactie op deze initiatiefnota gestuurd.
Hoe beoordeelt u de rol van de Marokkaanse staat in deze zaak, gezien de verdenkingen van direct contact tussen de verdachte en hoge functionarissen van de Marokkaanse inlichtingendienst?
Zoals eerder door het kabinet is aangegeven, is het van belang om eerst de uitkomsten van het strafproces af te wachten.
Worden er, naar aanleiding van deze zaak, diplomatieke of veiligheidsmaatregelen overwogen ten aanzien van de samenwerking met Marokko?
Zie antwoord vraag 11.
Acht u de huidige screenings- en herbeoordelingsprocedures voor medewerkers met toegang tot staatsgeheime informatie toereikend? Zo nee, welke aanscherpingen acht u noodzakelijk?
Hoe heeft het kunnen gebeuren dat collega’s inloggegevens konden uitlenen zonder dat dit direct werd gesignaleerd of gesanctioneerd?
Deelt u de opvatting dat het uitlenen van accounts en het meenemen van staatsgeheime stukken naar huis wijst op een gebrekkige veiligheidscultuur binnen de NCTV?
Welke bestuurlijke of disciplinaire gevolgen zijn er verbonden aan het falen van interne beveiligingsmaatregelen binnen de NCTV?
In hoeverre wordt momenteel rekening gehouden met mogelijke kwetsbaarheden voor buitenlandse beïnvloeding, zoals financiële voordelen, reizen of andere gunsten, bij medewerkers in gevoelige functies?
Van alle rijksambtenaren wordt verwacht dat zij in hun werk betrouwbaar, onafhankelijk en onpartijdig zijn. In artikel 8, eerste lid, onder e, van de Ambtenarenwet 2017 is opgenomen dat het de ambtenaar niet is toegestaan om zonder toestemming van de overheidswerkgever giften, vergoedingen en beloften van een derde aan te nemen of hierom te vragen, indien de ambtenaar als ambtenaar met deze derde betrekkingen onderhoudt. Als grondregel geldt dat het aannemen van geschenken slechts geoorloofd is wanneer de handelingsvrijheid van de ambtenaar er niet direct of indirect door wordt aangetast én het gedrag van de ambtenaar de toets van de openbare verantwoording kan doorstaan.11 Zoals ook in de Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) is opgenomen, dient elke rijksambtenaar bij geschenken na te gaan wat de achtergrond en mogelijke bijbedoelingen van een geschenk zijn. Indien een ambtenaar zich hierdoor niet meer vrij voelt om een onpartijdige beslissing te nemen, moet een geschenk geweigerd worden. In het geval van een geschenk door een buitenlandse relatie, dient de rijksambtenaar dit te beschouwen als een geschenk aan de organisatie en bespreekt de rijksambtenaar het geschenk met de leidinggevende. In het verlengde hiervan is het Rijksbrede programma «Weerbaarheid Rijksoverheid tegen ondermijning» in het leven geroepen tegen ondermijning vanuit statelijke actoren, buitenlandse beïnvloeding, en criminele organisaties. Vanuit het programma is er bijvoorbeeld een toolkit ontwikkeld waarmee Rijksorganisaties een risicoanalyse kunnen uitvoeren ten aanzien van corruptie en ondermijning.
Bent u bereid om het beleid rondom het accepteren van geschenken, reizen en andere voordelen van buitenlandse partijen verder aan te scherpen voor ambtenaren met toegang tot staatsgeheimen?
Zie antwoord vraag 17.
Welke lessen trekt u uit deze zaak voor de inrichting en het toezicht op de nationale veiligheidsketen als geheel?
Het is niet aan mij om uitspraken te doen over de inrichting en het toezicht op de nationale veiligheidsketen als geheel. Als benoemd bij de beantwoording van vragen 2 tot en met 4 heeft mijn ambtsvoorganger de ADR gevraagd onderzoek te doen naar de omgang met bijzondere informatie bij de NCTV en de politie. Voor de uitkomsten van dit rapport en de maatregelen die zijn getroffen verwijs ik u naar de eerder genoemde brief van 13 december 2024. Ten aanzien van een centraal toezicht op staatsgeheimen verwijs ik u naar de initiatiefnota van de voormalige leden Six Dijkstra. Bij brief van 14 juli 2025 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken uw Kamer een kabinetsreactie op deze initiatiefnota gestuurd.
Kunt u toezeggen dat de Kamer volledig en transparant wordt geïnformeerd over de uitkomsten van evaluaties en eventuele hervormingen naar aanleiding van deze zaak?
Bij brief van 24 oktober 2024 heb ik uw Kamer geïnformeerd dat ik de ADR heb gevraagd om een aanvullend onderzoek te doen bij de NCTV naar de opvolging van de aanbevelingen van het rapport van de ADR naar de omgang met bijzondere informatie bij de NCTV en de politie en waar nodig aanvullende aanbevelingen te doen. Uw Kamer zal, zoals toegezegd in de genoemde brief en tijdens het debat met uw Kamer van 3 april 2025, vanzelfsprekend over de uitkomsten worden geïnformeerd.
