Het bericht dat een Syrische familie wordt uitgezet naar Polen |
|
Sharon Gesthuizen (GL) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op de uitzending over de voorgenomen uitzetting van een Syrische familie naar Polen?1
Zoals uw Kamer bekend is, vind ik het niet wenselijk om in de beantwoording van Kamervragen in te gaan op individuele aspecten van een zaak. Dit geldt ook voor een deel van de hier gestelde vragen die een individueel karakter hebben. Wel licht ik graag het relevante beleid toe en beantwoord ik de gestelde beleidsmatige vragen.
Wat is de status van de Nederlandse asielaanvraag van deze Syrische familie?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u bekend met de klachten die er zijn over het opvangregime in Polen en de onmenselijke en vernederende manier waarop vreemdelingen daar worden behandeld?2 Wat is uw reactie op deze uitspraken en bevindingen? Wordt deze informatie betrokken bij het besluit of een Dublinclaim zal worden ingediend bij Polen? Zo nee, waarom niet?
Graag verwijs ik u naar mijn antwoorden van heden op de schriftelijke vragen van het lid Maij (PvdA), waarin ik inga op het rapport en de wijze waarop de Dublin Verordening wordt toegepast.
Deelt u de mening dat de inbewaringstelling van een gezin met minderjarige kinderen dat een asielaanvraag heeft ingediend in strijd is met in ieder geval de artikelen 15 tot en met 17 van de Terugkeerrichtlijn? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wordt dit meegenomen in het oordeel of deze familie wordt teruggestuurd naar Polen? Gaat u hierover in gesprek met Polen?
Het is niet aan de Nederlandse regering om te controleren of een stelsel in een andere lidstaat strijdig is met het EU-recht. Ieder EU-land is verantwoordelijk voor de uitvoering van de EU-wetgeving in zijn interne rechtsorde (tijdige omzetting, overeenstemming en correcte toepassing). De Europese Verdragen bepalen dat de Europese Commissie over de correcte toepassing van het EU-recht waakt. Als een EU-land het EU-recht niet eerbiedigt, kan de Europese Commissie op grond van artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie tegen die inbreuk optreden en zo nodig een zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie.
Meer in het algemeen kan ik u wel antwoorden dat sec een verblijf in bewaring tijdens de behandeling van het asielverzoek niet in strijd is met het EU-asielrecht.
Bent u bekend met de uitspraak van het Hof van Justitie dat overdrachten op grond van Verordening Dublin II niet mogen plaatsvinden wanneer (in dit geval) Nederland niet onkundig is van het feit dat door fundamentele tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen asielzoekers in (in dit geval) Polen een reëel risico lopen op onmenselijke of vernederende behandelingen? Hoe wordt dit uitgangspunt meegenomen in het Nederlandse asielbeleid en dan vooral bij de beoordeling of sprake is van Dublin II-situatie?3
Ja, ik ben bekend met dit arrest. Het vertrouwensbeginsel tussen de EU-lidstaten vormt de kern van het Dublinsysteem. Dit betekent dat de Nederlandse regering er, behoudens tegenbewijs, op mag vertrouwen dat de andere lidstaat, in dit concrete geval Polen, zijn internationale verplichtingen jegens asielzoekers nakomt. Door zowel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (M.S.S. tegen België en Griekenland, no. 30696/09) als het Hof van Justitie (N.S. tegen VK, no. C- 411/10) zijn in 2011 arresten gewezen over de grenzen waarbinnen uitvoering kan worden gegeven aan het interstatelijke vertrouwensbeginsel. Zoals ik in mijn antwoorden op de vragen van het lid Maij heb aangegeven, mag een overdracht naar een lidstaat niet plaatsvinden indien de vreemdeling in die lidstaat onmenselijk of vernederend wordt behandeld in de zin van artikel 3 EVRM of artikel 4 van het Handvest van de Grondrechten van de EU. Voorafgaande aan de overdracht van een asielzoeker wordt door de IND, en indien beroep is ingesteld door de rechtbank, getoetst of de overdracht niet in strijd is met deze bepalingen. De verklaringen van de betrokken vreemdeling en de rapporten van ngo’s worden hierbij betrokken. Zoals ik in mijn antwoorden aan het lid Maij ook heb aangegeven betekent een niet-naleving van een afzonderlijke bepaling uit (bijvoorbeeld) de EU-Opvangrichtlijn niet per definitie dat de asielzoeker in die lidstaat daarmee ook onmenselijk of vernederend wordt behandeld in de zin van artikel 3 EVRM of artikel 4 van het Handvest. Daarbij geldt dat indien de vreemdeling van mening is dat een lidstaat bijvoorbeeld de bepalingen uit de Opvangrichtlijn niet ten volle naleeft, dit in beginsel door hem moet worden opgebracht in de desbetreffende lidstaat.
Op welke wijze is onderzocht of de familie een zorgvuldige asielprocedure heeft kunnen starten in Polen? In hoeverre worden klachten van asielzoekers over mensenrechtenschendingen en slechte medische zorg in het eerste land van binnenkomst meegenomen in de afweging om hen daarnaar terug te sturen?
Zoals ik heb aangegeven acht ik het in beginsel onwenselijk inhoudelijke informatie te verstrekken over individuele gevallen. Meer in het algemeen kan ik antwoorden dat de verklaringen van een asielzoeker worden betrokken bij de toets of hij bij terugkeer in het eerste land van binnenkomst een reëel risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van de meergenoemde bepalingen. Zoals ik ook heb aangegeven in mijn antwoorden op de vragen van het lid Maij kan uit de mij bekende rapporten niet worden opgemaakt dat asielzoekers in Polen structureel toegang tot de asielprocedure, opvang of medische zorg wordt onthouden.
Erkent u dat de verschillen tussen landen en hun asielprocedures en opvangvoorzieningen nu niet opgelost kunnen worden door het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel? Erkent u dat hierdoor vluchtelingen de kans lopen de dupe te worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat zij nog steeds het risico lopen om alsnog blootgesteld te worden aan onmenselijke of vernederende behandelingen? Zo ja, hoe gaat u dit voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Door de beide EU-wetgevers, Raad en Europees Parlement, is recent een politiek akkoord bereikt over de herschikte asielverordeningen en richtlijnen die de wettelijke grondslag vormen van de tweede fase van het GEAS. Medio 2013 wordt deze wetgeving formeel aangenomen. Met de herschikte verordeningen en richtlijnen, waaronder de Opvangrichtlijn, worden de asielstelsels in de lidstaten in verdergaande mate geharmoniseerd. Echter ook in deze tweede fase van het GEAS zullen er verschillen blijven bestaan in asielprocedures en medische- en opvangvoorzieningen. Zoals uiteengezet in mijn antwoord op vraag 5 zijn aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel grenzen gesteld en mag een overdracht in kader van de Dublin Verordening niet plaatsvinden indien deze in strijd is met artikel 3 EVRM of artikel 4 van het Handvest. Deze toets zal ook centraal staan bij de toepassing van de Dublin Verordening in de tweede fase van het GEAS.
Bent u tot slot bereid de zaak van deze Syrische familie te herzien? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 1.
Trauma's in de schoolbank |
|
Michel Rog (CDA) |
|
Sander Dekker (staatssecretaris onderwijs, cultuur en wetenschap) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de radio-uitzending «Trauma’s in de schoolbank»?1
Ja.
Deelt u de mening dat deze kinderen – die veelal getraumatiseerd zijn door hun ervaringen gecombineerd met de onzekerheid over een eventuele uitzetting – meer ondersteuning behoeven dan normale kinderen? Zo nee, waarom niet? Bent u van mening dat zolang deze kinderen in Nederland verblijven zij recht hebben op goed onderwijs dat is aangepast aan hun specifieke behoeftes?
Ik zou me kunnen voorstellen dat deze kinderen andere ondersteuning behoeven dan normale kinderen. Er wordt momenteel geïnventariseerd welke kosten de leerlingpopulatie van een AZC-school die is verbonden aan een Gezinsopvang locatie met zich meebrengt. Als er blijkt dat er sprake is van meer kosten dan waar in de bekostiging rekening mee is gehouden, ligt een oplossing in de financiële sfeer voor de hand. De concrete uitwerking hiervan vindt zo spoedig mogelijk plaats, zodat deze met ingang van het nieuwe schooljaar geïmplementeerd zou kunnen worden. Alle kinderen in Nederland hebben recht op goed onderwijs, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met hun behoeftes.
Deelt u de mening dat het vanwege de bijzondere omstandigheden van deze kinderen en de niveauverschillen tussen de kinderen niet mogelijk is om deze kinderen te plaatsen in een gemiddelde groepsgrootte van 24 kinderen, maar dat zij in een veel kleinere groep van 10–12 leerlingen zouden moeten zitten? Zo ja, waarom worden deze scholen dan toch bekostigd als waren het normale scholen met een normale leerlingenpopulatie? Zo nee, waarom niet?
AZC-scholen worden niet bekostigd voor een gemiddelde groepsgrootte van 24 kinderen. AZC-scholen hebben veel gewichtenleerlingen en ontvangen voor deze leerlingen gewichtenmiddelen. Deze middelen worden onder andere ingezet om extra leerkrachten aan te trekken, waardoor er kleinere groepen samengesteld kunnen worden.
In het antwoord op vraag 2 heb ik aangegeven dat er momenteel een inventarisatie plaats vindt welke extra kosten de opvang van deze asielzoekerskinderen met zich mee brengen. Die extra kosten zouden wellicht veroorzaakt kunnen worden doordat de AZC-school te werk gaat met (nog) kleinere groepen vanwege specifieke problemen waar deze kinderen mee te maken hebben. Als blijkt dat dit het geval is zal dat worden meegenomen in de hiervoor genoemde concrete uitwerking.
Wat is de reden dat noodzakelijke ondersteuning voor deze scholen en kinderen, zoals bijvoorbeeld speltherapeuten en schoolmaatschappelijk werk, niet structureel worden bekostigd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de desbetreffende gemeenten?
Scholen voor primair onderwijs ontvangen een lumpsum bekostiging. Scholen kunnen zelf de afweging maken of ze hieruit een speltherapeut en/of een schoolmaatschappelijk werker willen bekostigen. AZC- scholen kunnen ook aanspraak maken op extra bekostiging op grond van de gewichtenregeling en op bijzondere en aanvullende bekostiging op grond van artikel 31 en 32 van de Regeling bekostiging personeel PO 2012–2013 (Staatsblad 6657, d.d. 5 april 2012) voor respectievelijk toename van het aantal asielzoekersleerlingen en voor de eerste opvang van vreemdelingen die korter dan een jaar in Nederland zijn. De extra (bijzondere) bekostiging kunnen scholen ook inzetten voor de inzet van extra personeel zoals een schoolmaatschappelijk werker of een speltherapeut.
Is het mogelijk om deze scholen een cluster 4 bekostiging te geven, ook al hebben deze kinderen geen gedragsstoornis maar een trauma dat bepaald gedrag veroorzaakt?
Nee. De AZC-scholen zijn reguliere scholen voor primair onderwijs. Zie verder het antwoord op vraag 2.
Indien een cluster 4 bekostiging niet mogelijk is, is het dan mogelijk deze scholen expertisebekostiging toe te kennen op basis van de door hun opgedane kennis en ervaring, zoals sommige scholen in cluster 3, bijvoorbeeld de epilepsiescholen, expertisebekostiging krijgen?
De uitzetting van een ernstig zieke vreemdeling |
|
Gerard Schouw (D66), Sharon Gesthuizen (GL), Linda Voortman (GL), Joël Voordewind (CU) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op de uitzetting van de ernstig zieke vreemdeling uit Togo, die al ruim elf jaar geleden als alleenstaande minderjarige asielzoeker naar Nederland kwam?1
Zoals uw Kamer bekend is, vind ik het niet wenselijk om in de beantwoording van kamervragen in te gaan op individuele aspecten van een zaak. Dit geldt ook voor een deel van de hier gestelde vragen die een individueel karakter hebben. Wel licht ik graag het relevante beleid toe en beantwoord ik graag de gestelde beleidsmatige vragen.
Wanneer een vreemdeling zich gemotiveerd beroept op medische gronden die terugkeer in de weg staan, zal de IND aan Bureau Medische Advisering (BMA) onder meer vragen of de vreemdeling in staat is om te reizen en of er bij terugkeer van betrokkene een medische noodsituatie dreigt bij uitblijven van een benodigde behandeling. Indien laatstgenoemde situatie zich voordoet, wordt BMA tevens verzocht de vraag te beantwoorden of er behandelmogelijkheden zijn in het land waarnaar terugkeer dient plaats te vinden. Indien de vreemdeling niet in staat is om te reizen, of indien er bij terugkeer geen of onvoldoende behandelmogelijkheden beschikbaar zijn, wordt door de IND op grond van artikel 64 Vw 2000 aan de betreffende vreemdeling rechtmatig verblijf gegeven.
