| Ingediend | 26 augustus 2026 |
|---|---|
| Beantwoord | 21 september 2026 (na 26 dagen) |
| Indiener | Ouafa Oualhadj (D66) |
| Beantwoord door | Letschert |
| Onderwerpen | cultuur en recreatie media |
| Bron vraag | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z17259.html |
| Bron antwoord | https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-55.html |
Ja.
Laat ik vooropstellen: voor mij staat Hitler symbool voor het ongeëvenaarde en onvoorstelbare leed dat miljoenen mensen is aangedaan. Dat mogen wij nooit, maar dan ook nooit, vergeten. Ik kan mij heel goed voorstellen dat mensen aanstoot nemen aan een discussie die wordt gevoerd aan de hand van een rede van Hitler.
Wij hebben het voorrecht te leven in een democratische rechtsstaat, waarin wij, vrij van tirannie, onze meningen en gevoelens kunnen uiten. Dat geldt ook voor de media. Het is dus ook niet aan mij als Minister om een oordeel te vellen over de inhoud van een uitzending. Tegelijkertijd zijn de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid niet onbegrensd. Discriminatie, het aanzetten tot haat of geweld en het ontkennen of bagatelliseren van de Holocaust kunnen de grenzen overschrijden die onze rechtsstaat stelt. Die grenzen zijn, net als in veel andere democratische landen, wettelijk vastgelegd. Daarnaast heeft elke omroep zich te houden aan de Mediawet.
U vraagt mij ook of er in het publieke bestel plaats moet zijn voor omroep Ongehoord Nederland. Ik heb op 8 september een brief gestuurd waarin ik u heb geïnformeerd over mijn voornemen om de voorlopige erkenning van Ongehoord Nederland in te trekken. De wet schrijft heel precies wanneer de Minister wel over kan of zelfs moet gaan tot ingrijpen. In dit geval is dat om drie redenen, die elk afzonderlijk reden zouden kunnen zijn om de erkenning in te trekken. Voor een toelichting daarop verwijs ik u naar eerdergenoemde brief.
Een Minister mag zich niet bemoeien met de inhoud van de journalistiek. Het is aan de Ombudsman om te beoordelen hoe deze uitzending zich verhoudt tot de Code Journalistiek Handelen.
Zie mijn antwoord op vraag 2.
Zoals ik uw Kamer bij brief van 8 september heb laten weten, ben ik voornemens de voorlopige erkenning van ON! in te trekken.
Zie mijn antwoord op vraag 5.