De gratis pendelbus voor asielzoekers tussen Ter Apel en Emmen |
|
Simon Ceulemans (JA21) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Hoe is de besluitvorming rond het niet meer hoeven kopen van een kaartje voor de pendelbus tussen het aanmeldcentrum in Ter Apel en Emmen exact verlopen? Welke partijen zijn hierbij betrokken en wie is eindverantwoordelijk voor het besluit?
Het besluit dat gebruikers geen kaartjes hoeven te kopen voor de pendelbus is lokaal genomen door vervoersorganisaties in samenspraak met de provincies en gemeenten in de regio. Het Ministerie van Asiel en Migratie was hier niet bij betrokken. De concessieverlener voor het regionale busvervoer was eindverantwoordelijk voor dit besluit.
Wanneer en via wie hoorde u voor het eerst van dit voornemen? Heeft u hier vervolgens op geacteerd? Zo ja, hoe?
Voorafgaand aan het werkbezoek aan Ter Apel op 15 december jl. ben ik in een gesprek met de burgemeester en de commissaris van de Koning geïnformeerd over dit voornemen. In die gesprekken is direct aangegeven dat dit voornemen niet acceptabel is. Overlast wordt niet beloond met gratis vervoer. Van het daadwerkelijke besluit om de kaartverkoop op te schorten heb ik vervolgens via berichtgeving in de media kennisgenomen.
Wanneer en door wie bent u op de hoogte gebracht van het besluit?
Zie antwoord vraag 2.
Klopt het dat u op maandag 15 december in Ter Apel over deze kwestie onder andere heeft gezegd dat «van een gratis pendelbus geen sprake [kan] zijn. In Nederland koop je een kaartje als je de bus instapt. Dat geldt voor iedereen, zeker ook voor mensen die hier te gast zijn.»1 en «Ik vind dat als mensen zich misdragen, je het niet gratis voor ze moet maken, maar moet zorgen dat het misdragen stopt. Dat is wat ik aan het doen ben.»?2
Dat klopt.
Deelt u de mening dat u hiermee nadrukkelijk de indruk heeft gewekt dat u het besluit terug zou draaien, zeker aangezien de pendelbus als initiatief vanuit het (toenmalige) Ministerie van Justitie en Veiligheid is gestart? Zo nee, waarom niet?
Nee. Die indruk wordt niet gedeeld. Op 19 december jl. is vanuit het Ministerie van Asiel en Migratie een brief verstuurd naar de gemeente Westerwolde met het nadrukkelijke verzoek om de kaartverkoop voor de pendelbus te hervatten. Op 30 december jl. is de kaartverkoop weer hervat.
Welke zeggenschap heeft u momenteel over deze pendelbus en de beleidskeuzes die hieromtrent gemaakt worden?
Het Ministerie van Asiel en Migratie financiert de pendelbus en kan daarmee randvoorwaarden stellen aan de pendelbus. Dat reizigers kaartjes moeten kopen voor de bus is een randvoorwaarde die al geldt sinds de start van de pendelbus in 2019.
Wat is uw reactie op het feit dat, ondanks uw woorden in Ter Apel, asielzoekers vanochtend al niet meer hoefden te betalen voor de bus?
Er is een korte periode sprake geweest van het feit dat gebruikers geen kaartje hoefden te kopen voor de pendelbus. Na het nadrukkelijke verzoek om de kaartverkoop te hervatten, werden per 30 december jl. weer kaartjes verplicht gesteld. De daadwerkelijke hervatting van de kaartverkoop vergde voor de gemeente enige tijd vanwege de organisatorische en logistieke voorbereiding, mede vanwege de kerstperiode.
Wie draait er op dit moment voor de kosten van het gratis reizen op?
De opbrengst van de kaartjes gaat naar het OV-bureau van Groningen en Drenthe. Zij hebben gedurende deze periode geen opbrengst ontvangen.
Welke organisaties en/of personen bedoelt u met «andere organisaties die het wél prima vinden om crimineel gedrag te belonen» en «iemand die blijkbaar een andere mening is toegedaan» waarnaar u als verantwoordelijken voor het besluit verwees in een interview met GeenStijl?3
De besluitvorming van het aanbieden van gratis vervoer met de pendelbus is lokaal genomen door vervoersorganisaties in samenspraak met de provincies en gemeenten in de regio. Het Ministerie van Asiel en Migratie is niet betrokken geweest bij deze besluitvorming en staat niet achter het destijds genomen besluit.
Wie of wat bedoelt u met «dan is de rekening voor die persoon zelf»?. Bij wie wilt u de rekening neerleggen?
Reizigers die gebruikmaken van de pendelbus dienen een kaartje te betalen voor hun reis.
Gaat u er alles aan doen om per direct een einde te maken aan het gratis reizen met deze pendelbus? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe?
Het Ministerie van Asiel en Migratie heeft op 19 december jl. een brief gestuurd naar de gemeente Westerwolde met het nadrukkelijk verzoek de kaartverkoop voor de pendelbus te hervatten. Inmiddels moet iedereen die reist met de pendelbus weer een kaartje aanschaffen.
Wilt u deze vragen nog deze week beantwoorden?
Het is niet gelukt de vragen voor het kerstreces te beantwoorden.
Het bericht dat de IND de komende jaren 70.000 naturalisaties per jaar verwacht |
|
Marina Vondeling (PVV) |
|
Arno Rutte (VVD), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verwacht dat er de komende jaren bijna 70.000 Nederlandse paspoorten worden weggeven aan vreemdelingen?1
Ja.
Bent u het eens met de stelling dat het massaal uitgeven van Nederlandse paspoorten aan vreemdelingen die vaak een cultuur aanhangen die haaks staat op de Nederlandse, leidt tot onomkeerbare demografische veranderingen en extra druk op onze samenleving?
Het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit is gebonden aan strikte voorwaarden en verankerd in wettelijke kaders zoals langdurig legaal verblijf, inburgering en kennis van de Nederlandse taal en samenleving. Naturalisatie heeft daarmee nauwelijks demografische impact, omdat zij geen nieuwe instroom creëert maar betrekking heeft op reeds langdurig in Nederland verblijvende personen. Het is dus geen massaal of vrijblijvend proces. Demografische veranderingen zijn een breed maatschappelijk proces dat door meerdere factoren wordt beïnvloed, zoals migratie, vergrijzing en economische ontwikkelingen. In hoeverre deze veranderingen leiden tot extra druk op de samenleving hangt sterk af van de mate van integratie en participatie, en de inrichting van publieke voorzieningen en beleidskeuzes.
Deelt u de mening dat Syrië veilig is en Syriërs terug naar huis moeten in plaats van dat zij een Nederlands paspoort krijgen? Zo ja, gaat u per direct alle tijdelijke statussen van Syriërs intrekken?
Hoewel de algemene situatie in Syrië is verbeterd ten opzichte van de periode onder het Assad-regime, kan niet gesteld worden dat Syrië zonder meer veilig is voor iedereen. Om op deze situatie te reflecteren zijn in het landenbeleid momenteel risicoprofielen aangemerkt en is er sprake van een zogeheten 15c-situatie in de laagste gradatie. Zoals het geval is voor alle asielzoekers worden ook Syrische aanvragen daarom individueel beoordeeld tegen de achtergrond van de meest actuele landeninformatie. Voor een volledige toelichting op het landenbeleid Syrië verwijs ik u gemakshalve naar mijn Kamerbrief d.d. 10 juni jl.2
In deze brief heb ik aangegeven dat nog niet kon worden geconcludeerd dat de positieve wijzigingen in Syrië reeds voldoende ingrijpend en van niet-voorbijgaande aard waren. De situatie was daarom nog niet voldoende bestendig om conform de voorwaarden van het Unierecht tot herbeoordelingen voor statushouders met een verblijfsvergunning over te gaan. Op 30 januari jl. is het nieuwe ambtsbericht Syrië verschenen. Aan de hand van dit ambtsbericht wordt opnieuw bezien of herbeoordelen kan plaatsvinden.
Hoeveel Syriërs zijn er sinds 2020 genaturaliseerd en hoeveel hebben hierbij geen paspoort of geboorteakte overlegd?
Volgens de gegevens van het CBS zijn in de periode 2020 t/m 2024 in totaal 77.200 personen met de Syrische nationaliteit genaturaliseerd tot Nederlander. De gegevens over 2025 zijn nog niet beschikbaar. De IND beschikt niet over gegevens hoeveel Syriërs geen paspoort of geboorteakte hebben overgelegd bij hun naturalisatieverzoek.
De hoofdregel is dat bij het indienen van een naturalisatieverzoek in beginsel een paspoort en geboorteakte moet worden overgelegd. Op deze hoofdregel bestaan enkele uitzonderingen. Toegelaten asielzoekers zijn in principe vrijgesteld van het overleggen van een paspoort en een geboorteakte. Daarnaast bestaat er een specifieke uitzondering voor vreemdelingen die de Syrische nationaliteit bezitten. Zij hoeven bij een naturalisatieverzoek geen Syrisch paspoort noch een uit Syrië afkomstige geboorteakte te overleggen. Zij zijn hiervan vrijgesteld vanwege de instabiele situatie in het land. Dit is vastgelegd in de Handleiding voor toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap 2003. Naar aanleiding van het aankomende ambtsbericht van eind januari wordt geïnventariseerd of dit beleid moet worden herzien. Volledigheidshalve merk ik nog op dat van Syriërs die buiten Syrië zijn geboren in beginsel nog wel verlangd wordt dat zij een geboorteakte overleggen van het land waarin zij geboren zijn.
Bent u bereid om absolute prioriteit te geven aan het intrekken van verblijfsvergunningen van vreemdelingen uit landen waar de situatie is verbeterd, en aan het stimuleren van vertrek, in plaats van het massaal uitdelen van Nederlandse paspoorten?
Vooropgesteld dient de wijziging in een situatie in een land van herkomst dermate bestendigd te zijn dat er op basis van het Unierecht overgegaan kan worden tot herbeoordelen. Het intrekken van een vergunning waarmee asielrechtelijk bescherming is verleend is immers een besluit dat niet lichtvaardig genomen dient te worden en dat met rechtswaarborgen is omkleed. Het herbeoordelen en vervolgens intrekken van verleende vergunningen is verder een bewerkelijk proces waarbij de bewijslast bij de IND ligt. Daarbij geldt dat er reeds een grote voorraad aan zaken in eerste aanleg ligt waarvoor de IND aan de lat staat. Indien er zich situaties voordoen die zich lenen voor grootschalige herbeoordeling zal er daarom altijd gekeken moeten worden naar de balans die geslagen wordt tussen de inzet op eerste asielaanvragen enerzijds en de inzet op herbeoordelingen anderzijds. Daar kan ik nu niet op vooruitlopen.
Kunt u nog voor het einde van dit jaar een wetsvoorstel naar de Kamer sturen om de naturalisatietermijn te verhogen naar ten minste tien jaar? Bent u ook bereid om, totdat deze wet is aangenomen, een moratorium in te stellen op naturalisaties van asielstatushouders uit landen die als veilig worden beschouwd of waar de situatie aanzienlijk is verbeterd, zoals Syrië? Zo nee, waarom niet?
Het verhogen van de naturalisatietermijn naar ten minste tien jaar vereist een wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Een wetsvoorstel hiertoe is thans in voorbereiding. Een dergelijke wijziging vergt een zorgvuldige voorbereiding, waaronder juridische toetsing aan internationale en Europese verplichtingen, interdepartementale afstemming en een beoordeling van de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Het wetsvoorstel is tot 2 december 2025 in (internet)consultatie gegeven. De reacties daarop worden nu verwerkt. Voorts is de IND bezig met een uitvoeringstoets. Het rapport van deze toets zal naar verwachting eind februari 2026 gereed zijn. Daarna wordt het wetsvoorstel aangeboden voor advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk. Op dit moment wordt gestreefd naar indiening in de Tweede Kamer in het derde kwartaal van 2026.
Ik geen aanleiding om een moratorium in te stellen op naturalisaties van specifieke groepen asielstatushouders. Naturalisatie is een individuele rechtsgang met een individuele beoordeling die uitsluitend plaatsvindt nadat betrokkene duurzaam rechtmatig verblijf heeft gehad en aan alle wettelijke voorwaarden heeft voldaan. Het instellen van een generieke opschorting op basis van herkomstland acht ik onverenigbaar met het gelijkheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en geldende internationale verplichtingen.
Ik hecht eraan vast te houden aan een zorgvuldig en individueel beoordeeld naturalisatieproces en zie op dit moment geen aanleiding om hiervan af te wijken.
Verschillende berichten over de handhaving op misstanden rond arbeidsmigranten |
|
Stephan Neijenhuis (D66) |
|
Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van de artikelen in De Groene Amsterdammer van 24 november jl.1 en het Financieele Dagblad van 11 december jl.2 over de handhaving door de Arbeidsinspectie op misstanden rond arbeidsmigranten en kunt u daar in het algemeen een reactie op geven?
Ja. In de artikelen gaat het over de positie van illegaal in Nederland verblijvende werknemers, de inzet van de Arbeidsinspectie en samenwerking van de Arbeidsinspectie en de AVIM (afdeling vreemdelingenpolitie, identificatie en mensenhandel).
Illegaal verblijf en illegale tewerkstelling zijn twee afzonderlijke situaties. In de praktijk zijn beide situaties echter nauw met elkaar verweven. Een vorm van inkomen, bijvoorbeeld door arbeid, is vaak nodig om het illegaal verblijf in stand te houden of aanleiding om illegaal in Nederland te verblijven. Door de verwevenheid van de situaties is het voor de Arbeidsinspectie noodzakelijk om met de AVIM samen te werken vanuit de eigen wettelijke taak. Net zoals die organisaties ook samenwerken met gemeenten vanwege gemeentelijke taken voor (exploitatie) vergunningen en huisvestiging en met de IND en het UWV vanwege de verstrekking van vergunningen voor verblijf en tewerkstelling.
De Arbeidsinspectie is, op grond van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), verantwoordelijk voor de aanpak van illegale tewerkstelling door werkgevers. De AVIM houdt toezicht op de naleving van de Vreemdelingenwet, waaronder op de aanpak van illegaal verblijf. Voor effectief overheidsoptreden is voor de Arbeidsinspectie samenwerking een noodzakelijke voorwaarde.
Bij de aanpak van illegale tewerkstelling en illegaal verblijf is zichtbaar dat het algemeen belang dat wettelijke bepalingen worden nageleefd op gespannen voet kan staan met het individuele belang van werknemers.
Het is in het algemene belang dat illegale tewerkstelling en illegaal verblijf wordt voorkomen en beëindigd. Het betreft over het algemeen mensen van buiten de EU die qua redzaamheid (taal, integratie in de samenleving, sociaal netwerk) meestal kwetsbaar zijn. Illegale tewerkstelling brengt hen dan ook nog eens in een arbeidsrelatie die risicovol is omdat er sprake is van een zeer scheve machtsbalans met de werkgever.
Collectief hebben werknemers, burgers en bedrijven belang bij die wettelijke normen en de naleving ervan. Dat algemene belang kan echter op gespannen voet staan met het individuele belang van illegaal verblijvende werknemer. Namelijk het belang van individuele werknemers dat de illegale tewerkstelling onopgemerkt blijft en voortduurt, net als het illegaal verblijf. Een effectieve handhaving van de Wav, door samenwerking met AVIM, kan spanning opleveren met het doel om de werknemer te beschermen.
Dit zou gevolgen kunnen hebben voor de bereidheid van werknemers om meldingen van arbeidsmisstanden te doen bij de Arbeidsinspectie3.
In het algemeen zien we in situaties dat de terughoudendheid om met overheidsdiensten in contact te treden groter is dan wenselijk, bijvoorbeeld vanwege culturele verschillen of ervaringen in het herkomstland. Het kabinetsbeleid is erop gericht door voorlichting (workinnl.nl), en handhaving (Arbeidsinspectie en meerdere andere overheidsinstanties) die verschillen in behandeling weg te nemen of in ieder geval te verkleinen.
Klopt het dat ongedocumenteerden na een melding bij de Arbeidsinspectie in een uitzettingsprocedure belanden? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot het feit dat zij zich ook moeten kunnen melden bij diezelfde Arbeidsinspectie naar aanleiding van misstanden op het werk?
Nee, de Arbeidsinspectie houdt geen toezicht op het vreemdelingenrecht, dat is aan de AVIM. Een melding van de Arbeidsinspectie leidt daarom niet (direct) tot een uitzettingsprocedure.
Meldingen bij de Arbeidsinspectie kunnen worden gedaan door iedereen en vanuit meerdere perspectieven of belangen. Meldingen komen van werkenden, burgers, bedrijven, andere (overheids)organisaties etc. En dat kan hun eigen situatie of die van anderen betreffen. Er is een veelheid aan redenen waarom mensen arbeidsmisstanden wel of niet melden. Ook daarbij kunnen belangen met elkaar op gespannen voet staan waardoor het juist wel of niet tot melden komt.
Betrokkenheid van de politie of de AVIM betekent ook niet automatisch een uitzettingsprocedure. Het kan ook leiden tot een (hernieuwde) aanvraag voor verblijf c.q. asielprocedure. Ook kan er sprake zijn van verblijfsrecht in een andere EU-lidstaat waardoor terugkeer naar dat land aan de orde is.
De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de arbeidswetten door werkgevers en doet strafrechtelijke onderzoeken naar mensenhandel, georganiseerde fraude met uitkeringen en subsidies, en zorgfraude.
De Arbeidsinspectie voert haar taken uit binnen een spanningsveld tussen belangen van de individuele werknemer en het meer algemene belang, in dit geval om illegale tewerkstelling te bestrijden. Vaak lopen het individuele en algemene belang gelijk op. De Inspectie pakt overtreding van de bestuursrechtelijke arbeidswetten door werkgevers aan en beschermt daarmee werknemers, ongeacht hun verblijfsstatus. En als na contact tussen een illegaal verblijvende werknemer en de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie blijkt dat geen sprake is van (mogelijke) arbeidsuitbuiting, dan is deze vreemdeling vrij om zijn weg te vervolgen.
De Arbeidsinspectie vindt dat haar taakuitoefening met zich meebrengt dat zij als onderdeel van de overheid bijdraagt aan het structureel aanpakken van de praktijken van illegale tewerkstelling. Dit sluit ook aan bij de bredere behoefte in de samenleving en politiek aan overheidsorganisaties die samenwerken, bijvoorbeeld om ondermijning tegen te gaan. Binnen dit soort samenwerkingen, zoals ook met gemeenten en het UWV, gaat het om het gezamenlijk overheidsoptreden zoals het uitvoeren van inspecties en om het onderling delen van meldingen die relevant zijn voor de uitoefening van de taken door de verschillende organisaties. Deze organisaties bepalen vervolgens zelf, vanuit de eigen wettelijke taak, wat zij met de ontvangen meldingen doen.
Klopt het dat achterstallig loon of eventuele mishandeling geen onderdeel is van de werkplekcontrole? Zo ja, waarom niet?
Nee, dit klopt niet. Achterstallig loon, slapen op de werkplek of vormen van eventuele mishandeling zijn signalen van arbeidsuitbuiting. De Arbeidsinspectie neemt deze signalen mee bij een inspectie. Daarnaast kan de werknemer in geval van mishandeling zelf aangifte bij de politie doen. De Arbeidsinspectie kan daarbij adviseren en doorverwijzen. Dit doet zij ook in de praktijk.4
De Arbeidsinspectie houdt risicogericht toezicht op naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). Als er indicaties zijn dat werknemers niet het wettelijk minimumloon krijgen, dan wordt hierop gecontroleerd ongeacht de verblijfsstatus van de werknemers. Indien er onderbetaling wordt vastgesteld door de inspecteur, dan wordt er een nabetalingsbrief gestuurd aan de werkgever. De werkgever krijgt vier weken de tijd om een nabetaling te doen. Er kan een last onder dwangsom worden opgelegd als er niet is nabetaald. De werknemer ontvangt een brief, waarin wordt aangegeven dat onderbetaling is geconstateerd. Deze werknemersbrief is in verschillende talen beschikbaar. Omdat de Arbeidsinspectie alleen controleert op het bruto minimumuurloon, wordt in deze brief naar het Juridisch Loket verwezen voor het eventuele problemen met het ontvangen cao-loon.
De Arbeidsinspectie heeft geen bevoegdheid om loon terug te vorderen namens de werknemer, ongeacht of het een vreemdeling is die illegaal is tewerkgesteld. Op grond van artikel 23 van de Wet arbeid vreemdelingen kan de illegaal tewerkgestelde vreemdeling door middel van een rechtsvermoeden zelf een loonvordering instellen tegen zijn werkgever. Dit betreft enkel een civielrechtelijke mogelijkheid. De Arbeidsinspectie informeert de werknemer over diens rechten en plichten door tijdens controles een visitekaartje uit te delen van de website workinnl.nl. Daarnaast worden de overtredingen van de Wav mét bedrijfsnamen openbaar gemaakt via de website «inspectieresultaten» van de Arbeidsinspectie. Daarmee is ook voor een (voormalig) werknemer zichtbaar dat de werkgever is beboet en kan deze gedupeerde en/of diens gemachtigde een civielrechtelijke procedure starten.