Wanneer lokale bestuurders aandacht vragen voor een individuele zaak en mij verzoeken gebruik te maken van mijn discretionaire bevoegdheid, is dat voor de IND aanleiding het dossier van de betreffende vreemdeling te lichten, de aangedragen informatie te wegen en met advies voor te leggen. Op deze wijze is geborgd dat het (lokale) maatschappelijk belang kan worden meegewogen in het geheel van alle relevante factoren. Ik wil erop wijzen dat dit belang op zichzelf nooit tot verblijfsrecht kan leiden; het nemen van een beslissing plaats vindt tegen de achtergrond van het geldende beleid en het volledige dossier.
Ik heb in het debat over de regeling langdurig verblijvende kinderen aangegeven dat «worteling» niet het perspectief is van waaruit de regeling is vorm gegeven. «Worteling» is een begrip dat nauwelijks in objectieve criteria is te vatten en vormt als zodanig dan ook geen onderdeel van de beoordeling van een zaak. Daarnaast is in algemene zin de verblijfsduur nooit een zelfstandig criterium in de beoordeling van een aanvraag.
Hoe komt het dat de totale duur van de verblijfsprocedures van deze man ruim elf jaar lang kan duren? Waarom is de overheid in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank dat deze man mocht blijven?
Zie antwoord vraag 1.
Is onderzocht of in Togo de benodigde medische zorg aanwezig is voor getraumatiseerde jongeren met angsten en depressies? Is deze toegankelijk voor elke zorgbehoevende?
Zie antwoord vraag 1.
Welke waarde hecht u aan het standpunt van het College van Burgemeester & Wethouders en de meerderheid van de Zwolse gemeenteraad dat deze man goed is geïntegreerd, als kind geworteld is geraakt in deze maatschappij, wegens zijn gezondheidstoestand altijd uitstel heeft gekregen van vertrek en uitzetting wegens zijn posttraumatische stressstoornis deze gezondheidstoestand zal doen verslechteren? Waarom heeft u aan hun oproep geen gehoor gegeven?
Zie antwoord vraag 1.
Deelt u de mening dat asielkinderen die vanaf hun 15e in Nederland wonen na ruim elf jaar verblijf net zo geworteld en geïntegreerd zijn als de kinderen die onder de regeling langdurig verblijf kinderen vallen en dat uitzetting van deze adolescenten, vooral als zij ernstig ziek zijn, ook ernstige schade kan opleveren? Zo ja, is hier in deze zaak rekening mee gehouden? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 1.
Bent u bereid om deze zaak nog eenmaal goed te herzien en gebruik te maken van uw discretionaire bevoegdheid?
Zie antwoord vraag 1.
De zorgelijke toename van het aantal herhaalde asielaanvragen |
|
Gerard Schouw (D66) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Waarom worden herhaalde aanvragen ingediend?1
Vreemdelingen kunnen uiteenlopende redenen hebben om een tweede of volgende aanvraag in te dienen. In sommige gevallen houdt dit bijvoorbeeld verband met gewijzigd beleid. In die gevallen is het ook logisch dat de vreemdeling een 2e of volgende aanvraag indient. Echter, niet in alle gevallen is er sprake van nieuwe feiten en omstandigheden. Vreemdelingen grijpen soms iedere strohalm aan om nieuwe procedures te starten. Met het pakket Stroomlijning Toelatingsprocedures wil ik voorkomen dat er steeds maar weer zinloze procedures worden opgestart en gestapeld, onder andere door: een uitgebreidere toetsing van een eerste asielaanvraag, differentiatie van de vergoeding rechtsbijstand en een zeer snelle afdoening van vervolgprocedures.
Is de toename van het aantal herhaalde aanvragen toe te schrijven aan de achtdagenprocedure?
De stijging van het aantal tweede en volgende aanvragen is al zichtbaar vanaf 20092, en toen was de verbeterde asielprocedure nog niet in werking getreden.
Aanvragen die in de 8-daagse procedure zijn behandeld hebben door afspraken die hierover zijn gemaakt met de rechtbanken, in totaal wel een korte(re) doorlooptijd. Dit betekent dat de beslissingen op deze aanvragen eerder onherroepelijk zijn geworden, waardoor het indienen van een tweede of volgende aanvraag sneller dan voorheen kan plaatsvinden.
Welke beleidswijzigingen leiden tot extra herhaalde aanvragen?
Er kan sprake zijn van «bijzondere ontwikkelingen» in het beleid, zoals bijvoorbeeld in 2011 de uitspraak van het EHRM3 inzake Dublin Griekenland, waarbij alle asielzoekers die op het moment van de uitspraak in Nederland verbleven en van wie volgens de criteria van de Dublinverordening was vastgesteld dat Griekenland verantwoordelijk was, in de Nederlandse asielprocedure moesten worden opgenomen, en de invoering van nieuw beleid voor Somalië, die leiden tot een toename van het aantal tweede en volgende aanvragen.
Van belang is dat er altijd sprake zal zijn van «bijzondere ontwikkelingen», nu de situatie in een land van herkomst kan wijzigen. Waar het in 2011 eerdergenoemde groepen betrof, kan dat in 2013 weer andere groepen betreffen.
In hoeveel procent van de gevallen wordt bij een herhaalde aanvraag alsnog tot inwilliging overgegaan?
De gefaseerde invoering van het nieuwe systeem van de IND, INDiGO, heeft tot gevolg dat er op dit moment sprake is van een beperkte informatievoorziening. Als gevolg van deze beperkingen kan ik deze vraag thans niet beantwoorden. Over de voortgang van de gefaseerde invoering bent u eerder geïnformeerd middels de brief van 19 februari 20134.
Bent u bereid de toename van het aantal herhaalde aanvragen te onderzoeken in het kader van de Beleidsvisie Stroomlijning Toelatingsprocedures?
Vanaf 2009 is al een stijging van het aantal tweede en volgende aanvragen zichtbaar. Uit de Rapportage Vreemdelingenketen over de 2e helft van 2011 blijkt dat er in 2011 sprake was van een stijging van 68% ten opzichte van 20105. Uit de cijfers over 2012 blijkt dat de stijging 26% is ten opzichte van 20116.
De toename van het aantal tweede en volgende aanvragen was reden om deze categorie bijzondere aandacht te geven in de voorbereiding van de Beleidsvisie Stroomlijning Toelatingsprocedures. Dit heeft uiteindelijk geleid in een aantal maatregelen die samen moeten leiden tot een daling van het aantal tweede en volgende aanvragen. Dit betreft o.a. een uitgebreidere toetsing bij de eerste asielaanvraag, differentiatie van de vergoeding rechtsbijstand, en een zeer snelle beoordeling van vervolgaanvragen.
Ik zal de oorzaken van de toename van het aantal tweede en volgende aanvragen in dit kader dus nu niet verder onder de loep nemen. Wel zal ik bij de evaluatie van het Programma Invoering Verbeterde Asielprocedure (PIVA) die in de tweede helft van dit jaar zal plaatsvinden, aandacht besteden aan (de toename van het aantal) tweede en volgende aanvragen. Overigens zullen er altijd bijzondere ontwikkelingen zijn, die leiden tot het indienen van een tweede of volgende aanvraag.
De uitvoering van de “koudweerregeling” die regelt dat uitgeprocedeerde vreemdelingen niet uit de opvang worden geplaatst als het vriest |
|
Malik Azmani (VVD), Marit Maij (PvdA) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Onder verwijzing naar de regeling die bepaalt dat er geen uitgeprocedeerde vreemdelingen op straat worden gezet als er sprake is van vrieskou1, kunt u aangeven wat in de uitvoering van deze regeling precies de criteria zijn wanneer deze vreemdelingen wel en niet uit de opvang kunnen worden geplaatst?
In de brief aan uw Kamer (Kamerstuk II 19 637, nr. 1386) naar welke in voetnoot 1 wordt verwezen, staat vermeld dat er geen sprake is van een formele «koudweerregeling». Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) draagt er, waar nodig in afstemming met andere ketenpartners, zorg voor dat tijdens een periode van vorst de opvang van uitgeprocedeerde vreemdelingen niet beëindigd wordt, indien voor de betreffende vreemdeling niet op andere wijze in onderdak is voorzien. In de uitvoering staat deze werkwijze bekend als «de vorstcoulance».
Herkent u signalen dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) na, of kort voor, 22 maart 2013 vreemdelingen op straat heeft gezet terwijl sinds die datum de koudweerregeling, in verband met de vrieskou, van kracht is? Zo ja, wat is hiervoor de verklaring?
Nee, deze signalen herken ik niet. Het COA heeft mij desgevraagd ook aangegeven geen vreemdelingen op straat te hebben gezet op de momenten dat de vorstcoulance van kracht was. Dat geldt ook voor de vorstcoulance die op 22 maart 2013 van kracht is geworden en op 11 april is opgeheven. Wel hebben in de afgelopen maanden uiteraard ontruimingen plaatsgevonden op de momenten dat de vorstcoulance niet van toepassing was. Zo was van 20 tot 22 maart geen sprake van een vorstcoulance. Ook in de weken tussen 5 maart en 11 maart en tussen 29 januari en 11 februari was er geen vorstcoulance van kracht.
Hoe gaan uw diensten om met de situatie waarbij er feitelijk nog geen vorst is, maar die op korte termijn wel verwacht wordt?
Bent u bereid in overleg te treden met gemeenten over de uitvoering van de koudweerregeling, zodat hieromtrent het landelijke beleid met het lokale beleid kan worden afgestemd, mede nu op straat gezette vreemdelingen doorgaans in gemeenten op zoek gaan naar onderdak?
Het COA kondigt wanneer verwacht wordt dat gedurende enige tijd de temperatuur onder nul komt, de toepassing van de vorstcoulance af. In het geval daaraan voorafgaand een ontruiming gepland is zullen de uitvoerende diensten in redelijkheid met elkaar tot een passende beslissing komen. Deze beslissing kan er toe leiden dat, gelet op de verwachte vorst, een geplande ontruiming wordt opgeschort.
Mogelijk misbruik van de kennismigrantenregeling |
|
Sietse Fritsma (PVV), Roland van Vliet (PVV) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Frans Weekers (staatssecretaris financiën) (VVD) |
|
|
|
|
Hoe vaak komt het voor dat vreemdelingen het verblijfsdoel van een bestaande verblijfsvergunning veranderen in «verblijf als kennismigrant»?
In 2010 en 2011 hebben respectievelijk 1.130 en 1.260 vreemdelingen hun beperking gewijzigd in ‘verblijf als kennismigrant’.
Erkent u dat het belastingvoordeel voor kennismigranten of expats, dat maar liefst 30% van het inkomen onbelast laat, is bedoeld ter compensatie van kosten die samenhangen met de verhuizing naar Nederland? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen gaat u treffen om bedoeld belastingvoordeel niet te verlenen aan kennismigranten die reeds op grond van een ander verblijfsdoel in Nederland waren?
Werknemers die tijdelijk naar het buitenland of naar Nederland worden uitgezonden, krijgen van hun werkgever vaak een vergoeding voor de extra kosten van dat verblijf buiten het land van herkomst, de zogenoemde extraterritoriale kosten. Deze kosten kunnen door de werkgever forfaitair tot maximaal 30% van het loon onbelast worden vergoed of de werkgever kan de werkelijke extraterritoriale kosten onbelast vergoeden. Verhuiskosten als zodanig vormen geen extraterritoriale kosten. Verhuiskosten kunnen door de werkgever aan de werknemer tot een bepaalde hoogte vrij van belasting worden vergoed of bij toepassing van de werkkostenregeling tot een bepaalde hoogte gericht worden vrijgesteld.
Werknemers die reeds op grond van een ander verblijfsdoel in Nederland verblijven, komen niet in aanmerking voor de 30%-regeling, tenzij zij in Nederland als student, stagiair of promovendus verblijven. Overigens komen kennismigranten niet automatisch in aanmerking voor de 30%-regeling. Voor de toepassing van de 30%-regeling gelden zelfstandige voorwaarden.
Het ontbreken van Nederlandse immigratie en asiel gegevens in de rapportages van Eurostat |
|
Gerard Schouw (D66) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het nieuwsbericht van Eurostat dat het aantal geregistreerde asielverzoeken in de 27 lidstaten is gestegen met 330.000 aanvragen?1
Ja. Het bericht luidt dat de aanvragen zijn gestegen tot meer dan 330.000.
