Gesprekken die zijn gevoerd met de Taliban |
|
Kati Piri (PvdA), Lisa Westerveld (GL) |
|
Berendsen , Rob Jetten (D66), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Gesprek Taliban en EU afgelopen, ook Nederland zat aan tafel»?1
Ja
Erkent u dat er ook Nederlandse ambtenaren bij de gesprekken zaten die zijn gevoerd met de Taliban in Brussel?
Ja
Zo ja, hoe kan het dat u tijdens het commissiedebat JBZ-Raad van 27 mei beweerde dat Nederlandse ambtenaren niet betrokken zijn bij de gesprekken?
Er was op dat moment nog geen sprake van een concrete uitnodiging aan de lidstaten.
Wanneer is het besluit genomen om ambtenaren van Nederland te laten deelnemen aan de gesprekken met de Taliban in Brussel? Wie waren er betrokken bij dit besluit?
Dit besluit werd op vrijdag 19 juni genomen door de Minister van Asiel en Migratie, in goed overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken.
Waarom is de Kamer hier niet over geïnformeerd?
Het gaat om een operationeel gesprek. EU-lidstaten, inclusief Nederland, hebben een week voorafgaand aan het gesprek de uitnodiging ontvangen voor dit gesprek in Brussel. Nederland onderhoudt minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Dit gesprek was hier onderdeel van. Naar aanleiding van deze uitnodiging is besloten dat een Nederlandse ambtenaar op werkniveau het gesprek zou bijwonen.
Is er over de deelname van een ambtenaar van het Ministerie van Asiel en Migratie aan het overleg advies ingewonnen bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe luidde het advies?
Ja, het besluit is in goed overleg genomen. Deze inzet is in lijn met onze huidige positie ten aanzien van contact met de de facto autoriteiten.
Erkent u dat deze gesprekken een stap zijn richting de normalisering van het Taliban-regime en dat zij met deze gesprekken een podium hebben gekregen in het hart van onze Europese democratie? Zo nee, waarom niet?
Nee, het was een operationeel gesprek en het normaliseren van de relatie met het Taliban-regime is niet aan de orde.
Waarom zorgt u ervoor dat Nederland door Nederlandse ambtenaren te sturen bijdraagt aan het normaliseren van het wrede Taliban-regime?
Nederland erkent de Taliban niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Wel onderhoudt Nederland minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. Het gesprek in Brussel past in dit kader.
Bent u het eens met Europarlementariër Raquel García Hermida-van der Walle, wiens instagrampost hierover een like van premier Jetten kreeg, dat het gesprek met de Taliban in Brussel «waanzin» is? Zo nee, waarom niet?
Nee, het betrof een operationeel gesprek. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Nederland erkent de Taliban niet als legitieme vertegenwoordiging van het Afghaanse volk.
Bent u het eens met Europarlementariër Raquel García Hermida-van der Walle, wiens Instagrampost hierover een like van premier Jetten kreeg, dat we onze geloofwaardigheid over mensenrechten volledig verliezen als we de Taliban voor een kopje thee in Brussel uitnodigen? Zo nee, waarom niet?
Dit betrof een operationeel gesprek. Nederland blijft zich onverminderd inzetten voor mensenrechten in Afghanistan. Dat doet Nederland via onder andere met steun aan VN organisaties en steun aan lokale mensenrechteninitiatieven. Ook blijft Nederland zich uitspreken tegen mensenrechtenschendingen door de de facto autoriteiten in Afghanistan, zowel in EU- als in VN-verband.
Is er sprake van eenheid van kabinetsbeleid, als ambtenaren van één ministerie deelnemen aan het gesprek met de Taliban, terwijl de premier zich op Instagram in felle bewoordingen uitlaat tegen het gesprek met de Taliban?
Ja
Vertegenwoordigt de Taliban volgens u het Afghaanse volk? Zo nee, waarom kiest u ervoor om ambtenaren wel met hen in gesprek te laten gaan en hen samen met vertegenwoordigers van de Europese Commissie en 14 andere EU-landen te verwelkomen in Brussel?
Nee. Nederland erkent de Taliban niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking. Het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Wel onderhoudt Nederland minimale operationele contacten met de de facto autoriteiten in Afghanistan. De Taliban zijn immers de feitelijke machthebbers in Afghanistan op dit moment. Het gesprek in Brussel past in dit kader.
Erkent u dat de gesprekken die zijn gevoerd met de delegatie van de Taliban een meerwaarde hadden voor het regime? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat is deze precies en vindt u dat de mogelijkheid om Afghanen misschien terug te kunnen sturen waard?
De reden voor de de facto autoriteiten om deze gesprekken aan te gaan is ons niet bekend.
Wat is er precies besproken tijdens de gesprekken? Kunt u op korte termijn een verslag aan de Kamer doen toekomen?
De operationele stappen van een mogelijke terugkeerprocedure zijn besproken. Het gaat om een operationeel gesprek, hiervan wordt zoals gebruikelijk geen afschrift gestuurd naar de Tweede Kamer.
Sluit Nederland uit dat officiële vertegenwoordigers van het Taliban-regime in Nederland geaccrediteerd worden? Zo nee, waarom niet?
Nederland erkent de Taliban niet als legitieme vertegenwoordiging van het Afghaanse volk. Erkenning is ook niet aan de orde.
Wat zijn de eisen die de Taliban hebben neergelegd in ruil voor het terugsturen van uitgeprocedeerde Afghanen?
Het gaat om een operationeel gesprek over de stappen in een mogelijke terugkeerprocedure, hiervan wordt zoals gebruikelijk geen afschrift gestuurd naar de Tweede Kamer.
Is er gesproken over de veiligheid van deze mensen? Zo ja, wat is hierover besproken? Zo nee, waarom niet?
De operationele stappen van een mogelijke terugkeerprocedure zijn besproken.
Is er gesproken over de mensenrechtensituatie in Afghanistan, en met name de situatie van vrouwen en meisjes die in Afghanistan onderdrukt worden? Zo ja, wat is er besproken, zo nee, waarom niet?
Onderwerp van gesprek waren de operationele stappen van een mogelijke terugkeerprocedure.
Kunt u deze vragen afzonderlijk en voor de start van het zomerreces beantwoorden?
De vragen zijn afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoord.
De obstakels bij integratie voor de buitenlandse partners van Nederlanders |
|
Wimar Bolhuis (PvdA) |
|
Thierry Aartsen (VVD) |
|
|
|
|
Deelt u de mening dat Nederlanders die een liefdesrelatie hebben met een niet-EU-inwoner en aan de inkomenseisen voldoen, de mogelijkheid zouden moeten hebben om samen met hun geliefde een leven op te bouwen in Nederland, waarbij de niet-Nederlandse partner zo snel mogelijk zou moeten kunnen inburgeren?
Deelt u de mening dat praktische obstakels die de vlotte inburgering van deze liefdespartners in de weg staan, zo veel mogelijk vermeden en opgeheven moeten worden?
Acht u het wenselijk dat liefdespartners van Nederlanders honderden euro’s kwijt zijn louter en alleen aan de reiskosten om het basisexamen inburgering in het buitenland te kunnen afleggen?
Is het mogelijk om buitenlandse partners van Nederlanders het basisexamen inburgering in het buitenland digitaal van op afstand te laten afleggen wanneer er geen examenfaciliteit in hun stad of dorp beschikbaar is? Zo nee, wat is ervoor nodig om dat wel mogelijk te maken?
Wat is de gemiddelde doorlooptijd van het basisexamen inburgering in het buitenland? En wat is de gemiddelde doorlooptijd van de procedure voor een machtiging tot voorlopig verblijf?
Kan de termijn van acht weken waarover DUO beschikt om de examenuitslag bekend te maken, ingekort worden? Zo ja, met hoeveel weken? Zo nee, wat precies staat een inkorting in de weg?
Hoe verhoudt de lange duurtijd van de combinatie van het basisexamen inburgering in het buitenland plus de procedure voor een machtiging tot voorlopig verblijf zich tot het recht op gezinsleven uit artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), wanneer aan alle inkomens- en huisvestingseisen wordt voldaan, en wanneer de wachttijd in de praktijk samenvalt met perioden waarin echtgenoten elkaar door visumtellingen niet eens fysiek mogen ontmoeten?
Is het mogelijk bij het inplannen van het basisexamen inburgering in het buitenland al het proces voor een machtiging tot voorlopig verblijf op te starten, zodat deze processen parallel lopen en mensen dus niet onnodig lang hoeven te wachten? Zo nee, wat concreet staat dat in de weg?
Op welke objectieve gronden zijn partners uit Australië, Canada, Japan, Monaco, Nieuw-Zeeland, Vaticaanstad, Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, Zuid-Korea of Zwitserland vrijgesteld van het basisexamen buitenland, terwijl partners uit andere landen deze eis wel krijgen opgelegd? Is dit onderscheid nog te rechtvaardigen?
Overweegt u de vrijstelling van het basisexamen inburgering in het buitenland uit te breiden naar andere landen wanneer het gaat om de liefdespartners van Nederlanders? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Is het kabinet bereid te onderzoeken of inburgering in Nederland zelf, onder begeleiding van de Nederlandse echtgenoot en familie, een gelijkwaardig of beter alternatief kan zijn voor het examen in het buitenland? Zo nee, waarom niet?
Hoe weegt het kabinet de mentale en relationele schade van maandenlange gedwongen scheiding mee in de proportionaliteitstoets? Welke maatregelen zal het kabinet nemen om een vlottere inreis en integratie van liefdespartners van Nederlanders te garanderen om dit soort mentale en relationele schade te voorkomen?
Kunt u iedere vraag afzonderlijk beantwoorden?
Het bericht 'Palestijnen uit Gaza na maanden toch met Nederlandse hulp geland op Schiphol' |
|
Martin de Beer (VVD), Ulysse Ellian (VVD) |
|
Berendsen , Bart van den Brink (CDA), Letschert |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Palestijnen uit Gaza na maanden toch met Nederlandse hulp geland op Schiphol»?1
Welke ondersteuning hebben verschillende ministeries geboden aan de 42 Gazanen om van Gaza naar Jordanië te reizen?
Hoe verhoudt deze ondersteuning zich tot de uitspraak van de Raad van State van 19 maart 2026 waarin de Minister slechts verplicht wordt om een geringe inspanning te verrichten?
Waarom is er niet gewacht met het bieden van ondersteuning aan de rest van de groep van 42 Gazanen totdat er een uitspraak in de bodemprocedure ligt?
Welke ondersteuning hebben verschillende ministeries geboden aan de 42 Gazanen om van Jordanië naar Nederland te reizen?