Waarom houdt de Arbeidsinspectie geen cijfers bij van collegiale meldingen? Kunnen deze cijfers alsnog inzichtelijk gemaakt worden voor de Kamer?
De Arbeidsinspectie kan uit haar systemen informatie over gezamenlijke inspecties met andere organisaties opmaken. In 2024 hebben er 123 inspecties plaatsgevonden waaraan de Arbeidsinspectie en de AVIM deelnamen. Dat geeft een indicatie van het aantal keren dat er sprake was van (mogelijke) samenloop van illegale tewerkstelling en illegaal verblijf. Het is niet mogelijk specifiek cijfers over de collegiale meldingen te verstrekken. Dat komt door het volgende.
Het Meldingen Informatie Centrum (MIC) is het centraal loket van de Arbeidsinspectie voor alle meldingen en verzoeken over ongezond, onveilig en oneerlijk werk. Alle meldingen worden geregistreerd, beoordeeld en – indien ze in aanmerking komen voor opvolging – doorgeleid naar het team van inspecteurs in de desbetreffende regio of naar een actief programma. Ontvangen meldingen die buiten het werkterrein van de Arbeidsinspectie vallen, worden doorgestuurd naar relevante organisaties. Bij dit meldingenproces geldt de Nationale Politie als zendende of ontvangende partij; zij bepaalt vervolgens zelf of en naar wie binnen de politie (zoals de AVIM) een melding wordt doorgestuurd. De Arbeidsinspectie heeft zodoende geen gegevens over meldingen die specifiek naar de AVIM worden gestuurd. Naast dit centrale loket hebben inspecteurs veel contacten met gemeenten, de politie en de AVIM bij verzoeken voor gezamenlijke inspecties. Die verzoeken worden ook gedaan door lokale of regionale informatie- en expertisecentra (RIEC’s) met als doel om ondermijning tegen te gaan. Deze contacten worden niet altijd vastgelegd of niet op een manier die voor statistische doeleinden te ontsluiten is, omdat dat heel vaak niet nodig is voor de voorliggende zaak.
Erkent u dat de dubbele taak van de Arbeidsinspectie, beschermen van werknemers en het handhaven op verblijfsstatus, onwerkbaar is? Zo nee, waarom niet?
Zoals bij vraag 2 aangegeven, is de toezichtstaak op het vreemdelingenrecht bij de AVIM belegd, niet bij de Arbeidsinspectie. Er is zodoende geen sprake van een dubbele taak voor de Arbeidsinspectie. Dit laat onverlet dat de Arbeidsinspectie bij haar taakuitoefening in een spanningsveld van belangen werkt.
Hoe duidt u de samenwerking tussen de Arbeidsinspectie en de Vreemdelingenpolitie? Hoe verhoudt zich dit tot (inter)nationale verdragen en afspraken?
Samenwerking tussen de Arbeidsinspectie, de politie waaronder de AVIM vindt plaats zodat deze organisaties beter in staat zijn om hun wettelijke taak uit te voeren. Dit is in overeenstemming met de maatschappelijke en politieke wens dat overheidsorganisaties samenwerken.
De politie gaat geregeld met inspecties, ook van andere diensten, mee om de veiligheid van inspecteurs te waarborgen. Ook helpt de politie om voertuigen van de openbare weg te halen en naar locaties te begeleiden waar naleving van de arbeidswetten kan worden gecontroleerd, bijvoorbeeld voor chauffeurs van vrachtwagens en voor maaltijdbezorgers.
Inspecteurs van de Arbeidsinspectie worden opgeleid om mensen te kunnen identificeren en om documenten op echtheid te kunnen verifiëren. Als dit in de praktijk te complex blijkt, dan kunnen zij een beroep op specialistische expertise van de AVIM doen. Omdat de politie ook voor de Wav als toezichthouder is aangewezen, kan de Arbeidsinspectie via processen-verbaal van de politie acteren op hun bevindingen. Ook de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie heeft de AVIM nodig bij haar taken. De Opsporingsdienst doet onderzoek naar mensensmokkel als er een vermoeden is dat arbeidsmigranten gefaciliteerd worden bij illegale tewerkstelling. Dan moet de identiteit van een vreemdeling, waaronder diens verblijfsstatus, worden vastgesteld voor bewijsvoering. Dit doet de AVIM, omdat de Arbeidsinspectie geen toezicht op de Vreemdelingenwet houdt. In onderzoeken naar arbeidsuitbuiting kan conform de B8/3-regeling uit de Vreemdelingencirculaire een bedenktijd worden aangeboden aan een mogelijk slachtoffer, die geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft. Tijdens de bedenktijd wordt de plicht tot vertrek uit Nederland opgeschort en kan het slachtoffer opvang en ondersteuning krijgen. Op voorspraak van de Arbeidsinspectie dient de AVIM middels het M55-formulier deze aanvraag in bij de IND en stelt daartoe de identiteit van de vreemdeling vast. Als het mogelijke slachtoffer na de bedenktijd besluit om aangifte van arbeidsuitbuiting bij de Arbeidsinspectie te doen, is er opnieuw contact met de AVIM om een tijdelijke verblijfsvergunning aan te vragen, welke verblijfsrecht geeft gedurende het strafrechtproces.
In ILO-verdrag 81 betreffende de Arbeidsinspectie in de industrie en de handel (hierna: ILO-verdrag) zijn taken van inspecties beschreven. Hier staat dat de taak van de Arbeidsinspectie is om te verzekeren dat de arbeidsvoorwaarden en bescherming van werknemers worden gewaarborgd. Daarbij is aangegeven dat aan de Arbeidsinspectie op nationaal niveau ook andere taken kunnen worden opgedragen, maar dat de andere functie niet mag hinderen in de uitoefening van de voornaamste functies en geen afbreuk mag doen aan het gezag of de onpartijdigheid van de inspecteurs. Daarnaast heeft het Verdragscomité bij het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) in oktober 2025 aanbevelingen aan Nederland gedaan.
Op het terrein van Arbeidsinspectie heeft het comité aanbevolen om inspecties te verstevigen en deze te scheiden van migratie controle functies en effectieve monitoring en sancties te waarborgen tegen misstanden jegens arbeidsmigranten.5 Het Verdragscomité baseert deze aanbeveling op artikelen 2, 6 en 7 van IVESCR.
Artikel 6 en 7 zien respectievelijk op het «right to work» en «right to just and favourable conditions of work,» op basis van artikel 2 (2) non-discriminatie brengt het Verdragscomité dit in relatie tot arbeidsmigranten/vreemdelingen.
In lijn met de internationale verdragen en aanbevelingen zijn de taken met betrekking tot de arbeidswetten en het vreemdelingenrecht in Nederland bij twee separate organisaties belegd. Zoals eerder aangegeven kan bij de Wav het belang van individuele werknemers op gespannen voet staan met het algemeen belang en kan er spanning ontstaan met het doel de individuele werknemer te beschermen. In concrete situaties waar zich dat voordoet, wordt afhankelijk van de feiten en omstandigheden binnen de taken van de Arbeidsinspectie een afweging gemaakt tussen bescherming van individuele werknemers en het algemeen belang van het aanpakken van illegale tewerkstelling en daarmee verweven illegaal verblijf.
Volgens de ILO moet er een zogenaamde «firewall» zijn tussen handhaving van arbeidswetten en vreemdelingenrecht, waarom is dit in Nederland niet toegepast?
Het opzetten van «firewalls» tussen de arbeidsinspectie en de handhaving van vreemdelingenrecht wordt door de ILO genoemd als goede praktijk om de rechten van arbeidsmigranten in de praktijk te waarborgen.6 In Nederland vindt het toezicht op deze rechtsgebieden door verschillende organisaties plaats. Overigens betekent deze «firewall» niet dat er geen samenwerking tussen deze organisaties kan en mag zijn, mits deze de primaire taken van de Arbeidsinspectie namelijk het beschermen van werknemers, zoals gedefinieerd in het ILO-verdrag, niet in de weg staan. De ILO benoemt deze samenwerking ook. In de «Guidelines on general principles of labour inspection»7 wordt bijvoorbeeld aangegeven dat arbeidsinspecties samenwerkingsafspraken behoren te maken met organisaties met wie zij doelen en taken delen, waaronder de politie en immigratiediensten. In de Technical brief bij «Labour inspection and monitoring of recruitment of migrant workers»8 wordt benoemd dat dit soort samenwerkingen effect laten zien, o.a. in het Verenigd Koninkrijk, België en Nederland.
Hoe plaatst u de hoogte van de boetes van illegale tewerkstelling in relatie tot het financiële voordeel van werkgevers? Vindt u deze in verhouding?
Eerder heeft de Arbeidsinspectie een signaal over de snelle terugverdientijd van boetes opgesteld dat door de Minister van SZW aan de Tweede Kamer is gestuurd. Mede hierop is onderzoek door SEO verricht naar de effectiviteit van boeteverhogingen, voor alle eerlijk werk wetten. Uit dit onderzoek genaamd «Hard waar het moet, zacht waar het kan»9 volgt dat de afgelopen jaren, door het achterwege laten van indexering, de reële waarde van boetes door welvaartsstijging en inflatie is gedaald. Dit ondermijnt zowel de preventieve werking (het ontmoedigen van overtredingen) als de reactieve werking (het voorkomen van herhaling) van boetes. In juli 2025 heeft het kabinet daarom aangekondigd deze boetes eenmalig te verhogen door rekening te houden met een fictieve indexatie over de afgelopen jaren en hierna jaarlijks te gaan indexeren. Aan het einde van het eerste kwartaal 2026 wordt uw Kamer hierover nader geïnformeerd.
Onderschrijft u het beeld van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel dat de bescherming van ongedocumenteerden onder druk staat door de taak van de Arbeidsinspectie om illegale tewerkstelling te bestrijden?
De signalen van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel zijn belangrijk. In de opsporingspraktijk beoordelen gecertificeerde rechercheurs mensenhandel of sprake is van de geringste aanwijzing van arbeidsuitbuiting tijdens het intakeproces.10 Indien daarvan sprake is, wordt de bedenktijd aangeboden. Vervolgens komen op basis van de B8/3-regeling slachtoffers en getuigen van mensenhandel die aangifte doen of op een andere manier meewerken aan het strafproces in aanmerking voor een tijdelijke verblijfsvergunning en de daaraan verbonden voorzieningen zoals opvang en onderdak. Dit wordt beoordeeld tegen de achtergrond van het delict mensenhandel, omdat het in het verlengde van de taakopdracht van de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie ligt om dit strafbare feit te stoppen en de verdachte daarvan op te sporen. Het slachtoffer- en opsporingsperspectief botsen hier soms met elkaar. De Arbeidsinspectie heeft geen hulpverleningstaken en dat is ook logisch, het past ook niet bij toezicht en opsporing. Voor de Arbeidsinspectie staat het toezichts- en opsporingsbelang voorop. Indien het politiek wenselijk zou zijn dat het hulpverleningsperspectief primaat krijgt, dan zal dat logischerwijs niet bij de Arbeidsinspectie moeten liggen.
Hoe kan het dat de Arbeidsinspectie verwijst naar FairWork voor verantwoordelijkheden die bij het takenpakket van de Arbeidsinspectie zelf horen?
Het is goed dat de Inspectie verwijst naar NGO’s voor hulp en empowerment. Het is niet correct dat ze dit zou doen voor haar eigen taken. De ILO beveelt zo’n samenwerking juist aan.11 Concreet gaat het hier om loon dat de werkgever aan vreemdelingen moet betalen.
Deze verplichting is neergelegd in art. 23 van de Wav. Uit de wet volgt dat dit civielrechtelijk kan worden afgedwongen en NGO’s, zoals FairWork, kunnen cliënten daar eventueel bij bijstaan. Deze bepaling geeft dus geen mogelijkheden voor bestuursrechtelijke handhaving.
Bent u het eens dat het nutteloos is de loonadministratie alleen als basis te nemen voor een potentiële loonvordering bij de werkgever voor een ongedocumenteerde werknemer? Ziet u ook dat het de loonadministratie juist aan deze gegevens ontbreekt in deze context?
Zoals in antwoord 10 is aangegeven, gaat het hier om een rechtsvermoeden dat civielrechtelijk moet worden afgedwongen. Daarbij kan de werkende bij de rechter alle informatie aandragen die hij hiervoor relevant vindt, dus ook ontvangen bedragen, digitale kwitanties of facturen.
Hoe stuurt u op de prioritering van de taken bij de Arbeidsinspectie? Bent u het eens dat de veiligheid en bescherming van ongedocumenteerde mensen voorop staat en de controle op de vreemdelingenwet daarop volgt, en niet andersom?
De Arbeidsinspectie houdt geen toezicht op de naleving van het vreemdelingenrecht.
Prioritering van de Arbeidsinspectie vindt plaats in haar meerjarenprogramma en de jaarplannen. Deze plannen worden door de Minister van SZW aan de Kamer aangeboden. In verband met de noodzakelijke onafhankelijke taakuitvoering overeenkomstig de aanwijzingen van de Minister-President inzake Rijksinspecties12, vindt input en sturing transparant en openbaar plaats. Binnen de regelgevende kaders is de Arbeidsinspectie onafhankelijk bij de uitvoering van het toezicht, de selectie van zaken en prioritering.
Klopt het dat boetes voor illegale tewerkstelling vaak binnen een jaar kunnen worden terugverdiend? Zo ja, is dat al eerder gesignaleerd en welke actie wordt hierop ondernomen?
Dit blijkt inderdaad uit de onderzochte gevallen zoals opgenomen in het signaal van de Arbeidsinspectie (april 2024). Het boetebeleid van de Wet arbeid vreemdelingen 2022 (Wav) is per 1 februari 2025 aangepast. Hierdoor moet bij het bepalen van de hoogte van de boete voor overtredingen van de Wav rekening worden gehouden met de verschillende gradaties van verwijtbaarheid en de ernst van de overtreding. Zoals in het antwoord op vraag 8 is aangegeven, werkt het kabinet aan verhoging van de boetes van de arbeidswetten naar aanleiding van het SEO-onderzoek «Hard waar het moet, zacht waar het kan». U wordt daarover aan het einde van het eerste kwartaal 2026 nader geïnformeerd.
Welke oplossing wordt opgesteld voor uitzendbureaus die medewerkers op staande voet ontslaan waardoor zij geen aanspraak meer maken op achterstallig loon en vakantiegeld?
Zoals mijn voorganger eerder in reactie op Kamervragen heeft aangegeven, kunnen werknemers bij vermeend onterecht ontslag op staande voet dit zelf civielrechtelijk aanvechten. Het is begrijpelijk dat dit voor sommige mensen, zoals arbeidsmigranten, lastig te organiseren is. Met het project Work in NL wordt de toegang tot het recht vergemakkelijkt, onder andere door betere dienstverlening vanuit het Juridisch Loket.13 Het Juridisch Loket heeft een specifiek team ingericht waarin 35 native-speakerjuristen eerstelijns rechtshulp aan arbeidsmigranten bieden. Sinds de start in mei 2024 heeft dit team reeds aan ruim 1.500 mensen hulp geboden. Die hulp betrof voornamelijk advies en doorverwijzing in arbeidsrechtelijke kwesties zoals ontslag op staande voet en geen of nauwelijks uitbetaald loon. Recent oordeelde de civiele rechter dat een slachterij een aantal Hongaarse arbeidsmigranten alsnog moet nabetalen, waarbij de arbeidsmigranten ondersteund zijn door het Juridisch Loket.14 Zij zullen dit jaar verder groeien in capaciteit waardoor ook het aantal geholpen arbeidsmigranten zal toenemen. Daarnaast informeren vakbonden vanuit hun rol arbeidsmigranten en staan zij hen bij in hun eigen taal.
Verder gebruiken de Belastingdienst en Arbeidsinspectie informatie over grootschalig ontslag op staande voet bij werkgevers als risico-indicator voor het toezicht op hun taakgebieden. Recent heeft de Arbeidsinspectie een boete voor overtreding van de Wml opgelegd aan een uitzendbureau, voornamelijk vanwege ontslag op staande voet.
De toename van incidenten op de buslijnen van en naar Ter Apel en de beslissing om een gratis pendeldienst in te zetten tussen het azc in Ter Apel en station Emmen. |
|
Peter van Duijvenvoorde (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Foort van Oosten (VVD) |
|
|
|
|
Kunt u bevestigen dat er een pendelbus speciaal voor asielzoekers rijdt tussen het asielzoekerscentrum (azc) in Ter Apel en station Emmen, georganiseerd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de gemeenten Westerwolde en Emmen en gefinancierd door het Ministerie van Asiel en Migratie?
Er rijdt een pendelbus sinds 2019 rechtstreeks tussen het azc Ter Apel en station Emmen om overlast te voorkomen op de reguliere buslijnen. De pendelbus wordt niet enkel gebruikt door asielzoekers. In de bus moet betaald worden voor een rit. Het Ministerie van Asiel en Migratie is financier van de pendelbus. De gemeente Westerwolde voert de aanbesteding van de pendelbus uit voor de periode 2023–2026.
Bent u ervan op de hoogte dat er een stijging is te zien in zowel het aantal incidenten als de ernst ervan op buslijn 73 (Emmen–Ter Apel) en 74 (Emmen–Stadskanaal)?
Het is bekend dat het aantal incidenten op buslijnen 73 en 74 is gestegen. Voor de ernst van de incidenten kan op dit moment geen stijging worden bevestigd. Overlastgevend gedrag is hoe dan ook onacceptabel. Daarom worden verschillende maatregelen genomen en voorbereid om de veiligheid van buschauffeurs en reizigers op de reguliere buslijnen te waarborgen.
Kunt u bevestigen dat zowel buschauffeurs als reizigers zich onveilig voelen op genoemde trajecten, zoals eerder ook door FNV Streekvervoer in een brandbrief is gemeld?
De signalen van het gevoel van onveiligheid op de reguliere buslijnen tussen Emmen en Ter Apel onder buschauffeurs en reizigers zijn bekend. Deze signalen worden zeer serieus genomen.
Kunt u een overzicht geven van alle incidenten op deze buslijnen in de afgelopen vijf jaar, uitgesplitst naar: aard van de incidenten, ernst van de incidenten, herkomst van de daders en de afhandeling – inclusief vervolging en opgelegde sancties?
Een volledig overzicht van alle incidenten op deze buslijn uitgesplitst naar aard en ernst van de incidenten, herkomst van daders en afhandeling, is niet beschikbaar. Wel volgt uit de incidentregistratie van Qbuzz dat in de periode van 1 januari 2025 tot en met 12 oktober 2025 181 incidenten hebben plaatsgevonden op lijnnummer 73 (Emmen–Ter Apel–Stadskanaal). De aard van deze incidenten is bekend bij de vervoerder Qbuzz en betreft onder meer optreden bij betalingsproblemen en verbale agressie.
Acht u het wenselijk dat de Rijksoverheid faciliteert dat asielzoekers – van wie een deel aantoonbaar voor ernstige veiligheidsproblemen zorgt – vrijelijk worden vervoerd van het azc in Ter Apel naar Emmen?
Nee, het is niet de bedoeling dat gratis vervoer beschikbaar wordt voor asielzoekers die overlast veroorzaken. Overlastgevend gedrag dient niet beloond te worden. Het is wenselijk dat het vervoer tussen het azc in Ter Apel en station Emmen ordelijk en veilig verloopt. Daarom is in 2019 de pendelbus gestart om te borgen dat er minder overlast is van asielzoekers op de reguliere buslijnen. In de pendelbus dient iedereen een kaartje te kopen net als in de reguliere buslijn.
Vindt u het niet een fundamenteel problematische ontwikkeling dat de overheid een aparte gratis buslijn opzet, omdat een deel van de asielzoekers zich niet aan basale betalings- en gedragsnormen houdt, waardoor feitelijk niet de overtreders zich aanpassen aan de norm maar de norm aan de overtreders?
Nee. Er is geen aparte gratis buslijn opgezet. Sinds de start van de financiering van de pendelbus vanuit het Ministerie van Asiel en Migratie geldt dat voor gebruik van de pendelbus wordt betaald en dat blijft zo. De norm is dus niet aangepast: reizigers zijn betalingsplichtig en moeten zich houden aan de algemeen geldende OV-regels.