Waarom ontbreken de gegevens van Nederland in de overzichten? Zullen deze gegevens nog aan Eurostat geleverd worden zodat de landenoverzichten compleet kunnen worden gemaakt?
Nederland levert de asielgegevens periodiek aan Eurostat ten behoeve van hun overzichten. De bron van deze gegevens is het informatiesysteem van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Als gevolg van de conversie van dossiers van het oude IND-systeem INDIS naar het nieuwe informatiesysteem INDiGO was het nog niet mogelijk om Eurostat de Nederlandse asielcijfers over 2012 te leveren. Nadat de conversie van de actieve dossiers 2012 is voltooid, zullen de gegevens met terugwerkende kracht beschikbaar worden gesteld. Op dat moment zullen ook de landenoverzichten kunnen worden gecompleteerd.
Kunt u een schatting geven van de ontbrekende gegevens?
Het is nog niet mogelijk Eurostat te voorzien van de Nederlandse aantallen asielaanvragen uitgesplitst naar nationaliteit ten behoeve van de landenoverzichten waar u naar verwijst. Het is op dit moment ook niet mogelijk van de uitsplitsingen naar nationaliteit een betrouwbare schatting te geven.
Is INDiGO de enige bron voor de migratiecijfers? Gedurende welke periode is het niet mogelijk geweest om management informatie uit INDiGO op te halen vanwege de implementatie van het systeem?
De IND is niet de enige leverancier van Nederlandse gegevens voor de «International Migration and Asylum» data van Eurostat. Deze data zijn afkomstig van meerdere organisaties in de Vreemdelingenketen. De IND is wel de enige bron van de gegevens over beoordelingen van verblijfsaanvragen en daarmee van de gegevens over asielaanvragen in de betreffende Eurostat overzichten. Deze werden voorheen gegenereerd door het IND-systeem INDIS en zullen naar verwachting binnenkort worden betrokken uit het nieuwe systeem INDiGO.
De conversie van de actieve dossiers 2012/2013 naar INDiGO is gestart in september 2012 en zal naar verwachting in het voorjaar van 2013 zijn voltooid. Tijdens deze periode is het niet mogelijk om managementinformatie te leveren. Hierover is in de 4e voortgangsrapportage INDiGO2 aan uw Kamer gerapporteerd.
Beschikt u ook over terugkeercijfers van herkomstlanden, dat wil zeggen het aantal asielzoekers dat na een al dan niet gedwongen uitzetting door hun herkomstland teruggestuurd wordt naar Nederland? Zo ja, kunt u die gegevens aan de Kamer toesturen? Zo nee, zullen deze gegevens wel beschikbaar zijn als INDiGO volledig werkt?
Over dergelijke cijfers, terugkeercijfers van herkomstlanden, beschik ik niet. Dergelijke cijfers zullen ook niet beschikbaar worden als INDiGO volledig werkt.
De zelfmoordpogingen in grensdetentie |
|
Sharon Gesthuizen (GL) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de zelfmoordpogingen in grensdetentie van twee asielzoekers op vrijdag 1 maart en donderdag 14 maart 2013?
Ik ben bekend met een poging tot suïcide op 1 maart 2013 in Justitieel Complex Schiphol. Een poging tot suïcide in grensdetentie op 14 maart 2013 is mij niet bekend.
Klopt het dat bij beiden vanaf begin af aan duidelijk was dat er sprake was van ernstige psychische problemen? Zo ja, waarom wordt bij gevallen als deze toch besloten grensdetentie niet op te heffen en ze op te vangen in bijvoorbeeld een GGZ-instelling?
Alle ingeslotenen worden na binnenkomst gezien door een verpleegkundige van de medische dienst. Indien daartoe aanleiding bestaat, zoals bijvoorbeeld in geval van suïcidale uitlatingen of andere aanwijzingen die duiden op ernstige psychische problematiek, vindt overleg plaats tussen de verpleegkundige en de dienstdoende huisarts. Aangezien er bij binnenkomst geen aanleiding was om ingeslotene door te verwijzen of anderszins actie te ondernemen op basis van de medische en/of psychische situatie, is in dit geval gehandeld conform deze standaard procedure.
Op 25 januari 2013 is de betreffende ingeslotene door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) telefonisch bericht dat zijn asielverzoek was afgewezen. Kort na dit gesprek heeft de ingeslotene suïcidale uitlatingen gedaan. Dientengevolge heeft een gesprek plaatsgevonden met de huisarts. Met de ingeslotene is de afspraak gemaakt om – indien nodig – tijdig hulp te vragen. De ingeslotene is later nog op 3 en 19 februari jl. gezien door de medische dienst in verband met medische klachten.
Ofschoon in het onderhavige geval niet aan de orde, kunnen zich situaties voordoen waarin plaatsing in detentie niet verantwoord is. Dit kan zijn ingegeven door dringende redenen van lichamelijke of psychische aard, gelegen in de persoon van de gedetineerde, waarbij binnen de inrichting de middelen ontbreken om de benodigde zorg voor deze gedetineerde op verantwoorde wijze te leveren. Bij een vermoeden van een dergelijke situatie kan een onderzoek worden verricht naar de detentiegeschiktheid. Dit onderzoek kan door de advocaat worden aangevraagd of op initiatief van de directeur van het detentiecentrum worden opgestart. Een onafhankelijke deskundige voert het onderzoek uit.
Hoe is de psychische en medische zorg ingericht in grensdetentie?
Uitgangspunt is dat de zorg die wordt geboden in de detentiecentra gelijkwaardig is aan de basiszorg die beschikbaar is buiten de detentiecentra. Zoals ik reeds heb vermeld in het antwoord op vraag 2 wordt bij binnenkomst zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen 24 uur, een medische intake uitgevoerd door een verpleegkundige van de medische dienst. Deze intake is bedoeld om een algemeen gezondheidsbeeld vast te stellen en – indien nodig – de ingeslotene op het spreekuur van de huisarts in te plannen. Psychische problematiek vormt een onderdeel van de intake. Bij signalen van suïcidaliteit vindt volgens het protocol overleg plaats met de dienstdoende huisarts.
De medische dienst van het Justitieel Centrum Schiphol is vierentwintig uur per dag op de locatie aanwezig. Op werkdagen is er van 08:00 uur tot 17:00 uur een huisarts aanwezig. Ook buiten deze tijden is de huisarts bereik- en beschikbaar voor consulten. Voor wat betreft de geestelijke zorg geldt dat dagelijks psychologen aanwezig zijn voor consulten en crisisinterventies. Anderhalve dag per week is er een psychiater aanwezig die ook bereikbaar is buiten deze dagen om. Tenslotte vindt wekelijks psycho-medisch overleg plaats. Iedere ingeslotene kan zich aanmelden voor het spreekuur van de zorgverleners. Ook de verschillende zorgverleners kunnen ingeslotenen aanmelden voor het psycho-medisch overleg. Indien noodzakelijk kan worden doorverwezen naar tweedelijns zorg.
Wat is de standaardprocedure in grens- en vreemdelingendetentie in het algemeen na een zelfmoordpoging? Welke instanties worden geïnformeerd? Klopt het dat na deze twee zelfmoordpogingen de advocaten niet op de hoogte zijn gesteld door Justitieel Complex Schiphol? Zo ja, waarom niet en betekent dit dat advocaten nooit op de hoogte worden gesteld van zelfmoord(poging)en?
Na een poging tot suïcide staat de zorg en nazorg aan de betreffende ingeslotene voorop. Indien sprake is van lichamelijk letsel wordt eerst medische zorg geboden. Daarnaast vindt direct een gesprek plaats met een arts, psycholoog of psychiater. De invulling van de (na)zorg vergt maatwerk. Er moet zorgvuldig worden gekeken naar het gevaar dat de ingeslotene op dat moment en mogelijk op een later moment, nog voor zichzelf vormt.
Van een poging tot suïcide wordt altijd melding gemaakt. De verantwoordelijke directeur op het hoofdkantoor van DJI bepaalt, op basis van de specifieke omstandigheden van het geval, of deze melding moet worden doorgezet naar mij.
Advocaten staan ingeslotenen bij in juridische procedures. In dit verband bestaat tussen de advocaat en de ingeslotene een vertrouwelijke band waarbinnen de ingeslotene voor de rechtsgang relevante (medische en psychische) informatie kan delen. Dit is dus aan de ingeslotene zelf. Indien hiertoe aanleiding bestaat kan de advocaat – met toestemming van de ingeslotene – inzage krijgen in het medisch dossier van de ingeslotene.
Is er in deze twee gevallen besloten om over te gaan tot afzondering of isolatie? Zo ja, waarom en voor hoe lang? Deelt u de mening dat bij zelfmoordpogingen niet tot isolatie over moet worden gegaan en dat medische behandeling voorop staat?
In het geval van de ingeslotene die een poging tot suïcide heeft gedaan op 1 maart jl., is in eerste instantie niet overgegaan tot afzondering ter observatie, maar is de ingeslotene na een oproep van de medische dienst door een ambulance naar een regulier ziekenhuis gebracht. Bij terugkomst op 3 maart jl. is de ingeslotene, omdat hij nog steeds suïcidaal was, overgebracht naar een observatiecel met cameratoezicht ter bescherming van zichzelf. De ingeslotene is vanaf dat moment dagelijks gezien door de medische dienst en is voorts begeleid door de psycholoog. Vanaf 5 maart jl. tot zijn overplaatsing naar detentiecentrum Rotterdam op 25 maart jl., heeft de ingeslotene overdag op de (leef)afdeling, dus samen met de andere ingeslotenen, gerecreëerd en ’s nachts ter observatie onder cameratoezicht geplaatst.
Zoals ik reeds in het antwoord op vraag 4 heb vermeld, wordt bij de (na)zorg maatwerk geleverd. Indien er een indicatie is dat risico bestaat op herhaling, kan het noodzakelijk zijn over te gaan tot plaatsing ter observatie in een afzonderingscel. Zolang de ingeslotene in een afzonderingscel verblijft, wordt hij of zij dagelijks gezien door een gedragsdeskundige. De aard en frequentie van de contactmomenten worden op de situatie van de ingeslotene afgestemd.
Tot plaatsing in een afzonderingscel wordt alleen overgegaan als de ingeslotene een direct gevaar vormt voor zichzelf.
Klopt het dat het hier gaat om vreemdelingen die wachten op terugkeer in het kader van de Dublin-Verordening? Klopt het dat bij één van hen het claimverzoek is geweigerd, maar dat door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een herhaald verzoek is ingediend? Zo ja, waarom? Welke gronden leiden ertoe dat een dergelijk herhaald verzoek wordt ingediend in plaats van dat in een asielzoekerscentrum (AZC) de beslissing op de asielaanvraag mag worden afgewacht?
In de zaak van de ingeslotene die op 1 maart jl. een poging tot suïcide deed, ging het inderdaad om een zaak waarin Nederland een verzoek had ingediend bij een ander land om de vreemdeling over te nemen. Met een zaak waarin het claimverzoek zou zijn geweigerd en door de IND een herhaald verzoek zou zijn ingediend, ben ik niet bekend. In algemene zin geldt dat wanneer blijkt dat a) een vreemdeling een asielverzoek in een ander land heeft ingediend, b) de vreemdeling bekend is in een ander land in verband met een illegale inreis, of c) een ander land verantwoordelijk is op basis van mondelinge verklaringen en/of schriftelijk bewijs, de IND zo snel mogelijk een terugnameverzoek zendt aan de betreffende Lidstaat. Het betreffende land dient hierop binnen 2 weken te reageren. Het kan voorkomen dat een claim in eerste instantie wordt afgewezen, bijvoorbeeld omdat deze niet volledig is. Verder kan op een later moment informatie bekend worden op grond waarvan een herhaald verzoek opportuun is.
Zitten deze twee vreemdelingen nog steeds in grensdetentie? Zo ja, waarom? Deelt u de mening dat mensen met psychische problematiek niet geschikt zijn voor grensdetentie en dat zij gebruik moet kunnen maken van beschikbare alternatieven? Zo nee, waarom niet?