Het bericht 'Lale Gül overweegt toekomst in de politiek om beveiligd te blijven: 'Enige hoop'' |
|
Ingrid Coenradie (PVV) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Hoe reflecteert u op de informatie waaruit blijkt dat mevrouw Gül destijds is benaderd om in het stelsel te worden opgenomen en dat, ondanks het uitblijven van veranderingen in aard dan wel frequentie van de dreigingen, deze beveiliging plotseling is stopgezet?1
Over de maatregelen ten aanzien van een te beveiligen persoon zal ik nooit in het openbaar uitspraken kunnen doen. Dit kan namelijk de veiligheid van de te beveiligen persoon zelf, medewerkers van de bij de beveiliging betrokken uitvoerende diensten of van andere te beveiligen personen in gevaar brengen.
In zijn algemeenheid is het zo dat wanneer een persoon wordt opgenomen in het stelsel, er een breed palet aan maatregelen kan worden ingezet om weerstand te bieden tegen de dreiging. Dit kan variëren van zogenaamde lichte tot zware maatregelen. Deze afweging wordt gemaakt op basis van het dreigingsbeeld en een zorgvuldige en uniforme afweging, waarbij de overheid tot een samenhangend pakket aan beveiligingsmaatregelen komt. De inschatting van de dreiging is leidend voor het vaststellen van de benodigde beveiligingsmaatregelen.
Indien de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) van mening is dat beveiliging niet langer hoeft plaats te vinden op het niveau dat men eerder noodzakelijk achtte, op welke wijze worden betrokkenen hierop voorbereid?
De te beveiligen persoon wordt zoveel als mogelijk geïnformeerd over de aard van de dreiging en de getroffen maatregelen. Te beveiligen personen worden periodiek geïnformeerd over het verloop van de dreiging en de getroffen maatregelen door vertegenwoordigers van de uitvoerende organisatie en vertegenwoordigers van het gezag (de NCTV namens de Minister van Justitie en Veiligheid). Ook een wijziging in de benodigde maatregelen is aanleiding om met de te beveiligen persoon in gesprek te gaan. In dit gesprek streven de betrokken organisaties ernaar om de persoon zo goed als mogelijk voor te bereiden op de verandering door uit te leggen welke maatregelen niet meer nodig zijn en waarom. En om toe te lichten welke eventuele maatregelen nog wel in stand gehouden worden. Daarnaast is er aandacht voor het welzijn en de psychosociale weerstand van de te beveiligen personen aangezien beveiligingsmaatregelen maar ook de afbouw daarvan veel impact kunnen hebben op de persoon en diens omgeving. Er worden verschillende tools aangereikt zoals weerbaarheidsgesprekken, een buddytraject of digitale modules. De inzet van deze tools varieert per te beveiligen persoon en hangt af van de behoefte van de te beveiligen persoon en de aard en duur van de maatregelen.
Wat is volgens u het verschil tussen dreigingsniveau 2 en dreigingsniveau 3?
Op basis van informatieproducten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en opsporings- en intelligenceorganisaties van de politie en Koninklijke Marechaussee bepaalt het gezag (de NCTV namens de Minister van Justitie en Veiligheid) of en wat ze aanvullend onderneemt tegen een dreiging. In deze producten komen deze diensten en organisaties tot een inschatting – gebaseerd op feiten en/of omstandigheden – met betrekking tot een dreiging en de ernst en waarschijnlijkheid van het manifesteren van de dreiging. In deze producten wordt gewerkt met speciaal ontwikkelde tabellen met een dubbele kwalificering om het dreigingsniveau vast te stellen. Aan de hand van deze tabellen wordt namelijk een inschatting gemaakt van de mate van «ernst» en «waarschijnlijkheid» van de dreiging. De tabellen geven inzicht in de afwegingen en uitkomst van de inschatting van de ernst van de gebeurtenis en de waarschijnlijkheid van het manifesteren van deze gebeurtenis. De tabellen zijn als bijlage bij de Circulaire met betrekking tot de bewaking en beveiliging van personen, objecten en diensten 2023 gevoegd.2 Op basis hiervan wordt gefundeerd overwogen ten aanzien van welke personen, objecten en diensten bewaking en beveiliging nodig is.
Vanaf welk moment vormt het openbaarmaken van diverse persoonlijke gegevens voor de NCTV dan wel de politie aanleiding om bepaalde (veiligheids)maatregelen te treffen?
De keuze welke veiligheidsmaatregelen er worden getroffen is gebaseerd op verschillende informatieproducten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en opsporings- en intelligenceorganisaties van de politie en Koninklijke Marechaussee. De inschatting van de dreiging is gebaseerd op feiten of omstandigheden met betrekking tot een dreiging en de ernst en waarschijnlijkheid van het manifesteren van de dreiging. De beelden en producten van deze diensten en organisaties richten zich op het hele spectrum aan gebeurtenissen in zowel de fysieke wereld als de online-wereld. Ook de te beveiligen persoon (TBP) zelf kan bij de politie meldingen en/of aangiftes doen van online uitingen. De politie handelt op basis van de producten van de diensten of meldingen c.q. aangiftes van de te beveiligen persoon.