Hoe verklaart u dat er naast 21 Gazaanse studenten ook 18 meereizende gezinsleden naar Nederland zijn gekomen? Op grond van welke rechterlijke uitspraak heeft Nederland de plicht om deze meereizende gezinsleden ondersteuning te bieden?
Hoe verklaart u dat de verhouding studenten versus meereizende gezinsleden bijna 1 op 1 is? Hoe verhoudt zich dit tot het gemiddelde aantal gezinsleden dat meereist met migranten met een studievisum?
Klopt het dat Gazaanse studenten tijdens het verblijf de meereizende gezinsleden financieel moeten onderhouden? In hoeverre is dit mogelijk gezien de levensstandaard in Gaza en het feit dat deze Gazanen naar Nederland komen om te studeren?
Klopt het dat deze meereizende gezinsleden geen zelfstandig verblijfsrecht hebben en Nederland dus moeten verlaten zodra de gezinsband wordt verbroken?
Hoe groot schat u de kans in dat deze meereizende gezinsleden daadwerkelijk Nederland zullen verlaten en zullen terugkeren naar Gaza indien de gezinsband wordt verbroken?
Op basis waarvan bepalen universiteiten welke buitenlandse studenten zij toelaten tot hun universiteit?
Welke ondersteuning hebben universiteiten geboden om deze studenten van Jordanië naar Nederland te laten reizen? Hebben zij bijvoorbeeld één of meerdere overnachtingen in Jordanië en de vliegtickets betaald?
Hoe komen de Nederlandse universiteiten aan het geld om deze Gazaanse studenten te ondersteunen?
Welke ondersteuning bieden universiteiten aan deze studenten tijdens hun verblijf in Nederland? Valt onder deze ondersteuning ook huisvesting?
Hoe verhoudt deze ondersteuning zich tot de ondersteuning die Nederlandse studenten krijgen van universiteiten in hun zoektocht naar een studentenkamer, indien universiteiten inderdaad huisvesting aan deze groep bieden?
Hoe verhoudt het toelaten van deze Gazaanse studenten zich tot het kabinetsvoornemen om het aantrekken van internationale studenten zo veel als kan te beperken tot internationaal toptalent? Is daar hier sprake van?
Hoe verhoudt het toelaten van deze Gazaanse studenten zich voorts tot de ambitie uit het regeerakkoord om te zorgen voor genoeg vakmensen in de sectoren waar de uitdagingen het grootst zijn? Is daar hier sprake van?
Hoe past het toelaten van deze Gazaanse studenten in de huidige bestuurlijke afspraken met onderwijsinstellingen over de capaciteit van anderstalige opleidingen dan wel de regionale draagkracht?
Welke ondersteuning bieden universiteiten aan de meereizende gezinsleden?
Wat zijn de totale kosten voor de universiteiten om deze Gazaanse studenten in Nederland te laten studeren?
Deelt u de mening dat het volstrekt onwenselijk is dat universiteiten actief ondersteuning bieden bij het naar Nederland halen van studenten en hun gezinsleden uit oorlogsgebieden?
Het met hulp van de Nederlandse overheid overbrengen van Palestijnen uit Gaza naar Nederland |
|
Marina Vondeling (PVV), Geert Wilders (PVV) |
|
Berendsen , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat 42 Palestijnen uit Gaza met actieve hulp van de Nederlandse overheid naar Nederland zijn overgebracht1?
Waarom acht u het uw taak om Palestijnen uit Gaza naar Nederland te halen, terwijl Nederland al kampt met een ongekende asiel- en migratiecrisis?
Wie heeft aangedrongen op het overbrengen van Palestijnen uit Gaza naar Nederland? Welke non-gouvernementele organisaties (ngo), universiteiten, actiegroepen, ambtenaren, internationale organisaties en andere belanghebbenden hebben hierbij een rol gespeeld en welke kosten zijn er gemaakt?
Waarom staat u het toe dat complete gezinnen meekomen terwijl de verleende visa bedoeld zijn voor studie of werk van individuele personen?
Binnen welke termijn moeten de eerste Palestijnen Nederland weer verlaten? Welke concrete maatregelen worden genomen als zij weigeren terug te keren?
Welke harde garanties bestaan er dat alle 42 Palestijnen Nederland daadwerkelijk verlaten zodra hun visum eindigt?
Kunt u garanderen dat geen van deze Palestijnen na afloop van hun visum een asielaanvraag zal indienen om alsnog permanent verblijf in Nederland af te dwingen? Zo nee, waarom niet?
Erkent u dat het binnenhalen van personen uit een door Hamas bestuurd gebied enorme veiligheidsrisico’s met zich kan brengen? Zo ja, waarom brengt u Nederlanders bewust in gevaar door onze grens open te zetten voor personen uit Gaza?
Zijn alle Palestijnen individueel en uitgebreid gescreend op veiligheidsrisico’s, radicalisering, banden met terroristische organisaties, extremistische activiteiten en identiteitsfraude? Hoeveel van deze personen beschikken niet over volledige of verifieerbare identiteitsdocumenten?
Bent u bereid per direct te stoppen met het actief faciliteren van de komst van Palestijnen naar Nederland en ook geen nieuwe visa meer te verstrekken aan personen uit Gaza? Zo nee, waarom niet?
Wilt u al deze Palestijnen samen met alle andere Palestijnen die in Nederland verblijven direct naar Jordanië sturen, de enige echte legitieme Palestijnse Staat en het verzet vanuit het Hashemitische Koninkrijk de prullenbak in gooien? Zo nee, waarom niet?
Het recht op onderwijs voor kinderen in de opvang |
|
Wimar Bolhuis (PvdA), Lisa Westerveld (GL) |
|
Letschert , Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Wat vindt u van de constatering van de Inspectie van het Onderwijs dat er de afgelopen jaren geen verbetering is gekomen voor de eerder geïdentificeerde problemen rond het onderwijs voor kinderen in de noodopvang?1
Bent u ingegaan op het verzoek van de Inspectie van het Onderwijs om met hen in gesprek te gaan over de al jarenlang gesignaleerde problematiek in de noodopvang en hun aanbevelingen? Zo ja, wat is de uitkomst van dat gesprek? Zo nee, gaat u dit doen en op welke termijn?
Bent u het ermee eens dat continuïteit van de schoolloopbaan, ook als jongeren meerderjarig worden, van groot belang is voor een ononderbroken ontwikkeling en het voltooien van de schoolloopbaan – voor de jongere, de samenleving en de economie?
Hoe komt het dat de ononderbroken toegang tot onderwijs voor kinderen in noodopvang nog steeds niet goed is geregeld, ondanks dat de Inspectie al jaren aan de bel trekt?
Bent u het ermee eens dat hiermee de rechten van kinderen zoals onder meer beschreven in het Internationale Kinderrechtenverdrag, specifiek artikel 6 op ontwikkeling, worden geschonden en hoe verenigt u deze problematiek met de Leerplichtwet?
Is het door een onafhankelijke partij – niet zijnde de overheid –, zoals de Landsadvocaat, juridisch getoetst of Nederland wel of niet aan het Internationale Kinderrechtenverdrag voldoet inzake het onderwijs aan kinderen uit de noodopvang of de reguliere opvang? Zo nee, waarom niet?
Welke concrete maatregelen gaat u nemen om de toegang te waarborgen voor alle kinderen?
Worden er nog andere artikelen uit het Kinderrechtenverdrag geschonden?
Hoeveel kinderen tussen de 5 en 18 jaar in de noodopvang en de reguliere opvang staan momenteel op de wachtlijst voor onderwijs, uitgesplitst naar onderwijssector?
Hoeveel kinderen in de noodopvang en in de reguliere opvang moesten in 2025 langer dan de de wettelijke termijn van 3 maanden wachten om naar onderwijs geleid te worden?
Klopt het dat het voorkomt dat deze termijn van 3 maanden bij iedere nieuwe verhuizing opnieuw als norm gehanteerd wordt, ondanks dat de termijn officieel slechts eenmalig geldt voor kinderen en jongeren die net in Nederland zijn aangekomen? Zo ja, bij hoeveel kinderen bleek dit in de afgelopen 3 jaar het geval?
Hoe groot is momenteel het capaciteitstekort over heel Nederland om kinderen in de noodopvang en in de reguliere opvang ononderbroken onderwijs te kunnen bieden?
In welke regio’s is er sprake van een capaciteitstekort om onderwijs te voorzien voor alle in die regio gevestigde kinderen in de noodopvang en in de reguliere opvang?
Heeft u zicht op hoe vaak kinderen in de noodopvang en in de reguliere opvang verhuizen en hoeveel onderwijstijd ze daardoor verliezen? Zo ja, kunt u deze cijfers delen? Zo nee, kunt u dit aantal verhuizingen en de daardoor verloren onderwijstijd in kaart brengen?
Wat gaat u doen om te voorkomen dat kinderen in de noodopvang en in de reguliere opvang door frequente verhuizingen onderwijstijd missen en steeds een nieuwe school en nieuwe leerlingen moeten leren kennen?
Hoe staat het met de uitvoering van de ambitie uit het regeerakkoord om ervoor te zorgen dat kinderen niet continu verhuisd worden en welke acties zijn er al ondernomen? Welke acties gaat u ondernemen om dat continu verhuizen te voorkomen?
Klopt het dat kinderen in de noodopvang die over enkele maanden 18 worden, niet meer toegelaten worden tot onderwijsvoorzieningen voor kinderen in de noodopvang en blijven de bewuste kinderen daardoor langer op de wachtlijst? Hoe zit dit voor kinderen in de reguliere opvang?
Welke oplossingen voorziet u om te garanderen dat ieder kind toegang tot onderwijs krijgt, ook als ze binnen enkele maanden 18 worden?
Overweegt u daarbij meer flexibiliteit te voorzien waardoor kinderen in de noodopvang of in de reguliere opvang in het jaar dat ze 18 worden het leerjaar kunnen afmaken, ook nadat ze meerderjarig zijn geworden? Zo niet, waarom niet?
Welke mogelijkheden ziet u om de capaciteit van onderwijs voor kinderen in de noodopvang of in de reguliere opvang op te schalen zodat er geen wachtlijsten meer zijn en welke van die mogelijkheden zult u benutten en welke niet? En waarom die keuze?
Welke acties gaat u ondernemen om tekorten aan gekwalificeerde docenten voor onderwijs voor kinderen in de noodopvang en in de reguliere opvang op te lossen?
Hoeveel bijkomende financiering zou er nodig zijn om alle wachtlijsten voor onderwijs voor kinderen in de noodopvang en in de reguliere opvang weg te werken?
Kunt u dat budget vrijmaken? Zo nee, waarom niet?