De ingeslotene die op 1 maart jl. een poging tot suïcide deed, verblijft niet meer in grensdetentie. Bij de plaatsing in grensdetentie wordt op individueel niveau altijd een afweging gemaakt tussen het grensbelang en het persoonlijk belang van de vreemdeling. Europeesrechtelijk is de Nederlandse regering verplicht om vreemdelingen die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoen de toegang te weigeren tot het Schengengrondgebied. Dit geldt ook voor vreemdelingen met psychische problemen. Zoals ik eerder al op de vragen van het Lid Arib heb geantwoord1, onderzoek ik de mogelijkheden om verantwoorde alternatieven toe te passen voor grensdetentie in geval van specifieke categorieën asielzoekers. Het gaat dan bijvoorbeeld om asielzoekers die in afwachting zijn van de overdracht in het kader van de Dublin-verordening. Ik zal in dit kader ook kijken naar de groep asielzoekers met psychische problemen.
Ik zal de bevindingen in mijn toekomstvisie over vreemdelingenbewaring en alternatieve toezichtmiddelen bij terugkeer meenemen. Deze toekomstvisie zal ik voor het zomerreces aan uw Kamer sturen.
Bent u bereid om voor het zomerreces te onderzoeken of er verantwoorde alternatieven beschikbaar zijn voor Dublinclaimanten en voor asielzoekers met psychische problemen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 7.
Het rapport ‘Verloren tijd’ |
|
Fleur Agema (PVV), Sietse Fritsma (PVV) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Martin van Rijn (staatssecretaris volksgezondheid, welzijn en sport) (PvdA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het rapport «Verloren tijd», waarin het advies staat dat asielzoekers dagbesteding moeten krijgen?1
Ja, dit advies is mij op 22 maart 2013 aangeboden.
Deelt u de mening dat het van de zotte is dat er zwaar bezuinigd gaat worden op de dagbesteding van ouderen, gehandicapten, en andere hulpbehoevenden, maar dat asielzoekers wel dagbesteding zouden moeten krijgen? Zo nee, waarom niet?
Zoals te doen gebruikelijk wordt binnen drie maanden na verschijning van een rapport van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer aangeboden. Op dit moment beraad ik mij op de inhoud van het rapport en de strekking van de aanbevelingen. Natuurlijk spelen de economische situatie en de noodzaak om vertrek te realiseren van vreemdelingen zonder verblijfsrecht in Nederland, een rol bij de beoordeling hiervan.
Deelt u de mening dat opvang van asielzoekers op een humane, maar zo sober mogelijke manier dient plaats te vinden en dat niet overgegaan moet worden tot verruiming van de mogelijkheden tot educatie en recreatie? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u voorts de mening dat asielzoekers, zolang zij geen verblijfsrecht in Nederland hebben verkregen, hun tijd en energie dienen te besteden aan het voorbereiden op de terugkeer naar het land van herkomst in plaats van aan bijvoorbeeld het volgen van cursussen? Zo nee, waarom niet?
Zie antwoord vraag 2.
Bent u bereid dit waardeloze rapport vandaag nog in de papierversnipperaar te doen?
Zie antwoord vraag 2.
De prejudiciële vragen die de Raad van State heeft gesteld over de beoordeling van de homoseksualiteit van vreemdelingen |
|
Jeroen Recourt (PvdA) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «RvS stelt vragen bij homotest»?1
Ja.
Welke gevolgen heeft deze uitspraak van de Raad van State voor uw beleid en de beslispraktijk van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ten aanzien van homoseksuele asielzoekers?
De vragen die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft gesteld hebben geen invloed op mijn beleid dan wel op de beslispraktijk van de IND. Ik ben van mening dat het Nederlandse beleid ten aanzien van LHBT’s zorgvuldig is en ook door de IND zorgvuldig wordt uitgevoerd, in lijn met het geldende Europese recht. Ik zal uiteraard alle medewerking verlenen aan het beantwoorden van de door de Afdeling gestelde vragen. De prejudiciële vragen zullen geen invloed hebben op de wijze waarop aanvragen worden behandeld en procedures in zaken van homoseksuele asielzoekers door mij worden gevoerd. Het is aan de rechter of procedures in (hoger) beroep zullen worden aangehouden. Indien een zaak wordt aangehouden wordt aan de betreffende vreemdeling opvang verleend.
Heeft de uitspraak tot gevolg dat lopende individuele toelatingsprocedures van asielzoekers, waarbij de geloofwaardigheid van gestelde homoseksualiteit in het geding is, aangehouden moeten worden totdat het Europese Hof de vragen van de Raad van State heeft beantwoord?
Zie antwoord vraag 2.
Wat is uw huidige beleid voor het beoordelen van de seksuele gerichtheid van vreemdelingen en welke grenzen hanteert u daarbij?
De IND doet onderzoek naar de (gestelde) homoseksuele gerichtheid bij asielaanvragen door middel van het stellen van vragen. De vragen hebben betrekking op de situatie in het land van herkomst ten aanzien van LHBT’s alsmede over problemen die de individuele vreemdeling in het land van herkomst heeft ondervonden dan wel waarmee hij verwacht te zullen worden geconfronteerd vanwege zijn seksuele gerichtheid.
Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat de hoormedewerkers van de IND geen expliciete vragen stellen die een inbreuk kunnen vormen op de persoonlijke integriteit van de vreemdeling. In het verleden is het voorgekomen dat de IND ver ging in het stellen van persoonlijke vragen inzake de seksuele gerichtheid. Hierin heeft de IND de afgelopen jaren een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Het uitgangspunt dat de persoonlijke integriteit van de vreemdeling gerespecteerd moet worden wordt door de IND belangrijk geacht. Het kader voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid is niet anders dan de beoordeling van geloofwaardigheid van andere asielmotieven. Wel wordt in het beleid voor LHBT’s extra aandacht geschonken aan de zogeheten «late coming out». In het beleid is opgenomen dat bij LHBT’s meer terughoudendheid wordt betracht ten aanzien van het toepassen van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. Achtergrond hierbij is dat een asielzoeker moeite kan hebben verklaringen af te leggen omtrent seksuele gerichtheid en soms pas later durft uit te komen voor zijn seksuele gerichtheid.
Wat mag van een asielzoeker verwacht worden om zijn of haar homoseksualiteit aannemelijk te maken? Welke minimumeisen zijn er voor de IND voordat geconcludeerd mag worden dat de gestelde homoseksualiteit van een asielzoeker ongeloofwaardig is?
Zie antwoord vraag 4.
Deelt u de mening dat, zeker in het geval van homovijandige landen van herkomst, uiterst voorzichtig en terughoudend moet worden omgegaan met het concluderen van ongeloofwaardigheid van gestelde homoseksualiteit, omdat de gevolgen van een onjuiste conclusie heel verstrekkend kunnen zijn? Zou het relaas van de asielzoeker over de homoseksualiteit niet minimaal concrete aanwijzingen van valse verklaringen moeten bevatten voordat die ongeloofwaardigheid vastgesteld kan worden?
Het beoordelen van de geloofwaardigheid van asielmotieven vindt op zorgvuldige wijze plaats, zowel ten aanzien van motieven die gerelateerd zijn aan seksuele gerichtheid als ten aanzien van andere asielmotieven.
De beoordeling van de geloofwaardigheid staat los van de beoordeling van het risico bij terugkeer. Nadat is vastgesteld dat de gestelde seksuele gerichtheid geloofwaardig is, wordt toegekomen aan de beoordeling van het risico dat de vreemdeling met die seksuele gerichtheid loopt bij terugkeer naar zijn land van herkomst. De IND hoor- en beslismedewerkers worden op verschillende aspecten die van belang zijn bij het horen en interpreteren van verklaringen getraind. Naast de opleidingen, is de IND een samenwerkingsverband aangegaan met het project Pink Solutions van het COC. Onlangs hebben de eerste gesprekken in het kader van het project plaatsgevonden. Het doel van de samenwerking is ondermeer om de benadering van de LHBT’s, gelet ook op hun kwetsbare positie in landen van herkomst, maar ook in Nederland, gedurende de asielprocedure waar nodig te verbeteren.
Klopt het bericht dat Polen, Bulgarije en Roemenië homoseksuele asielzoekers soms ter observatie in een psychiatrische inrichting laten opnemen? Wat is uw opvatting hierover in het licht van het Gemeenschappelijk Europees Asielbeleid, dat ook minimumnormen voor opvang en asielprocedures bevat?
Zowel Polen als Roemenie hebben mij verzekerd dat de in de vraag genoemde praktijk in hun land niet plaatsvindt. Van Bulgarije heb ik de gevraagde informatie nog niet ontvangen. Indien ik deze ontvang, zal ik indien de informatie daar aanleiding toe geeft u opnieuw berichten.
Het bericht dat de basisschool op asielzoekerscentrum Gilze wordt gesloten |
|
Sharon Gesthuizen (GL) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht dat er geen extra geld is voor effectief onderwijs aan uitgeprocedeerde kinderen?1
Hiervan heb ik kennis genomen. Voor de goede orde wil ik u er nog op wijzen, dat scholen met nieuwkomers aanspraak kunnen maken op aanvullende bekostiging. Op grond van artikel 32 «Eerste opvang vreemdelingen», van de Regeling bekostiging personeel PO 2012–2013, kunnen scholen aanspraak maken op bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding voor vreemdelingen die korter dan een jaar in Nederland zijn. Daarnaast kunnen scholen op grond van artikel 31 «Toename aantal asielzoekersleerlingen», van de hiervoor genoemde regeling, aanspraak maken op bijzondere bekostiging voor personeel en aanvullende bekostiging voor materiële instandhouding.
Hoe verhoudt deze situatie zich tot de leerplicht van deze kinderen en hun recht op onderwijs?
Ik vind het belangrijk dat alle kinderen in Nederland onderwijs ontvangen. Dat geldt dus ook voor asielzoekerskinderen die slechts gedurende een korte periode in een centrale ontvangstlocatie en procesopvanglocatie aanwezig zijn of die zich in een gezinslocatie bevinden, in afwachting op uitwijzing uit Nederland.
Ambtenaren van mijn departement hebben onlangs overleg gevoerd met de inspectie van het onderwijs en het COA over de kwaliteit van het onderwijs aan nieuwkomers. Daarbij is ook de kwestie van het bieden van onderwijs aan asielzoekerskinderen aan de orde gekomen, in welke fase van de asielzoekersprocedure zij zich dan ook bevinden. Alle bij deze bespreking betrokken partijen hebben het belang onderschreven dat asielzoekerskinderen in Nederland in welk moment van de asielzoekersprocedure dan ook, de mogelijkheid moet worden geboden om onderwijs te kunnen volgen.
Deelt u de mening dat de sluiting van deze basisschool ertoe zal leiden dat artikel 28 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind zal worden geschonden? Zo nee, waarom niet?
De dreigende sluiting van de Prinsenbosschool is inmiddels van de baan. Op 8 april j. hebben ambtenaren van mijn ministerie overleg gevoerd met het schoolbestuur Tangent van de Prinsenbosschool, de wethouder onderwijs van de gemeente Gilze en Rijen en het COA. Inzet van dit gesprek was om te inventariseren welke problemen aan het besluit van het schoolbestuur ten grondslag lagen om de Prinsenbosschool te willen gaan sluiten en welke oplossingen er konden worden geboden om de voorgenomen sluiting te voorkomen. Hierover is uw Kamer eerder bericht door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie mede namens mij, naar aanleiding van de vragen gesteld door het Lid Recourt (PvdA), ingezonden 18 maart 2013 (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012–2013, nr. 2115).
De inventarisatie heeft het volgende aan het licht gebracht. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft in 2010 de procedures voor de opvang van asielzoekers gewijzigd. Als gevolg hiervan is het model met de centrale ontvangstlocatie, procesopvanglocatie en vrijheidsbeperkende locatie geïntroduceerd. Voor gezinnen met kinderen is de vrijheidsbeperkende locatie de gezinslocatie geworden. De eerste gezinslocaties begonnen juli/augustus 2011 in te stromen. Gebleken is dat het onderwijs aan concentraties van leerlingen die afkomstig zijn uit de procesopvanglocatie en/of de vrijheidsbeperkende locatie specifieke problematiek met zich meebrengt die voordien niet bestond. Kinderen uit een procesopvanglocatie zijn daar maximaal 4 à 5 weken aanwezig en spreken geen Nederlands. Kinderen die afkomstig zijn uit een gezinslocatie kunnen elk moment worden uitgewezen en dat brengt sociaal-emotionele problematiek met zich mee. Dat vergt een speciale aanpak van deze leerlingen, waar in de bekostiging van deze leerlingen geen rekening mee is gehouden.
Daarom heb ik onlangs besloten de Prinsenbosschool een bedrag van € 45.500,00 in het vooruitzicht te stellen, om de nood op de school op korte termijn te lenigen. Ook AZC-scholen met een vergelijkbare populatie als de Prinsenbosschool zullen een dergelijke vergoeding krijgen. Vanaf het schooljaar 2013–2014 zal de bekostiging van leerlingen uit de Procesopvanglocatie en de Gezinslocatie met een vast bedrag per leerling worden verhoogd.