Bent u het eens met de stelling dat het onwenselijk is dat asielzoekers die nog geen verblijfsvergunning hebben, zich nog in hun procedure bevinden en volgens vervoerders en vakbonden voor veiligheidsproblemen zorgen, door de overheid gefaciliteerd vrij kunnen reizen naar Emmen, waar dit tot veiligheidsrisico’s leidt?
Zie antwoord vraag 5.
Indien u dit wel wenselijk acht, kunt u uitvoerig toelichten waarom u het noodzakelijk vindt om dit vervoer te faciliteren, ondanks de veiligheidsproblemen die dit ten gevolge heeft voor Emmen?
Het is wenselijk om dit vervoer te faciliteren om de druk op de reguliere buslijnen te beperken en direct vervoer van station Emmen naar Ter Apel mogelijk te maken. Het faciliteren van de pendelbus maakt daarnaast gericht toezicht en handhaving mogelijk. Er zijn geen aanwijzingen dat de inzet van de pendelbus op zichzelf extra veiligheidsproblemen veroorzaakt.
Bent u ermee bekend dat – ondanks de inzet van de pendelbus – de incidenten op de reguliere buslijnen blijven toenemen en dat deze maatregel geen structurele verbetering oplevert voor de veiligheid?
De situatie op de reguliere buslijnen is bekend. Dit staat los van de inzet van de pendelbus.
Bent u voornemens om aanvullende maatregelen te nemen om de veiligheid van buschauffeurs en reizigers op de reguliere buslijnen te waarborgen?
Er worden verschillende maatregelen genomen en voorbereid om de veiligheid van buschauffeurs en reizigers op de reguliere buslijnen te waarborgen. Asielzoekers met een kansarme aanvraag worden over meerdere locaties verspreid. Voor de doelgroep die voor overlast zorgt worden meer vreemdelingrechtelijke maatregelen mogelijk. Hierover lopen gesprekken, onder andere over de inzet van AVIM. Met de gemeente Emmen wordt verkend hoe boa’s uit de flexpool boa kunnen worden ingezet.
Indien het antwoord op vraag 9 bevestigend luidt, welke maatregelen zult u dan nemen?
Zie antwoord vraag 10.
Indien het antwoord op vraag 9 ontkennend luidt, waarom kiest u ervoor om geen aanvullende maatregelen te nemen?
Zie antwoord vraag 10.
Bent u het eens met de stelling dat er een veiligheidsrisico ontstaat, omdat asielzoekers zonder verblijfsvergunning, die zich nog in hun procedure bevinden en van wie de overheid onvoldoende weet wie zij zijn, vrij in Nederland kunnen rondreizen, waardoor het ontbreken van betrouwbare identiteitskennis direct bijdraagt aan de veiligheidsrisico’s?
Nee. Het ontbreken van een verblijfsvergunning tijdens de asielprocedure betekent niet dat de overheid onvoldoende weet wie betrokkene is. Bij de aanmelding worden door de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA) persoonsgegevens vastgelegd, vingerafdrukken afgenomen, documenten onderzocht en een foto gemaakt. Preventieve detentie van asielzoekers is juridisch en maatschappelijk onwenselijk en strijdig met mensenrechtenkaders. Asielzoekers kunnen daarom binnen Nederland vrije reisbewegingen maken. Dit is geen vrijbrief: waar sprake is van overlast of risico’s kunnen gerichte en proportionele maatregelen worden getroffen.
Het bericht 'Nederland koopt opvang migranten af voor 33 miljoen euro' |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat Nederland de opvang van 1.650 migranten afkoopt bij de EU voor een bedrag van 33 miljoen euro – oftewel 20.000 euro per migrant?1 Hoe beoordeelt u dit bericht?
Ja. De Raad heeft inmiddels een politiek akkoord bereikt over de vaststelling van de omvang van de solidariteitspool op 21.000 herplaatsingen of 420 miljoen euro. Het aandeel van Nederland is 5,2%, wat neerkomt op een financiële bijdrage van 21,9 miljoen. Nederland heeft steun verleend aan het voorstel en aangegeven financieel te zullen bijdragen.
Waarom zijn de betreffende cijfers uit de zogenoemde «Europese Spreidingswet» niet openbaar gemaakt en is zelfs de Tweede Kamer hierover slechts onder geheimhouding geïnformeerd? Hoe beoordeelt u deze werkwijze in het kader van transparantie en de noodzakelijke democratische controle? Kunt u uw antwoord toelichten?
In de Asiel- en migratiebeheerverordening is wettelijk vastgelegd dat het Commissievoorstel voor een Raadsbesluit over de vaststelling van de jaarlijkse solidariteitspool niet openbaar gemaakt worden tot de Raad overeenstemming heeft bereikt om het besluitvormingsproces te faciliteren.2 Het stuk is vertrouwelijk met uw Kamer gedeeld.
Kunt u garanderen dat asielzoekers die elders in de EU al asiel hebben aangevraagd, niet alsnog – na afkoop door Nederland – naar ons land reizen en hier opnieuw asiel aanvragen? Zo ja, hoe kunt u dit garanderen? Zo nee, wat is dan het nut van deze afkoopregeling en andere Europese afspraken op het gebied van migratie? Kunt u uw antwoord toelichten?
Er zijn onder het Migratiepact verschillende maatregelen genomen om doorreis van asielzoekers te voorkomen, waaronder maatregelen om het buitengrensbeheer te versterken, zoals betere registratie in Eurodac, verplichte uniforme screening en de asielgrensprocedure.
Daarnaast zijn de Dublinregels integraal onderdeel van het Migratiepact. De Commissie beoordeelt op 12 juli en 15 oktober of de lidstaten onder migratiedruk zich aan deze Dublinregels houden. Indien lidstaten zich niet houden aan de Dublinregels, zal Nederland geen solidariteit leveren.
Onder het Pact is een balans afgesproken tussen verantwoordelijkheid, o.a. door de versterking van de buitengrenzen en het tegengaan van secundaire migratie, van lidstaten aan de ene kant en solidariteit aan de lidstaten die onder migratiedruk staan aan de andere kant. De solidariteitsbijdrage is daarom essentieel onderdeel van het Pact.
Worden biometrische gegevens van asielzoekers centraal en effectief geregistreerd? Zo nee, erkent u dan dat de mogelijkheid bestaat dat asielzoekers hun paspoort weggooien, waardoor zij niet kunnen worden geïdentificeerd en hun reis- en asielgeschiedenis binnen de Europese Unie niet kan worden achterhaald, waarop zij in Nederland alsnog asiel kunnen aanvragen? Acht u dit wenselijk?
Onder de huidige Eurodac-verordening worden biometrische gegevens van asielzoekers worden geregistreerd en opgeslagen. Dit blijft zo onder de nieuwe Eurodac-verordening, maar het type data dat geregistreerd wordt, wordt verbreed, waardoor naast vingerafdrukken bijvoorbeeld ook gezichtsopnamen, identiteitsgegevens en kopieën van identiteits- en reisdocumenten worden opgeslagen. Ook wordt de bewaartermijn voor bepaalde soorten gegevens verlengd. Hierdoor wordt de mogelijkheid van identificatie van asielzoekers EU-breed verbeterd.
Wat is de status van de Dublinverordening, die bepaalt dat asielzoekers moeten worden teruggestuurd naar het EU-land van eerste aankomst? Waarom weigeren landen als Italië momenteel deze asielzoekers terug te nemen en waarom accepteert Nederland deze weigering? Kunt u uw antwoord toelichten?
Op dit moment geldt de Dublinverordening onverkort. Vanaf de inwerkingtreding van het Pact zal de Dublinverordening worden vervangen door de Asiel- en migratiebeheerverordening. Ook hier is, kort gezegd, dat bij het ontbreken van gezinsleden in de EU, lidstaten van eerste aankomst verantwoordelijkheid zijn voor de aanvraag en asielprocedure van de desbetreffende asielzoeker. De Commissie heeft in het Uitvoeringsbesluit ter bepaling van de lidstaten waar sprake is van migratiedruk, van een risico van migratiedruk of van een significante migratiesituatie opgenomen dat de Commissie op 12 juli en 15 oktober zal vaststellen of deze lidstaten het Dublinacquis weer uitvoeren. Indien dit niet het geval is zal Nederland niet verplicht zijn om solidariteit te leveren aan de desbetreffende lidstaten.
Worden migranten die worden opgevangen in landen als Italië of Griekenland ontmoedigd om zich alsnog vrij binnen de Schengenzone te verplaatsen – inclusief richting Nederland? Zo ja, hoe ziet deze ontmoediging eruit en hoe effectief is deze ontmoediging binnen de Europese praktijk van open binnengrenzen? Zo nee, wat is dan het nut van deze afkoopregeling en andere Europese afspraken op het gebied van migratie? Kunt u uw antwoord toelichten?
Onder de asielgrensprocedure zal een deel van de asielzoekers in detentie worden geplaatst en dus ook niet in de gelegenheid zijn om door te reizen naar Nederland. Naar de inzet van Nederland t.a.v. van de Dublinverordening verwijs ik u naar mijn antwoord op vraag 5.
Wordt het bedrag van circa 33 miljoen euro, dat nu dreigt te worden uitgegeven aan de afkoop van migrantenopvang, in mindering gebracht op de Nederlandse netto EU-bijdrage, gezien het feit dat Nederland al jaren een van de grootste nettobetalers aan de Europese Unie is? Zo nee, waarom niet en bent u bereid dit alsnog af te dwingen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Hoe de bijdrage wordt vastgesteld en op welke wijze dit wordt overgemaakt is vastgelegd in de Asiel- en migratiebeheerverordening.
Hoe beoordeelt u het feit dat andere landen – zoals Polen, Estland en Oostenrijk – een korting of zelfs vrijstelling hebben kunnen bedingen op de afspraken? Hoe beoordeelt u het feit dat Hongarije weigert aan deze afspraken te voldoen? Kunt u uw antwoord toelichten?
De Commissie heeft Polen, Estland, Oostenrijk, Kroatië en Tsjechië aangemerkt als lidstaten met een significante migratiesituatie vanwege uiteenlopende redenen. Voor Polen en Estland geldt dat zij een hoog aantal Oekraïense ontheemden hebben opgevangen in vergelijking met andere lidstaten over de periode van de afgelopen vijf jaar. Voor Oostenrijk geldt dat er een zeer hoog aantal ontvankelijke asielaanvragen is geregistreerd in vergelijking met andere Europese lidstaten over de afgelopen vijf jaar.
Wat betreft Hongarije onderstreep ik graag het belang dat alle lidstaten zich aan het asielacquis houden, waaronder het Migratiepact.
Neemt u – zeker gezien de feiten zoals benoemd in vraag 7 – een voorbeeld aan de landen zoals genoemd in vraag 8? Bent u het eens met de stelling dat ook Nederland een vrijstelling of tenminste een korting zou moeten bedingen en, indien de Europese Unie deze weigert toe te zeggen, in navolging van Hongarije zou moeten weigeren aan de afspraken te voldoen? Bent u bereid om deze vrijstelling, korting of weigering alsnog af te dwingen – ook na bekendmaking van de verdeelsleutel op maandag aanstaande?
Met de inwerkingtreding van het Migratiepact worden belangrijke stappen gezet naar het versterken van de buitengrenzen en het tegengaan van irreguliere migratie. Het is daarom van belang dat alle lidstaten, ook Nederland, zich houden aan de wet- en regelgeving van het Migratiepact.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk doch uiterlijk vóór aanvang van het Kerstreces beantwoorden?
Ja.
Het sectoraal uitzendverbod en initiatieven van de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) om de omstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren |
|
Henk Vermeer (BBB) |
|
Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Bent u een voorstander van de toepassing van het sectorale uitzendverbod als beleidsinstrument? Waarom wel/niet?
Alle arbeidskrachten moeten goed behandeld worden. Er zijn verschillende instrumenten om hier toezicht op te houden en op te handhaven. Uit de verkenning naar een sectoraal in- en uitleenverbod komt naar voren dat in sectoren waar arbeidswetten wijdverspreid en stelselmatig worden overtreden, een aanvullende maatregel kan worden overwogen naast de Wtta. Ook is in de verkenning naar voren gekomen dat er in de vleessector wijdverspreide en stelselmatige overtredingen van arbeidswetten zijn. Het kabinet heeft daarom besloten om als stok achter de deur een in- en uitleenverbod voor te bereiden voor de vleessector.
Volgens de vleessector blijven de omstandigheden die faciliterend zijn aan misstanden ook bij een sectoraal uitzendverbod nog altijd bestaan, omdat uitzendkrachten enkel een andere contractvorm zouden krijgen, bent u het eens met deze stelling? Kunt u toelichten waarom wel/niet?
In grote gedeelten van de vleessector is sprake van hoge percentages flexwerk (rond de 70%) en met name uitzendkrachten. Indien een uitzendbureau betrokken is zijn er meer dan twee keer zo veel overtredingen van arbeidswetten. De aanwezigheid van een uitzendconstructie is zelfs de belangrijkste voorspeller voor deze vorm van overtredingen. Ook voor overtredingen van arbeidswetten die toezien op arbeidsomstandigheden is de aanwezigheid van een uitzendbureau een belangrijke voorspeller. Een sectoraal in- en uitleenverbod richt zich naast de uitlener ook specifiek op de inlener die oneigenlijk drukken van de prijs en daarmee de misstanden faciliteert. Bij de uitwerking van het in- en uitleenverbod voor de vleessector wordt er gekeken naar weglekrisico’s. Het gaat hier om de situatie dat arbeidskrachten via een andere flexibele arbeidsrelatie worden ingehuurd om het in- en uitleenverbod te omzeilen. Daarnaast dient deze maatregel te worden bezien als een mogelijke aanvulling op de bestaande mogelijkheden om te handhaven op overtredingen van arbeidswetten.
De Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) richt zich naar eigen zeggen op verbetermaatregelen voor de sector zoals het opzetten van onboardingprogramma’s om arbeidsmigranten wegwijs te maken in hun werkomgeving en rechten en het implementeren van preventieve maatregelen om bedrijfsongevallen te voorkomen, ziet u deze inzet ook?
Op (hoog)ambtelijk niveau worden er gesprekken gevoerd met VleesNL (de nieuwe naam van COV) over de stappen die zij kunnen zetten om echt impact te hebben. Ook in die gesprekken maken zij duidelijk dat ze hier als sector mee bezig zijn. Op basis van de voortgang van deze gesprekken zal de Kamer op de hoogte worden gebracht over de stand van zaken in de sector.
Klopt het dat de COV u actief een verzoek heeft gedaan voor een gesprek?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bereid om in gesprek te treden met de COV over de gang van zaken rond eventuele verbeterprocessen?
Zie antwoord vraag 3.
Bent u bereid om af te zien van de optie tot een sectoraal uitzendverbod en zich met sectorpartijen als de COV in te zetten voor het tegengaan van misstanden, gegeven de vermeende beperkingen van een sectoraal uitzendverbod?
Zie antwoord vraag 3.
Opvang op locaties op het water |
|
Lisa Westerveld (GL) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Opvang gaat te water, veiligheid blijft aan wal: een op de vijf asielschepen voldoet niet aan de eisen»?1
Ja.
Wat vindt u ervan de desbetreffende vastgoedondernemer in Terneuzen zich actief heeft gemengd met het verzet tegen het openen van een asielzoekerscentrum (azc), specifiek met winstbejag als doel, terwijl de gemeente al had gekozen voor een leegstaand bedrijfspand als opvanglocatie?
In algemene zin staat het iedere ondernemer vrij om locaties aan het COA of de gemeente aan te bieden. Tegelijkertijd zijn de signalen, zoals vermeld in de aangehaalde berichtgeving, zorgelijk en betreur ik deze ten zeerste.
Om ongewenste beïnvloeding te voorkomen, heeft het COA een aantal waarborgen ingebouwd om samen met een gemeente tot een locatiekeuze te komen. Het COA kijkt hierbij naar objectieve criteria, zoals de prijs van een eventuele ontwikkeling en de afstand tot voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer. Vaak vergelijkt het COA, samen met de gemeente, verschillende locaties om tot een optimale locatiekeuze te komen.
Deelt u de zorgen dat commerciële aanbieders door actieve beïnvloeding van bewoners en lokale politici besluiten over asielopvang kunnen sturen richting voor hen financieel aantrekkelijke, maar mogelijk minder veilige of realistische alternatieven? Acht u dit een risico voor de integriteit van het proces en voor de zorgvuldige democratische besluitvorming op lokaal niveau?
De signalen, zoals vermeld in het artikel, zijn zorgelijk. Voor zorgvuldige besluitvorming in de gemeente is het van essentieel belang dat lokale politici zonder last hun werk kunnen doen. Daarom is dit ook in de Grondwet en in de gemeentewet verankerd. Vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt daarnaast geïnvesteerd in de weerbaarheid en integriteit van het lokaal bestuur. Het Netwerk Weerbaar Bestuur ondersteunt politieke ambtsdragers wanneer zij te maken krijgen met oneigenlijke druk of beïnvloeding.
Verder is het in algemene zin noodzakelijk om minder afhankelijk te worden van commerciële aanbieders van noodopvang. In dit verband werkt het COA hard om de afhankelijkheid van noodopvang te verminderen. Door mijn ambtsvoorganger is toegezegd dat het COA de ruimte krijgt om toe te groeien naar 70.000 reguliere plekken, onder voorwaarde van overdraagbaarheid en opzegbaarheid. Daarnaast zijn in het coalitieakkoord meerjarig financiële middelen beschikbaar gesteld voor een stabiele financiering van het COA. De mogelijkheden voor langjarige planning door het COA worden hiermee vergroot. Hiertoe wordt voorlopig ook de spreidingswet in stand gehouden. Op 27-2 werd de capaciteitsraming 2026 vastgesteld en gepubliceerd2. Wanneer er voldoende vast en flexibele COA-opvangplekken zijn wordt de inzet van de spreidingswet overbodig.
Bent u bereid om met gemeenten het gesprek aan te gaan over het risico van campagnes door commerciële scheepsexploitanten of vastgoedeigenaren die reguliere azc-plannen frustreren om hun eigen diensten te promoten? Zo nee, waarom niet?
In algemene zin is de insteek van het COA om dure noodopvangvoorziening zo snel mogelijk af te bouwen en te vervangen door reguliere opvang. Dit is goed voor de bewoners, de omgeving en is veel goedkoper. In dit proces onderhoudt het COA nauwe contacten met de gemeente over de verschillende belangen die spelen rondom de realisatie. Ongewenste beïnvloeding en commerciële belangen worden hier, indien noodzakelijk, ook in mee genomen.
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat de concurrentiestrijd door de toenemende vraag naar asielboten ten koste gaat van de veiligheid op de opvanglocaties op water? Zo ja, welke concrete stappen neemt u hiervoor?
Nee. Als het COA een opvanglocatie in gebruik neemt, dan wordt deze altijd gekeurd en veilig bevonden. Aanvullend worden schepen die gebruikt worden voor de opvang van asielzoekers periodiek gekeurd na ingebruikname.
Tegelijkertijd blijft het voor de asielzoekers, statushouders en de medewerkers van het COA wenselijk om minder afhankelijk te zijn van noodopvangplekken op het water. Door de hoge bezetting op COA-locaties, onder andere veroorzaakt door lange asielprocedures en onvoldoende uitstroom naar gemeenten van statushouders, zit de opvang overvol.
Kunt u aangeven hoeveel asielzoekers en hoeveel statushouders op dit moment verblijven in een locatie op water?
Medio februari verbleven er ruim 6.200 asielzoekers en 2.700 statushouders in asielopvang op het water. Hiervan zijn 644 mensen jonger dan 18 jaar. Alle locaties voldoen aan de veiligheidseisen die gesteld zijn aan opvang op schepen. De schepen worden periodiek gekeurd. Een overzicht van de locaties is bijgevoegd aan dit schrijven. Alle schepen zijn gecertificeerd en voldoen aan alle geldende veiligheidseisen. De IL&T voert regelmatig inspecties uit. Eventuele aandachtspunten die tijdens deze controles worden geconstateerd, worden direct opgepakt en zo snel mogelijk verholpen.
Kunt u aangeven hoeveel kinderen op dit moment verblijven op opvanglocaties op water en kunt u daarbij aangeven welke locaties dit zijn en of deze allemaal voldoen aan de wettelijke veiligheids- en pedagogische eisen?
Zie antwoord vraag 6.
Klopt het dat volgens de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ongeveer een vijfde van de gecontroleerde asielboten niet voldoet aan de veiligheidsregels, en dat in de afgelopen drie jaar in totaal 664 gebreken zijn geconstateerd? Zo ja, kunt u toelichten om welke typen veiligheidsrisico’s het hierbij gaat?