Deelt u de mening dat online bedreigingen kunnen overgaan in daadwerkelijk fysiek geweld?
Zie antwoord vraag 4.
Deelt u de mening dat een personeelstekort nimmer een reden mag zijn om noodzakelijke beveiligingsmaatregelen niet (langer) in te zetten?
Ja, capaciteit en schaarste spelen geen rol bij de afweging of er maatregelen van overheidswege dienen te worden ingezet.
Bent u bereid om samen met relevante veiligheidsactoren, zoals de NCTV en de politie, opnieuw met mevrouw Gül in gesprek te gaan teneinde te komen tot een oplossing waar alle betrokkenen mee uit de voeten kunnen? Zo nee, waarom bent u hiertoe niet bereid?
De Minister van Justitie en Veiligheid, en namens deze de NCTV, streeft ernaar om gedurende het gehele proces in goed contact te blijven met een te beveiligen persoon. Over specifieke stappen in deze individuele casus doe ik vanzelfsprekend geen uitspraken.
De beëindiging van persoonlijke beveiliging door de NCTV |
|
Esmah Lahlah (GroenLinks-PvdA), Songül Mutluer (PvdA) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de berichten dat de beveiliging van schrijfster Lale Gül wordt stopgezet, terwijl zij nog steeds te maken heeft met (online) bedreigingen?1
Ja.
Kunt u aangeven of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) standaardcriteria hanteert bij de beslissing om persoonsbeveiliging te beëindigen?
Op basis van informatieproducten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en opsporings- en intelligenceorganisaties van de politie en Koninklijke Marechaussee bepaalt het gezag (de NCTV namens de Minister van Justitie en Veiligheid) of en wat ze aanvullend onderneemt tegen een dreiging. In deze producten komen deze diensten en organisaties tot een inschatting – gebaseerd op feiten en/of omstandigheden – met betrekking tot een dreiging en de ernst en waarschijnlijkheid van het manifesteren van de dreiging. In deze producten wordt gewerkt met speciaal ontwikkelde tabellen met een dubbele kwalificering voor het vaststellen van het dreigingsniveau. Aan de hand van deze tabellen wordt een inschatting gemaakt van de mate van «ernst» en «waarschijnlijkheid» van de dreiging. Capaciteit speelt hierbij geen rol. De tabellen geven inzicht in de afwegingen en uitkomst van de inschatting van de ernst van de gebeurtenis en de waarschijnlijkheid van het manifesteren van deze gebeurtenis. De tabellen zijn als bijlage bij de Circulaire met betrekking tot de bewaking en beveiliging van personen, objecten en diensten 2023 gevoegd.2 Op basis hiervan wordt gefundeerd overwogen welke beveiligingsmaatregelen nodig zijn.
Indien het antwoord op vraag 2 bevestigend luidt, welke criteria zijn dat precies?
Zie antwoord vraag 2.
Indien het antwoord op vraag 2 ontkennend luidt, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Houdt de NCTV rekening met het feit dat online bedreigingen kunnen omslaan in fysieke acties? Zo ja, op welke manier?
De keuze welke veiligheidsmaatregelen worden getroffen is gebaseerd op verschillende informatieproducten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en opsporings- en intelligenceorganisaties van de politie en Koninklijke Marechaussee. De beelden en producten van deze diensten en organisaties richten zich op het hele spectrum aan gebeurtenissen in zowel de fysieke wereld als de online-wereld. Ook de te beveiligen persoon (TBP) zelf kan bij de politie meldingen en/of aangiftes doen van online uitingen. De politie handelt op basis van de producten van de diensten of meldingen c.q. aangiftes van de te beveiligen persoon.
In hoeverre worden eerdere incidenten, zoals de recente arrestaties van personen die bedreigingen hebben geuit of concrete plannen zouden hebben gehad om de bedreigde iets aan te doen, standaard meegewogen in de beoordeling om persoonsbeveiliging voort te zetten of te beëindigen?
Vanuit veiligheidsoverwegingen kan ik geen uitspraken doen over welke feiten of omstandigheden precies worden meegenomen in de informatieproducten die ten grondslag liggen aan de afweging welke maatregelen nodig zijn. Wel kan ik aangeven dat de informatieproducten worden gebaseerd op feiten of omstandigheden met betrekking tot een dreiging en ernst en waarschijnlijkheid van het manifesteren van de dreiging.
Welke mogelijkheden hebben personen om bezwaar te maken tegen een besluit tot beëindiging van hun beveiliging? Wie beoordeelt dit bezwaar? Binnen welke termijn wordt zo’n bezwaar behandeld? Heeft een eventueel bezwaar opschortende werking tot er een beslissing op het bezwaar genomen is?
