Kamervraag 2026Z17213

De toenemende kwetsbaarheid van de Nederlandse chemische industrie door goedkope Chinese importen.

Ingediend 25 augustus 2026
Beantwoord 21 september 2026 (na 27 dagen)
Indieners Judith Buhler (CDA), Joris Lohman (CDA)
Beantwoord door Herbert , Sjoerd Sjoerdsma (D66)
Onderwerpen economie industrie
Bron vraag https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kv-tk-2026Z17213.html
Bron antwoord https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20262027-58.html
1. FD, 20 augustus 2026, «Rabo: goedkope Chinese chemie maakt Nederlandse economie kwetsbaarder» Rabo: goedkope Chinese chemie maakt Nederlandse economie kwetsbaarder
2. Kamerstuk 32 852, nr. 411
  • Vraag 1
    Bent u bekend met het artikel «Rabo: goedkope Chinese chemie maakt Nederlandse economie kwetsbaarder»1 waaruit blijkt dat Nederland relatief veel geïmporteerde Chinese chemie verwerkt in de eigen productie en dat een eventuele verdere prijsdaling van Chinese chemische producten de Nederlandse chemische sector opnieuw fors kan raken?

    Ja.

  • Vraag 2
    Deelt u de zorg dat een toenemende afhankelijkheid van Chinese chemische halffabrikaten en eindproducten de Nederlandse economie kwetsbaarder maakt voor geopolitieke druk, exportrestricties en handelsspanningen?

    Het kabinet deelt deze zorg, voor zover deze ontwikkeling in directe relatie staat tot het verlies van strategische productiecapaciteit binnen Nederland en de EU. Wederzijdse afhankelijkheden zijn een normaal en belangrijk onderdeel van het mondiale handelssysteem en zijn op zichzelf niet onwenselijk. Van een ongewenste strategische afhankelijkheid is sprake wanneer een product, dienst of technologie van cruciaal belang is voor het borgen van publieke belangen van Nederland en/of de EU, voor de continuïteit van vitale processen of wanneer sprake is van toegang tot gevoelige informatie voor derden, en er tegelijkertijd een hoog risico op leveringsonderbreking bestaat.
    Dit geldt niet voor alle chemische halffabricaten en eindproducten. Voor chemische halffabricaten en eindproducten geldt, in beginsel, dat per product verschilt hoe strategisch en hoe risicovol een afhankelijkheid is. De chemische industrie vormt echter een belangrijke basis voor een groot aantal andere industriële waardeketens in Nederland en de EU. Het behoud van voldoende en concurrerende chemische productiecapaciteit is daarom van groot economisch en strategisch belang. Het verder wegvallen van deze productiecapaciteit kan niet alleen leiden tot nog grotere afhankelijkheid van import, maar ook de weerbaarheid en concurrentiekracht van bredere industriële waardeketens onder druk zetten.

  • Vraag 3
    Heeft u in beeld voor welke chemische grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten Nederland en Europa in toenemende mate afhankelijk zijn van China en bij welke daarvan het verdwijnen van Europese productiecapaciteit een risico vormt voor onze economische veiligheid? Zo nee, bent u bereid dit in kaart te brengen?

    Eén van de doelen van het economisch veiligheidsbeleid is het verminderen en voorkomen van risicovolle strategische afhankelijkheden. Hiertoe is de interdepartementale Taskforce Strategische Afhankelijkheden (TFSA) opgericht. In het kader van de TFSA worden door de departementen analyses uitgevoerd om risicovolle strategische afhankelijkheden te identificeren. Of en in welke mate onderdelen van de chemische sector kwetsbaar zijn door dergelijke risicovolle strategische afhankelijkheden, is onderzocht. Dit onderzoek is echter vertrouwelijk. Het kabinet is graag bereid de resultaten hiervan in een vertrouwelijke technische briefing toe te lichten. Daarnaast worden er op Europees niveau binnen de Critical Chemicals Alliance strategische chemicaliën en productiesites geïdentificeerd en gewerkt aan maatregelen om de productie hiervan in Europa te behouden. Dit gebeurt op basis van een methode die is vastgesteld binnen deze alliantie.