Aangezien de verantwoordelijkheden over het garanderen van toegang tot onderwijs voor kinderen in noodopvang over vele partijen versnipperd is, wat zal u doen om meer coördinatie te garanderen? Zal het Rijk hier meer regie op pakken?2
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Het kabinetsplan om 75.000 asielzoekers aan werk te helpen |
|
Milan Schenk (FVD) |
|
Bart van den Brink (CDA), Thierry Aartsen (VVD) |
|
|
|
|
Klopt het dat het kabinet als doelstelling heeft om ervoor te zorgen dat in december 2030 75.000 meer statushouders en asielzoekers aan het werk zijn dan nu het geval is?
Waarom acht het kabinet het een kerntaak van de Nederlandse overheid om 75.000 statushouders en asielzoekers aan werk te helpen?
Deelt het kabinet de opvatting dat asielopvang in beginsel tijdelijk van aard is en niet bedoeld is als instrument voor arbeidsmarktbeleid?
Indien het antwoord op vraag 3 ontkennend luidt, waarom niet?
Klopt het dat het kabinet expliciet wil investeren in asielzoekers die nog in procedure zijn, maar volgens het kabinet een redelijke kans maken op een verblijfsvergunning?
Hoeveel asielzoekers die in het verleden als kansrijk werden aangemerkt, hebben uiteindelijk geen verblijfsvergunning gekregen? Graag een overzicht vanaf 2010.
Kan het kabinet uitsluiten dat het vroegtijdig begeleiden van asielzoekers naar werk, scholing en integratie de druk vergroot om uiteindelijk een verblijfsvergunning te verlenen?
Indien het antwoord op vraag 7 ontkennend luidt, waarom niet?
Hoe beoordeelt het kabinet het risico dat werkgevers, gemeenten of maatschappelijke organisaties zich in toekomstige procedures op het standpunt zullen stellen dat een asielzoeker inmiddels dusdanig is geïntegreerd dat terugkeer onwenselijk is?
Kan het kabinet uitsluiten dat dit beleid een extra aanzuigende werking heeft op personen die primair economische motieven hebben om via de asielroute toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt te verkrijgen?
Indien het antwoord op vraag 10 ontkennend luidt, waarom niet?
Het kabinet zet in op het aanpakken van arbeidsmarkttekorten door asielmigranten sneller naar werk te begeleiden maar tegelijkertijd constateert het kabinet dat arbeidsmigratie druk legt op de bevolkingsgroei en geen structurele oplossing vormt voor krapte op de arbeidsmarkt; hoe beoordeelt u deze spanning?
Bent u zich bewust van signalen dat de vraag op de arbeidsmarkt in verschillende sectoren afneemt en zijn er prognoses beschikbaar over de wijze waarop de arbeidsmarkt zich de komende jaren zal ontwikkelen en welke gevolgen de instroom van 75.000 extra werknemers daarop zal hebben?
Wat is volgens het kabinet het effect van deze instroom op de arbeidsmarktkansen van Nederlandse werknemers?
Bent u het ermee eens dat verbeteringen op het gebied van arbeidsproductiviteit, innovatie en automatisering op de langere termijn een betere oplossing vormen dan een voortdurende uitbreiding van het arbeidsaanbod door migratie?
Hoeveel procent van de huidige statushouders beschikt volgens het kabinet over relevante werkervaring en/of een opleiding die aansluit op tekortsectoren zoals de bouw, techniek of zorg?
Hoe ziet u in dat licht de instroom van 75.000 extra werknemers, terwijl een groot deel van deze groep naar verwachting niet beschikt over de kwalificaties die in de grootste tekortsectoren worden gevraagd?
Kunt u reflecteren op de gevolgen die een instroom van 75.000 extra werknemers in met name lager- en middelbaar geschoolde arbeid kan hebben voor lonen, arbeidsvoorwaarden en arbeidsmarktkansen van Nederlandse werknemers die momenteel in deze sectoren werkzaam zijn?
Hoe kunnen de inburgeringseisen worden geflexibiliseerd zonder dat de kwaliteit van de inburgering onder druk komt te staan?
U schrijft dat de werkvloer een geschikte plek is om de Nederlandse taal te leren maar tegelijkertijd zien wij dat binnen steeds meer sectoren het Nederlands juist wordt verdrongen door het Engels; waarom verwacht u dat dit bij asielmigranten anders zal verlopen en hoe gaat hij waarborgen dat het Nederlands daadwerkelijk de voertaal blijft?
Klopt het dat het kabinet streeft naar huisvesting van werkende statushouders in de regio waar zij werkzaam zijn?
Betekent dit dat arbeidsmarktoverwegingen een rol gaan spelen bij de verdeling van statushouders over gemeenten?
Indien het antwoord op vraag 22 bevestigend luidt, hoe verhoudt zich dat tot het uitgangspunt dat asielopvang en huisvesting primair voortvloeien uit humanitaire bescherming en niet uit economische belangen?
Hoeveel belastinggeld verwacht het kabinet de komende vier jaar uit te geven aan de uitvoering van de aanpak Werk en Meedoen voor statushouders en asielzoekers?
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Het bericht ‘Ook vrouwen en kinderen moeten nu buiten wachten in Ter Apel, dat steeds meer op een tentenkamp lijkt’ |
|
Robert van Asten (D66) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Kunt u aangeven hoeveel personen de afgelopen weken geen toegang hebben gekregen tot het aanmeldcentrum in Ter Apel en daardoor waren aangewezen op noodopvang buiten of in de directe omgeving? Bent u bereid deze cijfers periodiek met de Kamer te delen zolang de huidige situatie voortduurt?1
Klopt het dat ook (zwangere) vrouwen, kinderen, mensen met een beperking en andere kwetsbare personen nu soms buiten moeten wachten? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot de wettelijke zorgplicht van de overheid en de verplichtingen onder de EU-Opvangrichtlijn, die bijzondere bescherming van kwetsbare groepen voorschrijft?
Kunt u bevestigen dat het beleid om kwetsbare personen altijd toegang te verlenen tot het aanmeldcentrum per of rond 12 juni jl. is gewijzigd of opgeschort? Zo ja, wat was hiervan de oorzaak?
In hoeverre hangt de verslechterde toegang voor kwetsbare personen samen met de invoering van het nieuwe proces van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) als gevolg van het Europese migratiepact? Welk specifiek onderdeel van dat nieuwe proces veroorzaakt dit knelpunt en wanneer verwacht u dat dit is opgelost?
Bent u in gesprek met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), Vluchtelingenwerk en het Rode Kruis over het waarborgen van de veiligheid en sfeer rondom het terrein? Zien zij de omstandigheden verslechteren?
Hoe wordt op dit moment, in samenwerking met het Rode Kruis, gewerkt aan een nationaal opschalingsplan waarop kan worden teruggevallen? Op welke termijn kan een dergelijk plan naar de Kamer worden gestuurd?
Welke additionele maatregelen worden verkend om op korte termijn verlichting te bieden aan het aanmeldcentrum in Ter Apel?
De veroordeling van Syriër Rafiq al-Q |
|
Tom Russcher (FVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het vonnis van de rechtbank Den Haag waarbij de Syriër Rafiq al-Q. is veroordeeld tot 26 jaar gevangenisstraf wegens negentien misdrijven tegen de menselijkheid, waaronder foltering, mishandeling en verkrachting, gepleegd in dienst van het Assad-regime?1
Hoe heeft het kunnen gebeuren dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in 2021 asiel heeft verleend aan iemand die aantoonbaar betrokken was bij mensenrechtenschendingen?
Welke screening heeft de IND uitgevoerd voorafgaand aan de asielvergunning van Rafiq al-Q.?
Wat zegt het feit dat Al-Q. en zijn gezin zich voordeden als oorlogsvluchtelingen die uiteindelijk niet opgespoord werden door overheidsinstanties maar door andere Syriërs die hem herkenden, over de effectiviteit van het huidige screeningsproces en over de capaciteiten van onze eigen instanties?
Hoeveel asielaanvragen van Syrische onderdanen zijn sinds 2013 ingewilligd zonder systematische toetsing aan internationale opsporingsregisters en databases van oorlogsmisdadigers, zoals die van het Internationaal Strafhof, Interpol of de VN-commissie voor Syrië?
Kunt u een onafhankelijk onderzoek instellen naar de vraag hoe Al-Q. door de asielprocedure is gekomen?
Hoeveel vergelijkbare gevallen zijn er mogelijk, waarbij personen die betrokken waren bij staatsterrorisme, etnische zuivering of andere zware misdrijven in conflictlanden in Nederland verblijven met een geldige asielvergunning?
Wat is er na de aanhouding van Al-Q. in december 2023 gebeurd met zijn asielvergunning, en op welk moment is deze ingetrokken?
Bent u bereid de verblijfsstatus van de gezinsleden van Al-Q., die eveneens in Nederland verblijven op basis van een afgeleide asielvergunning, te heroverwegen?
Hoe gaat u in de toekomst voorkomen dat mensen zoals Rafiq al-Q. ons land in kunnen komen?
Welke lessen trekt u uit deze zaak voor de inrichting van de asielprocedure en welke concrete beleidswijzigingen overweegt u naar aanleiding van deze veroordeling?
Hoeveel kost de gevangenisstraf die Rafiq al-Q. in Nederland zal uitzitten de Nederlandse belastingbetaler, inclusief het proces, bewaking en zorgkosten?
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat buitenlandse oorlogsmisdadigers hun celstraf uitzitten op kosten van de Nederlandse belastingbetaler?
Wanneer haalt uw kabinet de banden aan met Syrië, zodat dit soort criminelen hun celstraf daar kunnen uitzitten, zodat de Nederlandse belastingbetaler niet meer het levensonderhoud hoeft te voorzien van buitenlandse misdadigers en criminelen?
Bent u bekend met de uitspraak van misdaadjournalist Paul Vugts in de Parool Misdaadpodcast van 11 juni 2026, waarin hij stelt dat Amsterdamse ambtenaren hem zouden hebben benaderd nadat hij had gepubliceerd over Syrische asielzoekers die verantwoordelijk zouden zijn voor een golf van straatroven in Amsterdam, met de boodschap dat dergelijke berichtgeving «rechts in de kaart» zou spelen?1
Deelt u de mening dat het buitengewoon zorgelijk is wanneer ambtenaren feitelijke journalistieke berichtgeving beoordelen aan de hand van de vraag welke politieke stroming daar mogelijk baat bij zou hebben?
Deelt u de mening dat de waarheidsvinding door journalisten nooit ondergeschikt mag worden gemaakt aan de vraag of feiten «links», «rechts» of enig ander politiek kamp in de kaart spelen?