Het treffen van beveiligingsmaatregelen is altijd maatwerk; per geval wordt afgewogen welke maatregelen proportioneel zijn en is het streven om goed in verbinding te blijven met de te beveiligen persoon. Hoe hier invulling aan wordt gegeven wordt nader toegelicht in mijn brief die ik u op 11 juli 2025 heb verzonden.3 Zonder goed contact met de te beveiligen persoon is het vrijwel onmogelijk om beveiligingsmaatregelen te treffen omdat de effectiviteit en uitvoerbaarheid van beveiliging hiervan afhankelijk is. De NCTV is namens de Minister van Justitie en Veiligheid verantwoordelijk voor het waken over de veiligheid van aangewezen personen. De NCTV kan aanvullende beveiligingsmaatregelen nemen, wanneer personen, als ook de bedrijven of instellingen waar zij werkzaam zijn, niet op eigen kracht in voldoende mate weerstand kunnen bieden tegen dreiging. Bij het nemen van aanvullende beveiligingsmaatregelen is sprake van risicobeheersing, geen risico-uitsluiting. Voor elk aangewezen persoon wordt periodiek afgewogen of, en zo ja welke, beveiligingsmaatregelen moeten worden genomen om het aanwezige risico tot een acceptabel niveau terug te dringen. De NCTV staat gedurende dit proces in nauw contact met de te beveiligen persoon, omdat de beveiligingsmaatregelen op de persoonlijke omstandigheden van de te beveiligen persoon worden afgestemd.
Door middel van dit proces worden beveiligingsmaatregelen vastgesteld dan wel periodiek herijkt. Dit kan betekenen dat beveiligingsmaatregelen worden opgeschaald dan wel afgeschaald. Welke aanvullende beveiligingsmaatregelen worden genomen, zijn geen onderwerp van onderhandeling met de bedreigde persoon. Het al dan niet treffen van (bepaalde) veiligheidsmaatregelen – zoals persoonsgebonden maatregelen – betreft een feitelijk handelen, waarmee geen recht, verplichting, bevoegdheid of status voor de betrokken persoon wordt gecreëerd of tenietgedaan. Zodoende is geen sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht dat openstaat voor bezwaar en beroep.
Hoe waarborgt de Staat dat mensen die vanwege hun werkzaamheden of publieke uitingen een verhoogd risico lopen, voldoende beschermd blijven, ook wanneer hun persoonsbeveiliging (deels) wordt beëindigd? Wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen verschillende typen publieke functies zoals bijvoorbeeld journalisten, opiniemakers, politici, activisten, et cetera?
Er is een brede toolbox aanwezig om invulling te geven aan de overheidstaak van het waken over de veiligheid van personen. Persoonsgerichte maatregelen vormen één van de instrumenten die hiervoor ingezet kunnen worden. Ook na het afschalen of beëindigen van maatregelen wordt de dreiging gemonitord en kunnen er stappen gezet worden wanneer er signalen zijn dat de dreiging toeneemt of verandert. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende typen publieke functies die binnen het stelsel vallen.
Welke alternatieve beschermingsmaatregelen worden in dat geval aangeboden wanneer persoonsbeveiliging wordt beëindigd, zoals: a. versterkte digitale beveiliging; b. veilige of anonieme huisvesting; c. ondersteuning bij veiligheidsplannen in de privé en werkomgeving of d. psychologische ondersteuning vanwege veiligheidsdreiging?
Het stelsel Bewaken en Beveiligen is een onderdeel van het samenspel aan instrumenten om dreigingen adequaat het hoofd te bieden. Persoonsgerichte maatregelen zijn het zwaarste instrument en wanneer dit afgeschaald wordt vanwege een verandering in dreiging is er nog een breed pallet aan maatregelen beschikbaar die kunnen worden ingezet. Daarnaast is er aandacht voor het welzijn en de psychosociale weerstand van de te beveiligen personen aangezien beveiligingsmaatregelen maar ook de afbouw daarvan veel impact kunnen hebben op de persoon en diens omgeving. Er worden verschillende tools aangereikt zoals weerbaarheidsgesprekken, een buddytraject of digitale modules. De inzet van deze tools varieert per TBP en hangt af van de behoefte van de TBP en de aard en duur van de maatregelen.
In hoeverre zijn deze maatregelen structureel beschikbaar en op welke wijze wordt de betrokkene hierover geïnformeerd?
Welke maatregelen wanneer voor wie ingezet worden is maatwerk. De te beveiligen persoon wordt zoveel als mogelijk geïnformeerd over de aard van de dreiging en de getroffen maatregelen. Te beveiligen personen worden periodiek geïnformeerd over het verloop van de dreiging en de getroffen maatregelen door een vertegenwoordiger van de uitvoerende organisatie en het gezag (de NCTV namens de Minister van Justitie en Veiligheid). Ook een wijziging in de benodigde maatregelen is aanleiding om met de te beveiligen persoon in gesprek te gaan.