  • Vraag 4
    Hoe beoordeelt u de conclusie dat goedkope Chinese importen op korte termijn voor sommige sectoren voordelen kunnen opleveren, maar op langere termijn kunnen leiden tot verlies van strategische industriële capaciteit in Nederland en Europa?

    Het kabinet erkent dat goedkope importen uit China op korte termijn economische voordelen kunnen opleveren, onder meer via lagere prijzen voor eindgebruikers en lagere kosten voor producenten. Daardoor kunnen dergelijke importen bijdragen aan een versterking van de concurrentiepositie, specialisatie en innovatie, wat ook op lange termijn positief kan uitwerken. Daarbij kan het voorkomen dat comparatieve voordelen die China geniet ertoe leiden dat bepaalde industrieën (deels) uit Nederland of Europa verdwijnen.
    Tegelijkertijd vindt het kabinet het van belang om in strategische sectoren zorgvuldig te beoordelen of dergelijke importen op langere termijn kunnen leiden tot een ongewenst verlies aan industriële capaciteit in Nederland en Europa. De sluiting van strategische bedrijven is vooral zorgelijk wanneer deze het gevolg is van oneerlijke concurrentie, bijvoorbeeld door dumping, ongeoorloofde subsidies, door fossiele producten die strengere EU-normen voor verduurzaming omzeilen, of wanneer hierdoor strategische afhankelijkheden ontstaan die economische en veiligheidsrisico’s voor Nederland en de EU creëren of vergroten. In gevallen van dumping of ongeoorloofde subsidies kan in Europees verband worden opgetreden met het handelsdefensieve instrumentarium van de EU (zoals antidumping- of anti-subsidiemaatregelen) om een eerlijk en gelijk speelveld te waarborgen.

  • Vraag 5
    Op welke wijze betrekt u deze ontwikkeling bij de uitvoering van het rapport-Wennink en welke concrete stappen zijn sinds het verschijnen daarvan gezet om de Nederlandse chemische industrie en andere energie-intensieve sectoren structureel te versterken?

    Het rapport Wennink stelt terecht dat Nederland en Europa strategisch relevant moeten worden en blijven door gericht in te zetten op strategische domeinen om zo een onmisbare rol te blijven spelen in mondiale hoogtechnologische waardeketens.2
    Het kabinet voert gericht industriebeleid op specifieke sectoren. Dit zijn zes markten waar Nederland zich internationaal op kan onderscheiden en die sterk bijdragen aan het Nederlandse verdienvermogen, onze weerbaarheid en maatschappelijke missies. Innovatieve chemie is één van de zes focusgebieden.3

  • Vraag 6
    Erkent u dat er inmiddels stappen zijn gezet op het gebied van compensatie voor hoge energiekosten, maar dat dit alleen onvoldoende is om structurele achterstand ten opzichte van concurrenten buiten Europa weg te nemen?

    Om over de gehele breedte de positie van de industrie te versterken is het ook noodzakelijk om te kijken naar het stimuleren van de vraag naar schone producten, het adresseren van oneerlijke concurrentie met derde landen en versnellen van procedures om verduurzamingsprojecten te realiseren. De Industrial Accelerator Act (IAA) levert hier een belangrijke bijdrage aan om dit in EU-verband vorm te geven. Momenteel wordt over het voorstel van de Commissie onderhandelt. Uw Kamer is over de Nederlandse inzet middels een BNC-fiche geïnformeerd.4

  • Vraag 7
    Welke aanvullende maatregelen neemt u om te voorkomen dat energie-intensieve industrie in Nederland verder krimpt of verdwijnt voordat Europese instrumenten daadwerkelijk effect sorteren?