Acht u het verenigbaar met de persvrijheid wanneer overheidsfunctionarissen journalisten benaderen met de suggestie dat bepaalde feiten beter niet gepubliceerd kunnen worden omdat deze een politiek onwenselijk effect zouden kunnen hebben?
Deelt u de mening dat het kwalificeren van feitelijke berichtgeving als iets wat «rechts in de kaart speelt» een vorm van politieke framing is die niet thuishoort in het contact tussen overheid en journalistiek?
Deelt u de mening dat een overheid die journalisten probeert te bewegen om feiten niet of minder prominent te publiceren uit angst voor electorale of ideologische gevolgen, zich begeeft op een hellend vlak richting politieke beïnvloeding van de pers?
Vindt u het acceptabel dat ambtenaren kennelijk niet primair bezwaar zouden hebben tegen de feitelijke juistheid van berichtgeving, maar tegen de mogelijke politieke interpretatie daarvan?
Deelt u de mening dat de taak van journalisten is om relevante feiten boven tafel te krijgen en te publiceren en niet om bij iedere publicatie af te wegen of die publicatie «rechts in de kaart» zou kunnen spelen?
Bent u bereid uit te spreken dat feiten over criminaliteit, migratie, asiel en openbare veiligheid niet mogen worden verzwegen of afgezwakt omdat de politieke consequenties daarvan bepaalde partijen of stromingen zouden kunnen bevoordelen?
Deelt u de mening dat het bestrijden van «rechtse» politieke duiding nooit een taak kan is van gemeentelijke ambtenaren in hun contact met journalisten?
Bent u bereid bij de gemeente Amsterdam na te vragen of de term «rechts in de kaart spelen», of woorden van gelijke strekking, daadwerkelijk is gebruikt in contact met Paul Vugts of met andere journalisten?
Bent u bereid daarbij ook na te gaan of binnen de gemeente Amsterdam interne richtlijnen, instructies of communicatiestrategieën bestaan waarin wordt gesproken over het voorkomen van berichtgeving die «rechts», «populistisch», «extreemrechts» of andere politieke stromingen in de kaart zou kunnen spelen?
Kunt u uitsluiten dat er binnen de gemeente Amsterdam of andere overheidslagen beleid, instructies of informele werkwijzen bestaan om berichtgeving over asielzoekers, statushouders, migranten of criminaliteit te ontmoedigen wanneer deze politiek ongewenst wordt geacht?
Bent u bereid te onderzoeken of overheidscommunicatieafdelingen journalisten vaker benaderen met politieke argumenten over de mogelijke impact van hun berichtgeving, in plaats van met feitelijke correcties of wederhoor?
Bent u bereid heldere richtlijnen op te stellen of aan te scherpen waarin wordt vastgelegd dat overheidsfunctionarissen journalisten niet mogen aanzetten tot het achterwege laten van berichtgeving op grond van het argument dat deze «rechts in de kaart» zou spelen?
Deelt u de mening dat juist het achterhouden of ontmoedigen van feitelijke berichtgeving over gevoelige onderwerpen het wantrouwen in overheid en media voedt?
Bent u bereid publiekelijk afstand te nemen van iedere vorm van overheidsdruk op journalisten die is gebaseerd op de politieke gevolgen van hun berichtgeving?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Het bericht ‘Zweden krijgt omstreden wet voor snellere uitzetting overlastgevende migranten’ |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht dat het Zweedse parlement op maandag 15 juni 2026 heeft ingestemd met de zogenoemde «goed-gedragwet», op grond waarvan autoriteiten verblijfsvergunningen kunnen intrekken wegens wangedrag?1
Bent u het eens met de stelling dat dit een goed en voorbeeldwaardig voorstel is? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de opvatting dat vreemdelingen die zich misdragen, schulden veroorzaken, zwart werken, belasting ontduiken of banden onderhouden met extremistische organisaties hun verblijfsrecht in geen geval mogen behouden? Zo nee, waarom niet?
Kunt u exact uiteenzetten op welke punten deze Zweedse wet verder gaat dan de huidige Nederlandse wet- en regelgeving en daarbij per onderdeel aangeven waarom Nederland op dit punt achterblijft?
Kunt u aangeven waarom landen als België, Duitsland en Zweden veel verdergaande maatregelen kunnen nemen, terwijl de partijleider van het CDA, de heer Bontebal, stelt: «Je kunt niet veel meer doen dan wij als Nederland nu hebben gedaan»?
Kunt u aangeven hoeveel vreemdelingen in Nederland onder een regeling naar Zweeds voorbeeld zouden vallen, uitgesplitst naar lopende vergunningsaanvragen en reeds verleende verblijfsvergunningen?
Indien exacte cijfers ontbreken, kunt u dan een onderbouwde inschatting geven en toelichten waarom deze cijfers niet beschikbaar zijn?
Welke reden heeft u om een vergelijkbaar wetsvoorstel niet op de kortst mogelijke termijn naar de Kamer te sturen?
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Asielzoeker is dure zorgklant; Kosten zijn in vijf jaar tijd ruimschoots verdubbeld: «waarschijnlijk inhaalslag te maken»»?1
Klopt het dat de medische kosten voor asielzoekers en statushouders op COA-locaties zijn gestegen van € 105 miljoen in 2020 naar € 268 miljoen in 2024? Zo nee, wat zijn de juiste cijfers?
Hoe legt u aan Nederlanders die een beroep moeten doen op zorg uit dat zij te maken krijgen met een enorme stapeling van zorgkosten door de bezuinigingen van dit kabinet terwijl asielzoekers geen eigen risico en geen eigen bijdrage hoeven te betalen? Bent u bereid onmiddellijk een asielstop in te voeren zodat er geen zorgkosten meer gemaakt worden voor asielzoekers? Zo nee, waarom niet?
Wat wordt er voor asielzoekers nu aan zorg vergoed zonder dat zij eraan hoeven mee te betalen?
Kunt u de zorguitgaven voor asielzoekers en statushouders uitsplitsen naar huisartsenzorg, ziekenhuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, tandheelkundige zorg, geneesmiddelen en tolkdiensten? Zo nee, waarom niet?
Waarom weigert het COA inzicht te geven in de verschillende onderdelen van deze zorguitgaven?
Klopt het dat de gemiddelde zorgkosten per asielzoeker circa € 3.900 per jaar bedragen? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot de gemiddelde zorgkosten van Nederlanders in dezelfde leeftijdscategorie?
Hoeveel is in 2024 en 2025 uitgegeven aan tolkdiensten binnen de zorg voor asielzoekers en statushouders?
Hoeveel asielzoekers en statushouders maakten in 2024 gebruik van geestelijke gezondheidszorg en wat waren hiervan de totale kosten?
Welke gevolgen hebben de stijgende zorguitgaven voor asielzoekers en statushouders voor de capaciteit en toegankelijkheid van de Nederlandse gezondheidszorg?
Het bericht 'Medische kosten asielzoekers ruimschoots verdubbeld: ’Door achterstallige zorg kunnen ziektes zijn verergerd' |
|
Hilde Wendel (VVD), Ulysse Ellian (VVD) |
|
Sophie Hermans (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Medische kosten asielzoekers ruimschoots verdubbeld: «Door achterstallige zorg kunnen ziektes zijn verergerd»»?1
Herkent u het beeld dat de uitgaven aan medische kosten voor asielzoekers exponentieel groeit?
Kunt u aangeven hoeveel geld er in 2025 is uitgegeven binnen de verschillende zorgposten voor asielzoekers? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot 2024?
Hoe apprecieert u de stelling van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) dat deze informatie niet gedeeld kan worden vanwege de AVG? Waarom zou het niet mogelijk zijn om deze informatie te delen op een manier waarop de bescherming van persoonsgegevens geborgd blijft?
Deelt u het beeld dat de stijging aan kosten minstens voor een deel door fraude wordt veroorzaakt? Zo ja, hoe denkt u dat dit veroorzaakt wordt? Zo nee, waarom niet?
In welke mate schat u dat de toename aan uitgaven hieraan veroorzaakt wordt doordat meer zorg geleverd wordt en in welke mate denkt u dat deze toename veroorzaakt wordt door fraude?
In welke mate komt de stijging aan uitgaven aan zorg voor onverzekerden door asielzoekers?
Neemt u als expliciet doel mee bij de nieuwe regeling om de kosten van deze zorg op hetzelfde of lager niveau te krijgen dan voor andere zorg? Zo ja, hoe bent u dat van plan? Zo nee, waarom niet?
Hoe verhoudt de eigen bijdrage die statushouders met een maandsalaris van € 2.000,– kwijt zijn aan huisvesting, maaltijden, kleding en zorg zich tot de vaste lasten die de gemiddelde Nederlander met zo’n salaris per maand heeft?
Deelt u de mening dat statushouders met dit salaris die verblijven op COA-locaties niet gunstiger af mogen zijn qua vaste lasten dan de gemiddelde Nederlander met hetzelfde salaris?
Gaan kansrijke asielzoekers die als gevolg van de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact binnen drie maanden na het indienen van hun aanvraag in Nederland mogen werken ook een eigen bijdrage betalen? Zo nee, waarom niet?
Bedreiging en intimidatie van christelijke asielzoekers in asielzoekerscentra |
|
Don Ceder (CU), Diederik van Dijk (SGP) |
|
Bart van den Brink (CDA), David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de berichtgeving over Syrische christelijke bekeerlingen in het asielzoekerscentrum (azc) Vlissingen die na hun doop ernstig zouden zijn bedreigd, geïntimideerd en fysiek belaagd door medebewoners?1 Bent u bekend met de berichtgeving over een Iraans christelijk gezin in azc Bergschenhoek dat stelt al langere tijd te maken te hebben met religieuze intimidatie, bedreigingen en gevoelens van onveiligheid?2
Hoe beoordeelt u de signalen dat asielzoekers die vanwege geloofsvervolging naar Nederland zijn gevlucht, juist in Nederlandse opvanglocaties opnieuw worden geconfronteerd met bedreigingen, intimidatie en druk vanwege hun christelijke geloof of bekering?
Klopt het dat er in het azc Vlissingen meldingen zijn gedaan van doodsbedreigingen, fysieke intimidatie en oproepen om christelijke bekeerlingen als afvalligen te behandelen? Welke acties zijn naar aanleiding van deze meldingen ondernomen?
Kunt u aangeven hoeveel meldingen van religieuze intimidatie, bedreiging, discriminatie of geweld tegen christelijke asielzoekers en bekeerlingen in de afgelopen vijf jaar bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de politie of andere instanties zijn geregistreerd? Bent u bereid deze cijfers, voor zover beschikbaar, met de Kamer te delen?
