| Ingediend | 31 augustus 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 21 september 2026 (na 21 dagen) |
| Indiener | Tom van der Lee (GroenLinks-PvdA) |
| Beantwoord door | Berendsen |
| Onderwerpen | europese zaken internationaal organisatie en beleid |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z17451.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-56.html |
De uitvaart van Ratko Mladić in Belgrado werd gekenmerkt door militair eerbetoon en aanwezigheid van regeringsleden. Het kabinet vindt het gegeven eerbetoon zeer ongepast en bijzonder kwetsend voor de slachtoffers en nabestaanden, waaronder van de Srebrenica-genocide. Dit past niet bij wat wij van een EU kandidaat-lidstaat verwachten en druist sterk in tegen de gemeenschappelijke Europese waarden.
Zie antwoord vraag 1.
Ja. Ik heb, al voor de overbrenging van het lichaam van Mladić aan Servië, duidelijk aan mijn Servische ambtgenoot laten weten elke vorm van staats- of militair eerbetoon volstrekt onaanvaardbaar te vinden. Nederland heeft dit signaal ook in andere contacten met de Servische autoriteiten ondubbelzinnig overgebracht en heeft tevens middels een publiek statement kenbaar gemaakt dat het door de Servische regering gegeven eerbetoon onverenigbaar is met Europese waarden en bovendien uitermate kwetsend is voor de slachtoffers en hun nabestaanden.
Het gegeven eerbetoon past niet bij wat wij van een EU kandidaat-lidstaat verwachten en druist sterk in tegen de gemeenschappelijke Europese waarden, zoals respect voor de rechtsstaat, erkenning van uitspraken van internationale tribunalen en inzet voor verzoening en verwerking van het verleden.
Zie het antwoord op vraag 4. Servië heeft hiermee zijn eigen toetredingsperspectief geen dienst bewezen.