    Het kabinet treft nationale maatregelen om het gelijk speelveld voor de energie-intensieve industrie te verbeteren. In het Coalitieakkoord is opgenomen dat de CO2-heffing wordt afgeschaft en de hoge elektriciteitskosten voor de industrie gemitigeerd worden met de IKC-regeling en de envelop tegemoetkoming elektriciteitskosten. Het kabinet breidt de indirecte kostencompensatie voor ETS 1 (IKC-ETS) uit met 22 extra (sub)sectoren, in lijn met de door de Europese Commissie geboden nieuwe mogelijkheden binnen het Europese staatssteunkader. De uitbreiding richt zich specifiek op sectoren die door hoge elektriciteitskosten in zwaar weer verkeren, zoals de chemiesector. Verder heeft het kabinet middelen gereserveerd in een aparte envelop voor elektriciteitskosten waarvoor op dit moment bestedingsopties worden uitgewerkt. De Kamer wordt binnenkort per brief nader geïnformeerd over de opties voor elektriciteitskosten envelop en de vormgeving van de Indirecte Kosten Compensatie (IKC). Daarnaast zet het kabinet in op het realiseren van randvoorwaarden voor verduurzaming, zoals infrastructuur voor elektriciteit en CO2-opslag.

  • Vraag 8
    Deelt u de opvatting dat Nederland zich bij de onderhandelingen over de EU-verordening Industrial Accelerator Act (IAA) actief moet inzetten voor concrete vraagcreatie naar Europese en koolstofarme industriële producten? Welke inzet pleegt Nederland hiervoor in Brussel?

    Vraagcreatie is één van de prioriteiten van Nederland bij de vormgeving van de IAA. Vraagcreatie geeft zekerheid dat er een afzetmarkt is voor schone producten uit de industrie. Het kabinet is van mening dat er meer ambitie in de IAA nodig is om beleid op vraagcreatie te versterken. Concreet zet Nederland in op instrumenten voor vraagcreatie in meer sectoren, gradueel oplopende productnormen voor koolstofarme productie en verplichte duurzaamheidslabels. Zie hiervoor ook het fiche over de Nederlandse inzet met betrekking tot de Industrial Accelerator Act.5

  • Vraag 9
    Welke mogelijkheden ziet u om publieke inkoop door Rijk, decentrale overheden en publieke instellingen nadrukkelijker in te zetten voor Europese, koolstofarme en strategisch belangrijke producten, binnen de kaders van het Europese aanbestedingsrecht?

    Binnen de huidige kaders van het Europees aanbestedingsrecht staat het aanbestedende instanties vrij om kwalitatieve eisen te stellen binnen hun aanbesteding, zolang deze niet-discriminatoir zijn voor bedrijven uit EU-lidstaten, landen waarmee de EU een handelsovereenkomst met relevante afspraken over wederzijdse toegang tot elkaars aanbestedingsmarkt heeft afgesloten, of deelnemende landen aan het Government Procurement Agreement. Hiermee kan dus vooral de vraag naar schonere/koolstofarme producten gestimuleerd worden.
    In de Industrial Accelerator Act worden vereisten voor publieke aanbestedingen opgesteld voor koolstofarme producten en de herkomst hiervan. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om staal, aluminium, cement, elektrische voertuigen en een aantal nettonultechnologieën uit de Net Zero Industry Act (NZIA). Op deze wijze krijgen aanbestedende diensten nieuwe extra handvatten om koolstofarme strategisch belangrijke producten in te kopen bij bedrijven uit EU-landen of landen waarmee de EU-handelsovereenkomsten heeft.

  • Vraag 10
    Deelt u de opvatting dat vraagcreatie en inkoop door overheidsorganen cruciaal zijn om de Europese industrie weer perspectief te geven, met name in strategische sectoren zoals chemie, staal, aluminium, cement, batterijen, net-zero technologieën en andere energie-intensieve industrie?

    Die opvatting deelt het kabinet. Zie ook het fiche van de Industrial Accelerator Act.6

  • Vraag 11
    Bent u bereid om in Europees verband te pleiten voor duidelijke, uitvoerbare en ambitieuze criteria voor «Made in EU» en koolstofarme producten bij publieke aanbestedingen en publieke steunregelingen?