Is er op dit moment voldoende capaciteit en structurele financiering voor persoonsbeveiliging en dreigingsbeoordeling bij de NCTV en betrokken diensten? Zo nee, welke tekorten ziet u en wat is er volgens u nodig om dit op peil te brengen? Speelt capaciteit een rol bij de beslissing om persoonsbeveiliging in individuele gevallen te beëindigen?
Het taakveld Bewaken en Beveiligen wordt sinds 2021 in verschillende tranches structureel versterkt. Na het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid uit 2023 heeft dit mede geleid tot de transitie naar het stelsel Beveiligen van Personen met een stevig financieel fundament in de vorm van een generaal dossier. Er is veel geïnvesteerd in persoonsgerichte beveiligingsmaatregelen om te voldoen aan de grotere noodzaak voor het treffen van zware beveiligingsmaatregelen. De politie en Defensie hebben bij bepaalde uitbreidingen wel last van de krappe arbeidsmarkt en de specifieke eisen die worden gesteld aan personeel, wat kan zorgen dat de gewenste uitbreiding langer in beslag neemt dan beoogd. De beschikbare capaciteit speelt echter geen rol bij besluitvorming inzake het vaststellen of beëindigen van persoonsgerichte maatregelen in individuele gevallen.
In hoeveel gevallen is in de afgelopen vijf jaar persoonsbeveiliging stopgezet terwijl er volgens de betrokkene(n) nog sprake was van aanhoudende dreiging? In hoeveel van deze gevallen is op een later moment toch opnieuw persoonsbeveiliging ingesteld? En hoe vaak bleek achteraf dat de dreiging inderdaad niet was afgenomen?
Over absolute aantallen en specifieke casuïstiek doe ik vanuit veiligheidsoverwegingen nooit uitspraken.
Kunt u de bovenstaande vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Gelet op de inhoudelijke overlap tussen vraag twee tot en met vier, heb ik deze gezamenlijk beantwoord.
De sluiting van het Joods Hospice Immanuel wegens veiligheidsrisico’s |
|
Diederik van Dijk (SGP) |
|
Foort van Oosten (VVD), Bruijn |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht van 17 november 2025 dat het Joods Hospice Immanuel zijn werkzaamheden tijdelijk moet staken omdat er geen veilige tijdelijke locatie gevonden kan worden?1
Ja.
Deelt u de zorg dat dit een buitengewoon zorgelijk signaal is over de positie van Joodse instellingen in Nederland en dat zelfs aan het einde van het leven is een Joodse plek niet meer vanzelfsprekend is?
Ik deel de zorgen over de gevoelens die deze situatie oproept. Iedereen moet veilig kunnen leven in Nederland. Dit geldt ook voor (instellingen binnen) de Joodse gemeenschap, inclusief plekken die zorg bieden aan mensen in de laatste levensfase.
Tegelijkertijd vraagt deze zaak om een bredere context. Het Joods Hospice Immanuel stond enkele maanden geleden voor de opgave om, in verband met een verbouwing van het huidige pand, gedurende circa een half jaar uit te wijken naar een tijdelijke locatie. Nadat een aantal alternatieven zijn verkend werd een geschikte locatie gevonden bij een zorgaanbieder in Amsterdam Nieuw-West. Vrijwilligers van het hospice gaven aan zich daar niet veilig te voelen. Omdat een hospice niet kan draaien zonder vrijwilligers en er geen alternatieve plek is gevonden, lijkt vooralsnog tijdelijke sluiting aan de orde. Het hospice verkent de mogelijkheid om vrijwilligers tijdens de verbouwing bij cliënten thuis, of elders in een verpleeghuis of ander hospice in te zetten. Zo kunnen de vrijwilligers ook tijdens de verbouwing hun waardevolle ondersteuning aan mensen in de laatste levensfase voortzetten.
De politie heeft mij bevestigd dat er geen advies is gegeven over het al dan niet kunnen garanderen van de veiligheid, noch dat er uitspraken zijn gedaan waaruit een concrete dreiging of onveiligheid voor het hospice kan worden afgeleid. Ook de gemeente Amsterdam heeft aangegeven geen signalen of aanwijzingen te hebben dat het hospice zich niet veilig zou kunnen vestigen in stadsdeel Nieuw-West. De gemeente is ook niet eerder gekend in de zorgen van het hospice over de veiligheid van deze locatie.2
Klopt het dat de politie, bij monde van de wijkagent aldaar, heeft geadviseerd dat de veiligheid van het hospice op de beoogde locatie in Amsterdam Nieuw-West niet kon worden gegarandeerd? Welke factoren lagen aan deze inschatting ten grondslag?
Nee, er is geen sprake van een negatief veiligheidsadvies voor de beoogde tijdelijke locatie van het hospice en daarom is er ook geen onderbouwing voor een dergelijke conclusie. De wijkagent in Nieuw-West heeft in oktober jl. met vertegenwoordigers van Immanuel gesproken over de zorgen die zij zelf hadden over een mogelijke locatie voor een nieuw hospice. De wijkagent heeft, zoals gebruikelijk, de lokale context van de wijk geschetst en besproken. De politie heeft mij laten weten dat er geen negatief advies is gegeven over het al dan niet kunnen garanderen van de veiligheid, of uitspraken zijn gedaan waaruit een concrete dreiging of onveiligheid voor het hospice kan worden afgeleid.