De schepen die het COA, maar ook gemeenten, gebruiken voor de opvang van Oekraïense ontheemden worden periodiek gekeurd. In deze keuringen komen aandachtspunten naar voren die, afhankelijk van de ernst, opgelost moeten worden voordat de keuring met goed gevolg doorlopen is. Het betrof voornamelijk operationele veiligheidsrisico’s van gedragsmatige aard, zoals tijdelijke obstakels in vluchtroutes of struikelgevaar door los geplaatste objecten. Brandveiligheid of constructieve veiligheid was daarbij niet in het geding. Alle signalen uit de keuringen zijn door het COA opgevolgd.
Hoe is de deskundigheid van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) sinds 2022 versterkt als het gaat om de kwaliteit van de asielopvang op locaties op water? Is er hierbij specifiek aandacht voor de veiligheid van kinderen? Zo ja, op welke manier?
Sinds 2022 is de deskundigheid van het COA op het gebied van de opvang op waterlocaties continu versterkt, met een speciale focus op de veiligheid van kinderen. De positie en begeleiding van kinderen in noodopvang, en met name de kinderen op de schepen die gebruikt worden voor opvang, worden voortdurend gemonitord en verbeterd. Dit sluit aan bij de bredere verbeteringen die doorgevoerd worden voor kinderen in de noodopvang, zoals beschreven in de brieven van 19 september 2025 en 6 november 20253.
Binnen de beperkingen van de beschikbare middelen heeft het COA onder andere geïnvesteerd in contactpersonen voor kinderen, de aanleg van rust- en recreatieruimtes, en de toeleiding naar onderwijs voor kinderen. Daarnaast is er specifieke aandacht voor zwemveiligheid, waarbij bewoners worden geïnformeerd over de gevaren van water en verdrinking, en zwemlessen worden georganiseerd voor kinderen vanaf 5 jaar. Deze initiatieven dragen bij aan de algehele verbetering van de opvangkwaliteit voor kinderen, met specifieke aandacht voor hun veiligheid in een omgeving die mogelijk extra risico’s met zich meebrengt, zoals water en schepen.
Klopt het dat exploitanten van cruiseboten jaarlijks gemiddeld 63.000 euro per opgevangen asielzoeker ontvangen en dit vele malen duurder is dan opvang in een azc? Zo ja, wat vindt u van de situatie waarbij het COA vanwege hun wettelijke taak noodgedwongen is om bij commerciële scheepsexpoitanten plekken af te nemen en de gestegen kosten voor rekening van de samenleving komen. Bent u het met ons eens dat dit ook afbreuk doet aan het draagvlak voor opvang?
Helaas is het COA nog steeds afhankelijk van dure noodopvang op schepen. Op veel plekken zien we dat er concrete ontwikkelingen lopen om deze noodopvang te vervangen door reguliere asielopvang danwel alternatieve noodopvang op land. Dit kost echter tijd omdat de reguliere of noodopvanglocatie vaak gebouwd of verbouwd moet worden. Het vervangen van noodopvang door reguliere opvang heeft de absolute prioriteit. Zoals toegezegd aan de kamer zal ik u hier periodiek over informeren.
Het COA werkt er hard aan om (kortdurende) noodopvang te vervangen door langjarige reguliere opvang en dat is inderdaad noodzakelijk voor het behoud en het creëren van draagvlak.
Wat is uw appreciatie van het feit dat doordat boten niet openbaar worden aanbesteed, onderhandelaars hogere prijzen kunnen vragen en bent u hierover in gesprek met het COA?
Het COA heeft de afgelopen jaren het proces rondom het contracteren van schepen aangepast. In 2022 werden de schepen inderdaad na een korte marktanalyse direct gecontracteerd. Dit was toen noodzakelijk door het grote tekort aan opvangplekken. Momenteel worden alle nieuw te contracteren schepen aanbesteed.
Deelt u de mening dat het voor zowel de veiligheid van asielzoekers, maar ook vanwege kostenaspect en draagvlak, zeer wenselijk is om asielopvang op het water af te schalen? Zo ja, welke concrete stappen onderneemt u daartoe en wanneer? Zo nee, waarom niet?
Ja. In de brief van 25 november jl.4 is nader toelichting gegeven op de wijze waarop de moties van de heer van Dijk en Van Nispen over het stoppen van commerciële noodopvang worden uitgevoerd en welke knelpunten hierbij worden ervaren. Zoals hierboven aangegeven kost het realiseren van reguliere opvangplekken tijd, waardoor het aantal noodopvangplekken nog niet direct kan worden afgebouwd. Tegelijkertijd stijgt het aantal reguliere opvangplekken gestaag, van circa 41.000 op 1 januari 2026 naar circa 51.000 plekken op 1 januari 2027. Zoals hierboven vermeld zal dit nog niet voldoende zijn. Het COA heeft ruimte om toe te groeien naar 70.000 reguliere plekken, onder voorwaarde van overdraagbaarheid en opzegbaarheid. In het coalitieakkoord zijn meerjarig financiële middelen beschikbaar gesteld voor een stabiele financiering van het COA. Hiermee worden de mogelijkheden voor langjarige planning door het COA vergroot. Daarnaast wordt tevens de spreidingswet voorlopig in standgehouden. Op 27-2 werd de capaciteitsraming 2026 vastgesteld en gepubliceerd5. Wanneer er voldoende vaste en flexibele COA-opvangplekken zijn wordt inzet van de spreidingswet overbodig.
Mogelijke misstanden binnen het Nederlandse uitzetbeleid voor vreemdelingen |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de uitzending van Ongehoord Nederland van 13 november jl.1 over het Nederlandse uitzetbeleid met betrekking tot vreemdelingen? Hoe beoordeelt u deze uitzending?1
Ja. Voor een oordeel verwijs ik u naar onderstaande beantwoording.
Hoeveel uitzettingsvluchten, zowel vrijwillig als gedwongen, zijn in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 geannuleerd? Kunt u een volledige uitsplitsing geven per maand, per categorie (vrijwillig of gedwongen) en per reden van annulering?
DTenV registreert niet of een geboekte vlucht ten behoeve van zelfstandig of gedwongen vertrek is aangevraagd.
In 2023 heeft de DTenV in totaal 5.920 vluchten geboekt. Hiervan zijn er 2.710 geannuleerd. De meest voorkomende redenen voor annulering in 2023 waren: onttrekken aan overheidstoezicht (920), het indienen van nieuwe procedures (560) of een omboeking naar een andere vlucht (350), (fysiek) verzet kort voorafgaand aan de vlucht (160).
In 2024 heeft de DTenV in totaal 6.400 vluchten geboekt. Hiervan zijn er 3.240 geannuleerd. De meest voorkomende redenen voor annulering in 2024 waren: onttrekken aan overheidstoezicht (1.520), het indienen van nieuwe procedures (610), een omboeking naar een andere vlucht (360) en (fysiek) verzet kort voorafgaand aan de vlucht (160).
In 2025 zijn tot en met november in totaal 5.590 vluchten geboekt door de DTenV. Hiervan zijn er 2.090 geannuleerd. De meest voorkomende redenen voor annulering waren: onttrekken aan overheidstoezicht (840), het indienen van nieuwe procedures (340), een omboeking naar een andere vlucht (400) en (fysiek) verzet kort voorafgaand aan de vlucht (60).
Klopt het dat in 2024 ongeveer de helft van alle geplande inbewaringstellingen geen doorgang vond, waarvan in 63 procent van de gevallen omdat de vreemdeling niet werd aangetroffen in het asielzoekerscentrum (azc)? Zo ja, hoe verklaart u dat deze vreemdelingen structureel afwezig waren op het geplande moment van uitzetten? Zo nee, welk percentage van de geplande inbewaringstellingen heeft geen doorgang gevonden en hoe verklaart en beoordeelt u dit?
De regievoerders van DTenV gaan na afwijzing van een asielaanvraag in gesprek met een vreemdeling. Indien de vertrektermijn (doorgaans is deze 28 dagen) is verstreken, en de vreemdeling niet meewerkt aan vertrek, kan bewaring aan de orde zijn. Dublinclaimanten krijgen geen vertrektermijn, maar hebben wel een verplichting om mee te werken aan overdracht. Indien in het dossier aanknopingspunten zijn dat de vreemdeling niet zal meewerken aan overdracht, wordt door de regievoerder een voorstel tot inbewaringstelling ingediend bij de ambtenaar van de DTenV die de inbewaringstelling uitvoert, de uitvoerend ambtenaar (UA). De inbewaringstelling van vreemdelingen die op een COA-locatie verblijven worden door de DTenV uitgevoerd. DV&O verricht de staandehouding op de COA-locatie en regelt de overbrenging naar een locatie voor gehoor. Daar wordt de vreemdeling door de UA van de DTenV in bewaring gesteld. De tenuitvoerlegging van bewaring vindt plaats in een detentiecentrum.
In 2024 zijn er 1.670 inbewaringstellingen gepland door de DTenV. Bij het grootste deel van deze inbewaringstellingen gaat het om Dublinclaimanten die in het kader van hun gedwongen overdracht in bewaring worden gesteld. 50% van deze geplande inbewaringstellingen heeft geen doorgang gevonden. De voornaamste reden voor het niet doorgaan van inbewaringstellingen is dat de vreemdeling niet is aangetroffen bij de staandehouding/met onbekende bestemming is vertrokken. Dit was aan de orde in 63% van het totaal aantal geannuleerde inbewaringstellingen in 2024.
Over de reden dat deze vreemdelingen niet werden aangetroffen op het geplande moment van staandehouding kan in zijn algemeenheid het volgende worden gezegd. Uit de Europese wetgeving en de daaruit voortvloeiende jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie volgen juridische vereisten voor inbewaringstelling. Bewaring is een laatste redmiddel (ultimum remedium) waarvoor strenge (motiverings)eisen gelden. Om vreemdelingen in bewaring te stellen moet er juridisch gezien altijd een (significant) risico op onderduiken aanwezig zijn. De doelgroep die dus voor inbewaringstelling in aanmerking komt heeft naar zijn aard dus altijd al een hoog risico om zich te onttrekken aan het toezicht. Om de kans op een succesvolle inbewaringstelling te vergroten wordt onder andere het tijdstip van een staandehouding nooit van te voren aangezegd en wordt getracht om de staandehouding vroeg op de dag in te plannen. Desondanks komt het helaas regelmatig voor dat vreemdelingen zich onttrekken aan het toezicht.
Kunt u uitsluiten dat medewerkers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) vreemdelingen vooraf informeren over geplande uitzettingen door de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM), de Dienst Vervoer en Ondersteuning (DV&O) of de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V)? Zo ja, hoe controleert u dat dit niet gebeurt? Zo nee, hoe beoordeelt u deze gang van zaken en hoe gaat u deze in de toekomst voorkomen?
Ik deel de zorg over het grote aantal geannuleerde inbewaringstellingen door toedoen van de vreemdeling. Echter, de suggestie dat COA medewerkers vreemdelingen in azc’s vooraf informeren wanneer ze worden opgehaald in het kader van hun gedwongen vertrekprocedure zodat deze vreemdelingen zich aan bewaring te kunnen onttrekken, is niet onderbouwd en herken ik niet.
Er wordt binnen de migratieketen voortdurend getracht om te voorkomen dat inbewaringstellingen moeten worden geannuleerd. Zoals in het antwoord op vraag 3 reeds is aangekaart, wordt het tijdstip van een staandehouding nooit van te voren gecommuniceerd met de vreemdeling en wordt getracht om de staandehouding vroeg op de dag in te plannen om de kans op een succesvolle inbewaringstelling te vergroten. Tevens worden ambtelijk aanvullende maatregelen verkend om inbewaringstelling breder toe te passen op specifieke doelgroepen – bijvoorbeeld op Dublinclaimanten die eerder in het kader van Dublin zijn overgedragen aan een EU-lidstaat, en opnieuw Nederland inreizen. Ook is in 2025 de capaciteit voor vreemdelingenbewaring uitgebreid – zodat meer vertrekplichtige vreemdelingen in vreemdelingenbewaring kunnen worden gesteld.
Hoeveel gevallen zijn bekend van vreemdelingen die niet in het azc werden aangetroffen op het geplande moment van uitzetten, maar later weer opdoken op dezelfde locatie of zich elders opnieuw meldden voor opvang?
Hier zijn geen cijfers over beschikbaar. Dit wordt niet geregistreerd.
Vertrekplichtige vreemdelingen die een azc verlaten voor het moment dat zij gedwongen zouden worden uitgezet, kunnen zich in de regel niet zomaar weer melden voor opvang op een azc. In de regel hebben vertrekplichtige vreemdelingen immers geen wettelijk recht meer op opvang. Wanneer een vreemdeling zich in een dergelijke situatie weer meldt bij het COA heeft het COA dan ook geen wettelijke verplichting meer op opvang te bieden. Van belang hieraan toe te voegen is dat de vreemdeling zich niet (weer) kan melden bij ieder willekeurig azc (of bij zijn of haar «laatste» azc). De vreemdeling moet zich melden in Ter Apel. Daar wordt bekeken of er een nieuw recht op opvang is ontstaan.
Nieuw recht op opvang kan bijvoorbeeld ontstaan bij een herhaalde asielaanvraag. Een vreemdeling heeft het recht een nieuwe asielaanvraag in te dienen. Er zijn afspraken en procedureregels die ervoor moeten zorgen dat de behandeling van herhaalde asielaanvragen snel plaatsvindt. Voorts meld ik wellicht ten overvloede dat met de asielnoodmaatregelenwet, die thans voorligt bij de Eerste Kamer, drie extra maatregelen worden ingevoerd die een efficiëntere behandeling van herhaalde aanvragen mogelijk maken.
Hoeveel vreemdelingen zijn in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 uit het zicht van de overheid verdwenen? Kunt u deze gegevens uitsplitsen naar nationaliteit en inreisroute?
In 2023 vertrokken ketenbreed 9.190 vreemdelingen zelfstandig zonder toezicht, in 2024 9.870 vreemdelingen en in 2025 tot en met november 6.990. De nationaliteiten van de vreemdelingen die zelfstandig zonder toezicht zijn vertrokken zijn als volgt.
1
Algerijnse
1.810
2
Marokkaanse
1.300
3
Syrische
540
4
Nigeriaanse
490
5
Moldavische
450
6
Tunesische
430
7
Somalische
280
8
Turkse
220
9
Iraakse
220
10
Eritrese
170
Overige nationaliteiten
3.270
1
Algerijnse
1.390
2
Syrische
920
3
Marokkaanse
910
4
Moldavische
590
5
Nigeriaanse
480
6
Oekraïense
450
7
Tunesische
440
8
Somalische
350
9
Turkse
330
10
Jemenitische
270
Overige nationaliteiten
3.720
1
Algerijnse
830
2
Syrische
740
3
Marokkaanse
580
4
Nigeriaanse
550
5
Turkse
400
6
Somalische
280
7
Moldavische
220
8
Iraakse
170
9
Tunesische
170
10
Eritrese
160
Overige nationaliteiten
2.900
Er vindt geen gestructureerde registratie plaats op basis waarvan gegevens kunnen worden gegeneerd over de inreisroute van vreemdelingen die zelfstandig zonder toezicht vertrekken
Hoe vaak komt het voor dat uit Nederland uitgezette vreemdelingen binnen enkele dagen of weken opnieuw in Nederland of bij Ter Apel verschijnen, al dan niet onder een nieuwe identiteit of met nieuwe reden voor een asielaanvraag?
Deze gegevens zijn niet beschikbaar. Uit de ervaringspraktijk van de migratieketen blijken geen signalen dat dit zich vaak voordoet bij vreemdelingen die zijn uitgezet naar hun land van herkomst, zijnde een derde land. Het kan echter niet worden uitgesloten dat dit op incidentele basis gebeurt.
Daarbij geldt dat het voor vreemdelingen doorgaans erg moeilijk is om opnieuw Nederland in te reizen nadat ze gedwongen zijn uitgezet naar hun land van herkomst. Deze vreemdelingen krijgen een inreisverbod opgelegd, waardoor zij voor de duur van het inreisverbod de Europese Unie niet meer legaal kunnen inreizen. Bovendien is inreis niet mogelijk als er niet voldaan wordt aan de overige toegangsvoorwaarden, zoals een visum.
Daarnaast is het zo dat ook na een initiële terugkeer naar een land van herkomst nieuwe feiten en omstandigheden zich kunnen voordoen waardoor iemand opnieuw bescherming nodig heeft. Het recht om asiel aan te vragen vervalt dan ook niet na uitzetting. Dat volgt ook zo uit internationale wet- en regelgeving. Echter, dit zal zich niet snel kunnen voordoen in het (theoretische) geval de vreemdeling zich binnen enkele dagen of weken ná terugkeer opnieuw in Nederland meldt.
Herhaalde uitzetting na een Dublinoverdracht binnen het Schengengebied en uitzetting van EU-onderdanen komt wel voor. Hiertoe wordt verwezen naar het antwoord op vraag 9.
Over de mogelijkheid om met een nieuwe identiteit weer in Nederland te verschijnen kan ik in zijn algemeenheid het volgende zeggen. Om te voorkomen dat vreemdelingen na een uitzetting opnieuw Nederland in kunnen reizen en een nieuwe asielaanvraag kunnen doen, gebruikmakend van een nieuwe identiteit, wordt onder andere Eurodac geraadpleegd bij registratie van vreemdelingen door de autoriteiten. In Eurodac worden vingerafdrukken en het geslacht van vreemdelingen die een asielaanvraag doen opgeslagen. Op basis van Eurodac kan dus worden vastgesteld of een vreemdeling al eerder in Nederland of een andere EU-lidstaat of Schengenland asiel heeft aangevraagd. Onder de nieuwe Eurodac-verordening, die per 12 juni 2029 van toepassing zal zijn, zullen nieuwe categorieën van persoonsgegevens in Eurodac worden opgeslagen, zoals naam, geboorteplaats en -datum, nationaliteit, nummers of kopieën van identiteitsbewijzen en reisdocumenten en ook gezichtsopnames.
Op welke gegevens baseert u uw antwoord op vraag 7?
Zie antwoord vraag 7.
Kunt u aangeven hoeveel vreemdelingen in de afgelopen vijf jaar meermaals zijn uitgezet? Bij hoeveel personen was dit meer dan twee keer? Wat zijn de vijf meest voorkomende nationaliteiten in deze situatie?
In de periode 2021 tot en met november 2025 hebben 11.110 gedwongen vertrekken plaatsgevonden vanuit de caseload van de DTenV. Dit betrof 9.660 unieke personen.
530 personen zijn twee maal in de betreffende periode gedwongen vertrokken. 280 personen zijn drie keer of meer gedwongen vertrokken.
Top 5 nationaliteiten drie keer of meer gedwongen vertrek in de betreffende periode:
Deze aantallen zijn inclusief de gedwongen overdrachten van Dublinclaimanten naar andere lidstaten en gedwongen terugkeer naar EU-landen of Schengenlanden. Voor deze categorieen vreemdelingen geldt dat vanwege het vrij verkeer van personen binnen Schengen niet uitgesloten kan worden dat zij terugkeren naar Nederland.
Kijkend naar uitzettingen exclusief de gedwongen overdrachten van Dublinclaimanten, en gedwongen terugkeer naar EU-landen en Schengenlanden ontstaat er een ander beeld.
In de periode 2021 tot en met november 2025 hebben 2.570 gedwongen vertrekken plaatsgevonden vanuit de caseload van de DTenV naar derde landen. Er vonden dus in deze periode 2.570 gedwongen vertrekken plaats, niet zijnde overdrachten van Dublinclaimanten, gedwongen vertrekken naar EU-landen of gedwongen vertrekken naar Schengenlanden. Dit betrof 2.550 unieke personen.
20 personen zijn twee maal in de betreffende periode gedwongen vertrokken. <5 personen zijn drie keer of meer gedwongen vertrokken.
Top 3 nationaliteiten twee keer of meer gedwongen vertrek in de betreffende periode:
Welke maatregelen neemt u om misbruik van de Dublinverordening te voorkomen, gelet op signalen dat vreemdelingen die naar bijvoorbeeld Kroatië, Bulgarije of Italië worden teruggestuurd, vrijwel direct weer naar Nederland terugkeren? Kunt u bevestigen dan wel ontkennen dat deze signalen kloppen?
We herkennen deze signalen en delen de zorgen die hierover bestaan. Als blijkt dat vreemdelingen eerder in het kader van Dublin zijn overgedragen aan een EU-lidstaat, en opnieuw Nederland inreizen, kan opnieuw worden gewerkt aan hun overdracht naar de EU-lidstaat. De IND moet dan een nieuw claimverzoek naar de betreffende EU-lidstaat sturen. Bij akkoord van de EU-lidstaat kan de vreemdeling opnieuw worden overgedragen. Tot die tijd heeft de vreemdeling recht op opvang. Dit recht vloeit voort uit de opvangrichtlijn. Tevens wordt op dit moment ingezet op de mogelijkheid om Dublinclaimanten, die al eerder gedwongen zijn overgedragen aan een andere lidstaat en opnieuw Nederland inreizen, eerder in bewaring te stellen.