Welke specifieke maatregelen worden momenteel genomen om christelijke asielzoekers, bekeerlingen en andere religieuze minderheden binnen azc’s te beschermen tegen intimidatie, bedreiging en geweld?
Hoe wordt binnen opvanglocaties vastgesteld of sprake is van systematische intimidatie of groepsdruk op basis van religie, en welke protocollen gelden in dergelijke situaties?
Deelt u de opvatting dat bedreiging, intimidatie of geweld tegen medebewoners vanwege hun geloofsovertuiging niet kan worden afgedaan als slechts een onderlinge spanning of conflict tussen bewoners, maar een ernstige aantasting vormt van de vrijheid van godsdienst en de veiligheid binnen de opvang?
Kunt u toelichten hoe uitvoering wordt gegeven aan de eerder door de Kamer aangenomen motie van de leden Ceder en Diederik van Dijk waarin wordt opgeroepen om christelijke asielzoekers en bekeerlingen beter te beschermen tegen intimidatie en vervolging binnen opvanglocaties (Kamerstuk 36 800 XX, nr. 39)? Welke concrete stappen zijn er inmiddels al gezet?
Wordt binnen het COA een zerotolerancebeleid gevoerd ten aanzien van bewoners die zich schuldig maken aan bedreiging, geweld, intimidatie of religieuze dwang richting medebewoners? Zo ja, hoe wordt dit beleid toegepast en gehandhaafd? Zo nee, waarom niet?
Welke consequenties kunnen bewoners verwachten wanneer zij medebewoners bedreigen vanwege hun geloof, oproepen tot geweld tegen afvalligen, of zich schuldig maken aan religieuze intimidatie?
Bent u bereid te onderzoeken of bewoners die zich schuldig maken aan ernstige bedreigingen, geweld of structurele intimidatie van geloofsgenoten sneller kunnen worden overgeplaatst naar een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) of anderszins zwaardere maatregelen opgelegd kunnen krijgen?
Hoe beoordeelt u de signalen uit Bergschenhoek dat een minderjarig meisje onder druk zou zijn gezet om moslim te worden, te bidden en een hoofddoek te dragen? Welke stappen worden genomen wanneer minderjarige kinderen in opvanglocaties worden geconfronteerd met dergelijke religieuze druk?
Hoe waarborgt het COA dat bewoners die melding maken van religieuze intimidatie erop kunnen vertrouwen dat hun klachten onafhankelijk, zorgvuldig en zonder vooringenomenheid worden behandeld?
Deelt u de mening dat Nederland een bijzondere verantwoordelijkheid heeft om mensen die gevlucht zijn voor religieuze vervolging ook daadwerkelijk bescherming te bieden tegen vergelijkbare vormen van vervolging binnen de Nederlandse opvang? Zo ja, welke aanvullende maatregelen bent u bereid te nemen?
Bent u bereid op korte termijn met het COA, politie, gemeenten en vertegenwoordigers van christelijke vluchtelingenorganisaties in gesprek te gaan om te bezien welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de veiligheid van christelijke asielzoekers en bekeerlingen in opvanglocaties te garanderen?
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden en daarbij aangeven welke concrete acties op korte termijn worden ondernomen om herhaling van dergelijke situaties te voorkomen?
De toename van geweld, mishandeling, bedreiging en diefstal door migranten in de Amsterdamse Binnenstad |
|
Simon Ceulemans (JA21), Diederik Boomsma (CDA) |
|
David van Weel (VVD), Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Groepjes jongens stelen niet alleen, maar beroven, bedreigen en mishandelen ook: «alarm om steeds gewelddadigere dieven in Amsterdamse binnenstad»»?1
Bent u bekend met het artikel «Klokkenluider binnen politiekorps: «Criminele asielzoekers terroriseren Amsterdam»» van 25 augustus 2022?2
Kunt u een reflectie geven op de oorzaken, gevolgen en de toename van deze problematiek over de afgelopen vier jaar? Welke maatregelen zijn de afgelopen jaren getroffen om deze criminaliteit terug te dringen?
Bent u bereid om na te vragen bij de politie in Amsterdam centrum, waar vier jaar geleden deze noodklok werd geluid, om te onderzoeken, desnoods op basis van mogelijk anonieme vragen, hoe agenten aankijken tegen de situatie op dit moment, wat er aan maatregelen is genomen de afgelopen vier jaar, en wat er volgens hen aanvullend nodig is?
In 2022 stelden klokkenluiders bij de Amsterdamse politie dat zij hun handen vol hadden aan criminele asielzoekers uit Noord-Afrika, dat het bestrijden van deze criminaliteit zinloos was zolang daders niet werden uitgezet, en dat zij dit als zeer frustrerend ervoeren; wat kunt u, vier jaar later, zeggen tegen deze agenten om hun zorgen tegemoet te komen, en op welke concrete wijze is de situatie sindsdien verbeterd?
Hoeveel (uitgeprocedeerde) criminele asielzoekers zijn de afgelopen jaren per jaar vervolgd en hoeveel bestraft voor criminaliteit, van hoeveel criminele asielzoekers is als gevolg daarvan hun asielprocedure stopgezet en afgewezen en hoeveel criminele asielzoekers zijn uitgezet? Voor welk type misdrijven is in de praktijk besloten om asielprocedures stop te zetten en/of uit te zetten?
Bent u het met de indieners eens dat het cruciaal is dat asielzoekers die dergelijk crimineel gedrag vertonen de consequenties daarvan moeten (leren) vrezen om hen hiervan te weerhouden? In hoeverre vindt u dat de consequenties die zij op dit moment doorgaans ondervinden voldoende afschrikwekkend zijn? Kunt u dit toelichten?
Hoe vaak worden criminele asielzoekers die winkeldiefstallen plegen en werkloos geraakte arbeidsmigranten die overvallen of geweld plegen zoals beschreven in deze artikelen en die worden opgepakt door winkelaars en/of vervolgens door de politie, daadwerkelijk vervolgd?
Hoe vaak krijgen criminele asielzoekers die worden gepakt voor dergelijke misdrijven gestraft door een maatregel opgelegd door het asielzoekerscentrum (AZC)?
Klopt het dat politieteams in de Amsterdamse binnenstad destijds het overgrote deel van hun tijd kwijt waren aan criminele asielzoekers, zoals in 2022 werd gerapporteerd? Kunt u bij de betreffende politieteams nagaan welk deel van hun schaarse politietijd agenten momenteel kwijt zijn aan deze groepen criminelen in de Amsterdamse binnenstad, Ter Apel en Budel?
Klopt het dat winkeliers SODA-boetes (Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling) van 181 euro uitsluitend kunnen opleggen aan Nederlands ingezetenen en dat arbeidsmigranten en asielzoekers daardoor buiten dit systeem vallen? Hoe verloopt dit incasso-systeem in de praktijk? Is het mogelijk om deze boetes ook op te leggen aan arbeidsmigranten en asielzoekers en wat zou daarvoor nodig zijn?
Klopt het dat winkeliers die een SODA-boete opleggen van 181 euro zelf slechts 80 euro daarvan ontvangen? Zo ja, op welke gronden is deze verdeling bepaald en bent u bereid dit aandeel voor winkeliers te verhogen?
Klopt het dat criminele asielzoekers winkeliers die hen aanspreken of aanhouden hen regelmatig bedreigen en foto’s van hen nemen? Hoe vaak zijn criminele asielzoekers vervolgd voor deze vormen van intimidatie, welke straffen staan daarop en welke straffen worden daarvoor zoal uitgedeeld?
Klopt het dat de landelijke Top X-lijst van overlastgevende asielzoekers inmiddels bijna 1.200 personen telt, waarvan de helft van Syrische afkomst is en meer dan een derde minderjarig? Klopt het voorts dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) over het algemeen niet worden geplaatst in procesbeschikbaarheidslocaties en dat de handhaving en toezichtlocatie (HTL) niet meer wordt gebruikt? Welke concrete interventies staan dan wel ter beschikking voor deze specifieke groepen en acht u die toereikend om overlastgevend en crimineel gedrag effectief aan te pakken?
Welke specifieke strafrechtelijke en vreemdelingenrechtelijke consequenties kunnen minderjarige asielzoekers die overlast veroorzaken of strafbare feiten plegen in de praktijk ondervinden en hoe vaak zijn deze opgelegd? Voorziet de aangenomen motie-Boomsma over een landelijk actieplan voor jonge Syrische asielzoekers in voldoende uitvoerbare maatregelen voor amv’s, in het bijzonder waar het detentiemogelijkheden betreft (Kamerstuk 19 637, nr. 3413)? In hoeveel gevallen zijn de in de uitvoering van de motie voorgestelde acties daadwerkelijk opgelegd?
Klopt het dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in de nieuwe werkinstructie voor het Plan van Aanpak openstaande asielaanvragen een roulatiesysteem hanteert waarbij nationaliteiten periodiek worden afgewisseld om de belasting van de rechtspraak te spreiden? Maakt u in deze werkinstructie ruimte voor het prioritair (her)beoordelen van asielaanvragen en verblijfsvergunningen van (overlastgevende) Syriërs, mede in het licht van de aangenomen motie-Boomsma/Ceulemans over een taskforce terugkeer Syriërs (Kamerstuk 36 800 XX, nr. 28)?
Wat is de stand van uitvoering van de aangenomen motie-Ceulemans/Van der Plas die de regering verzocht vóór 1 mei 2026 de Kamer te informeren over concrete maatregelen tegen de overlast rondom azc Budel (Kamerstuk 19 637, nr. 3510). Wat is de stand van uitvoering van de aangenomen motie-Ceulemans die verzocht te zorgen voor beveiliging en/of ov-boa’s op de buslijnen en pendelbus tussen Emmen en Ter Apel (Kamerstuk 19 637, nr. 3531)? Welke concrete maatregelen zijn sindsdien genomen?
In hoeverre is de situatie in Budel en op de buslijnen rond Ter Apel inmiddels verbeterd en zo niet, welke aanvullende stappen worden op korte termijn gezet?
Bent u het eens met de stelling dat het tijd is voor een grootschalige campagne waarbij politie, Openbaar Ministerie, IND en Dienst Justitiële Inrichtingen rond de tafel gaan om harde keuzes te maken om deze problematiek beter aan te pakken, daar tijd voor vrij te maken en waar mogelijk vast te zetten en vervolgens uit te zetten?
Gemeenten die de Spreidingswet moeten uitvoeren |
|
Lisa Westerveld (GL) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Kent u het bericht «Burgemeester van Maassluis steunt voornemen van eigen gemeente om «nul» asielzoekers op te nemen niet en pleit voor solidariteit» en de brief van de burgemeester van Maassluis «Reflectie coalitieakkoord»?1, 2
Ja.