Hoe beoordeelt u het feit dat in een Nederlandse stad een zorginstelling met een Joodse signatuur wordt belemmerd in het uitvoeren van haar taak vanwege veiligheidsrisico’s? Acht u deze situatie passend bij de verantwoordelijkheid van de overheid om alle burgers en instellingen te beschermen?
Dat is niet aan de orde. Algemeen gesteld is het de taak van de overheid om alle burgers en instellingen te beschermen. Dat burgers – in dit geval de Joodse vrijwilligers van het hospice Immanuel – zich genoodzaakt zien om hun handelen te beperken door een gevoel van onveiligheid betreur ik.
Hoe luidt uw oordeel over de huidige beveiligingsaanpak voor Joodse instellingen? Is deze toereikend? Zo nee, welke verbeteringen zijn nodig om te voorkomen dat instellingen in de zorgsector hun werk niet kunnen voortzetten?
De veiligheid van Joodse instellingen in Nederland heeft de aandacht van het kabinet. Bij een verhoogde dreiging of risico ten aanzien van deze instellingen wordt door het lokaal bevoegd gezag passende veiligheidsmaatregelen getroffen. Over die maatregelen doe ik in het openbaar nooit uitspraken.
Daarnaast bestaat er sinds dit jaar het zogenaamde Veiligheidsfonds van 1,3 miljoen euro dat jaarlijks ter beschikking wordt gesteld aan Joodse instellingen en evenementen om tegemoet te komen aan de hoge beveiligingskosten die zij vanuit de eigen verantwoordelijkheid nemen. Deze regeling komt voort uit de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 die in samenwerking met de NCAB tot stand is gekomen. Het Joods Hospice Immanuel maakt hier ook gebruik van bij de verbouwing van haar huidige pand.
Bestaan er duidelijke landelijke richtlijnen voor politie en gemeenten voor het beoordelen van veiligheidsrisico’s bij religieuze of levensbeschouwelijke instellingen? Zo nee, bent u bereid dergelijke kaders te ontwikkelen om te zorgen voor een consistente en zorgvuldige aanpak?
Religieuze instellingen zijn conform het stelsel bewaken en beveiligen – net zoals dat geldt voor andere instellingen – in beginsel verantwoordelijk voor hun eigen veiligheid. Indien dreiging en risico daartoe aanleiding geven kan het lokaal bevoegd gezag aanvullende maatregelen treffen. De beslissing om aanvullende beveiligingsmaatregelen voor religieuze instellingen te treffen, gebeurt altijd op basis van actuele dreigingsinformatie van de politie en de veiligheidsdiensten.
Welke mogelijkheden ziet u om het hospice op korte termijn te ondersteunen bij het realiseren van een veilige tijdelijke locatie, het treffen van passende beveiligingsmaatregelen en/of het beperken van financiële schade?
In feite draait het om het vinden van een tijdelijke geschikte locatie. De gemeente heeft aangegeven mee te willen kijken of deze te vinden is. Ik sta daarnaast in contact met de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg. Zij heeft onlangs een bezoek gebracht aan het hospice en blijft in contact met het hospice om te verkennen hoe de effecten van de sluiting zoveel mogelijk beperkt kunnen worden en palliatieve zorg voor Joodse mensen gewaarborgd blijft.
Welke stappen bent u bereid te nemen om te waarborgen dat Joodse instellingen, waaronder die in de zorg, hun werkzaamheden in Nederland ongestoord en veilig kunnen blijven uitvoeren?
Zie mijn antwoord op vraag 5 over de stappen die worden gezet voor de veiligheid van Joodse instellingen.
Het Joods Hospice Immanuel dat tijdelijk moet sluiten omdat geen veilige locatie gevonden kan worden |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Hospice moet minstens zes maanden dicht»?1
Ja.
Wat is de onderbouwing van een negatief veiligheidsadvies voor een beoogde tijdelijke locatie in Amsterdam-Nieuw-West van het Joodse Hospice Immanuel?
Er is geen sprake van een negatief veiligheidsadvies voor de beoogde tijdelijke locatie van het hospice en daarom is er ook geen onderbouwing voor een dergelijke conclusie. De politie heeft mij bevestigd dat er geen advies is gegeven over het al dan niet kunnen garanderen van de veiligheid, noch dat er uitspraken zijn gedaan waaruit een concrete dreiging of onveiligheid voor het hospice kan worden afgeleid.
De zaak vraagt om een bredere context. Het Joods Hospice Immanuel stond enkele manden geleden voor de opgave om, in verband met een verbouwing van het huidige pand, gedurende circa een half jaar uit te wijken naar een geschikte tijdelijke locatie. Nadat een aantal alternatieven, samen met zorgaanbieders, gemeenten en huiseigenaren, is verkend werd een geschikte locatie gevonden bij een zorgaanbieder in Amsterdam Nieuw-West. Het bestuur, de directie en betrokken zorgprofessionals stonden positief tegenover deze oplossing.