    Nederland pleit in Europees verband voor duidelijke en uitvoerbare definities van koolstofarme productnormen.
    De Nederlandse inzet in Europees verband ten aanzien van «Made in EU»-criteria (oftewel een EU-voorkeursprincipe) in de Industrial Accelerator Act is opgenomen in het fiche over dit voorstel.7 Ten aanzien van een EU-voorkeursprincipe is het kabinet terughoudend met de inzet hiervan. Nederland heeft als open economie baat bij een zoveel mogelijk open handels- en investeringsklimaat. Het kabinet hanteert daarom in de beleidsaanpak economische veiligheid het credo «open waar het kan, gesloten waar het moet». Indien minder ingrijpende maatregelen niet voldoende zijn en indien het verenigbaar is met internationale juridische verplichtingen van de EU, kan het EU-voorkeursprincipe wel worden gebruikt om de weerbaarheid van de Unie te versterken. Het kabinet zal per sector zorgvuldig afwegen of de baten opwegen tegen de kosten van een EU-voorkeursprincipe.

  • Vraag 12
    Wanneer komt u, via de Critical Chemicals Alliance (CCA), met een concreet actieplan voor vraagcreatie via publieke inkoop, inclusief tijdpad, verantwoordelijke departementen en betrokken publieke opdrachtgevers?

    De Critical Chemicals Alliance (CCA) is een Europees initiatief, mede tot stand gekomen met expliciete steun van Nederland, omdat de uitdagingen voor de Europese chemische industrie niet uitsluitend nationaal van aard zijn en primair om een Europese aanpak vragen. De chemische industrie vormt een essentiële basis voor veel industriële waardeketens in Nederland en de EU. Het versterken van de productiecapaciteit en concurrentiekracht van de Europese chemische industrie draagt daarmee bij aan het Europese concurrentievermogen, de strategische autonomie en de weerbaarheid van de EU. Een Europese aanpak is daarin van belang om een gelijk speelveld binnen de interne markt te waarborgen en te voorkomen dat lidstaten afzonderlijk uiteenlopende nationale maatregelen nemen.
    De aanbevelingen van de verschillende werkgroepen worden naar verwachting in oktober vastgesteld. Kort daarna zal het kabinet de aanbevelingen van de CCA appreciëren en de Kamer hierover informeren. Het kabinet zal daarbij in het bijzonder bezien welke aanbevelingen zich lenen voor Europese opvolging en welke bijdrage Nederland hieraan kan leveren.
    Nederland blijft zich er in de tussentijd in Europees verband voor inzetten dat de Europese Commissie de aanbevelingen van de CCA voortvarend en adequaat omzet in concrete maatregelen. Daarbij is het van belang dat vraagcreatie op Europees niveau wordt ontwikkeld, zodat dit daadwerkelijk bijdraagt aan het versterken van de Europese chemische industrie en tegelijkertijd het gelijke speelveld binnen de EU wordt behouden.

  • Vraag 13
    Hoe voorkomt u dat overheidsinkoop primair blijft sturen op prijs als doorslaggevend criterium, terwijl daarmee onbedoeld de strategische afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers wordt vergroot?

    Regelgeving laat aanbestedende diensten tot nu toe vrij om zelf de afweging te maken tussen prijs of kwaliteit als doorslaggevend criterium. Maar de Europese Commissie heeft ook aangegeven dat ze met het voorstel voor herziene aanbestedingsregelgeving wil stimuleren dat er meer op kwaliteit in plaats van laagste prijs wordt gegund in de EU. De Europese Commissie heeft hierover op 9 september een voorstel gepresenteerd. U ontvangt hierover binnen de afgesproken tijdspaden een BNC-fiche.
    Uit data van het aanbestedingsplatform TenderNed blijkt dat in Nederland al ongeveer 80% van de aanbestedingen gegund wordt op basis van de beste kwaliteit in plaats van laagste prijs. Nederland zit in de top-drie landen die op beste kwaliteit gunt en dit aantal is ook toegenomen de afgelopen tien jaar.8 Prijs wordt daarmee dus niet primair gebruikt als doorslaggevend criterium.