Deelt u de mening van de burgemeester dat ten aanzien van het asielbeleid «het van belang [is] om als gemeenten onderling solidair te zijn. Dat betekent dus gevolg geven aan de spreidingswet»? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ja, gemeenten moeten uitvoering geven aan de wet. De actuele situatie in de asielopvang laat eens te meer zien dat het belangrijk is dat gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen om opvang te realiseren en zich solidair tonen met de gemeenten die dit al doen.
Deelt u de mening dat gemeenten uitvoering moeten geven aan de Spreidingswet en dat het voornemen om geen opvangplekken voor asielzoekers te zullen gaan aanbieden in strijd is met het doel van die wet? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ja. Gemeenten moeten uitvoering geven aan de Spreidingswet. De wet geeft gemeenten de mogelijkheid om eerst met elkaar in gesprek te gaan aan de provinciale regietafel (PRT) over de precieze invulling van de provinciale opgave. Het is aan gemeenten onderling hoe zij hier invulling aan geven. De wet schrijft voor dat de provinciale opgave sluitend moet zijn. Aan deze tafels deelnemen zonder bereidheid een bijdrage te leveren is wat mij betreft niet aan de orde.
Kent u meer signalen van gemeenten die in nieuwe coalitieakkoorden het voornemen hebben opgenomen om geen opvangplekken voor asielzoekers te zullen gaan aanbieden? Zo ja, hoeveel gemeenten zijn dit en om hoeveel potentieel niet te realiseren opvangplekken gaat het?
Inmiddels hebben meerdere soortgelijke signalen ook mij bereikt. Ik ga echter niet in op de specifieke casuïstiek. Als gemeenten niet voldoen aan hun wettelijke taak, is het rijksbrede kader van interbestuurlijk toezicht van toepassing en zullen gemeenten hierop worden aangesproken. Het ministerie is al in gesprek met een aantal van de gemeenten die niet voldoen aan hun wettelijke taak.
Deelt u de mening dat het voor het lokale draagvlak ten aanzien van het opnemen van asielzoekers uiteindelijk beter is als gemeenten het aan de provinciale regietafels onderling eens worden over de verdeling van provinciale opvangopgaven in plaats van dat u die moet vaststellen of aanvullen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Ja, deze mening deel ik. De wet geeft expliciet de mogelijkheid dat gemeenten met elkaar in gesprek gaan over hun opgaven. Deze afspraken landen in een provinciaal verslag, dat de CvdK als voorzitter van de PRT bij mij indient. Als het provinciale totaal sluitend is, zal ik het provinciale verslag overnemen in het verdeelbesluit. Lokaal bestuur heeft meer inzicht in de lokale context en weet welke opvangmogelijkheden daarbinnen mogelijk zijn. Ik raad de PRT’s dan ook aan om te komen tot een sluitend provinciaal verslag, zodat zij zelf de regie behouden.
Wat doet u om lokale bestuurders ten aanzien van het uitvoeren van de Spreidingswet te ondersteunen?
Ik breng momenteel een bezoek aan alle PRT’s, waarbij ik ook in gesprek ga met bestuurders over de invulling van de opgave. Daarnaast zijn er vanuit de Spreidingswet verschillende bonusregelingen, waarop gemeenten aanspraak kunnen maken. Ook is het goed te benoemen dat de VNG een ondersteuningsteam heeft opgericht, om gemeenten die een nieuwe opvanglocatie openen te ondersteunen.
Het bericht ‘Politie vertelt waarom zo lang is gewacht met tonen video van schokkende aanval in Albert Heijn’ |
|
Annelotte Lammers (PVV) |
|
David van Weel (VVD) |
|
|
|
|
Bent u bekend met de brute mishandeling van een 19-jarige jongen door Syrische terreurgroepen in de Albert Heijn Groningen op 21 januari 2026, waarbij circa tien mannen hem achtervolgden, tegen de grond werkten en bleven schoppen en slaan, ook nadat hij bewusteloos was?1
Waarom heeft de politie de herkenbare beelden van de daders pas na een half jaar vrijgegeven via Opsporing Verzocht, terwijl twee verdachten al vroeg waren aangehouden en de overige daders maandenlang vrij rondliepen?
Deelt u de mening dat deze onacceptabele vertraging de daders de kans heeft gegeven om te vluchten of opnieuw geweld te plegen, en dat een directe publicatie van de beelden veel eerder tot arrestaties had geleid?
Waarom weigert de politie standaard bij geweld direct herkenbare beelden openbaar te maken, in plaats van de privacy van gewelddadige daders boven de veiligheid van burgers en winkelpersoneel te stellen?
Deelt u de mening dat beelden van geweldsincidenten onmiddellijk, het liefst dezelfde dag nog, vrijgegeven moeten worden?
Bent u bereid dit naar de politie te communiceren?
Wat gaat u doen tegen de groep Syriërs die al jaren Groningen en andere steden terroriseert?
Bent u bereid om ongenadig hard op te treden tegen deze mensen, in plaats van de in het verleden opgelegde gebiedsverboden? Zo ja, waar laat u dat uit blijken?
Deelt u de mening dat Syriërs in Syrië horen, helemaal nu, gezien het feit dat Syrië veilig is, en dat zij terug moeten naar hun eigen land in plaats van de veiligheid van Nederlanders te verzieken?
Hoeveel Syriërs heeft u reeds begeleid naar de terugkeervliegtuigen in de eerste 100 dagen van dit kabinet?
De financiële onzekerheid van Iraanse studenten in Nederland |
|
Fatihya Abdi (PvdA) |
|
Bart van den Brink (CDA), Letschert |
|
|
|
|
Kent u het bericht dat Iraanse studenten in Nederland op dit moment in betalingsproblemen komen en mogelijk moeten terugkeren naar Iran als zij, bijvoorbeeld, hun collegegeld niet kunnen betalen? Zo ja, klopt dit bericht?1
Ja, ik ken het bericht. Ik heb signalen ontvangen dat een deel van de Iraanse studenten in Nederland moeite heeft om zich op hun studie te kunnen concentreren door de heftige thuissituatie. In bepaalde gevallen komen daar ook nog eens financiële problemen bij, zoals geen toegang hebben tot je bankrekening.
Wat is precies bekend over de omstandigheden waaronder Iraanse studenten in Nederland verblijven? Zijn u coulanceregelingen bekend voor het treffen van een betalingsregeling als Iraanse studenten in financiële problemen geraken? Zo ja, welke onderwijsinstellingen bieden financiële ondersteuning en waaruit bestaan deze regelingen precies voor wat betreft ondersteuning bij de kosten voor levensonderhoud, studiekosten en dergelijke?
De omstandigheden waaronder Iraanse studenten in Nederland verblijven kunnen per student verschillen. In het algemeen geldt dat Iraanse studenten in Nederland verblijven op basis van een studievisum voor studenten en dat ze zijn ingeschreven bij een hogeschool of universiteit. Net als andere internationale studenten van buiten de Europese Economische Ruimte komen studenten uit Iran niet in aanmerking voor het wettelijke collegegeld of studiefinanciering. Op basis van hun studievisum mogen Iraanse studenten het hele jaar door tot maximaal 16 uur per week werken in loondienst of in plaats daarvan voltijdswerken in de maanden juni, juli en augustus. Hun werkgever moet dan een tewerkstellingsvergunning aanvragen. Internationale studenten kunnen ook werken als zzp’er.
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) biedt ruimte voor hogescholen en universiteiten om maatwerk te verzorgen om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij de specifieke situatie van een student. Ik zie dat instellingen hier ook gebruik van maken. Zo ondersteunen instellingen deze studenten bijvoorbeeld via het treffen van betalingsregelingen, het opstellen van een noodfonds, het tijdelijk opheffen van herinschrijfblokkades, (mentale) begeleiding via studentpsychologen, studentendecanen en social workers voor internationale studenten en het organiseren van bijeenkomsten voor studenten en medewerkers om samen te komen en elkaar te ondersteunen.
Ik heb geen centraal overzicht van welke onderwijsinstellingen financiële ondersteuning bieden en waaruit die getroffen regelingen precies bestaan. De koepelorganisaties VH en UNL beschikken hier ook niet over. De wijze van ondersteuning kan per student verschillen. Instellingen kunnen samen met de student nagaan welke beschikbare oplossing het best past bij de specifieke situatie van de student.
Klopt het dat bij het niet voldoen van het collegegeld automatische uitschrijving bij de onderwijsinstelling volgt en dat dan ook het verblijfsrecht in Nederland vervalt? Zijn u gevallen bekend waarin Iraanse studenten door financiële problematiek hun verblijfsrecht in Nederland dreigen te verliezen? Zo ja, om hoeveel studenten gaat het hier?
Volgens de WHW is betaling van het collegegeld een voorwaarde voor een geldige inschrijving als student. Bij de inschrijving van een student aan een hogeschool of universiteit wordt gevraagd om aan te tonen dat het collegegeld betaald is of zal worden (artikel 7.37 WHW). De afspraken over betaaldata, termijnen en eventuele mogelijkheden voor uitstel van betaling zijn niet wettelijk vastgelegd. Hier kan een instelling zelf afspraken over maken. Instellingen spannen zich waar mogelijk in, zodat studenten ingeschreven blijven staan. Er is geen sprake van een automatische uitschrijving als een student het collegegeld niet heeft voldaan. Wel regelt de WHW dat een instellingsbestuur de inschrijving mag beëindigen indien een student het collegegeld na aanmaning niet heeft voldaan (artikel 7.42 tweede lid WHW).
Wanneer een onderwijsinstelling een student van buiten de EER uitschrijft, voldoet de student niet meer aan het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning voor studie is afgegeven en wordt deze verblijfsvergunning ingetrokken. De EU-richtlijn 2016/801 inzake voorwaarden voor de toelating en het verblijf van onder meer studenten van buiten de EU schrijft dit ook voor (artikel 21, eerste lid, onder a). Wel dient een lidstaat in elk besluit tot intrekking of niet-verlenging van de verblijfsvergunning rekening te houden met de specifieke omstandigheden van het geval en wordt het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd (artikel 21, zevende lid). Voordat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken of niet wordt verlengd, beoordeelt de IND per geval of er individuele redenen zijn om van intrekking c.q. niet-verlenging af te zien.
Naast een geldige inschrijving bij een onderwijsinstelling dienen studenten gedurende hun verblijf over voldoende middelen van bestaan te beschikken. Bij de IND zijn signalen bekend dat het voor Iraanse studenten die afhankelijk zijn van sponsorgelden uit het land van herkomst op dit moment lastig is om aan dit middelenvereiste te blijven voldoen. Om hoeveel studenten het gaat is niet bekend.