In het kader van een kennismaking heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de wijkagent van het gebied waar het hospice een tijdelijk onderkomen had gevonden en vertegenwoordigers van het hospice. De wijkagent heeft, zoals gebruikelijk, de lokale context van de wijk geschetst en besproken. Hoewel de politie mij heeft laten weten dat er geen negatief advies is gegeven of uitspraken zijn gedaan over het wel of niet garanderen van de veiligheid, is het gesprek door het bestuur en de directie van het hospice als ontmoedigend ervaren. Een groot deel van de vrijwilligers van het hospice heeft daarnaast aangegeven zich op en in de omgeving van deze tijdelijke locatie niet veilig te voelen. Dit betreur ik. In een omgeving waar vrijwilligers vanuit warme betrokkenheid werken, kan een dergelijk gevoel zwaar wegen. Vrijwilligers vormen de ruggengraat van een hospice. Dat het bestuur deze zorgen niet heeft willen negeren, begrijp ik. In een interne uitwisseling hierover is door het hospice in dit kader ongelukkigerwijs gesproken over een «negatief veiligheidsadvies». Het bestuur van het hospice heeft hiermee getracht gehoor te geven aan de zorgen die onder de vrijwilligers leefden. Hiermee werd nadrukkelijk geen dreiging of indicatie van onveiligheid voor de Joodse instelling bedoeld.
De gemeente Amsterdam zegt geen signalen of aanwijzingen te kennen dat het hospice zich niet veilig zou kunnen vestigen in stadsdeel Nieuw West. De gemeente is ook niet eerder gekend in de zorgen van het hospice over de veiligheid.2
Het hospice geeft in een persverklaring aan dat er tijdens de geplande verbouwing geen geschikte tijdelijke locatie is gevonden waar bewoners, medewerkers en vrijwilligers zich veilig en goed verzorgd kunnen voelen. Omdat het hospice niet kan functioneren zonder de inzet van vrijwilligers, heeft het bestuur de moeilijke beslissing moeten nemen om gedurende de verbouwing tijdelijk te sluiten.3
Wat vindt u ervan dat het Joods Hospice Immanuel om veiligheidsredenen geen tijdelijk onderdak kan vinden?
Er is geen sprake van dat het hospice om veiligheidsredenen geen tijdelijk onderdak kan vinden, zie ook mijn antwoord op vraag 2. Dat burgers – in dit geval de Joodse vrijwilligers van het hospice Immanuel – zich genoodzaakt zien om hun handelen te beperken door een gevoel van onveiligheid betreur ik.
Welke maatregelen uit de nationale strategie antisemitismebestrijding gaan ervoor zorgen dat een hospice zoals Immanuel wel een veilige plek kan vinden?
Er is geen indicatie dat de gevonden tijdelijke locatie niet veilig is. In de Strategie Bestrijding Antisemitisme staan diverse maatregelen die moeten bijdragen aan het veiligheidsgevoel, zoals de Taskfoce antisemitisme die zich bezig houdt met de veiligheid op stations en hoger onderwijs, aandacht voor slachtoffers van antisemitisme, vergroting van kennis bij politie en onderwijs om adequaat om te gaan met (signalen van) antisemitisme. Daarnaast is er aandacht voor ontmoeting tussen diverse groepen in de samenleving en kennismaking met het Joods leven in Nederland dat als doel heeft beelden en vooroordelen weg te nemen. De strategie wordt begin 2026 geactualiseerd. Dat biedt mogelijkheid om nadere accenten te zetten.
Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat de Joodse gemeenschap ongeacht de locatie veilig kan leven?
Ieder individu en iedere gemeenschap moeten ongeacht de locatie veilig kunnen leven in Nederland. Daar wordt iedere dag hard aan gewerkt. Ook in deze situatie is dit uitgangspunt leidend. Dit blijkt ook uit het antwoord raadsvragen in Amsterdam: «Het college geeft aan graag mee te hebben gedacht met de directie over wat er volgens hen nodig zou zijn (en mogelijk zou zijn) op de betreffende locatie, en bij zou kunnen dragen aan het veiligheidsgevoel van de bewoners, bezoekers en vrijwilligers.»
Wanneer dreigingsanalyses hiertoe aanleiding geven kan gerichter en intensiever aan de veiligheid worden gewerkt. De Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030 draagt hier verder aan bij. Behalve veiligheidsmaatregelen waaronder het veiligheidsfonds (zie vraag4 bevat deze strategie ook preventieve programma’s in onder andere onderwijs en sport om antisemitisme tegen te gaan in de gehele maatschappij.
Bent u bereid om met de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg in overleg te treden over de gevolgen van de tijdelijke sluiting voor het Joods Hospicle Immanuel? Zo ja, wilt u daarbij de financiële consequenties zoals gevolgen voor de subsidie betrekken? Zo nee, waarom niet?