  • Vraag 14
    Welke concrete stappen heeft u sinds de aanneming van de motie-Bühler c.s.2 gezet om binnen de EU te komen tot een snellere inzet van handelsbeschermende instrumenten tegen staatsgesteunde overcapaciteit en oneerlijke concurrentie, waaronder in de chemische sector?

    Zoals ook aangegeven in het schriftelijk overleg inzake de Raad voor Concurrentievermogen van 9 en 10 juli 202610 steunt het kabinet de inzet van de handelsdefensieve instrumenten van de EU waar dat kan bijdragen aan het gelijktrekken van het speelveld, en aan het beschermen van strategische sectoren tegen marktverstorende praktijken uit derde landen. Vanwege de toename van marktverstorende praktijken zoals dumping en ongeoorloofde subsidiëring, bestaat ook vanuit de industrie een toenemende vraag naar de inzet van het handelsdefensief instrumentarium. Het kabinet ziet ruimte voor verbetering van dit instrumentarium, evenals de strategische inzet ervan, om snel, adequaat en effectief op te kunnen blijven treden tegen marktverstorende praktijken. Het kabinet zet zich hier in Europees verband dan ook nadrukkelijk voor in. Zo heeft Nederland recent, o.a. omwille van de situatie in de chemiesector, een paper gesteund waarin wordt gepleit om de handelsdefensieve instrumentaria van de EU te verbeteren.

  • Vraag 15
    Bent u bereid om in EU-verband actiever te pleiten voor inzet van handelsinstrumenten, wederkerigheid in aanbestedingen en strengere voorwaarden voor markttoegang wanneer sprake is van staatssteun, dumping of strategische afhankelijkheidsrisico’s?

    Het kabinet steunt de Europese Commissie bij een effectieve inzet van het Europese handelsinstrumentarium om haar markt tegen oneigenlijke concurrentie te beschermen. Daaronder vallen niet alleen klassieke handelsdefensieve instrumenten zoals antidumping of antisubsidiemaatregelen, maar bijvoorbeeld ook het Instrument Internationale Overheidsopdrachten (International Procurement Instrument, IPI) dat als doel heeft om meer wederkerigheid op de internationale aanbestedingsmarkten te creëren. Daarnaast kent de EU sinds 2023 de verordening buitenlandse subsidies (Foreign Subsidies Regulation, FSR) die interne marktverstorende buitenlandse subsidies poogt te adresseren. Parallel aan de inzet van deze instrumenten blijft de EU onverminderd inzetten op handelsdiversificatie via nieuwe handelsakkoorden en tracht zij via dialoog handelsbelemmeringen voor Europese bedrijven in derde landen weg te nemen. De EU zet dus reeds op meerdere fronten actief in om haar economische belangen te beschermen. Tegelijkertijd ziet het kabinet ruimte voor verbetering van het bestaande handelsdefensieve instrumentarium om adequaat te kunnen blijven optreden tegen het toenemende aantal marktverstorende praktijken door derde landen.

  • Vraag 16
    Bent u bereid deze vragen tijdig te beantwoorden, voorafgaand aan het commissiedebat (formele) Raad voor Concurrentievermogen (interne markt en industrie, onderzoek) van 22 september 2026, zodat de Kamer de antwoorden kan betrekken bij het commissiedebat over de Nederlandse inzet voor de Raad van Concurrentievermogen van 24 en 25 september 2026?

    Ja.


Kamervraag document nummer: kv-tk-2026Z17213
Volledige titel: De toenemende kwetsbaarheid van de Nederlandse chemische industrie door goedkope Chinese importen.
Kamerantwoord document nummer: ah-tk-20262027-58
Volledige titel: Antwoord op vragen van de leden Buhler en Lohman over de toenemende kwetsbaarheid van de Nederlandse chemische industrie door goedkope Chinese importen