Deelt u de mening dat uitgeprocedeerde asielzoekerskinderen vaak speciale begeleiding en onderwijs op maat nodig hebben en een reguliere basisschool niet altijd een goede optie is voor deze groep kinderen?
Ja, zie verder het antwoord op vraag 3.
Op welke manier gaat u ervoor zorgen dat leerplichtige vreemdelingen alsnog effectief onderwijs krijgen dicht bij hen in de buurt?
Ik vind het belangrijk dat alle kinderen in Nederland goed onderwijs kunnen volgen en dat geldt ook voor leerplichtige vreemdelingen. Zie verder het antwoord op vraag 3.
De toename van het gebruik van sociale uitkeringen door arbeidsmigranten |
|
Malik Azmani (VVD) |
|
Lodewijk Asscher (viceminister-president , minister sociale zaken en werkgelegenheid) (PvdA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Forse groei migranten uit nieuwe EU-lidstaten»,1 naar aanleiding van het verschijnen van de migrantenmonitor?
Ja.
Deelt u de mening dat arbeidsmigranten hier komen om te werken en niet om in toenemende mate gebruik te maken van sociale uitkeringen?
Ja. Sociale zekerheid moet geen doel op zich zijn voor arbeidsmigranten om naar Nederland te komen. Zolang EU-burgers uit andere lidstaten aan de voorwaarden uit de EU-richtlijn vrij verkeer van personen (2004/38) voldoen, zijn zij welkom om een bijdrage te leveren aan de Nederlandse samenleving, net als Nederlanders die in een andere lidstaat willen wonen, studeren en werken welkom zijn in andere lidstaten. Deze arbeidsmobiliteit is een verworvenheid van de Europese Unie en draagt bij aan een positieve economische ontwikkeling.
Deelt u de mening dat de stijging van het aantal Roemenen (ww +117%, bijstand +55%), Bulgaren (ww +133%, bijstand +100%) en Polen (ww +370%, bijstand +57%) in de WW en de bijstand tussen 2007 en 2011 zich totaal niet verhoudt met de stijging van het aantal werkende Roemenen, Bulgaren en Polen?
Het aantal uitkeringen van genoemde groepen met een WW- of bijstandsuitkering in Nederland is gegroeid tussen 2007 en 2011. De hier genoemde cijfers betreffen mensen zonder baan die ingeschreven staan bij de GBA2. Weliswaar betreft het een procentueel sterke toename, maar in absolute termen is het aantal EU-migranten met een uitkering nog altijd beperkt. Ook het aantal werknemers uit deze landen is gegroeid. Het aantal werknemers uit Midden- en Oost-Europa steeg tussen 2007 en 2011 met ruim 60%.
Wat verklaart volgens u deze stijging?
De stijging van het aantal migranten kan ervoor zorgen dat er meer migranten met een uitkering zijn. Mede onder invloed van de crisis stijgt de werkloosheid. De percentuele toename van het aantal migranten met een uitkering loopt niet gelijk met de percentuele toename van het aantal migranten in Nederland. Voor het antwoord op de vraag welke factoren de stijging verklaren, dient echter rekening te worden gehouden met specifieke kenmerken van de groepen. Immers, verschillen in gemiddeld opleidingsniveau, de omvang van concentratie in specifieke sectoren, functieniveaus en flexibele arbeidsrelaties zijn van invloed op de mate waarin groepen kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. Het inzicht in de mate waarin de ontwikkeling zich verhoudt tot die bij vergelijkbare autochtonen en welke factoren verschillen verklaren, is momenteel echter niet beschikbaar. Ik ben voornemens het SCP te vragen in het kader van het Jaarrapport Integratie 2013 aandacht te besteden aan het uitkeringsgebruik van migranten in vergelijking met vergelijkbare autochtonen.
In zijn algemeenheid geldt dat de migrantenpopulatie een dynamische groep betreft waarin niet iedereen zich registreert3 wat een analyse van de verschillende cijfers bemoeilijkt.
Gaat u wat doen om deze stijging tegen te gaan? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen? Bent u het er mee eens dat het belangrijk is om nu in te grijpen, voordat de stijging nog verder doorzet?
Het kabinet brengt bij de heroverweging door de Europese Commissie van het hoofdstuk werkloosheid van de coördinatieverordening 883/2004 in dat de werkloosheidsuitkering voor migrerende EU-werknemers in het gastland zowel qua duur als hoogte een reële weerspiegeling dient te vormen van het verdiende loon in het gastland en andere EU-landen waar eerder is gewerkt. De huidige regels bepalen dat alleen het laatst verdiende loon doorslaggevend is, ook als dat slechts gedurende korte tijd is verdiend.
Voor wat betreft de bijstand geldt, dat in het kader van het project EU-arbeidsmigratie maatregelen zijn genomen om een striktere koppeling te bewerkstelligen tussen het beroep op bijstand enerzijds, en de voortzetting van het verblijfsrecht anderzijds. Zo hebben de betrokken ministeries binnen dit project bij wijze van experiment samen met de gemeente Vaals afspraken gemaakt met betrekking tot het versnellen van informatie-uitwisseling. Inmiddels zijn de betrokken ministeries ook met de gemeente Rotterdam in contact om het proces van bijstandsverlening en de gevolgen daarvan voor het verblijfsrecht verder te verbeteren.
Kunt u aangeven wat de prognoses zijn voor het gebruik van sociale uitkeringen voor deze groepen in de toekomst?
Het is niet mogelijk om een stabiele prognose voor deze specifieke groepen op te stellen, omdat de absolute aantallen relatief klein zijn en de effecten van de economische groei niet goed kunnen worden doorvertaald.
Vindt u dat arbeidsmigranten die binnen een jaar naar aankomst in Nederland een beroep doen op openbare middelen, recht hebben op een uitkering? Zo ja, waarom? Zo nee, wat gaat u daar aan doen?
EU-arbeidsmigranten die rechtmatig in Nederland wonen en werken en onvrijwillig werkloos worden, zijn voor de toepassing van de WWB gelijkgesteld met in Nederland wonende Nederlanders. Wel kan het beroep op bijstand in voorkomende gevallen gevolgen hebben voor het verblijfsrecht. Op grond van de EU-richtlijn vrij verkeer van personen (2004/38) behoudt betrokkene de EU-rechtelijke status van werknemer gedurende zes maanden als hij korter dan een jaar in het gastland heeft gewerkt, of voor onbepaalde tijd na een arbeidsverleden van minimaal één jaar.4 Het verblijfsrecht blijft gedurende deze periode bestaan, óók als betrokkene een beroep op bijstand doet. Zolang EU-burgers de EU-rechtelijke status van werknemer hebben kan hen verder verblijf in het gastland niet worden ontzegd wegens het beschikken over onvoldoende middelen van bestaan. Dit betekent echter niet dat in alle gevallen het recht op bijstand bestaat.
Deelt u de mening dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moet vaststellen of, wanneer arbeidsmigranten die minder dan een jaar in Nederland verblijven en een beroep doen op openbare middelen, nog steeds recht hebben op een rechtmatig verblijf en zo niet, dat deze vervolgens uitgezet moeten worden? Zo nee, waarom niet?
Indien de gemeente gerede twijfel heeft of de betrokkene daadwerkelijk de status van werknemer heeft en of het beroep op bijstand consequenties heeft voor het verblijfsrecht, wordt de IND ingeschakeld. De IND beoordeelt op basis van een individuele belangenafweging of het beroep op bijstand consequenties heeft voor het verblijfsrecht.
Hoe verhoudt zich het verstrekken van bijstandsuitkeringen aan arbeidsmigranten met het regeerakkoord waarin staat dat het kabinet zich inspant in EU-verband om ook voor EU-onderdanen te laten gelden dat zij pas na zeven jaar bijstand kunnen krijgen, mede in het kader van een te ontwikkelen ingroeimodel voor de sociale zekerheid? Hoe staat het met deze inspanningen?
Om de voorwaarde van zeven jaar verblijf te kunnen invoeren is aanpassing nodig van de EU-richtlijn vrij verkeer van personen (2004/38). In het kader van de evaluatie van de richtlijn wordt dit door Nederland aan de orde gesteld. Tevens streeft Nederland er, waar mogelijk samen met enkele andere lidstaten, naar om de onbedoelde effecten van het vrij verkeer van personen in EU-verband op de agenda te krijgen.
Twee Chinese tolken die door de IND op non-actief zijn gezet |
|
Sharon Gesthuizen (GL), Harry van Bommel |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Frans Timmermans (minister buitenlandse zaken) (PvdA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «IND zet twee tolken op non-actief»?1
Ja.
Klopt het dat de twee tolken ervan worden verdacht vertrouwelijke informatie te hebben gelekt naar de Chinese autoriteiten over Oeigoeren in Nederland en dat zij daarom op non-actief zijn gesteld? Indien neen, wat zijn dan de feiten?
Uit een op 14 januari 2013 ontvangen ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) is gebleken dat een Oeigoerse tolk zeer waarschijnlijk inlichtingenactiviteiten heeft verricht voor de Chinese autoriteiten. De tolk, en zijn vrouw, die eveneens tolk is, worden niet meer ingezet in asielprocedures.
Op welke manier worden tolken door de IND gescreend voordat samenwerking plaatsvindt?
De Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND) valt onder de wettelijke afnameverplichting zoals is neergelegd in de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv) onder art. 28 lid 1. Hieruit volgt dat de IND bij het inzetten van tolken eerst beëdigde tolken, dus registertolken, benadert. Van de afnameplicht mag worden afgeweken wanneer wegens de vereiste spoed een in het register ingeschreven beëdigde tolk of vertaler niet tijdig beschikbaar is of wanneer het register geen tolk of vertaler bevat die gekwalificeerd is voor de vereiste bron- of doeltaal. Gelet op het feit dat de IND veelal te maken heeft met vreemdelingen in minder gangbare talen, komt het relatief vaak voor dat de IND gebruik moet maken van niet-registertolken. Het Bureau beëdigde tolken en vertalers (Bbtv) beschikt daartoe naast het register over een uitwijklijst waar de IND gebruik van kan maken. Tolken en vertalers die op de uitwijklijst staan ingeschreven voldoen niet aan de kwaliteitseisen van het register, maar wel aan de kwaliteitseisen voor de uitwijklijst. Zo wordt voor inschrijving in het register in beginsel een diploma van een tolk- en/of vertaalopleiding op minimaal hbo-niveau vereist, terwijl voor de plaatsing op de uitwijklijst van iemand wordt verwacht dat hij, naast andere kwaliteitseisen, beschikt over havo-/mbo 4 werk- en denkniveau. In het IND-tolkenbestand zijn tot slot ook tolken opgenomen die niet in het register of op de uitwijklijst staan. In de meeste gevallen betreft het hier tolken in minder gangbare en schaarse talen waarvoor inschrijving niet altijd mogelijk is.
Een tolk of vertaler wordt alleen geregistreerd in het register of op de uitwijklijst indien hij een Verklaring omtrent gedrag (VOG) kan overleggen. Voor de beoordeling van aanvragen van een VOG geldt een terugkijktermijn van tien jaar. Een tolk of vertaler die minder dan vijf jaar in Nederland woonachtig is, dient in aanvulling op de VOG tevens een integriteitverklaring van de bevoegde autoriteit in het land van herkomst te overleggen. De Minister van Veiligheid en Justitie kan inschrijving in het register weigeren indien hij niet overtuigd is dat de overgelegde integriteitsverklaring voldoende waarborg biedt inzake de integriteit.
De inschrijving in het register beëdigde tolken en vertalers dient om de vijf jaar opnieuw te worden verlengd, onder meer door overlegging van een VOG. Tussentijds kunnen instanties met een afnameplicht bij zaken van bijzondere aard en vertrouwelijkheid, een meer recente VOG verlangen. De inschrijving op de uitwijklijst is drie jaar geldig en eindigt van rechtswege. Bij een aanvraag tot verlenging dient onder meer opnieuw een VOG te worden overgelegd.
Om in het IND-tolkenbestand opgenomen te kunnen worden opgenomen, dient elke tolk een VOG te overleggen. Deze verklaring dient iedere vijf jaar te worden vernieuwd. Mocht de tolk geen VOG kunnen aanleveren, dan is dit reden voor de IND om de gegevens van de tolk uit het tolkenbestand teverwijderen. Indien er tussentijds gerede twijfel bestaat over de integriteit van een tolk, behoudt de IND zich het recht voor om de tolk op een eerder moment een nieuwe VOG aan te laten vragen.