Klopt het bericht dat Duitsland de afgelopen drie maanden meer dan 150 personen bij de Nederlandse grens heeft gezet zonder formele overdracht aan de Koninklijke Marechaussee?2 Zo ja, wat doet Nederland met deze personen? Hoeveel van deze personen verblijven op dit moment in Nederland?
Alle overdrachten van vreemdelingen door Duitsland aan Nederland vinden plaats middels formele overdracht. Een formele overdracht kan plaatsvinden middels een overdracht waarbij een persoon fysiek wordt overgedragen door de Duitse autoriteiten aan de Nederlandse autoriteiten, of een overdracht waarbij deze fysieke overdracht niet plaatsvindt. De Koninklijke Marechaussee (KMar) registreert enkel of er een overdracht plaatsvindt, en niet of de door Duitsland geweigerde personen met of zonder fysieke overdracht worden overgedragen. In de periode van 9 december 2024 tot en met 8 september 2025 zijn in totaal 690 vreemdelingen door Duitsland aan Nederland overgedragen.
Personen die worden overgedragen door Duitsland aan Nederland – ook de personen die niet fysiek worden overgedragen – kunnen zich na overdracht veelal vrij in Nederland bewegen. Er wordt niet bijhouden hoeveel personen, die niet fysiek zijn overgedragen aan Nederland, op dit moment nog in Nederland verblijven.
Kunt u een overzicht verstrekken van de totale kosten voor mislukte uitzettingen in de jaren 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025? Kunt u hierbij alle kosten meenemen, waaronder de inzet van AVIM, DV&O, DT&V, tolken en medische begeleiding, maar ook geboekte vluchten, hotelovernachtingen, retourtickets van begeleiders en juridische kosten? Kunt u deze kosten volledig uitsplitsen?
De kosten van annuleringen hangen nauw samen met individuele eigenschappen van een zaak en raken diverse uitvoeringsorganisaties zoals DTenV, KMar en de Dienst Vervoer en Ondersteuning. Er is daarom geen overkoepelend beeld van deze kosten en uitsplitsing is niet mogelijk.
Gezien de weerbarstigheid van terugkeerprocedures werkt DTenV in de regel met tickets die gewijzigd of geannuleerd kunnen worden, zodat kosten bespaard worden in het geval een uitzetting niet doorgaat. De keuze voor het soort ticket wordt door experts in de uitvoering gemaakt op basis van de individuele omstandigheden van de zaak.
Hoeveel vreemdelingen hebben zich in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 daadwerkelijk gemeld op het moment dat zij een vrijwillige terugkeer hadden afgesproken? Hoeveel vreemdelingen kwamen niet opdagen?
DTenV registreert niet of een geboekte vlucht ten behoeve van zelfstandig of gedwongen vertrek is aangevraagd.
In 2023 is 54% van de geboekte vluchten voor zowel zelfstandig als gedwongen terugkeer doorgegaan en 16% van alle geboekte vluchten is geannuleerd vanwege onttrekken aan overheidstoezicht.
In 2024 is 49% van de geboekte vluchten doorgegaan en 24% van alle geboekte vluchten is geannuleerd vanwege onttrekken aan overheidstoezicht.
In 2025 t/m november is 63% van de geboekte vluchten doorgegaan en 15% van alle geboekte vluchten is geannuleerd vanwege onttrekken aan overheidstoezicht.
Hoe vaak zijn uitzettingen in 2023, 2024 en (tot nu toe in) 2025 afgebroken vanwege een vermeende medische noodsituatie, een lastminute-interventie van een advocaat, weigering van de gezagvoerder om te vliegen of verstoringen door medepassagiers of activisten? Kunt u deze cijfers volledig uitsplitsen?
De reden van annulering van een vlucht wordt niet zodanig specifiek geregistreerd. In bredere zin kan het volgende aangegeven worden omtrent de reden van annulering:
Kunt u aangeven waarom Rotterdam The Hague Airport, dat naast het uitzetcentrum in Rotterdam ligt, niet wordt gebruikt voor uitzetvluchten? Welke logistieke en financiële voordelen zou het gebruik hiervan opleveren?
Vanuit de Luchthaven Schiphol wordt er frequent op meerdere bestemmingen gevlogen in landen waarnaar wordt uitgezet of overgedragen. Momenteel zijn er daarom geen financiële of logistieke voordelen om deze vluchten vanuit Rotterdam The Hague Airport te faciliteren. Om die reden is Rotterdam The Hague airport, in tegenstelling tot Schiphol, qua faciliteiten niet ingericht om uitzetvluchten te faciliteren. In incidentele gevallen, kan een uitzetting of overdracht mogelijk ook plaatsvinden op een ander in Nederland gelegen luchthaven.
Deelt u de mening dat Nederland fungeert als magneet voor asielzoekers als uitzettingen in de praktijk nauwelijks worden uitgevoerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u concreet doen om het uitzetbeleid te verbeteren?
Ik deel de mening dat succesvol (vrijwillig dan wel gedwongen) vertrek van uitgeprocedeerde vreemdelingen een groot belang heeft. In Nederland maar ook in de rest van de EU zijn de aantallen van gerealiseerd vertrek lager dan gewenst. Ik zie dat er in de uitvoeringspraktijk hard wordt gewerkt om meer gerealiseerd vertrek te realiseren en dat de keten hier ook succes op boekt.
In de voorgaande jaren is ketenbreed ook een stijging te zien in het aantal vreemdelingen dat gedwongen is uitgezet. In 2023 werden 5.130 vreemdelingen gedwongen uitgezet. In 2024 waren dit er 5.870. In 2025 tot en met november waren dit er 5.210.
Zoals bij uw Kamer bekend, zet dit kabinet in op het beperken van migratie naar Nederland. De buitengrensprocedures uit het Asiel- en Migratiepact bieden hiertoe handvatten en het versterken van de Europese buitengrenzen is voor Nederland een belangrijke prioriteit. Tevens vormt de nieuwe terugkeerverordening – die zich op dit moment in de onderhandelingsfase in de EU bevindt – het sluitstuk van het Europese migratiebeleid. In de nieuwe terugkeerverordening krijgen lidstaten meer mogelijkheden om terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen te realiseren.
Dit kabinet zet zich sterk in voor het intensiveren van terugkeer van vreemdelingen zonder verblijfsrecht. Dit doet het kabinet langs verschillende sporen. Zo wordt ingezet op het verbeteren van de terugkeersamenwerking met belangrijke landen van herkomst. Ook wordt gewerkt aan het strafbaar maken van niet meewerken aan vertrek. Daarnaast is in 2025 de capaciteit voor vreemdelingenbewaring uitgebreid – zodat meer vertrekplichtige vreemdelingen in vreemdelingenbewaring kunnen worden gesteld.
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk, zo volledig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Ja. Enkel waar dat dienstig was voor de beantwoording zijn vragen samengevoegd.
De uitspraak van Diederik Gommers dat agressie in de zorg vaker voorkomt bij immigrantenfamilies |
|
Maikel Boon (PVV), René Claassen (PVV) |
|
Bruijn , Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Herkent u zich in de uitspraak van Diederik Gommers dat agressie in de zorg vaker voorkomt bij immigrantenfamilies1?
Ik heb geen gegevens tot mijn beschikking met betrekking tot de prevalentie van agressie onder specifieke bevolkingsgroepen en kan de uitspraak van de heer Gommers daarom niet staven.
Welke gegevens worden op dit moment geregistreerd over agressie-incidenten in de zorg, specifiek met betrekking tot de migratieachtergrond van de betrokken daders?
Het specifiek registreren van een eventuele migratieachtergrond (middels registratie van geboorteland, nationaliteit of etniciteit) van de dader van een agressie-incident in de zorg, is op basis van zowel de Grondwet als de AVG, niet toegestaan.
In artikel 1 van de Grondwet staat opgenomen dat allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Op basis van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft eenieder recht op bescherming van zijn of haar persoonsgegevens. Om hier uitvoering aan te geven is in 2016 de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in het leven geroepen. De AVG stelt dat verwerking van persoonsgegevens alleen rechtmatig is indien aan een aantal voorwaarden is voldaan.
Het verwerken van bijzondere persoonsgegevens is in beginsel verboden. Er is een aantal uitzonderingsgronden op basis waarvan verwerking bij uitzondering wel wordt toegestaan, maar deze gronden zien voornamelijk op de noodzakelijkheid ter bescherming van vitale belangen of andere redenen van zwaarwegend belang. Het registreren van een migratieachtergrond in het kader van agressie in de zorg, is een vorm van onderscheid op basis van iemands achtergrond en geldt daarom niet als een dergelijk zwaarwegend belang.
Hoewel het registreren van geboorteland of nationaliteit (gewone persoonsgegevens) in beginsel niet verboden is, kan dit wel een indicatie geven voor de etniciteit van een persoon. Wanneer de verwerking van de nationaliteit tot doel heeft om onderscheid te maken naar etnische afkomst (een bijzonder persoonsgegeven) wordt ook nationaliteit aangemerkt als een bijzonder persoonsgegeven. Dit geldt ook als het voor de verwerkingsverantwoordelijke redelijkerwijs voorzienbaar is dat de verwerking zal leiden tot het maken van onderscheid naar etnische achtergrond. Hiermee wordt voorkomen dat het verbod op verwerking van bijzondere persoonsgegevens wordt vermeden door slechts over nationaliteit te spreken, terwijl hiermee wel degelijk onderscheid zal worden gemaakt tussen personen op basis van hun afkomst.
Bent u bereid om in zorginstellingen structureel te laten registreren of bij agressie-incidenten sprake is van betrokkenheid van personen met een migratieachtergrond, zodat een volledig en objectief beeld ontstaat?
Zie ook mijn antwoord op vraag 2. Artikel 1 van de Grondwet en artikelen 5 tot en met 9 van de AVG sluiten voor zorginstellingen de mogelijkheid uit om te registreren of er bij agressie-incidenten sprake is van betrokkenheid van personen met een migratieachtergrond.
Bent u bereid in gesprek te gaan met ziekenhuizen en zorginstellingen om terughoudendheid bij het doen van aangifte van agressie en geweld tegen te gaan, zodat deze incidenten niet langer buiten beeld blijven en daders consequent kunnen worden aangepakt?
De verantwoordelijkheid voor een gezonde en veilige werkomgeving ligt bij werkgevers, hieronder valt ook adequaat beleid tegen agressie. Om werkgevers hierbij te ondersteunen zijn er vanuit het Ministerie van VWS in 2024 en 2025 bijeenkomsten georganiseerd over het doen van aangifte in de tien politieregio’s. Tijdens de bijeenkomsten gaven politie en OM uitleg over de Eenduidige Landelijke Afspraken, over de mogelijkheden voor werkgevers om aangifte te doen en over het aangifteproces. Ook sprak er in elke regio een best practice organisatie op het gebied van aangifte doen bij agressie.
Daarnaast heeft de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) subsidie gekregen om samen met andere beroepsverenigingen een handelingskader te ontwikkelen. Dat handelingskader geeft zorgverleners handvatten voor het omgaan met agressie, inclusief de verschillende mogelijkheden om te reageren naar de dader. Verder komt er een website waarop allerlei relevante informatie over agressie wordt gebundeld. Het handelingskader en de website zullen in Q2 van 2026 beschikbaar zijn voor de hele sector.
Tot slot ben ik voornemens om de aanpak van agressie, inclusief het doen van aangifte, onder de aandacht te blijven brengen van ziekenhuizen en andere zorginstellingen.
Deelt u de opvatting dat het veelvuldig voorkomen van agressie in de zorg door personen met een migratieachtergrond wijst op fundamentele integratieproblemen binnen bepaalde migrantengroepen, welke maatregelen bent u bereid te nemen om dit probleem bij de kern aan te pakken?
Zie antwoord op vraag 1.
Bent u bekend met het artikel «COA «indien nodig» naar rechter voor omgevingsvergunning azc Terneuzen» van 25 november 2025?1
Ja.
Deelt u de mening dat het volstrekt onacceptabel is dat een door de Rijksoverheid gefinancierd overheidsorgaan als het COA een democratisch gekozen gemeenteraad met juridische dwang en intimidatie probeert te dwingen een azc op te leggen tegen de uitdrukkelijke wil van die raad en haar inwoners?
Het COA heeft een omgevingsvergunning aangevraagd bij de gemeente Terneuzen. Zoals iedere initiatiefnemer heeft het COA het recht om binnen een redelijke termijn een beslissing te krijgen op een vergunningsaanvraag. Als dit niet tijdig gebeurt, kan het COA, met tussenkomst van de rechter, vragen om een besluit. Uiteindelijk heeft het COA geen procedure bij de rechter gestart maar enkel een zienswijze in het kader van het voorgenomen besluit op de vergunningsaanvraag ingediend.
De aanvraag voor een vergunning voor een opvanglocatie is tot stand gekomen na een intensief traject met het college, waarbij de gemeenteraad op meerdere momenten is geïnformeerd over de voortgang.
Deelt u de mening dat lokale overheden nooit of te nimmer, op geen enkele wijze, door het COA, door de Rijksoverheid of door wie dan ook mogen worden gedwongen tot het accepteren van asielopvang? Zo nee, waarom niet?
Vanuit de wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvang (spreidingswet) krijgen gemeenten middels de verdeelbesluiten een wettelijke taak om asielopvang te realiseren. Iedere commissaris van de Koning levert, op basis van de inbreng van de gemeente zelf, een provinciaal plan aan bij de Minister van Asiel en Migratie met daarin onder meer de beoogde verdeling van opvangplekken binnen de provincie. De gemeente heeft dus zelf invloed op de hoogte van de eigen opgave en ook Terneuzen heeft in dit kader als inbreng in het provinciaal verslag aangegeven te werken aan een duurzame opvanglocatie.
Op basis van het provinciaal verslag neemt de Minister conform de wet een bindend verdeelbesluit en krijgt iedere gemeente een wettelijke taak om opvangplekken te realiseren. De gemeente kan zelf met het COA-afspraken maken over waar in de gemeente de opvang gerealiseerd wordt. Pas als dit niet tijdig lukt treedt het stelsel van het interbestuurlijk toezicht in werking.
Kunt u aangeven hoeveel rechtszaken het COA de afgelopen vijf jaar heeft aangespannen tegen Nederlandse gemeenten om asielopvang af te dwingen? Kunt u een overzicht per jaar, per gemeente en met de uitkomst van de procedure verstrekken?
In het recente verleden is één maal eerder door het COA een rechterlijke procedure gestart in het kader van de verstrekking van een vergunning tegen een gemeente. Dit betrof het instellen van een beroep tegen het uitblijven van een besluit op een omgevingsvergunning voor het voorzetten van asielopvang door het college van de gemeente Cranendonck. Uiteindelijk besloot de Raad van State dat het door de rechtbank opgelegde termijn werd verworpen, maar dat voor 1 juli 2024 alsnog een beslissing door de gemeente genomen diende te worden.
Hoe beoordeelt u de bemoeienis van de commissaris van de Koning, die onmiddellijk na het democratische raadsbesluit aankondigde «in gesprek te willen» met de raad? Ziet u dit als ongeoorloofde druk van de Rijksoverheid op een gemeente?
Ik vind het goed dat de commissaris van de Koning direct verbinding zoekt en het gesprek aangaat na een besluit van de burgemeester om per direct op te stappen. Hiermee zet de commissaris geenszins druk op het democratische besluit.
Deelt u de mening dat het opstappen van een burgemeester omdat een raad een besluit neemt dat hem niet bevalt, getuigt van een schokkend gebrek aan respect voor de lokale democratie? Zo nee, waarom niet?
Dit besluit is een eigen afweging geweest van de burgemeester. Hij heeft zijn beweegredenen nader gemotiveerd. Het betreft een beslissing binnen het gezag van de burgemeester waardoor het niet aan mij is om hier een oordeel over te vellen.
Bent u bereid het COA per direct de opdracht te geven af te zien van elke rechtsgang tegen de gemeente Terneuzen en de wil van de gekozen gemeenteraad te respecteren? Zo nee, waarom niet?
Nee, zoals hiervoor aangegeven is het COA een zelfstandig bestuursorgaan dat, na de aanvraag van een omgevingsvergunning, recht heeft op een besluit op de aanvraag binnen een redelijke termijn.
Bent u bereid ervoor te zorgen dat er géén azc komt in Terneuzen, conform de duidelijke wens van de gemeenteraad en een groot deel van de bevolking? Zo nee, waarom blijft u dan een azc doordrukken tegen de lokale bevolking in?
Zoals in de beantwoording op vragen 1 en 2 aangegeven heeft de provincie Zeeland in samenwerking met de gemeente Terneuzen aangegeven hoeveel opvangplekken de gemeente zou realiseren. De Minister stelt op basis van de provinciale verslagen per provincie vast hoe de opvangopgave wordt ingevuld middels een verdeelbesluit per gemeente. Gemeenten blijven wettelijk gehouden aan de plekken die aan hen zijn toegewezen in het verdeelbesluit. De gemeente staat er samen met het COA voor aan de lat om afspraken over deze opvang te maken.
Wanneer komt u eindelijk met wetgeving om de Spreidingswet in te trekken?
Op verzoek van gemeenten en uitvoeringsinstanties blijft de spreidingswet in stand zolang de wet nodig is, om zo een rechtvaardige verdeling van asielzoekers over gemeenten te borgen. Het kabinet onderschrijft het belang van goed georganiseerde opvang.
De uitvoering van motie Ceder 19637, nr. 3488 |
|
Don Ceder (CU) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Vincent Karremans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de aangenomen motie Ceder (Kamerstuk 19 637, nr. 3488) die een verkenning verzoekt van een aanpassing van het Vreemdelingenbesluit zodat een ambtshalve toets op artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) bij minderjarigen verplicht wordt en daarin de belangen van het kind waaronder geworteldheid in de Nederlandse samenleving expliciet worden gewogen; tevens een verkenning verzoekt hoe een uitwerking van deze ambtshalve toetsing in de vreemdelingencirculaire en de werkinstructie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) moet worden uitgewerkt, waarin wordt uitgewerkt wat artikel 8 EVRM voor minderjarige kinderen betekent op een wijze dat een aanzuigende werking voorkomen wordt, en een juridische uitwerking vraagt van een wijze waarop het perspectief van een positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving ook een overweging van toekenning kan zijn?
Op welke manier voert u deze motie uit? Welke stappen gaat u zetten om deze verkenningen te realiseren? Worden gemeenten, onderwijs- en werkgeversorganisaties hierbij betrokken? Op welke termijn kan de Kamer over uw bevindingen worden geïnformeerd?
Erkent u dat er ongedocumenteerde kinderen met en zonder asielverleden zijn die Nederlands spreken, goed opgeleid zijn en de Nederlandse normen en waarden onderschrijven? Klopt het dat dit momenteel nog geen zwaarwegend belang wordt toegekend? Klopt het tevens dat een potentieel positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving nog niet wordt meegewogen?
Erkent u dat het veel minder moeite en inspanning van toekomstige werkgevers en de samenleving vraagt als deze kinderen in Nederland uiteindelijk gaan werken dan als er migranten met een werkvisum tijdelijk de Nederlandse arbeidsmarkt op komen, zonder verplichtingen tot integratie en participatie?
Wat vindt u in het licht van toenemende arbeidstekorten in cruciale sectoren ervan dat er ongedocumenteerde jongeren/jong-volwassenen niet eenvoudig een verblijfsvergunning kunnen krijgen terwijl zij klaar staan om een bijdrage te leveren aan de Nederlandse samenleving?
Op welke manier wordt de toets aan het belang van het kind in vreemdelingrechtelijke procedures momenteel vormgegeven? Wat vindt ervan om deze toets verplicht te maken, bijvoorbeeld voor alle minderjarigen en/of als er een bepaald substantieel deel van het leven in Nederland is doorgebracht?
Neemt u in de verzochte verdere uitwerking mee welke rechten een kind heeft op basis van artikel 8 EVRM, waarbij de individuele belangen van het kind worden betrokken en aan welke inkadering denkt u?
Kunt u bevestigen dat er nu geen expertise bij de IND aanwezig is om de toets aan het belang van het kind uit te voeren? Krijgen vreemdelingen op die manier voldoende rechtsbescherming? Zijn er plannen om expertise aan de IND toe te voegen?
Het bericht ‘Duitse politie dumpt tientallen migranten aan de Nederlandse grens |
|
Caroline van der Plas (BBB) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Duitse politie dumpt tientallen migranten aan de Nederlandse grens»?1
Ja.
Klopt het dat de Duitse politie in de afgelopen maanden meer dan 150 personen zonder geldige papieren aan de Nederlandse kant van de grens heeft achtergelaten, zonder formele overdracht aan de Nederlandse autoriteiten?
