Kunt u uiteenzetten hoe de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beoordeelt of een beëdigde tolk die in het Register is ingeschreven voor de IND inzetbaar is en een zogeheten inpasbaarheidsverklaring krijgt? Hoe wordt hun geschiktheid beoordeeld? Wie neemt die beslissing, op basis van welke stukken, en worden daarbij ook openbare bronnen zoals sociale media geraadpleegd?
Vraag 2
Welke criteria hanteert de IND bij die beoordeling? Zijn deze criteria schriftelijk vastgelegd en openbaar, anders dan de algemeen geformuleerde bepalingen in de Gedragscode tolken en vertalers van de IND? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Klopt het dat de gedragscode van de IND van tolken verlangt dat zij hun werk «politiek neutraal» verrichten en geen functies bekleden of activiteiten verrichten «die tot belangenverstrengeling kunnen leiden», maar dat niet is uitgewerkt welke functies, lidmaatschappen, nevenactiviteiten of uitingen daar concreet onder vallen? Hoe wordt voorkomen dat zulke normen van geval tot geval verschillend worden toegepast?
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen enerzijds de eis dat een tolk tijdens het gehoor onpartijdig, nauwkeurig en zonder eigen mening vertaalt, en anderzijds het toetsen van de politieke en maatschappelijke opvattingen en activiteiten van een tolk buiten het werk? Hoe verhoudt dat laatste zich tot het verbod op onderscheid op grond van politieke gezindheid in de Algemene wet gelijke behandeling, dat ook geldt voor de toegang tot het vrije beroep?
Vraag 5
Is lidmaatschap van- of kandidaatstelling voor een politieke partij een omstandigheid die bij die beoordeling meeweegt? Zo ja, op welke grondslag?
Vraag 6
Acht u het aanvaardbaar dat een beëdigde tolk die aan alle kwaliteits- en integriteitseisen van de Wet beëdigde tolken en vertalers voldoet, door de IND wordt geweigerd vanwege lidmaatschap van of kandidatuur voor een politieke partij, medewerking aan een verkiezingsprogramma, of publieke inzet voor mensenrechten of voor een bepaalde bevolkingsgroep? Zo ja, op welke wettelijke grondslag berust dat?
Vraag 7
Kunt u aangeven welke soorten nevenactiviteiten, lidmaatschappen en uitingen naar het oordeel van de IND wél en niet verenigbaar zijn met tolkwerk voor de IND? Geldt daarbij dezelfde maatstaf voor bijvoorbeeld vrijwilligerswerk voor VluchtelingenWerk, werkzaamheden voor het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), betrokkenheid bij een religieuze organisatie of het dragen van religieuze kleding, dat de gedragscode uitdrukkelijk toestaat?
Vraag 8
Hoeveel aanvragen voor een inpasbaarheidsverklaring zijn in elk van de jaren 2021 tot en met 2026 (tot heden) ingediend, en hoeveel daarvan zijn toegewezen, afgewezen of later ingetrokken? Kunt u de afwijzingen en intrekkingen uitsplitsen naar reden, bijvoorbeeld taalvaardigheid, Verklaring Omtrent het Gedrag, integriteit, neutraliteit of belangenverstrengeling, en overig?
Vraag 9
In hoeveel gevallen was een vermeend gebrek aan (politieke) neutraliteit, dan wel politieke of maatschappelijke activiteit van de tolk, een reden of medereden om een inpasbaarheidsverklaring te weigeren of in te trek ken?
Vraag 10
Wat zijn de gevolgen van een weigering door de IND voor de betrokken tolk, gelet op het aandeel van de IND in de vraag naar tolkdiensten in bepaalde talen? Werkt een weigering door de IND, bijvoorbeeld via de bemiddelaars (intermediairs) waarmee de IND werkt, ook door in de inzetbaarheid van de tolk bij andere overheidsorganisaties zoals de politie, de rechtspraak of het COA?
Vraag 11
Is in de afgelopen jaren door een rechter, een klachtinstantie of een toezichthouder geoordeeld over de wijze waarop de IND potentiële tolken beoordeelt op neutraliteit? Zo ja, welke conclusies heeft u daaraan verbonden en welke aanpassingen zijn sindsdien in de werkwijze doorgevoerd?
Vraag 12
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z19692
Volledige titel: De toets die de IND uitvoert op de politieke en maatschappelijke activiteiten van tolken bij de afgifte van inpasbaarheidsverklaringen