Ik sta reeds in contact met de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg. Zij heeft onlangs een bezoek gebracht aan het hospice en blijft in contact met het hospice om te verkennen hoe de effecten van de sluiting zoveel mogelijk beperkt kunnen worden en palliatieve zorg voor Joodse mensen gewaarborgd blijft.
Bent u bereid om te kijken of het «Veiligheidsfonds voor bescherming Joods leven» een soelaas kan bieden voor het Joods Hospice Immanuel?
De stichting Joods Hospice Immanuel ontvangt een subsidie uit het Veiligheidsfonds, de «Regeling veiligheid Joodse instellingen 2025».5 Deze is aangevraagd voor beveiligingsmaatregelen aan het huidige pand dat verbouwd gaat worden.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen drie weken beantwoorden?
Dit is helaas niet gelukt.
Het bericht dat een Hamas-fan die betrokken was bij de terreuraanval van 7 oktober opduikt bij een pro-Palestijnse sit-in Amsterdam |
|
Geert Wilders (PVV), Marina Vondeling (PVV) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekent met het bericht «Hamas-fan die bij bloedbad 7 oktober was duikt op bij sit-in Amsterdam»?1
Ja.
Hoe is het mogelijk dat Al-Khatib die eigenhandig het geweld tijdens de terreuraanval van 7 oktober 2023 filmde, het moorden toejuichte en die Hamas openlijk verheerlijkt Nederland fluitend is binnengelopen zonder dat iemand hem tegenhield?
Het kabinet is er alles aan gelegen om de Nederlandse democratische rechtsstaat en vrijheden te beschermen tegen terrorisme en extremisme. Hamas werd in 2003 op de Europese sanctielijst terrorisme (GS931) geplaatst. Eventuele deelname aan deze terroristische organisatie is dan ook strafbaar en publieke steunbetuigingen aan Hamas worden met grote zorg bezien.
Ten aanzien van dat laatste werkt het kabinet aan een wetsvoorstel om zowel het verheerlijken van terrorisme als het openlijk betuigen van steun aan een terroristische organisatie strafbaar te stellen.
Tegelijkertijd geldt onverminderd dat het toepassen van strafrechtelijke of vreemdelingenrechtelijke maatregelen uitsluitend kan plaatsvinden binnen de wettelijke kaders en op basis van concrete feiten en toetsbare aanwijzingen. Indien er vermoedens zijn van strafbare feiten of wanneer er een rechtsgrond bestaat voor een inreisverbod of ongewenstverklaring, is het aan de daartoe bevoegde diensten om op basis van beschikbare informatie te beoordelen of er acties ondernomen moeten worden. Over individuele gevallen doet het kabinet geen uitspraken.
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat een gevaarlijke Hamas-terrorist hier vrij rondloopt en mee kan doen aan antisemitische demonstraties? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Wat is de nationaliteit en verblijfsstatus van Al-Khatib? Is hij op dit moment nog in Nederland? Zo ja, waarom is deze terroristenlover niet allang aangehouden en het land uitgegooid?
Zie antwoord vraag 2.
Hoeveel Hamas-aanhangers en terroristen lopen er op dit moment nog meer ongehinderd rond in Nederland? Graag een exact aantal en hun status.
Over exacte aantallen kan ik geen uitspraken doen. In het meest recente jaarverslag van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) staat wel beschreven dat Hamas al jaren actief is in Europa om financiële steun te verwerven.2 In Duitsland en Denemarken werden sinds eind 2023 meerdere personen aangehouden op verdenking van lidmaatschap van Hamas.
Deelt u de conclusie dat onze open grenzen een levensgevaarlijke uitnodiging is voor islamitisch terrorisme en dat dit beleid direct moet stoppen?
Om misbruik van migratiestromen en asielprocedures tegen te gaan is de afgelopen jaren door alle betrokken organisaties in de migratieketen, zowel in de dagelijkse praktijk als door middel van diverse onderzoeken, intensief aandacht besteed aan het onderkennen van signalen die de nationale veiligheid kunnen raken, alsmede het evalueren hiervan.
Het kabinet is niet bereid de grenzen te sluiten voor asielzoekers of immigranten op basis van herkomst uit zogenoemde «islamitische landen». Een dergelijke maatregel zou in strijd zijn met Nederlandse, Europese en internationale rechtsnormen, waaronder het verbod op discriminatie en het uitgangspunt dat asielverzoeken individueel worden beoordeeld.
Wel neemt het kabinet onverkort maatregelen om de toelating van personen die een risico voor de nationale veiligheid kunnen vormen te voorkomen. Daartoe worden bestaande bevoegdheden, zoals inreisverboden, ongewenstverklaringen en veiligheidschecks, actief ingezet en verder geoptimaliseerd. Het kabinet blijft inzetten op een streng, rechtvaardig en handhaafbaar asiel- en migratiebeleid binnen de rechtsstatelijke kaders.
Bent u eindelijk bereid de grenzen te sluiten voor asielzoekers en immigranten uit islamitische landen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 6.