De overdracht van geweigerde vreemdelingen door Duitsland (Bundespolizei) aan Nederland (KMar) en door Nederland aan Duitsland verloopt conform bestaande bilaterale afspraken. In de periode van 9 december 2024 tot en met 8 september 2025 zijn in totaal 690 vreemdelingen door Duitsland aan Nederland overgedragen. Een overdracht kan plaatsvinden middels een «warme overdracht», waarbij een persoon fysiek wordt overgedragen door de Duitse autoriteiten aan de Nederlandse autoriteiten, of een «koude overdracht», waarbij deze fysieke overdracht niet plaatsvindt. De Koninklijke Marechaussee (KMar) registreert niet of door Duitsland geweigerde personen worden overgedragen middels een «warme» of «koude» overdracht. In beide gevallen is er sprake van een formele overdracht conform de bilaterale afspraken.
Wanneer een vreemdeling wordt overgedragen van Duitsland aan Nederland of vice versa, dan wordt de operationele vormgeving van deze overdracht, waaronder tijd en locatie, door lokale Duitse en Nederlandse grensautoriteiten georganiseerd. Het is niet altijd mogelijk om een door Duitsland geweigerde vreemdeling via een «warme overdracht» over te nemen. Bij de keuze of overdrachten gezien of ongezien gebeuren wordt rekening gehouden met specifieke doelgroepen, zoals kwetsbare personen. Bij kwetsbare personen wordt expliciet aandacht besteed aan de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene. In andere gevallen zit deze zorg met name in het faciliteren van de door- of terugreis. In alle gevallen wordt rekening gehouden met de mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van het individu, waarbij de veiligheid van betrokkenen in acht wordt genomen.
Hoe verhoudt deze praktijk zich tot de afspraken tussen Nederland en Duitsland over grenscontroles en overdracht van personen zonder (geldige) papieren?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de mening dat dit niet past binnen een ordentelijke en fatsoenlijke samenwerking tussen EU-lidstaten en Schengenpartners?
Nederland staat structureel in contact met Duitsland over de samenwerking in het kader van de binnengrenscontroles, zowel op politiek als ambtelijk niveau. Dergelijke overdrachten van Nederland aan Duitsland en vice versa vinden al jaren op basis van bilaterale afspraken plaats. Dit is dus niet iets dat met de herinvoering van binnengrenscontroles is gestart. Op basis van deze afspraken worden zowel vreemdelingen van Duitsland aan Nederland als van Nederland aan Duitsland overgedragen. Nederland hecht aan een goede samenwerking met EU-lidstaten en Schengenpartners. De bilaterale afspraken met Duitsland en het structurele contact met Duitsland over de binnengrenscontroles dragen hieraan bij.
Daarnaast staan het ministerie en de KMar eveneens in nauw contact met de bestuurders uit de grensregio’s over de binnengrenscontroles. Signalen vanuit de grensregio’s worden zeer serieus genomen. Naar aanleiding van de berichtgeving over de overdrachten van de door Duitsland geweigerde vreemdelingen is er ook hierover contact geweest met de bestuurders uit de grensregio’s. Op basis van daarvan is de werkwijze bij overdrachten, waaronder het faciliteren van de door- of terugreis met Duitsland besproken.
Bent u bereid met uw Duitse ambtgenoot in gesprek te gaan om te voorkomen dat migranten zomaar in Nederland worden gedumpt?
Zie antwoord vraag 4.
Ziet u mogelijkheden om grenscontroles aan te scherpen in de grensgebieden waar de Duitse politie op deze manier te werk gaat?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u bereid om, indien Duitsland doorgaat met dit beleid, te bezien of Nederland vergelijkbare maatregelen kan nemen richting Duitsland om een gelijk speelveld te creëren?
Zie antwoord vraag 4.
Het voorstel van Eurocommissaris Brunner voor het verspreiden van asielzoekers over Europa |
|
Joost Eerdmans (JA21), Diederik Boomsma (CDA) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u het voorstel van Eurocommissaris Brunner ontvangen voor de herverdeling van asielzoekers in het kader van de implementatie van dat deel van het Asiel- en Migratiepact?
Ja
Kunt u deze cijfers en het voorstel voor van de Europese Commissie (desnoods geheim) delen met de leden van de Tweede Kamer?
Het stuk is op 26 november aan uw Kamer aangeboden ter vertrouwelijk inzage.
Kunt u tevens aangeven wat de inzet is van het kabinet ten aanzien van dit voorstel en dat op zo kort mogelijke termijn delen?
Uw Kamer heeft de appreciatie van het kabinet en de inzet ten aanzien van het voorstel ontvangen in de Geannoteerde Agenda voor de JBZ Raad van 7-8 december.
Klopt het dat Bulgarije, Tsjechië, Estland, Kroatië en Oostenrijk een korting of volledige vrijstelling krijgen, vanwege grote opvangproblemen, zoals de Telegraaf meldt?1
De Commissie heeft vastgesteld dat er sprake is van een significante migratiesituatie in Bulgarije, Tsjechië, Estland, Kroatië, Oostenrijk en Polen. Deze lidstaten kunnen conform de AMMR bij de Europese Commissie een verzoek doen voor (gehele of gedeeltelijke) vermindering van hun solidariteitsbijdrage, waarover vervolgens de Raad een besluit neemt.
Komt Nederland in aanmerking voor een korting dan wel volledige vrijstelling, en zo nee, waarom niet, gezien de grote opvangproblemen die ook ons land kent? Op grond van welke criteria en argumenten is dit bepaald – en op welke manier is het kabinet in staat geweest daar invloed op uit te oefenen?
Nederland is aangemerkt als een lidstaat waar sprake is van een risico op migratiedruk. Hiermee krijgt Nederland voorrang in de toegang tot de EU Migration Support Toolbox, waar onder andere aanspraak kan worden gemaakt op technische, operationele vanuit de Europese agentschappen en financiële steun.
Voorts heeft Nederland samen met andere lidstaten aandacht gevraagd voor de impact van secundaire migratie. De Commissie heeft daarop in het besluit tevens de mogelijkheid opgenomen om Dublinzaken die niet konden worden overgedragen aan de verantwoordelijke lidstaat mee te laten tellen voor de solidariteitsbijdrage als daar bilateraal toe wordt overeengekomen.
Welke gegevens heeft het kabinet verstrekt aan de Europese Commissie op basis waarvan die het besluit heeft genomen om ons land wel of geen korting of vrijstelling te geven?
De Commissie beoordeelt of er sprake is van migratiedruk, een risico van migratiedruk of een significante migratiesituatie aan de hand van de informatie zoals opgenomen in artikel 9 in de AMMR. Daarbij maakt de Commissie gebruik van de cijfermatige gegevens die reeds door de lidstaten met het Europees statistiekbureau Eurostat en de agentschappen worden gedeeld. De lidstaten hebben geen aanvullende cijfermatige gegevens hoeven verschaffen.
Kunt u aangeven hoe u de aangenomen motie van het lid Eerdmans (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2062) heeft uitgevoerd?
Zoals aangegeven in de Geannoteerde Agenda voor de JBZ raad van 7-8 december zal het kabinet solidariteit in de vorm van een financiële bijdrage toezeggen.
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat op 27 november 2025 over de JBZ-raad op 8 en 9 december 2025 en de gevraagde gegevens zo snel mogelijk ter inzake leggen (indien nodig geheim) zodat de leden van de commissie daar kennis van kunnen nemen voorafgaand aan het commissiedebat?
Ja.
Het bericht dat 10 procent van de gevangenen ongewenst vreemdeling is. |
|
Marina Vondeling (PVV) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Arno Rutte (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Bijna 10% van alle gevangenen is vreemdeling zonder geldige verblijfsstatus: 800 gedetineerden kosten tonnen per dag»?1
Ja.
Hoe is het mogelijk dat deze vreemdelingen wel eenvoudig ons land binnen kunnen komen, maar het u niet lukt om ze na criminele feiten ons land weer uit te zetten?
De terugkeer van veroordeelde vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS-ers) zonder rechtmatig verblijf heeft prioriteit in het vertrekbeleid. In 2023 zijn circa 840 VRIS-ers, die in de caseload van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) zaten, aantoonbaar vertrokken. In 2024 is dit aantal circa 960.2
VRIS-ers kunnen direct na het uitzitten van hun straf worden uitgezet of vertrekken soms tijdens het uitzitten van hun straf middels strafonderbreking of strafoverdracht. Bij strafonderbreking krijgen vreemdelingen de mogelijkheid om tijdens het uitzitten van hun straf te vertrekken uit Nederland. Aan strafonderbreking is als voorwaarde verbonden dat, wanneer zij opnieuw naar Nederland reizen, het restant van de straf moet worden uitgezeten. Bij strafoverdracht is er een verdrag met het land naar welke de vreemdeling wordt overgedragen en zit de vreemdeling zijn straf uit in dat land.
Evenals bij andere vertrekplichtige vreemdelingen kan het realiseren van vertrek van VRIS-ers complex zijn. Het kan moeilijk zijn om de identiteit en/of nationaliteit van vreemdelingen vast te stellen doordat zij geen geldige documenten hebben of weigeren deze prijs te geven. Daarnaast kan het land van herkomst weigeren de vreemdeling terug te nemen, vooral wanneer er onzekerheid is over de identiteit en/of nationaliteit of wanneer er geen diplomatieke samenwerking is tussen Nederland en het betreffende land van herkomst. Nederland mag voorts geen vreemdelingen uitzetten naar een land waar deze persoon risico loopt op ernstige schade. Ook juridische procedures, zoals herhaalde of opeenvolgende asielaanvragen kunnen de uitzetting vertragen of blokkeren.
Desalniettemin lukt het om VRIS-ers vaker aantoonbaar te laten vertrekken dan andere vreemdelingen uit de caseload van de DTenV. Dit komt voornamelijk doordat al tijdens de strafrechtelijke detentie aan het vertrek van VRIS-ers kan worden gewerkt.
Hoeveel criminele vreemdelingen met en zonder geldige verblijfsstatus die eigenlijk in de cel of een tbs-kliniek hadden moeten zitten lopen er vrij rond?
Alle tbs-passanten wachten in het gevangeniswezen op een plaatsing in een tbs-kliniek en lopen dus niet vrij rond, ongeacht de verblijfsstatus. Als gevolg van de capaciteitsproblematiek worden momenteel niet alle zelfmelders opgeroepen. Bij deze groep wordt niet de verblijfsstatus geregistreerd.
Wat is de exacte dagelijkse kostprijs per illegale gedetineerde, en wat is het totale bedrag dat deze 800 illegale gedetineerden de Nederlandse samenleving jaarlijks kosten? Graag een gedetailleerde berekening, inclusief gratis juridische bijstand, dagprogramma’s, medische zorg en alle overige uitgaven?
De kostprijs voor een reguliere plek binnen het gevangeniswezen is € 447,–.3
Een exacte doorvertaling naar jaarlijkse kosten is lastig te maken. Het aantal gedetineerde vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf heeft door het jaar heen geen vaste omvang. Ingeschat wordt dat de jaarlijkse kosten tussen de 125 tot 130 miljoen bedragen.4
Vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf die gedetineerd zijn na strafrechtelijke veroordeling hebben recht op gesubsidieerde rechtsbijstand. De kosten die voor deze groep worden gemaakt voor juridische bijstand kunnen niet uit de systemen van de Raad voor Rechtsbijstand worden gefilterd.
Hoeveel van deze 800 illegale gedetineerden komen uit islamitische landen, en hoeveel hebben een asielachtergrond? Wilt u dit exact uitsplitsen per land van herkomst en misdrijf?
Bij DJI is niet bekend hoeveel gedetineerden een asielachtergrond hebben. Er wordt niet geregistreerd of gedetineerden uit een islamitisch land komen. Daarom kan ik uw vraag niet beantwoorden.
Deelt u de mening dat het falende asiel- en migratiebeleid direct verantwoordelijk is voor deze oververtegenwoordiging van illegalen in onze gevangenissen? Bent u bereid om direct de grenzen te sluiten voor asielzoekers en immigranten uit islamitische landen? Zo nee, waarom niet?
Zoals bij uw Kamer bekend, zet dit kabinet in op het beperken van migratie naar Nederland. De buitengrensprocedures uit het Asiel- en Migratiepact bieden hiertoe handvatten en het versterken van de Europese buitengrenzen is voor Nederland een belangrijke prioriteit. Het categorisch sluiten van de Nederlandse grenzen voor bepaalde doelgroepen, is echter geen realistische of wenselijke oplossing voor het complexe migratievraagstuk. Op grond van internationale verdragen en afspraken hebben alle asielzoekers recht op een eerlijke asielprocedure waarin wordt beoordeeld of zij wel of niet recht op bescherming en dus verblijfsrecht in Nederland dienen te krijgen. Als het gaat om reguliere migranten dan is er sprake van diverse criteria waar zij aan dienen te voldoen om toegang te krijgen tot Nederland. Vanzelfsprekend is elke vorm van overlast en criminaliteit volstrekt onacceptabel en zet ik samen met onder meer partijen uit de migratieketen, de politie, het Openbaar Ministerie en gemeenten in op een harde aanpak van VRIS-ers. Ook zet ik me in voor het intensiveren van terugkeer van vreemdelingen zonder verblijfsrecht. De terugkeer van VRIS-ers zonder rechtmatig verblijf heeft prioriteit in het vertrekbeleid.
Het bericht 'Het kabinet wil twee Afghaanse vrouwen terugsturen ondanks vrouwonvriendelijk bewind van de Taliban' |
|
Anne-Marijke Podt (D66), Jan Paternotte (D66) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD), Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Het kabinet wil twee Afghaanse vrouwen terugsturen ondanks vrouwonvriendelijk bewind van de Taliban»?1
Ja
Bent u bekend met de recente verklaring van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, waarin hij oproept om de gedwongen terugkeer van Afghaanse vluchtelingen en asielzoekers onmiddellijk stop te zetten en waarschuwt voor een mensenrechtencrisis waarin hij wijst op willekeurige arrestaties, bedreigingen van teruggekeerde Afghanen en de ernstige onderdrukking van vrouwen en meisjes, die vrijwel volledig zijn uitgesloten van onderwijs, werk en deelname aan het openbare leven?
Ja
Hoe beoordeelt u deze oproep in relatie tot het Nederlandse beleid om Afghaanse vrouwen uit te zetten naar Afghanistan?
De fragiele mensenrechtensituatie in Afghanistan is zorgvuldig meegewogen bij de totstandkoming van het door het Ministerie van Asiel en Migratie vastgestelde landgebonden asielbeleid voor Afghanistan en wordt ook bij de individuele beoordeling door de IND steeds meegenomen. Overigens is er op dit moment feitelijk geen sprake van gedwongen terugkeer vanuit Nederland naar Afghanistan.
Deelt u de mening dat het feit dat iemand «niet verwesterd» is, geenszins betekent dat diegene geen gevaar loopt of niet het recht heeft om bescherming te vragen tegen onderdrukking of geweld tegen vrouwen?
In de Vreemdelingencirculaire (paragraaf C7.2) is opgenomen dat een Afghaanse vrouw in aanmerking kan komen voor een verblijfsvergunning asiel als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich niet kan conformeren aan de door de Taliban opgelegde normen en leefregels en door het niet naleven van deze opgelegde normen en leefregels het risico loopt op (ernstige daden van) vervolging. In diezelfde paragraaf van de Vreemdelingencirculaire is opgenomen dat de IND daarnaast beoordeelt in hoeverre de vrouw door de Taliban opgelegde normen en leefregels dermate ernstig in haar mogelijkheden tot ontplooiing en sociale en maatschappelijke deelname wordt beperkt en welke impact dit zal hebben op haar. Bij een voldoende ingrijpende impact zal dit aanleiding geven voor een verblijfsvergunning asiel. Dat zal in het overgrote deel van de gevallen zo zijn. Verwesterd zijn is daarbij zeker geen voorwaarde. Wel kunnen verklaringen over het dagelijks leven van een asielzoeker voorafgaand aan het vertrek bij deze beoordeling een rol spelen.
Met inachtneming van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie betekent dit in de huidige beslispraktijk dat op basis van hetgeen een Afghaanse vrouw in de asielprocedure naar voren brengt wordt onderzocht of en, zo nodig, in welke mate zij stelt en aannemelijk maakt te zijn of zullen worden getroffen door de discriminerende maatregelen ten aanzien van vrouwen in Afghanistan. Als zij stelt en aannemelijk maakt door deze discriminerende maatregelen te zijn of te zullen worden getroffen, wordt in de regel een verblijfsvergunning verleend. In de praktijk is dat al snel het geval, maar dat betekent niet dat het individuele relaas er als het ware niet meer toe doet. Een Afghaanse vrouw zal tenminste naar voren moeten brengen en aannemelijk moeten maken dat zij vanwege de huidige discriminerende maatregelen niet naar Afghanistan kan en wil terugkeren.
Op welke wijze waarborgt de IND dat vrouwen die tegen hun wil naar Afghanistan worden teruggestuurd, daar veilig kunnen terugkeren?
Die waarborg is erin gelegen dat er steeds een zorgvuldige individuele beoordeling plaatsvindt tegen de achtergrond van de zorgelijke mensenrechtensituatie in Afghanistan, zoals hiervoor uiteengezet.
Deelt u de mening dat het tegenstrijdig is om enerzijds Afghanistan internationaal ter verantwoording te roepen voor de schending van vrouwenrechten, maar anderzijds Afghaanse vrouwen vanuit Nederland terug te sturen naar datzelfde regime dat structureel alle vormen van vrijheid en veiligheid ontneemt?
Op 25 september 2024 heeft Nederland – samen met Australië, Canada en Duitsland – Afghanistan aansprakelijk gesteld voor grove en systematische schendingen van het Vrouwenverdrag. Met de aansprakelijkstelling zet Nederland zich samen met de genoemde staten in om naleving van internationale verplichtingen onder het Vrouwenverdrag door Afghanistan af te dwingen en toekomstige schendingen te voorkomen. Deze schendingen moeten stoppen. Afghaanse vrouwen en meisjes moeten aanspraak kunnen maken op de rechten onder het Vrouwenverdrag. In het bijzonder moet het recht op onderwijs voor Afghaanse vrouwen en meisjes worden gerespecteerd en gegarandeerd. Als eerste noodzakelijke stap bij een dergelijke aansprakelijkstelling is Afghanistan uitgenodigd om in onderhandeling te treden. Momenteel is Nederland, samen met Australië, Canada en Duitsland, bezig met de organisatie van deze onderhandelingen. Over dit proces [en vragen gerelateerd aan deze internationaal-juridische procedure] kan het kabinet, in het belang van de aansprakelijkstelling, geen verdere uitspraken doen. Voor het huidige asielbeleid voor vrouwen in Afghanistan verwijs ik naar het antwoord op vraag 4.
Bent u bereid het besluit in deze zaak te heroverwegen, gelet op de uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin het oordeel van de IND is verworpen?
Zoals uw Kamer bekend ga ik niet in op individuele zaken. Op dit moment bestaat er geen aanleiding het landgebonden asielbeleid te wijzigen. Op korte termijn zal een nieuw ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden gepubliceerd.
Het bericht 'Beleid asiel en werk op de schop' |
|
Bente Becker (VVD), Queeny Rajkowski (VVD) |
|
Mariëlle Paul (VVD) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Beleid asiel en werk op de schop»?1
Ja.
Kunt u de Kamer zo snel mogelijk het voorstel toezenden dat aan het artikel ten grondslag ligt?
De voorstellen zijn op 3 november jl. gepubliceerd voor internetconsultatie.2 De internetconsultatie ziet op de wijziging van zowel het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 (BuWav 2022) als van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 (RuWav 2022). De internetconsultatie liep tot en met 30 november 2025. Na het verwerken van de reacties op de internetconsultatie en de uitvoerings- en handhavingstoetsen zal het kabinet de voorstellen aan uw Kamer en aan de Eerste Kamer toezenden in het kader van de voorhangprocedure. Het kabinet verwacht uw Kamer de stukken begin 2026 toe te zenden.
Kunt u de Kamer de wet-en regelgeving toezenden waarop gebaseerd is dat lidstaten verplicht zijn asielzoekers volledig toegang te geven tot de arbeidsmarkt, in plaats van de 24 weken die Nederland tot voor kort hanteerde?