Hoe is de IND erachter gekomen dat deze tolken informatie lekten naar de Chinese overheid en gaat de IND bij alle tolken, met wie op dit moment wordt samengewerkt, na of deze privacygevoelige informatie lekken naar buitenlandse overheden? Zo nee, waarom niet?
Zoals ik antwoord op vraag 2 heb geschreven, heeft de AIVD de IND over deze individuele zaak op de hoogte gebracht. De informatie van de AIVD betrof enkel deze specifieke tolken. Ik zie daarom geen aanleiding om elke tolk waar de IND mee samenwerkt aan een uitgebreid onderzoek te onderwerpen.
Hoe zal in de toekomst worden voorkomen dat tolken op deze manier hun positie misbruiken?
Zoals in het antwoord op vraag 3 is beschreven, is er een systeem van screening in de Wbtv opgenomen en gelden voorwaarden op het vlak van integriteit alvorens in het IND-tolkenbestand te kunnen worden opgenomen. Screening is natuurlijk altijd een momentopname en dergelijke situaties kunnen nooit helemaal voorkomen worden.
Waarom heeft de waarschuwing van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in 2012 er niet toe geleid dat deze tolken voor de zekerheid op hun betrouwbaarheid zijn getoetst?
Dat de Chinese autoriteiten geïnteresseerd zijn in de Chinese minderheden in Nederland en deze nauwlettend in de gaten houden is bekend en blijkt ook uit jaarverslagen van de AIVD. Er waren evenwel nooit concrete aanwijzingen dat hiervoor ook IND-tolken werden ingezet.
Hoeveel zaken hebben zij precies behandeld en gaat de IND bekijken in hoeverre deze zaken opnieuw moeten worden behandeld?
Op basis van intensief dossieronderzoek is gebleken dat in ongeveer 1.000 dossiers van de betreffende tolken gebruik is gemaakt. In ongeveer 75 procent van deze dossiers is asielbescherming toegekend. De overige dossiers worden door de IND bezien.
Zoals ik in mijn brief aan uw Kamer van heden over het landgebonden asielbeleid ten aanzien van China heb toegelicht, heb ik besloten om de asielaanvragen van Oeigoeren waarbij in het verleden tijdens de asielprocedure gebruik is gemaakt van één van de betreffende tolken en waarvan de asielprocedure nog lopende is of waarvan de beoordeling van de asielaanvraag tot een negatieve uitkomst heeft geleid, te herbeoordelen.
Kunt u aangeven wat de gevolgen van het lekken van informatie (kunnen) zijn voor familie, vrienden en andere relaties in China van de Oeigoeren in Nederland? Klopt het dat familie en andere relaties van de Oeigoeren hierdoor ernstig lastig gevallen kunnen worden? Kunt u uw antwoord toelichten?
Familieleden van Oeigoeren die in het buitenland verblijven, krijgen niet noodzakelijkerwijs te maken met negatieve aandacht van de autoriteiten. Wel komt het voor dat familieleden van Oeigoeren die in het buitenland actief zijn op het gebied van mensenrechten of van Oeigoeren die worden gezocht, van de zijde van de Chinese autoriteiten problemen ondervinden. Het gaat dan vooral om Oeigoeren die door de Chinese autoriteiten worden verdacht van betrokkenheid bij pro-onafhankelijkheidsgroepen of andere activiteiten die worden beschouwd als terrorisme, religieus extremisme of separatisme. Men kan niet in algemene zin stellen dat familieleden (vrienden, relaties, etc.) in China van Oeigoeren in Nederland van wie informatie is gelekt, per se te maken krijgen met problemen of negatieve aandacht van de Chinese autoriteiten, maar dit kan evenmin worden uitgesloten.
Bent u bereid China aan te spreken op deze zaak en opheldering te vragen? Indien neen, waarom niet? Indien ja, welke actie gaat u ondernemen?
De minister van Buitenlandse Zaken heeft kort na het bekend worden van het bericht onmiddellijk opheldering gevraagd bij de Chinese autoriteiten die het bericht ten stelligste hebben ontkend.
De sluiting van de basisschool op het asielzoekerscentrum in Gilze wegens geldgebrek |
|
Jeroen Recourt (PvdA) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de basisschool op het asielzoekerscentrum (AZC) in Gilze met sluiting bedreigd wordt wegens geldgebrek?1
Ja.
Klopt dit bericht? Zo ja, wat is er de oorzaak van dat er geen geld meer is om de basisschool na de zomer open te houden? Klopt het dat er al lang geld beschikbaar was om in de school te investeren, maar dat niet is gebruikt? Wat is de rol van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) hierin?
Het besluit om een school wel of niet open te houden is aan het betreffende schoolbestuur. Het schoolbestuur maakt de afweging of de diverse geldstromen toereikend zijn voor de exploitatie van een school. De gemeente heeft een beroep gedaan op de regeling Onderwijs huisvestingsbudgetten basisonderwijs asielzoekers (OHBA regeling) die voorziet in de gelden benodigd om een onderwijsvoorziening te realiseren. Het COA voert deze regeling uit en heeft hierop onlangs positief beschikt.
Klopt het dat er gemiddeld 50 kinderen op deze school zitten? Wat zijn de mogelijkheden om de school open te houden, zodat het onderwijs voor kinderen op het AZC gewaarborgd blijft? Deelt u de mening dat een school op een AZC waar zoveel kinderen verblijven onmisbaar is? Bent u bereid te bekijken op welke wijze de school in het AZC in Gilze open kan blijven?
Ja, er zitten gemiddeld 50 kinderen op deze school.
Op 10 april jl. hebben ambtenaren van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap overleg gevoerd met het schoolbestuur Tangent van de Prinsenbosschool, de wethouder onderwijs van de gemeente Gilze en Rijen en het COA. Tijdens dit gesprek is geïnventariseerd welke problemen aan het voornemen van het schoolbestuur om de Prinsenbosschool te sluiten ten grondslag liggen. De problemen zijn van tweeërlei aard namelijk op het gebied van huisvesting en financiële problematiek.
De huisvestingsproblematiek is opgelost omdat de gemeente voldoende middelen van het COA heeft ontvangen om semi permanente huisvesting te laten realiseren.
Het schoolbestuur heeft aangegeven, dat de huidige reguliere en extra (bijzondere) bekostiging onvoldoende is, om de specifieke problemen die spelen op de Prinsenbosschool, het hoofd te kunnen bieden. Eerst zal goed in beeld worden gebracht hoe de financiële situatie van de Prinsenbosschool is. Daarna zal op korte termijn een overleg met het bestuur worden belegd, om te bezien welke oplossingsmogelijkheid er is. De inzet daarbij is de sluiting van de school te voorkomen.
Ook zal worden gekeken naar de financiële situatie van andere AZC-scholen met een vergelijkbare populatie als de Prinsenbosschool, zodat deze oplossing van de Prinsenbosschool ook voor deze scholen kan worden benut.
Het belangrijkste is dat kinderen, ook wanneer zij een asielprocedure doorlopen of in afwachting van vertrek in Nederland verblijven, onderwijs wordt geboden. Om praktische redenen is het inderdaad wenselijk om een school te verbinden aan een COA locatie waar veel kinderen verblijven.
Klopt het dat het geldgebrek mede te maken heeft met de intensieve begeleiding die de vele getraumatiseerde kinderen nodig hebben? Waarin verschilt dit AZC van andere AZC’s? Deelt u de mening dat asielkinderen op AZC’s extra begeleiding nodig hebben en dat die begeleiding in het onderwijs aanwezig moet blijven?
Zie antwoord vraag 3.
Zijn er redelijke alternatieven voorhanden indien sluiting van de school onvermijdelijk blijkt, waarbij het recht op onderwijs voor deze kinderen gegarandeerd is?
Zie antwoord vraag 3.
De toename van het aantal vluchtelingen vanuit Syrië |
|
Gerard Schouw (D66), Sjoerd Sjoerdsma (D66) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Frans Timmermans (minister buitenlandse zaken) (PvdA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat het aantal vluchtelingen uit Syrië razendsnel stijgt?1
Ja.
Verwacht u ook een toename van Syrische vluchtelingen die naar de Europese Unie (EU) trekken?
De groei van het aantal Syrische vluchtelingen in de regio vereist een respons op grote schaal om deze vluchtelingen in buurlanden als Libanon, Jordanië, Irak en Turkije hulp te bieden. Nederland heeft van meet af aan gepleit voor opvang van vluchtelingen in de regio en het op sterkte en adequaat houden van opvang in de regio acht ik daarom belangrijk.
Er was het afgelopen jaar een stijging van het aantal asielaanvragen van Syrische vreemdelingen in de EU in vergelijking met 2011. In 2011 was er sprake van ongeveer 7900 asielaanvragen van Syriërs in de EU. In 2012 zijn ongeveer 23.500 asielaanvragen van Syriërs geregistreerd in de EU. Daarmee kwam Syrië in 2012 op de tweede plaats te staan in de lijst met herkomstlanden van asielzoekers. Op basis van het waarschuwingssysteem en mechanisme van het European Asylum Support Office (EASO) en de informatie van Frontex worden de migratiestromen richting de EU verder gemonitord.
Lidstaten die worden geconfronteerd met een verhoogde toename van het aantal asielaanvragen van Syriërs zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk om zich in te spannen om deze toestroom op te vangen. Indien de eigen inspanningen van een lidstaat ontoereikend blijken, kan de betreffende lidstaat ondersteuning vragen bij het EASO. EASO moet deze ondersteuning kunnen bieden en verleent deze ondersteuning vervolgens in nauwe samenwerking met Frontex, UNHCR, IOM en de Europese Commissie. EASO’s ondersteuning in noodsituaties kan onder andere bestaan uit ondersteuning op het gebied van opvang- en asielstelsels, asieltraining, de kwaliteit van de asielprocedures, ondersteuning voor de opzet van systemen voor informatie over landen van herkomst en technische ondersteuning. Zo beschikt het EASO over een lijst met tolken die ingezet kunnen worden om een snelle doorstroming in de behandeling van de asielaanvragen te kunnen borgen. Daarnaast kan een lidstaat bij het EASO bijvoorbeeld trainers vragen om het extra personeel dat wordt geworven om de instroom op te vangen, snel op te leiden.
Verder voorziet het Europees Vluchtelingenfonds in noodmaatregelen (financiële middelen), voor bijvoorbeeld de situatie waarin op bepaalde punten aan de grenzen sprake is van een plotselinge toestroom van een groot aantal onderdanen van derde landen die wellicht internationale bescherming nodig hebben, waardoor de opvangfaciliteiten, het asielstelsel of de infrastructuur van de betrokken lidstaten onder uitzonderlijk grote druk komen te staan.
Indien daadwerkelijk een massale instroom op gang komt van Syrische asielzoekers naar de EU kan de Richtlijn Tijdelijke Bescherming in werking worden gesteld. Daar is tot op heden echter nog geen sprake van.
Is er in EU verband een strategisch plan over hoe om te gaan met deze vluchtelingenstroom? Welke maatregelen zullen er worden genomen? Kunt u een paar scenario’s schetsen met voor- en nadelen?
Zie antwoord vraag 2.
Heeft u kennisgenomen van de oproep van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen bij de Verenigde Naties aan de lidstaten om ruimhartig te zijn met het gezinsherenigingsbeleid, zodat Syriërs die reeds aanwezig zijn in de EU kunnen worden herenigd met familieleden die ontheemd zijn door het conflict? Wat is uw reactie hierop?2
Ja. Al eerder ben ik richting uw Kamer en de Eerste Kamer ingegaan op gezinshereniging bij Syriërs die in Nederland in het bezit zijn van een asielvergunning3 en de oproep die UNHCR in dit verband heeft gedaan.
Ik verwijs u graag naar deze beantwoording.
Wat is het beleid ten aanzien van de afgifte van visa aan Syriërs die internationale bescherming nodig hebben? Zal dit verruimd worden?
Nederland verstrekt geen visa om redenen van internationale bescherming. Volgens het huidige beleid is het uitgangspunt dat een vreemdeling die zich voor asielrechtelijke bescherming meldt op een Nederlandse post buiten zijn land van herkomst, niet voor bescherming in Nederland in aanmerking komt. De vreemdeling dient zich voor het verkrijgen van bescherming in eerste instantie te wenden tot de autoriteiten van het land waar hij zich bevindt. Indien blijkt dat dit niet mogelijk is, dient de vreemdeling zich te wenden tot UNHCR ten behoeve van statusdeterminatie.