Intrekking van de verblijfsvergunning voor studie betekent het verval van het verblijfsrecht, tenzij de desbetreffende voormalige student op grond van een andere toelatingsgrond dan studie in aanmerking komt voor verblijf in Nederland.
Bent u bereid om te onderzoeken hoe Iraanse studenten in Nederland financieel kunnen worden ondersteund bij de studiekosten en kosten van het levensonderhoud? Zo nee, waarom niet?
Vooralsnog worden er geen aanvullende algemene maatregelen voor studenten en onderwijsinstellingen overwogen. Wel ben ik met instellingen in gesprek over de signalen die zij binnenkrijgen en zal ik ook het gesprek voeren over grenzen waar zij tegenaan lopen.
Binnen de WHW is ruimte opgenomen voor onderwijsinstellingen om maatwerk te bieden en studenten financieel te ondersteunen, zodat rekening gehouden kan worden met de specifieke omstandigheden van een getroffen student.
Er zijn bijvoorbeeld instellingen die een noodfonds hebben ingesteld, betalingsregelingen hebben getroffen met studenten wanneer zij het collegegeld niet kunnen betalen en herinschrijfblokkades tijdelijk hebben opgeheven. Ook kunnen instellingen het instellingscollegegeldtarief voor bepaalde groepen studenten verlagen tot minimaal het wettelijk collegegeldtarief. Het is aan de instelling zelf om te bepalen of zij van deze mogelijkheid gebruik maken.
Bent u bereid om met onderwijsinstellingen in gesprek te gaan om te voorkomen dat betalingsproblemen leiden tot uitschrijving bij de betreffende onderwijsinstelling? Zo nee, waarom niet?
Hogescholen en universiteiten spannen zich waar mogelijk in om te voorkomen dat betalingsproblemen van Iraanse studenten leiden tot uitschrijving en zij hun verblijfsvergunning verliezen. Zie ook het antwoord op vraag 3.
Ik ben met onderwijsinstellingen in gesprek over de situatie van Iraanse studenten in Nederland en de problemen die een deel van de Iraanse studenten in Nederland ervaren gaan ons aan het hart. Ik vraag instellingen om aandacht te hebben voor de persoonlijke omstandigheden van de student en waar mogelijk maatwerk te bieden. Ik zie dat instellingen dit ook doen.
Bent u bereid om bij deze groep Iraanse studenten in Nederland af te zien van het intrekken van studievisa? Zo nee, waarom niet?
Indien een vreemdeling niet meer voldoet aan het verblijfsdoel waarvoor zijn verblijfsvergunning is afgegeven, wordt deze vergunning in beginsel ingetrokken. Op grond van de in antwoord 3 genoemde EU-richtlijn is een categorale regeling voor Iraanse studenten, zoals voorgesteld in de vraag, niet mogelijk.
Bent u bereid om samen met onderwijsinstellingen te bezien hoe onder de huidige omstandigheden materiële en mentale steun aan de groep Iraanse studenten in Nederland geboden kan worden? Zo nee, waarom niet?
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 2 en 4 biedt de WHW ruimte voor hogescholen en universiteiten om maatwerk te verzorgen om studenten zo goed mogelijk te ondersteunen. Veel instellingen maken daar ook gebruik van.
Zo zijn er instellingen die bijeenkomsten organiseren om Iraanse studenten een hart onder de riem te steken, zoals ook aangehaald wordt in het bericht uit
vraag 1, of die extra inzetten op begeleiding. Daarnaast zijn hogescholen en universiteiten verplicht om bij het hanteren van een bindend studieadvies rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de student. En kunnen studenten zich wenden tot een examencommissie, studieadviseur of de Commissie Persoonlijke Omstandigheden (CPO), die bekijkt of en in welke mate er sprake is van studievertraging en hoe hiermee om te gaan.
Ik ben met instellingen in gesprek over de signalen die zij binnenkrijgen en zal ook het gesprek voeren over grenzen waar zij tegenaan lopen.
Bent u bereid om, met het oog op de naderende deadline voor de inschrijving aan onderwijsinstellingen, deze schriftelijke vragen zo snel als mogelijk te beantwoorden?
Ja.
Het gebrek aan draagvlak voor de uitvoering van de Spreidingswet en de inzet van dwangmaatregelen jegens gemeenten |
|
Tom Russcher (FVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Asielminister Van den Brink wil uitleg over opvangplekken: dit is het tekort in jouw gemeente»?1
Ja.
Kunt u bevestigen dat op dit moment 250 van de 342 gemeenten niet voldoen aan de taakstelling uit de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de Spreidingswet), en dat ruim honderd gemeenten in het geheel geen opvang bieden?
Gemeenten hebben op 26 mei een brief ontvangen in het kader van het interbestuurlijk toezicht. Op basis van de informatie die het Ministerie van Justitie en Veiligheid op die datum tot zijn beschikking had, waren er 119 gemeenten die voldeden aan hun wettelijke taak. 116 gemeenten voldeden gedeeltelijk aan hun wettelijke taak en 107 gemeenten voldeden niet (dat wil zeggen dat zij geen enkele asielopvangplek realiseerden). De som van de gemeenten die gedeeltelijk of niet voldoen telt op tot 223 van de 342 gemeenten. Ten aanzien van deze gemeenten worden stappen gezet in het kader van het interbestuurlijk toezicht. De afgelopen weken hebben de eerste ambtelijke gesprekken met deze gemeente plaatsgevonden.
Indien de cijfers in bovenstaande vraag niet correct zijn, hoeveel gemeenten voldoen op dit moment dan niet aan de taakstelling van de Spreidingswet en hoeveel gemeenten bieden in zijn geheel geen opvang?
Zie antwoord vraag 2.
Deelt u de opvatting dat een situatie waarin bijna driekwart van de gemeenten niet aan de wettelijke taak voldoet, wijst op een breed en structureel gebrek aan maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de gedwongen vestiging van asielzoekerscentra?
Indien u de in vraag 4 verwoorde opvatting niet deelt, hoe verklaart u dan dat na ruim twee jaar werking van de wet slechts 92 gemeenten aan hun opgave voldoen?
Acht u het uitvoerbaar en proportioneel om een wet met dwang te handhaven waarvan de naleving bij een ruime meerderheid van de gemeenten uitblijft?
Indien het antwoord op vraag 6 bevestigend luidt, op grond van welke afweging?
Is er naar uw oordeel een omstandigheid denkbaar die een tekort aan opvangplekken in een gemeente kan rechtvaardigen?
Indien het antwoord op vraag 8 bevestigend luidt, welke omstandigheden acht u dan legitiem, en betrekt u daarbij factoren als het ontbreken van lokaal draagvlak, ruimtelijke beperkingen en zorgen over de openbare orde en veiligheid?
Indien het antwoord op vraag 8 ontkennend luidt, met welk oogmerk nodigt u gemeenten dan uit om uitleg te komen geven, indien de uitkomst van die gesprekken reeds op voorhand vaststaat?
Kunt u uiteenzetten in welke gevallen een door een gemeente aangevoerde reden kan leiden tot bijstelling van haar taakstelling?
Acht u het wenselijk de autonomie van 250 gemeenten te doorkruisen door over te gaan tot actief toezicht en, in laatste instantie, tot het aanwijzen van opvanglocaties die gemeenten verplicht zijn te accepteren?
Erkent u dat het zelf aanwijzen van opvanglocaties, tegen een besluit van de gemeenteraad in, een vergaande inbreuk vormt op de lokale democratische besluitvorming?
Indien het antwoord op de vorige vraag ontkennend luidt, waarom niet?
Bent u bereid af te zien van dwangmaatregelen jegens gemeenten waar aantoonbaar geen lokaal draagvlak bestaat?
Indien het antwoord op de vorige vraag ontkennend luidt, waarom weegt de uitvoering van de taakstelling voor u zwaarder dan de uitkomst van het lokale democratische proces?
Bent u bereid de Spreidingswet in te trekken indien de medewerking van gemeenten niet wezenlijk verbetert?
De huidige situatie in de asielopvang laat eens te meer zien dat voor de lange termijn voldoende opvang noodzakelijk is. De Spreidingswet is het instrument om op lange termijn voldoende opvang te realiseren. Om een rechtvaardige verdeling over gemeenten te borgen, houdt dit kabinet de Spreidingswet in stand. Wanneer er voldoende vaste en flexibele opvangplekken van het COA zijn, en er dus een stabiel opvanglandschap is, wordt inzet van de wet overbodig.
Indien u niet bereid bent tot intrekking, bent u dan bereid een gedoogbeleid te voeren waarbij de dwangbepalingen van de Spreidingswet niet worden uitgevoerd zolang het vereiste lokale draagvlak ontbreekt?
Zie antwoord vraag 17.
Waarom kiest u niet voor het reduceren van de instroom tot nihil, als structurele oplossing?
Dit kabinet zet zich in om de instroom duurzaam en structureel te verminderen, onder andere aan de hand van de Wet invoering tweestatusstelsel. Daarnaast wordt gewerkt aan de implementatie van het Europees Asiel- en Migratiepact dat afgelopen maand in werking is getreden. Ook wordt er ingezet op terugkeer. Dit doet er niet aan af dat asielzoekers die zich eenmaal in Nederland bevinden, fatsoenlijk moeten worden opgevangen. Daartoe zijn we volgens internationale en Europese wettelijke kaders ook verplicht.
Beschikt uw ministerie over voldoende ambtelijke capaciteit (fte) om de circa 250 niet-voldoende presterende gemeenten onder actief toezicht te plaatsen?
Kunt u kwantificeren hoeveel fte gemoeid is met het onder actief toezicht plaatsen van één gemeente, en welk totaal beslag dit zou leggen indien dit voor 250 gemeenten gelijktijdig zou moeten geschieden?
Indien de daarvoor benodigde capaciteit ontbreekt, betekent dit dan dat het instrument van actief toezicht in de praktijk slechts selectief of symbolisch kan worden ingezet?
Indien het antwoord op de vorige vraag bevestigend luidt, hoe verhoudt zich dat tot een gelijke behandeling van gemeenten?
Hoe verhoudt het uitnodigen van gemeentebestuurders om zich op uw ministerie te verantwoorden zich tot gemeentelijke autonomiteit?
Gemeenten hebben een wettelijke taak vanuit de Spreidingswet. Voor gemeenten die niet voldoen aan hun wettelijke taak, is zoals gebruikelijk het rijksbrede kader voor interbestuurlijk toezicht van toepassing. Onderdeel van dit kader zijn eerst de ambtelijke gesprekken met gemeenten en vervolgens, indien nodig, bestuurlijke gesprekken.