In de huidige Opvangrichtlijn3 is opgenomen dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat asielzoekers na uiterlijk negen maanden toegang moeten hebben tot de arbeidsmarkt. Op 29 november 2023 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling bestuursrechtspraak) uitspraak gedaan over de 24-weken-eis.4 De Afdeling bestuursrechtspraak is tot het oordeel gekomen dat de 24-weken-eis in strijd is met de huidige Opvangrichtlijn en dat de 24-weken-eis daarom onverbindend is. Het UWV past sindsdien niet langer de 24-weken-eis toe bij aanvragen om een tewerkstellingsvergunning ten behoeve van asielzoekers. In de uitspraak is door de Afdeling bestuursrechtspraak aangegeven dat de 24-weken-eis afbreuk doet aan het doel en nuttig effect van de Europese Opvangrichtlijn. Gelet op deze uitspraak kan de 24-weken-eis niet langer meer worden toegepast.
De herziene Opvangrichtlijn5 bevat normen voor de opvang en bijbehorende voorzieningen die lidstaten aan asielzoekers moeten bieden. Het recht van asielzoekers op toegang tot de arbeidsmarkt volgt uit artikel 17 van deze richtlijn. Lidstaten moeten ervoor zorgen dat asielzoekers uiterlijk zes maanden na de registratie van het asielverzoek toegang hebben tot de arbeidsmarkt. In artikel 17, tweede lid, en de overwegingen van de richtlijn is expliciet opgenomen dat er sprake moet zijn van daadwerkelijke c.q. effectieve toegang tot de arbeidsmarkt.6 De Raad van State heeft geoordeeld dat de 24-weken-eis niet voldoet aan de norm van effectieve toegang en dat een dergelijke eis daarom in strijd is met de Opvangrichtlijn.7 Aangezien de herziene Opvangrichtlijn ook voorschrijft dat er sprake moet zijn van effectieve toegang, zou het stellen van de 24-weken-eis ook in strijd zijn met deze richtlijn.
Bent u het ermee eens dat de motie Becker-Flach2 volledig moet worden uitgevoerd, te weten dat alle asielzoekers waarbij het niet waarschijnlijk is dat hun aanvraag wordt ingewilligd, bijvoorbeeld omdat ze uit een veilig land komen, maar ook wanneer er gronden zijn aan te nemen dat ze een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of zij Dublin claimant zijn, de toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt volledig moet worden ontzegd? Zo ja, doet u dat ook met dit voorstel, of gaat uw voorstel alleen over veilige landers?
Ja, dit wordt met de implementatie van de herziene Opvangrichtlijn uitgevoerd, binnen de kaders van het Migratiepact. Gelet op de gevolgen voor de uitvoering zullen de nieuwe regels voor werk gelijktijdig in werking treden met het moment waarop het Migratiepact van toepassing wordt. Daarmee streven wij naar een inwerkingtreding op 12 juni 2026. In de motie Becker-Flach9 is de regering verzocht te regelen dat voor asielzoekers voor wie het niet waarschijnlijk is dat hun asielaanvraag wordt ingewilligd, bijvoorbeeld omdat ze uit een veilig land komen, er gronden zijn om aan te nemen dat ze een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of zij Dublinclaimant zijn, de toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt te ontzeggen.
Met de nieuwe regels uit het Migratiepact worden asielaanvragen van een aantal groepen asielzoekers versneld behandeld.10 Onder de versnelde behandelingsprocedure vallen groepen asielzoekers voor wie het niet waarschijnlijk is dat hun asielaanvraag wordt ingewilligd. Een aantal categorieën binnen deze procedure worden uitgesloten van de toegang tot de arbeidsmarkt. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de motie-Becker-Flach. Het gaat om groepen asielzoekers voor wie het niet waarschijnlijk is dat hun asielaanvraag wordt ingewilligd, omdat:
Deze groepen asielzoekers met een asielaanvraag binnen de versnelde behandelingsprocedure hebben geen toegang tot de arbeidsmarkt. Dit is alleen anders indien de IND besluit dat de feitelijke of juridische elementen te complex zijn om binnen de versnelde behandelingsprocedure te onderzoeken. Een ander deel van de asielzoekers met een aanvraag die valt onder de versnelde behandelingsprocedure moet wel toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. Dit betreft dan bijvoorbeeld de categorie asielzoekers afkomstig uit een land met een inwilligingspercentage van gemiddeld lager dan 20%.
De uitsluiting van de toegang tot de arbeidsmarkt geldt ook voor Dublinclaimanten die een overdrachtsbesluit hebben gekregen.
In het wetsvoorstel voor de Uitvoerings- en implementatiewet voor het Asiel- en migratiepact 2026 is ten behoeve hiervan ook een wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen opgenomen. Met deze wijziging zijn een nieuwe weigeringsgrond en een intrekkingsgrond opgenomen voor tewerkstellingsvergunningaanvragen. Hiermee moeten aanvragen voor een tewerkstellingsvergunning voor een asielzoeker voor wie de toegang tot de arbeidsmarkt is uitgesloten, zoals ook opgenomen in de motie, worden geweigerd. Daarnaast moet een reeds verleende tewerkstellingsvergunning worden ingetrokken indien de asielzoeker onder een categorie komt te vallen voor wie geen toegang tot de arbeidsmarkt is, maar ten behoeve van wie eerder al een tewerkstellingsvergunning is verstrekt. De tewerkstellingsvergunning van de werkgever zal in dat geval worden ingetrokken.
Bent u alsnog bereid uw voorstel volledig in overeenstemming te brengen met de aangenomen motie? Zo ja, op welke termijn, zo nee waarom niet?
Ja, zie de reactie op vraag 4. De voorgestelde wijzigingen sluiten aan bij het motie, waarin we de toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt ontzeggen voor asielzoekers met een lagere kans op inwilliging van hun asielverzoek, bijvoorbeeld omdat zij uit een veilig land van herkomst komen, er gronden zijn om aan te nemen dat ze een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of openbare orde, of omdat er een overdrachtsbesluit is genomen, omdat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Is het juist dat lidstaten conform het Europese migratiepact de ruimte hebben om voor alle andere asielzoekers de wachttermijn waarna sprake is van toegang tot de arbeidsmarkt, te houden op zes maanden? Zo ja, waarom kiest u er voor in uw voorstel dit als Nederland sneller te doen, namelijk al na drie maanden?
Op grond van de huidige regels moeten lidstaten ervoor zorgen dat asielzoekers binnen uiterlijk negen maanden mogen werken. In Nederland mogen asielzoekers op dit moment werken nadat hun asielaanvraag zes maanden in procedure is.
Op grond van de herziene Opvangrichtlijn moeten lidstaten aan asielzoekers, indien de toegang niet is uitgesloten, uiterlijk binnen zes maanden nadat de asielaanvraag is geregistreerd toegang geven tot de arbeidsmarkt. In de overwegingen bij de herziene Opvangrichtlijn is opgenomen dat lidstaten worden aangemoedigd om asielzoekers eerder te laten werken als hun asielverzoek waarschijnlijk gegrond is, teneinde de integratievooruitzichten en de zelfstandigheid van asielzoekers te vergroten. Met deze wijziging kunnen asielzoekers eerder gedurende de asielprocedure werken, wat onder meer bijdraagt aan het verkrijgen van meer (financiële) zelfstandigheid, en het leren van de Nederlandse taal. Daarnaast dragen asielzoekers met een inkomen financieel bij aan de eigen opvang. Verder kan het ook bijdragen aan een hogere arbeidsparticipatie voor statushouders, als zij al gedurende het asielproces hebben kunnen werken. Ook in het regeerprogramma is opgenomen dat het kabinet asielzoekers van wie de kans groot is dat zij een asielvergunning krijgen wil stimuleren om deel te nemen aan de arbeidsmarkt en belemmeringen daartoe wil wegnemen.
Het kabinet heeft om deze redenen gekozen in het voorstel op te nemen een wachttermijn van drie maanden te hanteren. Dit geldt dan voor asielzoekers voor wie de toegang tot de arbeidsmarkt niet is uitgesloten. Een aantal categorieën asielzoekers voor wie het niet waarschijnlijk is dat hun asielaanvraag wordt ingewilligd mogen namelijk onder deze nieuwe regels niet meer werken. Dit gaat dan onder andere om asielzoekers afkomstig uit veilige landen van herkomst. Dit voorstel is voorgelegd aan onder andere de Nederlandse Arbeidsinspectie, het UWV, de ATR en uitgezet voor internetconsultatie. Alle ingekomen reacties en adviezen zullen door het kabinet worden bestudeerd. Op basis hiervan beziet het kabinet of aanpassing van de voorgestelde wijzigingen nodig is. Het voorstel zal daarna aan uw Kamer worden toegestuurd.
Bij een nog kortere periode zou de uitvoerbaarheid onder druk komen te staan. Een termijn van drie maanden sluit daarnaast goed aan op de duur van de versnelde behandelingsprocedure. Onder de versnelde behandelingsprocedure vallen groepen asielzoekers voor wie het niet waarschijnlijk is dat hun asielaanvraag wordt ingewilligd. Een aantal categorieën binnen deze procedure zijn uitgesloten van de toegang tot de arbeidsmarkt (zie de reactie op vraag 4). Een ander deel moet wel toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. Dit betreft dan bijvoorbeeld de categorie asielzoekers afkomstig uit een land met een inwilligingspercentage van gemiddeld lager dan 20%. De beslistermijn voor een beslissing op het asielverzoek binnen deze procedure betreft ten hoogste drie maanden. Bij een wachttermijn van drie maanden hebben asielzoekers die onder deze categorie vallen en die binnen drie maanden een beslissing krijgen op hun asielverzoek geen toegang tot de arbeidsmarkt.
Kunt u een overzicht verstrekken van de termijnen die alle andere lidstaten gaan hanteren in nationale wetgeving?
Op dit moment hanteren verschillende lidstaten een kortere wachttermijn dan zes maanden. Zweden kent geen wachttermijn. Cyprus hanteert een wachttermijn van één maand en Italië twee maanden. Bulgarije, Duitsland, Letland, Oostenrijk, Kroatië en Finland (met reisdocument) hanteren momenteel een wachttermijn van drie maanden. In België geldt dat asielzoekers vier maanden na het indienen van een asielaanvraag toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. In Duitsland is het moment waarop een asielzoeker toegang tot de arbeidsmarkt krijgt afhankelijk van of er wel of geen verplichting tot verblijf in het eerste opvangcentrum voor de asielzoeker in kwestie bestaat. De meeste asielzoekers mogen daar na drie maanden werken. In Frankrijk kunnen werkgevers een werkvergunning aanvragen ten behoeve van asielzoekers indien na zes maanden nog geen beslissing over de asielaanvraag is genomen.
Aangezien in meerdere lidstaten het nationale besluitvormingsproces nog niet is afgerond is het op dit moment niet mogelijk het volledige overzicht in kaart te brengen van de verschillende wachttermijnen die lidstaten willen hanteren. Via het Europees Migratie Netwerk (EMN) is uitgevraagd welke wachttermijn lidstaten voornemens zijn te hanteren na implementatie van de herziene Opvangrichtlijn. Op deze uitvraag hebben 12 lidstaten gereageerd. Deze lidstaten zijn van plan de volgende wachttermijnen te hanteren: Griekenland: geen wachttermijn; Kroatië, Letland en Oostenrijk: 3 maanden; België en Luxemburg: 4 maanden; Litouwen, Tsjechië en Zweden: 6 maanden. Bulgarije, Hongarije en Spanje: nog geen besluit genomen.
Bent u het ermee eens dat voorkomen moet worden dat door een beperking van de wachttermijn in Nederland, wij aantrekkelijker worden dan de ons omringende landen om asiel aan te vragen, omdat men in Nederland sneller de arbeidsmarkt op zou mogen, ook al heeft men nog geen status?
Het kabinet is het er mee eens dat voorkomen moet worden dat het aantrekkelijker wordt om asiel aan te vragen in Nederland dan in de ons omringende landen. Het is echter mede gelet op het feit dat categorieën asielzoekers binnen de versnelde procedure geen toegang hebben tot de arbeidsmarkt gedurende de procedure, niet aannemelijk dat het verlagen van de wachttermijn naar drie maanden Nederland aantrekkelijker maakt dan ons omringende landen. Op dit moment gelden in verschillende omringende lidstaten reeds lagere wachttermijnen dan in Nederland (zie het antwoord op vraag 7).
Bent u bereid om de wachttermijn voor Nederland op zes maanden te houden, zolang de instroomcijfers in Nederland nog niet onder controle zijn, om ieder risico van aanzuigende werking te voorkomen?
Vanwege de voordelen van een vroege deelname van asielzoekers en statushouders aan de arbeidsmarkt, en het feit dat bepaalde groepen asielzoekers in het geheel zullen worden uitgesloten van toegang tot de arbeidsmarkt, heeft het kabinet voorgesteld om de wachttermijn te verkorten bij de implementatie van de herziene Opvangrichtlijn. De reacties uit de internetconsulatie zullen we bestuderen en op basis daarvan zullen we bezien of een aanpassing van de voorgestelde wijzigingen nodig is. Tegelijkertijd blijft het kabinet zich onverminderd inspannen voor het terugdringen van de instroomcijfers, in lijn met het Asiel- en Migratiepact.
Bent u bereid om een extra inspanning te plegen om het grote aantal statushouders in AZC’s dat volledig de arbeidsmarkt op mag, maar nog veel te vaak niet werkt, meer te stimuleren aan de slag te gaan?
Het kabinet vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk statushouders, ook als zij nog in een azc verblijven, aan het werk gaan. Door asielzoekers te stimuleren al aan het werk te gaan gedurende de asielprocedure kan dit een positieve invloed hebben op de arbeidsparticipatie wanneer zij een asielvergunning hebben gekregen. Daarnaast leveren zowel asielzoekers als statushouders die een inkomen hebben en in een opvanglocatie van het COA verblijven een financiële bijdrage aan de kosten voor de opvang.
Er wordt onderzocht of en op welke manier de begeleiding naar werk van asielzoekers voor wie de toegang tot de arbeidsmarkt niet is uitgesloten kan bijdragen aan het vergroten van het aandeel statushouders dat aan het werk gaat. Het opzetten van de ondersteuning naar werk heeft echter financiële en juridische consequenties. Ook is het belangrijk te bepalen wat voor soort ondersteuning de meeste meerwaarde heeft. Wat mij betreft gaat het daarbij niet alleen om het vergroten van de arbeidsdeelname van asielzoekers maar ook om het vergroten van de kans op duurzaam werk als ze een verblijfsvergunning krijgen en in Nederland mogen blijven. De Staatssecretaris van Participatie en Integratie (SP&I) heeft daarom extra budget beschikbaar gesteld om een aantal pilots te ondersteunen en op basis van deze ervaringen (en andere ervaringen, pilots en onderzoeken) uit te werken hoe de ondersteuning naar werk voor een snelle start op de arbeidsmarkt van asielzoekers eruit moet zien. Werk is de basis van inkomen.
Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten op de acties en maatregelen opgenomen in de Actieagenda Integratie en Open en Vrije Samenleving die door SP&I naar de Tweede Kamer is verzonden. Eén van de pijlers opgenomen in de Actieagenda betreft «Nieuwkomers aan het werk». Hierin zijn acties en maatregelen opgenomen die erop zijn gericht om de arbeidsparticipatie van statushouders te verhogen, zoals de Startbanen en een subsidieregeling om werkgevers te ondersteunen om statushouders duurzaam in dienst te nemen.
Bent u bereid om het leren van Nederlands, het doen van vrijwilligerswerk en het orienteren via de meedoenbalies op COA locaties beter te stroomlijnen zodat asielzoekers die nog wachten voor zij volledig de arbeidsmarkt op mogen, hun tijd nuttig kunnen besteden?
Het kabinet onderschrijft het belang van meedoen vanaf dag één en tijdig starten met het leren van de taal. De Wet inburgering 2021, waar SP&I verantwoordelijk voor is, richt zich op asielstatushouders. Vanuit inburgeringsperspectief is het wel van belang dat asielzoekers zo vroeg mogelijk starten met het leren van de taal en meedoen in de Nederlandse maatschappij. Daarom biedt SP&I een deel van de asielzoekers met een hogere kans op inwilliging van hun asielverzoek de mogelijkheid om de taal te leren via de subsidie Vroege Integratie en Participatie (VrIP). Vanuit de subsidie VrIP worden ook de Meedoenbalies op 38 COA locaties gefinancierd. Het taalaanbod voor asielzoekers behoort niet tot de verantwoordelijkheid van SP&I. De Minister van Asiel & Migratie beziet op dit moment in hoeverre artikel 18 van de Herziene Opvangrichtlijn een grond vormt om het huidige taalaanbod voor asielzoekers uit te breiden. Hierover wordt uw Kamer op een later moment geïnformeerd.
Bent u bereid te monitoren of sprake is van rechtszaken bij afwijzing van een asielverzoek waarbij asielzoekers zich beroepen op hun opgedane arbeidsverleden van meer dan 24 weken per jaar in Nederland om een band aan te tonen en dus uitzetting niet aan de orde zou mogen zijn?
Specifieke beroepsgronden, waaronder met Nederland opgebouwde banden, worden niet afzonderlijk in de systemen van de IND of de rechtbank neergelegd. Hierdoor kunnen deze zaken niet gemonitord worden. Dit zijn ook geen omstandigheden waarmee, op grond van artikel 5 Terugkeerrichtlijn, bij het opleggen van een terugkeerbesluit rekening gehouden moet worden. Daarbij heeft de Uniewetgever nadrukkelijk bepaald dat het verrichten van werk (en de daarmee gepaarde gaande gelijke behandeling) geen verblijfsrecht met zich brengt.11
Bent u bereid deze vragen één voor één en binnen een maand te beantwoorden?
Ja.
Geweld en intimidatie jegens christelijke asielzoekers in azc in Goes |
|
Diederik van Dijk (SGP) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Syrische christen in azc bang na bedreiging door moslims: «Hij zat bevend en trillend bij me»» in het Reformatorisch Dagblad van 30 oktober jl. en het bericht «Christelijk gezin in azc van Goes voelt zich niet veilig» in BN de Stem van 30 oktober jl.?1, 2
Ja.
Hoe reageert u op de berichten dat christelijke asielzoekers worden geïntimideerd in een asielzoekerscentrum in Goes door islamitische asielzoekers?
Discriminatie en geweld tegen asielzoekers is te allen tijde onacceptabel. Dat geldt ook als dit gericht is tegen de christelijke achtergrond van iemand. Tegen incidenten moet krachtig worden opgetreden en dat doet het COA ook. Het COA herkent op de locatie in Goes geen structurele, georganiseerde incidenten jegens christelijke asielzoekers. En als die er wel zijn, nemen het COA en ik die zeer serieus.
Welke (aanvullende) maatregelen zijn genomen of worden genomen naar aanleiding van deze berichten in dit concrete geval, aangezien er nog altijd sprake is van dreiging van geweld en intimidatie en u in beantwoording van eerdere schriftelijke vragen hebt aangegeven het standpunt te delen dat discriminatie en geweld tegen christelijke asielzoekers onacceptabel is en dat hier krachtig tegen moet worden opgetreden?3
Recent heb ik uw Kamer toegelicht welke maatregelen ik neem naar aanleiding van signalen over agressie en geweld tegen specifieke groepen in de opvang, waaronder christelijke asielzoekers.4 Uitgangspunt is dat asielzoekers zich (sociaal) veilig moeten weten op de COA-locatie. Het COA is religieus en politiek neutraal en zet zich maximaal in voor veilige opvang voor iedereen. Als bewoners huisregels overtreden, zoals het discrimineren van medebewoners, kan het COA volgens het COA maatregelenbeleid, een passende maatregel opleggen. Slachtoffers van discriminatie maken zelf de keuze of zij aangifte of melding doen bij de politie (bij vermoedelijk strafbare feiten) en/of een melding maken bij het meldpunt discriminatie. Hoewel slachtoffers niet kan worden verplicht om aangifte te doen, stimuleert en ondersteunt COA slachtoffers zoveel als mogelijk om wel aangifte te doen, of doet het COA zelf aangifte.
Hoe wilt u stimuleren dat geïntimideerde asielzoekers geweld en intimidatie melden bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en aangifte daarvan doen, gelet op de vrees dat een klacht negatieve gevolgen kan hebben voor de veiligheid of de asielprocedure? Bent u bereid hierover met COA in gesprek te gaan? Bent u daarbij bereid de mogelijke drempels die hiervoor worden ervaren door betreffende asielzoekers in kaart te brengen en weg te nemen?
Bewoners die slachtoffer worden van een strafbaar feit worden door COA-medewerkers met toegankelijke informatie gewezen op de mogelijkheid om aangifte te doen. Het COA stimuleert het doen van aangifte als mogelijk sprake is van een strafbaar feit. Als een bewoner aangeeft dat hij geen aangifte durft te doen, zal het COA in voorkomende gevallen ook zelf aangifte doen of melding maken. Dit onderwerp heeft onze permanente aandacht in de contacten met het COA
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat de oplossing wordt gezocht in het verwijderen van geïntimideerde asielzoekers in plaats van het verwijderen van de desbetreffende overlastplegers?