Hoe zal de EU de buurlanden van Syrië helpen bij de opvang van vluchtelingen? Welke middelen worden hiervoor beschikbaar gesteld?
Op 30 januari jl. hebben landen op de door de VN georganiseerde donorconferentie in Koeweit 1,5 miljard USD toegezegd. De VN acht dit bedrag nodig om tijdens de eerste helft van 2013 hulpbehoevenden van humanitaire hulp te voorzien. Arabische landen zegden rond 1 miljard USD toe, echter voor een groot deel niet via de VN. De Europese Commissie en EU-lidstaten beloofden in Koeweit 370 miljoen USD aan nieuwe donaties.
De Europese Commissie en de EU-lidstaten samen hebben tot nu toe 435,7 miljoen EUR beschikbaar gesteld om de humanitaire noden van Syrische vluchtelingen te lenigen, waarvan 235,7 miljoen EUR door de lidstaten is bijgedragen. Nederland heeft reeds meer dan 35 miljoen EUR bijgedragen aan de ondersteuning van Syrische vluchtelingen, met name in de buurlanden van Syrië.
Verder werkt de Europese Commissie aan het ontwikkelen van een regionaal beschermingsprogramma in de omringende landen van Syrië. Een toekomstig regionaal beschermingsprogramma zal zich richten op de vier buurlanden van Syrië, te weten Turkije, Jordanië, Libanon en Irak. Het gaat om duurzame oplossingen op de middellange termijn via capaciteitsversterking. Daarbij kan onder andere worden gedacht aan ondersteuning bij de registratie van vluchtelingen, het verrichten van statusdeterminatie, het trainen van officials over vluchtelingenbescherming en het onderzoeken van mogelijkheden om de opvang van vluchtelingen in te bedden in lokale armoedebestrijdingsprogramma’s.
Het bericht “Kamerleden nacht in ‘Vluchtkerk’” |
|
Malik Azmani (VVD) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Kamerleden nacht in «Vluchtkerk»»?1
Ja.
Wat is uw mening over de handelwijze van de wethouder van Smallingerland over het opvangen van ex-asielzoekers? Om hoeveel asielzoekers gaat het hier en gedurende hoe lang is dit al gaande? Zijn er meer gemeenten waar dit gebeurt?
De gemeente Smallingerland heeft op 18 december 2012 besloten om gedurende de periode van 1 januari 2013 tot 1 mei 2013 eenmalig financiële middelen ter beschikking te stellen voor het uitvoeren van een noodopvang regeling.
Zoals ik heb geschreven in de beantwoording van eerdere Kamervragen2 over de handelwijze van de gemeente Smallingerland, vind ik het bieden van structurele noodopvang onnodig en onwenselijk. Structurele noodopvang is onnodig want de overheid heeft de afgelopen jaren werkende alternatieven ontwikkeld die structurele noodopvang overbodig maken. Ik stel vast dat de beoogde doelgroep van de opvang in Smallingerland onder meer vreemdelingen zijn die meewerken aan hun terugkeer. Precies voor deze groep heeft de rijksoverheid voorzien dat ze gedurende in beginsel 12 weken onderdak kunnen krijgen in een vrijheidsbeperkende locatie. Daarnaast vind ik structurele noodopvang onwenselijk omdat ik van mening ben dat zowel Rijk als gemeenten een verantwoordelijkheid hebben om consequent te zijn in het toekomstperspectief dat we de vreemdeling voorhouden. Het zonder meer verder faciliteren van een verblijf in Nederland terwijl hier geen perspectief op verblijf bestaat, vind ik niet verantwoord.
Wat het verbinden van consequenties aan het bieden van noodopvang door gemeenten betreft, zie ik meer heil in het aangaan van de dialoog met die gemeenten. In die dialoog kan de rijksoverheid gemeenten informeren over de mogelijkheden die de rijksoverheid biedt. Tegelijk biedt dit de rijksoverheid ook de gelegenheid begrip te creëren voor de complexe randvoorwaarden om een terugkeerproces te laten slagen zodat gemeenten een realistisch beeld hebben over wat ze kunnen en mogen verwachten van de zijde van de rijksoverheid. Eén van die belangrijke randvoorwaarden is de bereidheid en inzet van de vreemdeling zelf om terug te keren, zeker daar waar gedwongen terugkeer niet tot de mogelijkheden behoort. Terugkeer is nu eenmaal werken met mensen die ook eigen keuzes maken.
Die dialoog ga ik aan, enerzijds met de VNG, als belangenvertegenwoordiger van de Nederlandse gemeenten, anderzijds via de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) met de individuele gemeenten. De DT&V informeert gemeenten over de mogelijkheden tot terugkeer in individuele zaken en over de alternatieven die er zijn voor het bieden van noodopvang.
Bent u van mening dat de gemeente Smallingerland hiermee de afspraken over noodopvang van ex-asielzoekers in het Bestuursakkoord 2007 schendt?
Zie antwoord vraag 2.
Wat zijn de instrumenten/maatregelen die u tot uw beschikking hebt om een einde te maken aan noodopvang van ex-asielzoekers in gemeenten?
Zie antwoord vraag 2.
Welke concrete maatregelen kunt en zult u nemen tegen de noodopvang van ex-asielzoekers in Smallingerland?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat de ambassades van India en Pakistan weliswaar via hun ambassades meewerken aan een verzoek tot terugkeer, maar deze aanvraag tot terugkeer vervolgens jaren laten liggen? Zijn er meer landen waarbij dit het geval is? Om hoeveel personen gaat het hier? Welke maatregelen kunt en zult u hier tegen treffen?
Er zijn mij geen landen bekend die structureel weigeren hun onderdanen terug te laten keren als zij dat wensen. Ook zelfstandige terugkeer naar Pakistan en India is mogelijk en wordt door de Nederlandse overheid gefaciliteerd. De ervaring leert dat wanneer een Indiase of Pakistaanse vreemdeling Nederland daadwerkelijk wenst te verlaten, bijvoorbeeld met ondersteuning van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), door beide vertegenwoordigingen binnen afzienbare termijn een vervangend reisdocument wordt afgegeven om terug te keren, mits de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor de afgifte van een dergelijk document. In 2011 en 2012 heeft IOM het vertrek gefaciliteerd van 35 personen naar Pakistan en van 40 personen naar India.
De moord op een christelijke asielzoeker |
|
Joël Voordewind (CU) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Christelijke asielzoeker als moslim begraven» en het vervolgartikel «Kerk Noardburgum vreest geweld tegen bekeerlingen»?1
Ja
Kunt u aangeven of het slachtoffer in kwestie voor zijn dood is bedreigd vanwege zijn keuze voor het christelijk geloof? Zo ja, was het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) hiervan op de hoogte?
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) was bekend met de keuze van betrokken asielzoeker voor het christelijk geloof. Bij zijn plaatsing is hiermee rekening gehouden, door hem te plaatsen in een locatie waar diverse christelijke asielzoekers gehuisvest zijn. Het COA meldde mij dat noch door betrokkene, noch door andere bewoners of belangenorganisaties aan het COA signalen gegeven zijn dat hij bedreigd werd dan wel dat hij zich onveilig voelde.
Bent u bekend met de zorgen van de kerkelijke gemeente van het slachtoffer die in het verleden meerdere malen te maken heeft gehad met bedreigingen van bekeerde asielzoekers? Zijn er de afgelopen anderhalf jaar bedreigingen geweest van asielzoekers wegens de godsdienstige overtuiging in het asielzoekerscentrum Burgum? Zo ja, welke maatregelen zijn er getroffen om dit aan te pakken?
Het COA heeft aangegeven geen meldingen ontvangen te hebben over bedreigingen wegens godsdienstige overtuigingen van asielzoekers in azc Burgum. In azc Burgum zijn meerdere christelijke asielzoekers gehuisvest. Hun geloofsovertuiging is openlijk bekend zonder dat dit tot problemen heeft geleid. De medewerkers op de locatie zijn extra waakzaam om te voorkomen dat zich incidenten voordoen.
Herkent u zich in de zorgen van de kerkelijke gemeente over het asielzoekerscentrum St. Annaparochie over de bedreigingen en intimidatie van christelijke asielzoekers? Zo ja, welke maatregelen zijn er getroffen om een einde te maken aan deze dreigende situatie? Bent u van mening dat deze maatregelen effectief zijn geweest?
Het COA heeft aangegeven de zorgen van de kerkelijke gemeente niet te herkennen. In het azc St. Annaparochie zijn diverse christelijke asielzoekers gehuisvest zonder dat dit tot problemen leidt met bewoners met een andere overtuiging. Het COA meldde mij dat bij het incident waar, in het genoemde artikel in het Nederlands Dagblad, aan wordt gerefereerd volgens de verklaring van het slachtoffer geen sprake was van discriminatie of intimidatie op basis van zijn geloofsovertuiging. Het COA is alert op signalen van discriminatie en intimidatie en heeft de medewerkers getraind in het herkennen van signalen en diverse interventietechnieken. Bij de afhandeling van het genoemde incident bleek dit effectief te zijn.
Zijn de genoemde incidenten ook bekend bij de politie en het COA? Bent u van mening dat de veiligheid van (bekeerde) christelijke asielzoekers momenteel voldoende gewaarborgd zijn? Zo ja, waar baseert u dat op?
Alle incidenten van enige omvang worden door het COA met de politie besproken in een regulier afstemmingsoverleg. Ook indien er sprake is van een gespannen situatie wordt dit aan de politie gemeld. Daarnaast ondersteunt het COA bewoners als zij aangifte willen doen. Het COA stelt zich ten doel de veiligheid van alle bewoners zoveel mogelijk te borgen. Ten aanzien van integriteitsschendingen voor kwetsbare groepen op de COA-locaties, zoals bekeerde christenen en LHBT’s, zijn diverse maatregelen genomen, mede naar aanleiding van het in vraag 7 genoemde rapport. Ik ben van mening dat de veiligheid van kwetsbare groepen in de COA-opvang, waaronder christelijke asielzoekers, zo veel mogelijk geborgd is. Een volledige garantie dat zich nimmer een incident zal voordoen is niet realistisch.
Deelt u de mening dat een onafhankelijk vertrouwenspersoon beschikbaar moet worden gesteld waarbij asielzoekers, zo nodig anoniem, een eerste melding kunnen doen van geweld en intimidatie? Zo nee, waarom niet?
De mening dat er een onafhankelijke vertrouwenspersoon moet worden ingesteld waarbij asielzoekers, zonodig anoniem, een eerste melding kunnen doen van geweld en intimidatie, deel ik niet.
Meldingen van geweld of dreigingen kunnen bij de COA medewerkers, desgewenst anoniem, worden gedaan. Ook kunnen asielzoekers terecht bij medewerkers van Vluchtelingenwerk en het Gezondheidscentrum asielzoekers (GCA). Op ieder azc worden bewoners er voorts op gewezen dat er belangenverenigingen zijn voor christenen en andere groepen. De COA-medewerker zal bewoners doorverwijzen naar een belangenvereniging die aansluit bij de hulpvraag van de individuele bewoner.
Welke verbeteringen zijn doorgevoerd door het COA in samenwerking met stichting Gave en het COC naar aanleiding van het (onafhankelijk) rapport van Deloitte BOI? Welke verbeteringen moeten nog doorgevoerd worden? Hoeveel meldingen van bedreiging zijn er tegen (bekeerde) christenen gedaan sinds het uitkomen van het rapport?
Het COA heeft, in goede samenwerking en afstemming met Stichting Gave en het COC, alle aanbevelingen uit het in de vraagstelling genoemde rapport overgenomen. Het rapport is uw Kamer eerder toegezonden2.
In 2012 zijn er diverse gesprekken gevoerd waarin de organisaties konden aangeven of zij nog suggesties hadden voor aanpassingen in de werkwijze van het COA. Deze gesprekken zullen ook in 2013 weer plaatsvinden. In 2013 zal in goed overleg, waar nodig, gewerkt worden aan verdere verbeteringen in de positie van christelijke en LHBT asielzoekers.
Belangenorganisaties kunnen bij het COA ook meldingen doen van signalen betreffende (dreigende) incidenten. Het COA heeft mij meegedeeld dat uit de jaarrapportage van Stichting Gave blijkt dat in 2012 in totaal 18 meldingen werden gedaan vanuit 13 verschillende azc’s (dit betreft zowel de meldingen aan het COA als aan Stichting Gave).