Bent u bereid de verslagen of notulen van de gesprekken met gemeenten openbaar te maken, dan wel vertrouwelijk aan de Kamer ter inzage te geven?
Het is belangrijk dat de ambtelijke en bestuurlijke gesprekken in vertrouwelijkheid plaatsvinden. In zo’n gesprek zal ook vertrouwelijke informatie besproken worden, zoals de voornemens van gemeenten over hoe ze aan de wettelijke taak willen voldoen en welke (premature) plannen ze daarvoor hebben. Ik vind het belangrijk dat gemeenten volledige openheid durven te geven. De gespreksverslagen worden daarom niet openbaar gemaakt.
Indien u daartoe niet bereid bent, waarom niet?
Zie antwoord vraag 25.
Het artikel ‘Te druk in opvang Ter Apel: kwetsbaren krijgen voorrang’ |
|
Jurgen Nobel (VVD) |
|
Boekholt-O’Sullivan |
|
|
|
|
Bent u bekend met het artikel «Te druk in opvang Ter Apel: kwetsbaren krijgen voorrang»?1
Ja.
Deelt u de opvatting dat de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen in verschillende gemeenten knelt en daarom moet worden afgeschaft zodra er voldoende huisvesting voor statushouders is?
Ik zie dat de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen inderdaad steeds meer knelt, omdat andere woningzoekenden te lang op een wachtlijst staan. Tegelijkertijd is het belangrijk dat statushouders doorstromen uit de asielopvang zodat de opvang wordt ontlast en statushouders kunnen beginnen met integreren, hun leven kunnen gaan opbouwen en bijdragen aan de samenleving. Om daarvoor te zorgen is het van groot belang om aanvullende vormen van huisvesting sneller te realiseren waarin verschillende groepen een start kunnen maken op de woningmarkt. Denk bij deze aanvullende huisvestingvormen aan de inzet van flexwoningen, transformatie en woningdelen.
In het coalitieakkoord is afgesproken dat, zolang er onvoldoende aanvullende huisvesting beschikbaar is, gemeenten ruimte houden om lokaal invulling te geven aan hun taakstelling om statushouders te huisvesten. Tegelijkertijd werk ik aan een uitvoerbaar wetsvoorstel waarmee de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen op termijn wettelijk niet meer mogelijk is, zodra er voldoende aanvullende huisvestingsmogelijkheden beschikbaar zijn.
Deelt u de opvatting dat het uitblijven van voldoende doorstroomlocaties, die ook kunnen worden ingezet voor Oekraïense ontheemden en andere mensen die met spoed behoefte hebben aan tijdelijke huisvesting, direct bijdraagt aan de overbelasting van asielzoekerscentra?
Eén van de oorzaken van de druk op het aanmeldcentrum in Ter Apel is dat gemeenten achterlopen op hun wettelijke taakstelling om statushouders te huisvesten. Hierdoor blijven opvangplekken bezet en ontstaat er extra druk op het asielopvangsysteem. Daarnaast is uitstroom uit de opvang belangrijk omdat statushouders dan ook kunnen starten met hun inburgering en participatie.
Hoeveel doorstroomplekken zijn er in 2026 gerealiseerd? En hoeveel plekken verwacht u voor het zomerreces nog te realiseren?
In totaal zijn er 48 doorstroomlocaties operationeel met 1853 plekken. Hiervan zijn er 557 plekken gerealiseerd in 2026. Voor het zomerreces worden er naar verwachting nog 263 extra plekken gerealiseerd. Ik verwacht dat het aantal aanvragen na het reces verder zal toenemen, omdat gemeenten vanaf 1 juli 2026 de doelgroep flexibele regeling (DFR) kunnen aanvragen.
Deelt u de mening dat het oneerlijk is dat onder andere jongeren momenteel te lang op een sociale huurwoning moeten wachten mede doordat statushouders voorrang krijgen op een sociale huurwoning?
Het is niet behulpzaam om groepen woningzoekenden tegenover elkaar te zetten. De inzet is van dit kabinet is erop gericht om het woningaanbod voor iedereen te vergroten en aanvullende huisvestingsmogelijkheden te realiseren voor een brede doelgroep, zodat de druk op de sociale huurmarkt voor alle woningzoekenden, waaronder jongeren, afneemt.
Deelt u de zorgen dat volgens de Algemene Rekenkamer slechts 17.665 van de begrote 60.000 flexwoningen de afgelopen vier jaar zijn gerealiseerd?
In mijn reactie op het verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer over het beleid rond flexwoningen heb ik uitgelegd hoe de ambitieuze doelstelling van 15.000 flexwoningen per jaar is ontstaan. Die ambitie kwam voort uit een motie van de Tweede Kamer, de grote druk op de woningmarkt en de oorlog in Oekraïne, waardoor veel ontheemden naar Nederland kwamen. Samen zorgde dat in 2022 voor een flinke versnelling in de ontwikkeling van flexwoningen.
Met die urgentie is er toen veel in gang gezet om flexwoningen echt een volwaardig onderdeel van de woningmarkt te maken. Ik heb ook aangegeven dat ik me hier volop voor wil blijven inzetten. Tegelijkertijd zien we inmiddels dat een realistischer aantal rond de 5.000 flexwoningen per jaar ligt. Dat beeld komt naar voren uit de toenemende aanvragen voor de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) en positieve signalen uit de markt. Dit aantal sluit ook beter aan bij wat er de afgelopen vier jaar daadwerkelijk is gerealiseerd: 17.665 flexwoningen.
Welke concrete acties onderneemt u op dit moment om de bouw en ingebruikname van sobere doorstroomlocaties aanzienlijk te versnellen?
Het Rijk ondersteunt gemeenten op verschillende manieren bij het realiseren van (tijdelijke) huisvesting en doorstroomlocaties. Zo zijn er financiële regelingen zoals de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) en op korte termijn de doelgroepflexibele regeling (DFR). De SFT ondersteunt onder meer de realisatie van verplaatsbare woningen, transformatiewoningen en het splitsen van bestaande woningen. De DFR, die per 1 juli 2026 in werking treedt, voorziet in meerjarige financiering voor gemeenten voor de opvang en tijdelijke huisvesting van asielzoekers, statushouders en ontheemden.
Daarnaast werk ik op dit moment intensief samen met de VNG, Aedes en het IPO om te komen tot bestuurlijke afspraken over de versnelling en opschaling van aanvullende huisvesting voor een brede doelgroep. Uw Kamer wordt vóór de zomer geïnformeerd over de voortgang.
Kunt u aangeven hoe u invulling heeft gegeven aan de motie Nobel/Flach (Kamerstuk 36 881, nr. 9) over onderzoeken hoe gemeenten die voortvarend aan de slag zijn gegaan met de realisatie van alternatieve huisvesting zodat de voorrang statushouders kan worden afgeschaft, kunnen worden beloond?
Ik ben voornemens om gemeenten die vooruitlopend op bestuurlijke afspraken al aan de slag zijn gegaan met realisatie van aanvullende huisvesting, op verschillende manieren te ondersteunen. In mijn brief die ik vóór de zomer naar de Kamer stuur, informeer ik u hierover.
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Ja.
Het bericht 'Duizenden boetes voor asielzoekers die zwartrijden op lijn Emmen – Zwolle ongeldig' |
|
Ulysse Ellian (VVD) |
|
Bart van den Brink (CDA) |
|
|
|
|
Bent u bekend met het bericht «Duizenden boetes voor asielzoekers die zwartrijden op lijn Emmen-Zwolle ongeldig»?1
Hoeveel asielzoekers zijn in 2025 beboet vanwege zwartrijden op de lijn Emmen-Zwolle? Hoe verhoudt dit zich tot 2024?
Hoeveel asielzoekers zijn er tot dusver in 2026 beboet vanwege zwartrijden op de lijn Emmen-Zwolle?
Hoeveel asielzoekers die in 2026 zijn beboet hebben zichzelf geïdentificeerd met een pas van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)?
Hoe verklaart u dat de COA-pas sinds begin 2026 niet meer gebruikt kan worden om zwartrijdende asielzoekers te identificeren, terwijl dit voor 2026 wel kon?
Wat is uw reactie op de constatering van de woordvoerder van Arriva in het artikel, die stelt dat deze beslissing het werken bijna onmogelijk maakt?
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat zwartrijdende asielzoekers door deze beslissing worden beloond? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de mening dat het besluit om deze boetes ongeldig te verklaren niet uit te leggen valt richting eenieder die in Nederland wel met een rechtsgeldig vervoersbewijs gebruik maakt van het openbaar vervoer? Zo nee, waarom niet?
Welke maatregelen bent u van plan te nemen om er alsnog voor te zorgen dat alle boetes die zijn uitgedeeld aan zwartrijdende asielzoekers worden betaald?
Welk gevolg heeft het ongeldig verklaren van boetes van zwartrijdende asielzoekers op de mogelijkheid om een reisverbod op te leggen?
Hoe verhoudt het besluit om deze boetes ongeldig te verklaren zich tot de voorgenomen maatregel uit het Coalitieakkoord om zwartrijdende asielzoekers sneller en vaker een reisverbod op te leggen?
Hoe verklaart u dat negen op de tien boetes voor zwartrijdende asielzoekers niet worden betaald?
Welke maatregelen neemt het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) om boetes voor zwartrijdende asielzoekers, die ook weigeren hun uitstel van betaling niet te betalen, alsnog te innen?
Deelt u de mening dat het feit dat deze boetes kennelijk nauwelijks betaald worden niet uit te leggen valt richting eenieder die in Nederland wel netjes eventuele boetes betaalt voor het niet hebben van een geldig vervoersbewijs in het openbaar vervoer?
Welke maatregelen bent u van plan te nemen om ervoor te zorgen dat boetes van zwartrijdende asielzoekers alsnog betaald worden? Kunt u hierbij specifiek ingaan op de mogelijkheid om leefgeld van asielzoekers in te houden, de mogelijkheid om de asielzoeker in zijn bewegingsvrijheid te beperken, de mogelijkheid om een vrijheidsontnemende maatregel op te leggen en de mogelijkheid om de asielaanvraag af te wijzen?
Bent u van plan om aan zwartrijdende asielzoekers die weigeren boetes te betalen naast bovenstaande maatregelen ook een taakstraf op te leggen? Zo nee, waarom niet?
Klopt de suggestie uit het artikel dat zwartrijdende asielzoekers niet kunnen worden gedwongen om hun boetes te betalen omdat het COA de post van asielzoekers niet mag openen?
Indien het antwoord op vraag 16 positief luidt, welke maatregelen bent u van plan te nemen om ervoor te zorgen dat de post van zwartrijdende asielzoekers alsnog door het COA mag worden geopend?
Kunt u bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?