U verwijst in dit verband naar de beslissing van het COA om een bewoner na incidenten op locatie over te plaatsen naar een andere COA-locatie. Vooropgesteld: uitgangspunt is altijd dat het gedrag van de dader genormeerd wordt. Daartoe voert het COA het maatregelenbeleid uit. Waar nodig neemt het COA contact op met politie zodat ook strafrechtelijke opvolging kan plaatsvinden.
Tegelijkertijd is het COA er alles aan gelegen om de (sociale) veiligheid van haar bewoners te waarborgen. Dat kan een reden zijn om personen die zich schuldig maken aan agressie of geweld, (tijdelijk) te verplaatsen naar een andere COA-locatie of een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.
In sommige situaties kan het COA na overleg met en op verzoek van het slachtoffer overgaan tot overplaatsing van het slachtoffer.
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat een christelijke azc-bewoner wordt verplicht te accepteren een kamer te delen met islamitische asielzoekers, terwijl hij zich onveilig voelt?
Het COA maakt in het plaatsingsbeleid geen onderscheid op basis van religie. In de praktijk komt het dus voor dat asielzoekers met een verschillende religieuze achtergrond een wooneenheid delen. Dat laat onverlet dat het COA op basis van signalen passende maatregelen neemt. Het COA erkent dat het risico op een kwetsbare positie voor een aantal groepen in de opvang groter is, waaronder religieuze minderheden en bekeerlingen. COA-medewerkers zijn getraind om de bewoner goed in beeld hebben, waarbij eventuele kwetsbaarheid aan bod komt. Als een bewoner zich (sociaal) onveilig voelt in zijn eigen wooneenheid, kan het COA verschillende acties ondernemen. Denk bijvoorbeeld aan het intensiveren van de begeleiding of een kamerwissel.
Hoe beoordeelt u de toename van discriminatie, bedreiging, intimidatie of geweld jegens christelijke asielzoekers, zoals blijkt uit het toegenomen aantal meldingen bij het meldpunt van stichting Gave?
Ik verwijs in dit verband naar mijn recente beantwoording hierover.5
Bent u bereid zich in te spannen voor een convenant om de positie en het welzijn van christelijke bewoners in de opvang te verbeteren, vergelijkbaar met het recent vernieuwde convenant voor lhbti-asielzoekers?
Zonder me op dit punt te willen committeren aan de vorm van een convenant, ben ik uiteraard bereid om mij in te blijven spannen om in de samenwerking met betrokken partners signalen over onveiligheid van christelijke asielzoekers te bespreken. Het COA heeft (periodiek) contact met organisaties die expertise hebben op dit thema, zoals Stichting Gave. Het COA blijft met hen in gesprek en neemt signalen serieus.
Bent u bereid in het toegezegde onderzoek naar aanscherping van de glijdende schaal tevens te bezien of en hoe de asielaanvraag kan worden afgewezen bij intimidatie en geweld door asielzoekers of zwaarder negatief kan worden meegewogen bij de beoordeling van de aanvraag, zodat hij of zij (eerder) in aanmerking komt voor afwijzing?
De criteria voor intrekking of afwijzing van een asielvergunning volgen uit de kwalificatierichtlijn. Dit kan dus niet worden aangescherpt door middel van een nationale maatregel als de glijdende schaal en dit maakt daarom ook geen onderdeel uit van het onderzoek. Veroordelingen voor ernstige misdrijven, kunnen leiden tot intrekking of afwijzing.
Het bericht 'Kabinet stuurt vrouwen terug naar Taliban in Afghanistan' |
|
Marieke Koekkoek (D66), Laurens Dassen (Volt) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Kabinet stuurt vrouwen terug naar Taliban in Afghanistan»?1
Ja.
Onderschrijft u het oordeel van het Europese Hof van Justitie dat de leefregels van de Taliban een dermate grote opeenstapeling van discriminatie jegens vrouwen behelzen dat deze de facto kan worden gezien als vervolging van vrouwen, zoals genoemd in bovenstaand artikel?
Het Europese Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het samenstel van discriminerende maatregelen ten aanzien van vrouwen in Afghanistan onder het begrip «daad van vervolging» valt wanneer deze maatregelen, door hun cumulatieve effect, afbreuk doen aan de eerbiediging van de menselijke waardigheid.2 Dat betekent echter niet dat aan iedere Afghaanse vrouw, ongeacht de reden waarom zij om bescherming verzoekt, een verblijfsvergunning asiel móet worden verleend. Er kan nog steeds een individuele beoordeling plaatsvinden.
Bent u van mening dat vrouwen disproportioneel meer gevaar lopen in Afghanistan dan mannen?
Uit de landeninformatie over Afghanistan blijkt dat het niet houden aan de normen en leefregels van de Taliban voor vrouwen en meisjes ernstige consequenties kan hebben waardoor zij extra gevaar kunnen lopen.
Waarom heeft u besloten om samen met Australië, Canada en Duitsland juridische stappen te ondernemen tegen Afghanistan voor het niet nakomen van de verplichtingen onder het Verdrag inzake uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen?
Op 25 september 2024 heeft Nederland – samen met Australië, Canada en Duitsland – Afghanistan aansprakelijk gesteld voor grove en systematische schendingen van het Vrouwenverdrag. Met de aansprakelijkstelling zet Nederland zich samen met de genoemde staten in om naleving van internationale verplichtingen onder het Vrouwenverdrag door Afghanistan af te dwingen en toekomstige schendingen te voorkomen. Deze schendingen moeten stoppen. Afghaanse vrouwen en meisjes moeten aanspraak kunnen maken op de rechten onder het Vrouwenverdrag. In het bijzonder moet het recht op onderwijs voor Afghaanse vrouwen en meisjes worden gerespecteerd en gegarandeerd.
Als eerste noodzakelijke stap bij een dergelijke aansprakelijkstelling is Afghanistan uitgenodigd om in onderhandeling te treden. Momenteel is Nederland, samen met Australië, Canada en Duitsland, bezig met de organisatie van deze onderhandelingen. Over dit proces [en vragen gerelateerd aan deze internationaal-juridische procedure] kan het kabinet, in het belang van de aansprakelijkstelling, geen verdere uitspraken doen. Voor het huidige asielbeleid voor Afghaanse vrouwen verwijs ik u naar het antwoord op vraag 8.
Hoe rijmt u het besluit om vrouwen terug te sturen naar Afghanistan met het aansprakelijk stellen van Afghanistan voor het niet-nakomen van zijn verplichtingen onder het Verdrag inzake uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (Vrouwenverdrag)?
Zie antwoord vraag 4.
Bent u zich bewust van het feit dat de Dienst Terugkeer en Vertrek aangeeft dat gedwongen terugkeer niet mogelijk is met betrekking tot Afghanistan?
Ja.
Zo ja, hoe valt dit feit te rijmen met de voorgenomen uitzetting van meerdere vrouwen naar Afghanistan?
Voor personen van wie de asielaanvraag is afgewezen geldt dat zij in beginsel Nederland zelfstandig dienen te verlaten, eventueel met ondersteuning van de Nederlandse overheid. Wanneer personen niet zelfstandig terugkeren kan gedwongen vertrek aan de orde zijn. Of ook daadwerkelijk kan worden overgegaan tot gedwongen vertrek hangt onder andere af van de samenwerking met de landen van herkomst. Gedwongen terugkeer naar Afghanistan is momenteel niet mogelijk.
Op basis van welke maatstaven oordeelt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) of vrouwen al dan niet zouden passen in de samenleving waar zij volgens de IND naartoe teruggestuurd zouden moeten worden?
In de Vreemdelingencirculaire (paragraaf C7.2) is opgenomen dat een Afghaanse vrouw in aanmerking kan komen voor een verblijfsvergunning asiel als zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich niet kan conformeren aan de door de Taliban opgelegde normen en leefregels en door het niet naleven van deze opgelegde normen en leefregels het risico loopt op (ernstige daden van) vervolging. In diezelfde paragraaf van de Vreemdelingencirculaire is opgenomen dat de IND daarnaast beoordeelt in hoeverre de vrouw door de Taliban opgelegde normen en leefregels dermate ernstig in haar mogelijkheden tot ontplooiing en sociale en maatschappelijke deelname wordt beperkt en welke impact dit zal hebben op haar. Bij een voldoende ingrijpende impact zal dit aanleiding geven voor een verblijfsvergunning asiel.
Met inachtneming van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie betekent dit in de huidige beslispraktijk dat op basis van hetgeen een Afghaanse vrouw in de asielprocedure naar voren brengt wordt onderzocht of en, zo nodig, in welke mate zij stelt en aannemelijk maakt te zijn of zullen worden getroffen door de discriminerende maatregelen ten aanzien van vrouwen in Afghanistan. Als zij stelt en aannemelijk maakt door deze discriminerende maatregelen te zijn of te zullen worden getroffen, wordt in de regel een verblijfsvergunning verleend. In de praktijk is dat al snel het geval, maar dat betekent niet dat het individuele relaas er als het ware niet meer toe doet. Een Afghaanse vrouw zal tenminste naar voren moeten brengen en aannemelijk moeten maken dat zij vanwege de huidige discriminerende maatregelen niet naar Afghanistan kan en wil terugkeren.
Bent u op de hoogte van het feit dat vrouwen en meisjes die terugkeren na een verblijf in een westers land als «verwesterd» gezien kunnen worden en dat zij daardoor gevaar lopen?
Zoals ook aangegeven in het antwoord op de vraag 3 komt uit de huidige landeninformatie over Afghanistan naar voren dat de positie van vrouwen en meisjes in Afghanistan door de normen en leefregels van de Taliban ernstig onder druk staat. Het niet leven volgens deze normen en leefregels kan voor vrouwen en meisjes gevolgen hebben. Het enkele feit dat vrouwen en meisjes in het westen hebben verbleven betekent echter niet dat zij per definitie bij terugkeer gevaar lopen; dit blijft steeds onderwerp van individuele toetsing.
Nederland voelt zich zeer verbonden met het lot van de Afghaanse vrouwen en meisjes en blijft de Taliban oproepen om mensenrechten, en de rechten van vrouwen en meisjes in het bijzonder, te respecteren, in overeenstemming met internationale verdragsverplichtingen.
Bent u zich ervan bewust dat de rechtbank in Den Haag heeft geoordeeld dat de IND de Afghaanse vrouw van 79 jaar, zoals genoemd in het artikel, niet mag uitzetten naar Afghanistan? Zo ja, waarom staat u het toe dat de IND hierin alsnog volhardt?
Zoals uw Kamer bekend, ga ik niet in op individuele zaken. Op dit moment bestaat er geen aanleiding het landgebonden asielbeleid te wijzigen. Op korte termijn zal een nieuwe ambtsbericht worden gepubliceerd.
Klopt het dat de Minister van Asiel en Migratie op basis van Art. 42 GW verantwoordelijkheid draagt voor het gevoerde beleid van de IND?
Ja.
Bent u bereid de besluiten van de IND inzake het terugsturen van vrouwen naar Afghanistan te voorkomen dan wel terug te draaien?
Op dit moment bestaat er geen aanleiding het landgebonden asielbeleid, waarin de slechte mensenrechtensituatie in Afghanistan is verdisconteerd, te wijzigen. Op korte termijn zal een nieuwe ambtsbericht door het Ministerie van Buitenlandse Zaken worden gepubliceerd.
Kunt u de vragen een voor een en met spoed beantwoorden?
Ik heb de vragen zo spoedig mogelijk beantwoord.
Overlastgevers in Ter Apel. |
|
Anne-Marijke Podt (D66) |
|
Mona Keijzer (minister volkshuisvesting en ruimtelijke ordening) (BBB), David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
Wat is de stand van zaken met betrekking tot het aantal plaatsen in de procesbeschikbaarheidslocatie (pbl) in Ter Apel op dit moment? Klopt het dat er op dit moment slechts vijf plaatsen beschikbaar zijn? Vindt u dit zelf voldoende? Op welke termijn kunnen we hier meer van verwachten?
De procesbeschikbaarheidslocatie is een onderdeel van de pilot procesbeschikbaarheidsaanpak. Het doel van deze pilot is het versneld afhandelen van asielaanvragen die op basis van het land van herkomst van de aanvrager als «kansarm» worden ingeschat. Daarnaast zijn er binnen de pilot mogelijkheden om een strikter regime toe te passen op het moment dat de aanvrager zich niet aan de afspraken houdt of overlastgevend gedrag laat zien. Dit zijn de inhuisregistratie, de verscherpt toezichtslocatie, de de procesbeschikbaarheidslocatie, de handhavings- en toezichtslocatie en vreemdelingenbewaring. De verscherpt toezichtslocatie heeft 75 plekken. De procesbeschikbaarheidslocatie is gestart met vijf plaatsen in juli 2025. Bij aanvang is afgesproken dat er méér mensen kunnen worden geplaatst indien hier aanleiding toe is. Het is daarmee niet zo dat maximaal 5 personen op de pbl kunnen worden geplaatst.
Momenteel zien we dat veel overlast veroorzaakt wordt door groepen mensen die niet in de pbl kunnen worden geplaatst, zoals mensen met een Dublinclaim en minderjarige asielzoekers. De pbl is erop gericht om asielzoekers versneld af te handelen (binnen 4 weken). Mensen met een Dublinclaim kunnen niet in de pbl geplaatst worden, omdat het doorlopen van hun procedure langer dan vier weken duurt. Daarom is momenteel het aantal pbl plaatsingen beperkt. De Dublinclaimanten die overlast veroorzaken, zoals een winkeldiefstal, worden in de verscherpt toezicht locatie (vtl) geplaatst. Daarnaast heeft het verspreiden van mensen met een Dublinclaim prioriteit. De werking van de pilot procesbeschikbaarheidsaanpak wordt de komende tijd met de keten geëvalueerd. Hierbij wordt ook het aantal plekken betrokken. Hierover zal ik u het eerste kwartaal van 2026 informeren.
Welke afspraken zijn er met de lokale driehoek in de gemeente Westerwolde gemaakt over de handhaving van het gebiedsgebod op het terrein? Is er al sprake van extra handhavingscapaciteit voor het terrein waarvoor het gebiedsgebod geldt, zoals u vermeldde in uw brief van 2 oktober 2025?1
Op 28 augustus jl. heeft een afvaardiging van het ministerie en de asielketen deelgenomen aan het overleg met de lokale driehoek in de gemeente Westerwolde. Hierbij is ook de handhaving aan de orde gekomen. Op basis van dit overleg is onderzocht of extra capaciteit van politie en extra inzet van boa’s mogelijk is. Mijn ministerie heeft hierbij toegezegd om extra boa’s te leveren aan gemeente Westerwolde die ingezet kunnen worden in Ter Apel. Voor de handhaving van het gebiedsgebod geldt dat de politie altijd onderzoekt of vreemdelingenbewaring opportuun is als iemand buiten het gebied staande wordt gehouden door bevoegd gezag.
Wat is de stand van zaken met betrekking tot het doorplaatsen van overlastgevende asielzoekers met een Dublinclaim naar opvanglocaties (zo nodig met extra beveiliging) buiten Ter Apel? In hoeverre gebeurt dit nu structureel? Als dit niet structureel gebeurt, waarom niet?
Ik heb aan de keten opdracht gegeven om het aantal mensen met een Dublinclaim in Ter Apel naar beneden te krijgen. Hier wordt prioriteit aan gegeven. De afgelopen periode bleek dat Dublinclaimanten weliswaar doorgeplaatst worden, maar dat door de instroom van nieuwe aanvragers de bezetting relatief stabiel blijft. Belangrijk knelpunt bij het doorplaatsen van méér Dublinclaimanten is de krapte in de opvangcapaciteit. Verder wordt voor Dublinclaimanten die overlast geven ingezet op een persoonsgerichte aanpak en er wordt ingezet op inbewaringstelling.
Levert het overplaatsen van deze groep overlastplegers nu een oplossing voor inwoners en ondernemers in Ter Apel, die regelmatig met veelplegers uit deze groep te maken krijgen, die vaak na enkele uren alweer op straat staan? Zo nee, wat bent u van plan hier wel aan te doen?
Inbewaringstelling en het meer evenredig verdelen van Dublinclaimanten over het land leidt er toe dat de overlast die inwoners en ondernemers in Ter Apel ervaren minder wordt. Daarom wordt hard gewerkt aan het vergroten van de opvangcapaciteit in Nederland en het zoveel mogelijk doorplaatsen van deze groep. Mijn ministerie heeft regelmatig gesprekken met ondernemers over de aanpak van de overlast en de schade.
Is het de bedoeling om ook minderjarige overlastgevers door te plaatsen naar opvanglocaties buiten Ter Apel? Zo nee, welke oplossing is er dan voor deze overlastgevende groep, die ook door ondernemers en inwoners vaak alweer na korte tijd op straat gezien worden?
De insteek is dat amv-ers kort in Ter Apel blijven na hun komst in Nederland. Het is dus de bedoeling dat amv-ers snel worden doorgeplaatst uit Ter Apel om hun procedure te doorlopen in andere locaties in het land. Dat geldt ook voor overlastgevende amv-ers. Voor deze groep zijn in het land alternatieve opvangvormen beschikbaar die intensiever inzetten op de begeleiding zoals de Perspectief Opvang Nidos en intensieve begeleiding amv. (zie antwoord bij vraag 6).
Is (een vorm van) perspectiefopvang zoals deze eerder door Nidos werd opgezet (kleinschalig, intensieve begeleiding door medewerkers met veel ervaring met deze groep) een oplossing voor de plaatsing van minderjarige overlastgevers uit Ter Apel (of andere opvang)? Zo nee, waarom niet?
Een vorm van perspectiefopvang, zoals eerder door Nidos opgezet, kan bijdragen aan een oplossing. Nidos werkt nauw samen met gemeenten om geschikte locaties voor de Perspectief Opvang Nidos te identificeren en de capaciteit uit te breiden waar mogelijk. Daarnaast is het COA begin 2025 gestart met de pilot locatie iba: intensieve begeleiding amv. De doelgroep bestaat uit amv met zorgelijk gedrag, waarvan wordt ingeschat dat er een specifieke hulp- of begeleidingsvraag aan ten grondslag ligt.
Zijn er voldoende van dit soort (zie vraag2 opvanglocaties beschikbaar? Wat doet het kabinet om hiervoor te zorgen?
Het kabinet zet, in samenwerking met Nidos en het COA, in op het uitbreiden van de opvangcapaciteit en het vinden van geschikte locaties om deze vorm van begeleiding breder beschikbaar te maken
De beslisnota bij Terugkeerondersteuning Syrië |
|
Lidewij de Vos (FVD) |
|
David van Weel (minister justitie en veiligheid, minister asiel en migratie) (VVD) |
|
|
|
|
De vertrekpremie voor Syrische migranten is tijdelijk verhoogd van maximaal € 2.815,– per volwassene naar € 5.000,– per volwassene; hoe is dit bedrag tot stand gekomen?
Het bedrag van € 5.000 per volwassene is gebaseerd op de eerdere ervaring die is opgedaan met de terugkeer van derdelanders met een tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne. Ook voor die groep gold destijds een herintegratiebedrag van € 5.000. Onder dat beleid zijn toen ongeveer 1.000 personen teruggekeerd.
Deelt u de mening dat uitreizigers die gebruik hebben gemaakt van een vertrekpremie in de toekomst geen asiel of verblijfsvergunning meer mogen krijgen in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Indien het antwoord op vraag 2 ontkennend luidt, erkent u dan dat het voor Syriërs zeer aanlokkelijk zal zijn om de vertrekpremie in ontvangst te nemen en dan opnieuw asiel aan te vragen in Nederland?
Bent u bereid om waarborgen in te stellen opdat Syrische inreizigers die gebruik hebben gemaakt van een vertrekpremie onmiddellijk kunnen worden herkend en tegengehouden aan de grens? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke?
Bent u bereid om biometrische kenmerken, zoals een irisscan en vingerafdrukken, vast te leggen, om inreizigers die gebruik hebben gemaakt van een vertrekpremie te kunnen herkennen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe kan hier technisch invulling aan worden gegeven?
Deelt u de mening dat de Terugkeerondersteuning ook zou moeten worden geboden aan andere migrantengroepen, gezien u in de beslisnota vermeldt dat deze regeling kostenbesparend is voor het Rijk? Zo nee, waarom niet?
Personen die geen recht (meer) hebben op verblijf in Nederland moeten Nederland verlaten. Er wordt vanuit gegaan dat personen zelfstandig vertrekken. Om dit mogelijk te maken en te stimuleren biedt de Nederlandse overheid reeds sinds 2007 naast vertrekondersteuning ook herintegratieondersteuning aan.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Ik heb de vragen zoveel mogelijk afzonderlijk beantwoord. Daar waar het logischer was om de beantwoording samen te pakken heb ik dat gedaan.