Het bericht ‘Veel Zuid-Europeanen naar Nederland’ |
|
Sietse Fritsma (PVV), Barry Madlener (PVV) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD), Frans Timmermans (minister buitenlandse zaken) (PvdA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Veel Zuid-Europeanen naar Nederland»?1
Ja. Het aantal van 25.000 Zuid-Europeanen uit dit bericht komt overigens niet overeen met de gegevens die het CBS hierover publiceert2. Volgens het CBS stonden op 1 januari 2012 bijna 20.000 meer inwoners met de Griekse, Italiaanse, Portugese en Spaanse nationaliteit ingeschreven in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) dan op 1 januari 2000. De totale omvang van deze groep was op 1 januari 2012 bijna 70.0003. Het CBS gaat uit van het aantal ingeschreven EU-burgers dat niet beschikt over de Nederlandse nationaliteit.
Wat is volgens u de reden van deze groei van meer dan 50% aan Portugezen, Grieken, Spanjaarden en Italianen, die hun heil kennelijk massaal in Nederland zoeken?
Uit cijfers van het CBS blijkt dat het gaat om een stijging van 40% in twaalf jaar tijd. De huidige economische situatie in de zuidelijke lidstaten zorgt voor een extra prikkel voor mensen om elders in de Europese Unie te gaan werken. Op grond van de Richtlijn Vrij Verkeer van Personen (2004/38/EG) hebben burgers van lidstaten van de Europese Unie4 het recht om zich in een andere lidstaat te vestigen als werknemer, zelfstandige, student of als economisch niet-actieve. Aangezien de in het artikel genoemde landen lid zijn van de Europese Unie, kunnen burgers uit deze landen gebruik maken van het vrij verkeer van personen.
Acht u het wenselijk dat een groeiend aantal Zuid-Europeanen naar Nederland vertrekt, bijna 25.000 meer sinds 2002?
Volgens het CBS stonden begin 2012 in Nederland ruim 16.700 Zuid-Europeanen meer ingeschreven dan begin 2002. Zolang burgers uit een andere lidstaat voldoen aan de voorwaarden die gesteld worden aan het vrij verkeer van personen en daarmee dus geen onredelijke belasting vormen voor sociale voorzieningen in ons land, zien wij geen reden om afwijzend te staan tegen hun komst naar Nederland en deelname aan de Nederlandse samenleving. Tegelijkertijd heeft het kabinet wel oog voor maatschappelijk onwenselijke situaties die gepaard kunnen gaan met arbeidsmigratie zoals uitbuiting, fraude, oneerlijke concurrentie, malafide uitzendbureaus en overbewoning en de toename van de omvang hiervan5. Om deze situaties tegen te gaan heeft het vorige kabinet verschillende initiatieven in gang gezet, die worden voortgezet.
Hoe wordt bij al deze EU-onderdanen gecontroleerd of voldaan wordt aan het voor hen geldende inkomensvereiste en garandeert u een spoedig vertrek van degenen die hier niet aan voldoen?
Zoals in antwoorden op vragen van de leden Fritsma en Van Vliet d.d. 26 februari jl. over het bericht dat België Europese bijstandsfraudeurs uitzet al werd gememoreerd, is in 2012 gestart met een aangescherpt beleid ten aanzien van EU-burgers die niet voldoende middelen van bestaan hebben om te voorkomen dat zij een beroep doen op het sociale bijstandsstelsel. Het gaat hierbij zowel om overlastgevende EU-burgers als om EU-burgers die een onredelijk beroep op de bijstand doen.
Deelt u de mening dat Nederland niet op deze immigratie zit te wachten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke maatregelen bent u voornemens te treffen om deze toestroom van Zuid-Europese gelukszoekers te stoppen?
Zolang EU-burgers uit andere lidstaten aan de voorwaarden uit de richtlijn voldoen zijn zij welkom om een bijdrage te leveren aan de Nederlandse samenleving, net als Nederlanders welkom zijn in een andere lidstaat om er te wonen, studeren en werken. Deze arbeidsmobiliteit is een verworvenheid van de Europese Unie en draagt bij aan een positieve economische ontwikkeling. Dit laat echter onverlet dat wij onze ogen niet sluiten wanneer ten gevolge van een toename van het aantal arbeidsmigranten maatschappelijk onwenselijke situaties ontstaan. Daarom zet het kabinet met kracht het ingezette beleid voort in het kader van het project EU-arbeidsmigratie, de aanpak van malafide uitzendbureaus en schijnconstructies.
Leges |
|
Gerard Schouw (D66) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Herinnert u zich de brief van 4 juli 2012 van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel over het oordeel van het Hof van Justitie van de Europese Unie (EU) dat de leges, die Nederland heft op aanvragen over de status van langdurig ingezeten derdelanders en op aanvragen van langdurig ingezeten derdelanders die vanuit een andere lidstaat naar Nederland komen, overdreven en onevenredig hoog zijn?1
Ja.
Kunt u inmiddels al uitsluitsel geven over de gevolgen van de uitspraak voor de overige leges voor verblijfsvergunningen, zoals aanvragen voor een verblijfsvergunning op medische gronden? Kunt u dit juridisch onderbouwen?
Bij brief van 28 november 2012 aan de voorzitter van de Eerste Kamer heb ik aangegeven welke leges omlaag worden bijgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 9 oktober 2012, en daarmee ook naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 26 april 2012 (EK 2012–2013, 31 549, nr. K). Een kopie van deze brief is ook aan uw Kamer gezonden. De uitspraak van de AbRS ziet alleen op de hoogte van de leges voor zover die een belemmering vormt voor de uitoefening van de rechten zoals voorzien in de Richtlijn inzake het recht op gezinshereniging (Richtlijn 2003/86/EG). Bij de aanpassing van de hoogte van de leges is echter ook rekening gehouden met het feit dat de lijn van deze uitspraak inhoudt dat de hoogte van de leges geen belemmering mag vormen voor de toepassing van de rechten in het kader van andere EU-richtlijnen. Daarom heb ik de hoogte van de leges voor studie en wetenschappelijk onderzoek verlaagd. De uitspraken zien niet op de hoogte van leges voor verblijfsvergunningen die op nationale gronden worden afgegeven, zoals de verblijfsvergunning op medische gronden. Ik zie derhalve geen aanleiding om deze leges naar beneden bij te stellen.
Bent u voornemens vast te houden aan het standpunt van het vorige kabinet dat de leges zoveel mogelijk kostendekkend moeten zijn? Waarom wel of waarom niet, en welke gevolgen verbindt u hieraan? Kunt hierbij toelichten welke kosten er precies worden meegenomen bij het bepalen van de hoogte van de leges?
Het kabinet houdt vast aan het standpunt dat de leges zoveel mogelijk kostendekkend moeten zijn. Het uitgangspunt is dat de betrokken aanvragers zelf het meeste profijt hebben van de diensten van de overheid en voor deze diensten de kosten dragen. Uiteraard wordt hierbij rekening gehouden met de relevante Europeesrechtelijke kaders en jurisprudentie. Dit betekent dat de leges minder kostendekkend kunnen zijn dan voorzien.
Over de opbouw van de kostprijzen bij de IND waarop de legestarieven worden gebaseerd, verwijs ik naar de brief van de toenmalige minister voor Immigratie, Integratie en Asiel van 31 januari 2012 aan uw Kamer (TK 2011–2012, 30 573, nr. 94.
Kunt u toelichten waarom de leges voor het vervangen van een vreemdelingendocument (250 euro) vele male hoger zijn dan voor het vervangen van een Nederlands identiteitsdocument of de vervanging van een EU-document?
Het is redelijk om hogere leges te vragen voor de vervanging van een vreemdelingendocument dan voor de vervanging van een identiteitsdocument. Aan de vervanging van een vreemdelingendocument zijn hogere kosten verbonden doordat de IND hiervoor extra taken moet verrichten. Zo moet bijvoorbeeld opnieuw getoetst worden of de desbetreffende vreemdeling aan de voorwaarden voor verblijf voldoet. Voor een nadere toelichting op de redenen waarom hogere leges gevraagd worden voor de vervanging van een vreemdelingendocument, verwijs ik naar de antwoorden van 27 januari 2011 van de toenmalige minister voor Immigratie en Asiel op vragen van het toenmalige lid van de Tweede Kamer, de heer Spekman (TK 2010–2011, Aanhangselnummer 1219).
Het bericht dat Irak niets doet voor teruggekeerde landgenoten |
|
Sharon Gesthuizen (GL) |
|
Fred Teeven (staatssecretaris justitie en veiligheid) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is uw reactie op het bericht dat Irak niets doet voor landgenoten die naar het buitenland zijn gevlucht en weer zijn teruggekeerd?1
De Irakese minister voor Migratie heeft tijdens een bezoek aan Nederland in juni 2012 toegelicht dat Irak nog volop in een proces van wederopbouw verkeert en daarbij onder meer te kampen heeft met grote aantallen ontheemde onderdanen. Het gaat om enkele honderdduizenden ontheemden in eigen land en om tienduizenden Irakezen die in vaak slechte omstandigheden verkeren in buurlanden als Syrië, Jordanië en Jemen. De Irakese regering geeft veel aandacht aan de opvang en herhuisvesting van deze mensen en ik ben het dan ook niet eens met het bericht dat Irak niets voor hen doet.
Maar Irak kan daarbij wel hulp gebruiken en dat is precies de reden waarom mijn ambtsvoorganger de Irakese minister voor migratie aanbood Irak hierbij te ondersteunen in ruil voor medewerking van Irak aan de gedwongen terugkeer van onderdanen die niet in Nederland mogen blijven. De toenmalige staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking had daarvoor een bedrag van 5,5 miljoen euro beschikbaar gesteld. De gesprekken met Irak over gedwongen terugkeer zijn nog niet afgerond, maar het aanbod van 5,5 miljoen euro geldt nog steeds.
De situatie van Irakese vreemdelingen die vrijwillig vanuit Nederland terugkeren naar Irak is niet te vergelijken met die van de binnenlands ontheemden en de vluchtelingen in de buurlanden, omdat zij van Nederland een ruimhartig pakket ondersteuningsmiddelen meekrijgen. Irakezen die vrijwillig terugkeren kunnen gebruikmaken van de verschillende vertrekregelingen. Zo is een ondersteuningsbijdrage beschikbaar om de eerste periode na vertrek uit Nederland te overbruggen en daarnaast kunnen ex-asielzoekers in aanmerking komen voor een financiële herintegratiebijdrage. Naast de financiële regelingen kunnen terugkerende ex-asielzoekers ondersteuning in natura ontvangen in de vorm van een opleiding, arbeidsbemiddeling of medische ondersteuning. Bovenop deze algemene regelingen heeft Nederland samen met Frankrijk, België, Zweden en Duitsland geïnvesteerd in een herintegratieproject in Irak voor vrijwillig terugkerende Irakezen.
Deelt u de mening dat onder andere hierdoor vrijwillige terugkeer ook geen optie is voor Irakese vreemdelingen?
Zie antwoord vraag 1.
Kunt u aangeven wat er is gebeurd na het aanbod van uw ambtsvoorganger aan Irak om, in ruil voor 5,5 miljoen euro aan ontwikkelingsgeld, te werken aan herintegratie van uitgeprocedeerde Iraakse asielzoekers die vanuit Nederland terugkeren naar hun land?2
Zie antwoord vraag 1.
Klopt het bericht dat er gesprekken gaan plaatsvinden tussen de Nederlandse en Irakese regering over deze problematiek, omdat Nederland 15.000 Irakezen zou weigeren? Zo ja, kunt u dit toelichten?3
Neen, dit bericht klopt niet. Het gaat hier om een onjuiste weergave van een gesprek dat de secretaris-generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken recentelijk in Bagdad had met de voorzitter van de commissie voor ontheemden van het Irakese parlement. De secretaris-generaal legde tijdens dat gesprek uit dat het voor de geloofwaardigheid van het Nederlandse migratiebeleid belangrijk is dat vreemdelingen die niet in Nederland mogen blijven, daadwerkelijk terugkeren naar hun land van herkomst. Nederland kent een Irakese diaspora van circa 50.000 personen en heeft in de afgelopen decennia duizenden Irakezen een verblijfsvergunning verstrekt. Maar er zijn ook Irakezen die geen verblijfsvergunning hebben ontvangen en die moeten terugkeren naar Irak. Het gaat daarbij om circa 1000 à 1500 personen per jaar, van wie een deel vrijwillig vertrekt. In 2011 en 2012 zijn in totaal ruim 1300 Irakezen met hulp van IOM vrijwillig teruggekeerd naar Irak. De website waarnaar in de vraag wordt verwezen heeft deze aantallen kennelijk niet goed begrepen, hetgeen inmiddels door de Nederlandse ambassade in Bagdad is rechtgezet.